VERSLAG over het voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van enkele bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

6.6.2008 - (COM(2007)0677 – C6‑0433/2007 – 2007/0238(CNS)) - *

Commissie economische en monetaire zaken
Rapporteur: Dariusz Rosati

Procedure : 2007/0238(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A6-0232/2008
Ingediende teksten :
A6-0232/2008
Debatten :
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van enkele bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

(COM(2007)0677 – C6‑0433/2007 – 2007/0238(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0677),

–   gelet op artikel 93 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6 0433/2007),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A6-0232/2008),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Wat de bepalingen betreffende de invoer en de plaats van belastingheffing van leveringen van aardgas en elektriciteit betreft, is de bijzondere regeling van Richtlijn 2003/92/EG van de Raad van 7 oktober 2003 tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG met betrekking tot de regels inzake de plaats van levering van gas en elektriciteit niet van toepassing op de levering en invoer van aardgas via gasleidingen die geen deel uitmaken van het distributienetwerk en met name de gasleidingen van het transportnetwerk, via welke nagenoeg alle grensoverschrijdende verrichtingen over de gasleiding lopen. De bijzondere regeling moet derhalve van toepassing worden verklaard op de levering en invoer van aardgas via alle gasleidingen.

(2) De huidige regels garanderen dat de btw op aardgas en elektriciteit wordt geheven op de plaats waar zij daadwerkelijk door de afnemer worden verbruikt. Aldus worden mededingingsverstoringen tussen de lidstaten voorkomen. Wat de bepalingen betreffende de invoer en de plaats van belastingheffing van leveringen van aardgas en elektriciteit betreft, is de bijzondere regeling van Richtlijn 2003/92/EG van de Raad van 7 oktober 2003 tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG met betrekking tot de regels inzake de plaats van levering van gas en elektriciteit niet van toepassing op de levering en invoer van aardgas via gasleidingen die geen deel uitmaken van het distributienetwerk en met name de gasleidingen van het transportnetwerk, via welke nagenoeg alle grensoverschrijdende verrichtingen over de gasleiding lopen. Het toepassingsgebied van de bijzondere regeling is te beperkt is en stemt overeen met de economische realiteit. De bijzondere regeling moet derhalve van toepassing worden verklaard op de levering en invoer van aardgas via alle gasleidingen. Het is verder nodig duidelijkheid te scheppen om te kunnen garanderen dat Richtlijn 2006/112/EG in de hele Europese Gemeenschap consequent wordt toegepast en geïnterpreteerd, in overeenstemming met de definities in artikel 2 van Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas, waarin wordt toegelicht wat wordt bedoeld met het transport en de distributie van gas via pijpleidingen.

__________

1 PB L 176 van 15.7.2003, blz. 57.

Motivering

Verduidelijking van de doelstelling en het toepassingsgebied van de voorgestelde maatregel.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) De bijzondere regeling is evenmin van toepassing op de levering en invoer van aardgas via gastransportschepen, ofschoon dit gas dezelfde eigenschappen heeft als het gas dat via gasleidingen wordt ingevoerd of geleverd en dat het bestemd is om, na hervergassing, via gasleidingen te worden getransporteerd. De bijzondere regeling moet derhalve van toepassing worden verklaard op de levering en invoer van aardgas via gastransportschepen.

(3) De bijzondere regeling is evenmin van toepassing op de levering en invoer van aardgas via gastransportschepen, ofschoon dit gas dezelfde eigenschappen heeft als het gas dat via gasleidingen wordt ingevoerd of geleverd en dat het bestemd is om, na hervergassing, via gasleidingen te worden getransporteerd. De bijzondere regeling moet derhalve van toepassing worden verklaard op de levering en invoer van aardgas via gastransportschepen tussen pijpleidingen.

