VERSLAG over het voorstel voor een richtlijn van de Raad (Euratom) houdende instelling van een communautair kader voor nucleaire veiligheid
3.4.2009 - (COM(2008)0790 – C6‑0026/2009 – 2008/0231(CNS)) - *
Commissie industrie, onderzoek en energie
Rapporteur: Gunnar Hökmark
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een richtlijn van de Raad (Euratom) houdende instelling van een communautair kader voor nucleaire veiligheid
(COM(2008)0790 – C6‑0026/2009 – 2008/0231(CNS))
(Raadplegingsprocedure)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2008)0790),
– gelet op de artikelen 31 en 32 van het EuratomVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6‑0026/2009),
– gezien het advies van de Commissie juridische zaken over de voorgestelde rechtsgrondslag,
– gelet op de artikelen 51 en 35 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6‑0236/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 119, tweede alinea van het Euratom‑Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen en erop toe te zien dat aan de wettelijke eisen van het Euratom-Verdrag voor de aanneming van dit voorstel is voldaan, met name wat betreft de raadpleging van de groep van deskundigen overeenkomstig artikel 31 EA;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
5. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Amendement 1 Voorstel voor een richtlijn Overweging 6 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(6) Hoewel het elke lidstaat vrijstaat om zelf over zijn energiemix te beslissen, is er na een periode van bezinning opnieuw meer belangstelling voor de bouw van nieuwe centrales en heeft een aantal lidstaten beslist vergunningen af te geven voor nieuwe installaties. Voorts wordt verwacht dat de vergunninghouders van de bestaande installaties in de komende jaren een aanvraag zullen indienen om de levensduur van hun kerncentrales te verlengen. |
(6) Het staat elke lidstaat vrij om zelf over zijn energiemix te beslissen. |
Motivering | |
Het is belangrijk om het principe te handhaven dat het de lidstaten vrijstaat om zelf over hun energiemix te beslissen. Daarnaast is het even belangrijk om erop te wijzen dat deze richtlijn niet beoogt stimulansen te scheppen voor de lidstaten om kernenergie op te nemen in hun energiemix. Daarom moet de essentie van de geschrapte zinsdelen van overweging 6 naar overweging 7 worden overgeheveld, teneinde dit onderscheid te creëren. | |
Amendement 2 Voorstel voor een richtlijn Overweging 7 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(7) Te dien einde moeten goede praktijken worden ontwikkeld die de regelgevingsinstanties als richtsnoer kunnen dienen bij beslissingen over de verlenging van de levensduur van nucleaire installaties. |
(7) Nucleaire veiligheid is een zaak van Gemeenschapsbelang, die in aanmerking moet worden genomen bij beslissingen over vergunningen voor nieuwe centrales en/of verlenging van de levensduur van nucleaire installaties. Te dien einde moeten goede praktijken worden ontwikkeld die de regelgevingsinstanties en lidstaten als richtsnoer kunnen dienen bij het al of niet verlenen van een vergunning voor nieuwe installaties alsmede bij beslissingen over de verlenging van de levensduur van nucleaire installaties |
Motivering | |
Nucleaire veiligheid is een zaak van algemeen belang voor de Gemeenschap en moet daarom een reden zijn om goede praktijken te ontwikkelen, en niet het feit dat sommige lidstaten vergunningen willen verlenen voor nieuwe centrales. Bovendien is het nuttig om te vermelden dat deze goede praktijken ook voor de lidstaten als richtsnoer kunnen dienen en niet alleen voor de reguleringsinstanties. | |
Amendement 3 Voorstel voor een richtlijn Overweging 9 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(9) Een continue verbetering van de nucleaire veiligheid vereist dat de vastgestelde beheersystemen en de vergunninghouders een hoog veiligheidsniveau voor de bevolking waarborgen. |
(9) Een continue verbetering van de nucleaire veiligheid vereist dat de vastgestelde beheersystemen en de vergunninghouders en afvalbeheerders een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau voor de bevolking waarborgen. |
Motivering | |
De veiligheidsnormen van eventuele nieuwe en bestaande nucleaire installaties moeten de hoogste normen zijn die beantwoorden aan de meest geavanceerde stand van de technologie, regelgeving en bedrijfsvoering in de Unie. Dezelfde basisprincipes moeten ook gelden voor het beheer van kernafval. | |
Amendement 4 Voorstel voor een richtlijn Overweging 10 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(10) De fundamentele beginselen en voorschriften van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) vormen een praktisch kader waarop nationale veiligheidseisen van de lidstaten moeten worden gebaseerd, en de lidstaten hebben overigens een grote bijdrage geleverd voor de verbetering van die fundamentele beginselen en voorschriften. |
(10) De fundamentele beginselen, voorschriften en richtsnoeren van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) vormen een geheel van regels en een praktisch kader waarop nationale veiligheidseisen van de lidstaten moeten worden gebaseerd, en de lidstaten hebben overigens een grote bijdrage geleverd voor de verbetering van die fundamentele beginselen, voorschriften en richtsnoeren. Die regels dienen de beste internationale praktijk te vertegenwoordigen waar het gaat om veiligheidsvoorschriften en daarom ook een goede basis te vormen voor communautaire wetgeving. Zij kunnen niet in het Gemeenschapsrecht worden opgenomen door middel van eenvoudige verwijzing naar de IAEA Veiligheidsnormen No. SF-1 (2006) in deze richtlijn. Daarom moet een bijlage met de fundamentele veiligheidsbeginselen aan de richtlijn worden toegevoegd. |
Motivering | |
De IAEA-veiligheidsbeginselen zijn niet meer dan aanbevelingen zonder bindende werking, en kunnen als zodanig niet in het Gemeenschapsrecht worden ingevoerd door simpele verwijzing in deze richtlijn naar de Safety Standards Series van de IAEA. Daarom moet een bijlage met de fundamentele veiligheidsbeginselen aan de richtlijn worden toegevoegd. Deze benadering heeft als duidelijk voordeel dat meer zekerheid bestaat omtrent de regeling op Gemeenschapsniveau, en verschaft ook de rechtsgrondslag voor de uitvoering van die beginselen. | |
Amendement 5 Voorstel voor een richtlijn Overweging 13 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(13) De verstrekking van informatie aan de bevolking, op nauwkeurige en tijdige wijze, over belangrijke nucleaire veiligheidskwesties moet zijn gebaseerd op een hoog niveau van transparantie inzake kwesties die betrekking hebben op de veiligheid van nucleaire installaties. |
(13) De verstrekking van informatie aan werknemers in de nucleaire sector en de bevolking, op nauwkeurige en tijdige wijze, over belangrijke nucleaire veiligheidskwesties moet zijn gebaseerd op een hoog niveau van transparantie inzake kwesties die betrekking hebben op de veiligheid van nucleaire installaties. |
Motivering | |
Dit amendement strookt met artikel 30 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie dat bepaalt dat er basisnormen binnen de Gemeenschap moeten worden vastgesteld voor de bescherming van de gezondheid van de bevolking en van werknemers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren, alsook met de EU-richtlijnen over informatie en raadpleging van werknemers. | |
Amendement 6 Voorstel voor een richtlijn Overweging 13 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(13 bis) Om te zorgen voor toegang tot informatie, inspraak van het publiek en transparantie nemen de lidstaten alle passende maatregelen ter uitvoering van de verplichtingen die zijn vervat in internationale verdragen die in nationaal, internationaal, of grensoverschrijdend verband reeds in de nodige vereisten voorzien, zoals het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Verdrag van Aarhus, 25 juni 1998)1. |
|
|
---------------------------------------------------------------1 PB L 124 van 17.5.2005, blz. 1; PB L 164 van 16.6.2006, blz. 17 en Verordening (EG) nr. 1367/2006, PB L 264 van 25.9.2006, blz. 13. |
Motivering | |
In verband met de transparantievereisten in artikel 5 van het huidige voorstel. | |
Amendement 7 Voorstel voor een richtlijn Overweging 15 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(15) Om de effectieve tenuitvoerlegging van de eisen voor nucleaire installaties te waarborgen, moeten de lidstaten de regelgevingsinstanties oprichten als onafhankelijke autoriteiten. De regelgevingsinstanties moeten over adequate vakbekwaamheden en middelen beschikken om hun taken te kunnen vervullen. |
(15) Om de effectieve regulering van de nucleaire installaties te waarborgen, moeten de lidstaten de regelgevingsinstanties oprichten als autoriteiten die onafhankelijk staan jegens belangen waarvan een onwenselijke invloed kan uitgaan op besluiten omtrent nucleaire veiligheidskwesties. De regelgevingsinstanties moeten over adequate vakbekwaamheden en middelen beschikken om hun taken te kunnen vervullen. |
Motivering | |
In verband met amendement 20 op artikel 4, lid 1, over de onafhankelijkheid van de regelgevingsinstantie, zoals voorgesteld door de rapporteur. | |
Amendement 8 Voorstel voor een richtlijn Overweging 19 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(19) De regelgevingsinstanties, die belast zijn met het toezicht op de veiligheid van nucleaire installaties in de lidstaten, moeten voornamelijk samenwerken in het kader van de Europese Groep op hoog niveau voor nucleaire veiligheid en afvalbeheer die tien beginselen heeft vastgesteld voor de regulering van de nucleaire veiligheid. De Europese Groep op hoog niveau voor nucleaire veiligheid en afvalbeheer moet bijdragen tot het communautaire kader voor nucleaire veiligheid met als doel die veiligheid continu te verbeteren, |
(19) De regelgevingsinstanties, die belast zijn met het toezicht op de nucleaire installaties in de lidstaten, moeten voornamelijk samenwerken in het kader van de Europese Groep op hoog niveau voor nucleaire veiligheid en afvalbeheer. De Groep op hoog niveau heeft tien beginselen vastgesteld voor de regulering van de nucleaire veiligheid die belangrijk zijn in het kader van deze richtlijn. De Europese Groep op hoog niveau voor nucleaire veiligheid en afvalbeheer moet bijdragen tot het communautaire kader voor nucleaire veiligheid met als doel die veiligheid continu te verbeteren, |
Amendement 9 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Deze richtlijn heeft tot doel de nucleaire veiligheid in de Gemeenschap te bewerkstelligen, te handhaven en continu te verbeteren en de rol van de nationale regelgevingsinstanties te versterken. |
1. Deze richtlijn heeft tot doel een communautair kader voor de nucleaire veiligheid in de Europese Unie te creëren. Zij legt de basis voor wetgeving en regelgeving in de lidstaten met betrekking tot nucleaire veiligheid en beoogt deze in de Gemeenschap te bewerkstelligen, te handhaven en continu te verbeteren en de rol van de nationale regelgevingsinstanties te versterken. |
Motivering | |
Het doel van de richtlijn moet duidelijker worden gedefinieerd. Het doel is een uniform communautair kader te creëren. Hiertoe wordt dit amendement ingediend. | |
Amendement 10 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Zij is van toepassing op het ontwerp, de keuze van de vestigingsplaats, de bouw, het onderhoud, de bedrijfsvoering en de ontmanteling van nucleaire installaties, waar uit hoofde van het wet- en regelgevingskader van de betrokken lidstaat de veiligheid in acht moet worden genomen. |
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Motivering | |
Omdat de richtlijn een gemeenschappelijk kader wil invoeren waarbij de veiligheidsnormen van de IAEA in een bijlage worden opgenomen, moet worden onderstreept dat wat in de richtlijn is bepaald in de lidstaten moet worden uitgevoerd. (Dit amendement is niet van toepassing op de Nederlandse versie). | |
Amendement 11 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Zij is van toepassing op het ontwerp, de keuze van de vestigingsplaats, de bouw, het onderhoud, de bedrijfsvoering en de ontmanteling van nucleaire installaties, waar uit hoofde van het wet- en regelgevingskader van de betrokken lidstaat de veiligheid in acht moet worden genomen. |
2. Zij is van toepassing op het ontwerp, de keuze van de vestigingsplaats, de bouw, het onderhoud, de inbedrijfstelling,de bedrijfsvoering en de ontmanteling van nucleaire installaties, alsmede werkzaamheden die in dienst van de exploitant worden uitgevoerd door onderaannemers, waar uit hoofde van het wet- en regelgevingskader van de betrokken lidstaat de veiligheid in acht moet worden genomen. |
Motivering | |
Werknemers die reparaties, onderhoud en schoonmaakwerk uitvoeren vormen een belangrijke risicofactor en lopen bovendien de kans blootgesteld te worden aan gezondheids- en veiligheidsrisico's. Dat soort werk wordt vaak (meermalen) uitbesteed. De betrokken werknemers zijn het minst goed opgeleid en geïnformeerd en draaien niet volledig mee in de gezondheids- en veiligheidsprocedures van de exploitant. In de richtlijn moet duidelijk gesteld worden dat alle betrokkenen een grote verantwoordelijkheid dragen voor de veiligheid en de veiligheidscultuur. | |
Amendement 12 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – punt 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(1) "nucleaire installatie": een installatie voor de fabricage van kernsplijtstof, een onderzoeksreactor (inclusief subkritische en kritische assemblages), een kerncentrale, een faciliteit voor de opslag van verbruikte splijtstof, een verrijkingsinstallatie of een opwerkingsfaciliteit; |
(1) "nucleaire installatie": een installatie voor de fabricage van kernsplijtstof, een onderzoeksreactor (inclusief subkritische en kritische assemblages), een kerncentrale, een faciliteit voor de opslag van verbruikte splijtstof en radioactief afval, een verrijkingsinstallatie of een opwerkingsfaciliteit, met inbegrip van faciliteiten voor verwerking en behandeling van radioactieve substanties die tijdens de werking van een installatie zijn gegenereerd; |
Amendement 13 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – punt 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(3) "radioactief materiaal": elk materiaal dat één of meer radionucliden bevat waarvan de activiteit of de concentratie niet kan worden veronachtzaamd wat de bescherming tegen straling betreft; |
(3) "radioactieve stof": elk materiaal dat één of meer radionucliden bevat waarvan de activiteit of de concentratie niet kan worden veronachtzaamd wat de bescherming tegen straling betreft; |
Motivering | |
De term "radioactieve stof", wordt gehanteerd in Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren. | |
Amendement 14 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – punt 8 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(8) "regelgevingsinstantie": een of meer instanties waaraan door een lidstaat machtiging is verleend om in die lidstaat vergunningen af te geven en toezicht te houden op de keuze van de vestigingsplaats, het ontwerp, de bouw, de inbedrijfstelling, de bedrijfsvoering en de ontmanteling van nucleaire installaties; |
