VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1692/2006 tot instelling van het tweede Marco Poloprogramma voor de toekenning van communautaire financiële bijstand om de milieuprestaties van het vrachtvervoerssysteem te verbeteren ("Marco Polo II")

    2.4.2009 - (COM(2008)0847 – C6‑0482/2008 – 2008/0239(COD)) - ***I

    Commissie vervoer en toerisme
    Rapporteur: Ulrich Stockmann

    Procedure : 2008/0239(COD)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A6-0217/2009
    Ingediende teksten :
    A6-0217/2009
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1692/2006 tot instelling van het tweede

    Marco Poloprogramma voor de toekenning

    van communautaire financiële bijstand om de milieuprestaties van het vrachtvervoerssysteem te verbeteren ("Marco Polo II")

    (COM(2008)0847 – C6‑0482/2008 – 2008/0239(COD))

    (Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2008)0847),

    –   gelet op artikel 251, lid 2 en de artikelen 71, lid 1 en 80, lid 2 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0482/2008),

    –   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme en het advies van de Begrotingscommissie (A6‑0217/2009),

    1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

    2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

    3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Overweging 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (3) Om deze groei het hoofd te kunnen bieden, moet nog meer dan nu het geval is, gebruik worden gemaakt van de korte vaart, het spoorvervoer en de binnenvaart en moeten verdere krachtige initiatieven uit de vervoers- en de logistieke sector worden gestimuleerd om nieuwe benaderingen en het gebruik van technische innovaties van onze vervoersmodaliteiten en het beheer ervan te bevorderen.

    (3) Om deze groei het hoofd te kunnen bieden, moet nog meer dan nu het geval is, gebruik worden gemaakt van de korte vaart, het spoorvervoer en de binnenvaart en moeten verdere krachtige initiatieven uit de vervoers- en de logistieke sector, met inbegrip van inlandterminals en andere platforms ter facilitering van de intermodaliteit, worden gestimuleerd om nieuwe benaderingen en het gebruik van technische innovaties van onze vervoersmodaliteiten en het beheer ervan te bevorderen.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Overweging 3 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (3 bis) De Europese Unie heeft tot taak milieuvriendelijker vormen van vervoer te bevorderen, ongeacht of deze een specifiek overhevelings- of ontwijkingseffect in het goederenvervoer over de weg tot gevolg hebben.

    Motivering

    Gezien de over het algemeen forse groei van het goederenvervoer lijkt het verstandig om milieuvriendelijker vervoerswijzen te bevorderen, ongeacht het overhevelings- en ontwijkingseffect dat daardoor kan worden bewerkstelligd.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Overweging 8

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (8) De drempels voor voorstellen om in aanmerking te komen voor steun moeten verlaagd worden en uitgedrukt worden in overgehevelde tonkilometers per jaar, behalve voor gemeenschappelijke leeracties. Er is geen verdere behoefte aan een speciale drempel voor verkeersvermijdingsacties en er wordt een minimale projectlooptijd vastgesteld voor dit soort projecten, alsmede katalysator- en "Snelwegen op zee"-projecten.

    (8) De drempels voor voorstellen om in aanmerking te komen voor steun moeten verlaagd worden en uitgedrukt worden in overgehevelde tonkilometers per jaar, behalve voor gemeenschappelijke leeracties. Deze drempels moeten worden berekend over de gehele periode van uitvoering van het project, zonder dat er een jaarlijks uitvoeringspercentage wordt vastgesteld. Er is geen verdere behoefte aan een speciale drempel voor verkeersvermijdingsacties en er wordt een minimale projectlooptijd vastgesteld voor dit soort projecten, alsmede katalysator- en "Snelwegen op zee"-projecten.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Artikel 1 – punt 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Artikel 4 – lid 1

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    "1. Acties moeten worden ingediend door ondernemingen die gevestigd zijn in de lidstaten of in deelnemende landen, zoals vermeld in leden 3 en 4 van artikel 3."

    "1. Acties moeten worden ingediend door ondernemingen of consortia die gevestigd zijn in de lidstaten of in deelnemende landen, zoals vermeld in artikel 3, leden 3 en 4."

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Artikel 1 – punt 5 bis (nieuw)

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Artikel 8

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    5 bis. Artikel 8 wordt vervangen door het volgende:

     

    Acties worden aan de Commissie voorgesteld overeenkomstig de ingevolge artikel 6 vastgestelde nadere voorschriften. Het voorstel bevat alle elementen waarover de Commissie moet beschikken om een selectie overeenkomstig artikel 9 te maken.

     

    Indien nodig verleent de Commissie aanvragers bijstand om de te doorlopen aanvraagprocedure te vergemakkelijken, bijvoorbeeld door middel van een online helpdesk.

    Motivering

    Veel MKB's ondervinden problemen om in het kader van Marco Polo een aanvraagprocedure op gang te brengen. De beschikbaarheid van technische bijstand tijdens de aanvraagprocedure voor Marco Polo, bijvoorbeeld via een helpdesk, zou dergelijke problemen kunnen helpen lenigen en ertoe kunnen leiden dat meer MKB's van Marco Polo gebruik maken.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Artikel 1 – punt 6 – letter -a (nieuw)

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Artikel 9 – alinea 1 – letter b

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (-a) In alinea 1 wordt punt (b) vervangen door het volgende:

     

    "(b) de in de desbetreffende kolom van bijlage I [...] opgenomen voorwaarden;"

    Motivering

    Aangezien bijlage II is geschrapt, kan er ook niet meer naar worden verwezen.

