Procedure : 2007/2285(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0256/2008

Ingediende teksten :

A6-0256/2008

Debatten :

PV 24/09/2008 - 17
CRE 24/09/2008 - 17

Stemmingen :

PV 25/09/2008 - 7.6
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0461

VERSLAG     
PDF 157kWORD 117k
18.6.2008
PE 398.631v02-00 A6-0256/2008

over het Witboek over gezondheidsvraagstukken in verband met voeding, overgewicht en zwaarlijvigheid

(2007/2285(INI))

Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Rapporteur: Alessandro Foglietta

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het Witboek over gezondheidsvraagstukken in verband met voeding, overgewicht en zwaarlijvigheid

(2007/2285(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien het Witboek van de Commissie over gezondheidsvraagstukken in verband met voeding, overgewicht en zwaarlijvigheid (COM(2007)0279),

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 1 februari 2007 over bevordering van gezonde diëten en fysieke activiteiten(1),

–   gezien het tweede Europese Actieplan voor voedsel en voedingsbeleid 2007-2012 van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), goedgekeurd door het WHO Regionaal Comité voor Europa in Belgrado, 17-20 september 2007, en het Europees Handvest over het tegengaan van obesitas, goedgekeurd door het Regionaal Bureau van de WHO in 2006,

–   gezien de doelstellingen van de WHO Europese Ministersconferentie, gehouden in Istanboel op 15-17 november 2006, met het Europees Handvest voor bestrijding van obesitas,

–   gezien de wereldstrategie over dieet, lichamelijke activiteit en gezondheid, goedgekeurd door de 57ste Wereldgezondheidsvergadering op 22 mei 2004,

–   gezien de conclusies van de Raad milieu, sociaal beleid, gezondheids- en consumentenzaken van 2 en 3 juni 2005 over "Obesitas, voeding en lichamelijke activiteit",

–   gezien de conclusies van de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken van 5 en 6 december 2007 over de uitvoering van een EU-strategie voor aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties,

–   gezien de conclusies van het Regionale Kantoor van de WHO in Kopenhagen 2006 over "Lichamelijke beweging, gezondheid in Europa: redenen om tot actie over te gaan",

–   gezien het Witboek over sport van de Commissie (COM(2007)0391),

–   gezien het groenboek van de Commissie "Een nieuwe stedelijke mobiliteitscultuur" (COM(2007)0551),

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A6‑0000/2008),

A. overwegende dat overgewicht, zwaarlijvigheid en voedingsgerelateerde ziekten een groeiende epidemie vormen en in hoge mate bijdragen aan de belangrijkste doods- en ziekteoorzaken in Europa,

B.  aangezien wetenschappelijk is aangetoond dat de ernst van aandoeningen die verband houden met het eetpatroon en de mate waarin deze voorkomen voor mannen en vrouwen verschillen,

C. overwegende dat volgens de WHO meer dan 50% van de volwassen Europese bevolking te dik of zwaarlijvig is,

D. overwegende dat meer dan 5 miljoen kinderen zwaarlijvig zijn en bijna 22 miljoen overgewicht hebben en dat deze getallen snel toenemen, zodat naar verwachting in 2010 nog eens 1,3 miljoen kinderen aan overgewicht of zwaarlijvigheid zullen lijden,

E.  overwegende dat jaarlijks tot 7% van de nationale gezondheidsbegrotingen in de EU wordt uitgegeven aan ziekten die samenhangen met zwaarlijvigheid,

F.  overwegende dat aan overgewicht en obesitas gerelateerde ziekten volgens schattingen 6% van de totale overheidsuitgaven voor gezondheidszorg in de Europese Unie veroorzaken; overwegende dat de indirecte kosten die bijvoorbeeld vanwege verminderde productiviteit en ziekteverzuim aan deze aandoeningen zijn verbonden, nog veel hoger zijn,

G. overwegende dat abdominale obesitas door de wetenschap wordt beschouwd als een van de belangrijkste voorspellers voor bepaalde gewichtgerelateerde aandoeningen zijn, zoals hart- en vaatziekten en diabetes type 2,

H. overwegende dat in de kinderjaren ontwikkelde eetgewoonten vaak op latere leeftijd blijven bestaan en overwegende dat onderzoek heeft aangetoond dat zwaarlijvige kinderen een groter risico lopen ook als volwassenen aan obesitas te lijden,

I.   overwegende dat de Europese burgers leven in een milieu waar het makkelijk is dik te worden, waar een zittende levensstijl het gevaar van zwaarlijvigheid heeft doen toenemen,

J.   overwegende dat slechte voedingsgewoonten een grote risicofactor vormt voor andere voedingsgerelateerde ziekten die tot de belangrijkste doodsoorzaken horen, zoals coronaire hartziekten, kankers, suikerziekte en beroertes,

K. overwegende dat het rapport van de WHO uit 2005 over de gezondheid in Europa langs analytische weg aantoont dat een groot aantal sterfgevallen en ziekten veroorzaakt worden door zeven belangrijke risicofactoren, waarvan zes (hoge bloeddruk, cholesterol, de body mass index, onvoldoende consumptie van groenten en fruit, gebrek aan lichaamsbeweging en overmatig alcoholgebruik) samenhangen met voedingsgewoonten en lichaamsbeweging en dat het dus belangrijk is al deze gezondheidsbepalende factoren tegelijk aan te pakken teneinde een aanzienlijk aantal sterfgevallen en ziekten te voorkomen,

L.  overwegende dat lichaamsbeweging, gepaard met een gezonde en evenwichtige voeding, de belangrijkste manier is om overgewicht te voorkomen en met schrik constaterend dat 1 op de 3 Europeanen in zijn vrije tijd helemaal niets aan lichaamsbeweging doet, terwijl de gemiddelde Europeaan meer dan 5 uren per dag zit en dat veel Europeanen geen evenwichtig dieet volgen,

M. overwegende dat abdominale obesitas door deskundigen algemeen wordt beschouwd als belangrijkste oorzaak voor cardiometabolische afwijkingen die de kans op hart- en vaatziekten en diabetes type 2 verhogen,

N. overwegende dat het aantal lesuren voor lichamelijke opvoeding de laatste tien jaar is gedaald, zowel op lagere als op middelbare scholen, en dat op het gebied van voorzieningen en uitrusting grote verschillen bestaan tussen de lidstaten,

O. overwegende dat in het Europees Handvest om obesitas tegen te gaan de WHO het doel heeft vastgelegd om zichtbare vooruitgang te boeken bij bestrijding van zwaarlijvigheid bij kinderen gedurende de komende 4 à 5 jaar, waarbij het doel is om de huidige trend uiterlijk in 2015 te keren,

