VERSLAG over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen

25.2.2009 - (PE-CONS 3724/2008 – C6‑0047/2009 – 2005/0241(COD)) - ***III

Delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité
Voorzitter van de delegatie: Rodi Kratsa-Tsagaropoulou
Rapporteur: Paolo Costa

Procedure : 2005/0241(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A6-0102/2009
Ingediende teksten :
A6-0102/2009
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen

(PE-CONS 3724/2008 – C6‑0047/2009 – 2005/0241(COD))

(Medebeslissingsprocedure: derde lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst (PE-CONS 3724/2008 – C6-0047/2009),

–   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt[1] inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)0592),

–   gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie (COM(2007)0645),

–   gezien zijn in tweede lezing geformuleerde standpunt[2] inzake het gemeenschappelijk standpunt van de Raad[3],

–   gezien het advies van de Commissie over de amendementen van het Parlement op het gemeenschappelijk standpunt (COM(2008)0831),

–   gelet op artikel 251, lid 5, van het EG-Verdrag,

–   gelet op artikel 65 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van zijn delegatie in het bemiddelingscomité (A6-0102/2009),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke ontwerptekst;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 254, lid 1, van het EG-Verdrag te ondertekenen;

3.  verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en samen met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

4.  verzoekt zijn Voorzitter deze wetgevingsresolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

  • [1]  PB C 74 E van 20.3.2008, blz. 562.
  • [2]  Aangenomen teksten van 24.9.2008, P6_TA(2008)0445.
  • [3]  PB C 190 E van 29.7.2008, blz. 17.

TOELICHTING

I. Achtergrond

I.1 Het derde pakket maritieme veiligheid

Het derde pakket maritieme veiligheid (ook bekend als het Erika III-pakket) is eind 2005 door de Commissie ingediend. Dit pakket is de follow-up van de pakketten Erika I en II die werden ingediend naar aanleiding van de ramp met de Erika in 1999 voor de Franse Atlantische kust. Het is ook ingediend naar aanleiding van de resolutie van het Parlement van 21 april 2004 die was opgesteld door de Tijdelijke Commissie voor de verbetering van de veiligheid op zee (MARE) naar aanleiding van de ramp met de olietanker Prestige in 2002.

De algemene doelstelling van het derde pakket maritieme veiligheid is de bestaande EU-wetgeving op het gebied van de veiligheid verder aan te scherpen en belangrijke internationale instrumenten om te zetten in communautair recht. Met de zeven voorstellen wordt beoogd ongevallen te voorkomen (door de kwaliteit van de Europese vlaggen te verbeteren, de wetgeving inzake havenstaatcontrole en monitoring van de zeescheepsvaart te herzien en door de regels inzake classificatiebureaus te verbeteren) en te zorgen voor een effectieve reactie bij ongevallen (door een geharmoniseerd kader te ontwikkelen voor het onderzoeken van ongevallen, regels in te voeren voor de compensatie van passagiers bij ongevallen en regels voor de aansprakelijkheid van de scheepseigenaar in combinatie met een verplicht verzekeringsstelsel).

I.2 Dit voorstel

Het voorstel voor een verordening betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee en de binnenwateren bij ongevallen werd op 23 november 2005 goedgekeurd door de Commissie. Doelstelling is nu eindelijk, nadat er sinds de ramp met de Estonia in de Oostzee in 1994 meer dan tien jaar is verstreken, op Europees niveau een vergelijkbaar niveau van aansprakelijkheid te garanderen en een verplichte verzekering van vervoerders van passagiers bij ongevallen. Tot dusverre was deze aansprakelijkheid in de lidstaten vastgesteld op verschillende, soms lage niveaus, overeenkomstig hun nationale wetgeving of hun internationale afspraken. Dit voorstel is erop gericht een einde te maken aan deze nationale verschillen door de bepalingen van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee van 1974, zoals gewijzigd bij het protocol van 2002 -waarin een hogere financiële aansprakelijk wordt vastgelegd-, op te nemen in de communautaire wetgeving. Er worden ook verdere bepalingen aan toegevoegd waardoor het Verdrag van Athene wordt aangepast aan het Europees recht en aansprakelijkheidsregelingen van andere vervoersmodi.

