VERSLAG                        over een vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat op het gebied van vennootschapsrecht, financiële verslaglegging en controle van jaarrekeningen

    2.4.2008 - (2007/2254(INI))

    Commissie juridische zaken
    Rapporteur: Klaus-Heiner Lehne
    Rapporteur voor advies (*)Ieke van den Burg,, Commissie economische en monetaire zaken
    (*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 47 van het Reglement

    Procedure : 2007/2254(INI)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0101/2008
    Ingediende teksten :
    A6-0101/2008
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over een vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat op het gebied van vennootschapsrecht, financiële verslaglegging en controle van jaarrekeningen

    (2007/2254(INI))

    Het Europees Parlement,

    –   onder verwijzing naar de mededeling van de Commissie : "Een Europa van resultaten - Toepassing van het Gemeenschapsrecht" (COM(2007)0502)

    –   onder verwijzing naar de mededeling van de Commissie "Over een vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat op het gebied van vennootschapsrecht, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen" (COM(2007)0394),

    –   onder verwijzing naar de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio"s : "Het midden- en kleinbedrijf - de sleutel tot meer groei en werkgelegenheid. Tussentijdse evaluatie van het moderne mkb-beleid" (COM(2007)0592),

    –   gezien de conclusies van de 2832e Raad Concurrentievermogen van 22-23 november 2007 over een vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat op het gebied van vennootschapsrecht, financiële verslaglegging en controle van jaarrekeningen,

    –   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A6‑0101/2008),

    Algemeen

    1.  is ingenomen met het algemene doel van de bewuste mededeling over een vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat op het gebied van vennootschapsrecht, financiële verslaglegging en controle van jaarrekeningen ("de mededeling") van de Commissie om de administratieve lasten voor ondernemingen in Europa te verminderen en ze de mogelijkheid te bieden efficiënter te concurreren en meer succes te boeken in een mondiaal klimaat waarin een hevige concurrentiestrijd woedt; wijst erop dat de Commissie zich bij wetsvoorstellen dient te laten leiden door een prognose over de gevolgen daarvan voor kleine en middelgrote ondernemingen en micro-ondernemingen, waarbij de rechtszekerheid en de kapitaalinstandhouding in de interne markt als geheel gewaarborgd worden en de coherentie van de thans bestaande harmoniseringsprocessen ten aanzien van de verslaglegging en de controle van de jaarrekening gegarandeerd wordt; wijst er voorts op dat op een evenwichtige wijze rekening moet worden gehouden met de belangen van alle betrokkenen, zowel investeerders, eigenaren, schuldeisers en werknemers als met de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit;

    Optie 1

    2.  wijst de in de mededeling genoemde eerste optie, namelijk na te gaan of de huidige richtlijnen op het gebied van het vennootschapsrecht van de Europese Unie gereduceerd kunnen worden tot de rechtsbesluiten die specifiek op grensoverschrijdende aspecten betrekking hebben, af; is echter beslist niet gekant tegen het schrappen van sommige normen die naar de opvatting van de betrokkenen niet meer zinvol zijn of geen voordeel voor het bedrijfsleven bieden, indien een dergelijke schrapping althans niet in strijd is met het openbaar belang;

    3.  wijst met betrekking tot optie 1 op het feit dat de bedoelde richtlijnen op het gebied van het vennootschapsrecht - namelijk de tweede, derde, zesde en twaalfde richtlijn - de voor grensoverschrijdende activiteiten van investeerders en schuldeisers belangrijke vergelijkbaarheid van ondernemingen in het leven hebben geroepen en dan ook niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden;

    4.  wijst er in verband met optie 1 op dat in een doorwrochte analyse de te verwachten besparingen door het schrappen van richtlijnen moeten worden vergeleken met de kosten van een interne markt met 27 verschillende stelsels voor het vennootschapsrecht;

    5.  merkt op dat de voornaamste bureaucratische beperkingen, zoals meervoudige verzoeken om gegevens en verslagleggingseisen, met name op fiscaal en sociaal gebied, in het algemeen veroorzaakt worden door de overheden van de lidstaten en buiten de bevoegdheden van de Gemeenschap vallen;