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Artikel 1 – punt 6 – letter a

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Artikel 9 – alinea 1 – letter d

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (a) In het eerste lid, punt (d), worden de woorden "de milieuverdiensten uit de voorgestelde acties" vervangen door "de milieuverdiensten uit de acties in termen van vermindering van externe kosten".

    (a) In het eerste lid, punt (d), wordt de zinsnede "de milieuverdiensten uit de voorgestelde acties" als volgt gewijzigd: "de relatieve milieuverdiensten uit de acties en de relatieve verdiensten uit de acties in termen van vermindering van externe kosten".

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Artikel 1 – punt 6 – letter b

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Artikel 9 – alinea 2

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    6 b. Artikel 9, lid 2, wordt vervangen door het volgende:

     

    "De Commissie neemt, na het in artikel 10 bedoelde comité daarvan in kennis te hebben gesteld, het besluit tot verlening van financiële bijstand."

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Artikel 1 – punt 7

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Artikel 14 – lid 2

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    "2. De Commissie legt aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's voor 30 juni 2011 een evaluatieverslag voor over de resultaten van het Marco Poloprogramma in de periode 2003-2009."

    "2. De Commissie doet het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een mededeling toekomen over de resultaten van het Marco Poloprogramma in de periode 2003-2010. Zij komt met deze mededeling voordat zij een voorstel voor een derde Marco Poloprogramma uitwerkt en houdt bij de formulering van dit voorstel rekening met de in de mededeling gedane constateringen."

    Motivering

    Ter voorbereiding op een derde Marco Poloprogramma is er behoefte aan een uitgebreide analyse van de tot dusver met het Marco Poloprogramma behaalde resultaten. Deze analyse dient het Europees Parlement bij wijze van mededeling te worden voorgelegd, en moet als discussiegrondslag fungeren voor een derde Marco Poloprogramma. De voor deze mededeling gehanteerde evaluatietermijn moet worden verlengd, zodat de effecten van de verordening bij de evaluatie kunnen worden betrokken.

    Amendement  10

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Artikel 1 – punt 7 bis (nieuw)

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Artikel 14 – lid 2 bis (nieuw)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    7 bis. Aan artikel 14 wordt een lid 2 bis toegevoegd:

     

    "2 bis. De in lid 2 bedoelde mededeling heeft met name betrekking op het volgende:

     

    - de effecten van Verordening (EG) nr. .../2008 van het Europees Parlement en de Raad van ... tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1692/2006 tot instelling van het tweede Marco Poloprogramma voor de toekenning van communautaire financiële bijstand om de milieuprestaties van het vrachtvervoerssysteem te verbeteren ("Marco Polo II"),

     

    - de ervaring die met het programmabeheer is opgedaan door het Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie (EACI),

     

    - de noodzaak om bij de vaststelling van de financieringsvoorwaarden naar gebruikt vervoermiddel te differentiëren op basis van veiligheid, milieuprestaties en energie-efficiëntie,

     

    - de effectiviteit van verkeersvermijdingsacties,

     

    - de noodzaak om in de toepassingsfase vraaggestuurde bijstand te organiseren onder inachtneming van de behoeften van kleine en microbedrijven in de transportsector,

     

    - de erkenning van economische recessies als een bijzondere reden om de looptijd van projecten te verlengen,

     

    - de productspecifieke verlaging van de drempels om voor steun in aanmerking te komen,

     

    - de mogelijkheid om de referentiewaarden voor de minimale subsidiedrempels voor ingediende projecten naast overgehevelde aantallen tonkilometer ook uit te drukken in termen van energie-efficiëntie en milieuvoordelen,

     

    - de wenselijkheid tot het betrekken van de vervoerseenheid bij de definitie van het begrip"vracht",

     

    - de beschikbaarheid van complete jaaroverzichten van gecofinancierde projecten,

     

    - de mogelijkheid om de samenhang tussen het Marco Poloprogramma, het logistieke actieplan en het TEN-T-programma te waarborgen door middel van passende maatregelen voor de coördinatie van de toewijzing van communautaire middelen, in het bijzonder voor de snelwegen op zee,

     

    - de mogelijkheid om in een derde land gemaakte kosten voor subsidiëring in aanmerking te laten komen, voor zover de actie is opgezet door bedrijven uit een lidstaat,

     

    - de noodzaak rekening te houden met de specifieke kenmerken van de binnenvaartsector en van de kleine en middelgrote ondernemingen die daarin actief zijn, bijvoorbeeld door middel van een specifiek programma voor de binnenvaartsector,

     

    - de mogelijkheid om het programma uit te breiden tot de buurlanden,

     

    - de mogelijkheid om het programma verder aan te passen voor de eiland- en archipellidstaten."

    Amendement  11

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 1. Financieringsvoorwaarden – Type actie: C. Modal shift – Artikel 5, lid 1, letter c – letter d

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (d) wanneer de actie afhankelijk is van diensten die worden verleend door derden die geen deel uitmaken van het consortium, verstrekt de indiener het bewijs dat voor de selectie van de betrokken diensten een transparante, objectieve en niet-discriminerende procedure is gevolgd.

