VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels en tot wijziging van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad en Verordening (EG) nr. 1907/2006
9.4.2008 - (COM(2007)0355 – C6‑0197/2007 – 2007/0121(COD)) - ***I
Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
Rapporteur: Amalia Sartori
Rapporteur voor advies (*): Andreas Schwab, Commissie interne markt en consumentenbescherming
(*) Medeverantwoordelijke commissie - Artikel 47 van het Reglement
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels en tot wijziging van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad en Verordening (EG) nr. 1907/2006
(COM(2007)0355 – C6‑0197/2007 – 2007/0121(COD))
(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2007)0355),
– gelet op artikel 251, lid 2 en de artikelen 95 van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0197/2007),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie industrie, onderzoek en energie (A6‑0140/2008),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
| Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendementen van het Parlement |
Amendement 1 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 7 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(7) De voordelen voor het bedrijfsleven zullen groter worden naarmate meer landen de GHS-criteria in hun wetgeving overnemen. De Gemeenschap moet hierbij koploper zijn om andere landen ertoe aan te zetten haar voorbeeld te volgen en om de industrie in de Gemeenschap een concurrentievoordeel te geven. |
(7) De voordelen voor het bedrijfsleven zullen groter worden naarmate meer landen de GHS-criteria in hun wetgeving overnemen. Strengere etikettering kan het vertrouwen van de consument in chemische stoffen ten goede komen. De Gemeenschap moet hierbij koploper zijn om andere landen ertoe aan te zetten haar voorbeeld te volgen en om de industrie en met name het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Gemeenschap een concurrentievoordeel te geven. |
Motivering | |
Het vertrouwen in de chemische industrie is er de afgelopen jaren niet op verbeterd. De toepassing van een strenge etiketteringsregeling kan het vertrouwen van de consument in de producten van de chemische industrie helpen herstellen. De door de Commissie opgezette internetraadpleging van 21 augustus tot 21 oktober 2006 heeft 370 bijdragen opgeleverd. Daarvan waren er 254 afkomstig van bedrijven. 40% daarvan hadden minder dan 250 werknemers. | |
Amendement 2 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 8 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(8) Daarom is het van het grootste belang dat de bepalingen voor de indeling en etikettering van stoffen en mengsels in de Gemeenschap geharmoniseerd worden, met inachtneming van de indelingscriteria en etiketteringsvoorschriften van het GHS, maar daarbij voortbouwend op de veertig jaar ervaring die is opgedaan met de uitvoering van de bestaande communautaire wetgeving inzake chemische stoffen, waarbij het gerealiseerde niveau van bescherming in stand wordt gehouden door harmonisatie van het systeem van indeling en etikettering, door toepassing van communautaire gevarenklassen die nog geen deel uitmaken van het GHS en door gebruik te maken van de huidige etiketterings- en verpakkingsvoorschriften. |
(8) Daarom is het van het grootste belang dat de bepalingen en de criteria voor de indeling en etikettering van stoffen en mengsels in de Gemeenschap geharmoniseerd worden, met volledige inachtneming van de indelingscriteria en etiketteringsvoorschriften van het GHS, maar daarbij voortbouwend op de veertig jaar ervaring die is opgedaan met de uitvoering van de bestaande communautaire wetgeving inzake chemische stoffen, waarbij het gerealiseerde niveau van bescherming in stand wordt gehouden door harmonisatie van het systeem van indeling en etikettering, door toepassing van communautaire gevarenklassen die nog geen deel uitmaken van het GHS en door gebruik te maken van de huidige etiketterings- en verpakkingsvoorschriften. |
Motivering | |
De voorgestelde wijziging is bedoeld om te zorgen voor coherentie met de doelstellingen van deze verordening. Harmonisatie - het doel van de voorgestelde verordening - kan alleen worden bereikt indien de indelingscriteria en etiketteringsvoorschriften van het GHS volledig in communautaire wetgeving worden omgezet. | |
Amendement 3 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 13 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(13) De in deze verordening gebruikte terminologie moet in overeenstemming zijn met de terminologie van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie en met de op VN-niveau in het GHS gegeven definities, om maximale consistentie te garanderen bij de toepassing van de wetgeving inzake chemische stoffen in de Gemeenschap in de context van de wereldwijde handel. Om dezelfde reden moeten de in het GHS vastgestelde gevarenklassen in deze verordening worden opgenomen. |
(13) De in deze verordening gebruikte terminologie en definities moeten in overeenstemming zijn met die van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie en met de op VN-niveau in het GHS gegeven definities, om maximale consistentie te garanderen bij de toepassing van de wetgeving inzake chemische stoffen in de Gemeenschap in de context van de wereldwijde handel. Om dezelfde reden moeten de in het GHS vastgestelde gevarenklassen in deze verordening worden opgenomen. |
Motivering | |
Om geen verwarring te veroorzaken moeten de definities en de terminologie in overeenstemming zijn met de Europese wetgeving op dit gebied. | |
Amendement 4 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 16 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(16 bis) Aangezien indeling van stoffen door de leverancier zelf garant staat voor een geharmoniseerd beleid ten aanzien van de indeling van alle stoffen en mengsels in de gehele Europese Unie, vormt zij een cruciale voorwaarde ter waarborging van het vrije verkeer van goederen binnen de interne markt. Deze indeling dient derhalve in acht te worden genomen voor alle stoffen en mengsels die onder de toepassing van deze verordening vallen. De lidstaten wordt verzocht het beginsel dat de leverancier de indeling regelt te laten gelden voor alle overige aspecten van de indeling van chemische stoffen. |
Motivering | |
Een van de basisbeginselen van de onderhavige wetgeving komt erop neer dat de indeling en etikettering van chemische stoffen en mengsels zo moet worden geharmoniseerd dat internemarktdistorsies volstrekt worden uitgesloten. Indeling van stoffen door de fabrikant als bedoeld in artikel 4 van deze verordening is een van de grondbeginselen om een geharmoniseerde indeling in de gehele Europese Unie te waarborgen. Daarom moet dit beginsel zonder uitzondering gelden voor alle stoffen en mengsels die onder de toepassing van deze verordening vallen. | |
Amendement 5 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 18 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(18) Om te waarborgen dat de afnemers worden voorgelicht over de gevaren moeten de fabrikanten, importeurs en downstreamgebruikers stoffen en mengsels overeenkomstig de desbetreffende indeling verpakken en etiketteren en moeten de distributeurs ervoor zorgen dat zij die informatie doorgeven door de etikettering ongemoeid te laten of zelf overeenkomstig deze verordening een etiket aan te brengen. Ingeval distributeurs het etiket of de verpakking van stoffen of mengsels wijzigen, moeten zij zich ook houden aan de verplichting om de stof of het mengsel overeenkomstig deze verordening in te delen. |
(18) Om te waarborgen dat de afnemers op een betrouwbare en transparante manier worden voorgelicht over de gevaren moeten de fabrikanten, importeurs en downstreamgebruikers stoffen en mengsels overeenkomstig de desbetreffende indeling verpakken en etiketteren en moeten de distributeurs ervoor zorgen dat zij die informatie doorgeven door de etikettering ongemoeid te laten of zelf overeenkomstig deze verordening een etiket aan te brengen. Ingeval distributeurs het etiket of de verpakking van stoffen of mengsels wijzigen, moeten zij zich ook houden aan de verplichting om de stof of het mengsel overeenkomstig deze verordening in te delen . |
Amendement 6 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 19 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(19) Met het oog op de informatieverstrekking over gevaarlijke stoffen in mengsels moeten ook mengsels in voorkomend geval worden geëtiketteerd als zij ten minste één stof bevatten die als gevaarlijk is ingedeeld, ook al zijn die mengsels zelf niet als gevaarlijk ingedeeld. |
(19) Met het oog op de informatieverstrekking over en de bescherming tegen gevaarlijke stoffen in mengsels moeten ook mengsels in voorkomend geval worden geëtiketteerd als zij ten minste één stof bevatten die als gevaarlijk is ingedeeld, ook al zijn die mengsels zelf niet als gevaarlijk ingedeeld. |
Motivering | |
Indeling, etikettering en verpakking vinden niet uitsluitend plaats met het oog op informatieverstrekking, maar vooral ook met het oog op de bescherming van de gezondheid van de gebruikers en van het milieu. | |
Amendement 7 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 21 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(21) Voor het indelen van een stof of mengsel mag dus de beschikbare informatie worden gebruikt, maar de voor de toepassing van deze verordening gebruikte informatie moet bij voorkeur in overeenstemming zijn met de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 1907/2006, de vervoersvoorschriften of internationale beginselen voor de validatie van informatie, zodat de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de resultaten en de samenhang met andere vereisten op internationaal of Gemeenschapsniveau gegarandeerd zijn. Hetzelfde moet gelden wanneer de leverancier besluit om nieuwe informatie te genereren. |
(21) Voor het indelen van een stof of mengsel mag dus de beschikbare informatie worden gebruikt. Zij moet worden gebruikt voor de toepassing van deze verordening en moet bij voorkeur in overeenstemming zijn met de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 1907/2006, de vervoersvoorschriften of internationale beginselen voor de validatie van informatie, zodat de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de resultaten en de samenhang met andere vereisten op internationaal of Gemeenschapsniveau gegarandeerd zijn. Hetzelfde moet gelden wanneer de leverancier besluit om nieuwe informatie te genereren. |
Motivering | |
Er dient duidelijk te worden gesteld dat alle relevante informatie die beschikbaar is in overweging kan worden genomen voor het indelen van een stof of mengsel. | |
Amendement 8 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 23 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(23 bis) Omdat het belangrijk is consumenten passende informatie te verschaffen, onevenredige maatregelen zoals kindveilige verpakkingen ten gevolge van een te strenge indeling van stoffen en mengsels te voorkomen en duplicatie van tests te vermijden, dienen de lidstaten een procedure te ontwikkelen om alle leveranciers, en met name kleine en middelgrote ondernemingen, in bepaalde specifieke productgroepen te helpen bij het kiezen van de voor die stoffen en mengsels passende indeling, etikettering en verpakking. |
Motivering | |
Wanneer de producent alleen over informatie van de leverancier(s) van de stoffen in het product (mengsel) beschikt, baseert hij zich op de indeling van het mengsel op grond van een evaluatie van informatie volgens de in artikel 9, lid 4 vastgestelde procedure. Dit kan tot onder- en vooral overschatting van de gevaarlijke kenmerken van het mengsel leiden. Beschikbaarheid van een erkende procedure waarbij expertise, aanvullende informatie en gegevens voor het evalueren van een mengsel kunnen worden gebruikt, zal leiden tot een nauwkeuriger indeling, hetgeen met name voor kleine en middelgrote ondernemingen van grote waarde zal zijn. | |
Amendement 9 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 24 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(24 bis) Bij de uitvoering van en het toezicht op validatiestudies voor het beoordelen van proeven zonder dieren of van methoden om het aantal gebruikte dieren of het lijden van proefdieren te verminderen, moet rekening worden gehouden met de noodzaak stoffen overeenkomstig deze verordening en de wetgeving ter implementatie van het GHS in te delen en te etiketteren. |
Motivering | |
Het is in het verleden wel eens voorgekomen dat validatiestudies voor het beoordelen van nieuwe tests niet de garantie boden dat de bewuste proeven ook daadwerkelijk voldeden aan indelings-, etiketterings- en veiligheidseisen. Dit kan de acceptatie van nieuwe, alternatieve methoden vertragen en ertoe leiden dat er langer van dierproeven gebruik wordt gemaakt, ook al bestaan er wetenschappelijk verantwoorde alternatieve methoden. | |
Amendement 10 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 24 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(24 ter) Wanneer proeven zonder dieren of dierproeven die zijn geoptimaliseerd om het aantal gebruikte dieren of het lijden van proefdieren te verminderen gegevens opleveren die niet direct verenigbaar zijn met bepaalde volgens deze verordening te hanteren indelings- en etiketteringscriteria, maar wel in alle opzichten voldoen aan de voor de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu geldende wetenschappelijke validatievereisten, moet deze verordening - voor zover daartoe voldoende wetenschappelijke motieven voorhanden zijn - worden aangepast om te garanderen dat de bewuste indelings- en etiketteringscriteria geen belemmering gaan vormen voor het gebruik van dergelijke testmethoden. |
Motivering | |
Hoewel het GHS vaak wordt gepresenteerd als een "testneutraal" systeem, kan het voorkomen dat alternatieve testmethoden (onder inachtneming van het beginsel dat het gebruik van dierproeven zoveel mogelijk moet worden vervangen, verminderd of geperfectioneerd) gegevens opleveren die niet direct voldoen aan de gebruikelijke indelingscriteria, waarvan er een groot aantal refereren aan in-vivoverschijnselen of rechtstreeks verwijzen naar effecten die worden geconstateerd bij "geteste dieren". Daarom zou de mogelijkheid moeten bestaan om de te hanteren indelings- en etiketteringscriteria meer af te stemmen op methoden waar per definitie geen proefdieren aan te pas komen. | |
Amendement 11 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 25 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(25) Nieuwe informatie over materiële gevaren dient altijd nodig te zijn, tenzij de gegevens al beschikbaar zijn of in deel 2 een uitzonderingsbepaling is opgenomen. |
(25) Proeven ter bepaling van de materiële gevaren van een stof of mengsel zijn altijd nodig, tenzij er al betrouwbare en adequate gegevens beschikbaar zijn of in deel 2 een uitzonderingsbepaling is opgenomen. |
Amendement 12 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 26 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(26) Voor de indeling mogen geen gegevens worden gegenereerd door middel van proeven op mensen en andere primaten. Er moet gebruik worden gemaakt van beschikbare, betrouwbare epidemiologische gegevens en ervaringen betreffende de effecten van stoffen en mengsels op de mens (bv. gegevens over beroepsmatige blootstelling en uit ongevallendatabases) en deze moeten voorrang krijgen op dierproeven als er gevaren uit blijken die niet in dierproeven zijn gevonden. De resultaten van dierproeven moeten afgewogen worden tegen de gegevens over mensen en bij de beoordeling van beide soorten gegevens moet op basis van een deskundig oordeel de best mogelijke bescherming van de menselijke gezondheid worden gewaarborgd. |
(26) Voor de indeling mogen geen gegevens worden gegenereerd door middel van proeven op niet-menselijke primaten. Het uitsluitend voor indelingsdoeleinden genereren van gegevens door middel van proeven op mensen is over het algemeen niet aanvaardbaar en daartoe mag alleen worden overgegaan wanneer er geen andere alternatieven voorhanden zijn. Er moet gebruik worden gemaakt van beschikbare, betrouwbare epidemiologische gegevens en wetenschappelijk geldige ervaringen betreffende de effecten van stoffen en mengsels op de mens (bv. gegevens over beroepsmatige blootstelling en uit ongevallendatabases) en deze moeten voorrang krijgen op dierproeven als er gevaren uit blijken die niet in dierproeven zijn gevonden. De resultaten van dierproeven moeten worden vergeleken met de gegevens over mensen en op basis van een deskundig oordeel moet de best mogelijke bescherming van de menselijke gezondheid worden gewaarborgd en moet ervoor worden gezorgd dat de indeling van een stof of mengsel overeenstemt met de werkelijke effecten ervan op de menselijke gezondheid. |
Motivering | |
Voor de indeling van stoffen en mengsels mag hoegenaamd geen gebruik worden gemaakt van proeven op niet-menselijke primaten. Proeven op mensen mogen ter bescherming van de menselijke gezondheid slechts in uitzonderlijke gevallen worden toegestaan. Deze versie vormt een getrouwere weerspiegeling van de bestaande tekst van het GHS-systeem en van de richtlijnen inzake gevaarlijke stoffen en preparaten. | |
Amendement 13 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 31 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(31) In verband met de evenredigheid en de praktische uitvoerbaarheid moeten er algemene ondergrenzen vastgesteld worden voor verontreinigingen, additieven en afzonderlijke bestanddelen van stoffen, alsmede voor stoffen in mengsels, om aan te geven wanneer informatie over die stoffen bij de indeling van stoffen en mengsels in aanmerking moet worden genomen |
(31) In verband met de evenredigheid en de praktische uitvoerbaarheid moeten er algemene ondergrenzen vastgesteld worden voor geïdentificeerde verontreinigingen, additieven en afzonderlijke bestanddelen van stoffen, alsmede voor stoffen in mengsels, om aan te geven wanneer informatie over die stoffen bij de indeling van stoffen en mengsels in aanmerking moet worden genomen |
Motivering | |
In punt 1.7.2.1. van de huidige bijlage VI bij de richtlijn inzake gevaarlijke stoffen (67/548/EEG) wordt voorgeschreven dat, wanneer in stoffen onzuiverheden, additieven of afzonderlijke bestanddelen zijn geïdentificeerd in een concentratie die gelijk is aan of hoger dan een gespecificeerde drempelwaarde, deze stoffen moeten worden ingedeeld conform het bepaalde in de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten (1999/45/EG). | |
Amendement 14 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 32 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(32) Met het oog op een juiste indeling van mengsels moet daarbij de beschikbare informatie over synergetische en antagonistische effecten in aanmerking genomen worden. |
(32) Met het oog op een juiste indeling van mengsels moet daarbij de beschikbare informatie over synergetische en antagonistische effecten in aanmerking genomen worden. Tevens dient rekening te worden gehouden met gegevens omtrent de kankerverwekkende, mutagene, voor de voortplanting giftige en allergene effecten van de respectieve mengsels. |
Motivering | |
Dit amendement heeft ten doel de lijst van mogelijke effecten aan te vullen. Daarbij gaat speciaal de aandacht uit naar de in overweging 22 van het voorstel vermelde factoren. | |
Amendement 15 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 35 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(35) De voorlichting over de gevaren van stoffen en mengsels gebeurt door middel van etikettering en de veiligheidsinformatiebladen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006. Het etiket is het enige voorlichtingsinstrument voor consumenten, maar kan ook dienen om werknemers te wijzen op de uitvoeriger informatie over stoffen of mengsels in de veiligheidsinformatiebladen. Aangezien de bepalingen over veiligheidsinformatiebladen zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 1907/2006, waarin het veiligheidsinformatieblad het belangrijkste communicatiemiddel in de toeleveringsketen van stoffen is, hoeven deze bepalingen niet nog eens in deze verordening te worden herhaald. |
(35) Twee belangrijke instrumenten voor de voorlichting over de gevaren van stoffen en mengsels zijn etikettering en de veiligheidsinformatiebladen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006. Van deze twee is alleen het etiket rechtstreeks beschikbaar als voorlichtingsinstrument voor consumenten en dit moet daarom voldoende gedetailleerd en relevant voor het gebruik van het product zijn. Bijgevolg is het van essentieel belang dat het Agentschap, zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 1907/2006, in overleg met de bevoegde autoriteiten en belanghebbenden en op gepaste wijze rekening houdend met de beste praktijken, richtsnoeren verstrekt over de wijze waarop het publiek geïnformeerd wordt over de risico's en het veilige gebruik van chemische substanties en mengsels. Het etiket kan ook dienen om werknemers te wijzen op de uitvoeriger informatie over stoffen of mengsels in de veiligheidsinformatiebladen. Aangezien de bepalingen over veiligheidsinformatiebladen zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 1907/2006, waarin het veiligheidsinformatieblad het belangrijkste communicatiemiddel in de toeleveringsketen van stoffen is, hoeven deze bepalingen niet nog eens in deze verordening te worden herhaald. |
Motivering | |
Een adequaat en consistent communicatiesysteem zal de consumenten de nodige informatie en het nodige advies verschaffen, zodat zij hun risico veilig en doeltreffend kunnen beheren, wanneer zij een stof, preparaat of product met chemische stoffen gebruiken. Voldoet ook aan de vereisten van het wereldwijd geharmoniseerd systeem voor de indeling en etikettering van chemische stoffen (Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals, GHS) waarin wordt voorgeschreven dat het etiket voor de consumenten voldoende gedetailleerd en relevant voor het gebruik van het product moet zijn ("sufficiently detailed and relevant to the use of the product"). | |
Amendement 16 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 35 bis | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(35 bis) Voor een volledige en juiste mededeling van de informatie over risico's en veilig gebruik van chemische stoffen en mengsels aan de consumenten moet het gebruik en de verspreiding worden bevorderd van internetsites en groene nummers, vooral wat informatie betreft over specifieke verpakkingen. |
Motivering | |
De aanwezigheid van een grote hoeveelheid informatie op een kleine of anderszins ongeschikte verpakking garandeert niet dat de informatie de consument bereikt. De duidelijk leesbare vermelding, ook op kleine oppervlakten, van een internetsite of een groen nummer waartoe men zich voor alle nuttige en relevante informatie kan wenden, kan een interessant alternatief zijn om de informatie tot bij de consument te krijgen. | |
Amendement 17 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 37 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(37) Het is van groot belang dat in de handel gebrachte stoffen en mengsels duidelijk geïdentificeerd zijn; wel moet het Agentschap bedrijven zo nodig kunnen toestaan om de chemische identiteit zodanig te beschrijven dat de vertrouwelijkheid van hun werkzaamheden niet in het geding komt. |
(37) Het is van groot belang dat in de handel gebrachte stoffen en mengsels duidelijk geïdentificeerd zijn; wel moet het Agentschap bedrijven zo nodig kunnen toestaan om de chemische identiteit van bepaalde stoffen zodanig te beschrijven dat de vertrouwelijkheid van hun werkzaamheden niet in het geding komt. |
Motivering | |
Het is ontoelaatbaar dat namen van zeer bedenkelijke stoffen die bijvoorbeeld kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting zijn, om redenen van zakelijke vertrouwelijkheid geheim kunnen worden gehouden. | |
Amendement 18 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 38 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(38) De International Union of Pure and Applied Chemistry (IUPAC) geldt al vele jaren wereldwijd als autoriteit op het gebied van de chemische nomenclatuur en terminologie. In de hele wereld worden stoffen gewoonlijk aan de hand van hun IUPAC-naam geïdentificeerd en dit is het uitgangspunt voor de identificatie van stoffen in een internationale en meertalige context. Die namen moeten dus voor de toepassing van deze verordening worden gebruikt. |
(38) De International Union of Pure and Applied Chemistry (IUPAC) geldt al vele jaren wereldwijd als autoriteit op het gebied van de chemische nomenclatuur en terminologie. In de hele wereld worden stoffen gewoonlijk aan de hand van hun IUPAC-naam geïdentificeerd en dit is het uitgangspunt voor de identificatie van stoffen in een internationale en meertalige context. Die namen moeten dus voor de toepassing van deze verordening samen met de algemene benaming worden gebruikt, voor zover die voorhanden is. |
Motivering | |
Voor tal van chemische stoffen wordt ook een algemene benaming gebruikt, die in bredere kring bekend staat als de IUPAC-naam, en derhalve moet ook de algemene benaming worden aangegeven, voor zover die voorhanden is. | |