    Omzetting door de lidstaten

    6.  wijst erop dat de lidstaten de niet-verplichte maatregelen om de bureaucratie terug te dringen vaak niet toepassen en de ondernemingen dan ook niet laten profiteren van de mogelijkheden die vereenvoudiging van het gemeenschapsrecht biedt; en dat in tegendeel lidstaten buiten bestaande EU-normen nog strengere nationale regels opleggen; dringt er bij de Commissie op aan na te gaan of de omzetting van richtlijnen zoals bijvoorbeeld de transparantierichtlijn tot zogenoemde "gold-plating" door de lidstaten heeft geleid;

    7.  stelt voor een coördinatie te introduceren tussen de belastingautoriteiten van de lidstaten, teneinde de aan bedrijven gerichte verzoeken om informatie in het belang van de vereenvoudiging te harmoniseren;

    Optie 2

    8.  geeft in principe de voorkeur aan de in de mededeling genoemde tweede optie, namelijk dat de wetgever zich bij de vereenvoudiging richt op concrete, individuele maatregelen; is van mening dat elke gerichte vereenvoudigingsmaatregel een onderzoek naar het schrappen van enkele gerichte voorwaarden in richtlijnen zou kunnen inhouden;

    9.  benadrukt dat er tijd nodig is om de effecten van de in de richtlijnen aangebrachte wijzigingen te kunnen evalueren en wijst erop dat de derde en de zesde richtlijn vennootschapsrecht onlangs middels Richtlijn 2007/63/EEG[1] gewijzigd werden en de omzettingstermijn voor deze richtlijn pas op 31 december 2008 afloopt; vreest dat verdere wijzigingen van deze richtlijnen ertoe kan leiden dat de geharmoniseerde omzettingsregels van hun substantie worden ontdaan;

    10. wijst erop dat de tweede richtlijn vennootschapsrecht onlangs door middel van Richtlijn 2006/68/EG[2] gewijzigd werd en dat de omzettingstermijn voor deze richtlijn pas op 15 april 2008 afloopt; vestigt in dit verband de aandacht op de resultaten van de haalbaarheidsstudie van de KPMG voor een alternatief stelsel van kapitaalinstandhouding;

    11. verzoekt de Commissie het verband tussen de richtlijnen vennootschapsrecht, in het bijzonder de tweede, derde en zesde richtlijn, en de internationale standaarden voor jaarrekeningen toe te lichten;

    12. beklemtoont dat de plicht tot openbaarmaking van de jaarrekeningen van vennootschappen van belang is voor een soepel functioneren van de interne markt en dat nieuwe elektronische afzetkanalen en technologieën, zoals bijvoorbeeld elektronische verslagformats (XBRL) het mogelijk moeten maken goedkoop, efficiënt en snel te voldoen aan de verplichting tot openbaarmaking; is met het oog op de vereenvoudiging van de eerste en elfde richtlijn vennootschapsrecht ingenomen met de beoogde beperking van de plicht tot openbaarmaking; wijst er echter op dat ook de verplichting tot openbaarmaking - zoals bij andere maatregelen tot vereenvoudiging - per geval moet worden onderzocht, op grond van concrete, individuele vereenvoudigingsmaatregelen en op basis van een degelijke analyse; stelt voor dat uitzonderingsregelingen voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO) en micro-ondernemingen vooral gericht dienen te zijn op de beperking van de administratieve lasten en de administratiekosten, maar dat billijke informatie-eisen niet in het gedrang mogen komen;

    13. onderstreept dat wegens veranderingen in de financiële verslaglegging van de EU uit 2006 onder andere een verklaring inzake Corporate Governance en een uitgebreidere openbaarmaking van niet op de balans verschijnende posities van beursgenoteerde ondernemingen wordt verlangd; wijst er andermaal op dat de omzettingstermijn van deze bepalingen op 5 september 2008 ten einde loopt; dringt bij de lidstaten aan op een spoedige toepassing van deze bepalingen en verzoekt de Commissie er met de Internationale Accounting Standard Board (IASB) naar te streven dat de gegevens in de jaarrekeningen inzake niet op de balans verschijnende posities verder worden verbeterd;

    14. acht het wenselijk het statuut van de Europese Vennootschap in die zin te wijzigen dat een meer geharmoniseerde Gemeenschapsrechtsvorm ontstaat;

