VERSLAG over het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2006

1.4.2008 - (C6‑0366/2007 – 2007/2041(DEC))

Afdeling V – Europese Rekenkamer
Commissie begrotingscontrole
Rapporteur: Nils Lundgren

Procedure : 2007/2041(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A6-0093/2008
Ingediende teksten :
A6-0093/2008
Aangenomen teksten :

1. ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2006, afdeling V – Europese Rekenkamer

(C6‑0366/2007 – 2007/2041(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2006[1],

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2006 – Deel I (C6‑0366/2007)[2],

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer aan de kwijtingsautoriteit over de in 2006 uitgevoerde interne controles,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2006 en de speciale verslagen van de Rekenkamer, vergezeld van de antwoorden van de gecontroleerde instellingen[3],

–   gezien het accountantsverslag over de rekeningen van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2006[4],

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, conform artikel 248 van het EG-Verdrag[5],

–   gelet op de artikelen 272, lid 10, 274, 275 en 276 van het EG-Verdrag,

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen [6], met name de artikelen 50, 86, 145, 146 and 147 daarvan,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6‑0093/2008),

1.  verleent de secretaris-generaal van de Rekenkamer kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2006;

2.  maakt zijn opmerkingen in onderstaande ontwerpresolutie;

3.  verzoekt zijn voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Hof van Justitie, de Rekenkamer, de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie (serie L).

2. ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2006, afdeling V – Europese Rekenkamer

(C6‑0366/2007 – 2007/2041(DEC))

Het Europees Parlement,

–   gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2006[7],

–   gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Gemeenschappen voor het begrotingsjaar 2006 – Deel I (C6‑0366/2007)[8],

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer aan de kwijtingsautoriteit over de in 2006 uitgevoerde interne controles,

–   gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2006 en de speciale verslagen van de Rekenkamer, vergezeld van de antwoorden van de gecontroleerde instellingen[9],

–   gezien het accountantsverslag over de rekeningen van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2006[10],

–   gezien de verklaring van de Rekenkamer waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, conform artikel 248 van het EG-Verdrag[11],

–   gelet op de artikelen 272, lid 10, 274, 275 en 276 van het EG-Verdrag,

–   gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[12], met name de artikelen 50, 86, 145, 146 and 147 daarvan,

–   gelet op artikel 71 en bijlage V van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6‑0093/2008),

1.  merkt op dat de Europese Rekenkamer in 2006 beschikbare vastleggingskredieten had voor een totaalbedrag van EUR 113 596 668,31 (2005: EUR 107 548 618,24), met een gebruikspercentage van 89%, wat lager is dan het gemiddelde van de andere instellingen;

2.  merkt op dat de jaarrekening van de Europese Rekenkamer, na de invoering van de boekhouding op transactiebasis op 1 januari 2005, een negatief resultaat laat zien voor het begrotingsjaar 2006 (EUR 32 000) en een zeer grote schuldenlast van EUR 11 418 000;

3.  herinnert eraan dat de rekeningen van de Europese Rekenkamer van het begrotingsjaar 2006 (net als voor het begrotingsjaar 2005 het geval was) zijn gecontroleerd door het externe bedrijf KPMG, dat tot de conclusie gekomen is dat: “[...] de jaarrekeningen per 31 december 2006 een getrouw beeld geven van de financiële situatie van de Europese Rekenkamer en van het resultaat van de verrichtingen over het op die datum afgesloten begrotingsjaar, overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002, de uitvoeringsvoorschriften daarbij, de algemeen aanvaarde boekhoudkundige beginselen en de interne regels van de Europese Rekenkamer”;

4.  neemt nota van het schriftelijke antwoord van de Europese Rekenkamer op de vragenlijst van de rapporteur met betrekking tot de berekening van de pensioenen van voormalige leden van de Europese Rekenkamer, waaruit blijkt dat de pensioenschuld per 31 december 2006 door de Europese Rekenkamer op haar balans is opgenomen en de garantie door de lidstaten in de toelichtingen bij die balans, maar niet werd opgevoerd als een langetermijnvordering op de lidstaten; merkt voorts op dat pensioenbetalingen door de Europese Rekenkamer aan leden in het begrotingsjaar 2006 EUR 2,3 miljoen bedroegen;

5.  herhaalt zijn standpunt dat zowel de toekomstige verplichtingen voor pensioenbetalingen als de langetermijnvordering op de lidstaten – door hun garantie het pensioenstelsel te financieren – in de balans moeten worden opgenomen om een duidelijk beeld te geven van de lopende verplichtingen en de werkelijke auditkosten in de EU, en tevens om de beginselen van de op 1 januari 2005 ingevoerde boekhouding op transactiebasis te weerspiegelen;

6.  merkt op dat het verslag over 2006 van de interne controleur van de Europese Rekenkamer over het algemeen positief was en aangaf dat de kwaliteit van aanbestedingsdossiers en contracten bevredigend was, hoewel “de keuze voor vereenvoudigde of afwijkende procedures beter verantwoord had kunnen worden en de documentatie wat betreft de beoordeling van offertes verbeterd zou moeten worden”; juicht het in deze context toe dat aan alle aanbevelingen van de interne controleur (verbetering van de opleidingen op het gebied van aanbestedingen en opneming van alle contracten in één enkel gegevensbestand) gevolg is gegeven;

