VERSLAG over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering

    13.3.2008 - (2007/2211(INI))

    Commissie cultuur en onderwijs
    Rapporteur: Vasco Graça Moura

    Procedure : 2007/2211(INI)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0075/2008
    Ingediende teksten :
    A6-0075/2008
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering (2007/2211(INI))

    Het Europees Parlement,

    –   gelet op artikel 151 van het EG-Verdrag,

    –   gelet op Besluit nr. 1855/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van het programma Cultuur (2007-2013)[1],

    –   gezien het verdrag van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, wetenschap en cultuur (Unesco) van 20 oktober 2005 inzake de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen,

    –   gelet op het Besluit van de Raad van 18 mei 2006 inzake de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het UNESCO-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen[2],

    –   gezien de conclusies van de Raad Onderwijs, Jeugdzaken en Cultuur van 24 en 25 mei 2007 evenals document nr. 9021/2007 van de Raad,

    –   gezien de mededeling van de Commissie betreffende Europa in de wereld – praktische voorstellen om de samenhang, het effect en de zichtbaarheid van het EU-optreden te vergroten (COM(2006)0278),

    –   gezien de mededeling van de Commissie van 10 mei 2007 over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering (COM(2007)0242) evenals het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie (SEC(2007)0570),

    –   gezien de resolutie van de Raad van 15 november 2007 over voornoemde mededeling van de Commissie over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering (document 14485/07),

    –   onder verwijzing naar zijn resolutie van 5 september 2001 over de culturele samenwerking in de Europese Unie[3],

    –   onder verwijzing naar zijn resolutie van 4 september 2003 over de cultuurindustrie[4],

    –   onder verwijzing naar zijn resolutie van 13 maart 2007 over het collectieve grensoverschrijdende beheer van auteursrechten en naburige rechten ten behoeve van rechtmatige online muziekdiensten[5],

    –   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs en de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie internationale handel en de Commissie regionale ontwikkeling (A6-0075/2008),

    A.  overwegende dat, ongeacht het feit dat er een grootst mogelijke en zeer wenselijke openheid moet bestaan ten aanzien van andere culturen, de Europese Unie de bijzondere plicht heeft te waken over de culturele rijkdom van Europa en dat het Europees cultureel erfgoed dient te worden behouden, gepromoot en gedeeld, zowel binnen als buiten de Europese Unie, in alle vormen en met behulp van alle mogelijke middelen,

    B.   overwegende dat kunst en cultuur ertoe kunnen dienen een sterkere expressie en een groter zelfbewustzijn in de persoonlijke en sociale ontwikkeling te bereiken en individuen en gemeenschappen in staat stellen zich met hun erfgoed en hun verleden bezig te houden en zich een voorstelling te vormen van hun individuele en collectieve toekomst,

    C.  overwegende dat kunst en cultuur de aanzet geven tot nieuwe vormen van dialoog, ruimten voor wederzijds cultureel begrip doen ontstaan en individuen en groepen in staat stellen een exclusieve definitie van de eigen identiteit te transcenderen,

    D.  overwegende dat kunst en cultuur een ruimte voor uitwisseling, debat en creativiteit en het creëren van ideeën vormen die tot engagement en participatie van burgers aanmoedigt,

    E.   overwegende dat het Europees cultureel erfgoed, dat deel uitmaakt van de diversiteit van culturele uitingen en de samensmelting van de belangrijkste gemeenschappelijke waarden waarop de Europese samenleving berust, zoals de Griekse en Romeinse oudheid en de joods-christelijke traditie, ervoor heeft gezorgd dat Europa in de geschiedenis voorop loopt vergeleken met de andere continenten, een ongeëvenaarde motor is gebleken voor innovatie, ontwikkeling en vooruitgang, zich in alle richtingen heeft verspreid en vandaag de dag nog steeds verwijst naar humanisme, geestelijke verrijking en bezieling, democratie, tolerantie en burgerschap,

    F.   overwegende dat, in een steeds verder globaliserende wereld, de Europese culturele rijkdom als een kern met specifieke en opvallende eigenschappen is die samen een echte Europese meerwaarde vormen, en waarvan de identiteit essentieel is voor Europa en de Europese Unie, teneinde de wereld te begrijpen, de samenhang te waarborgen, de onderscheidende kenmerken te benadrukken en zich bij andere volkeren te doen gelden,

    G.  overwegende dat flexibiliteit en mobiliteit inherent zijn aan de beroepspraktijk van kunstenaars,

    H.  overwegende dat artistieke producties Europese en niet-Europese kunstenaars bijeenbrengen en overwegende dat de mobiliteit van kunstenaars wordt belemmerd door het nationale beleid, op grond waarvan personen die binnen de EU reizen, een visum moeten hebben,

    I.    overwegende dat de karakteristieke uitingen van de historische presentatie van het Europees cultureel erfgoed op andere continenten aanleiding moet zijn om voorrang te geven aan acties waarmee de factoren op de voorgrond worden geplaatst die bijdragen aan de opbouw van de beschaving, het wederzijds begrip en de constructieve benadering tussen de volkeren die deze continenten vertegenwoordigen,

    J.    overwegende dat de lokale en regionale overheden een bijzonder belangrijke rol bij de culturele ontwikkeling en instandhouding spelen, met name door de bescherming van het cultureel erfgoed en de bevordering van artistieke innovatie op lokaal en regionaal niveau, een factor die naar behoren in aanmerking dient te worden genomen bij de reorganisatie van de Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering,

    K.  overwegende dat niet-Europese immigranten, toeristen en andere bezoekers het cultureel erfgoed van Europa, dat in de lidstaten een bevoorrechte status geniet, moeten respecteren,

    L.   overwegende, enerzijds, dat Europese ontwerpers, kunstenaars en de culturele sector een beslissende rol in de totstandkoming van een Europese culturele identiteit, gemeenschappelijke waarden en de voortdurende ontwikkeling van het Europees burgerschap spelen, dat zowel de natiestaat overstijgt als de culturele verscheidenheid op Europees, nationaal, regionaal vlak en in taalkundig opzicht erkent,

    M.  overwegende, anderzijds, dat Europese ontwerpers, kunstenaars en de culturele sector ook reële invloed op de economische ontvangsten en welvaartsbronnen en de werkgelegenheid in de Europese Unie hebben,

    N.  overwegende dat de technische vooruitgang betekent dat er hoe langer hoe meer cultuurproducten in digitale vorm tot stand komen, verspreid en geconsumeerd worden, en dat het beleid met die ontwikkeling rekening moet houden,

    O.  overwegende dat de Europese cultuursector zich ten opzichte van de handelsregels in een beschermde ruimte beweegt en daarmee aan het Europees aanvoelen beantwoordt, dat cultuurproducten en -diensten van andere goederen en diensten verschillen en dat er speciale regels voor gelden,

    P.   overwegende dat de belangrijkste musea en culturele instellingen van de EU hoe langer hoe meer tot economisch betekenisvolle uitwisselingen met gelijkaardige instellingen in andere delen van de wereld overgaan, die een aanzienlijk inkomen naast en boven de inkomsten uit het toerisme genereren,

    Q.  overwegende dat het historisch, cultureel en archeologisch erfgoed van de lidstaten zo ruim mogelijke bescherming tegen het gevaar van illegale uitvoer en onwettige handel in het algemeen verdient, zoals ze geboden wordt door de overeenkomst van 14 november 1970 over maatregelen om onrechtmatige in- en uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen te verbieden en te verhinderen, en andere internationale rechtsmiddelen,

    R.   overwegende dat de EU zich solidair met de bescherming van het cultureel erfgoed van derde landen moet tonen, vooral die met de zwakste cultuursector, en onwettige invoer van cultuurgoederen die in hun land van oorsprong beschermd zijn, actief moet verhinderen,

    S.   overwegende dat de handelsbalans van de EU voor cultuurgoederen en -diensten een negatief saldo vertoont,

    T.   overwegende dat de economische globalisering en de opbouw van een cultuursector van wereldwijde omvang een bedreiging voor de verscheidenheid in taal en cultuur betekenen, die op zich belangrijke waarden vertegenwoordigen, zodat het van belang is om een gemeenschappelijke Europese benadering tegenover die bedreigingen te vinden,

    U.  overwegende dat de toeristische industrie en aanverwante diensten één van de punten zijn waar internationale handel en cultuur samenkomen, en in de betrekkingen tussen de EU en derde landen het beste middel kunnen vormen om de Europese culturele aantrekkingspunten beter in het licht te stellen, tegelijk de handel te bevorderen en daarmee de duurzaamheid uit sociaal, cultureel en milieutechnisch oogpunt te verzekeren,

