Procedure : 2007/0116(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0027/2008

Ingediende teksten :

A6-0027/2008

Debatten :

PV 12/03/2008 - 16
CRE 12/03/2008 - 16

Stemmingen :

PV 13/03/2008 - 4.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0098

VERSLAG     ***I
PDF 213kWORD 282k
4.2.2008
PE 396.494v02-00 A6-0027/2008

over het voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad over de deelneming van de Gemeenschap aan een onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma dat de levenskwaliteit van ouderen beoogt te verbeteren door middel van het gebruik van nieuwe informatie en communicatietechnologieën (ICT), dat door verschillende lidstaten is opgezet

(COM(2007)0329 – C6‑0178/2007 – 2007/0116(COD))

Commissie industrie, onderzoek en energie

Rapporteur: Neena Gill

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad over de deelneming van de Gemeenschap aan een onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma dat de levenskwaliteit van ouderen beoogt te verbeteren door middel van het gebruik van nieuwe informatie en communicatietechnologieën (ICT), dat door verschillende lidstaten is opgezet

(COM(2007)0329 – C6‑0178/2007 – 2007/0116(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2007)0329),

–   gelet op artikel 251, lid 2 en de artikelen 169 en 172, lid 2 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0178/2007),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A6‑0027/2008),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 6

(6) Voortbouwend op actief ouder worden als kernelement in de hernieuwde werkgelegenheidsrichtsnoeren, richt de EU-aanpak tot ouder worden zich op het mobiliseren van het volledig potentieel van mensen van alle leeftijden en wordt de noodzaak onderstreept om in plaats van gefragmenteerde strategieën over te stappen op allesomvattende strategieën voor het ouder worden op basis van een levensloopbeleid.

Actief ouder worden vormt een kernelement in de hernieuwde werkgelegenheidsrichtsnoeren. De EU-aanpak van ouder worden richt zich op het mobiliseren van het volledig potentieel van mensen van alle leeftijden (een zgn. levensloopbeleid), met waarborging van gelijke kansen voor vrouwen en mannen, waarbij de noodzaak wordt onderstreept om in plaats van gefragmenteerde strategieën over te stappen op allesomvattende strategieën voor het ouder worden. De veroudering van de bevolking in de Unie is een maatschappelijk probleem, maar kan ook worden gezien als een opkomend marktfenomeen dat nieuwe kansen biedt.

Amendement 2

Overweging 6 bis (nieuw)

 

(6 bis) De snelle ontwikkeling van ICT en e-dienstverlening vergroot de kans op uitsluiting van de toegang tot informatie; verbetering van digitale geletterdheid, met name voor vrouwen op alle niveaus, is daarom een voorwaarde voor integratie in en deelname aan de informatiemaatschappíj.

Motivering

In onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's moet aandacht worden besteed aan digitale geletterdheid, met name waar het gaat om uitsluiting tot de toegang van informatie voor vrouwen.

Compromisamendement 3

Overweging 8

(8) Met het oog op een samenhangende aanpak op Europees niveau op het gebied van ICT voor gezond ouder worden en om daadkrachtig te kunnen handelen, hebben een aantal lidstaten het initiatief genomen om een gemeenschappelijk onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma op te zetten: "Ambient Assisted Living" (hierna het gemeenschappelijk AAL-programma genoemd) op het gebied van ICT voor gezond ouder worden in de informatiemaatschappij, om synergieën tot stand te brengen wat betreft management- en financiële hulpbronnen en de combinatie van aanvullende expertise en hulpbronnen die beschikbaar zijn in de verschillende landen in Europa.

(8) Met het oog op een samenhangende aanpak op Europees niveau op het gebied van ICT voor gezond ouder worden en om daadkrachtig te kunnen handelen, hebben een aantal lidstaten het initiatief genomen om een gemeenschappelijk onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma op te zetten: "Ambient Assisted Living" (hierna het gemeenschappelijk AAL-programma genoemd), om synergieën tot stand te brengen wat betreft management- en financiële hulpbronnen, een enkelvoudig, gemeenschappelijk evaluatiemechanisme door onafhankelijke deskundigen in te voeren en de combinatie van aanvullende expertise en hulpbronnen die beschikbaar zijn in de verschillende landen in Europa.

Compromisamendement 4

Overweging 9

(9) Het gemeenschappelijk AAL-programma wil het probleem van de vergrijzing aanpakken door het juridisch en organisatorisch kader te verschaffen dat nodig is voor grootschalige Europese samenwerking tussen lidstaten wat betreft toegepast onderzoek en innovatie op het gebied van informatie en communicatietechnologieën (ICT) voor gezond ouder worden in een vergrijzende samenleving. Oostenrijk, België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal en Spanje (hierna "de deelnemende lidstaten" genoemd) en Israël, Noorwegen en Zwitserland zijn overeengekomen activiteiten die erop gericht zijn een bijdrage te leveren aan het gemeenschappelijk AAL-programma gezamenlijk te coördineren en uit te voeren. De totale waarde van hun deelneming wordt geschat op minimaal 150 miljoen euro voor de looptijd van het zevende kaderprogramma.

(9) Het gemeenschappelijk AAL-programma wil het probleem van de vergrijzing aanpakken door het juridisch en organisatorisch kader te verschaffen dat nodig is voor grootschalige Europese samenwerking tussen lidstaten wat betreft toegepast onderzoek en innovatie op het gebied van ICT voor gezond ouder worden in een vergrijzende samenleving, waarin overigens het percentage vrouwen hoger is dan mannen, ten dele als gevolg van de langere levensverwachting van vrouwen. Oostenrijk, België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal en Spanje (hierna "de deelnemende lidstaten" genoemd) en Israël, Noorwegen en Zwitserland zijn overeengekomen activiteiten die erop gericht zijn een bijdrage te leveren aan het gemeenschappelijk AAL-programma gezamenlijk te coördineren en uit te voeren. De deelnemende landen dienen zich te verplichten tot het leveren van een minimale financiële bijdrage die overeenkomt met de potentiële vraag van de verschillende nationale onderzoeksgemeenschappen. Daar het gemeenschappelijk AAL-programma een substantiële bijdrage moet leveren aan de ontwikkeling van de Europese onderzoekruimte, dient de totale waarde van de contributies van de deelnemende lidstaten, Israël Noorwegen en Zwitserland hoger te zijn dan het voor de looptijd van het zevende kaderprogramma vastgestelde minimumbedrag van 150 miljoen euro voor de looptijd van het zevende kaderprogramma.

Amendement 5

Overweging 11

(11) Om in aanmerking te komen voor financiële steun van de Gemeenschap dient een financieringsplan te worden vastgesteld dat gebaseerd is op formele verbintenissen van de bevoegde nationale autoriteiten om gezamenlijk de op nationaal niveau opgezette onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s en activiteiten uit te voeren en een bijdrage te leveren aan de financiering van de gezamenlijke uitvoering van het gemeenschappelijk AAL-programma.

