Procedure : 2008/0004(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0452/2008

Ingediende teksten :

A6-0452/2008

Debatten :

Stemmingen :

PV 04/12/2008 - 7.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0572

VERSLAG     *
PDF 161kWORD 205k
18.11.2008
PE 409.787v02-00 A6-0452/2008

over het voorstel voor een besluit van de Raadtot sluiting van de overeenkomst tussen de regering van de Republiek Korea en de Europese Gemeenschap betreffende samenwerking ter bestrijding van concurrentieverstorende activiteiten

(SEC(2007)1731 - C6‑0398/2008 – 2008/0004(CNS))

Commissie internationale handel

Rapporteur: David Martin

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van de Raad tot sluiting van de overeenkomst tussen de regering van de Republiek Korea en de Europese Gemeenschap betreffende samenwerking ter bestrijding van concurrentieverstorende activiteiten

(SEC(2007)1731 - C6 0398/2008 – 2008/0004(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (SEC(2007)1731),

–   gezien de overeenkomst tussen de regering van de Republiek Korea en de Europese Gemeenschap betreffende samenwerking ter bestrijding van concurrentieverstorende activiteiten,

–   gelet op de artikelen 83 en 308 van het EG­Verdrag,

–   gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea, van het EG­Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6‑0398/2008),

–   gelet op artikel 51 en artikel 83, lid 7, van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A6‑0452/2008),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het voorstel voor een besluit van de Raad, als geamendeerd door het Parlement, alsmede aan de sluiting van de overeenkomst;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Republiek Korea.

Amendement  1

Voorstel voor een besluit van de Raad – wijzigingsbesluit

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2 bis) Aangezien de wederzijdse erkenning van het mededingingsrecht door de Europese Gemeenschap en Zuid-Korea de meest efficiënte manier is om concurrentieverstorende gedragingen aan te pakken, dient het gebruik van handelsbeschermende instrumenten tussen beide partijen tot een minimum te worden beperkt.

Motivering

De EU en Zuid-Korea hebben besloten elkaars mededingingswetgeving te erkennen, zodat concurrentieverstorende gedragingen op een efficiënte wijze kunnen worden aangepakt. Handelsbeschermende instrumenten worden gebruikt om tegen concurrentieverstorende gedragingen op te treden, wanneer mededingingswetgeving ontbreekt of niet wederzijds wordt erkend. De inwerkingtreding van de samenwerkingsovereenkomst betekent dat de EU en Zuid-Korea elkaars wetten en autoriteiten erkennen, waardoor in de betrekkingen tussen beide partijen handelsbeschermende instrumenten tot het verleden zullen gaan behoren.

Amendement  2

Voorstel voor een besluit van de Raad – wijzigingsbesluit

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) Deze overeenkomst dient te worden bezien binnen het algehele kader van de bestaande overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Korea en de overeenkomsten waarover momenteel wordt onderhandeld, in het bijzonder de onderhandelingen over een mogelijke vrijhandelsovereenkomst.

Motivering

Zoals het Parlement heeft opgemerkt in zijn resolutie van 13 december 2007 over de handels- en economische betrekkingen met Korea(1), zou een breed opgezette, ambitieuze en evenwichtige overeenkomst aanzienlijke voordelen voor beide zijden kunnen opleveren. Tegelijkertijd is het van belang dat deze overeenkomst, waarmee wordt beoogd concurrentieverstorende activiteiten te bestrijden, is ingebed in een breed, evenwichtig pakket overeenkomsten tussen de EU en Korea waarin ook de samenwerking wordt geregeld bij vraagstukken als de bevordering van sociale en milieunormen.

(1)

P6_TA(2007)0629.


TOELICHTING

De mededingingsovereenkomst tussen Korea en de EG

In oktober 2004 hebben het DG Mededinging van de Europese Commissie en de Koreaanse Commissie voor eerlijke handelspraktijken een memorandum van overeenstemming ondertekend teneinde een kader vast te stellen voor een gestructureerde dialoog tussen de EU en Korea. Vervolgens zijn in juni 2006 verkennende besprekingen begonnen over een formele samenwerkingsovereenkomst. Die overeenkomst is begin 2008 ondertekend en op 18 februari van dat jaar voor publicatie vrijgegeven hoewel er daarna nog wijzigingen in de tekst zijn aangebracht. Soortgelijke overeenkomsten zijn ook gesloten met de Verenigde Staten (1991), Canada (1999) en Japan (2003).

