VERSLAG over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen
6.4.2009 - (COM(2008)0721 – C6‑0510/2008 – 2008/0216(CNS)) - *
Commissie visserij
Rapporteur: Raül Romeva i Rueda
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen
(COM(2008)0721 – C6‑0510/2008 – 2008/0216(CNS))
(Raadplegingsprocedure)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2008)0721),
– gelet op artikel 37 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0510/2008),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie visserij en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0253/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;
3. verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;
4. wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;
5. verzoekt zijn Voorzitter zijn standpunt te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 4 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
(4) Momenteel zijn de controlebepalingen verspreid over een groot aantal elkaar overlappende en complexe rechtsteksten. Sommige delen van de controleregeling worden door de lidstaten slecht toegepast, met als gevolg dat bij inbreuken op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid ontoereikende, uiteenlopende maatregelen worden genomen, wat de creatie van gelijke voorwaarden voor alle vissers in de hele Gemeenschap in gevaar brengt. Bijgevolg moeten de bestaande regeling en alle daarin opgenomen verplichtingen worden geconsolideerd, gerationaliseerd en vereenvoudigd, met name door te snijden in de dubbele regelgeving en de administratieve lasten. |
(4) Momenteel zijn de controlebepalingen verspreid over een groot aantal elkaar overlappende en complexe rechtsteksten. Sommige delen van de controleregeling worden door de lidstaten slecht toegepast en de Commissie heeft nog niet alle benodigde uitvoeringsverordeningen voorgesteld die nodig zijn voor Verordening (EEG) nr. 2847/1993. Het gevolg is dat bij inbreuken op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid ontoereikende, uiteenlopende maatregelen worden genomen, wat de creatie van gelijke voorwaarden voor alle vissers in de hele Gemeenschap in gevaar brengt. Bijgevolg moeten de bestaande regeling en alle daarin opgenomen verplichtingen worden geconsolideerd, gerationaliseerd en vereenvoudigd, met name door te snijden in de dubbele regelgeving en de administratieve lasten. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Overweging 14 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
(14 bis) Het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft betrekking op de instandhouding, het beheer en de exploitatie van levende aquatische hulpbronnen, zodat alle soorten activiteiten die dergelijke hulpbronnen exploiteren op gelijke grondslag worden behandeld, ongeacht of het gaat om commerciële of niet-commerciële activiteiten. Het zou discriminerend zijn om de commerciële visserij aan strenge controles en beperkingen te onderwerpen en tegelijkertijd de niet-commerciële visserij hiervan grotendeels vrij te stellen. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Overweging 19 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
(19) De controleactiviteiten en –methoden moeten worden gebaseerd op risicobeheer, waarbij op systematische en omvattende wijze gebruik wordt gemaakt van de procedures voor kruiscontrole. |
(19) De controleactiviteiten en –methoden moeten worden gebaseerd op risicobeheer, waarbij de lidstaten op systematische en omvattende wijze gebruikmaken van de procedures voor kruiscontrole. Tevens moeten de lidstaten relevante informatie uitwisselen. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Overweging 24 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
(24) De bewakings-, toezichts-, identificatie- en traceersystemen moeten in een geïntegreerd maritiem bewakingsnetwerk worden gekoppeld dat wordt gebruikt met het oog op de beveiliging en veiligheid op zee, de bescherming van het mariene milieu, de visserijcontrole, de grenscontrole, de algemene rechtshandhaving en de vergemakkelijking van de handel. Dit netwerk moet, ter ondersteuning van een tijdig besluitvormingsproces, permanent toegang verlenen tot gegevens over activiteiten op maritiem gebied. Dit netwerk zal de dienstverlening door de overheidsdiensten die bij bewakingsactiviteiten betrokken zijn, bovendien doeltreffender en kostenefficiënter maken. Hiertoe moeten gegevens die in het kader van deze verordening worden verzameld met behulp van automatische identificatiesystemen, satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen als bedoeld in Verordening (EG) nr. 2244/2003 van de Commissie van 18 december 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake satellietvolgsystemen en vaartuigdetectiesystemen, worden doorgestuurd om te worden gebruikt door andere overheidsdiensten die bij de genoemde bewakingsactiviteiten zijn betrokken. |
(24) De bewakings-, toezichts-, identificatie- en traceersystemen moeten in een geïntegreerd maritiem bewakingsnetwerk worden gekoppeld dat wordt gebruikt met het oog op de beveiliging en veiligheid op zee, de bescherming van het mariene milieu, de visserijcontrole, de grenscontrole, de algemene rechtshandhaving en de vergemakkelijking van de handel, toegesneden op de verschillende situaties in de lidstaten. Dit netwerk moet, ter ondersteuning van een tijdig besluitvormingsproces, permanent toegang verlenen tot gegevens over activiteiten op maritiem gebied. Dit netwerk zal de dienstverlening door de overheidsdiensten die bij bewakingsactiviteiten betrokken zijn, bovendien doeltreffender en kostenefficiënter maken. Hiertoe moeten gegevens die in het kader van deze verordening worden verzameld met behulp van automatische identificatiesystemen, satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen als bedoeld in Verordening (EG) nr. 2244/2003 van de Commissie van 18 december 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake satellietvolgsystemen en vaartuigdetectiesystemen, worden doorgestuurd om te worden gebruikt door andere overheidsdiensten die bij de genoemde bewakingsactiviteiten zijn betrokken. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Dit amendement heeft tot doel de toezichtmiddelen aan te passen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Overweging 29 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
(29) De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om een visserijtak te sluiten als het quotum van een lidstaat of de TAC zelf is uitgeput. Voorts moet zij de bevoegdheid krijgen om quota te korten en de overdracht of uitwisseling van quota te weigeren om te garanderen dat de lidstaten de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid halen. |
(29) De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om een visserijtak te sluiten als het quotum van een lidstaat of de TAC zelf is uitgeput. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Elke lidstaat die toestaat dat een vloot haar quotum herhaaldelijk overschrijdt of niet de nodige maatregelen treft om de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid te garanderen, dient te worden gestraft. De sanctie mag er evenwel niet in bestaan dat quota worden gekort of de overdracht of uitwisseling van quota wordt geweigerd, aangezien dit niet de lidstaat treft die de overtreding heeft begaan, maar vloten die helemaal geen schuld hebben aan de niet-naleving van de regels, en zelfs andere lidstaten die niets te maken hebben met de overtreding, zoals het geval zou zijn bij uitwisselingen van quota. Anderzijds kan de Commissie met dergelijke maatregelen de relatieve stabiliteit van de lidstaten unilateraal verstoren. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Overweging 34 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
(34) De maatregelen voor de uitvoering van deze verordening moeten worden aangenomen overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden. Alle maatregelen die de Commissie vaststelt om deze verordening ten uitvoer te leggen, zijn in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. |
(34) De voor de uitvoering van deze verordening benodigde maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden, zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG van de Raad van 17 juli 2006. Alle maatregelen die de Commissie vaststelt om deze verordening ten uitvoer te leggen, zijn in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Overweging 39 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
