VERSLAG over consumentenbescherming: verbetering consumenteneducatie en kennis van krediet- en geldzaken

    14.10.2008 - (2007/2288(INI))

    Commissie interne markt en consumentenbescherming
    Rapporteur: Iliana Malinova Iotova
    Rapporteur voor advies (*): Jean-Paul Gauzès, Commissie economische en monetaire zaken
    (*) Medeverantwoordelijke commissie - Artikel 47 van het Reglement

    Procedure : 2007/2288(INI)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0393/2008
    Ingediende teksten :
    A6-0393/2008
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over consumentenbescherming: verbetering consumenteneducatie en kennis van krediet- en geldzaken

    (2007/2288(INI))

    Het Europees Parlement,

    –   gezien de mededeling van de Commissie van 18 december 2007 over financiële educatie (COM(2007)0808),

    –   gezien het Groenboek van de Commissie over financiële diensten voor consumenten in de interne markt (COM(2007)0226),

    –   gezien zijn in tweede lezing van 16 januari 2008 geformuleerde standpunt inzake het gemeenschappelijk standpunt van de Raad met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad[1],

    –   onder verwijzing naar zijn resolutie van 11 juli 2007 over het beleid op het gebied van financiële diensten (2005-2010) - Witboek[2],

    –   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A6‑0393/2008),

    A. overwegende dat financiële markten snel veranderen, zeer dynamisch en steeds complexer zijn geworden en dat een gezond beheer van persoonlijke geldzaken door maatschappelijke en levensstijlveranderingen noodzakelijk is geworden en het eigen bestedingspatroon regelmatig op nieuwe arbeids- en gezinsomstandigheden moet worden afgestemd,

    B.  overwegende dat beleidsmakers op zowel het niveau van de lidstaten als op Europees niveau voorrang moeten verlenen aan de verbetering van de kennis op financieel gebied van consumenten, omdat dit niet alleen de individuele burger maar ook de maatschappij en de economie voordelen biedt, zoals verlichting van schuldproblemen, verhoging van spaartegoeden, toenemende concurrentie, juiste aanwending van verzekeringsproducten en de opbouw van een adequate oudedagsvoorziening,

    C. overwegende dat uit onderzoek blijkt dat consumenten de neiging hebben hun kennis van zaken over financiële aangelegenheden te overschatten en dat zij op de hoogte moeten worden gebracht van het feit dat zij niet zoveel financieel inzicht hebben als zij wel denken, en van de consequenties hiervan,

    D. overwegende dat doelgerichte, en waar nodig, zo veel mogelijk op de betrokken personen afgestemde financiële educatieprogramma's van hoge kwaliteit ertoe kunnen bijdragen dat het financiële inzicht van consumenten wordt vergroot zodat zij bewuste keuzes kunnen maken en op deze wijze kunnen bijdragen aan het goede functioneren van de financiële markten,

    E.  overwegende dat grensoverschrijdende financiële diensten steeds belangrijker worden en dat de Commissie op EU-niveau initiatieven moet ontplooien om de grensoverschrijdende financiële educatie en waar nodig hiermee vergelijkbare informatie te bevorderen,

    F.  overwegende dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan de educatiebehoeften van kwetsbare consumenten alsook aan die van jonge consumenten, die beslissingen moeten nemen die van invloed zullen zijn op de economische vooruitzichten van de rest van hun leven,

    G. overwegende dat uit onderzoek is gebleken dat mensen die zich op zeer jonge leeftijd de basisbeginselen van het beheer van je eigen geldzaken eigen hebben gemaakt, meer financiële kennis in huis hebben; overwegende dat financiële educatie nauw verweven is met het aanleren van elementaire vaardigheden (zoals wiskunde en lezen),

    1.  juicht de initiatieven van de Commissie op het gebied van de financiële educatie van consumenten toe, met name de recente oprichting van een Groep van deskundigen op het gebied van financiële educatie, alsmede haar voornemen om een online gegevensbasis voor financiële educatieprogramma's en -onderzoek in de EU toegankelijk te maken; is van mening dat deze Groep van deskundigen op het gebied van financiële educatie duidelijke taken en bevoegdheden toegewezen moet krijgen; stelt voor dat deze groep in het bijzonder belast wordt met het bestuderen van de meerwaarde van en beste praktijken in de financiële educatieprogramma's en grensoverschrijdende financiële diensten van de EU;