Op basis van die overeenkomst wordt getracht een bijdrage te leveren aan een effectieve handhaving van de mededingingswetgeving door het bevorderen van samenwerking tussen mededingingsautoriteiten en het verkleinen van de kans op conflicten. In de overeenkomst is voorzien in een kennisgeving van handhavingsmaatregelen die door een van de mededingingsautoriteiten worden genomen en die van invloed kunnen zijn op significante belangen van de andere partij. Daarnaast is er sprake van wederzijdse bijstand, inclusief de mogelijkheid dat een van de partijen de andere partij vraagt om handhavingsactiviteiten te ondernemen, en zijn er bepalingen opgenomen met betrekking tot de coördinatie van activiteiten, informatie-uitwisseling en vertrouwelijkheid.

Mededingingsovereenkomsten

Gezien het feit dat de internationale handel al tientallen jaren aanzienlijk sneller groeit dan het nationale inkomen en dat de buitenlandse directe investeringen ook fors zijn toegenomen, is het niet verwonderlijk dat de economieën overal ter wereld steeds nauwer met elkaar verbonden zijn geraakt.

Dat is weliswaar een goede zaak, maar door die versterkte onderlinge koppelingen wordt het ook steeds waarschijnlijker dat activiteiten die de mededinging verstoren op meer dan één markt van invloed zijn en dat de acties van een bepaalde mededingingsautoriteit ook voor andere autoriteiten gevolgen zullen hebben. Het waarborgen van effectieve informatiestromen tussen de autoriteiten met behoud van de vereiste mate van vertrouwelijkheid is dan ook bijzonder wenselijk.

Tegenwoordig zijn bij kartels vaak bedrijven betrokken die internationaal actief zijn. Daarnaast neemt de internationale dimensie van fusies toe door de toenemende globalisering en door buitenlandse investeringen. Dat betekent dat de mededingingsautoriteiten wel móéten samenwerken om het algemeen belang te waarborgen en om de nationale instanties in staat te stellen activiteiten te bestrijden die over een groot geografisch gebied de concurrentie verstoren. Ondernemingen die in meerdere landen actief zijn, hebben eveneens profijt van duidelijkere internationale normen. Duidelijkere normen vormen ook een geruststelling voor ondernemingen die vrezen dat hun concurrentiepositie op oneerlijke wijze wordt ondermijnd.

Korea is de op drie na grootste niet-Europese handelspartner van de EU. Daarnaast is de EU de grootste buitenlandse investeerder in Korea. Gezien het toenemende belang van dit partnerschap, ligt het voor de hand om Korea toe te voegen aan de lijst met partnerlanden waarmee de EU overeenkomsten heeft gesloten op het gebied van samenwerking en het bestrijden van concurrentieverstorende activiteiten.

Uiteraard schept een dergelijke overeenkomst slechts het kader voor een effectieve samenwerking. Veel hangt af van de wijze waarop de verschillende afspraken in praktijk worden gebracht. Naar verwacht mag worden, zullen frequentere contacten en een betere uitwisseling van informatie voor het benodigde vertrouwen zorgen om een hoog niveau van wederzijdse bijstand te waarborgen.

Met het oog op het toenemende belang van de economische en handelsbetrekkingen met Azië, moet overwogen worden om ook de banden met andere belangrijke en snel groeiende economieën zoals India te versterken. Ditzelfde geldt voor buurlanden van de EU, zoals Zwitserland. Tegen die achtergrond dient opgemerkt te worden dat de Verenigde Staten zowel mededingingsovereenkomsten met Australië, Brazilië, Canada, Israël, Japan en Mexico hebben gesloten, als met de EG.

Andere overeenkomsten met Korea

Het Parlement heeft al brede steun gegeven aan een vrijhandelsovereenkomst met Korea, waarbij gewezen is op het belang van een kwalitatief hoogwaardige, ambitieuze overeenkomst die een stuk verder moet gaan dan alleen maar tariefsverlagingen. In het kader van de zevende onderhandelingronde, die tussen 12 en 15 mei 2008 heeft plaatsgevonden, is afgesproken dat de volgende onderhandelingsronde ook de laatste zal zijn.

