Procedure : 2008/0103(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0402/2008

Ingediende teksten :

A6-0402/2008

Debatten :

PV 18/11/2008 - 4
CRE 18/11/2008 - 4

Stemmingen :

PV 19/11/2008 - 5.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0549

VERSLAG     *
PDF 475kWORD 1407k
21.10.2008
PE 407.775v02-00 A6-0402/2008

over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers

(COM(2008)0306 – C6–0240/2008 – 2008/0103(CNS))

Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

Rapporteur: Luis Manuel Capoulas Santos

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Begrotingscommissie
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers

(COM(2008)0306 – C6‑0240/2008 – 2008/0103(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2008)0306),

–   gelet op artikelen 36 en 37, en artikel 2099, lid 2, van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0240/2008),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie regionale ontwikkeling (A6-0402/2008),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG‑Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis) De vermindering van de bureaucratie in de landbouwsector moet worden bewerkstelligd door middel van transparante, eenvoudigere en minder omslachtige voorschriften. Alleen bij verlaging van de kosten en verlichting van de administratieve formaliteiten kan het gemeenschappelijk landbouwbeleid ertoe bijdragen dat landbouwbedrijven concurrerend blijven op een mondiaal geworden markt.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Op grond van Verordening (EG) nr. 1782/2003 wordt een verlaging of uitsluiting toegepast van de rechtstreekse steun aan landbouwers die niet voldoen aan bepaalde voorschriften op het gebied van volksgezondheid, gezondheid van dieren en planten, milieu en dierenwelzijn. Deze "randvoorwaarden" maken integraal deel uit van de communautaire steunverlening in de vorm van rechtstreekse betalingen en dienen derhalve te worden behouden. Een aantal voorschriften op het gebied van de randvoorwaarden blijkt echter onvoldoende betrekking te hebben op de landbouwactiviteiten of de landbouwgrond, of gaat veeleer de nationale autoriteiten aan dan de landbouwers. Daarom dient het toepassingsgebied van de randvoorwaarden te worden aangepast.

(2) Op grond van Verordening (EG) nr. 1782/2003 wordt een verlaging of uitsluiting toegepast van de rechtstreekse steun aan landbouwers die niet voldoen aan bepaalde voorschriften op het gebied van volksgezondheid, gezondheid van dieren en planten, milieu en dierenwelzijn. Deze "randvoorwaarden" maken integraal deel uit van de communautaire steunverlening in de vorm van rechtstreekse betalingen en dienen derhalve te worden behouden. Een aantal voorschriften op het gebied van de randvoorwaarden blijkt echter onvoldoende betrekking te hebben op de landbouwactiviteiten of de landbouwgrond, of gaat veeleer de nationale autoriteiten aan dan de landbouwers. Daarom dient het toepassingsgebied van de randvoorwaarden te worden aangepast. Wanneer eventueel de voor de randvoorwaarden relevante artikelen van het "Hygiënepakket" in bijlage II worden opgenomen, mag dat niet tot bijkomende controles leiden.

 

_________

1 Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1), Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55), Verordening (EG) Nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne (PB L 35 van 8.2.2005, blz. 1).

Motivering

De concrete verplichtingen van de bijlagen van de verordeningen van het zogenaamde "Hygiënepakket" moeten in de verordening van de Raad worden opgenomen om verkeerde uitleg bij de interpretatie en de toepassing van deze voorschriften te vermijden.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) Er moet voortdurend worden gestreefd naar vereenvoudiging, verbetering en harmonisatie van de randvoorwaarden. De Commissie dient derhalve om de twee jaar verslag uit te brengen over de toepassing van de randvoorwaarden.

Motivering

Herindiening van amendement dat is aangenomen door het Europees Parlement als deel van het verslag T6 - 0598/2007 op 11 december 2007 "Rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling".

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter) Minder administratieve lasten, geharmoniseerde en, ook binnen de Europese instellingen, gecombineerde controles en tijdige uitbetaling zouden over het algemeen de steun onder landbouwers voor de randvoorwaarden vergroten en zo de doeltreffendheid van het beleid verhogen.

Motivering

Herindiening van het amendement dat is aangenomen door het Europees Parlement als deel van het verslag T6 - 0598/2007 op 11 december 2007 "Rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling".

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quater) Teneinde de lasten voor de landbouwers te beperken, moeten de lidstaten en de Europese instellingen worden aangemoedigd het aantal controles ter plaatse en het aantal controle-instanties zoveel mogelijk te beperken zonder afbreuk te doen aan het bepaalde in Verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad1. De lidstaten moet daarom worden toegestaan om minimale controles op het niveau van de uitbetalende instantie te realiseren. Voorts moeten de lidstaten en de Europese instellingen worden aangemoedigd aanvullende maatregelen te treffen om het aantal personen dat de controles uitvoert te verminderen, teneinde ervoor te zorgen dat zij goed zijn opgeleid en de tijd voor een controle ter plaatse in een specifiek bedrijf tot maximaal één dag te beperken. De Commissie moet de lidstaten bijstaan bij het voldoen aan de eisen voor geïntegreerde steekproefselecties. Steekproefselecties voor controles ter plaatse moeten onafhankelijk van specifieke minimale controlepercentages waarin is voorzien in de speciale wetgeving in het kader van de randvoorwaarden, worden uitgevoerd .

 

________

1 PB L 141 van 30.4.2004, blz. 18.

Motivering

Herindiening van het amendement dat is aangenomen door het Europees Parlement als deel van het verslag T6 - 0598/2007 op 11 december 2007 "Rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling".

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quinquies) De lidstaten moeten erop toezien dat landbouwers niet dubbel worden gestraft (vermindering of uitsluiting van betalingen plus een boete wegens niet-naleving van de nationale wetgeving in kwestie) voor hetzelfde geval van niet-naleving.

Motivering

Herindiening van amendement dat is aangenomen door het Europees Parlement als deel van het verslag T6 - 0598/2007 op 11 december 2007 "Rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling".

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Om te vermijden dat landbouwgrond wordt opgegeven en te waarborgen dat deze grond in goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden, is bovendien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 een communautair kader vastgesteld waarbinnen de lidstaten normen vaststellen met inachtneming van de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, inclusief de bodem- en klimaatgesteldheid en de bestaande landbouwsystemen (grondgebruik, vruchtwisseling, landbouwpraktijken) en de structuur van de landbouwbedrijven. De afschaffing van de verplichte braaklegging in het kader van de bedrijfstoeslagregeling kan in bepaalde gevallen nadelige gevolgen hebben voor het milieu, met name voor sommige landschapselementen en de gronden langs waterlopen. Daarom moeten de bestaande communautaire bepalingen worden versterkt om, waar nodig, duidelijk omschreven landschapselementen te beschermen.

(3) Om te vermijden dat landbouwgrond wordt opgegeven en te waarborgen dat deze grond in goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden, is bovendien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 een communautair kader vastgesteld waarbinnen de lidstaten normen vaststellen met inachtneming van de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, inclusief de bodem- en klimaatgesteldheid en de bestaande landbouwsystemen (grondgebruik, vruchtwisseling, landbouwpraktijken) en de structuur van de landbouwbedrijven. De afschaffing van de verplichte braaklegging in het kader van de bedrijfstoeslagregeling kan in bepaalde gevallen nadelige gevolgen hebben voor het milieu, met name voor de gewone biodiversiteit, sommige landschapselementen en de gronden langs waterlopen. Daarom moeten de bestaande communautaire bepalingen worden versterkt om, waar nodig, de biodiversiteit en duidelijk omschreven landschapselementen te beschermen. Afgezien van het feit dat gezorgd moet worden voor de naleving van de hoogste normen voor de waterkwaliteit, zoals vastgesteld in de Gemeenschapswetgeving, mogen er geen verdere beperkingen worden opgelegd die een wenselijke plattelandsontwikkeling in de weg zouden staan.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) In bepaalde gebieden wordt het steeds problematischer de watervoorraden voor landbouwactiviteiten te beschermen en te beheren. Om verontreiniging en afspoeling van water te voorkomen en het watergebruik beter te beheren, dient daarom tevens te worden voorzien in versterking van het bestaande communautaire kader voor een goede landbouw- en milieuconditie.

(4) In een alsmaar groter gebied van de Gemeenschap wordt het steeds problematischer het water voor landbouwactiviteiten te beschermen en te beheren. Om verontreiniging en afspoeling van water te voorkomen en het watergebruik beter te beheren, vooral door met betere landbouwkundige en waterbeheermethoden de grote hoeveelheid water te verminderen die elk jaar verspild wordt, dient er tevens te worden voorzien in versterking van het bestaande communautaire kader voor een goede landbouw- en milieuconditie.

Motivering

Om waterschaarste te voorkomen en tegen te gaan moet de hoeveelheid water die elk jaar in de landbouw verspild wordt, verminderen.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Gezien het positieve affect van blijvend grasland op het milieu, is het dienstig maatregelen ter bevordering van de instandhouding van bestaand blijvend grasland vast te stellen om een massale omzetting in bouwland te voorkomen.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Motivering

Niet alle permanent grasland wordt als weidegrond gebruikt. Blijvende graslanden vertegenwoordigen belangrijke opslagplaatsen van koolstof en de belangrijkste leefomgevingen met grote biodiversiteit in Europa. Grasland dat gemaaid wordt, is in dat opzicht even belangrijk als weiden.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) De besparingen die voortvloeien uit het bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 ingevoerde modulatiemechanisme worden gebruikt voor de financiering van maatregelen in het kader van het plattelandsontwikkelingsbeleid. Sinds die verordening is vastgesteld, wordt de landbouwsector geconfronteerd met nieuwe, veeleisende uitdagingen, zoals de klimaatverandering, het toenemende belang van bio-energie en de behoefte aan beter waterbeheer en aan een efficiëntere bescherming van de biodiversiteit. Als verdragsluitende partij bij het Protocol van Kyoto is de Europese Gemeenschap ertoe gebonden haar beleid aan te passen in het licht van de klimaatveranderingsproblematiek. Ernstige problemen op het gebied van waterschaarste en droogte vergen bovendien een diepgaandere behandeling van de waterbeheerproblematiek. De aanzienlijke verwezenlijkingen niet te na gesproken, blijft het stopzetten van de afkalving van de biodiversiteit eveneens een zeer belangrijke uitdaging en moeten extra inspanningen worden geleverd, wil de Europese Gemeenschap haar biodiversiteitsdoelstelling voor 2010 halen. De Gemeenschap erkent de noodzaak om deze nieuwe uitdagingen in het kader van haar beleidslijnen aan te pakken. Op het gebied van de landbouw vormen de plattelandsontwikkelingsprogramma's die zijn goedgekeurd in het kader van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), hiertoe een geschikt instrument. Om de lidstaten in staat te stellen hun plattelandsontwikkelingsprogramma's dienovereenkomstig aan te passen zonder hun lopende activiteiten op het gebied van plattelandsontwikkeling op andere gebieden op een lager pitje te zetten, dienen aanvullende financiële middelen ter beschikking te worden gesteld. De financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013 bieden echter geen ruimte om het plattelandsontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap met de nodige extra financiële middelen toe te rusten. In deze omstandigheden dienen de vereiste financiële middelen grotendeels te worden gehaald uit de opbrengsten van een geleidelijke verhoging van de voor de modulatie geldende verlagingspercentages.

(7) De besparingen die voortvloeien uit het bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 ingevoerde modulatiemechanisme worden gebruikt voor de financiering van maatregelen in het kader van het plattelandsontwikkelingsbeleid. Sinds die verordening is vastgesteld, wordt de landbouwsector geconfronteerd met nieuwe, veeleisende uitdagingen, zoals de klimaatverandering, het toenemende belang van bio-energie en de behoefte aan beter waterbeheer en aan een efficiëntere bescherming van de biodiversiteit. Als verdragsluitende partij bij het Protocol van Kyoto is de Europese Gemeenschap ertoe gebonden haar beleid aan te passen in het licht van de klimaatveranderingsproblematiek. Ernstige problemen op het gebied van waterschaarste en droogte vergen bovendien een diepgaandere behandeling van de waterbeheerproblematiek. De aanzienlijke verwezenlijkingen niet te na gesproken, blijft het stopzetten van de afkalving van de biodiversiteit eveneens een zeer belangrijke uitdaging en moeten extra inspanningen worden geleverd, wil de Europese Gemeenschap haar biodiversiteitsdoelstelling voor 2010 halen. De Gemeenschap erkent de noodzaak om deze nieuwe uitdagingen in het kader van haar beleidslijnen aan te pakken. Op het gebied van de landbouw vormen de plattelandsontwikkelingsprogramma's die zijn goedgekeurd in het kader van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), hiertoe een geschikt instrument. Sommige lidstaten hebben reeds plattelandsontwikkelingsprogramma's ingevoerd waarmee de nieuwe uitdagingen het hoofd wordt geboden. Om echter alle lidstaten in staat te stellen hun plattelandsontwikkelingsprogramma's ten uitvoer te leggen zonder hun lopende activiteiten op het gebied van plattelandsontwikkeling op andere gebieden op een lager pitje te zetten, dienen echter aanvullende financiële middelen ter beschikking te worden gesteld. De financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013 bieden echter geen ruimte om het plattelandsontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap met de nodige extra financiële middelen toe te rusten. In deze omstandigheden dienen de vereiste financiële middelen grotendeels te worden gehaald uit de opbrengsten van een geleidelijke verhoging van de voor de modulatie geldende verlagingspercentages.

Motivering

Het zou niet juist zijn om lidstaten te verplichten hun programma's voor plattelandsontwikkeling te herzien wanneer zij de nieuwe uitdagingen al hebben aangepakt. Dit zou ook een administratieve belasting creëren en een negatief effect kunnen hebben op landbouwers die al deelnemen aan bestaande programma's.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Kenmerkend voor de verdeling van de rechtstreekse inkomenssteun over de landbouwers is dat een groot deel van de betalingen worden toegewezen aan een erg beperkt aantal grootschalige begunstigden. Het moge duidelijk zijn dat het voor een efficiënte verwezenlijking van de doelstelling van de inkomenssteun niet nodig is dat aan deze grootschalige begunstigden hetzelfde steunbedrag per eenheid wordt toegekend als aan kleinere begunstigden. Grote begunstigden hebben bovendien een groter aanpassingsvermogen en kunnen bijgevolg gemakkelijker werken met lagere steunbedragen per eenheid. Daarom lijkt het billijk te verwachten dat landbouwers met hoge steunbedragen een bijzondere bijdrage leveren tot de financiering van plattelandsontwikkelingsmaatregelen die op de nieuwe uitdagingen zijn toegespitst. Hiertoe dient een mechanisme te worden vastgesteld aan de hand waarvan op de hoogste betalingen een forsere verlaging wordt toegepast en moeten de daaruit voortvloeiende opbrengsten eveneens worden gebruikt om de nieuwe uitdagingen aan te gaan in het kader van de plattelandsontwikkeling. Om een evenredige werking van dit mechanisme te garanderen, moeten de extra verlagingen geleidelijk worden verhoogd naarmate het bedrag van de betalingen toeneemt.

(8) Kenmerkend voor de verdeling van de rechtstreekse inkomenssteun over de landbouwers is dat een groot deel van de betalingen worden toegewezen aan een betrekkelijk beperkt aantal grootschalige begunstigden. Afgezien van het type van hun bedrijfsstructuur kan het voorkomen dat deze grootschalige begunstigden, voor een efficiënte verwezenlijking van de doelstelling van de inkomenssteun, niet hetzelfde steunbedrag per eenheid nodig hebben als kleinere begunstigden. Grote begunstigden hebben bovendien een groter aanpassingsvermogen en kunnen bijgevolg gemakkelijker werken met lagere steunbedragen per eenheid. Daarom lijkt het billijk te verwachten dat landbouwers die, met inachtneming van de totale loonkosten van elk betrokken bedrijf, een groot deel van de steun ontvangen, een bijzondere bijdrage leveren tot de financiering van plattelandsontwikkelingsmaatregelen die op de nieuwe uitdagingen zijn toegespitst. Hiertoe dient een mechanisme te worden vastgesteld aan de hand waarvan op de hoogste betalingen een forsere verlaging wordt toegepast en moeten de daaruit voortvloeiende opbrengsten eveneens worden gebruikt om de nieuwe uitdagingen aan te gaan in het kader van de plattelandsontwikkeling. Om een evenredige werking van dit mechanisme te garanderen, moeten de extra verlagingen geleidelijk worden verhoogd naarmate het bedrag van de betalingen toeneemt.

Motivering

Verzekerd moet worden dat de maatregelen niet leiden tot personeelsinkrimping en vernietiging van gezonde bedrijven met een goed concurrentievermogen.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis) Bovendien moet de lidstaten kunnen beschikken over een specifieke steun om adequaat te reageren op de nieuwe uitdagingen die als gevolg van de Health Check van het gemeenschappelijk landbouwbeleid kunnen ontstaan.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Om de landbouwers te helpen zich te voegen naar de normen voor een moderne, kwalitatief hoogwaardige landbouw, is het noodzakelijk dat de lidstaten een omvattend systeem van advisering ten behoeve van commerciële landbouwbedrijven opzetten. Het bedrijfsadviseringssysteem moet de landbouwers helpen zich bewuster te worden van de materiaalstromen en bedrijfsprocessen in relatie tot de normen op het gebied van milieu, voedselveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn, zonder dat op enigerlei wijze iets wordt afgedaan aan hun verplichting en verantwoordelijkheid om die normen in acht te nemen.

(16) Om de landbouwers te helpen zich te voegen naar de normen voor een moderne, kwalitatief hoogwaardige landbouw, is het noodzakelijk dat de lidstaten een omvattend systeem van advisering ten behoeve van alle landbouwers opzetten. Het bedrijfsadviseringssysteem moet de landbouwers helpen efficiënt en winstgevend te produceren en zich bewuster te worden van de materiaalstromen en bedrijfsprocessen in relatie tot de normen op het gebied van milieu, voedselveiligheid, diergezondheid en dierenwelzijn, zonder dat op enigerlei wijze iets wordt afgedaan aan hun verplichting en verantwoordelijkheid om die normen in acht te nemen.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Het beheer van kleine bedragen blijkt omslachtig te zijn voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. Met het oog op het voorkomen van overdreven administratieve lasten is het raadzaam dat de lidstaten afzien van de verlening van rechtstreekse betalingen indien het bedrag van de betaling lager zou liggen dan de gemiddelde communautaire steun voor één hectare of indien het subsidiabele areaal van het bedrijf waarvoor steun wordt aangevraagd, minder dan één hectare bedraagt. Voor lidstaten met een landbouwbedrijfsstructuur die aanzienlijk afwijkt van de gemiddelde structuur in de Gemeenschap, dienen specifieke bepalingen te worden vastgesteld. De lidstaten dienen de mogelijkheid te krijgen om, rekening houdend met de structuurkenmerken van hun landbouweconomie, te opteren voor het eerste, dan wel het tweede criterium. Voor de bijzondere toeslagrechten die aan landbouwers met een zogenaamd "bedrijf zonder land" zijn toegewezen, heeft de toepassing van een op het aantal hectaren gebaseerde drempel geen nut. Voor dergelijke landbouwers dient derhalve het op de gemiddelde steun gebaseerde minimumbedrag te gelden.

(19) Het beheer van kleine bedragen blijkt omslachtig te zijn voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. De lidstaten kunnen besluiten vanaf een vast te stellen drempel geen rechtstreekse betalingen toe te kennen.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) De bevoegde nationale autoriteiten dienen de betalingen waarin de communautaire steunregelingen voorzien, binnen een voorgeschreven termijn volledig aan de begunstigden uit te keren onder voorbehoud van de verlagingen waarin deze verordening voorziet. Met het oog op een flexibeler beheer van de rechtstreekse betalingen dienen de lidstaten de mogelijkheid te krijgen om de rechtstreekse betalingen in twee tranches per jaar te verrichten.

(21) De bevoegde nationale autoriteiten dienen de betalingen waarin de communautaire steunregelingen voorzien, binnen een voorgeschreven termijn volledig aan de begunstigden uit te keren onder voorbehoud van de verlagingen waarin deze verordening voorziet. Met het oog op een flexibeler beheer van de rechtstreekse betalingen dienen de lidstaten de mogelijkheid te krijgen om de rechtstreekse betalingen in twee tranches per jaar te verrichten om bij vertraging een betaling van de rente tegen de geldende marktkoers toe te voegen en anderzijds, afhankelijk van de behoeften van de sector, een zekere flexibiliteit te betrachten bij de vaststelling van de betalingstermijnen.

Motivering

In de loop van het verstreken jaar zijn vertragingen van de betalingen geconstateerd. In dat soort gevallen moeten de landbouwers tenminste een compensatie ontvangen.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) Om de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te halen, moeten de communautaire steunregelingen aan veranderende ontwikkelingen kunnen worden aangepast, zo nodig op korte termijn. De begunstigden kunnen er bijgevolg niet op vertrouwen dat de steunvoorwaarden ongewijzigd blijven, en dienen voorbereid te zijn op een mogelijke herziening van de regelingen, met name in het licht van economische ontwikkelingen of de begrotingssituatie.

Schrappen

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis) De eerste pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moet in de toekomst behouden blijven om de sleutelrol van de boer als drijvende kracht in de economie van een groot aantal plattelandsgebieden, beheerder van het landschap en waarborg voor de hoge voedselveiligheidsnormen van de Europese Unie te waarborgen.

Motivering

Een systematische korting van de rechtstreekse steun voor landbouwers kan met name de winstgevendheid van de bedrijven ondermijnen en het overleven van veel exploitaties op het spel zetten. De Europese Unie moet ervoor waken dat ook in de toekomst de voedselzelfvoorziening zeker wordt gesteld.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) Bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 is een bedrijfstoeslagregeling ingesteld waarin de verschillende bestaande steunmechanismen in één regeling voor ontkoppelde rechtstreekse betalingen zijn ondergebracht. Uit de ervaring met de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling is gebleken dat een aantal elementen van deze regeling in het belang van de landbouwers en de beheersautoriteiten kan worden vereenvoudigd. Aangezien de bedrijfstoeslagregeling inmiddels ten uitvoer is gelegd door alle lidstaten die dat moesten doen, is een aantal bepalingen over de voorlopige toepassing van deze regeling bovendien achterhaald en aan aanpassing toe. In dit verband werd in een aantal gevallen een aanzienlijke onderbenutting van toeslagrechten geconstateerd. Aangezien dit probleem moet worden vermeden en in aanmerking moet worden genomen dat de landbouwers inmiddels voldoende vertrouwd zijn met de werking van de bedrijfstoeslagregeling, moet de oorspronkelijk vastgestelde periode voor het toevoegen van niet-gebruikte toeslagrechten aan de nationale reserve, worden ingekort tot twee jaar.

(24) Bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 is een bedrijfstoeslagregeling ingesteld waarin de verschillende bestaande steunmechanismen in één regeling voor ontkoppelde rechtstreekse betalingen zijn ondergebracht. Uit de ervaring met de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling is gebleken dat een aantal elementen van deze regeling in het belang van de landbouwers en de beheersautoriteiten kan worden vereenvoudigd. Aangezien de bedrijfstoeslagregeling inmiddels ten uitvoer is gelegd door alle lidstaten die dat moesten doen, is een aantal bepalingen over de voorlopige toepassing van deze regeling bovendien achterhaald en aan aanpassing toe. In dit verband werd in een aantal gevallen een aanzienlijke onderbenutting van toeslagrechten geconstateerd. Aangezien dit probleem moet worden vermeden moet de periode voor het toevoegen van niet-gebruikte toeslagrechten aan de nationale reserve, worden vastgesteld op drie jaar.

Motivering

De termijn van twee jaar is te kort en het is wenselijk terug te keren naar de periode van drie jaar als bepaald in verordening 1782/2003.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27) De verplichte braaklegging van bouwland had oorspronkelijk tot doel het aanbod te beheersen. Dit instrument is als gevolg van marktontwikkelingen in de sector akkerbouwgewassen en de invoering van ontkoppelde steun echter overbodig geworden en moet worden afgeschaft. De overeenkomstig artikel 53 en 63, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde braakleggingstoeslagrechten moeten daarom worden geactiveerd op hectaren die voldoen aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden die voor elk ander toeslagrecht gelden.

(27) De verplichte braaklegging van bouwland had oorspronkelijk tot doel het aanbod te beheersen. Dit instrument is als gevolg van marktontwikkelingen in de sector akkerbouwgewassen en de invoering van ontkoppelde steun echter overbodig geworden en moet worden afgeschaft. De overeenkomstig artikel 53 en 63, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde braakleggingstoeslagrechten moeten daarom normale toeslagrechten worden.

Motivering

Verheldert de juridische onzekerheid ten aanzien van het lot van de braakleggingstoeslagrechten en verzekert dat elk 'etiket' dat anders in dat soort rechten kan blijven bestaan wordt afgeschaft.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28) Niet alleen werd voordien gekoppelde marktsteun in de bedrijfstoeslagregeling opgenomen, maar ook werd het bedrag van de toeslagrechten in lidstaten die kozen voor de uitvoering van het historische model, gebaseerd op het individuele niveau van in het verleden verleende steun. Nu de bedrijfstoeslagregeling reeds enige jaren van toepassing is en meer sectoren omvat, wordt het steeds moeilijker om de legitimiteit van aanzienlijke individuele verschillen in het steunniveau, die slechts gebaseerd zijn op in het verleden verleende steun, te rechtvaardigen. Daarom moeten de lidstaten die hebben gekozen voor de toepassing van het historische model, de mogelijkheid krijgen om onder bepaalde voorwaarden en met inachtneming van de algemene beginselen van de Gemeenschapswetgeving en de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid de toegewezen toeslagrechten in die zin te herzien dat de betrokken eenheidsbedragen dichter bij elkaar komen te liggen. De lidstaten kunnen bij de vaststelling van dichter bij elkaar liggende bedragen rekening houden met de specifieke kenmerken van geografische gebieden. Met het oog op het gelijktrekken van de toeslagrechten moet worden voorzien in een adequate overgangsperiode en een beperkte verlagingsmarge, teneinde de landbouwers in de gelegenheid te stellen zich op een redelijke wijze aan de veranderende steunniveaus aan te passen.

(28) Niet alleen werd voordien gekoppelde marktsteun in de bedrijfstoeslagregeling opgenomen, maar ook werd het bedrag van de toeslagrechten in lidstaten die kozen voor de uitvoering van het historische model, gebaseerd op het individuele niveau van in het verleden verleende steun. Nu de bedrijfstoeslagregeling reeds enige jaren van toepassing is en meer sectoren omvat, wordt het steeds moeilijker om de legitimiteit van aanzienlijke individuele verschillen in het steunniveau, die slechts gebaseerd zijn op in het verleden verleende steun, te rechtvaardigen. Daarom moeten de lidstaten die hebben gekozen voor de toepassing van het historische model, de mogelijkheid krijgen om onder bepaalde voorwaarden en met inachtneming van de algemene beginselen van de Gemeenschapswetgeving en de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid de toegewezen toeslagrechten in die zin te herzien dat de betrokken eenheidsbedragen dichter bij elkaar komen te liggen. De lidstaten kunnen bij de vaststelling van dichter bij elkaar liggende bedragen rekening houden met de specifieke kenmerken van geografische gebieden. Met het oog op het gelijktrekken van de toeslagrechten moet worden voorzien in een adequate overgangsperiode, volgens een ritme dat is gekozen door elke lidstaat, en een beperkte verlagingsmarge, teneinde de landbouwers in de gelegenheid te stellen zich op een redelijke wijze aan de veranderende steunniveaus aan te passen.

