Procedure : 2008/2104(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0140/2009

Ingediende teksten :

A6-0140/2009

Debatten :

PV 01/04/2009 - 12
CRE 01/04/2009 - 12

Stemmingen :

Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0215

VERSLAG     
PDF 172kWORD 135k
16.3.2009
PE 405.754v03-00 A6-0140/2009

met een ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland

(2008/2104(INI))

Commissie buitenlandse zaken

Rapporteur: Janusz Onyszkiewicz

ONtwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad
 ONTWERPAANBEVELING (B6‑0373/2007)
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONtwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad

over de nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland

(2008/2104(INI))

Het Europees Parlement,

- gezien de ontwerpaanbeveling aan de Raad, ingediend door Janusz Onyszkiewicz namens de ALDE-Fractie, inzake de betrekkingen tussen de EU en Rusland (B6‑0373/2007),

- gelet op de overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds(1), die in 1997 in werking is getreden en in 2007 afliep, maar automatisch is verlengd,

- gelet op het besluit van de Raad van 26 mei 2008 om met de Russische Federatie in onderhandeling te treden over een nieuwe overeenkomst en de hervatting van deze onderhandelingen in december 2008,

- onder verwijzing naar de doelstelling van de EU en Rusland, omschreven in de gemeenschappelijke verklaring afgegeven na de Top van Sint Petersburg van 31 mei 2003, betreffende de invoering van een gemeenschappelijke economische ruimte, een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, een ruimte van samenwerking op het gebied van externe veiligheid, en een ruimte van onderzoek en onderwijs, met inbegrip van de culturele aspecten, en gezien de daartoe inmiddels aangenomen draaiboeken,

- gelet op de in 2006 gesloten overeenkomst tussen de Russische Federatie en de Europese Gemeenschap inzake versoepeling van de visumverlening en overname van personen,

- gelet op het op 17 december 1991 ondertekende Europese Energiehandvest en het daaropvolgende Verdrag inzake het Energiehandvest (EHV), dat op 17 december 1994 werd opengesteld voor ondertekening en in april 1998 in werking is getreden, en dat wettelijk bindend is voor alle partijen bij de overeenkomst die het EHV hebben geratificeerd en die partijen die niet hebben afgezien van voorlopige toepassing van het EHV inn afwachting van de inwerkingtreding in overeenstemming met artikel 45, lid 1, en gezien de energiedialoog tussen de EU en Rusland, die is ingevoerd op de zesde Top EU-Rusland, gehouden op 30 oktober 2000 te Parijs,

- gelet op het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het VN/ECE-Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband van 1991 (Verdrag van Espoo),

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 8 juli 2008 over de gevolgen voor het milieu van de geplande gasleiding in de Oostzee tussen Rusland en Duitsland(2),

- gezien de ongekende verstoring van de levering van Russisch gas aan de Europese Unie in januari 2009,

- gezien het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland, dat tot dusver geen concrete resultaten heeft opgeleverd,

- gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en de protocollen daarbij,

- gezien de lopende onderhandelingen over de toetreding van de Russische Federatie tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO),

- gezien de vele geloofwaardige berichten van Russische en internationale non-gouvernementele organisaties (NGO’s) over voortdurende ernstige schendingen van de mensenrechten in Rusland, de arresten van het Europees Hof voor de rechten van de mens inzake Tsjetsjenië en het grote aantal zaken dat in dit verband aanhangig is gemaakt bij het Hof,

- onder verwijzing naar zijn eerdere resoluties over de Russische Federatie, met name zijn resolutie van 18 december 2008 inzake aanvallen op verdedigers van de mensenrechten in Rusland en het proces over de moord op Anna Politovskaja(3), zijn resolutie van 13 maart 2008 over Rusland(4), zijn resolutie van 10 mei 2007 over de Top EU-Rusland in Samara op 18 mei 2007(5), zijn resolutie van 19 juni 2008 over de topconferentie EU/Rusland op 26-27 juni 2008 in Khanty-Mansiisk(6), zijn resolutie van 25 oktober 2006 over de betrekkingen EU-Rusland na de moord op de Russische journaliste Anna Politkovskaïa(7), zijn resolutie van 14 november 2007 over de Top EU-Rusland(8) alsmede zijn resolutie van 13 december 2006 over de top EU-Rusland in Helsinki van 24 november 2006(9),

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 mei 2005 over de betrekkingen tussen de EU en Rusland (10),

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 19 juni 2007 over de economische en commerciële betrekkingen van de EU met Rusland(11), waarin staat “dat de mensenrechtensituatie in Rusland een integraal onderdeel van de politieke agenda EU-Rusland moet zijn” en dat “uitgebreide economische samenwerking tussen Rusland en de EU moet stoelen op hoge democratische standaards en beginselen van de vrije markt”,

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 3 september 2008 over de situatie in Georgië(12),

- onder verwijzing naar zijn resolutie van 26 september 2007 over “Naar een gemeenschappelijk Europees extern energiebeleid”(13),

- onder verwijzing naar zijn resoluties van 17 januari 2008 over een regionale beleidsaanpak voor het Zwarte-Zeegebied(14) en over een effectiever EU-beleid voor de zuidelijke Kaukasus: van beloften naar maatregelen(15),

- gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Permanente Partnerschapsraad EU-Rusland over vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid van 22 november 2007,

- gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa en de Parlementaire Vergadering van de OVSE over de op 2 december 2007 gehouden verkiezingen voor de Russische Doema,

- gelet op artikel 114, lid 3 en artikel 83, lid 5 van zijn Reglement,

- gelet op het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en de adviezen van de Commissie internationale handel en de Commissie industrie, onderzoek en energie (A6‑0140/2009),

A.  overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland zeer belangrijk blijven in het streven naar pragmatische samenwerking, overwegende dat Rusland een permanent lid is van de Veiligheidsraad van de Verneigde Naties,alsook lid van de G8 en de op twee na grootste handelspartner van de EU, de op drie na grootste handelspartner van de Eurozone en een essentiële rol speelt bij de energievoorziening van de EU; overwegende dat de EU niet alleen economische en handelsbelangen met Rusland gemeen heeft, maar ook de doelstelling actief te zijn op het internationaal toneel en in de Europese nabuurschap; overwegende dat betere samenwerking en goede nabuurschapbetrekkingen tussen de EU en Rusland gebaseerd moeten zijn op wederzijds vertrouwen en gemeenschappelijke waarden op het gebied van democratie, respect voor de mensenrechten en de rechtstaat en op samenwerking in internationale kwesties en daarom van doorslaggevende betekenis zijn voor stabiliteit, veiligheid en welvaart in heel Europa,

B.   overwegende dat de EU is gebaseerd op gemeenschappelijke waarden, zoals democratie en respect voor de mensenrechten en de rechtsorde; overwegende dat volledig respect voor deze waarden de eerste prioriteit moet zijn bij het streven naar betere samenwerking met een derde land,