P.  overwegende dat gezonde voeding bepaalde kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen moet hebben en afgestemd moet zijn op individuele behoeften en altijd in overeenstemming moet zijn met de beginselen van de voedingsleer,

Q. overwegende dat voeding aan de volgende categorieën kwaliteitscriteria dient te voldoen, wil zij geacht worden "gezondheidswaarde" te hebben: 1) nutriëntengehalte en energie-inhoud (voedingswaarde); 2) gezondheids- en toxicologische criteria (voedselveiligheid); 3) natuurlijke voedseleigenschappen ("esthetische/smaak-" en "digestieve2 kwaliteiten); 4) ecologisch karakter van de voedselproductie (duurzame landbouw),

R.  overwegende dat overgewicht en obesitas moeten worden aangepakt met een holistische benadering die verschillende overheidsbeleidsterreinen bestrijkt op verschillende bestuursniveaus, vooral op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau, rekening houdend met subsidiariteit,

S.  overwegende dat niet mag worden voorbijgegaan aan de rol van alcohol, met de daaraan verbonden hoge calorie-inname, en van roken, die allebei de eetlust en de vochthuishouding verstoren en een groot aantal gezondheidsrisico's met zich meebrengen,

T.  gelet op de maatschappelijke dimensie van het probleem, en in het bijzonder op het feit dat de hoogste percentages aan overgewicht en obesitas voorkomen bij de lagere sociaaleconomische groepen; met schrik constaterend dat de ongelijkheid in gezondheid en de sociaaleconomische ongelijkheid kunnen toenemen, met name voor de kwetsbaarste bevolkingsgroepen, zoals gehandicapten,

U. overwegende dat sociaaleconomische ongelijkheden een nieuwe dimensie krijgen door de stijging van de grondstofprijzen (bijvoorbeeld voor granen, boter, melk enz.), die zowel wat betreft het aantal duurder wordende producten als qua hoogte zonder weerga is,

V. overwegende dat de combinatie van hogere grondstofprijzen en het gebrek aan transparantie van de regels voor grootschalige distributie in sommige lidstaten tot prijsverhogingen voor basislevensmiddelen, zoals groenten en fruit en suikervrije zuivelproducten, heeft geleid, die het budget van de meeste huishoudens in de EU uithollen; overwegende dat de EU deze uitdaging het hoofd moet bieden,

W. overwegende dat gehandicapten 15% van de werkende bevolking van de EU uitmaken en overwegende dat onderzoek bovendien heeft uitgewezen dat gehandicapten een groter obesitasrisico lopen als gevolg van een aantal factoren, waaronder pathofysiologische veranderingen van het energiemetabolisme en de constitutie van het lichaam, spieratrofie en gebrek aan lichaamsbeweging,

X. overwegende dat alle breedgeschakeerde initiatieven om de dialoog, de uitwisseling van ervaringen en zelfregulering te verbeteren gestimuleerd moeten worden, bijvoorbeeld door middel van het EU-Platform voor actie over dieet, fysieke activiteit en gezondheid alsook de Werkgroep sport en gezondheid en het EU-Netwerk gezondheidbevorderende fysieke activiteiten (HEPA),

Y. overwegende dat de verschillende traditionele keukens dienen te worden gepromoot als onderdeel van ons cultureel erfgoed, maar dat tegelijkertijd maatregelen moeten worden getroffen om te waarborgen dat de consumenten zich bewust zijn van het effect ervan voor de gezondheid, opdat zij in staat zijn geïnformeerde keuzes te maken,

Z.  overwegende dat consumenten in Europa toegang moeten krijgen tot de nodige informatie om hen in staat te stellen de beste voedingsbronnen voor een optimale voeding te kiezen die is afgestemd op hun individuele levensstijl en gezondheidstoestand,

AA.     overwegende dat de industrie onlangs initiatieven inzake de zelfregulering van reclame heeft genomen die zich bezighouden met de evenwichtigheid en de opzet van reclame voor voedingsmiddelen en dranken; overwegende dat zelfreguleringsmaatregelen van toepassing moeten zijn op alle marketingvormen en in het bijzonder op marketing in het internet en andere nieuwe media; overwegende dat het adverteren voor voedsel ongeveer de helft van de reclame-uitzendingen uitmaakt op de tijden dat kinderen tv kijken en dat duidelijk is aangetoond dat televisiereclame consumptiepatronen van kinderen tussen de 2 en 11 jaar oud op korte termijn beïnvloedt; overwegende dat het Parlement met schrik constateert dat er nieuwe marketingvormen worden gehanteerd met gebruikmaking van alle technologische middelen, in het bijzonder de zogeheten "advergames", o.a. mobieltjes, instant messaging, videospelletjes en interactieve spelletjes op internet, overwegende dat vele levensmiddelenproducenten, reclame- en marketingbureaus en gezondheids- en consumentenorganisaties reeds sterk betrokken zijn bij het Europese actieplatform op het gebied van voeding, lichaamsbeweging en gezondheid en reeds kunnen bogen op succesvolle studies en projecten,

AB.     overwegende dat ondervoeding, waaronder met name ouderen lijden, kosten voor de Europese gezondheidsstelsels veroorzaakt die vergelijkbaar zijn met die van zwaarlijvigheid en overgewicht,

1.  verwelkomt het Witboek over voeding als belangrijke stap in een algemene strategie om een halt toe te roepen aan de toename van zwaarlijvigheid en overgewicht en voedinggerelateerde chronische aandoeningen in Europa aan te pakken, zoals hart- en vaatziekten, waaronder hartaandoeningen en beroertes, alsmede kanker en suikerziekte;

2.  herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om zwaarlijvigheid te erkennen als chronische aandoening; is van mening dat moet worden gewaakt voor stigmatisering van individuen of groepen mensen die kwetsbaar zijn voor gezondheidsproblemen die samenhangen met voeding, overgewicht en zwaarlijvigheid vanwege culturele factoren, ziektes als suikerziekte of pathologische consumptie, zoals anorexia of bulimia, en raadt de listaten aan erop toe te zien dat deze mensen toegang hebben tot een goede behandeling in het kader van het nationale gezondheidszorgstelsel;

3.  beschouwt een alomvattende aanpak op meerdere niveaus als de beste manier om zwaarlijvigheid bij de EU-bevolking te bestrijden en wijst op het bestaan van vele Europese programma's (op het gebied van onderzoek, gezondheid, onderwijs, levenslang leren) die ons kunnen helpen deze plaag aan te pakken;

4.  is van mening dat beleid gericht op voedselkwaliteit een belangrijke bijdrage kan leveren aan de bevordering van de gezondheid en de vermindering van obesitas en dat begrijpelijke informatie op de etiketten de sleutel is voor consumenten om een keuze te kunnen maken tussen goede, betere en minder goede voeding;

