Procedure : 2007/0097(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0215/2009

Ingediende teksten :

A6-0215/2009

Debatten :

PV 22/04/2009 - 12
CRE 22/04/2009 - 12

Stemmingen :

PV 23/04/2009 - 8.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0275

AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING     ***II
PDF 172kWORD 215k
2.4.2009
PE 418.416v02-00 A6-0215/2009

betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten (herschikking)

(11786/1/2008 – C6‑0016/2009 – 2007/0097(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Mathieu Grosch

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten (herschikking)

(11786/1/2008 – C6‑0016/2009 – 2007/0097(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (11786/1/2008 – C6‑0016/2009),

–   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2007)0264),

–   gelet op artikel 251, lid 2, van het EG-Verdrag,

–   gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme (A6‑0215/2009),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Amendement  1

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Overweging 5 bis (nieuw)

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Amendement

 

(5 bis) Controles langs de weg moeten zonder directe of indirecte discriminatie op grond van nationaliteit, wegvervoeronderneming of het land van vestiging van de wegvervoeronderneming of van de voertuigregistratie worden uitgevoerd.

Motivering

Controles langs de weg zijn essentieel voor een effectieve uitvoering.

Amendement  2

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Overweging 19 bis (nieuw)

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Amendement

 

(19 bis) Om het toerisme en het gebruik van milieuvriendelijke vervoerswijzen te bevorderen moet Verordening (EG) nr. 561/2006 worden gewijzigd zodat bestuurders die een internationale ongeregelde vervoersdienst verrichten met een bus of touringcar de wekelijkse rusttijd voor maximaal 12 opeenvolgende perioden van 24 uur mogen uitstellen als het gaat om personenvervoersactiviteiten die geen continue lange rijtijden inhouden. Deze mogelijkheid mag alleen worden toegestaan onder zeer strikte voorwaarden die de verkeersveiligheid waarborgen en rekening houden met de arbeidsomstandigheden van bestuurders, onder meer de verplichting om onmiddellijk voor en na deze dienst wekelijkse rusttijden te nemen. De Commissie moet nauwlettend volgen welk gebruik van deze mogelijkheid wordt gemaakt. Als de feitelijke situatie die deze afwijking rechtvaardigt aanzienlijk verandert, en de afwijking tot een verslechtering van de verkeersveiligheid leidt, moet de Commissie adequate maatregelen nemen.

Motivering

De herinvoering van de 12-urenregel is gebaseerd op een akkoord met de sociale partners. Deze is van groot belang voor de verkeersveiligheid, de behoeften van de bestuurders, de bedrijfsmatige behoeften van ondernemingen, strookt beter met de gemiddelde duur van een busreis en is daarom ook in het belang van de passagiers.

Amendement  3

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Artikel 6 – lid 6 – alinea 1

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Amendement

6. De exploitant van geregeld vervoer mag extra voertuigen gebruiken om het hoofd te bieden aan tijdelijke en uitzonderlijke omstandigheden.

6. De exploitant van geregeld vervoer mag extra voertuigen gebruiken om het hoofd te bieden aan tijdelijke en uitzonderlijke omstandigheden. Deze extra voertuigen mogen alleen worden gebruikt onder dezelfde voorwaarden als die welke worden vermeld in de in lid 3 bedoelde vergunning.

Motivering

Misbruik moet voorkomen worden door de exploitant te verplichten de lidstaat waar de plaats van vertrek is gelegen te informeren dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. Anders zou de exploitant telkens een beroep kunnen doen op uitzonderlijke omstandigheden en zou er geen vorm van controle zijn.

Amendement  4

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Artikel 8 – lid 4 – alinea 2

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Amendement

In de gevallen waarin een bestaande internationale vervoersdienst met touringcars en met autobussen de levensvatbaarheid van een vergelijkbare vervoersdienst op de betrokken directe trajecten waarop een of meer openbaredienstovereenkomsten van toepassing zij die in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving ernstig in het gedrang brengt, kan een lidstaat, met instemming van de Commissie, de vergunning voor internationaal vervoer met touringcars en autobussen schorsen of intrekken nadat de vervoerder met 6 maanden is opgezegd.