C.  overwegende dat samenwerking tussen de EU en Rusland het internationale evenwicht ten goede komt; tevens overwegende dat Rusland de verantwoordelijkheid heeft bij te dragen tot de financiële en politieke stabiliteit en het gevoel van veiligheid in Europa en de wereld, met name in de gedeelde nabuurschap; overwegende dat de EU al overleg voert met Rusland over Afghanistan, het Midden-Oosten en de Balkan en in de VN en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), waarbij gemeenschappelijke standpunten en benaderingen worden ontwikkeld met betrekking tot andere belangrijke veiligheidskwesties als de verspreiding van kernwapens, wapenbeheersing en ontwapening, de strijd tegen terrorisme, drugshandel, georganiseerde misdaad en klimaatverandering en de wereldwijde economische en financiële crisis,

D.  gelet op de disproportionele tegenaanval van Rusland, die werd uitgelokt door het binnendringen van Georgische troepen in Zuid-Ossetië, maar zich vervolgens ook uitbreidde tot andere delen van het Georgische grondgebied, met inzet van tanks en luchtmacht, en ook gelet op de onuitgelokte militaire actie in Abchazië met aanvallen op en de bezetting van Georgische zeehavens, gevolgd door de erkenning door Rusland van de twee secessionistische enclaves, Zuid-Ossetië en Abchazië; overwegende dat deze handelingen ernstige twijfel doen rijzen aan de bereidheid van Rusland om tezamen met de EU te bouwen aan een gemeenschappelijke ruimte voor veiligheid in Europa; overwegende dat de verdere ontwikkeling van het partnerschap tussen Europa en Rusland een inhoudelijke dialoog over veiligheid moet omvatten, gebaseerd op de verknochtheid van beide partijen aan gemeenschappelijke waarden, respect voor het internationaal recht en voor de territoriale integriteit, en een toezegging om de in het kader van het Handvest van Helsinki aangegane verplichtingen na te komen,

E.   overwegende dat de onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst die erop is gericht de samenwerking tussen de EU en de Russische Federatie te versterken, op geen enkele wijze de huidige status quo in Georgië legitimeren, terwijl de verplichting van Rusland om de op 12 augustus en 8 september 2008 gesloten overeenkomsten met betrekking tot het conflict in Zuid-Ossetië en Abchazië te respecteren een essentiële voorwaarde moet zijn voor een succesvolle afronding van de besprekingen, samen met tastbare garanties van Rusland dat het geen geweld zal gebruiken tegen een van zijn buurlanden,

F.   overwegende dat de standpunten over Kosovo en de gemeenschappelijke nabuurschap, vooral na de gebeurtenissen in Georgië, verder dan ooit uit elkaar liggen,

G.  overwegende dat de sluiting van een overeenkomst over toekomstige samenwerking van het grootste belang blijft voor de verdere ontwikkeling en intensivering van de samenwerking tussen de beide partners; overwegende dat het beleid van de EU ten aanzien van Rusland gebaseerd moet zijn op eendracht en solidariteit en overwegende dat de EU een gemeenschappelijke benadering moet hebben en met één stem dient te spreken; overwegende dat de lidstaten tijdig informatie moeten verstrekken aan en overleg moeten voeren met andere lidstaten die mogelijk betrokken kunnen zijn bij bilaterale overeenkomsten of geschillen met Rusland,

H. overwegende dat de nieuwe omvattende overeenkomst, die ter vervanging van de huidige partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) dient, een kwalitatieve verbetering met zich brengt en zich moet uitstrekken tot alle terreinen van hun samenwerking, de nieuwe realiteiten van de 21e eeuw alsmede de naleving van de beginselen van de internationale betrekkingen en de naleving van de democratische normen en mensenrechten,

I.    overwegende dat de meest recente parlements- en presidentsverkiezingen in Rusland zijn uitgevoerd onder omstandigheden die niet beantwoordden aan de Europese normen als het gaat om toegang voor internationale verkiezingswaarnemers, het vermogen van oppositiepartijen om kandidaten te organiseren en in te zetten, de eerlijkheid en onafhankelijkheid van de media en de neutraliteit van overheidsinstanties, wat heeft geleid tot ernstige afwijkingen van de verplichtingen van Rusland als lid van de Raad van Europa en de OVSE,

J.    overwegende dat de Russische Federatie lid is van de Raad van Europa en zich dus verplicht heeft tot nakoming van de doelstellingen van deze organisatie, in het bijzonder de bevordering van democratie en naleving van de mensenrechten, en consolidering van de democratie en de stabiliteit in Europa, overwegende dat de EU krachtig het beginsel moet verdedigen dat rechtsorde en respect voor de bestaande verbintenissen in deze organisaties essentieel is voor het slagen van het partnerschap tussen de EU en Rusland,

K.  overwegende dat uit tal van verslagen van NGO’s en onafhankelijke deskundigen is gebleken dat de wet van 2006 op de NGO's en andere maatregelen van de Russische regering, met inbegrip van de anti-extremismewet en de uitbreiding van de staatscontrole over significante onderdelen van de media, de vrijheid van meningsuiting in Rusland sterk ondermijnen en de mensenrechten en activiteiten van het maatschappelijk middenveld aldaar ernstig in het gedrang brengen,

L.   overwegende dat het nog steeds bestaan van politieke gevangenen en de behandeling van verdedigers van de mensenrechten in strijd is met de belofte van de Russische Federatie om de rechtsorde in Rusland te versterken en een einde te maken aan ‘juridisch nihilisme’,

M.  overwegende dat de vergadering van de Raad van Europa en een aantal onafhankelijke mensenrechtenorganisaties ernstige vragen hebben gesteld over de justitiële standaarden in Rusland, waaronder het ontbreken van gerechtelijke onafhankelijkheid, het onthouden van eerlijke processen aan beklaagden in politiek controversiële zaken, de intimidatie en vervolging van advocaten en de terugkeer van politieke gevangenen in het Russische strafrechtsstelsel,

N.  overwegende dat de Russische Federatie heeft nagelaten doeltreffende maatregelen te nemen om een eind te maken aan voortdurende mensenrechtenschendingen en straffeloosheid, ondanks het feit dat in een toenemend aantal arresten Rusland door het Europees Hof voor de rechten van de mens (EHRM) verantwoordelijk wordt gesteld voor ernstige en systematische schendingen van de mensenrechten, met inbegrip van buitengerechtelijke executies, foltering en gewelddadige verdwijningen,

O.  overwegende dat de grondbeginselen voor de economische en commerciële betrekkingen tussen de EU en de Russische Federatie moeten zijn: wederkerigheid, duurzaamheid, transparantie, voorspelbaarheid, betrouwbaarheid, non-discriminatie en goed bestuur; overwegende dat de nieuwe overeenkomst wettelijk bindend moet zijn en duidelijke mechanismen voor het oplossen van geschillen moet instellen,