(11) Om in aanmerking te komen voor financiële steun van de Gemeenschap dient een financieringsplan te worden vastgesteld dat gebaseerd is op formele verbintenissen van de bevoegde nationale autoriteiten om gezamenlijk de op nationaal niveau opgezette onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s en activiteiten uit te voeren en een bijdrage te leveren aan de financiering van de gezamenlijke uitvoering van het gemeenschappelijk AAL-programma. De nationale bijdragen moeten als geheel hoger zijn dan 20% van de totale nationale onderzoeksuitgaven voor activiteiten die verband houden met AAL.

Amendement 6

Overweging 17

(17) De Gemeenschap moet het recht hebben haar financiële bijdrage te verlagen wanneer het gemeenschappelijk AAL-programma ontoereikend, gedeeltelijk of laattijdig wordt uitgevoerd of indien de deelnemende lidstaten en Israël, Noorwegen en Zwitserland niet, gedeeltelijk of laattijdig hun bijdrage voldoen aan de financiering van het gemeenschappelijk AAL-programma, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgelegd in een overeenkomst die moet worden gesloten tussen de Gemeenschap en de specifieke uitvoeringsstructuur waarin uitgebreide regelingen zijn vermeld voor de bijdrage van de Gemeenschap.

De Gemeenschap moet haar financiële bijdrage verlagen of stopzetten wanneer het gemeenschappelijk AAL-programma ontoereikend, gedeeltelijk of laattijdig wordt uitgevoerd, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgelegd in een overeenkomst die moet worden gesloten tussen de Gemeenschap en de specifieke uitvoeringsstructuur waarin uitgebreide regelingen zijn vermeld voor de bijdrage van de Gemeenschap.

Amendement 7

Overweging 22 bis (nieuw)

 

(22 bis) Onder het zevende kaderprogramma moet bovendien de rol van vrouwen in wetenschap en onderzoek door middel van adequate maatregelen actief worden bevorderd om te stimuleren dat meer vrouwen een rol gaan spelen op dit gebied en hun actieve rol in onderzoek wordt vergroot.

Compromisamendement 8

Overweging 22 ter (nieuw)

(22 ter) Het is van wezenlijk belang dat de betrokkenheid van kleine en middelgrote bedrijven bij de uitvoering van activiteiten in het kader van het gemeenschappelijk AAL-programma wordt bevorderd.

Compromisamendement 9

Overweging 22 quater (nieuw)

 

(22 quater) Bij de uitvoering van het gemeenschappelijk AAL-programma moet men oog hebben voor de benutting van technologieën en ondersteuning van innovatie in de dienstensfeer, en voor gebruikersgerichte systeemintegratie en het toegankelijk maken van diensten langs diverse kanalen, waaronder ook dienstverlening van persoon tot persoon. Ook moet een eerlijke toegang voor alle lidstaten tot kosteneffectieve oplossingen worden bevorderd om verbreding van de digitale kloof en daarmee het ontstaan van een digitale klassenmaatschappij in Europa te voorkomen.

 

Amendement 10

Overweging 22 quinquies (nieuw)

(22 quinquies) In het kader van de activiteiten van het gemeenschappelijk AAL-programma moet ook onderzoek worden gedaan naar de demografische trends in de lidstaten, om te kunnen nagaan waar deze trends het meest uitgesproken zijn en om de sociale en economische gevolgen ervan te kunnen evalueren.

Amendement 11

Overweging 23

(23) De Commissie dient een tussentijdse evaluatie uit te voeren waarin de kwaliteit en de doelmatigheid van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma worden beoordeeld alsmede de vooruitgang die wordt geboekt bij de doelstellingen en een slotevaluatie.

(23) De Commissie dient tegen 2010 een tussentijdse evaluatie uit te voeren waarin de kwaliteit en de doelmatigheid van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma worden beoordeeld alsmede de vooruitgang die wordt geboekt bij de doelstellingen. In die evaluatie moet tevens worden beoordeeld in hoeverre er behoefte is aan verdere tussentijdse evaluaties voordat tegen eind 2013 een slotevaluatie wordt opgemaakt.

Amendement 12

Artikel 2, letter c)

(c) een passend en doelmatig governancemodel wordt opgezet voor het gemeenschappelijk AAL-programma in overeenstemming met de richtsnoeren van bijlage II bij deze beschikking;

(c) een passend en doelmatig governancemodel dat rekening houdt met gendervraagstukken wordt opgezet voor het gemeenschappelijk AAL-programma in overeenstemming met de richtsnoeren van bijlage II bij deze beschikking;

Amendement 13

Artikel 2, letter (e)

(e) de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland zich ertoe verbinden bij te dragen aan de financiering van het gemeenschappelijk AAL-programma en de daadwerkelijke betaling van de financiële bijdrage, met name de financiering van deelnemers aan de projecten die zijn geselecteerd naar aanleiding van de in het kader van het programma gelanceerde oproepen tot het indienen van voorstellen;

(e) de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland zich ertoe verbinden bij te dragen aan de financiering van het gemeenschappelijk AAL-programma en de daadwerkelijke betaling van de financiële bijdrage in de beheerskosten van het gemeenschappelijk AAL-programma en in de financiering van deelnemers aan de projecten die zijn geselecteerd naar aanleiding van de in het kader van het programma gelanceerde oproepen tot het indienen van voorstellen;

Motivering

Het is van belang dat wordt aangegeven hoe de beheerskosten precies moeten worden gefinancierd.

Compromisamendement 14

Artikel 2, letter (e bis) (nieuw)

 

(e bis) de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland zich ertoe verbinden bij te dragen aan de financiering van het gemeenschappelijk AAL-programma voor een bedrag dat groter is dan 20% van de totale nationale onderzoeksuitgaven voor activiteiten die verband houden met AAL;

Amendement 15

Artikel 2, letter g)

(g) wordt gezorgd voor een hoog niveau van wetenschappelijke excellentie en de ethische beginselen in acht worden genomen overeenkomstig de algemene beginselen van het zevende kaderprogramma; en

(g) wordt gezorgd voor een hoog niveau van wetenschappelijke excellentie, de ethische beginselen in acht worden genomen en de genderdimensie in alle onderzoeksterreinen wordt opgenomen, overeenkomstig de algemene beginselen van het zevende kaderprogramma en

Compromisamendement 16

Artikel 3

Voor het verlenen van financiële steun door de specifieke uitvoeringsstructuur aan derden bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma, en met name de financiële steun die wordt verleend aan deelnemers aan projecten die geselecteerd zijn naar aanleiding van oproepen tot het indienen van voorstellen voor het toekennen van subsidies gelden de beginselen van gelijke behandeling en transparantie. De financiële steun aan derden wordt verleend op basis van wetenschappelijk excellentie en in overeenstemming met de in bijlage I bij deze beschikking vermelde beginselen en procedures.

Voor het verlenen van financiële steun door de specifieke uitvoeringsstructuur aan derden bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma, en met name de financiële steun die wordt verleend aan deelnemers aan projecten die geselecteerd zijn naar aanleiding van oproepen tot het indienen van voorstellen voor het toekennen van subsidies gelden de beginselen van gelijke behandeling, gendermainstreaming, transparantie, voorspelbaarheid voor aanvragers en beoordeling door onafhankelijke deskundigen. De financiële steun aan derden wordt verleend op basis van wetenschappelijk excellentie en het vermogen om in overeenstemming met de in bijlage I bij deze beschikking vermelde beginselen en procedures bij te dragen aan de verwezenlijking van de algemene sociale en economische doelstellingen van het gemeenschappelijk AAL-programma.