(39) Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel is het voor het bereiken van de basisdoelstelling, namelijk de doeltreffende uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid, noodzakelijk en passend een omvattende en eenvormige controleregeling vast te stellen. Deze verordening gaat overeenkomstig artikel 5, derde alinea, van het Verdrag niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken. |
(39) Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel is het voor het bereiken van de basisdoelstelling, namelijk de doeltreffende uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid, noodzakelijk en passend een omvattende en eenvormige controleregeling vast te stellen, rekening houdend met het feit dat kleinschalige en ambachtelijke visserij duidelijk verschillen van industriële, subsistentie- en recreatievisserij en dat een systeem van controleregelingen op passende wijze rekenschap moet geven van deze verschillen. Deze verordening gaat overeenkomstig artikel 5, derde alinea, van het Verdrag niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 8 Voorstel voor een verordening Artikel 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
Bij deze verordening wordt een communautaire regeling voor de controle, inspectie en handhaving van en het toezicht op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid vastgesteld (hieronder “communautaire controleregeling” genoemd). |
Bij deze verordening wordt een communautaire controleregeling vastgesteld, teneinde de naleving van de regelgeving van het gemeenschappelijk visserijbeleid te garanderen. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Deze verordening heeft tot doel toezicht uit te oefenen op de tenuitvoerlegging van het GVB, onverminderd de aanvullende verplichtingen van de lidstaten. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 9 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
(1) “visserijactiviteit”: het zoeken naar vis, het te water laten, uitzetten of ophalen van vistuig, het aan boord halen van de vangst, het overladen, het aan boord houden, het verwerken aan boord, het overbrengen en het kooien van vis of visserijproducten; |
(1) “visserijactiviteit”: het zoeken naar vis, het te water laten, uitzetten of ophalen van vistuig, het aan boord halen van de vangst, het overladen, het aan boord houden, het aanlanden, het verwerken aan boord, het overbrengen, het kooien of het vetmesten van vis of visserijproducten; | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 10 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 6 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
(6 bis) “ernstige inbreuk”: een van de activiteiten, als vermeld in artikel 42, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad; | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het begrip “ernstige inbreuk” moet worden gedefinieerd zoals in de IOO-verordening om verwarring te voorkomen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 11 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 7 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
(7 bis) "recreatievisserij": niet-commerciële visserijactiviteiten waarmee de levende aquatische rijkdommen worden geëxploiteerd als vrijetijdsbesteding of als sport, met inbegrip van onder meer recreatievisserij, sportvisserij, viswedstrijden en andere vormen van recreatievisserij; | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 12 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 8 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
(8) “vismachtiging”: een machtiging om te vissen die wordt afgegeven voor een communautair vissersvaartuig dat reeds over een visvergunning beschikt en die dit vaartuig het recht geeft om visserijactiviteiten te verrichten in communautaire wateren in het algemeen en/of om onder specifieke voorwaarden specifieke visserijactiviteiten te verrichten tijdens een bepaalde periode, in een bepaald gebied of binnen een bepaalde visserijtak; |
(8) “vismachtiging”: een machtiging om te vissen die wordt afgegeven voor een communautair vissersvaartuig dat reeds over een visvergunning beschikt en die dit vaartuig het recht geeft om visserijactiviteiten te verrichten en/of om onder specifieke voorwaarden specifieke visserijactiviteiten te verrichten tijdens een bepaalde periode, in een bepaald gebied of binnen een bepaalde visserijtak; | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 13 Voorstel voor een verordening Artikel 4 – lid 17 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
(17) “verwerking”: het proces waarbij het product zijn aanbiedingsvorm krijgt. Dit proces omvat het schoonmaken, fileren, koelen, verpakken, inblikken, invriezen, roken, zouten, koken, pekelen, drogen of op andere wijze voor de markt klaarmaken van vis; |
(17) “verwerking”: het proces waarbij het product zijn aanbiedingsvorm krijgt. Dit proces omvat het fileren, verpakken, inblikken, invriezen, roken, zouten, koken, pekelen, drogen of op andere wijze voor de markt klaarmaken van vis; | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het schoonmaken en het koelen beschouwen als een onderdeel van een verwerkingsproces is overdreven en kan gevolgen hebben, bijvoorbeeld bij het vaststellen van een ecolabel voor verwerkte producten. Het koelen garandeert alleen de bewaring aan boord om te kunnen worden verkocht als vers, en niet als ingevroren product. Het onmiddellijk schoonmaken van vis is anderzijds praktisch onontbeerlijk om de proliferatie van parasieten die de vis onverkoopbaar kunnen maken, te voorkomen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 14 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. De lidstaten controleren de onder het gemeenschappelijk visserijbeleid vallende activiteiten die natuurlijke of rechtspersonen verrichten op hun grondgebied of in de wateren die onder hun soevereiniteit of jurisdictie vallen, met name het vissen, het overladen, het overbrengen van vis naar kooien of aquacultuurinstallaties, met inbegrip van vetmestinstallaties, en het aanlanden, invoeren, vervoeren, afzetten en opslaan van visserijproducten. |
1. De lidstaten controleren de onder het gemeenschappelijk visserijbeleid vallende activiteiten die natuurlijke of rechtspersonen verrichten op hun grondgebied of in de wateren die onder hun soevereiniteit of jurisdictie vallen, met name het vissen, aquacultuuractiviteiten, het overladen, het overbrengen van vis naar kooien of aquacultuurinstallaties, met inbegrip van vetmestinstallaties, en het aanlanden, invoeren, vervoeren, afzetten en opslaan van visserijproducten. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Aquacultuuractiviteiten vallen onder het toepassingsgebied van de hier voorgestelde verordening. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 15 Voorstel voor een verordening Artikel 5 – lid 4 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
4. Elke lidstaat zorgt ervoor dat controle, inspectie, toezicht, bewaking en handhaving op niet-discriminerende wijze verlopen wat betreft de voor inspectie gekozen sectoren, vaartuigen of personen, en dat zij op basis van risicobeheer worden verricht. |
4. Elke lidstaat zorgt ervoor dat controle, inspectie, toezicht, bewaking en handhaving op niet-discriminerende wijze verlopen wat betreft sectoren, vaartuigen of personen, en dat zij op basis van risicobeheer worden verricht. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De wijze waarop de inspectie wordt verricht is een bevoegdheid van de lidstaten, die op haar beurt onderworpen is aan controle en toezicht door de Commissie. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 16 Voorstel voor een verordening Artikel 6 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. De vlaggenlidstaat schorst tijdelijk de visvergunning van een vaartuig dat door die lidstaat tijdelijk is stilgelegd en waarvan de vismachtiging is geschorst overeenkomstig artikel 45, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1005/2008. |
3. De vlaggenlidstaat schorst tijdelijk de visvergunning van een vaartuig dat door die lidstaat tijdelijk is stilgelegd en waarvan de vismachtiging is geschorst overeenkomstig artikel 45, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1005/2008. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Onjuiste verwijzing in het voorstel van de Commissie. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 17 Voorstel voor een verordening Artikel 6 – lid 4 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