    (d) wanneer de actie afhankelijk is van diensten die worden verleend door derde partijen bij de subsidieovereenkomst, verstrekt de indiener het bewijs dat voor de selectie van de betrokken diensten een transparante, objectieve en niet-discriminerende procedure is gevolgd.

    Amendement  12

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 1. Financieringsvoorwaarden – Type actie: A. Katalysator – Artikel 5, lid 1, letter a – letter f

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (f) wanneer de actie afhankelijk is van diensten die worden verleend door derden die geen deel uitmaken van het consortium, verstrekt de indiener het bewijs dat voor de selectie van de betrokken diensten een transparante, objectieve en niet-discriminerende procedure is gevolgd.

    (f) wanneer de actie afhankelijk is van diensten die worden verleend door derde partijen bij de subsidieovereenkomst, verstrekt de indiener het bewijs dat voor de selectie van de betrokken diensten een transparante, objectieve en niet-discriminerende procedure is gevolgd.

    Amendement  13

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 1. Financieringsvoorwaarden – Type actie: B. Snelwegen op zee – Artikel 5, lid 1, letter b – letter g

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (g) wanneer de MoS-actie afhankelijk is van diensten die worden verleend door derden die geen deel uitmaken van het consortium, verstrekt de indiener het bewijs dat voor de selectie van de betrokken diensten een transparante, objectieve en niet-discriminerende procedure is gevolgd.

    (g) wanneer de MoS-actie afhankelijk is van diensten die worden verleend door derde partijen bij de subsidieovereenkomst, verstrekt de indiener het bewijs dat voor de selectie van de betrokken diensten een transparante, objectieve en niet-discriminerende procedure is gevolgd.

    Amendement  14

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 1. Financieringsvoorwaarden – Type actie: D. Verkeersvermijding – Artikel 5, lid 1, letter d – letter f

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (f) Wanneer de verkeersvermijdingsactie afhankelijk is van diensten die worden verleend door derden die geen deel uitmaken van het consortium, verstrekt de indiener het bewijs dat voor de selectie van de betrokken diensten een transparante, objectieve en niet-discriminerende procedure is gevolgd.

    (f) Wanneer de verkeersvermijdingsactie afhankelijk is van diensten die worden verleend door derde partijen bij de subsidieovereenkomst, verstrekt de indiener het bewijs dat voor de selectie van de betrokken diensten een transparante, objectieve en niet-discriminerende procedure is gevolgd.

    Amendement  15

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 2 Intensiteit en reikwijdte van de financiering - Type actie A Katalysator – Artikel 5, lid 1, onder a) – letter a

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (a) De financiële bijstand van de Gemeenschap voor katalysatoracties is beperkt tot maximaal 35% van het totaalbedrag van de uitgaven die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de actie en voor de uitgaven die voortvloeien uit de actie. Deze uitgaven komen in aanmerking voor financiële bijstand van de Gemeenschap, voor zover zij rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van de actie. De voor steun in aanmerking komende kosten voor aanvullende infrastructuur mogen niet hoger zijn dan 10% van de totale voor steun in aanmerking komende kosten voor het project.

    (a) De financiële bijstand van de Gemeenschap voor katalysatoracties is beperkt tot maximaal 35% van het totaalbedrag van de uitgaven die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de actie en voor de uitgaven die voortvloeien uit de actie. Deze uitgaven komen in aanmerking voor financiële bijstand van de Gemeenschap, voor zover zij rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van de actie. De voor steun in aanmerking komende kosten voor aanvullende infrastructuur mogen niet hoger zijn dan 20% van de totale voor steun in aanmerking komende kosten voor het project.

    Amendement  16

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 2 Intensiteit en reikwijdte van de financiering - Type actie B. Snelwegen op zee – Artikel 5, lid 1, onder b) – letter a

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (a) De financiële bijstand van de Gemeenschap voor MoS-acties is beperkt tot maximaal 35% van het totaalbedrag van de uit de actie voortvloeiende uitgaven die noodzakelijk zijn om de doelstellingen ervan te verwezenlijken. Deze uitgaven komen in aanmerking voor financiële bijstand van de Gemeenschap, voor zover zij rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van de actie. De voor steun in aanmerking komende kosten voor aanvullende infrastructuur mogen niet hoger zijn dan 10% van de totale voor steun in aanmerking komende kosten voor het project.

    (a) De financiële bijstand van de Gemeenschap voor MoS-acties is beperkt tot maximaal 35% van het totaalbedrag van de uit de actie voortvloeiende uitgaven die noodzakelijk zijn om de doelstellingen ervan te verwezenlijken. Deze uitgaven komen in aanmerking voor financiële bijstand van de Gemeenschap, voor zover zij rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van de actie. De voor steun in aanmerking komende kosten voor aanvullende infrastructuur mogen niet hoger zijn dan 20% van de totale voor steun in aanmerking komende kosten voor het project.