Motivering

Aanvragers moeten zekerheid hebben omtrent de voorwaarden waaronder zij aan het programma kunnen deelnemen en zij moeten van tevoren kunnen controleren of zij aan die voorwaarden voldoen. Om daadwerkelijk tot Europese samenwerking te kunnen komen, is beoordeling door onafhankelijke deskundigen noodzakelijk - in plaats van zich te oriënteren op een reeks nationale evaluaties - waarbij moet worden uitgegaan van de ervaringen met het eerdere artikel 169-initiatief (ter waarborging van de wetenschappelijke, beheers- en financiële integratie). Tevens moeten de desbetreffende voorstellen bijdragen aan de sociale en economische doelstellingen voor "gezond ouder worden met ICT".

Amendement 17

Artikel 5

Indien het gemeenschappelijk AAL-programma niet wordt uitgevoerd of op ontoereikende wijze, slechts gedeeltelijk of laattijdig, of indien de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland geen of een slechts gedeeltelijke bijdrage verlenen, of deze te laat verlenen voor de financiering van het gemeenschappelijk AAL-programma kan de Gemeenschap haar financiële bijdrage verlagen naar evenredigheid van de mate waarin het gemeenschappelijk AAL-programma daadwerkelijk is uitgevoerd en het bedrag aan overheidsmiddelen dat door de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland werd toegewezen voor de tenuitvoerlegging van dit programma conform de voorwaarden van de overeenkomst die moet worden gesloten tussen de Gemeenschap en de specifieke uitvoeringsstructuur.

Indien het gemeenschappelijk AAL-programma niet wordt uitgevoerd of op ontoereikende wijze, slechts gedeeltelijk of laattijdig, dient de Gemeenschap haar financiële bijdrage te verlagen of te beëindigen naar evenredigheid van de mate waarin het gemeenschappelijk AAL-programma daadwerkelijk is uitgevoerd.

Motivering

De voorwaarden die aan de bijdrage van de Gemeenschap zijn verbonden, moeten duidelijk worden geformuleerd.

Amendement 18

Artikel 5, lid 1 bis (nieuw)

Indien de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland geen of een slechts gedeeltelijke bijdrage verlenen voor de financiering van het gemeenschappelijk AAL-programma of deze te laat verlenen, kan de Gemeenschap haar financiële bijdrage verlagen naar evenredigheid van het bedrag aan overheidsmiddelen dat daadwerkelijk door de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland werd toegewezen conform de voorwaarden van de overeenkomst die moet worden gesloten tussen de Commissie en de specifieke uitvoeringsstructuur.

Motivering

De voorwaarden die aan de bijdrage van de Gemeenschap zijn verbonden, moeten duidelijk worden geformuleerd.

Amendement 19

Artikel 8

De Commissie deelt alle relevante informatie mee aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer. De deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland worden verzocht haar via de uitvoeringsstrucuur alle aanvullende informatie te verstrekken die het Europees Parlement, de Raad of de Rekenkamer over het financiële beheer van de specifieke uitvoeringsstructuur wensen te ontvangen.

De Commissie deelt alle relevante informatie mee aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer. De deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland worden verzocht haar overeenkomstig de algemene rapporteringsvoorschriften als bepaald in artikel 12 via de uitvoeringsstrucuur alle aanvullende informatie te verstrekken die het Europees Parlement, de Raad of de Rekenkamer over het financiële beheer van de specifieke uitvoeringsstructuur wensen te ontvangen.

Amendement 20

Artikel 12, lid 1

1. Het jaarverslag van het zevende kaderprogramma dat overeenkomstig artikel 173 van het Verdrag aan het Europees Parlement en de Raad moet worden voorgelegd omvat een samenvatting van de activiteiten van het gemeenschappelijk AAL-programma.

1. Het jaarverslag van het zevende kaderprogramma dat overeenkomstig artikel 173 van het Verdrag aan het Europees Parlement en de Raad moet worden voorgelegd omvat een verslag van de activiteiten van het gemeenschappelijk AAL-programma.

Amendement 21

Artikel 12, lid 2

2. De Commissie stelt twee jaar na de start van het programma doch in geen geval later dan 2010 een tussentijds verslag op van het gemeenschappelijk AAL-programma. Dit verslag heeft betrekking op de kwaliteit en doelmatigheid van de tenuitvoerlegging, met inbegrip van de wetenschappelijke, beheers- en financiële integratie, van het gemeenschappelijk AAL-programma en de vooruitgang die is geboekt bij de doelstellingen, met inbegrip van aanbevelingen over de meest geschikte manier om verdere integratie te bevorderen. De Commissie zal de conclusies van dat verslag, vergezeld van opmerkingen en indien van toepassing, voorstellen voor de aanpassing van deze beschikking, meedelen aan het Europees Parlement en de Raad.

2. De Commissie stelt twee jaar na de start van het programma doch in geen geval later dan 2010 een tussentijds verslag op van het gemeenschappelijk AAL-programma. Indien zulks na de eerste tussentijdse herziening noodzakelijk wordt geacht, kunnen er verdere tussentijdse evaluaties worden verricht. Deze evaluaties hebben betrekking op de kwaliteit en doelmatigheid van de tenuitvoerlegging, met inbegrip van de wetenschappelijke, beheers- en financiële integratie, van het gemeenschappelijk AAL-programma en de vooruitgang die is geboekt bij de doelstellingen, met inbegrip van aanbevelingen over de meest geschikte manier om verdere integratie te bevorderen. Er dient rekening te worden gehouden met de ervaringen die zijn opgedaan met eerdere gemeenschappelijke programma's die in het kader van artikel 169 zijn uitgevoerd. De Commissie zal de conclusies van dat verslag, vergezeld van opmerkingen en indien van toepassing, voorstellen voor de aanpassing van deze beschikking, meedelen aan het Europees Parlement en de Raad.

Compromisamendement 22

Bijlage I, punt I, streepje 1

- de opkomst van innovatieve, op ICT gebaseerde producten, diensten en systemen voor gezond ouder worden bevorderen thuis, in de gemeenschap en op het werk en zo de levenskwaliteit, autonomie, deelname aan het sociale leven, vaardigheden en de inzetbaarheid van ouderen verbeteren en de kosten van gezondheidszorg en sociale bijstand omlaag brengen. Dit kan gebaseerd zijn op bijvoorbeeld een innovatief gebruik van ICT-technologie, nieuwe manieren van interactie met klanten of nieuwe soorten waardeketens voor diensten om zelfstandig te leven.

- de opkomst van innovatieve, op ICT gebaseerde producten, diensten en systemen voor gezond ouder worden bevorderen thuis, in de gemeenschap en op het werk en zo de levenskwaliteit, autonomie, deelname aan het sociale leven, vaardigheden en de inzetbaarheid van ouderen verbeteren en de kosten van gezondheidszorg en sociale bijstand omlaag brengen. Dit kan gebaseerd zijn op bijvoorbeeld een innovatief gebruik van ICT-technologie, nieuwe manieren van interactie met klanten of nieuwe soorten waardeketens voor diensten om zelfstandig te leven. De resultaten van het gemeenschappelijk AAL-programma kunnen ook worden benut door andere groepen mensen, met name mensen met handicaps.