Amendement 19 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 41 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(41) De etiketteringsvoorschriften van deze verordening dienen Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden onverlet te laten. |
(41) De etiketteringsvoorschriften van deze verordening dienen Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden en Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia1 onverlet te laten. |
|
|
__________ 1 PB L 104 van 8 april 2004, blz. 1. Gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 907/2006 van de Commissie (PB L 168 van 21.6.2006, blz. 5). |
Motivering | |
De verordening betreffende detergentia voorziet in specifieke etiketteringsvoorschriften voor detergentia die moeten worden nageleefd. | |
Amendement 20 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 44 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(44) De instanties moeten hun middelen concentreren op de meest zorgwekkende stoffen. Het moet daarom mogelijk zijn dat de bevoegde autoriteiten of leveranciers bij het Agentschap voorstellen indienen voor een geharmoniseerde indeling van stoffen die zijn ingedeeld wegens kankerverwekkendheid, mutageniteit in geslachtscellen of voortplantingstoxiciteit van categorie 1A of 1B, sensibilisatie van de luchtwegen of andere, per geval te beoordelen effecten. Het Agentschap moet over het voorstel advies uitbrengen en belanghebbende partijen moeten daarop kunnen reageren. De Commissie besluit over de definitieve indeling. |
(44) De instanties moeten hun middelen concentreren op de voor de gezondheid en het milieu meest zorgwekkende stoffen. Het moet daarom mogelijk zijn dat de bevoegde autoriteiten of leveranciers bij het Agentschap voorstellen indienen voor een geharmoniseerde indeling van stoffen die zijn ingedeeld wegens kankerverwekkendheid, mutageniteit in geslachtscellen of voortplantingstoxiciteit van categorie 1A of 1B, sensibilisatie van de luchtwegen of andere, per geval te beoordelen effecten. Stoffen waarvan het hormoonontregelend effect is aangetoond moeten eveneens in de verordening worden opgenomen. Het Agentschap moet over het voorstel advies uitbrengen en belanghebbende partijen moeten daarop kunnen reageren. De Commissie besluit over de definitieve indeling. PBT (persistente, bioaccumulerende en toxische )- en vPvB (zeer persistente en sterk bioaccumulerende)-stoffen of in acute-toxiciteitscategorie 5 vallende substanties moeten in een later stadium in deze verordening worden opgenomen. De Commissie moet binnen 5 jaar met precieze criteria komen voor de indeling van hormoonontregelende stoffen. |
Motivering | |
De etikettering van persistente, bioaccumulerende en toxische stoffen waarvoor gegevens beschikbaar zijn, is voor de consument van essentieel belang. De Commissie dient met criteria te komen voor de indeling van hormoonontregelende stoffen. | |
Amendement 21 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 46 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(46) Omwille van de werking van de interne markt voor stoffen en mengsels en een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid van de mens en het milieu moeten voorschriften voor een inventaris van indelingen en etiketteringen worden vastgesteld. De indeling en etikettering van alle in de handel gebrachte stoffen moet bij het Agentschap worden aangemeld om in de inventaris te worden opgenomen. |
(46) Omwille van de werking van de interne markt voor stoffen en mengsels en een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid van de mens en het milieu moeten voorschriften voor een inventaris van indelingen en etiketteringen worden vastgesteld. Wat stoffen betreft die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 in hoeveelheden van meer dan een ton per jaar moeten worden geregistreerd, moet de indeling en etikettering van alle in de handel gebrachte stoffen bij het Agentschap worden aangemeld om in de inventaris te worden opgenomen. |
Motivering | |
Artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 voorziet in een registratieverplichting voor stoffen boven de drempel van een ton. Gelet op REACH en de vele en gedetailleerde analyses die tot de invoering van deze drempel hebben geleid, komt het geschikt voor dezelfde grenswaarde te bepalen voor de kennisgeving aan het Agentschap van de informatie die wordt gevraagd in het kader van het GHS. | |
Amendement 22 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 52 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(52) Teneinde contactpunten voor informatie over gevaarlijke stoffen en mengsels te creëren moeten de lidstaten naast de voor de toepassing en handhaving van deze verordening bevoegde instanties organen aanwijzen die belast zijn met het ontvangen van informatie over de gezondheid. |
(52) Teneinde contactpunten voor informatie over gevaarlijke stoffen en mengsels te creëren moeten de lidstaten naast de voor de toepassing en handhaving van deze verordening bevoegde instanties organen aanwijzen die belast zijn met het ontvangen en verwerken van informatie en het verzamelen van gegevens over de gezondheid. De Commissie moet de ontvangen informatie via het internet beschikbaar stellen voor het publiek. |
Motivering | |
Het gaat niet alleen om de ontvangst van informatie die belangrijk is voor de volksgezondheid, maar ook om het verzamelen van grote hoeveelheden gegevens. | |
Amendement 23 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 55 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(55) Met het oog op de transparantie, onpartijdigheid en samenhang van de handhavingsactiviteiten van de lidstaten moeten de lidstaten een geschikt kader instellen om bij niet-naleving doeltreffende, evenredige en ontmoedigende sancties op te kunnen leggen, daar niet-naleving van deze verordening tot schade voor de gezondheid van de mens en het milieu kan leiden. |
(55) Met het oog op de transparantie, onpartijdigheid en samenhang van de handhavingsactiviteiten van de lidstaten moeten de lidstaten een geschikt kader instellen om bij niet-naleving doeltreffende, evenredige en ontmoedigende sancties op te kunnen leggen, daar niet-naleving van deze verordening tot schade voor de gezondheid van de mens en het milieu kan leiden. Voorts moeten de lidstaten een doeltreffend toezicht- en controlesysteem instellen. |
Motivering | |
Om ervoor te zorgen dat het met deze verordening ingestelde systeem efficiënt werkt, moet ook worden voorzien in een efficiënt toezicht- en controlesysteem. | |
Amendement 24 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Overweging 64 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(64) Met name moet de Commissie worden gemachtigd om deze verordening aan de technische vooruitgang aan te passen; hieronder valt ook het implementeren van op VN-niveau in het GHS aangebrachte wijzigingen. Bij die aanpassingen aan de technische vooruitgang moet met het halfjaarlijkse ritme van de VN rekening worden gehouden. Ook moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om over de geharmoniseerde indeling en etikettering van specifieke stoffen te besluiten. Aangezien het hier maatregelen van algemene strekking betreft die ten doel hebben niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, moeten zij worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG. |
(64) Met name moet de Commissie worden gemachtigd om deze verordening aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aan te passen; hieronder valt ook het implementeren van op VN-niveau in het GHS aangebrachte wijzigingen. Bij die aanpassingen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang moet met het halfjaarlijkse ritme van de VN rekening worden gehouden. Ook de ontwikkeling en validering van nieuwe testmethoden moet zijn weerslag in deze verordening vinden. Ook moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om over de geharmoniseerde indeling en etikettering van specifieke stoffen te besluiten. Aangezien het hier maatregelen van algemene strekking betreft die ten doel hebben niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, moeten zij worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG. |
Motivering | |
Op het gebied van chemische stoffen gaat de wetenschappelijke en technische ontwikkeling snel. De verordening moet aan de wetenschappelijke ontwikkelingen, inclusief de ontwikkelingen op het gebied van testmethoden, worden aangepast. | |
Amendement 25 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 1 – lid 1 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(a) de indeling van stoffen en mengsels en de voorschriften voor de etikettering en verpakking van gevaarlijke stoffen en mengsels te harmoniseren; |
(a) de criteria voor de indeling van stoffen en mengsels en de voorschriften voor de etikettering en verpakking van gevaarlijke stoffen en mengsels te harmoniseren; |
Motivering | |
De voorgestelde wijziging is bedoeld om te zorgen voor coherentie met de doelstellingen van deze verordening. | |
Amendement 26 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 1 – lid 1 – letter d | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(d) in bijlage VI, deel 3, een lijst van stoffen met een geharmoniseerde indeling en etikettering op Gemeenschapsniveau op te stellen; |
(d) in bijlage VI, deel 3, een lijst van stoffen met een geharmoniseerde indeling en etikettering op Gemeenschapsniveau op te stellen en voor het publiek toegankelijk te maken; |
Motivering | |
De lijst van stoffen moet samen met de geharmoniseerde indeling en etikettering daarvan voor het publiek toegankelijk worden gemaakt. | |
Amendement 27 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 1 – lid 2 – letter d | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(d) stoffen en mengsels voor wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke ontwikkeling, die niet in de handel verkrijgbaar zijn, mits zij onder gecontroleerde omstandigheden worden gebruikt waarbij de blootstelling zo klein mogelijk is, alsof zij overeenkomstig bijlage I ingedeeld zijn als kankerverwekkend, mutageen in geslachtscellen of giftig voor de voortplanting (CMR-stoffen) van categorie 1A of 1B. |
(d) stoffen en mengsels voor wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke ontwikkeling of voor procesgeoriënteerd onderzoek en ontwikkeling, die niet in de handel verkrijgbaar zijn of die in de handel verkrijgbaar zijn in de jaarlijkse hoeveelheid van minder dan een ton per leverancier. |
Motivering | |
Onderzoek en wetenschappelijke ontwikkeling maken alternatieve oplossingen mogelijk die veiliger zijn en minder vervuilend. Gelet hierop moet er net als in REACH in worden voorzien dat stoffen en mengsels die worden gebruikt voor onderzoek en ontwikkeling, in bepaalde hoeveelheden buiten de toepassing van deze verordening worden gelaten. | |
Amendement 28 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 2 – alinea 2 – punt 4 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(4 bis) "preparaat": een mengsel of oplossing bestaande uit twee of meer stoffen; mengsel en preparaat zijn synoniemen. |
Motivering | |
Voor de volledigheid wordt een definitie ingevoegd van mengsels, waarbij wordt overgenomen wat al werd aangegeven in REACH met betrekking tot preparaten. De term mengsel is synoniem met de term preparaat. | |
Amendement 29 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 3 – lid 1 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Indien het gaat om gevarenklassen van de punten 3.1, 3.4, 3.7, 3.8 en 4.1 van bijlage I en die gevarenklassen onderverdeeld zijn op grond van de blootstellingsroute of de aard van de effecten, wordt de stof of het mengsel met inachtneming van die onderverdeling ingedeeld. |
Indien het gaat om gevarenklassen van de punten 3.1, 3.4, 3.5, 3.6, 3.7, 3.8, 3.9 en 4.1 van bijlage I en die gevarenklassen onderverdeeld zijn op grond van de blootstellingsroute of de aard van de effecten, wordt de stof of het mengsel met inachtneming van die onderverdeling ingedeeld. |
Motivering | |
Ter wille van de volledigheid: mutageniteit in geslachtscellen, cancerogeniciteit en STOT (herhaalde blootstelling) kunnen worden onderverdeeld op grond van de blootstellingsroute. | |
Amendement 30 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 3 – lid 2 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Een stof of mengsel waarvoor de criteria van een of meer van de volgende gevarenklassen of categorieën van bijlage I vervuld zijn, wordt als gevaarlijk beschouwd: |
2. Een stof of mengsel waarvoor de criteria van een of meer van de volgende gevarenklassen of categorieën van bijlage I vervuld zijn, wordt als gevaarlijk in de zin van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en voor de toepassing van afgeleide wetgeving beschouwd: |
Motivering | |
De voorgestelde wijziging is bedoeld om deze verordening in overeenstemming te brengen met de bepalingen van de REACH-verordening (Verordening (EG) nr. 1906/2006), om verwarring met betrekking tot de betekenis van risico en gevaar te voorkomen. | |
Amendement 31 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 3 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De Commissie kan verdere onderverdelingen van gevarenklassen op grond van de blootstellingsroute of de aard van de effecten maken en wijzigt lid 1, tweede alinea, dienovereenkomstig. Die maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 54, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. |
3. De Commissie kan, indien daarover internationale overeenstemming wordt bereikt, op grond van de blootstellingsroute of de aard van de effecten verdere onderverdelingen in de gevarenklassen aanbrengen of opnemen en wijzigt lid 1, tweede alinea, dienovereenkomstig. Die maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 54, lid 3 bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. |
Motivering | |
Er moet in alle opzichten worden gestreefd naar consistentie met de doelstelling tot wereldwijde harmonisatie van voorschriften. | |
Amendement 32 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 4 – lid 1 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Fabrikanten, importeurs en downstreamgebruikers delen stoffen en mengsels in overeenkomstig titel II alvorens zij ze in de handel brengen. |
1. Fabrikanten en importeurs delen stoffen en mengsels in overeenkomstig titel II alvorens zij ze in de handel brengen. |
Motivering | |
Ter wille van de duidelijkheid: downstreamgebruikers hebben uit hoofde van REACH specifieke verantwoordelijkheden, maar deze strekken zich niet uit tot indeling en etikettering. Van zodra een downstreamgebruiker echter van een stof gebruik maakt om een voor levering bedoeld mengsel te produceren, wordt hij daarmee fabrikant, met de bijbehorende verplichtingen uit een oogpunt van indeling en etikettering. | |
Amendement 33 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 5 – lid 1 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(b) epidemiologische gegevens en ervaringen over de effecten op de mens; |
(b) betrouwbare epidemiologische gegevens en wetenschappelijk geldige ervaringen over de effecten van stoffen op de mens (bijvoorbeeld gegevens over beroepsmatige blootstelling, gegevens uit ongevallengegevensbanken en gegevens uit verkennend onderzoek); |
Motivering | |
Het is belangrijk dat nadruk wordt gelegd op de wetenschappelijke betrouwbaarheid en de aard van de gebruikte gegevens, alsmede op de beschikbaarheid van informatie uit internationaal erkende programma's of overeenkomsten. | |
Amendement 34 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 5 – lid 1 – letter c bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(c bis) eventuele nieuwe betrouwbare wetenschappelijke informatie. |
Motivering | |
De over de bewuste stoffen beschikbare gegevens moeten worden geactualiseerd in het licht van de nieuwste wetenschappelijke informatie. | |
Amendement 35 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 5 – lid 1 – letter c ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(c ter) andere in het kader van internationale chemische programma's gegenereerde informatie. |
Motivering | |
Het is belangrijk dat nadruk wordt gelegd op de wetenschappelijke betrouwbaarheid en de aard van de gebruikte gegevens, alsmede op de beschikbaarheid van informatie uit internationaal erkende programma's of overeenkomsten. | |
Amendement 36 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 6 – lid 1 | |
|
1. De leverancier van een mengsel inventariseert de relevante beschikbare informatie om te bepalen of aan het mengsel een materieel, gezondheids- of milieugevaar verbonden is zoals omschreven in bijlage I, en met name de volgende informatie: |
1. De leverancier van een mengsel inventariseert de relevante beschikbare informatie om te bepalen of aan het mengsel een materieel, gezondheids- of milieugevaar verbonden is zoals omschreven in bijlage I, en met name de volgende informatie: |
|
(a) volgens de in artikel 8, lid 3, genoemde methoden gegenereerde gegevens over het mengsel zelf of de stoffen waaruit het bestaat; |
(a) volgens de in artikel 8, lid 3, genoemde methoden gegenereerde gegevens over het mengsel zelf of de stoffen waaruit het bestaat; |
|
(b) epidemiologische gegevens en ervaringen over de effecten op de mens van het mengsel zelf of van de stoffen waaruit het bestaat; |
(b) betrouwbare epidemiologische gegevens en wetenschappelijk geldige ervaringen over de effecten op de mens van het mengsel zelf of van de stoffen waaruit het bestaat (bijvoorbeeld gegevens over beroepsmatige blootstelling, gegevens uit ongevallengegevensbanken en gegevens uit verkennend onderzoek); |
|
(c) andere overeenkomstig punt 1 van bijlage XI bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 gegenereerde informatie over het mengsel zelf of de stoffen waaruit het bestaat. |
(c) andere overeenkomstig punt 1 van bijlage XI bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 gegenereerde informatie over het mengsel zelf of de stoffen waaruit het bestaat. |
|
|
(c bis) andere in het kader van internationale chemische programma's gegenereerde informatie over het mengsel zelf of de stoffen waaruit het bestaat; |
|
|
(c ter) informatie over de samenstelling en indeling van bestaande mengsels binnen een groep van op soortgelijke wijze samengestelde mengsels. |
|
De informatie moet betrekking hebben op de vorm of de fysische toestand waarin het mengsel gebruikt wordt of naar redelijke verwachting gebruikt wordt na in de handel te zijn gebracht. |
De informatie heeft betrekking, indien zij relevant is, op de vorm of de fysische toestand waarin het mengsel gebruikt wordt of naar redelijke verwachting gebruikt wordt na in de handel te zijn gebracht. |
Motivering | |
Het is belangrijk dat nadruk wordt gelegd op de wetenschappelijke betrouwbaarheid en de aard van de gebruikte gegevens, alsmede op de beschikbaarheid van informatie uit internationaal erkende programma's of overeenkomsten. | |
Amendement 37 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 6 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Indien de in lid 1, onder a), bedoelde informatie voor het mengsel zelf beschikbaar is en de leverancier zich ervan heeft vergewist dat die informatie adequaat en betrouwbaar is, gebruikt hij die informatie voor de evaluatie overeenkomstig hoofdstuk 2, behoudens de leden 3 en 4. |
2. Indien de in lid 1 bedoelde informatie voor het mengsel zelf beschikbaar is en de leverancier zich ervan heeft vergewist dat die informatie adequaat en betrouwbaar is, gebruikt hij die informatie voor de evaluatie overeenkomstig hoofdstuk 2, behoudens de leden 3 en 4. |
Motivering | |
De verwijzing is naar het lid als geheel, d.w.z. naar alle relevante informatie die beschikbaar is. | |
Amendement 38 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 6 – lid 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Indien voor het mengsel zelf geen testgegevens als bedoeld in lid 1 beschikbaar zijn, gebruikt de leverancier andere beschikbare informatie over de afzonderlijke stoffen en soortgelijke geteste mengsels die ook relevant geacht kunnen worden om na te gaan of het mengsel gevaarlijk is, mits hij zich ervan heeft vergewist dat de informatie adequaat en betrouwbaar is met het oog op de evaluatie overeenkomstig artikel 9, lid 4. |
5. Indien voor het mengsel zelf geen gegevens als bedoeld in lid 1 beschikbaar zijn, gebruikt de leverancier alle beschikbare informatie over de afzonderlijke stoffen en mengsels of over mengsels binnen een groep van op soortgelijke wijze samengestelde mengsels die ook relevant geacht kunnen worden om na te gaan of het mengsel gevaarlijk is, mits hij zich ervan heeft vergewist dat de informatie adequaat en betrouwbaar is met het oog op de evaluatie overeenkomstig artikel 9, lid 4. |
Motivering | |
Om overeenkomstig bijlage I, deel I, punt 1.1.1 op basis van een deskundige beoordeling van de bewijskracht tot de juiste resultaten te komen, moeten de over mengsels binnen groepen van op soortgelijke wijze samengestelde mengsels beschikbare gegevens onderling met elkaar worden vergeleken. Niet alle in lid 1 bedoelde gegevens - bijvoorbeeld die in lid 1, letter b) - zijn "testgegevens" (in de klassieke zin van het woord), en derhalve moeten verwijzingen naar "testgegevens" worden geschrapt. | |
Amendement 39 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 7 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Wanneer voor de toepassing van deze verordening nieuwe proeven worden gedaan, mogen dat alleen proeven op dieren in de zin van Richtlijn 86/609/EEG zijn als daar geen alternatieven voor zijn. |
1. Wanneer voor de toepassing van deze verordening nieuwe proeven worden gedaan, mogen dat alleen proeven op dieren in de zin van Richtlijn 86/609/EEG zijn als daar geen alternatieven voor zijn die gegevens van hetzelfde betrouwbaarheids- en kwaliteitsniveau opleveren. |
|
|
De testmethoden worden regelmatig herzien en verbeterd om het aantal proeven op gewervelde dieren en het aantal betrokken dieren te verminderen. |
Motivering | |
Het engagement om dierproeven te verminderen moet hier worden herhaald. | |
Amendement 40 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 7 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Voor de toepassing van deze verordening mogen geen proeven op mensen of andere primaten worden gedaan. |
2. Het uitsluitend voor de toepassing van deze verordening verrichten van proeven op mensen is over het algemeen niet aanvaardbaar en mag alleen plaatsvinden waneer er geen andere alternatieven voorhanden zijn om de menselijke gezondheid zo goed mogelijk te beschermen en te waarborgen dat een stof of mengsel wordt ingedeeld overeenkomstig de reële effecten ervan op de menselijke gezondheid. |
|
|
Voor de toepassing van deze verordening mogen geen proeven op niet-menselijke primaten worden gedaan. |
Motivering | |
Ter bescherming van de menselijke gezondheid en om stoffen en mengsels accuraat te kunnen indelen, kunnen proeven op mensen noodzakelijk zijn (bijvoorbeeld in de vorm van een allergietest) om informatie te verkrijgen omtrent de reële effecten op de menselijke gezondheid. Dergelijke proeven dienen echter beperkt te blijven tot gevallen waarin geen andere alternatieven voorhanden zijn. Voor de toepassing van deze verordening mogen geen proeven op niet-menselijke primaten worden gedaan. | |
Amendement 41 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 7 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Validatiestudies ter beoordeling van proeven zonder dieren of van methoden om het aantal gebruikte dieren of het lijden van proefdieren te verminderen dienen zo te zijn opgezet dat de nieuwe testmethoden zich richten naar de eisen die zijn vervat in deze verordening en in soortgelijke wetgeving ter implementatie van het wereldwijd geharmoniseerd systeem voor de indeling en etikettering van chemische stoffen in andere rechtsgebieden, zodat indelings- en etiketteringsvereisten geen belemmering kunnen vormen voor de vervanging, vermindering of optimalisering van dierproeven. |
Motivering | |
Het is in het verleden wel eens voorgekomen dat validatiestudies voor het beoordelen van nieuwe tests niet de garantie boden dat de bewuste proeven ook daadwerkelijk voldeden aan indelings-, etiketterings- en veiligheidseisen. Dit kan de acceptatie van nieuwe, alternatieve methoden vertragen en ertoe leiden dat er langer van dierproeven gebruik wordt gemaakt, ook al bestaan er wetenschappelijk verantwoorde alternatieve methoden. | |
Amendement 42 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 7 – lid 2 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 ter. Wanneer daartoe voldoende wetenschappelijke redenen voorhanden zijn en om dierproeven tot een minimum te beperken, past de Commissie deze verordening conform de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 54, lid 3 aan om te waarborgen dat de indelings- en etiketteringsvereisten geen belemmering vormen voor het gebruik van testmethoden om dierproeven te vervangen, te verminderen of te optimaliseren. |
Motivering | |