    V.  overwegende dat er nauwelijks betrouwbare en bruikbare statistieken over de internationale handel in cultuurgoederen en -diensten voorhanden zijn,

    W. overwegende dat de digitale technologieën als een echt nieuwe kans voor wereldwijde verspreiding van cultuurgoederen en -diensten op te vatten zijn, die het wederzijds begrip tussen de culturen onderling kunnen bevorderen op voorwaarde van eerlijke en vrije beschikbaarheid en eerbied voor de verscheidenheid van taal en cultuur,

    X.  overwegende dat de nieuwe mediatechnieken, o.a. internetportalen met vrije programmatuur en hun verdere ontwikkelingen, alsmaar toenemende inhoud aan het opbouwen zijn om competitief te blijven,

    Y.  overwegende dat dergelijke ontwikkelingen ongekende uitdagingen vormen, die nieuwe denkwijzen voor toezicht en regelgeving in kwesties als bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, roofkopieën en ongeoorloofde digitalisering vergen, met inachtneming van een gezond evenwicht tussen goede beschikbaarheid van cultuurgoederen en -diensten, en nieuwe vormen van artistieke en intellectuele creativiteit,

    Z.   overwegende dat namaak en piraterij van cultuurgoed tot verlies van arbeidsplaatsen in de Europese Unie leiden en de competitiviteit van de culturele sector en de kwaliteit van haar producten aantasten, waar vooral lidstaten van te lijden hebben die hun voornaamste inkomen uit de productie van cultuurgoederen en hun gebruik voor economische doeleinden halen,

    AA. overwegende dat het uiteindelijk de Commissie is die bevoegd is om de intellectuele-eigendomsrechten van het Europees bedrijfsleven op alle internationale forums en tegenover handelspartners te beschermen die in dat opzicht over geen goede wetgeving beschikken,

    AB. overwegende dat de cultuur nadrukkelijk onder de Europese vrijhandelsovereenkomsten en andere handelsinstrumenten valt,

    AC. overwegende dat cultuur en taal een drijvende kracht vormen achter regionale ontwikkeling en een belangrijk hulpmiddel om inkomende investeringen aan te trekken, vooral in onderontwikkelde regio's met weinig natuurlijke rijkdommen of toeristische attracties, en overwegende dat kunstenaars en culturele instellingen een bepalende rol spelen in het Europese integratieproces en bij het ontwikkelen van de identiteit van regio’s en het vergroten van hun aantrekkelijkheid,

    AD. overwegende dat de cultuursector zowel voor banen als voor economische groei zorgt en dat cultuur daarom van bijzonder belang is voor de ontwikkeling van steden (vooral kleine en middelgrote steden) en plattelandsgebieden, en overwegende dat in de maatschappelijke sfeer culturele identiteit een belangrijke factor is voor de totstandkoming van integratie en grotere sociale samenhang in regio’s en plaatselijke gemeenschappen,

    AE. overwegende dat uit hoofde van het cohesie- en plattelandsontwikkelingsbeleid steun kan worden verleend aan het herstel van het culturele erfgoed en de bevordering van kunstambachten met als doel de aantrekkelijkheid van regio’s te vergroten,

    AF. overwegende dat kleine en middelgrote ondernemingen en privé-vermogens een steeds belangrijker rol zouden moeten spelen binnen de culturele sector en zouden moeten worden betrokken bij de uitvoering van projecten en maatregelen in deze sector, met name via publiek-private partnerschappen (PPP’s),

    1.   is verheugd over de mededeling van de Commissie over een Europese agenda voor cultuur en hecht goedkeuring aan de hierin geformuleerde doelstellingen; herinnert eraan dat het Parlement herhaaldelijk heeft benadrukt dat cultuur een essentiële en structurerende rol speelt in de tenuitvoerlegging van de strategie van Lissabon en in de vaststelling van een nieuwe pijler van mondiale governance en duurzame ontwikkeling;

    2.   is eveneens verheugd over het feit dat voornoemde mededeling van de Commissie in het licht van de mondialisering gunstig is onthaald door de Raad, zoals blijkt uit de resolutie van de Raad van 15 november 2007;

    3.   onderstreept dat de lokale, regionale en nationale overheden een centrale rol spelen bij de ontwikkeling en bevordering van cultuur, met name wat betreft de bescherming van het cultureel erfgoed, evenals bij de stimulering van artistieke innovatie en creatieve industrieën;

    4.   is verheugd over het feit dat de Commissie zich bezighoudt met de mobiliteit van kunstenaars en beroepsbeoefenaren in de cultuursector ;

    5.   wijst op de noodzaak om de carrière en mobiliteit van jonge Europese kunstenaars te bevorderen;

    6.   betreurt dat bij de opstelling van een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering geen aandacht is besteed aan de rol van het grote aantal partnerschappen tussen steden, lokale autoriteiten en regio’s;

    7.   benadrukt dat de cultuursector een belangrijke bijdrage levert tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de vernieuwde Lissabonstrategie en wijst op de betekenis van cultuur als het gaat om het tot stand brengen van een goed en dynamisch leefklimaat, met name door de enorme kansen die het cultuurtoerisme voor de economische ontwikkeling van vele regio’s schept;

    8.   benadrukt dat overeenkomstig artikel 151 van het Verdrag, onder eerbiediging van de culturele en nationale verscheidenheid, er in de cultuursector tussen de lidstaten alleen samenwerkingsbeleid mag worden vastgesteld en partnerschapsovereenkomsten mogen worden gesloten; benadrukt tevens de rol van de regio’s van de Europese Unie, die een belangrijk forum bieden voor culturele samenwerking;

    9.   is bezorgd dat de mededeling geen helderheid krijgt in het blijvende probleem van misverstanden over cultuur in de zin van moderne en traditionele kunst, het Europees erfgoed en de commerciële en winstgevende ‘creatieve industrieën’; is bovendien van mening dat de doelstellingen van de agenda over het algemeen zijn gericht op cultuur in de zin van belangrijke sociale, economische, politieke en, meer algemeen, ‘instrumentele’ waarden, en niet op cultuur als waarde op zichzelf (cultuur qua cultuur);

    10. is bezorgd dat in het debat over interculturele en culturele dialoog en over de betekenis van ‘cultuur’ vaak als vanzelfsprekend wordt aangenomen dat cultuur volkeren verenigt en niet zozeer een medium is waarin verschillen tot uitdrukking komen; acht het in dit verband op zijn plaats om Jean Monnet te citeren: “verrijkt met de schoonheid en waarden van andere culturen, zullen deze jongeren [...], terwijl zij met liefde en trots naar hun eigen land blijven kijken, [...] Europeanen worden”;

    11. acht het voor een volledige en samenhangende uitvoering van artikel 151, lid 4, van het Verdrag noodzakelijk dat de specifieke kenmerken van de cultuursector, met name met zijn creatieve en innovatieve capaciteit en zijn maatschappelijk belang, als culturele en economische goederen in aanmerking worden genomen opdat cultuur in het kader van de strategie van Lissabon een volwaardige en passende plaats krijgt;

    12. is van mening dat de doelstelling van de Commissie om de dialoog met het maatschappelijk middenveld in de culturele sector verder te ontwikkelen van cruciaal belang is voor de opstelling van een coherente Europese agenda voor cultuur en dat het Europees beleid alleen door middel van een dergelijke gestructureerde dialoog echt kan beantwoorden aan de realiteiten en behoeften van Europese kunstenaars en in de culturele sector werkzame personen;

    13. verzoekt de Commissie aanbevelingen te doen voor de bescherming van systemen voor het beheer van digitale rechten en daarbij zowel rekening te houden met de vereisten van de interne markt als met het UNESCO-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen;

    14. benadrukt dat culturele productiviteit en artistieke creativiteit op duurzame wijze moeten worden gewaarborgd, maar dat de maatschappelijke positie van kunstenaars hiervoor goed onderbouwd moet zijn, waartoe onder meer een adequaat wettelijk kader op het gebied van belastingen, arbeid, sociale zekerheid en auteursrechten behoort;

    15. roept de Commissie en de lidstaten op het UNESCO-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen tot leven te wekken en in hun interne en externe beleid ten volle rekening te houden met de beginselen waarop het Verdrag is gebaseerd;

    16. herinnert de Commissie eraan dat de Gemeenschap verplicht is het UNESCO-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen ten uitvoer te leggen bij de uitoefening van haar bevoegdheden op beleidsgebieden die onder dit verdrag vallen, te weten “het gemeenschappelijk handelsbeleid, het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, de economische, financiële en technische samenwerking met derde landen, het vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal, mededinging en de interne markt, alsmede intellectuele eigendom” (antwoord op schriftelijke vraag P-5554/07);