Motivering

De lidstaten moet meer flexibiliteit worden gelaten.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis) De randvoorwaarden en het gemeenschappelijk landbouwbeleid worden in de toekomst waarschijnlijk verder aangepast, aangezien het niveau van de betalingen niet altijd in overeenstemming lijkt te zijn met de inspanningen van de betrokken landbouwers om aan de regels te voldoen, daar de bedragen nog altijd grotendeels afhangen van uitgaven in het verleden. Met name de wetgeving inzake dierenwelzijn is duidelijk een zware verplichting voor veehouders, hetgeen niet tot uiting komt in het niveau van de betalingen. Als ingevoerde producten echter aan dezelfde normen inzake dierenwelzijn zouden moeten voldoen, dan zouden de veehouders niet hoeven te worden gecompenseerd voor de naleving van de communautaire wetgeving op dit gebied. De Commissie dient in de onderhandelingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie dan ook te pleiten voor erkenning van niet-commerciële aspecten als importcriteria.

Motivering

Herindiening van het amendement dat is aangenomen door het Europees Parlement als deel van het verslag T6 - 0598/2007 op 11 december 2007 "Rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling".

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30) De lidstaten konden in het kader van de bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 ingevoerde bedrijfstoeslagregeling bepaalde betalingen van de toepassing van die regeling uitsluiten. Tegelijkertijd voorzag artikel 64, lid 3, van die verordening in de herziening van de in titel III, hoofdstuk 5, afdelingen 2 en 3, geboden facultatieve regelingen in het licht van markt- en structurele ontwikkelingen. Uit de analyse van de in dit verband opgedane ervaring blijkt dat de producenten dankzij de ontkoppeling soepeler keuzes kunnen maken en hun beslissingen over de productie kunnen afstemmen op rendabiliteit en de signalen van de markt. Dit geldt met name voor de sectoren akkerbouwgewassen, hop en zaaizaad, en in bepaalde mate ook voor de rundvleessector. De gedeeltelijk gekoppelde betalingen voor deze sectoren moeten daarom in de bedrijfstoeslagregeling worden opgenomen. Met het oog op een geleidelijke aanpassing van de landbouwers in de rundvleessector aan de nieuwe steunbepalingen, dienen de speciale premie voor mannelijke runderen en de slachtpremie geleidelijk te worden geïntegreerd. Aangezien de gedeeltelijk gekoppelde betalingen in de sectoren groenten en fruit pas onlangs, en slechts als overgangsmaatregel, werden ingevoerd, is het niet nodig die regelingen te herzien.

(30) De lidstaten konden in het kader van de bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 ingevoerde bedrijfstoeslagregeling bepaalde betalingen van de toepassing van die regeling uitsluiten. Tegelijkertijd voorzag artikel 64, lid 3, van die verordening in de herziening van de in titel III, hoofdstuk 5, afdelingen 2 en 3, geboden facultatieve regelingen in het licht van markt- en structurele ontwikkelingen. Uit de analyse van de in dit verband opgedane ervaring blijkt dat de producenten dankzij de ontkoppeling soepeler keuzes zouden kunnen maken en hun beslissingen over de productie zouden kunnen afstemmen op rendabiliteit en de signalen van de markt. De lidstaten die daartoe besluiten, moeten daarom in de gelegenheid gesteld worden om verdere stappen in de ontkoppeling van de steun te ondernemen. Aangezien de gedeeltelijk gekoppelde betalingen in de sectoren groenten en fruit pas onlangs, en slechts als overgangsmaatregel, werden ingevoerd, is het niet nodig die regelingen te herzien.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Overweging 31 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(31 bis) Er dienen specifieke steunmaatregelen te komen voor de schapensector in de Europese Unie, die een ernstige achteruitgang doormaakt. De aanbevelingen die het Europees Parlement in zijn resolutie van 19 juni 2008 over de toekomst van de sector schapen- en geitenvlees in Europa(1) heeft gedaan, moeten worden opgevolgd.

 

_______________

1 Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0310.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32) De lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen om tot 10% van hun maximum te gebruiken voor de verlening van specifieke steun in duidelijk omschreven gevallen. Deze steun moet de lidstaten in staat stellen milieuproblemen aan te pakken en de kwaliteit en de afzet van landbouwproducten te verbeteren. Tevens dient te worden voorzien in specifieke steun om de gevolgen van de geleidelijke afschaffing van de melkquota en de ontkoppeling van de steun in bijzonder kwetsbare sectoren op te vangen. Gezien het toenemende belang van doeltreffend risicobeheer moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen financieel bij te dragen aan door de landbouwers te betalen oogstverzekeringspremies en aan de vergoeding van bepaalde economische verliezen ten gevolge van dier- of plantenziekten. Met het oog op de naleving van de door de Gemeenschap aangegane internationale verbintenissen moeten de middelen die voor gekoppelde steunmaatregelen kunnen worden gebruikt, tot een gepast niveau worden beperkt. De voorwaarden voor de financiële bijdrage aan oogstverzekeringen en vergoedingen tengevolge van dier- of plantenziekten moeten overeenkomstig worden vastgesteld.

(32) De lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen om tot 10% van hun maximum te gebruiken voor de verlening van specifieke steun in duidelijk omschreven gevallen. Deze steun moet de lidstaten in staat stellen milieuproblemen aan te pakken en de kwaliteit en de afzet van landbouwproducten te verbeteren. Tevens dient te worden voorzien in specifieke steun om de gevolgen van de geleidelijke afschaffing van de melkquota en de ontkoppeling van de steun in bijzonder kwetsbare sectoren op te vangen. Met het oog op de naleving van de door de Gemeenschap aangegane internationale verbintenissen moeten de middelen die voor gekoppelde-steunmaatregelen kunnen worden gebruikt, tot een gepast niveau worden beperkt.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Overweging 32 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(32 bis) gezien de toenemende betekenis van doelmatig risicobeheer, moet het de lidstaten toegestaan zijn maximaal nog eens 5% van hun plafonds te gebruiken voor steun aan boeren of producentenorganisaties of -verbanden in de vorm van financiële bijdragen aan kosten in verband met verzekeringspremies en onderlinge fondsen.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36 ) De ontkoppeling van de rechtstreekse steun en de invoering van de bedrijfstoeslagregeling waren hoekstenen in de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. In 2003 bestond echter een aantal redenen om specifieke steun voor een aantal gewassen te behouden. De ervaring met de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de ontwikkeling van de marktsituatie wijzen erop dat regelingen die in 2003 van de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling werden uitgesloten, inmiddels met het oog op een meer marktgerichte en duurzame landbouw in de regeling kunnen worden opgenomen. Dit geldt met name voor de sector olijfolie, waar slechts een marginale vorm van koppeling werd toegepast. Dezelfde redenering gaat op voor de betalingen in de sectoren durumtarwe, eiwithoudende gewassen, rijst, aardappelzetmeel en noten, waar het nut van ontkoppeling wordt bekrachtigd door de afnemende doeltreffendheid van de resterende gekoppelde betalingen. Met betrekking tot vlas moet de verwerkingssteun worden afgeschaft en moeten de betrokken bedragen in de bedrijfstoeslagregeling worden geïntegreerd. Voor rijst, gedroogde voedergewassen, aardappelzetmeel en vlas moet met het oog op een zo vlot mogelijke overschakeling op ontkoppelde steun een overgangsperiode worden vastgesteld. Wat noten betreft, moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen het nationale deel van de steun op een gekoppelde manier te blijven betalen om zo de gevolgen van de ontkoppeling beter te kunnen opvangen.

(36) De ontkoppeling van de rechtstreekse steun en de invoering van de bedrijfstoeslagregeling waren hoekstenen in de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. In 2003 bestond echter een aantal redenen om specifieke steun voor een aantal gewassen te behouden. De ervaring met de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en de ontwikkeling van de marktsituatie wijzen erop dat regelingen die in 2003 van de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling werden uitgesloten, inmiddels met het oog op een meer marktgerichte en duurzame landbouw in de regeling zouden kunnen worden opgenomen, al naargelang de keuze van de lidstaat. Dit geldt met name voor de sector olijfolie, waar slechts een marginale vorm van koppeling werd toegepast. Dezelfde redenering gaat op voor de betalingen in de sectoren durumtarwe, rijst, aardappelzetmeel en noten, waar het nut van ontkoppeling wordt bekrachtigd door de afnemende doeltreffendheid van de resterende gekoppelde betalingen. Voor rijst, aardappelzetmeel en vlas moet met het oog op een zo vlot mogelijke overschakeling op ontkoppelde steun een overgangsperiode worden vastgesteld. Wat noten betreft, moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen het nationale deel van de steun op een gekoppelde manier te blijven betalen om zo de gevolgen van de ontkoppeling beter te kunnen opvangen.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37) Als gevolg van de integratie van nieuwe regelingen in de bedrijfstoeslagregeling moet worden voorzien in de berekening van het nieuwe niveau van individuele inkomenssteun in het kader van die regeling. Met betrekking tot noten, aardappelzetmeel, vlas en gedroogde voedergewassen, moet deze stijging worden toegekend op basis van de steun die de landbouwers gedurende de laatste jaren hebben ontvangen. Wat de integratie van betalingen betreft die tot dusverre gedeeltelijk van de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling waren uitgesloten, moeten de lidstaten echter de kans krijgen de oorspronkelijke referentieperioden te gebruiken.

(37) Als gevolg van de integratie van nieuwe regelingen in de bedrijfstoeslagregeling moet worden voorzien in de berekening van het nieuwe niveau van individuele inkomenssteun in het kader van die regeling. Met betrekking tot noten, aardappelzetmeel en vlas, moet deze stijging worden toegekend op basis van de steun of van de productiequota die de landbouwers gedurende de laatste jaren zijn toegekend. Wat de integratie van betalingen betreft die tot dusverre gedeeltelijk van de toepassing van de bedrijfstoeslagregeling waren uitgesloten, moeten de lidstaten echter de kans krijgen de oorspronkelijke referentieperioden te gebruiken.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38) Om de sector energiegewassen bij zijn ontwikkeling te helpen, is bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 specifieke steun voor deze gewassen vastgesteld. Vanwege de recente ontwikkelingen in de sector bio-energie, en met name de sterke vraag naar dergelijke producten op de internationale markten en de invoering van bindende streefdoelen voor het aandeel bio-energie in de totale energiemix tegen 2020, zijn de voornaamste redenen voor het verlenen van specifieke steun voor energiegewassen weggevallen.

(38) Om de sector energiegewassen bij zijn ontwikkeling te helpen, is bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 specifieke steun voor deze gewassen vastgesteld. Vanwege de recente ontwikkelingen in de sector bio-energie, en met name de sterke vraag naar dergelijke producten op de internationale markten en de invoering van bindende streefdoelen voor het aandeel bio-energie in de totale energiemix tegen 2020, zijn de voornaamste redenen voor het verlenen van gekoppelde steun voor energiegewassen weggevallen. Bijgevolg moeten in de toekomst ook de desbetreffende bedragen in de bedrijfstoeslagregeling worden opgenomen.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) steunregelingen voor landbouwers die rijst, zetmeelaardappelen, katoen, suiker, groenten en fruit, schapenvlees, geitenvlees of rundvlees produceren;

(d) steunregelingen voor landbouwers die rijst, eiwithoudende gewassen, zetmeelaardappelen, suiker, groenten en fruit, tabak, schapenvlees, geitenvlees of rundvlees produceren;

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) "landbouwer": een natuurlijke of rechtspersoon dan wel een groep natuurlijke of rechtspersonen, ongeacht de rechtspositie van de groep en haar leden volgens het nationale recht, waarvan het bedrijf zich bevindt op het grondgebied van de Gemeenschap als bedoeld in artikel 299 van het Verdrag en die een landbouwactiviteit uitoefent;

(a) "landbouwer": een natuurlijke of rechtspersoon dan wel een groep natuurlijke of rechtspersonen, ongeacht de rechtspositie van de groep en haar leden volgens het nationale recht, waarvan het bedrijf zich bevindt op het grondgebied van de Gemeenschap als bedoeld in artikel 299 van het Verdrag en die een landbouwactiviteit uitoefent die zijn voornaamste bron van inkomsten vertegenwoordigt;

Motivering

Verduidelijking om te waarborgen dat de steun wordt toegekend aan personen die werkelijk een landbouwactiviteit uitoefenen, die de sociaaleconomische structuur in stand kan houden - hetgeen van vitaal belang is , vooral in bepaalde gebieden.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a bis) "landbouwers met toeslagrechten": landbouwers aan wie toeslagrechten zijn toegekend of definitief overgedragen;

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – letter a ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a ter) "regio": een lidstaat, regio of geografische regio binnen een lidstaat met specifieke kenmerken en/of specifieke structurele handicaps, naar keuze van de betrokken lidstaat;

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Een landbouwer die rechtstreekse betalingen ontvangt, neemt de in bijlage II genoemde uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de op grond van artikel 6 vastgestelde eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie in acht.

1. Een landbouwer die rechtstreekse betalingen ontvangt, neemt de in bijlage II genoemde, uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de op grond van artikel 6 vastgestelde eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie in acht, tenzij dit onuitvoerbaar of onevenredig is.

Motivering

De voorgestelde eis staat haaks op een vereenvoudiging van de procedures in het kader van de randvoorwaarden, omdat er overbodige verplichtingen en bureaucratische formaliteiten worden ingevoerd. De meeste criteria zijn al opgenomen in bestaande wetgeving van EU.

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Een landbouwer die rechtstreekse betalingen ontvangt houdt zich aan de voorschriften inzake de veiligheid op de arbeidsplaats en de aan contractuele regels die de betrokken lidstaat heeft bepaald.

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 – letter a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(a bis) arbeidsveiligheid,

Motivering

Deze bepaling, die reeds voorkwam in het hervormingsvoorstel van de Commissie van 2003, moet weer worden opgenomen

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat alle landbouwgrond, in het bijzonder grond die niet langer wordt gebruikt voor productiedoeleinden, in goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden. De lidstaten stellen op nationaal of op regionaal niveau minimumeisen inzake goede landbouw- en milieuconditie vast op basis van het in bijlage III vastgestelde kader, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, met inbegrip van de bodem- en de klimaatgesteldheid, de bestaande landbouwsystemen, het grondgebruik, de vruchtwisseling, de landbouwpraktijken en de structuur van de landbouwbedrijven.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat alle landbouwgrond, in het bijzonder grond die niet langer wordt gebruikt voor productiedoeleinden, in goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden. De lidstaten stellen op nationaal of op regionaal niveau minimumeisen inzake goede landbouw- en milieuconditie rekening houdend met de in bijlage III vastgestelde onderwerpen en de richtsnoeren van de Commissie en/of andere normen overeenkomstig hun eigen specificiteit, de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, met name de bodem- en de klimaatgesteldheid, de ecosystemen, de bestaande exploitatiewijzen, het grondgebruik, de vruchtwisseling, de landbouwpraktijken en de structuur van de landbouwbedrijven. Die minimumeisen worden op iedere situatie afgestemd en gekozen op grond van hun efficiëntie (zoals erkend door wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring) vanuit agronomisch en ecologisch oogpunt.

 

De tweede kolom in bijlage III bevat optionele normen en de lidstaten bepalen zelf of ze hiervan gebruikmaken. Daarnaast zijn de genomen maatregelen gebaseerd op de bestaande EU-regelgeving en mogen geen extra verplichtingen met zich mee te brengen.

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

Het staat elke lidstaat vrij om in het kader van de randvoorwaarden een bonussysteem in te voeren waarbij de landbouwer bonuspunten krijgt voor acties ten behoeve van de biodiversiteit die hij naast zijn verplichtingen inzake goede landbouw- en milieuconditie onderneemt. De acties die voor toekenning van zulke punten in aanmerking komen worden door de lidstaten nader omschreven. De bonuspunten kunnen worden gebruikt ter compensatie van strafpunten die zijn verkregen in het kader van de in artikel 6 bedoelde goede landbouw- en milieuconditie. De regelingen voor die compensatie worden door de lidstaten vastgesteld.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 ter

 

Voedselzekerheid

 

De lidstaten zien erop toe dat in het kader van een evenwichtig en duurzaam beheer van de grond voorrang wordt gegeven aan nationale en regionale voedselzekerheid. Daartoe verrichten zij - met het oog op het toenemend gebruik van landbouwgrondstoffen voor productie van energie - een analyse van de voedselzekerheid, om iedere bedreiging van de voedselvoorziening uit te sluiten.

Motivering

De voedselzekerheid is een van de doelstellingen van artikel 33 van het EG-Verdrag. De klimaatverandering en de wereldwijde stijging van de voedselprijzen is dit doel weer actueel geworden en moet dan ook in de lijst van basiseisen ten aanzien van de bedrijfsvoering voorkomen.

Amendement 39

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Alle bedragen van de in een bepaald kalenderjaar in een bepaalde lidstaat aan een landbouwer te verlenen rechtstreekse betalingen van meer dan 5000 euro worden voor elk jaar tot en met 2012 verlaagd met de volgende percentages:

1. Alle bedragen van de in een bepaald kalenderjaar in een bepaalde lidstaat aan een landbouwer te verlenen rechtstreekse betalingen van meer dan 5000 euro worden voor elk jaar tot en met 2012 verlaagd met de volgende percentages:

(a) 2009: 7%,

(a) 2009: 6%,

(b) 2010: 9%,

(b) 2010: 6%,

(c) 2011: 11%,

(c) 2011: 7%,

(d) 2012: 13%.

(d) 2012: 7%.

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten zorgen ervoor dat elke verhoging van de verplichte modulatie gepaard gaat met een dienovereenkomstige verlaging van de vrijwillige modulatie.

Motivering

Dit is nodig om ervoor te zorgen dat er een eerlijke concurrentie blijft bestaan tussen alle boeren in Europa, en dat bepaalde boeren niet worden gediscrimineerd vanwege het nationale overheidsbeleid.

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in lid 1 vastgestelde verlagingspercentages worden verhoogd voor:

2. De in lid 1 vastgestelde verlagingspercentages worden verhoogd voor:

(a) bedragen vanaf 100 000 euro tot en met 199 999 euro, met 3 procentpunten,

(a) bedragen vanaf 100.000 euro tot en met 199.999 euro, met 1 procentpunt,

(b) bedragen vanaf 200.000 euro tot en met 299.999 euro, met 6 procentpunten,

(b) bedragen vanaf 200.000 euro tot en met 299.999 euro, met 2 procentpunten,

(c) bedragen vanaf 300 000 euro, met 9 procentpunten.

(c) bedragen vanaf 300 000 euro, met 3 procentpunten.

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op de betalingen die volledig zijn geïntegreerd in de bedrijfstoeslagregeling.

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op rechtstreekse betalingen aan landbouwers in de Franse overzeese departementen, op de Azoren en Madeira, op de Canarische Eilanden en op de eilanden in de Egeïsche Zee.

3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op rechtstreekse betalingen aan landbouwers in de Franse overzeese departementen, op de Azoren en Madeira, op de Canarische Eilanden en op de eilanden in de Egeïsche en de Ionische Zee.

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Onverminderd artikel 11 mogen de totale nettobedragen van de rechtstreekse betalingen die na toepassing van de artikelen 7 en 10 van de onderhavige verordening en artikel 1 van Verordening (EG) nr. 378/2007 in een bepaalde lidstaat in een bepaalde kalenderjaar mogen worden verleend, niet hoger liggen dat de in bijlage IV bij de onderhavige verordening vastgestelde maxima. Zo nodig passen de lidstaten een lineaire verlaging op de rechtstreekse betalingen toe om ervoor te zorgen dat de in bijlage IV vastgestelde maxima in acht worden genomen.

1. Onverminderd artikel 11 mogen de totale nettobedragen van de rechtstreekse betalingen die na toepassing van de artikelen 7 en 10 van de onderhavige verordening en artikel 1 van Verordening (EG) nr. 378/2007 in een bepaalde lidstaat in een bepaalde kalenderjaar mogen worden verleend, niet hoger liggen dat de in bijlage IV bij de onderhavige verordening vastgestelde maxima. Zo nodig passen de lidstaten een lineaire verlaging toe op de rechtstreekse betalingen waarop modulatiereducties van toepassing zijn om ervoor te zorgen dat de in bijlage IV vastgestelde maxima in acht worden genomen.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in bijlage IV vastgestelde maxima worden door de Commissie volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure herzien om rekening te houden met:

2. De in bijlage IV vastgestelde maxima worden door de Commissie elk jaar onderzocht volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure om rekening te houden met:

(a) wijzigingen van de maximumbedragen die in het kader van de rechtstreekse betalingen kunnen worden verleend;

(a) wijzigingen van de maximumbedragen die in het kader van de rechtstreekse betalingen kunnen worden verleend;

(b) wijzigingen van de in Verordening (EG) nr. 378/2007 bedoelde vrijwillige modulatie;

 

(c) structurele wijzigingen van de bedrijven.

(c) structurele wijzigingen van de bedrijven,

 

waarvan ze het Europees Parlement in kennis stelt.

Motivering

Aangezien de reële financiële behoeften voor rechtstreekse subsidiëring moeilijk te voorzien zijn, moet de Commissie de plafonds voor rechtstreekse subsidies van de lidstaten elk jaar opnieuw bekijken en met de werkelijke behoeften in overeenstemming brengen.

Amendement  46

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De bedragen die in andere dan de nieuwe lidstaten voortvloeien uit de toepassing van de in artikel 7 vastgestelde verlagingen zijn overeenkomstig de volgende leden beschikbaar als aanvullende communautaire steun voor maatregelen in het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma's die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1698/2005 worden gefinancierd met middelen uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).

1. De bedragen die in andere dan de nieuwe lidstaten voortvloeien uit de toepassing van de in artikel 7 vastgestelde verlagingen zijn overeenkomstig de volgende leden beschikbaar voor communautaire steun voor maatregelen in het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma's die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1698/2005 worden gefinancierd met middelen uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).

Amendement  47

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Artikel 7 is op landbouwers in een nieuwe lidstaat in een bepaald kalenderjaar slechts van toepassing indien het krachtens artikel 110 in die lidstaat en voor dat bepaalde kalenderjaar geldende niveau van de rechtstreekse betalingen niet lager ligt dan het niveau in andere dan de nieuwe lidstaten, rekening houdend met op grond van artikel 7, lid 1, toegepaste verlagingen.

1. De modulatie wordt voor de nieuwe lidstaten pas verplicht zodra zij de volledige rechtstreekse betalingen ontvangen.

Motivering

In de nieuwe lidstaten moet de modulatie moet niet worden toegepast voor 2013, dat wil zeggen voor de volledige rechtstreekse betalingen. Twee aspecten moeten in aanmerking worden genomen: enerzijds het lage niveau van de rechtstreekse steun in vergelijking met die welke ontvangen wordt in de lidstaten van de EU-15, en anderzijds het feit dat deze kredieten onvolledig blijven.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 7, leden 1 en 2, wordt volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure toegewezen aan de nieuwe lidstaat waar de overeenkomstige bedragen zijn gegenereerd. Dit bedrag wordt gebruikt overeenkomstig artikel 69, lid 5 bis, van Verordening (EG) nr. 1698/2005.

4. Het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 7, leden 1 en 2, wordt volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure toegewezen aan de nieuwe lidstaat waar de overeenkomstige bedragen zijn gegenereerd.

Amendement  49

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bedrijfsadviseringssysteem

Bedrijfsadviserings- en onderzoeksysteem

Amendement  50

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De adviseringsactiviteit heeft ten minste betrekking op de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in hoofdstuk 1.

2. De adviserings- en onderzoeksactiviteit heeft ten minste betrekking op de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in hoofdstuk 1 en op de verspreiding van productiewijzen die economisch renderend en ecologisch duurzaam zijn, zuiniger omgaan met natuurlijke hulpbronnen en minder productiekosten vergen (energie, input).

Motivering

La conditionnalité joue un rôle utile, mais un important travail de vulgarisation doit être entrepris auprès des agriculteurs afin de les aider à mettre en place de nouveaux modèles de production performants sur le plan de la production et plus durables intégrant de nombreuses externalités négatives de l’agriculture. Certains agriculteurs utilisent déjà ces nouveaux itinéraires techniques qui conduisent l’agriculteur à raisonner plus globalement le fonctionnement de son exploitation prise en compte dans son écosystème. Ces nouvelles pratiques procèdent d’un changement technologique susceptible d’engager l’agriculture sur une voie de développement plus viable et plus durable. Il convient de favoriser la diffusion des ces innovations par le biais du conseil auprès des agriculteurs.

Amendement  51

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2 . De lidstaten geven voorrang aan de landbouwers die meer dan 15 000 euro aan rechtstreekse betalingen per jaar ontvangen.

2. De lidstaten zien erop toe dat alle landbouwers op vrijwillige basis kunnen deelnemen aan dit adviseringssysteem.

Amendement  52

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze databank moet met name de mogelijkheid bieden om via de bevoegde autoriteit van de lidstaat de gegevens betreffende de kalenderjaren en/of verkoopseizoenen vanaf 2000 rechtstreeks en onmiddellijk te raadplegen.

Deze databank moet met name de mogelijkheid bieden om via de bevoegde autoriteit van de lidstaat de gegevens betreffende de kalenderjaren en/of verkoopseizoenen vanaf 2000 rechtstreeks en onmiddellijk te raadplegen, of, wat betreft de nieuwe lidstaten, vanaf het jaar volgend op hun toetreding tot de Unie.

Motivering

Het jaar 2000 kan niet als referentie dienen voor de landen die zijn toegetreden tot de Europese Unie in 2004 of in 2007.

Amendement  53

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten voeren administratieve controles van de steunaanvragen uit om de voorwaarden voor subsidiabiliteit van de steun te verifiëren.

1. De lidstaten voeren administratieve controles van de steunaanvragen uit om de voorwaarden voor subsidiabiliteit van de steun te verifiëren. Deze administratieve controles mogen niet een te grote belasting voor de landbouwer zijn, met name wat betreft kosten en administratieve formaliteiten.

Motivering

Vermindering van bureaucratische rompslomp.

Amendement  54

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten verrichten controles ter plaatse om na te gaan of de landbouwer de in hoofdstuk 1 bedoelde verplichtingen nakomt.

1. De lidstaten verrichten controles ter plaatse om na te gaan of de landbouwer de in hoofdstuk 1 bedoelde verplichtingen nakomt. Deze controles mogen per bedrijf niet langer dan een dag duren en vormen niet een te grote belasting voor de landbouwer.

Amendement  55

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten kunnen gebruik maken van hun bestaande beheers- en controlesystemen om erop toe te zien dat de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in hoofdstuk 1 worden nageleefd.

2. De lidstaten kunnen gebruik maken van hun bestaande beheers- en controlesystemen om erop toe te zien dat de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in hoofdstuk 1 worden nageleefd. De lidstaten zullen streven naar beperking van het aantal controle-instanties en het aantal personen dat ter plaatse op een bepaald bedrijf controles verricht.

Motivering

Herindiening van amendement dat is aangenomen door het Europees Parlement als deel van het verslag T6 - 0598/2007 op 11 december 2007 "Rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling ".

Amendement  56

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De lidstaten kunnen particuliere controle- en administratiesystemen inschakelen, mits deze officieel door de nationale autoriteiten zijn erkend.

Amendement  57

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter. De lidstaten streven naar een planning van de controles, zodat landbouwbedrijven die vanwege seizoensgebonden factoren het best in een bepaalde periode van het jaar kunnen worden gecontroleerd, ook feitelijk dan gecontroleerd worden. Indien de controle-instantie echter een bepaald reglementair beheerselement of een deel daarvan, of de goede landbouw- en milieuconditie, in verband met seizoensgebonden factoren, tijdens een controle ter plaatse niet heeft kunnen controleren, moeten deze eisen en voorwaarden worden beschouwd als te zijn in acht genomen.

Amendement  58

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De eerste alinea is tevens van toepassing wanneer de betrokken niet-naleving het gevolg is van een handelen of nalaten dat rechtstreeks kan worden toegeschreven aan de persoon aan wie of door wie de landbouwgrond was overgedragen.