5.  hecht zijn goedkeuring aan de oprichting van een groep op hoog niveau voor voeding en lichaamsbeweging en van Europese systemen voor gezondheidsonderzoek die fysieke en biologische gegevens verzamelen, zoals het gezondheidsonderzoek (HES) en de Europese gezondheidsenquête (EHIS), als doeltreffende instrumenten voor beleidsmakers en alle betrokken actoren, ter vergroting van de kennis en de uitwisseling van beste praktijken bij de bestrijding van zwaarlijvigheid;

6.  verzoekt de Commissie een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen te waarborgen binnen de toekomstige werkgroep op hoog niveau voor voeding en lichaamsbeweging, zodat problemen gerichter kunnen worden aangepakt en betere oplossingen kunnen worden geboden voor mannen enerzijds en vrouwen anderzijds;

7.  erkent de belangrijke rol en effectiviteit van zelfregulering bij de bestrijding van zwaarlijvigheid; benadrukt de noodzaak van duidelijke en concrete doelen voor alle betrokken partijen en van onafhankelijke controle van deze doelen; stelt vast dat regelgeving soms nodig is om concrete en wezenlijke veranderingen in alle sectoren te verwezenlijken, met name met betrekking tot kinderen, ter waarborging van consumentenbescherming en hoge volksgezondheidsnormen; neemt met belangstelling kennis van de 203 doelstellingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europese actieplatform op het gebied van voeding, lichaamsbeweging en gezondheid, gericht op wijziging van de samenstelling van producten, vermindering van op kinderen gerichte reclame en etikettering ter bevordering van een evenwichtige voeding; is van mening dat het lidmaatschap van het forum moet worden uitgebreid tot producenten van computerspelletjes en consoles, alsmede tot internetproviders;

8.  roept echter op tot tastbaarder maatregelen, vooral gericht op kinderen en risicogroepen;

9.  dringt er bij de Commissie op aan om voor een meer holistische benadering inzake voeding te kiezen en om op het gebied van voeding en gezondheid, naast obesitas, prioriteit te geven aan malnutritie en dit onderwerp waar mogelijk op te nemen in door de EU gefinancierde onderzoeksinitiatieven en partnerschappen op EU-niveau;

10. is van mening dat Europese consumenten toegang moeten hebben tot de nodige informatie om de beste bronnen van voedingsstoffen te kunnen kiezen die zij nodig hebben om een optimaal voedingspatroon te bereiken en te handhaven dat het best is toegesneden op hun individuele leefstijl en gezondheidstoestand; is van mening dat meer aandacht besteed moet worden aan het verbeteren van de gezondheidsvaardigheden van de burgers om hen in staat te stellen doeltreffende beslissingen te nemen over hun eigen voeding en die van hun kinderen; is van mening dat het informeren en voorlichten van ouders inzake voedingskwesties uitgevoerd moet worden door daarvoor geschikte professionals (onderwijzers, organisatoren van culturele evenementen, gezondheidswerkers) op daarvoor geschikte locaties; is ervan overtuigd dat voorlichting aan de consument, voedingsonderwijs en etikettering van levensmiddelen tegemoet komt aan de wensen van de consumenten zelf;

11. wijst in dit kader op het belang van de inbedding van een toekomstig programma voor schoolfruit in een breder educatief concept, bijvoorbeeld via lessen over voeding en gezondheid op basisscholen;

12. benadrukt de essentiële rol van vrouwen in het eetpatroon van het gezin en hun doorslaggevende bijdrage aan de bestrijding van overgewicht, aangezien zij in de meeste gezinnen bepalen wat er wordt gegeten;

13. roept lidstaten, regio’s en lokale actoren op een proactievere benadering te hanteren door de ontwikkeling van "activiteitenvriendelijke gemeenschappen", met name in het kader van stadsplanning, om gemeenten meer mogelijkheden te laten bieden voor dagelijkse lichamelijke oefening en door lokale faciliteiten aan te bieden om personen te motiveren fysieke activiteiten te ontplooien in hun vrije tijd; is van mening dat dit kan worden verwezenlijkt door lokale maatregelen te treffen ter vermindering van de afhankelijkheid van auto’s en ter bevordering van wandelen, en door op verstandige wijze de ontwikkeling van industriële en woongebieden te vermengen, door openbaar vervoer te bevorderen, alsmede parken en toegankelijke sportfaciliteiten, fietspaden en voetgangersoversteekplaatsen; verzoekt gemeenten een netwerk te bevorderen van "steden voor een gezonde levenswijze" voor het opzetten van gemeenschappelijke acties ter bestrijding van zwaarlijvigheid;

14. moedigt de lidstaten aan het concept van "actief forensen" in te voeren voor schoolkinderen en werknemers; moedigt de lokale overheden bij de evaluatie van stedelijk vervoer en stedelijke planning prioriteit te geven aan dit concept;

15. wijst erop dat de terbeschikkingstelling van natuurbelevingsterreinen voor kinderen hun een alternatief biedt voor traditionele vrijetijdsbestedingen en tegelijkertijd de verbeeldingskracht, creativiteit en ontdekkingsdrift bevordert;

16. vraagt sportverenigingen bijzondere aandacht te besteden aan het feit dat jonge meisjes na de puberteit vaak stoppen met sporten; wijst erop dat deze verenigingen een belangrijke rol te vervullen hebben om de interesse van jonge meisjes en vrouwen voor verschillende vormen van sport vast te houden;

17. benadrukt het feit dat de Europese Unie het voortouw moet nemen bij het opzetten van een gemeenschappelijke benadering en het bevorderen van coördinatie en beste praktijken tussen lidstaten; is ervan overtuigd dat een belangrijke Europese toegevoegde waarde verwezenlijkt kan worden op gebieden als consumenteninformatie, voedingsvoorlichting, reclame, landbouwproductie en etikettering van levensmiddelen, met name met een aanduiding van het gehalte aan transvetten; roept op tot het ontwikkelen van Europese indicatoren als taille-omvang en andere risicofactoren met betrekking tot zwaarlijvigheid (in het bijzonder abdominale obesitas);

18. benadrukt dat de particuliere sector een rol kan spelen bij de vermindering van zwaarlijvigheid door nieuwe en gezondere producten te ontwikkelen; is echter van mening dat meer moet worden gedaan ter aanmoediging van de particuliere sector tot het ontwikkelen van systemen voor duidelijke informatie en het verbeteren van de etikettering, om consumenten in staat te stellen met kennis van zaken te kiezen;

Onze prioriteit: kinderen

19. verzoekt de Commissie en alle betrokkenen om de bestrijding van zwaarlijvigheid vanaf de vroegste levensfases als prioriteit te nemen, gezien het feit dat in de kinderjaren ontwikkelde eetgewoonten vaak nog lang daarna blijven bestaan;