    17. is van mening dat de communautaire programma’s die momenteel in de cultuursector beschikbaar zijn niet volledig voldoen aan de situatie ten aanzien van het gemeenschappelijk cultureel erfgoed van de Europeanen; verzoekt de Commissie derhalve een voorstel te doen voor de opzet van specifieke programma’s die artistieke creativiteit bevorderen en waarmee een bredere en diepgaandere band behouden blijft met de materiële en immateriële goederen en waarden, waaronder het Europees cultureel erfgoed, en waardoor hun onderlinge wisselwerking bij het begrijpen van identiteiten en verschillen volgens het humanisme en de huidige culturele productie makkelijker wordt en die ervoor zorgen dat hiervan kan worden geprofiteerd en deze kunnen worden gedeeld;

    18. wijst erop dat de EU een essentiële rol toekomt wanneer het erom gaat praktische maatregelen te treffen die werkelijk bevorderlijk zijn voor de mobiliteit van Europese en niet-communautaire kunstenaars;

    19. onderstreept dat alle programma’s in de cultuursector zeer positieve aspecten zullen bevatten met betrekking tot samenhang, reële convergentie, economische groei, duurzame ontwikkeling, innovatie, werkgelegenheid en concurrentievermogen;

    20. roept ertoe op speciale visa in te voeren voor kunstenaars teneinde hen in staat te stellen om aangeboden arbeidscontracten van korte duur onmiddellijk aan te kunnen nemen;

    21. wijst nogmaals op het strategisch belang van het aantrekkelijke EU-cultuurproject “Culturele Hoofdstad van Europa”, dat een krachtige impuls geeft aan de sociale en economische ontwikkeling van steden en regio’s door hier Europese meerwaarde te creëren;

    22. vraagt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan een intensieve en doeltreffende samenwerking tussen de Culturele Hoofdsteden van Europa van de jaren 2007 t/m 2010 en het Cultural Cities Net 2010, waarbij voor het eerst ruim 20 steden uit Hongarije, Duitsland en Turkije de handen in elkaar slaan om met het oog op de vaststelling van eigen Europese culturele doelstellingen samen te werken, met de culturele hoofdsteden het jaar 2010 voor te bereiden en op vele verschillende plekken tegelijk hun projecten te presenteren;

    23. is van opvatting dat mobiliteit en flexibiliteit de enige manier vormen om het voortbestaan van de creatieve sector in de verschillende lidstaten te waarborgen en een Europese culturele identiteit te bevorderen;

    24. beveelt de Raad en de Commissie aan een programma op te zetten voor de waardering van het klassieke Europese erfgoed en de historische bijdragen van de verschillende nationale culturen gedurende de afgelopen eeuwen in alle vormen, gelijktijdig met en als aanvulling op het kaderprogramma “Cultuur 2007-2013”, en daarbij eveneens rekening te houden met de behoeften van de culturele sector in de toekomst;

    25. roept de Commissie op het ondersteuningsbeleid voor literaire vertalingen te intensiveren zoals voorzien in het programma "Cultuur 2007-2013";

    26. roept de Commissie op een programma op te zetten voor de waardering van de promotie van de Europese talen in de wereld en de rol die zij spelen in de culturele creativiteit op andere continenten, zodat niet alleen de wederzijdse kennis en het begrip maar ook de culturele interactie makkelijker wordt die door deze talen wordt gegenereerd in niet-Europese landen;

    27. verzoekt de Commissie de internationale culturele uitwisseling en het verwerven van culturele vaardigheden en meertaligheid door de burgers in de Europese Unie te versterken en te bevorderen;

    28. benadrukt dat de Europese Unie, met het oog op het feit dat 2008 is uitgeroepen tot Europees Jaar van de interculturele dialoog, de waarden van interculturele dialoog in de praktijk moet brengen, open moet staan voor andere culturen en samenwerkingsmogelijkheden moet bevorderen en creëren door een reeks interessante programma’s voor te stellen aan derde landen in Europa, met name landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, voor welke de participatie in gezamenlijke culturele programma’s een uiterst belangrijk mobiliserend effect zou sorteren;

    29. stelt voor dat het Parlement, de Raad, de Commissie en de lidstaten een verbintenis aangaan tot het creëren van echte gunstige voorwaarden voor cultuur en culturele creativiteit op alle niveaus van het leven binnen de Unie, in het bijzonder met betrekking tot gezin, school, een leven lang leren, sociale communicatie en de wereld van digitale technologie;

    30. is van opvatting dat specifieke culturele projecten, bijvoorbeeld de Europese digitale bibliotheek, ook in de toekomst op Europees niveau moeten worden bevorderd; roept ertoe op deze bibliotheek sneller op te zetten;

    31. spreekt zijn steun uit voor de talrijke culturele partnerschapsovereenkomsten tussen steden, gemeenten en regio’s, die van groot belang zijn voor de sociale ontwikkeling van de regio’s en de bevordering van culturele innovatie; verzoekt de Commissie en de lidstaten hun volledige steun te verlenen aan lokale, regionale en interregionale culturele initiatieven, als zijnde een essentiële factor in het proces van regionale en Europese integratie in het licht van mondiale uitdagingen;

    32. benadrukt het belang van het onderwijs in kunst en letteren voor de verbetering van de vorming van jongeren, het prikkelen en ontwikkelen van hun natuurlijke talenten en de volledige benutting van culturele goederen en waarden;

    33. benadrukt de noodzaak om een onderwijsprogramma inzake de gemeenschappelijke geschiedenis van de Europese Unie in de leerplannen van alle lidstaten op te nemen teneinde de Europese identiteit en cultuur in de context van de mondialisering te bevorderen;

    34. roept in herinnering dat het belangrijk is dat er zowel op school als in de maatschappij, vernieuwende bruggen worden geslagen tussen cultuur, onderzoek, wetenschap en technologie en dat er behoefte is aan programma's waarin al deze aspecten zijn opgenomen;

    35. verzoekt de Commissie een toereikend instrument vast te stellen voor het in kaart brengen van de sectoren binnen de Europese cultuurindustrie die zich in een crisis bevinden; verzoekt de Commissie hierbij bijzondere aandacht te geven aan de markt voor uitgeverijen, aangezien als gevolg van de ontwikkelingen op deze markt de productie van kwalitatief goede literatuur in gevaar is gekomen ten gunste van 'bestsellers' en de muziekwereld, aangezien de kwaliteit en diversiteit van muziek eveneens wordt bedreigd als gevolg van de wereldwijde verspreiding van digitale technologie, de concentratieprocessen voor het collectief beheer van intellectuele-eigendomsrechten ('collective rights management') en piraterij;

    36. roept de Commissie en de lidstaten op de nodige middelen aan te wenden ter handhaving en bescherming van literaire en artistieke eigendomsrechten, met name in de digitale wereld;

    37. is van mening dat er een fundament moet worden gelegd voor een echte Europese culturele diplomatie en dringt er bij de lidstaten en de communautaire instellingen op aan om het culturele element binnen hun diplomatieke vertegenwoordigingen te versterken en om gestructureerde en regelmatige initiatieven te nemen die gericht zijn op de Europese cultuur;

    38. verzoekt de lidstaten en de gemeenschappelijke instellingen initiatieven aan te moedigen die gericht zijn op de ontwikkeling van cultureel toerisme;

    39. beveelt de Raad en de Commissie aan een lijst van 'culturele bedevaartsplaatsen' in alle lidstaten op te stellen en te promoten, op basis waarvan er initiatieven kunnen worden ontplooid en speciale evenementen kunnen worden georganiseerd die regelmatig gehouden zullen worden in deze zogenaamde cultuurbronnen;

    40. is van mening dat een keurmerk voor het Europees erfgoed dient te worden ingevoerd teneinde de Europese dimensie van culturele goederen, monumenten, gedenkplaatsen en herdenkingsoorden te benadrukken die van de historie en het erfgoed van Europa getuigen;

    41. beveelt de Raad en de Commissie aan het door de Raad van Europa in 1987 gestarte programma van Europese culturele routes te steunen, aangezien deze routes voorbeeldige netwerken vormen die regio’s en lokale gemeenschappen met elkaar verbinden en van het erfgoed en de gedeelde historie van Europa getuigen;

    42. stelt de Raad en de Commissie voor een "Europees cultureel mecenaat" en de functie van "Europees cultureel mecenas" in te stellen zodat er doeltreffende partnerschappen tot stand kunnen komen tussen de publieke en private sector in het kader van de doelstellingen van de voorgenomen actie van de Commissie;

    43. stelt bovendien voor grote Europese prestigeprijzen in het leven te roepen die op vaste basis worden uitgereikt op alle gebieden van culturele creativiteit;

    44. stelt tevens voor meer bekendheid te geven aan de bestaande prijzen en het effect ervan te evalueren;