De eerste alinea is tevens van toepassing wanneer de betrokken niet-naleving het gevolg is van een handelen of nalaten dat rechtstreeks kan worden toegeschreven aan de persoon aan wie of door wie de landbouwgrond is overgedragen, behalve wanneer de persoon die verantwoordelijk is voor de niet-naleving ook een steunaanvraag heeft ingediend voor het betreffende jaar. In dit geval is de in lid 1 genoemde sanctie van toepassing op de rechtstreekse betalingen aan de persoon die verantwoordelijk is voor de niet-naleving.

Amendement  59

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 1 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de toepassing van dit lid wordt onder "overdracht" verstaan een transactie op grond waarvan de cedent de beschikking over de landbouwgrond verliest.

Voor de toepassing van dit lid wordt onder "overdracht" verstaan een transactie op grond waarvan de cedent de beschikking over de landbouwgrond verliest, met uitzondering van transacties die de betrokken landbouwer niet kan verhinderen.

Amendement  60

Voorstel voor een verordening

Artikel 25 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien een lidstaat besluit gebruik te maken van de in de eerste alinea geboden mogelijkheid, neemt de bevoegde autoriteit het volgende jaar de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de landbouwer de niet-naleving corrigeert. De constatering van de niet-naleving en de te ondernemen corrigerende actie worden de landbouwer meegedeeld.

 

Indien een lidstaat besluit gebruik te maken van de in de eerste alinea geboden mogelijkheid, informeert de bevoegde autoriteit de landbouwer over de niet-naleving en dient deze op zijn beurt kennis te geven van de maatregelen die hij heeft genomen om het probleem te verhelpen. . Tijdens een controle van de door de landbouwer genomen maatregelen houdt de bevoegde autoriteit rekening met deze bedrijven bij het opstellen van de risico-analyse voor de controles ter plaatse in het volgende jaar.

Motivering

Als er met het oog op vereenvoudiging de "de minimis" regel van lid 3, eerste alinea, wordt toegepast is het voldoende om dit in aanmerking te nemen bij de risicoanalyse van het daaropvolgend jaar.

Amendement  61

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 26 bis

 

Herziening

 

Uiterlijk op 31 december 2007 en daarna om de twee jaar legt de Commissie een verslag voor over de toepassing van de randvoorwaarden, dat zonodig adequate voorstellen bevat, met name met het oog op:

 

- wijziging van de lijst van beheerseisen in Bijlage II,

 

- vereenvoudiging, deregulering en verbetering van de wetgeving krachtens de lijst van beheerseisen, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de wetgeving over nitraten,

 

- vereenvoudiging, verbetering en harmonisatie van de bestaande controlesystemen, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijkheden van de ontwikkeling van indicatoren, knelpuntcontroles, controles die al verricht zijn in het kader van particuliere certificatieregelingen, controles die verricht zijn in het kader van de nationale wetgeving voor de naleving van beheerseisen, en informatie- en communicatietechnologie,

 

De verslagen bevatten tevens een raming van de totale kosten van de controle in het kader van de randvoorwaarden van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het verslag wordt gepubliceerd.

Motivering

Herindiening van amendement dat is aangenomen door het Europees Parlement als deel van het verslag T6 - 0598/2007 op 11 december 2007 "Rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling".

Amendement  62

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor de toepassing van andere dan de in bijlage V opgenomen communautaire of nationale steunregelingen kunnen de lidstaten één of meer onderdelen van het geïntegreerd systeem opnemen in hun beheers- en controleprocedures.

2. Voor de toepassing van andere dan de in bijlage VI opgenomen communautaire of nationale steunregelingen kunnen de lidstaten één of meer onderdelen van het geïntegreerd systeem opnemen in hun beheers- en controleprocedures.

Motivering

Correctie van vergissing in de Commissietekst.

Amendement  63

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. In de volgende gevallen verlenen de lidstaten geen rechtstreekse betalingen aan een landbouwer:

1. De lidstaten kunnen besluiten vanaf een vast te stellen drempel geen rechtstreekse betalingen toe te kennen.

(a) indien het totaalbedrag van de in een bepaald kalenderjaar aangevraagde of te verlenen rechtstreekse betalingen niet hoger is dan 250 euro, of

 

(b) indien het subsidiabele areaal van het bedrijf waarvoor rechtstreekse betalingen worden aangevraagd of moeten worden verleend, ten hoogste één hectare bedraagt. Cyprus en Malta mogen evenwel een voor betaling in aanmerking komende minimumoppervlakte van, respectievelijk, 0,3 hectare en 0,1 hectare vaststellen

 

Voor landbouwers met in artikel 45, lid 1, bedoelde bijzondere toeslagrechten is evenwel alleen de onder a) vastgestelde voorwaarde van toepassing.

 

 

De bedragen die door toepassing van lid 1 eventueel worden bespaard blijven in de nationale reserve van de lidstaat waar zij vandaan komen.

Amendement  64

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten kunnen op een objectieve en niet-discriminerende manier beslissen geen rechtstreekse betalingen te verlenen aan ondernemingen of bedrijven in de zin van artikel 48, lid 2, van het Verdrag die niet als voornaamste doel hebben een landbouwactiviteit uit te oefenen.

2. De lidstaten kunnen op een objectieve en niet-discriminerende manier beslissen geen rechtstreekse betalingen te verlenen aan ondernemingen of bedrijven in de zin van artikel 48, lid 2, van het Verdrag wier voornaamste bedrijfsactiviteit niet gericht is op de productie, de teelt of het kweken van landbouwproducten, met inbegrip van het oogsten, het melken, het fokken en het houden van dieren voor landbouwdoeleinden.

Motivering

Steun aan begunstigden wier activiteit slechts zeer zijdelings met agrarische productie te maken heeft, moet zoveel mogelijk worden beperkt.

Amendement  65

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De betalingen worden tot tweemaal per jaar uitgekeerd binnen de periode van 1 december tot en met 30 juni van het volgende kalenderjaar.

2. De betalingen worden tot tweemaal per jaar uitgekeerd binnen de periode van 1 december tot en met 30 juni van het volgende kalenderjaar en omvatten een rente volgens de geldende marktkoers over het bedrag dat vanaf 30 juni van het volgende kalenderjaar verschuldigd is.

Amendement  66

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Bij vertraging van betaling als gevolg van een geschil met de bevoegde instantie, waarbij de landbouwer in het gelijk is gesteld, ontvangt deze een rente volgens de geldende marktkoers.

Amendement  67

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Betalingen op grond van de in bijlage I vermelde steunregelingen worden pas verricht nadat de lidstaat op grond van artikel 22 de subsidiabiliteitsvoorwaarden heeft gecontroleerd.

3. Betalingen naar aanleiding van een aanvraag op grond van de in bijlage I vermelde steunregelingen worden pas verricht nadat de lidstaat op grond van artikel 22 de subsidiabiliteitsvoorwaarden voor de aanvraag heeft gecontroleerd.

Amendement  68

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien echter de betalingen zijn verricht als voorschot of in 2 termijnen, wordt het eerste bedrag vastgesteld op grond van de resultaten van de administratieve controles en de controles ter plaatse die beschikbaar zijn op de dag van betaling, en wel zodanig dat het definitieve bedrag van de betaling niet lager is dan het bedrag van de eerste termijn.

Amendement  69

Voorstel voor een verordening

Artikel 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in bijlage I vermelde steunregelingen zijn van toepassing onverminderd de mogelijkheid deze op elk tijdstip in het licht van de economische ontwikkelingen en de begrotingssituatie te herzien.

Schrappen

Amendement  70

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor de toepassing van deze titel wordt onder landbouwers die over toeslagrechten beschikken verstaan landbouwers aan wie toeslagrechten zijn toegewezen of definitief zijn overgedragen.

Schrappen.

Motivering

Deze definitie is nu opgenomen in artikel 2, waarin alle definities zijn opgenomen die nodig zijn om deze ordening te begrijpen.

Amendement  71

Voorstel voor een verordening

Artikel 34 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Braakleggingstoeslagrechten die zijn vastgesteld overeenkomstig de artikelen 53 en 63, lid 2 van Verordening (EG) 1782/03 worden normale rechten in de zin van deze verordening.

Motivering

Verheldert de juridische onzekerheid ten aanzien van het lot van de braakleggingstoeslagrechten en verzekert dat elk 'etiket' dat anders in dat soort rechten kan blijven bestaan wordt afgeschaft.

Amendement  72

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De toeslagrechten per hectare worden niet gewijzigd tenzij anders is bepaald.

1. De toeslagrechten per hectare worden niet gewijzigd tenzij anders is bepaald.

Amendement  73

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie stelt volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure uitvoeringsbepalingen vast inzake de wijziging van toeslagrechten en met name delen van toeslagrechten.

2. Indien de landbouwer die een rechtstreekse betaling heeft ontvangen tijdens de referentieperiode, in de loop van die periode of uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling zijn juridische status of benaming verandert, krijgt hij toegang tot de bedrijfstoeslagregeling onder dezelfde voorwaarden als de landbouwer die het bedrijf oorspronkelijk heeft beheerd.

 

3. Ingeval van een fusie tijdens de referentieperiode of uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het aan het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling krijgt de landbouwer die het nieuwe bedrijf beheert, toegang tot de bedrijfstoeslagregeling onder dezelfde voorwaarden als de landbouwers die de oorspronkelijke bedrijven hebben beheerd.

 

Ingeval van een splitsing van het bedrijf tijdens de referentieperiode of uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het aan het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling krijgen de landbouwers die de bedrijven beheren, elk naar hun aandeel toegang tot de bedrijfstoeslagregeling onder dezelfde voorwaarden als de landbouwer die het bedrijf oorspronkelijk heeft beheerd.

Motivering

De bepalingen van verordening 1782/2003, die veel duidelijker en preciezer zijn, worden hier opnieuw opgenomen.

Amendement  74

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Zo nodig past de lidstaat een lineaire verlaging op het bedrag van de toeslagrechten toe om de naleving van zijn maximum te garanderen.

2. Zo nodig past de lidstaat een lineaire procentuele verlaging op het bedrag van de toeslagrechten toe om de naleving van zijn maximum te garanderen.

Amendement  75

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Als aan het einde van een bepaald begrotingsjaar in een lidstaat geconstateerd wordt dat de totale daadwerkelijk uitbetaalde toeslagrechten onder het nationale maximum van bijlage VIII zijn gebleven, wordt het verschil toegewezen aan de nationale reserve.

Motivering

Momenteel wordt geld dat niet wordt uitgegeven teruggestort in de kas van de lidstaat en kan voor doelen worden gebruikt die niets te maken hebben met de landbouwsector. Er moet dus voor gezorgd worden dat het geld dat oorspronkelijk is uitgetrokken voor de landbouwsector ook deze sector ten goed komt.

Amendement  76

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten kunnen de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, bij voorrang toeslagrechten te verlenen aan landbouwers die met hun landbouwactiviteiten beginnen.

2. De lidstaten kunnen de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, toeslagrechten te verlenen aan landbouwers die landbouwactiviteiten uitoefenen. De lidstaten kunnen hierbij voorrang geven aan starters, landbouwers jonger dan 35 jaar, gezinsbedrijven of andere landbouwers die prioriteit hebben.

Amendement  77

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Lidstaten die artikel 68, lid 1, onder c), niet toepassen, kunnen de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, toeslagrechten vast te stellen voor landbouwers in gebieden waar aan een of andere vorm van overheidssteun gekoppelde herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma's gaande zijn om te voorkomen dat het land wordt verlaten en/of om specifieke nadelen voor landbouwers in die gebieden te compenseren.

3. Lidstaten kunnen, met ingang van de inwerkingtreding van de verordening in 2009 de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, toeslagrechten vast te stellen of steunmaatregelen treffen voor landbouwers in gebieden waar aan een of andere vorm van overheidssteun voor sectoren die in moeilijkheden verkeren en die geconcentreerd zijn in achtergestelde regio's, zoals de schapen- en geitensector, gekoppelde herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma's gaande zijn om te voorkomen dat het land verlaten wordt en de productie wordt stilgelegd en/of om specifieke nadelen voor landbouwers in die gebieden te compenseren.

Motivering

Bepaalde sectoren, met name de schapen- en geitensector, maken een zeer moeilijke tijd door, terwijl het essentiële sectoren zijn voor de economische en duurzame ontwikkeling van de meest achtergestelde gebieden, en voor de ruimtelijke ordening. Voor de landbouwers in deze sectoren moet er onmiddellijk wat gebeuren, meteen al in 2009. Daarom moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om snel de nationale reserve te mobiliseren voor financiering van specifieke steunmaatregelen voor deze sectoren die min moeilijkheden verkeren.

Amendement  78

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. De lidstaten mogen de nationale reserve gebruiken om toeslagrechten toe te kennen aan landbouwers die contracten van bijzondere aard hebben afgesloten, die door de lidstaten gereglementeerd zijn.

Motivering

De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben via de nationale reserve betalingsrechten toe te kennen aan landbouwers die contracten van bijzondere aard hebben afgesloten, die onder regelgeving van de lidstaat vallen (veestapel, etc.). Door de grotere flexibiliteit bij de besteding van de nationale reserve kunnen de middelen die voor het eerst zijn samengevloeid in 2008 worden gebruikt, nadat de rechten gedurende 3 achtereenvolgende jaren niet zijn gebruikt, die ingevolge het voorstel van de Commissie 2 jaar worden.

Amendement  79

Voorstel voor een verordening

Artikel 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Toeslagrechten die gedurende twee jaar niet zijn geactiveerd, worden toegevoegd aan de nationale reserve, behalve in gevallen van overmacht en uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 36, lid 1.

Toeslagrechten die gedurende drie jaar niet zijn geactiveerd, worden toegevoegd aan de nationale reserve, behalve in gevallen van overmacht en uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 36, lid 1. De middelen worden bij voorrang gebruikt om de instroom van jongeren in de landbouw te bevorderen zodat de oudere generaties vervangen worden door jongere.

Motivering

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid beschikt niet over voldoende middelen voor het stimuleren van de aflossing van de wacht door jongere generaties, hetgeen nodig is om de duurzaamheid van de landbouw te waarborgen.

Amendement  80

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Toeslagrechten kunnen worden overgedragen door verkoop of elke andere vorm van definitieve overdracht met of zonder grond. Verhuur of soortgelijke transacties zijn daarentegen slechts toegestaan indien de overdracht van de toeslagrechten gepaard gaat met de overdracht van een overeenkomstig aantal subsidiabele hectaren.

Schrappen

Amendement  81

Voorstel voor een verordening

Artikel 44 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In dergelijke gevallen kunnen de lidstaten ook besluiten dat verhuur of soortgelijke transacties slechts zijn toegestaan indien de overdracht van de toeslagrechten gepaard gaat met de overdracht van een overeenkomstig aantal subsidiabele hectaren.

Amendement  82

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. In afwijking van artikel 35, lid 1, wordt een landbouwer die over bijzondere toeslagrechten beschikt, door de lidstaat gemachtigd om af te wijken van de verplichting toeslagrechten te activeren op basis van een overeenkomstig aantal hectaren, op voorwaarde dat deze landbouwer ten minste 50% van de in de kalenderjaren 2000, 2001 en 2002 uitgeoefende en in grootvee-eenheden (GVE) uitgedrukte landbouwactiviteiten behoudt.

2. In afwijking van artikel 35, lid 1, wordt een landbouwer die over bijzondere toeslagrechten beschikt, door de lidstaat gemachtigd om af te wijken van de verplichting toeslagrechten te activeren op basis van een overeenkomstig aantal hectaren, op voorwaarde dat deze landbouwer ten minste 50% van de in de kalenderjaren 2000, 2001 en 2002 uitgeoefende en in grootvee-eenheden (GVE) uitgedrukte landbouwactiviteiten behoudt. Voor Roemenië en Bulgarije zijn de desbetreffende kalenderjaren 2006, 2007 en 2008.

Motivering

Gezien de bijzonder situatie van de veeteeltbedrijven is het nuttig ook de bepalingen toe te passen in de lidstaten die nog niet de bedrijfstoeslagregeling uitvoeren.

Amendement  83

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 2 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het kan echter van toepassing zijn op lidstaten die de bedrijfstoeslagregeling nog niet hebben ingevoerd, maar voornemens zijn dit te doen.

Amendement  84

Voorstel voor een verordening

Artikel 45 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Bij overdracht van de bijzondere toeslagrechten komt de overnemer niet in aanmerking voor de in lid 2 vastgestelde afwijking, tenzij in geval van feitelijke of verwachte vererving.

3. Bij overdracht van de bijzondere toeslagrechten komt de overnemer in aanmerking voor de in lid 2 vastgestelde afwijking, voor zover alle toeslagrechten die onder de afwijking vallen, zijn overgedragen, en in geval van feitelijke of verwachte vererving of indien hij niet over de nodige oppervlakte beschikt om deze rechten te activeren.

Motivering

De afwijking van artikel 45, lid 2 moet blijven gelden voor alle gevallen van overdracht van speciale rechten en niet alleen bij vererving. De speciale rechten vormen momenteel een stimulans voor de instandhouding van de veeteelt, in het bijzonder in de lidstaten waar de landbouwers geen eigen weidegrond hebben, maar deze huren.

Amendement  85

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten uiterlijk op 1 augustus 2009 in overeenstemming met de algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht besluiten om met ingang van 2010 de bedragen van de op grond van titel III, hoofdstukken 1 tot en met 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde toeslagrechten dichter bij elkaar te brengen. Hiertoe kunnen de toeslagrechten geleidelijk worden gewijzigd in ten minste drie vooraf vastgestelde jaarlijkse stappen en op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

1. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten uiterlijk op 1 augustus 2009 in overeenstemming met de algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht besluiten om met ingang van 2010 de bedragen van de op grond van titel III, hoofdstukken 1 tot en met 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde toeslagrechten dichter bij elkaar te brengen. Hiertoe kunnen de toeslagrechten geleidelijk worden gewijzigd op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

Motivering

De lidstaten moet meer flexibiliteit worden gelaten.

Amendement  86

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het bedrag van een toeslagrecht mag in geen van deze jaarlijkse stappen worden verlaagd met meer dan 50% van het verschil tussen het initiële bedrag en het bedrag dat geldt bij toepassing van de laatste jaarlijkse stap.

Het bedrag van een toeslagrecht mag niet worden verlaagd met meer dan 50% van het verschil tussen het initiële bedrag en het laatste bedrag.

Motivering

De lidstaten moet meer flexibiliteit worden gelaten.

Amendement  87

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen besluiten het bepaalde in de voorgaande alinea's toe te passen op het gepaste geografische niveau, dat wordt vastgesteld op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zoals hun institutionele of administratieve structuur en/of het regionale, agrarische potentieel.

2. De lidstaten kunnen besluiten de herziening van de toeslagrechten toe te passen op het gepaste geografische niveau, dat wordt vastgesteld op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zoals hun institutionele of administratieve structuur, het regionale, agrarische potentieel, en/of de specifieke structurele handicaps van een bepaald geografisch gebied.

Amendement  88

Voorstel voor een verordening

Artikel 46 – alinea 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In gebieden waar het gemeenschappelijk genotrecht of andere gemeenschappelijke beheerscontracten voor grondstukken gelden, mag de waarde van de toeslagrechten opnieuw worden vastgesteld of grond van de bedrijfsoppervlakte, mits de parameters voor de maximale belasting van het milieu in acht worden genomen.

Amendement  89

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 1

 

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Een lidstaat die de bedrijfstoeslagregeling overeenkomstig titel III, hoofdstukken 1 tot en met 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 heeft ingevoerd, kan uiterlijk tot 1 augustus 2009 besluiten de bedrijfstoeslagregeling met ingang van 2010 op regionaal niveau toe te passen onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden.

1. Een lidstaat die de bedrijfstoeslagregeling overeenkomstig titel III, hoofdstukken 1 tot en met 4, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 heeft ingevoerd, kan jaarlijks uiterlijk tot 1 augustus besluiten de bedrijfstoeslagregeling met ingang van het daaropvolgende jaar op regionaal niveau toe te passen onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden.

Motivering

De keuze om een omslag te maken naar een regionaal model is op deze manier zeer inflexibel en laat weinig ruimte voor discussie en onderzoek naar de mogelijkheden en noodzaak. Daarom het voorstel om jaarlijks te kunnen besluiten over de omslag naar een regionaal model.

Amendement  90

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten stellen de regio's vast op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zoals hun institutionele of administratieve structuur en/of het regionale, agrarische potentieel.

2. De lidstaten stellen de regio's vast op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zoals hun institutionele of administratieve structuur, het regionale, agrarische potentieel, en/of de specifieke structurele handicaps van een bepaald geografisch gebied.

Motivering

De lidstaten moet meer flexibiliteit worden gelaten.

Amendement  91

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten besluiten niet meer dan 50% van het op grond van artikel 47 vastgestelde regionale maximum te verdelen over alle landbouwers wier bedrijf in de betrokken regio is gelegen, met inbegrip van landbouwers die niet over toeslagrechten beschikken.

1. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten besluiten niet meer dan 50% van het op grond van artikel 47 vastgestelde regionale maximum te verdelen over alle landbouwers wier bedrijf in de betrokken regio is gelegen, met inbegrip van landbouwers die niet over toeslagrechten beschikken. De benutte oppervlakten zijn die welke per 15 mei 2008 door de landbouwer zijn opgegeven.

Motivering

Er moet een tijdslimiet worden vastgesteld om speculatie op basis van grondrente te voorkomen.

Amendement  92

Voorstel voor een verordening

Artikel 48 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten kunnen echter andere duidelijk omschreven criteria invoeren, zoals de kwaliteit van de producent of de werkgelegenheid in de landbouw en/of op het platteland, om de territoriale samenhang, de diversiteit en de dynamiek van het platteland te verzekeren, en traditionele productiemodellen, die niet aan grond zijn gebonden, te behouden.

Amendement  93

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten die artikel 48 van de onderhavige verordening toepassen, uiterlijk op 1 augustus 2009 in overeenstemming met de algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht besluiten om met ingang van 2011 de bedragen van de op grond van de onderhavige afdeling of titel III, hoofdstuk 5, afdeling 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde toeslagrechten dichter bij elkaar te brengen. Hiertoe kunnen deze toeslagrechten geleidelijk worden gewijzigd in ten minste twee vooraf vastgestelde jaarlijkse stappen en op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

1. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen de lidstaten die artikel 48 van de onderhavige verordening toepassen, uiterlijk op 1 augustus 2009 in overeenstemming met de algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht besluiten om met ingang van 2010 de bedragen van de op grond van de onderhavige afdeling of titel III, hoofdstuk 5, afdeling 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde toeslagrechten dichter bij elkaar te brengen. Hiertoe kunnen de toeslagrechten geleidelijk worden gewijzigd op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

Motivering

De lidstaten moet meer flexibiliteit worden gelaten.

Amendement  94

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen lidstaten die de bedrijfstoeslagregeling overeenkomstig titel III, hoofdstuk 5, afdeling 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 hebben ingevoerd, uiterlijk op 1 augustus 2009 in overeenstemming met de beginselen van de Gemeenschapswetgeving besluiten om met ingang van 2010 de bedragen van de op grond van die afdeling vastgestelde toeslagrechten dichter bij elkaar te brengen door deze toeslagrechten geleidelijk te wijzigen in ten minste drie vooraf vastgestelde jaarlijkse stappen en op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

2. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen lidstaten die de bedrijfstoeslagregeling overeenkomstig titel III, hoofdstuk 5, afdeling 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 hebben ingevoerd, uiterlijk op 1 augustus 2009 in overeenstemming met de beginselen van de Gemeenschapswetgeving besluiten om met ingang van 2010 de bedragen van de op grond van die afdeling vastgestelde toeslagrechten dichter bij elkaar te brengen door deze toeslagrechten geleidelijk te wijzigen op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

Motivering

De lidstaten moet meer flexibiliteit worden gelaten.

Amendement  95

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Het bedrag van een toeslagrecht mag in geen van deze jaarlijkse stappen worden verlaagd met meer dan 50% van het verschil tussen het initiële bedrag en het bedrag dat geldt bij toepassing van de laatste jaarlijkse stap.

3. Het bedrag van een toeslagrecht mag niet worden verlaagd met meer dan 50% van het verschil tussen het initiële bedrag en het laatste bedrag.

Motivering

De lidstaten moet meer flexibiliteit worden gelaten.

Amendement  96

Voorstel voor een verordening

Artikel 49 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De lidstaten kunnen besluiten de leden 1, 2 en 3 toe te passen op het gepaste geografische niveau, dat wordt vastgesteld op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zoals hun institutionele of administratieve structuur en/of het regionale agrarische potentieel.

4. De lidstaten kunnen besluiten de herziening van de toeslagrechten toe te passen op het gepaste geografische niveau, dat wordt vastgesteld op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zoals hun institutionele of administratieve structuur, het regionale, agrarische potentieel, en/of de specifieke structurele handicaps van een bepaald geografisch gebied.

Motivering

De lidstaten moet meer flexibiliteit worden gelaten.

Amendement  97

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) voor op de voor de aanvragen van oppervlaktesteun voor 2008 vastgestelde datum als blijvend grasland gebruikte hectaren en voor andere subsidiabele hectaren.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Motivering

Niet alle permanent grasland wordt als weidegrond gebruikt. Blijvende graslanden vertegenwoordigen belangrijke opslagplaatsen van koolstof en de belangrijkste leefomgevingen met grote biodiversiteit in Europa. Grasland dat gemaaid wordt, is in dat opzicht even belangrijk als weiden.

Amendement  98

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Lidstaten die de betalingen voor schapen-, geiten- en rundvlees overeenkomstig de voorwaarden van de artikelen 67 en 68 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de bedrijfstoeslagregeling hebben uitgesloten, kunnen uiterlijk op 1 augustus 2009 besluiten de bedrijfstoeslagregeling met ingang van 2010 verder toe te passen volgens de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden en overeenkomstig het op grond van artikel 64, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 genomen besluit. Lidstaten kunnen evenwel besluiten het aandeel van hun nationale maxima dat moet worden gebruikt voor extra betalingen aan landbouwers overeenkomstig artikel 55, lid 1, van deze verordening, vast te stellen op een lager niveau dan het niveau dat is besloten op grond van artikel 64, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003.

1. Lidstaten die de betalingen voor schapen-, geiten- en rundvlees overeenkomstig de voorwaarden van de artikelen 67 en 68 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de bedrijfstoeslagregeling hebben uitgesloten, passen de bedrijfstoeslagregeling met ingang van 2010 toe overeenkomstig het op grond van artikel 64, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 genomen besluit.

Motivering

Ontkoppeling is heilzaam voor alle sectoren: het bevordert een grotere gerichtheid op de markt, vermindert de administratieve belasting en geeft landbouwers de vrijheid op marktsignalen te reageren. De mogelijkheid om gekoppelde betalingen te houden in de veeteeltsector, leidt tot concurrentieverstoring voor de lidstaten die steunbetalingen volledig ontkoppeld hebben en ook de verstoring van de wereldmarkt blijft voortbestaan. Maatregelen voor bevordering van het milieu moeten via de tweede pijler worden bereikt.

Amendement  99

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Al naargelang de door iedere lidstaat gemaakte keuze bepaalt de Commissie volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure een maximum voor elk van de in respectievelijk de artikelen 54, 55 en 56 genoemde rechtstreekse betalingen.

2. Al naargelang de door iedere lidstaat gemaakte keuze bepaalt de Commissie volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure een maximum voor elk van de in respectievelijk de artikelen 54 en 55 genoemde rechtstreekse betalingen.

Amendement  100

Voorstel voor een verordening

Artikel 53 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dit maximum is gelijk aan het aandeel van elk type rechtstreekse betaling in de in artikel 41 bedoelde nationale maxima, vermenigvuldigd met de verlagingspercentages die de lidstaten overeenkomstig de artikelen 54, 55 en 56 toepassen.