P.   overwegende dat de recente crisis in de gaslevering aan de Europese Unie, waardoor miljoenen burgers in Bulgarije, Slowakije en elders in de EU in de winterse kou zonder verwarming en warm water zaten, ernstige bezorgdheid wekt over de betrouwbaarheid van de Russische energielevering;

Q.  overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland op het gebied van energiezekerheid een groot potentieel bieden voor een positieve en constructieve wederzijdse onafhankelijkheid, mits het partnerschap is gebaseerd op het beginsel van non-discriminatie en eerlijke behandeling alsmede op gelijke marktvoorwaarden, zoals is geregeld in het EHV; overwegende dat de recente gascrisis de noodzaak heeft aangetoond van de aanneming van en het respect voor een set regels die minimaal gebaseerd moet zijn op het huidige EHV; overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland op het gebied van energiezekerheid evenzeer steunen op transparantie van de energiehandel in de doorvoerlanden, wat een gemeenschappelijke uitdaging vormt voor de EU, Rusland en de betreffende landen; overwegende dat in het energiebeleid van Rusland in de praktijk voorbeelden van monopolisme en ongeoorloofde dwang zijn geconstateerd, in het bijzonder het ontzeggen van doorvoerrechten aan derde landen, onderbrekingen van de levering en de schending van eigendomsrechten,

R.   overwegende dat de Europese Raad van Brussel van 15 en 16 juni 2006 heeft aanbevolen de onderhandelingen over het Transitprotocol bij het Verdrag inzake het Energiehandvest af te ronden, de ratificatie van het EHV door alle ondertekenende partijen te verzekeren en de Commissie te verzoeken, vooral met het oog op de recente gascrisis, elementen aan te reiken voor een energie-overeenkomst met Rusland ter aanvulling op de bestaande en bindende PSO of in het kader van de opvolger van de PSO; ; overwegende dat het EHV al wettelijk bindend is voor alle EU-lidstaten en voor Rusland, als ondertekenaar in overeenstemming met artikel 45,

S.   overwegende dat nauwe samenwerking op het gebied van energiebeleid en de vaststelling van een energiestrategie voor de lange termijn voorwaarden zijn voor een evenwichtige ontwikkeling van de economie van de EU en die van Rusland,

T.   overwegende dat de EU er vaak niet in is geslaagd met één stem te spreken in haar betrekkingen met Rusland; overwegende dat er een functionerend mechanisme zou moeten bestaan binnen de Raad, onder verantwoordelijkheid van de Hoge Vertegenwoordiger, dat de lidstaten in staat zou stellen elkaar tijdig in te lichten over elke bilaterale kwestie met Rusland die gevolgen kan hebben voor andere lidstaten en voor de EU als geheel;

U.  overwegende dat de voortdurende economische crisis die een grote invloed heeft op zowel Rusland als de EU een kans biedt voor een nieuw begin van de bilaterale betrekkingen op basis van een betere en eerlijkere wederzijdse verstandhouding die de verdenkingen en tekortkomingen uit het verleden vermijdt en de basis vormt voor de vaststelling en verbetering van echte gedeelde gemeenschappelijke waarden;

1.  doet de Raad en de Commissie de volgende aanbevelingen en verzoekt hen daarmee bij de te voeren onderhandelingen rekening te houden:

a) er moet blijven aangedrongen worden op een brede en omvattende en wettelijk bindende overeenkomst gebaseerd op een gedeelde verbintenis aan de mensenrechten die betrekking heeft op alle terreinen van samenwerking tussen de partijen en die een stap voorwaarts betekent ten opzichte van de huidige PSO met betrekking tot zowel de intensiteit van de verbintenissen als de onderwerpen waarvoor deze gelden; er moet tevens op worden aangedrongen dat de overeenkomst handhavingsmechanismen voor de relevante onderdelen moet omvatten;

b) er moet worden aangedrongen op het feit dat de schending van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië door Rusland en de rol van Rusland in het gasgeschil van begin 2009 de betrekkingen tussen de EU en Rusland en de onderhandelingen over de nieuwe overeenkomst ernstig in gevaar hebben gebracht;

c) er moet worden aangedrongen op het feit dat de betrekkingen van de EU met Rusland gebaseerd moeten zijn op respect voor de internationale rechtsorde en alle bindende overeenkomsten en verdragen die Rusland en de EU-lidstaten onderschrijven, waaronder het VN-Handvest, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en het EHV, alsmede de regels en verbintenissen die gelden voor leden van de OVSE en de Raad van Europa;

d) er moet onder de verantwoordelijkheid van de Hoge Vertegenwoordiger een raadplegingsmechanisme worden ingesteld dat de lidstaten in staat zou stellen elkaar tijdig in te lichten over elke bilaterale kwestie met Rusland – zij het overeenstemming of geschilpunt – die gevolgen kan hebben voor andere lidstaten en voor de EU als geheel, waardoor de EU zoveel mogelijk met één stem spreekt, door ervoor te zorgen dat volledig rekening wordt gehouden met de belangen van alle lidstaten en te voorkomen dat een afzonderlijke lidstaat de onderhandelingen op een later tijdstip kan blokkeren;

e) er moet worden aangedrongen op versterking van de rol van de parlementaire samenwerkingscommissie in de nieuwe overeenkomst om de parlementaire dimensie van de samenwerking tussen de EU en Rusland te versterken;

f) de EU moet nogmaals wijzen op de verbintenissen die de EU en Rusland op internationaal niveau zijn overeengekomen, in het bijzonder als leden van de Raad van Europa en de OVSE, en haar bezorgdheid kenbaar maken aan de Russische regering over de mensenrechtensituatie en de afnemende bewegingsvrijheid voor voortdurende intimidatie en beperking van het maatschappelijk middenveld in Rusland waarbij zij er bij haar op aan moet dringen om de vrijheid van meningsuiting en vereniging te handhaven door de wetgeving inzake maatschappelijke organisaties in overeenstemming te brengen met de Europese en internationale verplichtingen van Rusland en om onverwijld doeltreffende maatregelen te nemen ter bevordering van een gunstig werkklimaat voor mensenrechtenorganisaties en onafhankelijke liefdadigheidsorganisaties die zich inzetten voor het bevorderen van de culturele banden tussen Rusland en de EU-lidstaten en voor het beëindigen van intimidatie van en bestuurlijk geweld tegen verdedigers van de mensenrechten en om zich te onthouden van scherpe administratieve maatregelen tegen genoemde organisaties;

g) de Russische regering moet worden opgeroepen de mediavrijheid volledig te respecteren en de onafhankelijke media politieke en economische omstandigheden te garanderen waaronder ze normaal kunnen functioneren; de Russische regering moet dringend worden verzocht een einde te maken aan het voortdurende geweld tegen en de vervolging van journalisten;

h) is van oordeel dat het regelmatige, zesmaandelijkse mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland sinds de instelling in 2005 geen tastbare resultaten heeft opgeleverd en moet worden hervormd om een substantiële en resultaatgerichte dialoog over mensenrechtenkwesties in Rusland en de EU en over samenwerking tussen de EU en Rusland op het gebied van mensenrechtenkwesties in internationale fora mogelijk te maken;