(8) "regelgevingsinstantie": een autoriteit of stelsel van autoriteiten waaraan door een lidstaat de wettige bevoegdheid wordt toegewezen tot uitvoering van het regelgevingsproces, waaronder de afgifte van vergunningen en tevens de regelgeving van nucleaire veiligheid, stralingsveiligheid en de veiligheid van radioactief afval en van het vervoer daarvan; |
Motivering | |
Er moet duidelijkheid bestaan rond de taken die worden toebedeeld aan de regelgevingsinstantie die belast is met het reguleren en controleren van de veiligheidsaspecten van nucleaire installaties. Dat is een andere materie dan de vergunningsprocedures als zodanig, die onder verantwoordelijkheid van nationale of overheidsinstanties vallen. | |
Amendement 15 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – punt 9 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(9) "vergunning": een door de regelgevingsinstantie aan de aanvrager verleende machtiging, op grond waarvan deze de verantwoordelijkheid krijgt voor de keuze van de vestigingsplaats, het ontwerp, de bouw, de inbedrijfstelling, de bedrijfsvoering en de buitenbedrijfstelling/ontmanteling van nucleaire installaties; |
(9) "vergunning": een door de overheid of door een van overheidswege erkende nationale autoriteit aan de aanvrager verleende machtiging, op grond waarvan deze de verantwoordelijkheid krijgt voor de keuze van de vestigingsplaats, het ontwerp, de bouw, de inbedrijfstelling, de bedrijfsvoering en de buitenbedrijfstelling/ontmanteling van nucleaire installaties; |
Motivering | |
Zie motivering op artikel 2 - punt (8). | |
Amendement 16 Voorstel voor een richtlijn Artikel 2 – punt 10 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(10) "nieuwe kernreactoren": kernreactoren die een exploitatievergunning krijgen na de inwerkingtreding van deze richtlijn. |
(10) "nieuwe kernreactoren" kernreactoren waarvoor de bouwvergunning na de inwerkingtreding van deze richtlijn werd verleend. |
Motivering | |
Ten aanzien van artikel 6, lid 2, is het de vraag wanneer nieuwe vereisten, met name voor de veiligheid van het ontwerp, mogen worden ingevoerd. De bedrijfsvergunning komt pas aan het einde van het reguleringsproces, wanneer de bouw is voltooid en herziening van het veiligheidsbestek nauwelijks meer denkbaar is. | |
Amendement 17 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Verantwoordelijkheid en kader voor de veiligheid van nucleaire installaties |
Wettig kader voor de veiligheid van nucleaire installaties |
Motivering | |
Zoals het er nu staat, is het gewijzigde artikel 3 een samenvoeging van de artikelen 3, 4, 8 en 10 van het voorstel, en betreft het de verplichting van de lidstaten om een wet- en regelgevend kader voor de regulering van en het toezicht op kerninstallaties in te voeren. Hierbij gaat het om: (i) een behoorlijk reguleringskader, dat onder meer nationale veiligheidseisen, een vergunningenstelsel, en toezichthoudende inspecties omvat, waarbij de lidstaten het recht houden om strengere veiligheidsmaatregelen op te leggen; (ii) prioriteit voor veiligheidsbeleid; (iii) peer review van het regelgevingskader en de regelgevingsinstantie zoals deze zijn ingevoerd. | |
Amendement 18 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid van nucleaire installaties ligt bij de vergunninghouder, die onder het toezicht van de regelgevingsinstantie staat. De veiligheidsmaatregelen en -controles die in een nucleaire installatie moeten worden uitgevoerd, worden uitsluitend door de regelgevingsinstantie en de vergunninghouder vastgelegd. |
Schrappen |
|
De vergunninghouder draagt de hoofdverantwoordelijkheid gedurende de gehele levensduur van nucleaire installaties totdat zij worden vrijgegeven van controle overeenkomstig de regelgeving. Deze verantwoordelijkheid van de vergunninghouder kan niet worden overgedragen. |
|
(Zie de bepalingen die zijn ingevoegd in artikel 7, lid 1 (nieuw)) | |
Amendement 19 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De lidstaten scheppen en handhaven een wet- en regelgevingskader inzake de veiligheid van nucleaire installaties. Dit omvat nationale veiligheidseisen en een vergunningenstelsel, toezicht op nucleaire installaties en het verbod op de bedrijfsvoering van dergelijke installaties zonder vergunning, alsook een toezichtsstelsel met inbegrip van de nodige handhavingsmaatregelen. |
1. De lidstaten scheppen en handhaven een wet- en regelgevingskader op basis van communautaire en internationale optimale werkmethoden inzake de veiligheid van nucleaire installaties. Dit omvat nationale veiligheidseisen en een vergunningenstelsel, toezicht op nucleaire installaties en het verbod op de bedrijfsvoering van dergelijke installaties zonder vergunning, alsook een toezichtsstelsel dat voorziet in opschorting, wijziging of intrekking van de vergunning, met inbegrip van de nodige handhavingsmaatregelen. |
Motivering | |
Zie motivering van amendement 11 op artikel 3 – titel. | |
Amendement 20 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. De lidstaten zien toe op invoering van wetgeving op grond waarvan de bedrijfsvergunning van een nucleaire installatie wordt ingetrokken in geval van ernstige inbreuk op de vergunningsvoorwaarden. |
(Nieuw amendement door gedeeltelijke herformulering van artikel 8, lid 2) | |
Motivering | |
Zie motivering van amendement 11 op artikel 3 – titel. | |
Amendement 21 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – lid 2 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 ter. De lidstaten zien erop toe dat alle organisaties wier activiteiten direct met nucleaire installaties verband houden, een beleid hanteren dat de nodige prioriteit aan nucleaire veiligheid toekent. |
Motivering | |
Zie motivering van amendement 11 op artikel 3 – titel. | |
Amendement 22 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – lid 2 quater (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 quater. De lidstaten zien erop toe dat de regelgevingsinstantie zelf en het nationale regelgevingsysteem ten minste om de tien jaar een internationale peer review ondergaan die tot doel heeft de regelgevingsinfrastructuur continu te verbeteren. |
|
|
De lidstaten delen de resultaten van de internationale peer review mee aan de Commissie. |
(Nieuw amendement door gedeeltelijke herformulering van artikel 4, lid 5) | |
Motivering | |
Met internationale peer reviews kunnen de lidstaten en hun regelgevingsinstanties beste praktijken uitwisselen en tot een gedeelde opvatting komen omtrent de internationale vereisten en die van de EG. Dit zou de harmonisering van de veiligheidsvereisten op EG-niveau en de voortdurende verbetering van de nucleaire veiligheid in de Gemeenschap ten goede komen. De Commissie dient op de hoogte te worden gehouden van de resultaten van de peer reviews. | |
Amendement 23 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – lid 2 quinquies (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 quinquies. De lidstaten kunnen stringentere veiligheidsmaatregelen vaststellen dan die welke in deze richtlijn zijn vervat. |
(Nieuw amendement geheel overgenomen uit artikel 10) | |
Motivering | |
Zie motivering van amendement 11 op artikel 3 – titel. | |
Amendement 24 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Regelgevingsinstanties |
Aanwijzing en taken van de regelgevingsinstanties |
Motivering | |
Deze herformulering van artikel 4 handelt over de regelgevingsinstantie en haar taken, middelen en bevoegdheden. Met name dient de onafhankelijkheid van de regelgevingsinstantie ten opzichte van de overheid en het nucleaire industriebeleid duidelijk te worden versterkt en verder uitgewerkt. | |
Amendement 25 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid -1 (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
-1. De lidstaten wijzen een nationale regelgevingsinstantie aan die verantwoordelijk is voor regelgeving, toezicht, en evaluatie met betrekking tot de veiligheid van nucleaire installaties. |
Motivering | |
Zie motivering van amendement 18 op artikel 4 – titel. | |
Amendement 26 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten waarborgen dat hun regelgevingsinstantie daadwerkelijk onafhankelijk is van alle organisaties die als taak hebben nucleaire installaties te bevorderen of te exploiteren en hun maatschappelijke voordelen in het licht te stellen, en vrij is van elke invloed die de veiligheid kan aantasten. |
1. De lidstaten waarborgen de daadwerkelijke onafhankelijkheid van de regelgevingsinstantie. Te dien einde zien de lidstaten erop toe dat bij de uitvoering van de regelgevingstaken die haar bij deze richtlijn opgelegd zijn: |
|
|
(a) de regelgevingsinstantie juridisch gescheiden is en onafhankelijk functioneert van alle andere publieke of particuliere entiteiten, met name die welke als taak hebben nucleaire installaties te bevorderen of te exploiteren en hun maatschappelijke voordelen in het licht te stellen, en vrij is van elke invloed die de veiligheid kan aantasten; |
|
|
(b) het personeel van de regelgevingsinstantie en de personen die met haar beheer belast zijn, onafhankelijk zijn van marktbelangen en geen instructies verlangen of ontvangen van regeringen of andere openbare of particuliere entiteiten bij het verrichten van regelgevingstaken. |
|
|
Dit vereiste doet geen afbreuk aan de nauwe samenwerking die waar nodig met de andere ter zake doende nationale autoriteiten plaatsvindt. |
Motivering | |
De rapporteur hamert terecht op de onafhankelijkheid van de regelgevingsinstantie, maar deze moet bij al haar werkzaamheden gewaarborgd zijn en niet alleen wanneer zij haar "regelgevende taak" vervult. | |
Amendement 27 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Aan de regelgevingsinstanties worden het nodige gezag, de nodige bevoegdheden en de nodige financiële en personele middelen verleend om de hun toegewezen taken en verplichtingen te vervullen. Zij houden toezicht op en reglementeren de veiligheid van nucleaire installaties en waarborgen de tenuitvoerlegging van de veiligheidseisen, de veiligheidstoestand en de desbetreffende voorschriften. |
2. De lidstaten zien erop toe dat de regelgevingsinstanties het nodige gezag, de nodige bevoegdheden en de nodige financiële en personele middelen hebben om de hun toegewezen taken en verplichtingen te vervullen. De regelgevingsinstanties houden toezicht op en reglementeren de veiligheid van nucleaire installaties en waarborgen dat aan de geldende veiligheidseisen en vergunningsvoorwaarden wordt voldaan. |
Motivering | |
Zie motivering van amendement 18 op artikel 4 – titel. | |
Amendement 28 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De regelgevingsinstanties geven vergunningen af en houden toezicht op de toepassing van de regelgeving met betrekking tot de keuze van de vestigingsplaats, het ontwerp, de bouw, de inbedrijfstelling, de bedrijfsvoering en de ontmanteling van nucleaire installaties. |
Schrappen |
Motivering | |
Zie de motivering van amendement 8 op artikel 2, punt 8) en de bepalingen die bij amendement 23 zijn ingevoegd in artikel 4, lid 3 bis (nieuw ). | |
Amendement 29 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 3 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. De lidstaten zien erop toe dat de regelgevingsinstantie evaluaties van de nucleaire veiligheid, desbetreffend onderzoek, controles en, wanneer nodig, handhavingsacties uitvoert gedurende de gehele levensduur van de nucleaire installaties, ook tijdens de ontmanteling daarvan. |
(Nieuw amendement door gedeeltelijke herformulering van artikel 8, lid 1) | |
Motivering | |
Zie motivering van amendement 18 op artikel 4 – titel. | |
Amendement 30 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 3 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 ter. De lidstaten zien erop toe dat de regelgevingsinstantie de bevoegdheid krijgt om de werking van een kerncentrale stil te laten leggen zodra de veiligheid niet meer is gewaarborgd. |
(Nieuw amendement door gedeeltelijke herformulering van artikel 8, lid 3) | |
Motivering | |
Zie motivering van amendement 18 op artikel 4 – titel. | |
Amendement 31 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De regelgevingsinstanties waarborgen dat de vergunninghouders over voldoende goedgekwalificeerd personeel beschikken. |
Schrappen |
(Zie de heringevoerde bepalingen in artikel 7, lid 3) | |
Amendement 32 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Ten minste om de tien jaar ondergaan de regelgevingsinstantie zelf en het nationale regelgevingsysteem een internationale peer review die tot doel heeft de regelgevingsinfrastructuur continu te verbeteren. |
Schrappen |
(Zie de heringevoerde bepalingen in artikel 3, lid 2 quater (nieuw) inzake het door de lidstaten in te voeren wetgevingskader) | |
Amendement 33 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 5 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 bis. De regelgevingsinstanties van de lidstaten wisselen best practices uit en komen tot een gemeenschappelijke opvatting over internationaal aanvaarde nucleaireveiligheidseisen. |
Motivering | |
Met het oog op de harmonisatie van de veiligheidseisen en van het regelgevingskader in de Europese Unie. | |
Amendement 34 Voorstel voor een richtlijn Artikel 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten stellen de bevolking op de hoogte van de procedures en de resultaten van activiteiten van toezicht op de nucleaire veiligheid. Zij zorgen er ook voor dat de regelgevingsinstanties de bevolking daadwerkelijk informeren op de gebieden die onder hun bevoegdheid vallen. De toegang tot alle informatie wordt gewaarborgd overeenkomstig de relevante nationale en internationale verplichtingen. |
De lidstaten stellen de bevolking en de Commissie op de hoogte van de procedures en de resultaten van activiteiten van toezicht op de nucleaire veiligheid en stellen het publiek onverwijld van elke storing op de hoogte. Zij zorgen er ook voor dat de regelgevingsinstanties de bevolking daadwerkelijk informeren op de gebieden die onder hun bevoegdheid vallen. De toegang tot alle informatie wordt gewaarborgd overeenkomstig de relevante nationale en internationale verplichtingen. |
Amendement 35 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 1 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten nemen de Safety fundamentals van de IAEA in acht (IAEA Safety Fundamentals: Fundamental safety principles, IAEA Safety Standard Series nr. SF-1 (2006)). Zij nemen ook de verplichtingen en eisen die zijn vervat in het Verdrag inzake nucleaire veiligheid in acht (IAEA INFCIRC 449 van 5 juli 1994). |
1. Voor de locatiekeuze, het ontwerp, de bouw, de exploitatie en de ontmanteling van nucleaire installaties geven de lidstaten toepassing aan de Safety fundamentals van de IAEA (IAEA Safety Fundamentals: Fundamental safety principles, IAEA Safety Standard Series nr. SF-1 (2006)), die voor de totstandbrenging van een communautair kader voor nucleaire veiligheid relevant zijn, zoals die in de bijlage nader zijn gespecificeerd. Zij geven ook toepassing aan de verplichtingen en eisen die zijn vervat in het Verdrag inzake nucleaire veiligheid1. |
|
|