Dit maximum is gelijk aan het aandeel van elk type rechtstreekse betaling in de in artikel 41 bedoelde nationale maxima, vermenigvuldigd met de verlagingspercentages die de lidstaten overeenkomstig de artikelen 54 en 55 toepassen.

Amendement  101

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Lidstaten die overeenkomstig artikel 68, lid 2, onder a) i), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 het aandeel van de in artikel 41 van de onderhavige verordening bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de in bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1782/2003 opgenomen zoogkoeienpremie, geheel of gedeeltelijk hebben behouden, verrichten jaarlijks een extra betaling aan landbouwers.

1. Lidstaten die overeenkomstig artikel 68 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 het aandeel van de in artikel 41 van de onderhavige verordening bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de zoogkoeienpremie of met de in bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1782/2003 opgenomen bijzondere premie, geheel of gedeeltelijk hebben behouden, verrichten jaarlijks een extra betaling aan landbouwers.

Amendement  102

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3 bis. De lidstaten nemen besluiten uit hoofde van de artikelen 53 tot 56 van deze verordening in overeenstemming met de vertegenwoordigende instanties van hun regionale overheden, op basis van een effectbeoordeling met betrekking tot de impact van het betreffende besluit op regionaal niveau.

Amendement  103

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Gedurende het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling kunnen de nieuwe lidstaten de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, toeslagrechten toe te kennen aan landbouwers in specifieke sectoren die zich in een bijzondere situatie bevinden als gevolg van de overgang naar de bedrijfstoeslagregeling.

3. Gedurende het eerste toepassingsjaar van de bedrijfstoeslagregeling kunnen de nieuwe lidstaten de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden voorkomen, toeslagrechten toe te kennen aan landbouwers in specifieke sectoren die zich in een bijzondere situatie bevinden als gevolg van de overgang naar de bedrijfstoeslagregeling. De lidstaten kunnen hierbij voorrang geven aan starters, jonge landbouwers, familiebedrijven of andere landbouwers die prioriteit hebben.

Amendement  104

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De nieuwe lidstaten kunnen de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, toeslagrechten te verlenen aan landbouwers in gebieden waar aan een of andere vorm van overheidssteun gekoppelde herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma's gaande zijn om te voorkomen dat het land verlaten wordt en/of om specifieke nadelen voor landbouwers in die gebieden te compenseren.

5. De nieuwe lidstaten kunnen de nationale reserve gebruiken om op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markt- en concurrentieverstoringen worden vermeden, toeslagrechten te verlenen aan landbouwers in gebieden waar aan een of andere vorm van overheidssteun gekoppelde herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma's gaande zijn om te voorkomen dat het land verlaten wordt en/of om specifieke nadelen voor landbouwers in die gebieden te compenseren. De lidstaten kunnen hierbij voorrang geven aan starters, jonge landbouwers, familiebedrijven of andere landbouwers die prioriteit hebben.

Amendement  105

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Behalve in gevallen van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 36, lid 1, kan een landbouwer zijn toeslagrechten zonder grond alleen overdragen nadat hij, in de zin van artikel 35, ten minste 80% van zijn toeslagrechten gedurende ten minste een kalenderjaar heeft geactiveerd, dan wel nadat hij alle toeslagrechten die hij gedurende het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling niet heeft gebruikt, vrijwillig heeft afgestaan aan de nationale reserve.

3. Behalve in gevallen van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 36, lid 1, kan een landbouwer zijn toeslagrechten zonder grond alleen overdragen nadat hij, in de zin van artikel 35, ten minste 70 % van zijn toeslagrechten gedurende ten minste een kalenderjaar heeft geactiveerd, dan wel nadat hij alle toeslagrechten die hij gedurende het eerste jaar van toepassing van de bedrijfstoeslagregeling niet heeft gebruikt, vrijwillig heeft afgestaan aan de nationale reserve.

Motivering

Andere dan in artikel 36, lid 1 genoemde omstandigheden, of specifiek regionale omstandigheden kunnen een activering van 80% van rechten in de weg staan.

Amendement  106

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 – alinea -1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met ingang van 2010 kunnen de lidstaten die hiertoe beslissen, de specifieke steunregelingen voor producenten van rijst, eiwithoudende gewassen, gedroogde voedergewassen en noten ontkoppelen.

Amendement  107

Voorstel voor een verordening

Artikel 64

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met ingang van 2010 integreren de lidstaten de steun die beschikbaar is in het kader van de in bijlage X, punten I, II en III, opgenomen regelingen voor gekoppelde steun, overeenkomstig de in dit hoofdstuk vastgestelde voorschriften in de bedrijfstoeslagregeling.

Met ingang van 2010 kunnen de lidstaten de steun die beschikbaar is in het kader van de in bijlage X, punten I, II en III, opgenomen regelingen voor gekoppelde steun, overeenkomstig de in dit hoofdstuk vastgestelde voorschriften integreren in de bedrijfstoeslagregeling.

Amendement  108

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De in bijlage XI vermelde bedragen die beschikbaar waren voor gekoppelde steun in het kader van de in bijlage X, punt I, vermelde steunregelingen, worden door de lidstaten op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria verdeeld over de landbouwers in de betrokken sectoren met inachtneming van, met name, de steun die deze landbouwers rechtstreeks of onrechtstreeks in het kader van de betrokken steunregelingen hebben ontvangen gedurende een of meer jaren van de periode 2005-2008.

1. De in bijlage XI vermelde bedragen die beschikbaar waren voor gekoppelde steun in het kader van de in bijlage X, punt I, vermelde steunregelingen, worden door de lidstaten op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria in de eerste plaats verdeeld over de landbouwers in de betrokken sectoren met inachtneming van, met name, de steun die deze landbouwers rechtstreeks of onrechtstreeks in het kader van de betrokken steunregelingen of productiequota hebben ontvangen gedurende een of meer jaren van de periode 2005-2011.

Motivering

Referentieperiodes moeten zo representatief mogelijk zijn. Daar een verdere ontkoppeling van de betalingen voor aardappelzetmeel begint vanaf het verkoopseizoen 2011/2012, moeten de lidstaat de mogelijkheid hebben om een recenter waarschijnlijk representatiever referentiejaar aan te houden.

Amendement  109

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1 bis. In gerechtvaardigde omstandigheden kunnen de lidstaten de bedragen vermeld in lid 1 bis geheel of gedeeltelijk en op basis van objectieve criteria verdelen tussen alle landbouwers wier bedrijf in de betrokken regio is gelegen.

Amendement  110

Voorstel voor een verordening

Artikel 65 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten verhogen het bedrag van de toeslagrechten waarover de betrokken landbouwers beschikken, op basis van de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van lid 1.

2. De lidstaten kunnen het bedrag van de toeslagrechten waarover de betrokken landbouwers beschikken, verhogen op basis van de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van lid 1.

Amendement  111

Voorstel voor een verordening

Artikel 66 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bedragen die beschikbaar waren voor gekoppelde steun in het kader van de in bijlage X, punt II, vermelde steunregelingen, worden door de lidstaten over de landbouwers in de betrokken sectoren verdeeld overeenkomstig de steun die deze landbouwers in het kader van de betrokken steunregelingen hebben ontvangen gedurende de periode 2000-2002. De lidstaten kunnen evenwel een meer recente representatieve periode kiezen op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

De bedragen die beschikbaar waren voor gekoppelde steun in het kader van de in bijlage X, punt II, vermelde steunregelingen, worden door de lidstaten in de eerste plaats over de landbouwers in de betrokken sectoren verdeeld overeenkomstig de steun die deze landbouwers in het kader van de betrokken steunregelingen hebben ontvangen gedurende de periode 2000-2002. De lidstaten kunnen evenwel een meer recente representatieve periode kiezen op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

Motivering

De lidstaten moeten een zekere marge houden daar het moeilijk kan blijken om deze overheveling op de euro af uit te voeren.

Amendement  112

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk 5 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

SPECIFIEKE STEUN

SPECIFIEKE STEUNBETALINGEN

Amendement  113

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Algemene voorschriften

Extra betalingen

Amendement  114

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid –1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

-1. De lidstaten kunnen uiterlijk op 1 januari 2010 en vervolgens van 1 oktober 2011 tot uiterlijk 1 januari 2012 besluiten om met ingang van 2010 en/of 2012 tot 15% van hun in artikel 41 bedoelde nationaal maximum te gebruiken om aan landbouwers steun te verlenen:

Amendement  115

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten kunnen uiterlijk op 1 augustus 2009 besluiten om met ingang van 2010 tot 10% van hun in artikel 41 bedoelde nationaal maximum te gebruiken om aan landbouwers steun te verlenen:

1. De lidstaten kunnen overeenkomstig lid -1 besluiten om tot 10% van hun in artikel 41 bedoelde nationaal maximum te gebruiken om aan landbouwers of aan producentenorganisaties of -verbanden geïntegreerde steun te verlenen ter bevordering van duurzame productievormen:

Amendement  116

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – letter a – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(i) specifieke soorten van landbouw die belangrijk zijn voor de bescherming of de verbetering van het milieu,

(i) specifieke soorten van landbouw die belangrijk zijn voor de bescherming of de verbetering van milieu, klimaat, biodiversiteit en waterkwaliteit, met name biologische landbouw en veeteelt op weiland,

Amendement  117

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – letter a – punt iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(iii) de verbetering van de afzet van landbouwproducten;

(iii) de verbetering van de afzet, met name regionale afzet, en de concurrentiekracht van landbouwproducten;

Amendement  118

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) om op te treden tegen specifieke nadelen waarmee landbouwers die in economisch of ecologisch kwetsbare gebieden actief zijn in de sectoren zuivel, rundvlees, schapenvlees, geitenvlees en rijst, worden geconfronteerd,

(b) om op te treden tegen specifieke nadelen waarmee landbouwers die in economisch of ecologisch kwetsbare gebieden actief zijn in de sectoren zuivel en rijst, alsook producenten van rundvlees, schapenvlees, geitenvlees worden geconfronteerd,

Amendement  119

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) in gebieden waar herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma's gaande zijn om te voorkomen dat het land wordt verlaten en/of om specifieke nadelen voor landbouwers in die gebieden aan te pakken,

(c) in gebieden waar herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma's gaande zijn om te voorkomen dat het land wordt verlaten en/of om specifieke nadelen voor landbouwers in die gebieden aan te pakken; voorrang wordt met name verleend aan starters, jonge boeren, gezinsbedrijven en andere prioritaire landbouwers zoals producenten die lid zijn van een producentenorganisatie of van een landbouwcoöperatie,

Amendement  120

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) in de vorm van bijdragen aan oogstverzekeringspremies, overeenkomstig de in artikel 69 vastgestelde voorwaarden,

Schrappen

Amendement  121

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – letter e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(e) voor onderlinge fondsen voor dier- en plantenziekten, overeenkomstig de in artikel 70 vastgestelde voorwaarden.

Schrappen

Amendement  122

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1 bis. De lidstaten kunnen overeenkomstig lid -1 jaarlijks besluiten om tot 5% van hun in artikel 41 bedoelde nationaal maximum te gebruiken om aan landbouwers of aan producenten organisaties of -verbanden steun te verlenen in de vorm van:

 

(a) bijdragen aan verzekeringspremies overeenkomstig de in artikel 69 gestelde voorwaarden,

 

(b) onderlinge fondsen, overeenkomstig de in artikel 70 vastgestelde voorwaarden.

Amendement  123

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De verlening van steun voor de in lid 1, onder b), bedoelde maatregelen is slechts toegestaan:

3. De verlening van steun voor de in lid 1, onder b), bedoelde maatregelen is slechts toegestaan voor zover deze nodig is om het huidige werkgelegenheids- en productiepeil te handhaven.

(a) nadat de bedrijfstoeslagregeling in de betrokken sector volledig ten uitvoer is gelegd overeenkomstig de artikelen 54, 55 en 71,

 

(b) voor zover dat noodzakelijk is om de huidige productie op peil te houden.

 

Amendement  124

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De steun in het kader van de in lid 1, onder a), b) en e), bedoelde maatregelen mag niet meer bedragen dan 2,5% van de in artikel 41 bedoelde nationale maxima. De lidstaten kunnen voor elke maatregel een apart maximum vaststellen.

4. De steun in het kader van de in lid 1, onder a) en b), bedoelde maatregelen mag niet meer bedragen dan een percentage in overeenstemming met Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde (1986-1994)1 voortvloeiende overeenkomsten. De lidstaten kunnen voor elke maatregel een apart maximum vaststellen.

 

________

1 PB L 336 van 23.12.1994, blz. 1.

Amendement  125

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 5 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) lid 1, onder a) en d), wordt verleend in de vorm van jaarlijkse extra betalingen,

(a) lid 1, onder a) en lid 1 bis, onder a), wordt verleend in de vorm van jaarlijkse extra betalingen,

Amendement  126

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 5 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) lid 1, onder e), wordt verleend in de vorm van de in artikel 70 bedoelde compensatiebetalingen.

(d) lid 1 bis, onder b), wordt verleend in de vorm van de in artikel 70 bedoelde compensatiebetalingen.

Amendement  127

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. Toeslagrechten waarvan het eenheidsbedrag is verhoogd en extra toeslagrechten, als bedoeld in lid 5, onder c), mogen slechts worden overgedragen indien samen met de toeslagrechten een overeenkomstig aantal hectaren wordt overgedragen.

Schrappen

Amendement  128

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7. De steun voor in lid 1 bedoelde maatregelen moet in overeenstemming zijn met andere communautaire maatregelen en beleidslijnen.

7. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 128, lid 2, de voorwaarden voor de verlening van de steun die in deze afdeling wordt bedoeld vast, met name om de samenhang met andere communautaire maatregelen en ander communautair beleid te garanderen, en opeenstapeling van steun te vermijden.

Amendement  129

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7 bis. De lidstaten brengen de Commissie elk jaar op de hoogte van de geplande maatregelen en maken de voorwaarden en criteria voor de verdeling van de kredieten, de identiteit van de begunstigden en de hun toegewezen bedragen openbaar.

Amendement  130

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 8 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) lid 1, onder a), b), c) en d), door een lineaire verlaging toe te passen op de aan de landbouwers toegewezen en/of uit de nationale reserve afkomstige toeslagrechten,

(a) lid 1, onder a), b) en c) en lid 1 bis, onder a), door een lineaire verlaging toe te passen op de aan de landbouwers toegewezen en/of uit de nationale reserve afkomstige toeslagrechten,

Amendement  131

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 8 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) lid 1, onder e), door, zo nodig, een lineaire verlaging toe te passen op een of meer van de betalingen die aan de begunstigden van de betrokken betalingen moeten worden verricht overeenkomstig deze titel en binnen de in de leden 1 en 3 vastgestelde grenzen.

(b) lid 1 bis, onder b), door, zo nodig, een lineaire verlaging toe te passen op een of meer van de betalingen die aan de begunstigden van de betrokken betalingen moeten worden verricht overeenkomstig deze titel.

Amendement  132

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9. De Commissie stelt volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure de voorwaarden voor de verlening van de in deze afdeling bedoelde steun vast, met name om de samenhang met andere communautaire maatregelen en ander communautair beleid te garanderen en cumulatie van steun te voorkomen.

Schrappen

Amendement  133

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Oogstverzekering

Verzekeringen

Amendement  134

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten kunnen financieel bijdragen in premies om de oogst te verzekeren tegen door ongunstige weersomstandigheden veroorzaakte verliezen.

1. De lidstaten kunnen, indien de desbetreffende voorzorgsmaatregelen tegen bekende gevaren zijn genomen, financieel bijdragen in premies ter verzekering van:

 

(a) verliezen die zijn veroorzaakt door met natuurrampen gelijk te stellen ongunstige weersomstandigheden;

 

(b) andere door weersomstandigheden veroorzaakte verliezen;

 

(c) economische verliezen die zijn veroorzaakt door dier- of plantenziekten of door parasitaire infecties.

 

Elke lidstaat of regio voert specifieke studies uit met het oog op de opstelling van vergelijkende statistische/ actuariële gegevens.

Amendement  135

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 1 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In dit artikel wordt onder "economische verliezen" verstaan alle extra kosten die een landbouwer draagt als gevolg van uitzonderlijke maatregelen die hij heeft genomen om het aanbod op de betreffende markt te beperken of elk significant productieverlies. Kosten waarvoor een vergoeding kan worden verleend op grond van andere communautaire bepalingen of kosten die voortvloeien uit de toepassing van enige andere sanitaire, veterinaire of fytosanitaire maatregel, worden niet als economische verliezen beschouwd.

Amendement  136

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – leden 2 en 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De per landbouwer verleende financiële bijdrage wordt vastgesteld op 60% van de verschuldigde verzekeringspremie. De lidstaten kunnen besluiten om in het licht van de weersomstandigheden of de situatie van de betrokken sector de financiële bijdrage tot 70% te verhogen.

2. De verleende financiële bijdrage wordt vastgesteld op 60% van de verzekeringspremie. Dit bedrag moet individueel of eventueel collectief worden uitgekeerd, indien de polis gesteld is op naam van een producentenorganisatie. De lidstaten kunnen besluiten om in het licht van de weersomstandigheden of de situatie van de betrokken sector de financiële bijdrage tot 70% te verhogen.

De lidstaten kunnen het bedrag van de voor de financiële bijdrage in aanmerking komende premie koppelen aan een adequaat maximum.

De lidstaten kunnen het bedrag van de voor de financiële bijdrage in aanmerking komende premie koppelen aan een adequaat maximum.

3. Er wordt slechts in dekking door de oogstverzekering voorzien indien de ongunstige weersomstandigheden officieel als zodanig zijn erkend door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat.

3. Er wordt slechts in dekking door de verzekering voorzien indien één van de gebeurtenissen die in lid 1 worden opgesomd officieel als zodanig is erkend door de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat.

Amendement  137

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De financiële bijdrage wordt rechtstreeks aan de betrokken landbouwer betaald.

5. De financiële bijdrage wordt rechtstreeks aan de betrokken landbouwer betaald of eventueel aan de producentenorganisatie die de overeenkomst is aangegaan op basis van het ledental.

Amendement  138

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De uitgaven van de lidstaten voor de verlening van deze financiële bijdragen worden door de Gemeenschap meegefinancierd uit de in artikel 68, lid 1, bedoelde middelen tegen een niveau van 40% van de overeenkomstig lid 2 van het onderhavige artikel vastgestelde subsidiabele bedragen van de verzekeringspremie.

6. De uitgaven van de lidstaten voor de verlening van deze financiële bijdragen worden door de Gemeenschap meegefinancierd uit de in artikel 68, lid 1 bis, onder a), bedoelde middelen tegen een niveau van 50% van de overeenkomstig lid 2 van het onderhavige artikel vastgestelde subsidiabele bedragen van de verzekeringspremie.

 

Voor de nieuwe lidstaten wordt het in de eerste alinea bedoelde percentage echter verhoogd tot 70%.

Amendement  139

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onderlinge fondsen voor dier- en plantenziekten

Onderlinge fondsen

Amendement  140

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten kunnen in de vorm van financiële bijdragen aan onderlinge fondsen de landbouwers vergoeden voor economische verliezen als gevolg van de uitbraak van een dier- of een plantenziekte.

1. De lidstaten kunnen in de vorm van financiële bijdragen aan onderlinge fondsen de landbouwers vergoeden voor economische verliezen als gevolg van natuurrampen, slechte weersomstandigheden of de uitbraak van een dier- of een plantenziekte, indien adequate voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Deze fondsen kunnen overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 122 en 123 van Verordening (EG) nr. 1234/2007 worden beheerd door producentenorganisaties en/of organisaties van verschillende bedrijfstakken.

 

Het fonds kan een aanvulling vormen op de nationale verzekeringsstelsels voor landbouwers.

Amendement  141

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 2 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) wordt onder "onderling fonds" verstaan een systeem dat de lidstaten overeenkomstig de nationale wetgeving accrediteren om aangesloten landbouwers in de gelegenheid te stellen zich te verzekeren en om aan de betrokken landbouwers die als gevolg van de uitbraak van een dier- of plantenziekte economische verliezen hebben geleden, compensatiebetalingen te verlenen;

(a) wordt onder "onderling fonds" verstaan een systeem dat de lidstaten overeenkomstig de nationale wetgeving accrediteren om aangesloten landbouwers in de gelegenheid te stellen zich te verzekeren en om aan de betrokken landbouwers wier bedrijven als gevolg van natuurrampen, slechte weersomstandigheden of de uitbraak van een dier- of plantenziekte economische verliezen hebben geleden, compensatiebetalingen te verlenen;

Amendement  142

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) wordt onder "economische verliezen" verstaan aanvullende kosten die een landbouwer maakt als gevolg van door hem genomen uitzonderlijke maatregelen om het aanbod op de betrokken markt of substantieel productieverlies te verminderen. Kosten die in aanmerking komen voor compensatie op grond van andere communautaire bepalingen en kosten als gevolg van de toepassing van andere gezondheids-, veterinaire of fytosanitaire maatregelen worden niet als economische verliezen beschouwd.

(b) wordt onder "economische verliezen" verstaan aanvullende kosten die een landbouwer maakt als gevolg van door hem genomen uitzonderlijke maatregelen om het aanbod op de betrokken markt te verminderen, kosten die voortvloeien uit noodinentingen of substantieel productieverlies. Kosten die in aanmerking komen voor compensatie op grond van andere communautaire bepalingen en kosten als gevolg van de toepassing van andere gezondheids-, veterinaire of fytosanitaire maatregelen worden niet als economische verliezen beschouwd;

Amendement  143

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b bis) onder "slechte weersomstandigheden": weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, zoals vorst, hagel, ijs, regen of droogte, en die voor een landbouwer leiden tot een verlies van meer dan 30% van de gemiddelde jaarproductie in de laatste drie jaar of de gemiddelde productie van drie van de laatste vijf jaren, de hoogste en de laagste productie niet meegerekend;

Amendement  144

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 2 – letter b ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b ter) "adequate voorzorgsmaatregelen": maatregelen voor een optimale bevordering van de dier- en plantengezondheid.

Amendement  145

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De uit de onderlinge fondsen gefinancierde vergoeding wordt rechtstreeks aan de aangesloten, door de economische verliezen getroffen landbouwers betaald.

3. De uit de onderlinge fondsen gefinancierde vergoeding wordt rechtstreeks aan de aangesloten, door de economische verliezen getroffen landbouwers betaald, indien zij de nodige adequate voorzorgsmaatregelen hebben getroffen.

Amendement  146

Voorstel voor een verordening

Artikel 70 – lid 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De middelen die de lidstaten aan de financiële bijdragen uitgeven, worden door de Gemeenschap met de in artikel 68, lid 1, bedoelde middelen meegefinancierd tegen een niveau van 40% van de op grond van lid 4 in aanmerking komende bedragen.

6. De middelen die de lidstaten aan de financiële bijdragen uitgeven, worden door de Gemeenschap met de in artikel 68, lid 1 bis, bedoelde middelen meegefinancierd tegen een niveau van 50% van de op grond van lid 4 in aanmerking komende bedragen.

 

Voor de nieuwe lidstaten wordt het in de eerste alinea bedoelde percentage echter verhoogd tot 70%.

Amendement  147

Voorstel voor een verordening

Titel III – hoofdstuk 5 – artikel 70 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 70 bis

Specifieke steun aan zuivelproducenten

 

1. Wanneer voor een begrotingsjaar volgens de uitgavenprognose opgesteld overeenkomstig het alarmsysteem van Verordening (EG) nr. 1290/2005, in rubriek 2 van het financiële kader een marge overblijft van minstens 600 miljoen euro, dan wordt dit bedrag, verminderd met deze marge, beschikbaar gesteld voor specifieke steun aan zuivelproducenten.

 

2. De Commissie legt het Europees Parlement en de Raad samen met het voorontwerp van begroting voor het begrotingsjaar in kwestie haar raming van de middelen voor specifieke steun aan zuivelproducenten voor.

 

3. De specifieke steun aan zuivelproducenten kan worden bestemd voor de volgende soorten maatregelen:

 

(a) specifieke steun in de zin van artikel 68, lid 1, letter b), van de deze verordening;

 

(b) maatregelen in de zin van artikel 20 en artikel 36, letter a), van Verordening (EG) nr. 1698/2005, voor zover zij rechtstreeks dienen voor steun aan landbouwbedrijven.

 

4. De lidstaten stellen de Commissie op basis van het voorontwerp van begroting, overeenkomstig lid 2, uiterlijk op 15 oktober van het betreffende jaar in kennis van de maatregelen die zullen worden toegepast uit hoofde van lid 3.

 

5. De verdeling over de lidstaten van de financiële middelen voor specifieke steun aan zuivelproducenten geschiedt overeenkomstig de referentiehoeveelheden voor melk voor elke lidstaat, overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1788/2003 tot vaststelling van een heffing in de sector melk en zuivelproducten.

 

__________

1 PB L 270 van 21.10.2003, blz. 123.

Amendement  148

Voorstel voor een verordening

Artikel 71

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voor de jaren 2009, 2010 en 2011 wordt aan de landbouwers die rijst van GN-code 1006 10 produceren, steun verleend onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden.

Aan de landbouwers die rijst van GN-code 1006 10 produceren, wordt steun verleend onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden.

Amendement  149

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 – lid 2 – tabel

 

(EUR/ha)

 

2009

2010 en 2011

Bulgarije

345,255

172,627

Griekenland

561,00

280,5

Spanje

476,25

238,125

Frankrijk

411,75

205,875

Italië

453,00

226,5

Hongarije

232,50

116,25

Portugal

453,75

226,875

Roemenië

126,075

63,037

Amendement

 

(EUR/ha)

 

2009 - 2013

 

Bulgarije

345,255

 

Griekenland

561,00

 

Spanje

476,25

 

Frankrijk

411,75

 

Italië

453,00

 

Hongarije

232,50

 

Portugal

453,75

 

Roemenië

126,075

 

Amendement  150

Voorstel voor een verordening

Afdeling 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Afdeling 1 bis

 

Premie voor eiwithoudende gewassen

 

Artikel 74 bis

 

Toepassingsgebied

 

Aan landbouwers die eiwithoudende gewassen produceren wordt steun verleend onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden.

 

Eiwithoudende gewassen omvatten:

 

(a) erwten van GN-code 0713 10;

 

(b) tuinbonen, paardenbonen en duivenbonen van GN-code 0713 50;

 

(c) niet-bittere lupinen van GN-code ex 1209 29 50.

 

Artikel 74 ter

 

Bedrag en subsidiabiliteit

 

De steun bedraagt EUR 55,57 per hectare geoogste eiwithoudende gewassen na het melkrijpheidsstadium.

 

Gewassen die volgens de plaatselijke normen op volledig ingezaaide oppervlakten worden geteeld maar het melkrijpheidsstadium niet bereiken als gevolg van door de betrokken lidstaten erkende uitzonderlijke weersomstandigheden, blijven echter voor de steun in aanmerking komen op voorwaarde dat de betrokken oppervlakten tot dit groeistadium niet voor enig ander doel worden gebruikt.

 

Artikel 74 quater

 

Areaal

 

1. Hierbij wordt een gegarandeerd maximumareaal van 1.400.000 ha vastgesteld waarvoor de steun kan worden verleend.

 

2. Indien de oppervlakte waarvoor de steun is aangevraagd, groter is dan het gegarandeerde maximumareaal, wordt in het betrokken jaar de oppervlakte per landbouwer waarvoor de steun is aangevraagd, volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure evenredig verlaagd.

Motivering

Omdat de teelt van graangewassen aantrekkelijker is, is er een scherpe daling geconstateerd van het areaal met eiwithoudende gewassen. Dit heeft niet alleen een negatief effect in agronomische en ecologische zin. Tegelijk bestaat het gevaar dat er tekorten aan eiwithoudende gewassen ontstaan, met name voor diervoer.