Motivering

Verduidelijking van de doelstelling en het toepassingsgebied van de voorgestelde maatregel.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) De eerste grensoverschrijdende warmte- of koudenetten zijn reeds in bedrijf gesteld. De problematiek in verband met de levering of invoer van warmte of koude is dezelfde als die in verband met de levering of invoer van aardgas of elektriciteit. De huidige regels garanderen al dat ter zake van aardgas en elektriciteit de btw wordt geheven op de plaats waar zij daadwerkelijk door de afnemer worden verbruikt. Aldus worden mededingingsverstoringen tussen de lidstaten voorkomen. Het is derhalve passend om voor warmte en koude dezelfde regeling toe te passen als voor aardgas en elektriciteit.

(4) De eerste grensoverschrijdende warmte- of koudenetten zijn reeds in bedrijf gesteld. De problematiek die rijst met betrekking tot de levering of invoer van warmte of koude is dezelfde als die met betrekking tot de levering en invoer van aardgas of elektriciteit. Het is derhalve passend om voor warmte en koude dezelfde regeling toe te passen als voor aardgas en elektriciteit.

Motivering

Het is niet nodig het principe van de bijzondere regeling opnieuw te vermelden, aangezien dit afdoende is verduidelijkt in een vorige overweging.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) De ervaring met de recente tenuitvoerlegging van de huidige procedure waarbij de Commissie moet besluiten of er gevaar voor verstoring van de mededinging bestaat door de toepassing van een verlaagd btw-tarief voor aardgas, elektriciteit of stadsverwarming, heeft aangetoond dat deze procedure achterhaald en overbodig is. De regels voor de vaststelling van de plaats van belastingheffing garanderen immers dat de btw wordt geheven op de plaats waar het aardgas, de elektriciteit, de warmte of de koude daadwerkelijk door de afnemer worden verbruikt. Aldus worden mededingingsverstoringen tussen de lidstaten voorkomen. Het blijft evenwel zaak dat de Commissie en de overige lidstaten voldoende worden geïnformeerd wanneer een lidstaat in deze zeer gevoelige sector een verlaagd tarief instelt. Bijgevolg moet worden bepaald dat het btw-comité vooraf dient te worden geraadpleegd.

(6) De ervaring met de recente tenuitvoerlegging van de procedure die is vastgelegd in artikel 102 van Richtlijn 2006/112/EG, waarbij de Commissie moet besluiten of er gevaar voor verstoring van de mededinging bestaat door de toepassing van een verlaagd btw-tarief voor aardgas, elektriciteit of stadsverwarming, heeft aangetoond dat deze procedure achterhaald en overbodig is. De regels voor de vaststelling van de plaats van belastingheffing garanderen immers dat de btw wordt geheven op de plaats waar het aardgas, de elektriciteit, de warmte of de koude daadwerkelijk door de afnemer worden verbruikt, waaruit volgt dat het btw-tarief neutraal is. Aldus worden mededingingsverstoringen tussen de lidstaten voorkomen. Het blijft evenwel zaak dat de Commissie en de overige lidstaten voldoende worden geïnformeerd wanneer een lidstaat in deze zeer gevoelige sector een verlaagd tarief instelt. Bijgevolg moet worden bepaald dat het btw-comité vooraf dient te worden geraadpleegd.

Motivering

Verduidelijking van de doelstelling en het toepassingsgebied van de voorgestelde maatregel.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) De krachtens artikel 171 van het EG-Verdrag opgerichte gemeenschappelijke ondernemingen en andere structuren zijn belast met de uitvoering van het communautaire beleid. Teneinde de gevolgen teniet te doen van belastingheffing die de lidstaat waar de btw verschuldigd is, bevoordeelt maar de andere lidstaten en de Europese Gemeenschappen benadeelt, moet aan de door de Gemeenschappen opgerichte gemeenschappelijke ondernemingen met rechtspersoonlijkheid die daadwerkelijk subsidies ten laste van de algemene begroting ontvangen krachtens Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, vrijstelling van btw op de door hen verrichte aankopen worden verleend.