    Amendement  17

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 2 Intensiteit en reikwijdte van de financiering - Type actie C. Modal Shift – Artikel 5, lid 1, onder c) – letter a

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (a) De financiële bijstand van de Gemeenschap voor modal-shiftacties is beperkt tot maximaal 35% van het totaalbedrag van de uit de actie voortvloeiende uitgaven die noodzakelijk zijn om de doelstellingen ervan te verwezenlijken. Deze uitgaven komen voor financiële bijstand van de Gemeenschap in aanmerking, voor zover zij rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van de actie. De voor steun in aanmerking komende kosten voor aanvullende infrastructuur mogen niet hoger zijn dan 10% van de totale voor steun in aanmerking komende kosten voor het project.

    (a) De financiële bijstand van de Gemeenschap voor modal-shiftacties is beperkt tot maximaal 35% van het totaalbedrag van de uit de actie voortvloeiende uitgaven die noodzakelijk zijn om de doelstellingen ervan te verwezenlijken. Deze uitgaven komen voor financiële bijstand van de Gemeenschap in aanmerking, voor zover zij rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van de actie. De voor steun in aanmerking komende kosten voor aanvullende infrastructuur mogen niet hoger zijn dan 20% van de totale voor steun in aanmerking komende kosten voor het project.

    Amendement  18

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 2 Intensiteit en reikwijdte van de financiering - Type actie D. Verkeersvermijding – Artikel 5, lid 1, onder d) – letter a

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (a) De financiële bijstand van de Gemeenschap voor verkeersvermijdingsacties is beperkt tot maximaal 35% van het totaalbedrag van de uit de actie voortvloeiende uitgaven die noodzakelijk zijn om de doelstellingen ervan te verwezenlijken. Deze uitgaven komen in aanmerking voor financiële bijstand van de Gemeenschap, voor zover zij rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van de actie. De voor steun in aanmerking komende kosten voor aanvullende infrastructuur mogen niet hoger zijn dan 10% van de totale voor steun in aanmerking komende kosten voor het project.

    (a) De financiële bijstand van de Gemeenschap voor verkeersvermijdingsacties is beperkt tot maximaal 35% van het totaalbedrag van de uit de actie voortvloeiende uitgaven die noodzakelijk zijn om de doelstellingen ervan te verwezenlijken. Deze uitgaven komen in aanmerking voor financiële bijstand van de Gemeenschap, voor zover zij rechtstreeks betrekking hebben op de uitvoering van de actie. De voor steun in aanmerking komende kosten voor aanvullende infrastructuur mogen niet hoger zijn dan 20% van de totale voor steun in aanmerking komende kosten voor het project.

    Amendement  19

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 3 Vorm en duur van de subsidieovereenkomst – Type actie: A Katalysator – Artikel 5, lid 1, onder a)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    De financiële bijstand van de Gemeenschap voor katalysatoracties wordt verleend op basis van subsidieovereenkomsten met de nodige bepalingen inzake sturing en monitoring. Normaliter is de maximale looptijd van deze overeenkomsten 62 maanden en de minimale looptijd 36 maanden. In het geval van buitengewone vertragingen in de uitvoering die door de begunstigde voldoende worden gerechtvaardigd, kan een uitzonderlijke verlenging met 6 maanden toegekend worden.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap voor katalysatoracties wordt verleend op basis van subsidieovereenkomsten met de nodige bepalingen inzake sturing en monitoring. Normaliter is de maximale looptijd van deze overeenkomsten 62 maanden en de minimale looptijd 36 maanden. In het geval van buitengewone vertragingen in de uitvoering bij voorbeeld als gevolg van een uitzonderlijke economische neergangdie door de begunstigde voldoende worden gerechtvaardigd, kan een uitzonderlijke verlenging met 6 maanden toegekend worden.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap kan na de beoogde maximumperiode van 62 maanden, of in uitzonderlijke gevallen 68 maanden, niet worden vernieuwd.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap kan na de beoogde maximumperiode van 62 maanden, of in uitzonderlijke gevallen 68 maanden, niet worden vernieuwd.

    Amendement  20

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 3 Vorm en duur van de subsidieovereenkomst – Type actie: B. Snelwegen op zee – Artikel 5, lid 1, onder b)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    De financiële bijstand van de Gemeenschap voor MoS-acties wordt verleend op basis van subsidieovereenkomsten met de nodige bepalingen inzake sturing en monitoring. Normaliter is de maximale looptijd van deze overeenkomsten 62 maanden en de minimale looptijd 36 maanden. In het geval van buitengewone vertragingen in de uitvoering die door de begunstigde voldoende worden gerechtvaardigd, kan een uitzonderlijke verlenging met 6 maanden toegekend worden.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap voor MoS-acties wordt verleend op basis van subsidieovereenkomsten met de nodige bepalingen inzake sturing en monitoring. Normaliter is de maximale looptijd van deze overeenkomsten 62 maanden en de minimale looptijd 36 maanden. In het geval van buitengewone vertragingen in de uitvoering bijvoorbeeld als gevolg van een uitzonderlijke economische neergang die door de begunstigde voldoende worden gerechtvaardigd, kan een uitzonderlijke verlenging met 6 maanden toegekend worden.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap kan na de beoogde maximumperiode van 62 maanden, of in uitzonderlijke gevallen 68 maanden, niet worden vernieuwd.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap kan na de beoogde maximumperiode van 62 maanden, of in uitzonderlijke gevallen 68 maanden, niet worden vernieuwd.