Amendement  151

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) 66,32 euro voor de verkoopseizoenen 2009/2010 en 2010/2011;

66,32 EUR voor de verkoopseizoenen 2009/2010, 2010/2011, 2011/2012 en 2012/2013,

Amendement  152

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) 33,16 euro voor de verkoopseizoenen 2011/2012 en 2012/2013.

Schrappen.

Amendement  153

Voorstel voor een verordening

Afdeling 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

AFDELING 3

Schrappen.

GEWASSPECIFIEKE BETALING VOOR KATOEN

 

(gehele afdeling)

 

Amendement  154

Voorstel voor een verordening

Artikel 82 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De steun wordt toegekend voor maximaal vijf opeenvolgende jaren vanaf het verkoopseizoen waarin de in lid 1 vermelde drempel van 50% is bereikt, en loopt uiterlijk tot en met het verkoopseizoen 2013/2014.

2. De steun wordt toegekend tot het verkoopseizoen 2013/2014.

Motivering

De huidige communautaire steunregeling voor producenten van suikerbieten en suikerriet moet worden gehandhaafd tot het verkoopseizoen 2013/2014 voor de lidstaten die steun hebben toegekend aan de sanering als bedoeld in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 320/2006 voor tenminste 50 % van het suikerquota dat is vastgesteld op 20 februari 2006 in bijlage III van Verordening (EG) nr. 318/2006, zonder de maximum periode van vijf jaar, om tegemoet te komen aan de aanpassingsbehoeften ten gevolge van de sanering.

Amendement  155

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Per ooi bedraagt de premie 21 euro. Voor landbouwers die melk van ooien of producten op basis van melk van ooien verkopen, bedraagt de premie per ooi evenwel 6,8 euro.

4. Per ooi bedraagt de premie 21 euro. Voor landbouwers die melk van ooien of producten op basis van melk van ooien verkopen, bedraagt de premie per ooi evenwel 16,8 euro.

Motivering

Correctie van fout van de Commissie.

Amendement  156

Voorstel voor een verordening

Artikel 90 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Per geit bedraagt de premie 6,8 euro.

5. Per geit bedraagt de premie 16,8 euro.

Motivering

Correctie van fout van de Commissie.

Amendement  157

Voorstel voor een verordening

Artikel 98 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) "regio": een lidstaat of een gebied in een lidstaat, naar keuze van de betrokken lidstaat,

Schrappen.

Motivering

Deze definitie is nu opgenomen in artikel 2, waarin alle definities zijn opgenomen die nodig zijn om deze ordening te begrijpen.

Amendement  158

Voorstel voor een verordening

Artikel 112 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 112 bis

 

Nationale reserve

 

1. De lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling toepassen, leggen een nationale reserve aan die het verschil bevat tussen de in bijlage VIII bis vastgestelde maxima en de totale waarde van de rechtstreekse betalingen die in de loop van het desbetreffende jaar daadwerkelijk verricht zijn.

 

2. De lidstaten kunnen deze nationale reserve gebruiken om betalingen te verrichten die bedoeld zijn om de in artikel 68 vastgestelde maatregelen ten uitvoer te leggen, aan de hand van objectieve criteria, op een wijze die de gelijke behandeling van landbouwers waarborgt, en schendingen van de marktbeginselen en concurrentieverstoring voorkomt.

Motivering

Nieuwe lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling toepassen, beschikken niet over een nationale reserve. Een oplossing zou kunnen zijn dat de ongebruikte middelen uit het budget voor nationale rechtstreekse betalingen worden gebruikt. Deze middelen kunnen een reserve vormen die kan worden gebruikt voor maatregelen krachtens het herziene artikel 69 van Verordening 1782/2003.

Amendement  159

Voorstel voor een verordening

Artikel 113 – lid 4 – alinea 2 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) de in bijlage II, punten B en C, bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2011.

(b) de in bijlage II, punt B, bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2011.

Amendement  160

Voorstel voor een verordening

Artikel 113 – lid 4 – alinea 2 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b bis) de in bijlage II, punt C, bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2013.

Amendement  161

Voorstel voor een verordening

Artikel 123

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 123

Schrappen.

Financiële overdracht voor herstructurering in de tabak producerende regio's

 

Met ingang van het begrotingsjaar 2011 wordt, in het kader van uit het ELFPO gefinancierde plattelandsontwikkelingsprogramma's, voor lidstaten waar de tabaksproducenten in 2000, 2001 en 2002 steun ontvingen op grond van Verordening (EG) nr. 2075/92 van de Raad, een bedrag van 484 miljoen euro ter beschikking gesteld als aanvullende communautaire steun voor maatregelen in tabak producerende regio's.

 

Motivering

Evenals voor afdeling 6bis, wordt hier de resolutie van het Europees Parlement, die met grote meerderheid is aangenomen op 26 mei 2008, vertaald in een amendement.

Amendement  162

Voorstel voor een verordening

Artikel 129 – letter t

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(t)met betrekking tot katoen, uitvoeringsbepalingen inzake:

 

(i)de berekening van de in artikel 80, lid 3, bedoelde verlaging van de steun;

 

(ii)de erkende brancheorganisaties, in het bijzonder de financiering ervan en een controle- en sanctieregeling.

Schrappen

Amendement  163

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 132 – punt 1 – letter b

Verordening (EG) nr. 378/2007

Artikel 1 – lid 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. De modulatiepercentages die op een landbouwer van toepassing zijn als gevolg van de toepassing van artikel 7 van Verordening (EG) nr. xxx/2008*[deze verordening], verminderd met vijf procentpunten, worden afgetrokken van het percentage voor vrijwillige modulatie dat op grond van lid 4 van het onderhavige artikel door de lidstaten wordt toegepast. Beide in mindering te brengen percentages en de definitieve vrijwillige modulatie zijn gelijk aan of hoger dan 0.

5. De modulatiepercentages die op een landbouwer van toepassing zijn als gevolg van de toepassing van artikel 7 van Verordening (EG) nr. xxx/2008*[deze verordening], verminderd met vijf procentpunten, worden afgetrokken van het percentage voor vrijwillige modulatie dat op grond van lid 4 van het onderhavige artikel door de lidstaten wordt toegepast. Beide in mindering te brengen percentages en de definitieve vrijwillige modulatie zijn gelijk aan of hoger dan 0. Geen enkele aanpassing kan evenwel leiden tot een globale vermindering van de reeds aan plattelandsontwikkelingsprogramma's toegekende financiering uit het ELFPO , zoals is vastgesteld in het formele besluit van de Commissie dat deze goedkeurt.

Motivering

Het zou totaal verkeerd uitpakken als de voorgestelde veranderingen inzake modulatie zouden leiden tot een besnoeiingen in de programma's voor plattelandsontwikkeling van een of meer lidstaten, als het hoofddoel is om de beschikbare middelen te verhogen voor de aanpak van nieuwe uitdagingen op milieugebied. Daarom is deze waarborg nodig, gezien de complexe parameters die het totale modulatieresultaat bepalen.

Amendement  164

Voorstel voor een verordening

Artikel 133 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 133 bis

 

Studie over de kosten van naleving van de regelgeving

 

De Commissie voert een studie uit om de reële kosten te evalueren die de landbouwers moeten maken om de communautaire regelgeving na te leven op het gebied van milieu, dierenwelzijn en voedselzekerheid, indien deze verder gaat dan de normen die gelden voor ingevoerde producten. Deze regelgeving heeft onder meer betrekking op de verordeningen en richtlijnen van bijlage II, waarop de randvoorwaarden gebaseerd zijn, alsook op de zogenaamde "goede landbouw- en milieuconditie" van bijlage III, die eveneens deel uitmaakt van deze regeling.

 

In deze studie beoordeelt de Commissie de kosten in alle lidstaten om bovengenoemde regelgeving na te leven. Deze kosten kunnen per lidstaat of per regio verschillen, afhankelijk van hun klimatologische, geologische, economische en sociale situatie, alsook van hun productiekenmerken.

Motivering

Het Europees Parlement heeft bij herhaling als zijn standpunt te kennen gegeven (T6-0598/2007 en T6-0093/2008) dat de rechtstreekse betalingen na 2013 verder gerationaliseerd moeten worden door de hoogte van deze subsidies afhankelijk te maken van de feitelijke kosten voor het naleven van de EU-regelgeving die strenger is dan de normen voor invoerproducten. De resultaten van het onderzoek kunnen als leidraad voor de rationalisatie van de landbouwsubsidies na 2013 dienen. Ze kunnen de Europese Unie ook dienstig zijn om haar landbouwsubsidies voor de Wereldhandelsorganisatie en haar eigen burgers te verantwoorden.

Amendement  165

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – Eiwithoudende gewassen – kolom "Rechtsgrondslag"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Titel IV, hoofdstuk 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003

Titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 1 bis, van deze verordening

Amendement  166

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – punt A – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

4.

Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreinigingen door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1)

Artikelen 4 en 5

Amendement

4.

Richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand (PB L 372 van 27.12.2006)

Artikel 6

Amendement  167

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – punt A bis (nieuw)

Amendement

A bis

Arbeidsveiligheid

 

8 bis

Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1).

Artikel 6

8 ter

Richtlijn 2000/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 september 2000 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan biologische agentia op het werk (zevende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB L 262 van 17.10.2000, blz. 21)

Artikelen 3, 6, 8 en 9

 

8 quater

Richtlijn 94/33/EEG van de Raad van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk(PB L 216 van 20.08.94, blz. 12)

 

 

8 quinquies

Richtlijn 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29.04.04 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan biologische agentia op het werk (zevende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB L 158 van 30.04.04, blz. 50)

Artikelen 3 en 4 t/m 12

Motivering

Gevolg van het feit dat de veiligheid op de werkplek is opgenomen als een van de eisen inzake bedrijfsvoering.

Amendement  168

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – kolom 2 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Normen

Voorbeelden van relevante eisen

Motivering

Principes moeten enkel als richtsnoeren gelden en niet bindend worden opgelegd aan de lidstaten, daar nationaal en regionaal een zekere flexibiliteit nodig is.

Amendement  169

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – regel 4 – kolom 2 – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– Instandhouding van landschapselementen, inclusief, in voorkomend geval, heggen, vijvers, greppels, bomenrijen, bomengroepen of geïsoleerde bomen, en akkerranden

– Instandhouding van landschapselementen

Amendement  170

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – regel 4 – kolom 2 – streepje 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– Het in een goede groeitoestand houden van olijfgaarden en wijngaarden

– Het in een goede groeitoestand houden van olijfgaarden

Amendement  171

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – regel 5 – kolom 2 – streepje 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– Het aanleggen van bufferstroken langs waterlopen

– Het aanleggen van bufferstroken langs waterlopen overeenkomstig de desbetreffende gemeenschappelijke wetgeving inzake de bescherming van het oppervlaktewater

Amendement  172

Voorstel voor een verordening

BIJLAGE IV

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

 

 

 

 

(mln euro)

 

 

 

 

 

Kalenderjaar

2009

2010

2011

2012

België

583,2

570,9

563,1

553,9

Tsjechië

 

 

 

773,0

Denemarken

985,9

965,3

954,6

937,8

Duitsland

5 467,4

5 339,2

5 269,3

5 178,0

Estland

 

 

 

88,9

Ierland

1 283,1

1 264,0

1 247,1

1 230,0

Griekenland

2 567,3

2 365,5

2 348,9

2 324,1

Spanje

5 171,3

5 043,4

5 019,1

4 953,5

Frankrijk

8 218,5

8 021,2

7 930,7

7 796,2

Italië

4 323,6

4 103,7

4 073,2

4 023,3

Cyprus

 

 

 

48,2

Letland

 

 

 

130,5

Litouwen

 

 

 

337,9

Luxemburg

35,2

34,5

34,0

33,4

Hongarije

 

 

 

1 150,9

Malta

 

 

 

4,6

Nederland

841,5

827,0

829,4

815,9

Oostenrijk

727,7

718,2

712,1

704,9

Polen

 

 

 

2 730,5

Portugal

635,8

623,0

622,6

622,6

Slovenië

 

 

 

129,4

Slowakije

 

 

 

335,9

Finland

550,0

541,2

536,0

529,8

Zweden

731,7

719,9

710,6

699,8

Verenigd Koninkrijk

3 373,0

3 340,4

3 335,8

3 334,9

Amendement

 

 

 

 

 

(mln euro)

Kalenderjaar

2009

2010

2011

2012

België

p.m

p.m

p.m

p.m

Tsjechië

p.m

p.m

p.m

p.m

Denemarken

p.m

p.m

p.m

p.m

Duitsland

p.m

p.m

p.m

p.m

Estland

p.m

p.m

p.m

p.m

Ierland

p.m

p.m

p.m

p.m

Griekenland

p.m

p.m

p.m

p.m

Spanje

p.m

p.m

p.m

p.m

Frankrijk

p.m

p.m

p.m

p.m

Italië

p.m

p.m

p.m

p.m

Cyprus

p.m

p.m

p.m

p.m

Letland

p.m

p.m

p.m

p.m

Litouwen

p.m

p.m

p.m

p.m

Luxemburg

p.m

p.m

p.m

p.m

Hongarije

p.m

p.m

p.m

p.m

Malta

p.m

p.m

p.m

p.m

Nederland

p.m

p.m

p.m

p.m

Oostenrijk

p.m

p.m

p.m

p.m

Polen

p.m

p.m

p.m

p.m

Portugal

p.m

p.m

p.m

p.m

Slovenië

p.m

p.m

p.m

p.m

Slowakije

p.m

p.m

p.m

p.m

Finland

p.m

p.m

p.m

p.m

Zweden

p.m

p.m

p.m

p.m

Verenigd Koninkrijk

p.m

p.m

p.m

p.m

Motivering

Deze bijlage moet worden herzien aan de hand van de amendementen van het Europees Parlement.

Amendement  173

Voorstel voor een verordening

BIJLAGE VIII

Door de Commissie voorgestelde tekst

Tabel 1

 

 

(mln euro)

Lidstaat

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016 en volgende jaren

België

614 179

611 901

613 281

613 281

614 661

614 661

614 661

614 661

Denemarken

1 030 478

1 031 321

1 043 421

1 043 421

1 048 999

1 048 999

1 048 999

1 048 999

Duitsland

5 770 254

5 781 666

5 826 537

5 826 537

5 848 330

5 848 330

5 848 330

5 848 330

Ierland

1 342 268

1 340 737

1 340 869

1 340 869

1 340 869

1 340 869

1 340 869

1 340 869

Griekenland

2 367 713

2 209 591

2 210 829

2 216 533

2 216 533

2 216 533

2 216 533

2 216 533

Spanje

4 838 512

5 070 413

5 114 250

5 139 246

5 139 316

5 139 316

5 139 316

5 139 316

Frankrijk

8 404 502

8 444 468

8 500 503

8 504 425

8 518 804

8 518 804

8 518 804

8 518 804

Italië

4 143 175

4 277 633

4 320 238

4 369 974

4 369 974

4 369 974

4 369 974

4 369 974

Luxemburg

37 051

37 084

37 084

37 084

37 084

37 084

37 084

37 084

Nederland

853 090

853 169

886 966

886 966

904 272

904 272

904 272

904 272

Oostenrijk

745 561

747 298

750 019

750 019

751 616

751 616

751 616

751 616

Portugal

589 723

600 296

600 370

605 967

605 972

605 972

605 972

605 972

Finland

566 801

565 823

568 799

568 799

570 583

570 583

570 583

570 583

Zweden

763 082

765 229

768 853

768 853

770 916

770 916

770 916

770 916

Verenigd Koninkrijk

3 985 834

3 986 361

3 987 844

3 987 844

3 987 849

3 987 849

3 987 849

3 987 849

Tabel 2*

 

(mln euro)

Lidstaat

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016 en volgende jaren

Bulgarije

287 399

328 997

409 587

490 705

571 467

652 228

732 986

813 746

Tsjechië

559 622

647 080

735 801

821 779

909 164

909 164

909 164

909 164

Estland

60 500

70 769

80 910

91 034

101 171

101 171

101 171

101 171

Cyprus

31 670

38 845

43 730

48 615

53 499

53 499

53 499

53 499

Letland

90 016

104 025

118 258

132 193

146 355

146 355

146 355

146 355

Litouwen

230 560

268 746

305 964

342 881

380 064

380 064

380 064

380 064

Hongarije

807 366

935 912

1 064 312

1 191 526

1 318 542

1 318 542

1 318 542

1 318 542

Malta

3 434

3 851

4 268

4 685

5 102

5 102

5 102

5 102

Polen

1 877 107

2 164 285

2 456 894

2 742 771

3 033 549

3 033 549

3 033 549

3 033 549

Roemenië

623 399

713 207

891 072

1 068 953

1 246 821

1 424 684

1 602 550

1 780 414

Slovenië

87 942

102 047

116 077

130 107

144 236

144 236

144 236

144 236

Slowakije

240 014

277 779

314 692

351 377

388 191

388 191

388 191

388 191

* Maxima berekend volgens de in artikel 110 vastgestelde toenameregeling

Amendement

Tabel 1

 

 

(mln euro)

Lidstaat

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016 en volgende jaren

België

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Denemarken

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Duitsland

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Ierland

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Griekenland

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Spanje

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Frankrijk

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Italië

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Luxemburg

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Nederland

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Oostenrijk

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Portugal

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Finland

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Zweden

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Verenigd Koninkrijk

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Tabel 2

 

(mln euro)

Lidstaat

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016 en volgende jaren

Bulgarije

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Tsjechië

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Estland

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Cyprus

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Letland

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Litouwen

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Hongarije

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Malta

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Polen

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Roemenië

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Slovenië

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Slowakije

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

p.m

Motivering

Deze bijlage moet worden herzien aan de hand van de amendementen van het Europees Parlement.

Amendement  174

Voorstel voor een verordening

Bijlage X – deel I streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

- met ingang van 2010, de premie voor eiwithoudende gewassen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;

Schrappen.

Motivering

Opheffing van gekoppelde steun zou de grote daling van het areaal met eiwithoudende gewassen nog kunnen versterken, waardoor er tekorten aan eiwithoudende gewassen kunnen ontstaan, met name voor diervoeder.

Amendement  175

Voorstel voor een verordening

Bijlage X – deel I streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– met ingang van 2010, de gewasspecifieke betaling voor rijst als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 1, van de onderhavige verordening overeenkomstig het tijdschema van artikel 72, lid 2, van de onderhavige verordening;

– met ingang van 2013, de gewasspecifieke betaling voor rijst als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 en titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 1, van de onderhavige verordening overeenkomstig het tijdschema van artikel 72, lid 2, van de onderhavige verordening;

Motivering

Opname in de regeling van een enkele areaalbetaling moet vanaf 2013 gebeuren, en niet daarvoor.

Amendement  176

Voorstel voor een verordening

Bijlage X – deel I streepje 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– met ingang van 2011, de steun voor de verwerking van gedroogde voedergewassen als bedoeld in deel II, titel I, hoofdstuk IV, sectie I, subsectie I, van Verordening (EG) nr. 1234/2007;

Schrappen.

Motivering

Gedroogde voedergewassen vallen onder een GMO, die onderwerp is van een evaluatie, waarvan de resultaten nog niet bekend zijn. Misschien moet de sector worden gesaneerd om behouden te blijven, maar in de huidige veeteeltcrisis is het wenselijk het aanbod van eiwitrijke producten op peil te houden.

Amendement  177

Voorstel voor een verordening

Bijlage X – deel I streepje 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– met ingang van 2011, de steun voor de verwerking van vezelvlas als bedoeld in deel II, titel I, hoofdstuk IV, sectie I, subsectie II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007, overeenkomstig het in die subsectie vastgestelde tijdschema;

– met ingang van 2013, de steun voor de verwerking van vezelvlas als bedoeld in deel II, titel I, hoofdstuk IV, sectie I, subsectie II, van Verordening (EG) nr. 1234/2007, overeenkomstig het in die subsectie vastgestelde tijdschema;

Motivering

De GMO voor vlas en hennep is onderwerp geweest van een zeer positieve evaluatie van de Commissie zelf, en dus zijn er geen redenen om deze voorziening onmiddellijk af te schaffen.

Amendement  178

Voorstel voor een verordening

Bijlage X – deel I streepje 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– met ingang van 2011, de premie voor aardappelzetmeel als bedoeld in artikel [95 bis] van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en, overeenkomstig het tijdschema van artikel 75 van de onderhavige verordening, de in dat artikel bedoelde steun voor zetmeelaardappelen.

– met ingang van 2013, de premie voor aardappelzetmeel als bedoeld in artikel [95 bis] van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en, overeenkomstig het tijdschema van artikel 75 van de onderhavige verordening, de in dat artikel bedoelde steun voor zetmeelaardappelen.

Motivering

De verdwijning van deze sector kan belangrijke gevolgen hebben voor de werkgelegenheid in bepaalde regio's; daarom moet de huidige regeling tot in 2013 worden gehandhaafd.

Amendement  179

Voorstel voor een verordening

Bijlage X – deel I bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

I bis

 

Met ingang van 2010, indien een lidstaat de in artikel 64, lid 1, van de onderhavige verordening bedoelde beslissing niet neemt:

 

- de premie voor eiwithoudende gewassen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003;

 

- de gewasspecifieke betaling voor rijst als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 3, van verordening (EG) nr. 1782/2003 en in titel IV, hoofdstuk 1, afdeling, 1 van deze verordening, overeenkomstig het tijdschema dat is vastgesteld in artikel 72, lid 2, van laatstgenoemde verordening;

 

- de steun voor gedroogde voedergewassen als bedoeld in deel II, titel I, hoofdstuk IV, sectie 1, subsectie 1, van verordening (EG) nr. 1234/2007.

Amendement  180

Voorstel voor een verordening

Bijlage XI – tabel "Gedroogde voedergewassen"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Tabel "Gedroogde voerdergewassen"

Deze tabel is geschrapt.

Amendement  181

Voorstel voor een verordening

Bijlage XI – tabel "Eiwithoudende gewassen"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Tabel "Eiwithoudende gewassen"

Deze tabel is geschrapt.

Amendement  182

Voorstel voor een verordening

Bijlage XI – tabel "Rijst"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kolom 2010

Schrappen.

Kolom 2011

 

Kolom 2012

 

Amendement  183

Voorstel voor een verordening

Bijlage XI – tabel "Lange vlasvezels"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kolom 2011

Schrappen.

Kolom 2012

 

Amendement  184

Voorstel voor een verordening

Bijlage XI – tabel "Verwerkingssteun voor aardappelzetmeel"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kolom 2011

Schrappen.

Kolom 2012

 

Amendement  185

Voorstel voor een verordening

Bijlage XI – tabel "Verwerkingssteun voor aardappelzetmeel"

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kolom 2011

Schrappen.

Kolom 2012

 

(1)

Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0310.


TOELICHTING

1. DE OORSPRONG VAN DE "HEALTH CHECK"

De hervorming van 2003, die voornamelijk gedicteerd werd door de onvermijdelijkheid van de uitbreiding naar het oosten en door de WTO, is de meest verregaande hervorming die het GLB tot nu toe heeft gekend.

Aanvankelijk een eenvoudige tussenbalans ("mid term review") van de heersende publieke interventiemechanismen in de agrarische sector, is ze evenwel uitgemond in een grondige hervorming met de invoering van een reeks nieuwe principes:

- de loskoppeling van de steun van de geproduceerde hoeveelheden (decoupling) teneinde de bedrijven beter op de markt te kunnen afstemmen en de verstoringen in de productie en de landbouwmarkt in te dijken;

- de voorwaardelijkheid die ervoor zorgt dat de losgekoppelde betalingen moeten voldoen aan een aantal criteria op gebied van milieu, volksgezondheid, welzijn van dieren, enz.;

- de compatibiliteit met de regels van de WTO, zodanig dat het uiteindelijke doel van de loskoppeling van de steun, de opneming ervan in de "groene doos" van de Landbouwovereenkomst is;

- de publieke herverdeling van het recht op betaling met uitwerking op twee niveaus: de eenmalige losgekoppelde betalingen en als overgang tussen de twee pijlers van het GLB (steun en markten, de eerste pijler, in het kader van het ELGF, en de plattelandsontwikkeling, de tweede pijler, in het kader van het ELFPO);

- de flexibiliteit in het bestuur van het GLB waarbij de lidstaten de mogelijkheid krijgen om een reeks parameters van het nieuwe GLB toe te passen op hun eigen manier;

- de financiële discipline, nadien toegepast voor de financiële perspectieven 2007/2013 op grond waarvan, met het zicht op de uitdaging van de uitbreiding, het landbouwbudget bevroren werd en er jaarlijkse verplichte plafonds werden ingesteld met de mogelijkheid tot lineaire verlaging van de heersende steun om deze te bereiken;

- en als laatste het principe van de progressiviteit. 2003 was een eerste stap in een open gefaseerde hervorming. Zodra de basisprincipes gelegd waren (loskoppeling, financiële discipline en toepassing van een flexibel beleid), heeft dit principe gediend als referentie voor nieuwe sectorale veranderingen, van de hervormingen van het zogenaamde "mediterrane pakket" tot de hervorming van de wijnsector en nog recenter, de katoensector.

De "Health Check" vormt de laatste stap in dit hervormingsproces.

2. DE NOODZAAK VAN EEN GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID

Paradoxaal genoeg is het GLB het meest duurzame en waarschijnlijk het meest gevolgde en zeker het meest bekritiseerde van alle Europese beleidslijnen. Ongeveer een halve eeuw geleden in het leven geroepen, wist het als geen ander te beantwoorden aan de objectieven die geleid hebben tot zijn creatie. Nochtans hebben de opeenvolgende sociale, economische, politieke en milieuveranderingen in Europa en in de rest van de wereld veranderingen in de omstandigheden afgedwongen die het GLB meer en meer ontoegankelijk maakten voor bepaalde sectoren van de samenleving. Dit werd voornamelijk veroorzaakt door de ongelijkheden die gecreëerd werden tussen landbouwers, regio's en lidstaten naarmate de Unie groter werd en meer en meer heterogene agro-rurale gebieden omhelsde.

Uw rapporteur is van mening dat de voortzetting van een gemeenschappelijk landbouwbeleid niet enkel wenselijk is maar noodzakelijk om het concurrentievermogen van de Europese landbouw op wereldvlak te kunnen garanderen alsook de verzekering van de bevoorrading, de voedselkwaliteit, de duurzaamheid van het milieu, een tegemoetkoming aan de nieuwe uitdagingen, in het bijzonder de klimatologische veranderingen en hernieuwbare energiebronnen en de handhaving van een dynamische en gediversifieerde economie in de plattelandsgebieden, dit alles in overeenstemming met de doelstellingen die nogmaals werden bevestigd in het Verdrag van Lissabon.

De "health check" had veel verder kunnen en, naar de mening van uw rapporteur, moeten gaan in het debat over de definitie van het landbouwbeleidsmodel dat van toepassing zal zijn in de periode na 2013. Het valt te betreuren dat deze kans niet gegrepen werd.

De grenzen waarmee de Commissie het debat over de "health check" heeft willen beperken, en daarmee in het bijzonder thema's ter zijde heeft gelaten zoals de legitimiteit van de steun en het vaststellen van de parameters voor een zo geharmoniseerd als mogelijk model van de losgekoppelde betalingen, de mate van bestuursflexibiliteit die aan de lidstaten dient gegeven te worden, modulatie versus cofinanciering, de mogelijkheid van een "enige pijler" alsook de rol van de regeling der markten in het nieuwe GLB, hebben het debat en de beslissingen voor de hervorming van 2013, waarvoor de gesprekken zeker dienen aan te vangen vanaf 2010/2011, bemoeilijkt.

Des te meer daar in dezelfde periode, vanaf 2009, ook het debat over de herwaardering van de gemeenschapsbegroting plaatsvindt, met inbegrip van de eigen middelen zoals beslist in het kader van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006, de herziening van het Kyotoprotocol, de gesprekken over de financiële vooruitzichten voor de periode na 2013 en waarschijnlijk een akkoord in de WTO.