II. De wetgevingsprocedure voorafgaande aan de bemiddeling

II.1 Het derde pakket maritieme veiligheid in eerste en tweede lezing

Het Parlement heeft het derde pakket maritieme veiligheid altijd beschouwd als een pakket en om die reden werden de afzonderlijke dossiers altijd gezamenlijk behandeld. De eerste lezing over de zeven voorstellen vond plaats in maart/april 2007. De Raad bereikte politieke overeenstemming over zes van de acht voorstellen (een dossier was gesplitst in een richtlijn en een verordening) op zijn vergaderingen in juni en november 2007. Twee dossiers (over de verplichtingen van vlagstaten en wettelijke aansprakelijkheid) bleven echter geblokkeerd omdat lidstaten ervoor terugdeinsden om dergelijke wetgeving op EU-niveau goed te keuren. Een poging om de dossiers in april 2008 te deblokkeren mislukte.

De lidstaten trachtten druk uit te oefenen op het Parlement om de wetgevingsprocedure van de zes dossiers voort te zetten door de gemeenschappelijke standpunten toe te zenden. Uiteindelijke stemde het Parlement in met deze benadering om vooruitgang te boeken.

Na de toezending van de gemeenschappelijke standpunten in juni 2008 bleef het Parlement echter druk uitoefenen op de Raad om werk te maken van de twee resterende dossiers (bekend als de "twee ontbrekende dossiers"). Dit werd gedaan door de inhoud van deze dossiers via amendementen onder te brengen in enkele actieve wetgevingsdossiers van het pakket.

Daarnaast verliepen de onderhandelingen over de zes dossiers in tweede lezing onsuccesvol. In verband met het lot van de "twee ontbrekende dossiers" en problemen in sommige dossiers werd besloten om over geen enkel dossier in tweede lezing een akkoord te bereiken. In de plenaire vergadering diende het Parlement alle eerste lezing-amendementen opnieuw in, alsmede de amendementen waarin de inhoud van de "twee ontbrekende dossiers" was ondergebracht. De zes dossiers gingen vervolgens de bemiddelingsprocedure in.

II.2. Dit voorstel in eerste en tweede lezing

In zijn eerste lezing volgde het Parlement in grote lijnen het voorstel van de Commissie met een belangrijke uitzondering: na een controversieel debat verwierp een meerderheid de opneming van de binnenwateren in het toepassingsgebied van de verordening. Verdere amendementen werden aangenomen met betrekking tot o.a. voorschotten voor slachtoffers, informatie ten behoeve van de passagiers, aansprakelijkheid in geval van terrorisme, bevoegdheden van EMSA, uitsluiting van de mogelijkheid andere internationale verdragen over aansprakelijkheid toe te passen, vaststelling van hogere aansprakelijkheidsgrenzen uitsluitend na een nieuwe medebeslissingsprocedure en overgangsperiodes voor veerponten.

De Raad heeft in zijn gemeenschappelijk standpunt ook de binnenwateren uitgesloten van het toepassingsgebied en is bovendien in veel andere opzichten aanzienlijk afgeweken van het oorspronkelijke voorstel. De Raad heeft het toepassingsgebied van de verordening voor nationaal vervoer over zee beperkt tot schepen van de zogenoemde klasse A, en daarmee de meerderheid van de scheepsroutes van de klassen B, C en D als gedefinieerd in Richtlijn 98/18/EG uitgesloten. De Raad heeft ook de vrij gunstige compensatie per slachtoffer van het Verdrag van Athene verlaagd door een algemeen plafond te hanteren volgens de grenzen van het Internationale Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen als gewijzigd bij het Protocol van 1996 (LLMC 96) (algemene beperking van wettelijke aansprakelijkheid). Andere wijzigingen betroffen beperkingen van het voorschot en het recht op informatie. De Raad aanvaardde het standpunt van het Parlement over aan terrorisme gerelateerde risico's.

Net als voor de andere dossiers vonden er tijdens de tweede lezing onderhandelingen plaats. Er werden verschillende trialoogvergaderingen gehouden, maar er kon geen oplossing gevonden worden voor de belangrijkste onderwerpen zoals het toepassingsgebied en de aansprakelijkheidsregeling.