    45. stelt voor om met het oog op de 200ste geboortedag van Fryderyk Chopin, een briljante componist die een onmiskenbare bijdrage heeft geleverd aan de wereldcultuur, het jaar 2010 uit te roepen tot het ‘Europese Fryderyk Chopinjaar’;

    46. stelt voor het jaar 2011 uit te roepen tot het 'Europese jaar van de Griekse en Romeinse klassieke werken' teneinde de aandacht van de volkeren van de Unie te vestigen op dit belangrijke aspect van de culturele erfenis die in de vergetelheid dreigt te raken;

    47. beveelt de Commissie aan om, in samenwerking met de lidstaten, in het belang van de bevordering van Europese waarden en ten teken van haar inzet voor de cultuur, regelmatig een Europees jaar te gaan organiseren en steunen dat herinnert aan een belangrijke Europese persoonlijkheid of gewijd is aan een activiteit op kunstgebied of een cultureel evenement;

    48. stelt voor de bevordering van, de toegang tot en de voorlichting over deze maatregelen te verbeteren;

    49. wijst de Raad op de dringende noodzaak de begrotingsmiddelen te herzien die zijn toegewezen aan de ondersteuning van de voorgenomen acties in het kader van de mededeling van de Commissie en van de reeds bestaande acties;

    50. dringt er bij de Commissie en de Raad op aan om de waarborg te bieden dat de regels op zowel de bilaterale als multilaterale handelsbetrekkingen doorzichtig, eerlijk, open en op markttoegang gericht zijn, en dat die regels de Europese cultuursector bovendien in staat stellen om al zijn mogelijkheden uit te bouwen, vooral in de audiovisuele media, muziek en het uitgeversbedrijf;

    51. vraagt de Commissie om de procedures voor douanecontrole en uitwisseling van informatie met de lidstaten te herzien om te zorgen dat ze zo doeltreffend mogelijk onwettige in- en uitvoer van kunstwerken en andere soorten beschermd cultuurgoed kunnen bestrijden;

    52. vraagt de Commissie om de nodige schikkingen voor een begin van grondige herziening van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten te treffen, om de onderling strijdige doeleinden - bescherming van de rechthebbenden en eerlijke en vrije beschikbaarheid van cultuurgoederen en -diensten - beter in overeenstemming te brengen in de verworvenheden van de Gemeenschap, de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de bilaterale overeenkomsten van de EU, en de oorzaken uit te roeien die aan de grondslag van namaak en piraterij liggen;

    53. vraagt de Commissie om van haar bevoegdheden gebruik te maken om te zorgen dat alle handelspartners de verplichtingen van de overeenkomsten bij de Wereldhandelsorganisatie en volgens het internationaal handelsrecht nakomen, zo nodig ook door gebruik te maken van de middelen om geschillen te beslechten, die door de internationale overeenkomsten geboden worden;

    54. vraagt de Commissie om een betrouwbare en duidelijke reeks referentiepunten en maatstaven op te stellen om de internationale handel in cultuurgoed op te meten en zijn betekenis vast te stellen;

    55. vraagt de Commissie, aangezien cultureel toerisme over heel de wereld een alsmaar groeiend aandeel in de cultuursector vormt, om in overeenkomsten volgens het handelsbeleid van de Europese unie bepalingen over de verspreiding en handel in producten op te nemen die historische en culturele waarden vertegenwoordigen;

    56. vraagt de Commissie en de lidstaten om bij de uitvoering van de handelsovereenkomsten meer rekening te houden met de bepalingen in de vrijhandelsovereenkomsten van de EU en andere onderdelen van het handelsrecht, die van belang zijn voor de handel in cultuurgoed;

    57. wijst er met nadruk op dat het van belang is om grensoverschrijdende bewegingen van cultuurgoed met ruimere mobiliteit van kunstenaars en werknemers in de culturele sector te ondersteunen ; meent dat grensoverschrijdende mobiliteit van Europese kunst en cultuur een betekenisvolle rol te spelen heeft in de verspreiding van Europese waarden en het behoud en de uitbouw van de culturele verscheidenheid en interculturele dialoog;

    58. vraagt de Commissie om mogelijke niet-tarifaire belemmeringen van derde landen tegenover bepaalde Europese cultuurgoederen en -diensten in handelsverrichtingen op te sporen en zo nodig de stappen te ondernemen die geboden zijn om ze te laten wegnemen;

    59. benadrukt daarbij dat de EU de toegang van de ontwikkelingslanden tot haar markt voor cultuurgoederen en -diensten moet aanmoedigen en vergemakkelijken, met bijzondere aandacht voor de positieve weerslag die daarvan uit kan gaan voor de werkgelegenheid en technische ontwikkeling in hun cultuursector;

    60. verzoekt de Commissie met klem om specifieke culturele acties en evenementen voor te stellen die de Europese cultuur in ontwikkelingslanden bevorderen en de toegang tot cultuur prioriteit geven in het ontwikkelingsbeleid;

    61. steunt de systematische integratie van de culturele dimensie en de verschillende culturele componenten in alle beleidsterreinen, projecten en programma's van het buitenlands en ontwikkelingsbeleid als middel tot versterking van de kwaliteit van de diplomatieke inspanningen van de Commissie en de uitvoerbaarheid en duurzaamheid van alle samenwerkingsactiviteiten van de EU, en steunt maatregelen die bijdragen tot meer maatschappelijke besef van het belang van de culturele component in ontwikkelingsmaatregelen;

    62. verwelkomt het opzetten van specifieke, onderling afhankelijke culturele samenwerkingsprogramma's met enkele partnerlanden in de ENB regio, in Azië en elders, zoals het ‘Culture Fund for India’;

    63. verwelkomt het voorstel van de Commissie om een Cultureel Fonds EU-ACS op te richten als gemeenschappelijke Europese bijdrage aan de verspreiding en vervaardiging van cultuurgoederen uit de ACS-landen, waarbij er nota van wordt genomen dat het 10de Europees Ontwikkelingsfonds het aanloopkapitaal voor de financiering van dit Fonds zal verschaffen, dat door bijdragen van de lidstaten zal worden aangevuld;

    64. dringt er bij de Commissie op aan zich in te zetten voor de verdediging van de internationale overeenkomsten en andere juridische instrumenten die van invloed zijn op culturele rechten, teneinde de culturele vrijheid te waarborgen en de diversiteit in al haar uitingen te behouden, tegen de achtergrond van het streven naar liberalisering van de markt dat deze culturele diversiteit in de ontwikkelingslanden bedreigt;

    65. verzoekt de Commissie met klem om culturele uitwisselingen tussen de EU en derde landen en regio's te bevorderen;

    66. verzoekt de Commissie de integratie van het cultuurbeleid in het ontwikkelingsbeleid te bevorderen, met name wat betreft de interactie hiervan met het sociaal en het economisch beleid;

    67. vraagt de Commissie om ervoor te zorgen dat er bij al haar samenwerkingsprogramma's en projecten recht wordt gedaan aan de lokale cultuur en dat deze bijdragen aan een betere toegang tot cultuur en de voor de cultuuruitingen benodigde middelen, alsmede aan bestrijding van armoede en vermindering van maatschappelijke uitsluiting; onderstreept het belang van onderwijs, met inbegrip van een actief streven naar de integratie van cultuur in de onderwijsprogramma's op alle niveaus in ontwikkelingslanden;

    68. herinnert de Commissie eraan dat de opwaardering van het cultureel erfgoed onlosmakelijk verbonden is met het gebruik ervan door en het nut voor de samenleving, en dat het cultureel erfgoed op duurzame wijze moet worden beheerd, aangezien het een vergankelijk goed is; acht het verder buiten kijf dat het beheer van het cultureel erfgoed economisch rendabel moet zijn, en aldus moet bijdragen tot de verbetering van de sociaal-economische omstandigheden van de bevolking;

    69. steunt de actieve betrokkenheid van de EU bij de werkzaamheden van op cultuurgebied werkzame organisaties en bij het initiatief "Alliance of Civilisations" van de Verenigde Naties;

    70. bevestigt het belang van de plannen voor een Europese culturele agenda, maar merkt op dat de Commissie in haar mededeling over deze agenda geen details verschaft over de financiering ervan noch een praktisch plan voorstelt voor de invulling van de open coördinatiemethode; roept de Commissie op deze informatie zo snel mogelijk te verstrekken;

    71. stelt vast dat lokale en regionale autoriteiten een belangrijke rol spelen bij de globale cultivering en bevordering van cultuur in hun bevoegdheidsgebieden; raadt de lidstaten aan lokale en regionale autoriteiten te betrekken bij zowel het monitoren van de resultaten als de uitvoering van alle nieuwe EU-cultuuragenda's, zodat het daadwerkelijk toegepaste cultuurbeleid de specifieke verwachtingen en behoeften van elke regio weerspiegelt;

