VERSLAG over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart

    25.2.2009 - (PE-CONS 3722/2008 – C6‑0045/2009 – 2005/0239(COD)) - ***III

    Delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité
    Voorzitter van de delegatie: Rodi Kratsa-Tsagaropoulou
    Rapporteur: Dirk Sterckx

    Procedure : 2005/0239(COD)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0100/2009
    Ingediende teksten :
    A6-0100/2009
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart

    (PE-CONS 3722/2008 – C6‑0045/2009 – 2005/0239(COD))

    (Medebeslissingsprocedure: derde lezing)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst (PE-CONS 3722/2008 – C6-0045/2009),

    –   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt[1] inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)0589),

    –   gezien zijn in tweede lezing geformuleerde standpunt[2] inzake het gemeenschappelijk standpunt van de Raad[3],

    –   gezien het advies van de Commissie over de amendementen van het Parlement op het gemeenschappelijk standpunt (COM(2008)0829),

    –   gelet op artikel 251, lid 5, van het EG-Verdrag,

    –   gelet op artikel 65 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van zijn delegatie in het bemiddelingscomité (A6-0100/2009),

    1.  hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke ontwerptekst;

    2.  verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 254, lid 1, van het EG-Verdrag te ondertekenen;

    3.  verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en samen met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

    4.  verzoekt zijn Voorzitter deze wetgevingsresolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

    • [1]  PB C 74 E van 20.3.2008, blz. 533.
    • [2]  Aangenomen teksten van 24.9.2008, P6_TA(2008)0443.
    • [3]  PB C 184 E van 22.7.2008, blz. 1.

    TOELICHTING

    I. Achtergrond

    I.1 Het derde pakket maritieme veiligheid

    Het derde pakket maritieme veiligheid (ook bekend als het Erika III-pakket) is eind 2005 door de Commissie voorgesteld. Dit pakket is de follow-up van de pakketten Erika I en II die werden ingediend naar aanleiding van de ramp met de Erika in 1999 voor de Franse Atlantische kust. Het is ook ingediend naar aanleiding van de resolutie van het Parlement van 21 april 2004 die was opgesteld door de Tijdelijke Commissie voor de verbetering van de veiligheid op zee (MARE) naar aanleiding van de ramp met de olietanker Prestige in 2002.

    De algemene doelstelling van het derde pakket maritieme veiligheid is de bestaande EU-veiligheidswetgeving verder aan te scherpen en belangrijke internationale instrumenten om te zetten in communautair recht. Met de zeven voorstellen wordt beoogd ongevallen te voorkomen (door de kwaliteit van de Europese vlaggen te verbeteren, de wetgeving inzake havenstaatcontrole en monitoring van de zeescheepvaart te herzien en door de regels inzake classificatiebureaus te verbeteren) en te zorgen voor een effectieve reactie bij ongevallen (door een geharmoniseerd kader te ontwikkelen voor het onderzoeken van ongevallen, regels in te voeren voor de compensatie van passagiers bij ongevallen en regels voor de aansprakelijkheid van de scheepseigenaar in combinatie met een verplicht verzekeringsstelsel).

    I.2 Dit voorstel

    Het voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart was op 23 november 2005 goedgekeurd door de Commissie. Doelstelling is de technologische ontwikkelingen op het gebied van de monitoring van de zeescheepvaart erin op te nemen en de procedures voor de opvang van schepen in "toevluchtsoorden" te verbeteren. Met name dat laatste is al sinds lange tijd een beleidsprioriteit van het Parlement. De opeenvolgende rampen en bijna-rampen hebben aangetoond dat er vaak heel wat tijd verloren is gegaan omdat het niet duidelijk was wie bevoegd was waarvoor, of omdat zij die bevoegd waren om een beslissing te nemen, een beroep moesten doen op de deskundigheid van een team dat vaak ad hoc nog moest worden samengesteld. In de resolutie die was opgesteld door MARE had het Parlement derhalve aangedrongen op onafhankelijke instanties met de nodige bevoegdheden en expertise om bindende besluiten te nemen met betrekking tot een toevluchtsoord.