i) er moet daarom worden aangedrongen op een grondige herziening van het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland, waarbij ook moet worden gedacht aan het scheppen van een formele rol voor onafhankelijke NGO’s uit Rusland en de EU, de betrokkenheid van ambtenaren van alle relevante ministeries van de Russische regering en het beëindigen van de afgifte van afzonderlijke communiqués door de Russische regering;

j) er moet een beroep worden gedaan op de autoriteiten van de Russische Federatie om het voortbestaan en de duurzame ontwikkeling van de traditionele levensstijl, cultuur en taal van de inheemse bevolkingsgroepen die op het grondgebied van het land wonen te waarborgen;

k) er moet bij de Russische regering op worden aangedrongen dat de arresten van het EHRM volledig ten uitvoer worden gelegd, om zodoende te bevorderen dat de verantwoordelijken ter verantwoording worden geroepen over vroegere schendingen en ervoor te zorgen dat een eind wordt gemaakt aan de voortdurende inbreuken;

l) het moet worden benadrukt dat 'het programma ter ondersteuning van Russische volksgenoten’ dat door de autoriteiten van de Russische Federatie wordt gesteund, niet mag worden misbruikt als een instrument voor de versterking van de politieke invloed in sommige lidstaten van de EU;

m) de steun voor de toetreding van Rusland tot de WTO en de steun voor de verdere openstelling van de Russische economie moeten worden gehandhaafd; volledig respect voor de regels van de WTO door Rusland moet worden gezien als een noodzakelijke voorwaarde en een minimumnorm voor de totstandbrenging van een vrijhandelszone tussen de EU en Rusland, wat een doelstelling voor de lange termijn blijft;

n) is ingenomen met de recente veranderingen, maar dringt aan op verdere verbetering van de wetgeving en de naleving daarvan op gebieden als intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten om de competitiviteit te verbeteren en het investeringsklimaat aantrekkelijker te maken door de regelgevende systemen aan te passen aan de hoogste internationale standaarden en normen; dringt er bij de Russische autoriteiten op aan om, voorafgaande aan het komende WTO-lidmaatschap van Rusland, deel IV van het Russische Burgerlijk Wetboek dat de intellectuele eigendomsrechten betreft alsook de procedurele regelingen om op de naleving toe te zien aan te passen aan de WTO-regels en internationale overeenkomsten, en vooral aan de Overeenkomst inzake de commerciële aspecten van de intellectuele eigendomsrechten (TRIPS), en om de volledige uitvoering daarvan te verzekeren zodat er effectief een halt kan worden toegeroepen aan vervalsing en productpiraterij;

o) er moet op worden aangedrongen dat het EHV, als een bestaand verdrag, dat wettelijk bindend is voor Rusland en alle EU-lidstaten, de basis moet vormen voor betrekkingen op het gebied van energie en dat de beginselen van het EHV en het daaraan gehechte Transitprotocol worden opgenomen in de nieuwe overeenkomst en Rusland moet er nogmaals toe worden opgeroepen zijn verbintenis aan een op regels gebaseerde aanpak te versterken door het EHV te ratificeren en te ondertekenen en het Transitprotocol te ratificeren, rekening houdend met het standpunt van het Parlement dat de partners vrij moeten kunnen onderhandelen over een tekst die, wat betreft de intensiteit van de samenwerking en het toepassingsgebied van de overeenkomst, verder gaat dan die van het EHV, maar dat de overeenkomst in geen geval minder omvattend mag zijn dan het akkoord dat de partners reeds in het kader van de PSO hebben gesloten;

p) binnen het kader van de onderhandelingen over de nieuwe overeenkomst moeten de onderhandelingen over het Transitprotocol worden afgerond en moet Rusland worden opgeroepen het te ondertekenen om een rechtskader in te stellen dat de doorvoer van energieleveringen tussen de partijen regelt en volgt uit het kader dat al bestaat op grond van het EHV;

q) de noodzaak van deugdelijke milieueffectbeoordelingen voor alle infrastructuurprojecten op het gebied van energie moet worden onderstreept om te garanderen dat aan de internationale normen van milieubescherming wordt voldaan; de Russische Federatie moet in dit verband met klem worden verzocht het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband en het bijbehorende Protocol inzake strategische milieueffectrapportage te ratificeren;

r) er moet worden opgeroepen tot versterking van de efficiëntie en het reactievermogen in crisissituaties van de energiedialoog tussen de EU en Rusland, tot vergroting van de transparantie, wederkerigheid en investeringsveiligheid en dus tot verbetering van de zekerheid van energielevering; de noodzaak van de instelling van mechanismen voor een transparant, op regels gebaseerd stelsel en een mechanisme voor geschillenoplossing op het gebied van energie moet worden onderstreept;

s) de aandacht moet worden gevestigd op het mechanisme voor het slechten van geschillen dat vervat is in het EHV, dat door Rusland en Oekraïne reeds is ondertekend;

t) er moet een duidelijke gedragscode worden ingesteld die de betrekkingen tussen de EU, Rusland en de landen van de gemeenschappelijke nabuurschap regelt, onder meer als het gaat om respect voor de soevereine onafhankelijkheid van alle Europese staten, het streven naar een vreedzame oplossing van geschillen en een vastbeslotenheid bevroren conflicten op te lossen;

u) de bestaande politieke dialoog moet worden opgewaardeerd, waarbij de bespreking van ‘harde veiligheidskwesties’, die vaak de kern van de onenigheid tussen de EU en Rusland vormen, maar ongetwijfeld van invloed zijn op de Europese en wereldwijde veiligheid, moet worden aangemoedigd en de noodzaak van multilaterale wapenbeheersing en ontwapening en non-proliferatieregimes moet worden benadrukt;

v) er dient een beroep te worden gedaan op de Russische regering om – samen met de EU en de andere leden van de contactgroep voor Kosovo – een positieve bijdrage te leveren tot het vinden van een duurzame politieke oplossing voor de toekomst van Kosovo en tot de verdere versterking van de stabiliteit op de westelijke Balkan;

w) er dient een beroep te worden gedaan op de Russische regering om haar engagement te tonen om samen met Georgië en de EU op constructieve en vreedzame wijze tot een oplossing te komen inzake de "modaliteiten van veiligheid en stabiliteit in Abchazië en Zuid-Ossetië" in overeenstemming met de overeenkomst van 8 augustus 2008; de Russische regering moet worden opgeroepen tastbare garanties te geven dat Rusland geen geweld zal gebruiken tegen zijn buurlanden;