Amendement 23

Bijlage I, punt I, streepje 3

- e voorwaarden verbeteren voor industriële exploitatie van onderzoeksresultaten door een samenhangend Europees kader te verschaffen voor het ontwikkelen van een gemeenschappelijke aanpak en door het lokaliseren en aanpassen van gemeenschappelijke oplossingen die verenigbaar zijn met de uiteenlopende sociale wensen en de regelgevingaspecten op nationaal en regionaal niveau in Europa te vergemakkelijken.

- de voorwaarden verbeteren voor industriële exploitatie van onderzoeksresultaten door een samenhangend Europees kader te verschaffen voor het ontwikkelen van een gemeenschappelijke aanpak en van gemeenschappelijke minimumnormen en door het lokaliseren en aanpassen van gemeenschappelijke oplossingen die verenigbaar zijn met de uiteenlopende sociale wensen en de regelgevingaspecten op nationaal en regionaal niveau in Europa te vergemakkelijken.

Amendement 24

Bijlage I, punt II, alinea 3 bis (nieuw)

 

Met zijn activiteiten draagt het gemeenschappelijk AAL-programma bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Lissabon-strategie en de totstandkoming van een kennismaatschappij, waarbij er wel voor gezorgd moet worden dat het gebruik van nieuwe technologie niet leidt tot sociale uitsluiting. In dit licht moet de ontwikkeling worden bevorderd van kosteneffectieve oplossingen die kunnen zorgen voor een eerlijke en eenvoudige toegang tot nuttige ICT-producten en -diensten in alle regio's van de Unie, ook in perifere en plattelandsgebieden.

Amendement 25

Bijlage I, punt II, alinea 3 ter (nieuw)

 

Indien mogelijk moeten de activiteiten in het kader van het AAL-programma voortbouwen op en synergieën hebben met regionale ontwikkelingen en maatregelen op dit gebied, bijvoorbeeld ontwikkelingen op het gebied van intelligente huizen of andere infrastructuur die nodig is om uit projecten voortgekomen ICT-oplossingen te testen.

Amendement 26

Bijlage I, punt II, alinea 3 quater (nieuw)

 

Het gemeenschappelijk AAL-programma moet ook rekening houden met demografische trends in de lidstaten om oplossingen te bieden die de sociaal-economische situatie in de Unie weerspiegelen.

Amendement 27

Bijlage I, punt III, alinea 1 bis (nieuw)

 

Bij de selectie van onderzoekthema's die in het jaarlijkse werkprogramma worden opgenomen moet rekening worden gehouden met criteria als de volgende:

- zij moeten een aanvulling zijn op relevante nationale en communautaire programma's en deze niet overlappen;

- er moet sprake zijn van innovatie en cofinanciering door de particuliere sector, met name KMO's, zodat marktklare of bijna marktklare producten of diensten worden ondersteund;

- de technologie en oplossingen die worden ontwikkeld moeten aansluiten bij de behoeften van ouderen, bijvoorbeeld bij hen thuis ("intelligente huizen") of op het werk;

- de te ontwikkelen diensten moeten oog hebben voor de privacy en waardigheid van de ouderen;

- technologie of diensten die zelfstandig leven ondersteunen moeten ook bijdragen tot meer sociale participatie door ouderen.

Amendement 28

Bijlage I, punt III, alinea 3

Projectvoorstellen worden centraal geëvalueerd en geselecteerd op basis van transparante en gemeenschappelijke subsidiabiliteits- en evaluatiecriteria zoals beschreven in het werkprogramma dat bindend is voor de deelnemende lidstaten en Israël, Noorwegen en Zwitserland, behalve voor een beperkt aantal duidelijk gedefinieerde gevallen die nader moeten worden gespecificeerd bij de tenuitvoerlegging van het programma.

Projectvoorstellen worden centraal geëvalueerd en geselecteerd op basis van transparante en gemeenschappelijke subsidiabiliteits- en evaluatiecriteria zoals beschreven in het werkprogramma dat bindend is voor de deelnemende lidstaten en Israël, Noorwegen en Zwitserland. De subsidiabiliteits-, evaluatie- en selectiecriteria worden samen met het werkprogramma bekendgemaakt.

Amendement 29

Bijlage I, punt II, alinea 3 bis (nieuw)

 

De aanvragers kunnen natrekken in hoeverre zij aan de vermelde wettelijke of administratiefrechtelijke financieringsvoorwaarden voldoen. Na het aflopen van de termijn voor het indienen van voorstellen wordt door de specifieke uitvoeringsstructuur een subsidiabiliteitscontrole uitgevoerd. Gemeenschappelijke subsidiabiliteitscriteria omvatten ten minste:

- tijdige, volledige en elektronische indiening van voorstellen, en

- inachtneming van eisen betreffende de samenstelling van consortia.

Amendement 30

Bijlage I, punt III, alinea 3 ter (nieuw)

Er wordt centraal een uniforme en gemeenschappelijke evaluatie opgemaakt door onafhankelijke, door de Commissie te benoemen deskundigen. Deze onafhankelijke deskundigen brengen aan de Commissie verslag uit over het evaluatie- en selectieproces.

Amendement 31

Bijlage I, punt III, alinea 8, streepje 2

- ervoor te zorgen dat de definitieve rangorde van de voorstellen die werd overeengekomen op basis van de evaluatie bindend is voor de partnerlanden, met uitzondering van nauwkeurig omschreven gevallen waarin bijvoorbeeld sprake is van juridische problemen of ontoereikende middelen;

- ervoor te zorgen dat de definitieve rangorde van de voorstellen die werd overeengekomen op basis van de evaluatie bindend is voor de partnerlanden;

Amendement 32

Bijlage I, punt IV, alinea 1 bis (nieuw)

 

Ten hoogste 6% van de financiële bijdrage van de Unie wordt besteed als bijdrage in de algemene beheerskosten van het gemeenschappelijk AAL-programma.

Amendement 33

Bijlage II, alinea 6

Een adviesorgaan samengesteld uit onder meer vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en andere belanghebbenden zal aanbevelingen opstellen voor prioriteiten en thema’s voor oproepen tot het indienen van voorstellen voor het gemeenschappelijk AAL-programma.

Een adviesorgaan samengesteld uit onder meer vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en andere belanghebbenden, zoals ouderen en - ter bevordering van de solidariteit en het begrip tussen de generaties - jongeren zal aanbevelingen opstellen voor prioriteiten en thema’s voor oproepen tot het indienen van voorstellen voor het gemeenschappelijk AAL-programma.


TOELICHTING

Het voorstel van de Commissie heeft betrekking op de bijdrage van de Gemeenschap in het gemeenschappelijk onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma "Ambient Assisted Living" (AAL), dat overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag door een aantal lidstaten is opgezet.

De algemene doelstelling van het programma bestaat erin de levenskwaliteit van ouderen te verbeteren en de industrie in Europa te versterken door gebruik te maken van ICT.