Het vooruitzicht op een afronding van deze onderhandelingen is weliswaar positief, met name gezien de problemen die er bij de onderhandelingen over andere bilaterale en internationale handelsovereenkomsten zijn opgetreden, maar het Parlement dient niettemin vast te blijven houden aan zijn standpunt dat de feitelijke inhoud van de overeenkomst met Korea belangrijker is dan welke kunstmatige deadline dan ook.

De mededingingsclausules in de overkoepelende overeenkomst dienen in overeenstemming te zijn en een ondersteuning te vormen van de clausules in de specifieke mededingingsovereenkomst. In het algemeen is het met het oog op de politieke en publieke acceptatie van de overeenkomst in zowel Korea als de EU bovendien van belang dat de ambities met betrekking tot een grotere toegang tot de markt vergezeld gaan van een net zo ambitieuze aandacht voor een duurzame ontwikkeling.

Daarbij moet de uiteindelijke doelstelling, het handhaven van de overeengekomen sociale en milieunormen, niet uit het oog worden verloren. Dat betekent dat het hoofdstuk over de duurzame ontwikkeling ook effectieve handhavingsmechanismen dient te bevatten. Een forum voor handelsbetrekkingen en duurzame ontwikkeling, bestaande uit vertegenwoordigers van werknemers- en werkgeversorganisaties en NGO's, kan een waardevolle rol spelen om te zorgen dat een grotere toegang tot de markt ook vergezeld gaat van betere sociale en milieunormen. Om te waarborgen dat een dergelijk forum niet slechts een praatgroep is, dient er een mechanisme te worden gecreëerd op basis waarvan erkende werknemers- of werkgeversverenigingen in de EU en Korea ook verzoeken voor acties kunnen indienen. Na de bestudering van die verzoeken, dient hierop binnen een bepaalde termijn gereageerd te worden, met de mogelijkheid van een follow-up en evaluatie. Alleen op deze manier kan er druk worden uitgeoefend op degenen die de rechten van werknemers schenden of de milieunormen niet in acht nemen.

In persberichten over de onderhandelingen heeft het DG Handel de nadruk gelegd op de liberalisering van de industriële tarieven die een rol spelen bij kwesties als de normalisering en certificering in bijvoorbeeld de elektronica- en auto-industrie, en de liberalisering in verschillende dienstensectoren in Korea. Dat zijn inderdaad belangrijke aspecten die significante gevolgen kunnen hebben voor Europese ondernemers en werknemers, maar de toegang tot de markt vormt slechts één aspect van een succesvolle overeenkomst. De Commissie dient net zoveel ambitie aan den dag te leggen bij het wegnemen van twijfels over kwesties die niet met de handel verband houden maar wel rechtsreeks van invloed zijn op de fysieke en werkomgeving van Europese en Koreaanse burgers.

Hoewel deze onderwerpen niet direct verband lijken te houden met een overeenkomst inzake de samenwerking om concurrentieverstorende activiteiten te bestrijden, worden zij wel relevant wanneer deze overeenkomst als een onderdeel wordt gezien van het samenwerkingskader tussen de Europese Unie en de Republiek Korea om de verwezenlijking van doelstellingen op het gebied van openbaar beleid op effectieve wijze te bevorderen. Tegen die achtergrond is het volkomen logisch om enerzijds het afsluiten van de mededingingsovereenkomst te verwelkomen en anderzijds een oproep te doen aan het adres van de Commissie om net zoveel aandacht te besteden aan het realiseren van overeenkomsten die zijn gericht op de aanpak van sociale en milieukwesties en die van direct belang zijn voor de burgers in de EU en Korea.


ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (8.10.2008)

aan de Commissie internationale handel

inzake het voorstel voor een besluit van de Raad tot sluiting van de overeenkomst tussen de regering van de Republiek Korea en de Europese Gemeenschap betreffende samenwerking ter bestrijding van concurrentieverstorende activiteiten

(SEC(2007)1731 – C6‑0398/2008 – 2008/0004(CNS))

Rapporteur voor advies: Gunnar Hökmark

BEKNOPTE MOTIVERING

Medio januari heeft de Commissie een voorstel voor een besluit van de Raad over de samenwerkingsovereenkomst EG-Korea voorgelegd. Overeenkomstig artikel 83 van het Verdrag moet het Parlement over het voorstel worden geraadpleegd.