    2.  benadrukt dat opvoeding en bewustmaking van de consument op het gebied van financiën en kredieten ten doel heeft de consument meer bewust te maken van de economische en financiële realiteit, waardoor hij meer inzicht krijgt in economische verbintenissen en in staat is overbodige risico's, te hoge schuldenlasten en financiële uitsluiting te voorkomen; is van mening dat de consument door informatie en scholing in staat gesteld moet worden een eigen, onafhankelijke mening te vormen over de financiële producten die hem worden aangeboden of waarvan hij eventueel gebruik wenst te maken;

    3.  stelt vast dat de "subprimes"-hypotheekcrisis niet alleen een duidelijk voorbeeld is van de gevaren van ontoereikende informatie aan geldleners, maar ook van het gebrek aan kennis en begrip van zulke informatie, waardoor de consument zich onvoldoende bekommert om de risico's van insolventie en te hoge schuldenlasten;

    4.  benadrukt dat mondige en goed geïnformeerde consumenten bijdragen aan concurrentie, kwaliteit en innovatie binnen het bankwezen en de financiële dienstverlening en wijst erop dat goed geïnformeerde en zelfverzekerde beleggers op de kapitaalmarkten extra liquiditeit kunnen genereren voor investeringen en groei;

    5.  onderstreept het belang om het financiële kennisniveau van de lidstaten in kaart te brengen en inzicht te krijgen in de manier waarop de EU hieraan een bijdrage kan leveren, alsook om de educatieve behoeften van specifieke doelgroepen van de maatschappij te identificeren, op basis van een mengeling van criteria zoals leeftijd, inkomen en opleidingsniveau;

    6.  erkent de rol van particuliere initiatieven, de financiële dienstensector en consumentenorganisaties op zowel communautair als op nationaal niveau bij de vaststelling van de specifieke behoeften van doelgroepen aan financiële educatie, door de zwakke punten en hiaten van de bestaande educatieprogramma's aan het licht te brengen en door consumenten financieel voor te lichten, bijvoorbeeld op het Internet via media- en educatieve campagnes, enz. over financiële planning;

    7.  is van mening dat financiële educatieprogramma's het doeltreffendst zijn als zij op de behoeften van specifieke doelgroepen zijn afgestemd, en, waar nodig, op de betrokken personen zijn toegesneden; is bovendien van mening dat alle financiële educatieprogramma's een bijdrage zouden moeten leveren aan het verbeteren van de manier waarop iedere individuele burger bewust en realistisch omgaat met zijn financiële mogelijkheden; aandacht moet worden geschonken aan het ontwikkelen van programma’s die ertoe dienen de financiële vaardigheden van volwassenen te verbeteren

    8.  verzoekt de Commissie om in samenwerking met de lidstaten op EU-niveau opleidingsprogramma's op het gebied van persoonlijke financiën te ontwikkelen die gebaseerd zijn op gemeenschappelijke regels en beginselen die aan de behoeften van de lidstaten kunnen worden aangepast en in alle lidstaten kunnen worden toegepast door benchmarks vast te stellen en de uitwisseling van beste praktijken te bevorderen;

    9.  benadrukt dat financiële educatie coherente voorschriften ter bescherming van de consument in de financiële dienstenwetgeving en de regels voor en het strenge toezicht op financiële instellingen kan aanvullen maar niet kan vervangen;

    10. is zich bewust van de belangrijke rol die de particuliere sector en met name financiële instellingen kunnen spelen bij het verstrekken van informatie aan de consument over financiële diensten; benadrukt evenwel dat financiële educatie neutraal, eerlijk en transparant moet zijn, opdat de belangen van de consument worden behartigd, en duidelijk moet worden onderscheiden van commercieel advies of reclame; spoort financiële instellingen aan gedragscodes voor hun medewerkers op te stellen ten einde dit doel te bereiken;

    11. is zich ervan bewust dat het nodig is een subtiel evenwicht te vinden tussen het voorlichten van consumenten zodat zij welbewust financiële besluiten kunnen nemen en het overvoeren van consumenten met informatie; pleit voor het belang van kwaliteit boven kwantiteit, zoals voorlichting van hoge kwaliteit die toegankelijk, concreet en eenvoudig te begrijpen is en die erop gericht is de consument beter in staat te stellen om welbewust verantwoorde keuzes te maken;