    72. wijst op de noodzaak om culturele diversiteit te bevorderen en cultuur een belangrijke rol toe te wijzen in de dialoog tussen afzonderlijke landen en tussen gebieden over de hele wereld, opdat interculturele uitwisseling gestimuleerd wordt en cultuur wordt opgenomen in ontwikkelingsprogramma’s; steunt de idee van een geïntegreerde benadering voor de uitwerking van cultuurstrategieën waarin rekening wordt gehouden met alle sectoren en factoren die een al dan niet rechtstreekse invloed hebben op de culturele ontwikkeling;

    73. benadrukt dat cultuurtoerisme een grote rol speelt bij regionale economische groei en welvaartscreatie en bij het vergroten van de waarde van het Europese culturele erfgoed, en dat regionale culturele verenigingen en mensen die zich met kunst bezighouden bij dit proces betrokken moeten worden;

    74. betreurt het feit dat de Commissie te weinig aandacht besteedt aan jumelages tussen steden, gemeenten en regio’s, die nochtans sinds geruime tijd een uitstekend forum vormen voor culturele samenwerking en informatie-uitwisseling;

    75. benadrukt de belangrijke rol van lokale en regionale autoriteiten bij het cultiveren en bevorderen van cultuur in hun bevoegdheidsgebieden, vooral voor wat het culturele erfgoed en het stimuleren van artistieke vernieuwing betreft, aangezien zij verantwoordelijk zijn voor het oprichten en financieren van culturele voorzieningen en initiatieven en voor onderwijs en beroepsopleiding, en instaan voor de organisatie van festivals en culturele ontmoetingen;

    76. verzoekt de Commissie om op Europees niveau de beste werkwijzen inzake culturele activiteiten te bevorderen, en wijst er in dit verband op dat de beste werkwijzen op dit vlak meestal op regionaal niveau worden ontwikkeld; stelt voor om themaconferenties te organiseren en openbaar toegankelijke databanken voor goede werkwijzen op te zetten in alle officiële talen van de Europese Unie;

    77. benadrukt, met het komende Europese Jaar van de interculturele dialoog in gedachten, de potentiële rol van de regio's als authentiek cultureel ontmoetingspunt; verzoekt de Commissie goed onderbouwde voorstellen te presenteren voor activiteiten in 2008 en de regio's actief te betrekken bij de planning en uitvoering van deze activiteiten;

    78. is het met de Commissie eens dat de culturele en taalkundige diversiteit van de EU een belangrijk concurrentievoordeel vormt; herinnert de lidstaten eraan dat taalonderwijs en culturele en educatieve uitwisselingsprogramma's binnen en buiten de Europese Unie onafgebroken steun nodig hebben; herinnert op het vlak van interculturele uitwisseling aan de rol van televisie-uitzendingen;

    79. vraagt de Commissie om, onder andere op stedelijk niveau en vooral in kleine en middelgrote steden, culturele initiatieven binnen regionale samenwerkingsprojecten te ondersteunen, zoals het programma Interreg IV-C, en om het initiatief “regio’s voor economische verandering” een culturele dimensie te verlenen;

    80. vraagt de lidstaten om cultuur in de regio’s te ondersteunen door te investeren in culturele infrastructuur, gebruik makend van structuurfondsen, en om regionale culturele ontwikkelingsprogramma’s op te zetten in overleg met de cultuur- en onderwijssector en met het maatschappelijk middenvlak;

    81. verzoekt de Commissie en de lidstaten om simpele, transparante en duidelijke regels op te stellen voor de uitvoering van PPP’s, zodat deze kunnen uitgroeien tot een effectief financieringsmiddel voor regionale cultuurinitiatieven en een meer actieve betrokkenheid van kleine en middelgrote ondernemingen mogelijk kunnen maken;

    82. verwelkomt het voorstel van de Commissie om een Cultureel Fonds EU-ACS op te richten als bijdrage van de EU aan de distributie van cultuurgoederen uit de ACS-landen en de landen en gebieden overzee; is van oordeel dat vergelijkbare regelingen zouden moeten worden getroffen voor met name landen die onder het nabuurschapsbeleid vallen;

    83. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, alsmede aan Unesco en de Raad van Europa.

    • [1]  PB L 372 van 27.12.2006, blz. 1.
    • [2]  PB L 201 van 25.7.2006, blz. 15.
    • [3]  PB C 72 E van 21.3.2002, blz. 142.
    • [4]  PB C 76 E van 25.3.2004, blz. 459.
    • [5]  PB C 301 E van 13.12.2007, blz. 64.

    TOELICHTING

    I. De mededeling van de Commissie

    In de mededeling bevestigt de Commissie de centrale rol die cultuur speelt in het Europees integratieproces en in de verbetering van de externe zichtbaarheid van de Europese Unie in de wereld.

    Er is een voorstel gedaan voor een culturele agenda voor de ontwikkeling van een strategie in de EU evenals in de betrekkingen met derde landen.

    De mededeling is aangevuld met een werkdocument van de diensten van de Commissie waarin een inventaris is gemaakt van de verschillende wijzen waarop en de instrumenten waarmee de EU cultuur ondersteunt.

    De Commissie heeft in het kader van de voorbereiding van haar mededeling vooraf een uitgebreide raadpleging gehouden onder de verschillende Europese culturele actoren.

    De mededeling is de eerste gestructureerde inspanning naar een Europese cultuurstrategie en is gericht op de volgende drie hoofddoelstellingen:

    - bevordering van de culturele verscheidenheid en de interculturele dialoog,

    - bevordering van cultuur als katalysator voor creativiteit binnen het kader van de strategie van Lissabon,

    - bevordering van cultuur als essentieel component van de internationale betrekkingen van de Europese Unie.

    De Commissie heeft ten tweede vastgesteld langs welke wegen het cultuurbeleid kan worden uitgevoerd en doet een aanbeveling voor de integratie van de culturele dimensie in alle relevante communautaire beleidsterreinen. Ten aanzien van dit laatste punt heeft de Commissie aangekondigd onlangs een gemeenschappelijke groep te hebben opgericht.

    De Commissie stelt voor bij de uitvoering van deze strategie gebruik te maken van verschillende mechanismen, waarvan het belangrijkste is gebaseerd op een open coördinatiemethode.

    Tevens dient te worden opgemerkt dat er een voorstel is gedaan voor de oprichting van een cultureel fonds EU-ACS en een cultureel forum, teneinde de dialoog met de burgers te structureren.

    II. Opmerkingen

    1. Met betrekking tot de opmerking dat op alle communautaire beleidsterreinen rekening moet worden gehouden met cultuur, dient te worden opgemerkt dat het hier niet slechts een goed onderbouwde ambitie maar een verplichting betreft die voorvloeit uit artikel 151, lid 4 van het EG-Verdrag. Deze verplichting is na de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht en vervolgens van het Verdrag van Amsterdam jammerlijk genoeg nog niet uitgevoerd.

    Er is derhalve reden tot blijdschap over de huidige benadering en de Commissie wordt dan ook opgeroepen om in dit opzicht een plechtige verbintenis op het hoogste niveau aan te gaan. De oprichting van een task force voor cultuur, die reeds in november 2005 door voorzitter Barroso in Boedapest werd aangekondigd maar tot op heden nog niet bestaat, zou een concrete blijk van goede wil in die richting zijn.

    Met betrekking tot het voorstel voor de invoering van een open coördinatiemethode, zou het passend zijn hier een nieuwe dynamiek aan toe te voegen door het Europees Parlement hierin te betrekken.

    Er dient te worden opgemerkt dat in de mededeling eerder wordt gesproken over de instrumentele, sociale, economische en politieke dimensie van cultuur in plaats van over de intrinsieke waarde als een doel op zich. De mededeling is echter in zoverre belangrijk dat er nieuwe processen en structuren worden voorgesteld die verder gaan dan de bestaande communautaire programma's, waarvan de middelen behoorlijk beperkt zijn.

    De vraag of de toewijzing op de begroting voldoende is in verhouding tot de geformuleerde doelstellingen dient door de Raad zeer serieus te worden onderzocht.

    Het feit dat er in de internationale betrekking van de Europese Unie rekening zal worden gehouden met cultuur is een zeer belangrijke ontwikkeling. Er bestaan op dit gebied nog talloze openstaande zaken die moeten worden behandeld binnen het kader van een echte strategie.

    2. De rapporteur heeft herhaaldelijk bevestigd, met name gedurende de vaststellingsprocedure van de wetgeving, dat de fundamentele doelstellingen van de strategie van Lissabon nooit volledig bereikt kunnen worden zolang cultuur niet wordt gezien als een van de belangrijkste dimensies.