    Amendement  21

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 3 Vorm en duur van de subsidieovereenkomst – Type actie: C. Model Shift – Artikel 5, lid 1, onder c)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    De financiële bijstand van de Gemeenschap voor modal-shiftacties wordt verleend op basis van subsidieovereenkomsten. Normaliter is de maximale looptijd van deze overeenkomsten 38 maanden. In het geval van buitengewone vertragingen in de uitvoering die door de begunstigde voldoende worden gerechtvaardigd, kan een uitzonderlijke verlenging met 6 maanden toegekend worden.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap voor modal-shiftacties wordt verleend op basis van subsidieovereenkomsten. Normaliter is de maximale looptijd van deze overeenkomsten 38 maanden. In het geval van buitengewone vertragingen in de uitvoering bijvoorbeeld als gevolg van een uitzonderlijke economische neergang die door de begunstigde voldoende worden gerechtvaardigd, kan een uitzonderlijke verlenging met 6 maanden toegekend worden.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap kan na de beoogde maximumperiode van 38 maanden, of in uitzonderlijke gevallen 44 maanden, niet worden vernieuwd.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap kan na de beoogde maximumperiode van 38 maanden, of in uitzonderlijke gevallen 44 maanden, niet worden vernieuwd.

    Amendement  22

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 3 Vorm en duur van de subsidieovereenkomst – Type actie: D. Verkeersvermijding – Artikel 5, lid 1, onder d)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    De financiële bijstand van de Gemeenschap voor verkeersvermijdingsacties wordt verleend op basis van subsidieovereenkomsten met de nodige bepalingen inzake sturing en monitoring. Normaliter is de maximale looptijd van deze overeenkomsten 62 maanden en de minimale looptijd 36 maanden. In het geval van buitengewone vertragingen in de uitvoering die door de begunstigde voldoende worden gerechtvaardigd, kan een uitzonderlijke verlenging met 6 maanden toegekend worden.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap voor verkeersvermijdingsacties wordt verleend op basis van subsidieovereenkomsten met de nodige bepalingen inzake sturing en monitoring. Normaliter is de maximale looptijd van deze overeenkomsten 62 maanden en de minimale looptijd 36 maanden. In het geval van buitengewone vertragingen in de uitvoering bijvoorbeeld als gevolg van een uitzonderlijke economische neergang die door de begunstigde voldoende worden gerechtvaardigd, kan een uitzonderlijke verlenging met 6 maanden toegekend worden.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap kan na de beoogde maximumperiode van 62 maanden, of in uitzonderlijke gevallen 68 maanden, niet worden vernieuwd.

    De financiële bijstand van de Gemeenschap kan na de beoogde maximumperiode van 62 maanden, of in uitzonderlijke gevallen 68 maanden, niet worden vernieuwd.

    Amendement  23

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 4 Contractwaardedrempel – Type actie: B. Snelwegen op zee – Artikel 5, lid 1, onder b)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    De indicatieve minimale subsidiedrempel per MoS-actie komt overeen met 250 miljoen tonkilometer of het volume-equivalent modal shift daarvan per jaar, door te voeren over de volledige looptijd van de subsidiëringsovereenkomst

    De indicatieve minimale subsidiedrempel per MoS-actie komt overeen met 200 miljoen tonkilometer of het volume-equivalent modal shift daarvan per jaar, door te voeren over de volledige looptijd van de subsidiëringsovereenkomst

    Amendement  24

    Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

    Bijlage I – Financieringsvoorwaarden en -eisen overeenkomstig artikel 5, lid 2

    Verordening (EG) nr. 1692/2006

    Punt 4 Contractwaardedrempel – Type actie: C. Modal Shift – Artikel 5, lid 1, onder c)

     

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    De indicatieve minimale subsidiedrempel per modal-shiftactie komt overeen met 80 miljoen tonkilometer of het volume-equivalent modal shift daarvan per jaar, door te voeren over de volledige looptijd van de subsidiëringsovereenkomst. Modal-shiftacties die beogen een verschuiving naar de binnenvaart te bewerkstelligen, zijn onderworpen aan een speciale drempel van 17 miljoen tonkilometer of het volume-equivalent modal shift daarvan per jaar, door te voeren over de volledige looptijd van de subsidiëringsovereenkomst.

    De indicatieve minimale subsidiedrempel per modal-shiftactie komt overeen met 80 miljoen tonkilometer of het volume-equivalent modal shift daarvan per jaar, door te voeren over de volledige looptijd van de subsidiëringsovereenkomst. Modal-shiftacties die beogen een verschuiving naar de binnenvaart te bewerkstelligen, zijn onderworpen aan een speciale drempel van 25 miljoen tonkilometer of het volume-equivalent modal shift daarvan over de gehele periode van drie jaar.

    Motivering

    Verlaging van het door de Commissie vastgestelde bedrag om de participatie van de binnenvaart te bevorderen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met het feit dat nieuwe projecten in het eerste jaar van hun bestaan zelden een modal shift van 17 miljoen tonkilometer bewerkstelligen. Daarom moet de drempel worden vastgesteld voor een periode van drie jaar, met een minimale modal shift van in totaal 25 miljoen tonkilometer, in plaats van 3 x 17 miljoen tonkilometer.