In de gevallen waarin een bestaande internationale vervoersdienst met touringcars en met autobussen de levensvatbaarheid van een vergelijkbare vervoersdienst op de betrokken directe trajecten waarop een of meer openbaredienstovereenkomsten van toepassing zij die in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving ernstig in het gedrang brengt, om uitzonderlijke redenen die op het moment van de verlening van de vergunning niet konden worden voorzien, kan een lidstaat, met instemming van de Commissie, de vergunning voor internationaal vervoer met touringcars en autobussen schorsen of intrekken nadat de vervoerder met 6 maanden is opgezegd

Motivering

De exploitanten moeten zich kunnen verlaten op de vergunning die zij krijgen zonder dat ze bang hoeven te zijn deze kwijt te raken. De autoriteit zou erg inconsistent zijn als de vergunning wordt verleend en vervolgens weer ingetrokken.

Amendement  5

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Artikel 22 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Amendement

In geval van een ernstige inbreuk op de communautaire wetgeving inzake vervoer over de weg die in een lidstaat wordt gepleegd of geconstateerd, met name wat betreft de normen voor de voertuigen, de rij- en rusttijden van de bestuurders en het zonder vergunning verrichten van parallel of tijdelijk vervoer als bedoeld in artikel 5, lid 1, vijfde alinea, nemen de bevoegde instanties van de lidstaat waar de vervoerder die de inbreuk heeft gepleegd is gevestigd, passende maatregelen om hieraan gevolg te geven, hetgeen onder meer kan leiden tot het opleggen van de volgende bestuursrechtelijke sancties:

In geval van een ernstige inbreuk op de communautaire wetgeving inzake wegvervoer die in een lidstaat wordt gepleegd of geconstateerd, met name wat betreft de normen voor de voertuigen, de rij- en rusttijden van de bestuurders en het zonder vergunning verrichten van parallel of tijdelijk vervoer als bedoeld in artikel 5, lid 1, vijfde alinea, geven de bevoegde instanties van de lidstaat waar de vervoerder die de inbreuk heeft gepleegd is gevestigd, een waarschuwing, als hierin voorzien is in de nationale wetgeving, en nemen passende maatregelen om gevolg aan de geconstateerde inbreuk te geven, hetgeen onder meer kan leiden tot het opleggen van de volgende bestuursrechtelijke sancties:

Motivering

De lidstaten moeten eerst een waarschuwing afgeven voordat zij bestuursrechtelijke sancties opleggen. Gezien het feit dat niet alle lidstaten over waarschuwingsmechanismen beschikken, wordt sterk aangeraden dat zij deze invoeren. De waarschuwing is van belang om te zorgen dat de wetgeving strookt met het principe van evenredigheid.

Amendement  6

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Artikel 22 – lid 2 – alinea 1

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Amendement

2. De bevoegde instanties van de lidstaat van vestiging delen de bevoegde instanties van de lidstaat waarin de inbreuken zijn geconstateerd, zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee maanden na hun definitieve besluit in de zaak mee welke van de in de lid 1 vastgestelde sancties zijn opgelegd.

2. De bevoegde instanties van de lidstaat van vestiging delen de bevoegde instanties van de lidstaat waarin de inbreuken zijn geconstateerd, zo spoedig mogelijk en uiterlijk zes weken na hun definitieve besluit in de zaak mee welke van de in de lid 1 vastgestelde sancties zijn opgelegd.

Motivering

De communicatie tussen de lidstaten moet zo snel mogelijk verlopen. Van de lidstaat van vestiging mag verwacht worden dat hij de informatie binnen een maand meedeelt. Dit is niet alleen belangrijk om dubbele sancties te vermijden maar ook met het oog op de rechtszekerheid.