De overeenkomst maakt deel uit van een reeks besluiten van de Raad op het gebied van de internationale samenwerking bij de bestrijding van concurrentieverstorende activiteiten. Tot dusverre zijn intergouvernementele overeenkomsten gesloten met de Verenigde Staten (ondertekend in 1991), Canada (1999) en Japan (2003). De EG heeft ook zogenaamde inter-agency-akkoorden gesloten waardoor de partijen beter en regelmatiger met elkaar kunnen overleggen. Het memorandum van overeenstemming dat is overeengekomen tussen het DG Mededinging en de Commissie voor eerlijke handelspraktijken van de Republiek Korea is een goed voorbeeld van zo'n overeenkomst.

CONTEXT

Het huidige voorstel voor een overeenkomst tussen de regering van de Republiek Korea en de Europese Gemeenschap betreffende samenwerking ter bestrijding van concurrentieverstorende activiteiten weerspiegelt het standpunt van beide partijen: dat de economieën in de wereld in toenemende mate met elkaar verbonden raken en steeds meer van elkaar afhankelijk worden. Op micro-economisch niveau zijn ondernemingen steeds vaker grensoverschrijdend actief. De handelsvolumes tussen Aziatische landen en de lidstaten van de EU zijn in de afgelopen jaren verveelvoudigd. Met het oog hierop delen de EG en de Koreaanse regering het standpunt dat concurrentiewetgeving van essentieel belang is voor een doeltreffende werking van hun respectieve markten, alsmede voor de economische welvaart van de Europese en Koreaanse consumenten.

De voorgestelde overeenkomst heeft tot doel de mededingingsvoorschriften van elke partij te versterken door het bevorderen van de samenwerking en de coördinatie van de mededingingsautoriteiten van de EG en Korea, en eventuele conflicten te voorkomen of tenminste te verminderen.

De belangrijkste bepalingen van de overeenkomst zijn de volgende:

-  Kennisgeving (art. 2)

-  Samenwerking op het gebied van handhaving (art. 3)

-  Coördinatie van handhavend optreden (art. 4)

-  Voorkoming van geschillen/negatieve courtoisie (art. 5)

-  Positieve courtoisie (art. 6)

-  Vertrouwelijkheid (art. 7)

-  Bijeenkomsten (art. 8).

BEOORDELING VAN DE RAPPORTEUR

De globalisering en de concurrentiedruk zullen in de komende jaren ongetwijfeld toenemen. Een doeltreffende samenwerking tussen concurrentiecontroleurs zal daarom steeds belangrijker worden.

Uw rapporteur verwelkomt derhalve het voorstel voor een overeenkomst tussen de regering van de Republiek Korea en de Europese Gemeenschap van ganser harte. Het strookt met de wens van het Europees Parlement, zoals neergelegd in verschillende resoluties, om het aspect derdeland te betrekken bij de toepassing van het Europese mededingingsrecht.

Een uitsluitend nationale of zelfs regionale benadering van het concurrentiebeleid zou dan ook geen afspiegeling kunnen zijn van de hedendaagse realiteit van het zakenleven. Wanneer ondernemingen bijvoorbeeld internationale kartels oprichten en deze grensoverschrijdend exploiteren, wordt het voor de mededingingsautoriteiten essentieel om op een passende wijze te reageren. Om dat te kunnen doen, moeten zij in een vroeg stadium van het onderzoek met elkaar communiceren om hun handhavingsactiviteiten te kunnen coördineren en informatie te kunnen uitwisselen. Wanneer grensoverschrijdende mededingingsautoriteiten volledig samenwerken, kan daarvan een belangrijke en doeltreffende afschrikkende werking uitgaan voor concurrentievervalsende grensoverschrijdende allianties.