    12. is van oordeel dat effectieve, duidelijke en begrijpelijke informatie noodzakelijk is, met name in reclameboodschappen over financiële producten, en dat financiële instellingen voor het afsluiten van een contract voldoende informatie moeten geven, en de regels in acht moeten nemen van Richtlijn 2004/39EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 inzake de markten voor financiële instrumenten[3] en Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten[4]; roept de Commissie op om gerichte wetsvoorstellen te doen voor een samenhangend systeem van consumentenvoorlichting en -bescherming in het kader van hypotheekverstrekkingen (zoals geharmoniseerde, eenvoudige en vergelijkbare Europese standaardinformatiebladen met algemene gegevens over de jaarlijkse tarieven, etc.);

    13. beveelt aan dat financiële educatieprogramma's vooral aandacht schenken aan belangrijke aspecten van de levensloopplanning, zoals elementair sparen, schulden, verzekeringen en pensioenen;

    14. verzoekt de Commissie zich te blijven inspannen om de dialoog tussen de diverse belanghebbenden voort te zetten;

    15. stelt voor de kredieten voor de begrotingspost 17 02 02 voor de financiële activiteiten op EU-niveau te verhogen om de financiële educatie en kennis op financieel gebied van de consument te verbeteren; verzoekt de Commissie bij te dragen aan het bewustwordingsproces op EU-niveau via ondersteuning van de organisatie van nationale en regionale conferenties, seminars, en media- en bewustmakingscampagnes, alsook opleidingsprogramma's met grensoverschrijdende deelname, met name op het gebied van financiële diensten en het schulden- en kredietenbeheer van huishoudens;

    16. verzoekt de Commissie de Dolceta-website verder te ontwikkelen en te verbeteren zodat deze website in alle officiële talen wordt aangeboden; stelt voor dat de Commissie op de Dolceta-website een link opent naar de gegevensbasis die zij voornemens is op te zetten over bestaande regionale en nationale financiële educatieprogramma's; stelt voor dat op de Dolceta-website links worden opgenomen, op grond van een nationale onderverdeling, naar de websites van overheids- en particuliere instanties die actief zijn op het vlak van financiële educatie;

    17. verzoekt de Commissie op het scorebord voor de consumentenmarkten indicatoren op te nemen over de beschikbaarheid en kwaliteit van financiële educatie;

    18. verzoekt de Commissie voorlichtingscampagnes te organiseren om de consumenten bewuster te maken van hun rechten onder de EU-wetgeving inzake financiële dienstverlening;

    19. onderstreept de noodzaak dat de lidstaten met ondersteuning van de Commissie op gezette tijden en met de betrokkenheid van de diverse sociale instanties en bevolkingsgroepen van de lidstaten, een onderzoek instellen naar het huidig niveau van kredietbewustzijn onder de burgers, teneinde te kunnen vaststellen welke vraagstukken bijzondere aandacht verdienen met het oog op een doelgerichte, tijdige en efficiënte toepassing van de programma's inzake financiële educatie van de burgers;

    20. spoort de lidstaten aan financiële educatie op te nemen in het door de bevoegde instellingen vastgestelde leerplan van lagere en middelbare scholen, ten einde leerlingen de vaardigheden die voor het dagelijks leven nodig zijn, bij te brengen, en op dit gebied systematisch cursussen voor docenten te organiseren;

    21. wijst op de noodzaak van continue wederzijdse educatie van beide partijen, van financiële adviseurs en consumenten, opdat de educatie van goede kwaliteit is en gelijke tred houdt met de laatste ontwikkelingen op het gebied van de financiële dienstverlening;

    22. is van oordeel dat de synergische wisselwerking tussen de diverse onderwijsorganisaties niet voldoende benut wordt; verzoekt de lidstaten derhalve een netwerk voor financiële educatie op te richten waaraan zowel de openbare als particuliere sector deelneemt en de samenwerking en dialoog tussen alle sectoren te stimuleren;

    23. spoort de lidstaten aan bijzondere aandacht te schenken aan de educatieve behoeften van gepensioneerden en personen die aan het einde van hun beroepsleven staan en die het risico lopen financieel te worden uitgesloten, alsook jongeren die met hun professionele loopbaan beginnen, en voor de uitdaging staan hoe ze hun nieuw verworven inkomen op de juiste manier moeten uitgeven;

    24. verzoekt de lidstaten voor sociale werkers cursussen over economische en financiële dienstverlening te organiseren omdat zij rechtstreeks contacten onderhouden met mensen die het risico lopen aan de bedelstaf of diep in de schulden te raken;

    25. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen van de lidstaten.