________________________________________________________________1PB L 318 van 11.12.1999, blz. 20 en PB L 172 van 6.5.2004, blz. 7. |
Motivering | |
Zie overweging 10. Verwijzing in een richtlijn naar een niet-bindende regeling maakt die regeling nog niet bindend. Om de inhoud van de Safety fundamentals bindend te maken, moeten de bepalingen daarvan in de bindende regeling worden overgenomen, zodat zij daarvan deel uitmaken. Overname van de bepalingen van de Safety fundamentals in een bijlage zou: (i) in overeenstemming zijn met de Gemeenschappelijke praktische handleiding van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie ten behoeve van eenieder die binnen de Gemeenschapsinstellingen bij de opstelling van wetteksten is betrokken; (ii) de rechtszekerheid waarborgen ten aanzien van de tekst met alleen een enkele verwijzing naar de IAEA beginselen zoals hierboven. | |
Amendement 36 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 1 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Zij dienen er met name voor te zorgen dat geldende beginselen als neergelegd in de Safety fundamentals van de IAEA ten uitvoer worden gelegd om een hoog veiligheidsniveau van nucleaire installaties te waarborgen, waaronder doeltreffende regelingen ter bescherming tegen mogelijk stralingsgevaar, ongevallenpreventie en -bestrijding, beheer van verouderende installaties, langetermijnbeheer van alle geproduceerde radioactieve materialen en het verstrekken van informatie aan de bevolking en de autoriteiten van de buurlanden. |
Schrappen |
Motivering | |
Zie motivering van amendement 28 op artikel 6, lid 1, alinea 1. | |
Amendement 37 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Wat de veiligheid van nieuwe kernreactoren betreft, streven de lidstaten ernaar aanvullende veiligheidseisen uit te werken, overeenkomstig het beginsel van continue verbetering van de veiligheid op basis van de veiligheidsnormen die worden ontwikkeld door de West-Europese Associatie van kernregulators (WENRA) en in nauwe samenwerking met de Europese Groep op hoog niveau voor nucleaire veiligheid en afvalbeheer (GHN). |
2. Bij de vergunningverlening voor nieuwe kernreactoren streven de lidstaten ernaar aanvullende veiligheidseisen uit te werken, die beantwoorden aan het beginsel van continue verbetering aan de hand van de operationele ervaring met bestaande reactoren, de inzichten ontleend aan veiligheidsanalyses voor operationele centrales, de huidige stand van de technologie en methodologie, en de resultaten van veiligheidsonderzoek. |
Motivering | |
Naarmate de technologie en veiligheidsnormen verbeteren, moeten ook de veiligheidsvereisten voor nucleaire installaties steeds zwaarder worden. Het veiligheidsniveau in nucleaire installaties wordt zo als in een wedloop steeds verder opgedreven, zodat steeds de hoogst mogelijke veiligheid wordt verkregen. De verwijzing naar de veiligheidsnormen van de WENRA ten aanzien van nieuwe kernreactoren kan niet in de tekst van de richtlijn worden opgenomen omdat de gemeenschappelijke veiligheidsnormen voor reactors in de toekomst nog niet zijn uitgerijpt. De EG kan de lidstaten niet verplichten deze norm reeds toe te passen. | |
Amendement 38 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. De Commissie ziet erop toe dat alle derde landen die tot de EU wensen toe te treden of waarmee toetredingsonderhandelingen gevoerd worden, ten minste aan de in deze richtlijn vastgelegde normen en de in de bijlage vermelde IAEA-beginselen voldoen. |
Motivering | |
Het is noodzakelijk dat buurlanden ten minste dezelfde nucleaire veiligheidsnormen hanteren, daar de gevolgen van nucleaire ongelukken altijd grensoverschrijdend zijn. | |
Amendement 39 Voorstel voor een richtlijn Artikel 7 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Verplichtingen van de vergunninghouders |
Verantwoordelijkheden van de vergunninghouders |
Motivering | |
Dit artikel, zoals geherformuleerd en gewijzigd, handelt over de verantwoordelijkheden van de vergunninghouder: de lidstaten dragen er zorg voor dat de hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid van een kerninstallatie bij de houder van de desbetreffende vergunning berust, en nemen passende maatregelen om te waarborgen dat iedere vergunninghouder zijn verantwoordelijkheid in acht neemt. | |
Amendement 40 Voorstel voor een richtlijn Artikel 7 – lid -1 (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
-1. De lidstaten zien erop toe dat de primaire verantwoordelijkheid voor de veiligheid van nucleaire installaties gedurende de hele levensduur van die installaties bij de vergunninghouder berust. Deze verantwoordelijkheid van de vergunninghouder kan niet worden overgedragen. |
(Nieuw amendement door gedeeltelijke herformulering van artikel 3, leden 1 en 2) | |
Amendement 41 Voorstel voor een richtlijn Artikel 7 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Vergunninghouders ontwerpen, bouwen, exploiteren en ontmantelen hun nucleaire installaties conform de bepalingen van artikel 6, lid 1 en lid 2. |
1. De lidstaten zorgen ervoor dat vergunninghouders verantwoordelijk zijn voor het ontwerp, de bouw, de exploitatie en de ontmanteling van hun nucleaire installaties conform de bepalingen van artikel 6. |
Motivering | |
Deze richtlijn is gericht aan de lidstaten en niet aan de vergunninghouders. | |
Amendement 42 Voorstel voor een richtlijn Artikel 7 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Vergunninghouders stellen beheerssystemen in die geregeld door de regelgevingsinstantie worden gecontroleerd, en leggen die ten uitvoer. |
2. De lidstaten zien erop toe dat vergunninghouders beheerssystemen instellen die geregeld door de regelgevingsinstantie worden gecontroleerd, en die ten uitvoer leggen. |
Amendement 43 Voorstel voor een richtlijn Artikel 7 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Vergunninghouders moeten beschikken over voldoende financiële en personele middelen om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. |
3. De lidstaten zien erop toe dat vergunninghouders over voldoende financiële en personele middelen beschikken om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. Het personeel bij een vergunninghouder dient voldoende te zijn gekwalificeerd voor alle werkzaamheden die voor de nucleaire veiligheid van belang zijn. |
Amendement 44 Voorstel voor een richtlijn Artikel 7 – lid 3 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. De lidstaten zien erop toe dat de regelgevingsinstanties op gezette tijden nagaan of de vergunninghouders over voldoende en adequaat gekwalificeerd personeel beschikken om de nucleaire veiligheid te kunnen garanderen, aan de hand van door de vergunninghouders in te dienen evaluatierapporten over werkgelegenheidskwesties zoals gezondheid en veiligheid, de veiligheidscultuur, kwalificaties en opleiding, aantallen werknemers en het gebruik van onderaannemers. |
Motivering | |
Algemeen wordt onderkend dat de menselijke factor een groot risico is bij nucleaire werkzaamheden. Hoewel de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder duidelijk is, kan de rapportage over de aan de menselijke factor gekoppelde veiligheidscultuur worden verbeterd. Regelmatige verslaglegging zal hiertoe bijdragen. Het amendement is consistent met en complementair aan amendement 35 van de rapporteur. | |
Amendement 45 Voorstel voor een richtlijn Artikel 7 – lid 3 ter (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 ter. De relevante regelgevende autoriteiten presenteren de Commissie en de Europese sociale partners elke drie jaar een verslag over nucleaire veiligheid en veiligheidscultuur. De Commissie kan, in overleg met de Europese sociale partners, verbeteringen voorstellen om de nucleaire veiligheid te waarborgen, met inbegrip van de bescherming van de gezondheid op het hoogst mogelijke niveau in de EU. |
Motivering | |
De Safety Fundamentals waar de Commissie naar verwijst (en die eventueel zullen worden vastgesteld indien amendement 43 van de rapporteur wordt aangenomen), geven niet aan hoe de ervaring met de nucleaire veiligheid (in het bijzonder gezondheid en veiligheid) wordt verbeterd. De lidstaten, de regelgevende instanties, de Commissie en de vertegenwoordigers van de exploitanten en de werknemers hebben allemaal baat bij een regelmatige uitwisseling van informatie en ervaringen, uitmondend in verbeteringen en het ontstaan van een veiligheidscultuur op EU-niveau. Bij de betrokken sociale partners gaat het om diegenen die betrokken zijn bij de intersectoriële en sectorale sociale dialoog voor de elektriciteitssector. | |
Amendement 46 Voorstel voor een richtlijn Artikel 8 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De regelgevingsinstanties voeren evaluaties van de nucleaire veiligheid, desbetreffend onderzoek, controles en, wanneer nodig, handhavingsacties uit gedurende de gehele levensduur van de nucleaire installaties, inclusief tijdens hun ontmanteling. |
Schrappen |
(Zie de heringevoerde bepalingen in artikel 4, lid 3 bis (nieuw )) | |
Amendement 47 Voorstel voor een richtlijn Artikel 8 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. In geval van ernstige of herhaalde overtredingen van de veiligheidsvoorschriften voor een nucleaire installatie heeft de regelgevingsinstantie de bevoegdheid om de exploitatievergunning in te trekken. |
Schrappen |
(Zie de heringevoerde bepalingen in artikel 3, lid 2 bis (nieuw )) | |
Amendement 48 Voorstel voor een richtlijn Artikel 8 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De regelgevingsinstantie heeft de bevoegdheid om de exploitatie van een kerncentrale stil te laten leggen wanneer zij van oordeel is dat de veiligheid niet ten volle is gewaarborgd. |
Schrappen |
Motivering | |
Zie de heringevoerde bepalingen in artikel 4, lid 3 ter (nieuw ). | |
Amendement 49 Voorstel voor een richtlijn Artikel 9 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten stellen afzonderlijk en op basis van transnationale samenwerking passende studie- en opleidingsprogramma's op het gebied van nucleaire veiligheid vast en creëren mogelijkheden voor theoretische en praktische nascholing. |
Teneinde op nationaal niveau over adequate personele middelen te kunnen beschikken en de nucleaire kennis te kunnen bewaren, dragen de lidstaten er zorg voor dat er studie- en opleidingsmogelijkheden voor elementaire en voortgezette theorie- en praktijkopleiding op het gebied van nucleaire veiligheid door de lidstaten worden aangeboden, met inbegrip van uitwisselingsprogramma's, zo nodig op basis van transnationale samenwerking. |
Amendement 50 Voorstel voor een richtlijn Artikel 10 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 10 |
Schrappen |
|
Voorrang voor veiligheid |
|
|
De lidstaten kunnen stringentere veiligheidsmaatregelen vaststellen dan die welke in deze richtlijn zijn vervat. |
|
(Zie de heringevoerde bepalingen in artikel 3, lid 2 quinquies (nieuw)) | |
Amendement 51 Voorstel voor een richtlijn Artikel 11 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten brengen verslag uit bij de Commissie over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn voor de eerste maal uiterlijk [drie jaar na de inwerkingtreding] en vervolgens om de drie jaar. Op basis van het eerste verslag rapporteert de Commissie aan de Raad over de vooruitgang die is gemaakt bij de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, zo nodig gepaard aan de indiening van wetgevingsvoorstellen. |
De lidstaten brengen verslag uit bij de Commissie over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn op dezelfde tijdstippen en met dezelfde frequentie als zij hun nationale verslagen uitbrengen voor de evaluatiebijeenkomsten ingevolge het Verdrag inzake nucleaire veiligheid. Op basis van dit verslag rapporteert de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de vooruitgang die is gemaakt bij de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, zo nodig gepaard aan de indiening van wetgevingsvoorstellen. |
Motivering | |
(i) Er moet gezorgd worden voor een goede coördinatie met de verslagen van de lidstaten ingevolge de desbetreffende bepalingen van het Verdrag inzake nucleaire veiligheid.(ii) Toezicht, verslaglegging en transparantie zijn voor de uitvoering van de richtlijn van het allergrootste belang. Dit is belangrijk om te zorgen dat het EP betrokken blijft bij aangelegenheden onder hoofdstuk III van het | |
Euratom-Verdrag en dat het EP nauwgezet op de hoogte wordt gehouden. | |
Amendement 52 Voorstel voor een richtlijn Artikel 12 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten doen de wetten, regelgeving en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn voor de naleving van deze richtlijn uiterlijk op [twee jaar na de datum waarnaar wordt verwezen in artikel 13] in werking treden. Zij delen de Commissie onverwijld de tekst mede van deze bepalingen, alsook een concordantietabel tussen deze uitvoeringsbepalingen en deze richtlijn. |
De lidstaten doen de wetten, regelgeving en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn voor de naleving van deze richtlijn uiterlijk op [twee jaar na de datum waarnaar wordt verwezen in artikel 13] in werking treden. Zij delen de Commissie onverwijld de tekst mede van deze bepalingen. |
Amendement 53 Voorstel voor een richtlijn Bijlage (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Bijlage |
|
|
VEILIGHEIDSDOELSTELLING |
|
|
De fundamentele veiligheidsdoelstelling is het beschermen van werknemers en het algemene publiek tegen de schadelijke gevolgen van ioniserende straling van nucleaire installaties. |
|
|
1. Om de bescherming van werknemers en het algemene publiek te waarborgen, worden bij de exploitatie van nucleaire installaties de hoogste veiligheidsnormen in acht genomen die redelijkerwijs kunnen worden bereikt, met inachtneming van economische en maatschappelijke factoren. |
|
|
Naast de maatregelen voor de bescherming van de gezondheid zoals vastgesteld in de Euratom-basisnormen (Richtlijn 96/29/Euratom), worden de volgende maatregelen genomen: |
|
|
- beperking van de kans dat zich gebeurtenissen voordoen die leiden tot het verlies van de controle over de kern van een kernreactor, de nucleaire kettingreactie en de radioactieve bron, en |
|
|
- beperking van de gevolgen van zo'n gebeurtenis wanneer deze zich toch voordoet. |
|
|
2. De fundamentele veiligheidsdoelstelling geldt voor alle nucleaire installaties en voor alle stadia van de levenscyclus van nucleaire installaties. |
|
|
VEILIGHEIDSBEGINSELEN |
|
|
Beginsel 1: Verantwoordelijkheid voor veiligheid |
|
|
Elke lidstaat draagt er zorg voor dat de hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid van een nucleaire installatie berust bij de houder van de desbetreffende vergunning en neemt passende maatregelen om te waarborgen dat iedere vergunninghouder zijn verantwoordelijkheid in acht neemt. |
|
|
1.1 Elke lidstaat zorgt ervoor dat de vergunninghouder maatregelen heeft genomen voor: |
|
|
- het toewijzen en handhaven van de nodige bevoegdheden; |
|
|
- het aanbieden van passende opleiding en informatie; |
|
|
- het vaststellen van procedures en regels voor het onder alle omstandigheden handhaven van de veiligheid; |
|
|
- het controleren van de geëigendheid en de adequate kwaliteit van nucleaire installaties; |