4. De vlaggenlidstaat trekt permanent de visvergunning in van een vaartuig waarvoor een maatregel tot aanpassing van de vangstcapaciteit geldt als bedoeld in artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 of waarvan de vismachtiging is ingetrokken overeenkomstig artikel 45, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 1005/2008. |
4. De vlaggenlidstaat trekt permanent de visvergunning in van een vaartuig waarvoor een maatregel tot aanpassing van de vangstcapaciteit geldt als bedoeld in artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 of waarvan de vismachtiging is ingetrokken overeenkomstig artikel 45, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1005/2008. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Onjuiste verwijzing in het voorstel van de Commissie. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 18 Voorstel voor een verordening Artikel 7 – lid 1 – letter f) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
f) waarin, in gebieden die niet onder de bevoegdheid vallen van een regionale organisatie voor visserijbeheer, visserijactiviteiten met bodemvistuig worden verricht; |
f) waarin, in internationale wateren die niet onder de bevoegdheid vallen van een regionale organisatie voor visserijbeheer, visserijactiviteiten met bodemvistuig worden verricht; van het in deze bepaling genoemde vistuig wordt een lijst opgesteld; | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Er moet een gedetailleerde lijst worden opgesteld van dit vistuig omdat het eventueel een aanzienlijke impact op het mariene ecosysteem kan hebben. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 19 Voorstel voor een verordening Artikel 9 – lid 2 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
2. Vissersvaartuigen met een lengte van meer dan 10 meter over alles hebben een volledig functionerend toestel aan boord waarmee zij automatisch door het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen kunnen worden gelokaliseerd en geïdentificeerd aan de hand van periodiek doorgestuurde positiegegevens. Voorts biedt dit toestel het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat de mogelijkheid de vissersvaartuigen te bevragen. Voor vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 10 meter, maar niet meer dan 15 meter geldt dit lid met ingang van 1 januari 2012. |
2. Vissersvaartuigen met een lengte van meer dan 10 meter over alles hebben een volledig functionerend toestel aan boord waarmee zij automatisch door het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen kunnen worden gelokaliseerd en geïdentificeerd aan de hand van periodiek doorgestuurde positiegegevens. Voorts biedt dit toestel het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat de mogelijkheid de vissersvaartuigen te bevragen. Voor vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 10 meter, maar niet meer dan 15 meter geldt dit lid met ingang van 1 juli 2013. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 20 Voorstel voor een verordening Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
2 bis. Financiële steun voor de installatie van apparatuur voor het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen komt in aanmerking voor financiering uit hoofde van artikel 8, letter a), van Verordening (EG) nr. 861/2006. Medefinanciering van de begroting van de Gemeenschap bedraagt 80%. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 21 Voorstel voor een verordening Artikel 9 – lid 6 – letter a | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
a) uitsluitend actief zijn in de territoriale zeeën van de vlaggenlidstaat of |
a) uitsluitend actief zijn in de territoriale zeeën van de vlaggenlidstaat en | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De vrijstelling moet beperkt blijven tot vaartuigen die in de territoriale zee vissen en dit niet langer dan 24 uur doen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 22 Voorstel voor een verordening Artikel 11 – lid 2 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
2. De Commissie kan een lidstaat verzoeken een vaartuigdetectiesysteem te gebruiken voor een bepaalde visserijtak en gedurende een bepaalde periode. |
2. De Commissie kan een lidstaat verzoeken een vaartuigdetectiesysteem te gebruiken voor een bepaalde visserijtak en gedurende een bepaalde periode, mits zij dit rechtvaardigt aan de hand van documenten die het bewijs leveren van het niet naleven van de controlemaatregelen of op grond van wetenschappelijke verslagen. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Overdreven discretionele bevoegdheid van de Commissie. Elk unilateraal besluit van de Commissie dient terdege te worden gerechtvaardigd. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 23 Voorstel voor een verordening Artikel 14 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. Voor de in het logboek vermelde ramingen van de in kilogram uitgedrukte hoeveelheden aan boord gehouden vis geldt een tolerantiemarge van 5%. |
3. Voor de in het logboek vermelde ramingen van de in kilogram uitgedrukte hoeveelheden aan boord gehouden vis geldt een tolerantiemarge van 10%. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Een tolerantiemarge van 5 % is te weinig daar er ook al rekening gehouden moet worden 2% levend gewicht bij de opgaven van de vangst. Dat zou betekenen dat er maar een marge van 3 % overblijft. Bij bijvoorbeeld een vangsthoeveelheid van 40 kg zou een overschrijving van meer dan 1.2 kg al strafbaar zijn In de betrokken sector is men het nagenoeg unaniem oneens met de duizelingwekkende verlaging van de tolerantiemarge van 20% tot 5%. De meeste nationale administraties zijn daar trouwens eveneens tegen gekant. 20% kan wellicht een te hoog percentage zijn, maar er zij aan herinnerd dat voor de soorten waarvoor een herstelplan geldt een maximumpercentage van 8% werd vastgesteld. Het percentage voor alle soorten verlagen tot 5% is overdreven. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 24 Voorstel voor een verordening Artikel 15 – lid 1 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
1 bis. Financiële steun voor de installatie van elektronische logboeken komt in aanmerking voor financiering uit hoofde van artikel 8, letter a), van Verordening (EG) nr. 861/2006. Medefinanciering van de begroting van de Gemeenschap bedraagt 80%. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 25 Voorstel voor een verordening Artikel 15 – lid 2 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
2. Lid 1 geldt met ingang van 1 juli 2011 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter, maar niet meer dan 24 meter en met ingang van 1 januari 2012 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 10 meter, maar niet meer dan 15 meter. Communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van niet meer dan 15 meter kunnen van lid 1 worden vrijgesteld als zij: |
2. Lid 1 geldt met ingang van 1 juli 2011 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter, maar niet meer dan 24 meter en met ingang van 1 juli 2013 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 10 meter, maar niet meer dan 15 meter. Communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van niet meer dan 15 meter kunnen van lid 1 worden vrijgesteld als zij: | ||||||||||||||||||||||||
|
a) uitsluitend actief zijn in de territoriale zeeën van de vlaggenlidstaat, of |
a) uitsluitend actief zijn in de territoriale zeeën van de vlaggenlidstaat en | ||||||||||||||||||||||||
|
b) nooit meer dan 24 uur op zee blijven tussen het tijdstip van vertrek uit de haven en het tijdstip van terugkeer naar de haven. |
b) nooit meer dan 24 uur op zee blijven tussen het tijdstip van vertrek uit de haven en het tijdstip van terugkeer naar de haven. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 26 Voorstel voor een verordening Artikel 17 – lid 1 – inleidende formule | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. Onverminderd specifieke bepalingen in de meerjarenplannen stelt de kapitein van een communautair vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan hij de haven of de aanlandingsvoorzieningen wenst te gebruiken, ten minste vier uur vóór het geraamde tijdstip van aankomst in de haven, behalve als de bevoegde autoriteiten toestemming hebben gegeven om vroeger binnen te varen, in kennis van de volgende gegevens: |
