Procedure : 2006/0142(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0161/2008

Ingediende teksten :

A6-0161/2008

Debatten :

PV 01/04/2009 - 18
CRE 01/04/2009 - 18

Stemmingen :

PV 02/04/2009 - 9.13

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0208

VERSLAG     ***I
PDF 239kWORD 344k
18.4.2008
PE 388.360v04-00 A6-0161/2008

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode

(COM(2006)0403 – C6‑0254/2006 – 2006/0142(COD))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Henrik Lax

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode

(COM(2006)0403 – C6‑0254/2006 – 2006/0142(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2006)0403),

–   gelet op artikel 251, lid 2, en artikel 62, lid 2, (a) en (b) (ii) van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0254/2006),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6‑0161/2008),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Door de Commissie voorgestelde tekst  Amendementen van het Parlement

Amendement 1

Overweging 5 bis (nieuw)

 

(5 bis) De lidstaten zorgen ervoor dat zij alle aanvragers zoveel mogelijk assistentie verlenen, teneinde het visumaanvraagproces te vergemakkelijken. Er dient speciale aandacht te worden geschonken aan aanvragers wier verblijfplaats op aanzienlijke afstand is gelegen van de diplomatieke of consulaire post waar hun aanvraag wordt behandeld. Het streven van de diplomatieke of consulaire post van de verantwoordelijke lidstaat dient te zijn ervoor te zorgen dat "one-stop-procedures" mogelijk zijn voor zoveel mogelijk aanvragers.

Motivering

Deze overweging is bedoeld om nieuwe ideeën in te voeren om het visumbeleid voor aanvragers te vergemakkelijken zonder dat de bestaande procedure voor de aanwijzing van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de verwerking van een visumaanvraag, wordt verworpen.

Amendement 2

Overweging 8

(8) In bilaterale overeenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen, gericht op vereenvoudiging van de behandeling van aanvragen voor visa voor kort verblijf, kan van deze verordening worden afgeweken.

(8) In bilaterale overeenkomsten tussen de Gemeenschap en derde landen, gericht op vereenvoudiging van de behandeling van aanvragen voor visa voor kort verblijf en versterking van de democratie en het maatschappelijk middenveld, kan van deze verordening worden afgeweken. Vereenvoudiging kan onder andere een verlaging of vrijstelling van de visumkosten, vereenvoudiging van delen van de visumprocedure en een frequenter gebruik van meervoudige inreisvisa met een lange geldigheidsduur inhouden. De Commissie verschaft het Europees Parlement in een vroeg stadium duidelijke informatie over dergelijke bilaterale overeenkomsten.

Amendement 3

Overweging 10

(10) De lidstaten dienen te waarborgen dat de dienstverlening aan het publiek van een redelijke kwaliteit is en dat daarbij goede bestuurlijke werkwijzen worden toegepast. Hiertoe dienen voldoende en goed opgeleide medewerkers alsmede voldoende middelen beschikbaar te zijn.

(10) De lidstaten dienen te waarborgen dat de dienstverlening aan het publiek van een hoge en op de aanvrager toegesneden kwaliteit is en dat daarbij goede bestuurlijke werkwijzen worden toegepast. Hiertoe dienen voldoende en goed opgeleide medewerkers alsmede voldoende middelen beschikbaar te zijn.

Amendement 4

Overweging 10 bis (nieuw)

 

(10 bis) De lidstaten dienen alle commerciële entiteiten die betrokken zijn bij het verlenen van diensten die direct of indirect met visumaanvragen verband houden, ertoe aan te moedigen terdege rekening te houden met de behoeften van de aanvrager. Lidstaten en commerciële entiteiten dienen ervoor te zorgen dat alle eisen die aanvragers worden opgelegd proportioneel en objectief zijn.

Amendement 5

Overweging 11

(11) De integratie van biometrische identificatoren is een belangrijke stap op weg naar het gebruik van nieuwe gegevens die een betrouwbaarder verband tussen de houder van een visum en het paspoort kunnen waarborgen, om valse identiteiten te voorkomen. Daarom dient persoonlijke verschijning van de visumaanvrager - in ieder geval bij de eerste aanvraag - een van de basisvereisten te zijn voor afgifte van een visum met registratie van biometrische identificatoren in het Visum Informatie Systeem (VIS); het dient eerste aanvragers niet te worden toegestaan aanvragen in te dienen via commerciële bemiddelaars, waaronder reisbureaus.

(11) Uit een oogpunt van voorkoming van valse identiteiten waarborgen biometrische identificatoren een betrouwbaarder verband tussen de houder van een visum en het paspoort.

Motivering

De rapporteur wil opneming van bindende verklaringen in de resolutie voorkomen omdat b.v. bij bilaterale overeenkomsten van de toepassing van biometrische identificatoren kan worden afgezien.

Amendement 6

Overweging 11 bis (nieuw)

 

(11 bis) Gedetailleerde richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging van deze verordening alsook voor de kwestie van plaatselijke consulaire samenwerking dienen aanbevelingen en suggesties te bevatten voor het benutten en gebruiken van nieuwe technologieën zoals internet, videovergaderen voor gesprekken op afstand, enz., ten einde de visumaanvraagprocedure te vergemakkelijken voor alle aanvragers.

Motivering

Het is belangrijk te zorgen voor coherentie en voortdurende evaluatie van belangrijke kwesties in verband met het communautaire visumbeleid, zoals internet en de toepassing van nieuwe technologieën.

Amendement 7

Overweging 13

(13) De aanvrager dient persoonlijk te verschijnen voor de eerste registratie van biometrische identificatoren. Om de procedure voor volgende aanvragen te vereenvoudigen, dient het mogelijk te zijn om de biometrische gegevens van de eerste aanvraag binnen 48 maanden te kopiëren. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de bewaartermijn van het VIS.

(13) Het dient eerste aanvragers niet te worden toegestaan aanvragen in te dienen via commerciële bemiddelaars, waaronder reisbureaus. De aanvrager dient persoonlijk te verschijnen voor de eerste registratie van biometrische identificatoren. Om de procedure voor volgende aanvragen te vereenvoudigen, dient het mogelijk te zijn om de biometrische gegevens van de eerste aanvraag binnen 59 maanden te kopiëren. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de bewaartermijn van het VIS.

Amendement 8

Overweging 15 bis (nieuw)

(15 bis) Aangezien deze maatregelen deels van algemene strekking zijn en beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen of deze verordening aan te vullen door toevoeging van nieuwe niet-essentiële onderdelen, dienen zij te worden vastgesteld overeenkomstig de regelgevingsprocedure met toetsing als bedoeld in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG.

Motivering

Besluit 1999/468/EG is gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG, waarbij de regelgevingsprocedure met toetsing werd ingevoerd voor maatregelen van algemene strekking die ten doel hebben niet-essentiële onderdelen van een volgens de medebeslissingsprocedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen besluit te wijzigen, ook wanneer de wijziging behelst dat sommige van deze niet-essentiële onderdelen worden geschrapt of dat het besluit wordt aangevuld met nieuwe niet-essentiële onderdelen. Deze procedure dient derhalve waar nodig in de gehele verordening van toepassing te zijn. In dit verband wordt tevens verwezen naar de amendementen 53, 55 en 56.

Amendement 9

Artikel 4, lid 2, alinea 1

2. In afwijking van het in lid 1 bepaalde, kunnen aanvragen worden ingediend door onderdanen van derde landen die zich legaal ophouden in een derde land dat niet hun land van verblijf is. Aanvragers dienen in dat geval aan te tonen waarom zij de aanvraag in dat land indienen, en er dient geen twijfel te bestaan aan het voornemen van de aanvrager om naar het land van verblijf terug te keren.

2. In afwijking van het in lid 1 bepaalde, kunnen onderdanen van derde landen in met argumenten onderbouwde uitzonderingsgevallen (bijv. om humanitaire redenen) in een ander derde land een visumaanvraag indienen.

Motivering

Het mag niet alleen van het recht van het betrokken derde land afhankelijk worden gemaakt of een aanvrager, die bijvoorbeeld om humanitaire redenen een visum aanvraagt, daar als legaal verblijvend wordt aangemerkt of niet. Het moet in elk geval aan een consulaat van een lidstaat worden overgelaten om te beslissen of een dergelijk visum wordt afgegeven.

Amendement 10

Artikel 4, lid 2, alinea 2

In dat geval kunnen de diplomatieke of consulaire post in het land van verblijf van de aanvrager of de centrale autoriteiten van de lidstaat van afgifte worden geraadpleegd.

In dat geval moet in de regel de toestemming van de in het land van verblijf van de aanvrager bevoegde diplomatieke of consulaire post worden gevraagd voordat het visum wordt afgegeven.

Motivering

De raadpleging moet de regel en niet de uitzondering zijn, daar de diplomatieke of consulaire post in het land van verblijf de terugkeerbereidheid van de aanvrager uit het desbetreffende land, de omstandigheden ter plaatse en derhalve ook de aanvraag doorgaans beter kan beoordelen.

Amendement 11

Artikel 4, lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis. Een meervoudig inreisvisum wordt uitsluitend in het land van verblijf van de aanvrager afgegeven, tenzij de aanvrager kan aantonen dat er een uitzondering moet worden gemaakt. In dergelijke uitzonderlijke gevallen kan het visum met voorafgaande toestemming van de diplomatieke of consulaire post die verantwoordelijk is voor het land van verblijf van de aanvrager ook in een ander land worden afgegeven.

Amendement 12

Artikel 5, lid 1, alinea 1, letter a)

a) de diplomatieke of consulaire post van de lidstaat op het grondgebied waarvan de enige of hoofdbestemming van het bezoek is gelegen, of

a) de diplomatieke of consulaire post van de enige lidstaat van bestemming of, wanneer diverse lidstaten bezocht zullen worden, de diplomatieke of consulaire post van een van de lidstaten van bestemming. Een luchthaventransit wordt niet beschouwd als een bezoek of als reden een visumaanvraag in te dienen bij de diplomatieke of consulaire post van de lidstaat op het grondgebied waarvan de transit plaatsvindt; of

Amendement 13

Artikel 5. lid 1, alinea 1, letter b)

b) indien niet kan worden vastgesteld in welke lidstaat de hoofdbestemming is gelegen, de diplomatieke of consulaire post van de lidstaat via de buitengrens waarvan de aanvrager voornemens is het grondgebied van de lidstaten binnen te komen.

b) de diplomatieke of consulaire post van een andere lidstaat die de lidstaat van bestemming vertegenwoordigt of een van de lidstaten van bestemming op grond van de voorwaarden van een regeling overeenkomstig artikel 7(2bis) of (2ter).