    TOELICHTING

    Inleiding

    Verordening (EG) nr. 1692/2006 strekte tot invoering van het tweede Marco Poloprogramma betreffende de toekenning van communautaire financiële bijstand om de milieuprestaties van het vrachtvervoersysteem te verbeteren.

    Het doel van dit programma bestaat erin de congestie in het wegverkeer te verminderen, de milieuvriendelijkheid van het vervoerssysteem te verbeteren en de intermodaliteit te verhogen. Dit zal bijdragen tot een efficiënt en duurzaam verkeerssysteem, dat voor de Europese Unie toegevoegde waarde creëert, zonder een negatief effect te hebben op de economische, sociale en territoriale samenhang.

    Het programma loopt van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2013 en is erop gericht tegen het einde van de looptijd een modal shift te realiseren van een aanzienlijk deel van de verwachte jaarlijkse totale toename van het internationale goederenvervoer over de weg naar de korte vaart, het spoorvervoer en de binnenvaart, of naar een combinatie van vervoerswijzen waarbij de trajecten over de weg zo kort mogelijk zijn.

    De resultaten van de in 2008 gelanceerde oproep tot het indienen van voorstellen voor het tweede Marco Poloprogramma en de conclusies van de externe evaluatie van het eerste Marco Poloprogramma hebben aangetoond dat het programma een significant effect heeft in termen van modal shift. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de in de rechtsgrondslag van het programma vastgelegde doelstelling om een wezenlijk deel van de verwachte groei van het totale internationale goederenvervoer over de weg in Europa om te buigen en naar andere verkeersmodi over te hevelen, niet zal worden bereikt.

    De ingediende financieringsaanvragen – en daarmee ook de voorgestelde projecten ter vermijding of overheveling van goederenverkeer over de weg – worden elk jaar minder. Het gebrek aan belangstelling bij potentiële aanvragers is voornamelijk te wijten aan de zwakke motivatie onder potentiële begunstigden vanwege de complexiteit van het programma, de ongeschiktheid van de financieringsmechanismen of de te geringe steunintensiteit.

    Wil het programma zijn doel kunnen bereiken, dan moet Marco Polo II aantrekkelijker worden gemaakt. Dat betekent dat de rechtsgrondslag moet worden gewijzigd. De controlemethoden moeten worden vereenvoudigd en nader gepreciseerd. Daarnaast moeten ook de subsidiabiliteitsvoorwaarden en -eisen worden aangepast. Om een maximaal effect te kunnen sorteren, moeten de wijzigingen zo snel mogelijk worden doorgevoerd.

    Voornaamste wijzigingen in het Commissievoorstel

    · Vergemakkelijken van de toegang tot het programma voor kleine ondernemingen

    Ook individuele bedrijven krijgen de mogelijkheid om projecten in te dienen. De oprichting van consortia is niet meer vereist.

    · Verlaging en vereenvoudiging van de subsidiabiliteitsdrempels voor projecten

    De projecten (tot en met de categorie van "gemeenschappelijke leeracties") moeten alleen nog voldoen aan de drempel voor overheveling naar andere verkeersmodi, die voortaan niet meer voor de gehele looptijd van het project wordt opgegeven, maar per jaar wordt berekend; de financieringsdrempel wordt geschrapt. De meeste drempels worden verlaagd, en er wordt een bijzonder lage drempel ingevoerd voor binnenvaartprojecten (17 miljoen tonkilometer). Deze veranderingen hebben tot gevolg dat er ook meer kleinere projecten in het programma worden opgenomen. De specifieke 10%-drempel voor verkeersvermijdingsacties wordt geschrapt.

    Verhoging van de steunintensiteit

         Enerzijds wordt het gewicht van de transportmiddelen en -uitrusting waarmee de vracht wordt vervoerd bij de calculatie van de omvang van de modal shift betrokken. Anderzijds wordt de subsidie van € 1 tot € 2 per 500 tonkilometer overgehevelde goederenvervoerscapaciteit verhoogd, zoals reeds bij een eerder besluit van de Commissie is besloten.

    · Vereenvoudigingsmaatregelen

    De bestaande regelgeving voor de ondersteuning van infrastructuurvoorzieningen is complex, bevat tal van uitzonderingen en aanvullende eisen in verband met de termijnen voor de uitvoering van projecten en voorziet in een ingewikkeld systeem voor de berekening van de voor individuele projecten uiteindelijk beschikbare financiële steun.

    De voorgestelde wijzigingen houden in dat de subsidiabele kosten voor bijkomende infrastructuurvoorzieningen maximaal 10% mogen bedragen van de totale subsidiabele kosten van het project. Het betreft hier alle soorten acties, behalve "gemeenschappelijke leeracties".

    Het besluit tot toekenning van een subsidie wordt niet meer in het kader van de comitéprocedure getroffen, maar uitsluitend door de Commissie of door het Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie, waaraan het beheer van het programma begin 2008 werd overgedragen. Over de gedetailleerde procedureregels voor de indiening en selectie van acties in het kader van het programma wordt ook in de toekomst volgens de comitéprocedure beslist, doch niet op jaarbasis maar voor de gehele duur van het programma. Aldus hoopt men de duur van de beheerscyclus (momenteel 470 dagen) te bekorten.

