VERSLAG over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (herschikking)
19.11.2008 - (COM(2008)0419 – C6‑0258/2008 – 2008/0141(COD)) - ***I
Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
Rapporteur: Philip Bushill-Matthews
(Herschikking – Artikel 80 bis van het Reglement)
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (herschikking)
(COM(2008)0419 – C6‑0258/2008 – 2008/0141(COD))
(Medebeslissingsprocedure – herschikking)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2008)0419),
– gelet op artikel 251, lid 2, en artikel 137 van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0258/2008),
– gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten[1],
– gezien de brief d.d. 9 oktober 2008 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken overeenkomstig artikel 80 bis, lid 3, van zijn Reglement,
– gelet op de artikelen 80 en 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A6‑0454/2008),
A. overwegende dat het betreffende voorstel volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel een eenvoudige codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen,
1. gaat akkoord met het voorstel van de Commissie zoals dit is aangepast aan de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Parlement, de Raad en de Commissie, met de technische aanpassingen die door de Commissie juridische zaken zijn goedgekeurd, en zoals dit hieronder is geamendeerd;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Amendement 1 Voorstel voor een richtlijn Overweging 16 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(16) Om te bepalen of een kwestie transnationaal is, moet rekening worden gehouden met de mogelijke effecten ervan en met het desbetreffende bestuurs- en vertegenwoordigingsniveau. Een kwestie wordt met name als transnationaal beschouwd als zij van belang is voor de hele onderneming of het hele concern of voor ten minste twee lidstaten. |
(16) Om te bepalen of een kwestie transnationaal is, moet rekening worden gehouden met de mogelijke effecten ervan en met het desbetreffende bestuurs- en vertegenwoordigingsniveau. Een kwestie wordt met name als transnationaal beschouwd als zij van belang is voor de hele onderneming of het hele concern of voor ten minste twee lidstaten, dan wel indien zij de bevoegdheden van de besluitvormingsorganen in één enkele lidstaat waar de betrokken werknemers zijn tewerkgesteld te buiten gaat. |
Motivering | |
Naar aanleiding van de arresten in de zaken Vilvoorde, British Airways en Marks & Spencer moet de definitie van het begrip "transnationaal" worden bijgesteld. Dit betekent dat wanneer de beslissing tot sluiting of herstructurering wordt genomen in één lidstaat, maar van invloed is op de werknemers in een andere lidstaat, deze moet worden beschouwd als een transnationale beslissing en de Europese ondernemingsraad daarvan overeenkomstig de richtlijn in kennis moet worden gesteld en daarover moet worden geraadpleegd. | |
Amendement 2 Voorstel voor een richtlijn Overweging 35 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(35 bis) De lidstaten zien erop toe dat de maatregelen die in geval van niet-naleving van deze richtlijn worden genomen afdoende, proportioneel en afschrikkend zijn. |
Motivering | |
Er zij op gewezen dat de lidstaten maatregelen moeten treffen om de naleving van de richtlijn te bevorderen, zoals dat voor alle Europese wetgeving het geval is. | |
Amendement 3 Voorstel voor een richtlijn Overweging 39 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(39) Wanneer de structuur van de onderneming of het concern ingrijpend wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij een fusie, overname of opsplitsing, moet(en) de bestaande Europese ondernemingsra(a)d(en) worden aangepast. Deze aanpassing moet bij voorkeur plaatsvinden volgens de bepalingen van de toepasselijke overeenkomst, voor zover deze bepalingen het daadwerkelijk mogelijk maken de nodige aanpassing door te voeren. Als dit niet het geval is en als een verzoek wordt ingediend waaruit blijkt dat onderhandelingen noodzakelijk zijn, worden onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst ingeleid, waarbij de leden van de bestaande Europese ondernemingsra(a)d(en) moeten worden betrokken. Om het mogelijk te maken de werknemers tijdens de vaak beslissende periode waarin de structuur wordt veranderd, te informeren en te raadplegen, moet(en) de bestaande Europese ondernemingsra(a)d(en), eventueel op aangepaste wijze, kunnen blijven functioneren zolang er nog geen nieuwe overeenkomst is gesloten. Wanneer een nieuwe overeenkomst wordt getekend, moeten de eerder opgerichte ondernemingsraden worden ontbonden en moeten de overeenkomsten waarbij zij zijn ingesteld, ongeacht de daarin vervatte bepalingen betreffende geldigheid of opzegging, kunnen worden beëindigd. |