20. verzoekt om voorlichtingscampagnes om de bewustmaking te versterken bij zwangere vrouwen over het belang van een evenwichtig dieet, met een optimale inname van bepaalde voedingsstoffen tijdens de zwangerschap, en om vrouwen en hun partners bewust te maken van het belang van borstvoeding; herinnert eraan dat borstvoeding en uitstel van het spenen tot de baby zes maanden oud is, het vertrouwd maken van het kind met gezonde voeding en het afmeten van de porties kunnen helpen voorkomen dat kinderen aan overgewicht of zwaarlijvigheid lijden; beklemtoont desalniettemin dat borstvoeding niet de enige manier is om zwaarlijvigheid te bestrijden, maar dat evenwichtige eetgewoonten over een lange periode worden aangeleerd; benadrukt dat bewustmakingscampagnes erop moeten wijzen dat borstvoeding een privéaangelegenheid is, en rekening moeten houden met de vrije wil en keuze van vrouwen;

21. wijst de lidstaten erop dat nationale zorginstellingen specifiek voedingsadvies moeten bevorderen aan zwangere vrouwen en vrouwen die in de menopauze verkeren, aangezien zwangerschap en menopauze twee cruciale fasen zijn in een vrouwenleven, waarin zich een groter risico voordoet van overgewicht;

22. verzoekt de lidstaten om richtlijnen voor te stellen, opgesteld door deskundigen, over verbetering van de fysieke activiteit al voordat een kind naar school gaat en om voedingseducatie al in dit vroege stadium te bevorderen;

23. is van mening dat vooral op scholen maatregelen moeten worden genomen opdat fysieke activiteit en evenwichtige voeding onderdeel worden van het gedrag van een kind; verzoekt de groep op hoog niveau voor voeding en lichaamsbeweging om richtsnoeren te ontwikkelen voor voedingsbeleid op school en bevordering van voedingseducatie, alsmede voor het voortzetten van een dergelijke educatie in de periode na school; verzoekt de lidstaten de voordelen van een evenwichtige voeding en lichamelijke activiteiten op te nemen in de lesplannen;

24. verzoekt bovendien de lidstaten, lokale instanties en schoolautoriteiten de kwaliteit en voedingswaarde van school- en kleuterschoolmaaltijden te controleren en te verbeteren, onder meer door middel van specifieke richtsnoeren en training voor cateringpersoneel, kwaliteitscontrole van cateraars en richtsnoeren voor gezonde voeding in kantines; onderstreept het belang van de aanpassing van de grootte van porties aan de behoeften en van het toevoegen van fruit en groente aan de maaltijden; dringt aan op meer voedingsonderwijs inzake een evenwichtige voeding en wenst een vermindering te zien van de verkoop in scholen van levensmiddelen en dranken met een hoog vet-, zout- of suikergehalte en weinig voedingswaarde; pleit in plaats daarvan voor het beschikbaar stellen van vers fruit en groente op verkooppunten; verzoekt de bevoegde autoriteiten erop toe te zien dat minstens drie lesuren per week gewijd zijn aan lichamelijke oefening, overeenkomstig de doelstellingen van het “Witboek over sport” en verzoekt die autoriteiten plannen op te stellen voor de bouw van nieuwe openbare sportfaciliteiten die toegankelijk zijn voor gehandicapten, en de bestaande sportfaciliteiten in scholen te behouden; verwelkomt een mogelijk “schoolfruit”-project dat financieel gesteund wordt door de EU, analoog aan het lopende schoolmelkprogramma; roept op tot het vinden van oplossingen om de gratis verstrekking van fruit en groente op scholen en liefdadigheidsinstellingen in 2008 voort te zetten, zoals verzocht door een aantal lidstaten, in afwachting van de start van het schoolfruitproject op 1 januari 2009;

25. verzoekt de lokale autoriteiten van de lidstaten de beschikbaarheid en betaalbaarheid van recreatiefaciliteiten te bevorderen en te stimuleren dat in de plaatselijke omgeving mogelijkheden worden gecreëerd die mensen ertoe motiveren in hun vrije tijd aan lichaamsbeweging te doen;

26. verzoekt lidstaten, lokale instanties en schoolleidingen erop toe te zien dat gezonde producten aanwezig zijn in de automaten op scholen; is van mening dat sponsoring door en reclame voor zogeheten HSSF-producten (hoog gehalte van suiker, zout en vet) met een lage voedingswaarde in scholen pas mag plaatsvinden na een verzoek hiertoe bij en de uitdrukkelijke toestemming van de schoolleiding en moet worden gecontroleerd door scholieren- en ouderverenigingen; is van mening dat sportorganisaties en –ploegen een voorbeeld moeten stellen op het gebied van beweging en gezonde voeding en verzoekt om een vrijwillige toezegging door alle sportorganisaties en –ploegen om een evenwichtige voeding en lichamelijke activiteit, met name door kinderen, te bevorderen; gaat ervan uit dat alle sportorganisaties en -ploegen een evenwichtige voeding en lichaamsbeweging bevorderen; benadrukt bovendien dat de Europese sportbeweging niet verantwoordelijk mag worden gesteld voor overgewicht en obesitas in Europa;

27. is verheugd over de hervorming van de gemeenschappelijke marktordening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) die het mogelijk moet maken dat er meer fruit en groente op scholen wordt verstrekt, mits er toezicht is op de kwaliteit en de chemische veiligheid van deze producten;

28. dringt er bij de EU, en met name bij de Raad ECOFIN, op aan flexibeler om te gaan met het verzoek van de lidstaten om het verlaagde BTW-tarief te mogen toepassen op producten die in dringende sociale, economische, ecologische of gezondheidsgerelateerde behoeften voorzien; roept in dit verband de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan het BTW-tarief voor groenten en fruit te verlagen, herinnerend aan het feit dat de Gemeenschapswetgeving dit toelaat; verzoekt daarnaast om een wijziging van de geldende communautaire wetgeving om op groenten en fruit een zeer laag BTW-tarief (van minder dan 5%) te kunnen toepassen;

29. is verheugd over EU-initiatieven zoals het opzetten van de website "EU-minichefs" en de "Europese dag voor gezond voedsel en koken" op 8 november 2007; beveelt aan om voorlichtingscampagnes te houden ter bevordering van de bewustwording van het verband tussen energierijke producten en de hoeveelheid tijd die nodig is om deze calorieën met fysieke inspanningen af te breken;

Geïnformeerde keuzes en de beschikbaarheid van gezondheidsproducten

30. is van mening dat een wijziging van de samenstelling van producten een krachtig instrument is met het oog op het terugdringen van de inname van vetten, suiker en zout in onze voeding en moedigt voedselproducenten aan verder te gaan met de wijziging van de samenstelling van levensmiddelen met veel energie en een lage voedingswaarde, teneinde het gehalte aan vet, suiker en zout te verlagen en het gehalte aan vezels, fruit en groente te verhogen; verwelkomt vrijwillige afspraken tussen producenten om voedingscriteria vast te stellen voor de samenstelling van levensmiddelen;