|
|
- het waarborgen van het veilige beheer van al het radioactieve materiaal dat wordt gebruikt, geproduceerd of opgeslagen; |
|
|
- het waarborgen van het veilige beheer van al het radioactieve afval dat wordt gegenereerd |
|
|
teneinde zich te houden aan de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de nucleaire installatie. |
|
|
Deze verantwoordelijkheden worden vervuld in overeenstemming met de toepasselijke veiligheidsdoelstellingen en -eisen zoals vastgesteld of goedgekeurd door de regelgevende instantie, en via de implementatie van een beheersysteem. |
|
|
Beginsel 2: Leiderschap en veiligheidsbeheer |
|
|
In alle organisaties die zich met nucleaire veiligheid bezighouden, moet voor effectief leiderschap en veiligheidsbeheer worden gezorgd. |
|
|
2.1 Leiderschap ten aanzien van veiligheidskwesties in organisaties is gesitueerd op de hoogste niveaus. Er wordt een effectief beheersysteem ontwikkeld en gehandhaafd, met integratie van alle beheerelementen zodat veiligheidsvereisten worden vastgesteld en toegepast in samenhang met andere vereisten, waaronder die ten aanzien van het menselijk handelen, kwaliteit en veiligheid, en op zo'n wijze dat de veiligheid niet in gevaar wordt gebracht door andere vereisten of behoeften. |
|
|
Het beheersysteem bevordert ook het ontstaan van een veiligheidscultuur, zorgt voor een geregelde beoordeling van de veiligheidsprestatie en de toepassing van ervaringen uit het verleden. |
|
|
2.2 In het beheersysteem wordt een veiligheidscultuur geïntegreerd die bepalend is voor de gedragingen en het gedrag ten aanzien van veiligheid van alle betrokken organisaties en personen. Veiligheidscultuur omvat onder andere: |
|
|
- individuele en collectieve inzet voor veiligheid bij het leiderschap, het management en het personeel op alle niveaus; |
|
|
- verantwoordingsplicht van organisaties en individuen op alle niveaus voor veiligheid; |
|
|
- maatregelen ter bevordering van een "vraag- en leer"-cultuur, en ter ontmoediging van gemakzucht ten aanzien van veiligheid. |
|
|
2.3 Het beheersysteem onderkent het hele scala aan interacties van individuen op alle niveaus met technologie en organisaties. Om veiligheids-, belangrijk menselijk en organisatiefalen te vermijden, wordt rekening gehouden met de menselijke factoren, en worden goede prestaties en goede praktijken bevorderd. |
|
|
Beginsel 3: Veiligheidsbeoordeling |
|
|
Vóór de bouw en inbedrijfstelling van een nucleaire installatie en gedurende de hele levensduur daarvan vinden uitvoerige en stelselmatige beoordelingen van de veiligheid plaats. Er wordt een getrapte benadering gevolgd, met inachtneming van de omvang van de potentiële risico's van de nucleaire installatie. |
|
|
3.1 Het regelgevend orgaan eist een beoordeling van de nucleaire veiligheid van alle nucleaire installaties, aansluitend bij een getrapte benadering. Deze veiligheidsbeoordeling omvat een stelselmatige analyse van de normale werking en de effecten daarvan, de potentiële problemen en de gevolgen van dergelijke problemen. De veiligheidsbeoordeling betreft de veiligheidsmaatregelen die nodig zijn om het risico te beheren, alsook het ontwerp en de geïmplementeerde veiligheidskenmerken, teneinde aan te tonen dat zij voldoen aan de aan hen gestelde veiligheidsvereisten. Daar waar beheermaatregelen nodig zijn of optreden door de exploitant om de veiligheid te handhaven, wordt een initiële veiligheidsbeoordeling gehouden om aan te tonen dat de genomen maatregelen volstaan en betrouwbaar zijn. Een lidstaat verstrekt alleen een vergunning voor een nucleaire installatie wanneer het regelgevend orgaan ervan is overtuigd dat de door de vergunninghouder voorgestelde veiligheidsmaatregelen volstaan. |
|
|
3.2 De verplichte veiligheidsbeoordeling wordt, indien noodzakelijk, in een later stadium van de exploitatie geheel of gedeeltelijk herhaald om rekening te houden met gewijzigde omstandigheden (zoals de toepassing van nieuwe normen, of wetenschappelijke en/of technologische ontwikkelingen), de feedback van tijdens de exploitatie opgedane ervaringen en de effecten van veroudering. Voor exploitatieaspecten die gedurende lange perioden worden voortgezet, worden de beoordelingen waar nodig herzien en herhaald. Voortzetting van dergelijke exploitatieaspecten geschiedt alleen wanneer de hernieuwde beoordelingen aantonen dat de veiligheidsmaatregelen nog altijd volstaan. |
|
|
3.3 Binnen de vereiste veiligheidsbeoordeling worden precursoren (gebeurtenissen die resulteren in omstandigheden die tot een ongeluk leiden) in kaart gebracht en geanalyseerd, en worden er maatregelen genomen om ongevallen te voorkomen. |
|
|
3.4 Om de veiligheid verder te vergroten, worden processen ontwikkeld voor feedback en analyse van exploitatie-ervaringen in de eigen en andere installaties, met inbegrip van initiërende gebeurtenissen, ongevalprecursoren, "near misses", ongevallen en ongeautoriseerde handelingen, zodat er lessen kunnen worden geleerd en uitgewisseld, en er actie kan worden ondernomen. |
|
|
Beginsel 4: Optimalisering van veiligheid |
|
|
De lidstaten zorgen ervoor dat nucleaire installaties het hoogste veiligheidsniveau waarborgen dat in alle redelijkheid in de praktijk van ze kan worden verwacht zonder hun werking overmatig te beperken. |
|
|
4.1 Voor de optimalisering van de veiligheid moet het relatieve belang van diverse factoren worden beoordeeld, waaronder: |
|
|
- de waarschijnlijkheid van voorspelbare gebeurtenissen en hun gevolgen; |
|
|
- de omvang en de distributie van stralingsdoses waaraan men wordt blootgesteld; |
|
|
- de economische, sociale en milieufactoren van stralingsrisico's; |
|
|
- De optimalisering van de veiligheid houdt ook het gebruik van goede praktijken en gezond verstand in, voor zover dit bij de dagelijkse activiteiten mogelijk is. |
|
|
Beginsel 5: Preventie en beperking |
|
|
De lidstaten zien erop toe dat alles wordt gedaan om nucleaire ongelukken en ongelukken in hun nucleaire installaties te voorkomen en te beperken. |
|
|
5.1 Elke lidstaat zorgt ervoor dat de vergunninghouders alles doen wat ze kunnen om |
|
|
- te voorkomen dat zich abnormale omstandigheden of incidenten voordoen die tot een gebrek aan controle zouden kunnen leiden; |
|
|
- de escalatie van dergelijke abnormale omstandigheden of incidenten te voorkomen; en |
|
|
- de schadelijke gevolgen van een ongeluk te beperken. |
|
|
door een "verdediging in de diepte" te organiseren. |
|
|
5.2 De toepassing van het concept "verdediging in de diepte" zorgt ervoor dat geen enkel op zichzelf staand technisch, menselijk of organisatorisch falen tot schadelijke gevolgen leidt, en dat de combinaties van falen die tot grote schadelijke gevolgen zouden kunnen leiden zeer onwaarschijnlijk zijn. |
|
|
5.3 "Verdediging in de diepte" vindt plaats middels een combinatie van een aantal consecutieve en onafhankelijke beschermingsniveaus, die allemaal moeten falen voordat er zich schadelijke gevolgen voor de werknemers of het algemene publiek kunnen voordoen. De niveaus van "verdediging in de diepte" omvatten: |
|
|
- een adequate keuze van de vestigingsplaats; |
|
|
- een adequaat ontwerp van de nucleaire installatie, bestaande uit |
|
|
een kwalitatief hoogwaardig ontwerp en bouw |
|
|
een grote betrouwbaarheid van de onderdelen en de apparatuur |
|
|
beheers-, beperkings- en beschermingssystemen en toezichtkenmerken; |
|
|
- een adequate organisatie, met |
|
|
een effectief beheersysteem, met een grote toegewijdheid van het management aan een veiligheidscultuur |
|
|
alomvattende operationele procedures en praktijken |
|
|
alomvattende procedures voor het beheer van ongelukken |
|
|
regelingen voor paraatheid met het oog op ongelukken |
|
|
Beginsel 6: Paraatheid en reactie op noodsituaties |
|
|
De lidstaten zorgen ervoor dat er regels worden vastgesteld voor de paraatheid en reactie op noodsituaties bij ongelukken in nucleaire installaties, overeenkomstig Richtlijn 96/29/Euratom. |
Motivering | |
De veiligheidsbeginselen van de IAEA en het Verdrag inzake nucleaire veiligheid hebben op een andere verzameling activiteiten en installaties betrekking dan die van deze richtlijn. Deze bijlage omvat de desbetreffende, in het onderhavige voorstel afgedekte beginselen van de IAEA en het Verdrag inzake nucleaire veiligheid, aangepast aan de situatie van de EU. De aanpassing van de veiligheidsbeginselen van de IAEA en het Verdrag inzake nucleaire veiligheid houdt in dat de toelichting bij artikel 6, lid 1, zoals voorgesteld in een ander amendement aan de bijlage moet worden gekoppeld. | |
TOELICHTING
Met dit richtlijnvoorstel wil de Commissie de procedure voor de invoering van een gemeenschappelijk EU-kader voor nucleaire veiligheid, waarmee oorspronkelijk in 2003 was begonnen, nieuw leven inblazen.
Beoogd wordt een kader voor de nucleaire veiligheid in de EU, gebaseerd op een aantal operationele doelstellingen, namelijk versterking van de rol van de nationale regelgevingsinstanties, versterking van hun onafhankelijkheid, en het waarborgen van een hoog niveau van transparantie op het gebied van de veiligheid van nucleaire installaties. In het voorstel worden de belangrijkste beginselen overgenomen uit bestaande internationale instrumenten, zoals het Verdrag inzake nucleaire veiligheid (VNV) en de werkzaamheden inzake veiligheid van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA).
De rapporteur is zeer ingenomen met dit voorstel, dat bijdraagt aan de versterking van het huidige Europese wetgevingskader waardoor de transparantie en het deugdelijk beheer van nucleaire activiteiten kunnen worden verbeterd. Het EP heeft er steeds op gehamerd[1] dat er op communautair niveau dringend degelijke wetgeving en concrete maatregelen inzake de nucleaire veiligheid, het beheer van radioactieve afvalstoffen en ontmanteling van kerninstallaties tot stand moeten komen. Dit geldt in het bijzonder gezien het belang van kernenergie, die in 15 van de 27 lidstaten wordt geproduceerd en circa een derde van de totale vraag naar elektriciteit in de Europese Unie dekt. Kernenergie zal waarschijnlijk alleen maar verder aan belang winnen, gezien de "herleving" van deze energiebron - momenteel worden in vier lidstaten in totaal zes nieuwe kerncentrales gebouwd - en de verlenging van de levensduur van kerncentrales; ook is kernenergie een van de belangrijkste factoren voor een onafhankelijk energiebeleid in de EU en voor het terugbrengen van de CO2-uitstoot, onderdeel van de strijd tegen de klimaatverandering.
Ofschoon de lidstaten zelf moeten uitmaken of zij kernenergie al dan niet in hun energiemix willen opnemen, blijft voor de Europese Unie de belangrijke rol weggelegd om te zorgen dat deze energiebron ontwikkeld wordt onder een regiem van bindende regels en een regelgevingskader uit hoofde van het Euratom-Verdrag. Inmiddels geldt als onbetwist dat aan de Commissie krachtens de artikelen 31 en 32 van het Euratom-Verdrag de bevoegdheid toekomt om op gebied van nucleaire veiligheid "uniforme veiligheidsnormen vast te stellen voor de gezondheidsbescherming van de bevolking en de werknemers en erop toe te zien dat deze worden toegepast", zoals het Hof van Justitie in zaak C-29/99, Commissie/Raad[2] heeft beslist.
De benadering van de Commissie opent bovendien de weg naar ontwikkeling van een wetgevingscorpus op het gebied van geharmoniseerde normen voor nucleaire veiligheid en afgeleide wetgeving, dat als kader kan dienen voor de nationale wetgeving van de lidstaten inzake nucleaire veiligheid. Ook is deze benadering van vitaal belang voor de Euratom-samenwerkingsafspraken over nucleaire veiligheid, toezicht op nucleair materiaal en bijstand aan derde landen, waarmee moet worden verzekerd dat alle nucleaire activiteit aan de hoogste veiligheidsnormen beantwoordt. Dit voorstel verhoogt daarom de internationale geloofwaardigheid van de inspanningen van Euratom op het gebied van nucleaire veiligheid.
AANBEVELINGEN VAN DE RAPPORTEUR
I - Beleidsoptie:
De door de Commissie gekozen beleidsoptie houdt in dat EG-wetgeving wordt uitgevaardigd waarmee een gemeenschappelijk kader wordt opgebouwd met behulp van bestaande internationale regels die reeds door de IAEA zijn uitgewerkt, en die worden aangevuld met extra veiligheidseisen voor nieuwe kernreactoren, met het oog op het bereiken, behouden en voortdurend verbeteren van de nucleaire veiligheid in de Gemeenschap. Dit kader voorziet in veiligheidsbeginselen en legt tevens de lidstaten de verplichting op om een wet- en regelgevingskader voor de regulering van en het toezicht op kerninstallaties tot stand te brengen, voornamelijk bestaande in nationale veiligheidsvereisten, een vergunningenstelsel voor nucleaire installaties, een onafhankelijke regelgevingsinstantie en een stelsel van toezicht, evaluatie en controle voor nucleaire installaties.
(i) De rapporteur kan in het algemeen instemmen met deze optie: deze beantwoordt volledig aan het subsidiariteitsbeginsel op een gebied waar sprake is van gedeelde bevoegdheden met de lidstaten. Daarnaast biedt deze optie voldoende flexibiliteit bij de tenuitvoerlegging van de richtlijn, doordat enerzijds gewaarborgd wordt dat de (in de richtlijn bedoelde) veiligheidsbeginselen een gemeenschappelijke definitie krijgen, en anderzijds aan de lidstaten de taak wordt overgelaten de nodige maatregelen vast te stellen, met de vrijheid om eventueel strengere regels in te voeren.
Dit beantwoordt aan het beginsel van nationale aansprakelijkheid voor de veiligheid van nucleaire installaties, waarbij de hoofdverantwoordelijkheid bij de vergunninghouder berust, onder het toezicht van een onafhankelijke regelgevingsinstantie.
Op dit punt wil de rapporteur daarom een kleine verbetering voorstellen in de structurele ordening van het voorstel, die de hiërarchie beter laat uitkomen tussen de volgende normen en verantwoordelijkheden: de definitie van een nationaal regelgevingskader; de rol van de onafhankelijke regelgevingsinstantie; de in te voeren beginselen en vereisten, en de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder.
(ii) De rapporteur heeft er vertrouwen in dat de kaderrichtlijn tegelijkertijd voorziet in een werkelijke harmonisatie van de veiligheidsbeginselen: van de lidstaten wordt immers verlangd dat zij de IAEA-beginselen respecteren en hun verplichtingen ingevolge het Verdrag inzake nucleaire veiligheid nakomen, dat werd opgesteld onder de auspiciën van de IAEA. Hiermee erkent de Commissie dat de nodige regels op internationaal niveau al bestaan en goed zijn uitgewerkt. Zij vormen een goede basis voor de gemeenschapswetgeving, die dan ook vooral tot doel heeft voor een effectieve en uniforme omzetting door de lidstaten te zorgen.
De rapporteur is het er ook mee eens dat de normen, methoden en richtsnoeren van de IAEA een deugdelijk kader bieden van de beste internationaal erkende praktijken, waarvan de meeste nationale vereisten zijn afgeleid. De invoering daarvan in het Gemeenschapsrecht moet verzekeren dat aan de verplichtingen op EU-niveau wordt voldaan, en moet daarnaast de Commissie de nodige instrumenten aanreiken om de naleving van die regels te controleren en te sanctioneren, en erop toe te zien dat de nationale wetgevingen zich aan de richtlijn conformeren.