Nadat de onderhandelingen waren vastgelopen, diende het Parlement in tweede lezing op 24.9.2008 opnieuw het merendeel van zijn amendementen in eerste lezing in en verwierp het de beperkingen die de Raad had aangebracht.

III. Bemiddeling

III.1 Het derde pakket maritieme veiligheid in de bemiddeling

Na de stemming over de tweede lezing op 24 september 2008 en gezien de politieke wil om de bemiddelingsprocedure onder het Franse Voorzitterschap af te ronden werd de delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité op 7 oktober 2008 snel samengesteld.

Tegelijkertijd begon de druk die door het Parlement werd uitgeoefend op de Raad om een akkoord te bereiken over de "twee ontbrekende dossiers" vruchten af te werpen. Na een informele vergadering van de Raad waarop de kwestie in aanwezigheid van de TRAN-voorzitter Paolo Costa werd besproken, werden op 9 oktober 2008 over beide dossiers politieke akkoorden bereikt.

Het Parlement en de Raad hielden twee trialoogvergaderingen (op 4.11 en 2.12) en een informele vergadering over de meest controversiële dossiers voorafgaand aan de vergadering van het bemiddelingscomité op 8.12 waarop de onderhandelingen werden afgesloten. De delegatie van het Parlement kwam tweemaal bijeen (op 5.11 en 3.12), naast de vergaderingen van het onderhandelingsteam die bij wijze van uitzondering -vanwege de omvang van het pakket- werden bijgewoond door de TRAN-coördinatoren.

Op 8.12 werd een akkoord gesloten over de laatste openstaande kwesties van het lastigste dossier (van de heer Costa). Op die avond overhandigde het Parlement ook brieven aan het Voorzitterschap waarin het zijn bereidheid bevestigde om vroeg in de tweede lezing akkoorden te sluiten over de "twee ontbrekende dossiers" waardoor de Raad zijn twee gemeenschappelijke standpunten kon aannemen op zijn vergadering van 9.12.

Op de vergadering van het bemiddelingscomité was de Raad vertegenwoordigd door de heer Bussereau, fungerend Voorzitter van de Raad en staatssecretaris van Vervoer van Frankrijk. Vice-voorzitter Tajani vertegenwoordigde de Commissie. Dit toonde eens te meer aan dat bij moeizame onderhandelingen de betrokkenheid van het hoogste politieke niveau en de dynamiek van een bemiddelingsavond ertoe kunnen bijdragen dat er een akkoord wordt bereikt.

Het algemene resultaat van de bemiddeling is erg positief voor het Parlement. Niet alleen werden de "twee ontbrekende dossiers" alsnog afgesloten, maar ook werden er nog vele verbeteringen aangebracht in de teksten waarover in de bemiddeling overeenstemming werd bereikt. Dit was hoofdzakelijk te danken aan de solidariteit tussen de leden die niet toestonden dat een dossier werd afgesloten zonder een algemeen akkoord over alle dossiers.

De bijzondere omstandigheden van het pakket maritieme veiligheid hebben echter aangetoond dat het geen ideale situatie is wanneer hetzelfde Voorzitterschap verantwoordelijk is voor de onderhandelingen in de tweede en de derde lezing. In het Coreper leek het erg lastig voor het Voorzitterschap om de lidstaten ervan te overtuigen nog een poging te ondernemen aangezien de onderhandelingen psychologisch gezien al te lang aan de gang waren. Aan de andere kant was voor het Parlement met de bemiddeling een volstrekt nieuwe fase ingetreden, terwijl het in de Raad, met hetzelfde Voorzitterschap, beschouwd werd als voortzetting van dezelfde fase.

III.1 Dit voorstel in de bemiddeling

De discussies over dit dossier waren de lastigste van de zes bemiddelingsdossiers en ze konden pas worden afgerond op de bemiddelingsavond op 8.12. Op die avond waren twee trialoogvergaderingen en twee vergaderingen van de delegatie van het Parlement/Coreper nodig voordat het volledige bemiddelingscomité kon beginnen om 23.30 uur.

