Procedure : 2008/0237(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0250/2009

Ingediende teksten :

A6-0250/2009

Debatten :

PV 22/04/2009 - 13
CRE 22/04/2009 - 13

Stemmingen :

PV 23/04/2009 - 8.7
CRE 23/04/2009 - 8.7
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0281

VERSLAG     ***I
PDF 237kWORD 432k
6.4.2009
PE 418.207v02-00 A6-0250/2009

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming

(COM(2008)0817 – C6‑0469/2008 – 2008/0237(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Gabriele Albertini

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming

(COM(2008)0817 – C6‑0469/2008 – 2008/0237(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2008)0817),

–   gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 71, lid 1 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0469/2008),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6‑0250/2009),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om stedelijke, voorstedelijke en regionale vervoersdiensten vrij te stellen van deze verordening indien zij voor een vergelijkbare bescherming van de passagiersrechten zorgen door alternatieve regelgevingsmaatregelen. Bij deze maatregelen moet rekening worden gehouden met passagiershandvesten voor multimodale openbaarvervoersnetwerken die de in artikel 1 van deze verordening genoemde kwesties omvatten. De Commissie moet onderzoeken of een reeks gemeenschappelijke passagiersrechten voor stedelijk, voorstedelijk en regionaal vervoer kan worden vastgesteld die alle vervoerswijzen omvat, en moet een verslag indienen bij het Parlement, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

Motivering

Passagiershandvesten voor plaatselijk vervoer omvatten alle verschillende vervoerswijzen in multimodale openbaarvervoersnetwerken. Stedelijke, voorstedelijke en regionale busdiensten maken vaak deel uit van deze netwerken. De Europese Commissie moet bus, binnenlandse spoorwegen (zogenaamde "light rail": metro, tram enz.) en andere wijzen van plaatselijk vervoer als een geheel behandelen (één ticket voor alle vervoerswijzen, gemeenschappelijke weggedeelten enz.).

Amendement  2

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter) De lidstaten moeten de ontwikkeling van passagiershandvesten voor stedelijke, voorstedelijke en regionale autobus- en/of touringcardiensten aanmoedigen waarin autobus- en/of touringcarondernemingen zich ertoe verbinden om de kwaliteit van hun dienstverlening te verbeteren en beter op de behoeften van hun passagiers in te spelen.

Motivering

De ontwikkeling van vrijwillige verbintenissen en passagiershandvesten (intentieverklaringen) door autobus- en touringcarondernemingen, waarin rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van stedelijke, voorstedelijke en regionale diensten in de desbetreffende gemeenten, moet worden aangemoedigd.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quater) Bij maatregelen van de EU ter verbetering van passagiersrechten in het autobus- en touringcarvervoer moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van deze sector, die vooral uit kleine en middelgrote ondernemingen bestaat.

Motivering

De Europese autobus- en touringcarsector bestaat vooral uit kleine en middelgrote particuliere ondernemingen. De persoonlijke en financiële inzet is groot en deze ondernemingen staan onder voortdurende prestatiedruk omdat de ondernemer zijn naam op het spel zet, gemakkelijk identificeerbaar is en persoonlijk verantwoordelijk is voor foute beslissingen. Middelgrote ondernemingen werken meestal dicht bij de eindgebruiker. Zij staan dagelijks rechtstreeks in contact met hun klanten en zijn sterk plaatsgebonden. De besluitvormingsketen is kort.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) Passagiers die schade geleden hebben ten gevolge van een ongeval dat door een verzekeringsgarantie wordt gedekt, moeten in eerste instantie schadevergoeding eisen van de autobus- en/of touringcaronderneming als bedoeld in deze verordening en mogen slechts een beroep doen op de verzekeringsmaatschappij indien die onderneming in gebreke blijft.

Motivering

Dit amendement beoogt dubbele eisen tot schadevergoeding te voorkomen, aangezien in sommige gevallen een eis tot schadevergoeding tegelijk aan de vervoerder en aan zijn verzekeringsmaatschappij kan worden gericht.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(7 bis) Autobus- en touringcarexploitanten moeten hun personeel een specifieke opleiding geven zodat zij gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit de nodige bijstand kunnen verlenen. Deze opleiding moet worden verstrekt in het kader van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen. De lidstaten moeten de autobus- en touringcarexploitanten voor zover mogelijk steunen bij het opzetten en uitvoeren van passende opleidingsprogramma's.

Motivering

Met betrekking tot opleiding moet naar Richtlijn 2003/59/EG worden verwezen. Voorts is het belangrijk dat de lidstaten de autobus- en touringcarsector helpen bij het opzetten van passende opleidingsprogramma's.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Bij beslissingen over het ontwerp van nieuwe terminals, en als onderdeel van grootschalige verbouwingen, moeten beheersorganen van terminals, waar mogelijk rekening houden met de behoeften van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit. Beheersinstanties van autobus- en touringcarterminals dienen plaatsen te voorzien waar deze personen zich kunnen aanmelden en bijstand kunnen vragen.

(8) Bij beslissingen over het ontwerp van nieuwe terminals, en als onderdeel van grootschalige verbouwingen, moeten beheersorganen van terminals zonder uitzondering rekening houden met de behoeften van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit. Beheersinstanties van autobus- en touringcarterminals dienen plaatsen te voorzien waar deze personen zich kunnen aanmelden en bijstand kunnen vragen.

Motivering

Om gelijke rechten voor en niet-discriminatie van personen met een handicap te waarborgen is het essentieel dat in alle nieuwe terminals en bij alle grootschalige verbouwingen de beginselen van "design for all" worden nageleefd. Daarmee wordt voldaan aan de bepalingen van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, dat de Europese Gemeenschap heeft ondertekend.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis) Ook autobus- en/of touringcarondernemingen moeten met deze behoeften rekening houden wanneer zij beslissen over het ontwerp van nieuwe en gemoderniseerde voertuigen.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 8 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 ter) De lidstaten moeten de bestaande infrastructuur verbeteren wanneer dat nodig is om autobus- en touringcarondernemingen in staat te stellen de toegankelijkheid voor gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit te garanderen en hun de nodige bijstand te verlenen.

Motivering

In terminals en bij haltes is nog steeds een gebrek aan passende infrastructuur voor gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 8 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 quater) Maatregelen van de EU ter verbetering van onbelemmerde mobiliteit moeten prioritair een onbelemmerde toegang tot autobus- en touringcarterminals en ‑haltes bevorderen.

Motivering

Uit het EU-project COST 349 is gebleken dat het in autobus- en touringcarterminals en op stopplaatsen ontbreekt aan faciliteiten voor gehandicapten. Zolang er geen faciliteiten zijn waar gehandicapten onbelemmerd gebruik van kunnen maken, heeft een onbelemmerde toegang tot bussen geen zin.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 8 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 quinquies) Overeenkomstig de conclusies van het COST 349-project moet de Commissie maatregelen voor toegankelijke en in de gehele EU interoperabele infrastructuur in autobus- en touringcarterminals en -haltes voorstellen.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) non-discriminatie en verplichte bijstand aan per autobus en touringcar reizende gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit;

(3) onbelemmerde toegang, non-discriminatie en verplichte bijstand aan per autobus en touringcar reizende gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit;

Amendement  12

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 2 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De lidstaten kunnen stedelijke, voorstedelijke en regionale vervoersdiensten die het voorwerp uitmaken van openbaredienstcontracten, vrijstellen van deze verordening wanneer die contracten een met deze verordening vergelijkbare bescherming van de passagiersrechten waarborgen.

2. De lidstaten kunnen stedelijke, voorstedelijke en regionale vervoersdiensten vrijstellen van de bepalingen van deze verordening wanneer zij ervoor zorgen dat de doelstellingen ervan door alternatieve regelgevingsmaatregelen worden verwezenlijkt, rekening houdend met de objectieve, specifieke kenmerken van stedelijk, voorstedelijk en regionaal vervoer, terwijl voor een met deze verordening vergelijkbare bescherming van de passagiersrechten wordt gezorgd.