Amendement  7

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Artikel 23 – lid 1 – alinea 1 – inleidende formule

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Amendement

Wanneer de bevoegde instanties van een lidstaat kennis nemen van een ernstige inbreuk op deze verordening of op de communautaire wetgeving inzake vervoer over de weg door een niet-ingezeten vervoerder, geeft de lidstaat op wiens grondgebied de inbreuk is vastgesteld, zo spoedig mogelijk en uiterlijk twee maanden na hun definitieve besluit ter zake de volgende informatie door aan de bevoegde instanties van de lidstaat van vestiging van de vervoerder:

Wanneer de bevoegde instanties van een lidstaat kennis nemen van een ernstige inbreuk op deze verordening of op de communautaire wetgeving inzake vervoer over de weg die aan een niet-ingezeten vervoerder toe te schrijven zijn, geeft de lidstaat op wiens grondgebied de inbreuk is vastgesteld, zo spoedig mogelijk en uiterlijk zes weken na kennis te hebben genomen van de inbreuk de volgende informatie door aan de bevoegde instanties van de van de lidstaat van vestiging:

Motivering

De communicatie tussen de lidstaten moet zo snel mogelijk verlopen. Van de lidstaat van vestiging mag verwacht worden dat hij de informatie binnen een maand meedeelt. Dit is niet alleen belangrijk om dubbele sancties te vermijden maar ook met het oog op de rechtszekerheid.

Amendement  8

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Artikel 25 – lid 1

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Amendement

1. De lidstaten mogen bilaterale en multilaterale overeenkomsten sluiten met het oog op een ruimere liberalisering van het vervoer dat onder deze verordening valt, met name voor wat betreft de vergunningregeling en de vereenvoudiging of de afschaffing van controledocumenten.

1. De lidstaten mogen bilaterale en multilaterale overeenkomsten sluiten met het oog op een ruimere liberalisering van het vervoer dat onder deze verordening valt, met name voor wat betreft de vergunningregeling en de vereenvoudiging of de afschaffing van controledocumenten, met name in grensstreken.

Motivering

Sommige lidstaten hebben grensstreken die intensieve economische verbindingen met elkaar hebben en een druk grensoverschrijdend verkeer. Zij moeten de mogelijkheid hebben om minder beperkende regels in te voeren en de administratieve belasting zo gering mogelijk te houden.

Amendement  9

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Artikel 28 bis (nieuw)

Verordening (EG) 561/2006

Artikel 8 – lid 6 bis (nieuw)

 

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Amendement

 

Artikel 28 bis

Wijziging van Verordening (EEG) nr. 561/2006

 

In Verordening (EEG) nr. 561/2006 wordt het volgende lid ingevoegd:

 

“6bis. In afwijking van lid 6 mag een bestuurder die een incidentele eenmalige dienst inzake het internationale vervoer van passagiers verricht, als omschreven in Verordening (EG) nr. …/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten (herschikking)*+, de wekelijkse rusttijd voor maximaal 12 opeenvolgende perioden van 24 uur na een eerdere normale wekelijkse rusttijd uitstellen, mits

 

a) de dienst ten minste 24 uur omvat in een andere lidstaat of ander derde land, waarop deze verordening van toepassing is, dan het land waar de vervoersdienst begon, en

 

b) de bestuurder na gebruikmaking van de afwijking

 

(i) of twee normale wekelijkse rusttijden neemt.

 

(ii) of één normale wekelijkse rusttijd en één verkorte wekelijkse rusttijd van ten minste 24 uur. De verkorting moet evenwel worden gecompenseerd door een equivalente periode van rust die voor het einde van de derde week na de betrokken week in haar geheel moet worden genomen, en

 

c) na 1 januari 2014 het betreffende voertuig is uitgerust met controleapparatuur die voldoet aan de eisen die worden genoemd in Bijlage I B van Verordening (EEG) nr. 3821/85, en

 

d) na 1 januari 2014 het betreffende voertuig, ingeval de rit wordt afgelegd tussen 22.00-6.00 uur, dubbel bemand is, of de in artikel 7 bedoelde rijperiode beperkt is tot drie uur."