Hoewel het GHS vaak wordt gepresenteerd als een "testneutraal" systeem, kan het voorkomen dat alternatieve testmethoden (onder inachtneming van het beginsel dat het gebruik van dierproeven zoveel mogelijk moet worden vervangen, verminderd of geperfectioneerd) gegevens opleveren die niet direct voldoen aan de gebruikelijke indelingscriteria, waarvan er een groot aantal refereren aan in-vivoverschijnselen of rechtstreeks verwijzen naar effecten die worden geconstateerd bij "geteste dieren". Daarom zou de mogelijkheid moeten bestaan om de te hanteren indelings- en etiketteringscriteria meer af te stemmen op methoden waar per definitie geen proefdieren aan te pas komen. | |
Amendement 43 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 8 – lid 3 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) ten aanzien van de in bijlage I, delen 3 en 4, vermelde gezondheids- en milieugevaren: internationaal erkende wetenschappelijke beginselen of methoden die volgens internationale procedures zijn gevalideerd. |
(c) ten aanzien van de in bijlage I, delen 3 en 4, vermelde gezondheids- en milieugevaren: met inachtneming van deugdelijke wetenschappelijke beginselen, bij voorkeur internationaal erkend, of methoden die volgens internationale procedures zijn gevalideerd. |
Motivering | |
Voor de identificatie van gezondheids- en milieugevaren is het van fundamenteel belang te verwijzen naar deugdelijke wetenschappelijke beginselen die op internationaal niveau zijn erkend. | |
Amendement 44 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 8 – lid 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Proeven die uitsluitend met het oog op de toepassing van deze verordening worden gedaan, worden uitgevoerd op de stof of het mengsel in de vorm die gebruikt wordt of naar redelijke verwachting gebruikt wordt na in de handel te zijn gebracht. |
4. Proeven die uitsluitend met het oog op de toepassing van deze verordening worden gedaan, worden uitgevoerd op de stof of het mengsel in de vorm waarin de bewuste substantie bestemd is om te worden gebruikt dan wel in de vorm en/of fysieke toestand waarin deze in de handel is gebracht. |
Motivering | |
Ter wille van de consistentie met de tekst van GHS 1.3.3.1.1 (b) "de beoordeling is gebaseerd op het product waar het daadwerkelijk om gaat". | |
Amendement 45 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 9 – lid 4 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Indien echter toepassing van de extrapolatieprincipes met die informatie niet mogelijk is, evalueert de leverancier de informatie met behulp van de andere methode(n) zoals beschreven in elk punt van de delen 3 en 4 van bijlage I. |
Indien echter toepassing van de extrapolatieprincipes met die informatie niet mogelijk is, en deskundig advies geen ruimte laat voor conclusies die verder reiken dan op basis van de extrapolatieprincipes mogelijk is, evalueert de leverancier de informatie met behulp van de andere methode(n) zoals beschreven in elk punt van de delen 3 en 4 van bijlage I. |
Motivering | |
Ter wille van de consistentie met de in het GHS van de VN gebruikte formulering met betrekking tot deskundig advies (1.3.2.4.8 van het zgn. "Purple Book"): "De voor de indeling van mengsels gebruikte methode behelst de inschakeling van deskundig advies op een aantal terreinen, ten einde te waarborgen dat de bestaande informatie ter bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu voor zoveel mogelijk mengsels kan worden gebruikt". | |
Amendement 46 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 9 – lid 4 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. Bij de beoordeling van de gegevens neemt de fabrikant of importeur ook aanvullende informatie in aanmerking, zoals de vorm en/of fysieke toestand waarin een stof of mengsel wordt gebruikt na in de handel te zijn gebracht en kan hij de indeling dienovereenkomstig optimaliseren. Voor de indeling van een stof of mengsel dient te worden uitgegaan van normale hantering en gebruik. |
Motivering | |
Consistentie met het gangbare beschermingsniveau moet worden gewaarborgd ter handhaving van het beginsel dat normale hantering en gebruik de regel zijn, hetgeen noodzakelijkerwijs voortvloeit uit de bestaande EU-wetgeving, bijvoorbeeld met betrekking tot stoffen die worden ingedeeld als "gevaarlijk voor de ozonlaag". | |
Amendement 47 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 9 – lid 4 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 ter. wanneer een specifieke productsectorgroep een Centrum voor risico's en classificatie heeft opgericht, dat expertise bijeenbrengt voor de evaluatie van informatie, testgegevens, beoordelingen van het gewicht van bewijsmateriaal en overbruggingsprincipes, kan elke leverancier binnen deze productsector gebruik maken van de evaluaties van dat centrum bij de vaststelling van de risico's van een mengsel, en van de daarmee overeenstemmende classificatie. |
Motivering | |
Indien de producent alleen beschikt over informatie die verstrekt is door de leverancier(s) van de in het product (of mengsel) gebruikte stoffen, moet hij bij de vaststelling van de classificatie van het mengsel gebruik maken van de evaluatie van informatie op grond van de procedure genoemd in artikel 9, lid 4. Dit kan leiden tot een onderschatting, maar ook tot een overschatting van de gevaarlijke eigenschappen van het mengsel. Door de beschikbaarheid van een erkende procedure waarbij expertise, extra informatie en data beschikbaar kunnen worden gesteld voor de evaluatie van een mengsel zal een nauwkeuriger classificatie mogelijk worden, hetgeen vooral voor de KMO's van groot belang zou zijn. | |
Amendement 48 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 10 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Behoudens lid 3 kan de leverancier in de onderstaande gevallen specifieke concentratiegrenzen vaststellen als drempel waarop of waarboven de aanwezigheid van de betrokken stof als verontreiniging, additief of afzonderlijke bestanddeel in een andere stof of in een mengsel ertoe kan leiden dat de stof of het mengsel als gevaarlijk wordt ingedeeld: |
1. Behoudens lid 3 kan de leverancier in de onderstaande gevallen specifieke concentratiegrenzen vaststellen als drempel waarop of waarboven de aanwezigheid van de betrokken stof als geïdentificeerde verontreiniging, additief of afzonderlijk bestanddeel in een andere stof of in een mengsel ertoe kan leiden dat de stof of het mengsel als gevaarlijk wordt ingedeeld: |
|
(a) indien uit de informatie blijkt dat het gevaar van een stof evident is wanneer die stof aanwezig is in een concentratie die kleiner is dan de in bijlage I, deel 2, voor de gevarenklassen vermelde concentraties of kleiner dan de in bijlage I, delen 3 tot en met 5, voor de gevarenklassen vermelde algemene concentratiegrenzen; |
(a) indien uit de informatie blijkt dat het gevaar van een stof evident is wanneer die stof aanwezig is in een concentratie die kleiner is dan de in bijlage I, deel 2, voor de gevarenklassen vermelde concentraties of kleiner dan de in bijlage I, delen 3 tot en met 5, voor de gevarenklassen vermelde algemene concentratiegrenzen; |
|
(b) in uitzonderlijke gevallen, indien uit de informatie blijkt dat een als gevaarlijk ingedeelde stof aanwezig is in een concentratie die groter is dan de in bijlage I, deel 2, voor de gevarenklassen vermelde concentraties of groter dan de in bijlage I, delen 3 tot en met 5, voor de gevarenklassen vermelde algemene concentratiegrenzen maar er overtuigende gegevens zijn waaruit blijkt dat het gevaar van de stof niet evident is. |
(b) indien in voorkomend geval uit de informatie blijkt dat een als gevaarlijk ingedeelde stof aanwezig is in een concentratie die groter is dan de in bijlage I, deel 2, voor de gevarenklassen vermelde concentraties of groter dan de in bijlage I, delen 3 tot en met 5, voor de gevarenklassen vermelde algemene concentratiegrenzen maar er overtuigende gegevens zijn waaruit blijkt dat het gevaar van de stof niet evident is. |
Motivering | |
(i) "geïdentificeerde verontreiniging" - ter wille van de uitvoerbaarheid bij met name complexe stoffen, en van de consistentie met het door de bestaande wetgeving beoogde doel; (ii) "in voorkomend geval" - naar analogie van de GHS-tekst (1.3.3.2.3). | |
Amendement 49 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 10 – lid 6 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
6 bis. Leveranciers stellen conform de criteria die zijn vastgesteld in de door het Agentschap verstrekte richtsnoeren concentratiegrenzen vast en vermelden de daartoe strekkende motieven hetzij in de door hen in het kader van de inventaris van indelingen en etiketteringen te verstrekken kennisgeving, hetzij in de registratie die zij uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1907/2006 moeten indienen. |
Motivering | |
Om de tekst in overeenstemming te brengen met de door leveranciers uit te brengen rapportage omtrent specifieke concentratiegrenzen en toe te passen vermenigvuldigingsfactoren, zoals oorspronkelijk was voorgesteld voor de internetversie, bijlage I, deel 1, 1.1.4.3 en GHS-tekst 1.3.3.2.4. | |
Amendement 50 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 11 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Indien een stof als verontreiniging, additief of afzonderlijk bestanddeel een andere, als gevaarlijk ingedeelde stof bevat, wordt voor de indeling met deze informatie rekening gehouden als de concentratie van de verontreiniging, het additief of het afzonderlijke bestanddeel gelijk aan of groter dan de in lid 3 bedoelde ondergrens voor die stof is. |
1. Indien een stof als geïdentificeerde verontreiniging, additief of afzonderlijk bestanddeel een andere, als gevaarlijk ingedeelde stof bevat, wordt voor de indeling met deze informatie rekening gehouden als de concentratie van de verontreiniging, het additief of het afzonderlijke bestanddeel gelijk aan of groter dan de in lid 3 bedoelde ondergrens voor die stof is. |
Motivering | |
In punt 1.7.2.1. van de huidige bijlage VI bij de richtlijn inzake gevaarlijke stoffen (67/548/EEG) wordt voorgeschreven dat, wanneer in stoffen onzuiverheden, additieven of afzonderlijke bestanddelen zijn geïdentificeerd in een concentratie die gelijk is aan of hoger dan een gespecificeerde drempelwaarde, deze stoffen moeten worden ingedeeld conform het bepaalde in de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten (1999/45/EG). Dit is adequaat gebleken voor de indeling van vele complexe stoffen met diverse concentraties van onzuiverheden of bestanddelen die niet allemaal kunnen worden geïdentificeerd. | |
De formulering in het voorstel zou automatisch leiden tot de laagste ondergrens, ongeacht motivering. | |
Amendement 51 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 11 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Indien een mengsel als bestanddeel of als verontreiniging of additief een als gevaarlijk ingedeelde stof bevat, wordt voor de indeling met deze informatie rekening gehouden als de concentratie van die stof gelijk aan of groter dan de in lid 3 bedoelde ondergrens voor die stof is. |
2. Indien een mengsel als bestanddeel of als geïdentificeerde verontreiniging of additief een als gevaarlijk ingedeelde stof bevat, wordt voor de indeling met deze informatie rekening gehouden als de concentratie van die stof gelijk aan of groter dan de in lid 3 bedoelde ondergrens voor die stof is. |
Motivering | |
In punt 1.7.2.1. van de huidige bijlage VI bij de richtlijn inzake gevaarlijke stoffen (67/548/EEG) wordt voorgeschreven dat, wanneer in stoffen onzuiverheden, additieven of afzonderlijke bestanddelen zijn geïdentificeerd in een concentratie die gelijk is aan of hoger dan een gespecificeerde drempelwaarde, deze stoffen moeten worden ingedeeld conform het bepaalde in de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten (1999/45/EG). Dit is adequaat gebleken voor de indeling van vele complexe stoffen met diverse concentraties van onzuiverheden of bestanddelen die niet allemaal kunnen worden geïdentificeerd. | |
De formulering in het voorstel zou automatisch leiden tot de laagste ondergrens, ongeacht motivering. | |
Amendement 52 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 11 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde ondergrens is de kleinste van de volgende twee waarden: |
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde ondergrens dient een van de volgende waarden te zijn: |
|
(a) de algemene ondergrenzen in tabel 1.1 van bijlage I, deel 1; |
(a) de in bijlage VI, deel 3 vastgestelde specifieke concentratiegrenzen, of |
|
(b) eventuele specifieke concentratiegrenzen in bijlage VI, deel 3, of in de in artikel 43 bedoelde inventaris van indelingen en etiketteringen; |
(b) de concentratiegrenzen in de in artikel 43 bedoelde inventaris van indelingen en etiketteringen, indien de kennisgevers overeenstemming hebben bereikt, of |
|
|
(b bis) de algemene ondergrenzen in tabel 1.1 van bijlage I, deel 1, indien de in de punten a) en b) bedoelde specifieke concentratiegrenzen niet beschikbaar zijn; |
|
(c) eventuele concentraties in de desbetreffende punten van bijlage I, deel 2, of eventuele algemene concentratiegrenzen voor indeling in de desbetreffende punten van bijlage I, delen 3 tot en met 5, indien er geen specifieke concentratiegrenzen als bedoeld onder b) zijn. |
(c) eventuele concentraties in de desbetreffende punten van bijlage I, deel 2, of eventuele algemene concentratiegrenzen voor indeling in de desbetreffende punten van bijlage I, delen 3 tot en met 5, indien er geen specifieke concentratiegrenzen als bedoeld onder a), b) of c) zijn. |
Motivering | |
De tekst zoals die thans is geformuleerd zou automatisch resulteren in de laagste ondergrenzen, zonder dat daartoe aanleiding bestaat. In het verleden was er wél aanleiding om voor bepaalde stoffen specifieke concentratiegrenzen vast te stellen die hoger lagen dan de algemene grenswaarden. | |
Amendement 53 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 12 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) indien uit adequate, betrouwbare informatie blijkt dat er synergetische of antagonistische effecten kunnen optreden in een mengsel waarvoor de evaluatie is uitgevoerd op grond van informatie over de stoffen waaruit het mengsel bestaat. |
(c) indien uit adequate, betrouwbare informatie blijkt dat er synergetische of antagonistische effecten tussen de stoffen in een mengsel kunnen optreden. |
Amendement 54 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 14 – lid 1 – letters a en b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(a) de stoffen in het mengsel reageren langzaam met atmosferische gassen, met name zuurstof, koolstofdioxide, waterdamp, waarbij andere stoffen ontstaan; |
(a) de stoffen in het mengsel reageren langzaam met atmosferische gassen, met name zuurstof, koolstofdioxide, waterdamp, waarbij andere ongevaarlijke stoffen ontstaan; |
|
(b) de stoffen in het mengsel reageren zeer langzaam met andere stoffen in het mengsel, waarbij weer andere stoffen ontstaan; |
(b) de stoffen in het mengsel reageren zeer langzaam met andere stoffen in het mengsel, waarbij weer andere ongevaarlijke stoffen ontstaan; |
Motivering | |
De mogelijkheid dat er gevaarlijke stoffen ontstaan moet op het etiket worden aangegeven. | |
Amendement 55 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 17 – lid 1 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Als gevaarlijk ingedeelde stoffen en mengsels worden van een etiket voorzien dat de volgende elementen bevat: |
1. Als gevaarlijk ingedeelde stoffen en mengsels worden op de verpakking van een etiket voorzien dat de volgende elementen bevat: |
Motivering | |
Etikettering kan alleen op de verpakking. Het op de verpakking vermelden van de te gebruiken neutraliserende stof is een veiligheidsmaatregel voor noodgevallen, net als de vermelding van het noodnummer (112). | |
Amendement 56 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 17 – lid 1 – letters d t/m h | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
d) indien van toepassing, gevarenpictogrammen overeenkomstig artikel 19; |
(d) gevarenpictogrammen overeenkomstig artikel 19; |
|
(e) indien van toepassing, signaalwoorden overeenkomstig artikel 20; |
(e) signaalwoorden overeenkomstig artikel 20; |
|
(f) indien van toepassing, gevarenaanduidingen overeenkomstig artikel 21; |
(f) gevarenaanduidingen overeenkomstig artikel 21; |
|
(g) indien van toepassing, voorzorgsmaatregelen overeenkomstig artikel 22; |
(g) voorzorgsmaatregelen overeenkomstig artikel 22; |
|
(h) indien van toepassing, een rubriek voor aanvullende informatie overeenkomstig artikel 27. |
(h) een rubriek voor aanvullende informatie overeenkomstig artikel 27. |
Motivering | |
Een indeling dient altijd overeenkomstig het desbetreffende artikel plaats te vinden, en niet alleen maar "indien van toepassing". | |
Amendement 57 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 18 – lid 2 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Indien de naam volgens de IUPAC-nomenclatuur meer dan 100 tekens lang is, mag een triviale naam worden gebruikt, mits in de kennisgeving overeenkomstig artikel 41 de naam volgens de IUPAC-nomenclatuur en de gebruikte triviale naam worden vermeld. |
Indien er een triviale naam beschikbaar is, dient die ook te worden vermeld. Indien de naam volgens de IUPAC-nomenclatuur meer dan 100 tekens lang is, mag een triviale naam worden gebruikt, mits in de kennisgeving overeenkomstig artikel 41 de naam volgens de IUPAC-nomenclatuur en de gebruikte triviale naam worden vermeld. |
Motivering | |
Voor tal van chemische stoffen wordt ook een algemene benaming gebruikt, die in bredere kring bekend staat als de IUPAC-naam, en derhalve moet ook de algemene benaming worden aangegeven, voor zover die voorhanden is. | |
Amendement 58 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 18 – lid 3 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(b) de identiteit van alle stoffen in het mengsel die bijdragen tot acute toxiciteit, huidcorrosie of ernstig oogletsel, mutageniteit in geslachtscellen, kankerverwekkendheid, voortplantingstoxiciteit, sensibilisatie van de luchtwegen of de huid of specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT).
|
(b) de identiteit van alle stoffen in het mengsel die een rol vervullen bij de indeling van het mengsel voor wat betreft acute toxiciteit, huidcorrosie of ernstig oogletsel, mutageniteit in geslachtscellen, kankerverwekkendheid, voortplantingstoxiciteit, sensibilisatie van de luchtwegen of de huid of specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT). |
Motivering | |
Ter wille van de duidelijkheid en de consistentie met de tekst van artikel 18, lid 3, laatste alinea. | |
Amendement 59 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 18 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
In geval van natuurlijke stoffen kan een omschrijving als "etherische olie uit ..." of "...-extract" worden gebruikt in plaats van de namen van de bestanddelen van de etherische olie of het extract. |
Motivering | |
De verplichting de namen van alle stoffen van een mengsel te vermelden zou voor de producenten van aroma's en reukstoffen een disproportionele inspanning betekenen, gezien de geringe hoeveelheden ervan die later in het eindproduct voorkomen. | |
Amendement 60 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 21 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Op het etiket worden de toepasselijke gevarenaanduidingen vermeld die de aard van de gevaren van een gevaarlijke stof of een gevaarlijk mengsel omschrijven en in voorkomend geval de ernst van het gevaar aangeven. |
1. Op het etiket worden de toepasselijke gevarenaanduidingen vermeld die de aard van de gevaren van een gevaarlijke stof of een gevaarlijk mengsel omschrijven en - voor zover van toepassing - de ernst van het gevaar aangeven. |
Motivering | |
Het is zaak de vermelding van de ernst van het gevaar niet alleen maar "in voorkomend geval" verplicht te stellen, maar deze voor te schrijven voor zover zij van toepassing is. | |
Amendement 61 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 26 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De leverancier van een stof of mengsel kan het Agentschap verzoeken als productidentificatie voor een stof of mengsel een naam die de belangrijkste functionele groepen aangeeft dan wel een triviale naam te mogen gebruiken, indien hij kan aantonen dat bekendmaking van de chemische identiteit van een stof of mengsel op het etiket de vertrouwelijke aard van zijn werkzaamheden, en in het bijzonder zijn intellectuele eigendom, in gevaar zou brengen. |
1. De leverancier van een stof of mengsel kan het Agentschap verzoeken als productidentificatie voor een stof of mengsel een naam die de belangrijkste functionele groepen aangeeft dan wel een triviale naam te mogen gebruiken, indien hij kan aantonen dat bekendmaking van de chemische identiteit van een ongevaarlijke stof of een ongevaarlijk mengsel op het etiket de vertrouwelijke aard van zijn werkzaamheden, en in het bijzonder zijn intellectuele eigendom, in gevaar zou brengen. |
Motivering | |
Gevaarlijke stoffen mogen onder geen beding van de etiketteringsverplichting worden vrijgesteld. Bedrijfsrisico's mogen alleen bij ongevaarlijke stoffen als een argument voor vrijstelling worden gebruikt. | |
Amendement 62 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 26 – lid 2 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De hoogte van de vergoedingen wordt door de Commissie volgens de in artikel 54, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld. |
De hoogte van de vergoedingen wordt door de Commissie volgens de in artikel 54, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld. Een lagere vergoeding wordt vastgesteld voor het MKB. |
Motivering | |
Gelet op de gevolgen van de kosten van REACH en het GHS voor het MKB is een verlaging van de geplande vergoeding wenselijk. | |
Amendement 63 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 26 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Het Agentschap kan de leverancier die het verzoek heeft ingediend om nadere informatie vragen indien dat nodig is om een besluit te nemen. Het Agentschap stelt degene die het verzoek heeft ingediend binnen zes weken na ontvangst van het verzoek of van de nadere informatie, indien daarom is gevraagd, van zijn besluit op de hoogte. Indien het Agentschap binnen deze termijn geen besluit neemt, wordt het gebruik van de naam waarom is verzocht, geacht te zijn toegestaan. |
3. Het Agentschap kan de leverancier die het verzoek heeft ingediend om nadere informatie vragen indien dat nodig is om een besluit te nemen. Het Agentschap stelt degene die het verzoek heeft ingediend binnen zes weken na ontvangst van het verzoek of van de nadere informatie, indien daarom is gevraagd, van zijn besluit op de hoogte. Indien het Agentschap binnen deze termijn geen besluit neemt, wordt het gebruik van de naam waarom is verzocht, geacht te zijn toegestaan. Indien het Agentschap niet instemt met het verzoek, stelt het de fabrikant of importeur hiervan in kennis ten minste vier weken voordat deze informatie wordt gepubliceerd. Overeenkomstig de artikelen 92 en 93 van verordening (EG) nr. 1907/2006, kan beroep worden aangetekend tegen het besluit om niet met het verzoek in te stemmen. Dit beroep heeft een opschortende werking (en de gegevens mogen niet worden gepubliceerd). |
Motivering | |
Dit voorstel wordt ingediend ter verzekering van het recht op beroep en op bescherming van vertrouwelijke bedrijfsinformatie (CBI). | |
Amendement 64 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 26 – lid 4 bis (nieuw | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. De leverancier brengt het Agentschap onverwijld op de hoogte, als de indeling van een stof of een mengsel overeenkomstig artikel 15 wordt gewijzigd. |
Motivering | |
Er moet rekening worden gehouden met de situatie waar de indeling van een stof of een mengsel, waarvoor geheimhouding van de chemische identiteit is toegekend, verandert. | |
Amendement 65 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 27 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De leverancier kan in de rubriek voor aanvullende informatie op het etiket andere aanvullende informatie dan bedoeld in de leden 1 en 2 opnemen, mits die informatie het niet moeilijker maakt de in artikel 17, lid 1, onder a) tot en met g), genoemde etiketteringselementen te onderscheiden en die informatie nadere bijzonderheden verstrekt en niet in tegenspraak is met of twijfel zaait over de geldigheid van de met die etiketteringselementen verstrekte informatie. |
3. De leverancier kan in de rubriek voor aanvullende informatie op het etiket andere aanvullende informatie dan bedoeld in de leden 1 en 2 opnemen, mits die informatie het niet moeilijker maakt de in artikel 17, lid 1, onder a) tot en met g), genoemde etiketteringselementen te onderscheiden en die informatie nadere bijzonderheden verstrekt en niet in tegenspraak is met of twijfel zaait over de geldigheid van de met die etiketteringselementen verstrekte informatie. Het verschaffen van misleidende gegevens of supplementaire informatie omtrent vermeende gezondheids- of milieueffecten is in geen geval toegestaan. |
Motivering | |
Het verschaffen van misleidende supplementaire informatie moet worden verhinderd. | |