    II. De wetgevingsprocedure voorafgaande aan de bemiddeling

    II.1 Het derde pakket maritieme veiligheid in eerste en tweede lezing

    Het Parlement heeft het derde pakket maritieme veiligheid altijd beschouwd als een pakket en om die reden werden de afzonderlijke dossiers altijd gezamenlijk behandeld. De eerste lezing over de zeven voorstellen vond plaats in maart/april 2007. De Raad bereikte politieke overeenstemming over zes van de acht voorstellen (een dossier was gesplitst in een richtlijn en een verordening) op zijn vergaderingen in juni en november 2007. Twee dossiers (over vlagstaten en wettelijke aansprakelijkheid) bleven echter geblokkeerd omdat lidstaten ervoor terugdeinsden om dergelijke wetgeving op EU-niveau goed te keuren. Een poging om de dossiers in april 2008 te deblokkeren mislukte.

    De lidstaten trachtten druk uit te oefenen op het Parlement om de wetgevingsprocedure van de zes dossiers voort te zetten door de gemeenschappelijke standpunten toe te zenden. Uiteindelijke stemde het Parlement in met deze benadering om vooruitgang te boeken.

    Na de toezending van de gemeenschappelijke standpunten in juni 2008 bleef het Parlement echter druk uitoefenen op de Raad om werk te maken van de twee resterende dossiers (bekend als de "twee ontbrekende dossiers"). Dit werd gedaan door de inhoud van deze dossiers via amendementen onder te brengen in enkele actieve wetgevingsdossiers van het pakket.

    Daarnaast verliepen de onderhandelingen over de zes dossiers in tweede lezing onsuccesvol. In verband met het lot van de "twee ontbrekende dossiers" en problemen in sommige dossiers werd besloten om over geen enkel dossier in tweede lezing een akkoord te bereiken. In de plenaire vergadering diende het Parlement alle eerste lezing-amendementen opnieuw in, alsmede de amendementen waarin de inhoud van de "twee ontbrekende dossiers" was ondergebracht. De zes dossiers gingen vervolgens de bemiddelingsprocedure in.

    II.2. Dit voorstel in eerste en tweede lezing

    In eerste lezing onderschreef het Parlement het voorstel volledig en wilde het alleen enkele verduidelijkingen en accenten aanbrengen. Deze hadden betrekking op:

    · de onafhankelijkheid van de deskundigen en de taken van de bevoegde instantie voor de opvang van schepen in nood;

    · de implementatie van IMO-richtsnoeren betreffende de billijke behandeling van zeelieden bij een ongeval;

    · de verplichting om ook onverzekerde schepen op te vangen in een toevluchtsoord;

    · de informatie die door de verlader moet worden verschaft voor ieder schip dat onder zijn verantwoordelijkheid een Europese haven binnenvaart;

    · de compensatie voor havens en toevluchtsoorden voor schade;

    · vertrouwelijkheidseisen met betrekking tot de zeescheepvaartdata.

    Met betrekking tot de verplichting om vissersvaartuigen uit te rusten met identificatiesystemen streefde het Parlement naar meer flexibiliteit door vaartuigen van minder dan 24 meter uit te sluiten.

    Aangezien de Raad zijn "general approach" maanden voor de eerste lezing van het Parlement had vastgesteld en daardoor zelfs niet is ingegaan op het standpunt en de amendementen van het Parlement in eerste lezing en bovendien een aantal voorstellen van de Commissie had geschrapt, stelde uw rapporteur in tweede lezing voor om quasi volledig terug te gaan naar het standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing. Veel vooruitgang is vervolgens geboekt tijdens de onderhandelingen in tweede lezing toen de meeste problemen konden worden opgelost. Dit had met name betrekking op alle aspecten van de instantie die besluit over de opvang van schepen in nood.