x) de EU moet haar bezorgdheid kenbaar maken aan de Russische regering over haar besluit om Abchazië en Zuid-Ossetië als soevereine staten te erkennen en overeenkomsten inzake militaire bijstand en samenwerking te ondertekenen met de de-facto-autoriteiten van deze twee provincies van Georgië en aldaar militaire bases te vestigen, aangezien daardoor de territoriale integriteit van Georgië wordt ondermijnd, zoals ook in de desbetreffende resoluties van de VN wordt beklemtoond,; doet nogmaals een beroep op Rusland om op dit besluit terug te komen e bevestigt dat Rusland niet als neutrale bemiddelaar in het vredesproces kan worden beschouwd; dringt er bij de Russische autoriteiten op aan dat EU-waarnemers een ongehinderde toegang krijgen tot alle bij het conflict betrokken gebieden, zulks in overeenstemming met het mandaat van de Monitoringmissie van de EU;

y) er dient op te worden gehamerd dat naar visumvrij verkeer tussen Rusland en de EU wordt gestreefd op basis van Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad, waarin wordt bepaald dat de vrijstelling van de visumplicht geschiedt aan de hand van een beoordeling van een aantal criteria die in het bijzonder verband houden met illegale immigratie, openbare orde en veiligheid en de externe betrekkingen van de Unie met de derde landen, waarbij tevens rekening wordt gehouden met implicaties van de regionale samenhang en de wederkerigheid, en waarbij in gedachten moet worden gehouden dat de betrekkingen tussen de Unie en de landen op de witte lijst gekenmerkt worden door een speciale politieke dimensie om ervoor te zorgen dat deze derde landen een passend niveau moeten halen als het gaat om democratische waarden en grondrechten;

z) er moet op worden aangedrongen dat visumfacilitering voor studenten, onderzoekers en zakenmensen een prioriteit zou moeten zijn om de contacten tussen burgers te bevorderen; er moet echter ook duidelijk worden gesteld dat een verdere liberalisering van de visumregeling met Rusland alleen mogelijk is in combinatie met een soortgelijke liberalisering van de visumafspraken met de landen van het Europees Nabuurschapbeleid (ENB) om discrepanties te voorkomen;

aa) in overeenstemming met de overeenkomst tussen de EU en Rusland inzake versoepeling van de afgifte van visa voor kort verblijf moeten de Russische autoriteiten worden verzocht zich er duidelijk toe te verbinden bureaucratische obstakels weg te nemen die op niet-wederzijdse basis op reizigers worden toegepast, zoals de voorwaarde dat zij over een uitnodiging beschikken en zich bij de inreis laten registreren; hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat Rusland recentelijk zijn visumregels heeft gewijzigd en niet langer meervoudige zakenvisa afgeeft, hetgeen negatieve gevolgen kan hebben voor de zakelijke en commerciële betrekkingen tussen de EU en Rusland; tevens dient rekening te worden gehouden met het standpunt van het Parlement dat de vergemakkelijking van het reizen voor houders van Russische paspoorten beperkt dient te blijven tot ingezeten van de Russische Federatie;

ab) de visa- en doorreisproblemen in verband met Kaliningrad moeten onverwijld worden aangepakt, mogelijkerwijs door in een regeling te voorzien volgens welke de gehele oblast Kaliningrad onder de regeling inzake klein grensverkeer valt;

ac) dringt erop aan dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland gebaseerd moeten zijn op de begninselen van geliberaliseerde en openmarkten en van wederkerigheid tussen de partners op het gebied van investeringsrechten en vindt daarom dat moet worden geëist dat de Russische regering, in ruil voor nauwe en wederzijds voordelige economische banden, garanties biedt voor de rechten van buitenlandse investeerders en haar wetgeving van 2008 inzake "Strategische Sectoren" herziet, die de Russische staat ruime mogelijkheden biedt om te discrimineren ten koste van buitenlandse investeerders, terwijl de interne markt van de EU vrijelijk openstaat voor Russische investeerders; verlangt dat de wet inzake investeringen in strategische sectoren in overeenstemming wordt gebracht met de bestaande en toekomstige verplichtingen van Rusland in het kader van de WTO alsmede de huidige PSO;

ad) in het kader van de lopende onderhandelingen over de toetreding tot de WTO dienen de Russische autoriteiten ertoe te worden opgeroepen een aantal verplichtingen waarover na onderhandelingen al overeenstemming is bereikt niet op te schorten en de in 2004 tussen de EU en Rusland gesloten overeenkomst over de WTO-toetreding volledig na te leven door alle discriminerende heffingen, met name op per spoor vervoerde goederen, af te schaffen en ook de uitvoerrechten op onbewerkt hout op te heffen;

ae) Rusland moet ertoe worden opgeroepen zijn belofte gestand te doen om de heffingen voor overvliegrechten over Siberisch grondgebied geleidelijk af te schaffen en de desbetreffende overeenkomst te ondertekenen die op de top van Samara is bereikt;

af) met de Russische regering moet worden gesproken over haar plannen om naar vrijhandelsakkoorden met bepaalde landen toe te werken, wat afbreuk kan doen aan de vorming van een gemeenschappelijke economische ruimte met Rusland;

ag) weliswaar moeten de recente wijzigingen worden toegejuicht, maar Rusland moet ook worden opgeroepen zijn wetgeving en het toezicht op de naleving ervan verder te verbeteren voor wat betreft de bescherming van de rechten van intellectueel, industrieel en commercieel eigendom, teneinde de mededinging te versterken en het investeringsklimaat aantrekkelijk te maken door de reguleringssystemen meer af te stemmen op de hoogste internationale standaarden en normen; de Russische autoriteiten dienen ertoe te worden opgeroepen om vóór de komende toetreding tot de WTO deel IV van het burgerlijk wetboek inzake het intellectuele-eigendomsrecht alsmede de relevante voorschriften inzake uitvoeringsmaatregelen op één lijn te brengen met de WTO-regels en internationale overeenkomsten, met name de overeenkomst inzake de handelsgerelateerde aspecten van intellectuele eigendom (TRIPs), en te zorgen voor volledige tenuitvoerlegging van deze wetgeving zodat namaak en piraterij efficiënt kunnen worden bestreden;

ah) bij de Russische regering moet een aantal scheepvaartkwesties worden aangekaart, met name de vrije doorvaart door de Pilava Strait/Baltijskij Proliv, de toegang voor EU-schepen tot de scheepvaartroute naar Azië langs het noordelijke Russische grondgebied, alsmede de milieurisico’s die onder andere voortvloeien uit de toename van het olietankerverkeer in de Oostzee;

ai) er moet met de Russische regering worden gesproken over de zorgen over de stremmingen op de gemeenschappelijke grens van de EU, die een ernstige belemmering blijft vormen voor de handels- en economische betrekkingen tussen de EU en Rusland en die niet verenigbaar zijn met de algemene doelstellingen van het strategische partnerschap;

aj) de Russische Federatie moet worden verzocht constructief samen te werken met de EU met het oog op het oplossen van de status van gebieden die zich hebben afgescheiden, waaronder Transnistrië, en een bijdrage te leveren aan de versterking van de soevereiniteit van de Moldavische regering, als een noodzakelijke vereiste voor de stabiliteit van een belangrijke grensregio van de Europese Unie; benadrukt moet worden dat vooruitgang in deze kwestie afhankelijk is van de terugtrekking van de Russische troepen die in Moldavië zijn gestationeerd, hetgeen Rusland onder meer tijdens de OVSE-top van 1999 in Istanbul heeft beloofd;

ak) hoewel de positieve aspecten van de intensivering van de wetenschappelijke samenwerking tussen de EU en Rusland moeten worden erkend, moet worden opgeroepen tot verdere uitgebreide analyses van de effecten (bijv. met betrekking tot de veiligheid) van de mogelijke betrokkenheid van Rusland bij de zevende kaderprogramma’s;

al) er moeten informele richtsnoeren worden ontwikkeld voor de manier waarop de betrekkingen tussen de EU en Rusland zouden kunnen worden ondersteund door de beginselen van solidariteit en wederzijdse verantwoording, met het oog op de ontwikkeling van een meer eenvormig en samenhangend beleid ten aanzien van Rusland,