II - De geloofwaardigheid van de harmonisering van veiligheidsregels:
(i) Er is de rapporteur veel aan gelegen dat wordt toegezien op een echte onafhankelijkheid van de regelgevingsinstantie.
De essentiële toegevoegde waarde van de voorgestelde richtlijn is gelegen in versterking van de rol van de nationale regelgevingsinstanties in de nationale wetgeving. De rapporteur meent dat de rol van deze instantie beter moet worden omschreven en haar onafhankelijkheid moet worden vergroot. Dat zorgt voor de legitimiteit waaraan zij de bevoegdheden moet ontlenen om alle nodige urgente maatregelen te nemen, waaronder ook opschorting van de werkzaamheid van een kerncentrale (zie gewijzigd artikel 4).
(ii) De rechtszekerheid omtrent regulering op EU-niveau.
De fundamentele beginselen, voorschriften en richtsnoeren van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) vormen een geheel van regels en een praktisch kader waarop nationale veiligheidseisen van de lidstaten moeten worden gebaseerd. In het bijzonder erkent de Commissie dat de 10 fundamentele beginselen die de IAEA in 2006 heeft gepubliceerd, één enkel geheel van regels vormen dat de basis vormt voor de door de lidstaten in te voeren veiligheidsvereisten. De IAEA-veiligheidsbeginselen zijn niet meer dan aanbevelingen zonder bindende werking, en kunnen als zodanig niet in het Gemeenschapsrecht worden ingevoerd door simpele verwijzing in deze richtlijn naar de Safety Standards Series van de IAEA. Daarom pleit de rapporteur ervoor dat een bijlage met de fundamentele veiligheidsbeginselen aan de richtlijn wordt toegevoegd. Deze benadering biedt als duidelijk voordeel meer zekerheid omtrent de regeling op Gemeenschapsniveau, verschaft ook de rechtsgrondslag voor de tenuitvoerlegging van die beginselen, en maakt de harmonisering op EU-niveau doelmatiger.
Wat betreft de verplichtingen uit hoofde van het Verdrag inzake nucleaire veiligheid, acht de rapporteur het verheugend dat de richtlijn rechtstreeks verwijst naar de door de lidstaten aangegane verplichtingen.
Welke rol aan WENRA en de GHN is toebedacht voor stroomlijning en nadere uitwerking van extra veiligheidseisen voor "nieuwe kernreactoren" blijft onduidelijk. Het is niet zozeer de status van deze ad hoc groepen (WENRA is een informele vereniging van nucleaire regelgevers) waartegen de rapporteur bedenkingen heeft als wel het feit dat veiligheidsniveaus en -normen voor toekomstige technologieën nog niet zijn uitgerijpt. De richtlijn kan moeilijk op de resultaten van dit proces vooruitlopen door de lidstaten te verplichten die normen in hun wetgeving om te zetten. De rapporteur ziet hierin een bron van rechtsonzekerheid. Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel zou de rapporteur de lidstaten liever aanmoedigen door te gaan met de voortdurende verbetering van de veiligheidsnormen. Naarmate de lidstaten de beste praktijken en ervaringen hanteren die beschikbaar zijn en die de technologische ontwikkelingen en verbeteringen weerspiegelen, wordt de harmonisering een "wedloop naar de top", omdat de veiligheidsnormen een steeds hoger niveau bereiken en er steeds verbeteringen worden ingevoerd.
III - Transparantie
(i) Het huidige wetgevingskader moet worden versterkt met het oog op meer transparantie en aanvaarding onder het publiek.
De rapporteur stemt in met de verwijzing naar de verschillende internationale verdragen. Ook hier zijn reeds in nationaal, internationaal of grensoverschrijdend verband, zoals het Verdrag van Aarhus of het Espoo-verdrag, voorschriften uitgewerkt voor toegang tot informatie, inspraak van het publiek en transparantie. Door van de lidstaten te verlangen aan deze verplichtingen te voldoen, geeft de richtlijn de Commissie de instrumenten in handen om erop toe te zien dat de lidstaten daadwerkelijk zorgen voor transparantie in het besluitvormingsproces en in de controleresultaten op veiligheidsgebied.
(ii) De rapporteur beschouwt toezicht, verslaglegging en transparantie als essentiële elementen voor de kaderrichtlijn.
De rapporteur onderstreept dat ervoor gezorgd moet worden dat het EP betrokken blijft bij aangelegenheden die onder het Euratom-Verdrag vallen, en in het bijzonder dat het EP de middelen krijgt om zich op de hoogte te houden en de werkzaamheden op gebied van nucleaire veiligheid te blijven volgen.
Het EP dient door de Commissie afdoende te worden geïnformeerd betreffende de in artikel 11 bedoelde regelmatige verslagen over de tenuitvoerlegging van de richtlijn, waarvan de frequentie moet worden afgestemd op de vereisten van het Verdrag inzake nucleaire veiligheid en het daarin geregelde evaluatieproces.
Die verslagen zullen evenals de peer reviews helpen om de beste praktijken te herkennen en daardoor bijdragen aan de voortdurende verbetering van nucleaire veiligheid in de Gemeenschap. Het EP moet deel hebben aan dat proces.
Om alle hierboven genoemde redenen stelt de rapporteur een aantal amendementen op het voorstel van de Commissie voor.
- [1] 1 Verslag-Maldeikis inzake de beoordeling van Euratom – 50 jaar Europees nucleair beleid (A6-0129/2007, d.d. 02.04.2007); Verslag-Reul over conventionele energiebronnen en energietechnologie (A6-0348/2007, d.d. 24.10.2007).
- [2] 2 Zaak C-29/99 Commissie/Raad, Jurispr. 2002, blz. I-11221.
ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGRONDSLAG
1.4.2009
Mevrouw Angelika Niebler
Voorzitter
Commissie industrie, onderzoek en energie
BRUSSEL
Betreft: Advies inzake de rechtsgrondslag van het voorstel voor een richtlijn van de Raad (Euratom) houdende instelling van een communautair kader voor nucleaire veiligheid
(COM(2008)0790 – C6‑0026/2009 – 2008/0231(VNV))
Mevrouw de voorzitter,
De Commissie juridische zaken heeft overeenkomstig artikel 35, lid 3, van het Reglement op eigen initiatief besloten de rechtsgrondslag van bovengenoemd Commissievoorstel voor een richtlijn te onderzoeken.
De commissie behandelde dit punt op haar vergadering van 31 maart 2009.
De Industriecommissie beraadt zich momenteel over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot instelling van een communautair kader voor nucleaire veiligheid, waarvoor de heer Hökmark als rapporteur fungeert. De Milieucommissie heeft daarover inmiddels al een advies uitgebracht (rapporteur voor advies: mevrouw Harms). In haar ontwerpadvies stelt mevrouw Harms voor artikel 175, lid 1 EG aan de bestaande rechtsgrondslagen (de artikelen 31 en 32 EURATOM) toe te voegen.
Achtergrond van de voorgestelde wetgeving
Dit is de derde poging in een decennium om nieuwe regels inzake nucleaire veiligheid in te voeren (de twee eerdere voorstellen van 2002 en 2003 zijn ingetrokken).
Het doel van het voorstel uit 2002 bestond erin "de fundamentele verplichtingen en algemene beginselen inzake de veiligheid van nucleaire installaties vast te stellen", die "in een later stadium zouden worden aangevuld met gemeenschappelijke normen en controlemechanismen (...)". Bij de in 2003 doorgevoerde herziening is de eis tot invoering van fundamentele verplichtingen en gemeenschappelijke normen komen te vervallen en vervangen door communautaire mechanismen om de naleving van gemeenschappelijke beginselen inzake nucleaire veiligheid te waarborgen, waaronder met name een communautair controlesysteem. In het onderhavige, meest recente voorstel is echter niet voorzien in dergelijke mechanismen, en er komt dan ook geen communautair controlesysteem. Het nieuwe richtlijnvoorstel strekt daarentegen alleen tot handhaving van de voorschriften van het Verdrag inzake nucleaire veiligheid van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (VNV).
De door de Commissie voorgestelde rechtsgrondslag bestaat uit de artikelen 31 en 32 van het EURATOM-VERDRAG. De vraag is nu of artikel 175, lid 1, van het EG-Verdrag hieraan moet worden toegevoegd, hetgeen voor het Parlement het voordeel van de medebeslissingsprocedure zou opleveren. Bij wijze van alternatief is tevens gesuggereerd om artikel 203 EURATOM in combinatie met of in plaats van de artikelen 31 en 32 als rechtsgrondslag te gebruiken, zodat ook de technologische aspecten van nucleaire veiligheid en de milieuaspecten onder de richtlijn zouden vallen.
Op bruikbaarheid te toetsen rechtsgrondslagen
Gemakshalve worden de als rechtsgrondslag in aanmerking komende Verdragsbepalingen hieronder geciteerd.
Artikel 31 EURATOM
De basisnormen worden voorbereid door de Commissie, na advies van een groep personen, aangewezen door het Wetenschappelijk en Technisch Comité uit wetenschappelijke deskundigen van de lidstaten, met name uit de deskundigen op het gebied van de volksgezondheid. De Commissie vraagt over de aldus voorbereide basisnormen het advies van het Economisch en Sociaal Comité.
Na raadpleging van het Europees Parlement stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de basisnormen vast op voorstel van de Commissie, die hem de adviezen doorgeeft welke zij bij de comités heeft ingewonnen.
Artikel 32 EURATOM
Op verzoek van de Commissie of van een lidstaat kunnen de basisnormen worden herzien of aangevuld volgens de in artikel 31 bepaalde procedure.
De Commissie moet ieder door een lidstaat ingediend verzoek in behandeling nemen.
De term "basisnormen" wordt in artikel 30 EURATOM als volgt gedefinieerd:
Artikel 30 EURATOM
Voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werknemers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren worden binnen de Gemeenschap basisnormen vastgesteld.
Onder basisnormen wordt verstaan:
|
|
|
a. de met voldoende veiligheid maximaal toelaatbare doses;
|
|
|
|
|
b. de maximaal toelaatbare bestraling en besmetting;
|
|
|
|
|
c. de grondbeginselen van het medisch toezicht op de werknemers.
|
|
Er zij op gewezen dat deze bepalingen zich bevinden in hoofdstuk 3 van titel II van het EURATOM-VERDRAG, dat handelt over Bescherming van de gezondheid.
Voorgesteld is om hieraan artikel 175, lid 1 EG als rechtsgrondslag toe te voegen:
Artikel 175, lid 1
1. De Raad stelt volgens de procedure van artikel 251 en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's de activiteiten vast die de Gemeenschap moet ondernemen om de doelstellingen van artikel 174 te verwezenlijken.
Artikel 174, waarnaar artikel 175, lid 1, verwijst, bepaalt het volgende:
Artikel 174
1. Het beleid van de Gemeenschap op milieugebied draagt bij tot het nastreven van de volgende doelstellingen:
— behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu,
— bescherming van de gezondheid van de mens,
— behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen,
— bevordering op internationaal vlak van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen.
2. De Unie streeft in haar milieubeleid naar een hoog niveau van bescherming, rekening houdend met de uiteenlopende situaties in de verschillende regio's van de Unie. Haar beleid berust op het voorzorgsbeginsel en op het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt.
In dit verband omvatten de aan eisen inzake milieubescherming beantwoordende harmonisatiemaatregelen, in de gevallen die daarvoor in aanmerking komen, een vrijwaringsclausule op grond waarvan de lidstaten om niet-economische milieuredenen voorlopige maatregelen kunnen nemen die aan een communautaire controleprocedure onderworpen zijn.
3. Bij het bepalen van haar beleid op milieugebied houdt de Gemeenschap rekening met:
— de beschikbare wetenschappelijke en technische gegevens,
— de milieuomstandigheden in de onderscheiden regio's van de Gemeenschap,
— de voordelen en lasten die kunnen voortvloeien uit optreden, onderscheidenlijk niet-optreden,
— de economische en sociale ontwikkeling van de Gemeenschap als geheel en de evenwichtige ontwikkeling van haar regio's.
4. In het kader van hun onderscheiden bevoegdheden werken de Gemeenschap en de lidstaten samen met derde landen en de bevoegde internationale organisaties. De nadere regels voor de samenwerking van de Gemeenschap kunnen voorwerp zijn van overeenkomsten tussen de Gemeenschap en de betrokken derde partijen, waarover wordt onderhandeld en die worden gesloten overeenkomstig artikel 300.
De eerste alinea doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om in internationale fora te onderhandelen en internationale overeenkomsten te sluiten.
Artikel 203 EURATOM
Indien een optreden van de Gemeenschap noodzakelijk blijkt ter verwezenlijking van een der doelstellingen van de Gemeenschap zonder dat dit Verdrag in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet, neemt de Raad met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, de passende maatregelen.
Analytische grondslagen
Het is van belang duidelijk te maken waarom de keuze van de rechtsgrondslag zoveel gewicht in de schaal werpt. Enerzijds is deze keuze, zoals het Hof van Justitie heeft opgemerkt, van "constitutioneel belang"[1], en wel omdat de Gemeenschap functioneert volgens het principe van toegekende bevoegdheden. Dit betekent m.a.w. dat de Gemeenschap alleen kan optreden wanneer de oprichtingsverdragen haar daartoe de bevoegdheid verlenen. Anderzijds doet zich een probleem voor wanneer er geen rechtsgrondslag voorhanden is om een communautaire maatregel te rechtvaardigen (waar er m.a.w. geen 'voldoende bevoegdheid' is) of wanneer een verandering van rechtsgrondslag resulteert in een andere procedure voor de goedkeuring van de maatregel. Een sprekend voorbeeld hiervan is te vinden in de conclusie van advocaat-generaal Jacobs in zaak C-314/99 Nederland vs. Commissie[2], waar een verandering in rechtsgrondslag zou hebben betekend dat de maatregel had moeten worden goedgekeurd via een andere procedure dan die welke daadwerkelijk was toegepast.
In dergelijke gevallen is de keuze van een foutieve rechtsgrondslag, zoals de Juridische Dienst van het Parlement ook heeft aangevoerd in de zaak British American Tobacco[3], meer dan een louter formele tekortkoming: zij leidt immers tot een onregelmatigheid in de procedure die van toepassing is op de goedkeuring van het rechtsbesluit, en kan resulteren in de vernietiging daarvan, aangezien de procedure deel uitmaakt van de inhoud van het besluit, en zij het besluit derhalve onwettig maakt.
Een en ander was voor het Hof van Justitie aanleiding om een reeks consistente criteria vast te stellen die in acht moeten worden genomen bij het beoordelen van de geschiktheid van deze of gene rechtsgrondslag:
(1) De keuze van de rechtsgrondslag van een maatregel moet berusten op objectieve factoren die voor rechterlijke toetsing vatbaar zijn.
(2) Deze factoren hebben met name betrekking op het doel en de inhoud van de maatregel.