7.  constateert met bezorgdheid dat de Europese Rekenkamer, volgens de antwoorden op de vragenlijst van de rapporteur, nog steeds problemen heeft met het werven van vakbekwaam personeel voor verschillende functies via door het EPSO georganiseerde vergelijkende onderzoeken, deels vanwege de hogere levenskosten in Luxemburg en het minder aantrekkelijke salaris op het basisniveau AD5; is echter verheugd over de aanzienlijke daling van het aantal vacatures, van 74 in 2006 tot 56 in 2007, en prijst het plan van de Europese Rekenkamer om het aantal vacatures en hun relatieve aandeel in het organisatieschema in het lopende jaar en in de komende jaren nog verder te beperken;

8.  merkt op dat de Europese Rekenkamer in 2006 vijf nieuwe leden heeft gekregen; spreekt opnieuw zijn hoop uit dat het mogelijk zal zijn om de Europese Rekenkamer vóór de volgende uitbreiding beter te stroomlijnen; verzoekt de Europese Rekenkamer rekening te houden met bestaande modellen teneinde het totale aantal leden te verlagen; herhaalt zijn verzoek om voorstellen te onderzoeken om een roulerend systeem in te voeren dat vergelijkbaar is met het systeem dat wordt toegepast voor de raad van bestuur van de ECB, of een systeem met slechts één algemeen financieel controleur; verzoekt de Europese Rekenkamer het Parlement op de hoogte te houden van de stappen die naar aanleiding van deze aanbeveling tot 30 september 2008 zullen worden genomen;

9.  merkt op dat de Europese Rekenkamer een nieuw handboek voor performance auditing heeft aangenomen, alsmede een plan om de IT-controle verder te ontwikkelen en de structuur van de auditgroepen aan te passen, teneinde rekening te houden met de impact van op activiteiten gebaseerde budgettering op de accountantscontrole; merkt voorts op dat de Europese Rekenkamer in 2006 een evaluatie van de eigen organisatie heeft uitgevoerd, dat tot een actieplan heeft geleid;

10.  merkt op dat dit actieplan aan een "peer review" wordt onderworpen door een internationaal "peer review"-team; verzoekt de voorzitter van de Europese Rekenkamer verslag te doen van het verloop van deze toetsing en de tenuitvoerlegging van het actieplan;

11.  merkt met betrekking tot de verklaringen van financiële belangen op dat conform de gedragscode van de Rekenkamer de leden aan hun voorzitter een overzicht verschaffen van hun financiële belangen en andere bezittingen (waaronder aandelen, converteerbare obligaties en beleggingscertificaten, grond en onroerend goed, alsmede de beroepsactiviteiten van hun echtgenoten), en dat deze gegevens als vertrouwelijke informatie door de voorzitter worden bewaard en niet openbaar worden gemaakt;

12.  herhaalt zijn standpunt dat de leden van alle EU-instellingen uit principe en in het belang van transparantie ertoe moeten worden verplicht een overzicht van hun financiële belangen in te dienen waarin via een openbaar register op internet inzage kan worden verkregen; betreurt dat de Europese Rekenkamer het Parlement in weerwil van zijn verzoek van vorig jaar niet uiterlijk op 30 september 2007 heeft medegedeeld welke passende maatregelen zij in dit verband zou treffen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.3.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

2

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean-Pierre Audy, Herbert Bösch, Costas Botopoulos, Paulo Casaca, Jorgo Chatzimarkakis, Antonio De Blasio, Petr Duchoň, James Elles, Szabolcs Fazakas, Markus Ferber, Christofer Fjellner, Ingeborg Gräßle, Umberto Guidoni, Dan Jørgensen, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Nils Lundgren, Marusya Ivanova Lyubcheva, Ashley Mote, Jan Mulder, Bill Newton Dunn, Bart Staes, Søren Bo Søndergaard, Jeffrey Titford, Paul van Buitenen, Kyösti Virrankoski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Salvador Garriga Polledo, Dumitru Oprea, Gabriele Stauner, Ralf Walter

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Pilar Ayuso, Albert Deß, Markus Pieper

  • [1]  PB L 78 van 15.3.2006.
  • [2]  PB C 274 van 15.11.2007, blz. 1.
  • [3]  PB C 273 van 15.11.2007, blz. 1.
  • [4]  PB C 292 van 5.12.2007, blz.1
  • [5]  PB C 274 van 15.11.2007, blz. 130.
  • [6]  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1525/2007 (PB L 343 van 27.12.2007, blz. 9).
  • [7]  PB L 78 van 15.3.2006.
  • [8]  PB C 274 van 15.11.2007, blz. 1.
  • [9]  PB C 273 van 15.11.2007, blz. 1.
  • [10]  PB C 292 van 5.12.2007, blz. 1.
  • [11]  PB C 274 van 15.11.2007, blz. 130.
  • [12]  PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1525/2007 (PB L 343 van 27.12.2007, blz. 9).