    Hij kan dan ook slechts dankbaar en verheugd zijn over de mededeling van de Commissie, die aantoont dat hij gelijk heeft gehad.

    Cultuur wordt ipso facto een belangrijk punt op de Europese politieke agenda. In de bestudeerde mededeling wordt cultuur volgens een horizontale aanpak en vanuit meerdere invalshoeken behandeld en het is dan ook belangrijk dat deze aanpak in dit stadium correct wordt uitgevoerd.

    Er dient niet alleen rekening te worden gehouden met alle programma's waarvan het directe of indirecte effect op het gebied van cultuur zorgt voor een bevordering van de beste oplossingen, door gebruikmaking van de optimale werkwijzen en door toe te zien op een goede afstemming met andere gemeenschappelijke instrumenten zoals de structuurfondsen, overeenkomstig hetgeen is voorzien in het programma Cultuur 2007-2013. Ook de rol die deze programma's vanwege hun onderlinge dynamische interactie in een geglobaliseerde wereld kunnen spelen, dient in overweging te worden genomen.

    Het is juist vanwege deze geglobaliseerde wereld noodzakelijk de Europese identiteit te bevestigen en te versterken, zonder daarbij afbreuk te doen aan de culturele verscheidenheid van de verschillende Europese volkeren.

    En dat brengt ons bij ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed. In het verslag wordt bevestigd dat de Europese Unie de bijzondere plicht heeft te waken over de culturele rijkdom van Europa. Het Europees cultureel erfgoed dient te worden behouden, gepromoot en gedeeld zowel binnen als buiten de Europese Unie. Het is een onmisbare factor om de wereld te begrijpen, de samenhang te waarborgen, zich te ontwikkelen, het onderscheidend karakter te benadrukken en Europa te doen gelden bij andere volkeren.

    Natuurlijk bestaan er tegenwoordig op Europees niveau programma's die culturele creativiteit, mobiliteit van kunstwerken, mobiliteit van kunstenaars en werknemers en andere personen die werkzaam zijn in de culturele sector en cinematografische en audiovisuele producties in aanmerking nemen en bevorderen. Deze programma's tezamen, waarvoor uiterste inspanning moeten worden blijven geleverd, dienen te worden aangevuld met andere programma's waarmee het mogelijk wordt het Europees cultureel erfgoed beter en nauwkeuriger af te bakenen wanneer bepaalde aspecten van de oorspronkelijke basis dreigen te verdwijnen. Deze aanvulling is ook nodig omdat er omgekeerd binnen de Unie zelf een groot gebrek aan kennis bestaat over de nationale modaliteiten volgens welke het gemeenschappelijk cultureel erfgoed in de loop van de eeuwen een vaste vorm heeft gekregen in de lidstaten en in andere Europese landen.

    De rapporteur, die deze gelegenheid heeft aangegrepen om de aandacht op deze aspecten te vestigen, doet kortom een aantal aanbevelingen. Volgens hem moeten deze aanbevelingen in grote mate bijdrage aan de verrijking van het cultuurbeleid van de Europese Unie en ervoor zorgen dat de doelstellingen van de agenda van Lissabon beter en volledig kunnen worden behaald.

    ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (31.1.2008)

    aan de Commissie cultuur en onderwijs

    inzake een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering
    (2007/2211(INI))

    Rapporteur voor advies: Manolis Mavrommatis

    SUGGESTIES

    De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie cultuur en onderwijs onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

    1.  verzoekt de Commissie met klem om specifieke culturele acties en evenementen voor te stellen die de Europese cultuur in ontwikkelingslanden bevorderen en de toegang tot cultuur prioriteit geven in het ontwikkelingsbeleid;

    2.  steunt de systematische integratie van de culturele dimensie en de verschillende culturele componenten in alle beleidsterreinen, projecten en programma's van het buitenlands en ontwikkelingsbeleid als middel tot versterking van de kwaliteit van de diplomatieke inspanningen van de Commissie en de uitvoerbaarheid en duurzaamheid van alle samenwerkingsactiviteiten van de EU, en steunt maatregelen die bijdragen tot meer maatschappelijke besef van het belang van de culturele component in ontwikkelingsmaatregelen;

    3.  verwelkomt het opzetten van specifieke, onderling afhankelijke culturele samenwerkingsprogramma's met enkele partnerlanden in de ENB‑regio, in Azië en elders, zoals het ‘Culture Fund for India’;

    4.   verwelkomt het voorstel van de Commissie om een Cultureel Fonds EU-ACS op te richten als gemeenschappelijke Europese bijdrage aan de verspreiding en vervaardiging van cultuurgoederen uit de ACS-landen, waarbij er nota van wordt genomen dat het 10de Europees Ontwikkelingsfonds het aanloopkapitaal voor de financiering van dit Fonds zal verschaffen, dat door bijdragen van de lidstaten zal worden aangevuld;

    5.   dringt er bij de Commissie op aan zich in te zetten voor de verdediging van de internationale overeenkomsten en andere juridische instrumenten die van invloed zijn op culturele rechten, teneinde de culturele vrijheid te waarborgen en de diversiteit in al haar uitingen te behouden, tegen de achtergrond van het streven naar liberalisering van de markt dat deze culturele diversiteit in de ontwikkelingslanden bedreigt;

    6.  verzoekt de Commissie met klem om culturele uitwisselingen tussen de EU en derde landen en regio's te bevorderen;

    7.  verzoekt de Commissie de integratie van het cultuurbeleid in het ontwikkelingsbeleid te bevorderen, met name wat betreft de interactie hiervan met het sociaal en het economisch beleid;

    8.   vraagt de Commissie om ervoor te zorgen dat er bij al haar samenwerkingsprogramma's en projecten recht wordt gedaan aan de lokale cultuur en dat deze bijdragen aan een betere toegang tot cultuur en de voor de cultuuruitingen benodigde middelen, alsmede aan bestrijding van armoede en vermindering van maatschappelijke uitsluiting; onderstreept het belang van onderwijs, met inbegrip van een actief streven naar de integratie van cultuur in de onderwijsprogramma's op alle niveaus in ontwikkelingslanden;

    9.   herinnert de Commissie eraan dat de opwaardering van het cultureel erfgoed onlosmakelijk verbonden is met het gebruik ervan door en het nut voor de samenleving, en dat het cultureel erfgoed op duurzame wijze moet worden beheerd, aangezien het een vergankelijk goed is; acht het verder buiten kijf dat het beheer van het cultureel erfgoed economisch rendabel moet zijn, en aldus moet bijdragen tot de verbetering van de sociaaleconomische omstandigheden van de bevolking;

    10. steunt de actieve betrokkenheid van de EU bij de werkzaamheden van op cultuurgebied werkzame organisaties en bij het initiatief "Alliance of Civilisations" van de Verenigde Naties.

    UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    29.1.2008

    Uitslag eindstemming

    +:

    -:

    0:

    32

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Thijs Berman, Josep Borrell Fontelles, Marie-Arlette Carlotti, Corina Creţu, Ryszard Czarnecki, Nirj Deva, Koenraad Dillen, Fernando Fernández Martín, Alain Hutchinson, Romana Jordan Cizelj, Madeleine Jouye de Grandmaison, Filip Kaczmarek, Glenys Kinnock, Maria Martens, Gay Mitchell, Luisa Morgantini, Horst Posdorf, José Ribeiro e Castro, Toomas Savi, Frithjof Schmidt, Jürgen Schröder, Feleknas Uca, Johan Van Hecke, Jan Zahradil

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

    Sorin Frunzăverde, Miguel Angel Martínez Martínez, Manolis Mavrommatis, Atanas Paparizov, Anne Van Lancker, Ralf Walter, Renate Weber

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

    Catherine Neris

    ADVIES van de Commissie internationale handel (23.1.2008)

    aan de Commissie cultuur en onderwijs

    inzake een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering
    (2007/2211(INI))

    Rapporteur voor advies: Ignasi Guardans Cambó

    SUGGESTIES

    De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie cultuur en onderwijs onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

    A.  overwegende, enerzijds, dat Europese ontwerpers, kunstenaars en de culturele sector een beslissende rol in de totstandkoming van een Europese culturele identiteit, gemeenschappelijke waarden en de voortdurende ontwikkeling van het Europees burgerschap spelen, dat zowel de natiestaat overstijgt als de culturele verscheidenheid op Europees, nationaal, regionaal vlak en in taalkundig opzicht erkent,

    B.   overwegende, anderzijds, dat Europese ontwerpers, kunstenaars en de culturele sector ook reële invloed op de economische ontvangsten en welvaartsbronnen en de werkgelegenheid in de Europese Unie hebben,

