AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING betreffende het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaars

    17.2.2009 - (14287/2/2008 – C6‑0483/2008 – 2005/0242(COD)) - ***II

    Commissie vervoer en toerisme
    Rapporteur: Gilles Savary

    Procedure : 2005/0242(COD)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0072/2009
    Ingediende teksten :
    A6-0072/2009
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad inzake de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaars

    (14287/2/2008 – C6‑0483/2008 – 2005/0242(COD))

    (Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (14287/2/2008 – C6‑0483/2008)[1],

    –   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt[2] inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM2005)0593),

    –   gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie (COM(2007)0674),

    –   gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

    –   gelet op artikel 67 van zijn Reglement,

    –   gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme (A6‑0072/2009),

    1.  hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt;

    2.  constateert dat het besluit is vastgesteld overeenkomstig het gemeenschappelijk standpunt;

    3.  verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 254, lid 1 van het EG-Verdrag te ondertekenen;

    4.  verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en samen met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

    5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

    • [1]  PB C 330 E van 30.12.2008, blz. 7.
    • [2]  PB C 27 E van 31.1.2008, blz. 166.

    TOELICHTING

    1. Historie en opmerkingen over de procedure

    Op 10 januari 2006 heeft de Commissie het Europees Parlement en de Raad een voorstel gepresenteerd voor een richtlijn betreffende de wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaars[1]. Dit voorstel vormde en integraal onderdeel van het derde pakket maritieme veiligheid, ofwel ERIKA III, dat zeven wetgevingsvoorstellen omvat.

    Het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's hebben op respectievelijk 15 juni en 13 september 2006 hun adviezen goedgekeurd.

    Tijdens de vergadering van 29 maart 2007 heeft het Europees Parlement, in eerste lezing, met zeer grote meerderheid, een wetgevingsresolutie aangenomen, met 25 amendementen[2]. Met deze amendementen heeft het Parlement vooral een versterking beoogd van het internationaal stelsel van de wettelijke aansprakelijkheid van scheepseigenaars en de schadeloosstelling van derden voor schade die verband houdt met vervoer over zee (LLMC 1996[3]), die in de Europese Unie van toepassing moet worden. Het Parlement heeft voorts voorgesteld de lidstaten te verzoeken het HNS-verdrag (chemische risico's) te ratificeren, tijdens de omzettingstermijn van de richtlijn en de opneming ervan in het Gemeenschapsrecht mogelijk te maken. Bovendien wenste het Parlement dat een brede interpretatie zou worden gehanteerd voor het begrip "grove nalatigheid" zodat de rechter de mogelijkheid krijgt het plafond van de beperking van de aansprakelijkheid te verhogen, wanneer degenen die aansprakelijk zijn zich bewust hadden moeten zijn van de mogelijkheid van het toebrengen van schade indien ze als goed vakman hadden gehandeld.

    De Commissie heeft op 24 oktober 2007 een gewijzigd voorstel ingediend op grond van artikel 250, lid van het Verdrag. Hierin werden 23 amendementen praktisch in hun geheel overgenomen, behalve de oprichting van een communautair agentschap voor het bijhouden van een register van garantiecertificaten[4].

    Op 7 april 2008 heeft de Raad een oriënterend debat gehouden over dit voorstel en het voorstel voor een richtlijn over de naleving van de verplichtingen van de lidstaten onder wier vlag de schepen varen. Tijdens dit debat hebben de lidstaten zich in meerderheid verzet tegen deze teksten en besloten ze los te maken van het pakket-ERIKA III en geen gemeenschappelijk standpunt in te nemen.