(7) De krachtens artikel 171 van het EG-Verdrag opgerichte gemeenschappelijke ondernemingen en andere structuren zijn belast met de uitvoering van het communautaire beleid. Teneinde de gevolgen teniet te doen van belastingheffing die de lidstaat waar de btw verschuldigd is, bevoordeelt maar de andere lidstaten en de Europese Gemeenschappen benadeelt, moet aan de door de Gemeenschappen opgerichte gemeenschappelijke ondernemingen met rechtspersoonlijkheid die daadwerkelijk subsidies ten laste van de algemene begroting ontvangen krachtens Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, vrijstelling van btw op de door hen verrichte aankopen worden verleend, op voorwaarde dat zij geen economische activiteit verrichten in de zin van artikel 9, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG.

Motivering

Verduidelijking van de doelstelling en het toepassingsgebied van de voorgestelde maatregel.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) In dit verband dient deze regel te worden toegepast zowel op de onroerende goederen die aan een belastingplichtige worden geleverd als op de met die goederen samenhangende hoofddiensten die hem worden verleend. Deze situaties vormen ook de belangrijkste gevallen, gezien de waarde en de economische levensduur van deze goederen en het feit dat gemengd gebruik van dit soort goederen in de praktijk vaak voorkomt.

(10) In dit verband dient deze regel te worden toegepast zowel op de onroerende goederen die aan een belastingplichtige worden geleverd als op de met die goederen samenhangende hoofddiensten die hem worden verleend, die ingevolge hun economische waarde op één lijn kunnen worden gesteld met de verwerving van onroerende goederen. Deze situaties vormen ook de belangrijkste gevallen, gezien de waarde en de economische levensduur van deze goederen en het feit dat gemengd gebruik van dit soort goederen in de praktijk vaak voorkomt. Kleine herstel- of verbeteringswerkzaamheden, die weinig economische betekenis hebben, moeten daarentegen worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze richtlijn.

Motivering

In de door de Commissie voorgestelde formulering voor deze bepaling ("verwerving, bouw, renovatie of ingrijpende verbouwing van een onroerend goed") worden eenvoudige herstel- of verbeteringswerkzaamheden, die van nature uit weinig economische betekenis hebben, niet uitgesloten van het toepassingsgebied van de bepaling.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 3 bis (nieuw)

Richtlijn 2006/112/EG

Titel V – Hoofdstuk 1 – Sectie 4 – titel

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3 bis) De titel van titel V, hoofdstuk 1, afdeling 4, wordt vervangen door:

 

"Levering van goederen via transmissie- of distributienetwerken"

Motivering

Verduidelijking van de doelstelling en het toepassingsgebied van de voorgestelde maatregel.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Richtlijn 2006/112/EG

Artikel 38 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. In het geval van levering van aardgas via gasleidingen of gastransportschepen, van elektriciteit of van warmte of koude via warmte- of koudenetten aan een belastingplichtige wederverkoper wordt als plaats van deze levering aangemerkt de plaats waar de belastingplichtige wederverkoper de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de goederen worden geleverd, dan wel, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

1. In het geval van levering van aardgas via gasleidingen of gastransportschepen tussen pijpleidingen, van elektriciteit of van warmte of koude via warmte- of koudenetten aan een belastingplichtige wederverkoper wordt als plaats van deze levering aangemerkt de plaats waar de belastingplichtige wederverkoper de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de goederen worden geleverd, dan wel, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

Motivering

Verduidelijking van de doelstelling en het toepassingsgebied van de voorgestelde maatregel.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Richtlijn 2006/112/EG

Artikel 39 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In het geval van levering van aardgas via gasleidingen of gastransportschepen, van elektriciteit of van warmte of koude die niet wordt bestreken door artikel 38, wordt als plaats van deze levering aangemerkt de plaats waar de afnemer het werkelijke gebruik en verbruik van de goederen heeft.

In het geval van levering van aardgas via gasleidingen of gastransportschepen tussen pijpleidingen, van elektriciteit of van warmte of koude die niet wordt bestreken door artikel 38, wordt als plaats van deze levering aangemerkt de plaats waar de afnemer het werkelijke gebruik en verbruik van de goederen heeft.