(39) Wanneer de structuur van de onderneming of het concern ingrijpend wordt gewijzigd, bijvoorbeeld bij een fusie, overname of opsplitsing, of wanneer de dominante invloed substantieel verandert, moet(en) de bestaande Europese ondernemingsra(a)d(en) worden aangepast. Deze aanpassing moet bij voorkeur plaatsvinden volgens de bepalingen van de toepasselijke overeenkomst, voor zover deze bepalingen het daadwerkelijk mogelijk maken de nodige aanpassing door te voeren. Als dit niet het geval is en als een verzoek wordt ingediend waaruit blijkt dat onderhandelingen noodzakelijk zijn, worden onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst ingeleid, waarbij de leden van de bestaande Europese ondernemingsra(a)d(en) moeten worden betrokken. Om het mogelijk te maken de werknemers tijdens de vaak beslissende periode waarin de structuur wordt veranderd, te informeren en te raadplegen, moet(en) de bestaande Europese ondernemingsra(a)d(en), eventueel op aangepaste wijze, kunnen blijven functioneren zolang er nog geen nieuwe overeenkomst is gesloten. Wanneer een nieuwe overeenkomst wordt getekend, moeten de eerder opgerichte ondernemingsraden worden ontbonden en moeten de overeenkomsten waarbij zij zijn ingesteld, ongeacht de daarin vervatte bepalingen betreffende geldigheid of opzegging, kunnen worden beëindigd. |
Motivering | |
De recente ontwikkelingen op de financiële markten hebben laten zien dat een verandering van de dominante invloed in de onderneming als gevolg van een met vreemd vermogen gefinancierde overname of een financiële acquisitie een vergelijkbaar effect kan hebben als een fusie en dat de Europese ondernemingsraad dienovereenkomstig moet worden aangepast. | |
Amendement 4 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – lid 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Een kwestie wordt als transnationaal beschouwd als zij van belang is voor de hele onderneming met een communautaire dimensie of het hele concern met een communautaire dimensie of voor ten minste twee ondernemingen of vestigingen van een onderneming of een concern in twee verschillende twee lidstaten. |
4. Een kwestie wordt als transnationaal beschouwd als zij van belang is voor de hele onderneming met een communautaire dimensie of het hele concern met een communautaire dimensie of voor ten minste twee ondernemingen of vestigingen van een onderneming of een concern in twee verschillende twee lidstaten, dan wel indien zij de bevoegdheden van de besluitvormingsorganen in één enkele lidstaat waar de betrokken werknemers zijn tewerkgesteld te buiten gaat. |
Motivering | |
Naar aanleiding van de arresten in de zaken Vilvoorde, British Airways en Marks & Spencer moet de definitie van het begrip "transnationaal" worden bijgesteld. Dit betekent dat wanneer de beslissing tot sluiting of herstructurering wordt genomen in één lidstaat, maar van invloed is op de werknemers in een andere lidstaat, deze moet worden beschouwd als een transnationale beslissing en de Europese ondernemingsraad daarvan overeenkomstig de richtlijn in kennis moet worden gesteld en daarover moet worden geraadpleegd. | |
Amendement 5 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – lid 1 – letter f | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(f) "informatie": het verstrekken van gegevens door de werkgever aan de werknemersvertegenwoordigers, zodat zij kennis kunnen nemen van het onderwerp en het kunnen bestuderen; de informatie wordt verstrekt op een passend tijdstip, op een passende wijze en met een passende inhoud, zodat de werknemersvertegenwoordigers de informatie adequaat kunnen bestuderen en zo nodig de raadpleging kunnen voorbereiden; |
(f) "informatie": het verstrekken van gegevens door de werkgever aan de werknemersvertegenwoordigers, zodat zij kennis kunnen nemen van het onderwerp en het kunnen bestuderen; de informatie wordt verstrekt op een passend tijdstip, op een passende wijze en met een passende inhoud, zodat de werknemersvertegenwoordigers het mogelijke effect ervan grondig kunnen beoordelen en, in voorkomend geval, raadplegingen met het bevoegde orgaan van de onderneming met een communautaire dimensie of van het concern met een communautaire dimensie kunnen voorbereiden; |