1. Onverminderd specifieke bepalingen in de meerjarenplannen stelt de kapitein van een communautair vissersvaartuig met soorten aan boord waarvoor vangst- of inspanningsbeperkingen gelden, of zijn vertegenwoordiger de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan hij de haven of de aanlandingsvoorzieningen wenst te gebruiken, ten minste vier uur vóór het geraamde tijdstip van aankomst in de haven, behalve als de bevoegde autoriteiten toestemming hebben gegeven om vroeger binnen te varen, in kennis van de volgende gegevens: | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 27 Voorstel voor een verordening Artikel 17 – lid 1 – letter d | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
d) de datums van de visreis en de gebieden waarin is gevangen; |
d) de datums van de visreis en de gebieden waarin is gevangen; het vangstgebied wordt even gedetailleerd aangegeven als wordt vereist in artikel 14, lid 1; | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het voorstel bevat momenteel diverse verschillende formuleringen voor de wijze waarop de geografische herkomst van de vis in de verschillende documenten moet worden aangegeven. Om de toepassing te vergemakkelijken, wordt met dit en andere amendementen naar standaardisering gestreefd. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 28 Voorstel voor een verordening Artikel 17 – lid 1 – letter f) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
f) de hoeveelheden van elke aan boord gehouden soort, met inbegrip van nulaangiften; |
f) de hoeveelheden van elke aan boord gehouden soort; | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Letter f) is onbegrijpelijk. Men kan ten eerste onmogelijk iets "aan boord houden" dat gelijk is aan nul. Ten tweede: indien ook moet worden vermeld wat men niet heeft gevangen, wat moet de visser dan doen? Een lijst bij zich hebben van alle soorten die men bijvoorbeeld in de Atlantische Oceaan aantreft, en "nul kilo" schrijven bij elke niet gevangen soort? Deze formulering is te onduidelijk en behoeft heel wat uitleg om te kunnen worden geaccepteerd. Het gaat wel erg ver om aangifte te doen van vis die men niet gevangen heeft | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 29 Voorstel voor een verordening Artikel 17 – lid 4 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
4. Volgens de in artikel 111 bedoelde procedure kan de Commissie bepaalde categorieën vissersvaartuigen voor een beperkte periode, die verlengbaar is, vrijstellen van de in lid 1 vastgestelde verplichting of kan zij een andere kennisgevingstermijn vaststellen met inachtneming van onder meer de soort visserijproducten, de afstand tussen de visgronden, de aanlandingsplaatsen en de havens waar de betrokken vaartuigen zijn geregistreerd. |
4. De Raad kan, op voorstel van de Commissie, voor bepaalde categorieën vissersvaartuigen een andere kennisgevingstermijn voor de in lid 1 vastgelegde verplichting vaststellen met inachtneming van onder meer de soort visserijproducten, de afstand tussen de visgronden, de aanlandingsplaatsen en de havens waar de betrokken vaartuigen zijn geregistreerd. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Voor bepaalde categorieën vaartuigen kunnen de kennisgevingsvoorwaarden worden versoepeld, afhankelijk van de afstand van de visgronden en de aanlandingsplaats, maar geen enkel vaartuig mag worden vrijgesteld van deze verplichtingen. Uitzonderingen toestaan houdt het risico in dat de regel uiteindelijk wordt uitgehold, de taken van de controle-instanties ingewikkelder worden en de exploitanten elkaar gaan wantrouwen, zeker indien de criteria die de uitzonderingen rechtvaardigen vooraf niet precies bekend zijn. Dit geldt des te meer indien de Commissie zelf beslist welke vaartuigen worden vrijgesteld, zonder dat de uitzonderingscriteria vooraf zijn vastgesteld. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 30 Voorstel voor een verordening Artikel 17 – lid 4 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
4 bis. de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan de kapitein de haven of de aanlandingsvoorzieningen wenst te gebruiken, en waarvoor de kapitein ten minste vier uur vóór het geraamde tijdstip van aankomst in de haven, een aanvraag heeft gedaan, geven binnen twee uur na ontvangst van de aanvraag de kapitein van het vissersvaartuig de gevraagde toestemming. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het is niet meer dan billijk dat de kapitein van het vissersvaartuig binnen een redelijke termijn toestemming krijgt van de autoriteiten om een aanlanding te mogen doen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 31 Voorstel voor een verordening Artikel 19 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. Op de aangifte van overlading wordt de overgeladen hoeveelheid visserijproducten per soort vermeld, alsmede de datum en de plaats van elke vangst, de naam van de betrokken vaartuigen en de havens van overlading en van bestemming. De kapiteins van de twee betrokken vaartuigen zijn verantwoordelijk voor de juistheid van de aangiften. |
3. Op de aangifte van overlading wordt de overgeladen hoeveelheid visserijproducten per soort vermeld, alsmede de datum en de plaats van elke vangst, de naam van de betrokken vaartuigen en de havens van overlading en van bestemming. De kapiteins van de twee betrokken vaartuigen zijn verantwoordelijk voor de juistheid van de aangiften. Het vangstgebied wordt even gedetailleerd aangegeven als wordt vereist in artikel 14, lid 1. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het voorstel bevat momenteel diverse verschillende formuleringen voor de wijze waarop de geografische herkomst van de vis in de verschillende documenten moet worden aangegeven. Om de toepassing te vergemakkelijken, wordt met dit en andere amendementen naar standaardisering gestreefd. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 32 Voorstel voor een verordening Artikel 19 – lid 4 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
4. Volgens de in artikel 111 bedoelde procedure kan de Commissie bepaalde categorieën vissersvaartuigen voor een beperkte en verlengbare periode vrijstellen van de in lid 1 vastgestelde verplichting of kan zij een andere kennisgevingstermijn vaststellen met inachtneming van onder meer de soort visserijproducten, de afstand tussen de visgronden, de aanlandingsplaatsen en de havens waar de betrokken vaartuigen zijn geregistreerd. |
Schrappen | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De tekst van dit lid is dezelfde als die van artikel 17, lid 4, over voorafgaande kennisgeving van aanlandingen. In dit geval gaat het over aangiften van overlading. Aangezien het overladen een van de zwakste schakels is van de controleketen voor de traceerbaarheid van visserijproducten, mogen ter zake geen vrijstellingen gelden. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 33 Voorstel voor een verordening Artikel 20 – lid 4 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
4. Als de bevoegde autoriteiten een machtiging tot aanlanden verlenen, kennen zij een uniek aanlandingsnummer (UAN) voor de aanlanding toe en stellen zij de kapitein van het vaartuig daarvan in kennis. Als het aanlanden wordt onderbroken, kan daarmee pas opnieuw worden begonnen nadat daarvoor toestemming is verleend. |
Schrappen | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het UAN komt verder nergens in het voorstel voor en moet worden geschrapt; de informatie wordt opgenomen in artikel 50 over traceerbaarheid, op grond waarvan elke partij een nummer krijgt. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 34 Voorstel voor een verordening Artikel 21 – lid 2 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
2. Onverminderd specifieke bepalingen in de meerjarenplannen stuurt de kapitein van een communautair vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 10 meter, of zijn vertegenwoordiger, binnen twee uur na het beëindigen van de aanlanding elektronisch een aangifte van aanlanding door naar de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat. |