    • [1]  Aangenomen tekst, P6_TA(2008)0011.
    • [2]  PB 175 E van 10.7.2008, blz. 392.
    • [3]  PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.
    • [4]  PB L 133 van 22.5.2008, blz. 66.

    TOELICHTING

    I         Het belang van financiële educatie

    Financiële educatie staat zowel in de VS als in de EU hoog op de agenda, en wel om twee redenen. In de eerste plaats staat consumenten een toenemend aantal goederen en diensten ter beschikking die steeds complexer worden. In de tweede plaats kan consumentenvoorlichting en -advisering de toenemende complexiteit van financiële producten niet bijbenen. Hierdoor worden consumenten in financieel opzicht kwetsbaarder.

    Consumenten moeten elementaire vaardigheden opdoen zodat zij de verstrekte informatie en suggesties volledig kunnen begrijpen en hieruit een verantwoorde keuze kunnen maken. Door de kloof tussen financiële tussenpersonen en de consument te verkleinen, zullen minder mensen diep in de schulden raken, hun betalingsverplichtingen niet kunnen nakomen of failliet gaan. Ook zal dit leiden tot een grotere wedijver tussen kredietverleners, hetgeen de algemene efficiëntie van de markt zal verhogen omdat beter voorgelichte consumenten dan in staat zijn een onderscheid te maken tussen de diverse financiële producten die worden aangeboden en het aanbod te kiezen dat het beste op hun behoeften aansluit.

    II        Het concept van financiële vaardigheid

    Het concept van financiële vaardigheid omvat volgens onderzoekers drie basiselementen:

        ●    financiële kennis en begrip

    Consumenten moeten over een elementaire financiële kennis beschikken. Zij moeten in staat zijn elementaire financiële termen te begrijpen en tot op zekere hoogte ook de technische, juridische en wiskundige factoren die hiermee verband houden. Deze kennis moet worden verworven via onderwijs en cursussen maar ook via passieve opname van informatie uit diverse bronnen of via praktijkervaring.

        ●    financiële vaardigheden

    Nadat een consument een bepaald kennisniveau heeft bereikt, moet hij de vaardigheden ontwikkelen om deze kennis voor zijn persoonlijk nut aan te kunnen aanwenden. Dit vereist een reeks specifieke vaardigheden: hij moet financiële informatie kunnen verzamelen (bankafschriften, ontvangstbewijzen, enz.), dossiers kunnen aanleggen, de verzamelde informatie goed kunnen inschatten, de diverse aangeboden producten kunnen vergelijken. Daarnaast moet hij zich en andere vaardigheden eigen maken die noodzakelijk zijn om zijn geldzaken planmatig te kunnen beheren (sparen, geld uitgeven, budgetteren, beleggen).

        ●    financiële verantwoordelijkheid

    Kennis en vaardigheden zijn echter niet toereikend om de consumenten in staat te stellen hun geldzaken verantwoord te beheren. Ze moeten ook bereid zijn hun kennis en vaardigheden te gebruiken. Dit is voornamelijk een kwestie van mentaliteit. Het bezitten van financiële vaardigheden betekent meer dan precies weten wat je in een bepaald geval moet doen. Mensen die over dezelfde kennis beschikken, kunnen voor verschillende opties kiezen omdat zij er over uitgaven en beleggingen niet dezelfde ideeën op nahouden. Zelfs wanneer mensen over de kennis en vaardigheden beschikken, kunnen ze macro-economisch gesproken nog steeds onverantwoorde beslissingen nemen.

    III                  Problemen die verband houden met een gebrek aan financiële kennis

    Voor consumenten die weinig verstand van financiële zaken hebben, is het moeilijk de producten en diensten te kiezen die het best op hun behoeften zijn afgestemd. Het blijft moeilijk adviezen op hun waarde te schatten en consumenten kunnen misleid of het slachtoffer van oneerlijke verkooppraktijken worden.