Er moet ook naar worden gestreefd dat dezelfde ondernemingen en dezelfde kwesties met betrekking tot concurrentiewetgeving zo consistent mogelijk door beide partijen worden behandeld, om het risico dat ondernemingen de verschillen in wetgeving gaan uitbuiten en het risico van maatregelen die als doel hebben de concurrentie op nationaal en internationaal niveau te ondergraven, te beperken.

Toch zijn de belemmeringen voor een internationale samenwerking legio: er zijn verschillen in de wijze waarop rechtsstelsels functioneren, waarvan enkele gericht zijn op het burgerlijk recht, andere op het strafrecht; wij hebben te maken met verschillende handhavingsculturen, waarbij het accent meer op de openbare dan op de particuliere handhaving kan liggen en tenslotte zijn er verschillende beleidsbenaderingen, bijvoorbeeld strikte fusieregels tegenover controle op misbruik achteraf.

Deze structurele problemen kunnen niet worden voorkomen of opgelost door samenwerking van de mededingingsautoriteiten. Daarom moeten we realistisch zijn over de mogelijke positieve gevolgen van dit soort samenwerkingsovereenkomsten. Mededingingsagentschappen kunnen zeker proberen hun nadelige effecten door internationale samenwerking te beperken, maar zij zullen daarbij op beperkingen stuiten.

Daarom moet deze overeenkomst worden gevolgd door andere handelsovereenkomsten die onnodige hindernissen voor handel en investeringen wegnemen, en daardoor de concurrentie op grond van politieke overeenkomsten en gemeenschappelijke voorschriften vergroten. Beide partijen moeten ernaar streven dit soort politieke overeenkomsten in multilaterale oplossingen te laten uitmonden, waarbij meer landen worden betrokken en het vertrouwen dat verschillende ondernemingen op dezelfde wijze worden behandeld wordt vergroot. In een ruimer perspectief onderstreept uw rapporteur het belang van multilaterale handels- en concurrentievoorschriften voor de verwezenlijking van vrije en open internationale markten.

******

De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel voor te stellen het voorstel van de Commissie goed te keuren.

PROCEDURE

Titel

Overeenkomst Republiek Korea/EG over samenwerking ter bestrijding van concurrentieverstorende activiteiten

Document- en procedurenummers

SEC(2007)1731 – 2008/0004(CNS)

Commissie ten principale

INTA

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ECON

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Gunnar Hökmark

22.4.2008

 

 

Behandeling in de commissie

9.9.2008

 

 

 

Datum goedkeuring

7.10.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Mariela Velichkova Baeva, Pervenche Berès, Sebastian Valentin Bodu, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Jonathan Evans, Elisa Ferreira, José Manuel García-Margallo y Marfil, Sophia in ‘t Veld, Wolf Klinz, Astrid Lulling, John Purvis, Alexander Radwan, Bernhard Rapkay, Antolín Sánchez Presedo, Margarita Starkevičiūtė, Ivo Strejček

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Katerina Batzeli, Bilyana Ilieva Raeva


PROCEDURE

Titel

Overeenkomst Republiek Korea/EG over samenwerking ter bestrijding van concurrentieverstorende activiteiten

Document- en procedurenummers

SEC(2007)1731 – C6-0398/2008 – 2008/0004(CNS)

Datum raadpleging EP

13.11.2008

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

INTA

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ECON

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

David Martin

26.3.2008

 

 

Behandeling in de commissie

23.6.2008

 

 

 

Datum goedkeuring

5.11.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

26

2

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Kader Arif, Daniel Caspary, Christofer Fjellner, Béla Glattfelder, Ignasi Guardans Cambó, Jacky Hénin, Caroline Lucas, Erika Mann, Helmuth Markov, David Martin, Vural Öger, Georgios Papastamkos, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Tokia Saïfi, Peter Šťastný, Gianluca Susta, Daniel Varela Suanzes-Carpegna, Iuliu Winkler, Corien Wortmann-Kool

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Jean-Pierre Audy, Bastiaan Belder, Ole Christensen, Albert Deß, Eugenijus Maldeikis, Javier Moreno Sánchez, Sirpa Pietikäinen, Zbigniew Zaleski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 178, lid 2)

Sepp Kusstatscher, Roselyne Lefrançois, Michel Teychenné

 

 

Juridische mededeling - Privacybeleid