Amendement 6 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – lid 1 – letter g | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(g) "raadpleging": het instellen van een dialoog en de gedachtewisseling tussen de werknemersvertegenwoordigers en het hoofdbestuur of een ander, passender bestuursniveau , op een tijdstip, op een wijze en met een inhoud die de werknemersvertegenwoordigers in staat stellen om op basis van de verstrekte informatie binnen een redelijke termijn een advies uit te brengen aan het bevoegde orgaan van de onderneming met een communautaire dimensie of het concern met een communautaire dimensie; |
(g) "raadpleging": het instellen van een dialoog en de gedachtewisseling tussen de werknemersvertegenwoordigers en het hoofdbestuur of een ander, passender bestuursniveau , op een tijdstip, op een wijze en met een inhoud die de werknemersvertegenwoordigers in staat stellen om op basis van de verstrekte informatie binnen een redelijke termijn een advies uit te brengen over de voorgestelde maatregelen waar de raadpleging betrekking op heeft, onverminderd de verantwoordelijkheid van het management, waar de onderneming met een communautaire dimensie of het concern met een communautaire dimensie rekening mee kan houden; |
Amendement 7 Voorstel voor een richtlijn Artikel 5 – lid 2 – letter b | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(b) De leden van de bijzondere onderhandelingsgroep worden verkozen of aangewezen in verhouding tot het aantal werknemers dat de onderneming met een communautaire dimensie of het concern met een communautaire dimensie in elke lidstaat in dienst heeft, waarbij elke lidstaat waarin ten minste vijftig werknemers in dienst zijn, een zetel krijgt toegewezen per aantal werknemers dat in die lidstaat in dienst is dat 10%, of een deel daarvan, uitmaakt van het totale aantal werknemers dat in alle lidstaten in dienst is. |
(b) De leden van de bijzondere onderhandelingsgroep worden verkozen of aangewezen in verhouding tot het aantal werknemers dat de onderneming met een communautaire dimensie of het concern met een communautaire dimensie in elke lidstaat in dienst heeft, waarbij elke lidstaat een zetel krijgt toegewezen per aantal werknemers dat in die lidstaat in dienst is dat 10%, of een deel daarvan, uitmaakt van het totale aantal werknemers dat in alle lidstaten in dienst is. |
Motivering | |
De door de Commissie ingevoerde drempel van 50 werknemers voor de toewijzing van een zetel in bijzondere onderhandelingsgroepen is discriminerend voor kleinere lidstaten, die moeite zullen hebben om deze drempel te bereiken. Het vaststellen van een dergelijke drempel op 50 werknemers berust op willekeur en vormt bovendien geen indicator voor de productie van het bewuste bedrijf. | |
Amendement 8 Voorstel voor een richtlijn Artikel 5 – lid 4 – alinea 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Ten behoeve van de onderhandelingen kan de bijzondere onderhandelingsgroep op haar verzoek in haar werk worden bijgestaan door deskundigen die zij zelf uitkiest, bijvoorbeeld vertegenwoordigers van vakbondsorganisaties op communautair niveau. Deze deskundigen kunnen op verzoek van de bijzondere onderhandelingsgroep op onderhandelingsvergaderingen aanwezig zijn als adviseur, eventueel om coherentie op communautair niveau te bevorderen . |
Ten behoeve van de onderhandelingen kan de bijzondere onderhandelingsgroep op haar verzoek in haar werk worden bijgestaan door deskundigen die zij zelf uitkiest, bijvoorbeeld vertegenwoordigers van bevoegde en erkende vakbondsorganisaties op communautair niveau. Deze deskundigen en vakbondsvertegenwoordigers kunnen op verzoek van de bijzondere onderhandelingsgroep op onderhandelingsvergaderingen aanwezig zijn als adviseur. |
Amendement 9 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. De verstrekte informatie aan en raadpleging van de Europese ondernemingsraad moet betrekking hebben op de aangelegenheden bedoeld in punt 1, letter a) van bijlage I. |
Motivering | |
Ter wille van de interne logica van de richtlijn moet het vanzelfsprekend zijn dat de inhoud van de overeenkomsten die door de bijzondere onderhandelingsgroepen worden gesloten ten minste de in lid 1 van de bijlage vermelde elementen omvat. | |