(3) Het feit dat een instelling intensiever wenst te worden betrokken bij de aanneming van een bepaalde maatregel, bij de werkzaamheden die op andere terreinen zijn uitgevoerd binnen het toepassingsgebied van de maatregel, en in de context waarbinnen de maatregel is goedgekeurd, is irrelevant[4].
Bij de beoordeling van het doel en de inhoud van de voorgestelde maatregel moet het oorspronkelijke Commissievoorstel onder de loep worden genomen, rekening houdend met de door de commissie ten principale en de in het advies van de Milieucommissie voorgestelde wijzigingen.
Doel en inhoud van de voorgestelde wetgeving
Volgens de toelichting bij het Commissievoorstel[5] kunnen het doel en de inhoud van het richtlijnvoorstel als volgt worden omschreven:
"Deze ontwerprichtlijn houdende instelling van een communautair kader voor nucleaire veiligheid heeft tot doel de procedure voor de instelling van een gemeenschappelijk EU-kader voor nucleaire veiligheid nieuw leven in te blazen door het bijwerken en vervangen van het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad (Euratom) houdende vaststelling van de fundamentele verplichtingen en algemene beginselen op het gebied van de veiligheid van nucleaire installaties[6], dat vervat zit in het oorspronkelijke maatregelenpakket inzake nucleaire veiligheid.
Gezien de hernieuwde belangstelling voor kernenergie in een aantal lidstaten, met het oog op de verlenging van de levensduur van talrijke centrales en de bouw van nieuwe centrales, komt dit gewijzigde voorstel op het juiste moment. Het spreekt vanzelf dat de effecten van stralingsincidenten zich niet beperken tot de landsgrenzen en niet alleen de gezondheid van de werknemers en de bevolking kunnen schaden, maar ook verreikende economische gevolgen kunnen hebben voor de energiesector. De vaststelling van bindende communautaire en op internationaal vlak goedgekeurde veiligheidsbeginselen voor nucleaire installaties zou voor alle EU-burgers een bijkomende garantie betekenen door grotere rechtszekerheid te bieden.
(...)
De basisaanpak bestaat erin een reeks gemeenschappelijke beginselen op het gebied van nucleaire veiligheid, die al in het VNV zijn opgenomen, op communautair niveau vast te stellen en deze aan te vullen met extra veiligheidseisen voor nieuw te bouwen nucleaire installaties, waarbij de lidstaten ertoe worden aangespoord die te ontwikkelen overeenkomstig het beginsel van continue verbetering van de veiligheid, op basis van de door de WENRA ontwikkelde veiligheidsniveaus en in nauwe samenwerking met de Europese Groep op hoog niveau voor nucleaire veiligheid en afvalbeheer (GHN). Uitgaande van de tien door de GHN vastgestelde beginselen voor de controle op de nucleaire veiligheid, wordt de GHN het centrale contactpunt voor de samenwerking tussen de regelgevingsinstanties die belast zijn met de veiligheid van de nucleaire installaties in de lidstaten, en zal die groep bijdragen tot de opbouw van een EU-kader voor nucleaire veiligheid.
De algemene doelstelling van het voorstel is de continue verbetering van de nucleaire veiligheidsniveaus in de Gemeenschap en de versterking van de rol van de regelgevingsinstanties. Het toepassingsgebied van het voorstel is het ontwerp, de keuze van de vestigingsplaats, de bouw, het onderhoud, de exploitatie en de ontmanteling van nucleaire installaties, waarbij uit hoofde van het wet- en regelgevingskader van de betrokken lidstaat de veiligheid in acht moet worden genomen. Het recht van elke lidstaat om al dan niet gebruik te maken van kernenergie blijft volledig gewaarborgd.
Met dit communautaire kader voor de nucleaire veiligheid dienen meerdere operationele doelstellingen te worden verwezenlijkt, meer bepaald de versterking van de rol van de nationale regelgevingsinstanties, het leggen van de hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid bij de vergunninghouder, onder het toezicht van de regelgevingsinstantie, de versterking van de onafhankelijkheid van de regelgevingsinstantie, het waarborgen van een hoog niveau van transparantie op het gebied van de veiligheid van nucleaire installaties, de invoering van beheersystemen, een regelmatig veiligheidstoezicht, de beschikbaarheid van deskundigheid inzake nucleaire veiligheid en het geven van prioriteit aan veiligheid."
Dispositief en overwegingen van de voorgestelde richtlijn
In dit deel zal specifiek aandacht worden besteed aan alle bepalingen die betrekking hebben op de milieuaspecten van het voorstel.
Artikel 1 omschrijft het doel en het toepassingsgebied van de richtlijn, namelijk "de nucleaire veiligheid in de Gemeenschap te bewerkstelligen, te handhaven en continu te verbeteren en de rol van de nationale regelgevingsinstanties te versterken". Zij is van toepassing op "het ontwerp, de keuze van de vestigingsplaats, de bouw, het onderhoud, de bedrijfsvoering en de ontmanteling van nucleaire installaties, waar uit hoofde van het wet- en regelgevingskader van de betrokken lidstaat de veiligheid in acht moet worden genomen". Het is de bedoeling dat de richtlijn het bepaalde in Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996 onverlet laat, waarbij – zoals overweging 3 duidelijk stipuleert – basisnormen zijn vastgesteld voor de bescherming van de gezondheid van de bevolking en de werknemers tegen de aan ioniserende straling gebonden gevaren[7]. Dit artikel laat bovendien het recht van elke lidstaat onverlet om te beslissen al dan niet een eigen nucleair programma voor vreedzame doeleinden uit te voeren.
De definities zijn neergelegd in artikel 2. De aandacht zij gevestigd op het feit dat "nucleaire veiligheid" wordt gedefinieerd als "de toestand die wordt bereikt via maatregelen ter voorkoming van ongevallen of ter verzachting van de gevolgen van ongevallen, die ervoor zorgen dat werknemers, de bevolking in het algemeen en de lucht, het water en de bodem beschermd worden tegen onaanvaardbaar stralingsgevaar van nucleaire installaties" (vetgedrukt gedeelte door opsteller toegevoegd).
Artikel 3 bepaalt dat de hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid van nucleaire installaties ligt bij de vergunninghouder en dat de lidstaten een wet- en regelgevingskader scheppen en handhaven (dit omvat nationale veiligheidseisen, een vergunningenstelsel en toezicht, alsook een toezichtstelsel met de nodige handhavingsmaatregelen).
Artikel 4 heeft betrekking op de regelgevingsinstanties (die dienen te beschikken over de nodige onafhankelijkheid, het gezag, de bevoegdheden en de nodige financiële en personele middelen), die vergunningen afgeven en toezicht houden. De regelgevingsinstantie en de nationale regelgevingsystemen ondergaan om de tien jaar een internationale peer review.
Artikel 5 handelt over transparantie (informatie van het publiek).
Artikel 6 bepaalt dat de lidstaten de Safety fundamentals van de IAEA in acht moeten nemen "om een hoog veiligheidsniveau van nucleaire installaties te waarborgen, waaronder doeltreffende regelingen ter bescherming tegen mogelijk stralingsgevaar, ongevallenpreventie en bestrijding, beheer van verouderende installaties, langetermijnbeheer van alle geproduceerde radioactieve materialen en het verstrekken van informatie aan de bevolking en de autoriteiten van de buurlanden". Zij dienen ook aanvullende veiligheidseisen uit te werken op basis van de veiligheidsnormen die worden ontwikkeld door de WENRA.
In artikel 7 worden de verplichtingen van de vergunninghouders vastgesteld en artikel 8 gaat over het uit te voeren toezicht.
Artikel 9 voorziet in opleiding en nascholing.
Artikel 10 bepaalt dat de lidstaten stringentere veiligheidsmaatregelen kunnen vaststellen dan die welke in de richtlijn zijn vervat.
De artikelen 11, 12, 13 en 14 handelen respectievelijk over rapportering, omzetting in nationale wetgeving, de inwerkingtreding en de adressaten van de richtlijn.
De preambule van de richtlijn bevat geen specifieke verwijzingen naar de bescherming van het milieu, hoewel overweging 5 wel degelijk betrekking heeft op de effectieve bescherming tegen stralingsrisico's en ongevallen die radiologische gevolgen kunnen hebben, hetgeen kan worden uitgelegd als bescherming tegen bedreigingen voor het milieu. De overige overwegingen strekken tot ondersteuning van de bepalingen van het dispositief, en verwijzen bovendien naar artikel 2, onder b) EURATOM (volgens hetwelk de Gemeenschap uniforme veiligheidsnormen moet vaststellen ter bescherming van de gezondheid van de werknemers en de bevolking en ervoor moet waken dat deze worden toegepast) en naar artikel 30 (zie hierboven).De voornaamste bestaansreden voor de richtlijn is omschreven in overweging 5: "Hoewel het stralingsbeschermingssysteem dat is vastgesteld krachtens de vigerende basisnormen, rekening houdend met de huidige stand van de wetenschappelijke kennis, een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid waarborgt, moet die bescherming worden aangevuld om in nucleaire installaties een hoog veiligheidsniveau te kunnen handhaven en ontwikkelen en continu te verbeteren. De handhaving van een hoog veiligheidsniveau, vanaf de ontwerpfase tot aan de ontmanteling, is een essentiële vereiste om alle doelstellingen inzake bescherming van de gezondheid ingevolge artikel 2, onder b), van het Verdrag volledig te bereiken. Voor dit doel moeten effectieve beschermingsmaatregelen tegen stralingsrisico's worden getroffen en moeten ongevallen die het vrijkomen van straling kunnen veroorzaken, worden voorkomen."
De voornaamste in het ontwerpverslag van de Industriecommissie (PR\764148NL.doc; rapporteur: Gunnar Hökmark) voorgestelde aanpassing bestaat erin een bijlage met de fundamentele veiligheidsbeginselen van de IAEA aan de richtlijn toe te voegen "met enkele wijzigingen om de bepalingen aan te passen aan de verplichtingen voor de lidstaten“, en wel omdat zij "niet in het Gemeenschapsrecht kunnen worden opgenomen door middel van een eenvoudige verwijzing in deze richtlijn naar Serie nr. SF-1 (2006) van de veiligheidsnormen van de IAEA" (amendement 1 op overweging 10). Er zij op gewezen dat deze beginselen vaak de bescherming van het milieu betreffen, bijvoorbeeld: veilige controle van alle radioactief materiaal, het beheer van radioactief afval en het beheer van radioactieve risico's (uitgedrukt in algemene termen, rekening houdend met milieufactoren, de bescherming van de huidige en toekomstige generaties - de bevolking en het milieu, schadelijke gevolgen voor het milieu, enz.). Meer in het bijzonder omvat beginsel 8 een lange passage over het milieu, die hier uitvoerig dient te worden geciteerd: “Terwijl de gevolgen van blootstelling aan straling voor de menselijke gezondheid betrekkelijk goed bekend zijn – zij het dat er nog een aantal twijfels blijven bestaan – zijn de effecten van straling op het milieu minder grondig onderzocht. Het huidige systeem van stralingsbescherming biedt over het algemeen een adequate bescherming van de ecosystemen in het menselijk milieu tegen de schadelijke effecten van blootstelling aan straling. De algemene opzet van de maatregelen die ter bescherming van het milieu zijn genomen, bestaat erin ecosystemen te beschermen tegen blootstelling aan straling die negatieve gevolgen zou hebben voor de populaties van een bepaalde soort (en niet van individuele organismen)."
Geen van de andere amendementen in het ontwerpverslag van de Industriecommissie bevat enigerlei directe verwijzing naar de bescherming van het milieu als zodanig. Hetzelfde geldt voor het advies van de Milieucommissie (AD/775321NL.doc); rapporteur: Rebecca Harms).
Uit deze analyse lijkt naar voren te komen dat de nadruk in het richtlijnvoorstel ligt op de nucleaire veiligheid in het algemeen, terwijl het nagestreefde doel erin bestaat de basisnormen die zijn vastgelegd in Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad aan te vullen om te waarborgen dat een hoog niveau van veiligheid van nucleaire installaties wordt gehandhaafd en ontwikkeld en dat dit voortdurend wordt verbeterd. Uit de expliciete verwijzing naar het milieu in artikel 2 en naar de ecosystemen in de door de Industriecommissie voorgestelde bijlage blijkt voorts duidelijk dat het begrip "nucleaire veiligheid" voor de toepassing van de richtlijn ook moet worden opgevat in termen van bescherming van het milieu en niet alleen maar in termen van bescherming van de gezondheid van de werknemers en de bevolking in het algemeen. Dit gezegd zijnde, moet evenwel worden opgemerkt dat het voornaamste oogmerk van het instrument erin bestaat het bestaande stelsel van stralingsnormen die zijn vastgesteld bij Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad voor de bescherming van de gezondheid van de werknemers en de bevolking tegen de gevaren van ioniserende straling aan te vullen en dat geen van de bepalingen in het richtlijnvoorstel specifiek zijn bedoeld ter bescherming tegen bedreigingen voor het milieu. Dit betekent dat het richtlijnvoorstel (met inbegrip van de voorgestelde bijlage) erop neerkomt dat de lidstaten worden verplicht de IAEA- veiligheidsbeginselen na te leven, zonder dat wordt gepreciseerd hoe zij dat technisch moeten aanpakken, en dat de verantwoordelijkheden en taken van vergunninghouders en regelgevers worden vastgelegd. Het voorstel omvat geen bepalingen met betrekking tot de technologische aspecten van nucleaire veiligheid. Het gebruik van de term "beginselen" is in dat verband veelzeggend.
Dat neemt echter niet weg dat wanneer de Gemeenschap bijvoorbeeld voor beginsel 8 specifieke wetgeving zou willen ontwikkelen ter bescherming van de ecosystemen in het menselijk leefmilieu tegen de schadelijke gevolgen van blootstelling aan straling, er nauwelijks twijfel over bestaat dat artikel 175, lid 1, van het EG-Verdrag daarvoor de juiste rechtsgrondslag zou zijn.
De juiste rechtsgrondslag
De Commissie motiveert haar keuze van de rechtsgrondslag als volgt:
"De artikelen 31 en 32 van het Euratom-Verdrag vormen de rechtsgrondslag van dit voorstel. Artikel 31 beschrijft de procedure voor het vaststellen van de in artikel 30 bedoelde basisnormen voor de bescherming van de gezondheid van de bevolking en de werknemers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren. Krachtens artikel 32 kunnen die basisnormen worden aangevuld volgens de procedure van artikel 31"[8].
Diverse leden hebben twijfels geuit met betrekking tot de voorgestelde rechtsgrondslag.
Artikel 31 EURATOM staat in hoofdstuk 3, dat is getiteld "Bescherming van de gezondheid". Voorts stipuleert de preambule bij het Euratom-Verdrag dat de ondertekenende staten verlangen de "veiligheidsvoorwaarden te scheppen, waardoor de gevaren voor het leven en de gezondheid van de bevolking worden afgewend".