Amendement 14

Artikel 5, lid 1, alinea 2

Indien een visum voor meerdere binnenkomsten wordt aangevraagd, is de lidstaat waarin de gebruikelijke bestemming is gelegen verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag. Dergelijke visa worden uitsluitend in het land van verblijf van de aanvrager afgegeven.

schrappen

Amendement 15

Artikel 7, lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis. Lidstaten zonder een eigen vertegenwoordiging in een derde land treffen regelingen over vertegenwoordiging met andere lidstaten die wel over diplomatieke of consulaire posten in dat land beschikken.

Amendement 16

Artikel 7, lid 2 ter (nieuw)

2 ter. Om ervoor te zorgen dat een slechte vervoersinfrastructuur of het overbruggen van lange afstanden in een specifieke regio of geografisch gebied geen onevenredige moeite van visumaanvragers vergen om toegang tot een diplomatieke of consulaire post te krijgen, treffen lidstaten zonder een eigen vertegenwoordiging in die regio of dat gebied regelingen over vertegenwoordiging met andere lidstaten die wel over diplomatieke of consulaire posten in die regio of dat gebied beschikken.

 

Richtsnoeren om te bepalen of een diplomatieke of consulaire post alleen met onevenredig grote moeite te bereiken is, worden voor elk gastland in het kader van de consulaire samenwerking ter plaatse vastgesteld. Die richtsnoeren moeten onder meer rekening houden met afstanden en vervoersinfrastructuur en ze dienen openbaar gemaakt te worden.

Amendement 17

Artikel 7, lid 3

3. De vertegenwoordigde lidstaat stelt de Commissie uiterlijk drie maanden voor het van kracht worden van de regeling of het eindigen daarvan in kennis van nieuwe vertegenwoordigingsregelingen of van de beëindiging van dergelijke regelingen.

3. De vertegenwoordigde lidstaat stelt de Commissie indien mogelijk drie maanden voor het van kracht worden van de regeling of het eindigen daarvan in kennis van nieuwe vertegenwoordigingsregelingen of van de beëindiging van dergelijke regelingen.

Motivering

Er kan zowel in het belang van de lidstaten als in het belang van de aanvrager behoefte bestaan aan regelingen met betrekking tot vertegenwoordiging voor de korte termijn.

Amendement 18

Artikel 8, lid 2

2. Deze raadpleging dient plaats te vinden met inachtneming van de termijn voor de behandeling van visumaanvragen als omschreven in artikel 20, lid 1.

2. Deze raadpleging dient plaats te vinden met inachtneming van de termijn voor de behandeling van visumaanvragen als omschreven in artikel 20, lid 1. In uitzonderlijke gevallen kan deze termijn op grond van gegevens uit de raadpleging ten behoeve van nader onderzoek worden verlengd.

Amendement 19

Artikel 9, lid 2

2. De geraadpleegde centrale autoriteiten dienen binnen drie werkdagen na ontvangst van het verzoek te reageren. Indien de geraadpleegde autoriteiten niet binnen deze termijn antwoorden, wordt aan de raadplegende centrale autoriteiten geacht toestemming te zijn verleend om hun diplomatieke of consulaire posten het visum te laten afgeven.

2. De geraadpleegde centrale autoriteiten dienen binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek te reageren. Indien de geraadpleegde autoriteiten niet binnen deze termijn antwoorden, wordt aan de raadplegende centrale autoriteiten geacht toestemming te zijn verleend om hun diplomatieke of consulaire posten het visum te laten afgeven.

Amendement 20

Artikel 10, lid 1

1. Aanvragen dienen ten hoogste drie maanden voor het begin van het voorgenomen bezoek te worden ingediend.

1. Aanvragen dienen ten hoogste zes maanden voor het begin van het voorgenomen bezoek te worden ingediend.

Motivering

Het moet mogelijk worden gemaakt om visumaanvragen in een eerder stadium in te dienen, aangezien b.v. grote groepen of toeristen al vroeg met de planning van hun reis beginnen.

Amendement 21

Artikel 10, lid 2

2. Van aanvragers kan worden verlangd dat zij een afspraak maken voor het indienen van een aanvraag. Deze afspraak kan rechtstreeks of in voorkomende gevallen via een tussenpersoon worden gemaakt met de diplomatieke of consulaire post. De wachttijd tot de afspraak dient ten hoogste twee weken te bedragen.

2. Van aanvragers kan worden verlangd dat zij een afspraak maken voor het indienen van een aanvraag. Deze afspraak kan rechtstreeks of in voorkomende gevallen via een tussenpersoon worden gemaakt met de diplomatieke of consulaire post. De wachttijd tot de afspraak dient in de regel ten hoogste twee weken te bedragen.

Amendement 22

Artikel 11

Artikel 11

Afname van biometrische gegevens

Artikel 11

Afname van biometrische gegevens

1. De lidstaten dienen biometrische identificatoren, waaronder het gezichtsbeeld en tien vingerafdrukken van de aanvrager af te nemen, met inachtneming van de waarborgen als omschreven in het Europees verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het Verdrag van de Verenigde Naties over de rechten van het kind.

Deze bepalingen worden vastgesteld in een overeenkomstig artikel 251 van het Verdrag aan te nemen besluit.

Elke aanvrager dient bij het indienen van zijn/haar eerste aanvraag te worden uitgenodigd om persoonlijk te verschijnen. Op dat moment dienen de volgende biometrische identificatoren te worden afgenomen:

 

a) een bij de aanvraag gescande of genomen foto en

 

b) tien vlak afgenomen en digitaal vastgelegde vingerafdrukken.

 

2. Bij eventuele volgende aanvragen dienen de biometrische identificatoren te worden overgenomen van de eerste aanvraag indien de laatste binnenkomst niet ouder is dan 48 maanden. Na afloop van deze termijn dient een volgende aanvraag te worden beschouwd als een "eerste aanvraag".

 

3. De technische eisen voor de foto en de vingerafdrukken dienen te voldoen aan de internationale normen als omschreven in document 9303 deel 1 (paspoorten), 6e uitgave van de internationale burgerluchtvaartorganisatie ICAO1.

 

4. De biometrische identificatoren dienen te worden afgenomen door gekwalificeerde en naar behoren bevoegde medewerkers van de diplomatieke of consulaire post of, onder hun toezicht, van de externe dienstverlener als bedoeld in artikel 37, lid 1, onder c).

 

De gegevens dienen uitsluitend in het Visum Informatie Systeem (VIS) te worden ingevoerd door naar behoren bevoegde consulaire medewerkers met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, lid 1, artikel 5, en artikel 6, leden 5 en 6, van de VIS-verordening.

 

5. De volgende aanvragers zijn vrijgesteld van de verplichte afname van vingerafdrukken:

 

a) kinderen jonger dan 6 jaar;

 

(b) personen waarbij het afnemen van vingerafdrukken fysiek onmogelijk is. Indien echter van minder dan tien vingers toch afdrukken kunnen worden genomen, dient het desbetreffende aantal vingerafdrukken te worden genomen.

 

Een lidstaat kan ontheffing van de verplichte afname van biometrische identificatoren verlenen aan houders van diplomatieke paspoorten, dienst-/officiële paspoorten en bijzondere paspoorten.

 

In al deze gevallen dient in het VIS de vermelding "niet van toepassing" te worden ingevoerd.

 

6. Op elke vestiging dienen de lidstaten hun consulaire post te voorzien van de vereiste materialen voor het afnemen/verzamelen van biometrische identificatoren of, onverminderd de mogelijkheden van vertegenwoordiging als bedoeld in artikel 7, te besluiten een van de samenwerkingsvormen als omschreven in artikel 37 te gebruiken.

 

_________

1 De technische eisen zijn identiek aan de eisen voor paspoorten die door lidstaten worden afgegeven aan hun onderdanen overeenkomstig Verordening (EG) 2252/2004.

 

Amendement 23

Artikel 11 bis (nieuw)

 

Artikel 11 bis

 

Persoonlijk gesprek

 

1. Principieel dient de aanvrager in een persoonlijk gesprek op de diplomatieke of consulaire post de redenen voor zijn/haar visumaanvraag toe te lichten. Van de verplichting zich persoonlijk bij de diplomatieke of consulaire post te melden, kan alleen worden afgeweken in de in lid 2 van dit artikel en artikel 40 genoemde gevallen. Deze afwijking laat het bepaalde in artikel 18, lid 2, onverlet.

 

2. Indien er geen twijfels bestaan ten aanzien van de goede trouw van de aanvrager, kan in individuele gevallen worden afgezien van het persoonlijke gesprek. Voorwaarde hiervoor is dat de aanvrager op grond van zijn bij de diplomatieke of consulaire post bekende persoonlijkheid waarborgen biedt dat hij ten aanzien van zijn terugkeerbereidheid, voldoende middelen om te voorzien in zijn levensonderhoud en de rechtmatigheid van het doel van zijn oponthoud, geen risico inhoudt.

Motivering

Aan het principe van een persoonlijk gesprek als kernelement van de visumprocedure dient te worden vastgehouden, daar anders een essentieel controle-instrument zou worden opgegeven. Het persoonlijke gesprek niet voeren of alleen in uitzonderlijke gevallen voeren (art. 18, lid 2) betekent in vergelijking met de huidige regels een omkering van de tot dusver geldende verhouding tussen regel en uitzondering. Als wordt vastgehouden aan het persoonlijke gesprek, dan moet de uitzondering gelden voor bona fide reizigers.

Amendement 24

Artikel 12, lid 1, letter b)

b) een geldig reisdocument over te leggen waarvan de geldigheid ten minste drie maanden na het voorgenomen vertrek van het grondgebied van de lidstaten dient te verstrijken en dat een of meer blanco pagina's bevat voor het aanbrengen van visa;

b) een geldig reisdocument over te leggen waarvan de geldigheid ten minste drie maanden na het voorgenomen vertrek van het grondgebied van de lidstaten verstrijkt en dat een of meer blanco pagina's bevat voor het aanbrengen van visa;

Amendement 25

Artikel 14, lid 1, alinea 1, inleidende formule

1. De aanvrager van een visum dient de volgende documenten te verstrekken:

Niet van toepassing op de Nederlandse tekst

Amendement 26

Artikel 14, lid 1, alinea 2 bis (nieuw)

 

Aanvragers behoeven geen documenten betreffende accommodatie of uitnodiging te verstrekken als zij kunnen aantonen over voldoende middelen te beschikken om in de te bezoeken lidstaat of –staten in hun levensonderhoud en hun huisvesting te voorzien.