Amendement 10 Voorstel voor een richtlijn Artikel 10 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Onverminderd de bevoegdheden van andere organen of organisaties ter zake, vertegenwoordigen de leden van de Europese ondernemingsraad gezamenlijk de belangen van de werknemers van de onderneming met een communautaire dimensie of het concern met een communautaire dimensie in het kader van deze richtlijn en beschikken zij over de nodige bevoegdheden om de rechten die uit deze richtlijn voortvloeien, toe te passen. |
1. Onverminderd de bevoegdheden van andere organen of organisaties ter zake, beschikken de leden van de Europese ondernemingsraad over de nodige bevoegdheden om de rechten die uit deze richtlijn voortvloeien, toe te passen en gezamenlijk de belangen te vertegenwoordigen van de werknemers van de onderneming met een communautaire dimensie of het concern met een communautaire dimensie. |
Amendement 11 Voorstel voor een richtlijn Artikel 10 – lid 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Voor zover dit voor het verrichten van hun vertegenwoordigingstaken in een internationale context noodzakelijk is, mogen de leden van de bijzondere onderhandelingsgroep en de Europese ondernemingsraad scholing volgen met behoud van salaris. |
4. Voor zover dit voor het verrichten van hun vertegenwoordigingstaken in een internationale context noodzakelijk is, wordt de leden van de bijzondere onderhandelingsgroep en de Europese ondernemingsraad scholing aangeboden met behoud van salaris. |
Amendement 12 Voorstel voor een richtlijn Artikel 12 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Indien deze koppeling niet door een overeenkomst is geregeld, bepalen de lidstaten dat het proces van informatieverstrekking aan en raadpleging van de Europese ondernemingsraad en de nationale organen gelijktijdig wordt ingeleid indien er beslissingen worden overwogen die belangrijke wijzigingen in de arbeidsorganisatie of de arbeidsovereenkomsten met zich kunnen brengen. |
3. Indien deze koppeling niet door een overeenkomst is geregeld, bepalen de lidstaten dat het proces van informatieverstrekking aan en raadpleging plaatsvindt binnen de Europese ondernemingsraad, alsmede binnen de nationale organen, indien er beslissingen worden overwogen die belangrijke wijzigingen in de arbeidsorganisatie of de arbeidsovereenkomsten met zich kunnen brengen. |
Amendement 13 Voorstel voor een richtlijn Artikel 13 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Onverminderd lid 3 zijn de uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen niet van toepassing op ondernemingen met een communautaire dimensie en concerns met een communautaire dimensie waar op 22 september 1996 reeds een voor alle werknemers geldende overeenkomst inzake transnationale informatie en raadpleging van de werknemers bestond, voor zover deze overeenkomsten van kracht blijven. Bij het verstrijken van deze overeenkomsten kunnen partijen bij die overeenkomsten gezamenlijk besluiten om die overeenkomsten te verlengen. Indien dit niet gebeurt, zijn de bepalingen van deze richtlijn van toepassing. |
1. Onverminderd lid 3 zijn de uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen niet van toepassing op ondernemingen met een communautaire dimensie en concerns met een communautaire dimensie waar op 22 september 1996 reeds een voor alle werknemers geldende overeenkomst bestond, of waar een overeenkomst is ondertekend of een bestaande overeenkomst is herzien gedurende de twee jaar na de goedkeuring van deze richtlijn, of waar dergelijke overeenkomsten bestaan en die hierover moeten onderhandelen uit hoofde van lid 3, inzake transnationale informatie en raadpleging van de werknemers. Bij het verstrijken van deze overeenkomsten kunnen partijen bij die overeenkomsten gezamenlijk besluiten om die overeenkomsten te verlengen. Indien dit niet gebeurt, zijn de bepalingen van deze richtlijn van toepassing. |
Amendement 14 Voorstel voor een richtlijn Artikel 13 – lid 3 – alinea 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer de volgens de procedure van de eerste alinea ingestelde nieuwe Europese ondernemingsraad zijn werkzaamheden aanvat, wordt (worden) de bestaande Europese ondernemingsraad (ondernemingsraden) ontbonden en loopt (lopen) de overeenkomst (overeenkomsten) waarbij deze is (zijn) ingesteld, af. |