Motivering

Stedelijk, voorstedelijk en regionaal vervoer zijn zeer specifiek (geen voorafgaande reservering, gebruik van dag-, week-, maand- en jaarkaarten, veel haltes, andere soort bagage). Daarom moeten de lidstaten de mogelijkheid krijgen om dit soort vervoer vrij te stellen van de specifieke bepalingen van deze verordening mits zij alternatieve maatregelen nemen om voor een vergelijkbare bescherming van de passagiersrechten te zorgen.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 3 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) "vervoersovereenkomst": een overeenkomst tussen een autobus- en/of touringcaronderneming of een door haar erkende verkoper van vervoerbewijzen en de passagier voor de levering van een of meer vervoerdiensten;

(4) "vervoersovereenkomst": een overeenkomst tussen een autobus- en/of touringcaronderneming en de passagier voor de levering van een of meer vervoerdiensten, ongeacht of het vervoerbewijs bij een vervoerder, touroperator of verkoper van vervoerbewijzen is gekocht;

Motivering

Verkopers en wederverkopers van vervoerbewijzen sluiten geen vervoersovereenkomsten af en verkopen er geen voor eigen rekening. Zij regelen slechts een vervoersovereenkomst tussen de klant en de organisator of vervoersonderneming.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 3 – punt 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) "verkoper van vervoerbewijzen": wederverkoper van autobus- en touringcardiensten die namens de autobus- en/of touringcaronderneming of voor eigen rekening vervoersovereenkomsten sluit en vervoerbewijzen verkoopt;

(6) "verkoper van vervoerbewijzen": tussenpersoon die autobus- of touringcardiensten verkoopt namens een autobus- en/of touringcaronderneming of een touroperator, met inbegrip van diensten die als onderdeel van een pakket worden verkocht;

Motivering

Verkopers en wederverkopers van vervoerbewijzen sluiten geen vervoersovereenkomsten af en verkopen er geen voor eigen rekening. Zij regelen slechts een vervoersovereenkomst tussen de klant en de organisator of vervoersonderneming.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 3 – punt 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) "touroperator": een organisator of doorverkoper in de zin van artikel 2, leden 2 en 3, van Richtlijn 90/314/EEG;

(7) "touroperator": een organisator in de zin van artikel 2, lid 2, van Richtlijn 90/314/EEG;

Motivering

Een organisator is niet hetzelfde als een doorverkoper. Touroperators worden organisatoren genoemd en verkopen in eigen naam pakketten aan klanten, hetzij rechtstreeks, hetzij via een doorverkoper. Een doorverkoper daarentegen is een tussenpersoon, wat betekent dat hij slechts een overeenkomst tussen de organisator en de klant regelt, maar geen partij bij die overeenkomst is.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 3 – punt 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) "annulering": het niet uitvoeren van een geregelde dienst waarop ten minste één plaats was geboekt.

(11) "annulering": het niet uitvoeren van een bepaalde geregelde dienst waarop ten minste daadwerkelijk één plaats was geboekt.

Motivering

De definitie moet worden verduidelijkt om te voorkomen dat passagiers met een dag-, week- of maandkaart misbruik maken van de regel.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 3 – punt 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(12 bis) "toegankelijke vormen": passagiers hebben toegang tot dezelfde informatie door middel van bijvoorbeeld tekst, braille, audio, video en/of andere elektronische vormen.

Motivering

Het is belangrijk de definitie van "toegankelijke vormen" te verduidelijken, aangezien deze term in de hele tekst wordt gebruikt.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Overeenkomstig dit hoofdstuk zijn autobus- en/of touringcarondernemingen aansprakelijk voor de schade ten gevolge van het overlijden, dan wel lichamelijk of geestelijk letsel van de reiziger, veroorzaakt door een ongeval dat de reiziger is overkomen terwijl hij zich in de bus of de touringcar bevond of bij het in- en uitstappen van het voertuig en dat voortvloeit uit de exploitatie van het autobus- en touringcarvervoer.

1. Overeenkomstig dit hoofdstuk zijn autobus- en/of touringcarondernemingen aansprakelijk voor de schade ten gevolge van het overlijden of letsel van de reiziger, veroorzaakt door een ongeval dat de reiziger is overkomen terwijl hij zich in de bus of de touringcar bevond of bij het in- en uitstappen van het voertuig en dat voortvloeit uit de exploitatie van het autobus- en touringcarvervoer.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 6 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De aansprakelijkheid van autobus- en/of touringcarondernemingen is financieel niet begrensd door de wet, een overeenkomst of een contract.

2. De aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad van autobus- en/of touringcarondernemingen is financieel niet begrensd door de wet, een overeenkomst of een contract.

Motivering

Dit amendement beoogt misverstanden te voorkomen en te verduidelijken dat niet de risicoaansprakelijkheid (in geval van overmacht), maar de aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad onbeperkt is.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 6 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Voor schadevergoedingen tot 220 000 euro kan een autobus- en/of touringcaronderneming haar aansprakelijkheid niet uitsluiten of beperken door te bewijzen dat het de in lid 4, onder a), vereiste zorgvuldigheid aan de dag heeft gelegd.

Onverminderd de nationale aansprakelijkheidsregelingen die gunstiger zijn voor de passagiers kan een autobus- en/of touringcaronderneming voor schadevergoedingen tot 220 000 euro haar aansprakelijkheid niet uitsluiten of beperken door te bewijzen dat zij de zorgvuldigheid aan de dag heeft gelegd die is vereist in lid 4, onder a) en krachtens artikel 2 van Richtlijn 2005/14/EG betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven.

Motivering

Voor de risicoaansprakelijkheid per ongeval moet een algemeen maximum worden vastgesteld. Bij Richtlijn 2005/14/EG is dit vastgesteld op 5 miljoen euro. De verordening mag de voorwaarden voor passagiers in om het even welke lidstaat niet ongunstiger maken.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 6 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) indien het ongeval is veroorzaakt door omstandigheden die geen verband houden met de exploitatie van de autobus- en touringcardiensten en die de autobus- en/of touringcaronderneming, ondanks het feit dat zij de in de specifieke omstandigheden vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen, niet kon vermijden en waarvan hij de gevolgen niet kon verhinderen;

(a) indien het ongeval is veroorzaakt door omstandigheden die geen verband houden met de exploitatie van de autobus- en touringcardiensten of die de vervoerder, ondanks het feit dat hij de in de specifieke omstandigheden vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen, niet kon vermijden of waarvan zij de gevolgen niet kon verhinderen;

Motivering

De huidige bewoording werpt een vrijwel onoverkomelijke drempel op.De autobus- en/of touringcaronderneming kan niet algemeen aansprakelijk worden gesteld voor omstandigheden die buiten zijn controle en zijn verantwoordelijkheid vallen. Daarom moet in

een vrijstelling van aansprakelijkheid worden voorzien als de schade de schuld is van een derde.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. In geval van overlijden, verwonding of elk ander lichamelijk of geestelijk letsel van de passagiers, dat is veroorzaakt door een ongeval in verband met de exploitatie van de autobus- en touringcardiensten, betaalt de autobus- en/of touringcaronderneming onverwijld, en ieder geval uiterlijk vijftien dagen nadat de identiteit van de schadevergoedingsgerechtigde natuurlijke persoon is vastgesteld, een voorschot dat toereikend moet zijn om de onmiddellijke economische noden te lenigen en dat evenredig is aan het geleden nadeel.

1. In geval van overlijden of letsel van de passagiers, dat is veroorzaakt door een ongeval in verband met de exploitatie van de autobus- en touringcardiensten, en indien de passagier niet door enige andere reisverzekeringspolis is gedekt, betaalt de autobus- en/of touringcaronderneming onverwijld, en ieder geval binnen vijftien dagen nadat de identiteit van de schadevergoedingsgerechtigde natuurlijke persoon is vastgesteld, een voorschot dat toereikend moet zijn om de onmiddellijke economische noden te lenigen en dat evenredig is aan het geleden nadeel, mits er voldoende aanwijzingen zijn voor causaliteit die aan de vervoersonderneming te wijten is.

Motivering

De eerste vergoedingen bij ongevallen worden op nationaal niveau reeds door reisverzekeringen betaald.Het zou onrechtvaardig zijn als de vervoersonderneming automatisch en onmiddellijk voor de herstelmaatregelen zou moeten opdraaien alvorens duidelijk wordt vastgesteld bij wie de verantwoordelijkheid ligt, tenzij er duidelijke aanwijzigen zijn dat de onderneming rechtstreeks verantwoordelijk is.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 8 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Een voorschot impliceert niet dat de aansprakelijkheid wordt erkend en mag worden verrekend met elk bedrag dat later op basis van deze verordening wordt uitgekeerd, maar behoeft niet te worden terugbetaald, tenzij de schade werd veroorzaakt door nalatigheid of schuld van de passagier, of wanneer degene die het voorschot ontvangen heeft, niet schadevergoedingsgerechtigd was.

3. Een voorschot impliceert niet dat de aansprakelijkheid wordt erkend en mag worden verrekend met elk bedrag dat later op basis van deze verordening wordt uitgekeerd, maar behoeft niet te worden terugbetaald, tenzij de schade werd veroorzaakt door nalatigheid of schuld van de passagier, wanneer degene die het voorschot ontvangen heeft, niet schadevergoedingsgerechtigd was of wanneer de daadwerkelijk geleden schade lager was dan het betaalde voorschot.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Indien een autobus- en/of touringcaronderneming kan bewijzen dat de schade (mede) is veroorzaakt door de schuld of nalatigheid van de passagier, wordt zij volledig of gedeeltelijk ontheven van haar aansprakelijkheid ten aanzien van de klager voor zover die fout of nalatigheid de schade heeft veroorzaakt of daartoe heeft bijgedragen.