31. benadrukt dat voedingsetikettering verplicht dient te worden gesteld en duidelijk moet zijn om consumenten te helpen voor gezonde voeding te kiezen; beveelt derhalve aan de consumenten in staat te stellen het voedingsgehalte van verschillende levensmiddelen te vergelijken; is van mening dat de in het kader van de voedseletikettering vermelde waarden per 100g/100ml moeten worden aangegeven;

32. roept op tot een Europees verbod op kunstmatige transvetzuren en dringt er bij de lidstaten van de EU op aan de inhoud van stoffen (zoals zout) in levensmiddelen te controleren, en roept de Commissie op een programma op te stellen voor de uitwisseling van beste praktijken in de lidstaten; wijst erop dat een speciale uitzondering moet worden gemaakt voor PDO (beschermde oorsprongsbenaming), PGI (beschermde geografische aanduiding), TSG (gegarandeerde traditionele specialiteit) en andere soorten traditionele producten, teneinde oorspronkelijke recepten te behouden; heeft met het oog hierop hoge verwachtingen van het toekomstige groenboek inzake kwaliteitsbeleid in de landbouw in termen van betere kwaliteit en PGI-regelingen;

33. verzoekt om een analyse van de rol van smaakversterkers zoals glutamaten, guanylaten en inosinaten, die in zeer grote hoeveelheden aanwezig zijn in een groot aantal voedingsmiddelen, en vooral in bereide gerechten en industrieel geproduceerde voedingsmiddelen, zodat de invloed daarvan op het consumptiegedrag kan worden bepaald;

34. benadrukt dat een buitensporige consumptie van transvetzuren (meer dan 2% van de totale energie-inname) volgens de huidige stand van de wetenschap verbonden is met duidelijk hogere cardiovasculaire risico's; betreurt het derhalve ten zeerste dat tot dusver geen enkele Europese regering maatregelen heeft getroffen ter vermindering van de cumulatieve blootstelling van de Europese burgers aan kunstmatige transvetzuren en verzadigde vetzuren, die in tal van verwerkte producten met een lage voedingswaarde voorkomen;

35. onderstreept dat industrieel verwerkte transvetzuren een aangetoond, ernstig en onnodig risico voor de gezondheid van de Europese bevolking vormen en dienen te worden aangepakt middels een daartoe geschikt wetgevingsinitiatief dat erop is gericht de industriële verwerking van transvetzuren in voedingsmiddelen op doeltreffende wijze uit te bannen;

36. verzoekt de industrie om de eenpersoonsporties te herzien, met een breder scala aan keuzemogelijkheden voor kleine porties;

37. is ingenomen met het nieuwe voorstel van de Commissie voor een herziening van Richtlijn 90/496/EEG van de Raad van 24 september 1990 inzake de voedingswaarde-etikettering van levensmiddelen; dringt er bij de Commissie op aan te waarborgen dat etikettering zichtbaar, duidelijk en begrijpelijk is voor de consument, met inbegrip van een verplichte voedingsetikettering op de voorkant van de verpakking, met gebruikmaking van een kleurcode;

38. verzoekt de Commissie voorts een uitvoerig onderzoek in te stellen naar het gezondheidseffect van het GLB, teneinde te evalueren of het beleid kan worden aangepast ter bevordering van de verbetering van eetgewoonten in Europa;

Media en reclame

39. verzoekt de mediasector om in samenwerking met de lidstaten en sportorganisaties in alle media meer prikkels te geven voor meer lichaamsbeweging en de beoefening van sport;

40. is doordrongen van het belang van de media bij het informeren, voorlichten en overreden in verband met een gezond evenwichtig dieet, alsmede van de rol van de media bij het creëren van stereotypes en lichaamsbeelden; beschouwt de vrijwillige benadering, waarvoor wordt gekozen in het voorstel voor een richtlijn over "Audiovisuele mediadiensten zonder grenzen", over reclame voor voedingsmiddelen met lage voedingswaarde gericht op kinderen, als stap in de goede richting, die specifiek moet worden gecontroleerd, en verzoekt de Commissie striktere voorstellen te doen indien bij de herzien van de richtlijn in 2010 blijkt dat de vrijwillige benadering op dit gebied heeft gefaald; roept de lidstaten en de Commissie op mediadienstverleners aan te moedigen gedragscodes te ontwikkelen met betrekking tot ongepaste commerciële mededelingen inzake voedingsmiddelen en dranken en dringt er bij exploitanten op aan concrete actie op nationaal niveau te ondernemen om deze richtlijn te implementeren en te versterken;

41. roept de sector op extra terughoudend te zijn bij het maken van reclame voor voedingsmiddelen specifiek gericht op kinderen; verzoekt om de invoering van beschermde tijden en van beperkingen voor de reclame voor ongezond voedsel, specifiek gericht op kinderen; is van mening dat dergelijke beperkingen ook moeten gelden voor nieuwe vormen van media, zoals online spelletjes, pop-ups en sms- en chatverkeer;

Gezondheidszorg en onderzoek

42. erkent dat gezondheidswerkers, met name kinderartsen en apothekers, zich bewust moeten zijn van hun belangrijke rol bij de vroege identificatie van patiënten die het gevaar lopen te lijden aan overgewicht en aandoeningen aan hart en bloedvaten, en is van mening dat zij belangrijke actoren moeten zijn bij de bestrijding van de overgewicht-epidemie en niet-besmettelijke ziekten; roept derhalve de Commissie op antropometrische indicatoren en richtsnoeren te ontwikkelen inzake cardiometabolische risicofactoren die verband houden met zwaarlijvigheid; benadrukt het belang van het uitvoeren van systematische antropometrische routinemetingen in combinatie met screening op andere cardiometabolische risicofactoren, teneinde de comorbiditeit van overgewicht/zwaarlijvigheid op het niveau van de primaire gezondheidszorg te kunnen evalueren;

43. wijst op het probleem van ondervoeding, een toestand waarin een deficiëntie, een overmaat of een onevenwichtigheid van voedselopname meetbare ongunstige gevolgen heeft voor weefsel, lichaamsvorm en -functie; wijst er voorts op dat ondervoeding een zware last is voor zowel individueel welbevinden als voor de samenleving met name de gezondheidszorg en dat het leidt tot verhoogde mortaliteit, langere ziekenhuisverblijven, verhoogde complicaties en verminderde levenskwaliteit voor patiënten; herinnert eraan dat extra ziekenhuisdagen en behandeling van complicaties als gevolg van ondervoeding miljarden euro´s publiek geld per jaar kosten.