Schrappen |
Amendement 15 Voorstel voor een richtlijn Artikel 14 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Vijf jaar na de in artikel 15 van deze richtlijn vastgestelde datum brengt de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité verslag uit over de toepassing van deze richtlijn, zo nodig vergezeld van passende voorstellen. |
Drie jaar na de in artikel 15 van deze richtlijn vastgestelde datum legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een volledig herziene versie van deze richtlijn voor. |
Motivering | |
In de werkdocumenten en de ontwerpversies voor deze herschikking definieert de Commissie diverse terreinen die voor verbetering in aanmerking komen. Op basis van de met de belanghebbenden gevoerde gesprekken is duidelijk dat de werking van de EOR's kan worden verbeterd door de voorzieningen aan te passen en uit te breiden. Er is derhalve behoefte aan een volledige herziening. De herschikkingsprocedure is voor het EP aanvaardbaar indien zij resulteert in een aanpassing van de richtlijn conform de recente jurisprudentie. | |
Amendement 16 Voorstel voor een richtlijn Bijlage I – punt 1 – letter a – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De informatieverstrekking aan de Europese ondernemingsraad betreft met name de structuur, de economische en financiële situatie, de waarschijnlijke ontwikkeling van de activiteiten, de productie en de afzet van de onderneming of het concern met een communautaire dimensie. De informatieverstrekking aan en de raadpleging van de Europese ondernemingsraad betreffen met name de situatie en de waarschijnlijke ontwikkeling van de werkgelegenheid, de investeringen, wezenlijke veranderingen in de organisatie, de invoering van nieuwe werkmethoden of productieprocedés, verplaatsing van productie, fusies, de inkrimping of sluiting van ondernemingen, vestigingen of belangrijke delen daarvan en collectief ontslag. |
De informatieverstrekking aan en de raadpleging van de Europese ondernemingsraad betreffen met name de structuur, de economische en financiële situatie, de waarschijnlijke ontwikkeling van de activiteiten, de productie en de afzet van de onderneming of het concern met een communautaire dimensie, de situatie en de waarschijnlijke ontwikkeling van de werkgelegenheid, de investeringen, wezenlijke veranderingen in de organisatie, de invoering van nieuwe werkmethoden of productieprocedés, verplaatsing van productie, fusies, de inkrimping of sluiting van ondernemingen, vestigingen of belangrijke delen daarvan en collectief ontslag. |
Motivering | |
Europese ondernemingsraden moeten inspraak hebben in de economische en financiële toekomst van hun bedrijf in plaats van daarover alleen maar passief te worden geïnformeerd. Het onderscheid tussen informatie en raadpleging dat in dit deel van de bijlage wordt gemaakt is kunstmatig. | |
Amendement 17 Voorstel voor een richtlijn Bijlage I – punt 1 – letter c | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(c) De leden van de Europese ondernemingsraad worden verkozen of aangewezen in verhouding tot het aantal werknemers dat de onderneming met een communautaire dimensie of het concern met een communautaire dimensie in elke lidstaat in dienst heeft, waarbij elke lidstaat waarin ten minste vijftig werknemers in dienst zijn, een zetel krijgt toegewezen per aantal werknemers dat in die lidstaat in dienst is dat 10%, of een deel daarvan, uitmaakt van het totale aantal werknemers dat in alle lidstaten in dienst is. |
(c) De leden van de Europese ondernemingsraad worden verkozen of aangewezen in verhouding tot het aantal werknemers dat de onderneming met een communautaire dimensie of het concern met een communautaire dimensie in elke lidstaat in dienst heeft, waarbij elke lidstaat een zetel krijgt toegewezen per aantal werknemers dat in die lidstaat in dienst is dat 10%, of een deel daarvan, uitmaakt van het totale aantal werknemers dat in alle lidstaten in dienst is. |
Motivering | |
De door de Commissie ingevoerde drempel van 50 werknemers voor de toewijzing van een zetel in bijzondere onderhandelingsgroepen is discriminerend voor kleinere lidstaten, die moeite zullen hebben om deze drempel te bereiken. Het vaststellen van een dergelijke drempel op 50 werknemers berust op willekeur en vormt bovendien geen indicator voor de productie van het bewuste bedrijf. | |
- [1] PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.