    Uw rapporteur heeft toen verwezen naar een vonnis van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, arrest "commune de Mesquer" (zaak C-188/07) van 24 juni 2008, als nieuw ingrijpend feit, waardoor het mogelijk werd, door toepassing van artikel 62 van het Reglement van het Parlement een gemeenschappelijk standpunt in tweede lezing te amenderen, Uw rapporteur heeft de instemming gekregen van de andere rapporteurs voor teksten van het pakket waarvoor een gemeenschappelijk standpunt bestond, zodat het hoofdbestanddeel van de ontwerprichtlijn kon worden opgenomen en bedoelde richtlijn als verwijzing kon dienen. Deze amendementen zijn in tweede lezing door het Parlement goedgekeurd en opgenomen in twee andere richtlijnen van het maritieme pakket, de richtlijn over het beheer van de havenstaat en de richtlijn over de invoering van een communautair stelsel voor de controle op het scheepvaartverkeer en informatie. Deze ongewone procedure voor de wederopname van een richtlijn die door de Raad was verworpen, in een richtlijn waarvan de wetgevingsprocedure nog niet was afgesloten, heeft de Raad gedwongen een standpunt over deze tekst te bepalen.

    In september 2008 heeft het Franse Voorzitterschap, tijdens een informele bijeenkomst van de ministers van Vervoer in La Rochelle een herziene versie van het voorstel aan de lidstaten voorgelegd.

    Ondanks krachtige tegenstand binnen de Raad zijn de lidstaten erin geslaagd tot een overeenkomst te komen over een dwingend wetgevingsinstrument, omdat het betrekking heeft op een beperkte richtlijn over de verzekeringsverplichting. Voorts hebben ze toegezegd een verklaring te zullen afleggen over de ratificatie van de omvangrijke internationale IMO-overeenkomsten over de aansprakelijkheid en de vergoeding van schade[5]. Op 9 december 2008 heeft de Raad, na het bereiken van een politieke overeenkomst tijdens de vergadering van 9 oktober 2008, eenstemmig een gemeenschappelijk standpunt bepaald overeenkomstig artikel 251, lid 2.

    De Europese Commissie heeft een verklaring uitgegeven die beoogt het Parlement te informeren, overeenkomstig artikel 251, lid 2, tweede alinea. In haar conclusies beklemtoont zij het feit dat de door de Raad goedgekeurde tekst een toegevoegde waarde bezit[6].

    2. Evaluatie van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad en commentaar

    Het gemeenschappelijk standpunt over de richtlijn die voortaan zal heten "richtlijn betreffende de wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaars", behoudt, hoewel fors afwijkend van het oorspronkelijke Commissievoorstel en het standpunt van het Parlement in eerste lezing, belangrijke elementen en biedt aanmerkelijke vooruitgang.

    - de richtlijn handhaaft de aansprakelijkheidsverplichting voor alle schepen die de vlag van een lidstaat voeren en voor de schepen die de vlag van een derde land voeren, zodra zij een zeegebied binnenvaren dat onder de jurisdictie van een lidstaat valt (artikel 4).

    - het bedrag van de aansprakelijkheid wordt vastgesteld overeenkomstig de plafonds, genoemd in het LLMC-verdrag uit 1996. Het voordeel van het verdrag van 1996 is dat daarin de plafonds voor de aansprakelijkheid worden vastgesteld die hoog genoeg zijn om in de meeste gevallen de slachtoffers behoorlijk schadeloos te stellen (bulkgoed valt niet onder het HNS-verdrag, containers ...)

    - de naleving van de aansprakelijkheidsverplichting wordt gegarandeerd door de aanwezigheid van een certificaat aan boord van de schepen (artikel 6). Dit geldt voor alle scheepseigenaars die de wateren binnenvaren die onder jurisdictie van een lidstaat vallen. De verificatie van de aanwezigheid van een verzekeringscertificaat aan boord zal bij een inspectiebezoek worden verricht door de havenstaat, overeenkomstig de bepalingen en de procedures die over de controle door de havenstaat in de richtlijn zijn vastgesteld.

    - een nieuw element is dat in het gemeenschappelijk standpunt wordt voorzien in strafmaatregelen bij afwezigheid van een certificaat. Een schip kan aan de ketting worden gelegd volgens de procedure waarin de richtlijn over de controle door de havenstaat voorziet, dan wel worden uitgewezen door de daartoe bevoegde autoriteit. Na het besluit tot uitwijzing is elke lidstaat gehouden toegang van het betrokken schip tot al zijn havens te weigeren, totdat de eigenaar een aansprakelijkheidscertificaat heeft overhandigd.(artikel 5).