3. Een autobus- en/of touringcaronderneming wordt niet aansprakelijk gesteld voor verlies of schade overeenkomstig de leden 1 en 2:

 

(a) indien het verlies of de schade is veroorzaakt door omstandigheden die geen verband houden met de exploitatie van de autobus- en touringcardiensten en die de autobus- en/of touringcaronderneming, ondanks het feit dat zij de in de specifieke omstandigheden vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen, niet kon vermijden en waarvan zij de gevolgen niet kon verhinderen;

 

(b) indien het verlies of de schade de schuld is van de passagier of door diens nalatigheid is veroorzaakt.

Motivering

Autobus- en touringcarondernemingen mogen niet algemeen aansprakelijk worden gesteld voor omstandigheden die buiten hun verantwoordelijkheid en controle vallen. Daarom moet worden voorzien in een vrijstelling van aansprakelijkheid wegens overmacht.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 11 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) wanneer dit noodzakelijk is om te voldoen aan de veiligheidseisen die in internationaal, communautair of nationaal verband zijn vastgesteld of om te voldoen aan de veiligheidseisen die zijn vastgesteld door de autoriteit die de exploitatievergunning aan de betrokken autobus- en/of touringcaronderneming heeft afgegeven;

Schrappen

Motivering

Er is geen bestaande wetgeving die busexploitanten verplicht om het vervoer van gehandicapten uit veiligheidsoverwegingen te beperken. Het zou dan ook gevaarlijk zijn om de vaststelling van dergelijke wetgeving mogelijk te maken, aangezien dit nieuwe discriminatie mogelijk zou maken en dus tegen de doelstelling van deze verordening zou indruisen.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 11 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) wanneer de afmetingen van het voertuig het instappen of vervoeren van de gehandicapte of persoon met beperkte mobiliteit fysiek onmogelijk maken.

(b) wanneer het ontwerp van het voertuig het instappen of vervoeren van de gehandicapte of persoon met beperkte mobiliteit fysiek of feitelijk onmogelijk maken.

Motivering

Veel autobus- en touringcarterminals en -haltes zijn nog niet heringericht om ze geschikt te maken voor gehandicapte passagiers. In tegenstelling tot in treinen en vliegtuigen staat de bestuurder van een autobus of touringcar er bovendien meestal alleen voor en kan hij om veiligheidsredenen tijdens de rit geen bijstand verlenen. Een tweede bestuurder of een begeleider inzetten, is voor de veelal kleine en middelgrote Europese autobus- en touringcarondernemingen onbetaalbaar.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 11 – lid 1 – letter b bis (nieuw) en alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis) indien het voertuig of de infrastructuur op de plaats van vertrek of aankomst of onderweg niet adequaat uitgerust is om het veilige vervoer van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit te garanderen.

Indien een boeking wordt geweigerd op grond van de punten a) of b) van het eerste lid, doet de vervoerder, zijn verkoper van vervoerbewijzen of de touroperator redelijke inspanningen om de persoon in kwestie een aanvaardbaar alternatief aan te bieden.

Indien een boeking wordt geweigerd op grond van de punten b) of b bis) van het eerste lid, doet de vervoerder, zijn verkoper van vervoerbewijzen of de touroperator redelijke inspanningen om de persoon in kwestie een aanvaardbaar alternatief aan te bieden.

Motivering

Veel autobus- en touringcarterminals en -haltes zijn nog niet heringericht om ze geschikt te maken voor gehandicapte passagiers. In tegenstelling tot in treinen en vliegtuigen staat de bestuurder van een autobus of touringcar er bovendien meestal alleen voor en kan hij om veiligheidsredenen tijdens de rit geen bijstand verlenen. Een tweede bestuurder of een begeleider inzetten, is voor de veelal kleine en middelgrote Europese autobus- en touringcarondernemingen onbetaalbaar.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 11 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Een gehandicapte of een persoon met beperkte mobiliteit aan wie de toegang tot het voertuig op grond van zijn handicap of mobiliteitsbeperking is geweigerd, heeft recht op terugbetaling en op een redelijk vervoersalternatief naar zijn bestemming binnen een vergelijkbare tijdsspanne.

2. Een gehandicapte of een persoon met beperkte mobiliteit aan wie de toegang tot het voertuig op grond van zijn handicap of mobiliteitsbeperking is geweigerd, heeft recht op terugbetaling of op een redelijk vervoersalternatief naar zijn bestemming binnen een vergelijkbare tijdsspanne.

Motivering

De bewoording van het Commissievoorstel lijkt fout te zijn. Er hoeft geen recht op terugbetaling te worden toegekend als ervoor alternatief vervoer wordt gezorgd. Het amendement brengt de bewoording in overeenstemming met die van het voorstel betreffende passagiersrechten in het zeevervoer.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 11 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Onder dezelfde omstandigheden als die waarnaar in lid 1, onder a), wordt verwezen en wanneer dat strikt noodzakelijk is, kan een autobus- en/of touringcaronderneming, haar verkoper van vervoerbewijzen of de touroperator verlangen dat een gehandicapte persoon of een persoon met beperkte mobiliteit wordt begeleid door een andere persoon die hem of haar de nodige bijstand kan verlenen.

3. Wanneer dat strikt noodzakelijk is, kan een autobus- en/of touringcaronderneming, haar verkoper van vervoerbewijzen of de touroperator verlangen dat een gehandicapte persoon of een persoon met beperkte mobiliteit wordt begeleid door een andere persoon die hem of haar de nodige bijstand kan verlenen indien

 

a) de in lid 1, onder b) of b bis) genoemde voorwaarden van toepassing zijn; of

 

b) de bemanning van het voertuig in kwestie slechts uit één persoon bestaat die het voertuig bestuurt en niet in de mogelijkheid verkeert om de gehandicapte of de persoon met beperkte mobiliteit de in bijlage I genoemde bijstand te verlenen.

Motivering

In tegenstelling tot in treinen en vliegtuigen staat de bestuurder van een autobus of touringcar er gewoonlijk alleen voor en kan hij om veiligheidsredenen tijdens de rit geen bijstand verlenen. Een tweede bestuurder of een begeleider inzetten, is voor de veelal kleine en middelgrote Europese autobus- en touringcarondernemingen onbetaalbaar.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 11 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Wanneer een autobus- en/of touringcaronderneming, haar verkoper van vervoerbewijzen of een touroperator de in lid 1 bedoelde afwijking inroept, stelt hij of zij de gehandicapte of de persoon met beperkte mobiliteit onverwijld in kennis van de redenen daarvoor, of stelt deze hem of haar op verzoek binnen vijf dagen schriftelijk in kennis van de weigering een boeking te maken.

4. Wanneer een autobus- en/of touringcaronderneming, haar verkoper van vervoerbewijzen of een touroperator de in lid 1 bedoelde afwijking inroept, stelt hij of zij de gehandicapte of de persoon met beperkte mobiliteit onverwijld in kennis van de redenen daarvoor, of stelt deze hem of haar op verzoek binnen vijf dagen na het verzoek schriftelijk in kennis.

Motivering

Het amendement brengt de bewoording in overeenstemming met die van de verordening betreffende de rechten van personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen (Verordening 1107/2006/EG) en het voorstel voor een verordening betreffende passagiersrechten in het zeevervoer.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Autobus- en touringcarondernemingen stellen, met de actieve betrokkenheid van de in artikel 27 bedoelde representatieve organisaties van gehandicapte personen en personen met beperkte mobiliteit, niet-discriminerende toegangsregels vast voor het vervoer van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit teneinde aan de toepasselijke wettelijke veiligheidseisen te voldoen. Deze regels omvatten alle voorwaarden voor de toegang tot de betrokken autobus- en touringcardiensten, met inbegrip van de toegang tot de gebruikte voertuigen en de faciliteiten aan boord van het voertuig.

1. Autobus- en touringcarondernemingen stellen, in samenwerking met de in artikel 27 bedoelde representatieve organisaties van gehandicapte personen en personen met beperkte mobiliteit, niet-discriminerende toegangsregels vast voor het vervoer van gehandicapten, personen met beperkte mobiliteit en begeleiders teneinde aan de toepasselijke wettelijke veiligheidseisen te voldoen. Deze regels omvatten alle voorwaarden voor de toegang tot de betrokken autobus- en touringcardiensten, met inbegrip van de toegang tot de gebruikte voertuigen, de faciliteiten aan boord van het voertuig en de hulpmiddelen waarmee het is uitgerust.

Motivering

De regels moeten samenwerking met representatieve organisaties worden vastgesteld.