2.  verzoekt de Raad en de Commissie het Europees Parlement en zijn Commissie buitenlandse zaken regelmatig en volledig op de hoogte te houden van het verloop van de onderhandelingen en herinnert hen eraan dat de PSO door het EP moet worden goedgekeurd;

3.  hecht groot belang aan de versterking van de wederzijdse verdragsverbintenissen door een spoedige sluiting van een PSO en de toetreding van Rusland tot de WTO;

4.  verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede – ter informatie – aan de Doema, de regering en de president van de Russische Federatie.

(1)

PB L 327 van 28.11.1997, blz. 1.

(2)

Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0336.

(3)

Aangenomen teksten, P6_TA-PROV(2008)0642.

(4)

Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0105.

(5)

PB C 76 E van 27.3.2008, blz. 95.

(6)

Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0309.

(7)

PB C 313 E van 20.12.2006, blz. 271.

(8)

PB C 282 E van 6.11.2008, blz. 329..

(9)

PB C 317 E van 23.12.2006, blz. 474.

(10)

PB C 117 E van 18.5.2006, blz. 235.

(11)

PB C 146 E van 12.6.2008, blz. 95.

(12)

Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0396.

(13)

Aangenomen teksten, P6_TA(2007)0413.

(14)

Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0017.

(15)

Aangenomen teksten, P6_TA(2008)0016.


ONTWERPAANBEVELING (B6‑0373/2007) (1.10.2007)

overeenkomstig artikel 114, lid 1 van zijn Reglement

van Janusz Onyszkiewicz, namens de ALDE-Fractie

betreffende de betrekkingen tussen de EU en Rusland

Het Europees Parlement,

–    gezien de onderhandelingen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en Rusland,

–    gezien de komende Russische parlementsverkiezingen in december 2007 en de presidentsverkiezingen in het voorjaar van 2008,

–    gezien de aanzienlijke uitdagingen die er voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland bestaan, en de toenemend autoritaire tendensen die zich niet alleen in Rusland zelf, maar ook in de externe betrekkingen van dat land manifesteren,

–    gelet op artikel 114, lid 1 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Rusland van enorm belang is voor de stabiliteit en welvaart in Europa en de wereld,

B.   overwegende dat de EU herhaaldelijk heeft onderstreept dat zij zich engageert voor de totstandbrenging van een strategisch partnerschap met Rusland op basis van democratische waarden,

C.  overwegende dat er in toenemende mate behoefte is aan een sterk, robuust en globaal beleid van de EU ten aanzien van Rusland,

1.   beveelt de Raad het volgende aan:

      a)   te blijven werken aan een oplossing voor de handelskwesties die momenteel het begin van de onderhandelingen over een nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en Rusland blokkeren;

      b)   een duidelijke strategie uit te stippelen om te bepalen hoe Rusland ertoe kan worden gebracht de democratische spelregels beter toe te passen en de fundamentele waarden sterker te eerbiedigen – de gemeenschappelijke waarden die de basis moeten vormen voor de toekomstige betrekkingen;

      c)   te blijven ijveren voor de toetreding van Rusland tot de WTO en de aanvaarding door dat land van moderne investerings- en bedrijfsregelingen als sturende beginselen voor een werkelijk onafhankelijke particuliere sector;

      d)   zich te blijven inzetten voor het vooruitzicht dat Rusland zich bij het energiehandvest aansluit, en voor een positief resultaat van het ratificatieproces;

2.   verzoekt zijn Voorzitter deze aanbeveling te doen toekomen aan de Raad en – ter informatie – aan de Commissie, alsmede aan de lidstaten, de Doema en de Russische regering.


ADVIES van de Commissie internationale handel (17.7.2008)

aan de Commissie buitenlandse zaken

inzake de betrekkingen tussen de EU en Rusland

(2008/2104(INI))

Rapporteur voor advies: Eugenijus Maldeikis

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  merkt op dat de betrekkingen tussen de EU en Rusland een groot economisch potentieel hebben, dat beide partijen van verdergaande economische integratie en goed nabuurschap kunnen profiteren en dat de samenwerking tussen de EU en Rusland in belangrijke mate bijdraagt tot stabiliteit op alle terreinen waar sprake is van gemeenschappelijke of elkaar overlappende belangen;

2.  merkt op dat Rusland met een aandeel van 7,3% in de totale EU-handel de op twee na grootste handelspartner is van de Europese Unie en dat de Europese Unie met een aandeel van 52,9% in de Russische handel de belangrijkste handelspartner is van Rusland;

3.  verwelkomt de totstandkoming van een onderhandelingsmandaat, en beschouwt het aangaan van een nieuwe overeenkomst als van hoge prioriteit; roept in herinnering dat de EU en Rusland dienen te streven naar een strategisch duurzaam en langdurig partnerschap, dat gebaseerd is op gedeelde waarden, democratie en mensenrechten en op de beginselen van wederkerigheid, transparantie, voorspelbaarheid, betrouwbaarheid, non-discriminatie en verantwoord overheidshandelen en dat dient ter versterking van de samenwerking op met name het gebied van energie en handel;

4.  wijst er nogmaals op dat de EU en de lidstaten gezamenlijk een gemeenschappelijk en coherent beleid moeten ontwikkelen met betrekking tot de economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Rusland, met name op het gevoelig liggende gebied van energie, waarbij een eenzijdige en bevooroordeelde benadering dient te worden vermeden en dat de specifieke overeenkomsten tussen de lidstaten van de EU en Rusland moeten bijdragen aan de behartiging van de gehele EU-belangen inzake energiezekerheid;

5.  is van oordeel dat de beginselen, doelstellingen, middelen en beleidsaspecten voor de ontwikkeling van de betrekkingen tussen Rusland en de EU in de nieuwe overeenkomst op een pragmatische wijze moeten worden herzien, om de rechtsorde, de mensenrechten, de dialoog en wederzijdse belangen te bevorderen;