    - in het gemeenschappelijk standpunt van de Raad wordt ook het oorspronkelijk voorstel van het Parlement overgenomen om strafmaatregelen op te leggen ingeval van overtreding van de bepalingen van de richtlijn (artikel 7).

    Voorts hebben de lidstaten in een verklaring over de maritieme veiligheid toegezegd uiterlijk op 1 januari 2012 de grote internationale verdragen te ratificeren, zoals:

    - het internationale verdrag uit 1992 over de aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van verontreiniging door koolwaterstof

    - het internationale verdrag over de oprichting van een internationaal fonds voor schadeloosstelling voor schade die het gevolg is van verontreiniging door koolwaterstof (1992)

    - het Protocol van 1996 bij het Verdrag van 1976 over de beperking van de aansprakelijkheid van scheepseigenaars

    - het internationale verdrag van 2001 over de aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie ("Bunkerolieverdrag").

    In dezelfde verklaring hebben de lidstaten toegezegd een akkoord te willen sluiten binnen de IMO over de aansprakelijkheid en schadeloosstelling voor schade die wordt veroorzaakt door het vervoer over zee van schadelijke en potentieel gevaarlijke stoffen. (HNS-verdrag)

    3. Strekking van de aanbeveling

    Uw rapporteur wijst erop dat de Raad zich heeft ingespannen om een tekst over te nemen, die hij in eerste instantie had verworpen.

    - gezien de onmiskenbare verbetering die bereikt is inzake de ratificatie van de grote internationale verdragen, maar ook bij de instelling van een aansprakelijkheidsverplichting, en

    - gezien de overeenstemming die via bemiddeling op 8 december 2008 is bereikt door de Raad en het Parlement over het pakket maritieme veiligheid waarvan de onderhavige ontwerprichtlijn oorspronkelijk deel uitmaakt,

    verzoekt de rapporteur u geen wijzigingen meer aan te brengen op het gemeenschappelijk standpunt van de Raad en in te stemmen met de in stemming gebrachte ontwerpaanbeveling.

    PROCEDURE

    Titel

    Verzekering van reders tegen maritieme vorderingen

    Document- en procedurenummers

    14287/2/2008 – C6-0483/2008 – 2005/0242(COD)

    Datum eerste lezing EP – P-nummer

    29.3.2007                     T6-0094/2007

    Voorstel van de Commissie

    COM(2005)0593 - C6-0039/2006

    Gewijzigd voorstel van de Commissie

    COM(2007)0674

    Datum bekendmaking ontvangst gemeenschappelijk standpunt

    18.12.2008

    Commissie ten principale

           Datum bekendmaking

    TRAN

    18.12.2008

    Rapporteur(s)

           Datum benoeming

    Gilles Savary

    8.12.2008

     

     

    Behandeling in de commissie

    22.1.2009

     

     

     

    Datum goedkeuring

    17.2.2009

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    37

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Gabriele Albertini, Paolo Costa, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Arūnas Degutis, Petr Duchoň, Saïd El Khadraoui, Emanuel Jardim Fernandes, Francesco Ferrari, Georg Jarzembowski, Stanisław Jałowiecki, Timothy Kirkhope, Jaromír Kohlíček, Sepp Kusstatscher, Jörg Leichtfried, Bogusław Liberadzki, Eva Lichtenberger, Marian-Jean Marinescu, Erik Meijer, Josu Ortuondo Larrea, Reinhard Rack, Ulrike Rodust, Luca Romagnoli, Brian Simpson, Renate Sommer, Dirk Sterckx, Ulrich Stockmann, Michel Teychenné, Silvia-Adriana Ţicău

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Johannes Blokland, Philip Bradbourn, Luigi Cocilovo, Jas Gawronski, Pedro Guerreiro, Lily Jacobs, Rosa Miguélez Ramos, Corien Wortmann-Kool

    Datum indiening

    18.2.2009