TOELICHTING
De kwestie van herziening van de Richtlijn inzake Europese ondernemingsraden is al enige tijd een punt van discussie met zowel de industrie als met de vakbonden. Binnen het Parlement zijn in het verleden aanzienlijke meningsverschillen naar voren gekomen en deze zullen naar verwachting nog scherper worden naar aanleiding van verdere voorstellen van de Commissie. Na een verassende overeenkomst tussen de sociale partners tijdens de zomervakantie van 2008 ziet de situatie er echter heel anders uit.
A. Praktische gevolgen
1) De Commissie stelt een "herschikking" van de richtlijn voor, en geen "herziening". Voor zover ik kan overzien beperkt dit het commentaar van het Parlement tot de specifieke artikelen die de Commissie voor herschikking heeft voorgesteld. Dit maakt het mogelijk onze taak sneller af te ronden.
2) Op basis hiervan heeft het Franse voorzitterschap mij als rapporteur verzocht te proberen mijn rapport versneld in te dienen, zodat het nog tijdens het Franse voorzitterschap kan worden afgerond. In principe heb ik toegezegd dit te willen doen, ervan uitgaande dat de collega's over het algemeen zullen instemmen met de benadering van de sociale partners, die door de Raad is overgenomen.
3) Voordat dit kan worden bevestigd, moet EMPL niet alleen haar algemene standpunt bepalen, maar moet er ook nog een andere horde worden genomen. De juridische diensten moeten exact vaststellen wat een "herschikking" mogelijk dan wel onmogelijk maakt, en of het voor dit geval de juiste benadering is. Totdat dit officieel is vastgesteld kan er technisch gezien geen verslag worden ingediend en kunnen er evenmin amendementen worden voorgesteld.
4) Uiteraard zijn werkdocumenten wel mogelijk. Het feit dat dit werkdocument hier en daar sterk op een verslag lijkt is uiteraard slechts toeval.
5) Ondertussen is de Raad voornemens de overeenkomst van de sociale partners de komende weken, doch uiterlijk 3 oktober te bespreken. Indien zij, zoals wordt verwacht, de overeenkomst enthousiast steunen en tevens zullen instemmen met een overeenstemming op korte termijn door het Parlement, moeten wij ook daar rekening mee houden.
B. De benadering van de rapporteur
1) Hoewel ik persoonlijk het bestaan en de ontwikkeling van ondernemingsraden op lokaal, nationaal en Europees niveau verwelkom, ben ik er nog altijd niet van overtuigd dat verdere wetgeving met meer voorschriften de zaak verder zal helpen. Niettemin besef ik terdege dat terwijl dit wetgevingsdossier lange tijd een sluimerend bestaan heeft geleid er plotseling een belangrijk akkoord is gesloten door de sociale partners. Dit is een belangrijke en positieve ontwikkeling die we niet mogen negeren.
2) Ik ben van mening dat terwijl alle leden van het EP uiteraard hun eigen opmerkingen naar voren mogen brengen over wat er moet gebeuren, het Parlement de kans moet grijpen dit dossier af te ronden, om daarmee de taak van de voornaamste belanghebbenden te vergemakkelijken. Pogingen het akkoord ter herformuleren, hoe goed ook bedoeld, bergen het gevaar in zich dat het daarmee onwerkbaar wordt. Dit zou opnieuw uitmonden in een patstelling en zou de voortgang frustreren. Ik wil de collega's voorstellen de volgende stap te nemen en een goed resultaat neer te zetten.
3) De algemene benadering die de schaduwrapporteurs kunnen overwegen is dat voorstellen waar zij een sterke mening over hebben, met name inzake artikelen die buiten de "herschikking" vallen, als het ware "buiten de balans" worden ingediend. Dit was bijvoorbeeld de benadering voor de maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). In dit geval stelde de rapporteur bij gebrek aan wetgeving een forum voor meerdere belanghebbenden voor om de beste werkmethoden te onderzoeken en anderen als voorbeeld te dienen. De resultaten waren uiterst positief: er zijn werkelijke instrumenten ontwikkeld, echte ideeën opgeborreld, en steeds meer bedrijven kiezen ervoor om MVO te integreren op voor hen passende manieren. Individuele ondernemingen maken zich MVO eigen omdat zij hebben meegewerkt aan de vormgeving daarvan op door hen zelf gekozen manieren.