Amendement  32

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 12 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De in lid 1 bedoelde regels worden door autobus- en/of touringcarondernemingen of hun verkopers van vervoerbewijzen minstens op het moment waarop de boeking wordt gemaakt op passende wijze en in dezelfde talen als die waarin de informatie voor alle passagiers in het algemeen wordt meegedeeld, bekendgemaakt. Bij de bekendmaking van die informatie wordt bijzondere aandacht besteed aan de behoeften van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit.

2. De in lid 1 bedoelde regels worden door autobus- en/of touringcarondernemingen of hun verkopers van vervoerbewijzen minstens op het moment waarop de boeking wordt gemaakt in toegankelijke vormen en in dezelfde talen als die waarin de informatie voor alle passagiers in het algemeen wordt meegedeeld, bekendgemaakt. Bij de bekendmaking van die informatie wordt bijzondere aandacht besteed aan de behoeften van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit.

Motivering

Het is belangrijk dat de informatie in toegankelijke vormen wordt verstrekt. Deze terminologie moet overal in de tekst worden gebruikt.

Amendement  33

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 12 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Op verzoek maken autobus- en/of touringcarondernemingen de internationale, communautaire of nationale wetgeving waarin de veiligheidsvoorschriften zijn vastgesteld en waarop de niet-discriminerende toegangsregels zijn gebaseerd, openbaar.

3. Op verzoek maken autobus- en/of touringcarondernemingen onmiddellijk de internationale, communautaire of nationale wetgeving waarin de veiligheidsvoorschriften zijn vastgesteld en waarop de niet-discriminerende toegangsregels zijn gebaseerd, openbaar. Deze moet in toegankelijke vormen worden verstrekt.

Motivering

Het is belangrijk dat deze voorschriften beschikbaar zijn in vormen die toegankelijk zijn voor passagiers met een handicap en/of beperkte mobiliteit en dat zij op verzoek onmiddellijk worden verstrekt.

Amendement  34

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 12 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. Autobus- en/of touringcarondernemingen, hun verkopers van vervoerbewijzen of touroperators zorgen ervoor dat alle relevante informatie betreffende de reisvoorwaarden, het traject en de toegankelijkheid van de diensten in passende en toegankelijke vorm beschikbaar is voor gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit, met inbegrip van online boekingen en informatie.

5. Autobus- en/of touringcarondernemingen, hun verkopers van vervoerbewijzen of touroperators zorgen ervoor dat alle relevante informatie betreffende de reisvoorwaarden, het traject en de toegankelijkheid van de diensten, met inbegrip van online boekingen en informatie, in toegankelijke vormen beschikbaar is voor gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit en bij uitbreiding ook voor personen die door hun hoge of jonge leeftijd niet zonder bijstand kunnen reizen, alsook voor begeleiders.

Motivering

Met het oog op de duidelijkheid en de samenhang moet overal in de verordening dezelfde terminologie voor toegankelijke vormen worden gebruikt.

Amendement  35

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Terminalbeheerders en autobus- en of touringcarondernemingen leveren voor, tijdens en na de reis gratis passende bijstand aan gehandicapten of personen met beperkte mobiliteit als bedoeld in bijlage I.

1. Terminalbeheerders en autobus- en of touringcarondernemingen leveren voor, na en zo mogelijk tijdens de reis gratis passende bijstand aan gehandicapten of personen met beperkte mobiliteit als bedoeld in bijlage I. De bijstand wordt aangepast aan de individuele behoeften van de gehandicapte of de persoon met beperkte mobiliteit.

Motivering

Het is essentieel voor de waardigheid en de zelfstandigheid van elke passagier dat hij slechts de bijstand krijgt die aan zijn specifieke behoeften beantwoordt. Het is aan de passagier om te beslissen welke bijstand hij nodig heeft.

Amendement  36

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening, bepalen de lidstaten in welke autobus- en touringcarterminals aan gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit bijstand moet worden verleend, rekening houdend met de behoefte aan een geografisch gespreide toegankelijkheid van het autobus- en touringcarvervoer. De lidstaten stellen de Commissie daarvan in kennis.

1. Uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening, bepalen de lidstaten in welke autobus- en touringcarterminals aan gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit bijstand moet worden verleend, rekening houdend met de behoefte aan een geografisch gespreide toegankelijkheid van het autobus- en touringcarvervoer. De lidstaten stellen de Commissie daarvan in kennis. De Commissie stelt een lijst van de aangewezen autobus- en touringcarterminals beschikbaar op internet.

Motivering

Voor een geslaagde toepassing van de toekomstige regels is gemakkelijk toegankelijke centrale informatie over terminals essentieel.

Amendement  37

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 14 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Indien het gebruik van een erkende geleidehond noodzakelijk is, wordt dit toegestaan mits de autobus- en/of touringcaronderneming, de verkoper van vervoerbewijzen of de touroperator hiervan overeenkomstig de toepasselijke nationale voorschriften voor het vervoer van geleidehonden op de hoogte is gebracht.

Motivering

Dit amendement stemt het ontwerpverslag beter af op het voorstel betreffende de rechten van vliegtuigpassagiers.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Aan boord van het voertuig of bij het in- en uitstappen van de autobus of touringcar bieden autobus- en/of touringcarondernemingen aan gehandicapte personen of personen met beperkte mobiliteit kosteloos minstens de in deel b) van bijlage I bedoelde bijstand wanneer de betrokken persoon voldoet aan de in artikel 16 vastgestelde voorwaarden.

Bij het in- en uitstappen van de autobus of touringcar bieden autobus- en/of touringcarondernemingen aan gehandicapte personen of personen met beperkte mobiliteit kosteloos minstens de in deel b) van bijlage I bedoelde bijstand wanneer de betrokken persoon voldoet aan de in artikel 16 vastgestelde voorwaarden.

Motivering

In tegenstelling tot in treinen en vliegtuigen staat de bestuurder van autobussen en touringcars er meestal alleen voor. Terwijl hij rijdt, kan hij geen bijstand aan boord leveren zonder de veiligheid van de passagiers in gevaar te brengen. Daarom moet duidelijk worden gemaakt dat de verplichting tot bijstand het in- en uitstappen betreft, overeenkomstig de specificaties in bijlage I b).

Amendement  39

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 16 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Autobus- en/of touringcarondernemingen, terminalbeheerders, verkopers van vervoerbewijzen en touroperators werken samen om ervoor te zorgen dat bijstand wordt verleend aan gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit, op voorwaarde dat de autobus- en/of touringcaronderneming, de terminalbeheerder, de verkoper van vervoerbewijzen of de touroperator minstens 48 uur voor het ogenblik waarop de bijstand moet worden verleend, in kennis wordt gesteld van de behoefte aan bijstand van de betrokkene.

1. Autobus- en/of touringcarondernemingen, terminalbeheerders, verkopers van vervoerbewijzen en touroperators werken samen om ervoor te zorgen dat bijstand wordt verleend aan gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit, op voorwaarde dat de autobus- en/of touringcaronderneming, de terminalbeheerder, de verkoper van vervoerbewijzen of de touroperator minstens 24 uur voor het ogenblik waarop de bijstand moet worden verleend, in kennis wordt gesteld van de behoefte aan bijstand van de betrokkene, tenzij een kortere termijn wordt voorgesteld door degene die de bijstand verleend of wordt overeengekomen tussen degene die de bijstand verleend en de passagier.

Motivering

Wanneer iemand regelmatig van dezelfde dienst gebruikmaakt of bijvoorbeeld een stadsbus neemt, kan het onredelijk zijn te vereisen dat hij telkens opnieuw laat weten dat hij bijstand nodig heeft. Er moet dus enige flexibiliteit in de kennisgevingsregeling worden toegestaan. Het zou ook onredelijk zijn om vervoerders te verplichten een kennisgevingssysteem in te stellen, tenzij dit voor hen echt nuttig is.

Amendement  40

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 16 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Autobus- en/of touringcarondernemingen, terminalbeheerders, verkopers van vervoerbewijzen en touroperators nemen alle nodige maatregelen om de indiening van aanvragen om bijstand door gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit te faciliteren. Deze verplichting geldt voor al hun verkoopskanalen, met inbegrip van verkoop via telefoon en het internet.

2. Autobus- en/of touringcarondernemingen, terminalbeheerders, verkopers van vervoerbewijzen en touroperators nemen alle nodige maatregelen om de indiening van aanvragen om bijstand door gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit te faciliteren. De passagier ontvangt een bevestiging dat zijn behoefte aan bijstand is gemeld. Deze verplichtingen gelden voor al hun verkoopskanalen, met inbegrip van verkoop via telefoon en het internet.

Motivering

Voor de passagier is het belangrijk dat hij in geval van gebrekkige communicatie tussen de autobus- en/of touringcaronderneming, de verkoper van vervoerbewijzen, de touroperator enz. kan aantonen dat daadwerkelijk heeft laten weten dat hij bijstand nodig heeft.