Motivering

Verduidelijking van de doelstelling en het toepassingsgebied van de voorgestelde maatregel.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 11

Richtlijn 2006/112/EG

Artikel 168 bis – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In geval van verwerving, bouw, renovatie of ingrijpende verbouwing van een onroerend goed wordt de initiële uitoefening van het recht op aftrek, dat ontstaat op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, beperkt naar rato van het werkelijke gebruik van dat goed voor handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat.

In geval van verwerving, bouw, renovatie of ingrijpende verbouwing van een onroerend goed wordt de initiële uitoefening van het recht op aftrek, dat ontstaat op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, beperkt naar rato van het werkelijke gebruik van dat goed voor handelingen waarvoor recht op aftrek bestaat. Kleine herstel- of verbeteringswerkzaamheden moeten worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze bepaling.

Motivering

In de door de Commissie voorgestelde formulering voor deze bepaling ("verwerving, bouw, renovatie of ingrijpende verbouwing van een onroerend goed") worden eenvoudige herstel- of verbeteringswerkzaamheden, die van nature uit weinig economische betekenis hebben, niet uitgesloten van het toepassingsgebied van de bepaling.

TOELICHTING

Achtergrond van het voorstel

Met dit voorstel wil de Commissie een aantal technische verbeteringen aanbrengen in vijf verschillende onderdelen van Richtlijn 2006/112/EG ("de btw-richtlijn"), namelijk:

· verduidelijking van het toepassingsgebied van de bijzondere btw-regeling voor de levering van aardgas, warmte en koude;

· vereenvoudiging van de procedure voor de invoering van verlaagde btw-tarieven voor aardgas, elektriciteit en stadswarmte;

· verduidelijking van de btw-status van gemeenschappelijke ondernemingen die zijn opgericht krachtens artikel 171 van het EG-Verdrag;

· opname van een aantal vrijstellingen uit de toetredingsverdragen met Bulgarije en Roemenië in de tekst van de btw-richtlijn;

· verduidelijking van de regel betreffende het recht op btw-aftrek in geval van verwerving, bouw, renovatie of ingrijpende verbouwing van een onroerend goed.

Aardgas en elektriciteit worden voor btw–doeleinden als goederen beschouwd. Om technische redenen bleek het echter bijzonder moeilijk de plaats van levering van elektriciteit en aardgas vast te leggen. Om dubbele heffing of niet-heffing te vermijden en om een echte interne markt te bekomen, vrij van obstakels voortkomend uit de btw-regeling, werd besloten dat de plaats van levering van gas via distributienetwerken voor aardgas, de plaats zou zijn waar de afnemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd. Er werd eveneens besloten dat de levering van aardgas in het stadium van het eindverbruik, dat wil zeggen door de handelaar en de distributeur aan de eindverbruiker, zou worden belast op de plaats waar de afnemer de goederen daadwerkelijk gebruikt en verbruikt.

Door het beperken van de toepassing tot "distributienetwerken", viel de levering van aardgas via pijpleidingen als gevolg van de gebruikte technische termen buiten het toepassingsgebied van de bijzondere btw-regeling. Praktisch betekent dit dat bijna alle grensoverschrijdende verrichtingen momenteel buiten de bijzondere btw-regeling vallen, die nochtans juist werd uitgewerkt om potentiële verstoringen in het kader van grensoverschrijdende leveringen uit de weg te helpen. De lidstaten passen momenteel de geest van de btw-richtlijn toe, maar niet de letter, en nemen de levering van aardgas via pijpleidingen toch op in het toepassingsgebied van de bijzondere btw-regeling. Deze situatie is niet zoals het hoort en vraagt om een verduidelijking vanwege de wetgever waardoor ondernemers en belastingsinstanties juridische zekerheid wordt verschaft.

De Commissie herinnert er bovendien aan dat de bijzondere btw-regeling voor de levering van aardgas evenmin van toepassing is op de levering en invoer van aardgas via gastransportschepen, ofschoon dit gas dezelfde eigenschappen heeft als het gas dat via pijpleidingen wordt ingevoerd of geleverd en hoewel het bestemd is om, na hervergassing, via pijpleidingen te worden getransporteerd. Een verschillende behandeling is dan ook niet gerechtvaardigd.