    · Looptijd van de projecten

    Voor alle soorten acties wordt een minimale looptijd van 3 jaar ingevoerd, behalve voor "gemeenschappelijke leeracties". De maximale looptijd van contracten kan bij abnormale, door de ontvanger naar behoren gemotiveerde vertragingen bij de uitvoering van een project bij wijze van uitzondering met 6 maanden worden verlengd. Contracten voor "gemeenschappelijke leeracties" kunnen van 26 tot 52 maanden worden verlengd.

    Opmerkingen van de rapporteur

    Blijkens de resultaten van een in 2007 door Ecorys uitgevoerde externe evaluatie zijn de doelstellingen van het eerste Marco Poloprogramma voor wat betreft de overheveling van het vrachtvervoer over de weg naar andere vormen van vervoer slechts voor 64% bereikt. Gezien het afnemende aantal succesvolle projecten, zal ook de doelstelling van het tweede Marco Poloprogramma om een aanzienlijk deel van het zich uitbreidende internationale vrachtverkeer over de weg – namelijk 60% (20,5 miljard tonkilometer) – over te hevelen naar andere vervoersmodi naar verwachting niet worden gehaald.

    De reden voor het teruglopende aantal succesvolle projecten is vooral het gebrek aan motivatie van de zijde van potentiële subsidieontvangers om projecten in te dienen. Dit is voornamelijk te wijten aan de complexiteit van het programma, aan onduidelijke financieringsvoorwaarden en aan de te geringe steunintensiteit. De rapporteur staat derhalve volledig achter de door de Commissie voorgestelde aanpassingen ter verhoging van de aantrekkelijkheid en de effectiviteit van het tot 2013 lopende en van een budget van 450 miljoen euro voorziene tweede Marco Poloprogramma, en hoopt op een spoedige goedkeuring van de voorgestelde maatregelen.

    In het licht van de discussie over een derde Marco Poloprogramma dringt de rapporteur er bij de Commissie daarnaast echter tevens op aan het Parlement mededeling te doen van de gevolgen van deze verordening. Tegelijkertijd wordt de Commissie verzocht een evaluatie op te maken van de ervaringen met het Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie, dat sinds maart 2008 het Marco Poloprogramma beheert. Voorts dient de Commissie na te gaan of het programma wellicht aantrekkelijker zou kunnen worden gemaakt door bij de vaststelling van de financieringsvoorwaarden naar gebruikt vervoermiddel te differentiëren en de referentiewaarden per productcategorie te verlagen, aangezien goederen die snel bederven slechts over korte afstanden kunnen worden vervoerd. Tevens zou de Commissie de actie "verkeersvermijding", waarvoor tot dusver nog geen enkel project in het kader van het Marco Poloprogramma is gefinancierd, in de context van de planning voor een derde Marco Poloprogramma opnieuw moeten evalueren. Ook zou de Commissie moeten onderzoeken of de technische bijstand aan lidstaten bij de indiening van aanvragen niet dient te worden geïntensiveerd en of de looptijden van projecten in deze tijden van economische recessie niet moeten worden verlengd om bedrijven meer tijd te geven om de "modal shift"-doelstellingen te realiseren. Last but not least moet de Commissie nagaan of het wenselijk is de vervoerseenheid te betrekken bij de definitie van het begrip "vracht". Ook de specificatie van de drempels voor de subsidiabiliteit van voorgestelde projecten in termen van gerealiseerde milieuvoordelen in plaats van overgehevelde aantallen tonkilometer per jaar moet nader worden bekeken.

    ADVIES van de Begrotingscommissie (23.2.2009)

    aan de Commissie vervoer en toerisme

    inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1692/2006 tot instelling van het tweede Marco Polo-programma voor de toekenning van communautaire financiële bijstand om de milieuprestaties van het vrachtvervoerssysteem te verbeteren ("Marco Polo II")
    (COM(2008)0847 – C6‑0482/2008 – 2008/0239(COD))

    Rapporteur voor advies: Anne E. Jensen

    BEKNOPTE MOTIVERING

    Het Marco Poloprogramma heeft als doel verkeerscongestie tegen te gaan in het kader van een coherente Europese beleidsstrategie op het gebied van vervoer, welke ook bestaat uit de internalisering van externe kosten en het inzetten van marktconforme instrumenten om het gebruik van de infrastructuur te weerspiegelen.

    Tijdens de uitvoering van het programma zijn slechte resultaten behaald. In een externe evaluatie van de resultaten van Marco Polo werd verwacht dat de doelstellingen van het programma op het gebied van modal shift niet zouden worden bereikt en werden enkele aanbevelingen gedaan om de effectiviteit van het programma te verbeteren. In feite is slechts 64% van de modal-shiftdoelstelling gehaald.