    15. wijst erop dat de doelstelling van de vereenvoudiging van de administratieve lasten het MKB zou moeten aanmoedigen gebruik te maken van de mogelijkheden die de interne markt biedt en grensoverschrijdend te gaan werken;

    16. is ingenomen met de introductie van micro-ondernemingen die gevrijwaard moeten worden van de verplichting in het gemeenschapsrecht tot financiële verslaglegging, controle van de jaarrekeningen en openbaarmaking; suggereert de in de mededeling genoemde drempelwaarden voor micro-ondernemingen adequaat te verhogen; stelt voor de overgangstermijnen voor de verslaglegging van vennootschappen die deze drempelwaarden overschrijden, overeenkomstig te verlengen; en stelt voor te onderzoeken of dergelijke overgangstermijnen kunnen worden ingevoerd voor ondernemingen die van rechtspositie veranderen;

    17. wijst erop dat in verband met de drempelwaarden volgens de vierde en de zevende richtlijn vennootschapsrecht inzake de ontheffing van de KMO van bepaalde verplichtingen op het gebied van de financiële verslaglegging en de controle van de jaarrekeningen, een stabiel en voorspelbaar economisch beleid een element voor rechtszekerheid en beperking van de administratieve kosten van de onderneming is; wijst er in dit verband op dat de betwiste drempelwaarden volgens de vierde richtlijn juist door Richtlijn 2006/46/EG[3] gewijzigd werden en dat de lidstaten tot 5 september 2008 de gelegenheid hebben deze richtlijn om te zetten; dat bovendien de uitbreiding van de EU de diversiteit van de Europese economieën vergroot heeft en dat de controle op de jaarrekeningen een bijdrage levert aan de ontwikkeling van een krachtige, gezonde en verantwoordelijke markteconomie;

    18. verzoekt de Commissie met klem gevolg te geven aan de oproep die de Raad heeft gedaan in zijn Conclusies van 22-23 november 2007 tot actieve promotie van een open uitwisseling tussen de lidstaten van beste praktijken voor het stroomlijnen van de verslagleggingseisen en tot uitbreiding van het gebruik van elektronische middelen in de betrekkingen tussen ondernemingen en overheden en tussen ondernemingen onderling;

    19. verzoekt de Commissie de lidstaten aan te moedigen de classificatie van financiële verslagleggingseisen te harmoniseren, zoals dat onder meer in Nederland wordt gedaan, en nieuwe technologieën toe te passen teneinde de kosten van de informatieverplichtingen te verminderen en tegelijkertijd de voordelen die deze verplichtingen opleveren voor marktspelers, beleidsmakers en overheden te behouden;

    Sarbanes-Oxley

    20. dringt erop aan dat afgezien van de in de mededeling genoemde richtlijnen ook die richtlijnen en regelingen op administratieve belasting worden onderzocht, die zijn ontstaan naar aanleiding van de Amerikaanse Sarbanes-Oxley-wetgeving, zoals bijvoorbeeld de regelingen die voortvloeien uit de richtlijn inzake transparantie, uit de communautaire wetgeving inzake prospectussen[4] of uit de vierde en de zevende richtlijn vennootschapsrecht;

    Andere wetgeving

    21. beklemtoont dat de vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat ook betekent dat nieuwe rechtskaders voor ondernemingen in het leven moeten worden geroepen; wijst in dit verband op de veertiende richtlijn vennootschapsrecht over de verplaatsing van de zetel van een onderneming naar het buitenland, een keuze tussen een monistische en een dualistische bedrijfsvorm, en het wetsontwerp voor een Europese BV, dat volgens de toezegging van de Commissie uiterlijk midden 2008 moet verschijnen;

    22. is ervan overtuigd dat op bepaalde terreinen economische regelingen onontkoombaar zijn om een gezond ondernemingsklimaat te scheppen, bijvoorbeeld op het terrein van de transparantie bij institutionele beleggers;

    23. is van oordeel dat door de vaststelling van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting het statuut van de Europese vennootschap bruikbaarder en effectiever kan worden;

    24. is van oordeel dat vermelding van uitgestelde belastingen op de balans het MKB een onevenredig grote hoeveelheid werk oplevert, zonder dat dit duidelijk waardevolle informatie oplevert voor degenen die de jaarrekeningen lezen; stelt daarom voor deze vermelding af te schaffen;