    Over het algemeen hebben mensen niet goed door wat financiële producten precies inhouden, vooral als deze iets ingewikkelder zijn. Dit probleem kan tot twee situaties leiden: of men kiest ervoor zich niet met financiële zaken in te laten (financiële uitsluiting) of men waagt de sprong. Dan kan het gebeuren dat men niet het juiste product kiest en niet genoeg rondkijkt om het product te vinden dat het best op hun behoeften is afgestemd omdat men het moeilijk vindt producten te vergelijken. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de consument hetzij het goedkoopste product kiest, hetzij producten die worden aangeboden door grote ondernemingen omdat deze als betrouwbaarder worden beschouwd. Een ander probleem is dat mensen de producten die zij hebben gekocht niet in de gaten blijven houden, om dan bijvoorbeeld over te stappen naar gunstiger aanbiedingen. Volgens een onderzoek van de FSA (Financial Services Authority) kijken consumenten in het VK nauwelijks verder dan hun neus lang is als het om financiële producten gaat, in tegenstelling tot wanneer zij bijvoorbeeld kleding of een mobieltje moeten aanschaffen. Een ander probleem is dat de consument niet weet tot wie hij zich moet richten. Uit onderzoek blijkt dat wanneer mensen advies willen, zij zich eerst tot familieleden en vrienden wenden. De reden hiervoor is dat mensen denken dat familieleden hun een geloofwaardig advies zullen geven. Anderzijds kan een consument die een bank om advies vraagt zich onder druk voelen staan om financiële producten van die bank te kopen. De consument moet onafhankelijk advies kunnen inwinnen zodat zijn belangen het best worden gediend. Slechts weinig consumenten kunnen zich de luxe permitteren van een persoonlijk financieel adviseur. Wie weinig kennis van financiële zaken heeft en financieel niet vaardig is, kan ook niet goed vooruitdenken. Mensen moeten beseffen dat zij al vroeg in hun beroepsleven aan hun oudedagsvoorziening moeten denken.

    Tot slot worden consumenten tegenwoordig voortdurend onder druk gezet en via advertenties in de verleiding gebracht leningen af te sluiten. Als zij niet begrijpen wat hiervan de consequenties zijn en vooral als zij niet in staat zijn de lening terug te betalen, dan kan dit tot negatieve gevolgen voor hun eigen welzijn maar ook voor de hele maatschappij leiden.

    VI       Betere bewustwording

    Hoewel uit onderzoek is gebleken dat het de Europese consumenten aan de nodige financiële vaardigheden ontbreekt, is het mogelijk dat zij dit niet eens beseffen of niet willen toegeven. We moeten ervoor zorgen dat de consument zich ervan bewust wordt hoe goed of slecht zij van financiële zaken verstand hebben, ten einde hen ervan te doordringen dat zij financiële educatie en onafhankelijk advies van deskundigen nodig hebben.

    Daarnaast moeten consumenten zich bewust zijn van de gevolgen van hun besluiten en de overeenkomsten die zij afsluiten. Zo moeten zij weten wat er kan gebeuren als zij zich niet aan de afbetalingsregeling houden of voortijdig willen afbetalen. Is de consument zich hiervan bewust, dan kan hij ook verantwoorde besluiten nemen omdat hij goed is voorgelicht.

    Er moet een voorlichtingscampagne worden opgezet om de algemene interesse in financiële kennis van zaken te vergroten. Ook moet de consument worden geleerd hoe hij zijn eigen financiële kennis beter kan inschatten.

    De houding van consumenten ten opzichte van financiële educatie, moet worden veranderd. Zelfs indien de consument de beschikking krijgt over financiële educatieprogramma's en advisering door deskundigen, dan nog kan deze er van overtuigd blijven dat hij dit niet nodig heeft.

    V       Financiële educatie en financiële voorlichting - Een gedifferentieerde aanpak

    De financiële kennis van een consument ontwikkelt zich in de loop van zijn leven. Dit hangt af van zijn leeftijd, opleidingsniveau, inkomen, enz. Financiële kennis en financieel begripsvermogen, financiële vaardigheden en verantwoordelijkheidsgevoel zijn nutteloos als de consument ze niet in de praktijk kan gebruiken. Daarom moet financiële educatie praktisch gericht en niet alleen theoretisch van aard zijn, vooral als het om oudere consumenten gaat. Bij de opzet van financiële educatieprogramma's moet rekening worden gehouden met de behoeften van de consument. Deze hangen af van leeftijd, inkomensniveau, huwelijkse staat, opleiding, houding, persoonlijke belangstelling, de sector waarin hij werkt, enz.