Het nieuwe programma heeft drie specifieke doelstellingen:

· Innoverende op ICT gebaseerde producten, diensten en systemen voor gezond ouder worden thuis, in de maatschappij en op het werk bevorderen.

· In Europa voldoende kritische massa creëren voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie op het gebied van technologieën en diensten voor gezond ouder worden in de informatiemaatschappij, waarbij ook een gunstig klimaat voor kleine en middelgrote bedrijven moet worden geschapen.

· De voorwaarden verbeteren voor industriële exploitatie door een samenhangend Europees kader tot stand te brengen om gemeenschappelijke concepten te ontwikkelen en het vinden van gemeenschappelijk oplossingen te vergemakkelijken.

Tot dusver hebben achttien Europese landen en Israël besloten hun onderzoeksinspanningen op het gebied van ICT-toepassingen om zelfstandig te leven te bundelen in een gemeenschappelijk AAL-programma voor toegepast onderzoek. Zij hebben overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijk onderzoekprogramma, waarbij deelnemers uit diverse landen worden uitgenodigd onder gebruikmaking van een gemeenschappelijke evaluatieprocedure mee te werken aan gezamenlijke projecten die worden gefinancierd uit nationale begrotingsmiddelen.

Waarom is er behoefte aan een gemeenschappelijk programma?

De vergrijzing van de bevolking is een serieus probleem voor de Europese samenleving en economie. De gemiddelde levensverwachting bedraagt momenteel 80 jaar en het aantal mensen in de leeftijdscategorie van 65 tot 80 jaar zal in de periode van 2010 tot 2030 toenemen met 40%.

ICT kan ouderen helpen de kwaliteit van hun leven te verbeteren, gezonder te blijven en langer op zichzelf te blijven wonen(1).

Met behulp van nieuwe innovatieve oplossingen zal beter de strijd kunnen worden aangebonden met leeftijdsgerelateerde problemen op het gebied van geheugen-, gezichts- en gehoorverlies en verlies van zelfstandigheid.

ICT stelt ouderen in staat actief te blijven op het werk of in hun gemeenschap. De ervaringen die zij hebben opgedaan en de vaardigheden die zij hebben verworven zijn bijzonder waardevol, met name in de kennismaatschappij.

Door de vergrijzing van de bevolking komt ook de betaalbaarheid van de gezondheidszorg en het welzijnswerk en de beschikbaarheid van personeel in deze sectoren onder druk te staan, zodat de manier waarop deze diensten momenteel worden aangeboden zal moeten worden aangepast om in de toekomst te kunnen voldoen aan de groeiende behoeften. De nieuwe informatie- en communicatietechnologieën maken het mogelijk de zorg en behandeling die mensen nodig hebben tegen lagere kosten in hun eigen woning aan te bieden.

De vergrijzing van de bevolking biedt ook nieuwe kansen voor de Europese economie. Ouderen beschikken over meer koopkracht, en aangezien de vergrijzing een mondiaal verschijnsel is, zou het leggen van een stevige grondslag voor op ICT gebaseerde oplossingen in Europa wellicht een springplank kunnen zijn voor exportmogelijkheden naar alle hoeken van de wereld

Indien de EU in deze sector op wereldniveau een leiderspositie wil veroveren, zal hiervoor een bedrijfsmodel en een prijsstructuur voor de consument moeten worden ontwikkeld. Om evenwel lagere prijzen te kunnen garanderen, zullen ook de ontwikkelings- en productiekosten moeten worden verlaagd. Teneinde op dit gebied in de EU een sterke markt tot stand te kunnen brengen, zullen wij moeten trachten gezamenlijk EU-brede normen te ontwikkelen en de interoperabiliteit van het systeem te waarborgen.

Het gemeenschappelijk AAL-programma

Het gemeenschappelijk programma omvat twee categorieën activiteiten:

· Activiteiten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie die voor gezamenlijke rekening worden uitgevoerd via grensoverschrijdende projecten waarbij ten minste drie partners uit verschillende deelnemende lidstaten zijn betrokken. Het betreft daarbij met name projecten op het gebied van marktgeoriënteerd onderzoek die een korte tot middellange looptijd hebben en waarvan kan worden aangetoond dat de projectresultaten binnen een realistisch termijn kunnen worden geëxploiteerd.

· Activiteiten op het gebied van bemiddeling, promotie van het programma en netwerken, die gericht zijn op het leggen van contacten met alle belanghebbenden in de waardeketen. Bij de belanghebbenden betreft het personen die belast zijn met de besluitvorming op overheidsniveau en in de particuliere sector, alsmede verzekeraars, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, kmo's en gebruikersorganisaties.

Het is de bedoeling dat elk land zorgt voor de financiering van zijn eigen nationale deelnemers wier projecten zijn geselecteerd. De nationale financiering zal worden beheerd door nationale agentschappen, die daarnaast ook zorg dragen voor het doorsluizen van gelden die afkomstig zijn van de specifieke uitvoeringsstructuur.

De bijdrage van de Gemeenschap vertegenwoordigt een vast percentage van de totale openbare middelen van de deelnemende nationale programma’s, doch mag in geen geval meer bedragen dan 50% van de totale openbare middelen van een deelnemer aan een geselecteerd project.

De totale financiële bijdrage van de Gemeenschap bedraagt maximaal 150 miljoen euro, die afkomstig zijn uit het budget voor het 7de kaderprogramma.

Commentaar

De rapporteur is van mening dat het Commissievoorstel diverse vragen doet rijzen met betrekking tot de inhoud, de activiteiten, de financiering, het lidmaatschap en de toegankelijkheid van het te verrichten onderzoek.

a) Inhoud van het onderzoek

Het voorstel bevat geen enkele indicatie omtrent de voornaamste onderzoeksterreinen die uit het programma zullen worden gefinancierd. Ook wordt niet precies aangegeven hoe de besluitvorming inzake het jaarlijkse werkprogramma zal worden geregeld, en is er wat dat betreft alleen sprake van "raadpleging van belanghebbenden". Het zou nuttig zijn indien nader werd aangegeven hoe de vaststelling van het ontwerpprogramma precies in zijn werk gaat.

Het gezamenlijk uitvoeren van nationale programma's zou normaliter het bestaan impliceren van nationale programma's op verschillende onderzoeksterreinen. Er wordt geen gewag gemaakt van de voornaamste gemeenschappelijke terreinen waarover deze programma's zich uitstrekken, noch is er sprake van de wijze waarop de respectieve nationale concepten zouden kunnen worden ingepast in een coherent programma dat zich richt op de verwezenlijking van de aangegeven doelstellingen.