4) Indien collega's van mening zijn dat gelijksoortige ideeën voor dit dossier van nut kunnen zijn, zou het goed zijn om vroegtijdig aan te geven over welk onderwerp het precies gaat. We zouden dan kunnen proberen met de sociale partners te overleggen voordat het officiële verslag naar de plenaire vergadering gaat, zodat mogelijke resultaten kunnen worden gepresenteerd tijdens het plenaire debat. Ik zou willen aandringen op een toezegging in een vroeg stadium van deze voornaamste belanghebbenden dat zij instemmen met het idee van informatie en raadpleging, dat zij dit idee willen versterken ter wederzijds belang van alle belanghebbenden en dat zij actief meer pan-Europese bedrijven zullen aanmoedigen om deel te nemen.
5) Persoonlijk zou ik een aantal amendementen op het hoofdverslag willen indienen, maar ik ben bereid daarvan af te zien indien dat de enige manier is om een snel besluit te verzekeren. Daarmee wil ik de collega's niet voorschrijven wat zij wel en niet mogen doen, maar het is eenvoudigweg een navolging van het initiatief van de PSE om versneld een akkoord over het dossier uitzendwerknemers te bereiken. Amendementen moeten natuurlijk grondig worden bediscussieerd en moeten ook compromissen omvatten: het gevaar is niet alleen dat het bereikte akkoord zoals het er nu ligt wordt ondermijnd, maar ook dat het dossier verder behandeld zou moeten worden door het Tsjechische en misschien zelfs Zweedse voorzitterschap, zodat de uitkomst dubbel onzeker wordt. Daarom beveel ik aan om de reële voortgang die de belanghebbenden geboekt hebben veilig te stellen en dat het Parlement zich moet richten op afronding van het dossier, in plaats van het te vertragen.
BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN
COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN
DE VOORZITTER
Ref.: D(2007)59835
De heer Jan ANDERSSON
Voorzitter van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
ASP 14G306
BRUSSEL
Betreft: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (herschikking)
(COM(2008)0419 – C6‑0258/2008 – 2008/0141(COD))
Geachte heer,
De Commissie juridische zaken, waarvan ik voorzitter ben, heeft bovengenoemd voorstel behandeld overeenkomstig artikel 80 bis inzake herschikking, zoals opgenomen in het Reglement van het Parlement bij besluit van 10 mei 2007.
Artikel 80 bis, lid 3, van het Reglement, luidt als volgt:
"Als de voor juridische zaken bevoegde commissie van oordeel is dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven, stelt zij de ten principale bevoegde commissie hiervan in kennis.
In dat geval en onverminderd de in de artikelen 150 en 151 vastgelegde voorwaarden zijn amendementen in de bevoegde commissie alleen ontvankelijk, als zij betrekking hebben op onderdelen van het voorstel die wijzigingen bevatten.
Amendementen op ongewijzigd gebleven onderdelen kunnen evenwel in uitzonderlijke en individuele gevallen door de voorzitter van die commissie worden toegestaan, als deze van oordeel is dat daarvoor dwingende redenen bestaan in verband met de interne coherentie van de tekst of de samenhang met andere ontvankelijke amendementen. Deze redenen dienen in een schriftelijke motivering bij de amendementen te worden vermeld".
Na het advies van de Juridische Dienst, waarvan de vertegenwoordigers hebben deelgenomen aan de vergaderingen van de adviesgroep die het voorstel tot herschikking heeft behandeld, en in overeenstemming met de aanbevelingen van de rapporteur voor advies, is de Commissie juridische zaken van mening dat het betreffende voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel zijn aangegeven en dat, met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van eerdere besluiten met deze wijzigingen, het voorstel een eenvoudige codificatie bevat van de bestaande teksten, zonder wijziging van de inhoud.
De Commissie juridische zaken beveelt uw commissie
met 23 stemmen vóór[1] als ten principale bevoegde commissie bijgevolg aan bovengenoemd voorstel overeenkomstig artikel 80 bis te behandelen.