2. Onverminderd specifieke bepalingen in de meerjarenplannen stuurt de kapitein van een communautair vissersvaartuig met een lengte over alles van meer dan 10 meter, of zijn vertegenwoordiger, binnen zes uur na het beëindigen van de aanlanding elektronisch een aangifte van aanlanding door naar de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De termijn moet worden verhoogd van twee tot ten minste zes uur, aangezien dat de minimale tijd is die nodig is voor de aankomst in de visafslag en de logistiek en de organisatie van het lossen en verkopen van de vangsten. De huidige voorgeschreven termijn bedraagt 48 uur, en eens te meer wordt de radicale aard van dit voorstel van de hand gewezen, omdat de wetgever hiermee duidelijk laat zien dat hij geen idee heeft van het arbeidsritme in de plaatsen waar verse of gekoelde vis voor het eerst wordt verhandeld. Het gaat hier weliswaar om een elektronische aangifte die na de door artikel 14 voorgeschreven verzameling van gegevens geschiedt, maar een termijn van twee uur lijkt te kort. Er dient rekening mee te worden gehouden dat het hier vaartuigen betreft met een lengte van meer dan tien meter, die aanzienlijke vangsthoeveelheden aan boord kunnen hebben, en dat artikel 14 grote nauwkeurigheid vergt. Een te korte termijn kan dan ook rechtzettingen achteraf noodzakelijk maken, waardoor de reeds logge administratieve procedures nog ingewikkelder zullen worden en het administratieve werk zal verdubbelen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 35 Voorstel voor een verordening Artikel 21 – lid 4 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
4. Lid 2 geldt met ingang van 1 juli 2011 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter, maar niet meer dan 24 meter en met ingang van 1 januari 2012 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 10 meter, maar niet meer dan 15 meter. Communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van niet meer dan 15 meter kunnen van de toepassing van lid 2 worden vrijgesteld als zij: |
4. Lid 2 geldt met ingang van 1 juli 2011 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter, maar niet meer dan 24 meter en met ingang van 1 juli 2013 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 10 meter, maar niet meer dan 15 meter. Communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van niet meer dan 15 meter kunnen van de toepassing van lid 2 worden vrijgesteld als zij: | ||||||||||||||||||||||||
|
a) uitsluitend actief zijn in de territoriale zeeën van de vlaggenlidstaat, of |
a) uitsluitend actief zijn in de territoriale zeeën van de vlaggenlidstaat en | ||||||||||||||||||||||||
|
b) nooit meer dan 24 uur op zee blijven tussen het tijdstip van vertrek uit de haven en het tijdstip van terugkeer naar de haven. |
b) nooit meer dan 24 uur op zee blijven tussen het tijdstip van vertrek uit de haven en het tijdstip van terugkeer naar de haven. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 36 Voorstel voor een verordening Artikel 21 – lid 5 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
5. Voor vaartuigen die van de in lid 2 vastgestelde verplichting zijn vrijgesteld, registreert de kapitein, of zijn vertegenwoordiger, de gegevens bij de aanlanding en stuurt hij zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 24 uur na de aanlanding een aangifte van aanlanding naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de aanlanding heeft plaatsgevonden. |
5. Voor vaartuigen die van de in lid 2 vastgestelde verplichting zijn vrijgesteld, registreert de kapitein, of zijn vertegenwoordiger, de gegevens bij de aanlanding en stuurt hij zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 24 uur na de aanlanding een aangifte van aanlanding naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de aanlanding heeft plaatsgevonden, die de aangifte zonder uitstel doet toekomen aan de vlaggenlidstaat. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De vlaggenlidstaat moet ook worden geïnformeerd. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 37 Voorstel voor een verordening Artikel 23 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. Elke lidstaat registreert alle relevante gegevens over de in dit hoofdstuk bedoelde vangstmogelijkheden, uitgedrukt zowel in vangsten als in visserijinspanning, en bewaart de originelen van die gegevens gedurende drie jaar, of langer als dat op grond van nationale bepalingen vereist is. |
1. Elke lidstaat registreert alle relevante gegevens over de in dit hoofdstuk bedoelde vangstmogelijkheden, uitgedrukt zowel in vangsten, teruggooi als in visserijinspanning, en bewaart de originelen van die gegevens gedurende drie jaar, of langer als dat op grond van nationale bepalingen vereist is. De gegevens in elektronisch formaat worden minimaal tien jaar bewaard. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Gegevens over teruggooi moeten worden vergaard en geanalyseerd. De originele (papieren) versie kan na drie jaar worden vernietigd, maar de daarin opgeslagen gegevens moeten langer worden bewaard met het oog op wetenschappelijk onderzoek, dat vaak gebruik moet maken van historische gegevens. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 38 Voorstel voor een verordening Artikel 23 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. Alle hoeveelheden die door communautaire vissersvaartuigen worden gevangen uit een bestand of groep bestanden waarvoor quota gelden, worden ongeacht de plaats van aanlanding in mindering gebracht op het quotum waarover de vlaggenlidstaat voor dat bestand of die groep bestanden beschikt. |
3. Alle hoeveelheden die door communautaire vissersvaartuigen worden gevangen en teruggegooid uit een bestand of groep bestanden waarvoor quota gelden, worden ongeacht de plaats van aanlanding in mindering gebracht op het quotum waarover de vlaggenlidstaat voor dat bestand of die groep bestanden beschikt. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Teruggooi moet worden afgetrokken van de nationale quota, als stimulans voor een selectievere visserij en om ervoor te zorgen dat er meer maatregelen worden genomen om die vis niet te vangen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 39 Voorstel voor een verordening Artikel 26 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. De betrokken lidstaat maakt het in lid 2 bedoelde besluit bekend en deelt het onmiddellijk aan de Commissie en de overige lidstaten mee. Het besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (reeks C). Vanaf de datum waarop de betrokken lidstaat zijn besluit heeft bekendgemaakt, zien de lidstaten erop toe dat vissersvaartuigen die de vlag van de betrokken lidstaat voeren, in hun wateren en op hun grondgebied de betrokken vis niet aan boord houden, aanlanden, kooien of overladen. |
3. De betrokken lidstaat maakt het in lid 2 bedoelde besluit bekend en deelt het onmiddellijk mee aan de Commissie, die de overige lidstaten ervan op de hoogte brengt. Het besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (reeks C). Vanaf de datum waarop de betrokken lidstaat zijn besluit heeft bekendgemaakt, gaan de lidstaten via de desbetreffende documenten na of vissersvaartuigen die de vlag van de betrokken lidstaat voeren, in hun wateren en op hun grondgebied de betrokken vangsten na de datum van sluiting niet aan boord houden, aanlanden, kooien of overladen. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 40 Voorstel voor een verordening Artikel 28 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. Bij de kortingen en de daaropvolgende toewijzingen wordt bij voorrang rekening gehouden met de soorten en de zones waarvoor de vangstmogelijkheden waren vastgesteld. Deze kortingen en toewijzingen kunnen plaatsvinden in het jaar waarin het nadeel is ontstaan of in de loop van het daaropvolgende jaar of de daaropvolgende jaren. |
3. Bij de kortingen en de daaropvolgende toewijzingen wordt bij voorrang rekening gehouden met de soorten en de zones waarvoor de vangstmogelijkheden waren vastgesteld. Deze kortingen en toewijzingen kunnen plaatsvinden in het jaar waarin het nadeel is ontstaan of in de loop van het daaropvolgende jaar. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Gezien de crisis waarin de visserijsector zich bevindt, moet de schade zo vlug mogelijk worden gecompenseerd. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 41 Voorstel voor een verordening Artikel 28 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
Artikel 28 bis Overdracht van niet gebruikte quota | ||||||||||||||||||||||||
|
|