De aanvragers worden ervan op de hoogte gesteld dat deze uitzondering onverlet laat dat aan de buitengrenzen van de Europese Unie van hen kan worden verlangd dergelijke documenten te verstrekken.

Amendement 27

Artikel 14, lid 3 bis (nieuw)

3 bis. Indien de diplomatieke of consulaire post vertalingen van de voor te leggen bewijsstukken verlangt, heeft de aanvrager het recht deze in de officiële taal of talen van het gastland dan wel in het Engels, het Frans of het Duits te verstrekken.

Amendement 28

Artikel 15, lid 3, alinea 1

3. De verzekering dient geldig te zijn op het gehele grondgebied van de lidstaten en de gehele duur van het verblijf van de betrokkene te bestrijken. De minimumdekking bedraagt 30 000 euro.

3. De verzekering dient geldig te zijn op het gehele grondgebied van de lidstaten en de gehele duur van het verblijf van de betrokkene te bestrijken. De minimumdekking bedraagt 20 000 euro.

Motivering

Het opleggen van een minimumdekking van 30 000 euro gaat te ver. Een minimumdekking van 20 000 euro is voldoende om de uitgaven te dekken van eventuele kosten van repatriëring op medische gronden, dringende medische hulp en/of urgente opname in een ziekenhuis.

Amendement 29

Artikel 15, lid 4

4. Aanvragers dienen in beginsel een verzekering in hun land van verblijf af te sluiten. Indien dit niet mogelijk is, dienen zij te trachten die verzekering in een ander land af te sluiten.

4. Aanvragers dienen in beginsel een verzekering in hun land van verblijf af te sluiten. Indien dit niet mogelijk is, dienen zij die verzekering in een ander land af te sluiten.

Motivering

Verduidelijking: de verzekeringsbescherming is een vereiste. Alleen "trachten" een verzekering af te sluiten is onvoldoende.

Amendement 30

Artikel 15, lid 10 bis (nieuw)

10 bis. De diplomatieke of consulaire posten mogen dergelijke medische reisverzekeringen alleen accepteren indien de betrokken reisverzekeraar de aanvrager de mogelijkheid biedt de verzekering zonder extra kosten te annuleren wanneer de visumaanvraag wordt geweigerd.

Motivering

In geval van weigering moeten aanvragers het recht hebben de dan overbodig geworden reisverzekering zonder extra kosten te annuleren.

Amendement 31

Artikel 16, lid 1

1. Bij het indienen van een visumaanvraag dienen aanvragers een bedrag van 60 euro aan leges te voldoen, ter dekking van de administratieve kosten van de behandeling van de visumaanvraag. Deze leges worden geïnd in euro of in de nationale munt van het derde land waar de aanvraag wordt ingediend, en worden niet gerestitueerd.

1. Bij het indienen van een visumaanvraag dienen aanvragers een bedrag van 35 euro aan leges te voldoen. Deze leges worden geïnd in euro of in de nationale munt van het derde land waar de aanvraag wordt ingediend, en worden niet gerestitueerd.

Motivering

Het nieuwe bedrag aan visumleges van 60 euro schaadt het imago van de Europese Unie omdat het als strijdig wordt ervaren met de vaak gehoorde verklaringen over vriendschappelijke betrekkingen met derde landen. Verder zijn de werkelijke visumkosten hoger dan de leges, de kosten van een verzekering tegen medische kosten op reis en de kosten van alle activiteiten die nodig zijn om een visum te krijgen.

Ook kan de Europese Unie in deze context niet met de verafgelegen Verenigde Staten worden vergeleken. De Europese Unie heeft gemeenschappelijk grenzen met de landen waaruit de meeste toeristen en bezoekers komen. Daarom is het voor de EU van belang betrekkelijk lage en proportionele leges voor visa te hanteren.

Amendement 32

Artikel 16, lid 4, letter a)

a) kinderen jonger dan 6 jaar;

a) kinderen tot de leeftijd van 12 jaar;

Motivering

Kinderen reizen gewoonlijk in gezelschap van hun ouders. De totale visumkosten zouden uit de hand lopen indien voor ieder kind aparte legeskosten in rekening zouden worden gebracht.

Amendement 33

Artikel 16, lid 4, letter b bis) (nieuw)

b bis) deelnemers aan studentenuitwisselingsprogramma’s ;

Amendement 34

Artikel 16, lid 4, letter c bis) (nieuw)

 

b bis) deelnemers aan sportieve, culturele of maatschappelijke evenementen zonder winstoogmerk van 25 jaar of jonger;

Amendement 35

Artikel 16, lid 4, letter c ter) (nieuw)

c ter) personen die aantonen dat zij om humanitaire redenen moeten reizen, onder meer wanneer zij levensgevaar lopen en hun land van vestiging niet de vereiste medische behandeling kan bieden, en de personen die hen vergezellen.

Amendement 36

Artikel 16, lid 4 bis (nieuw)

 

4 bis. Onverminderd het bepaalde in lid 4 bis behoeven gezinnen die met meer dan twee kinderen reizen slechts de legeskosten voor twee kinderen te betalen.

Amendement 37

Artikel 16, lid 4 ter (nieuw)

 

4 ter. De leges bedragen de helft van de normale kosten bij volgende aanvragen binnen de periode als bedoeld in artikel 11.

Amendement 38

Artikel 16, lid 5

5. In individuele gevallen kan het te betalen legesbedrag in overeenstemming met de nationale wetgeving worden kwijtgescholden of verminderd wanneer daarmee culturele belangen alsmede belangen op het gebied van buitenlands beleid, ontwikkelingsbeleid, vitale openbare belangen of humanitaire redenen gediend zijn.

5. In individuele gevallen kan het te betalen legesbedrag in overeenstemming met de nationale wetgeving worden kwijtgescholden of verminderd wanneer daarmee culturele of sportieve belangen alsmede belangen op het gebied van buitenlands beleid, ontwikkelingsbeleid, vitale openbare belangen of humanitaire redenen gediend zijn.

Motivering

Dit amendement maakt grensoverschrijdende reizen voor sportbeoefenaars gemakkelijker.

Amendement 39

Artikel 16, lid 8

8. De leges worden verdubbeld in gevallen waarin de visumaanvrager de visumaanvraag zonder gegronde reden drie dagen of minder voor de beoogde vertrekdatum indient.

8. De leges kunnen worden verdubbeld in gevallen waarin de visumaanvrager de visumaanvraag zonder gegronde reden drie dagen of minder voor de beoogde vertrekdatum indient, tenzij er sprake is van verzachtende omstandigheden.

Motivering

Met dit amendement wordt getracht een zekere mate van flexibiliteit in te voeren voor zowel de aanvrager als de consulaire diensten in gevallen waarin een visum vlak voor de datum van vertrek wordt afgegeven.

Amendement 40

Artikel 18, lid 2, letter a) (nieuw)

a) Als het noodzakelijk geacht wordt een aanvrager voor een persoonlijk gesprek uit te nodigen, wordt het besluit over de aanvraag gebaseerd op een “one stop”-procedure als de reis naar de diplomatieke of consulaire post van de gebruikelijke verblijfplaats van de aanvrager onevenredige moeite zou kosten overeenkomstig de in artikel 7, lid 2 ter vermelde richtsnoeren.

Amendement 41

Artikel 18, lid 2, letter b) (nieuw)

b) In sommige gevallen kunnen persoonlijke gesprekken langs telefonische of videotelefonische weg worden toegestaan, onder meer wanneer de aanvrager over een "schoon visumverleden" overeenkomstig artikel 42 quater beschikt of als de reis naar de diplomatieke of consulaire post van de gebruikelijke verblijfplaats van de aanvrager onevenredige moeite zou kosten overeenkomstig de in artikel 7, lid 2 ter vermelde richtsnoeren.

Amendement 42

Artikel 18, lid 4, letter b)

b) de persoon dient geen gevaar te vormen voor de openbare orde, binnenlandse veiligheid, volksgezondheid of internationale betrekkingen van enige lidstaat; hiertoe wordt het SIS geraadpleegd, alsmede nationale databanken;

b) de persoon dient geen gevaar te vormen voor de openbare orde, binnenlandse veiligheid, volksgezondheid of internationale betrekkingen van enige lidstaat; hiertoe wordt het SIS geraadpleegd, alsmede - wanneer de nationale wetgeving zulks toestaat - nationale databanken;

Amendement 43

Artikel 20, lid 3, alinea 1 en alinea 2, inleidende formule

3. Meervoudige inreisvisa, die de houder het recht geven op meerdere binnenkomsten, verblijven van drie maanden of meerdere doorreizen in een periode van een half jaar, kunnen worden afgegeven met een geldigheidsduur van ten hoogste 5 jaar.

3. Als de aanvraag is goedgekeurd geven de diplomatieke of consulaire posten een meervoudig inreisvisum, die de houder het recht geeft op meerdere binnenkomsten, verblijven van drie maanden of meerdere doorreizen in een periode van een half jaar, af met een geldigheidsduur van 12 maanden.

 

In met redenen omklede gevallen kan ook een meervoudig inreisvisum met een geldigheidsduur van twaalf maanden en ten hoogste vijf jaar worden afgegeven.

 

In met redenen omklede gevallen kan, als de afgifte van een meervoudig inreisvisum niet passend is, een enkelvoudig visum met een geldigheidsduur van zes maanden worden afgegeven.

De volgende criteria zijn met name relevant voor besluiten om dergelijke visa af te geven:

De volgende criteria zijn met name relevant voor besluiten om meervoudige inreisvisa met een geldigheidsduur van meer dan twaalf maanden af te geven:

Amendement 44

Artikel 20, lid 3, alinea 2, letter a)

a) de noodzaak voor de aanvrager om veelvuldig en/of regelmatig te reizen vanwege zijn beroeps- of gezinssituatie, bijvoorbeeld in het geval van zakenlieden, ambtenaren die betrokken zijn bij reguliere officiële contacten met lidstaten en instellingen van de Gemeenschap, gezinsleden van burgers van de Unie, gezinsleden van onderdanen van derde landen die in lidstaten verblijven en zeelieden,

a) de noodzaak voor de aanvrager om veelvuldig en/of regelmatig te reizen vanwege zijn beroeps- of gezinssituatie, bijvoorbeeld in het geval van zakenlieden, ambtenaren die betrokken zijn bij reguliere officiële contacten met lidstaten en instellingen van de Gemeenschap, gezinsleden van burgers van de Unie, gezinsleden van onderdanen van derde landen die in lidstaten verblijven en zeelieden, beroepschauffeurs die regelmatig grenzen passeren en deelnemers aan uitwisselingsprogramma’s en andere regelmatig plaatsvindende activiteiten van maatschappelijke organisaties,

Amendement 45

Artikel 21, lid 2

2. De centrale autoriteiten van de lidstaat waarvan de diplomatieke of consulaire post in de onder a) en b) van het eerste sublid van lid 1 omschreven gevallen VTBG's heeft afgegeven, dienen de centrale autoriteiten van de andere lidstaten onverwijld van de relevante informatie in kennis te worden gesteld.