Hoogachtend,
Giuseppe GARGANI
Bijlage: Advies van de adviesgroep
- [1] De volgende leden waren aanwezig: Giuseppe Gargani (voorzitter), Bert Doorn, Othmar Karas, Piia-Noora Kauppi, Hans-Peter Mayer, Hartmut Nassauer, Rainer Wieland, Jaroslav Zvěřina, Tadeusz Zwiefka, Neena Gill, Katalin Lévai, Manuel Medina Ortega, Aloyzas Sakalas, Marek Aleksander Czarnecki, Diana Wallis, Monica Frassoni, Francesco Enrico Speroni, Jean-Paul Gauzès, Kurt Lechner, Rareş-Lucian Niculescu, Georgios Papastamkos,József Szájer, Michel Rocard.
BIJLAGE: ADVIES VAN DE ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE
|
ADVIESGROEP VAN DE JURIDISCHE DIENSTEN |
||
Brussel,
ADVIES
AAN HET EUROPEES PARLEMENT
DE RAAD
DE COMMISSIE
Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers
COM(2008)0419 van 2.7.2008 – 2008/0141(COD)
Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten, inzonderheid punt 9, is de raadgevende werkgroep bestaande uit de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie op 16 juli 2008 bijeengekomen om onder meer bovengenoemd Commissievoorstel te behandelen.
Tijdens de behandeling[1] van het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot herschikking van Richtlijn 94/45/EG van de Raad van 22 september 1994 inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers heeft de raadgevende werkgroep in onderlinge overeenstemming geconstateerd dat de tekst van de concordantietabel in bijlage III van het herschikkingsvoorstel vervolledigd dient te worden.
Aldus heeft de raadgevende werkgroep na de behandeling van het voorstel in onderlinge overeenstemming geconstateerd dat het voorstel geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig zijn aangegeven. De groep heeft tevens kunnen constateren, voor wat betreft de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van het vorige besluit met de genoemde inhoudelijke wijzigingen, dat het voorstel zich inderdaad beperkt tot een loutere codificatie, zonder inhoudelijke wijziging van de besluiten waarop het betrekking heeft.
C. PENNERA J.-C. PIRIS M. PETITE Juridisch adviseur
Juridisch adviseur Directeur-generaal
- [1] De Adviesgroep beschikte over de Engelse, Franse en Duitse versie van het voorstel en heeft gewerkt op basis van de Franse versie, zijnde de basisversie van de te behandelen tekst.
PROCEDURE
|
Titel |
Europese ondernemingsraad (herwerkt) |
|||||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2008)0419 – C6-0258/2008 – 2008/0141(COD) |
|||||||
|
Datum indiening bij EP |
2.7.2008 |
|||||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
EMPL 10.7.2008 |
|||||||
|
Medeadviserende commissie(s) Datum bekendmaking |
JURI 10.7.2008 |
|
|
|
||||
|
Geen advies Datum besluit |
JURI 25.6.2008 |
|
|
|
||||
|
Rapporteur(s) Datum benoeming |
Philip Bushill-Matthews 28.5.2008 |
|
|
|||||
|
Behandeling in de commissie |
6.10.2008 |
17.11.2008 |
|
|
||||
|
Datum goedkeuring |
17.11.2008 |
|
|
|
||||
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
36 1 10 |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Jan Andersson, Iles Braghetto, Philip Bushill-Matthews, Alejandro Cercas, Ole Christensen, Luigi Cocilovo, Jean Louis Cottigny, Jan Cremers, Proinsias De Rossa, Harlem Désir, Harald Ettl, Richard Falbr, Ilda Figueiredo, Joel Hasse Ferreira, Roger Helmer, Stephen Hughes, Karin Jöns, Ona Juknevičienė, Sajjad Karim, Bernard Lehideux, Mary Lou McDonald, Elisabeth Morin, Juan Andrés Naranjo Escobar, Csaba Őry, Marie Panayotopoulos-Cassiotou, Pier Antonio Panzeri, Bilyana Ilieva Raeva, Elisabeth Schroedter, José Albino Silva Peneda, Jean Spautz, Gabriele Stauner, Ewa Tomaszewska |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Martin Callanan, Françoise Castex, Petru Filip, Marian Harkin, Sepp Kusstatscher, Lasse Lehtinen, Roberto Musacchio, Ria Oomen-Ruijten, Csaba Sógor, Patrizia Toia, Glenis Willmott |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2) |
Giles Chichester, Jill Evans, Erik Meijer, Zbigniew Zaleski |
|||||||
|
Datum indiening |
19.11.2008 |
|||||||