Amendement  41

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 16 – lid 4 – streepje 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– uiterlijk 30 minuten voor de aangekondigde vertrektijd, indien geen tijdstip is meegedeeld.

indien geen tijdstip is meegedeeld, uiterlijk 30 minuten voor de aangekondigde vertrektijd, tenzij een ander tijdstip wordt voorgesteld door degene die de bijstand verleend of wordt overeengekomen tussen de passagier en degene die de bijstand verleend.

Motivering

In sommige gevallen, bijvoorbeeld stadsbussen, kan het voor zowel degene die de bijstand verleend als de gehandicapte of de persoon met beperkte mobiliteit handiger zijn om bijvoorbeeld meteen aan een bushalte af te spreken.

Amendement  42

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 16 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6. De in lid 5 bedoelde punten moeten duidelijk zijn aangeduid en op die plaatsen dient de belangrijkste informatie over de terminal en de geboden bijstand op een toegankelijke manier beschikbaar te zijn.

6. De in lid 5 bedoelde aangewezen punten moeten duidelijk bewegwijzerd, toegankelijk en herkenbaar zijn voor gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit, en op die plaatsen dient de nodige informatie over de terminal en de geboden bijstand in toegankelijke vormen beschikbaar te zijn.

Motivering

De aangewezen punten en de verstrekte informatie moeten volledig herkenbaar en toegankelijk zijn voor gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit.

Amendement  43

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 17 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Wanneer de verlening van bijstand is uitbesteed en een autobus- en/of touringcaronderneming, terminalbeheerder, verkoper van vervoerbewijzen of touroperator minstens 48 uur voor de aangekondigde vertrektijd een aanvraag om bijstand ontvangt, deelt hij of zij de relevante informatie uiterlijk 36 uur voor het aangekondigde tijdstip van vertrek van de autobus of touringcar mee aan de betrokken onderaannemer.

1. Wanneer de verlening van bijstand is uitbesteed en een autobus- en/of touringcaronderneming, terminalbeheerder, verkoper van vervoerbewijzen of touroperator minstens 48 uur voor de aangekondigde vertrektijd een aanvraag om bijstand ontvangt, deelt hij of zij de relevante informatie op dusdanige wijze mee dat de betrokken onderaannemer de kennisgeving uiterlijk 36 uur voor het aangekondigde tijdstip van vertrek van de autobus of touringcar ontvangt.

Motivering

Touroperators en verkopers van vervoerbewijzen beschikken niet over de contactgegevens van de onderaannemer, zodat de informatie moeilijk kan worden doorgegeven. Daarom moet de informatie altijd worden doorgegeven via degene die over de contactgegevens van de onderaannemer beschikt.

Amendement  44

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 17 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Wanneer de verlening van bijstand is uitbesteed en bij een autobus- en/of touringcaronderneming, terminalbeheerder, verkoper van vervoerbewijzen of de touroperator minder dan 48 uur voor de aangekondigde vertrektijd van de autobus of touringcar een aanvraag om bijstand wordt ingediend, deelt deze de relevante informatie zo snel mogelijk mee aan de betrokken onderaannemer

2. Wanneer de verlening van bijstand is uitbesteed en bij een autobus- en/of touringcaronderneming, terminalbeheerder, verkoper van vervoerbewijzen of de touroperator minder dan 48 uur voor de aangekondigde vertrektijd van de autobus of touringcar een aanvraag om bijstand wordt ingediend, deelt deze de relevante informatie op dusdanige wijze mee dat de betrokken onderaannemer de kennisgeving zo snel mogelijk ontvangt.

Motivering

Touroperators en verkopers van vervoerbewijzen beschikken niet over de contactgegevens van de onderaannemer, zodat de informatie moeilijk kan worden doorgegeven. Daarom moet de informatie altijd worden doorgegeven via degene die over de contactgegevens van de onderaannemer beschikt.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 18 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Autobus- en/of touringcarondernemingen zorgen ervoor dat:

Autobus- en/of touringcarondernemingen en terminalbeheerders zorgen ervoor dat:

Motivering

De opleidingsverplichtingen in dit artikel moeten ook gelden voor terminalbeheerders opdat gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit de best aangepaste bijstand krijgen.

Amendement  46

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 19 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Zo nodig wordt al het mogelijke gedaan om zo snel mogelijk vervanguitrusting aan te bieden.

Zo nodig wordt al het mogelijke gedaan om zo snel mogelijk vervanguitrusting aan te bieden met dezelfde technische en functionele kenmerken als de verloren of beschadigde uitrusting.

Amendement  47

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 19 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Een autobus- en/of touringcaronderneming is niet aansprakelijk overeenkomstig lid 1:

 

(a) indien het verlies of de schade is veroorzaakt door omstandigheden die geen verband houden met de exploitatie van de autobus- en touringcardiensten en die de autobus- en/of touringcaronderneming, ondanks het feit dat zij de in de specifieke omstandigheden vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen, niet kon vermijden en waarvan zij de gevolgen niet kon verhinderen;

 

(b) indien het verlies of de schade de schuld is van de passagier of door diens nalatigheid is veroorzaakt.

Motivering

Een autobus- en/of touringcaronderneming kan niet aansprakelijk worden gesteld voor omstandigheden die buiten haar verantwoordelijkheid en controle vallen. Naar analogie met de aansprakelijkheidsregels betreffende letsel moet de onderneming ook in dit geval van het betalen van schadevergoeding worden vrijgesteld wanneer het verlies of de schade het gevolg is van overmacht. Ook als de benadeelde mede verantwoordelijk is, moet de schadevergoeding dienovereenkomstig worden verminderd.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 19 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Het bedrag van de op grond van dit artikel te betalen compensatie is niet begrensd.

2. Het bedrag van de op grond van dit artikel te betalen compensatie komt overeen met de daadwerkelijk geleden schade.

Motivering

De autobus- en touringcarsector is bereid om de daadwerkelijk geleden schade te betalen.

Amendement  49

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 20 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Autobus- en/of touringcarondernemingen zijn aansprakelijk voor annuleringen en, voor reizen met een geplande duur van meer dan drie uur, vertragingen van meer dan twee uur bij vertrek. In die gevallen wordt aan de passagier ten minste:

Autobus- en/of touringcarondernemingen zijn aansprakelijk voor annuleringen, overboeken en vertragingen van meer dan twee uur bij vertrek. Autobus- en/of touringcarondernemingen zijn alleen aansprakelijk voor annuleringen en vertragingen ten gevolge van omstandigheden waarover zij controle hebben. Zij zijn niet aansprakelijk voor vertragingen ten gevolge van files, grenscontroles en voertuigcontroles. In alle gevallen waarin ondernemingen aansprakelijk zijn, wordt aan de passagier ten minste:

Motivering

De beperking van de bepaling betreffende vertraging tot reizen van meer dan drie uur is onredelijk omdat op die manier zeer veel autobus- en touringcardiensten de gevolgen van vertragingen niet zouden hoeven te dragen. Naar analogie met de rechten van vliegtuigpassagiers moet ook overboeken worden opgenomen.In tegenstelling tot spoorweg- en vliegtuigmaatschappijen hebben autobus- en touringcarondernemingen geen eigen netwerk en krijgen zij geen voorkeursbehandeling bij grensoverschrijdend verkeer.

Amendement  50

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 20 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) alternatief vervoer geboden in redelijke omstandigheden of, wanneer zulks niet haalbaar is, informatie geboden over passende alternatieven van andere vervoersondernemingen;

(a) zonder extra kosten alternatief vervoer geboden in redelijke omstandigheden of, wanneer zulks niet haalbaar is, informatie geboden over passende alternatieven van andere vervoersondernemingen;

Motivering

Alternatief vervoer in geval van annulering en lange vertragingen moet gratis zijn.

Amendement  51

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 20 – letter c

Verordening

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) het recht toegekend op een compensatie van 100% van de prijs van het vervoerbewijs indien de autobus- en/of touringcaronderneming geen alternatief vervoer of informatie biedt als bedoeld in punt a). De vergoeding wordt betaald binnen een maand na de indiening van het verzoek om schadevergoeding.

(c) bovenop de terugbetaling als bedoeld in punt b), het recht toegekend op een compensatie van 50% van de prijs van het vervoerbewijs indien de autobus- en/of touringcaronderneming geen alternatief vervoer of informatie biedt als bedoeld in punt a). De vergoeding wordt betaald binnen een maand na de indiening van het verzoek om schadevergoeding.