    25. beveelt de toepassing van het "eenmaligheidsbeginsel" aan, zodat ondernemingen dezelfde informatie niet meer dan een keer of aan meerdere instanties hoeven te verstrekken;

    Gevolgen van het Volkswagenarrest van het Europese Hof van Justitie

    26. is van mening dat het arrest van het Hof in zaak C-112/05, Commissie vs. Bondrepubliek Duitsland inzake het vrije verkeer van kapitaal aanleiding voor de Commissie kan zijn individuele hinderpalen in de lidstaten voor het vrije verkeer van kapitaal, die feitelijk door overheidswetgeving bevorderd of geduld worden, geleidelijk te laten verdwijnen, verwijst in dit verband naar de conclusie van de advocaat-generaal in de hiermee samenhangende zaken C-282/04 en C-283/04, Commissie vs. Nederland (punt 24);

    27. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

    • [1]  Richtlijn 2007/63/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 tot wijziging van Richtlijn 78/855/EEG en 82/891/EEG van de Raad wat betreft de verplichte opstelling van een verslag van een onafhankelijke deskundige bij fusies of splitsingen van naamloze vennootschappen (PB L 300 van 17.11.2007, blz. 47).
    • [2]  Richtlijn 2006/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 tot wijziging van Richtlijn 77/91/EEG van de Raad met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap alsook de instandhouding en de wijziging van haar kapitaal (PB L 264 van 25.9.2006, blz. 32).
    • [3]  Richtlijn 2006/46/EG van de Raad en het Europees Parlement van 14 juni 2006 tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG van de Raad betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen, 83/349/EEG van de Raad betreffende de geconsolideerde jaarrekening, 86/635/EEG van de Raad betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen en 91/674/EEG van de Raad betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen (PB L 224 van 18.6.2006, blz. 1).
    • [4]  Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 64) en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PB L 76 van 19.3.2008, blz. 37).

    TOELICHTING

    I. De mededeling van de Commissie

    1.        De mededeling van de Commissie over een vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat op het gebied van vennootschapsrecht, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen

    In haar mededeling van 10.7.2007 wijst de Commissie erop dat een breed onderzoek van het geldende Gemeenschapsrecht op het terrein van het vennootschapsrecht, de financiële verslaggeving en de controle van jaarrekeningen onontkoombaar is, opdat de Europese onderneming aan concurrentiekracht wint en zich beter kan handhaven in de scherpe wereldwijde concurrentie.

    Bij een aantal richtlijnen vennootschapsrecht die vooral betrekking hebben op nationale omstandigheden ziet de Commissie voor verder optreden in hoofdzaak twee opties:

    -  De eerste optie bestaat erin na te gaan of alle huidige richtlijnen vandaag nog altijd nodig zijn en of het EU-acquis op het gebied van het vennootschapsrecht niet moet worden gereduceerd tot de wetgevingsbesluiten die specifiek op grensoverschrijdende problemen betrekking hebben.

    -  De tweede, minder verregaande optie bestaat erin de aandacht uitsluitend toe te spitsen op concrete, individuele vereenvoudigingsmaatregelen die bedoeld zijn om EU-vennootschappen te helpen.

    Zowel ten aanzien van de rest van het acquis op het gebied van het vennootschapsrecht dat op specifieke grensoverschrijdende problemen betrekking heeft, als ten aanzien van de financiële verslaggeving en de controle van jaarrekeningen lijkt het nemen van individuele vereenvoudigingsmaatregelen de aangewezen strategie.

    De Commissie verzoekt opmerkingen kenbaar te maken over de eventuele opheffing van de bepalingen in de derde en de zesde richtlijn over binnenlandse fusies en splitsingen, de bepalingen over het kapitaal van naamloze vennootschappen of het concept van de instandhouding van kapitaal in de tweede richtlijn en/of de bepalingen in de twaalfde richtlijn over vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid met slechts één vennoot. Indien een opheffing niet zinvol wordt geacht, dient te worden aangegeven in hoeverre de voordelen van de bestaande regeling op EU-niveau de kosten overtreffen.

    2.        De mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio"s " Het midden- en kleinbedrijf - de sleutel tot meer groei en werkgelegenheid. Tussentijdse evaluatie van het moderne MKB-beleid" (COM(2007)0592 def.)