De rapporteur ziet het als problematisch dat er in het werkprogramma onvoldoende aandacht wordt besteed aan aspecten zoals:

De acceptatie van technologieën door ouderen; de behoeften van de gebruikers; de toegankelijkheid (vooral in plattelandsgebieden), de betaalbaarheid voor zowel gebruikers als organisaties voor gezondheidszorg en de praktische barrières die het gebruik van reeds bestaande technologieën in de weg staan.

b) Activiteiten

Het gemeenschappelijk programma omvat twee categorieën activiteiten: activiteiten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie en bemiddeling, promotie van het programma en netwerken. Geen van deze activiteiten lijkt evenwel te beantwoorden aan een van de voornaamste programmadoelstellingen, namelijk het verschaffen van "een samenhangend Europees kader voor het ontwikkelen van een gemeenschappelijke aanpak en het lokaliseren en aanpassen van gemeenschappelijke oplossingen ...". Het is duidelijk dat hierin de voornaamste toegevoegde waarde van het gemeenschappelijk programma gelegen is, en niettemin lijken noch de onderzoeks-, noch de bemiddelingsactiviteiten zich hierop te concentreren, of wordt daartussen althans geen duidelijk verband gelegd.

Ook vraagt de rapporteur zich af hoe de onpartijdigheid/onafhankelijkheid bij de keuze van projecten wordt gewaarborgd, en hoe kan worden gegarandeerd dat de financiële middelen daadwerkelijk worden gebruikt voor baanbrekende innovatieve projecten op dit gebied en dat ze niet alleen maar worden besteed aan seminars en brochures.

c) Financiering

De Commissie moet duidelijk aangeven hoe kan worden voorkomen dat er een scheefgroei zou ontstaan tussen de middelen die uit nationale begrotingen ter beschikking worden gesteld en de voor die landen geselecteerde voorstellen.

Daarnaast moet ook nader worden aangegeven hoe de algehele programmafinanciering moet worden geregeld wanneer de lidstaten geen jaarlijkse financieringsverplichtingen willen aangaan. Er wordt niet vermeld of er voor de lidstaten en het bedrijfsleven een minimale contributieverplichting geldt.

d) Lidmaatschap

Aangezien de EU een vast bedrag financiert, lijkt er voor de initieel aan het AAL-programma deelnemende lidstaten geen stimulans voorhanden te zijn om deelname van nieuwe leden aan te moedigen.

e) Structuur

Het voorstel voorziet in een complexe structuur waarbij een vereniging ("association") wordt opgericht met een raad van bestuur, een adviesorgaan en administratief personeel. Deze uitvoeringsstructuur kan financiële middelen in ontvangst nemen, oproepen tot het indienen van voorstellen doen uitgaan, budgetevaluaties uitvoeren en financiële middelen toewijzen. Een en ander laat de vraag onbeantwoord of de structuur van de AAL-Association niet voor vereenvoudiging in aanmerking komt, of zij niet met minder lagen zou toekomen en of haar werkzaamheden niet rechtstreeks aan de Commissie - in plaats van aan een afzonderlijke organisatie - zouden kunnen worden toevertrouwd.

Ook vraagt de rapporteur zich bezorgd af of de zichtbaarheid van de EU als belangrijke donor in deze structuur wel goed tot haar recht komt.

Ten slotte is de rapporteur van mening dat in het voorstel zou moeten worden aangetoond waarom er geen alternatieven voor artikel 169 voorhanden zijn, aangezien de implementatie van dit artikel in het verleden problemen heeft opgeleverd (zoals een gebrekkig beheer of lidstaten die hun financiële verplichtingen niet zijn nagekomen).

f) Toegankelijkheid

Alle lidstaten zouden in termen van producten en diensten op de markt gelijke toegang tot de technologieën moeten krijgen, zodat er in Europa geen digitale klassenmaatschappij ontstaat en de digitale kloof niet nog breder wordt.

Ook mag er geen geografische kloof ontstaan in die zin dat ouderen in plattelands- of perifere gebieden niet op dezelfde wijze als ouderen in verstedelijkte gebieden toegang tot de technologieën zouden krijgen.

Met betrekking tot de toegang tot producten en diensten wordt er in het verslag van uitgegaan dat het bewuste bevolkingssegment over een hoge koopkracht beschikt, terwijl ouderen in de praktijk juist heel kostenbewust zijn en velen onder hen alleen van hun pensioen moeten zien rond te komen. Daarom is het van essentieel belang dat de kosten betaalbaar blijven en dat de producten toegankelijk zijn voor iedereen die ze nodig heeft.

Er zijn aanwijzingen dat ouderen en gehandicapten een groter risico lopen om digitaal gemarginaliseerd te raken, en daarom moet er meer worden gedaan om sociale uitsluiting van ouderen op het werk, in hun gemeenschap en thuis te voorkomen. Bovendien is proefondervindelijk aangetoond dat ouderen minder geneigd zijn om nieuwe technologieën te gebruiken of uit te proberen; daarom is het van belang dat de te ontwikkelen producten gemakkelijk zijn in het gebruik en dat er veel onderzoek wordt gedaan naar manieren om ze gebruiksvriendelijker te maken. Een en ander zou moeten betekenen dat de doelgroep bij het ontwerp en de conceptie van die producten moet worden betrokken.

Ten slotte moet een onderscheid worden gemaakt tussen de behoeften van de verschillende leeftijdsgroepen. Gebleken is namelijk dat ouderen in de leeftijdsgroep van 65-75 jaar andere behoeften hebben dan die in de leeftijdsgroep van 75-85 jaar of degenen die ouder zijn dan 85. In termen van technologieën die zich richten op de verschillende categorieën gehandicapten blijkt dat deze zeer specifieke behoeften hebben, maar dat de ontwikkeling van producten die voldoen aan dergelijke gespecialiseerde eisen zeer kostbaar kan zijn en dat het marktsegment bovendien relatief klein is.

Andere effecten

In sommige gevallen kan de maatschappelijke toepassing van ICT-technologieën om gezond ouder worden te bevorderen ook de behoefte aan personeel in de gezondheidszorg (fysiotherapeuten, verpleegsters, artsen) doen afnemen, maar dat neemt niet weg dat er een oplossing moet worden gevonden voor de risico's die verbonden zijn aan het niet voorhanden hebben van medische deskundigen wanneer patiënten rehabilitatie- of gezondheidscontrole-oefeningen moeten uitvoeren.

Andere punten van zorg voor de rapporteur betreffen: vereenvoudiging van de toegang voor kleine en middelgrote bedrijven; het werkgelegenheidseffect in de gezondheidssector wanneer oudere consumenten onafhankelijker worden, en de praktische technische en regulatieve belemmeringen die een breder gebruik van ICT op dit terrein in de weg staan.

Conclusies

Het voorstel moet nader worden gedefinieerd in termen van researchtechnische inhoud en waar het de procedure voor de formulering van het ontwerpprogramma betreft. Tevens moet nader worden aangegeven hoe de tendensen in termen van OTO zich in de lidstaten ontwikkelen, waar er gemeenschappelijke onderzoeksterreinen liggen, waar er zich lacunes voordoen en of er eventueel nog andere thema's zijn waar Europa een toegevoegde waarde zou kunnen leveren.

Ook laat het voorstel onvoldoende zien hoe de voorgestelde activiteiten zullen bijdragen aan de ontwikkeling van een gemeenschappelijk Europees model voor de interne markt waaraan bij de bedrijfssectoren die aan het programma deelnemen juist behoefte bestaat.