2. De centrale autoriteiten van de lidstaat waarvan de diplomatieke of consulaire post in de onder a) en b) van het eerste sublid van lid 1 omschreven gevallen VTBG's heeft afgegeven, dienen de centrale autoriteiten van de andere lidstaten onverwijld van de relevante informatie in kennis te worden gesteld. Wanneer de procedure van voorafgaande raadpleging in de gevallen zoals bedoeld in letter (b) van de eerste alinea van lid 1, aanleiding heeft gegeven tot bezwaren van de zijde van de geraadpleegde lidstaat, dienen de centrale autoriteiten van de geraadpleegde lidstaat vroeg genoeg voordat het visum wordt afgegeven van de desbetreffende informatie in kennis te worden gesteld.

Amendement 46

Artikel 22, lid 2, letter a)

a) houders van door een lidstaat afgegeven eenvormige visa voor kort verblijf of doorreisvisa;

a) houders van een door een lidstaat afgegeven verblijfstitel, eenvormig visum voor kort verblijf of doorreisvisum;

Motivering

Herstel van de samenhang met de Schengen-Uitvoeringsovereenkomst (artikel 21, lid 1).

Amendement 47

Artikel 23, lid 3

3. Aanvragers die een visum is geweigerd, dienen in beroep te kunnen gaan. Op het beroep is de nationale wetgeving van toepassing. Schriftelijke informatie over contactadressen waar informatie beschikbaar is over vertegenwoordigers die bevoegd zijn om namens de aanvragers op te treden overeenkomstig nationale wetgeving, dient aan de aanvragers te worden verstrekt.

3. Aanvragers aan wie een visum is geweigerd, dienen in beroep te kunnen gaan. In gevallen waarin aanvragers gebruik maken van hun recht van beroep wordt een diepgaand onderzoek ingesteld naar het besluit en de daaraan ten grondslag liggende redenen. De aanvrager wordt in kennis gesteld van de resultaten van het onderzoek en van nadere bijzonderheden ten aanzien van de redenen die aan de visumweigering ten grondslag liggen.

 

Op het beroep is de nationale wetgeving van toepassing. Schriftelijke informatie over contactadressen waar informatie beschikbaar is over vertegenwoordigers die bevoegd zijn om namens de aanvragers op te treden overeenkomstig nationale wetgeving, dient aan de aanvragers te worden verstrekt.

Amendement 48

Artikel 24

Aan het bezit van een visum voor kort verblijf of een doorreisvisum kan als zodanig geen automatisch recht op binnenkomst worden ontleend.

Het bezit van een visum voor kort verblijf of een doorreisvisum geeft automatisch recht op binnenkomst, mits de reiziger bij aankomst aan de buitengrens voldoet aan de vereisten van Verordening (EG) nr. 562/2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengen-grenscode)1 en tenzij er een signalering in het SIS of in een nationaal register is opgenomen of nieuwe informatie aan het licht is gekomen waaruit blijkt dat de visumaanvraag frauduleus is.

______________

PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1.

Motivering

Als personen in het bezit zijn van een geldig visum voor kort verblijf of een doorreisvisum dient de algemene regel te zijn dat zij recht hebben op binnenkomst, mits zij voldoen aan de geldende criteria zoals vastgelegd in de EU-regelgeving.

Amendement 49

Artikel 28, lid 5

5. Voor het verlengen van een visum wordt een bedrag van 30 euro aan legeskosten in rekening gebracht.

5. Voor het verlengen van een visum wordt een bedrag van 17,5 euro aan legeskosten in rekening gebracht.

Amendement 50

Artikel 31, lid 1

1. Met de grenscontrole belaste autoriteiten kunnen besluiten de door een visum toegestane verblijfsduur te beperken indien wordt vastgesteld dat de houder niet beschikt over toereikende middelen om in zijn levensonderhoud te voorzien gedurende de aanvankelijk voorgenomen verblijfsduur.

1. Met de grenscontrole belaste autoriteiten, alsmede de verantwoordelijke administratieve instanties van de lidstaten kunnen besluiten de door een visum toegestane verblijfsduur te beperken indien wordt vastgesteld dat de houder niet beschikt over toereikende middelen om in zijn levensonderhoud te voorzien gedurende de aanvankelijk voorgenomen verblijfsduur.

Motivering

In de meeste gevallen zijn het niet de grenscontrole-instanties die dit soort zaken natrekken, maar de autoriteiten die ter plaatse opereren, en die derhalve in de gelegenheid moeten worden gesteld om de geldigheidsduur van visa ter plekke te verkorten.

Amendement 51

Artikel 32, lid 6 bis (nieuw)

 

6 bis. De bepalingen inzake de afname van biometrische gegevens krachtens artikel 11 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de biometrische gegevens dienen te worden afgenomen en in het VIS opgenomen door de voor visumafgifte aan de grens bevoegde nationale instanties.

Amendement 52

Artikel 33, lid 3

3. Dit artikel is van toepassing onverminderd het bepaalde in artikel 32, leden 3, 4 en 5.

3. Dit artikel is van toepassing onverminderd het bepaalde in artikel 32, leden 3, 4, 5 en 6 bis.

Amendement 53

Artikel 35, lid 2

2. De centrale autoriteiten van lidstaten dienen zowel uitgezonden medewerkers als lokale medewerkers op passende wijze op te leiden en hen te voorzien van volledige, nauwkeurige en bijgewerkte informatie over de relevante communautaire en nationale wetgeving.

2. De centrale autoriteiten van lidstaten dienen zowel uitgezonden medewerkers als lokale medewerkers op passende wijze op te leiden en hen te voorzien van volledige, nauwkeurige en bijgewerkte informatie en kennis inzake de relevante communautaire en nationale wetgeving alsmede omtrent het Schengenvisumbeleid.

Motivering

Het is beslist noodzakelijk om personeel van de nodige kennis te voorzien. Het ontbreekt consuls en consulair personeel verrassend vaak aan kennis omtrent visumpolitieke aangelegenheden, hetgeen onduidelijkheid in het te voeren Schengen-beleid in de hand werkt.

Amendement 54

Artikel 36

Artikel 36

Gedrag van het personeel dat visumaanvragen behandelt

Artikel 36

Gedrag van het personeel dat bij visumaanvragen betrokken is

1. Diplomatieke en consulaire posten van lidstaten dienen te waarborgen dat aanvragers op correcte wijze worden bejegend.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat de aanvragers voorkomend worden ontvangen door al het personeel dat bij visumaanvragen betrokken is.

2. Bij de verrichting van hun taken eerbiedigen consulaire medewerkers de menselijke waardigheid volledig. Elke maatregel dient evenredig te zijn met de daarmee nagestreefde doeleinden.

2. Al het personeel eerbiedigt bij de uitvoering van zijn taken ten volle de menselijke waardigheid en integriteit van de aanvrager. Alle genomen maatregelen moeten evenredig zijn aan de nagestreefde doelen.

3. In de uitvoering van hun werkzaamheden dienen consulaire medewerkers zich te onthouden van discriminatie op grond van geslacht, afkomst, religie of godsdienst, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

3. In de uitvoering van hun werkzaamheden dienen medewerkers zich te onthouden van discriminatie op grond van geslacht, afkomst, religie of godsdienst, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

Motivering

In CCI aangenomen tekst.

Amendement 55

Artikel 37

Artikel 37

Vormen van samenwerking in verband met de ontvangst van visumaanvragen

Artikel 37

Vormen van samenwerking in verband met de ontvangst van visumaanvragen

1. Lidstaten kunnen op de volgende wijzen samenwerken:

Deze bepalingen worden vastgesteld in een overeenkomstig artikel 251 van het Verdrag aan te nemen besluit.

a) "colocatie": medewerkers van de diplomatieke en consulaire posten van een of meer lidstaten behandelen de aanvragen (met inbegrip van biometrische identificatoren) die aan hen worden gezonden op de diplomatieke en consulaire post van een andere lidstaat en delen de voorzieningen van die lidstaat. De betrokken lidstaten dienen in overleg de duur en de voorwaarden voor beëindiging van de colocatie vast te stellen, alsmede het deel van de legeskosten dat wordt ontvangen door de lidstaat waarvan de diplomatieke of consulaire post wordt gebruikt.

 

b) "gemeenschappelijke aanvraagcentra": medewerkers van diplomatieke en consulaire posten van twee of meer lidstaten worden gezamenlijk ondergebracht in één gebouw met het oog op de ontvangst van visumaanvragen (met inbegrip van biometrische identificatoren) die daarheen worden gezonden. Aanvragers dienen te worden verwezen naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van de visumaanvraag. Lidstaten dienen overeenstemming te bereiken over de duur en de voorwaarden voor beëindiging van deze vorm van samenwerking alsmede over de verdeling van kosten over de deelnemende lidstaten. Eén lidstaat is verantwoordelijk voor overeenkomsten met betrekking tot facilitaire aangelegenheden en diplomatieke betrekkingen met het gastland. Eén lidstaat is verantwoordelijk voor overeenkomsten met betrekking tot facilitaire aangelegenheden en diplomatieke betrekkingen met het gastland.

 

c) "samenwerking met externe dienstverleners": indien het gelet op de plaatselijke situatie van de consulaire post niet passend is om het consulaire kantoor uit te rusten met faciliteiten voor het afnemen/verzamelen van biometrische identificatoren of colocatie of een Gemeenschappelijk aanvraagcentrum op te zetten, kunnen een of meer lidstaten voor de ontvangst van visumaanvragen (inclusief biometrische identificatoren) samenwerken met een externe dienstverlener. In dergelijke gevallen dient/dienen de betrokken lidstaat/lidstaten aansprakelijk te blijven voor de naleving van de voorschriften inzake de beveiliging van gegevens bij de behandeling van visumaanvragen.