44. wijst erop dat naar schatting 40% van de ziekenhuispatiënten en 80% van de bewoners van bejaardentehuizen ondervoed zijn; verzoekt de lidstaten de kwantiteit en de kwaliteit van de voeding in ziekenhuizen en bejaardentehuizen te verbeteren, opdat de opnameduur in ziekenhuizen kan worden verminderd;

45. is overtuigd van het nut van volledige erkenning van de vakbekwaamheid van medische professionals als "klinische diëtisten" alsook "voedingsdeskundigen";

46. roept de Commissie op de beste medische praktijken te stimuleren, bijvoorbeeld door middel van het Gezondheidsforum van de EU, alsmede door voorlichtingscampagnes over de gevaren van zwaarlijvigheid en abdominale obesitas, met bijzondere aandacht voor cardiovasculaire risico's; dringt er bij de Commissie op aan informatie te verstrekken over de gevaren van thuisdiëten, vooral wanneer deze gepaard gaan met het gebruik van slankheidsmiddelen zonder medisch voorschrift; roept de Commissie op meer aandacht te besteden aan problemen van ondervoeding, ontoereikende voeding en uitdroging;

47. dringt er bij de lidstaten op aan dat Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen(2) wordt toegepast;

48. roept de Commissie en de lidstaten op onderzoek te financieren naar het verband tussen zwaarlijvigheid en chronische aandoeningen als kanker en suikerziekte, aangezien epidemiologisch onderzoek de factoren moet vaststellen die het meest verband houden met de toename van het verschijnsel zwaarlijvigheid, zoals de identificatie en evaluatie van multivariabele biomarkers in bepaalde subgroepen van de bevolking, teneinde inzicht te krijgen in de biologische mechanismen die ten grondslag liggen aan zwaarlijvigheid; verzoekt tevens om studies waarin de effectiviteit van verschillende behandelingen wordt vergeleken en geëvalueerd, met inbegrip van psychologisch onderzoek; verzoekt de lidstaten een systeem op te zetten ter waarborging van de toegang tot een kwalitatief hoogstaande verrichting van diensten ter voorkoming, screening en beheersing van overgewicht, zwaarlijvigheid en daarmee verband houdende chronische aandoeningen;

49. is verheugd dat suikerziekte en zwaarlijvigheid zijn opgenomen als prioriteiten in het 7de Kaderprogramma (FP7) voor gezondheid;

50. pleit voor verder wetenschappelijk onderzoek naar en screening van abdominale obesitas in de context van het FP7;

51. verzoekt de Commissie om Europa-wijde voorlichtingscampagnes te bevorderen die zijn gericht op het algemene publiek en met name op beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, om het bewustzijn voor de risico's van abdominale obesitas te vergroten;

52. roept ertoe op terdege rekening te houden met voedingsaspecten bij alle Europese beleidsmaatregelen en acties;

-o0o-

53. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de kandidaat-lidstaten en de Wereldgezondheidsorganisatie.

(1)

PB C 250 E van 25.10.2007, blz. 93.

(2)

PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51.


TOELICHTING

Het probleem van overgewicht en zwaarlijvigheid heeft op wereldniveau het karakter aangenomen van een echte epidemie met ernstige gevaren voor de gezondheid van de mens.

Daarom moeten wij op alle niveaus initiatieven nemen om dit verschijnsel de kop in te drukken. Het moet een prioriteit zijn op internationaal, Europees, nationaal en plaatselijk niveau om de strijd aan te binden met zwaarlijvigheid, vooral bij kinderen, door gemeenschappelijke maatregelen op scholen, binnen het gezin alsook het inschakelen van de productie, gezondheids- en maatschappelijke sector.

Zwaarlijvigheid is een van de voornaamste doodsoorzaken; het houdt vooral verband met allerlei chronische ziektes, zoals suikerziekte type 2, hart- en vaatziektes, infarcthypertensie en sommige tumoren.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie lijdt meer dan 1 miljard mensen aan overgewicht en meer dan 300 miljoen mensen zijn te dik. In Europa is het verschijnsel nog verontrustender: meer dan de helft van de bevolking lijdt aan overgewicht en ongeveer 6% van de gezondheidsuitgaven hangt direct samen met zwaarlijvigheid.

Het aantal kinderen dat te dik is, stijgt snel (22 miljoen kinderen in Europa zijn te dik); het is wenselijk om de nodige aandacht te besteden aan het door de WHO gestelde doel om een halt te roepen aan de stijging van het obesitaspercentage de komende vier of vijf jaar en om de trend in 2015 te keren.

Ik ben overtuigd van de toegevoegde waarde die Europa kan hebben bij het coördineren van de Europese beleidsvormen ter bestrijding van de obesitas. Ik vind dat er belangrijke vooruitgang kan worden geboekt door het zoeken naar en het uitwisselen van goede praktijken op Europees niveau.

Daarom ben ik zeer ingenomen met het initiatief van de Commissie om een route uit te stippelen ter bestrijding van obesitas via alle beleidsvormen. Deze route houdt rekening met de verschillende niveaus van governance. Ook het inschakelen van de particuliere sector bij de bestrijding van zwaarlijvigheid lijkt essentieel voor een efficiënte aanpak van de problematiek.

Ook rekening houdend met het advies van het Parlement in zijn resolutie over het Witboek (P6_TA(2007)0019) meen ik dat de tekst van het Witboek concreter zou moeten zijn vooral bij het aansporen tot wettelijke maatregelen op Europees niveau die, wanneer zij meer worden aangescherpt, zouden kunnen bijdragen aan de bestrijding van zwaarlijvigheid.

Ik ben het ermee eens dat de met multisectoriale samenwerking met de productiesectoren opgedane ervaringen belangrijke resultaten kunnen afwerpen. De weg die de Commissie volgt met het initiatief over het Europees actieplatform voor het dieet, fysieke activiteit en gezondheid, is stellig een belangrijke stap op de weg naar inschakeling van de gehele sector bij de tenuitvoerlegging van praktijken die een grotere aandacht kunnen bevorderen bij het evalueren van de caloriehoeveelheid van de producten. Ik ben evenwel van mening dat dit voorstel onvoldoende is. Ik denk dat het voorstel om zich nog eens te buigen over de effectiviteit van de benadering in het jaar 2010, niet voldoet aan de doelstelling om de zwaarlijvigheidspercentages te verminderen bij kinderen voor de komende vijf jaren, zoals voorgesteld door de WHO in het tweede Europees actieplan voor bestrijding van zwaarlijvigheid 2007-2012.

Volgens het jaarverslag van het Europees actieplatform 2007 zijn de 31 leden van het platform bezig met 203 programmatische toezeggingen. Wanneer we kijken naar de toezeggingen (34% van de producenten, 24% door NGO's en 14% door de distributiesector) betreft het leeuwedeel het "bevorderen van een model voor een gezond leven", "educatie en voeding", "fysieke activiteit".