Motivering

Er moet worden verduidelijkt dat de compensatie bovenop de terugbetaling wordt betaald. Anders kan de bepaling verkeerd worden begrepen in de zin dat de passagiers bij vertraging of annulering helemaal niet wordt terugbetaald als de busonderneming alleen maar informatie over alternatief vervoer verstrekt. De compensatie (bovenop volledige terugbetaling) mag niet meer dan 50% van de prijs van het vervoerbewijs bedragen.

Amendement  52

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 20 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c bis) indien hij het aangeboden alternatieve vervoer aanvaardt, het recht toegekend op een compensatie van 50% van de prijs van het vervoerbewijs, zonder dat hij het recht op vervoer verliest. Onder de prijs van het vervoerbewijs worden de volledige kosten verstaan die de passagier betaalt voor het vertraagde deel van de reis. De vergoeding wordt betaald binnen een maand na de indiening van het verzoek om schadevergoeding;

Motivering

Als een passagier ervoor kiest zijn reis voort te zetten met alternatief vervoer dat zo spoedig mogelijk door de autobus- en/of touringcaronderneming wordt georganiseerd, moet hij in elk geval recht hebben op compensatie.

Amendement  53

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 20 – letter c ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c ter) maaltijden en dranken aangeboden die in verhouding staan tot de wachttijd, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is;

Motivering

Bij lange vertragingen, en voor zover dit fysiek mogelijk is, moeten de passagiers extra bijstand ("bijstand in natura") krijgen. Bijstand in natura omvat maaltijden, dranken en zelfs hotel- of ander verblijf indien de wachttijd een overnachting nodig maakt, zoals bepaald bij de wetgeving inzake passagiersrechten voor andere vervoerswijzen. Indien het voertuig buiten gebruik is, hebben de passagiers het recht om naar een geschikte wachtplaats en/of terminal te worden vervoerd van waar zij verder kunnen reizen.

Amendement  54

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 20 – letter c quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c quinquies) hotel- of ander verblijf en vervoer tussen de terminal en de plaats van het verblijf indien een overnachting nodig is voordat de reis kan worden voortgezet.

Motivering

Bij lange vertragingen, en voor zover dit fysiek mogelijk is, moeten de passagiers extra bijstand ("bijstand in natura") krijgen. Bijstand in natura omvat maaltijden, dranken en zelfs hotel- of ander verblijf indien de wachttijd een overnachting nodig maakt, zoals bepaald bij de wetgeving inzake passagiersrechten voor andere vervoerswijzen. Indien het voertuig buiten gebruik is, hebben de passagiers het recht om naar een geschikte wachtplaats en/of terminal te worden vervoerd vanwaar zij verder kunnen reizen.

Amendement  55

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 20 – letter c sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(c sexies) indien de autobus of touringcar buiten gebruik is, vervoer aangeboden tussen de plaats waar het onbruikbare voertuig staat en een geschikte wachtplaats of terminal vanwaar de reis kan worden voortgezet.

Motivering

Bij lange vertragingen, en voor zover dit fysiek mogelijk is, moeten de passagiers extra bijstand ("bijstand in natura") krijgen. Bijstand in natura omvat maaltijden, dranken en zelfs hotel- of ander verblijf indien de wachttijd een overnachting nodig maakt, zoals bepaald bij de wetgeving inzake passagiersrechten voor andere vervoerswijzen. Indien het voertuig buiten gebruik is, hebben de passagiers het recht om naar een geschikte wachtplaats en/of terminal te worden vervoerd vanwaar zij verder kunnen reizen.

Amendement  56

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 20 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. In andere dan de in lid 1 bedoelde gevallen zijn autobus- en/of touringcarondernemingen aansprakelijk voor vertragingen van meer dan twee uur bij aankomst indien de vertraging te wijten is aan:

 

– de nalatigheid en de schuld van de bestuurder; of

 

– een technisch defect van het voertuig.

 

In die gevallen wordt aan de passagier ten minste:

 

(a) het recht toegekend op een compensatie van 50% van de prijs van het vervoerbewijs. Onder de prijs van het vervoerbewijs worden de volledige kosten verstaan die de passagier betaalt voor het vertraagde deel van de reis. De vergoeding wordt betaald binnen een maand na de indiening van het verzoek om schadevergoeding;

 

(b) bijstand geboden als bedoeld in lid 1, onder e), f) en g), van dit artikel.

Motivering

Onder "vertraging" wordt gewoonlijk een tijdsverschil ten opzichte van een geplande aankomsttijd verstaan. Zelfs een bus die op tijd vertrekt, kan, om redenen die onder de controle van de autobus- en/of touringcaronderneming vallen, achter raken op de tijdsplanning. Een autobus- en/of touringcaronderneming is dan wel niet aansprakelijk voor vertraging ten gevolge van weers- of verkeersomstandigheden (overmacht), maar aansprakelijkheid voor een technisch defect aan het voertuig en/of de rijvaardigheid van de bestuurder kan niet worden uitgesloten.

Amendement  57

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 20 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter. Een autobus- en/of touringcaronderneming wordt van deze aansprakelijkheid vrijgesteld indien de annulering of vertraging aan een van de volgende oorzaken te wijten is:

 

(a) omstandigheden die geen verband houden met de exploitatie van de autobus- en touringcardiensten en die de autobus- en/of touringcaronderneming, ondanks het feit dat zij de in de specifieke omstandigheden vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen, niet kon vermijden en waarvan zij de gevolgen niet kon verhinderen;

 

(b) nalatigheid van de passagier; of

 

(c) het handelen van een derde dat de autobus- en/of touringcaronderneming, ondanks het feit dat zij de in de specifieke omstandigheden vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen, niet kon vermijden en waarvan zij de gevolgen niet kon verhinderen.

Motivering

Eine Haftung des Omnibusunternehmens sollte dann nicht eintreten, wenn die Verspätung oder Annullierung durch außergewöhnliche Umstände verursacht wurde. Diese sind hier konkretisiert. Ansonsten diskriminiert die vorgeschlagene Regelung die Omnibusunternehmen gegenüber den Schiffs- und Bahnbeförderern sowie den Fluggesellschaften. Die Formulierung entspricht Art. 32 der einheitlichen Rechtsvorschriften für den Vertrag über internationale Eisenbahnbeförderung von Personen und Gepäck (CIV) zum Übereinkommen über den internationalen Eisenbahnverkehr (COTIF), auf den in Art. 15 der Verordnung über die Rechte und Pflichten der Fahrgäste im Eisenbahnverkehr verwiesen wird.

Amendement  58

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 21 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Bij vertraging brengen autobus- en/of touringcarondernemingen of, desgevallend, de terminalbeheerders, zodra die informatie beschikbaar is, de passagiers op de hoogte van de verwachte vertrektijd en de verwachte aankomsttijd, doch uiterlijk 30 minuten na de geplande vertrektijd of één uur voor de voorziene aankomsttijd.

1. Bij vertraging brengen autobus- en/of touringcarondernemingen of, desgevallend, de terminalbeheerders, zodra die informatie beschikbaar is, de passagiers op de hoogte van de verwachte vertrektijd en de verwachte aankomsttijd, doch uiterlijk 30 minuten na de geplande vertrektijd of één uur voor de voorziene aankomsttijd. Deze informatie wordt ook verstrekt in vormen die toegankelijk zijn voor gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit.

Motivering

Het is essentieel ervoor te zorgen dat gehandicapten dezelfde belangrijke informatie krijgen als alle andere passagiers.

Amendement  59

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening mag passagiers er geenszins van weerhouden via de nationale gerechtelijke instanties een eis tot schadevergoeding in te dienen voor verliezen die het gevolg zijn van de annulering of de vertraging van een vervoersdienst.

Deze verordening is van toepassing onverminderd de rechten van een passagier op verdere compensatie. De uit hoofde van deze verordening toegekende compensatie kan op eventuele verdere compensatie in mindering worden gebracht.

Motivering

Dit artikel is slecht geformuleerd. Het moet in overeenstemming worden gebracht met de overeenkomstige bepaling van Verordening (EG) nr. 261/2004 en moet de beperking inhouden dat compensatie die overeenkomstig deze verordening wordt toegekend, op eventuele verdere compensatie in mindering kan worden gebracht.

Amendement  60

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Autobus- en/of touringcarondernemingen ontwikkelen samen en in samenspraak met de belanghebbenden, brancheorganisaties, consumentenverenigingen en verenigingen van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit nationale en Europese regelingen. Deze maatregelen hebben tot doel de dienstverlening aan de passagiers te verbeteren, met name bij grote vertragingen en onderbreking of annulering van de reis.

Vervoerders ontwikkelen samen en in samenspraak met de belanghebbenden, brancheorganisaties, consumentenverenigingen en verenigingen van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit nationale en Europese regelingen. Deze maatregelen hebben tot doel de dienstverlening aan de passagiers te verbeteren, met name bij grote vertragingen en onderbreking of annulering van de reis, met prioriteit voor bijstand aan passagiers die bijzondere behoeften hebben ten gevolge van hun handicap, beperkte mobiliteit, ziekte, hoge leeftijd of zwangerschap, en bij uitbreiding ook jonge kinderen en begeleiders.