6.  is van mening dat naast de onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst tussen de EU en Rusland, de toetreding van Rusland tot de WTO een prioriteit dient te blijven voor de EU;

7.  is van mening dat de toekomstige Russische toetreding tot de WTO van groot belang is voor de toekomstige economische betrekkingen tussen de EU en Rusland, omdat deze een verdergaande economische integratie tussen de EU en Rusland mogelijk maakt; verzoekt de Commissie ernaar te streven na de toetreding van Rusland tot de WTO een vergaande en allesomvattende vrijhandelsovereenkomst tot stand te brengen, die betrekking heeft op alle relevante vraagstukken in verband met de handel in goederen, diensten en investeringen, ook op energiegebied, waarin eerder afgesproken doelstellingen verder worden ontwikkeld; roept ertoe op in een handelsovereenkomst met Rusland sociale en milieuclausules op te nemen, met inbegrip van ratificatie en naleving van de belangrijkste normen van de Internationale Arbeidsorganisatie;

8.  dringt er bij Rusland op aan om oplossingen te vinden voor openstaande kwesties die in bilaterale en multilaterale verbanden moeten worden besproken, waaronder de uitvoering van reeds gesloten bilaterale overeenkomsten zoals de overeenkomst met de EG van 21 mei 2004 ter afsluiting van de onderhandelingen over een bilaterale markttoegang met het oog op de toetreding van de Russische Federatie tot de WTO;

9.  dringt er bij de Russische autoriteiten op aan om het investerings- en bedrijfsklimaat en de concurrentieverhoudingen in Rusland te verbeteren; onderstreept hoe belangrijk het in dit verband is niet-discriminerende, transparante en voorspelbare randvoorwaarden te versterken, de bescherming van buitenlandse investeringen conform de internationaal erkende OESO-normen te vervolmaken, de wetgeving en rechtshandhaving met betrekking tot de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom te verbeteren en het justitiële apparaat te hervormen, zodat intellectuele eigendomsrechten effectief worden beschermd en snellere strafrechtelijke procedures worden gewaarborgd; dringt er bij de Russische regering op aan om haar douaneprocedures verder te stroomlijnen, te standaardiseren en te automatiseren;

10. benadrukt dat het bedrijven over en weer gemakkelijker moet worden gemaakt om zich te vestigen en werkzaamheden te verrichten; merkt op dat de Europese Unie openstaat voor investeringen vanuit Rusland, zoals blijkt uit de toename van het aantal Russische bedrijven in de EU, met name in de energie- en staalsector; dringt er derhalve op aan dat aan buitenlandse bedrijven die in Rusland in de grondstoffensector werkzaam zijn, dezelfde toegang wordt gegarandeerd als aan lokale bedrijven;

11. herinnert eraan dat de belangrijkste openstaande kwesties voor de EU de uitvoerrechten en spoorwegtarieven betreffen maar ook verband houden met de toekomstige stabiliteit en voorspelbaarheid van het systeem; onderstreept het belang van de uitbreiding van de handel in agrarische producten en voedingsmiddelen tussen Rusland en de EU; benadrukt in dit verband dat aan beide zijden voortgang dient te worden geboekt bij de naleving van standaardvereisten en geautomatiseerde douaneformaliteiten teneinde de wederzijdse handel en het grensoverschrijdend vervoer te bevorderen; wijst met nadruk op de noodzaak voor Rusland om zijn sanitaire en fytosanitaire vereisten met betrekking tot melk-, graan- en vleesproducten te harmoniseren.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

15.7.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

3

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Graham Booth, Daniel Caspary, Françoise Castex, Christofer Fjellner, Béla Glattfelder, Ignasi Guardans Cambó, Jacky Hénin, Syed Kamall, Caroline Lucas, Marusya Ivanova Lyubcheva, Erika Mann, Helmuth Markov, Georgios Papastamkos, Tokia Saïfi, Peter Šťastný, Robert Sturdy, Daniel Varela Suanzes-Carpegna, Iuliu Winkler, Corien Wortmann-Kool

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Jean-Pierre Audy, Eugenijus Maldeikis, Rovana Plumb, Salvador Domingo Sanz Palacio, Carl Schlyter, Zbigniew Zaleski

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Emanuel Jardim Fernandes, Francesco Ferrari


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (12.2.2009)

aan de Commissie buitenlandse zaken

inzake de betrekkingen tussen de EU en Rusland

(2008/2104(INI))

Rapporteur voor advies: Cristina Gutiérrez-Cortines

SUGGESTIES

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie buitenlandse zaken onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  benadrukt de behoefte aan versterkte samenwerking en goede nabuurschapsrelaties in de context van strategische betrekkingen tussen de EU en Rusland, gebaseerd op stabiliteit, samenwerking en goede handelsgebruiken, met inbegrip van transparantie, zoals tot uiting zal komen in de nieuwe partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waar momenteel over onderhandeld wordt – met bijzondere aandacht voor energie, onderzoek en innovatie, milieu en leefbaarheid;

2.  wijst op het belang van democratie, burgerrechten, mensenrechten, rechten van etnische minderheden, alsmede vrijheid van meningsuiting voor de toekomst van Rusland; verzoekt de Europese Commissie ervoor te zorgen dat deze waarden in de kern van enige toekomstige overeenkomst met de Russische Federatie voorkomen;

3.  roept de Commissie en lidstaten op ervoor te zorgen dat alle ondernemingen uit de Europese Unie die handelsrelaties met ondernemingen in de Russische Federatie onderhouden, of op haar grondgebied actief zijn, Europese normen en waarden uitdragen;

4.  benadrukt dat Rusland een grote en dynamische afzetmarkt voor EU-producten en ‑diensten vormt – de Russische energiesector biedt overal in de verwerkingsketen tal van investeringsmogelijkheden; benadrukt daarom het grote belang van voortzetting van de versterkte dialoog met Rusland binnen de bestaande energiedialoog, gezien de toegenomen wederzijdse afhankelijkheid, nu Rusland in 25% van de EU-behoefte aan aardolie en gas voorziet en de EU meer dan 50% van Ruslands olie- en gasexport voor haar rekening neemt;

5.  benadrukt dat samenwerking op het gebied van energie gebaseerd dient te zijn op de beginselen van het Verdrag inzake het Energiehandvest (EHV) – met name die van mondiale energiezekerheid, evenwicht tussen de belangen van consumerende en producerende landen, wederkerigheid ten aanzien van toegang tot investeringen, markten en infrastructuur – alsmede op non-discriminatie, transparantie en behoorlijk bestuur; verzoekt de Commissie om de ratificatie van het EHV door Rusland tot een van de belangrijkste doelstellingen van de onderhandelingen over de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst te maken; moedigt de Commissie aan te blijven werken aan de toetreding van Rusland tot de WTO; benadrukt bovendien de noodzaak om te werken aan een internationaal rechtskader met regels die zowel gasproducenten als –leveranciers ertoe verplichten zorg te dragen voor betrouwbare en voorspelbare leveringen;