    De resultaten van de Marco Polo-aanbestedingen worden in onderstaande tabel nader samengevat:

    AANBESTEDINGEN

    MP I

    2003

    MP I

    2004

    MP I

    2005

    MP I

    2006

    MP II

    2007

    MP II

    2008

    Beschikbaar budget (in mln. euro)

    15

    20,4

    30,7

    35,7

    56

    58**

    Vastgelegd budget (in mln. euro)

    13

    20,4

    21,4

    18,9

    45

    34

    Ontvangen voorstellen

    92

    62

    63

    48

    55

    46

    Gesloten contracten

    13

    12

    15

    15

    20

    28

    Gepland volume van de over te hevelen vracht (in mld. tkm)

    12,4

    14,4

    9,5

    11,5

    23,6

    16

    Verwachte reële modal shift (mld. tkm)

    7,5*

    7,5*

    7,5*

    7,5*

    n.b.

    n.b.

    Modal-shiftdoelstellingen (mld. tkm)

    12

    12

    12

    12

    <20

    <20

    * Jaarlijkse gemiddelde globale schatting volgens een externe evaluatie in 2007, door het EACI bevestigd in 2008

    ** Wegens onderbesteding is 20 miljoen euro overgeheveld naar een ander programma

    Daarom heeft de Commissie een nieuw voorstel geformuleerd om het Marco Poloprogramma te verbeteren en effectiever te kunnen inzetten op het gebied van verkeersvermijdings- en modal-shiftdoelstellingen.

    In de Marco Polo II-verordening worden wijzigingen op de volgende gebieden voorgesteld:

    · maatregelen om de deelname van kleine bedrijven te vergemakkelijken;

    · maatregelen ter verlaging van de tonkilometerdrempels om in aanmerking te komen voor steun;

    · verhoging van de steunintensiteit;

    · vereenvoudiging van de programmaprocedures.

    Standpunt van de rapporteur voor advies

    De rapporteur is ingenomen met het voorstel van de Commissie, daar zij het eens is met de algemene doelstellingen ter verbetering van het Marco Poloprogramma.

    Zij waardeert met name dat het voorstel zich richt op vereenvoudiging van de inschrijvingsprocedures voor aanbestedingen en op bevordering van de deelname van kleine bedrijven. Er moet met nadruk op worden gewezen dat in het kader van de vereenvoudiging ook de comitologieprocedure voor de jaarlijkse selectie van de te financieren projecten wordt afgeschaft.

    De rapporteur is van mening dat, hoe meer regelgeving er aan de toepassingsprocedures en de uitvoering van projecten te pas komt, hoe meer tijd er verloren zal gaan en hoe meer kredieten er slechts ten dele zullen worden benut, zoals het externe onderzoek betreffende het Marco Polo I-programma al heeft aangetoond.

    De rapporteur benadrukt dat, indien het probleem betreffende de onderbesteding van de aan Marco Polo II toegewezen kredieten niet wordt opgelost, deze kredieten zouden moeten worden overgeheveld naar andere programma's op het gebied van vervoer.

    ******

    De Begrotingscommissie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie vervoer en toerisme voor te stellen het voorstel van de Commissie goed te keuren.

    PROCEDURE

    Titel

    Programma Marco Polo II

    Document- en procedurenummers

    COM(2008)0847 – C6-0482/2008 – 2008/0239(COD)

    Commissie ten principale

    TRAN

    Advies uitgebracht door

           Datum bekendmaking

    BUDG

    13.1.2009

     

     

     

    Rapporteur voor advies

           Datum benoeming

    Anne E. Jensen

    21.1.2009

     

     

    Behandeling in de commissie

    10.2.2009

    23.2.2009

     

     

    Datum goedkeuring

    23.2.2009

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    15

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Reimer Böge, Costas Botopoulos, Göran Färm, Vicente Miguel Garcés Ramón, Salvador Garriga Polledo, Nathalie Griesbeck, Catherine Guy-Quint, Jutta Haug, Anne E. Jensen, Janusz Lewandowski, Vladimír Maňka, Gérard Onesta, László Surján, Kyösti Virrankoski, Ralf Walter

    PROCEDURE

    Titel

    Programma Marco Polo II

    Document- en procedurenummers

    COM(2008)0847 – C6-0482/2008 – 2008/0239(COD)

    Datum indiening bij EP

    10.12.2008

    Commissie ten principale

           Datum bekendmaking

    TRAN

    13.1.2009

    Medeadviserende commissie(s)

           Datum bekendmaking

    BUDG

    13.1.2009

     

     

     

    Rapporteur(s)

           Datum benoeming

    Ulrich Stockmann

    5.1.2009

     

     

    Behandeling in de commissie

    17.2.2009

    30.3.2009

     

     

    Datum goedkeuring

    31.3.2009

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    33

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Gabriele Albertini, Inés Ayala Sender, Paolo Costa, Luis de Grandes Pascual, Petr Duchoň, Saïd El Khadraoui, Robert Evans, Emanuel Jardim Fernandes, Francesco Ferrari, Brigitte Fouré, Mathieu Grosch, Georg Jarzembowski, Stanisław Jałowiecki, Timothy Kirkhope, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Jörg Leichtfried, Eva Lichtenberger, Erik Meijer, Luís Queiró, Reinhard Rack, Ulrike Rodust, Gilles Savary, Brian Simpson, Renate Sommer, Dirk Sterckx, Ulrich Stockmann, Michel Teychenné, Yannick Vaugrenard, Armando Veneto, Roberts Zīle

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Anne E. Jensen, Marie Panayotopoulos-Cassiotou

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

    Elisabeth Schroedter

    Datum indiening

    2.4.2009