    Op grond hiervan kunnen de basisbeginselen voor financiële educatieprogramma's worden vastgesteld. Deze beginselen:

    -  moeten doelgericht zijn,

    -  moeten rekening houden met de verschillende behoeften en belangen van consumenten van uiteenlopende aard en in hun moedertaal beschikbaar zijn - voorlichting aan consumenten moet concreet en eenvoudig te begrijpen zijn,

    -  moeten voor consumenten van uiteenlopende aard geschikt zijn - kinderen, jonge volwassenen, volwassenen, mensen die vlak voor hun pensioen staan, gepensioneerden. De overdracht van kennis moet worden ingebed in het officiële onderwijssysteem en daarna moeten er specifieke financiële opleidingsprogramma's worden ontwikkeld die op bepaalde sociale en economische categorieën zijn toegesneden,

    -  moeten ook rekening houden met het klacht- en beroepsrecht van de consument.

    Een ander belangrijk punt is dat consumentenvoorlichting weliswaar noodzakelijk, maar niet voldoende is om doeltreffende besluiten te kunnen nemen. Het beschikbaar stellen van meer informatie leidt namelijk niet automatisch tot meer kennis bij de consument. Consumenten hebben voorlichting nodig maar zij moeten ook in staat zijn deze informatie te begrijpen en te vergelijken. Vaak worden consumenten opgescheept met te veel informatie en hebben zij moeite met het schiften van deze informatie. Hierdoor kan hun begripsniveau afnemen waardoor zij niet goed in staat zijn de juiste besluiten te nemen. Voorlichting moet dus niet worden verward met educatie en advies.

    Over het algemeen hebben consumenten met lage inkomens minder toegang tot informatie omdat zij niet regelmatig van financiële producten gebruik maken. Veel consumenten maken gebruik van de diensten van onafhankelijke financiële adviseurs, maar dat zijn bijna nooit consumenten met lage inkomens. Er moet dan ook speciale aandacht worden geschonken aan de vraag hoe consumenten met lage inkomens toegang tot onafhankelijk en hoogwaardig advies kan worden geboden.

    VI       Opzet en uitvoering van financiële educatieprogramma's

    Alle betrokken partijen moeten bij de financiële educatie worden betrokken: de overheid, NGO's, consumentenorganisaties en financiële instellingen. Hierbij moeten de diverse taken duidelijk zijn verdeeld. Financiële instellingen beschikken over de nodige kennis om concrete en praktische educatieprogramma's op te stellen, maar zij kunnen niet als enige financiële educatie en advies geven. Financiële educatie kan ook op geloofwaardige wijze worden gegeven door onafhankelijke instellingen, zoals consumentenorganisaties en de overheid. De ideale oplossing zou zijn dat financiële instellingen en consumentenorganisaties samenwerken bij het geven van financiële educatie zodat consumentenrechten en -belangen beschermd zijn en de consument niet onder druk wordt gezet om bepaalde financiële producten te kopen.

    VII     Financiële educatie op EU-niveau

    Financiële educatie wordt door verschillende instellingen en organisaties verstrekt: financiële toezichtautoriteiten, financiële instellingen, instellingen voor volwassenenonderwijs, consumentenorganisaties, enz. De nationale autoriteiten in elf lidstaten zijn de belangrijkste motor achter financiële educatie. In het kader hiervan worden onderwerpen behandeld zoals met name geldtheorie en het gebruik van een bankrekening. Financiële educatieprogramma's omvatten ook het beheer van kredieten en leningen en betreffen zaken zoals beleggen, sparen, verzekeringen en risicobeheer. De Commissie heeft op het gebied van financiële educatie de volgende initiatieven ontplooid:

        ●    De Commissie heeft een website, Dolceta, in het leven geroepen die consumenteneducatie voor volwassenen aanbiedt - deze website is in alle officiële talen van de EU vertaald (behalve in het Roemeens en Bulgaars) en is afgestemd op de behoeften van de diverse nationale markten

        ●    De Commissie heeft besloten Dolceta uit te breiden tot lager en middelbaar onderwijs - dit nieuwe project is gericht op jonge mensen en leraren. Het doel ervan is leraren te helpen financiële aangelegenheden in hun lessen te behandelen en studenten op dit gebied te beoordelen.

        ●    Agenda "Aan jou de keus" - dit is een agenda die onder middelbare scholieren wordt verspreid en informatie bevat over hun rechten als consument. In deze agenda komen onder meer onderwerpen als geld en schulden aan de orde en wordt uitgelegd hoe financiële instellingen werken en hoe financiële producten in elkaar zitten. Ook wordt gewaarschuwd voor de gevaren van teveel lenen.