3. DE VOORSTELLEN VAN DE RAPPORTEUR

Het Europees Parlement heeft bijzondere aandacht besteed aan de problemen van de landbouw en de plattelandsontwikkeling, wat zich heeft vertaald in de realisatie van ontelbare initiatieven en in de uitwerking van verscheidene voorstellen waarvan een groot deel onlangs werd goedgekeurd. Voor deze heeft uw rapporteur de ethische plicht om ze te respecteren in hun essentiële aspecten.

Van de meest recente stellingnames van het EP met betrekking tot onderwerpen die rechtstreeks verbonden zijn met de "health check", zijn de volgende het vermelden waard: het rapport Goepel over hetzelfde onderwerp(1), Jeggle over melk(2), Veraldi over jonge boeren(3), Aylward over de schapen- en geitensector(4) en Berlato over het Gemeenschappelijk Fonds voor tabak(5).

Met dit in gedachten stelt uw rapporteur aan het Europees Parlement voor om de volgende belangrijke veranderingen aan te brengen aan de voorstellen van de Commissie met betrekking tot:

I. VERORDENING VAN DE RAAD DIE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELS VASTLEGT VOOR DE RECHTSTREEKSE STEUNREGELING VOOR DE LANDBOUWERS INZAKE HET GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID EN BEPAALDE STEUNREGELINGEN INSTELT VOOR LANDBOUWERS

a) Voorwaardelijkheid

Uw rapporteur juicht elke vereenvoudiging op dit vlak toe. Teneinde aan de factoren werk en werkgelegenheid de nodige aandacht te geven, vindt uw rapporteur het aangeraden om veiligheid op de werkvloer toe te voegen aan de reeds gedefinieerde wettelijke vereisten met betrekking tot bestuur.

b) Modulatie

Modulatie is gerechtvaardigd als financieringsinstrument van de 2e pijler. Progressieve modulatie kan ook voldoende gerechtvaardigd worden van zodra het rechtvaardig is dat de begunstigden die het meeste krijgen, ook het meeste bijdragen tot dit doel. Om diezelfde redenen is het gerechtvaardigd om een vrijstelling van € 5.000 te hanteren, waardoor een groot aantal kleine begunstigden van de toepassing van deze maatregel vrijgesteld is (meer dan 80% van alle begunstigden). Niettegenstaande het feit dat uw rapporteur persoonlijk voorstander is van een hoger modulatiepercentage, dient de beslissing van het Europees Parlement die werd goedgekeurd in maart 2008 in het kader van het rapport Goepel gerespecteerd te worden (5% verplichte modulatie voor alle begunstigden boven de € 5000 + 1% voor hen die zich bevinden in de schijf € 10.000 – € 99.999, + 2% voor de schijf

€ 100.000 – € 199.999, + 3% voor de schijf € 200.000€ – € 299.999 en + 4% voor bedragen hoger dan € 300 000).

Anderzijds lijkt het niet geschikt om de toepassing van deze maatregel voor te stellen aan de nieuwe lidstaten omdat deze zich nog tot 2013 in een periode van geleidelijke invoering ("phasing-in") bevinden met betrekking tot de betalingen van de eerste pijler.

Met betrekking tot de herverdeling (de 80-20-regel) is het niet gerechtvaardigd om een andere regel toe te passen op de bedragen die voortkomen uit de nieuwe progressieve modulatie dan de regel die van toepassing is op de verplichte modulatie.

Uw rapporteur is er zich van bewust dat, door te opteren voor een lager modulatiepercentage, om de bovenvermelde redenen, de bedragen die overgedragen dienen te worden naar de 2e pijler door dit mechanisme aanzienlijk kleiner zijn dan de bedragen die zouden overgedragen worden indien de modulatie voorgesteld door de Commissie toegepast wordt. Het is daarom dat uw rapporteur bijkomende mechanismen voorstelt om een vergelijkbaar resultaat te verkrijgen, hetzij op vrijwillige basis door de werking van art. 68, hetzij door de introductie van een nieuw mechanisme van plafonnering of maximumplafond zoals hierna zal worden uiteengezet.

c) Plafonnering of maximumplafond

Ter compensatie van de vermindering van overdracht van financiële middelen naar de tweede pijler, hetgeen het resultaat is van de lage tarieven van de voorgestelde modulatie, en om gelijkheids- en rechtvaardigheidsredenen, is het aan te raden een maximumlimiet van

€ 500.000 in te stellen voor de toekenning van rechtstreekse steun.

Rekening houdend met de waardering die men wenst toe te schrijven aan de werkgelegenheid in de landbouw en op het platteland en aan de belangrijke rol die een groot aantal van de landbouwbedrijven spelen in dit opzicht, met name de coöperatieven, wordt er voorgesteld om het maximumplafond toe te passen voor elk van deze grote begunstigden, zijnde

€ 500.000 vermeerderd met het globale bedrag dat jaarlijks wordt uitgegeven aan de respectieve salarissen.

Rekening houdend met de grote ongelijke verdeling van deze grote begunstigden per lidstaat wordt er voorgesteld dat de bedragen die resulteren uit deze maatregel terug zouden keren naar de respectieve lidstaat.

d) Minimumdrempel

De Commissie stelt voor om een minimumdrempel in te stellen van € 250/jaar of van 1 ha vanaf dewelke de kleine landbouwers geen rechtstreekse steun kunnen ontvangen omwille van de hoge kosten en de bureaucratie die gepaard gaan met de verwerking van deze steun.

Uw rapporteur is van mening dat een dergelijk voorstel getuigt van een diepgaande sociale ongevoeligheid die, indien doorgevoerd, niet enkel een heel aantal landbouwers in het harnas zou jagen tegen het GLB, maar ook de positieve gevolgen van de bijdragen van deze landbouwers teniet zou doen terwijl zij eigenlijk dienen te worden gezien als niet te onderschatten bondgenoten in het bereiken van de doelstellingen van de toepassing van goede landbouw- en milieupraktijken. Laat ons niet vergeten dat de landbouwers die tot € 250 ontvangen ongeveer 31% uitmaken van de bevolking, terwijl deze bedragen slechts 0,84% van de betalingen uitmaken.

Uw rapporteur is daarom van mening dat dit voorstel van de Commissie verworpen dient te worden.

Daar uw rapporteur echter wel gevoelig is voor het argument dat de bureaucratie die gepaard gaat met de betalingen van deze steun vereenvoudigd dient te worden, stelt hij voor dat de bedragen gelijk aan of kleiner dan € 500/jaar betaald zouden worden om de 2 jaar met een betaling te beginnen in het eerste jaar.

e) Bijkomende betalingen (Artikel 68)

Artikel 68 wordt voorgesteld door de Commissie in het kader van de voorstellen in verband met de afschaffing van de gedeeltelijke ontkoppeling alsook met de overgang naar een model van steunverlening op territoriale basis en de impact hiervan op sommige sectoren en regio's en geeft de lidstaten de mogelijkheid om tot 10% van de nationale plafonds te gebruiken om een reeks maatregelen te financieren die de voorzienbare gevolgen dienen af te zwakken.

Om beter te kunnen genieten van de mogelijkheden van dit beleidsinstrument, stelt uw rapporteur het volgende voor:

- de intrekking van de financiering van het risico- en crisisbeheersysteem van artikel 68, waardoor er aanzienlijke financiële middelen vrijkomen voor de overige voorziene maatregelen;

- de invoering van een nieuw artikel 68 bis dat de lidstaten de mogelijkheid geeft om tot 5% hoger te gaan dan hun nationale plafonds om de oogstverzekering en gemeenschapsfondsen te financieren om een voldoende financiering te kunnen garanderen van het risico- en crisismanagement. Aangezien het hier gaat om vraagstukken die gerelateerd zijn aan het beheer en de organisatie van markten, lijkt het aangewezen deze instrumenten te hanteren vanuit de schoot van de WTO en niet in het kader van de rechtstreekse steunregelingen aan de landbouwers;

- de mogelijkheid geven aan de lidstaten die dat wensen om bedragen die niet gebruikt werden in het kader van artikel 68 en 68 bis over te hevelen naar de 2e pijler, waardoor ze kunnen worden aangewend, zonder een beroep te doen op cofinanciering, voor de versterking van de plattelandsontwikkelingsprogramma's. Hierdoor wordt ook de vermindering gecompenseerd van overdrachten naar de 2e pijler die het gevolg is van een verlaging in de modulatiebelasting die voorgesteld wordt als alternatief voor het voorstel van de Commissie;

- het afschaffen van de maximumlimiet van 2,5%, die hierna objectief kan worden gedefinieerd in functie van de goedgekeurde voorstellen in deze context en in overeenstemming met de de minimis-regel en de "blauwe doos" van het landbouwakkoord dat de EU is aangegaan in de schoot van de WTO en in het kader van het Doha-onderhandelingsmandaat.

f) Losgekoppelde steun

Uw rapporteur is voorstander van het voorstel van de Commissie in verband met progressieve invoering van territoriale basiscriteria voor de toekenning van steun aan de landbouwers. Uw rapporteur is er zich echter wel van bewust dat, nu de kans op een grondig debat over dit thema verkeken is, de flexibiliteit die aan de lidstaten gegeven wordt een mogelijke oplossing vormt maar dat dit in extremis kan leiden tot 27 verschillende modellen.

In de huidige situatie van de markten, met name de gevolgen ervan voor de veeteelt, lijkt het volgende opportuun:

- voor het slachten van kalveren, de handhaving van de gekoppelde steun;

- voor de schapen- en geitensector, het toestaan van een handhaving van gekoppelde steun tot 100%;

- voor de teelten die rechtstreeks in verband staan met de veeproductie en teneinde een groter aanbod van diervoeding te stimuleren in een context van verhoogde vraag en hoge prijzen, het behoud van de gekoppelde steun voor de sector van droog ruwvoer en eiwithoudende gewassen;

- voor de kleine GMO, handhaving van het huidige regime tot 2012/2013;

- voor de tabak, met respect voor de beslissing genomen bij meerderheid door het Europese Parlement, het behoud van het huidige regime tot 2012/2013.

II. VERORDENING VAN DE RAAD TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENINGEN (EG) Nr. 320/2006, (CE) Nr.1234/2007, (EG) Nr. 3/2008 E (EG) […] /2008 MET HET OOG OP HET AANNEMEN VAN EEN ALGEMEEN LANDBOUWBELEID

a) Risico- en crisismanagement

Hoewel het risico- en crisisbeheersysteem dat wordt voorgesteld door de Commissie en dat voorziet in oogstverzekering en gemeenschapsfondsen belangrijk is omwille van het preventieve karakter voor risico's van individuele aard, is het desalniettemin onvoldoende om tegemoet te komen aan systeemcrisissen van grote omvang zoals deze waar we in een recent verleden mee geconfronteerd werden, bijvoorbeeld BSE. Daarom wordt voorgesteld om artikel 44 te behouden.

Er wordt ook voorgesteld om het communautaire partnerschap te verhogen tot 70% (30% meer dan wat wordt voorgesteld voor de oude lidstaten) voor de nieuwe lidstaten zodra ze zich bevinden in een overgangsfase en problemen ondervinden met de cofinanciering van het risico- en crisismanagementsysteem.

Aan de andere kant is het aan te raden om een actievere rol toe te kennen aan landbouw- en/of brancheorganisaties in de preventie van risico en crisissen omdat deze organisaties meer potentieel hebben om de marktkennis te bevorderen.

b) Interventiemechanismen op de markt

- Zachte tarwe

Er wordt voorgesteld om het interventiemechanisme te behouden door het tijdschema te beperken tot de laatste drie maanden van de campagne zodanig dat de vangnetfunctie behouden blijft en speculatie tegengegaan wordt. Anderzijds wordt het toewijzingsmechanisme zoals voorgesteld door de Commissie verworpen omdat dit vermoedelijk een neerwaartse spiraal in de prijs zal veroorzaken.

- Varkensvleessector

Met toepassing van het voorzorgsprincipe wordt voorgesteld om het mechanisme van interventie in nulhoeveelheden te behouden.

- Melksector

Er wordt voorgesteld om de steun voor de afzet te behouden uitsluitend voor verenigingen zonder winstoogmerk.

c) Privé-opslag

Er wordt voorgesteld om kalfsvlees op te nemen in het mechanisme van de privé-opslag vanaf het moment dat dit blootgesteld wordt aan dezelfde wisselvalligheden als andere vleestypes.

d) Restitutie aan de graanexport

De EC heeft zich ertoe verbonden om dit mechanisme af te schaffen als de Doha-ronde in het kader van de WTO rond is. In het licht van de huidige marktsituatie en al het prospectieve onderzoek lijkt het aangewezen om dit mechanisme unilateraal te vervangen en zodoende een duidelijk politiek signaal van solidariteit te geven aan ontwikkelingslanden en tegelijkertijd de Europese voorziening te verstevigen in het bijzonder met betrekking tot de veeteelt.

e) Melksector

De hervorming van de melksector is een van de meest delicate aspecten van de "health check" en veroorzaakt de meest uiteenlopende houdingen door de verregaande verschillen in productieomstandigheden doorheen de ganse Unie.

In de zoektocht naar een aanvaardbaar compromis en rekening houdend met de prijsvolatiliteit die eigen is aan de huidige melkmarkt wordt een iets voorzichtigere aanpak voorgesteld dan het voorstel van de Commissie, in de volgende termen:

- verhoging van 1% van de melkquota's voor de campagnes van 2009/10 en 2010/11;

- anticipatie voor 2010 van de beslissingen over de toekomst van de sector, rekening houdend met een grondige evaluatie van de periode van de drie voorgaande campagnes;

- de stichting van het "Melkfonds" dat gefinancierd wordt door bedragen die overeenstemmen met de toepassing van de superbelasting en de besparingen die gegenereerd worden door de ontmanteling van de marktinstrumenten zodanig dat acties die kunnen worden gefinancierd door eender welk ander instrument, en met name artikel 68, hierdoor niet worden gefinancierd.

III VERORDENING VAN DE RAAD TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENING (EG) nr. 1698/2005 INZAKE STEUN AAN PLATTELANDSONTWIKKELING UIT ELFPO EN BESLUIT VAN DE RAAD TOT WIJZIGING VAN HET BESLUIT nr. 2006/144/CE INZAKE COMMUNAUTAIRE STRATEGISCHE RICHTSNOEREN VOOR PLATTELANDSONTWIKKELING (programmeringsperiode 2007/13)

- Uw rapporteur deelt in de analyse van de Commissie met betrekking tot de noodzaak om nieuwe uitdagingen op te nemen in de programma's voor plattelandsontwikkeling en dan voornamelijk met betrekking tot de klimatologische veranderingen, hernieuwbare energiebronnen, waterbeheer en bescherming van de biodiversiteit, maar hij is van mening dat de lidstaten over meer flexibiliteit dienen te beschikken. Daar waar de Commissie enerzijds, voor deze uitdagingen, opteert voor een flexibele benadering door het opstellen van een niet-exhaustieve lijst van middelen die de lidstaten kunnen aanwenden, stelt de Commissie anderzijds dat deze dienen te worden gefinancierd door de totaliteit van de bijkomende fondsen voortvloeiend uit de nieuwe modulatie.

Uw rapporteur stelt voor om deze verplichting te beperken tot 50% van de bijkomende fondsen. Dit zal de lidstaten meer flexibiliteit geven met betrekking tot het gebruik van de financiële bronnen die overgedragen zijn naar de 2e pijler en die voortkomen uit de nieuwe modulatie, de plafonnering en het nieuwe "passerelle"-mechanisme dat geïntroduceerd werd in art. 68, hetzij door acties die dienen te worden geïmplementeerd in het kader van de "nieuwe uitdagingen", hetzij door de versterking van de plattelandsontwikkelingsprogramma's.

Er worden ook bijkomende maatregelen voorgesteld met betrekking tot:

- gebruik van zonne-, wind- en geothermische energie;

- verbetering van het beheer van residuen en het opnieuw gebruiken van materiaal;

- risicobeheer van overstromingen.

- Er wordt voorgesteld om het toepassingsgebied van dit instrument te verruimen door de uitgaven in aanmerking te nemen die betrekking hebben op concrete maatregelen ter promotie van innovatie en kennisoverdracht, niet enkel als bijdrage van de landbouw en de plattelandsontwikkeling aan de strategie van Lissabon, maar ook om beter tegemoet te kunnen komen aan de nieuwe uitdagingen en dan met name de vraagstukken omtrent nieuwe energiebronnen en het bestrijden van de klimatologische veranderingen, de biodiversiteit en het beheer van de waterbronnen.

- Met het oog op het blijvende probleem van de veroudering in het ondernemerschap in de landbouw en de plattelandsexodus, dient de steun voor opstart van jonge boeren versterkt te worden door de betrokken premie op te trekken van € 55.000 naar € 75.000.

(1)

P6_TA(2008) 093.

(2)

P6_TA (2008) 092.

(3)

P6_TA(2008) 258.

(4)

P6_TA(2008) 310.

(5)

P6_TA(2008) 204.


ADVIES van de Begrotingscommissie (7.10.2008)

aan de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers

(COM(2008)0306 – C6‑0240/2008 – 2008/0103(CNS))

Rapporteur voor advies: Theodor Dumitru Stolojan

BEKNOPTE MOTIVERING

I. Inleiding

Als rapporteur verheug ik me over de voorstellen van de Commissie om de hervorming van het GLB voort te zetten, om de boeren in de gelegenheid te stellen om spoediger en soepeler op de signalen van de markt in te gaan en ze op nieuwe uitdagingen voor te bereiden, zoals de klimaatverandering, beheer van de watervoorraden, bio-energie en de stijging van de voedselprijzen.

De weerslag van de voorstellen voor gezondheidsdoorlichting op de EU-begroting 2009 en de financiële vooruitzichten (2010-2013) moet in budgettair opzicht neutraal blijven. De middelenstroom van pijler I (rechtstreekse subsidies voor de boeren) naar pijler II (plattelandsontwikkeling) onder rubriek 2 (titel 5) moet budgettair neutraal geregeld zijn. Elke verandering in de voorstellen van de Commissie moet ook neutraal blijven. Van de andere kant is het zeer moeilijk te voorspellen welke bedragen er volgens de geldende wetgeving uiteindelijk voor rechtstreekse subsidies nodig zijn.

II. Gemeenschappelijke regels voor rechtstreekse steunverlening - amendementen op het voorstel van nieuwe verordening (CNS 2008/103 in het voorstel van de Commissie)

Gezien de recente pogingen om omvangrijke bedragen van rubriek 2 naar 4 te verschuiven stel ik twee amendementen voor die het Interinstitutioneel Akkoord over begrotingsdiscipline en gezond financieel beheer in herinnering brengen.

In de eigenlijke tekst onderschrijf ik het voorstel van de Commissie om de modulatie niet op de boeren van de nieuwe lidstaten toe te passen zolang de rechtstreekse subsidies er niet de omvang van de andere lidstaten bereiken. Ook de rapporteur van de commissie ten principale is het idee genegen en amendeert daarom artikel 7 en 10 van de nieuwe verordening. Daarmee is het te hopen dat de drempel van gelijke subsidiëring in de oude en nieuwe lidstaten pas in 2013 bereikt wordt, en niet eerder (vanwege de modulatieregeling), zoals door de Commissie voorgesteld. De amendementen van de Landbouwcommissie (am. 28-42) verdienen onze steun maar moeten geen aanleiding tot gelijklopende amendementen van de Begrotingscommissie geven.

III. Detailpunten

Het voorstel van de Commissie om de specifieke steun voor energiegewassen af te schaffen, is naar mijn mening niet geschikt voor de nieuwe lidstaten, vooral niet de landen waar nog landbouwgrond ongebruikt blijft (overweging 38).

Er kan dan ook een amendement ingediend worden om titel IV, hoofdstuk 5 van Verordening 1782/2003 in de nieuwe verordening in te voegen, zodat het lopend systeem in de nieuwe lidstaten in gebruik blijft.

Ik verheug me over de voorstellen voor gezondheidsdoorlichting om een einde te maken aan braaklegging en melkquota's als hulpmiddel om het aanbod te beheersen.

Ik waardeer het dat de interventieprijzen voor graangewassen enkel als vangnet gebruikt worden. Hetzelfde interventieprinciep moet voor varkensvlees gelden i.p.v. het af te schaffen (overweging 5). Dat ligt ook in de lijn van het verslag van de Landbouwcommissie, maar er moet een amendement op Verordening 1234/2007 komen (overweging 5 en amendement 14, mogelijk ook 18), die de Begrotingscommissie niet voorgelegd wordt.

Voor plattelandsontwikkeling en de overeenkomstige strategische beleidsopties onderschrijf ik de voorstellen van de Commissie.

AMENDEMENTEN

De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling om onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 bis (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 bis. herinnert aan de 3de verklaring bij het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 over begrotingsdiscipline en gezond financieel beheer tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie(1), die financiële doorlichting van de uitgaven van de Europese Unie in al hun aspecten voorschrijft, ook die voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Amendement  2

Ontwerpwetgevingsresolutie

Paragraaf 1 ter (nieuw)

Ontwerpwetgevingsresolutie

Amendement

 

1 ter. wijst er opnieuw op dat het jaarlijks bedrag elk jaar in de begrotingsprocedure vastgelegd wordt.

Motivering

Als onderdeel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid valt het voorstel niet alleen onder de halftijdse herziening van het meerjarig financieel raamwerk volgens de 3de verklaring bij het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 en de conclusies van de Europese Raad ("volledige, alomvattende en brede evaluatie [...], waarin alle aspecten van de EU-uitgaven, met inbegrip van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), [...] aan bod komen"), maar wordt het ook in de jaarlijkse begrotingsprocedure aan grondig onderzoek onderworpen.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in bijlage IV vastgestelde maxima worden door de Commissie volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure herzien om rekening te houden met:

2. De in bijlage IV vastgestelde maxima worden door de Commissie elk jaar onderzocht volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure om rekening te houden met:

(a) wijzigingen van de maximumbedragen die in het kader van de rechtstreekse betalingen kunnen worden verleend;

(a) wijzigingen van de maximumbedragen die in het kader van de rechtstreekse betalingen kunnen worden verleend;

(b) wijzigingen van de in Verordening (EG) nr. 378/2007 bedoelde vrijwillige modulatie;

(b) wijzigingen van de in Verordening (EG) nr. 378/2007 bedoelde vrijwillige modulatie;

(c) structurele wijzigingen van de bedrijven.

(c) structurele wijzigingen van de bedrijven,

 

waarvan ze het Europees Parlement in kennis stelt.

Motivering

Aangezien de reële financiële behoeften voor rechtstreekse subsidiëring moeilijk te voorzien zijn, moet de Commissie de plafonds voor rechtstreekse subsidies van de lidstaten elk jaar opnieuw bekijken en met de werkelijke behoeften in overeenstemming brengen.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Artikel 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 33

 

Herziening

 

De in bijlage I vermelde steunregelingen zijn van toepassing onverminderd de mogelijkheid deze op elk tijdstip in het licht van de economische ontwikkelingen en de begrotingssituatie te herzien.

Schrappen

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De verlening van steun voor de in lid 1, onder b), bedoelde maatregelen is slechts toegestaan:

Schrappen

(a) nadat de bedrijfstoeslagregeling in de betrokken sector volledig ten uitvoer is gelegd overeenkomstig de artikelen 54, 55 en 71,

 

(b) voor zover dat noodzakelijk is om de huidige productie op peil te houden.

 

Motivering

Volgens amendementen op artikel 68, lid 1.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De steun in het kader van de in lid 1, onder a), b) en e), bedoelde maatregelen mag niet meer bedragen dan 2,5% van de in artikel 41 bedoelde nationale maxima. De lidstaten kunnen voor elke maatregel een apart maximum vaststellen.

Schrappen

Motivering

Volgens amendementen op artikel 68, lid 1 - dit amendement vervalt als de amendementen op artikel 68, lid 1 niet aangenomen worden.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. Toeslagrechten waarvan het eenheidsbedrag is verhoogd en extra toeslagrechten, als bedoeld in lid 5, onder c), mogen slechts worden overgedragen indien samen met de toeslagrechten een overeenkomstig aantal hectaren wordt overgedragen.

Schrappen

Motivering

Volgens amendementen op artikel 68, lid 1.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Artikel 132 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 132 bis

 

Studie naar de kosten van naleving van de regelgeving

 

De Commissie verricht een studie om de reële kosten te beoordelen die de landbouwers moeten maken om de communautaire regelgeving na te leven op het gebied van milieu, dierenwelzijn en voedselveiligheid, indien ze verder gaat dan de normen die gelden voor ingevoerde producten. De regelgeving heeft onder meer betrekking op de verordeningen en richtlijnen van bijlage II, waarop de randvoorwaarden gebaseerd zijn, en op de zogenaamde "goede landbouw- en milieuconditie" van bijlage III, die eveneens deel uitmaakt van deze regeling.

De studie gaat de omvang van de kosten voor het naleven van de regelgeving in elk van de lidstaten na, die eventueel kan variëren naargelang van de lidstaten en zelfs hun regio's, volgens verschillen in klimaat, geologische, economische, sociale kenmerken en productievoorwaarden.

Motivering

Het Europees Parlement heeft bij herhaling als zijn standpunt te kennen gegeven (T6-0598/2007 en T6-0093/2008) dat de rechtstreekse subsidies na 2013 verder gerationaliseerd moeten worden door hun omvang van de feitelijke kosten voor het naleven van de EU-regelgeving afhankelijk te maken die strenger dan de normen voor invoerproducten is. De resultaten van het onderzoek kunnen als leidraad voor de rationalisatie van de landbouwsubsidies na 2013 dienen. Ze kunnen de Europese Unie ook dienstig zijn om haar landbouwsubsidies voor de Wereldhandelsorganisatie en haar eigen burgers te verantwoorden.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) Om de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te halen, moeten de communautaire steunregelingen aan veranderende ontwikkelingen kunnen worden aangepast, zo nodig op korte termijn. De begunstigden kunnen er bijgevolg niet op vertrouwen dat de steunvoorwaarden ongewijzigd blijven, en dienen voorbereid te zijn op een mogelijke herziening van de regelingen, met name in het licht van economische ontwikkelingen of de begrotingssituatie.

Schrappen

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 29 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(29 bis) Het stelsel van randvoorwaarden en/of het gemeenschappelijk landbouwbeleid zullen in de toekomst waarschijnlijk verder moeten worden aangepast, aangezien het niveau van de subsidies thans niet altijd in overeenstemming lijkt te zijn met de inspanningen van de betrokken landbouwers om aan de randvoorwaarden te voldoen, omdat de betalingen nog altijd in grote mate afhangen van uitgaven in het verleden. Met name de wetgeving inzake dierenwelzijn is duidelijk een zware last voor veehouders, hetgeen niet wordt weerspiegeld in het niveau van hun subsidies. Als ingevoerde producten echter aan dezelfde normen inzake dierenwelzijn zouden voldoen, dan zouden de veehouders niet hoeven te worden gecompenseerd voor de naleving van de communautaire wetgeving op dit gebied. De Commissie dient in de onderhandelingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie dan ook te pleiten voor erkenning van niet-handelsaspecten als importcriteria.