    In essentie worden de drempelwaarden voor MKB verlaagd en in breder verband bezien.

    II. Standpunt van de rapporteur

    De rapporteur is ingenomen met het minder vergaande alternatief om in elk geval onderdelen van de derde, de zesde en waarschijnlijk de tweede vennootschapsrichtlijn te vereenvoudigen. In hun huidige vorm bevatten deze richtlijnen zodanig gedetailleerde bepalingen dat de lidstaten nauwelijks manoeuvreerruimte blijft om hun nationale regelingen aan te passen aan de nieuwe behoeften van de ondernemingen en verdere belanghebbenden in het algemeen. Met name een aantal verplichtingen inzake verslaggeving uit de derde en de zesde richtlijn lijken in de huidige situatie te ingrijpend.

    Voorts zijn verdere stappen nodig om andere onderdelen van het acquis van het EU-vennootschapsrecht te vereenvoudigen. Het betreft hier met name de eerste en de elfde richtlijn. De wijze waarop volgens deze richtlijnen informatie over ondernemingen openbaar moet worden gemaakt, houdt nog geen rekening met de mogelijkheden die de technologie tegenwoordig biedt.

    Volgens de eerste richtlijn vennootschapsrecht moet bepaalde informatie die in de handelsregisters van de lidstaten dient te worden opgenomen, ook in de nationale publicatiebladen worden bekendgemaakt. In de meeste gevallen brengt deze bekendmaking onnodige extra kosten voor de vennootschappen met zich mee. Deze kosten kunnen in de toekomst worden vermeden door er rekening mee te houden dat al deze informatie tegenwoordig online beschikbaar is via elektronische vennootschapsregisters.

    In de elfde richtlijn vennootschapsrecht zijn bijzondere openbaarmakingsverplichtingen voor bijkantoren vastgelegd. Ook deze verplichtingen houden voor tal van vennootschappen aanzienlijke kosten in als gevolg van de nationale voorschriften. Deze kosten dienen tot een minimum te worden teruggebracht doordat de mogelijkheden voor formele eisen van de lidstaten worden beperkt.

    Bijlage 3 bevat een voorstel om het statuut van de Europese vennootschap aan recente rechtspraak van het Europees Hof van Justitie aan te passen. Dit voorstel kan gelijktijdig met de voorgestelde moderniserings- en vereenvoudigingsmaatregelen ten uitvoer worden gebracht.

    Op de terreinen van financiële verslaggeving en controle op de jaarrekeningen zou een vereenvoudiging van de richtlijnen de kleine en middelgrote ondernemingen ten goede komen, Via de vierde, de zevende en de achtste richtlijn heeft de financiële verslaggeving en de controle op de jaarrekening door de geharmoniseerde verslaggevings- en controlevoorschriften aan kwaliteit gewonnen. Ook wanneer vastgehouden wordt aan het hogere doel van deze richtlijnen - de onophoudelijke verbetering van de kwaliteit van de financiële verslaggeving en de controle in de Unie - brengen de bestaande eisen in het kader van deze richtlijnen een onnodig zware administratieve last mee. Een vermindering van de administratieve rompslomp voor kleine en middelgrote ondernemingen heeft alleen dan succes als die zowel op Unieniveau als op dat van de lidstaten wordt nagestreefd. Het is van doorslaggevende betekenis dat de voor diverse doeleinden (belasting, statistiek, sociale verzekeringen, groeiende werkgelegenheid ) uitgevoerde rapportage op het niveau van de lidstaten bijeen wordt gebracht en daardoor de totale kosten voor het onderhouden van verschillende systemen van financiële verslaggeving en rapportage verminderd worden.

    Parallel aan het huidige vereenvoudigingsplan ten bate van MKB heeft de International Accounting Standards Board (IASB) een standaardconcept voor een IFRS voor kleine en middelgrote ondernemingen gepubliceerd. De huidige inspanningen van de IASB in verband met de financiële verslaggeving van MKB, zijn wellicht onvoldoende om de Europese MKB het leven werkelijk eenvoudiger te maken.