1. Ingeval de quota van een lidstaat gedurende het jaar waarvoor ze zijn toegewezen niet of slechts gedeeltelijk worden gebruikt, mogen zij hetzelfde jaar worden gebruikt door andere lidstaten. De Commissie brengt eerst de betrokken lidstaten op de hoogte, en verzoekt hen te bevestigen dat zij geen gebruik zullen maken van die vangstmogelijkheden. Nadat de Commissie die bevestiging heeft ontvangen, evalueert zij het totaal van de niet gebruikte vangstmogelijkheden en deelt zij het resultaat van die evaluatie mede aan de lidstaten, met het oog op het treffen van een besluit over de hertoewijzing ervan, in nauwe samenwerking met de betrokken lidstaten. | ||||||||||||||||||||||||
|
|
2. De indiening van aanvragen conform het onderhavige artikel doet op geen enkele wijze afbreuk aan de verdeling van de vangstmogelijkheden of de ruil ervan tussen lidstaten, overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002. | ||||||||||||||||||||||||
|
|
3. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, met name betreffende de voorwaarden voor het gebruik of de overdracht van quota, worden vastgesteld volgens de in artikel 111 bedoelde procedure. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 42 Voorstel voor een verordening Artikel 33 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
Artikel 33 |
| ||||||||||||||||||||||||
|
Overladingen in de haven |
| ||||||||||||||||||||||||
|
Communautaire vissersvaartuigen die visserijactiviteiten verrichten in visserijtakken waarvoor een meerjarenplan geldt, brengen hun vangsten niet aan boord van een ander vaartuig of voertuig tenzij zij die eerst hebben aangeland om te worden gewogen in een visafslag of een andere door de lidstaten gemachtigde inrichting. |
Schrappen | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Dit artikel maakt het praktisch gezien onmogelijk om vangsten vanaf het schip via een voertuig naar bijvoorbeeld een visafslag te brengen. Daarnaast kunnen schepen die bijvoorbeeld over RSW tanks beschikken de haring of makreel vanuit die tanks niet meer lossen om te worden verwerkt. Tot op heden heeft er nooit enige twijfel bestaan dat de hoeveelheden die aangeland worden op deze manier volledig gecontroleerd kunnen worden. Het is dan ook niet duidelijk waarom men nu deze praktijk plotseling wil verbieden. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 43 Voorstel voor een verordening Artikel 34 – lid 4 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
4 bis. De lidstaten kunnen een haven aanwijzen die niet aan de in lid 4 vermelde criteria voldoet, om te voorkomen dat vaartuigen meer dan 50 mijl naar een haven moeten varen. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het kan voorkomen dat er binnen een redelijke straal geen aangewezen haven is en daarom moeten de lidstaten over een zekere mate van flexibiliteit kunnen beschikken. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 44 Voorstel voor een verordening Artikel 37 – lid 2 – inleidende formule | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
2. Als het gaat om visserijtakken waarvoor zich meer dan twee soorten vistuig aan boord mogen bevinden, wordt het vistuig dat niet wordt gebruikt, zo geborgen dat het niet onmiddellijk kan worden gebruikt, dat wil zeggen dat: |
2. Als het gaat om visserijtakken waarvoor zich meer dan één soort vistuig aan boord mag bevinden, wordt het vistuig dat niet wordt gebruikt, zo geborgen dat het niet onmiddellijk kan worden gebruikt, dat wil zeggen dat: | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het lijkt hier te gaan om een fout, aangezien dit niet in de huidige verordening te vinden is. Logischer is het om ongebruikt vistuig in het ruim op te slaan, ook al zijn er maar twee soorten. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 45 Voorstel voor een verordening Artikel 41 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. De kapitein van een vissersvaartuig registreert alle teruggegooide hoeveelheden van meer dan 15 kg volume-equivalent levend gewicht en deelt deze gegevens onmiddellijk, zo mogelijk elektronisch, aan de bevoegde autoriteiten mee. |
1. De kapitein van een vissersvaartuig registreert alle teruggegooide hoeveelheden van meer dan 15 kg volume-equivalent levend gewicht per vangst met soort vistuig en per visreis en deelt deze gegevens onmiddellijk, zo mogelijk elektronisch, aan de bevoegde autoriteiten mee. De Commissie overweegt met het oog op de naleving van deze verordening een regeling voor de installatie van videobewakingsapparatuur. Voor de toepassing van deze verordening wordt de door recreatievissers teruggezette vis niet betrokken bij de berekening van de hoeveelheid teruggegooide vis of de mortaliteit. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
"Per visreis" moet worden toegevoegd om het tijdvak waarop de registratie betrekking moet hebben te definiëren. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 46 Voorstel voor een verordening Artikel 42 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
Voor vaartuigen die met een satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen zijn uitgerust, gaan de lidstaten systematisch, aan de hand van gegevens van dat volgsysteem of van, indien beschikbaar, gegevens van waarnemers, na of de in het visserijcontrolecentrum ontvangen gegevens stroken met de activiteiten die in het logboek zijn geregistreerd. Deze kruiscontroles worden in een voor computers leesbaar formaat geregistreerd en gedurende drie jaar bewaard. |
Voor vaartuigen die met een satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen zijn uitgerust, gaan de lidstaten systematisch, aan de hand van gegevens van dat volgsysteem of van, indien beschikbaar, gegevens van waarnemers, na of de in het visserijcontrolecentrum ontvangen gegevens stroken met de activiteiten die in het logboek zijn geregistreerd. Deze kruiscontroles worden in een voor computers leesbaar formaat geregistreerd en gedurende tien jaar bewaard. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 47 Voorstel voor een verordening Hoofdstuk IV – Afdeling 4 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
Afdeling 4 |
Afdeling 4 volledig schrappen. | ||||||||||||||||||||||||
|
Realtimesluiting van visserijtakken |
| ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De sluiting is een technische maatregel die moet worden geregeld in de desbetreffende verordening, en niet in de verordening inzake controle. De Commissie visserij heeft zich anderzijds nog niet uitgesproken over de kenmerken van de sluitingen, aangezien over het ontwerpverslag en de amendementen daarop nog niet is gestemd. Beide teksten moeten coherent zijn. In die omstandigheden moeten de Raad en de Commissie uitmaken of, nadat een definitief besluit zal zijn genomen over de sluitingen, in deze toekomstige verordening een maatregel moet worden opgenomen betreffende de controle op sluitingen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 48 Voorstel voor een verordening Artikel 47 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. In de communautaire wateren mag de recreatievisserij op een bestand waarvoor een meerjarenplan geldt, slechts worden beoefend als de vlaggenlidstaat het betrokken vaartuig daartoe heeft gemachtigd. |
1. De recreatievisserij die vanaf een vaartuig in de communautaire mariene wateren wordt beoefend op een bestand waarvoor een meerjarig herstelplan geldt, wordt geëvalueerd door de lidstaat in wiens wateren de visserij plaats heeft. Dit is niet van toepassing op visserij met hengels vanaf de wal. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 49 Voorstel voor een verordening Artikel 47 – lid 2 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
2. De vlaggenlidstaat registreert de vangsten uit onder een meerjarenplan vallende bestanden die in het kader van de recreatievisserij worden gemaakt. |
2. Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de richtlijn maken de lidstaten een inschatting van de omvang van de effecten van recreatievisserij in hun wateren en geven deze informatie aan de Commissie door. De betreffende lidstaat en de Commissie stellen op basis van het advies van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij vast welke recreatieve visserijactiviteiten aanzienlijke gevolgen hebben voor de visbestanden. Voor visserijen die aanzienlijke gevolgen hebben ontwikkelt die lidstaat, in nauwe samenwerking met de Commissie, een controlesysteem waarmee de totale vangsten door de recreatievisserij voor elk bestand nauwkeurig kunnen worden geschat. De activiteiten van de recreatievisserij dienen in overeenstemming te zijn met de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 50 Voorstel voor een verordening Artikel 47 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. De in het kader van de recreatievisserij gemaakte vangsten van onder een meerjarenplan vallende soorten worden in mindering gebracht op het desbetreffende quotum van de vlaggenlidstaat. De betrokken lidstaten stellen het gedeelte van het quotum vast dat uitsluitend voor recreatievisserij mag worden gebruikt. |