    De dossiers gingen toen de bemiddelingsprocedure in met een beperkt aantal openstaande punten en verscheidene amendementen met verwijzingen naar en de inhoud van de "twee ontbrekende dossiers".

    III. Bemiddeling

    III.1 Het derde pakket maritieme veiligheid in de bemiddeling

    Na de stemming over de tweede lezing op 24 september 2008 en gezien de politieke wil om de bemiddelingsprocedure onder het Franse voorzitterschap af te ronden werd de delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité op 7 oktober 2008 snel samengesteld.

    Tegelijkertijd begon de druk die door het Parlement werd uitgeoefend op de Raad om een akkoord te bereiken over de "twee ontbrekende dossiers" vruchten af te werpen. Na een informele vergadering van de Raad waarop de kwestie in aanwezigheid van TRAN-voorzitter Paolo Costa werd besproken, werden op 9 oktober 2008 over beide dossiers politieke akkoorden bereikt.

    Het Parlement en de Raad hielden twee trialoogvergaderingen (op 4.11 en 2.12) en een informele vergadering over de meest controversiële dossiers voorafgaand aan de vergadering van het bemiddelingscomité op 8.12 waarop de onderhandelingen werden afgesloten. De delegatie van het Parlement kwam tweemaal bijeen (op 5.11 en 3.12), naast de vergaderingen van het onderhandelingsteam die bij wijze van uitzondering -vanwege de omvang van het pakket- werden bijgewoond door de TRAN-coördinatoren.

    Op 8.12 werd een akkoord gesloten over de laatste openstaande kwesties van het lastigste dossier (van de heer Costa). Op die avond overhandigde het Parlement ook brieven aan het Voorzitterschap waarin het zijn bereidheid bevestigde om vroeg in de tweede lezing akkoorden te sluiten over de "twee ontbrekende dossiers" waardoor de Raad zijn twee gemeenschappelijke standpunten kon aannemen op zijn vergadering van 9.12.

    Op de vergadering van het bemiddelingscomité was de Raad vertegenwoordigd door de heer BUSSEREAU, fungerend Voorzitter van de Raad en staatssecretaris van Vervoer van Frankrijk. Vice-voorzitter TAJANI vertegenwoordigde de Commissie. Dit toonde eens te meer aan dat bij moeizame onderhandelingen de betrokkenheid van het hoogste politieke niveau en de dynamiek van een bemiddelingsavond ertoe kunnen bijdragen dat er een akkoord wordt bereikt.

    Het algemene resultaat van de bemiddeling is erg positief voor het Parlement. Niet alleen werden de "twee ontbrekende dossiers" alsnog afgesloten maar ook werden er nog vele verbeteringen aangebracht in de teksten waarover in de bemiddeling overeenstemming werd bereikt. Dit was hoofdzakelijk te danken aan de solidariteit tussen de leden die niet toestonden dat een dossier werd afgesloten zonder een algemene overeenkomst over alle dossiers.

    De bijzondere omstandigheden van het pakket maritieme veiligheid hebben echter aangetoond dat het geen ideale situatie is wanneer hetzelfde Voorzitterschap verantwoordelijk is voor de onderhandelingen in de tweede en de derde lezing. In het Coreper leek het erg lastig voor het Voorzitterschap om de lidstaten ervan te overtuigen nog een poging te ondernemen aangezien de onderhandelingen psychologisch gezien al te lang aan de gang waren. Aan de andere kant was voor het Parlement met de bemiddeling een volstrekt nieuwe fase ingetreden, terwijl het in de Raad, met hetzelfde Voorzitterschap, beschouwd werd als voortzetting van dezelfde fase.

    III.1 Dit voorstel in de bemiddeling

    Na de onderhandelingen in de tweede lezing moesten er nog slechts drie kwesties worden behandeld:

    · de compensatie van havens voor mogelijke schade wanneer zij de bevoegdheid om te bepalen of zij een schip in nood moeten opvangen overdragen aan een instantie die onafhankelijke besluiten neemt;

    · hoe te zorgen voor een billijke behandeling van zeelieden bij een ongeval zodanig dat de bemanning van een schip in nood onmiddellijke bijstand krijgt ongeacht in welke territoriale wateren zij zich bevindt;

    · de hoeveelheid bunkerolie die niet hoeft te worden aangegeven.