    Veel mag verwacht worden van de maatregel "micro-entiteiten" vrij te stellen van de toepassing van de richtlijnen inzake financiële verslaggeving. De opstelling van de jaarrekeningen is voor microbedrijven een zware belasting terwijl het algemeen belang ervan gering is. Indien de richtlijnen inzake financiële verslaggeving niet van toepassing zouden zijn op microbedrijven, zouden de lidstaten naar eigen goeddunken kunnen besluiten welke verplichtingen voor deze ondernemingen dienen te gelden. Er zij op gewezen dat vele lidstaten de categorie "micro-entiteiten" al hebben ingevoerd.

    ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (28.2.2008)

    voor de Commissie juridische zaken

    over een vereenvoudiging van het ondernemingsklimaat op het gebied van vennootschapsrecht, financiële verslaglegging en controle van jaarrekeningen
    (2007/2254(INI))

    Rapporteur voor advies(*): Ieke van den Burg

    (*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies - artikel 47 van het Reglement

    SUGGESTIES

    De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken de volgende suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

    1.  onder verwijzing naar zijn resolutie over internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS) en het bestuur van de International Accounting Standards Board (IASB)[1], waarin het Parlement zijn opvattingen over de situatie van het midden- en kleinbedrijf in de Europese Unie ten aanzien van de IFRS-standaarden uiteen heeft gezet;

    2.  ondersteunt vereenvoudiging van het vennootschapsrecht, met name in het belang van het midden- en kleinbedrijf, maar benadrukt dat bij vereenvoudiging een evenwicht moet worden gevonden tussen de belangen van alle belanghebbenden, inclusief beleggers, eigenaars, schuldeisers, werknemers en overheid; benadrukt dat vereenvoudiging niet ten koste mag gaan van de wettelijke rechten van die belanghebbenden;

    3.  beklemtoont dat het in het kader van de vereenvoudigingsprocedure - voorzover daarvoor vereist is dat bestaande maatregelen ongedaan worden gemaakt – noodzakelijk is om per geval een studie uit te voeren en op gedetailleerde, neutrale en grondige effectbeoordelingen gebaseerde voorstellen in te dienen, met name gericht op middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, teneinde de beoogde vereenvoudiging te realiseren met waarborging van de rechtszekerheid, met behoud van het acquis communautaire op de gehele interne markt en in overeenstemming met de huidige harmonisatieprocessen op het gebied van financiële verslaglegging en controle van jaarrekeningen;

    4.  beveelt samenwerking tussen de belastingautoriteiten van de lidstaten aan om met het oog op vereenvoudiging de van ondernemingen verlangde informatie te standaardiseren;

    5.  ondersteunt de vereenvoudiging van de voorschriften inzake financiële verslaglegging voor niet-beursgenoteerde ondernemingen, maar is een groot voorstander van handhaving van de transparantievereisten voor alle besloten vennootschappen; stelt voor dat vrijstellingen voor het midden- en kleinbedrijf en micro-ondernemingen gericht worden op vermindering van de administratieve lasten en kosten zonder de vervulling van gerechtvaardigde informatiebehoeften en de toegang tot financieringsmogelijkheden in gevaar te brengen; pleit voor uitwisseling van best practices met betrekking tot de vereenvoudiging en de uitvoering van EU-voorschriften;

    6.  benadrukt dat de vermindering van administratieve lasten dient te worden bereikt door de publicatieregels te moderniseren en door gebruik te maken van elektronische distributiekanalen;

    7.  is van oordeel dat door de vaststelling van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting het statuut van de Europese vennootschap bruikbaarder en effectiever kan worden;

    8.  verwelkomt het voorstel van de Commissie om de procedure voor het aanpassen van de drempels te vereenvoudigen; stelt voor om overgangsperioden voor de rapportagevereisten van ondernemingen die de drempels voor omvang overschrijden vast te stellen op twee jaar; dringt erop aan soortgelijke overgangsperioden in te voeren voor ondernemingen waarvan de wettelijke status verandert (bijv. van beursgenoteerd in niet-beursgenoteerd, of van een vennootschap met beperkte in een vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid), zodat voor een periode van ten minste twee jaar nadat de status van de onderneming is veranderd, vergelijkbare gegevens moeten worden gepubliceerd;

    9.  onderstreept het belang van de Transparantierichtlijn[2], maar verzoekt de Commissie te onderzoeken of de omzetting ervan heeft geleid tot ‘vergulding’ door de lidstaten;