 

Bij lange vertragingen en onderbreking of annulering van de reis moet de bijstand er vooral in bestaan dat de passagiers zo nodig medische verzorging, eten en drinken wordt verstrekt, regelmatig de meest recente informatie wordt verschaft en eventueel alternatief vervoer of logies wordt aangeboden.

Amendement  61

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Terminalbeheerders en autobus- en/of touringcarondernemingen verstrekken hun passagiers gedurende de volledige reis de nodige informatie in de meest geschikt vorm. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan de behoeften van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit.

Terminalbeheerders en autobus- en/of touringcarondernemingen verstrekken hun passagiers gedurende de volledige reis de nodige informatie in toegankelijke vormen.

Motivering

Met het oog op de duidelijkheid en de samenhang moet overal in de verordening dezelfde terminologie voor toegankelijke vormen worden gebruikt.

Amendement  62

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Autobus- en/of touringcarondernemingen en terminalbeheerders moeten ervoor zorgen dat aan de passagiers uiterlijk bij het vertrek en tijdens de reis passende en begrijpelijke informatie wordt verstrekt over hun rechten uit hoofde van deze verordening. Deze informatie wordt meegedeeld in de meest geschikte vorm. Bij de bekendmaking van die informatie wordt bijzondere aandacht besteed aan de behoeften van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit. In deze informatie worden de contactgegevens vermeld van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 27, lid 1, aangewezen handhavingsinstantie.

Autobus- en/of touringcarondernemingen en terminalbeheerders moeten ervoor zorgen dat aan de passagiers uiterlijk bij het vertrek en tijdens de reis passende en begrijpelijke informatie wordt verstrekt over hun rechten uit hoofde van deze verordening. Deze informatie wordt meegedeeld in toegankelijke vormen. In deze informatie worden de contactgegevens vermeld van de door de lidstaten overeenkomstig artikel 27, lid 1, aangewezen handhavingsinstantie.

Motivering

Met het oog op de duidelijkheid en de samenhang moet overal in de verordening dezelfde terminologie voor toegankelijke vormen worden gebruikt.

Amendement  63

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 26 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Autobus- en/of touringcarondernemingen zetten een mechanisme op voor de behandeling van klachten met betrekking tot de onder deze verordening vallende rechten en verplichtingen.

1. Autobus- en/of touringcarondernemingen zetten, voor zover dit nog niet bestaat, een voor alle passagiers, met inbegrip van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit, toegankelijk mechanisme op voor de behandeling van klachten met betrekking tot de onder deze verordening vallende rechten en verplichtingen.

Motivering

Met het oog op gelijke kansen en niet-discriminatie moet ervoor worden gezorgd dat alle passagiers gebruik kunnen maken van hun recht om klacht in te dienen.

Amendement  64

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 26 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis. Autobus- en/of touringcarondernemingen brengen jaarlijks verslag uit over het aantal en het onderwerp van de ontvangen klachten, het gemiddelde aantal dagen waarbinnen deze zijn beantwoord en de corrigerende maatregelen die zijn genomen.

Motivering

De vereiste om verslag uit te brengen beoogt de klachtenbehandeling bij autobus- en touringcarondernemingen transparant te maken en hun een stimulans te geven om klachten doeltreffend en doelmatig te behandelen. Ook spoorwegmaatschappijen moeten dergelijke verslagen uitbrengen.

Amendement  65

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 27 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Elke lidstaat wijst een of meer instanties aan die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van deze verordening. Elke instantie neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de rechten van de reizigers worden gerespecteerd, met inbegrip van de in artikel 12 bedoelde regels inzake toegankelijkheid. Elke instantie is in haar organisatie, financieringsbeslissingen, rechtsstructuur en besluitvorming onafhankelijk van enige autobus- en/of touringcaronderneming.

1. Elke lidstaat wijst een of meer instanties aan die verantwoordelijk zijn voor de handhaving van deze verordening. Elke instantie neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de rechten van de reizigers worden gerespecteerd, met inbegrip van de in artikel 12 bedoelde regels inzake toegankelijkheid. Elke instantie is in haar organisatie, financieringsbeslissingen, rechtsstructuur en besluitvorming onafhankelijk.

Motivering

De nationale handhavingsinstanties moeten volledig onafhankelijk zijn, dus niet alleen van autobus- en touringcarondernemingen.

Amendement  66

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 27 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis. Deze instanties werken samen met representatieve organisaties van autobus- en touringcarondernemingen en consumenten, met inbegrip van representatieve organisaties van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit.

Motivering

Samenwerking tussen de nationale handhavingsinstanties en deze organisaties zou de toepassing en handhaving van deze verordening vergemakkelijken.

Amendement  67

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 28 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) geaggregeerde gegevens betreffende klachten;

(d) geaggregeerde gegevens betreffende klachten, met inbegrip van het gevolg dat daaraan is gegeven en de afhandelingstermijnen;

Amendement  68

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die regels worden toegepast. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van deze bepalingen en delen eventuele latere wijzigingen zo spoedig mogelijk mee.

De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die regels worden toegepast. De vastgestelde sancties, waaronder eventueel een bevel tot betaling van compensatie aan de betrokkene, moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van deze bepalingen en delen eventuele latere wijzigingen zo spoedig mogelijk mee.

Motivering

Compensatie voor het slachtoffer is een van de meest efficiënte middelen om regels te doen naleven, en vormt ook een aanmoediging voor passagiers om klacht in te dienen wanneer zij gediscrimineerd worden of wanneer hun rechten geschonden worden.

Amendement  69

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 33 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Zij wordt van toepassing [één jaar na haar inwerkingtreding].

2. Zij wordt van toepassing [twee jaar na haar inwerkingtreding].

Motivering

Er is meer tijd nodig om autobossen en touringcars aan de vereisten van deze verordening aan te passen (met name wat het vervoer van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit betreft).

Amendement  70

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage I – letter b – streepje 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– indien nodig, naar het toilet te gaan;

– indien mogelijk, naar het toilet te gaan;

Motivering

In tegenstelling tot in treinen en vliegtuigen staat de bestuurder van autobussen en touringcars er meestal alleen voor. Terwijl hij rijdt, kan hij geen bijstand aan boord leveren zonder de veiligheid van de passagiers in gevaar te brengen.

Amendement  71

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage I – letter b – streepje 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– een erkend geleidedier mee te nemen aan boord van de autobus of touringcar;

voor zover mogelijk, een erkend geleidedier mee te nemen aan boord van de autobus of touringcar;

Motivering

Er kunnen zich veiligheidsproblemen voordoen en sommige lidstaten kunnen beperkingen opleggen aan het verkeer van dieren (waaronder geleidehonden) over hun grenzen.

Amendement  72

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II – deel b – streepje 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– technieken voor de begeleiding van blinde en slechtziende passagiers en voor de omgang met en het vervoer van erkende hulpdieren;

– technieken voor de begeleiding van blinde en slechtziende passagiers en voor de omgang met en het vervoer van erkende hulpdieren, in het besef dat geleidehonden zijn opgeleid om uitsluitend de bevelen van hun baas te gehoorzamen en dat het niet aan het dienstdoende personeel is om met deze honden om te gaan;

Motivering

Het moet worden toegestaan dat geleidehonden hun baasje vergezellen, maar het is niet aan het personeel van dienst om met deze honden om te gaan. Geleidehonden zijn getraind om alleen de bevelen van hun baasje te gehoorzamen.


TOELICHTING

Achtergrond

Verordening (EEG) nr. 648/92 (als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 11/98) en Verordening (EG) nr. 12/98 hebben een interne markt voor het internationale personenvervoer per autobus en touringcar tot stand gebracht. Deze liberalisering biedt de Europese burger aanzienlijke voordelen, zoals een grotere keuze aan bestemmingen en aantrekkelijke prijzen. Zij heeft ook bijgedragen tot de gestage groei van deze sector sinds het midden van de jaren '90. Momenteel raamt de Commissie het aantal internationale autobus- en touringcarpassagiers op 72,8 miljoen per jaar.

De liberalisering van het vervoer en de groei van het aantal reizigers gingen evenwel niet altijd gepaard met adequate maatregelen om de passagiersrechten te beschermen. Naarmate hun aantal toenam, werden passagiers geconfronteerd met probleemsituaties zoals annuleringen, overboeking, verlies van bagage en vertragingen. In het bijzonder autobus- en touringcarpassagiers genieten nog steeds niet dezelfde passagiersrechten als passagiers van andere soorten vervoer, zoals met name de luchtvaart.