Amendement 66 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 27 – lid 3 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Overeenkomstig artikel 123 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 verstrekt het Agentschap de bevoegde instanties en belanghebbenden met hoge prioriteit en in overleg met de Commissie richtsnoeren en/of aanbevelingen voor alle aanvullende informatie op het etiket die nodig wordt geacht voor de bescherming van de menselijke gezondheid of het milieu, wanneer een mengsel meer dan 0,1% stoffen bevat met persistente, bioaccumulerende en toxische (PBT) of zeer persistente en sterk bioaccumulerende (vPvB) eigenschappen. |
Amendement 67 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 30 – lid 2 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Indien de stof of het mengsel aan het grote publiek wordt verkocht, wordt indien van toepassing één voorzorgsmaatregel betreffende de verwijdering van die stof of dat mengsel op het etiket vermeld. |
2. Indien de stof of het mengsel aan het grote publiek wordt verkocht, wordt één voorzorgsmaatregel betreffende de verwijdering van die stof of dat mengsel op het etiket vermeld. |
Motivering | |
De vraag of de vermelding van een voorzorgsmaatregel op het etiket al dan niet "van toepassing" is doet niet terzake: dat moet namelijk altijd gebeuren. | |
Amendement 68 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 31 – lid 1 – letter k | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(k) chronisch gevaarlijk voor het aquatisch milieu, categorie 1, 2, 3 en 4. |
(k) chronisch gevaarlijk voor het aquatisch milieu, categorie 1 en 2. |
Motivering | |
Voor de tot de categorieën 3 en 4 behorende substanties die chronisch gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu bestaat geen gevarenpictogram; indien de risicoverklaring op de verpakking wordt weggelaten, zouden de gebruikers zich dus niet bewust zijn van dit risico. Het voorgestelde amendement weerspiegelt de bestaande praktijk in de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten voor mengsels die zijn ingedeeld als R10 of R52/53, d.w.z. indelingen waarvoor geen gevarensymbool bestaat. | |
Amendement 69 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 31 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Voor verpakkingen met een inhoud van 125 ml of minder hoeven op het etiket geen voorzorgsmaatregelen te worden vermeld indien de stof of het mengsel is ingedeeld als chronisch gevaarlijk voor het aquatisch milieu, categorie 3 of 4. |
Motivering | |
Voor de tot de categorieën 3 en 4 behorende substanties die chronisch gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu bestaat geen gevarenpictogram; indien de risicoverklaring op de verpakking wordt weggelaten, zouden de gebruikers zich dus niet bewust zijn van dit risico. Het voorgestelde amendement weerspiegelt de bestaande praktijk in de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten voor mengsels die zijn ingedeeld als R10 of R52/53, d.w.z. indelingen waarvoor geen gevarensymbool bestaat. | |
Amendement 70 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 31 - lid 2 - inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het Agentschap stelt op verzoek van de Commissie ontwerpvrijstellingen van de etiketteringsverplichtingen van de artikelen 17 en 34 op en legt deze aan de Commissie voor, en wel als volgt: |
2. Het Agentschap stelt op verzoek van de Commissie of eventueel een lidstaat ontwerpvrijstellingen van de etiketteringsverplichtingen van de artikelen 17 en 34 (inclusief de voorwaarden voor het aanbrengen van de etiketteringselementen) op en legt deze aan de Commissie voor, en wel als volgt: |
Motivering | |
Mede om de uitvoering van de bepalingen voor het MKB te vergemakkelijken, moet de verordening er ook in voorzien dat de lidstaten het Agentschap eventueel kunnen vragen uitvoeringsvoorstellen op te stellen, die het Agentschap sowieso aan de Commissie voorlegt. | |
Amendement 71 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 31 - lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de gevarenaanduidingen en voorzorgsmaatregelen voor stoffen of mengsels in kleine of anderszins ongeschikte verpakkingen worden aangebracht in de vorm van de vermelding van een internetsite of een groen nummer. Voor als gevaarlijk ingedeelde stoffen en mengsels moet in elk geval het juiste gevarenpictogram op het etiket worden aangebracht. |
Motivering | |
De aanwezigheid van een grote hoeveelheid informatie op een kleine of anderszins ongeschikte verpakking garandeert niet dat de informatie de consument bereikt. De duidelijk leesbare vermelding, ook op kleine oppervlakten, van een internetsite of een groen nummer waartoe men zich voor alle nuttige en relevante informatie kan wenden, kan een interessant alternatief zijn om de informatie tot bij de consument te krijgen, waarbij in elk geval voor gevaarlijke stoffen als bijkomende garantie het juiste gevarenpictogram moet worden aangebracht. | |
Amendement 72 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 31 - lid 2 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 ter. De etiketeringsverplichting geldt niet voor verpakkingen die slechts eenmaal gehanteerd worden (eenmalig gebruik, enkele portie of enkele doseringseenheid), maar die bewaard worden een grotere verpakking die overeenkomstig onderhavige verordening is geëtiketteerd en die alleen verwijderd wordt voor gebruik in overeenstemming met de gebruiksaanwijzingen, waarna het product onmiddellijk wordt gebruikt. |
Motivering | |
Ter verduidelijking van de situatie waarbij mengsels betrokken zijn die in afzonderlijke doses worden geleverd, waarbij het product (bij voorbeeld een tablet) (a) alleen voor eenmalig gebruik bestemd is, (b) onmiddellijk vóór gebruik uit de buitenverpakking wordt verwijderd en (c) alle instructies (en verdere aanduidingen op het etiket) zich op de buitenverpakking bevinden. | |
Dit amendement vervangt het bestaande amendement 8 op artikel 26, lid 4 bis (nieuw) van de rapporteur en corrigeert daarmee een technische fout. | |
Amendement 73 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 32 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Op voor het grote publiek bestemde verpakkingen waarbij het fysiek onmogelijk is overeenkomstig artikel 34 een etiket aan te brengen, hoeft geen etiket te worden aangebracht, mits die verpakking vergezeld gaat van een nauwkeurige en duidelijke gebruiksaanwijzing die zo nodig aanwijzingen bevat voor de verwijdering, en mits het gaat om verpakkingen die stoffen of mengsels bevatten die in de volgende gevarenklassen en categorieën van bijlage I zijn ingedeeld: |
Wanneer substanties of mengsels aan het grote publiek worden verstrekt en ingedeeld worden als van acute toxiciteit, categorie 1, 2, specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT) bij eenmalige blootstelling, categorie 1, of specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT) bij herhaalde blootstelling, categorie 1 en wanneer het fysiek onmogelijk is om een etiket op de verpakking zelve aan te brengen, moeten verpakkingen die zulke substanties of mengsels bevatten vergezeld gaan van gedetailleerde en gemakkelijk begrijpelijke gebruiksaanwijzingen, waaronder in voorkomend geval ook aanwijzingen voor de verwijdering van de lege verpakking. |
|
(a) punt 3.1, acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3; |
|
|
(b) punt 3.2, huidcorrosie, categorie 1; |
|
|
(c) punt 3.8, specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT) bij eenmalige blootstelling, categorie 1; |
|
|
(d) punt 3.9, specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT) bij herhaalde blootstelling, categorie 1. |
|
Motivering | |
Dit amendement beoogt een verdere verduidelijking van de tekst. | |
Amendement 74 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 32 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Verpakkingen van substanties en mengsels die voor het grote publiek bestemd zijn en die voldoen aan de criteria voor gevarenklasse 2.16, worden vrijgesteld van de verplichting een etiket te dragen waarop dit risico wordt vermeld, op voorwaarde dat er zowel een binnen- als een buitenverpakking worden gebruikt en de buitenverpakking voorzien is van een pictogram dat in overeenstemming is met de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen, zoals bepaald in Verordening (EEG) nr. 3922/91, Richtlijn 94/55/EG, Richtlijn 96/49/EG of Richtlijn 2002/59/EG. |
Motivering | |
Het vermogen corrosie te veroorzaken bij metalen is in dit verband niet relevant - Gevarenklasse 2.16 is een nieuw vereiste dat niet is opgenomen in de richtlijn voor gevaarlijke stoffen of gevaarlijke preparaten, maar alleen in de vervoersverordeningen. Deze eigenschap is alleen relevant voor vervoer en opslag in grote hoeveelheden, en dus irrelevant voor individuele consumentenverpakkingen. Deze risicoklasse wordt aangeduid met het corrosiviteitspictogram; dit kan aanleiding geven tot verwarring bij de consumenten, die het kunnen associëren met huidaantasting en ernstige oogschade. | |
Amendement 75 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 32 – lid 1 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 ter. Voor bepaalde mengsels die als gevaarlijk worden geclassificeerd, kunnen ontheffingen op sommige bepalingen voor ecologische etikettering of specifieke bepalingen in dat verband volgens de in artikel 53 bedoelde procedure worden verleend wanneer kan worden aangetoond dat dit tot een vermindering van het milieueffect zou leiden. Deze ontheffingen of specifieke bepalingen worden vastgesteld in deel 2 van bijlage II. |
Motivering | |
Stemt overeen met artikel 10, lid 3 van de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten. | |
Amendement 76 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 33 – alinea's 1 en 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De leverancier van een stof of mengsel past het etiket onverwijld aan wanneer de indeling en/of etikettering van de stof of het mengsel wordt gewijzigd. |
Wanneer de indeling en/of etikettering van een stof of mengsel wordt gewijzigd, onderneemt de leverancier daarvan onverwijld en in ieder geval uiterlijk binnen twaalf maanden nadat de indeling is gewijzigd de nodige stappen om het etiket aan te passen. |
|
De leverancier van een mengsel als bedoeld in artikel 24 past het etiket onverwijld aan wanneer de indeling van een van de stoffen daarin en/of de etikettering van het mengsel wordt gewijzigd. |
|
Motivering | |
Alle wijzigingen in de indeling van stoffen of mengsels moeten onverwijld resulteren in een aanpassing van het etiket. De leverancier moet daartoe zo snel mogelijk de nodige stappen ondernemen, maar zelfs in minder urgente gevallen (b.v. bij aanpassing van het postadres van de fabrikant) moet dat binnen een welbepaalde termijn gebeuren. Uit veiligheidsoverwegingen moeten etiketten zo snel mogelijk worden aangepast nadat dergelijke wijzigingen zijn doorgevoerd. | |
Amendement 77 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 33 – alinea 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Dit artikel laat de Richtlijnen 91/414/EEG en 98/8/EG onverlet. |
Dit artikel laat de Richtlijnen 91/414/EEG en 98/8/EG en artikel 4 van deze verordening onverlet. |
Motivering | |
De wijzigingen van Bijlage I van richtlijn 67/548/EEG inzake chemische substanties treden in werking na een overgangsperiode die in de regel minstens 12 maanden duurt. Deze overgangsperioden moeten ook in deze verordening worden vermeld, want zij garanderen de praktische mogelijkheid voor de leveranciers van de substanties en mengsels om de bepalingen na te leven. | |
De indeling door de producent, zoals die in artikel 4 wordt vastgelegd, garandeert een uniforme classificering. Dit fundamentele beginsel moet daarom zonder uitzondering van toepassing zijn op alle substanties en mengsels die onder het toepassingsbereik van deze verordening vallen. | |
Amendement 78 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 35 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De aanvullende informatie wordt geplaatst in de rubriek voor aanvullende informatie als bedoeld in artikel 27 en de plaatsing van die rubriek mag het onderscheiden van de in artikel 17, lid 1, genoemde etiketteringselementen niet bemoeilijken. |
3. De aanvullende informatie wordt geplaatst in de rubriek voor aanvullende informatie als bedoeld in artikel 27 en de plaatsing van die rubriek mag het onderscheiden van de in artikel 17, lid 1, genoemde etiketteringselementen niet bemoeilijken. De leverancier kan besluiten alle overeenkomstig Hoofdstuk 1 op het etiket te verstrekken informatie op een bepaalde plaats op de verpakking aan te brengen. |
Motivering | |
De leverancier moet toestemming hebben om alle informatie over risico's, met inbegrip van eventuele aanvullende informatie, op een bepaalde plaats dicht bij elkaar aan te brengen. | |
Amendement 79 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 36 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Indien zowel een buitenverpakking als een binnenverpakking wordt gebruikt en de buitenverpakking niet voorzien is van een pictogram overeenkomstig de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen zoals vervat in Verordening (EEG) nr. 3922/91, Richtlijn 94/55/EG, Richtlijn 96/49/EG of Richtlijn 2002/59/EG, worden zowel de buiten- als de binnenverpakking overeenkomstig deze verordening geëtiketteerd. |
1. Indien zowel een buitenverpakking als een binnenverpakking wordt gebruikt, wordt geacht aan de etiketteringsvoorschriften te zijn voldaan, als de buitenverpakking is geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen zoals vervat in Verordening (EEG) nr. 3922/91, Richtlijn 94/55/EG, Richtlijn 96/49/EG of Richtlijn 2002/59/EG en de binnenverpakking of -verpakkingen overeenkomstig deze verordening zijn geëtiketteerd. |
|
Indien de buitenverpakking wel voorzien is van een pictogram overeenkomstig de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen, wordt alleen de binnenverpakking overeenkomstig deze verordening geëtiketteerd; |
|
Motivering | |
Lid 1: Overeenkomstig DPD artikel 11.6(a). | |
Amendement 80 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 36 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Als de nodige etikettering op de binnenverpakking duidelijk zichtbaar is als gevolg van de doorzichtigheid van de buitenverpakking (bijvoorbeeld krimpfolie), is geen bijkomende etikettering van de buitenverpakking vereist. |
Motivering | |
Als de buitenverpakking doorzichtig is, hoeven geen bijkomende etiketten te worden aangebracht: die zouden verwarring kunnen veroorzaken. | |
Amendement 81 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 36 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 36 bis |
|
|
Etikettering van detergentia |
|
|
De etiketteringsvoorschriften die in titel III worden gegeven laten de bepalingen van Verordening (EG) nr. 648/2004 onverlet. |
Motivering | |
Hangt samen met overweging 41. De verordening voor detergentiemiddelen bevat specifieke voorschriften voor deze producten, die moeten worden nageleefd. | |
Amendement 82 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 36 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 36 bis |
|
|
Richtsnoeren van het Agentschap |
|
|
1. Onverminderd de etiketteringsregels in titel III, etiketteert de leverancier van een stof of een mengsel bestemd voor gebruik door het grote publiek het product overeenkomstig de door het Agentschap opgestelde richtsnoeren voor de mededeling van informatie over risico's en veilig gebruik van chemische stoffen en mengsels aan het grote publiek, waarin is voorzien in Verordening (EG) nr. 1907/2006. |
|
|
2. Het Agentschap stelt de in lid 1 genoemde richtsnoeren op in overleg met de bevoegde autoriteiten en de belanghebbenden, op gepaste wijze rekening houdend met de beste praktijken. De richtsnoeren zijn binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening beschikbaar. |
Motivering | |
Juiste mededeling van de informatie aan de consumenten is nodig om een hoger niveau van bescherming en veiligheid te garanderen. Met een adequaat en coherent communicatiesysteem zal de consumenten de nodige informatie worden verstrekt om hen in staat te stellen het risico op veilige en efficiënte wijze te beheren, wanneer zij producten gebruiken die chemische stoffen bevatten. | |
Amendement 83 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 37 – lid 1 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(a) de verpakking is zodanig ontworpen en uitgevoerd dat ongewild verlies van de inhoud wordt voorkomen, behalve als andere, specifiekere veiligheidsvoorzieningen zijn voorgeschreven; |
(a) de verpakking is zodanig ontworpen en uitgevoerd dat bij normaal hanteren en gebruik ongewild verlies van de inhoud wordt voorkomen, behalve als andere, specifiekere veiligheidsvoorzieningen zijn voorgeschreven; |
Motivering | |
Ter wille van de duidelijkheid. | |
Amendement 84 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 37 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Verpakkingen in de vorm van recipiënten die een gevaarlijke stof of een gevaarlijk mengsel bevatten en aan het grote publiek verkocht of ter beschikking gesteld worden, mogen geen vorm hebben en/of afbeelding dragen die de actieve nieuwsgierigheid van kinderen kan wekken of prikkelen of de gebruikers in verwarring kan brengen, en mogen geen aanbiedingsvorm hebben en/of benaming dragen die wordt gebruikt voor levensmiddelen, diervoeders, geneesmiddelen of cosmetische producten. |
2. Verpakkingen in de vorm van recipiënten die een gevaarlijke stof of een gevaarlijk mengsel bevatten en aan het grote publiek verkocht of ter beschikking gesteld worden, mogen geen vorm hebben en/of afbeelding dragen die de actieve nieuwsgierigheid van kinderen kan wekken of prikkelen of de gebruikers in verwarring kan brengen, en mogen geen aanbiedingsvorm hebben en/of benaming dragen die wordt gebruikt voor levensmiddelen, diervoeders, geneesmiddelen of cosmetische producten die de consumenten zou misleiden. |
|
Indien dergelijke recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.1.1, moeten zij voorzien zijn van een kinderveilige sluiting overeenkomstig bijlage II, punten 3.1.2, 3.1.3 en 3.1.4.2. |
Indien dergelijke recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.1.1, moeten zij voorzien zijn van een kinderveilige sluiting overeenkomstig bijlage II, punten 3.1.2, 3.1.3 en 3.1.4.2, tenzij er specifieke voorschriften inzake verpakking op het mengsel van toepassing zijn, met name de bepalingen van Verordening (EG) nr. 648/20041. |
|
Indien dergelijke recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.2.1, moeten zij voorzien zijn van een tastbare gevaarsaanduiding overeenkomstig bijlage II, punt 3.2.2. |
Indien recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.2.1, moeten zij voorzien zijn van een tastbare gevaarsaanduiding overeenkomstig bijlage II, punt 3.2.2, tenzij er specifieke voorschriften inzake verpakking op het mengsel van toepassing zijn, met name de bepalingen van Verordening (EG) nr. 648/2004. |
|
|
__________1 PB L 104 van 8.4.2004, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 907/2006 van de Commissie (PB L 168 van 21.6.2006, blz. 5). |
Motivering | |
Om overlapping met de bepalingen van andere richtlijnen of verordeningen van de EU te voorkomen. | |
Amendement 85 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 40 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Inhoud van adviezen en besluiten betreffende geharmoniseerde indelingen en etiketteringen in bijlage VI; toegankelijkheid van informatie |
Inhoud van adviezen en besluiten betreffende geharmoniseerde indelingen en etiketteringen in bijlage VI, derde deel; toegankelijkheid van informatie |
Motivering | |
Het voorstel van de Commissie strekt ertoe deel 3 van bijlage VI bindend te maken. Voorgesteld wordt een deel 4 te creëren dat indelingen en etiketteringen van gevaarlijke stoffen bevat waarvoor in richtlijn 67/548/EEG reeds is voorzien in harmonisatie op Gemeenschapsniveau voor andere dan de in artikel 38 gedefinieerde gevarencategorieën. Dit deel 4 van bijlage VI zal worden beschouwd als een niet-bindend referentie-instrument dat zal worden gebruikt door overheden en ondernemingen. | |
Amendement 86 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 40 – lid 1 – letter e | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(e) eventuele andere parameters aan de hand waarvan het gezondheids- of milieugevaar van mengsels die de desbetreffende gevaarlijke stof bevatten, of van stoffen die de gevaarlijke stof als verontreiniging, additief of bestanddeel bevatten, kan worden beoordeeld, indien van toepassing. |
(e) eventuele andere parameters aan de hand waarvan het gezondheids- of milieugevaar van mengsels die de desbetreffende gevaarlijke stof bevatten, of van stoffen die de gevaarlijke stof als geïdentificeerde verontreiniging, additief of bestanddeel bevatten, kan worden beoordeeld, indien van toepassing. |
Motivering | |
In punt 1.7.2.1. van de huidige bijlage VI bij de richtlijn inzake gevaarlijke stoffen (67/548/EEG) wordt voorgeschreven dat, wanneer in stoffen onzuiverheden, additieven of afzonderlijke bestanddelen zijn geïdentificeerd in een concentratie die gelijk is aan of hoger dan een gespecificeerde drempelwaarde, deze stoffen moeten worden ingedeeld conform het bepaalde in de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten (1999/45/EG). Dit is adequaat gebleken voor de indeling van vele complexe stoffen met diverse concentraties van onzuiverheden of bestanddelen die niet allemaal kunnen worden geïdentificeerd. | |
De formulering in het voorstel zou automatisch leiden tot de laagste ondergrens, ongeacht motivering. | |
Amendement 87 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 40 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 40 bis |
|
|
Indelingen en etiketteringen van gevaarlijke stoffen op grond van richtlijn 67/548/EEG voor andere dan de in artikel 38, lid 1 omschreven gevarencategorieën |
|
|
De in deel 4 van bijlage VI opgenomen indelingen en etiketteringen kunnen worden toegepast door leveranciers. |
|
|
Indien een leverancier besluit deze indelingen en etiketteringen niet toe te passen, dan moet hij de stof opnieuw beoordelen aan de hand van de in de delen 2 tot en met 5 van bijlage I omschreven criteria. |
Motivering | |
Het voorstel van de Commissie strekt ertoe deel 3 van bijlage VI bindend te maken. Voorgesteld wordt een deel 4 te creëren dat indelingen en etiketteringen van gevaarlijke stoffen bevat waarvoor in richtlijn 67/548/EEG reeds is voorzien in harmonisatie op Gemeenschapsniveau voor andere dan de in artikel 38 gedefinieerde gevarencategorieën. Dit deel 4 van bijlage VI zal worden beschouwd als een niet-bindend referentie-instrument dat zal worden gebruikt door overheden en ondernemingen. | |
Amendement 88 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 41 – lid 1 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Een fabrikant of importeur, of een groep fabrikanten of importeurs, hierna "de informatieverstrekkers" genoemd, die een stof in de handel brengt die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 moet worden geregistreerd of die als zodanig als gevaarlijk is ingedeeld of in een mengsel voorkomt in een concentratie die groter is dan de in Richtlijn 1999/45/EG of deze verordening, indien van toepassing, vermelde concentratiegrenzen, zodat het mengsel als gevaarlijk wordt ingedeeld, verstrekt het Agentschap de volgende informatie voor opname in de in artikel 43 bedoelde inventaris: |
1. Een fabrikant of importeur, of een groep fabrikanten of importeurs, hierna "de informatieverstrekkers" genoemd, die een als gevaarlijk ingedeelde stof in de handel brengt die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 moet worden geregistreerd of - in een hoeveelheid van een ton of meer per jaar - een stof die als zodanig als gevaarlijk is ingedeeld of in een mengsel voorkomt in een concentratie die groter is dan de in Richtlijn 1999/45/EG of deze verordening, indien van toepassing, vermelde concentratiegrenzen, zodat het mengsel als gevaarlijk wordt ingedeeld, verstrekt het Agentschap de volgende informatie voor opname in de in artikel 43 bedoelde inventaris: |
Motivering | |
De voor deze inventaris van indelingen vanaf 01/12/10 geldende verplichting tot informatieverstrekking aan het Agentschap moet niet van toepassing zijn op alle te registreren stoffen die op de markt worden gebracht, maar alleen op de als gevaarlijk ingedeelde stoffen, inclusief in het kader van REACH. In de laatste twee genoemde gevallen (als zodanig of in een mengsel voorkomende als gevaarlijk ingedeelde stof) dient te worden voorzien in een drempel (1 ton per jaar). Het niet vaststellen van een drempel zou rechtsonzekerheid creëren en een negatief effect hebben op de O&O-activiteiten. | |
Amendement 89 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 41 – lid 1 – letter c bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(c bis) indien de indeling afwijkt van de reeds in de inventaris van indelingen en etiketteringen opgenomen indeling, de redenen die daaraan ten grondslag liggen; |
Motivering | |
Volgens artikel 16 mag een leverancier een stof anders indelen dan in de inventaris van indelingen en etiketteringen is gebeurd, mits hij bij de kennisgeving overeenkomstig artikel 41 de redenen voor zijn eigen indeling aan het Agentschap meedeelt. Ter wille van de consistentie moet dit ook in artikel 41 tot uitdrukking komen. | |