    Deze kwesties konden na de twee trialoogvergaderingen op 4.11 en 2.12 worden opgelost.

    IV. Centrale punten in het bereikte akkoord

    · De aanwijzing van een onafhankelijke bevoegde instantie

        Het Parlement slaagde erin de Raad ervan te overtuigen de definitie te verduidelijken van de instantie die op het ogenblik van een ramp de beslissingen moet nemen. Uw rapporteur vroeg de lidstaten niet hun interne structuur volledig af te schaffen, maar wilde ervoor zorgen dat de bevoegde instantie de nodige onafhankelijkheid en de nodige (maritieme) deskundigheid heeft om op het moment van een incident autonoom te kunnen beslissen wat de beste aanpak is om een ramp te vermijden of de gevolgen ervan zo veel mogelijk te beperken. Het permanente karakter van de instantie was in dat opzicht een belangrijk element.

    · Het begrip "schip dat bijstand behoeft" versus "schip in nood"

        De Commissie, gesteund door het Parlement, hanteerde het begrip "schip in nood". Zich baserend op de IMO-richtsnoeren voor de opvang van schepen die bijstand behoeven, werkt de Raad met het begrip "schip dat bijstand behoeft". Uw rapporteur kon akkoord gaan met de Raad maar was wel ontevreden met de manier waarop de Raad dit begrip definieert. In de definitie van de Raad is het alsof mensenlevens gewoon niet aan de orde zijn bij het opvangen van schepen in moeilijkheden. Het verband met de Search and Rescue Conventie van 1979 (SAR) die gericht is op het redden van mensenlevens werd vervolgens verduidelijkt.

    · Billijke behandeling van de kapitein en bemanning ingeval van een ongeval

        Na een discussie over de wettelijke mogelijkheden werd een oplossing gevonden voor de manier waarop de IMO-richtsnoeren inzake de billijke behandeling van zeelieden bij een ongeval kunnen worden opgenomen: In een overweging wordt het belang aangegeven van de billijke behandeling van zeelieden bij een ongeval voor de maritieme veiligheid en in een artikel worden lidstaten ertoe verplicht rekening te houden met de relevante bepalingen van de IMO-richtsnoeren betreffende de billijke behandeling van zeelieden.

    · Gevolgen van het ontbreken van een verzekeringscertificaat of financiële zekerheid

        Verduidelijkt werd dat het ontbreken van een verzekeringscertificaat op zich niet beschouwd wordt als voldoende reden om een schip in nood niet op te vangen. Na een politiek akkoord over het dossier 'wettelijke aansprakelijkheid' (een van de "twee ontbrekende dossiers") konden de verwijzingen ernaar opnieuw worden opgenomen.

    · Compensatieregeling voor toevluchtsoorden en havens

        In uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat het opvangen van een schip schade en kosten veroorzaakt voor de betrokken haven, die niet gedekt zijn door de bestaande fondsen of conventies. Het Parlement heeft de voorbije jaren herhaaldelijk gevraagd om voor dit soort gevallen een compensatieregeling uit te werken om de weerstand van havens om de schepen op te vangen te helpen verminderen. Aangezien een dergelijke regeling niet aanvaardbaar was voor de Raad werd een compromis gevonden door de Commissie te vragen verschillende beleidsopties te onderzoeken en voor te stellen in een verslag dat eind 2011 moet worden ingediend.

    · Bunkerolie

        Er werd een compromis gevonden dat erop neerkomt dat alle bunkerolie op schepen van meer dan 1000 brutoton moet worden gemeld.

    · Invoering van automatische identificatiesystemen (AIS) voor vissersvaartuigen

        Het Parlement is met de Raad overeengekomen dat kleine vissersvaartuigen vanaf 15 meter lengte met een AIS moeten worden uitgerust. Blijkbaar is een AIS vooral nuttig bij kleinere vissersschepen, want het is precies met deze categorie schepen dat er veel aanvaringen gebeuren met fatale gevolgen voor de bemanning.