 

Amendement 56

Artikel 38

Artikel 38

Samenwerking met externe dienstverleners

Artikel 38

Samenwerking met externe dienstverleners

1. De samenwerking met externe dienstverleners heeft een van de onderstaande vormen:

Deze bepalingen worden vastgesteld in een overeenkomstig artikel 251 van het Verdrag aan te nemen besluit.

(a) de externe dienstverlener treedt op als een call-center dat algemene informatie verstrekt over de eisen voor het aanvragen van een visum en het afsprakensysteem beheert; en/of,

 

(b) de externe dienstverlener verstrekt algemene informatie over de eisen voor het aanvragen van visa, ontvangt aanvragen, bewijsstukken en biometrische gegevens van visumaanvragers, int de legeskosten (zoals omschreven in artikel 16) en zendt volledige dossiers en gegevens aan de diplomatieke of consulaire post van de lidstaat die bevoegd is voor de behandeling van de aanvraag.

 

2. De betrokken lidsta(a)t(en) dienen een externe dienstverlener te selecteren die in staat is om alle technische en organisatorische veiligheidsmaatregelen te waarborgen en de door de lidsta(a)t(en) vereiste passende technische en organisatorische maatregelen kan treffen om persoonsgegevens te beschermen tegen onopzettelijke of onrechtmatige vernietiging of onopzettelijk verlies, aantasting, ongeoorloofde openbaarmaking of toegang, met name wanneer bij de behandeling gegevens over een netwerk worden verzonden en dossiers en gegevens van en naar de consulaire post worden verzonden, alsmede tegen alle overige onrechtmatige vormen van behandeling.

 

Bij de keuze van een externe dienstverlener dienen diplomatieke en consulaire posten van lidstaten de solvabiliteit en de betrouwbaarheid van de onderneming nauwgezet te onderzoeken (met inbegrip van eventuele benodigde licenties, handelsregistraties, statuten, bankovereenkomsten) en dienen zij te waarborgen dat er geen sprake is van belangenverstrengeling.

 

3. Externe dienstverleners dienen in geen geval toegang te hebben tot het Visum Informatie Systeem (VIS). De toegang tot het VIS is uitsluitend voorbehouden aan naar behoren gemachtigde medewerkers van diplomatieke of consulaire posten.

 

4. De betrokken lidstaat of lidstaten dient/dienen een overeenkomst te sluiten met de externe dienstverlener overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 van Richtlijn 95/46/EG. Alvorens een dergelijke overeenkomst te sluiten, dient de diplomatieke of consulaire post van de lidstaat binnen de plaatselijke consulaire samenwerking de diplomatieke en consulaire posten van andere lidstaten en de delegatie van de Commissie mee te delen waarom de overeenkomst noodzakelijk is.

 

5. Naast de verplichtingen als omschreven in artikel 17 van Richtlijn 95/46/EG dient de overeenkomst ook te voorzien in bepalingen waarin:

 

a) de exacte verantwoordelijkheden van de dienstverlener worden omschreven;

 

b) van de dienstverlener wordt vereist dat deze werkt volgens de aanwijzingen van de verantwoordelijke lidstaten en de gegevens uitsluitend verwerkt ten behoeve van de verwerking van persoonsgegevens van visumaanvragen namens de verantwoordelijke lidstaten, in overeenstemming met Richtlijn 95/46;

 

c) van de dienstverlener wordt vereist dat deze de aanvragers voorziet van de informatie als bedoeld in de VIS-verordening;

 

d) wordt bepaald dat consulaire medewerkers te allen tijde toegang hebben tot de kantoren van de dienstverlener;

 

e) van de dienstverlener wordt vereist dat deze de geheimhouding betracht (met inbegrip van de beveiliging van de ten behoeve van visumaanvragen verzamelde gegevens);

 

f) bepalingen met betrekking tot schorsing en beëindiging zijn opgenomen.

 

6. De betrokken lidstaat of lidstaten dient/dienen toe te zien op de uitvoering van de overeenkomst, met inbegrip van:

 

de algemene voorlichting door de dienstverlener aan visumaanvragers;

 

b) de technische en organisatorische veiligheidsmaatregelen en de passende technische en organisatorische maatregelen om persoonsgegevens te beschermen tegen onopzettelijke of onrechtmatige vernietiging of onopzettelijk verlies, aantasting, ongeoorloofde openbaarmaking of toegang, met name wanneer bij de behandeling gegevens over een netwerk worden verzonden, en tegen alle overige onrechtmatige vormen van behandeling alsmede de ontvangst en verzending van dossiers en gegevens naar de consulaire post;

 

c) de afname van biometrische identificatoren;

 

d) de maatregelen ter waarborging van de naleving van bepalingen inzake gegevensbescherming.

 

7. Het totaalbedrag aan legeskosten dat door de externe dienstverlener in rekening wordt gebracht voor behandeling van de visumaanvraag dient niet hoger te zijn dan het in artikel 16 vastgestelde bedrag.

 

8. De consulaire medewerkers van de betrokken lidstaten dienen de dienstverlener zodanig op te leiden dat hij beschikt over de kennis die vereist is voor een goede dienstverlening en een toereikende voorlichting aan visumaanvragers.

 

Amendement 57

Artikel 39

Artikel 39

Organisatorische aspecten

Artikel 39

Organisatorische aspecten

1. Accurate voorlichting over de wijzen waarop een afspraak kan worden gemaakt en een visumaanvraag kan worden ingediend, behoort door de diplomatieke en consulaire posten van lidstaten aan het publiek bekend te worden gemaakt.

Deze bepalingen worden vastgesteld in een overeenkomstig artikel 251 van het Verdrag aan te nemen besluit.

2. Ongeacht de gekozen vorm van samenwerking kunnen lidstaten besluiten om voor aanvragers de mogelijkheid te handhaven om een visumaanvraag visum rechtstreeks in te dienen bij hun diplomatieke of consulaire posten. Lidstaten waarborgen de continuïteit van de ontvangst en de behandeling van visumaanvragen in geval van een onvoorziene beëindiging van de samenwerking met andere lidstaten of met enige externe dienstverlener.

 

3. Lidstaten dienen de Commissie in kennis te stellen van de wijze waarop zij voornemens zijn de ontvangst en behandeling van visumaanvragen op elke consulaire vestiging te organiseren. De Commissie draagt zorg voor een goede openbaarmaking.

 

De lidstaten zenden de door hen gesloten overeenkomsten aan de Commissie.

 

Amendement 58

Artikel 40, lid 1 bis (nieuw)

 

1 bis. De ontvangst van visumaanvragen door commerciële bemiddelaars ontslaat de diplomatieke en consulaire posten van de lidstaten niet van de verplichting om alle gronden voor de afgifte van een visum in de zin van artikel 18 in elk afzonderlijk geval zorgvuldig en zelfstandig te onderzoeken. Bij twijfel kan het noodzakelijk zijn de aanvrager voor een nadere toelichting op te roepen voor een gesprek op de diplomatieke of consulaire post overeenkomstig artikel 18, lid 2.

Motivering

Het moet duidelijk zijn dat commerciële agentschappen niet kunnen oordelen over de slagingskans van een visumaanvraag.

Amendement 59

Artikel 40, lid 2, letter c)

c) overeenkomsten met luchtvaartmaatschappijen, die moeten bestaan uit een heenreis en een gegarandeerde terugreis op een vaste datum.

c) geloofwaardige heen- en terugreisarrangementen.

Amendement 60

Artikel 40, lid 2 bis (nieuw)

2 bis. Commerciële bemiddelaars moeten op een billijke en correcte manier worden behandeld. Zij moeten hun commerciële activiteiten op adequate en doeltreffende wijze kunnen uitoefenen.

Motivering

Commerciële bemiddelaars mogen niet worden onderworpen aan onbillijke beperkingen waardoor hun commerciële activiteiten kunnen worden verstoord.

Amendement 61

Artikel 41, lid 2

2. De vertegenwoordigende lidstaat en de vertegenwoordigde lidstaat informeren het publiek drie maanden voordat deze van kracht worden over vertegenwoordigingsregelingen als bedoeld in artikel 7. Daarbij dient duidelijk te worden gemaakt welke categorieën aanvragers hun aanvraag mogelijk rechtstreeks dienen te richten aan een diplomatieke of consulaire post van de vertegenwoordigde lidstaat.

2. De vertegenwoordigende lidstaat en de vertegenwoordigde lidstaat informeren het publiek voorzover mogelijk drie maanden voordat deze van kracht worden over vertegenwoordigingsregelingen als bedoeld in artikel 7. Daarbij dient duidelijk te worden gemaakt welke categorieën aanvragers hun aanvraag mogelijk rechtstreeks dienen te richten aan een diplomatieke of consulaire post van de vertegenwoordigde lidstaat.

Motivering

Wellicht bestaat er - zowel in het belang van de lidstaten als van de aanvragers - ook behoefte aan vertegenwoordigingsregelingen voor de korte termijn.

Het is in dat geval niet mogelijk om het publiek daarover al drie maanden van tevoren informatie te verschaffen.

Amendement 62

Artikel 41, lid 6

6. Het publiek dient te worden voorgelicht over het feit dat aan het bezit van een visum als zodanig geen automatisch recht op binnenkomst kan worden ontleend en dat van de houders van visa verlangd kan worden dat zij aan de grens bewijsstukken tonen.

6. Het publiek dient te worden voorgelicht over het feit dat aan het bezit van een visum als zodanig geen automatisch recht op binnenkomst kan worden ontleend en dat van de houders van visa verlangd kan worden dat zij aan de grens bewijsstukken tonen. Bij de afgifte van een visum wordt de houder daar nogmaals uitdrukkelijk en schriftelijk op gewezen.

Motivering

Deze informatie is met name voor de visumhouder van belang en hij dient dan ook uitdrukkelijk en derhalve schriftelijk op deze feiten te worden gewezen.

Amendement 63

Artikel 41, lid 7

7. Het publiek dient te worden voorgelicht over de wisselkoers die diplomatieke en consulaire posten van lidstaten toepassen bij de omrekening van de legeskosten in de plaatselijke munteenheid.

7. Het publiek dient te worden voorgelicht over de hoogte van leges uitgedrukt in de officiële munteenheid van het gastland, alsook over de wisselkoers die diplomatieke en consulaire posten van lidstaten toepassen bij de omrekening van de legeskosten.

Motivering

In eerste instantie is het belangrijk voorlichting te verschaffen over de hoogte van de leges.

Amendement 64

Artikel 41, lid 7 bis (nieuw)

7 bis. Er wordt een gemeenschappelijke Schengen visum internetsite ingesteld om de toepassing van het gemeenschappelijk visumbeleid krachtiger te ondersteunen. Deze internetsite fungeert als hulpmiddel bij de afwikkeling van de visumprocedure.