Motivering

Herinvoering van amendement op verslag T6-598/2007 (GLB : gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en steun voor plattelandsontwikkeling) - door het Europees Parlement aangenomen op 11 december 2007

PROCEDURE

Titel

Steunregelingen voor landbouwers in het kader van het GLB

Document- en procedurenummers

COM(2008)0306 – C6-0240/2008 – 2008/0103(CNS)

Commissie ten principale

AGRI

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

BUDG

19.6.2008

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Theodor Dumitru Stolojan

18.6.2008

 

 

Behandeling in de commissie

10.9.2008

22.9.2008

6.10.2008

 

Datum goedkeuring

6.10.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Reimer Böge, Herbert Bösch, Costas Botopoulos, Paulo Casaca, Brigitte Douay, James Elles, Göran Färm, Vicente Miguel Garcés Ramón, Salvador Garriga Polledo, Ingeborg Gräßle, Louis Grech, Nathalie Griesbeck, Catherine Guy-Quint, Jutta Haug, Ville Itälä, Anne E. Jensen, Sergej Kozlík, Wiesław Stefan Kuc, Janusz Lewandowski, Vladimír Maňka, Mario Mauro, Jan Mulder, Gianni Pittella, Theodor Dumitru Stolojan, László Surján, Gary Titley, Kyösti Virrankoski, Ralf Walter

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Paul Rübig, Gianluca Susta

(1)

1 PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (16.9.2008)

aan de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers

(COM(2008)0306 – C6‑0240/2008 – 2008/0103(CNS))

Rapporteur voor advies: Kathalijne Maria Buitenweg

BEKNOPTE MOTIVERING

De Europese landbouw staat tegenover een aantal belangrijke uitdagingen, zoals de klimaatverandering en waterschaarste, en dat zal zo blijven. Het is dan ook van groot belang om het gemeenschappelijk landbouwbeleid op de uitdagingen af te stemmen. De Europese landbouw gebruikt nog altijd grote hoeveelheden water, verdelgingsmiddelen, meststoffen en energie, en zonder de nodige maatregelen komt daar geen verandering in.

Het publiek heeft moeite om te begrijpen dat de Europese Unie grote intensieve landbouwbedrijven rechtstreeks subsidieert op grond van vroegere opbrengsten of landeigendom, zonder de boeren te vragen om hun uitstoot van broeikasgassen en gebruik van water, verdelgingsmiddelen, meststoffen en energie te verminderen.

Subsidie voor openbare dienstverlening

De Commissie heeft in november vorig jaar haar mededeling over de gezondheidstoestand van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voorgelegd. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid zou volgens haar radicaal hervormd worden. Het was de bedoeling om krachtig te snoeien in de rechtstreekse subsidies en het rendement in termen van milieubescherming en werkgelegenheid uit te breiden. Spijtig genoeg bevatten haar wetgevende voorstellen van mei van dit jaar alleen maar onbeduidende besparingen op de rechtstreekse subsidies.

De boeren zouden niet gesubsidieerd moeten worden volgens vroegere opbrengsten of hun landeigendom maar voor de openbare diensten die ze verlenen, zoals uitbreiding van de biodiversiteit en waterbeheer, en voor hun werkzaamheden voor milieu, welzijn van dieren en voedselveiligheid, die de wettelijke verplichtingen overstijgen. Als rapporteur stel ik daarom voor om alle lopende rechtstreekse subsidiëring tegen 2020 af te bouwen. Het budgettair principe in het gemeenschappelijk landbouwbeleid zou moeten zijn dat overheidsgeld als vergoeding voor openbare dienstverlening gebruikt wordt.

Kruiselingse criteria

Elke vorm van overheidsubsidie voor de landbouw moet afhankelijk gemaakt worden van inachtneming van de wetgeving op milieubescherming, natuurbehoud en dierenwelzijn. Daar wordt voor gezorgd aan de hand van kruiselingse criteria ("cross compliance"). Als rapporteur stel ik voor om ze te versterken en met aanvullende voorwaarden voor het gebruik van water en de uitstoot van broeikasgassen uit te breiden.

De ervaring leert dat er strenger toezicht en betekenisvoller straffen voor het niet in acht nemen van de kruiselingse criteria nodig zijn. Om zeker te zijn dat het toezicht strenger wordt, stel ik voor om een minimum aantal controles vast te leggen: de overheidsdiensten van de lidstaten zouden elk jaar minstens 5% van alle landbouwbedrijven moeten controleren.

Afschaffing van braaklegging

De Commissie stelt voor om verplichte braaklegging af te schaffen. Dat zal verder verlies aan biodiversiteit, vooral in de vogelstand, en verlies van andere belangrijke milieutechnische voordelen met zich meebrengen. De Europese Unie stelt zich tot doel om het verlies aan biodiversiteit tegen 2010 tot stilstand te brengen.

Zonder medewerking van de landbouw is dat een onhaalbare doelstelling.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat braaklegging belangrijke voordelen voor het milieu oplevert, o.a. door habitats voor het wild te vormen en de aantasting van water en bodem in intensief bebouwde gebieden te verminderen - voordelen die bij afschaffing van braaklegging verloren gaan. Het verlies moet met gerichte maatregelen binnen de kruiselingse criteria en in de plattelandsontwikkeling gecompenseerd worden.

Daarnaast moeten er langs de randen van de velden bufferstroken aangelegd worden, met natuurlijke vegetatie in bloei en extensief behandelde gewassen, waar geen verdelgingsmiddelen of meststoffen gebruikt worden. Dat is niet alleen een goede maatregel om de biodiversiteit uit te breiden, maar het zorgt ook voor een zuiverder bodem en vooral zuiverder grond- en oppervlaktewater.

Klimaatverandering

De landbouw is een grote producent van broeikasgassen. Er moet speciale steun voor maatregelen gegeven worden om het energieverbruik in de voedselketen te verminderen en landbouwafval te voorkomen en opnieuw te gebruiken.

Speciale aandacht verdient de intensieve veeteelt, die voor ongeveer 18% van de totale uitstoot aan CO2 verantwoordelijk is. De middelen voor het GLB zouden in geen geval gebruikt mogen worden om het vleesverbruik te bevorderen, hetgeen op dit ogenblik nog altijd gebeurt. Wat en hoeveel men verbruikt, is een individuele vrije keuze, maar er zou geen overheidsgeld gebruikt moeten worden om het verbruik van producten te bevorderen die de klimaatverandering, de watervoorziening en de honger in de wereld negatief beïnvloeden.

Om de uitstoot van broeikasgassen in de landbouw in zijn geheel te verminderen, moet de Commissie in 2009 bindende wetgevende voorstellen indienen, die de uitstoot van broeikasgassen door de landbouw tegen 2020 met minstens 30% verminderen, en met minstens 80% tegen 2050.

Dierenwelzijn

Het welzijn van dieren moet in de landbouw aanzienlijk verbeterd worden. De Commissie moet in 2009 bindende wetgevende voorstellen indienen om het welzijn van dieren in de Europese Unie te verbeteren. Eén van die maatregelen moet geleidelijke afbouw van geïndustrialiseerde veehouderij zijn.

Er is een meerderheid in het Parlement die in 2007 voor afschaffing van alle subsidies voor het fokken van vechtstieren gestemd heeft. De Commissie en de Raad hebben die duidelijke oproep van het Parlement spijtig genoeg naast zich neergelegd. Stierengevechten zijn een wrede sport die niet de steun van de Europese Unie verdient. Als rapporteur herhaal ik daarom de oproep van het Parlement en vraag om alle subsidiëring van het fokken van vechtstieren te beëindigen.

Exportsubsidies

Exportsubsidies vormen in de landbouw nog altijd een hinderpaal voor eerlijke handel. Ze zijn dikwijls schadelijk voor de plaatselijke markten in de ontwikkelingslanden. De Commissie moet dan ook tegen 2009 alle exportsubsidies afschaffen.

AMENDEMENTEN

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid de volgende amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Bepaalde elementen van het steunmechanisme moeten worden aangepast, zo blijkt uit ervaring met de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001. Met name moeten meer vormen van rechtstreekse steun worden ontkoppeld en dient de werking van de bedrijfstoeslagregeling te worden vereenvoudigd. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat Verordening (EG) nr. 1782/2003 sinds haar inwerkingtreding grondig is gewijzigd. Om deze redenen en omwille van de duidelijkheid moet deze verordening worden ingetrokken en worden vervangen door een nieuwe verordening.

(1) Bepaalde elementen van het steunmechanisme moeten worden aangepast, zo blijkt uit ervaring met de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001. Met name moeten er veel meer vormen van rechtstreekse steun worden ontkoppeld, om volledige ontkoppeling te bereiken, en dient de werking van de bedrijfstoeslagregeling te worden vereenvoudigd. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat Verordening (EG) nr. 1782/2003 sinds haar inwerkingtreding grondig is gewijzigd. Om deze redenen en omwille van de duidelijkheid moet deze verordening worden ingetrokken en worden vervangen door een nieuwe verordening.

Motivering

Om de milieudoelstellingen te bereiken, ook de nieuwe uitdagingen, moet er een grote hoeveelheid middelen van de eerste naar de tweede pijler verschoven worden.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Om te vermijden dat landbouwgrond wordt opgegeven en te waarborgen dat deze grond in goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden, is bovendien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 een communautair kader vastgesteld waarbinnen de lidstaten normen vaststellen met inachtneming van de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, inclusief de bodem- en klimaatgesteldheid en de bestaande landbouwsystemen (grondgebruik, vruchtwisseling, landbouwpraktijken) en de structuur van de landbouwbedrijven. De afschaffing van de verplichte braaklegging in het kader van de bedrijfstoeslagregeling kan in bepaalde gevallen nadelige gevolgen hebben voor het milieu, met name voor sommige landschapselementen. Daarom moeten de bestaande communautaire bepalingen worden versterkt om, waar nodig, duidelijk omschreven landschapselementen te beschermen.

(3) Om te vermijden dat landbouwgrond wordt opgegeven en te waarborgen dat deze grond in goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden, is bovendien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 een communautair kader vastgesteld waarbinnen de lidstaten normen vaststellen met inachtneming van de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, inclusief de bodem- en klimaatgesteldheid en de bestaande landbouwsystemen (grondgebruik, vruchtwisseling, landbouwpraktijken) en de structuur van de landbouwbedrijven. De afschaffing van de verplichte braaklegging in het kader van de bedrijfstoeslagregeling zal verder verlies aan biodiversiteit, vooral in de vogelstand, en verlies van andere belangrijke milieutechnische voordelen met zich meebrengen. Daarom moet er voor degelijke compensatie gezorgd worden om de biodiversiteit te beschermen en uit te breiden, en o.a. ook duidelijk omschreven landschapselementen te beschermen en te herstellen. Een en ander moet bereikt worden door de bestaande voorschriften van de Gemeenschap te verbeteren maar ook door nieuwe compenserende maatregelen in te voeren.

Motivering

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat braaklegging belangrijke voordelen voor het milieu oplevert, o.a. door habitats voor het wild te vormen en de aantasting van water en bodem in intensief bebouwde gebieden te verminderen - voordelen die bij afschaffing van braaklegging verloren gaan. Het verlies moet met gerichte maatregelen binnen de kruiselingse criteria en in de plattelandsontwikkeling gecompenseerd worden.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) In bepaalde gebieden wordt het steeds problematischer de watervoorraden voor landbouwactiviteiten te beschermen en te beheren. Om verontreiniging en afspoeling van water te voorkomen en het watergebruik te beheren, dient daarom tevens te worden voorzien in versterking van het bestaande communautaire kader voor een goede landbouw- en milieuconditie.

(4) In een alsmaar groter gebied van de Gemeenschap wordt het steeds problematischer de watervoorraden voor landbouwactiviteiten te beschermen en te beheren. Om verontreiniging en afspoeling van water te voorkomen en het watergebruik te beheren, en ook met betere landbouwkundige en waterbeheersmethoden de grote hoeveelheid water te verminderen die elk jaar verspild wordt, dient er tevens te worden voorzien in versterking van het bestaande communautaire kader voor een goede landbouw- en milieuconditie.

Motivering

Om waterschaarste te voorkomen en tegen te gaan moet de hoeveelheid water die elk jaar in de landbouw verspild wordt, verminderen.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Gezien het positieve affect van blijvend grasland op het milieu, is het dienstig maatregelen ter bevordering van de instandhouding van bestaand blijvend grasland vast te stellen om een massale omzetting in bouwland te voorkomen.

Niet van toepassing op de Nederlandse tekst

Motivering

Niet alle permanent grasland wordt als weide gebruikt. Blijvende graslanden vertegenwoordigen belangrijke opslagplaatsen van koolstof en de belangrijkste leefomgevingen met grote biodiversiteit in Europa. Grasland dat gemaaid wordt, is in dat opzicht even belangrijk als weiden.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Voor een beter evenwicht tussen de beleidsinstrumenten die op bevordering van duurzame landbouw zijn gericht enerzijds, en die welke bevordering van de plattelandsontwikkeling tot doel hebben anderzijds, is bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 op verplichte basis een systeem ingevoerd waarbij de rechtstreekse betalingen geleidelijk worden verlaagd ("modulatie"). Dit systeem moet worden behouden, met inbegrip van de vrijstelling van modulatie voor de eerste 5000 euro aan betalingen.

(6) Voor een beter evenwicht tussen de beleidsinstrumenten die op bevordering van duurzame landbouw zijn gericht enerzijds, en die welke bevordering van de plattelandsontwikkeling tot doel hebben anderzijds, is bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 op verplichte basis een systeem ingevoerd waarbij de rechtstreekse betalingen geleidelijk worden verlaagd ("modulatie"). Dit systeem moet worden behouden, met inbegrip van de vrijstelling van modulatie voor de eerste 5000 euro aan betalingen. De modulatiepercentages moeten sterk verhoogd worden om tegen 2020 alle bestaande rechtstreekse subsidies volledig af te bouwen.

Motivering

De boeren moeten beloond worden voor de openbare diensten die ze verlenen, zoals uitbreiding van de biodiversiteit en opslag van water, en niet automatisch steun ontvangen.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) De besparingen die voortvloeien uit het bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 ingevoerde modulatiemechanisme worden gebruikt voor de financiering van maatregelen in het kader van het plattelandsontwikkelingsbeleid. Sinds die verordening is vastgesteld, wordt de landbouwsector geconfronteerd met nieuwe, veeleisende uitdagingen, zoals de klimaatverandering, het toenemende belang van bio-energie en de behoefte aan beter waterbeheer en aan een efficiëntere bescherming van de biodiversiteit. Als verdragsluitende partij bij het Protocol van Kyoto is de Europese Gemeenschap ertoe gebonden haar beleid aan te passen in het licht van de klimaatveranderingsproblematiek. Ernstige problemen op het gebied van waterschaarste en droogte vergen bovendien een diepgaandere behandeling van de waterbeheerproblematiek. De aanzienlijke verwezenlijkingen niet te na gesproken, blijft het stopzetten van de afkalving van de biodiversiteit eveneens een zeer belangrijke uitdaging en moeten extra inspanningen worden geleverd, wil de Europese Gemeenschap haar biodiversiteitsdoelstelling voor 2010 halen. De Gemeenschap erkent de noodzaak om deze nieuwe uitdagingen in het kader van haar beleidslijnen aan te pakken. Op het gebied van de landbouw vormen de plattelandsontwikkelingsprogramma's die zijn goedgekeurd in het kader van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), hiertoe een geschikt instrument. Om de lidstaten in staat te stellen hun plattelandsontwikkelingsprogramma's dienovereenkomstig aan te passen zonder hun lopende activiteiten op het gebied van plattelandsontwikkeling op andere gebieden op een lager pitje te zetten, dienen aanvullende financiële middelen ter beschikking te worden gesteld. De financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013 bieden echter geen ruimte om het plattelandsontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap met de nodige extra financiële middelen toe te rusten. In deze omstandigheden dienen de vereiste financiële middelen grotendeels te worden gehaald uit de opbrengsten van een geleidelijke verhoging van de voor de modulatie geldende verlagingspercentages.

(7) De middelen die verkregen worden met het bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 ingevoerde modulatiemechanisme worden gebruikt voor de financiering van maatregelen in het kader van het plattelandsontwikkelingsbeleid. Sinds die verordening is vastgesteld, wordt de landbouwsector geconfronteerd met nieuwe, veeleisende uitdagingen, zoals de klimaatverandering, het toenemende belang van bio-energie en de behoefte aan beter waterbeheer en aan een efficiëntere bescherming van de biodiversiteit. Als verdragsluitende partij bij het Protocol van Kyoto is de Europese Gemeenschap ertoe gebonden haar beleid aan te passen in het licht van de klimaatveranderingsproblematiek. Ernstige problemen op het gebied van waterschaarste en droogte vergen bovendien een diepgaandere behandeling van de waterbeheerproblematiek op het grondgebied van de Gemeenschap en krachtige maatregelen. De aanzienlijke verwezenlijkingen niet te na gesproken, blijft het stopzetten van de afkalving van de biodiversiteit, samen met gezond beheer van de watervoorraden, een zeer belangrijke uitdaging en het zal niet mogelijk zijn om doelstelling van de Europese Unie voor 2010, om het verlies aan biodiversiteit tegen te houden dat op haar grondgebied vast te stellen is, zonder grotere inspanningen in die zin te bereiken. De beleidsvoering moet ook op ingrijpende structurele veranderingen in het Europees landbouwmodel gericht zijn, met gebruikmaking van de ervaringen van landen waar de landbouw van een traditioneel structuurmodel met kleinschalige bedrijven uitgaat. De Gemeenschap erkent dan ook de noodzaak om deze nieuwe uitdagingen in het kader van haar beleidslijnen aan te pakken. Op het gebied van de landbouw vormen de plattelandsontwikkelingsprogramma's die zijn goedgekeurd in het kader van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), hiertoe een geschikt instrument. Om de lidstaten in staat te stellen hun plattelandsontwikkelingsprogramma's dienovereenkomstig aan te passen zonder hun lopende activiteiten op het gebied van plattelandsontwikkeling op andere gebieden op een lager pitje te zetten, dienen aanvullende financiële middelen ter beschikking te worden gesteld. De financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013 bieden echter geen ruimte om het plattelandsontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap met de nodige extra financiële middelen toe te rusten. In deze omstandigheden dienen de vereiste financiële middelen grotendeels te worden gehaald uit de opbrengsten van een geleidelijke verhoging van de voor de modulatie geldende verlagingspercentages.

Motivering

Zaburzenia gospodarki wodnej oraz dramatyczny spadek bioróżnorodności są obecnie głównymi problemami rolno-środowiskowymi na terenie Wspólnoty. Nieuwzględnienie lub marginalizowanie tych problemów, poprzez brak zasadniczych zmian w modelu funkcjonowania wspólnotowego rolnictwa, może doprowadzić do trudno odwracalnych zmian w strukturze rolno-środowiskowej obszarów wiejskich.

Dalszy rozwój wielkoprzemysłowego modelu rolnictwa na obszarze Wspólnoty oraz niedostateczne wsparcie dla małych gospodarstw rolnych, stają w sprzeczności z zasadami zrównoważonego rozwoju i praktycznie uniemożliwiają realizację założonych celów środowiskowych, z powstrzymaniem spadku bioróżnorodności na czele.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) De bijzondere geografische ligging, het insulaire karakter, de geringe oppervlakte, het bergachtige reliëf en het klimaat leggen de landbouw in de ultraperifere gebieden extra lasten op. Om deze lasten en beperkingen te milderen, lijkt het dienstig om landbouwers in de ultraperifere gebieden vrij te stellen van de verplichte verlaging via de modulatie.

(9) De bijzondere geografische ligging, het insulaire karakter, de geringe oppervlakte, het bergachtige reliëf en het klimaat leggen de landbouw in de ultraperifere gebieden extra lasten op. Om deze lasten en beperkingen te milderen, lijkt het dienstig om landbouwers in de ultraperifere en achtergestelde gebieden vrij te stellen van de verplichte verlaging via modulatie, voorzover ze duurzame landbouwmethoden gebruiken.

Motivering

Landbouwmethoden die op termijn onhoudbaar zijn, mogen niet gesubsidieerd worden.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23 bis) Alle rechtstreekse subsidiëring moet tegen 2013 geleidelijk afgeschaft worden. Vanaf dan moeten de boeren alleen steun voor de openbare diensten krijgen die ze verlenen, zoals uitbreiding van de biodiversiteit en beheer van de watervoorraden, en hun werkzaamheden voor het milieu, het welzijn van dieren en de voedselveiligheid.

Motivering

De boeren moeten aangemoedigd worden om op de markt te reageren. Rechtstreekse subsidies verstoren de markt en vertegenwoordigen een zware aderlating voor de middelen van de Gemeenschap. Milieubeheer wordt beter in de tweede pijler uitgevoerd.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 23 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23 ter) De eerste pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moet in de toekomst behouden blijven om de sleutelrol van de boer als drijvende kracht in de economie van een groot aantal plattelandsgebieden, hoeder van het landschap en waarborg voor de hoge voedselveiligheidsnormen van de Europese Unie te garanderen.

Motivering

Stelselmatige besnoeiingen op de rechtstreekse steun voor de landbouw zouden de rendabiliteit merkelijk kunnen verlagen en de overlevingskansen van een groot aantal bedrijven in gevaar kunnen brengen. De Europese Unie moet in de toekomst op zelfvoorziening in levensmiddelen bedacht zijn.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27) De verplichte braaklegging van bouwland had oorspronkelijk tot doel het aanbod te beheersen. Dit instrument is als gevolg van marktontwikkelingen in de sector akkerbouwgewassen en de invoering van ontkoppelde steun echter overbodig geworden en moet worden afgeschaft. De overeenkomstig artikel 53 en 63, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde braakleggingstoeslagrechten moeten daarom worden geactiveerd op hectaren die voldoen aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden die voor elk ander toeslagrecht gelden.

(27) De verplichte braaklegging van bouwland had oorspronkelijk tot doel het aanbod te beheersen. Dit instrument is als gevolg van marktontwikkelingen in de sector akkerbouwgewassen en de invoering van ontkoppelde steun echter overbodig geworden en moet worden afgeschaft. De overeenkomstig artikel 53 en 63, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 vastgestelde braakleggingstoeslagrechten moeten daarom worden geactiveerd op hectaren die voldoen aan de subsidiabiliteitsvoorwaarden die voor elk ander toeslagrecht gelden. Met uitkeringen uit de tweede pijler moeten de boeren gestimuleerd worden om met behulp van duurzame landbouwmethoden actief de biodiversiteit te verbeteren. De milieuschade als gevolg van de afschaffing van verplichte braaklegging van bouwland zou daarmee gecompenseerd moeten worden.

Motivering

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat afschaffing van de verplichte braaklegging bijzonder schadelijke gevolgen voor de biodiversiteit heeft. Het is dan ook zeer belangrijk om die gevolgen tegen te gaan.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30) De lidstaten konden in het kader van de bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 ingevoerde bedrijfstoeslagregeling bepaalde betalingen van de toepassing van die regeling uitsluiten. Tegelijkertijd voorzag artikel 64, lid 3, van die verordening in de herziening van de in titel III, hoofdstuk 5, afdelingen 2 en 3, geboden facultatieve regelingen in het licht van markt- en structurele ontwikkelingen. Uit de analyse van de in dit verband opgedane ervaring blijkt dat de producenten dankzij de ontkoppeling soepeler keuzes kunnen maken en hun beslissingen over de productie kunnen afstemmen op rendabiliteit en de signalen van de markt. Dit geldt met name voor de sectoren akkerbouwgewassen, hop en zaaizaad, en in bepaalde mate ook voor de rundvleessector. De gedeeltelijk gekoppelde betalingen voor deze sectoren moeten daarom in de bedrijfstoeslagregeling worden opgenomen. Met het oog op een geleidelijke aanpassing van de landbouwers in de rundvleessector aan de nieuwe steunbepalingen, dienen de speciale premie voor mannelijke runderen en de slachtpremie geleidelijk te worden geïntegreerd. Aangezien de gedeeltelijk gekoppelde betalingen in de sectoren groenten en fruit pas onlangs, en slechts als overgangsmaatregel, werden ingevoerd, is het niet nodig die regelingen te herzien.

(30) De lidstaten konden in het kader van de bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 ingevoerde bedrijfstoeslagregeling bepaalde betalingen van de toepassing van die regeling uitsluiten. Tegelijkertijd voorzag artikel 64, lid 3, van die verordening in de herziening van de in titel III, hoofdstuk 5, afdelingen 2 en 3, geboden facultatieve regelingen in het licht van markt- en structurele ontwikkelingen. Uit de analyse van de in dit verband opgedane ervaring blijkt dat de producenten dankzij de ontkoppeling soepeler keuzes kunnen maken en hun beslissingen over de productie kunnen afstemmen op rendabiliteit en de signalen van de markt. Dit geldt met name voor de sectoren akkerbouwgewassen, hop en zaaizaad, en in bepaalde mate ook voor de rundvleessector. De gedeeltelijk gekoppelde betalingen voor deze sectoren moeten daarom in de bedrijfstoeslagregeling worden opgenomen. Met het oog op een geleidelijke aanpassing van de landbouwers in de rundvleessector aan de nieuwe steunbepalingen, dienen de speciale premie voor mannelijke runderen en de slachtpremie geleidelijk te worden geïntegreerd. Alle subsidiëring voor het fokken van vechtstieren moet stopgezet worden. Aangezien de gedeeltelijk gekoppelde betalingen in de sectoren groenten en fruit pas onlangs, en slechts als overgangsmaatregel, werden ingevoerd, is het niet nodig die regelingen te herzien.

Motivering

We moeten geen steun verlenen voor stierengevechten. We moeten druk op de stierenfokkers uitoefenen dat ze geen stieren meer verkopen voor stierengevechten.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31) Wat zoogkoeien, schapen en geiten betreft, is het, zo blijkt, echter nog steeds nodig om in het belang van de landbouweconomie in bepaalde regio's, met name waar geen economische alternatieven voor landbouwers voorhanden zijn, een minimaal landbouwproductieniveau te handhaven. Daarom moeten de lidstaten kunnen opteren voor het behoud van gekoppelde steun op het huidige niveau of, wat zoogkoeien betreft, op een lager niveau. In dat geval moet, met name met het oog op een waterdichte traceerbaarheid van de dieren, worden bepaald dat de identificatie- en registratievoorschriften van Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad, en van Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad in acht moeten worden genomen.

(31) Wat zoogkoeien, schapen en geiten betreft, is het, zo blijkt, echter nog steeds nodig om in het belang van de landbouweconomie in bepaalde regio's, met name waar geen economische alternatieven voor landbouwers voorhanden zijn, een minimaal landbouwproductieniveau te handhaven. Daarom moeten de lidstaten kunnen opteren voor het behoud van gekoppelde steun op het huidige niveau of, wat zoogkoeien betreft, op een lager niveau, voorzover er duurzame en diervriendelijke landbouwmethoden gebruikt worden. In dat geval moet, met name met het oog op een waterdichte traceerbaarheid van de dieren, worden bepaald dat de identificatie- en registratievoorschriften van Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad, en van Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad in acht moeten worden genomen.

Motivering

Landbouwmethoden die op termijn onhoudbaar zijn, mogen niet gesubsidieerd worden.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 3 bis

 

Om tot geleidelijke afschaffing van alle uitvoersubsidies tegen 2013 te komen, zoals in Hongkong overeengekomen, worden alle uitvoersubsidies voor vee tegen 2009 afgeschaft.

 

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. De Europese Commissie legt het Europees parlement en de Raad in 2009 voorstellen van wetgevende maatregelen voor om de uitstoot van broeikasgassen door de landbouw tegen 2020 met minstens 30 % te verminderen. De voorstellen houden ook een grootser opgevatte doelstelling op lange termijn in, die tegen 2050 te verwezenlijken is.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter. De Commissie stelt in 2009 bindende wetgevende maatregelen voor om het welzijn van dieren in de Europese Unie te verbeteren.

Motivering

Het welzijn van dieren moet verbeterd worden.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten zorgen ervoor dat alle landbouwgrond, in het bijzonder grond die niet langer wordt gebruikt voor productiedoeleinden, in goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden. De lidstaten stellen op nationaal of op regionaal niveau minimumeisen inzake goede landbouw- en milieuconditie vast op basis van het in bijlage III vastgestelde kader, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, met inbegrip van de bodem- en de klimaatgesteldheid, de bestaande landbouwsystemen, het grondgebruik, de vruchtwisseling, de landbouwpraktijken en de structuur van de landbouwbedrijven.