In het voorstel wordt betoogd dat de op grond van deze bepaling vast te stellen normen betrekking hebben op "de bescherming van de gezondheid van de werknemers en de bevolking tegen de gevaren van ioniserende straling" (artikel 30). In feite wordt in artikel 30 alleen de grondslag gelegd voor een systeem van stralingsbescherming door de maximaal toelaatbare doses en niveaus van blootstelling en besmetting te definiëren. Voorts wordt betoogd dat uit het arrest in zaak C-29/99, Commissie vs. Raad [2002], Jurisprudentie I-11221 blijkt dat de lidstaten exclusief bevoegd zijn voor de technologische aspecten van nucleaire veiligheid. Nochtans hebben het voorstel, en – in nog sterkere mate – de suggesties van de rapporteur (zie de bijlage met betrekking tot de veiligheidsbeginselen) wel degelijk betrekking op de technologische aspecten van de nucleaire veiligheid die – naar wordt aangenomen – de grenzen van de bevoegdheid van de Gemeenschap uit hoofde van het EURATOM-VERDRAG duidelijk te boven gaan.
Voorts bevat artikel 2, lid 2, van het voorstel een nieuwe definitie van "nucleaire veiligheid". Volgens deze nieuwe bepaling wordt "nucleaire veiligheid" – het doel van de richtlijn – gedefinieerd onder verwijzing naar de "bescherming van de werknemers, de bevolking en de lucht, het water en de bodem tegen onaanvaardbaar stralingsgevaar van nucleaire installaties". De bescherming van het milieu valt echter niet onder artikel 31 EURATOM. Naar lucht, water en bodem wordt verwezen in de artikelen 37 en 38 EURATOM, maar deze bepalingen vormen hoegenaamd geen rechtsgrondslag voor de vaststelling van wetgevingsmaatregelen, doch uitsluitend voor het verzamelen van gegevens en aanbevelingen.
Milieubescherming is daarentegen – zo wordt betoogd – een (gedeelde) bevoegdheid van de Europese Gemeenschap op grond van artikel 175 EG, en daarom moet deze bepaling ook worden gebruikt als aanvullende rechtsgrondslag. In tegenstelling tot artikel 31 EURATOM, dat alleen voorziet in raadpleging van het Europees Parlement, verplicht artikel 175 EG tot toepassing van de medebeslissingsprocedure.
In dit verband wordt nog opgemerkt dat het voorstel (in tegenstelling tot de vorige twee voorstellen) niet langer noopt tot regelmatige rapportage aan het Europees Parlement over de stand van de toepassing van de richtlijn en over de nucleaire veiligheid in de EG.
Er wordt op gewezen dat andere richtlijnen, die (ook) de regulering van nucleaire installaties ten doel hadden (het meest prominente voorbeeld daarvan is Richtlijn 85/337/EEG betreffende de beoordeling van de gevolgen van bepaalde openbare en particuliere projecten op het milieu), reeds waren gebaseerd op het EG-Verdrag. De richtlijn van de Raad was uitsluitend gebaseerd op het EG-Verdrag, en meer in het bijzonder op de bepaling inzake de bescherming van het milieu.
Betoogd wordt dat bij wijze van alternatief en in laatste instantie de gebruikelijke rechtsgrondslag, namelijk artikel 203 EURATOM, moet worden gebruikt (hetzij exclusief, hetzij als tweede rechtsgrondslag), zodat ook de technologische en milieuaspecten waaraan hierboven wordt gerefereerd eronder vallen.
Evaluatie
De Commissie is van oordeel dat, hoewel het op de bestaande fundamentele veiligheidsnormen gebaseerde systeem van stralingsbescherming een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de bevolking garandeert, het nog verder moet worden aangevuld om te waarborgen dat een hoog niveau van veiligheid van nucleaire installaties wordt gehandhaafd, ontwikkeld en voortdurend verbeterd. Om die reden heeft zij het onderhavige wetgevingsvoorstel ingediend uit hoofde van de artikelen 31 en 32 EURATOM.
Hoewel het EURATOM-VERDRAG geen expliciete rechtsgrondslag voor nucleaire veiligheid bevat, heeft het Hof van Justitie in een aantal gevallen (zaak 187/87 Saarland et al. [1988] Jurisprudentie 5013, zaak C-70/88, Parlement vs. Raad [1991] Jurisprudentie blz. I-4529 en zaak C-29/99, Parlement vs. Raad [2002], Jurisprudentie blz. I-11221) geoordeeld dat het ter bepaling van de bevoegdheden van de Gemeenschap niet dienstig is om een kunstmatig onderscheid te maken tussen de bescherming van de gezondheid van de bevolking en de veiligheid van bronnen van ioniserende straling, en dat de Gemeenschap derhalve over wetgevingsbevoegdheid beschikt om ter bescherming van de gezondheid een vergunningstelsel in te voeren dat door de lidstaten moet worden toegepast.
Daarom wordt er, op basis van een gedetailleerde evaluatie van het doel en de inhoud van de voorgestelde richtlijn, van uitgegaan dat de analyse van de Juridische Dienst dat de artikelen 31 en 32 EURATOM een passende rechtsgrond zijn en dat er geen beroep hoeft te worden gedaan op artikel 203 EURATOM, juist is. De inlassing van een bijlage met de veiligheidsbeginselen doet daaraan geen afbreuk, aangezien het met het voorgestelde instrument beoogde oogmerk er niet door verandert.
De situatie zou echter wel veranderen indien de Gemeenschap aan beginsel 8 gestalte zou geven door middel van specifieke wetgeving met betrekking tot bijvoorbeeld de bescherming van de ecosystemen in het menselijk leefmilieu tegen de schadelijke gevolgen van blootstelling aan straling, omdat er in dat geval nauwelijks twijfel over zou bestaan dat artikel 175, lid 1, van het EG-Verdrag de juiste rechtsgrondslag zou zijn.
De Juridische Dienst is van oordeel dat, indien definitief zou komen vast te staan dat de Commissie er vóór de presentatie van haar nieuwe voorstel klaarblijkelijk niet in slaagt om over de basisnormen een nieuw advies in te winnen bij een door het Wetenschappelijk en Technisch Comité aan te wijzen groep van personen, dit een schending zou betekenen van een wezenlijk vormvoorschrift, hetgeen volgens artikel 230 (tweede alinea) EG, aanleiding zou zijn voor een herziening van het aldus aangenomen besluit. Dit standpunt lijkt in overeenstemming te zijn met de wettelijke voorschriften. Aanbevolen wordt dat de voor deze kwestie ten principale verantwoordelijke commissie hierin in overleg met de Commissie naar haar oordeel volledige duidelijkheid brengt.
Conclusie
Op haar vergadering van 31 maart 2009 besloot de Commissie juridische zaken met 13 stemmen vóór en 6 tegen, bij 0 onthoudingen[9], aan te bevelen dat de passende rechtsgrondslag in dit geval de artikelen 31 en artikel 32 van het Euratom-Verdrag zijn, waarbij zij evenwel aantekende dat het feit dat de Commissie kennelijk had nagelaten om vóór de presentatie van haar nieuwe voorstel een nieuw advies in te winnen inzake de door een groep van personen welke zou moeten worden aangewezen door het Wetenschappelijk en Technisch Comité vast te stellen basisnormen, zou neerkomen op een schending van een wezenlijk vormvoorschrift, die volgens artikel 230 (tweede alinea) EG, aanleiding zou vormen voor een herziening van het aldus aangenomen besluit.
Hoogachtend,
Giuseppe Gargani
- [1] Advies nr. 2/00 van 6 december 2001 inzake het Protocol van Cartagna [2001] Jurisprudentie I-9713.
- [2] [2002] Jurisprudentie I-5521.
- [3] Zaak C-491/2001 The Queen v Secretary of State for Health, ex parte British American Tobacco (Investments) Ltd and Imperial Tobacco Ltd [2002] Jurisprudentie I-11453.
- [4] Zaak C-269/97 Commissie v. Raad [2000] Jurisprudentie I-2257, par. 43 en 44.
- [5] COM(2008) 790 def..
- [6] COM(2003)32 def. en COM(2004)526 def..
- [7] PB L 159 van 29.6.1996, blz. 1.
- [8] Toelichting, par. 3.2.
- [9] Bij de eindstemming waren aanwezig: Giuseppe Gargani (voorzitter), Rainer Wieland (ondervoorzitter), Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (ondervoorzitter), Francesco Enrico Speroni (ondervoorzitter), Monica Frassoni (rapporteur), Carlo Casini, Bert Doorn, Nicole Fontaine, Neena Gill, Klaus-Heiner Lehne, Véronique Mathieu, Hans-Peter Mayer, Manuel Medina Ortega, Hartmut Nassauer, Aloyzas Sakalas, Eva-Riitta Siitonen, Jacques Toubon, Diana Wallis, Jaroslav Zvěřina, Tadeusz Zwiefka.
ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (18.3.2009)
aan de Commissie industrie, onderzoek en energie
inzake het voorstel voor een richtlijn van de Raad (Euratom) houdende instelling van een communautair kader voor nucleaire veiligheid
(COM(2008)0790 – C6‑0026/2009 – 2008/0231(CNS))
Rapporteur voor advies: Rebecca Harms
BEKNOPTE MOTIVERING
De doelstelling van de ontwerprichtlijn is "de continue verbetering van de nucleaireveiligheidsniveaus in de Gemeenschap en de versterking van de rol van de regelgevingsinstanties". Het voorstel heeft echter niet ten doel bevoegdheden in te voeren om dit te bereiken, en levert geen extra veiligheid op.
Het voorstel van de Commissie is de derde poging in tien jaar om nieuwe regels op het gebied van nucleaire veiligheid in te voeren. In het eerste voorstel van november 2002 wordt het volgende gesteld:
"Om op communautair niveau de bovengenoemde doelstellingen (...) te verwezenlijken, moeten de fundamentele verplichtingen en algemene beginselen inzake de veiligheid van nucleaire installaties worden vastgesteld (...). Dit wordt in een later stadium aangevuld met gemeenschappelijke normen en controlemechanismen ten einde een hoog veiligheidsniveau te waarborgen (...)".
Wat echter in 2002 als essentieel werd beschouwd lijkt nu onbelangrijk. Bij de herziening van 2003 werd het vereiste van de invoering van basisverplichtingen en gemeenschappelijke normen geschrapt en vervangen door communautaire mechanismen om naleving van de gemeenschappelijke beginselen inzake nucleaire veiligheid te waarborgen, met name door de invoering van een communautair controlesysteem.
In het jongste voorstel voor een richtlijn is dit systeem echter weer geschrapt en zal er dus geen communautaire controle plaatsvinden. In plaats daarvan zal de ontwerprichtlijn alleen toezien op de naleving van de bepalingen van het Verdrag inzake nucleaire veiligheid (VNV) van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie. Dit vereist slechts de publicatie van een jaarverslag over de stand van zaken in de nucleaire sector en het ter collegiale toetsing voorleggen van het jaarverslag aan andere ondertekenende partijen bij het Verdrag. Alle lidstaten die kerncentrales exploiteren hebben het Verdrag ondertekend. De Commissie geeft geen voorbeelden van lidstaten van de EU die het Verdrag niet hebben nageleefd.
De voornaamste kritiek op het voorliggende voorstel is dat er alleen maar wetgeving om de wetgeving wordt voorgesteld, en dat er geen extra veiligheidseisen worden ingevoerd. Dit punt is zelfs naar voren gebracht door de Raad voor effectbeoordeling van de Commissie, die twee keer kritiek heeft geuit op het gebrek aan toegevoegde waarde van de richtlijn.
Er kan gewezen worden op een aantal wezenlijke en gerechtvaardigde punten van zorg over de in de EU toegepaste normen en praktijken inzake nucleaire veiligheid. Over het algemeen worden de veiligheidsmarges van nucleaire faciliteiten kleiner naarmate ze het einde van hun geplande levensduur bereiken. Zoals opgemerkt, zal een groot aantal van de momenteel geëxploiteerde installaties in de EU vóór 2030 het einde van hun oorspronkelijk geplande levensduur bereiken[1]. Daarom bestaat er grote behoefte aan maatregelen ter vermindering van nucleaire risico's.
In plaats van een handhavingsmechanisme van twijfelachtige waarde voor een bestaand internationaal verdrag moet de ontwerprichtlijn een mechanisme voorstellen ter invoering en handhaving van gemeenschappelijke veiligheidsnormen op basis van de best beschikbare technologie en de beste werkmethoden, alsmede regelgevingskaders voor alle nucleaire faciliteiten die in de EU in bedrijf zijn. Alleen dan kunnen de burgers van de EU erop vertrouwen dat al het mogelijke in het werk is gesteld om het gevaar van nucleaire ongelukken te verkleinen. Als dit niet wordt verwezenlijkt, moet de richtlijn worden afgewezen.