 

Het publiek kan conform de punten 1 t/m 7 ook van informatie worden voorzien via de gemeenschappelijke Schengenvisuminternetsite.

Amendement 65

Artikel 42, lid 1, alinea 2

Indien met betrekking tot een of meer van de punten a tot en met d uit de beoordeling in het kader van de plaatselijke consulaire samenwerking blijkt dat een plaatselijke geharmoniseerde benadering noodzakelijk is, dienen maatregelen met het oog op een dergelijke geharmoniseerde benadering te worden vastgesteld volgens de procedure als omschreven in artikel 46, lid 2.

Indien met betrekking tot een of meer van de punten a tot en met d uit de beoordeling in het kader van de plaatselijke consulaire samenwerking blijkt dat een plaatselijke geharmoniseerde benadering noodzakelijk is, dienen maatregelen met het oog op een dergelijke geharmoniseerde benadering te worden vastgesteld volgens de procedure als omschreven in artikel 46, lid 2 bis.

Amendement 66

Artikel 42, lid 2 bis (nieuw)

 

2 bis. In het kader van de plaatselijke consulaire samenwerking worden er coherente procedures uitgewerkt waarmee visumaanvragers zich telefonisch, via internet of op andere wijze voor de indiening van een aanvraag kunnen aanmelden.

Amendement 67

Artikel 42, lid 5, alinea 2

Op basis van deze maandelijkse verslagen stelt de Commissie binnen elke rechtsmacht een jaarverslag op dat aan de Raad wordt toegezonden.

Op basis van deze maandelijkse verslagen stelt de Commissie binnen elke rechtsmacht een jaarverslag op dat aan de Raad en aan het Europees Parlement wordt toegezonden.

Motivering

Daar hier de medebeslissingsprocedure wordt toegepast, moet het Europees Parlement op dezelfde wijze als de Raad worden geïnformeerd over de praktijkervaringen in het veld.

Amendement 68

Titel V

TITEL V: Slotbepalingen

TITEL V: Visumfacilitering

Motivering

De titel "visumfacilitering" is hier beter op haar plaats.

Amendement 69

Artikel 42 bis (nieuw)

Artikel 42 bis

Evaluatie

 

De Commissie beoordeelt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening het effect van de tenuitvoerlegging ervan en van plaatselijke consulaire-samenwerkingsregelingen tussen lidstaten met betrekking tot visumprocedures. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de speciale behoeften van passagiersveerbedrijven en toeristische bedrijven die diensten in de grensstreken van het Schengengebied uitvoeren en leveren, kwesties met betrekking tot biometrie en bepalingen ter vergemakkelijking en vereenvoudiging van de visumprocedure. Naar aanleiding van deze beoordeling stelt de Commissie zonodig wijzigingen op deze verordening voor.

Amendement 70

Artikel 42 ter (nieuw)

Artikel 42 ter

Bilaterale overeenkomsten inzake visumfacilitering

 

Tussen de Gemeenschap en derde landen kunnen er bilaterale overeenkomsten worden gesloten om de verwerking van aanvragen voor korte verblijfsvisa te vergemakkelijken. Voor de sluiting van dergelijke overeenkomsten is de instemming van het Europees Parlement overeenkomstig de procedure van artikel 300, lid 3, tweede alinea van het Verdrag vereist.Staten die deel uitmaken van het nabuurschaps- en partnerschapsbeleid van de Unie en zich tot naleving van de communautaire normen hebben verplicht, krijgen bij deze overeenkomsten voorrang. Bij de in bilateraal verband te sluiten visumfaciliteringsovereenkomsten dienen de in deze verordening neergelegde basisrichtsnoeren als uitgangspunt.

Het effect van faciliteringsovereen-komsten wordt om de twee jaar beoordeeld om na te gaan of er behoefte is aan verdere faciliteringsmaatregelen en of er nog andere categorieën aanvragers in moeten worden opgenomen.

 

Motivering

Derde landen die nauw met de Schengenlanden samenwerken, dienen de mogelijkheid te krijgen tot preferentiële behandeling bij visumfaciliteringsovereenkomsten. Het is echter van belang dat bij deze overeenkomsten wordt uitgegaan van de algemene beginselen van de visumcode en dat de voornaamste denkbeelden inzake facilitering in de visumcode worden vastgelegd. Het Parlement dient hierover volledig te worden geïnformeerd en waar nodig moet het ook worden verzocht daarmee in te stemmen.

Amendement 71

Artikel 42 quater (nieuw)

Artikel 42 quater

Frequente reizigers

 

Heeft de aanvrager binnen een periode van vijf jaar gedurende drie opeenvolgende visumperioden in de lidstaten ten volle aan de visumvoorwaarden voldaan (d.w.z.: hij beschikt over een“schoon visumverleden”), dan komt hij in aanmerking voor een vereenvoudigde procedure indien hij binnen vijf jaar na het verstrijken van het laatste van de drie voorgeschreven visa een visum aanvraagt.

 

De vereenvoudigde procedure kan onder meer inhouden dat een meervoudig inreisvisum met een langere geldigheidsduur wordt verleend, dat er geen nadere toelichting behoeft te worden gegeven, dat er minder bewijsstukken nodig zijn en dat delen van de visumaanvraagprocedure via internet kunnen worden afgehandeld.

 

Op deze vereenvoudigde procedure wordt verder ingegaan in de Aanwijzingen voor de praktische toepassing van de visumcode waarnaar in artikel 45 wordt verwezen.

Amendement 72

Artikel 42 quinquies (nieuw)

Artikel 42 quinquies

Procedure voor vrijstelling van de visumregeling

 

Wanneer een derde land voldoet aan voorwaarden zoals geringe afwijzingspercentages, toepassing van een terugnameovereenkomst, een laag percentage ingezetenen die hun visumtermijn overschrijden en een gering aantal personen die wegens illegale arbeid worden uitgezet, stelt de Commissie voor, de visumverplichting voor dat derde land op te heffen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad.

Amendement 73

Artikel 43 bis (nieuw)

 

Artikel 43 bis

 

Het Europees Parlement en de Raad, handelend in overeenstemming met artikel 251 van het Verdrag, stellen alle besluiten vast met betrekking tot het tijdstip en de methodes voor de invoering van eisen voor biometrische kenmerken voor landen die het vooruitzicht is geboden op lidmaatschap van de EU via associatie-onderhandelingen en voor landen die deelnemen aan programma's in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid.

Motivering

In de geest van het Europees Nabuurschapsbeleid en daar in het kader van de visumcode moet worden gestreefd naar vergemakkelijking van de visumprocedure, moeten besluiten over nieuwe maatregelen voor de invoering van biometrische kenmerken in visa voor burgers van landen die deelnemen aan programma's in het kader van het nabuurschapsbeleid alsook van andere landen die nauwer samenwerken met de EU, worden genomen met de instemming van het Europees Parlement.

Amendement 74

Titel V bis (nieuw)

TITEL V bis: Slotbepalingen

Amendement 75

Artikel 44, lid 1

1. De bijlagen III, IV, V, VI, VIII, IX, X en XI worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 46, lid 2.

1. De bijlagen VI en XI worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 46, lid 2 bis.

Motivering

Verwezen wordt naar de motivering bij amendement 5.

Amendement 76

Artikel 44, lid 2

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 47, lid 2, wordt over de wijzigingen van de bijlagen I en II besloten volgens de procedure als omschreven in artikel 46, lid 2.

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 47, lid 2, wordt over de wijzigingen van de overige bijlagen besloten volgens de procedure als vastgesteld in artikel 251 van het Verdrag.

Motivering

De essentiële onderdelen van de verordening mogen alleen conform de geldende wetgevingsprocedure worden gewijzigd, zoals reeds het geval is in de Schengengrenscode (Verordening (EG) nr. 562/2006).

Amendement 77

Artikel 45

Werkinstructies tot vaststelling van de geharmoniseerde werkwijzen en procedures die diplomatieke en consulaire posten van lidstaten dienen toe te passen bij de behandeling van visumaanvragen, dienen te worden opgesteld volgens de procedure van artikel 46, lid 2.

Werkinstructies tot vaststelling van de geharmoniseerde werkwijzen en procedures die diplomatieke en consulaire posten van lidstaten dienen toe te passen bij de behandeling van visumaanvragen, dienen te worden opgesteld volgens de procedure van artikel 46, lid 2 bis.

Motivering

Verwezen wordt naar de motivering bij amendement 5.

Amendement 78

Artikel 46, lid 2 bis (nieuw)

2 bis. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 t/m 4 en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Motivering

Verwezen wordt naar de motivering bij amendement 5.

Amendement 79

Bijlage III, punt 15

15. Hoofdbestemming (lidstaat)

15. Staat/staten van bestemming

Motivering

Zoals hierboven reeds is voorgesteld, is het de bedoeling de mogelijkheden tot het aanvragen van een visum bij een van de diplomatieke of consulaire posten welke de landen vertegenwoordigen die de aanvrager wenst te bezoeken te verruimen. (Verwezen wordt in dat verband naar artikel 5, lid 1, letter (a)). Derhalve dienen de landen die de aanvrager wenst te bezoeken in de aanvraag te worden vermeld.

Amendement 80

Bijlage III, punt 20

20. Doel van de reis

20. Doel van de reis (gelieve aan te kruisen welke voor de visumaanvraag van toepassing is/zijn)

O Toerisme O Zaken O Bezoek aan familie of vrienden O Cultuur O Sport O Officieel O Medische redenen Andere (omschrijven):

O Toerisme O Zaken O Bezoek aan familie

O Bezoek aan vrienden O Cultuur O Sport O Officieel O Medische redenen O Andere (omschrijven):

Motivering

Het moet mogelijk zijn om verschillende reisdoelen aan te geven, aangezien dat beter met de realiteit overeenstemt.

Er is een verschil in verwerking tussen visumaanvragen voor bezoeken aan vrienden en die voor bezoeken aan familieleden. Daarom kan dit punt beter in twee afzonderlijke punten worden verdeeld.

Amendement 81

Bijlage III, punt 23

23. Naam van gastheer in de lidstaten. Indien niet van toepassing: naam van het hotel of tijdelijk adres in de lidstaten.

Adres (en e-mailadres) van gastheer

Telefoon (en telefax)

23. Naam van gastheer in de lidstaten. Indien niet van toepassing: naam van het hotel of tijdelijk adres in de lidstaten.