De rechten van touringcarpassagiers vallen nog niet onder communautaire wetgeving, zodat klanten zich op nationale aansprakelijkheidsregelingen moeten verlaten. De bescherming van autobus- en touringcarpassagiers (bv. inzake aansprakelijkheid van ondernemingen, compensatie bij vertraging en annulering, verplichte informatieverstrekking, klachtenbehandeling, bijstand aan gehandicapten, enz.) verschilt sterk naar gelang van de lidstaat. Bovendien staan autobus- en touringcarpassagiers niet op dezelfde voet als passagiers van andere soorten vervoer, met name trein- en vliegtuigpassagiers, die wel reeds van een op EU-niveau vastgesteld, hoog en uniform beschermingsniveau genieten of zullen genieten.

Het voorstel van de Commissie

Gezien het bovenstaande beoogt het voorstel in de eerste plaats de rechten van autobus- en touringcarpassagiers vast te stellen om de aantrekkelijkheid van de sector te verbeteren en gelijke concurrentievoorwaarden tot stand te brengen tussen vervoerders uit verschillende lidstaten en tussen de verschillende vervoerswijzen. In een notendop voorziet het voorstel in het volgende:

Aansprakelijkheid bij overlijden of letsel: Er wordt voorgesteld om busondernemingen onbegrensd aansprakelijk te stellen. Bovendien kan de schade bij een ongeval onder bepaalde voorwaarden en tot een bepaald bedrag niet worden betwist (risicoaansprakelijkheid). Passagiers hebben recht op voorschotten om het hoofd te bieden aan de economische moeilijkheden waarmee zij of hun familie door het overlijden of het letsel worden geconfronteerd.

Compensatie en bijstand bij annulering of vertraging: Het voorstel houdt in dat ondernemingen hun passagiers de nodige informatie moeten verstrekken en hetzij een redelijk alternatief moeten bieden, hetzij een compensatie moeten betalen.

Rechten van personen met beperkte mobiliteit: Het voorstel verbiedt elke discriminatie op grond van handicap of mobiliteitsbeperking bij het boeken van een reis of bij het instappen, en verplicht ondernemingen kosteloos bijstand te verlenen. Voorts moeten ondernemingen hun personeel de nodige opleiding geven.

Klachten en schadevergoeding: De lidstaten moeten handhavingsinstanties instellen die erop toezien dat de verordening wordt uitgevoerd. Als een passagier vindt dat een van zijn rechten niet wordt geëerbiedigd, kan hij klacht indienen bij de onderneming. Als hij geen bevredigend antwoord krijgt, kan hij klacht indienen bij de nationale handhavingsinstantie.

Algemene beoordeling

De rapporteur is zeer verheugd over het voorstel en steunt het beginsel dat passagiers dezelfde rechten moeten genieten, ongeacht welke soort vervoer zij gebruiken. Het is daarom van belang te zorgen voor een maximale samenhang met de bestaande wetgeving betreffende luchtvaart en spoorvervoer en met het voorstel betreffende passagiersrechten in het zeevervoer. Anderzijds moet rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van vervoer per autobus en touringcar en moet een aantal bepalingen daaraan worden aangepast. In de voorgestelde amendementen wordt een evenwicht tussen deze (soms tegenstrijdige) doelstellingen nagestreefd. Ten slotte is de rapporteur van mening dat sommige bepalingen van het voorstel moeten worden verduidelijkt.

Met het oog op het strakke tijdschema voor de eerste lezing tijdens deze zittingsperiode zal de rapporteur het voorstel verder grondig onderzoeken en zo nodig later verdere amendementen voorstellen.

Aanbevelingen van de rapporteur

Gezien bovenstaande overwegingen stelt de rapporteur onder meer de volgende wijzigingen in het Commissievoorstel voor:

Stedelijk, voorstedelijk en regionaal vervoer: Een aantal van de vereisten in het voorstel is vooral voor langeafstands- en internationaal vervoer bedoeld en beantwoordt daardoor niet aan de specifieke behoeften en kenmerken van stedelijk, voorstedelijk en regionaal vervoer. Daarom moet het de lidstaten toegestaan zijn om dit soort vervoer vrij te stellen van de bepalingen van deze verordening mits zij alternatieve regelgevingsmaatregelen nemen die een gelijkwaardig niveau van passagiersrechten garanderen.

Risicoaansprakelijkheid: De rapporteur is van mening dat het maximumbedrag vergelijkbaar moet zijn met dat voor andere soorten vervoer en steunt bijgevolg in principe het voorgestelde bedrag van 220 000 euro. Anderzijds zou deze bepaling in overeenstemming moeten worden gebracht met artikel 2 van Richtlijn 2005/14/EG betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, dat de risicoaansprakelijkheid beperkt tot 5 miljoen euro per ongeval. Zo kan worden voorkomen dat de aansprakelijkheid al te hoog oploopt doordat de schade van een groot aantal passagiers wordt samengeteld.

Rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit: Anders dan in de luchtvaart lijkt het niet nodig om busondernemingen de mogelijkheid te geven om reserveringen van gehandicapten te weigeren op grond van veiligheidseisen. Daarom wordt voorgesteld om artikel 11, lid 1, punt a), te schrappen. Andere bepalingen in artikel 11 (lid 1, punt b), leden 2 en 4) moeten in overeenstemming worden gebracht met de bewoording van het voorstelbetreffende passagiersrechten in het zeevervoer. Voorts lijkt het nuttig om de regels inzake toegankelijkheid te laten vaststellen in samenwerking met representatieve organisaties van gehandicapte personen en personen met beperkte mobiliteit. Een verdere reeks amendementen die de rapporteur voorstelt, houdt rekening met het feit dat de buschauffeur er meestal alleen voorstaat, zodat hij niet altijd gedurende de reis bijstand kan verlenen omdat hij moet rijden.

Terugbetaling en compensatie: Er wordt voorgesteld om dit artikel te verduidelijken. Bij annulering en lange vertraging moeten busondernemingen verplicht worden om de prijs van het vervoerbewijs terug te betalen, tenzij de klant alternatief vervoer aanvaardt dat gratis wordt aangeboden. Als de onderneming niet in alternatief vervoer of adequate informatie voorziet, moet de compensatie 50% (en niet 100%) van de prijs van het vervoerbewijs bedragen, omdat de compensatie dan bovenop de terugbetaling van het vervoerbewijs verschuldigd is.

Informatie voor passagiers en klachtenbehandeling: De rapporteur benadrukt dat de informatie in toegankelijke vormen moet worden verstrekt. Voorts stelt hij voor om autobus- en touringcarondernemingen te verplichten om jaarlijks verslag uit te brengen over de klachtenbehandeling. Dat zal hun een stimulans te geven om klachten doeltreffend en doelmatig te behandelen.

Inwerkingtreding: Voor de autobus- en touringcarsector wordt het een uitdaging om aan de eisen van deze verordening te voldoen, met name wat de bijstand aan gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit en de opleiding van het personeel betreft. Daarom stelt de rapporteur voor om de sector een extra jaar te geven om zich aan te passen alvorens de verordening in werking treedt.

Verdere verduidelijkingen: Deze betreffen onder meer bepaalde definities (vervoersovereenkomst, verkoper van vervoerbewijzen en touroperator), de onafhankelijkheid van de handhavingsinstanties en de samenwerking met busondernemingen en consumentenorganisaties.


PROCEDURE

Titel

Passagiersrechten in het bus- en touringcarvervoer

Document- en procedurenummers

COM(2008)0817 – C6-0469/2008 – 2008/0237(COD)

Datum indiening bij EP

4.12.2008

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

15.12.2008

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

IMCO

15.12.2008

JURI

15.12.2008

 

 

Geen advies

       Datum besluit

IMCO

27.2.2009

JURI

19.1.2009

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Gabriele Albertini

11.12.2008

 

 

Behandeling in de commissie

17.2.2009

30.3.2009

 

 

Datum goedkeuring

31.3.2009

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

33

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gabriele Albertini, Inés Ayala Sender, Paolo Costa, Luis de Grandes Pascual, Petr Duchoň, Saïd El Khadraoui, Robert Evans, Emanuel Jardim Fernandes, Francesco Ferrari, Brigitte Fouré, Mathieu Grosch, Georg Jarzembowski, Stanisław Jałowiecki, Timothy Kirkhope, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Jörg Leichtfried, Eva Lichtenberger, Erik Meijer, Luís Queiró, Reinhard Rack, Ulrike Rodust, Gilles Savary, Brian Simpson, Renate Sommer, Dirk Sterckx, Ulrich Stockmann, Michel Teychenné, Yannick Vaugrenard, Armando Veneto, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Anne E. Jensen, Marie Panayotopoulos-Cassiotou

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Elisabeth Schroedter

Datum indiening

6.4.2009

Juridische mededeling - Privacybeleid