De toezeggingen over de etikettering van voedingsproducten (17%) en adverteren en marketing (11%) zijn belangrijk. Ik denk dat daar interessante suggesties kunnen worden gedaan als basis voor een broodnodige bindende wetgeving op Europees niveau die iets doet aan de bepalingen voor de etikettering van voedingsmiddelen en reclame.

Zoals geconstateerd door de vertegenwoordigers van de Commissie zou het belangrijk zijn dat ook sportorganisaties een woordje meespreken in het Europees actieplatform. Mede door zich vast te leggen dat zij sponsoring zullen weigeren van calorierijke producten.

Volgens de lijnen van deze vrijwillige benadering meent uw rapporteur dat het toe te juichen is wanneer er een "high level group on nutrition and physical activity" wordt opgericht daarbij de lidstaten ervaringen kunnen uitwisselen en goede praktijken kunnen bevorderen. Een beleid om de inhoud van voedingsstoffen te verminderen, wanneer deze worden verstrekt in te grote doses, zodat zij schadelijk zijn voor de gezondheid, moet zo snel mogelijk worden bevorderd: ik denk bijvoorbeeld aan de Deense wet uit 2003 die de inhoud van transvetten in voedsel beperkt tot 2%; die 2% is door veel Europese afgevaardigden aangewezen als doelstelling die in alle landen van de Unie zou moeten worden nagestreefd. Ook het beleid om het zoutgehalte terug te dringen, bijvoorbeeld in Ierland gepromoot door de Autoriteit voor voedselveiligheid (FSAI) met als doel dat iemand voor het jaar 2010 dagelijks niet meer dan 6 gram zout binnenkrijgt. In de werkgroep op hoog niveau kunnen ervaringen worden uitgewisseld tussen alle lidstaten.

Maatschappelijke aspecten

Voedingsarmoede, ondervoeding en zwaarlijvigheid vormen even zoveel aspecten die zonder meer samenhangen met kosten, toegankelijkheid en kennis. Ook moet men bedenken dat de prijs van bepaalde voedselproducten vaak omgekeerd evenredig is aan hun kwaliteit.

Het is niet toevallig dat vooral bij vrouwen uit minder bevoorrechte lagen van de bevolking zwaarlijvigheid ongeveer zes keer zo groot is als bij vrouwen van dezelfde leeftijd die behoren tot de meer welvarende kringen.

Het valt moeilijk te ontkennen dat de voorkeur voor energierijk voedsel dat arm is aan voedingssubstanties, maar al te vaak wordt bepaald door economische motieven.

Daarom ben ik van mening dat er behoefte bestaat aan hulp in de vorm van aankoopbonnen die bestemd zijn voor kansarmen. In de armste delen van de stad moet gedacht worden aan het oprichten van verkoopplaatsen voor gezonde producten (vooral fruit en groente) tegen een "maatschappelijk verantwoorde" prijs met alle garanties voor kwaliteit en voedingsveiligheid.

Kinderen

Een van de prioriteiten van het Witboek moet zijn zwaarlijvigheid bij kinderen terug te dringen. Het is belangrijk onze generaties een gezonde toekomst te schenken.

Het belang van borstvoeding, educatie over voedselkeuze en vooral fysieke activiteiten (al voordat een kind naar school gaat) zijn bepalende factoren voor een gezonde ontwikkeling.

De voornaamste taak bij opvoeding (ook op voedselgebied) ligt bij ouders en gezin; daarom moeten er specifieke voorlichtingscampagnes worden gevoerd door de nationale gezondheidsautoriteiten, de plaatselijke gezondheidszorg alsook de productiesector.

Omdat kinderen steeds langer op school zitten, kan hier de focus liggen voor een geïntegreerde aanpak van de bestrijding van obesitas.

Vooral zouden de lidstaten het verplicht moeten stellen dat kinderen per dag 30 minuten aan lichamelijke opvoeding besteden, zoals aanbevolen door de WTO. Dit kan wanneer er voldoende lichamelijke-opvoedingonderwijs per dag wordt aangeboden.

Tevens moet worden opgetreden via: herziening van porties en kwaliteits- en voedingscontrole op schoolmaaltijden; het gebruik van de mensa als een plek waar kennis kan worden verspreid over een goede voedingseducatie; het ter beschikking stellen van structuren voor fysieke inspanning, ook tijdens recreatie (schoolplein, sportzalen die ook buiten de schooltijden toegankelijk zijn); het aandacht besteden in het kader van het biologieonderwijs aan het bestuderen van en begrip voor voeding en de voedingsprocessen; het verbieden van de verkoop van vette, zoute of al te zoete producten in schoolkantines en vooral in de automaten; dienstverlening door scholen voor studenten om te voet van en naar school en in school te gaan.

Het zou van belang zijn dat er op scholen en ook op werkplekken een voedings- en dieetmedicus aanwezig is.

Ook vind ik het van belang dat voorkomen wordt dat er enige vorm van reclame wordt gemaakt voor ongezonde voedingsmiddelen, mede in de vorm van sponsoring van events of het aanbieden van dit soort producten voor de school.

Uw rapporteur kijkt met zorg naar bepaalde voorbeelden van scholen, vooral buiten Europa, waar lichaamsomvang (BMI) van een kind direct deel is gaan uitmaken van de uiteindelijke beoordeling van een kind. Dit idee leidt volgens mij tot te grote stigmatisering van het verschijnsel dikte en tot discriminatie van kinderen die al sociale problemen hebben vanwege hun overgewicht.

Het is veel nuttiger om kinderen zover te krijgen dat zij actief deel gaan uitmaken van een proces dat hen voert naar juiste voeding.

Ik vind het eveneens belangrijk dat de industrie zich vrijwillig ertoe verplicht om het aantal calorieën te verminderen en ook iets te doen aan de omvang van porties voedsel die in de eerste plaats voor kinderen zijn bestemd.

In verband met de wijziging van de verordening voor health claims wil ik er de nadruk op leggen dat ik het van essentieel belang vind dat etikettering van voedingsproducten die bestemd zijn voor kinderen, wetenschappelijk wordt beoordeeld, waarbij door de EFSA en de Commissie absolute prioriteit wordt verleend aan het voorkomen dat producten met onechte etiketten worden aangebracht op niet-uitgebalanceerd voedsel; vanuit voedingsoogpunt moet voedsel worden bevorderd door juiste gezondheidsetikettering.