Amendement 90 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 41 – lid 1 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De onder a) tot en met e) bedoelde informatie wordt niet meegedeeld als zij bij het Agentschap is ingediend in het kader van een registratie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006. |
De onder a) tot en met f) bedoelde informatie wordt niet meegedeeld als zij bij het Agentschap is ingediend in het kader van een registratie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006. |
Amendement 91 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 41 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Voor stoffen die vóór 1 december 2010 in de handel gebracht zijn, worden de meldingen overeenkomstig lid 1 vóór die datum gedaan. |
3. Voor stoffen die geclassificeerd worden als riskant op zich zelf of in een mengsel boven concentratiegrenzen die zijn vastgesteld in richtlijn 1994/45/EG of in deze verordening, ten gevolge waarvan het mengsel als riskant wordt geclassificeerd en die vóór 1 december 2010 in hoeveelheden van een ton of meer per jaar per fabrikant of importeur in de handel gebracht zijn, worden de meldingen overeenkomstig lid 1 vóór die datum gedaan |
Motivering | |
De paragraaf vereist aanmelding van alle substanties die op de markt worden aangeboden en onderworpen zijn aan een verplichting tot registratie uit hoofde van verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH, indien het een hoeveelheid van tenminste 1 ton per jaar betreft, of van substanties die ingedeeld worden als riskant op zich zelf of in een mengsel, wanneer dat mengsel dan als riskant wordt geclassificeerd, en dan geldt dit ongeacht de hoeveelheid. Uit hoofde van REACH zijn op de markt aangeboden hoeveelheden beneden een drempel van 1 ton per jaar niet onderworpen aan registratie en hoeven zij niet te worden aangemeld in het Inventorium. Anders zouden de kosten van het nakomen van deze verplichtingen de waarde van de markt te boven gaan. | |
Amendement 92 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 43 – lid 1 – alinea 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Informatie in de inventaris zoals bedoeld in artikel 119, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 is openbaar toegankelijk. Het Agentschap verleent de informatieverstrekkers en registranten die informatie over een stof hebben ingediend, toegang tot de overige gegevens die over die stof in de inventaris beschikbaar zijn overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006. Zij verleent derden toegang tot die informatie overeenkomstig artikel 118 van die verordening. |
Informatie in de inventaris zoals bedoeld in artikel 119, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006 is via het internet openbaar toegankelijk, behalve in de gevallen waar een leverancier een verzoek overeenkomstig artikel 26 heeft ingediend dat door het Agentschap is aanvaard. Het Agentschap verleent de informatieverstrekkers en registranten die informatie over een stof hebben ingediend, toegang tot de overige gegevens die over die stof in de inventaris beschikbaar zijn overeenkomstig artikel 29, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006. Zij verleent derden toegang tot die informatie overeenkomstig artikel 118 van die verordening. |
Motivering | |
De eenvoudigste manier om de bewuste informatie openbaar toegankelijk te maken is publicatie via het internet. | |
Amendement 93 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 43 – lid 3 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Naast de in lid 1 bedoelde informatie legt het Agentschap in voorkomend geval voor elke vermelding de volgende informatie vast: |
3. Naast de in lid 1 bedoelde informatie legt het Agentschap voor elke vermelding de volgende informatie vast, voor zover die van toepassing is: |
Motivering | |
Het gaat er niet om of "in voorkomend geval" al dan niet aanvullende informatie moet worden verstrekt, maar in hoeverre deze van toepassing is. | |
Amendement 94 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 45 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten wijzen een of meer organen aan die de door de leveranciers verstrekte informatie moeten ontvangen, met inbegrip van de chemische samenstelling van mengsels die in de handel worden gebracht en wegens hun gevolgen voor de gezondheid of wegens hun materiële effecten als gevaarlijk worden ingedeeld of beschouwd. |
1. De lidstaten wijzen een of meer organen aan die de door de leveranciers verstrekte informatie moeten ontvangen over de mengsels die in de handel worden gebracht en wegens hun gevolgen voor de gezondheid of wegens hun materiële effecten als gevaarlijk worden ingedeeld of beschouwd. |
|
|
1 bis. De in lid 1 bedoelde informatie wordt verschaft in het in bijlage VII bis1 vast te stellen formaat en volstaat om te voorzien in de medische behoeften wat betreft de formulering van zowel preventieve als curatieve maatregelen, met name bij spoedgevallen. |
|
2. De aangewezen organen bieden alle nodige waarborgen inzake de vertrouwelijke behandeling van de ontvangen informatie. Die informatie mag alleen worden gebruikt om te reageren op medische verzoeken met het oog op zowel preventieve als curatieve maatregelen, met name bij spoedgevallen. De informatie mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. |
2. De aangewezen organen bieden alle nodige waarborgen inzake de vertrouwelijke behandeling van de ontvangen informatie. Die informatie mag alleen worden gebruikt om te voorzien in de medische behoeften waaraan wordt gerefereerd in lid 1, en mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. |
|
3. De aangewezen organen beschikken over alle informatie die zij van de voor het in de handel brengen verantwoordelijke leveranciers nodig hebben om hun taken uit te voeren. |
3. De aangewezen organen beschikken over alle informatie die zij van de voor het in de handel brengen verantwoordelijke leveranciers nodig hebben om hun taken uit te voeren. |
|
|
3 bis. De lidstaten verschaffen de in het kader van het EHLASS-programma (Europees systeem van toezicht op ongevallen thuis en in de vrije tijd) opgezette Europese ongevallendatabank elk jaar gedetailleerde gegevens over het aantal ongevallen en de mengsels die daarbij een rol hebben gespeeld en waarvoor de aangewezen organen verzoeken om medische informatie betreffende behandeling en curatieve maatregelen hebben ontvangen. |
|
|
__________1 De in het kader van de EACCPT-regeling vastgelegde voorschriften inzake informatieverstrekking vormen de basis van bijlage VII bis. |
Motivering | |
De Europese Vereniging van toxicologische en antigifcentra heeft voorschriften gepubliceerd inzake informatieverstrekking die de basis kunnen vormen van een nieuwe bijlage VII bis. | |
De door het Directoraat-generaal gezondheid en consumentenbescherming opgezette ongevallendatabank is een geschikt instrument om een overzicht te verschaffen van de door de aangewezen organen verzamelde gegevens inzake mengsels en ongevallen waarbij deze mengsels een rol hebben gespeeld. | |
Amendement 95 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 45 – lid 3 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Metalen in massieve vorm, legeringen, mengsels die polymeren bevatten en mengsels die elastomeren bevatten en die - ook al zijn ze ingedeeld volgens de criteria van bijlage I - geen acuut toxiciteitsrisico vormen voor de menselijke gezondheid en bestemd zijn om in het kader van industriële activiteiten door vakmensen te worden gebruikt, zijn echter niet onderworpen aan de in lid 1 bedoelde verplichting tot het verstrekken van informatie. |
Motivering | |
In de bestaande wetgeving (1999/45/EG) en in sommige bepalingen van het onderhavige voorstel wordt erkend dat er in mengsels in vaste vorm en die niet oplosbaar zijn in water, zoals legeringen, mengsels die polymeren bevatten en mengsels die elastomeren bevatten, substanties voorkomen die in de matrix zijn gebonden en die niet gemakkelijk biodisponibel zijn. Derhalve moet er worden gezorgd voor een zekere consistentie tussen de in lid 1 vermelde eis en de in lid 1.3.4 van bijlage I vervatte bepaling inzake speciale mengsels. | |
Amendement 96 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 45 - lid 3 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 ter. Uiterlijk op 1 december 2010 dient de Commissie een wetgevingsvoorstel in met als doelstelling de informatie als bedoeld in lid 1 te harmoniseren. |
Motivering | |
Uit een recente studie blijkt dat deze bepaling in verschillende lidstaten verschillend is geïmplementeerd. Dit amendement rechtvaardigt de verdergaande harmonisering van emergency response procedures in de EU. Deze verordening is tevens bedoeld om het vrije verkeer van chemische stoffen en mengsels te waarborgen. | |
Amendement 97 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 46 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen, met inbegrip van het onderhouden van een systeem van officiële controles, om te waarborgen dat stoffen en mengsels niet in de handel worden gebracht tenzij zij overeenkomstig deze verordening zijn ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt. |
1. De lidstaten nemen alle nodige maatregelen, met inbegrip van het onderhouden van een systeem van officiële controles en andere op de omstandigheden afgestemde activiteiten, om te waarborgen dat stoffen en mengsels niet in de handel worden gebracht tenzij zij overeenkomstig deze verordening zijn ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt. |
Motivering | |
Uit REACH. | |
Amendement 98 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 47 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten stellen de sancties vast die van toepassing zijn op schendingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden toegepast. De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en ontmoedigend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening van de desbetreffende bepalingen op de hoogte en stellen haar onverwijld op de hoogte van eventuele latere wijzigingen. |
De lidstaten stellen de sancties vast die van toepassing zijn op schendingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden toegepast. De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en ontmoedigend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening van de desbetreffende bepalingen op de hoogte en stellen haar onverwijld op de hoogte van eventuele latere wijzigingen. De Commissie beoordeelt de gegevens over sancties en verspreidt de uit doeltreffendheidsoogpunt beste praktijk. |
Motivering | |
De Commissie moet de maatregelen die de lidstaten nemen, analyseren, om ervoor te zorgen dat deze verordening naar behoren wordt uitgevoerd. Informatie over de meest doeltreffende sancties moet onder de lidstaten worden verspreid. | |
Amendement 99 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 52 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Wanneer een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een stof of mengsel, hoewel ten aanzien daarvan aan de voorschriften van deze verordening wordt voldaan, niettemin een risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu vormt wegens de indeling, etikettering of verpakking ervan, kan die lidstaat passende voorlopige maatregelen nemen. De lidstaat stelt de Commissie, het Agentschap en de overige lidstaten daarvan onverwijld op de hoogte, met vermelding van de redenen voor zijn besluit. |
1. Wanneer in geval van geschil met een leverancier een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een stof of mengsel, ten aanzien waarvan al dan niet aan de voorschriften van deze verordening wordt voldaan, een risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu vormt wegens de indeling, etikettering of verpakking ervan, kan die lidstaat passende voorlopige maatregelen nemen. De lidstaat stelt de Commissie, het Agentschap en de overige lidstaten daarvan onverwijld op de hoogte, met vermelding van de redenen voor zijn besluit. |
Motivering | |
Er dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat er een geschil ontstaat tussen de leverancier en een lidstaat over de interpretatie van de voorschriften van de verordening. Er dient dan ook te worden voorzien in een procedure om in dat geval een geharmoniseerde indeling te garanderen. | |
Amendement 100 Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit Artikel 53 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie kan de artikelen 12, 14, 23, 27 tot en met 32, artikel 37, lid 2, tweede en derde alinea, en de bijlagen I tot en met VII aan de technische vooruitgang aanpassen. Die maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 54, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie de in artikel 54, lid 4, bedoelde urgentieprocedure toepassen. |
De Commissie keurt bijlage VII bis goed en kan de bijlagen I tot en met VII bis overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde regels aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aanpassen. De Commissie houdt naar behoren rekening met de verdere ontwikkeling van het GHS binnen de Verenigde Naties, ontwikkelingen in internationale chemische programma's en overeenkomsten, gegevens uit databanken over ongevallen, zoals die van gifcentra en het communautaire toezichtsysteem voor ongevallen thuis en tijdens de vrijetijdsbesteding (European Home and Leisure Accident Surveillance System, EHLASS), en de validering van alternatieve tests door het Europees Centrum voor de validatie van alternatieve methoden (ECVAM). Die maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 54, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie de in artikel 54, lid 4, bedoelde urgentieprocedure toepassen. De Commissie bevordert de harmonisatie van de etikettering van PBT en vPvB op het niveau van de Verenigde Naties en zorgt vervolgens indien nodig voor de aanpassing van de in artikel 27, lid 1, genoemde bijlage II, punten 1.1 en 1.2, en bijlage III, deel 2 en/of de in artikel 24 genoemde bijlage II, deel 2, en bijlage III, deel 3. |
Motivering | |
Aanpassing van de verordening aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang is nodig, maar kan alleen binnen het volgens de medebeslissingsprocedure goedgekeurde wettelijke kader. De artikelen van deze verordening mogen alleen worden gewijzigd volgens de medebeslissingsprocedure. Bij aanpassing moe rekening met de ontwikkelingen in het GHS en andere internationale chemische programma's en overeenkomsten worden gehouden. Ongevallendatabanken bevatten informatie over de praktische impact van deze wetgeving en ook hiermee moet rekening worden gehouden. | |
TOELICHTING
In 1980 wordt op internationaal niveau het debat over chemische stoffen en de rol ervan in ons leven geopend, eerst bij de Internationale Arbeidsorganisatie, daarna bij de Verenigde Naties, die via verschillende fasen (Rio 1992, Johannesburg 2002) in december 2002 het GHS goedkeuren (herziening in 2005).
Op Europees niveau:
§ In 2001 publiceert de Commissie het Witboek "Strategie voor een toekomstig beleid voor chemische stoffen", waarin zij meedeelt van plan te zijn een omzetting van het GHS in de communautaire regelgeving voor te stellen.
§ Op 29 oktober 2003 verklaart de Commissie in de toelichting bij de amendementen op Richtlijn 67/548 die samen met REACH wordt goedgekeurd, van plan te zijn een voorstel over het GHS op te stellen.
§ Van 21 augustus tot 21 oktober 2006 heeft de raadpleging van de belanghebbenden plaats, met 370 bijdragen.
§ Op 27 juni 2007 keurt de Commissie haar voorstel goed.
§ In juni 2007 treedt een van de centrale onderdelen van het beleid op het gebied van chemische stoffen in werking: REACH.
GHS
Het GHS is een mondiaal vrijwillig harmonisatieprogramma waaraan de EU heeft besloten deel te nemen, om een gemeenschappelijke en coherente basis vast te stellen voor chemisch gevaar, met als fundamentele elementen:
Veiligheid bij het vervoer van gevaarlijke goederen;
Preventie met betrekking tot de gezondheid en veiligheid van consument, werknemer en milieu.
Het voorstel voor een verordening is met name bedoeld om:
· de indeling van stoffen en mengsels en de voorschriften voor de etikettering en verpakking van gevaarlijke stoffen en mengsels te harmoniseren;
· leveranciers te verplichten stoffen en mengsels in te delen;
· in bijlage VI, deel 3, een lijst van stoffen met een geharmoniseerde indeling en etikettering op Gemeenschapsniveau op te stellen;
· een inventaris van indelingen en etiketteringen op te stellen, die bestaat uit alle kennisgevingen, indieningen en geharmoniseerde indelingen.
Gelet op de omvang van de wereldhandel in chemische producten is besloten dat een geharmoniseerd systeem voor indeling en etikettering op internationaal niveau de beste oplossing is, niet alleen om te zorgen voor veiligheid, maar ook om de kwaliteit en de coherentie van de informatie op geïmporteerde geproduceerde chemische producten te garanderen, alsmede om te zorgen voor controle van de blootstelling aan de stoffen, en zo het niveau van bescherming van gezondheid en milieu op mondiaal niveau te optimaliseren. Hoe duidelijker, begrijpelijker en relevanter de informatie voor de consument is, hoe beter de resultaten zullen zijn waarnaar met deze wetgeving wordt gestreefd.
Op dit ogenblik kan het voorkomen dat een stof of concentratie in verschillende landen volstrekt verschillend wordt ingedeeld op grond van de verschillende indelingssystemen die van kracht zijn, waarbij de indeling van een stof kan variëren van gevaarlijk, giftig en risicovol tot niet gevaarlijk (dit is het geval voor het percentage orale toxiciteit LD50= 257mg/kg, dat in de GHS-indeling wordt ingedeeld als gevaarlijk; in de indeling van de EU en landen als Australië, Maleisië en Thailand als schadelijk, "harmful", met een Sint-Andrieskruis; in de VS, Canada, Japan en Korea als giftig, in Nieuw-Zeeland als risicovol en tot slot in China als niet gevaarlijk).
Stoffen die in Europa worden ingedeeld als gevaarlijk, kunnen bijvoorbeeld in China een etiket krijgen waarop geen bijzondere voorzorgsmaatregelen staan vermeld en dit leidt niet alleen tot een oneerlijk concurrentievoordeel, maar houdt ook een ernstig gevaar in voor alle consumenten, vooral op een mondiale markt. Dit is een van de fundamentele redenen die de Commissie en de lidstaten ertoe hebben gebracht om deel te nemen aan de werkzaamheden van de Verenigde Naties en te besluiten een dergelijk systeem in de Europese wetgeving in te voeren.
Chemische producten worden geproduceerd en verhandeld in de hele wereld en houden overal dezelfde gevaren in en daarom mag de omschrijving van de gevaren niet verschillen van een land tot een ander. Ofwel zijn de consumenten in alle landen blootgesteld aan hetzelfde gevaar, ofwel lopen ze geen risico.
Tijdschema voor het GHS
De herindeling en etikettering van stoffen moet voltooid zijn:
· voor stoffen, vóór 1 december 2010 (3,5 jaar na de inwerkingtreding van REACH),
· voor mengsels, vóór 1 juni 2015 (4,5 jaar later).
De tijdslimieten sluiten aan bij de inwerkingtreding van REACH en om die reden kan elke bijkomende vertraging van de goedkeuring van deze verordening leiden tot een aanzienlijke belasting van bedrijven en personen die beroepshalve met deze kwestie te maken hebben. Daarom wordt ervoor gekozen een klein aantal amendementen in te dienen, die nodig zijn om het voorstel in overeenstemming te brengen met de bestaande bepalingen in de sector en om de coherentie met de regels van REACH te verbeteren. Garanties zijn er dankzij een test afkomstig van de Verenigde Naties, die het resultaat is van internationale onderhandelingen waaraan de Commissie en alle lidstaten hebben deelgenomen.
ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (*) (27.3.2008)
aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels en tot wijziging van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad en Verordening (EG) nr. 1907/2006
(COM(2007)0355 – C6‑0197/2007 – 2007/0121(COD))
Rapporteur voor advies(*): Andreas Schwab
(*) Medeverantwoordelijke commissies - Artikel 47 van het Reglement
BEKNOPTE MOTIVERING
Achtergronden van het voorstel
Het voorstel voor een verordening betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels[1] is bestemd voor de tenuitvoerlegging in de EU van de internationale criteria waarover in de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties overeenstemming was bereikt voor wat betreft de indeling en etikettering van gevaarlijke substanties en mengsels. Deze regeling staat ook bekend onder de naam van globaal geharmoniseerd systeem (GHS).
Het beoogde doel is een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te verzekeren, terwijl tegelijkertijd het vrije verkeer van stoffen en mengsels op de interne markt wordt gegarandeerd.
Het GHS voert geharmoniseerde criteria in voor de indeling van substanties en mengsels, overeenkomstig de gevaren ervan voor de gezondheid en het milieu en de fysieke gevaren die hiervan uitgaan, evenals beter geharmoniseerde regels voor de informatie over deze gevaren, met inbegrip van de vereisten op het gebied van de etikettering en de veiligheidsinformatiebladen. Dit is van toepassing op het vervoer van chemische substanties, het gebruik ervan op de arbeidsplaats en de etikettering ten behoeve van de consumenten.
De nieuwe wetgeving zal in de plaats komen van de thans bestaande bepalingen voor de indeling en etikettering van chemische substanties. De huidige EU-regeling en het GHS-systeem zijn in opzet vergelijkbaar en dekken dezelfde structurele elementen: indeling, verpakking en informatie over de gevaren, met inbegrip van etikettering en veiligheidsinformatiebladen. Bepaalde indelingscriteria zullen echter in het nieuwe systeem veranderen
Met de verordening wordt beoogd de handel te vergemakkelijken en aldus bij te dragen tot het goede functioneren van de interne markt, hetgeen de producenten, de professionele gebruikers en de consumenten ten goede zal komen.
Relatie met REACH
De onlangs goedgekeurde verordening inzake registratie, beoordeling en autorisatie van chemische stoffen, alsmede de beperkende maatregelen ten aanzien daarvan (REACH)[2] bevat verwijzingen naar de indeling van chemische stoffen en preparaten, alsook naar het veiligheidsinformatieblad, maar voorziet niet in criteria voor een dergelijke indeling. De identificatie van deze criteria staat nu juist centraal in het GHS-voorstel. Met name van potentiële registreerders van een substantie vereist dat zij in het stadium van de registratie informatie voorleggen over de indeling van de substantie. Deze informatie zal daarom berusten op de criteria die in het GHS-voorstel zijn opgesteld, en hetzelfde geldt voor andere bepalingen die op de indelingscriteria zijn gebaseerd. Tenslotte zij erop gewezen dat de bepalingen inzake de verplichte mededeling van de indeling en de labelling inventory die thans in REACH zijn opgenomen, in de GHS-verordening zullen worden opgenomen.
In essentie komt het erop neer dat in de nieuwe verordening bepalingen worden vastgesteld voor leveranciers van substanties en mengsels, die ervoor moeten zorgen dat er informatie beschikbaar is voor de beoordeling van de intrinsieke risico's van deze substanties en mengsels, met het oog op de etikettering daarvan en de informatie over deze risico's en de gepaste veiligheidsmaatregelen die genomen moeten worden voordat zij op de markt worden gebracht. REACH, aan de andere kant, vereist van de fabrikanten en importeurs van substanties dat zij de risico's in verband met het beoogde gebruik ervan evalueren met het oog op de verstrekking van concrete instructies aan de gebruikers om hen te helpen deze risico's bij het gebruik zo veel mogelijk te beperken en dat zij documentatie bij deze informatie verstrekken wanneer deze geregistreerd worden bij het Europees Agentschap voor chemicaliën.
Andere hiermee samenhangende voorstellen
Het voorstel voor deze verordening gaat vergezeld van twee andere mededelingen, die voorstellen bevatten voor technische wijzigingen in de afgeleide wetgeving. Deze wijzigingen zijn noodzakelijk om deze afgeleide wetgeving in overeenstemming te brengen met de GHS-voorstellen. COM(2007)0611[3] bevat wijzigingen op een aantal richtlijnen (cosmetica, veiligheid van speelgoed, emissie van oplosmiddelen, auto's die aan het eind van hun bestaan zijn en twee richtlijnen inzake verfstoffen). COM(2007)0613[4] omvat amendementen op de verordening inzake detergentia. Het doel van de voorstellen is om de terminologie op één lijn te brengen met die van de GHS, en ook om aanpassingen aan te brengen in de wederzijdse verwijzingen tussen de teksten. Uw rapporteur voor advies zal geen amendementen indienen op deze twee mededelingen, maar deze zullen het onderwerp vormen voor twee afzonderlijke adviezen.
De bijlagen bij de tekst
Evenals de rapporteur van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, is uw rapporteur niet van plan amendementen voor te stellen op de bijlagen bij het voorstel. De Commissie wordt echter verzocht om te zorgen voor consistentie tussen de uiteindelijk door het Europees Parlement op de verordening aangebrachte amendementen en de bijlagen van de verordening.