Daarenboven zijn de eerste grensoverschrijdende warmte- en koudenetwerken al operationeel, en de problematiek met betrekking tot aardgas (d.i. een goed waarvoor het moeilijk is de plaats van levering te bepalen) rijst eveneens met betrekking tot warmte en koude. Daarom stelt de Commissie voor de levering van warmte en koude via netwerken op een gelijkaardige manier te behandelen als de levering van aardgas.

Krachtens artikel 102 van de btw-richtlijn moet een lidstaat die van plan is een verlaagd btw-tarief toe te passen op de levering van aardgas, elektriciteit, stadswarmte en koude, daarvoor de toestemming vragen van de Commissie, die moet vaststellen of het gevaar bestaat dat de mededinging verstoord wordt. Voor zover de plaats van belastingheffing in het kader van de bijzondere btw-regeling voor de levering van aardgas, elektriciteit, stadswarmte en koude de plaats zal zijn waar deze goederen aan afnemers worden geleverd, zal er geen grensoverschrijdende problematiek ontstaan die aanleiding geeft tot mededingingsverstoringen.

Gemeenschappelijke ondernemingen die zijn opgericht krachtens artikel 171 van het EG-Verdrag ontvangen financiële steun van de EU en zijn vrijgesteld van btw. De lidstaat waar dergelijke ondernemingen gevestigd zijn en waar een aanzienlijk aantal aankopen plaatsvindt, heeft recht op de niet terugvorderbare btw, terwijl alle lidstaten via hun bijdrage tot de EU-begroting nochtans bijdragen tot het financieren van deze gemeenschappelijke ondernemingen. Dit geeft volgens de Commissie aanleiding tot een onevenwichtige situatie waarin de lidstaat waar de gemeenschappelijke onderneming gevestigd is, bevoordeeld wordt. De Commissie stelt voor meer duidelijkheid te scheppen in dit systeem en gemeenschappelijke ondernemingen opgericht krachtens artikel 171 van het EG-Verdrag te behandelen als "internationale organen" in de zin van artikel 141, lid 1, letter b) van de btw-richtlijn.

De btw-richtlijn stelt als algemene regel dat belastingplichtigen het recht hebben btw af te trekken voor zover de goederen en diensten waarop btw betaald is of nog moet betaald worden, gebruikt worden voor verrichtingen waarvoor recht op aftrek bestaat. De toepassing van deze bepaling op de verwerving van onroerend goed dat tegelijk voor zakelijke en niet-zakelijke doeleinden wordt gebruikt, heeft de deur geopend naar situaties waarin de gelijke behandeling van alle belastingplichtigen niet langer gegarandeerd is. Daarom stelt de Commissie voor de regel te verduidelijken door te bepalen dat de uitoefening van het recht op aftrek voor de verwerving van onroerend goed dat tegelijk voor zakelijke en niet-zakelijke doeleinden wordt gebruikt, beperkt blijft tot het deel van het goed dat daadwerkelijk wordt gebruikt voor zakelijke doeleinden.

Mening van de rapporteur

De rapporteur onthaalt het voorstel van de Commissie als een positieve stap in de richting van duidelijkheid en wettelijke zekerheid voor zowel belastingplichtigen als administratieve organen en als een hulpmiddel om een meer evenwichtige toepassing van het principe van gelijke behandeling te garanderen. Bijgevolg steunt de rapporteur de voorstellen van de Commissie.

Niettemin zou de rapporteur de aandacht van de wetgever willen vestigen op een aantal punten in het huidige voorstel waarvoor volgens hem meer verduidelijking nodig is.