        ●    In maart 2007 heeft de Commissie een conferentie georganiseerd over "de verbetering van financiële vaardigheden" om het belang van hoogwaardige financiële educatie te benadrukken en een forum te bieden voor de uitwisseling van best practices.

        ●    In het Groenboek over financiële diensten voor consumenten in de interne markt is erop gewezen dat meer gedaan kan worden om financiële educatie te bevorderen.

        ●    Mededeling van de Commissie over financiële educatie (COM(2007)226)

    VIII    Maatregelen

    -  De lidstaten moeten in het kader van financiële educatie een centrale rol spelen. Dit neemt niet weg dat op EU-niveau een basisprogramma voor financiële educatie moet worden ontwikkeld. In dit programma moeten de gemeenschappelijke regels en beginselen worden neergelegd die in alle lidstaten van toepassing zijn.

    -  De beste manier om de financiële kennis van mensen te bevorderen, is een vak over financiële zaken in het schoolprogramma op te nemen. Om optimale resultaten te bereiken moet reeds op school met financiële educatie worden begonnen en moet dit een verplicht onderdeel van het leerplan worden. De Commissie moet de lidstaten aanbevelen financiële educatie in hun nationale leerplannen op te nemen.

    -  Er moet een speciale aanpak worden ontwikkeld om de financiële kennis van diverse maatschappelijke categorieën te verbeteren: leerlingen van basis- en middelbare scholen, universitaire studenten, volwassenen, mensen met lage inkomens en gepensioneerden.

    -  De lidstaten moeten een netwerk voor financiële educatie oprichten waaraan zowel de overheid als de particuliere sector deelnemen, alsmede speciaal opgeleide instructeurs.

    -  De Commissie moet de lidstaten ertoe aansporen een programma voor financiële educatie te ontwikkelen dat speciaal is toegesneden op consumenten die aan het eind van hun beroepsleven staan of die reeds gepensioneerd zijn. Dit is belangrijk omdat de socialezekerheidssystemen tegenwoordig zodanig zijn opgezet dat de risico's door de burger en niet langer door de overheid worden gedragen.

    -  De Commissie moet een begrotingspost in het leven roepen voor financiële educatieprogramma's op EU-niveau. Er moeten middelen worden uitgetrokken voor mediacampagnes zodat de consument zich beter bewust wordt van de problemen die voortvloeien uit een gebrek aan kennis van financiële zaken.

    ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (17.9.2008)

    aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming


    inzake de consumentenbescherming: verbetering consumenteneducatie en kennis van krediet- en geldzaken(2007/2288(INI))

    Rapporteur voor advies(*): Jean-Paul Gauzès

    (*) Medeverantwoordelijke commissies – Artikel 47 van het Reglement

    SUGGESTIES

    De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming om onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

    1.  benadrukt dat opvoeding en bewustmaking van de consument op het gebied van financiën en kredieten ten doel heeft de consument meer bewust te maken van de economische en financiële realiteit, waardoor hij meer inzicht krijgt in economische verbintenissen en in staat is overbodige risico's, te hoge schuldenlasten en financiële uitsluiting te voorkomen; is van mening dat de consument door informatie en scholing in staat gesteld moet worden een eigen, onafhankelijke mening te vormen over de financiële producten die hem worden aangeboden of waarvan hij eventueel gebruik wenst te maken; roept regeringen en plaatselijke overheden op om met financiële instellingen en andere belanghebbenden, de media, het onderwijs, het advieswezen en de consumentenorganisaties nauw samen te werken, en maatregelen te treffen en initiatieven te ontplooien voor een verbetering van de kennis van de burgers op financieel terrein; verzoekt de Commissie een Europees programma voor financiële opvoeding te presenteren;

    2.  stelt vast dat de "subprimes"-hypotheekcrisis niet alleen een duidelijk voorbeeld is van de gevaren van ontoereikende informatie aan geldleners, maar ook van het gebrek aan kennis en begrip van zulke informatie, waardoor de consument zich onvoldoende bekommert om de risico's van insolventie en te hoge schuldenlasten;