6.  roept Rusland en Oekraïne op samen te werken om met spoed te komen tot een eerlijke langetermijnoplossing voor de recente geschillen, die ernstige en aanzienlijke negatieve gevolgen hebben gehad voor de gaslevering aan de EU; benadrukt dat het noodzakelijk is dat de Raad en de Commissie blijven bemiddelen tussen de twee partijen, teneinde snel een oplossing te bereiken; is van mening dat toegang tot energie een mensenrecht is en dat energieleveringen niet mogen worden ingezet als politiek wapen;

7.  onderstreept in dit verband de noodzaak om zich te verzekeren van toegang tot gediversifieerde energiebronnen en de energiezekerheid en -efficiëntie te versterken; benadrukt het belang van de mededingingsregels van de EU als basis voor investeringen en handel; onderstreept de noodzaak gebruik te maken van de particuliere sector om de energielevering te waarborgen en te handhaven; verzoekt de Commissie en de Raad om tijdens onderhandelingen met Rusland het belang van de geplande Nabucco-gaspijpleiding voor de EU en het feit dat de EU gekant is tegen activiteiten die de aanleg in gevaar kunnen brengen, te benadrukken; is van mening dat het, gezien de huidige situatie, voor de EU van cruciaal belang is om de voortgang van de verwezenlijking van alle nieuwe pijpleidingprojecten, zoals Nabucco, South Stream en TGI, te versnellen; benadrukt dat het voor de EU noodzakelijk is om overwegingen in verband met de energiezekerheid sterk te integreren in haar aanpak van de nasleep van het conflict tussen Rusland en Georgië van 2008;

8.  merkt op dat Rusland al een federale wet heeft aangenomen inzake hernieuwbare energiebronnen; verzoekt de Russische Federatie de ontwikkeling van haar hernieuwbare-energiesector op duurzame en milieuvriendelijke wijze te ondersteunen en gebruik te maken van de beschikbare duurzame hulpbronnen;

9.  merkt op dat exploitatie van energiereserves en de daarmee verband houdende infrastructuur grote gevolgen zullen hebben voor de plaatselijke omgeving en inwoners; roept de Commissie op om Rusland te verzoeken ervoor te blijven zorgen dat de exploitatie met milieueffectbeoordelingen en beoordelingen van de gevolgen voor de in de betrokken gebieden wonende bevolking gepaard gaat, en om het recht van deze personen te garanderen om hun traditionele banden met het land in stand te houden; moedigt de Commissie aan de samenwerking op het gebied van energie voort te zetten teneinde eerlijke en toegankelijke energie te waarborgen voor de volkeren aan beide zijden; roept de Russische Federatie op te garanderen dat alle lopende en geplande olie- en gasprojecten op haar grondgebied voldoen aan strenge milieunormen;

10. roept de Commissie op samen te werken met Rusland om het beheer van zijn kernafval en de nucleaire veiligheid te verbeteren; moedigt de Commissie aan ook nauw te blijven samenwerken met Rusland met betrekking tot nucleaire veiligheidsnormen;

11. onderstreept dat er bij de onderhandelingen tussen de EU en Rusland bijzondere aandacht dient te worden gegeven aan de ecologische gevolgen van de Nord Stream-gaspijpleiding;

12. roept de Commissie en de lidstaten met het oog op de impact van klimaatverandering en de immense kosten die uit passiviteit voort zouden komen op om de dialoog met de autoriteiten van de Russische Federatie te intensiveren in aanloop naar de conferentie van Kopenhagen in 2009 met het oog op onderhandelingen over een post-Kyotoverdrag en overeenstemming hierover;

13. roept Rusland op een actieve rol te spelen in toekomstige internationale onderhandelingen en een spoedig akkoord, uiterlijk in 2009, mogelijk te maken om continuïteit op de mondiale koolstofmarkt te waarborgen;

14. is verheugd over de deelname van de Russische Federatie aan de kaderprogramma’s van de Europese Unie; is van mening dat dit de weg vrijmaakt voor de doeltreffende inzet en ontwikkeling van belangrijke Russische personele en financiële hulpbronnen op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en innovatie, waarvan zowel Europa als Rusland zullen profiteren; dringt er bij de Commissie op aan naar manieren te zoeken om jonge onderzoekers en jonge ondernemers uit de Russische Federatie te stimuleren deel te nemen aan Europese onderzoeksprogramma’s en het Erasmus-programma voor jonge ondernemers;

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

12.2.2009

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Šarūnas Birutis, Jan Březina, Jerzy Buzek, Jorgo Chatzimarkakis, Giles Chichester, Dragoş Florin David, Pilar del Castillo Vera, Den Dover, Lena Ek, Nicole Fontaine, Adam Gierek, Norbert Glante, András Gyürk, Fiona Hall, David Hammerstein, Rebecca Harms, Ján Hudacký, Romana Jordan Cizelj, Pia Elda Locatelli, Eluned Morgan, Antonio Mussa, Angelika Niebler, Anni Podimata, Miloslav Ransdorf, Vladimír Remek, Herbert Reul, Teresa Riera Madurell, Paul Rübig, Andres Tarand, Britta Thomsen, Patrizia Toia, Catherine Trautmann, Nikolaos Vakalis, Alejo Vidal-Quadras, Dominique Vlasto

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Alexander Alvaro, Juan Fraile Cantón, Cristina Gutiérrez-Cortines, Eija-Riitta Korhola, John Purvis, Vladimir Urutchev


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

9.3.2009

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

16

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Vittorio Agnoletto, Christopher Beazley, André Brie, Elmar Brok, Marco Cappato, Véronique De Keyser, Jas Gawronski, Ana Maria Gomes, Klaus Hänsch, Jelko Kacin, Ioannis Kasoulides, Metin Kazak, Maria Eleni Koppa, Johannes Lebech, Francisco José Millán Mon, Philippe Morillon, Pasqualina Napoletano, Annemie Neyts-Uyttebroeck, Raimon Obiols i Germà, Janusz Onyszkiewicz, Ioan Mircea Paşcu, Alojz Peterle, Samuli Pohjamo, Bernd Posselt, Raül Romeva i Rueda, Christian Rovsing, Flaviu Călin Rus, Jacek Saryusz-Wolski, György Schöpflin, Hannes Swoboda, Konrad Szymański, Charles Tannock, Geoffrey Van Orden, Ari Vatanen, Marcello Vernola, Andrzej Wielowieyski, Jan Marinus Wiersma, Josef Zieleniec

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Giulietto Chiesa, Árpád Duka-Zólyomi, Glyn Ford, Marie Anne Isler Béguin, Gisela Kallenbach, Tunne Kelam, Evgeni Kirilov, Alexandru Nazare, Wojciech Roszkowski, Adrian Severin, Csaba Sándor Tabajdi

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Mieczysław Edmund Janowski, Ewa Tomaszewska

Juridische mededeling - Privacybeleid