 

De Commissie volgt nauwlettend welk gebruik van deze afwijking wordt gemaakt om ervoor te zorgen dat zeer strikte voorwaarden inzake de verkeersveiligheid in acht worden genomen, in het bijzonder door te controleren dat de totale bij elkaar opgetelde rijtijd gedurende deze periode die onder de afwijking valt niet buitensporig is. Uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening stelt de Commissie een verslag op waarin de gevolgen van de afwijking voor de verkeersveiligheid alsmede de sociale aspecten ervan worden geëvalueerd. Als de Commissie dit nodig acht stelt zij een wijziging van deze verordening voor.

 

* PB L

 

+ PB: gelieve nummer, datum en PB van de verordening in te vullen

Motivering

De herinvoering van de 12-urenregel is gebaseerd op een akkoord met de sociale partners. Deze is van groot belang voor de verkeersveiligheid, de behoeften van de bestuurders, de bedrijfsmatige behoeften van ondernemingen, strookt beter met de gemiddelde duur van een busreis en is daarom ook in het belang van de passagiers.

Amendement  10

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Artikel 30 – alinea 2

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

Amendement

Zij is van toepassing te rekenen van ...*

Zij is van toepassing met ingang van …* met uitzondering van artikel 28 bis, dat van toepassing is zes maanden na de inwerkingtreding van de verordening.

______________

*gelieve datum twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening in te vullen.

______________

*gelieve datum twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening in te vullen.

Motivering

De voorschriften van deze verordening zijn noodzakelijk en moeten zo snel mogelijk worden ingevoerd. 1 januari 2010 is een realistische datum, die enerzijds niet te vroeg is zodat de lidstaten voldoende tijd hebben om de noodzakelijke regelgeving vast te leggen, en anderzijds niet te laat is.

(1)

Aangenomen teksten van 5.6.2008, P6_TA(2008)0249.


TOELICHTING

Inleiding

De oorspronkelijke bedoeling van het Commissievoorstel was touringcars en autobussen te vereenvoudigen door twee verordeningen te vervangen door één. Verordening (EEG) nr. 684/92 regelt de toegang tot de markt van internationaal personenvervoer met touringcars en autobussen en Verordening (EG) nr. 12/98 stelt de voorwaarden vast waaronder vervoersondernemers diensten mogen exploiteren in een lidstaat waar zij niet zijn gevestigd.

Onderzoek naar de werking van de beide verordeningen en inbreng van belanghebbenden suggereerden dat één gemeenschappelijk pakket voorschriften voor beide gebieden in een herziene verordening meer duidelijkheid zou scheppen en de bureaucratische rompslomp verminderen. Het voorstel van de Commissie voor een verordening verduidelijkt in het bijzonder het toepassingsgebied van de wetgeving, die op al het internationaal vervoer van toepassing zou zijn; introduceert nieuwe bepalingen om de communautaire vergunning de standaardiseren; stroomlijnt procedures voor het afgeven van vergunningen voor internationale vervoersdiensten; en laat de cabotagebepalingen van de bestaande wetgeving grotendeels ongewijzigd.

Eerste lezing door het Parlement

Het Parlement was voldaan over de voorgestelde verordening en ging akkoord met het uitgangspunt dat er een eenvoudiger en duidelijker wetgeving nodig was. Op een aantal gebieden nam het Parlement echter amendementen aan om het voorstel van de Commissie niet zozeer radicaal te veranderen alswel te versterken. Met betrekking tot regelmatige grensoverschrijdende diensten op korte afstanden moesten de lidstaten de mogelijkheid hebben om de vergunningenprocedure niet toe te passen. Het Parlement wilde ook wijzigingen opnemen om cabotagevervoer onder Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers te laten vallen. De mogelijkheid van vrijwaringsmaatregelen in geval van ernstige verstoring van de nationale vervoersmarkt was ook opgenomen in een amendement van het Parlement.

Maar in de eerste plaats meende het Parlement dat de lastige kwestie van uitstel van rusttijden voor bestuurders die internationale ongeregelde vervoersdiensten verrichten moest worden behandel en opgelost via een afwijkingsbepaling in de verordening. Het desbetreffende amendement dat het Parlement voorstelde weerspiegelde nauw het overeengekomen standpunt van de sociale partners op dit punt.