3. Wanneer een recreatieve visserijactiviteit aanzienlijke gevolgen blijkt te hebben, worden de vangsten in mindering gebracht op het desbetreffende quotum van de vlaggenlidstaat. De lidstaat kan het gedeelte van het quotum vaststellen dat uitsluitend voor die recreatieve visserijactiviteit mag worden gebruikt. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 51 Voorstel voor een verordening Artikel 48 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. Als voor een bepaalde soort een minimummaat is vastgesteld, zijn de marktdeelnemers die voor de verkoop, de opslag of het vervoer verantwoordelijk zijn, in staat de geografische oorsprong van de producten aan te tonen door te verwijzen naar het deelgebied en de sector of subsector of, indien van toepassing, naar het statistisch vak waarin op grond van de communautaire regelgeving vangstbeperkingen gelden. |
3. De marktdeelnemers die voor de verkoop, de opslag of het vervoer verantwoordelijk zijn, moeten de geografische oorsprong van de producten even gedetailleerd als wordt vereist in artikel 14, lid 1, kunnen aantonen. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De mate van gedetailleerdheid van de gegevens over het vangstgebied verschilt vaak per document. Het eenvoudigst is standaardisering op het niveau van de gegevens in het logboek. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 52 Voorstel voor een verordening Artikel 50 – lid 2 – letter d bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
d bis) het vangstgebied, even gedetailleerd aangegeven als wordt vereist in artikel 14, lid 1; | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het voorstel bevat momenteel diverse verschillende formuleringen voor de wijze waarop de geografische herkomst van de vis in de verschillende documenten moet worden aangegeven. Om de toepassing te vergemakkelijken, wordt met dit en andere amendementen naar standaardisering gestreefd. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 53 Voorstel voor een verordening Artikel 54 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. Geregistreerde kopers, geregistreerde visafslagen en andere instanties of personen onder de verantwoordelijkheid waarvan in een lidstaat aangelande visserijproducten voor het eerst op de markt worden gebracht, doen binnen twee uur na de eerste verkoop elektronisch een verkoopdocument toekomen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de producten voor het eerst op de markt zijn gebracht. Als deze lidstaat niet de vlaggenlidstaat is van het vaartuig dat de vis heeft aangeland, zorgt hij ervoor dat, na ontvangst van de betrokken gegevens, een kopie van het verkoopdocument aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat wordt toegestuurd. Deze kopers, visafslagen, instanties of personen zijn verantwoordelijk voor de juistheid van de verkoopdocumenten. |
1. Geregistreerde kopers, geregistreerde visafslagen en andere instanties of personen onder de verantwoordelijkheid waarvan in een lidstaat aangelande visserijproducten voor het eerst op de markt worden gebracht, doen binnen zes uur na de eerste verkoop elektronisch een verkoopdocument toekomen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de producten voor het eerst op de markt zijn gebracht. Als deze lidstaat niet de vlaggenlidstaat is van het vaartuig dat de vis heeft aangeland, zorgt hij ervoor dat, na ontvangst van de betrokken gegevens, onverwijld een kopie van het verkoopdocument aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat wordt toegestuurd. Deze kopers, visafslagen, instanties of personen zijn verantwoordelijk voor de juistheid van de verkoopdocumenten. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het gaat hier weliswaar om een elektronische aangifte die na de door artikel 14 voorgeschreven verzameling van gegevens geschiedt, maar een termijn van twee uur lijkt te kort. Er dient rekening mee te worden gehouden dat het hier vaartuigen betreft met een lengte van meer dan tien meter, die aanzienlijke vangsthoeveelheden aan boord kunnen hebben, en dat artikel 14 grote nauwkeurigheid vergt. Een te korte termijn kan dan ook rechtzettingen achteraf noodzakelijk maken, waardoor de reeds logge administratieve procedures nog ingewikkelder zullen worden en het administratieve werk zal verdubbelen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 54 Voorstel voor een verordening Artikel 55 – letter e | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
e) de desbetreffende naam en FAO-alfacode van elke soort, alsmede de geografische oorsprong van elke soort door verwijzing naar het deelgebied en de sector of subsector waarin op grond van de communautaire regelgeving vangstbeperkingen gelden; |
e) de desbetreffende naam en FAO-alfacode van elke soort, alsmede de geografische oorsprong van elke soort, even gedetailleerd aangegeven als wordt vereist in artikel 14, lid 1; | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het voorstel bevat momenteel diverse verschillende formuleringen voor de wijze waarop de geografische herkomst van de vis in de verschillende documenten moet worden aangegeven. Om de toepassing te vergemakkelijken, wordt met dit en andere amendementen naar standaardisering gestreefd. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 55 Voorstel voor een verordening Artikel 55 – letter e bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
e bis) de hoeveelheid van elke soort in kilogram levend gewicht; | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De hoeveelheid vis lijkt een nuttig stukje informatie in een verkoopdocument. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 56 Voorstel voor een verordening Artikel 63 – lid 6 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
6. Alle kosten die voortvloeien uit de op grond van dit artikel verrichte activiteiten van waarnemers zijn ten laste van de vlaggenlidstaten. De lidstaten mogen deze kosten volledig of gedeeltelijk doorrekenen aan de reders van de vaartuigen die hun vlag voeren en in de desbetreffende visserijtak actief zijn. |
6. Alle kosten die voortvloeien uit de op grond van dit artikel verrichte activiteiten van waarnemers zijn ten laste van de vlaggenlidstaten en van de Commissie. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De Commissie moet de kosten van de waarnemingsregelingen betalen, omdat zij die oplegt om het controlestelsel doeltreffender te maken. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 57 Voorstel voor een verordening Artikel 69 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
De lidstaten zetten een elektronisch gegevensbestand op waarin zij alle door hun functionarissen opgestelde inspectie- en bewakingsverslagen opslaan, en werken dit regelmatig bij. |
De lidstaten zetten een elektronisch gegevensbestand op waarin zij alle door hun functionarissen opgestelde inspectie- en bewakingsverslagen, met inbegrip van verslagen van waarnemers, opslaan, en werken dit regelmatig bij. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Er is geen reden om de verslagen van waarnemers niet eveneens in het bestand op te slaan. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 58 Voorstel voor een verordening Artikel 78 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
De inspecterende lidstaat kan de vervolging van de inbreuk ook overdragen aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat, de lidstaat van registratie of de lidstaat waarvan de dader van de inbreuk het staatsburgerschap bezit, mits deze laatste lidstaat hiermee instemt en het in artikel 81, lid 2, bedoelde resultaat daardoor gemakkelijker kan worden bereikt. |