Ten slotte is het van wezenlijk belang dat de EU een coherente visie ontwikkelt op de vraag hoe de vergrijzingsproblematiek in Europa doorwerkt in de demografische tendensen die van invloed zijn op een aantal daaraan gerelateerde beleidsterreinen zoals: werkgelegenheid, huisvesting, onderwijs en opleiding, sociale dienstverlening en volksgezondheid.

(1)

45% van de mensen van 75 jaar of ouder zijn in zekere mate gehandicapt in hun algemene dagelijkse levensverrichtingen.


ADVIES van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (18.12.2007)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

inzake het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad over ver de deelneming van de Gemeenschap aan een onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma dat de levenskwaliteit van ouderen beoogt te verbeteren door middel van het gebruik van nieuwe informatie en communicatietechnologieën (ICT), dat door verschillende lidstaten is opgezet

(COM(2007)0329 – C6‑0178/2007 – 2007/0116(COD))

Rapporteur voor advies: Lidia Joanna Geringer de Oedenberg

AMENDEMENTEN

De Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Door de Commissie voorgestelde tekst  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 6

(6) Voortbouwend op actief ouder worden als kernelement in de hernieuwde werkgelegenheidsrichtsnoeren, richt de EU-aanpak tot ouder worden zich op het mobiliseren van het volledig potentieel van mensen van alle leeftijden en wordt de noodzaak onderstreept om in plaats van gefragmenteerde strategieën over te stappen op allesomvattende strategieën voor het ouder worden op basis van een levensloopbeleid.

(6) Voortbouwend op actief ouder worden als kernelement in de hernieuwde werkgelegenheidsrichtsnoeren, en rekening houdend met het feit dat systemen en producten op basis van informatie- en communicatietechnologieën ervoor zorgen dat personen die ouderen verzorgen, voor het merendeel vrouwen, zich niet meer van de arbeidsmarkt hoeven terug te trekken, richt de EU-aanpak tot ouder worden zich op het mobiliseren van het volledig potentieel van mensen van alle leeftijden, met waarborging van gelijke kansen voor vrouwen en mannen, en wordt de noodzaak onderstreept om in plaats van gefragmenteerde strategieën over te stappen op allesomvattende strategieën voor het ouder worden op basis van een levensloopbeleid.

Motivering

Het is belangrijk om het idee toe te voegen dat informatie- en communicatietechnologieën ten goede kunnen komen aan de werkgelegenheid, niet alleen door het actieve leven van ouderen te verlengen, maar ook door ervoor te zorgen dat personen die ouderen verzorgen, over het algemeen vrouwen, zich niet meer uit het arbeidsleven hoeven terug te trekken.

Amendement 2

Overweging 6 bis (nieuw)

 

(6 bis) De snelle ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologieën (ICT) en e-dienstverlening vergroot de kans op uitsluiting van de toegang tot informatie; verbetering van digitale geletterdheid, met name voor vrouwen op alle niveaus, is daarom een voorwaarde voor integratie in en deelname aan de informatiemaatschappíj.

Motivering

In onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's moet aandacht worden besteed aan digitale geletterdheid, met name waar het gaat om uitsluiting tot de toegang van informatie voor vrouwen.

Amendement 3

Overweging 9

(9) Het gemeenschappelijk AAL-programma wil het probleem van de vergrijzing aanpakken door het juridisch en organisatorisch kader te verschaffen dat nodig is voor grootschalige Europese samenwerking tussen lidstaten wat betreft toegepast onderzoek en innovatie op het gebied van informatie en communicatietechnologieën (ICT) voor gezond ouder worden in een vergrijzende samenleving. België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal en Spanje (hierna "de deelnemende lidstaten" genoemd) en Israël, Noorwegen en Zwitserland zijn overeengekomen activiteiten die erop gericht zijn een bijdrage te leveren aan het gemeenschappelijk AAL-programma gezamenlijk te coördineren en uit te voeren. De totale waarde van hun deelneming wordt geschat op minimaal 150 miljoen euro voor de looptijd van het zevende kaderprogramma.

(9) Het gemeenschappelijk AAL-programma wil het probleem van de vergrijzing aanpakken door het juridisch en organisatorisch kader te verschaffen dat nodig is voor grootschalige Europese samenwerking tussen lidstaten wat betreft toegepast onderzoek en innovatie op het gebied van informatie en communicatietechnologieën (ICT) voor gezond ouder worden in een vergrijzende samenleving, waarin het percentage vrouwen hoger is dan mannen, tengevolge van de langere levensverwachting van vrouwen. België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal en Spanje (hierna "de deelnemende lidstaten" genoemd) en Israël, Noorwegen en Zwitserland zijn overeengekomen activiteiten die erop gericht zijn een bijdrage te leveren aan het gemeenschappelijk AAL-programma gezamenlijk te coördineren en uit te voeren. De totale waarde van hun deelneming wordt geschat op minimaal 150 miljoen euro voor de looptijd van het zevende kaderprogramma.

Amendement 4

Overweging 21 bis (nieuw)

 

(21 bis) Onder het zevende kaderprogramma moet de rol van vrouwen in wetenschap en onderzoek door middel van adequate maatregelen actief worden bevorderd om te stimuleren dat meer vrouwen een rol gaan spelen op dit gebied en hun actieve rol in onderzoek wordt vergroot.

Amendement 5

Artikel 2, letter c)

(c) een passend en doelmatig governancemodel wordt opgezet voor het gemeenschappelijk AAL-programma in overeenstemming met de richtsnoeren van bijlage II bij deze beschikking;

(c) een passend en doelmatig governancemodel dat rekening houdt met gendervraagstukken wordt opgezet voor het gemeenschappelijk AAL-programma in overeenstemming met de richtsnoeren van bijlage II bij deze beschikking;

Amendement 6

Artikel 2, letter g)

(g) wordt gezorgd voor een hoog niveau van wetenschappelijke excellentie en de ethische beginselen in acht worden genomen overeenkomstig de algemene beginselen van het zevende kaderprogramma; en

(g) wordt gezorgd voor een hoog niveau van wetenschappelijke excellentie en de ethische beginselen in acht worden genomen, met inbegrip van de integratie van de genderdimensie in alle onderzoeksterreinen, overeenkomstig de algemene beginselen van het zevende kaderprogramma en

Amendement 7

Artikel 3

Voor het verlenen van financiële steun door de specifieke uitvoeringsstructuur aan derden bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma, en met name de financiële steun die wordt verleend aan deelnemers aan projecten die geselecteerd zijn naar aanleiding van oproepen tot het indienen van voorstellen voor het toekennen van subsidies gelden de beginselen van gelijke behandeling en transparantie. De financiële steun aan derden wordt verleend op basis van wetenschappelijk excellentie en in overeenstemming met de in bijlage I bij deze beschikking vermelde beginselen en procedures.

Voor het verlenen van financiële steun door de specifieke uitvoeringsstructuur aan derden bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma, en met name de financiële steun die wordt verleend aan deelnemers aan projecten die geselecteerd zijn naar aanleiding van oproepen tot het indienen van voorstellen voor het toekennen van subsidies gelden de beginselen van gelijke behandeling, gendermainstreaming en transparantie. De financiële steun aan derden wordt verleend op basis van wetenschappelijk excellentie en in overeenstemming met de in bijlage I bij deze beschikking vermelde beginselen en procedures.