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

De Raad ging akkoord met 10 van de 31 amendementen van het Parlement, in sommige gevallen met een verbeterde formulering. Tussen de eerste lezing van het Parlement en de politieke overeenstemming die bereikt was in de Raad lag een betrekkelijk korte periode van acht dagen. Aangezien de politieke overeenstemming grotendeels weerspiegeld wordt in het Gemeenschappelijk standpunt van de Raad mogen we veronderstellen dat er ruimte is voor verdere overweging van het voorstel van de kant van de Raad.

Er zijn nog steeds verschillen van standpunt op belangrijke terreinen, waar de rapporteur op in wenst te gaan. Deze betreffen grensoverschrijdende diensten op de korte afstand en de mogelijkheid voor de lidstaten om deze van vergunning uit te sluiten. De Raad heeft evenmin positief gereageerd op noodzakelijke maatregelen bij gebeurtenissen die de nationale vervoersmarkt ernstig verstoren.

Tenslotte, - en dit is niet het minst belangrijke punt - heeft de Raad geen vooruitgang geboekt op het uitstel van rusttijden voor bestuurders die onregelmatige internationale diensten uitvoeren (12-dagenregel). Dit is een cruciaal punt dat moet worden opgelost.

Voorstel van de rapporteur

De rapporteur is van mening, na discussies tussen de Raad, de Commissie, rapporteur en schaduwrapporteurs, dat de Raad wellicht de noodzaak gaat inzien van vorderingen op die terreinen die niet bevredigend zijn opgelost. Hij meent dat de Raad, zo deze de amendementen van het Parlement in eerste lezing niet letterlijk kan aanvaarden, ten minste zou kunnen aangeven welke amendementen op bevredigende wijze de belangrijkste openstaande knelpunten regelen.

Daarom stelt hij voor het gemeenschappelijk standpunt van de Raad te aanvaarden om dat dit in wezen de visie van het Parlement weerspiegelt, maar met amendementen waaruit het standpunt van het Parlement blijkt over:

- diensten in grensregio's,

- efficiëntere samenwerking en snellere uitwisseling van informatie tussen lidstaten,

- de datum van toepassing van deze verordening,

- uitstel van de rusttijden (12 dagen-regel).

Het is mogelijk dat een omvattend akkoord kan worden bereikt over alle essentiële punten voor goedkeuring in tweede lezing van het Parlement, en de rapporteur zal in samenwerking met de schaduwrapporteurs zich inzetten voor dit resultaat.


PROCEDURE

Titel

Toegang tot de markt voor vervoersdiensten per reis- en autobus (herschikking)

Document- en procedurenummers

11786/1/2008 – C6-0016/2009 – 2007/0097(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

5.6.2008                     T6-0249/2008

Voorstel van de Commissie

COM(2007)0264 - C6-0147/2007

Datum bekendmaking ontvangst gemeenschappelijk standpunt

15.1.2009

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

15.1.2009

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Mathieu Grosch

19.1.2009

 

 

Behandeling in de commissie

16.2.2009

16.3.2009

 

 

Datum goedkeuring

31.3.2009

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

32

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gabriele Albertini, Paolo Costa, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Arūnas Degutis, Petr Duchoň, Saïd El Khadraoui, Robert Evans, Emanuel Jardim Fernandes, Francesco Ferrari, Mathieu Grosch, Georg Jarzembowski, Stanisław Jałowiecki, Timothy Kirkhope, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Sepp Kusstatscher, Jörg Leichtfried, Eva Lichtenberger, Marian-Jean Marinescu, Erik Meijer, Seán Ó Neachtain, Reinhard Rack, Ulrike Rodust, Gilles Savary, Brian Simpson, Dirk Sterckx, Ulrich Stockmann, Michel Teychenné, Silvia-Adriana Ţicău, Yannick Vaugrenard, Armando Veneto

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Philip Bradbourn, Jeanine Hennis-Plasschaert, Anne E. Jensen

Datum indiening

2.4.2009

Juridische mededeling - Privacybeleid