Adres (en e-mailadres) van gastheer

Telefoon (en telefax)

 

(Behoeft niet te worden ingevuld, mits op afdoende wijze kan worden aangetoond dat de aanvrager over voldoende middelen beschikt om in zijn kosten van levensonderhoud en logies te voorzien in het Schengenland of de Schengenlanden die hij wil bezoeken.)

Motivering

Het is niet billijk om te verlangen dat reizen van tevoren tot in detail worden gepland. Van visumaanvragers wordt in veel gevallen verlangd dat zij voor hun vertrek tot in detail van alle accommodatiegelegenheden en reisroutes op de hoogte zijn. Het zou voldoende moeten zijn indien de aanvrager kan aantonen over voldoende middelen van bestaan en accommodatie te beschikken wanneer er geen twijfel over bestaat dat hij te goeder trouw is. Ook zou het mogelijk moeten zijn dat een deel van de reis plaatsvindt zonder officiële uitnodiging van een gastheer, hotelreservering of tijdelijk adres.

Amendement 82

Bijlage X, paragraaf 4, alinea 4 bis (nieuw)

Wanneer het om minder dan 90 dagen gaat, wordt met het aantal dagen bedoeld het aantal dagen binnen elke periode van 6 maanden.

Motivering

Ter verduidelijking van de regels. Deze praktijk wordt reeds door de meeste - zij het niet alle -Schengenlanden toegepast, hetgeen voor enige verwarring heeft gezorgd.


TOELICHTING

I. Achtergrond van het voorstel

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken is momenteel bezig met de behandeling van diverse wetgevingsvoorstellen die van grote invloed zullen zijn op het visumbeleid van de Schengenlanden:

- het Visum Informatie Systeem (VIS)(1);

- een aanpassing van de bestaande Gemeenschappelijke Visuminstructies (Common Consular Instructions (CCI)), waarbij o.a. biometrische systemen worden ingevoerd(2);

- het onderhavige wetgevingsvoorstel tot hervorming van de Gemeenschappelijke Visuminstructies en tot omzetting daarvan in een nieuwe gemeenschappelijke visumcode.

De Gemeenschappelijke Visuminstructies (CCI) zijn momenteel het belangrijkste instrument op het gebied van procedures en voorwaarden voor de afgifte van visa voor kort verblijf, doorreisvisa en transitvisa voor luchthavens.

II. Commissievoorstel

De Commissie introduceert haar voorstel in het kader van het programma van Den Haag, dat de noodzaak onderstreept van verdere ontwikkeling van het gemeenschappelijk visumbeleid door verdere harmonisatie van de nationale wetgeving en van de uitvoeringspraktijken van plaatselijke consulaire vertegenwoordigingen, als onderdeel van een systeem dat erop is gericht legaal reizen te vergemakkelijken en illegale immigratie te bestrijden.

Om aan de doelstellingen van het programma van Den Haag te kunnen voldoen en meer consistentie aan te brengen in het gemeenschappelijk visumbeleid ten aanzien van de afgifte van de bovengenoemde visumcategorieën, worden in de verordening de volgende maatregelen voorgesteld:

- Samenvoeging in één visumcode van alle bepalingen voor de afgifte van visa en beslissingen met betrekking tot weigering, verlenging, annulering, intrekking en beperking van de geldigheidsduur van afgegeven visa: hieronder vallen transitvisa voor luchthavens (TVL), afgifte van visa aan de grens, annulering en intrekking van een visum, verlenging van een afgegeven visum, en de uitwisseling van statistieken. Met betrekking tot transitvisa voor luchthavens is, gelet op de algemene doelstelling van harmonisatie van alle aspecten van visumbeleid, besloten dat individuele lidstaten niet langer voor bepaalde nationaliteiten een LTV verplicht kunnen stellen.

- Nieuwe dimensies van de procedure voor de afgifte van visa: de totstandkoming van het Visum Informatie Systeem voor de uitwisseling tussen lidstaten van gegevens over visa voor kort verblijf (VIS) zal de behandeling van visumaanvragen fundamenteel veranderen. Enerzijds krijgen lidstaten automatisch toegang tot informatie over alle personen die een visum hebben aangevraagd (binnen de bewaarperiode van 5 jaar van de gegevens), waardoor latere visumaanvragen makkelijker kunnen worden onderzocht. Anderzijds zal de invoering van de verplichte afname van biometrische identificatoren bij het aanvragen van een visum grote gevolgen hebben voor de praktische aspecten van de ontvangst van aanvragen. Aangezien het VIS-systeem al spoedig operationeel zou moeten worden, heeft de Commissie gekozen voor modernisering van de CCI in een afzonderlijk wetsvoorstel waarin normen worden vastgesteld voor af te nemen biometrische identificatoren, naast een aantal mogelijkheden voor de praktische organisatie van diplomatieke en consulaire posten van lidstaten voor de registratie van visumaanvragers en voor een wettelijk kader voor de samenwerking van lidstaten met externe dienstverleners (1) (waarvoor Baroness LUDFORD rapporteur is). De inhoud van dat voorstel wordt ingevoegd in en aangepast aan de structuur van dit voorstel, dat zal worden gewijzigd nadat de onderhandelingen over het afzonderlijke voorstel zijn afgerond. De bepalingen over samenwerking met commerciële bemiddelaars, waaronder reisbureaus en touroperators, zijn aangescherpt om met deze nieuwe situatie rekening te houden.

- Ontwikkeling van bepaalde delen van het acquis: de Commissie beraadt zich over de introductie van nieuwe bepalingen omtrent een maximale afgiftetijd; een duidelijk onderscheid tussen niet-ontvankelijke aanvragen en formeel afgewezen aanvragen; volledige transparantie met betrekking tot de lijst van derde landen over wier onderdanen voorafgaande raadpleging dient plaats te vinden; een geharmoniseerd formulier ter staving van een uitnodiging, een garantstellingsverklaring (-toezegging) of huisvestingsverklaring; een verplichting voor lidstaten om van afwijzingen kennis te geven en deze te motiveren; een wettelijk kader om een geharmoniseerde benadering van samenwerking te waarborgen, zowel tussen de diplomatieke en consulaire posten van lidstaten als met externe commerciële dienstverleners; en bindende voorschriften voor de samenwerking tussen diplomatieke en consulaire posten van lidstaten enerzijds en commerciële bemiddelaars anderzijds.

- Verduidelijking van bepaalde punten om de geharmoniseerde toepassing van wettelijke bepalingen te bevorderen: het gaat daarbij vooral om visa met territoriaal beperkte geldigheid (VTBG) en reisverzekeringen tot dekking van ziektekosten (Travel Medical Insurance - TMI).

- Bevordering van de transparantie en rechtszekerheid door verduidelijking van de wettelijke status van de bepalingen van de CCI en de bijlagen daarvan, doordat redundante bepalingen of bepalingen van praktische aard uit het rechtsinstrument worden verwijderd: de huidige Gemeenschappelijke Visuminstructies bevatten achttien bijlagen met een aantal wettelijke bepalingen en diverse stukken ter informatie: lijsten van visumplichtige onderdanen van derde landen, vrijstellingen voor houders van bepaalde typen reisdocumenten, een vertegenwoordigingstabel, documenten die de houder machtigen tot binnenkomst zonder visum, technische specificaties e.d.. Om de wettelijke status van deze bijlagen te verduidelijken, heeft de Commissie besloten om alleen die bijlagen te handhaven welke rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de bepalingen uit de eigenlijke tekst, namelijk de bijlagen I-XIII van de verordening. Bovendien stelt de Commissie voor, alle verwijzingen te schrappen naar nationale visa ("D"-visa), nationale visa voor verblijf van langere duur die tegelijkertijd geldig zijn als Schengenvisa voor kort verblijf ("D+C" visa), groepsvisa en de bijlagen 2 en 6 van de CCI.

- Geharmoniseerde toepassing van de visumcode op operationeel niveau: de visumcode dient uitsluitend wettelijke bepalingen te bevatten over de afgifte van visa voor kort verblijf en doorreisvisa, alsmede van transitvisa voor luchthavens. Om te waarborgen dat lidstaten voortaan niet meer - zoals thans het geval is - nationale instructies opstellen die voorrang hebben op de gemeenschappelijke voorschriften, zal één gemeenschappelijk pakket van aanwijzingen over de praktische toepassing van de wetgeving worden opgesteld. Bij het voorbereiden van het ontwerp voor de visumcode heeft de Commissie zich tegelijkertijd beraden over de vorm en inhoud van de concrete "Aanwijzingen voor de praktische toepassing van de visumcode", met daarin geharmoniseerde werkwijzen en procedures die door diplomatieke en consulaire posten van lidstaten dienen te worden gehanteerd bij de behandeling van visumaanvragen. In deze Aanwijzingen, die zullen worden opgesteld binnen de procedure als bedoeld in Titel V van de verordening, zullen op geen enkele wijze wettelijke verplichtingen aan de visumcode worden toegevoegd. De inhoud zal zuiver operationeel van aard zijn. De aanwijzingen zullen worden voltooid bij het van kracht worden van de code.

Tenslotte worden in het Commissievoorstel de gevolgen besproken van de verschillende protocollen bij de Verdragen, aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis. Tevens komen de gevolgen voor de nieuwe lidstaten aan de orde van de gefaseerde procedure voor de tenuitvoerlegging van op het Schengenacquis gebaseerde wetgeving.

III. Standpunt van de rapporteur

De rapporteur is van mening dat de Commissie er op de meeste punten in geslaagd is de reële problemen in de visumpraktijk van het Schengengebied correct te benoemen. De behoefte aan betere coördinatie op plaatselijk niveau, het belang van voortdurende voortgezette opleidingen voor consulair personeel en de betekenis van gemakkelijk toegankelijke informatie omtrent de vereisten waaraan aanvragers moeten voldoen om een visum te kunnen verkrijgen, het zijn slechts enkele van de aspecten die de rapporteur ter plekke zelf heeft kunnen constateren bij zijn bezoek aan Algerije, Kiev, Sint-Petersburg en Warschau. Diverse door de Commissie in haar voorstel opgenomen innovaties zijn erop gericht daarvoor een oplossing aan te dragen.