    C.  overwegende dat de technische vooruitgang betekent dat er hoe langer hoe meer cultuurproducten in digitale vorm tot stand komen, verspreid en geconsumeerd worden, en dat het beleid met die ontwikkeling rekening moet houden,

    D.  overwegende dat de Europese cultuursector zich ten opzichte van de handelsregels in een beschermde ruimte beweegt en daarmee aan het Europees aanvoelen beantwoordt, dat cultuurproducten en -diensten van andere goederen en diensten verschillen en dat er speciale regels voor gelden,

    E.   overwegende dat de belangrijkste musea en culturele instellingen van de EU hoe langer hoe meer tot economisch betekenisvolle uitwisselingen met gelijkaardige instellingen in andere delen van de wereld overgaan, die een aanzienlijk inkomen naast en boven de inkomsten uit het toerisme genereren,

    F.   overwegende dat het historisch, cultureel en archeologisch erfgoed van de lidstaten zo ruim mogelijke bescherming tegen het gevaar van illegale uitvoer en onwettige handel in het algemeen verdient, zoals ze geboden wordt door de overeenkomst van 14 november 1970 over maatregelen om onrechtmatige in- en uitvoer of eigendomsoverdracht van cultuurgoederen te verbieden en te verhinderen, en andere internationale rechtsmiddelen,

    G.  overwegende dat de EU zich solidair met de bescherming van het cultureel erfgoed van derde landen moet tonen, vooral die met de zwakste cultuursector, en onwettige invoer van cultuurgoederen die in hun land van oorsprong beschermd zijn, actief moet verhinderen,

    H.  overwegende dat de handelsbalans van de EU voor cultuurgoederen en -diensten een negatief saldo vertoont,

    I.    overwegende dat de economische globalisering en de opbouw van een cultuursector van wereldwijde omvang een bedreiging voor de verscheidenheid in taal en cultuur betekenen, die op zich belangrijke waarden vertegenwoordigen, zodat het van belang is om een gemeenschappelijke Europese benadering tegenover die bedreigingen te vinden,

    J.    overwegende dat de toeristische industrie en aanverwante diensten één van de punten zijn waar internationale handel en cultuur samenkomen, en in de betrekkingen tussen de EU en derde landen het beste middel kunnen vormen om de Europese culturele aantrekkingspunten beter in het licht te stellen, tegelijk de handel te bevorderen en daarmee de duurzaamheid uit sociaal, cultureel en milieutechnisch oogpunt te verzekeren,

    K.  overwegende dat er nauwelijks betrouwbare en bruikbare statistieken over de internationale handel in cultuurgoederen en -diensten voorhanden zijn,

    L.   overwegende dat de digitale technologieën als een echt nieuwe kans voor wereldwijde verspreiding van cultuurgoederen en -diensten op te vatten zijn, die het wederzijds begrip tussen de culturen onderling kunnen bevorderen op voorwaarde van eerlijke en vrije beschikbaarheid en eerbied voor de verscheidenheid van taal en cultuur,

    M.  overwegende dat de nieuwe mediatechnieken, o.a. internetportalen met vrije programmatuur en hun verdere ontwikkelingen, alsmaar toenemende inhoud aan het opbouwen zijn om competitief te blijven,

    N.  overwegende dat dergelijke ontwikkelingen ongekende uitdagingen vormen, die nieuwe denkwijzen voor toezicht en regelgeving in kwesties als bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, roofkopieën en ongeoorloofde digitalisering vergen, met inachtneming van een gezond evenwicht en goede beschikbaarheid van cultuurgoederen en -diensten, en nieuwe vormen van artistieke en intellectuele creativiteit,

    O.  overwegende dat namaak en piraterij van cultuurgoed tot verlies van arbeidsplaatsen in de Europese unie leiden en de competitiviteit van de culturele sector en de kwaliteit van zijn producten aantasten, waar vooral lidstaten van te lijden hebben die hun voornaamste inkomen uit de productie van cultuurgoederen en hun gebruik voor economische doeleinden halen,

    P.   overwegende dat het uiteindelijk de Commissie is die bevoegd is om de intellectuele-eigendomsrechten van het Europees bedrijfsleven op alle internationale forums en tegenover handelspartners te beschermen die in dat opzicht over geen goede wetgeving beschikken,

    Q.  overwegende dat de cultuur nadrukkelijk onder de Europese vrijhandelsovereenkomsten en andere handelsinstrumenten valt,

    1.   dringt er bij de Commissie en de Raad op aan om de waarborg te bieden dat de regels op zowel de bilaterale als multilaterale handelsbetrekkingen doorzichtig, eerlijk, open en op markttoegang gericht zijn, en dat die regels de Europese cultuursector bovendien in staat stellen om al zijn mogelijkheden uit te bouwen, vooral in de audiovisuele media, muziek en het uitgeversbedrijf;

    2.   vraagt de Commissie om de procedures voor douanecontrole en uitwisseling van informatie met de lidstaten te herzien om te zorgen dat ze zo doeltreffend mogelijk onwettige in- en uitvoer van kunstwerken en andere soorten beschermd cultuurgoed kunnen bestrijden;

    3.   vraagt de Commissie om de nodige schikkingen voor een begin van grondige herziening van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten te treffen, om de onderling strijdige doeleinden - bescherming van de rechthebbenden en eerlijke en vrije beschikbaarheid van cultuurgoederen en -diensten - beter in overeenstemming te brengen in de verworvenheden van de Gemeenschap, de regels van de Wereldhandelsorganisatie en de bilaterale overeenkomsten van de EU, en de oorzaken uit te roeien die aan de grondslag van namaak en piraterij liggen;

    4.   vraagt de Commissie om van haar bevoegdheden gebruik te maken om te zorgen dat alle handelspartners de verplichtingen van de overeenkomsten bij de Wereldhandelsorganisatie en volgens het internationaal handelsrecht nakomen, zo nodig ook door gebruik te maken van de middelen om geschillen te beslechten, die door de internationale overeenkomsten geboden worden;

    5.   vraagt de Commissie om een betrouwbare en duidelijke reeks referentiepunten en maatstaven op te stellen om de internationale handel in cultuurgoed op te meten en zijn betekenis vast te stellen;

    6.   vraagt de Commissie, aangezien cultureel toerisme over heel de wereld een alsmaar groeiend aandeel in de cultuursector vormt, om in overeenkomsten volgens het handelsbeleid van de Europese unie bepalingen over de verspreiding en handel in producten op te nemen die historische en culturele waarden vertegenwoordigen;

    7.   vraagt de Commissie en de lidstaten om bij de uitvoering van de handelsovereenkomsten meer rekening te houden met de bepalingen in de vrijhandelsovereenkomsten van de EU en andere onderdelen van het handelsrecht, die van belang zijn voor de handel in cultuurgoed;

    8.   wijst er met nadruk op dat het van belang is om grensoverschrijdende bewegingen van cultuurgoed met ruimere mobiliteit van kunstenaars en werknemers in de culturele sector te ondersteunen ; meent dat grensoverschrijdende mobiliteit van Europese kunst en cultuur een betekenisvolle rol te spelen heeft in de verspreiding van Europese waarden en het behoud en de uitbouw van de culturele verscheidenheid en interculturele dialoog;

    9.   vraagt de Commissie om mogelijke niet-tarifaire belemmeringen van derde landen tegenover bepaalde Europese cultuurgoederen en -diensten in handelsverrichtingen op te sporen en zo nodig de stappen te ondernemen die geboden zijn om ze te laten wegnemen;

    10. benadrukt daarbij dat de EU de toegang van de ontwikkelingslanden tot haar markt voor cultuurgoederen en -diensten moet aanmoedigen en vergemakkelijken, met bijzondere aandacht voor de positieve weerslag die daarvan uit kan gaan voor de werkgelegenheid en technische ontwikkeling in hun cultuursector.

    UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    23.1.2008

    Uitslag eindstemming

    +:

    -:

    0:

    192

    3

     

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Kader Arif, Francisco Assis, Graham Booth, Carlos Carnero González, Daniel Caspary, Christofer Fjellner, Glyn Ford, Béla Glattfelder, Ignasi Guardans Cambó, Jacky Hénin, Alain Lipietz, Caroline Lucas, Marusya Ivanova Lyubcheva, Erika Mann, Vural Öger, Georgios Papastamkos, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Peter Šťastný, Gianluca Susta, Daniel Varela Suanzes-Carpegna, Iuliu Winkler, Corien Wortmann-Kool

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

    Jean-Pierre Audy, Zbigniew Zaleski

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

     

    ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling (25.1.2008)

    aan de Commissie cultuur en onderwijs

    inzake een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering
    (2007/2211(INI))

    Rapporteur voor advies: Grażyna Staniszewska

    SUGGESTIES

    De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie cultuur en onderwijs onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

    A. overwegende dat cultuur en taal een drijvende kracht vormen achter regionale ontwikkeling en een belangrijk hulpmiddel om inkomende investeringen aan te trekken, vooral in onderontwikkelde regio's met weinig natuurlijke rijkdommen of toeristische attracties, en overwegende dat kunstenaars en culturele instellingen een bepalende rol spelen in het Europese integratieproces en bij het ontwikkelen van de identiteit van regio’s en het vergroten van hun aantrekkelijkheid,

    B.  overwegende dat de cultuursector zowel voor banen als voor economische groei zorgt en dat cultuur daarom van bijzonder belang is voor de ontwikkeling van steden (vooral kleine en middelgrote steden) en plattelandsgebieden, en overwegende dat in de maatschappelijke sfeer culturele identiteit een belangrijke factor is voor de totstandkoming van integratie en grotere sociale samenhang in regio’s en plaatselijke gemeenschappen,

    C. overwegende dat uit hoofde van het cohesie- en plattelandsontwikkelingsbeleid steun kan worden verleend aan het herstel van het culturele erfgoed en de bevordering van kunstambachten met als doel de aantrekkelijkheid van regio’s te vergroten,

    D. overwegende dat kleine en middelgrote ondernemingen en privévermogens een steeds belangrijker rol zouden moeten spelen binnen de culturele sector en zouden moeten worden betrokken bij de uitvoering van projecten en maatregelen in deze sector, met name via publiek-private partnerschappen (PPP’s),

    1.  bevestigt het belang van de plannen voor een Europese culturele agenda, maar merkt op dat de Commissie in haar mededeling over deze agenda geen details verschaft over de financiering ervan noch een praktisch plan voorstelt voor de invulling van de open coördinatiemethode; roept de Commissie op deze informatie zo snel mogelijk te verstrekken;

    2.  stelt vast dat lokale en regionale autoriteiten een belangrijke rol spelen bij de globale cultivering en bevordering van cultuur in hun bevoegdheidsgebieden; raadt de lidstaten aan lokale en regionale autoriteiten te betrekken bij zowel het monitoren van de resultaten als de uitvoering van alle nieuwe EU-cultuuragenda's, zodat het daadwerkelijk toegepaste cultuurbeleid de specifieke verwachtingen en behoeften van elke regio weerspiegelt;

    3.  wijst op de noodzaak om culturele diversiteit te bevorderen en cultuur een belangrijke rol toe te wijzen in de dialoog tussen afzonderlijke landen en tussen gebieden over de hele wereld, opdat interculturele uitwisseling gestimuleerd wordt en cultuur wordt opgenomen in ontwikkelingsprogramma’s; steunt de idee van een geïntegreerde benadering voor de uitwerking van cultuurstrategieën waarin rekening wordt gehouden met alle sectoren en factoren die een al dan niet rechtstreekse invloed hebben op de culturele ontwikkeling;

    4.  benadrukt dat cultuurtoerisme een grote rol speelt bij regionale economische groei en welvaartscreatie en bij het vergroten van de waarde van het Europese culturele erfgoed, en dat regionale culturele verenigingen en mensen die zich met kunst bezighouden bij dit proces betrokken moeten worden;

    5.  betreurt het feit dat de Commissie te weinig aandacht besteedt aan jumelages tussen steden, gemeenten en regio’s, die nochtans sinds geruime tijd een uitstekend forum vormen voor culturele samenwerking en informatie-uitwisseling;

    6.  benadrukt de belangrijke rol van lokale en regionale autoriteiten bij het cultiveren en bevorderen van cultuur in hun bevoegdheidsgebieden, vooral voor wat het culturele erfgoed en het stimuleren van artistieke vernieuwing betreft, aangezien zij verantwoordelijk zijn voor het oprichten en financieren van culturele voorzieningen en initiatieven en voor onderwijs en beroepsopleiding, en instaan voor de organisatie van festivals en culturele ontmoetingen;

    7.  verzoekt de Commissie om op Europees niveau de beste werkwijzen inzake culturele activiteiten te bevorderen, en wijst er in dit verband op dat de beste werkwijzen op dit vlak meestal op regionaal niveau worden ontwikkeld; stelt voor om themaconferenties te organiseren en openbaar toegankelijke databanken voor goede werkwijzen op te zetten in alle officiële talen van de Europese Unie;

    8.  benadrukt, met het komende Europese Jaar van de interculturele dialoog in gedachten, de potentiële rol van de regio's als authentiek cultureel ontmoetingspunt; verzoekt de Commissie goed onderbouwde voorstellen te presenteren voor activiteiten in 2008 en de regio's actief te betrekken bij de planning en uitvoering van deze activiteiten;

    9.  is het met de Commissie eens dat de culturele en taalkundige diversiteit van de EU een belangrijk concurrentievoordeel vormt; herinnert de lidstaten eraan dat taalonderwijs en culturele en educatieve uitwisselingsprogramma's binnen en buiten de Europese Unie onafgebroken steun nodig hebben; herinnert op het vlak van interculturele uitwisseling aan de rol van televisie-uitzendingen;

    10. vraagt de Commissie om, onder andere op stedelijk niveau en vooral in kleine en middelgrote steden, culturele initiatieven binnen regionale samenwerkingsprojecten te ondersteunen, zoals het programma Interreg IV-C, en om het initiatief “regio’s voor economische verandering” een culturele dimensie te verlenen;

    11. vraagt de lidstaten om cultuur in de regio’s te ondersteunen door te investeren in culturele infrastructuur, gebruik makend van structuurfondsen, en om regionale culturele ontwikkelingsprogramma’s op te zetten in overleg met de cultuur- en onderwijssector en met het maatschappelijk middenvlak;

    12. verzoekt de Commissie en de lidstaten om simpele, transparante en duidelijke regels op te stellen voor de uitvoering van PPP’s, zodat deze kunnen uitgroeien tot een effectief financieringsmiddel voor regionale cultuurinitiatieven en een meer actieve betrokkenheid van kleine en middelgrote ondernemingen mogelijk kunnen maken;

    13. verwelkomt het voorstel van de Commissie om een Cultureel Fonds EU-ACS op te richten als bijdrage van de EU aan de distributie van cultuurgoederen uit de ACS-landen en de landen en gebieden overzee; is van oordeel dat vergelijkbare regelingen zouden moeten worden getroffen voor met name landen die onder het nabuurschapsbeleid vallen.

    UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    23.1.2008

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    50

    1

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Alfonso Andria, Emmanouil Angelakas, Elspeth Attwooll, Jean Marie Beaupuy, Rolf Berend, Jana Bobošíková, Victor Boştinaru, Antonio De Blasio, Bairbre De Brún, Petru Filip, Gerardo Galeote, Iratxe García Pérez, Eugenijus Gentvilas, Ambroise Guellec, Pedro Guerreiro, Zita Gurmai, Marian Harkin, Jim Higgins, Filiz Hakaeva Hyusmenova, Mieczysław Edmund Janowski, Tunne Kelam, Evgeni Kirilov, Constanze Angela Krehl, Mario Mantovani, Sérgio Marques, Miroslav Mikolášik, James Nicholson, Lambert van Nistelrooij, Jan Olbrycht, Maria Petre, Markus Pieper, Pierre Pribetich, Wojciech Roszkowski, Elisabeth Schroedter, Grażyna Staniszewska, Catherine Stihler, Margie Sudre, Oldřich Vlasák, Vladimír Železný

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s)

    Jan Březina, Den Dover, Jill Evans, Emanuel Jardim Fernandes, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Dariusz Maciej Grabowski, Francisca Pleguezuelos Aguilar, Christa Prets, Miloslav Ransdorf, Czesław Adam Siekierski, László Surján

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

    Vladimir Urutchev.

    RESULTAAT VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    27.2.2008

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    30

    1

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Katerina Batzeli, Ivo Belet, Marie-Hélène Descamps, Jolanta Dičkutė, Věra Flasarová, Milan Gaľa, Vasco Graça Moura, Luis Herrero-Tejedor, Ruth Hieronymi, Mikel Irujo Amezaga, Ramona Nicole Mănescu, Manolis Mavrommatis, Marianne Mikko, Ljudmila Novak, Dumitru Oprea, Zdzisław Zbigniew Podkański, Mihaela Popa, Karin Resetarits, Pál Schmitt, Helga Trüpel, Thomas Wise, Tomáš Zatloukal

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Emine Bozkurt, Erna Hennicot-Schoepges, Mary Honeyball, Christel Schaldemose, Nina Škottová, Grażyna Staniszewska, Ewa Tomaszewska, Jaroslav Zvěřina

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

    Wolfgang Bulfon