1. De lidstaten zorgen ervoor dat alle landbouwgrond, in het bijzonder grond die niet langer wordt gebruikt voor productiedoeleinden, in goede milieuconditie wordt gehouden. De lidstaten stellen op nationaal of op regionaal niveau, met inachtneming van de aanwijzingen van de Commissie, minimumeisen inzake goede milieuconditie vast op basis van het in bijlage III vastgestelde kader, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, met inbegrip van de bodem- en de klimaatgesteldheid, de bestaande landbouwsystemen, het grondgebruik, de vruchtwisseling, de landbouwpraktijken en de structuur van de landbouwbedrijven.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Alle bedragen van de in een bepaald kalenderjaar in een bepaalde lidstaat aan een landbouwer te verlenen rechtstreekse betalingen van meer dan 5000 euro worden voor elk jaar tot en met 2012 verlaagd met de volgende percentages:

1. Alle bedragen van de in een bepaald kalenderjaar in een bepaalde lidstaat aan een landbouwer te verlenen rechtstreekse betalingen van meer dan 5000 euro worden voor elk jaar tot en met 2012 verlaagd met de volgende percentages:

(a) 2009: 7%,

(a) 2009: 15%

(b) 2010: 9%,

(b) 2010: 22%

(c) 2011: 11%,

(c) 2011: 29%

(d) 2012: 13%.

(d) 2012: 36%

Motivering

De modulatiepercentages moeten op volledige afbouw van rechtstreekse subsidies tegen 2020 gericht zijn, omdat rechtstreekse subsidies niet de verzekering geven dat de boeren prestaties van openbaar nut leveren.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten verrichten controles ter plaatse om na te gaan of de landbouwer de in hoofdstuk 1 bedoelde verplichtingen nakomt.

1. De lidstaten verrichten controles ter plaatse bij minstens 5% van alle bedrijven die rechtstreekse subsidies ontvangen om na te gaan of de landbouwer de in hoofdstuk 1 bedoelde verplichtingen nakomt.

Motivering

Er moet een minimum aan toezicht zijn zodat de boeren zich genoodzaakt voelen om de kruiselingse criteria in acht te nemen.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Toeslagrechten die gedurende twee jaar niet zijn geactiveerd, worden toegevoegd aan de nationale reserve, behalve in gevallen van overmacht en uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 36, lid 1.

Toeslagrechten die gedurende een jaar niet zijn geactiveerd, worden toegevoegd aan de nationale reserve, behalve in gevallen van overmacht en uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 36, lid 1. De middelen worden gebruikt om milieutechnisch gezonde landbouwmethoden te verbeteren.

Motivering

Onuitgegeven middelen van de bedrijfstoeslagregeling moeten gebruikt worden om de landbouw milieuvriendelijker te maken.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 51 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) voor op de voor de aanvragen van oppervlaktesteun voor 2008 vastgestelde datum als blijvend grasland gebruikte hectaren en voor andere subsidiabele hectaren.

Niet van toepassing op de Nederlandse tekst

Motivering

Niet alle permanent grasland wordt als weide gebruikt. Blijvende graslanden vertegenwoordigen belangrijke opslagplaatsen van koolstof en de belangrijkste leefomgevingen met grote biodiversiteit in Europa. Grasland dat gemaaid wordt, is in dat opzicht even belangrijk als weiden.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Lidstaten die overeenkomstig artikel 68, lid 2, onder a) i), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 het aandeel van de in artikel 41 van de onderhavige verordening bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de in bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1782/2003 opgenomen zoogkoeienpremie, geheel of gedeeltelijk hebben behouden, verrichten jaarlijks een extra betaling aan landbouwers.

1. Lidstaten die overeenkomstig artikel 68, lid 2, onder a) i), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 het aandeel van de in artikel 41 van de onderhavige verordening bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de in bijlage VI van Verordening (EG) nr. 1782/2003 opgenomen zoogkoeienpremie, geheel of gedeeltelijk hebben behouden, verrichten jaarlijks een extra betaling aan landbouwers. Maar er worden geen subsidies voor het fokken van vechtstieren gegeven.

Motivering

We moeten geen steun verlenen voor stierengevechten. We moeten druk op de stierenfokkers uitoefenen dat ze geen stieren meer verkopen voor stierengevechten.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Artikel 55 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. In 2010 en 2011 mogen lidstaten die overeenkomstig artikel 68, lid 1, artikel 68, lid 2, onder a) ii), of artikel 68, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 het aandeel van de in artikel 41 van de onderhavige verordening bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de slachtpremie voor kalveren, de slachtpremie voor andere runderen dan kalveren of de speciale premie voor mannelijke runderen, geheel of gedeeltelijk hebben behouden, een extra betaling verrichten aan landbouwers. De extra betalingen worden overeenkomstig de voorwaarden van titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 8, verleend bij het slachten van kalveren en van andere runderen dan kalveren en voor het houden van mannelijke runderen. De extra betaling bedraagt 50% van het op grond van artikel 68 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 toegepaste niveau, binnen de grenzen van het overeenkomstig artikel 53, lid 2, van de onderhavige verordening vastgestelde maximum.

2. In 2010 en 2011 mogen lidstaten die overeenkomstig artikel 68, lid 1, artikel 68, lid 2, onder a) ii), of artikel 68, lid 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 1782/2003 het aandeel van de in artikel 41 van de onderhavige verordening bedoelde nationale maxima dat overeenkomt met de slachtpremie voor kalveren, de slachtpremie voor andere runderen dan kalveren of de speciale premie voor mannelijke runderen, geheel of gedeeltelijk hebben behouden, een extra betaling verrichten aan landbouwers. De extra betalingen worden overeenkomstig de voorwaarden van titel IV, hoofdstuk 1, afdeling 8, verleend bij het slachten van kalveren en van andere runderen dan kalveren en voor het houden van mannelijke runderen. De extra betaling bedraagt 50% van het op grond van artikel 68 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 toegepaste niveau, binnen de grenzen van het overeenkomstig artikel 53, lid 2, van de onderhavige verordening vastgestelde maximum. Maar er worden geen subsidies voor het fokken van vechtstieren gegeven.

Motivering

We moeten geen steun verlenen voor stierengevechten. We moeten druk op de stierenfokkers uitoefenen dat ze geen stieren meer verkopen voor stierengevechten.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 62 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) voor hectaren blijvend grasland zoals geïdentificeerd op 30 juni 2008 en voor andere subsidiabele hectaren.

Niet van toepassing op de Nederlandse tekst

Motivering

Niet alle permanent grasland wordt als weide gebruikt. Blijvende graslanden vertegenwoordigen belangrijke opslagplaatsen van koolstof en de belangrijkste leefomgevingen met grote biodiversiteit in Europa. Grasland dat gemaaid wordt, is in dat opzicht even belangrijk als weiden.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 68 – lid 1 – letter a tot e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

 

(a) voor:

(a) voor:

(i) specifieke soorten van landbouw die belangrijk zijn voor de bescherming of de verbetering van het milieu,

(i) specifieke soorten van landbouw die belangrijk zijn voor de bescherming of de verbetering van het milieu,

(ii) de verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten, of

(ii) de verbetering van de milieutechnische en hygiënische kwaliteit van landbouwproducten, of

(iii) de verbetering van de afzet van landbouwproducten;

(iii) de verbetering van de afzet van duurzame en gezonde landbouwproducten ;

(b) om op te treden tegen specifieke nadelen waarmee landbouwers die in economisch of ecologisch kwetsbare gebieden actief zijn in de sectoren zuivel, rundvlees, schapenvlees, geitenvlees en rijst, worden geconfronteerd,

(b) om op te treden tegen specifieke nadelen waarmee landbouwers die in economisch of ecologisch kwetsbare gebieden actief zijn in de duurzame sectoren zuivel, rundvlees, schapenvlees, geitenvlees en rijst, worden geconfronteerd,

(c) in gebieden waar herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma's gaande zijn om te voorkomen dat het land wordt verlaten en/of om specifieke nadelen voor landbouwers in die gebieden aan te pakken,

(c) in gebieden waar herstructurerings- en/of ontwikkelingsprogramma's gaande zijn om te voorkomen dat milieutechnisch waardevol land wordt verlaten en/of om specifieke nadelen voor landbouwers op milieutechnisch waardevol land in die gebieden aan te pakken,

(d) in de vorm van bijdragen aan oogstverzekeringspremies, overeenkomstig de in artikel 69 vastgestelde voorwaarden,

(d) in de vorm van bijdragen aan oogstverzekeringspremies, overeenkomstig de in artikel 69 vastgestelde voorwaarden,

(e) voor onderlinge fondsen voor dier- en plantenziekten, overeenkomstig de in artikel 70 vastgestelde voorwaarden.

(e) in de vorm van bijdragen voor onderlinge fondsen voor dier- en plantenziekten, overeenkomstig de in artikel 70 vastgestelde voorwaarden.

Motivering

Landbouwmethoden die op termijn onhoudbaar zijn, mogen niet gesubsidieerd worden. Grond die in milieutechnisch opzicht waardevol is, verdient om beschermd te worden.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Oogstverzekering

Landbouwverzekering

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De lidstaten kunnen financieel bijdragen in premies om de oogst te verzekeren tegen door ongunstige weersomstandigheden veroorzaakte verliezen.

1. De lidstaten kunnen financieel bijdragen in premies om de landbouw te verzekeren tegen financiële verliezen als gevolg van ongunstige weersomstandigheden of ziekten van dieren of planten, voor zover die risico's niet door privé verzekeringen gedekt kunnen worden.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "ongunstige weersomstandigheden" verstaan weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, zoals vorst, hagel, ijs, regen of droogte, en die voor een landbouwer leiden tot een verlies van meer dan 30% van de gemiddelde jaarproductie in de laatste drie jaar of de gemiddelde productie van drie van de laatste vijf jaren, de hoogste en de laagste productie niet meegerekend.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan:

- onder "ongunstige weersomstandigheden" weersomstandigheden die met een natuurramp kunnen worden gelijkgesteld, zoals vorst, hagel, ijs, regen of droogte, en die voor een landbouwer leiden tot een verlies van meer dan 30% van de gemiddelde jaarproductie in de laatste drie jaar of de gemiddelde productie van drie van de laatste vijf jaren, de hoogste en de laagste productie niet meegerekend.

 

- onder "financiële verliezen" alle buitengewone kosten die een boer te dragen heeft als gevolg van uitzonderingsmaatregelen die hij neemt om minder op de markt te leveren of elk betekenisvol productieverlies te beperken. Kosten die voor compensatie in aanmerking komen op grond van andere bepalingen van de Gemeenschap en kosten als gevolg van alle andere hygiënische, veterinaire of fytosanitaire maatregelen zijn niet als financieel verlies te beschouwen.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel A – punt 1 – kolom 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 3, lid 1, artikel 3, lid 2, onder b), artikel 4, lid 1, artikel 4, lid 2, artikel 4, lid 4, artikel 5, onder a), b) en d)

Artikel 3, lid 1, artikel 3, lid 2, onder b) en d), artikel 4, lid 1, artikel 4, lid 2, artikel 4, lid 4 en artikel 5

Motivering

Om de natuur, en meer in het bijzonder de biodiversiteit te beschermen, moeten alle toepasselijke bepalingen van Richtlijn 79/409/EEG (vogels in het wild) en 92/43/EEG (fauna en flora) van de Raad in de reglementaire beheersvoorwaarden overgenomen worden, zoals al het geval is in de lopende wetgeving op het GLB. Alle bepalingen die in de reglementaire beheersvoorwaarden opgenomen worden als dit amendement aangenomen wordt, staan al in de lopende wetgeving op het GLB.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Bijlage II – deel A – punt 5 – kolom 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 6 en artikel 13, lid 1, onder a)

Artikel 6, 13 en 15

Motivering

Om de natuur, en meer in het bijzonder de biodiversiteit te beschermen, moeten alle toepasselijke bepalingen van Richtlijn 79/409/EEG (vogels in het wild) en 92/43/EEG (fauna en flora) van de Raad in de reglementaire beheersvoorwaarden overgenomen worden, zoals al het geval is in de lopende wetgeving op het GLB. Alle bepalingen die in de reglementaire beheersvoorwaarden opgenomen worden als dit amendement aangenomen wordt, staan al in de lopende wetgeving op het GLB.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Bijlage III

Door de Commissie voorgestelde tekst

Goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in artikel 6

Onderwerp

Normen

Bodemerosie:

De bodem beschermen door middel van passende maatregelen

– Minimale bodembedekking

– Minimaal bodembeheer op basis van de specifieke omstandigheden ter plaatse

– Instandhouding van terrassen

Organische stof in de bodem:

Het gehalte organische stof in de bodem handhaven door passende praktijken

– Normen voor vruchtwisseling in voorkomend geval

– Stoppelbeheer op bouwland

Bodemstructuur:

De bodemstructuur in stand houden door passende maatregelen

– Passend machinegebruik

Minimaal onderhoud:

Zorgen voor een minimaal onderhoud en achteruitgang van habitats voorkomen

– Een minimale veebezetting en/of een passend regime

- Bescherming van blijvend grasland

– Instandhouding van landschapselementen, inclusief, in voorkomend geval, heggen, vijvers, greppels, bomenrijen, bomengroepen of geïsoleerde bomen, en akkerranden

– In voorkomend geval, instelling van een rooiverbod voor olijfbomen

– Het voorkomen van verstruiking van de landbouwgrond door ongewenste vegetatie

– Het in een goede groeitoestand houden van olijfgaarden en wijngaarden

Waterbescherming en waterbeheer:

Bescherming van water tegen vervuiling en afspoeling, en beheer van het watergebruik

– Het aanleggen van bufferstroken langs waterlopen

– Naleving van vergunningsprocedures voor het gebruik van water voor bevloeiingsdoeleinden

Amendement

Goede milieuconditie als bedoeld in artikel 6

Onderwerp

Normen

Ruimere biodiversiteit

- Bufferstroken met natuurlijke vegetatie in bloei (minimum 2 meter) of extensief behandelde gewassen (zonder verdelgingsmiddelen of meststoffen - minimum 5 meter) langs de randen van de velden

Bodemerosie:

De bodem beschermen door middel van passende maatregelen

– Minimale bodembedekking

– Minimaal bodembeheer op basis van de specifieke omstandigheden ter plaatse

– Instandhouding van terrassen

Organische stof in de bodem:

Het gehalte organische stof in de bodem handhaven door passende praktijken

– Normen voor vruchtwisseling in voorkomend geval

– Stoppelbeheer op bouwland

Bodemstructuur:

De bodemstructuur in stand houden door passende maatregelen

– Passend machinegebruik

Minimaal onderhoud:

Zorgen voor een minimaal onderhoud en achteruitgang van habitats voorkomen

– Een minimale veebezetting en/of een passend regime

- Bescherming van blijvend grasland

– Instandhouding van landschapselementen, inclusief, in voorkomend geval, heggen, vijvers, greppels, bomenrijen, bomengroepen of geïsoleerde bomen, en akkerranden

– In voorkomend geval, instelling van een rooiverbod voor olijfbomen

– Het voorkomen van verstruiking van de landbouwgrond door ongewenste vegetatie

– Het in een goede groeitoestand houden van olijfgaarden en wijngaarden

- zo nodig verbod op het rooien van oude olijfgaarden die een grote rijkdom aan soorten herbergen

Waterbescherming en waterbeheer:

Bescherming van water tegen vervuiling en afspoeling, en beheer van het watergebruik

– Het aanleggen van bufferstroken langs waterlopen

– Naleving van vergunningsprocedures voor het gebruik van water voor bevloeiingsdoeleinden

Bescherming van bodem en grondwater

- maximum grenzen voor de aanwezigheid van verdelgingsmiddelen, zware metalen en meststoffen in bodem en grondwater

Motivering

Er moet geen verplichting bestaan om grond in goed bebouwbare staat te houden, vooral als hij niet langer voor productiedoeleinden in gebruik is. Om de milieutechnische voordelen voor een gebied uit te breiden, is het dikwijls goed om de landbouwwaarde te verminderen. Om de milieutechnische nadelen van de afschaffing van braaklegging tegen te gaan, moeten er andere maatregelen genomen worden om de biodiversiteit te beschermen.

PROCEDURE

Titel

Steunregelingen voor landbouwers in het kader van het GLB

Document- en procedurenummers

COM(2008)0306 – C6-0240/2008 – 2008/0103(CNS)

Commissie ten principale

AGRI

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ENVI

19.6.2008

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Kathalijne Maria Buitenweg

3.7.2008

 

 

Datum goedkeuring

9.9.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

5

12

Bij de eindstemming aanwezige leden

Adamos Adamou, Georgs Andrejevs, Pilar Ayuso, Johannes Blokland, John Bowis, Frieda Brepoels, Martin Callanan, Chris Davies, Avril Doyle, Anne Ferreira, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Cristina Gutiérrez-Cortines, Satu Hassi, Gyula Hegyi, Jens Holm, Marie Anne Isler Béguin, Caroline Jackson, Dan Jørgensen, Christa Klaß, Eija-Riitta Korhola, Holger Krahmer, Urszula Krupa, Aldis Kušķis, Peter Liese, Jules Maaten, Linda McAvan, Roberto Musacchio, Riitta Myller, Péter Olajos, Miroslav Ouzký, Vladko Todorov Panayotov, Vittorio Prodi, Frédérique Ries, Dagmar Roth-Behrendt, Guido Sacconi, Daciana Octavia Sârbu, Carl Schlyter, Richard Seeber, Bogusław Sonik, María Sornosa Martínez, Antonios Trakatellis, Evangelia Tzampazi, Donato Tommaso Veraldi, Anja Weisgerber, Glenis Willmott

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Kathalijne Maria Buitenweg, Duarte Freitas, Jutta Haug, Erna Hennicot-Schoepges, Alojz Peterle, Robert Sturdy


ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling (12.9.2008)

aan de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

inzake het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers

(COM(2008)0306 – C6‑0240/2008 – 2008/0103(CNS))

Rapporteur voor advies: Markus Pieper

BEKNOPTE MOTIVERING

De Commissie wil met haar voorstel een duurzame en marktgerichte landbouwsector bevorderen, zonder dat zij een fundamentele hervorming doorvoert.

De rapporteur juicht de ingeslagen weg van hervormingen toe en is van mening dat openstelling van de markt en vereenvoudiging van het GLB in 2013 het streven moet blijven. Wel moet ervoor worden gezorgd dat de hervormingen uit 2003 worden afgerond voordat er wordt begonnen aan een revolutionaire hervorming van het GLB.

Modulatie en degressiviteit: De rapporteur voor advies is van mening dat de Europese boeren behoefte hebben aan een betrouwbaar kader voor hun planning. Nu de prijzen voor veevoeder stijgen, is een bijkomende modulatie niet gerechtvaardigd. Daarom is de rapporteur voor advies het principieel oneens met verdere progressieve modulatie: het voorstel zorgt voor meer bureaucratische rompslomp en zou er slechts toe kunnen leiden dat grotere bedrijven worden opgesplitst en kleine boeren met extra lasten worden opgescheept.

Naleving van randvoorwaarden ("cross-compliance"): De rapporteur voor advies wijst een verdere uitbreiding van de randvoorwaarden van de hand. Hij is daarom van mening dat aanvullende criteria niet verplicht mogen worden gesteld, omdat zij niet bijdragen tot de nagestreefde terugdringing van bureaucratische rompslomp en onnodige lasten.

AMENDEMENTEN

De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Om te vermijden dat landbouwgrond wordt opgegeven en te waarborgen dat deze grond in goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden, is bovendien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 een communautair kader vastgesteld waarbinnen de lidstaten normen vaststellen met inachtneming van de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, inclusief de bodem- en klimaatgesteldheid en de bestaande landbouwsystemen (grondgebruik, vruchtwisseling, landbouwpraktijken) en de structuur van de landbouwbedrijven. De afschaffing van de verplichte braaklegging in het kader van de bedrijfstoeslagregeling kan in bepaalde gevallen nadelige gevolgen hebben voor het milieu, met name voor sommige landschapselementen. Daarom moeten de bestaande communautaire bepalingen worden versterkt om, waar nodig, duidelijk omschreven landschapselementen te beschermen.

(3) Om te vermijden dat landbouwgrond wordt opgegeven en te waarborgen dat deze grond in goede landbouw- en milieuconditie wordt gehouden, is bovendien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 een communautair kader vastgesteld waarbinnen de lidstaten normen vaststellen met inachtneming van de specifieke kenmerken van de betrokken gebieden, inclusief de bodem- en klimaatgesteldheid en de bestaande landbouwsystemen (grondgebruik, vruchtwisseling, landbouwpraktijken) en de structuur van de landbouwbedrijven. De afschaffing van de verplichte braaklegging in het kader van de bedrijfstoeslagregeling kan in bepaalde gevallen nadelige gevolgen hebben voor het milieu, met name voor sommige landschapselementen. Daarom moeten de bestaande communautaire bepalingen worden versterkt om, waar nodig, duidelijk omschreven landschapselementen te beschermen. Terwijl de hoogste normen moeten worden gehanteerd voor het waarborgen van de waterkwaliteit, zoals vastgesteld in de Gemeenschapswetgeving, zouden er geen verdere beperkingen moeten worden opgelegd die een wenselijke plattelandsontwikkeling in de weg zouden staan.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Een landbouwer die rechtstreekse betalingen ontvangt, neemt de in bijlage II genoemde uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de op grond van artikel 6 vastgestelde eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie in acht.

1. Een landbouwer die rechtstreekse betalingen ontvangt, neemt de in bijlage II genoemde, uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de op grond van artikel 6 vastgestelde eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie in acht, tenzij dit, bijvoorbeeld in geval van grote natuurrampen, onuitvoerbaar en onevenredig is.

Motivering

Het beginsel van procedurele vereenvoudiging door middel van "cross-compliance" staat haaks op deze bepaling, die voor onnodige lasten en bureaucratische rompslomp zorgt. De meeste criteria waaraan moet worden voldaan, staan al in bestaande EU-wetgeving.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De bevoegde nationale autoriteit bezorgt de landbouwer de lijst van de in acht te nemen uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie.

2. De bevoegde nationale autoriteit bezorgt de landbouwer de lijst van uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en eisen inzake goede landbouw- en milieuconditie.

Motivering

Zie motivering bij amendement 2 (ex 1).

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Artikel 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Alle bedragen van de in een bepaald kalenderjaar in een bepaalde lidstaat aan een landbouwer te verlenen rechtstreekse betalingen van meer dan 5000 euro worden voor elk jaar tot en met 2012 verlaagd met de volgende percentages:

1. Alle bedragen van de in een bepaald kalenderjaar in een bepaalde lidstaat aan een landbouwer te verlenen rechtstreekse betalingen van meer dan 10.000 euro worden voor elk jaar tot en met 2012 verlaagd met de volgende percentages:

(a) 2009: 7%,

(b) 2010: 9%,

(c) 2011: 11%,

(d) 2012: 13%.

(a) 2009: 6%,

(b) 2010: 7%,

(c) 2011: 8%,

(d) 2012: 9%.

2. De in lid 1 vastgestelde verlagingspercentages worden verhoogd voor:

 

(a) bedragen vanaf 100 000 euro tot en met 199 999 euro, met 3 procentpunten,

 

(b) bedragen vanaf 200.000 euro tot en met 299.999 euro, met 6 procentpunten,

 

(c) bedragen vanaf 300 000 euro, met 9 procentpunten.

 

3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op rechtstreekse betalingen aan landbouwers in de Franse overzeese departementen, op de Azoren en Madeira, op de Canarische Eilanden en op de eilanden in de Egeïsche Zee.

2. Lid 1 is niet van toepassing op rechtstreekse betalingen aan landbouwers in de Franse overzeese departementen, op de Azoren en Madeira, op de Canarische Eilanden en op de eilanden in de Egeïsche Zee.

Motivering

Gezien de stijgende prijzen voor veevoeder is bijkomende modulatie niet gerechtvaardigd. De progressieve modulatie moet worden geschrapt, want daarmee worden grote, efficiënt werkende boeren die schaalvoordelen benutten en de plattelandsontwikkeling stimuleren, gediscrimineerd en bestraft. Tegelijkertijd mogen de kleine boeren niet met extra lasten worden opgescheept.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Het resterende bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 7, lid 1, en de bedragen die voortvloeien uit de toepassing van artikel 7, lid 2, worden volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure toegewezen aan de lidstaat waar de betrokken bedragen zijn gegenereerd. Dit bedrag wordt gebruikt overeenkomstig artikel 69, lid 5 bis, van Verordening (EG) nr. 1698/2005.

4. Het resterende bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 7, wordt volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure volledig toegewezen aan de lidstaat waar de betrokken bedragen zijn gegenereerd. Dit bedrag wordt gebruikt overeenkomstig artikel 69, lid 5 bis, van Verordening (EG) nr. 1698/2005.

Motivering

Dit amendement is toegevoegd met het oog op een samenhangende tekst na goedkeuring van am. 4 (ex 3).

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 7, leden 1 en 2, wordt volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure toegewezen aan de nieuwe lidstaat waar de overeenkomstige bedragen zijn gegenereerd. Dit bedrag wordt gebruikt overeenkomstig artikel 69, lid 5 bis, van Verordening (EG) nr. 1698/2005.

4. Het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 7, lid 1,wordt volgens de in artikel 128, lid 2, bedoelde procedure toegewezen aan de nieuwe lidstaat waar de overeenkomstige bedragen zijn gegenereerd. Dit bedrag wordt gebruikt overeenkomstig artikel 69, lid 5 bis, van Verordening (EG) nr. 1698/2005.

Motivering

Dit amendement is toegevoegd met het oog op een samenhangende tekst na goedkeuring van am. 4 (ex 3).

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Artikel 47 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten stellen de regio's vast op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zoals hun institutionele of administratieve structuur en/of het regionale, agrarische potentieel.

2. De lidstaten stellen de regio's vast op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria, zoals hun institutionele of administratieve structuur en/of het regionale, agrarische potentieel en/of de structurele nadelen waaronder achterstandsregio's te lijden hebben.

Lidstaten met minder dan 3 miljoen subsidiabele hectaren kunnen worden beschouwd als één regio.

Lidstaten met minder dan 3 miljoen subsidiabele hectaren kunnen worden beschouwd als één regio. De Commissie overweegt instelling van een beroepsprocedure bij geschillen.

Motivering

Moet ervoor zorgen dat op regionaal vlak bestaande discriminatie niet in stand wordt gehouden en zich ook geen nieuwe discriminatie voordoet.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Artikel 60 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De nieuwe lidstaten stellen de regio's vast op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria.

2. De nieuwe lidstaten stellen de regio's vast op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria. De Commissie overweegt instelling van een beroepsprocedure bij geschillen.

Motivering

Moet ervoor zorgen dat zich op regionaal vlak geen nieuwe discriminatie voordoet.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Bijlage III – regel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Waterbescherming en waterbeheer:

Bescherming van water tegen vervuiling en afspoeling, en beheer van het watergebruik

– Het aanleggen van bufferstroken langs waterlopen

– Naleving van vergunningsprocedures voor het gebruik van water voor bevloeiingsdoeleinden

Schrappen

Motivering

In de benadering moet vereenvoudiging van de criteria voor "cross-compliance" centraal staan. In dit voorstel wordt het toepassingsgebied juist uitgebreid. De meeste criteria waaraan moet worden voldaan, staan al in bestaande EU-wetgeving, bijvoorbeeld over gewasbescherming en bemesting.

PROCEDURE

Titel

Steunregelingen voor landbouwers in het kader van het GLB

Document- en procedurenummers

COM(2008)0306 – C6-0240/2008 – 2008/0103(CNS)

Commissie ten principale

AGRI

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

REGI

10.7.2008

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Markus Pieper

16.7.2008

 

 

Behandeling in de commissie

17.7.2008

 

 

 

Datum goedkeuring

9.9.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

48

2

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Emmanouil Angelakas, Stavros Arnaoutakis, Elspeth Attwooll, Jean