Belangrijkste zaken die uw rapporteur voor advies ter harte gaan
Uw rapporteur voor advies gaat akkoord met het voorstel van de Commissie, maar heeft in zijn ontwerpadvies wel enkele amendementen hierop voorgesteld. . Zijn voornaamste zorg is een evenwicht te bereiken tussen een juiste uitvoering van de internationale verplichtingen die de Europese Unie is aangegaan in het kader van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties en de noodzaak om te voorkomen dat er onnodige lasten worden opgelegd aan het bedrijfsleven. Verder is het van belang te voorkomen dat een te strenge classificatie van producten tot verwarring leidt onder de consulenten of verstrekkers van gezondheidszorg. Uw rapporteur voor advies heeft in dit verband diverse wijzigingen voorgesteld met betrekking tot de etikettering, waaronder ook amendementen op de overwegingen, om duidelijk te maken welke beginselen van toepassing zijn op de indeling van leveranciers en de informatie die aan het publiek moet worden verstrekt over de risico's en het veilig gebruik van chemische substanties.
Uw rapporteur voor advies heeft ook amendementen voorgesteld die bestemd zijn om duidelijker de nadruk te leggen op bepaalde aspecten met betrekking tot vertrouwelijkheid en om te zorgen voor praktisch beter toepasselijke regels voor de verpakking. Tenslotte stelt uw rapporteur voor advies een minimumdrempel van 1 ton per jaar voor ten aanzien van de verplichting tot inkennisstelling van het agentschap over het gebruik van een substantie, en doet hij voorstellen om meer duidelijkheid te brengen ten aanzien van de verplichting van de leverancier om de informatie te verstrekken en beschikbaar te houden.
AMENDEMENTEN
De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
| Door de Commissie voorgestelde tekst[5] | Amendementen van het Parlement |
Amendement 1 Overweging 16 bis (nieuw) | |
|
|
(16 bis) Het beginsel van indeling door de producent vormt een essentiële voorafgaande voorwaarde voor een over de EU uniforme indeling en registratie van substanties en mengsels. Dit beginsel moet dus als een centraal element voor een soepel goederenverkeer op de binnenmarkt worden beschouwd en moet zonder uitzondering gelden voor alle substanties en mengsels die onder het toepassingsbereik van deze verordening vallen. De lidstaten worden opgeroepen om het beginsel dat de producent bevoegd is tot indeling in alle stadia van de classificering van chemische substanties in nationaal recht om te zetten. |
Motivering | |
Het hoofddoel van deze wetstekst is de harmonisering van de indeling en registratie van chemische substanties en mengsels, ten einde concurrentiedistorsies op de binnenmarkt te voorkomen. De indeling door de producent, zoals die artikel 4 wordt vastgelegd, is een beginsel dat van fundamentele betekenis is om een uniforme classificering binnen de EU te waarborgen. Dit fundamentele beginsel moet daarom zonder uitzondering van toepassing zijn op alle substanties en mengsels die onder het toepassingsbereik van deze verordening vallen. | |
Amendement 2 Overweging 23 bis (nieuw) | |
|
|
(23 bis) Er bestaat behoefte aan het verstrekken van passende informatie aan de consumenten, een behoefte om disproportionele maatregelen te voorkomen zoals "kinderbestendige" verpakkingen die op grond van een te strenge classificatie van een mengsel geëist worden, alsook een noodzaak om duplicering van testen te voorkomen. Een procedure moet worden bevorderd, die de leveranciers, en in het bijzonder KMO's, in specifieke productsectoren helpt de juiste classificatie te vinden voor een mengsel, tezamen met de bijbehorende voorschriften voor etikettering en verpakking. Een dergelijke procedure dient open te staan voor iedere leverancier in de betrokken sector. |
Motivering | |
Indien de producent alleen beschikt over informatie die verstrekt is door de leverancier(s) van de in het product (of mengsel) gebruikte stoffen, moet hij bij de vaststelling van de classificatie van het mengsel gebruik maken van de evaluatie van informatie op grond van de procedure genoemd in artikel 9, lid 4. Dit kan leiden tot een onderschatting, maar ook tot een overschatting van de gevaarlijke eigenschappen van het mengsel. Door de beschikbaarheid van een erkende procedure waarbij expertise, extra informatie en data beschikbaar kunnen worden gesteld voor de evaluatie van een mengsel zal een nauwkeuriger classificatie mogelijk worden, hetgeen vooral voor de KMO's van groot belang zou zijn. | |
Amendement 3 Overweging 35 | |
|
(35) De voorlichting over de gevaren van stoffen en mengsels gebeurt door middel van etikettering en de veiligheidsinformatiebladen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006. Het etiket is het enige voorlichtingsinstrument voor consumenten, maar kan ook dienen om werknemers te wijzen op de uitvoeriger informatie over stoffen of mengsels in de veiligheidsinformatiebladen. Aangezien de bepalingen over veiligheidsinformatiebladen zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 1907/2006, waarin het veiligheidsinformatieblad het belangrijkste communicatiemiddel in de toeleveringsketen van stoffen is, hoeven deze bepalingen niet nog eens in deze verordening te worden herhaald. |
(35) Twee belangrijke elementen van de voorlichting over de gevaren van stoffen en mengsels zijn de etikettering en de veiligheidsinformatiebladen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006. Hiervan is het etiket is het enige makkelijk toegankelijke voorlichtingsinstrument voor consumenten, dat daarom voldoende gedetailleerde informatie moet bevatten, die relevant is voor het gebruik van het product. Zoals gespecificeerd in verordening (EG) nr. 1907/2006, is het daarom van essentieel belang dat het Agentschap, in overleg met de bevoegde autoriteiten en belanghebbenden en op gepaste wijze rekening houdend met de beste praktijken, richtsnoeren verstrekt over de wijze waarop het publiek geïnformeerd wordt over de risico's en het veilige gebruik van chemische substanties en mengsels. Het etiket kan ook dienen om werknemers te wijzen op de uitvoeriger informatie over stoffen of mengsels in de veiligheidsinformatiebladen. Aangezien de bepalingen over veiligheidsinformatiebladen zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 1907/2006, waarin het veiligheidsinformatieblad het belangrijkste communicatiemiddel in de toeleveringsketen van stoffen is, hoeven deze bepalingen niet nog eens in deze verordening te worden herhaald. |
Motivering | |
Een geschikt en samenhangend systeem voor communicatie zal de consumenten de gewenste informatie en het nodige advies verstrekken om hen in staat te stellen op veilige en doelmatige wijze het hoofd te bieden aan de risico's die verbonden zijn aan het gebruik van een substantie, preparaat of product dat chemische substanties bevat. Dit strookt ook met het CHS (par. 1.4.3.4), waarin vermeld wordt dat het etiket voor de consumenten "voldoende gedetailleerd moet zijn en relevant voor de wijze waarop het product wordt gebruikt". | |
Amendement 4 Overweging 41 | |
|
(41) De etiketteringsvoorschriften van deze verordening dienen Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen1 en Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van biociden2 onverlet te laten. |
(41) De etiketteringsvoorschriften van deze verordening dienen Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen1, Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden2 en Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia3 onverlet te laten. |
|
|
_________ 1 PB L 104 van 8.4.2004, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 907/2006 van de Commissie (PB L 168 van 21.6.2006, blz. 5). |
Motivering | |
De verordening voor detergentiemiddelen bevat specifieke voorschriften voor deze producten, die moeten worden nageleefd. | |
Amendement 5 Artikel 9, lid 4 bis (nieuw) | |
|
|
4 bis. Wanneer een specifieke productsectorgroep een Centrum voor risico's en classificatie heeft opgericht, dat expertise bijeenbrengt voor de evaluatie van informatie, testgegevens, beoordelingen van het gewicht van bewijsmateriaal en overbruggingsprincipes, kan elke leverancier binnen deze productsector gebruik maken van de evaluaties van dat centrum bij de vaststelling van de risico's van een mengsel, en van de daarmee overeenstemmende classificatie. |
Motivering | |
Indien de producent alleen beschikt over informatie die verstrekt is door de leverancier(s) van de in het product (of mengsel) gebruikte stoffen, moet hij bij de vaststelling van de classificatie van het mengsel gebruik maken van de evaluatie van informatie op grond van de procedure genoemd in artikel 9, lid 4. Dit kan leiden tot een onderschatting, maar ook tot een overschatting van de gevaarlijke eigenschappen van het mengsel. Door de beschikbaarheid van een erkende procedure waarbij expertise, extra informatie en data beschikbaar kunnen worden gesteld voor de evaluatie van een mengsel zal een nauwkeuriger classificatie mogelijk worden, hetgeen vooral voor de KMO's van groot belang zou zijn. | |
Amendement 6 Artikel 18, lid 3, alinea 1 bis (nieuw) | |
|
|
In geval van natuurlijke stoffen kan een omschrijving als "etherische olie uit ..." of "...-extract" worden gebruikt in plaats van de namen van de bestanddelen van de etherische olie of het extract. |
Motivering | |
De verplichting de namen van alle stoffen van een mengsel te vermelden zou voor de producenten van aroma's en reukstoffen een disproportionele inspanning betekenen, gezien de geringe hoeveelheden ervan die later in het eindproduct voorkomen. | |
Amendement 7 Artikel 26, lid 1 | |
|
1. De leverancier van een stof of mengsel kan het Agentschap verzoeken als productidentificatie voor een stof of mengsel een naam die de belangrijkste functionele groepen aangeeft dan wel een triviale naam te mogen gebruiken, indien hij kan aantonen dat bekendmaking van de chemische identiteit van een stof of mengsel op het etiket de vertrouwelijke aard van zijn werkzaamheden, en in het bijzonder zijn intellectuele eigendom, in gevaar zou brengen. |
1. De leverancier van een stof of mengsel kan het Agentschap verzoeken als productidentificatie voor een stof of mengsel een naam die de belangrijkste functionele groepen aangeeft dan wel een triviale naam te mogen gebruiken, indien hij kan aantonen dat bekendmaking van de chemische identiteit van een stof of mengsel de vertrouwelijke aard van zijn werkzaamheden, en in het bijzonder zijn intellectuele eigendom, in gevaar zou brengen. |
Motivering | |
Het moet mogelijk zijn de generieke naam ook te gebruiken op het veiligheidsinformatieblad (SDS). Vertrouwelijkheid is hier nergens goed voor. Op het SDS wordt alleen de duidelijke naam vervangen door een generieke naam, niet de indeling en de relevante informatie over de risico's. | |
Amendement 8 Artikel 26, lid 2 | |
|
2. De in lid 1 bedoelde verzoeken worden gedaan in het in artikel 111 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde formaat en gaan vergezeld van een vergoeding. |
2. De in lid 1 bedoelde verzoeken worden gedaan in het in artikel 111 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 bedoelde formaat. |
|
De hoogte van de vergoedingen wordt door de Commissie volgens de in artikel 54, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld. |
|
Motivering | |
De verwijzing naar de vergoedingen wordt geschrapt, overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van de Richtlijn inzake gevaarlijke preparaten. | |
Amendement 9 Artikel 26, lid 3 | |
|
3. Het Agentschap kan de leverancier die het verzoek heeft ingediend om nadere informatie vragen indien dat nodig is om een besluit te nemen. Het Agentschap stelt degene die het verzoek heeft ingediend binnen zes weken na ontvangst van het verzoek of van de nadere informatie, indien daarom is gevraagd, van zijn besluit op de hoogte. Indien het Agentschap binnen deze termijn geen besluit neemt, wordt het gebruik van de naam waarom is verzocht, geacht te zijn toegestaan. |
3. Het Agentschap kan de leverancier die het verzoek heeft ingediend om nadere informatie vragen indien dat nodig is om een besluit te nemen. Het Agentschap stelt degene die het verzoek heeft ingediend binnen zes weken na ontvangst van het verzoek of van de nadere informatie, indien daarom is gevraagd, van zijn besluit op de hoogte. Indien het Agentschap binnen deze termijn geen besluit neemt, wordt het gebruik van de naam waarom is verzocht, geacht te zijn toegestaan. Indien het Agentschap niet instemt met het verzoek, stelt het de fabrikant of importeur hiervan in kennis ten minste vier weken voordat deze informatie wordt gepubliceerd. Overeenkomstig de artikelen 92 en 93 van verordening (EG) nr. 1907/2006, kan beroep worden aangetekend tegen het besluit om niet met het verzoek in te stemmen. Dit beroep heeft een opschortende werking (en de gegevens mogen niet worden gepubliceerd). |
Motivering | |
Dit voorstel wordt ingediend ter verzekering van het recht op beroep en op bescherming van vertrouwelijke bedrijfsinformatie (CBI). | |
Amendement 10 Artikel 31, lid, letter k | |
|
k) chronisch gevaarlijk voor het aquatisch milieu, categorie 1, 2, 3 en 4. |
k) chronisch gevaarlijk voor het aquatisch milieu, categorie 1 en 2. |
Motivering | |
Voor Chronische Risico's voor het aquatisch milieu van categorieën 3 en 4 bestaat geen risicopictogram; indien de risicoverklaring op de verpakking wordt weggelaten, zouden de gebruikers zich dus niet bewust zijn van dit risico. Het voorgestelde amendement weerspiegelt de bestaande praktijk in de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten voor mengsels die zijn ingedeeld als R10 of R52/53, d.w.z. indelingen waarvoor geen gevarensymbool bestaat. Hangt samen met amendement 27. | |
Amendement 11 Artikel 31, lid 1 bis (nieuw) | |
|
|
1 bis. Voor verpakkingen met een inhoud van 125 ml of minder hoeven de waarschuwingsverklaringen niet op het etiket te worden vermeld, indien de substantie of het mengsel geclassificeerd is als van een chronisch risico voor het aquatisch milieu, categorie 3 of 4. |
Motivering | |
Hangt samen met amendement 26. Voor Chronische Risico's voor het aquatisch milieu van categorieën 3 en 4 bestaat geen risicopictogram; indien de risicoverklaring op de verpakking wordt weggelaten, zouden de gebruikers zich dus niet bewust zijn van dit risico. Het voorgestelde amendement weerspiegelt de bestaande praktijk in de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten voor mengsels die zijn ingedeeld als R10 of R52/53, d.w.z. indelingen waarvoor geen gevarensymbool bestaat. | |
Amendement 12 Artikel 31, lid 2 bis (nieuw) | |
|
|
2 bis. De etiketeringsverplichting geldt niet voor verpakkingen die slechts eenmaal gehanteerd worden (eenmalig gebruik, enkele portie of enkele doseringseenheid), maar die bewaard worden een grotere verpakking die overeenkomstig onderhavige verordening is geëtiketteerd en die alleen verwijderd wordt voor gebruik in overeenstemming met de gebruiksaanwijzingen, waarna het product onmiddellijk wordt gebruikt. |
Motivering | |
Ter verduidelijking van de situatie waarbij mengsels betrokken zijn die in afzonderlijke doses worden geleverd, waarbij het product (bij voorbeeld een tablet) (a) alleen voor eenmalig gebruik bestemd is, (b) onmiddellijk vóór gebruik uit de buitenverpakking wordt verwijderd en (c) alle instructies (en verdere aanduidingen op het etiket) zich op de buitenverpakking bevinden. | |
Dit amendement vervangt het bestaande amendement 8 op artikel 26, lid 4 bis (nieuw) van de rapporteur en corrigeert daarmee een technische fout. | |
Amendement 13 Artikel 32 | |
|
Op voor het grote publiek bestemde verpakkingen waarbij het fysiek onmogelijk is overeenkomstig artikel 34 een etiket aan te brengen, hoeft geen etiket te worden aangebracht, mits die verpakking vergezeld gaat van een nauwkeurige en duidelijke gebruiksaanwijzing die zo nodig aanwijzingen bevat voor de verwijdering, en mits het gaat om verpakkingen die stoffen of mengsels bevatten die in de volgende gevarenklassen en categorieën van bijlage I zijn ingedeeld: |
Wanneer substanties of mengsels aan het grote publiek worden verstrekt en ingedeeld worden als van acute toxiciteit, categorie 1, 2, specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT) bij eenmalige blootstelling, categorie 1, of specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT) bij herhaalde blootstelling en wanneer het fysiek onmogelijk is om een etiket op de verpakking zelve aan te brengen, moeten verpakkingen die zulke substanties of mengsels bevatten vergezeld gaan van gedetailleerde en gemakkelijk begrijpelijke gebruiksaanwijzingen, waaronder in voorkomend geval ook aanwijzingen voor de verwijdering van de lege verpakking. |
|
(a) punt 3.1, acute toxiciteit, categorie 1, 2 of 3; |
|
|
(b) punt 3.2, huidcorrosie, categorie 1; |
|
|
(c) punt 3.8, specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT) bij eenmalige blootstelling, categorie 1; |
|
|
(d) punt 3.9, specifieke doelorgaantoxiciteit (STOT) bij herhaalde blootstelling, categorie 1. |
|
Motivering | |
Dit amendement beoogt een verdere verduidelijking van de tekst. | |
Amendement 14 Artikel 32, lid 1 bis (nieuw) | |
|
|
1 bis. Verpakkingen van substanties en mengsels die voor het grote publiek bestemd zijn en die voldoen aan de criteria voor risicoklasse 2.16, worden vrijgesteld van de verplichting een etiket te dragen waarop dit risico wordt vermeld, op voorwaarde dat er zowel een binnen- als een buitenverpakking worden gebruikt en de buitenverpakking voorzien is van een pictogram dat in overeenstemming is met de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen, zoals bepaald in verordening (EEG) nr. 3922/91, richtlijn 94/55/EG, richtlijn 96/49/EG of richtlijn 2002/59/EG. |
Motivering | |
Het vermogen corrosie te veroorzaken bij metalen is in dit verband niet relevant. Risicoklasse 2.16 is een nieuwe vereiste die niet is opgenomen in de richtlijn voor gevaarlijke stoffen of gevaarlijke preparaten, maar alleen in de vervoersverordeningen. Deze eigenschap is alleen relevant voor vervoer en opslag in grote hoeveelheden, en dus irrelevant voor individuele consumentenverpakkingen. Deze risicoklasse wordt aangeduid met het corrosiviteitspictogram; dit kan aanleiding geven tot verwarring bij de consumenten, die het kunnen associëren met huidaantasting en ernstige oogschade. | |
Amendement 15 Artikel 32, lid 1 ter (nieuw) | |
|
|
1 ter. Voor bepaalde mengsels die als gevaarlijk worden geclassificeerd, kunnen ontheffingen op sommige bepalingen voor ecologische etikettering of specifieke bepalingen in dat verband worden verleend overeenkomstig de procedure genoemd in artikel 53, wanneer kan worden aangetoond dat dit tot een vermindering van het milieueffect zou leiden. Deze ontheffingen of specifieke bepalingen worden vastgesteld in deel 2 van Bijlage II. |
Motivering | |
Dit is in overeenstemming met de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten,, zie artikel 10 (3) van deze richtlijn. | |
Amendement 16 Artikel 33, alinea 3 | |
|
Dit artikel laat de Richtlijnen 91/414/EEG en 98/8/EG onverlet. |
Dit artikel laat de Richtlijnen 91/414/EEG, 98/8/EG en artikel 4 van deze verordening onverlet. |
Motivering | |
De wijzigingen van Bijlage I van richtlijn 67/548/EEG inzake chemische substanties treden in werking na een overgangsperiode die in de regel minstens 12 maanden duurt. Deze overgangsperioden moeten ook in deze verordening worden vermeld, want zij garanderen de praktische mogelijkheid voor de leveranciers van de substanties en mengsels om de bepalingen na te leven. | |
De indeling door de producent, zoals die in artikel 4 wordt vastgelegd, garandeert een uniforme classificering. Dit fundamentele beginsel moet daarom zonder uitzondering van toepassing zijn op alle substanties en mengsels die onder het toepassingsbereik van deze verordening vallen. | |
Amendement 17 Artikel 35, lid 3 | |
|
3. De aanvullende informatie wordt geplaatst in de rubriek voor aanvullende informatie als bedoeld in artikel 27 en de plaatsing van die rubriek mag het onderscheiden van de in artikel 17, lid 1, genoemde etiketteringselementen niet bemoeilijken. |
3. De aanvullende informatie wordt geplaatst in de rubriek voor aanvullende informatie als bedoeld in artikel 27 en de plaatsing van die rubriek mag het onderscheiden van de in artikel 17, lid 1, genoemde etiketteringselementen niet bemoeilijken. De leverancier kan besluiten alle overeenkomstig Hoofdstuk 1 op het etiket te verstrekken informatie op een bepaalde plaats op de verpakking aan te brengen. |
Motivering | |
De leverancier moet toestemming hebben om alle informatie over risico's, met inbegrip van eventuele aanvullende informatie, op een bepaalde plaats dicht bij elkaar aan te brengen. | |
Amendement 18 Artikel 36, lid 1 | |
|
1. Indien zowel een buitenverpakking als een binnenverpakking wordt gebruikt en de buitenverpakking niet voorzien is van een pictogram overeenkomstig de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen zoals vervat in Verordening (EEG) nr. 3922/91, Richtlijn 94/55/EG, Richtlijn 96/49/EG of Richtlijn 2002/59/EG, worden zowel de buiten- als de binnenverpakking overeenkomstig deze verordening geëtiketteerd. |
1. Indien zowel een buitenverpakking als een binnenverpakking wordt gebruikt, wordt geacht aan de etiketteringsvoorschriften te zijn voldaan, als de buitenverpakking is geëtiketteerd overeenkomstig de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen zoals vervat in Verordening (EEG) nr. 3922/91, Richtlijn 94/55/EG, Richtlijn 96/49/EG of Richtlijn 2002/59/EG en de binnenverpakking of -verpakkingen overeenkomstig deze verordening zijn geëtiketteerd. |
|
Indien de buitenverpakking wel voorzien is van een pictogram overeenkomstig de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen, wordt alleen de binnenverpakking overeenkomstig deze verordening geëtiketteerd; |
|
Motivering | |
Lid 1: Overeenkomstig DPD artikel 11.6(a). | |
Amendement 19 Artikel 36, lid 2 bis (nieuw) | |
|
|
2 bis. Wanneer de etikettering op de binnenverpakking duidelijk zichtbaar is ten gevolge van de doorzichtigheid van de buitenverpakking (b.v. verpakking in krimpfolie) is extra etikettering op de buitenverpakking niet vereist. |