    V - Conclusie

    Aangezien het akkoord veel verder gaat dan wat in eerdere stadia van de procedure mogelijk was, beveelt de delegatie het Parlement aan de gemeenschappelijke ontwerptekst in derde lezing goed te keuren.

    Met de goedkeuring van deze tekst brengt het Parlement een belangrijk deel van het wetgevingskader tot stand dat vereist is om een herhaling van de scheepsrampen die we gehad hebben met de Erika en de Prestige te voorkomen. Het slagen van een reddingsoperatie is vooral een kwestie van tijd. Deze richtlijn zal de lidstaten dwingen een volledig "scenario" uit te werken voor als er een ongeval gebeurt. Uw rapporteur hoopt dat de lidstaten niet wachten tot 2011 om de nodige maatregelen te treffen om deze richtlijn te implementeren. Bovendien weerspiegelt deze richtlijn de vooruitgang die geboekt is op het gebied van de harmonisering van de elektronische gegevensuitwisseling waardoor het Europese monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart verder kan worden geoptimaliseerd en geïntegreerd.

    PROCEDURE

    Titel

    Door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart

    Document- en procedurenummers

    PE-CONS 3722/2008 – C6 0045/2009 – 2005/0239(COD)

    Voorzitter van de delegatie: ondervoorzitter

    Rodi Kratsa-Tsagaropoulou

    Commissie ten principale:

    Voorzitter:

    TRANPaolo Costa

     

    Rapporteur(s)

    Dirk Sterckx

    Voorstel van de Commissie

    COM(2005)0589 - C6-0004/2006

    Datum eerste lezing EP – P-nummer

    25.4.2007

    P6_TA(2007)0146

    Gewijzigd voorstel van de Commissie

    Gemeenschappelijk standpunt Raad

      Datum bekendmaking

    5719/3/2008 - C6-0225/200819.6.2008

     

    Standpunt Commissie (art. 251, lid 2, tweede alinea, derde streepje)

    COM(2008)0310

    Datum tweede lezing EP – P-nummer

    24.9.2008

    P6_TA(2008)0443

    Advies van de Commissie(art. 251, lid 2, derde alinea, punt c))

     

    COM(2008)0829

    Datum ontvangst tweede lezing door de Raad

    10.10.2008

    Datum brief van de Raad inzake niet-goedkeuring amendementen van het EP

    27.11.2008

    Vergaderingen bemiddelingscomité

    8.12.2008

    Datum stemming delegatie EP

    8.12.2008

    Uitslag stemming

    +:

    –:

    0:

    140

    0

     

    Aanwezige leden

    Paolo Costa, Emanuel Jardim Fernandes, Luis de Grandes Pascual, Georg Jarzembowski, Anne E. Jensen, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Rosa Miguélez Ramos, Gilles Savary, Brian Simpson, Dirk Sterckx, Silvia-Adriana Ţicău, Dominique Vlasto, Corien Wortmann-Kool

    Aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Inés Ayala Sender, Renate Sommer

    Aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

    Datum overeenstemming bemiddelingscomité

    8.12.2008

    Overeenstemming bij briefwisseling

    Datum constatering goedkeuring gemeenschappelijke ontwerptekst en toezending aan EP en Raad

    3.2.2009

    Datum indiening

    25.2.2009

    Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

    VERLENGING VAN TERMIJNEN

    Termijn tweede lezing Raad

    0.0.0000

    Termijn bijeenroeping bemiddelingscomité

            Instelling – datum

    0.0.0000

     

    [Raad] – 0.0.0000

    Termijn werkzaamheden bemiddelingscomité

            Instelling – datum

    3.2.2009

     

    Parlement - 19.1.2009

    Termijn aanneming besluit

            Instelling – datum

    0.0.0000

    [Raad] – 0.0.0000