    3.  is van oordeel dat effectieve, duidelijke en begrijpelijke informatie noodzakelijk is, met name in reclameboodschappen over financiële producten, en dat financiële instellingen voor het afsluiten van een contract voldoende informatie moeten geven, en de regels in acht moeten nemen van Richtlijn 2004/39EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 inzake de markten voor financiële instrumenten[1] en Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten[2]; roept de Commissie op om gerichte wetsvoorstellen te doen voor een samenhangend systeem van consumentenvoorlichting en -bescherming in het kader van hypotheekverstrekkingen (zoals geharmoniseerde, eenvoudige en vergelijkbare Europese standaardinformatiebladen met algemene gegevens over de jaarlijkse tarieven, etc.);

    4.  stelt voor om het bijbrengen van de grondbeginselen van economie en financiën, aangepast aan het onderwijsniveau, in de onderwijsprogramma's op te nemen, met de nadruk op een goed beheer van het gezinsbudget en een goed gebruik van de meest voorkomende financiële producten; wijst erop dat financiële kennis wijd verbreid kan worden onder consumenten en burgers via de media en alle beschikbare IT-technologieën;

    5.  is van menig dat sociaal werkers die contact hebben met gezinnen die meer risico lopen op een hoge schuldenlast of financiële uitsluiting, een opleiding zouden moet krijgen over gezinsfinanciën en leengedrag, zodat zij deze gezinnen goed kunnen adviseren of kunnen waarschuwen voor de risico's; bepleit de ontwikkeling van gerichte programma's voor jongeren om hen als toekomstige consumenten op de hoogte te brengen van de producten van het bankwezen, voor degenen die zich in de Europese Unie vestigen, om hun inzicht in de financiële praktijken in Europa te verbeteren, en voor gepensioneerden zodat zij producten en diensten kunnen vinden die voordeliger zijn en beter bij hun positie passen.

    6.  is van oordeel dat de overheid acties van verenigingen voor de opvoeding en bewustmaking van de consument op het gebied van financiën en kredieten moet aanmoedigen en versterken;

    7.  benadrukt dat mondige en goed geïnformeerde consumenten bijdragen aan concurrentie, kwaliteit en innovatie binnen het bankwezen en de financiële dienstverlening en wijst erop dat goed geïnformeerde en zelfverzekerde beleggers op de kapitaalmarkten extra liquiditeit kunnen genereren voor investeringen en groei; beklemtoont dat opvoeding en bescherming van de consument nooit de plaats kunnen innemen van een doeltreffend toezicht, maar dit kan versterken, mits het evenwicht wordt bewaard.

    UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    9.9.2008

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    33

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Mariela Velichkova Baeva, Paolo Bartolozzi, Zsolt László Becsey, Pervenche Berès, Sebastian Valentin Bodu, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Manuel António dos Santos, Christian Ehler, Elisa Ferreira, José Manuel García-Margallo y Marfil, Jean-Paul Gauzès, Robert Goebbels, Donata Gottardi, Gunnar Hökmark, Karsten Friedrich Hoppenstedt, Othmar Karas, Christoph Konrad, Guntars Krasts, Kurt Joachim Lauk, Andrea Losco, Astrid Lulling, Gay Mitchell, Sirpa Pietikäinen, John Purvis, Alexander Radwan, Bernhard Rapkay, Heide Rühle, Eoin Ryan, Antolín Sánchez Presedo, Salvador Domingo Sanz Palacio, Olle Schmidt, Peter Skinner, Margarita Starkevičiūtė, Ieke van den Burg

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Harald Ettl, Piia-Noora Kauppi, Vladimír Maňka, Bilyana Ilieva Raeva, Margaritis Schinas

    • [1]  PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.
    • [2]  PB L 133 van 22.5.2008, blz. 66.

    UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    7.10.2008

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    35

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Cristian Silviu Buşoi, Charlotte Cederschiöld, Gabriela Creţu, Mia De Vits, Janelly Fourtou, Evelyne Gebhardt, Hélène Goudin, Małgorzata Handzlik, Christopher Heaton-Harris, Anna Hedh, Iliana Malinova Iotova, Pierre Jonckheer, Kurt Lechner, Toine Manders, Catiuscia Marini, Arlene McCarthy, Nickolay Mladenov, Catherine Neris, Zita Pleštinská, Karin Riis-Jørgensen, Zuzana Roithová, Heide Rühle, Leopold Józef Rutowicz, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Marianne Thyssen, Jacques Toubon, Barbara Weiler, Marian Zlotea

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Emmanouil Angelakas, Wolfgang Bulfon, Colm Burke, Giovanna Corda, Othmar Karas, José Ribeiro e Castro, Olle Schmidt