· Over de verduidelijking van het toepassingsgebied van de bijzondere btw-regeling voor de levering van aardgas, warmte en koude

De rapporteur is van mening dat het gevaar bestaat dat uit het voorstel niet voldoende duidelijk is wat het toepassingsgebied van de maatregel is. Hij vestigt de aandacht van de wetgever op het feit dat het louter vervangen van de uitdrukking "levering van gas via het aardgasdistributiesysteem" door "levering van aardgas via gasleidingen of via schepen voor aardgastransport" in artikelen 38 en 39 van de btw-richtlijn de ambiguïteit van de tekst niet volledig wegneemt. Ondanks de wijziging van deze uitdrukkingen in de relevante bepalingen, verandert er bovendien niets aan de titel van afdeling 4 van hoofdstuk 1 van titel V, waarin deze bepalingen zijn opgenomen ("Levering van goederen via distributiesystemen"). In antwoord op de ongerustheid die is uitgedrukt over de dekking van de voorgestelde formulering, stelt de rapporteur ten slotte voor te preciseren dat vervoer per schip "tussen pijpleidingen" moet gebeuren. De Raad zou deze gelegenheid moeten aangrijpen om alle ambiguïteit uit de uiteindelijke tekst te weren. Het is daarom aangewezen:

· een specifieke verwijzing op te nemen naar Richtlijn 2003/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en ter afschaffing van Richtlijn 98/30/EG, waarin algemene definities zijn opgenomen van het transport van gas via pijpleidingen en van de distributie van gas;

· de titel van afdeling 4 van hoofdstuk 1 van titel V van de btw-richtlijn te wijzigen, om te garanderen dat hij ook betrekking heeft op de levering van aardgas via transmissie- of distributienetwerken;

· te preciseren dat "transport per schip" verondersteld wordt plaats te vinden tussen pijpleidingen.

· Over de verduidelijking van de regel betreffende het recht op btw-aftrek in geval van verwerving, bouw, renovatie of ingrijpende verbouwing van een onroerend goed

De rapporteur is van mening dat de door de Commissie voorgestelde formulering voor deze bepaling ("verwerving, bouw, renovatie of ingrijpende verbouwing van een onroerend goed"), kleine herstel- of verbeteringswerkzaamheden, die van nature uit weinig economische betekenis hebben, niet uitsluit van het toepassingsgebied van de bepaling. Volgens de rapporteur zou deze bepaling niet mogen leiden tot bijkomende administratieve en bureaucratische vereisten die een negatieve invloed kunnen hebben op kleine en middelgrote ondernemingen. Daarom stelt de rapporteur voor dit onderwerp in de gewijzigde tekst te verduidelijken.

PROCEDURE

Titel

Gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

Document- en procedurenummers

COM(2007)0677 – C6-0433/2007 – 2007/0238(CNS)

Datum raadpleging EP

22.11.2007

Commissie ten principale

               Datum bekendmaking

ECON

29.11.2007

Medeadviserende commissie(s)

               Datum bekendmaking

ITRE

29.11.2007

 

 

 

Geen advies

               Datum besluit

ITRE

18.12.2007

 

 

 

Rapporteur(s)

               Datum benoeming

Dariusz Rosati

11.12.2007

 

 

Behandeling in de commissie

1.4.2008

1.4.2008

6.5.2008

 

Datum goedkeuring

3.6.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mariela Velichkova Baeva, Zsolt László Becsey, Pervenche Berès, Sharon Bowles, Udo Bullmann, David Casa, Manuel António dos Santos, Elisa Ferreira, José Manuel García-Margallo y Marfil, Jean-Paul Gauzès, Donata Gottardi, Dariusz Maciej Grabowski, Benoît Hamon, Karsten Friedrich Hoppenstedt, Othmar Karas, Piia-Noora Kauppi, Wolf Klinz, Christoph Konrad, Guntars Krasts, Kurt Joachim Lauk, Andrea Losco, Astrid Lulling, Florencio Luque Aguilar, Hans-Peter Martin, John Purvis, Alexander Radwan, Bernhard Rapkay, Dariusz Rosati, Eoin Ryan, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Peter Skinner, Margarita Starkevičiūtė, Ivo Strejček, Ieke van den Burg

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Mia De Vits, Harald Ettl, Ján Hudacký, Janusz Lewandowski, Vladimír Maňka, Theodor Dumitru Stolojan