Amendement 8

Artikel 12, lid 2

2. De Commissie stelt twee jaar na de start van het programma doch in geen geval later dan 2010 een tussentijds verslag op van het gemeenschappelijk AAL-programma. Dit verslag heeft betrekking op de kwaliteit en doelmatigheid van de tenuitvoerlegging, met inbegrip van de wetenschappelijke, beheers- en financiële integratie, van het gemeenschappelijk AAL-programma en de vooruitgang die is geboekt bij de doelstellingen, met inbegrip van aanbevelingen over de meest geschikte manier om verdere integratie te bevorderen. De Commissie zal de conclusies van dat verslag, vergezeld van opmerkingen en indien van toepassing, voorstellen voor de aanpassing van deze beschikking, meedelen aan het Europees Parlement en de Raad.

2. De Commissie stelt twee jaar na de start van het programma doch in geen geval later dan 2010 een tussentijds verslag op van het gemeenschappelijk AAL-programma. Dit verslag heeft betrekking op de kwaliteit en doelmatigheid van de tenuitvoerlegging, met inbegrip van de wetenschappelijke, beheers- en financiële integratie, alsmede een gender-effectevaluatie van het gemeenschappelijk AAL-programma en de vooruitgang die is geboekt bij de doelstellingen, met inbegrip van aanbevelingen over de meest geschikte manier om verdere integratie te bevorderen. De Commissie zal de conclusies van dat verslag, vergezeld van opmerkingen en indien van toepassing, voorstellen voor de aanpassing van deze beschikking, meedelen aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement 9

Bijlage I, I. Specifieke doelstellingen, alinea 1, streepje 1

- de opkomst van innovatieve, op ICT gebaseerde producten, diensten en systemen voor gezond ouder worden bevorderen thuis, in de gemeenschap en op het werk en zo de levenskwaliteit, autonomie, deelname aan het sociale leven, vaardigheden en de inzetbaarheid van ouderen verbeteren en de kosten van gezondheidszorg en sociale bijstand omlaag brengen. Dit kan gebaseerd zijn op bijvoorbeeld een innovatief gebruik van ICT-technologie, nieuwe manieren van interactie met klanten of nieuwe soorten waardeketens voor diensten om zelfstandig te leven.

- de opkomst van innovatieve, op ICT gebaseerde producten, diensten en systemen voor gezond ouder worden bevorderen thuis, in de gemeenschap en op het werk en zo de levenskwaliteit, autonomie, deelname aan het sociale en economische leven, vaardigheden en de inzetbaarheid van ouderen verbeteren en de economische levensvatbaarheid van gezondheidszorg en sociale bijstand te waarborgen en daarbij het aanbod daarvan in het dagelijks leven uit te breiden. Dit kan gebaseerd zijn op bijvoorbeeld een innovatief gebruik van ICT-technologie, nieuwe manieren van interactie met klanten of nieuwe soorten waardeketens voor diensten om zelfstandig te leven.

Amendement 10

Bijlage I, V Verwachte resultaten van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma, alinea 1

De specifieke uitvoeringsstructuur legt een jaarverslag voor waarin een uitvoerig overzicht wordt gegeven van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma (aantal projecten dat werd ingediend en geselecteerd voor financiering, gebruik van de communautaire middelen, verdeling van de nationale middelen, type deelnemers, nationale statistische gegevens, door de bemiddelingsorganisaties uitgevoerde evenementen, activiteiten voor de verspreiding, enz.) en de vooruitgang die is geboekt met het oog op verdere integratie.

De specifieke uitvoeringsstructuur legt een jaarverslag voor waarin een uitvoerig overzicht wordt gegeven van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma (aantal projecten dat werd ingediend en geselecteerd voor financiering, rekening houdend met gelijke kansen voor mannen en vrouwen, gebruik van de communautaire middelen, verdeling van de nationale middelen, type deelnemers, nationale statistische gegevens, door de bemiddelingsorganisaties uitgevoerde evenementen, activiteiten voor de verspreiding, enz.) en de vooruitgang die is geboekt met het oog op verdere integratie.

PROCEDURE

Titel

Verbetering van de kwaliteit van het bestaan van ouderen

Document- en procedurenummers

COM(2007)0329 - C6-0178/2007 - 2007/0116(COD)

Commissie ten principale

ITRE

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

FEMM

21.6.2007

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Lidia Joanna Geringer de Oedenberg

12.7.2007

 

 

Behandeling in de commissie

20.11.2007

17.12.2007

 

 

Datum goedkeuring

17.12.2007

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

25

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Edit Bauer, Emine Bozkurt, Hiltrud Breyer, Edite Estrela, Věra Flasarová, Claire Gibault, Zita Gurmai, Esther Herranz García, Piia-Noora Kauppi, Pia Elda Locatelli, Doris Pack, Marie Panayotopoulos-Cassiotou, Zita Pleštinská, Christa Prets, Karin Resetarits, Eva-Britt Svensson, Anne Van Lancker, Anna Záborská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Gabriela Creţu, Iratxe García Pérez, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Donata Gottardi, Anna Hedh, Kartika Tamara Liotard, Marusya Ivanova Lyubcheva, Maria Petre


PROCEDURE

Titel

 

Document- en procedurenummers

COM(2007)0329 – C6-0178/2007 – 2007/0116(COD)

Datum indiening bij EP

14.6.2007

Commissie ten principale

  Datum bekendmaking

ITRE

21.6.2007

Medeadviserende commissie(s)

  Datum bekendmaking

BUDG

21.6.2007

EMPL

21.6.2007

CULT

21.6.2007

FEMM

21.6.2007

 

Geen advies

  Datum besluit

BUDG

24.10.2007

EMPL

27.6.2007

CULT

25.6.2007

 

 

Rapporteur(s)

  Datum benoeming

Neena Gill

26.6.2007

 

Behandeling in de commissie

5.11.2007

 

 

 

 

Datum goedkeuring

24.1.2008

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

45

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Šarūnas Birutis, Jan Březina, Renato Brunetta, Philippe Busquin, Jerzy Buzek, Dragoş Florin David, Pilar del Castillo Vera, Den Dover, Adam Gierek, Norbert Glante, Fiona Hall, David Hammerstein, Rebecca Harms, Erna Hennicot-Schoepges, Mary Honeyball, Romana Jordan Cizelj, Werner Langen, Anne Laperrouze, Pia Elda Locatelli, Eugenijus Maldeikis, Eluned Morgan, Angelika Niebler, Reino Paasilinna, Atanas Paparizov, Francisca Pleguezuelos Aguilar, Anni Podimata, Miloslav Ransdorf, Vladimír Remek, Herbert Reul, Teresa Riera Madurell, Mechtild Rothe, Paul Rübig, Andres Tarand, Britta Thomsen, Catherine Trautmann, Nikolaos Vakalis, Alejo Vidal-Quadras, Dominique Vlasto

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Neena Gill, Vittorio Prodi, John Purvis, Esko Seppänen, Vladimir Urutchev, Lambert van Nistelrooij

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid  2)

Pierre Pribetich

Juridische mededeling - Privacybeleid