Daar staat evenwel tegenover dat het moeilijk is gebleken om met de voor het visumbeleid verantwoordelijke ministeries tot een waarachtige open dialoog te komen. De besluitvormingscultuur draagt nog steeds het stempel van de gewoonten die zich in de loop der decennia binnen de veiligheidsdiensten hebben ontwikkeld, m.a.w. een cultuur van geheimhouding en onwil om informatie over hun activiteiten met de buitenwereld te delen. Tegen die achtergrond is het dan ook moeilijk gebleken om b.v. na te gaan hoe belangrijk bepaalde stappen en vereisten in de visumprocedure precies zijn. Het visumbeleid van het Schengengebied vormt een belangrijk facet van het externe imago van de EU. De door uw rapporteur ingediende amendementen hebben betrekking op vijf belangrijke categorieën vraagstukken, die reeds zijn toegelicht in het werkdocument van december 2006. Het betreft daarbij de volgende punten:

(1) Een gemeenschappelijk extern imago

(2) Een positieve indruk en een klantgerichte service

(3) Probleemgebieden en oplossingen

(4) Beleidsopties voor de Gemeenschap

(5) Directe communicatie.

Deze vijf beleidsoogmerken waren aanleiding tot de indiening van een aantal amendementen. Op het punt "Een gemeenschappelijk extern imago" zijn amendementen ingediend die betrekking hebben op de artikelen 5, 7, 18, 35, 40, 41 en 42. "Een positieve indruk en een klantgerichte service" werd benaderd met amendementen op de artikelen 4, 5, 7, 10, 11, 12, 14, 15, 16, 18, 20, 40, 41, 42 en 45bis en op de bijlagen III en X. De amendementen op de artikelen 41, 43bis en 46bis hebben betrekking op "Probleemgebieden en oplossingen". De "Beleidsopties voor de Gemeenschap" worden belicht met amendementen op de artikelen 16, 20 en 44bis. "Directe communicatie" komt aan de orde in het amendement op artikel 42 over de inrichting van een gemeenschappelijk visumportaal. Sommige amendementen vallen onder meerdere categorieën. De Schengenzone is een gebied van vrij verkeer en vertegenwoordigt een van de meest succesvolle projecten die de lidstaten van de Unie hebben verwezenlijkt. Het Schengengebied is als concept dan ook niet alleen gunstig ontvangen in de EU zelf, maar ook in de landen daarbuiten, waar het begrip "Schengenvisum" inmiddels algemene ingang heeft gekregen. Dat neemt echter niet weg dat er ons nog heel wat te doen staat om te bewerkstelligen dat het Schengengebied naar buiten toe een gemeenschappelijk imago projecteert. Zo bestaat er b.v. nog geen gemeenschappelijke website voor het Schengenvisum. De visumregels die door de verschillende consulaten in dezelfde locatie worden toegepast, kunnen onderling sterk verschillen. Wanneer een lidstaat er op een bepaalde plek geen vertegenwoordiging op nahoudt - zoals Spanje in Moermansk - kan de plaatselijke bevolking voor visumdoeleinden b.v. geen contact opnemen met het Finse consulaat, dat wél in Moermansk zit. In plaats daarvan moeten zij zich naar Sint-Petersburg begeven - per trein een reis van 24 uur - als zij voor een gewone zonvakantie een Spaans Schengenvisum willen aanvragen. Voor de lidstaten zou als vaste verplichting moeten gelden om met elkaar samenwerkingsovereenkomsten aan te gaan wanneer het verantwoordelijke consulaat op een onredelijk grote afstand is gelegen. De noodzaak van dergelijke regelingen zal des te urgenter worden naarmate er biometrische identificatoren worden ingevoerd, hetgeen in de praktijk betekent dat alle aanvragers zich persoonlijk bij het desbetreffende consulaat moeten melden.

Het is van belang dat Schengenconsulaten klantgerichte werkmethodes toepassen, uiteraard zonder dat de essentiële veiligheidsaspecten daarbij uit het oog mogen worden verloren. Mensen die gedwongen worden een uitzonderlijk lange en buitengewoon moeizame reis naar het dichtstbijzijnde consulaat te ondernemen (soms moeten aanvragers b.v. eerst naar een ander land reizen waarvoor ook een visum is vereist, om vervolgens een visum voor het Schengengebied te kunnen aanvragen) moeten in de gelegenheid worden gesteld om deze reis slechts eenmaal te hoeven ondernemen. Ook is de rapporteur van mening dat de visumleges op een relatief laag niveau van €35 moeten worden gehandhaafd en dat sommige categorieën, zoals kinderen die in het gezelschap zijn van hun ouders of van personen die deel uitmaken van een uitwisselingsprogramma, van de leges moeten worden vrijgesteld. Daarnaast zou ook bredere toepassing moeten worden gegeven aan de praktijk van afgifte van meervoudige inreisvisa. Bonafide reizigers - d.w.z. personen die bij verschillende gelegenheden een Schengenvisum hebben gekregen en daar nooit misbruik van hebben gemaakt en de regels van het Schengengebied niet hebben overtreden - zouden daarvoor ook in aanmerking moeten komen en niet alleen maar een aantal van tevoren vastgestelde categorieën zoals zakenlieden, bepaalde groepen studenten en nauwe verwanten. Een al te strikte indeling in categorieën begunstigden leidt automatisch tot ingewikkelde demarcatieproblemen. Hoe moet het bijvoorbeeld met iemand die zijn zakelijke relaties met een bedrijf in het Schengengebied heeft beëindigd? Wat gebeurt er met iemand die zijn studies heeft voltooid, etc.? De wetgever kan niet uitsluitend op basis van het feit dat iemand bij een bepaalde categorie wordt ingedeeld beoordelen wie een bonafide reiziger is of niet. Daarom moet bij de beoordeling van een visumaanvraag ook het nodige gewicht worden toegekend aan iemands visumverleden. Tevens moet er kritisch worden bekeken welke documenten de aanvrager werkelijk nodig heeft om voor een visumaanvraag in aanmerking te komen en hoe gedetailleerd de beschrijving van de reisroute moet zijn die hij moet voorleggen.

Uw rapporteur heeft bovendien ook een aantal tekortkomingen geconstateerd die nadere aandacht behoeven. De Commissie heeft in haar voorstel niet genoeg rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden waarmee in de Baltische regio, de Middellandse Zee en de Zwarte Zee opererende passagiersveerboten te maken hebben. Er is tegenwoordig heel wat verkeer tussen de EU-landen onderling, maar de omvang van het verkeer tussen het Schengengebied en derde landen is zeer beperkt, vooral als gevolg van de visumregels. Deze kwestie moet nader worden onderzocht.

Ook is het van belang dat derde landen op de hoogte zijn van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om van de visumregeling te worden vrijgesteld. De rapporteur is van mening dat de Schengenlanden duidelijke regels zouden moeten opstellen om aan te geven welke landen al dan niet van visumverplichtingen zijn vrijgesteld. Dergelijke regelingen moeten op de volgende criteria zijn gebaseerd: een gering aantal weigeringen, toepassing van garantstellings- of huisvestingsverklaringen, een gering percentage landgenoten die de geldigheidsduur van hun visa hebben overschreden, een gering aantal alleenstaanden die op diverse gronden zijn afgewezen, gegarandeerde betrouwbare reisdocumenten en effectieve grenscontroles.

Bovendien moet het visumbeleid van de EU de fundamentele prioriteiten van het door haar gevoerde buitenlands beleid weerspiegelen. Aan deze verplichting wordt in beginsel voldaan door het bestaan van overeenkomsten ter vereenvoudiging van visumregelingen, maar bij nader toezien blijkt dat dergelijke overeenkomsten vaak heel minimalistisch van opzet zijn. De rapporteur is van mening dat ook belangrijke aspecten zoals een hogere visumafgiftefrequentie binnen een geldigheidsduur van meerdere jaren - ongeacht de vraag of er biometrische gegevens moeten worden gebruikt of niet - en zelfs belangrijke verlagingen van de te betalen leges deel moeten kunnen uitmaken van visumvereenvoudingsovereenkomsten. Tevens is het belangrijk dat ook het Europees Parlement bij de formulering van onderhandelingsmandaten voor dergelijke overeenkomsten en bij de onderhandelingen zelf wordt betrokken. Ten slotte is het verontrustend om te moeten constateren dat veel jongeren in landen die aan de EU grenzen zelfs nog nooit in het buitenland zijn geweest. De Unie heeft ook de verantwoordelijkheid om deze mensen niet te isoleren, want anders kunnen nationalistische en radicale tendensen gemakkelijk wortel schieten.

(1)

 Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Visum Informatie Systeem (VIS) en de uitwisseling door lidstaten van gegevens over visa voor kort verblijf (COM(2005)0835 - 2005/0287(COD)).

  Voorstel voor een besluit van de Raad over de toegang tot het visuminformatiesysteem (VIS) voor raadpleging door de nationale veiligheidsdiensten van de lidstaten en Europol, met het oog op het voorkomen, opsporen en onderzoeken van terroristische misdrijven en andere ernstige strafbare feiten (COM(2005)0600 - 2005/0232(CNS)).

(2)

 Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de gemeenschappelijke visuminstructies aan de diplomatieke en consulaire beroepsposten in verband met de invoering van biometrische identificatiemiddelen, met inbegrip van bepalingen over de organisatie van de inontvangstneming en de behandeling van visumaanvragen (COM(2006)0269).


PROCEDURE

Titel

Communautaire regels voor visa

Document- en procedurenummers

COM(2006)0403 – C6-0254/2006 – 2006/0142(COD)

Datum indiening bij EP

19.7.2006

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

LIBE

26.9.2006

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Henrik Lax

22.2.2006

 

 

Behandeling in de commissie

28.11.2006

19.12.2006

5.6.2007

27.6.2007

 

12.9.2007

29.11.2007

26.3.2008

8.4.2008

Datum goedkeuring

8.4.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

42

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alexander Alvaro, Philip Bradbourn, Mihael Brejc, Michael Cashman, Jean-Marie Cavada, Carlos Coelho, Esther De Lange, Gérard Deprez, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Armando França, Urszula Gacek, Kinga Gál, Roland Gewalt, Lilli Gruber, Jeanine Hennis-Plasschaert, Lívia Járóka, Ewa Klamt, Magda Kósáné Kovács, Wolfgang Kreissl-Dörfler, Stavros Lambrinidis, Henrik Lax, Roselyne Lefrançois, Baroness Sarah Ludford, Claude Moraes, Martine Roure, Inger Segelström, Csaba Sógor, Vladimir Urutchev, Ioannis Varvitsiotis, Manfred Weber, Renate Weber, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Edit Bauer, Simon Busuttil, Genowefa Grabowska, Sophia in ‘t Veld, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Metin Kazak, Marianne Mikko, Siiri Oviir, Nicolae Vlad Popa, María Isabel Salinas García, Rainer Wieland

Datum indiening

18.4.2008

Juridische mededeling - Privacybeleid