IV. Centrale punten in het bereikte akkoord

Na zeer moeizame onderhandelingen slaagde de delegatie van het Parlement erin het standpunt van de Raad aanzienlijk in beweging te brengen en kon er derhalve een compromis worden gesloten. De belangrijkste punten kunnen als volgt worden samengevat:

· Toepassingsgebied in geval van nationaal vervoer: Het Parlement slaagde erin ook schepen van klasse B en niet alleen die van klasse A, zoals in het gemeenschappelijk standpunt het geval was, onder het toepassingsgebied van de verordening te laten vallen. De lidstaten kregen echter de mogelijkheid om toepassing van de verordening op schepen van klasse B uit te stellen tot eind 2018 en voor 4 jaar na de datum van toepassing voor schepen van klasse A. Tegen 2016 moet de Commissie een voorstel indienen, volgens de regelgevingprocedure met toetsing, over de aansprakelijkheidsgrenzen voor schepen van klasse B. Bovendien is het beginsel van de stapsgewijze uitbreiding van het toepassingsgebied van de verordening naar alle schepen vastgelegd in een overweging en is er bepaald dat de Commissie "uiterlijk 30.6.2013 een wetgevingsvoorstel indient o.a. ter uitbreiding van het toepassingsgebied van deze verordening tot schepen die met Klasse C en D overeenstemmen" (artikel 1)

· Datum van toepassing: De rechtsonzekerheid met betrekking tot de datum van toepassing werd tijdens de bemiddelingsprocedure ten volle beseft en speelde ook een prominente rol vanwege het debat over overgangsperiodes voor de verschillende klassen schepen. Volgens de tekst van het gemeenschappelijk standpunt zou de verordening alleen van toepassing zijn wanneer het Verdrag van Athene voor de Gemeenschap in werking treedt. Dit hangt af van de goedkeuring van een Besluit van de Raad (volgens de raadplegingprocedure) betreffende de sluiting van het Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene, waarmee sinds 2003 in de Raad geen enkele vooruitgang is geboekt. Om die reden hebben de onderhandelaars van het Parlement aangedrongen op een duidelijke en bindende datum van toepassing. Overeengekomen werd dat de verordening van toepassing zou worden wanneer het Verdrag van Athene voor de Gemeenschap in werking treedt. maar uiterlijk 31.12.2012. Dit is opgenomen in de tekst van de verordening en niet alleen in een verklaring van de Raad en de lidstaten zoals in het standpunt van de Raad was bepleit.

· Aansprakelijkheidsgrenzen: Het Parlement aanvaardde in feite het idee van de Raad van een algemeen plafond door het LLMC 96-Verdrag te gebruiken dat de hoogte van de compensatie per slachtoffer kan verlagen tot onder de plafonds van het Verdrag van Athene. Het aanvaardde ook de mogelijkheid dat lidstaten een "opwaartse" opt-out van het LLMC 96 kiezen en hogere plafonds vaststellen. Het wist echter belangrijke waarborgen te verkrijgen die garanderen dat lidstaten, als zij geen nationale wetgeving hebben voor de uitvoering van het LLMC als gewijzigd bij het Protocol van 1996 (dat voorziet in hogere compensatie dan zijn voorgangers) het Verdrag van Athene volledig moeten toepassen. Ook werd duidelijkheid geschapen met betrekking tot de mogelijkheid om de aansprakelijkheid te begrenzen in geval van terrorisme.

· Voorschotten: Het Parlement wist de Raad ervan te overtuigen de reikwijdte van het voorschot als aanvankelijk voorgesteld door de Commissie, te aanvaarden.

· Informatie ten behoeve van de passagiers: Deze bepalingen werden op verschillende manieren aanzienlijk aangescherpt. Met betrekking tot het tijdstip waarop de informatie wordt verstrekt hield het gemeenschappelijk standpunt het op "uiterlijk bij de afvaart". Het Parlement wist een belangrijke differentiatie aan te brengen: indien een overeenkomst gesloten wordt in een lidstaat moet de informatie worden verstrekt op het verkooppunt; in geval van een vertrekpunt in een lidstaat moet de informatie voor de afvaart worden verstrekt. Alleen in alle andere gevallen moet de informatie "uiterlijk bij de afvaart" worden verstrekt. Bovendien werden de minimumvereisten ten aanzien van de informatie beter gedefinieerd en de naleving van de verplichtingen van reisorganisatoren verduidelijkt.