Motivering | |
Zie de motivering bij amendement 18. | |
Amendement 20 Artikel 36 bis (nieuw) | |
|
|
Artikel 36 bis |
|
|
1. De etiketteringsvoorschriften die in Titel III worden gegeven laten de bepalingen van verordening (EG) nr. 648/2004 onverlet. |
|
|
2. Ongeacht de etiketteringsvoorschriften gegeven in Titel III, moet de leverancier van een substantie of mengsel dat bestemd is om voor consumptie door het algemene publiek etiketteren met inachtneming van de door het Agentschap verstrekte richtsnoeren voor de informatie van het algemene publiek over de risico's en het veilig gebruik van chemische substanties en mengsels, zoals bepaald in verordening (EG) nr. 1907/2006. |
|
|
3. Het Agentschap stelt de paragraaf 2 genoemde richtsnoeren op in overleg met de bevoegde autoriteiten en belanghebbenden, zich daarbij goeddeels baserend op de beste praktijken die op dit gebied bestaan. Deze richtsnoeren moeten uiterlijk xx jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening beschikbaar zijn. |
Motivering | |
Dit amendement hangt samen met de overwegingen 35 en 41. De verordening voor detergentiemiddelen bevat specifieke voorschriften voor deze producten, die moeten worden nageleefd. Een geschikt en samenhangend systeem voor communicatie zal de consumenten de gewenste informatie en het nodige advies verstrekken om hen in staat te stellen op veilige en doelmatige wijze het hoofd te bieden aan de risico's die verbonden zijn aan het gebruik van een substantie, preparaat of product dat chemische substanties bevat. | |
Amendement 21 Artikel 37, lid 1 | |
|
1. Als gevaarlijk ingedeelde stoffen en mengsels worden voorzien van een verpakking die aan de volgende voorschriften voldoet: |
1. Als gevaarlijk ingedeelde stoffen en mengsels worden voorzien van een verpakking die aan de volgende voorschriften voldoet: |
|
a) de verpakking is zodanig ontworpen en uitgevoerd dat ongewild verlies van de inhoud wordt voorkomen, behalve als andere, specifiekere veiligheidsvoorzieningen zijn voorgeschreven; |
a) de verpakking is zodanig ontworpen en uitgevoerd dat bij normaal hanteren en gebruik ongewild verlies van de inhoud wordt voorkomen, behalve als andere, specifiekere veiligheidsvoorzieningen zijn voorgeschreven; |
|
b) het materiaal van verpakking en sluiting mag niet door de inhoud kunnen worden beschadigd of daarmee een gevaarlijke verbinding kunnen vormen; |
b) het materiaal van verpakking en sluiting mag niet door de inhoud kunnen worden beschadigd of daarmee een gevaarlijke verbinding kunnen vormen; |
|
c) de verpakking en sluiting moeten in alle onderdelen zo stevig en sterk zijn dat zij niet losraken en afdoende tegen elke normale behandeling bestand zijn; |
c) de verpakking en sluiting moeten in alle onderdelen stevig en sterk zijn en afdoende tegen elke normale behandeling bestand zijn; |
|
d) verpakkingen in de vorm van recipiënten die voorzien zijn van een sluiting die meermaals kan worden gebruikt, moeten zodanig zijn ontworpen dat de recipiënt herhaalde malen opnieuw kan worden gesloten zonder verlies van inhoud. |
d) verpakkingen in de vorm van recipiënten die voorzien zijn van een sluiting die meermaals kan worden gebruikt, moeten zodanig zijn ontworpen dat de recipiënt herhaalde malen opnieuw kan worden gesloten zonder verlies van inhoud. |
Motivering | |
Dit amendement beoogt de duidelijkheid van de tekst te vergroten. | |
Amendement 22 Artikel 37, lid 2 | |
|
2. Verpakkingen in de vorm van recipiënten die een gevaarlijke stof of een gevaarlijk mengsel bevatten en aan het grote publiek verkocht of ter beschikking gesteld worden, mogen geen vorm hebben en/of afbeelding dragen die de actieve nieuwsgierigheid van kinderen kan wekken of prikkelen of de gebruikers in verwarring kan brengen, en mogen geen aanbiedingsvorm hebben en/of benaming dragen die wordt gebruikt voor levensmiddelen, diervoeders, geneesmiddelen of cosmetische producten. |
2. Verpakkingen in de vorm van recipiënten die een gevaarlijke stof of een gevaarlijk mengsel bevatten en aan het grote publiek verkocht of ter beschikking gesteld worden, mogen geen vorm hebben en/of afbeelding dragen die de actieve nieuwsgierigheid van kinderen kan wekken of prikkelen of de gebruikers in verwarring kan brengen, en mogen geen aanbiedingsvorm hebben en/of benaming dragen die wordt gebruikt voor levensmiddelen, diervoeders, geneesmiddelen of cosmetische producten, waardoor de consument zou worden misleid.. |
|
Indien dergelijke recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.1.1, moeten zij voorzien zijn van een kinderveilige sluiting overeenkomstig bijlage II, punten 3.1.2, 3.1.3 en 3.1.4.2. |
Indien recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.1.1, moeten zij voorzien zijn van een kinderveilige sluiting overeenkomstig bijlage II, punten 3.1.2, 3.1.3 en 3.1.4.2, tenzij er specifieke verpakkingsvoorschriften van toepassing zijn op het mengsel uit hoofde van een afzonderlijke richtlijn of verordening van de EU.. |
|
Indien dergelijke recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.2.1, moeten zij voorzien zijn van een tastbare gevaarsaanduiding overeenkomstig bijlage II, punt 3.2.2. |
Indien recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.2.1, moeten zij voorzien zijn van een tastbare gevaarsaanduiding overeenkomstig bijlage II, punt 3.2.2, tenzij er specifieke verpakkingsvoorschriften van toepassing zijn op het mengsel uit hoofde van een afzonderlijke richtlijn of verordening van de EU. |
Motivering | |
Om een overlapping met de bepalingen van andere richtlijnen of verordeningen van de EU te voorkomen. | |
Amendement 23 Artikel 38, lid 1, letter d | |
|
d) voortplantingstoxiciteit, punt 3.7, categorie 1A, 1B of 2. |
d) voortplantingstoxiciteit, punt 3.7, categorie 1A, 1B of 2 met uitzondering van effecten op of via de melkproductie. |
Motivering | |
Om de duidelijkheid van de tekst te verbeteren. | |
Amendement 24 Artikel 41, lid 1, alinea's 1 en 2 | |
|
1. Een fabrikant of importeur, of een groep fabrikanten of importeurs, hierna "de informatieverstrekkers" genoemd, die een stof in de handel brengt die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 moet worden geregistreerd of die als zodanig als gevaarlijk is ingedeeld of in een mengsel voorkomt in een concentratie die groter is dan de in Richtlijn 1999/45/EG of deze verordening, indien van toepassing, vermelde concentratiegrenzen, zodat het mengsel als gevaarlijk wordt ingedeeld, verstrekt het Agentschap de volgende informatie voor opname in de in artikel 43 bedoelde inventaris: |
1. Een fabrikant of importeur, of een groep fabrikanten of importeurs, hierna "de informatieverstrekkers" genoemd, die een hoeveelheid van tenminste 1 ton van een stof in de handel brengt die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 moet worden geregistreerd of die als zodanig als gevaarlijk is ingedeeld of in een mengsel voorkomt in een concentratie die groter is dan de in Richtlijn 1999/45/EG of deze verordening, indien van toepassing, vermelde concentratiegrenzen, zodat het mengsel als gevaarlijk wordt ingedeeld, verstrekt het Agentschap de volgende informatie voor opname in de in artikel 43 bedoelde inventaris: |
|
a) de identiteit van de informatieverstrekker(s) die verantwoordelijk is (zijn) voor het in de handel brengen van de stof(fen) overeenkomstig punt 1 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1907/2006; |
a) de identiteit van de informatieverstrekker(s) die verantwoordelijk is (zijn) voor het in de handel brengen van de stof(fen) overeenkomstig punt 1 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1907/2006; |
|
b) de identiteit van de stof(fen) overeenkomstig de punten 2.1 tot en met 2.3.4 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1907/2006; |
b) de identiteit van de stof(fen) overeenkomstig de punten 2.1 tot en met 2.3.4 van bijlage VI bij Verordening (EG) nr. 1907/2006; |
|
c) de indeling van de stof(fen) overeenkomstig artikel 13; |
c) de indeling van de stof(fen) overeenkomstig artikel 13; |
|
d) indien een stof in een aantal, maar niet alle gevarenklassen of onderverdelingen daarvan is ingedeeld, een vermelding of dit het geval is wegens ontbrekende gegevens, gegevens die niet overtuigend zijn of gegevens die wel overtuigend zijn maar onvoldoende zijn om een indeling op te baseren; |
d) indien een stof in een aantal, maar niet alle gevarenklassen of onderverdelingen daarvan is ingedeeld, een vermelding of dit het geval is wegens ontbrekende gegevens, gegevens die niet overtuigend zijn of gegevens die wel overtuigend zijn maar onvoldoende zijn om een indeling op te baseren; |
|
e) indien van toepassing, specifieke concentratiegrenzen of vermenigvuldigingsfactoren overeenkomstig artikel 10, met redenen omkleed aan de hand van de desbetreffende gedeelten van de hoofdstukken 1, 2 en 3 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1907/2006; |
e) indien van toepassing, specifieke concentratiegrenzen of vermenigvuldigingsfactoren overeenkomstig artikel 10, met redenen omkleed aan de hand van de desbetreffende gedeelten van de hoofdstukken 1, 2 en 3 van bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1907/2006; |
|
f) de etiketteringselementen voor de stof(fen) overeenkomstig titel III van deze verordening. |
f) de etiketteringselementen voor de stof(fen) overeenkomstig titel III van deze verordening. |
|
De onder a) tot en met e) bedoelde informatie wordt niet meegedeeld als zij bij het Agentschap is ingediend in het kader van een registratie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006. Voor de indiening van deze informatie gebruikt de fabrikant of importeur het overeenkomstig artikel 111 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 vastgestelde formaat. |
De onder a) tot en met f) bedoelde informatie wordt niet meegedeeld als zij bij het Agentschap is ingediend in het kader van een registratie overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006. Voor de indiening van deze informatie gebruikt de fabrikant of importeur het overeenkomstig artikel 111 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 vastgestelde formaat. |
Motivering | |
De paragraaf vereist aanmelding van alle substanties die op de markt worden aangeboden en onderworpen zijn aan een verplichting tot registratie uit hoofde van verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH, indien het een hoeveelheid van tenminste 1 ton per jaar betreft, of van substanties die ingedeeld worden als riskant op zich zelf of in een mengsel, wanneer dat mengsel dan als riskant wordt geclassificeerd, en dan geldt dit ongeacht de hoeveelheid. Uit hoofde van REACH zijn op de markt aangeboden hoeveelheden beneden een drempel van 1 ton per jaar niet onderworpen aan registratie en hoeven zij niet te worden aangemeld in het Inventorium. Anders zouden de kosten van het nakomen van deze verplichtingen de waarde van de markt te boven gaan. | |
Amendement 25 Artikel 41, lid 3 | |
|
3. Voor stoffen die vóór 1 december 2010 in de handel gebracht zijn, worden de meldingen overeenkomstig lid 1 vóór die datum gedaan. |
3. Voor stoffen die geclassificeerd worden als riskant op zich zelf of in een mengsel boven concentratiegrenzen die zijn vastgesteld in richtlijn 1994/45/EG of in deze verordening, ten gevolge waarvan het mengsel als riskant wordt geclassificeerd en die vóór 1 december 2010 in hoeveelheden van meer dan 1 MT per jaar per fabrikant of importeur in de handel gebracht zijn, worden de meldingen overeenkomstig lid 1 vóór die datum gedaan |
Motivering | |
De paragraaf vereist aanmelding van alle substanties die op de markt worden aangeboden en onderworpen zijn aan een verplichting tot registratie uit hoofde van verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH, indien het een hoeveelheid van tenminste 1 ton per jaar betreft, of van substanties die ingedeeld worden als riskant op zich zelf of in een mengsel, wanneer dat mengsel dan als riskant wordt geclassificeerd, en dan geldt dit ongeacht de hoeveelheid. Uit hoofde van REACH zijn op de markt aangeboden hoeveelheden beneden een drempel van 1 ton per jaar niet onderworpen aan registratie en hoeven zij niet te worden aangemeld in het Inventorium. Anders zouden de kosten van het nakomen van deze verplichtingen de waarde van de markt te boven gaan. | |
Amendement 26 Artikel 45, lid 3 bis (nieuw) | |
|
|
3 bis. Uiterlijk op 1 december 2010 dient de Commissie een wetgevingsvoorstel in met het doel de informatie als bedoeld in het eerste lid te harmoniseren. |
Motivering | |
Uit een recente studie blijkt dat deze bepaling in verschillende lidstaten verschillend is geïmplementeerd. De verordening is bedoeld om het vrije verkeer van chemische stoffen en mengsels te waarborgen. Dit rechtvaardigt tevens de verdergaande harmonisatie van emergency response procedures in de EU. | |
Amendement 27 Artikel 49, lid 1, alinea 1 | |
|
1. Elke leverancier van een stof of mengsel verzamelt alle voor de indeling en etikettering krachtens deze verordening benodigde informatie en bewaart die informatie gedurende ten minste tien jaar nadat hij de stof of het mengsel voor het laatst heeft geleverd. |
1. Elke leverancier van een stof of mengsel verzamelt alle informatie die hij nodig heeft voor de indeling en etikettering krachtens deze verordening en bewaart die informatie gedurende ten minste tien jaar nadat hij de stof of het mengsel voor het laatst heeft geleverd. |
Motivering | |
Om de duidelijkheid van de voorschriften te verbeteren. | |
Amendement 28 Artikel 58 bis (nieuw) | |
|
|
Artikel 58 bis |
|
|
Uiterlijk op 1 december 2010 dient de Commissie een verslag in over de doeltreffendheid van deze verordening met betrekking tot artikel 45, teneinde zonodig overeenkomstig de regelgevingsprocedure met toetsing bedoeld in artikel 54, derde lid, wijzigingsvoorstellen in te dienen gericht op verdergaande harmonisatie. |
Motivering | |
Uit een recente studie blijkt dat deze bepaling in verschillende lidstaten verschillend is geïmplementeerd. De verordening is bedoeld om het vrije verkeer van chemische stoffen en mengsels te waarborgen. Dit rechtvaardigt tevens de verdergaande harmonisatie van emergency response procedures in de EU. | |
PROCEDURE
|
Titel |
Indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels |
|||||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2007)0355 – C6-0197/2007 – 2007/0121(COD) |
|||||||
|
Commissie ten principale |
ENVI |
|||||||
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking |
IMCO 9.7.2007 |
|
|
|
||||
|
Medeverantwoordelijke commissie(s) - datum bekendmaking |
27.9.2007 |
|
|
|
||||
|
Rapporteur voor advies Datum benoeming |
Andreas Schwab 16.7.2007 |
|
|
|||||
|
Behandeling in de commissie |
2.10.2007 |
27.11.2007 |
22.1.2008 |
|
||||
|
Datum goedkeuring |
26.3.2008 |
|
|
|
||||
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
37 0 0 |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Cristian Silviu Buşoi, Charlotte Cederschiöld, Gabriela Creţu, Mia De Vits, Janelly Fourtou, Vicente Miguel Garcés Ramón, Evelyne Gebhardt, Małgorzata Handzlik, Malcolm Harbour, Edit Herczog, Iliana Malinova Iotova, Pierre Jonckheer, Alexander Lambsdorff, Kurt Lechner, Lasse Lehtinen, Toine Manders, Arlene McCarthy, Catherine Neris, Zita Pleštinská, Giovanni Rivera, Zuzana Roithová, Luisa Fernanda Rudi Ubeda, Heide Rühle, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler, Marian Zlotea |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Emmanouil Angelakas, Šarūnas Birutis, Giovanna Corda, Benoît Hamon, Joel Hasse Ferreira, Filip Kaczmarek, Othmar Karas, Joseph Muscat, Gary Titley |
|||||||
- [1] COM(2007)0355 van 27.6.2007.
- [2] Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad.
- [3] COM(2007)0611 van 16.10.2007 houdende een voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 76/768/EEG, 88/378/EEG en 1999/13/EG van de Raad en de Richtlijnen 2000/53/EG, 2002/96/EG en 2004/42/EG teneinde ze aan te passen aan Verordening (EG) … betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, en tot wijziging van Richtlijn 67/548/EEG en Verordening (EG) nr. 1907/2006.
- [4] COM(2007)0613 van 17.10.2007 houdende een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 648/2004 teneinde deze aan te passen aan Verordening (EG) nr. … betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels en tot wijziging van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad en Verordening (EG) nr. 1907/2006.
- [5] Nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad
ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (6.3.2008)
aan de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels en tot wijziging van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad en Verordening (EG) nr. 1907/2006
(COM(2007)0355 – C6-0197/2007 – 2007/0121(COD))
Rapporteur voor advies: Anne Laperrouze
BEKNOPTE MOTIVERING
Het voorstel zoals hieronder gewijzigd vormt een belangrijke stap in een proces dat in de jaren 1980-1990 op gang is gebracht door de Internationale Arbeidsorganisatie en vervolgens is overgenomen en uitgebreid door de VN-Conferentie inzake milieu en ontwikkeling.
Tot de doelstellingen van het wereldwijd geharmoniseerd systeem voor de indeling en etikettering van chemische stoffen (Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals, GHS) behoren geharmoniseerde criteria voor de indeling van stoffen en mengsels naar gelang van de materiële gevaren ervan en de gevaren voor de gezondheid of het milieu, en geharmoniseerde criteria voor de voorlichting over deze gevaren, inclusief voorschriften inzake etikettering en veiligheidsinformatiebladen.
Uw rapporteur kan dit initiatief alleen maar toejuichen. Een mondiale benadering is helemaal pertinent. In het licht van de toenemende mondiale handel in producten dienen de gezondheid en het milieu immers beter te worden beschermd.
Het voorstel van de Commissie is erop gericht de voorschriften inzake indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels te harmoniseren. Bedrijven worden ertoe verplicht hun stoffen en mengsels zelf in te delen en die indelingen aan te melden. In bijlage VI wordt een geharmoniseerde lijst van op Gemeenschapsniveau ingedeelde stoffen gegeven. En ten slotte wordt een inventaris van indelingen en etiketteringen opgesteld, die bestaat uit alle bovengenoemde meldingen en geharmoniseerde indelingen.
Consistentie met REACH is wenselijk wat betreft de termijnen en een benadering afhankelijk van de tonnage, alsmede de bijlagen, met name bijlage VI.
In het voorstel van de Commissie is deel 3 van de bijlage VI bindend. Dit deel moet alleen indelingen bevatten die conform REACH en artikel 38 van het voorstel voor een verordening geharmoniseerd zullen blijven op Gemeenschapsniveau, te weten eigenschappen die kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting zijn (CMR) of met sensibilisatie van de luchtwegen, alsmede naar behoren gemotiveerde bijzondere gevallen (artikel 38, lid 2).
Voorgesteld wordt in de bijlage VI een deel 4 op te nemen dat indelingen en etiketteringen van gevaarlijke stoffen bevat waarvoor in richtlijn 67/548/EEG reeds is voorzien in harmonisatie op Gemeenschapsniveau voor de andere dan de in artikel 38, lid 1 gedefinieerde gevarencategorieën. Deze indelingen en etiketteringen worden overgebracht met inachtneming van de criteria voor indeling en etikettering, conform bijlage I.
Het voorstel van de Commissie deze indelingen op te nemen in deel 3 van bijlage VI, samen met de indelingen die geharmoniseerd zullen blijven ter uitvoering van artikel 38, conform de in de artikelen 39 en 40 vastgestelde procedures, heeft diverse nadelen:
- de "vertaling" van de indelingen "bijlage I van richtlijn 67/548/EEG" in "GHS"-indelingen is zonder overleg geschied;
- omdat de huidige criteria en de GHS-criteria wat talrijke stoffen betreft niet exact met elkaar overeenstemmen wordt voorzien in de mogelijkheid af te wijken van de in deel 3 van bijlage VI vastgestelde indeling;
- artikel 4, lid 6, waarin wordt gevraagd de in deel 3 van bijlage VI opgenomen indelingen "aan te vullen", kan alleen worden toegepast op "gedeeltelijke" indelingen als bedoeld in artikel 38;
- aangezien niet is voorzien in een herziening en bijwerking van deze indelingen, zullen zij geleidelijk aan obsoleet worden. Indien zij bindend zijn, zal geen rekening kunnen worden gehouden met nieuwe gegevens, met name gegevens die voortvloeien uit de toepassing van de REACH-verordening.
Deel 4 van bijlage VI dient dus te worden beschouwd als een niet-bindend referentie-instrument waarvan de industrie en de overheden ruimschoots gebruik zullen maken.
Het werk dat de experts van de Commissie, de lidstaten en de industrie decennialang hebben verricht om de bijlage I bij richtlijn 67/548/EEG op te stellen zal aldus niet "verloren" zijn en daarnaast zullen ook de GHS-criteria ten volle kunnen worden toegepast.
De leveranciers die een indeling en een etikettering toepassen die verschillen van de in deel 4 van bijlage VI vastgestelde indelingen en etiketteringen zullen ter uitvoering van artikel 49 de bevoegde instanties moeten kunnen aantonen dat zij de in de delen 2 t/m 5 van de bijlage I vastgestelde criteria hebben nageleefd.
Een bijlage VI die niet bindend is, behalve wat deel 3 ervan betreft, heeft ook het dubbele voordeel dat verwarringen, contradicties en dubbelzinnigheden met de in hoofdstuk 2 van titel V bedoelde inventaris van indelingen en etiketteringen zullen worden voorkomen, en dat de wereldwijde handel niet zal worden belemmerd.
Aangezien de Commissie ervoor geopteerd heeft ook het thema postproductie in aanmerking te nemen, dient wat de op het eindproduct aangebrachte informatie betreft het accent te worden gelegd op de kwaliteit en de pertinentie van de informatie, en niet op de hoeveelheid informatie.
Aangezien het gaat om een mondiaal systeem, dient er tot slot ook op te worden toegezien dat de toekomstige verordening de Europese bedrijven geen verplichtingen oplegt waaraan hun mondiale concurrenten niet worden onderworpen.