    10. onderstreept dat bij de in 2006 doorgevoerde wijzigingen van EU-voorschriften inzake financiële verslaglegging, voor beursgenoteerde ondernemingen onder meer de verplichting is ingevoerd om een verklaring inzake corporate governance te publiceren en betere informatie te verstrekken over niet in de balans opgenomen regelingen; herinnert eraan dat de uiterste termijn voor omzetting van deze voorschriften in nationaal recht 5 september 2008 is; dringt bij de lidstaten aan op vroegtijdige toepassing van deze voorschriften; verzoekt de Commissie om samen met de IASB te werken aan een verdere verbetering van de informatie die in jaarrekeningen over niet in de balans opgenomen voertuigen wordt gegeven;

    11. onderschrijft dat het voor ondernemingen eenvoudiger moet worden gemaakt om zich in te schrijven en hun jaarrekeningen en andere wettelijk vereiste informatie op te stellen, in te dienen en openbaar te maken; beveelt aan de opstelling, indiening en openbaarmaking van de wettelijk vereiste informatie elektronisch te laten verlopen via onderling koppelbare ondernemingsregisters; is een groot voorstander van het gebruik van nieuwe technologieën, zoals XBRL; benadrukt dat bedoelde informatie voor beleggers, schuldeisers, werknemers en overheidsinstanties overal in de Europese Unie gemakkelijk toegankelijk moet zijn;

    12. is van oordeel dat vermelding van uitgestelde belastingen op de balans het mkb een onevenredig grote hoeveelheid werk oplevert, zonder dat dit duidelijk waardevolle informatie oplevert voor degenen die de jaarrekeningen lezen; stelt daarom voor deze vermelding af te schaffen, met dien verstande dat informatie over eventuele achterstallige fiscale verplichtingen wel deel blijft uitmaken van de accountantsverklaring;

    13. beveelt de toepassing van het "eenmaligheidsbeginsel" aan, zodat ondernemingen dezelfde informatie niet meer dan een keer of aan meerdere instanties hoeven te verstrekken;

    14. stelt voor om overleg te voeren over de noodzaak en mogelijkheid om een regelgevende instantie te in het leven te roepen voor diensten op het gebied van financiële verslaglegging en controle van de jaarrekeningen.

    RESULTAAT VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    26.2.2008

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    41

    1

    1

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Gabriele Albertini, Mariela Velichkova Baeva, Pervenche Berès, Slavi Binev, Sebastian Valentin Bodu, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Manuel António dos Santos, Christian Ehler, Elisa Ferreira, Jean-Paul Gauzès, Robert Goebbels, Donata Gottardi, Gunnar Hökmark, Karsten Friedrich Hoppenstedt, Sophia in ‘t Veld, Othmar Karas, Piia-Noora Kauppi, Wolf Klinz, Christoph Konrad, Guntars Krasts, Kurt Joachim Lauk, Astrid Lulling, Gay Mitchell, Cristobal Montoro Romero, Lapo Pistelli, John Purvis, Alexander Radwan, Bernhard Rapkay, Dariusz Rosati, Eoin Ryan, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Peter Skinner, Margarita Starkevičiūtė, Ieke van den Burg, Cornelis Visser, Sahra Wagenknecht

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Harald Ettl, Werner Langen, Thomas Mann, Gianni Pittella, Bilyana Ilieva Raeva

    • [1]  A6-0032/2008.
    • [2]  Richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd (PB L 184 van 6.7.2001, blz. 1).

    RESULTAAT VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    27.3.2008

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    22

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Carlo Casini, Bert Doorn, Monica Frassoni, Giuseppe Gargani, Neena Gill, Piia-Noora Kauppi, Klaus-Heiner Lehne, Katalin Lévai, Antonio López-Istúriz White, Hans-Peter Mayer, Manuel Medina Ortega, Hartmut Nassauer, Aloyzas Sakalas, Diana Wallis, Jaroslav Zvěřina, Tadeusz Zwiefka

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Sharon Bowles, Mogens Camre, Janelly Fourtou, Jean-Paul Gauzès, Sajjad Karim, Kurt Lechner, Georgios Papastamkos, Michel Rocard, Gabriele Stauner, József Szájer, Jacques Toubon

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

    Gabriela Creţu