AMENDEMENTEN
De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
Amendement 1 Voorstel voor een richtlijn Overweging 12 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(12 bis) Om op communautair niveau de in artikel 1, lid 1, bedoelde doelstellingen op het gebied van nucleaire veiligheid te verwezenlijken, moeten in eerste instantie de fundamentele verplichtingen en algemene beginselen inzake de veiligheid van nucleaire installaties worden vastgesteld in deze kaderrichtlijn. Dit moet in een later stadium worden aangevuld door de goedkeuring van gemeenschappelijke normen en controlemechanismen, te ontwikkelen door de West-Europese Associatie van kernregulators (WENRA), in nauwe samenwerking met de Europese Groep op hoog niveau voor nucleaire veiligheid en afvalbeheer, met raadpleging van het Europees Parlement, teneinde het hoogste niveau van veiligheid te garanderen, dat gebruik maakt van de nieuwste technologische ontwikkelingen en dat kan worden omschreven als "state of the art". |
Motivering | |
Teneinde het hoogste niveau van veiligheid van nucleaire installaties te bereiken is deze richtlijn gericht op het vaststellen van fundamentele verplichtingen en algemene beginselen, op basis waarvan gemeenschappelijke veiligheidsnormen worden goedgekeurd na de herziening van deze richtlijn, binnen twee jaar na de inwerkingtreding ervan. | |
Amendement 2 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Deze richtlijn heeft tot doel de nucleaire veiligheid in de Gemeenschap te bewerkstelligen, te handhaven en continu te verbeteren en de rol van de nationale regelgevingsinstanties te versterken. |
1. Deze richtlijn heeft tot doel de nucleaire veiligheid in de Gemeenschap te bewerkstelligen, te handhaven en continu te verbeteren en de rol van de nationale regelgevingsinstanties te versterken door de fundamentele verplichtingen en algemene beginselen vast te leggen die een hoog niveau van veiligheid van nucleaire installaties kunnen waarborgen, en door het noodzakelijke kader te verwezenlijken voor de goedkeuring van gemeenschappelijke veiligheidsnormen. |
Motivering | |
Teneinde het hoogste niveau van veiligheid van nucleaire installaties te bereiken is deze richtlijn gericht op het vaststellen van fundamentele verplichtingen en algemene beginselen, op basis waarvan gemeenschappelijke veiligheidsnormen worden goedgekeurd na de herziening van deze richtlijn binnen twee jaar na de inwerkingtreding ervan. | |
Amendement 3 Voorstel voor een richtlijn Artikel 1 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Zij is van toepassing op het ontwerp, de keuze van de vestigingsplaats, de bouw, het onderhoud, de bedrijfsvoering en de ontmanteling van nucleaire installaties, waar uit hoofde van het wet- en regelgevingskader van de betrokken lidstaat de veiligheid in acht moet worden genomen. |
2. Zij is van toepassing op het ontwerp, de keuze van de vestigingsplaats, de bouw, het onderhoud, de bedrijfsvoering en de ontmanteling van nucleaire installaties, waar uit hoofde van het wet- en regelgevingskader van de betrokken lidstaat, het EU-recht en het Verdrag inzake nucleaire veiligheid de veiligheid in acht moet worden genomen. |
Motivering | |
Daadwerkelijke veiligheid kan worden bereikt door middel van geharmoniseerde bindende maatregelen en veiligheidsnormen. | |
Amendement 4 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – lid 1 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid van nucleaire installaties ligt bij de vergunninghouder, die onder het toezicht van de regelgevingsinstantie staat. De veiligheidsmaatregelen en -controles die in een nucleaire installatie moeten worden uitgevoerd, worden uitsluitend door de regelgevingsinstantie en de vergunninghouder vastgelegd. |
1. De hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid van nucleaire installaties ligt bij de vergunninghouder, die onder het toezicht van de regelgevingsinstantie staat. De veiligheidsmaatregelen en -controles die in een nucleaire installatie moeten worden uitgevoerd, worden uitsluitend door de regelgevingsinstantie en de vergunninghouder vastgelegd op basis van communautaire en internationale normen en de best beschikbare technologie. |
Motivering | |
Daadwerkelijke veiligheid kan worden bereikt door middel van geharmoniseerde bindende maatregelen en veiligheidsnormen en elke lidstaat moet de best beschikbare technologie toepassen. | |
Amendement 5 Voorstel voor een richtlijn Artikel 3 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De lidstaten scheppen en handhaven een wet- en regelgevingskader inzake de veiligheid van nucleaire installaties. Dit omvat nationale veiligheidseisen en een vergunningenstelsel, toezicht op nucleaire installaties en het verbod op de bedrijfsvoering van dergelijke installaties zonder vergunning, alsook een toezichtsstelsel met inbegrip van de nodige handhavingsmaatregelen. |
2. De lidstaten scheppen en handhaven een wet- en regelgevingskader op basis van communautaire en internationale optimale werkmethoden inzake de veiligheid van nucleaire installaties. Dit omvat nationale veiligheidseisen en een vergunningenstelsel, toezicht op nucleaire installaties en het verbod op de bedrijfsvoering van dergelijke installaties zonder vergunning, alsook een toezichtsstelsel met inbegrip van de nodige handhavingsmaatregelen. |
Motivering | |
Om in heel Europa werkelijke veiligheid te bewerkstelligen, moeten de vereisten en maatregelen hiertoe worden geharmoniseerd en moeten alle lidstaten optimale werkmethoden toepassen. | |
Amendement 6 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De lidstaten waarborgen dat hun regelgevingsinstantie daadwerkelijk onafhankelijk is van alle organisaties die als taak hebben nucleaire installaties te bevorderen of te exploiteren en hun maatschappelijke voordelen in het licht te stellen, en vrij is van elke invloed die de veiligheid kan aantasten. |
1. De lidstaten waarborgen dat hun regelgevingsinstantie daadwerkelijk onafhankelijk is van alle organisaties die als taak hebben nucleaire installaties te bevorderen, ontwerpen, bouwen of te exploiteren of zich bezighouden met brandstofverrijking, opslag van verbruikte splijtstof of opwerking en hun maatschappelijke voordelen in het licht te stellen, en vrij is van elke invloed die de veiligheid kan aantasten. |
Motivering | |
Aan alle vereisten voor een onafhankelijke besluitvorming moet worden voldaan. | |
Amendement 7 Voorstel voor een richtlijn Artikel 4 – lid 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Ten minste om de tien jaar ondergaan de regelgevingsinstantie zelf en het nationale regelgevingsysteem een internationale peer review die tot doel heeft de regelgevingsinfrastructuur continu te verbeteren. |
5. Ten minste om de vijf jaar ondergaan de regelgevingsinstantie zelf en het nationale regelgevingsysteem een internationale peer review die tot doel heeft de regelgevingsinfrastructuur continu te verbeteren. |
Motivering | |
De ontwikkeling van nucleaire technologie gaat snel en 10 jaar is te lang voor het waarborgen van nucleaire veiligheid. | |
Amendement 8 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 1 – alinea 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Zij dienen er met name voor te zorgen dat geldende beginselen als neergelegd in de Safety fundamentals van de IAEA ten uitvoer worden gelegd om een hoog veiligheidsniveau van nucleaire installaties te waarborgen, waaronder doeltreffende regelingen ter bescherming tegen mogelijk stralingsgevaar, ongevallenpreventie en -bestrijding, beheer van verouderende installaties, langetermijnbeheer van alle geproduceerde radioactieve materialen en het verstrekken van informatie aan de bevolking en de autoriteiten van de buurlanden. |
Zij dienen er met name voor te zorgen dat geldende beginselen als neergelegd in de Safety fundamentals van de IAEA ten uitvoer worden gelegd om een hoog veiligheidsniveau van nucleaire installaties te waarborgen, waaronder doeltreffende regelingen ter bescherming tegen mogelijk stralingsgevaar, ongevallenpreventie en -bestrijding, beheer van verouderende installaties, langetermijnbeheer van alle geproduceerde radioactieve materialen en het verstrekken van informatie aan de bevolking en de autoriteiten van de buurlanden en andere landen die gevaar kunnen lopen. |
Motivering | |
Landen die binnen het bereik liggen van de radioactieve wolk of de waterafvoer na een technologisch ongeval kunnen meer gevaar lopen (afhankelijk van de weersomstandigheden) dan buurlanden. | |
Amendement 9 Voorstel voor een richtlijn Artikel 6 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Wat de veiligheid van nieuwe kernreactoren betreft, streven de lidstaten ernaar aanvullende veiligheidseisen uit te werken, overeenkomstig het beginsel van continue verbetering van de veiligheid op basis van de veiligheidsnormen die worden ontwikkeld door de West-Europese Associatie van kernregulators (WENRA) en in nauwe samenwerking met de Europese Groep op hoog niveau voor nucleaire veiligheid en afvalbeheer (GHN). |
2. Wat de veiligheid van kernreactoren die in bedrijf zijn of langer dan gepland in bedrijf zijn of nieuwe kernreactoren betreft, streven de lidstaten ernaar aanvullende veiligheidseisen uit te werken, overeenkomstig het beginsel van continue verbetering van de veiligheid op basis van de veiligheidsnormen die worden ontwikkeld door de West-Europese Associatie van kernregulators (WENRA) en in nauwe samenwerking met de Europese Groep op hoog niveau voor nucleaire veiligheid en afvalbeheer (GHN). |
Motivering | |
Veiligheidsmaatregelen moeten niet alleen verplicht zijn voor nieuwe kerncentrales, maar met name ook voor bestaande centrales en centrales met een verlengde gebruiksduur, aangezien in deze centrales normaal gesproken met oudere technologieën wordt gewerkt. | |
Amendement 10 Voorstel voor een richtlijn Artikel 7 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Vergunninghouders moeten beschikken over voldoende financiële en personele middelen om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. |
3. Vergunninghouders moeten beschikken over voldoende financiële, technische en personele middelen om aan hun verplichtingen te kunnen voldoen. |
Motivering | |
De technische middelen dragen bij aan de verwezenlijking van een doeltreffende nucleaire veiligheid. | |
Amendement 11 Voorstel voor een richtlijn Artikel 8 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. In geval van ernstige of herhaalde overtredingen van de veiligheidsvoorschriften voor een nucleaire installatie heeft de regelgevingsinstantie de bevoegdheid om de exploitatievergunning in te trekken. |
2. In geval van ernstige (overeenkomstig de regels van de IAEA gedefinieerde) of meer dan drie herhaalde overtredingen van de veiligheidsvoorschriften voor een nucleaire installatie heeft de regelgevingsinstantie de bevoegdheid om de exploitatievergunning in te trekken. |
Motivering | |
Voor een daadwerkelijke veiligheid moeten duidelijke regels worden vastgesteld. | |
Amendement 12 Voorstel voor een richtlijn Artikel 9 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten stellen afzonderlijk en op basis van transnationale samenwerking passende studie- en opleidingsprogramma's op het gebied van nucleaire veiligheid vast en creëren mogelijkheden voor theoretische en praktische nascholing. |
De lidstaten stellen afzonderlijk en op basis van transnationale samenwerking passende studie- en opleidingsprogramma's op het gebied van best beschikbare werkmethoden voor nucleaire veiligheid vast en creëren mogelijkheden voor theoretische en praktische nascholing en stellen deze verplicht voor vergunninghouders. |
Motivering | |
Er moeten maatregelen worden getroffen om menselijke fouten te voorkomen. | |
Amendement 13 Voorstel voor een richtlijn Artikel 11 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten brengen verslag uit bij de Commissie over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn voor de eerste maal uiterlijk [drie jaar na de inwerkingtreding] en vervolgens om de drie jaar. Op basis van het eerste verslag rapporteert de Commissie aan de Raad over de vooruitgang die is gemaakt bij de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, zo nodig gepaard aan de indiening van wetgevingsvoorstellen. |
De lidstaten brengen verslag uit bij de Commissie over de maatregelen die zijn genomen om hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn na te komen en over de veiligheidssituatie van de nucleaire installaties op hun grondgebied voor de eerste maal uiterlijk [één jaar na de inwerkingtreding] en vervolgens elk jaar. |
|
|
Om de twee jaar dient de Commissie een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn en over de nucleaire veiligheidssituatie in de Gemeenschap, opgesteld op basis van de verslagen die zijn ingediend door de lidstaten. |
Motivering | |
Teneinde het hoogste niveau van veiligheid van nucleaire installaties te bereiken, is deze richtlijn gericht op het vaststellen van fundamentele verplichtingen en algemene beginselen, op basis waarvan gemeenschappelijke veiligheidsnormen worden goedgekeurd na de herziening van deze richtlijn binnen twee jaar na de inwerkingtreding ervan. | |
Amendement 14 Voorstel voor een richtlijn Artikel 12 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De lidstaten doen de wetten, regelgeving en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn voor de naleving van deze richtlijn uiterlijk op [twee jaar na de datum waarnaar wordt verwezen in artikel 13] in werking treden. Zij delen de Commissie onverwijld de tekst mede van deze bepalingen, alsook een concordantietabel tussen deze uitvoeringsbepalingen en deze richtlijn. |
De lidstaten doen de wetten, regelgeving en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn voor de naleving van deze richtlijn uiterlijk op [18 maandenna de datum waarnaar wordt verwezen in artikel 13] in werking treden. Zij delen de Commissie onverwijld de tekst mede van deze bepalingen, alsook een concordantietabel tussen deze uitvoeringsbepalingen en deze richtlijn. |
Motivering | |
Twee jaar voor de omzetting en slechts een jaar voor de opstelling van het verslag over de bereikte voortgang is onevenwichtig, aangezien er onvoldoende tijd is om de voortgang met de tenuitvoerlegging van deze richtlijn te beoordelen. | |
- [1] Europese Commissie 2008; Intern werkdocument, Begeleidend document bij het voorstel voor een richtlijn van de Raad (Euratom) tot instelling van een communautair kader voor nucleaire veiligheid, SEC(2008)2892 van 26 januari 2008
PROCEDURE
|
Titel |
Communautair kader voor nucleaire veiligheid |
|||||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2008)0790 – C6-0026/2009 – 2008/0231(CNS) |
|||||||
|
Commissie ten principale |
ITRE |
|||||||
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking |
ENVI 3.2.2009 |
|
|
|
||||
|
Rapporteur voor advies Datum benoeming |
Rebecca Harms 21.1.2009 |
|
|
|||||
|
Behandeling in de commissie |
10.2.2009 |
|
|
|
||||
|
Datum goedkeuring |
16.3.2009 |
|
|
|
||||
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
28 0 0 |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Adamos Adamou, Georgs Andrejevs, Pilar Ayuso, Johannes Blokland, John Bowis, Frieda Brepoels, Martin Callanan, Mojca Drčar Murko, Jill Evans, Anne Ferreira, Elisabetta Gardini, Matthias Groote, Françoise Grossetête, Gyula Hegyi, Marie Anne Isler Béguin, Linda McAvan, Péter Olajos, Miroslav Ouzký, Dagmar Roth-Behrendt, Guido Sacconi, Carl Schlyter, Richard Seeber, María Sornosa Martínez, Thomas Ulmer, Anja Weisgerber |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Jutta Haug, Caroline Lucas, Alojz Peterle |
|||||||
PROCEDURE
|
Titel |
Communautair kader voor nucleaire veiligheid |
|||||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2008)0790 – C6-0026/2009 – 2008/0231(CNS) |
|||||||
|
Datum raadpleging EP |
15.1.2009 |
|||||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
ITRE 3.2.2009 |
|||||||
|
Medeadviserende commissie(s) Datum bekendmaking |
ENVI 3.2.2009 |
|
|
|
||||
|
Rapporteur(s) Datum benoeming |
Gunnar Hökmark 17.12.2008 |
|
|
|||||
|
Betwisting rechtsgrondslag Datum JURI-advies |
JURI 31.3.2009 |
|
|
|
||||
|
Behandeling in de commissie |
20.1.2009 |
19.3.2009 |
|
|
||||
|
Datum goedkeuring |
31.3.2009 |
|
|
|
||||
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
39 3 5 |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Šarūnas Birutis, Jan Březina, Jerzy Buzek, Jorgo Chatzimarkakis, Giles Chichester, Dragoş Florin David, Pilar del Castillo Vera, Den Dover, Adam Gierek, Fiona Hall, Rebecca Harms, Erna Hennicot-Schoepges, Mary Honeyball, Ján Hudacký, Romana Jordan Cizelj, Werner Langen, Pia Elda Locatelli, Eugenijus Maldeikis, Eluned Morgan, Antonio Mussa, Angelika Niebler, Reino Paasilinna, Atanas Paparizov, Aldo Patriciello, Anni Podimata, Miloslav Ransdorf, Herbert Reul, Teresa Riera Madurell, Mechtild Rothe, Paul Rübig, Andres Tarand, Britta Thomsen, Catherine Trautmann, Claude Turmes, Nikolaos Vakalis, Adina-Ioana Vălean, Alejo Vidal-Quadras |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Ivo Belet, Danutė Budreikaitė, Zdzisław Kazimierz Chmielewski, Juan Fraile Cantón, Robert Goebbels, Edit Herczog, Gunnar Hökmark, Bernhard Rapkay, Esko Seppänen, Lambert van Nistelrooij |
|||||||
|
Datum indiening |
3.4.2009 |
|||||||