AMENDEMENTEN
De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
| Door de Commissie voorgestelde tekst | Amendementen van het Parlement |
Amendement 1 OVERWEGING 7 | |
|
(7) De voordelen voor het bedrijfsleven zullen groter worden naarmate meer landen de GHS-criteria in hun wetgeving overnemen. De Gemeenschap moet hierbij koploper zijn om andere landen ertoe aan te zetten haar voorbeeld te volgen en om de industrie in de Gemeenschap een concurrentievoordeel te geven. |
(7) De voordelen voor het bedrijfsleven zullen groter worden naarmate meer landen de GHS-criteria in hun wetgeving overnemen. De Gemeenschap moet hierbij koploper zijn om andere landen ertoe aan te zetten haar voorbeeld te volgen en om de industrie en met name het midden- en kleinbedrijf (MKB) in de Gemeenschap een concurrentievoordeel te geven. |
Motivering | |
De door de Commissie opgezette internetraadpleging van 21 augustus tot 21 oktober 2006 heeft 370 bijdragen opgeleverd. Daarvan waren er 254 afkomstig van bedrijven. 40% daarvan hadden minder dan 250 werknemers. | |
Amendement 2 OVERWEGING 19 | |
|
(19) Met het oog op de informatieverstrekking over gevaarlijke stoffen in mengsels moeten ook mengsels in voorkomend geval worden geëtiketteerd als zij ten minste één stof bevatten die als gevaarlijk is ingedeeld, ook al zijn die mengsels zelf niet als gevaarlijk ingedeeld. |
(19) Met het oog op de informatieverstrekking over en de bescherming tegen gevaarlijke stoffen in mengsels moeten ook mengsels in voorkomend geval worden geëtiketteerd als zij ten minste één stof bevatten die als gevaarlijk is ingedeeld, ook al zijn die mengsels zelf niet als gevaarlijk ingedeeld. |
Motivering | |
Indeling, etikettering en verpakking vinden niet uitsluitend plaats met het oog op informatieverstrekking, maar vooral ook met het oog op de bescherming van de gezondheid van de gebruikers en van het milieu. | |
Amendement 3 OVERWEGING 21 | |
|
(21) Voor het indelen van een stof of mengsel mag dus de beschikbare informatie worden gebruikt, maar de voor de toepassing van deze verordening gebruikte informatie moet bij voorkeur in overeenstemming zijn met de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 1907/2006, de vervoersvoorschriften of internationale beginselen voor de validatie van informatie, zodat de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de resultaten en de samenhang met andere vereisten op internationaal of Gemeenschapsniveau gegarandeerd zijn. Hetzelfde moet gelden wanneer de leverancier besluit om nieuwe informatie te genereren. |
(21) Voor het indelen van een stof of mengsel mag dus de beschikbare informatie worden gebruikt. Zij moet worden gebruikt voor de toepassing van deze verordening en moet bij voorkeur in overeenstemming zijn met de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 1907/2006, de vervoersvoorschriften of internationale beginselen voor de validatie van informatie, zodat de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de resultaten en de samenhang met andere vereisten op internationaal of Gemeenschapsniveau gegarandeerd zijn. Hetzelfde moet gelden wanneer de leverancier besluit om nieuwe informatie te genereren. |
Motivering | |
Er dient duidelijk te worden gesteld dat alle relevante informatie die beschikbaar is in overweging kan worden genomen voor het indelen van een stof of mengsel. | |
Amendement 4 OVERWEGING 25 | |
|
(25) Nieuwe informatie over materiële gevaren dient altijd nodig te zijn, tenzij de gegevens al beschikbaar zijn of in deel 2 een uitzonderingsbepaling is opgenomen. |
(25) Tests die erop gericht zijn de materiële gevaren van een stof of mengsel te bepalen zijn altijd nodig, tenzij de noodzakelijke betrouwbare gegevens al beschikbaar zijn of in deel 2 een uitzonderingsbepaling is opgenomen. |
Amendement 5 OVERWEGING 44 | |
|
(44) De instanties moeten hun middelen concentreren op de meest zorgwekkende stoffen. Het moet daarom mogelijk zijn dat de bevoegde autoriteiten of leveranciers bij het Agentschap voorstellen indienen voor een geharmoniseerde indeling van stoffen die zijn ingedeeld wegens kankerverwekkendheid, mutageniteit in geslachtscellen of voortplantingstoxiciteit van categorie 1A of 1B, sensibilisatie van de luchtwegen of andere, per geval te beoordelen effecten. Het Agentschap moet over het voorstel advies uitbrengen en belanghebbende partijen moeten daarop kunnen reageren. De Commissie besluit over de definitieve indeling. |
(44) De instanties moeten hun middelen concentreren op de voor de gezondheid en het milieu meest zorgwekkende stoffen. Het moet daarom mogelijk zijn dat de bevoegde autoriteiten of leveranciers bij het Agentschap voorstellen indienen voor een geharmoniseerde indeling van stoffen die zijn ingedeeld wegens kankerverwekkendheid, mutageniteit in geslachtscellen of voortplantingstoxiciteit van categorie 1A of 1B, sensibilisatie van de luchtwegen of andere, per geval te beoordelen effecten. Het Agentschap moet over het voorstel advies uitbrengen en belanghebbende partijen moeten daarop kunnen reageren. De Commissie besluit over de definitieve indeling. |
Amendement 6 OVERWEGING 52 BIS (nieuw) | |
|
|
(52 bis) Omdat het belangrijk is consumenten passende informatie te verschaffen, onevenredige maatregelen zoals kindveilige verpakkingen ten gevolge van een te strenge indeling van stoffen en mengsels te voorkomen en duplicatie van tests te vermijden, dienen de lidstaten een procedure te ontwikkelen om alle leveranciers, en met name kleine en middelgrote ondernemingen, in bepaalde specifieke productgroepen te helpen bij het kiezen van de voor die stoffen en mengsels passende indeling, etikettering en verpakking. |
Motivering | |
Wanneer de producent alleen over informatie van de leverancier(s) van de stoffen in het product (mengsel) beschikt, baseert hij zich op de indeling van het mengsel op grond van een evaluatie van informatie volgens de in artikel 9, lid 4 vastgestelde procedure. Dit kan tot onder- en vooral overschatting van de gevaarlijke kenmerken van het mengsel leiden. Beschikbaarheid van een erkende procedure waarbij expertise, aanvullende informatie en gegevens voor het evalueren van een mengsel kunnen worden gebruikt, zal leiden tot een nauwkeuriger indeling, hetgeen met name voor kleine en middelgrote ondernemingen van grote waarde zal zijn. | |
Amendement 7 ARTIKEL 9, LID 4, ALINEA 2 | |
|
Indien echter toepassing van de extrapolatieprincipes met die informatie niet mogelijk is, evalueert de leverancier de informatie met behulp van de andere methode(n) zoals beschreven in elk punt van de delen 3 en 4 van bijlage I. |
Indien echter toepassing van de extrapolatieprincipes met die informatie niet mogelijk is en indien een advies van deskundigen uitbreidingen die verder gaan dan de extrapolatieprincipes niet kan rechtvaardigen, evalueert de leverancier de informatie met behulp van de andere methode(n) zoals beschreven in elk punt van de delen 3 en 4 van bijlage I. |
Motivering | |
Ter wille van de consistentie met de formulering in het VN-document over de GHS inzake het deskundigenadvies (1.3.2.4.8 van het Paarse Boek): "De voor de indeling van mengsels gevolgde benadering omvat het inwinnen van het advies van deskundigen op een aantal terreinen, teneinde te garanderen dat de bestaande informatie kan worden gebruikt voor het grootst mogelijke aantal mengsels, met het oog op de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu." | |
Amendement 8 ARTIKEL 9, LID 4 BIS (nieuw) | |
|
|
4 bis. Wanneer er voor een specifieke productgroep een gevaren- en indelingscentrum bestaat waar voor de stoffen en mengsels in die productgroep expertise op het gebied van het evalueren van informatie, testgegevens, beoordeling van de bewijskracht en extrapolatieprincipes voorhanden is, mag de leverancier van dergelijke stoffen en mengsels zich met het oog op het vaststellen van de gevaren daarvan baseren op een door dit centrum verschafte evaluatie. |
Motivering | |
Wanneer de producent alleen over informatie van de leverancier(s) van de stoffen in het product (mengsel) beschikt, baseert hij zich op de indeling van het mengsel op grond van een evaluatie van informatie volgens de in artikel 9, lid 4 vastgestelde procedure. Dit kan tot onder- en vooral overschatting van de gevaarlijke kenmerken van het mengsel leiden. Beschikbaarheid van een erkende procedure waarbij expertise, aanvullende informatie en gegevens voor het evalueren van een mengsel kunnen worden gebruikt, zal leiden tot een nauwkeuriger indeling, hetgeen met name voor kleine en middelgrote ondernemingen van grote waarde zal zijn. | |
Amendement 9 ARTIKEL 12, LETTER C | |
|
c) indien uit adequate, betrouwbare informatie blijkt dat er synergetische of antagonistische effecten kunnen optreden in een mengsel waarvoor de evaluatie is uitgevoerd op grond van informatie over de stoffen waaruit het mengsel bestaat. |
c) indien uit adequate, betrouwbare informatie blijkt dat er synergetische of antagonistische effecten kunnen optreden in een mengsel. |
Amendement 10 ARTIKEL 17, LID 1, INLEIDENDE FORMULE | |
|
1. Als gevaarlijk ingedeelde stoffen en mengsels worden van een etiket voorzien dat de volgende elementen bevat: |
1. Als gevaarlijk ingedeelde stoffen en mengsels worden op de verpakking van een etiket voorzien dat de volgende elementen bevat: |
Motivering | |
Etikettering kan alleen op de verpakking. Het op de verpakking vermelden van de te gebruiken neutraliserende stof is een veiligheidsmaatregel voor noodgevallen, net als de vermelding van het noodnummer (112). | |
Amendement 11 ARTIKEL 31, LID 1, LETTER (K) | |
|
k) chronisch gevaarlijk voor het aquatisch milieu, categorie 1, 2, 3 en 4. |
k) chronisch gevaarlijk voor het aquatisch milieu, categorie 1 en 2. |
Motivering | |
Voor de categorieën 3 en 4 van stoffen en mengsels die chronisch gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu bestaat geen gevarenpictogram. Indien de gevarenaanduiding op de verpakking ontbreekt, zijn gebruikers niet op de hoogte van dit specifieke gevaar. Dit voorgestelde amendement weerspiegelt de huidige praktijk in de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten voor mengsels die als R10 of R52/53 zijn ingedeeld, d.w.z. indelingen waarvoor geen gevarensymbool bestaat. Hangt samen met het amendement op artikel 31, lid 1 bis (nieuw). | |
Amendement 12 ARTIKEL 31, LID 1 BIS (nieuw) | |
|
|
1 bis. Voor verpakkingen met een inhoud van 125 ml of minder hoeven op het etiket geen voorzorgsmaatregelen te worden vermeld indien de stof of het mengsel is ingedeeld als chronisch gevaarlijk voor het aquatisch milieu, categorie 3 of 4. |
Motivering | |
Hangt samen met het amendement op artikel 31, lid 1, letter k). Voor de categorieën 3 en 4 van stoffen en mengsels die chronisch gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu bestaat geen gevarenpictogram. Indien de gevarenaanduiding op de verpakking ontbreekt, zijn gebruikers niet op de hoogte van dit specifieke gevaar. Dit voorgestelde amendement weerspiegelt de huidige praktijk in de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten voor mengsels die als R10 of R52/53 zijn ingedeeld, d.w.z. indelingen waarvoor geen gevarensymbool bestaat. | |
Amendement 13 ARTIKEL 31, LID 2 BIS (nieuw) | |
|
|
2 bis. De etiketteringsverplichting geldt niet voor verpakkingen die slechts een keer gehanteerd worden (eenmalig gebruik, één enkele portie of één enkele doseringseenheid) en die worden bewaard in een verpakking die geëtiketteerd is overeenkomstig het bepaalde in deze verordening en alleen worden verwijderd voor eenmalig gebruik overeenkomstig de bij de verpakking gevoegde gebruiksinstructies. |
Motivering | |
Verduidelijking van de situatie met betrekking tot mengsels die per doseringseenheid worden geleverd waarbij a) het product (bijvoorbeeld een tablet) voor eenmalig gebruik is bestemd, b) het product direct voorafgaand aan het gebruik uit de buitenste verpakking wordt verwijderd, en c) alle instructies (en verdere etikettering) zich op de buitenste verpakking bevinden. | |
Amendement 14 ARTIKEL 36, LID 1, ALINEA 1 | |
|
1. Indien zowel een buitenverpakking als een binnenverpakking wordt gebruikt en de buitenverpakking niet voorzien is van een pictogram overeenkomstig de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen zoals vervat in Verordening (EEG) nr. 3922/91, Richtlijn 94/55/EG, Richtlijn 96/49/EG of Richtlijn 2002/59/EG, wordt zowel de buitenverpakking als de binnenverpakking overeenkomstig deze verordening geëtiketteerd. |
1. Indien zowel een buitenverpakking als een binnenverpakking worden gebruikt en op de buitenverpakking een etiket is aangebracht overeenkomstig de voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke goederen zoals vervat in Verordening (EEG) nr. 3922/91, Richtlijn 94/55/EG, Richtlijn 96/49/EG of Richtlijn 2002/59/EG, wordt de binnenverpakking overeenkomstig deze verordening geëtiketteerd. |
Motivering | |
In lijn met artikel 11, lid 6, letter a) van de richtlijn inzake gevaarlijke preparaten. | |
Amendement 15 ARTIKEL 37, LID 2 | |
|
2. Verpakkingen in de vorm van recipiënten die een gevaarlijke stof of een gevaarlijk mengsel bevatten en aan het grote publiek verkocht of ter beschikking gesteld worden, mogen geen vorm hebben en/of afbeelding dragen die de actieve nieuwsgierigheid van kinderen kan wekken of prikkelen of de gebruikers in verwarring kan brengen, en mogen geen aanbiedingsvorm hebben en/of benaming dragen die wordt gebruikt voor levensmiddelen, diervoeders, geneesmiddelen of cosmetische producten. |
2. Verpakkingen in de vorm van recipiënten die een gevaarlijke stof of een gevaarlijk mengsel bevatten en aan het grote publiek verkocht of ter beschikking gesteld worden, mogen geen vorm hebben en/of afbeelding dragen die de actieve nieuwsgierigheid van kinderen kan wekken of prikkelen of de gebruikers in verwarring kan brengen, en mogen geen aanbiedingsvorm hebben en/of benaming dragen die wordt gebruikt voor levensmiddelen, diervoeders, geneesmiddelen of cosmetische producten. |
|
Indien dergelijke recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.1.1, moeten zij voorzien zijn van een kinderveilige sluiting overeenkomstig bijlage II, punten 3.1.2, 3.1.3 en 3.1.4.2. |
Indien dergelijke recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.1.1, moeten zij voorzien zijn van een kinderveilige sluiting overeenkomstig bijlage II, punten 3.1.2, 3.1.3 en 3.1.4.2, tenzij er specifieke voorschriften inzake verpakking van een andere EU-richtlijn of -verordening, met name de Verordeningen (EG) nr. 648/2004 en (EG) nr. 907/2006, van toepassing zijn op het mengsel. |
|
Indien dergelijke recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.2.1, moeten zij voorzien zijn van een tastbare gevaarsaanduiding overeenkomstig bijlage II, punt 3.2.2. |
Indien dergelijke recipiënten voldoen aan de criteria van bijlage II, punt 3.2.1, moeten zij voorzien zijn van een tastbare gevaarsaanduiding overeenkomstig bijlage II, punt 3.2.2, tenzij er specifieke voorschriften inzake verpakking van een andere EU-richtlijn of -verordening, met name de Verordeningen (EG) nr. 648/2004 en (EG) nr. 907/2006, van toepassing zijn op het mengsel. |
Motivering | |
Om een overlapping met de bepalingen van andere richtlijnen of verordeningen van de EU te voorkomen. | |
Amendement 16 ARTIKEL 41, LID 1, EERSTE ALINEA | |
|
1. Een fabrikant of importeur, of een groep fabrikanten of importeurs, hierna "de informatieverstrekkers" genoemd, die een stof in de handel brengt die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 moet worden geregistreerd of die als zodanig als gevaarlijk is ingedeeld of in een mengsel voorkomt in een concentratie die groter is dan de in Richtlijn 1999/45/EG of deze verordening, indien van toepassing, vermelde concentratiegrenzen, zodat het mengsel als gevaarlijk wordt ingedeeld, verstrekt het Agentschap de volgende informatie voor opname in de in artikel 43 bedoelde inventaris: |
1. Een fabrikant of importeur, of een groep fabrikanten of importeurs, hierna "de informatieverstrekkers" genoemd, die een als gevaarlijk ingedeelde stof in de handel brengt die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1907/2006 moet worden geregistreerd of, in een hoeveelheid van meer dan een ton per jaar, een stof die als zodanig als gevaarlijk is ingedeeld of in een mengsel voorkomt in een concentratie die groter is dan de in Richtlijn 1999/45/EG of deze verordening, indien van toepassing, vermelde concentratiegrenzen, zodat het mengsel als gevaarlijk wordt ingedeeld, verstrekt het Agentschap de volgende informatie voor opname in de in artikel 43 bedoelde inventaris: |
Motivering | |
De voor deze inventaris van indelingen vanaf 01/12/10 geldende verplichting tot informatieverstrekking aan het Agentschap moet niet van toepassing zijn op alle te registreren stoffen die op de markt worden gebracht, maar alleen op de als gevaarlijk ingedeelde stoffen, inclusief in het kader van REACH. In de laatste twee genoemde gevallen (als zodanig of in een mengsel als gevaarlijk ingedeelde stof) dient te worden voorzien in een drempel (1 ton per jaar). Het niet vaststellen van een drempel zou rechtsonzekerheid creëren en een negatief effect hebben op de O&O-activiteiten. | |
Amendement 17 ARTIKEL 45 | |
|
1. De lidstaten wijzen een of meer organen aan die de door de leveranciers verstrekte informatie moeten ontvangen, met inbegrip van de chemische samenstelling van mengsels die in de handel worden gebracht en wegens hun gevolgen voor de gezondheid of wegens hun materiële effecten als gevaarlijk worden ingedeeld of beschouwd. |
1. De lidstaten wijzen een of meer organen aan die de door de leveranciers verstrekte informatie moeten ontvangen over de mengsels die in de handel worden gebracht en wegens hun gevolgen voor de gezondheid of wegens hun materiële effecten als gevaarlijk worden ingedeeld of beschouwd. |
|
|
1 bis. De in lid 1 bedoelde informatie wordt verschaft in het in bijlage VII bis1 vastgestelde formaat en volstaat om te voorzien in de medische behoeften wat betreft de formulering van zowel preventieve als curatieve maatregelen, met name bij spoedgevallen. |
|
2. De aangewezen organen bieden alle nodige waarborgen inzake de vertrouwelijke behandeling van de ontvangen informatie. Die informatie mag alleen worden gebruikt om te reageren op medische verzoeken met het oog op zowel preventieve als curatieve maatregelen, met name bij spoedgevallen. De informatie mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. |
2. De aangewezen organen bieden alle nodige waarborgen inzake de vertrouwelijke behandeling van de ontvangen informatie. Die informatie mag alleen worden gebruikt om te voorzien in de medische behoeften waaraan wordt gerefereerd in lid 2. De informatie mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. |
|
3. De aangewezen organen beschikken over alle informatie die zij van de voor het in de handel brengen verantwoordelijke leveranciers nodig hebben om hun taken uit te voeren. |
3. De aangewezen organen beschikken over alle informatie die zij van de voor het in de handel brengen verantwoordelijke leveranciers nodig hebben om hun taken uit te voeren. |
|
|
3 bis. De lidstaten verschaffen de in het kader van het EHLASS-programma (Europees systeem van toezicht op ongevallen thuis en in de vrije tijd) opgezette Europese ongevallendatabank elk jaar gedetailleerde gegevens over het aantal ongevallen en de mengsels die daarbij een rol hebben gespeeld en waarvoor de aangewezen organen verzoeken om medische informatie betreffende behandeling en curatieve maatregelen hebben ontvangen. |
|
|
__________ 1 De in het kader van de EACCPT-voorschriften vastgestelde regels inzake informatieverstrekking vormen de basis van de bijlage VII bis. |
Motivering | |
Aangezien de lidstaten uiteenlopende regelingen toepassen wat de verzoeken om informatie en de voorgeschreven formaten betreft zal een communautaire procedure de doorzichtigheid en de praktische tenuitvoerlegging ten goede komen. | |
De Europese Vereniging van toxicologische en antigifcentra heeft voorschriften gepubliceerd inzake informatieverstrekking die de basis kunnen vormen van een nieuwe bijlage VII bis. | |
De door het Directoraat-generaal gezondheid en consumentenbescherming opgezette ongevallendatabank is een geschikt instrument om een overzicht te verschaffen van de door de aangewezen organen verzamelde gegevens inzake mengsels en ongevallen waarbij deze mengsels een rol hebben gespeeld. | |
Amendement 18 ARTIKEL 52, LID 1 | |
|
1. Wanneer een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een stof of mengsel, hoewel ten aanzien daarvan aan de voorschriften van deze verordening wordt voldaan, niettemin een risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu vormt wegens de indeling, etikettering of verpakking ervan, kan die lidstaat passende voorlopige maatregelen nemen. De lidstaat stelt de Commissie, het Agentschap en de overige lidstaten daarvan onverwijld op de hoogte, met vermelding van de redenen voor zijn besluit. |
1. Wanneer in geval van geschil met een leverancier een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een stof of mengsel, ten aanzien waarvan al dan niet aan de voorschriften van deze verordening wordt voldaan, een risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu vormt wegens de indeling, etikettering of verpakking ervan, kan die lidstaat passende voorlopige maatregelen nemen. De lidstaat stelt de Commissie, het Agentschap en de overige lidstaten daarvan onverwijld op de hoogte, met vermelding van de redenen voor zijn besluit. |
Motivering | |
Er dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheid dat er een geschil ontstaat tussen de leverancier en een lidstaat over de interpretatie van de voorschriften van de verordening. Er dient dan ook te worden voorzien in een procedure om in dat geval een geharmoniseerde indeling te garanderen. | |
PROCEDURE
|
Titel |
Indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels |
|||||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2007)0355 – C6-0197/2007 – 2007/0121(COD) |
|||||||
|
Commissie ten principale |
ENVI |
|||||||
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking |
ITRE 9.7.2007 |
|
|
|
||||
|
Rapporteur voor advies Datum benoeming |
Anne Laperrouze 9.10.2007 |
|
|
|||||
|
Behandeling in de commissie |
19.12.2007 |
29.1.2008 |
|
|
||||
|
Datum goedkeuring |
6.3.2008 |
|
|
|
||||
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
35 3 0 |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Šarūnas Birutis, Philippe Busquin, Jerzy Buzek, Giles Chichester, Dragoş Florin David, Den Dover, Lena Ek, Nicole Fontaine, Norbert Glante, András Gyürk, Fiona Hall, David Hammerstein, Rebecca Harms, Ján Hudacký, Romana Jordan Cizelj, Pia Elda Locatelli, Eluned Morgan, Reino Paasilinna, Francisca Pleguezuelos Aguilar, Anni Podimata, Paul Rübig, Andres Tarand, Patrizia Toia, Catherine Trautmann, Nikolaos Vakalis |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Etelka Barsi-Pataky, Ivo Belet, Danutė Budreikaitė, Zdzisław Kazimierz Chmielewski, Malcolm Harbour, John Purvis, Bernhard Rapkay, Esko Seppänen, Vladimir Urutchev |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2) |
Chris Davies, Andrew Duff, Ruth Hieronymi, Jacques Toubon |
|||||||
PROCEDURE
|
Titel |
Indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels |
|||||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2007)0355 – C6-0197/2007 – 2007/0121(COD) |
|||||||
|
Datum indiening bij EP |
27.6.2007 |
|||||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
ENVI 9.7.2007 |
|||||||
|
Medeadviserende commissie(s) Datum bekendmaking |
ITRE 9.7.2007 |
IMCO 9.7.2007 |
|
|
||||
|
Medeverantwoordelijke commissie(s) Datum bekendmaking |
IMCO 27.9.2007 |
|
|
|
||||
|
Rapporteur(s) Datum benoeming |
Amalia Sartori 13.9.2007 |
|
|
|||||
|
Behandeling in de commissie |
27.11.2007 |
28.1.2008 |
26.3.2008 |
|
||||
|
Datum goedkeuring |
2.4.2008 |
|
|
|
||||
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
50 5 3 |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Adamos Adamou, Georgs Andrejevs, Liam Aylward, Johannes Blokland, John Bowis, Frieda Brepoels, Hiltrud Breyer, Martin Callanan, Dorette Corbey, Chris Davies, Avril Doyle, Mojca Drčar Murko, Edite Estrela, Jill Evans, Karl-Heinz Florenz, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Satu Hassi, Gyula Hegyi, Jens Holm, Marie Anne Isler Béguin, Caroline Jackson, Dan Jørgensen, Christa Klaß, Holger Krahmer, Urszula Krupa, Aldis Kušķis, Peter Liese, Jules Maaten, Marios Matsakis, Roberto Musacchio, Riitta Myller, Vladko Todorov Panayotov, Vittorio Prodi, Frédérique Ries, Guido Sacconi, Amalia Sartori, Karin Scheele, Horst Schnellhardt, Richard Seeber, Kathy Sinnott, Bogusław Sonik, Antonios Trakatellis, Evangelia Tzampazi, Thomas Ulmer, Marcello Vernola, Anja Weisgerber, Åsa Westlund, Anders Wijkman, Glenis Willmott |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Antonio De Blasio, Ambroise Guellec, Johannes Lebech, Kartika Tamara Liotard, Miroslav Mikolášik, Bart Staes, Andres Tarand, Lambert van Nistelrooij |
|||||||
|
Datum indiening |
9.4.2008 |
|||||||