Met name op de avond van het bemiddelingscomité kwam er aanzienlijk beweging in het standpunt van de Raad: Zijn uitgangspunt met betrekking tot de schepen van klasse B was een overgangsperiode van 12 jaar terwijl het Parlement 4 jaar had voorgesteld. In het definitieve akkoord loopt de overgangsperiode voor schepen van klasse B tot eind 2018, wat neerkomt op een overgangsperiode van 6 jaar bij een datum van toepassing in 2012.

Voor schepen van de klassen C en D had de Raad voorgesteld dat de Commissie 15 jaar na de datum van toepassing een verslag moest indienen met betrekking tot uitbreiding van het toepassingsgebied tot schepen van de klassen C en D. Het Parlement had verzocht om uiterlijk op de datum van toepassing een wetgevingsvoorstel in te laten dienen. In het definitieve akkoord wordt de Commissie verzocht uiterlijk zes maanden na de datum van toepassing (30.6.2013) een wetgevingsvoorstel in te dienen om het toepassingsgebied uit te breiden tot schepen van de klassen C en D.

Het was ook op de avond van 8.12 dat de Raad ermee instemde om een vaste datum voor de toepassing van de verordening op te nemen.

V - Conclusie

Aangezien het akkoord veel verder gaat dan wat in eerdere stadia van de procedure mogelijk was, beveelt de delegatie het Parlement aan de gemeenschappelijke ontwerptekst in derde lezing goed te keuren.

PROCEDURE

Titel

Door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen

Document- en procedurenummers

PE-CONS 3724/2008 – C6‑0047/2009 – 2005/0241(COD)

Voorzitter van de delegatie: ondervoorzitter

Rodi Kratsa-Tsagaropoulou

Commissie ten principale:

Voorzitter:

TRAN

Paolo Costa

Rapporteur(s)

Paolo Costa

Voorstel van de Commissie

COM(2005)0592 - C6-0057/2006

Datum eerste lezing EP – P-nummer

25.4.2007

P6_TA(2007)0148

Gewijzigd voorstel van de Commissie

COM(2007)0645

Gemeenschappelijk standpunt Raad

  Datum bekendmaking

6389/2/2008 – C6-0227/2008

19.6.2008

Standpunt Commissie (art. 251, lid 2, tweede alinea, derde streepje)

COM(2008)0375

Datum tweede lezing EP – P-nummer

24.9.2008

P6-TA(2008)0445

Advies van de Commissie(art. 251, lid 2, derde alinea, punt c))

 

COM(2008)0831

Datum ontvangst tweede lezing door de Raad

10.10.2008

Datum brief van de Raad inzake niet-goedkeuring amendementen van het EP

27.11.2008

Vergaderingen bemiddelingscomité

8.12.2008

 

 

Datum stemming delegatie EP

8.12.2008

Uitslag stemming

+:

–:

0:

140

0

 

Aanwezige leden

Paolo Costa, Emanuel Jardim Fernandes, Luis de Grandes Pascual, Georg Jarzembowski, Anne E. Jensen, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Rosa Miguélez Ramos, Gilles Savary, Brian Simpson, Dirk Sterckx, Silvia-Adriana Ţicău, Dominique Vlasto, Corien Wortmann-Kool

Aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Inés Ayala Sender, Renate Sommer

Aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

 

Datum overeenstemming bemiddelingscomité

8.12.2008

Overeenstemming bij briefwisseling

 

 

Datum constatering goedkeuring gemeenschappelijke ontwerptekst en toezending aan EP en Raad

3.2.2009

Datum indiening

25.2.2009

Opmerkingen (slechts in één taal beschikbaar)

VERLENGING VAN TERMIJNEN

Termijn tweede lezing Raad

0.0.0000

Termijn bijeenroeping bemiddelingscomité

        Instelling – datum

0.0.0000

 

[Raad] – 0.0.0000

Termijn werkzaamheden bemiddelingscomité

        Instelling – datum

3.2.2009

 

EP – 19.1.2009

Termijn aanneming besluit

        Instelling – datum

0.0.0000

[Raad] – 0.0.0000