Bejaarden en gehandicapten

Uw rapporteur is ervan overtuigd dat specifieke acties moeten worden ondernomen ten aanzien van kwetsbare categorieën. Ouderen, vooral alleenstaanden, leiden onder problemen in verband met slechte voeding, uitdroging, enz. Specifieke campagnes moeten worden gericht op vrouwen in de menopauze om hen te wijzen op de noodzaak op hun gewicht te letten, zodat er niet te veel vet wordt opgestapeld dat om hormonale redenen vooral in de buik terecht komt met ernstige risico's voor de gezondheid.

Voor gehandicapten moet gezocht worden naar diensten, structuren en programma's die hun o.a. in staat te stellen aan sport te doen en te bewegen.

Plaatselijke instanties

Preventie van zwaarlijvigheid gedurende de hele levensloop is niet uitsluitend een gezondheidsprobleem, maar heeft belangrijke culturele en maatschappelijke implicaties waar wij niet aan voorbij mogen gaan.

Daarom is het nodig om een totale benadering te kiezen op allerlei niveaus waar ook de plaatselijke overheden en policy makers bij worden ingeschakeld.

Te denken valt aan een stadsherprogrammering van onze steden door prioriteit te verlenen aan de aanleg van parken, gemeentelijke sportvelden, fietspaden of instrumenten voor actief vervoer, waardoor men dagelijks en voortdurend aan lichamelijke beweging doet.

Ook zou kunnen worden geëxperimenteerd met controle op de verkooppunten van fastfood in een bepaald gebied, door juist ruimte te bieden aan de kleine verkopers van biologische of traditionele producten.

De plaatselijke overheden moeten zich inzetten voor een gezonde leefwijze die georiënteerd is op bewuste consumptie. De Europese Unie moet het instellen van een network bevorderen van steden die ernst maken met het bevorderen van gezonde voeding en fysieke activiteiten bij hun burgers.

Steun aan het MKB

Ik denk dat het nuttig is om na te denken over de wensen van het MKB en vooral diegenen die in de voedingssector werkzaam zijn.

Er kan geen sprake zijn van een echte ontwikkeling op het terrein van onderzoek en nieuwe gezonde producten met een hoge voedingswaarde wanneer niet tegelijkertijd adequate instrumenten (ook financieel) worden gegarandeerd voor de dragers van deze verandering.

Daarom stel ik voor steunmaatregelen in te stellen (op een ad hoc basis) ter stimulering en hulp aan het MKB dat probeert de eigen producten te verbeteren of dat de kennis wil helpen verbeteren van de consument over de voedingsinhoud van de eigen producten.

Sport

Alle Europese burgers zouden volgens aanbevelingen van de WHO dagelijks aan fysieke activiteit moeten kunnen doen; zij zouden zich ten minste 30 minuten per dag moeten kunnen bewegen. De initiatieven van het Witboek over sportactiviteit en samenwerking van de op dit terrein werkzame verenigingen zouden de Europese Unie in staat moeten stellen om een richtlijn uit te vaardigen over fysieke activiteit en de verspreiding hiervan te bevorderen via alle Europese financieringsprogramma's: zeven kaderprogramma's voor onderzoek; het Gezondheidsprogramma 2008-2013; Jongeren in actie; Actief Burgerschap en tenslotte het bevorderen van lichamelijke beweging in de natuur via Life +.

Het is, zoals ook benadrukt door een steeds groter aantal vertegenwoordigers van sportorganisaties, essentieel dat zij deel uitmaken van het Europees Platform over fysieke activiteiten, dieet en voeding.

Onderzoek

Uw rapporteur is verheugd dat "suikerziekte en obesitas" zijn opgenomen als onderzoeksprioriteiten in het zevende kaderprogramma. Er moet nog veel meer gebeuren op het terrein van onderzoek.. Belangrijk is het onderzoek naar de oorzaken van zwaarlijvigheid: virale, genetische oorzaken, de rol van bepaalde substanties (monosodische glutamaten, enz.).

Maar ook moeten medische therapieën, preventieve klinische behandeling en verpleging van zwaarlijvigheid centraal staan bij een maximale bescherming van de gezondheid van de patiënt.

Reclame

Uit allerlei onderzoek blijkt dat een deel van de oorzaken van zwaarlijvigheid, vooral bij kinderen, is te vinden in de reclame voor zeer vette, suiker- en zouthoudende voedingsproducten. De op kinderen gerichte reclame wordt op de TV verspreid, maar ook via het mobieltje, op Internet, in de vorm van sponsoring van sportmanifestaties en culturele events. Vaak wordt de hulp ingeroepen van stripfiguren of succesvolle personages. Wij hebben waardering voor de inspanningen voor autoregulering door de productiesector en de media, maar wij zijn toch van mening dat de tekst van het compromis in de richtlijn "Televisie zonder grenzen" niet voldoende is. Ik ben een voorstander van beperking in de uren waarop wordt uitgezonden en de hoeveelheid op kinderen gerichte reclame.

Ik hoop dat de Commissie wil nadenken over de strategie voor bestrijding van zwaarlijvigheid en specifiek rekening zal houden met de kwesties van reclame en marketing.

Bescherming traditionele producten

In het algehele kader van de bescherming van traditionele producten acht ik het noodzakelijk om het jawoord te geven aan bescherming van traditionele producten die een deel uitmaken van het traditionele culturele erfgoed van de Europese volkeren. Daarom ben ik van mening dat traditionele recepten in stand moeten worden gehouden, mede in het kader van herformuleringscampagnes voor producten ter bestrijding van zwaarlijvigheid.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

27.5.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

54

0

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Adamos Adamou, Georgs Andrejevs, Pilar Ayuso, Irena Belohorská, Johannes Blokland, John Bowis, Hiltrud Breyer, Martin Callanan, Chris Davies, Avril Doyle, Mojca Drčar Murko, Edite Estrela, Jill Evans, Anne Ferreira, Alessandro Foglietta, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Cristina Gutiérrez-Cortines, Satu Hassi, Gyula Hegyi, Marie Anne Isler Béguin, Caroline Jackson, Dan Jørgensen, Eija-Riitta Korhola, Holger Krahmer, Urszula Krupa, Jules Maaten, Linda McAvan, Roberto Musacchio, Riitta Myller, Vittorio Prodi, Frédérique Ries, Dagmar Roth-Behrendt, Guido Sacconi, Horst Schnellhardt, Richard Seeber, Kathy Sinnott, Bogusław Sonik, María Sornosa Martínez, Antonios Trakatellis, Evangelia Tzampazi, Thomas Ulmer, Marcello Vernola, Åsa Westlund, Anders Wijkman, Glenis Willmott

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Kathalijne Maria Buitenweg, Philip Bushill-Matthews, Bairbre de Brún, Umberto Guidoni, Johannes Lebech, Alojz Peterle, Bart Staes, Lambert van Nistelrooij

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Salvatore Tatarella

Juridische mededeling - Privacybeleid