De inspecterende lidstaat kan de vervolging van de inbreuk ook overdragen aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat of de lidstaat waarvan de dader van de inbreuk het staatsburgerschap bezit, mits deze laatste lidstaat hiermee instemt en het in artikel 81, lid 2, bedoelde resultaat daardoor gemakkelijker kan worden bereikt. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 59 Voorstel voor een verordening Artikel 82 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. De lidstaten zien erop toe dat een natuurlijke persoon die een ernstige inbreuk heeft begaan, of een rechtspersoon die aansprakelijk wordt geacht voor een ernstige inbreuk, kan worden gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve sancties, in overeenstemming met de in hoofdstuk IX van Verordening (EG) nr. 1005/2008 vastgestelde sancties en maatregelen. |
1. De lidstaten zien erop toe dat een natuurlijke persoon die een ernstige inbreuk heeft begaan, of een rechtspersoon die aansprakelijk wordt geacht voor een ernstige inbreuk, in principe wordt gestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve sancties, in overeenstemming met de in hoofdstuk IX van Verordening (EG) nr. 1005/2008 vastgestelde sancties en maatregelen. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Om een level-playing-field te creëren moeten er in alle lidstaten, conform hun eigen wetgeving, maatregelen genomen worden die hetzelfde gewicht dragen en hetzelfde effect hebben. De proportionaliteit van de maatregelen moet niet optioneel zijn, maar een uitgangspunt. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 60 Voorstel voor een verordening Artikel 82 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. Bij herhaling van een ernstige inbreuk binnen een periode van 5 jaar legt de lidstaat een administratieve boete op van ten minste 10.000 euro en van ten hoogste een bedrag dat niet kleiner is dan 600.000 euro. |
3. Bij herhaling van een ernstige inbreuk binnen een periode van 5 jaar legt de lidstaat een administratieve boete op van ten minste 10.000 euro en van ten hoogste 600.000 euro. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Er kan geen minimum gesteld worden aan een maximum. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 61 Voorstel voor een verordening Artikel 82 – lid 6 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
6 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitanten die aansprakelijk worden bevonden voor een ernstige inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid, niet in aanmerking komen voor steun uit het Europees Visserijfonds, partnerschapovereenkomsten inzake visserij of andere overheidssteun. De in dit hoofdstuk bedoelde sancties kunnen gepaard gaan met andere sancties of maatregelen, en met name het terugbetalen van overheidssteun of subsidies die door IOO-vaartuigen zijn ontvangen tijdens de betreffende financieringsperiode. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Overeenkomstig artikel 45, lid 7, van Verordening 1005/2008 van de Raad, dat voorziet in een tijdelijke of permanente ontzegging van toegang tot overheidssteun of -subsidies als een mogelijke sanctie, zal het feit dat naleving een voorwaarde wordt voor overheidssteun een aansporing zijn voor de exploitanten om de regels van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid na te leven en zal dit ertoe bijdragen dat gelijke concurrentievoorwaarden gecreëerd worden en dat overheidssteun niet naar illegale activiteiten gaat. IOO-vaartuigen mogen geen geld van belastingbetalers ontvangen en vaartuigen die geld van belastingbetalers hebben ontvangen tijdens het operationeel programma, moeten dat geld terugbetalen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 62 Voorstel voor een verordening Artikel 84 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. De lidstaten passen een strafpuntensysteem toe op basis waarvan de houder van een vismachtiging als gevolg van een inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid een passend aantal strafpunten wordt toegekend. |
1. De lidstaten passen een strafpuntensysteem toe op basis waarvan de houder van een vismachtiging als gevolg van een ernstige inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid een passend aantal strafpunten wordt toegekend. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Er moeten alleen strafpunten worden toegekend voor inbreuken die door de Raad als ernstig zijn aangemerkt. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 63 Voorstel voor een verordening Artikel 84 – lid 2 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
2. Wanneer een natuurlijke persoon een inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft begaan of een rechtspersoon aansprakelijk wordt geacht voor een dergelijke inbreuk, worden de strafpunten aan de houder van de vismachtiging toegekend. De houder van de vismachtiging heeft het recht om beroep in te stellen overeenkomstig het nationale recht. |
2. Wanneer een natuurlijke persoon een ernstige inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft begaan of een rechtspersoon aansprakelijk wordt geacht voor een dergelijke ernstige inbreuk, worden de strafpunten aan de houder van de vismachtiging toegekend. De houder van de vismachtiging heeft het recht om beroep in te stellen overeenkomstig het nationale recht. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Er moeten alleen strafpunten worden toegekend voor inbreuken die door de Raad als ernstig zijn aangemerkt. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 64 Voorstel voor een verordening Artikel 84 – lid 2 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
2 bis. Zolang de houder van een vismachtiging strafpunten achter zijn naam heeft, moet hij worden uitgesloten van communautaire subsidies en nationale overheidssteun. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Vaartuigen die betrokken zijn geweest bij ernstige inbreuken op de regels van het GVB, mogen niet in aanmerking komen voor overheidssteun. Momenteel kunnen scheepseigenaren die veroordeeld zijn wegens ernstige inbreuken, alleen van communautaire steun worden uitgesloten als de nationale wetgeving van een lidstaat in deze mogelijkheid voorziet. Het verwijderen uit de lijst van in aanmerking komende begunstigden moet verplicht worden, zodat belastingbetalers geen vaartuigen en marktdeelnemers subsidiëren die zijn veroordeeld voor criminele activiteiten. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 65 Voorstel voor een verordening Artikel 84 – lid 4 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
4. Bij een ernstige inbreuk zijn de toegekende strafpunten ten minste gelijk aan de helft van het in lid 3 bedoelde aantal punten. |
Schrappen | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Er moeten alleen strafpunten worden toegekend voor inbreuken die door de Raad als ernstig zijn aangemerkt. Daarmee wordt dit lid overbodig. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 66 Voorstel voor een verordening Artikel 84 – lid 5 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
5. Wanneer de houder van een geschorste vismachtiging binnen drie jaar vanaf de datum van de laatste inbreuk geen nieuwe inbreuk begaat, worden alle punten op de vismachtiging geschrapt. |
5. Wanneer de houder van een geschorste vismachtiging binnen drie jaar vanaf de datum van de laatste ernstige inbreuk geen nieuwe ernstige inbreuk begaat, worden alle punten op de vismachtiging geschrapt. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Er moeten alleen strafpunten worden toegekend voor inbreuken die door de Raad als ernstig zijn aangemerkt. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 67 Voorstel voor een verordening Artikel 84 – lid 7 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
7. De lidstaten voorzien eveneens in een strafpuntensysteem op basis waarvan de kapitein en de officieren van een vaartuig als gevolg van een door hen begane inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid een passend aantal strafpunten krijgen. |
7. De lidstaten voorzien eveneens in een strafpuntensysteem op basis waarvan de kapitein of de schipper van een vaartuig als gevolg van een door hen begane inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid een passend aantal strafpunten krijgen. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Naast de eigenaar, de kapitein of de schipper ook nog eens de officieren straffen is absurd en levert geen enkel extra voordeel op voor het controlebeleid. Indien het boordpersoneel kan worden gestraft voor vangstbesluiten waarvoor het bijna nooit verantwoordelijk is, kan dit daarentegen de werving van dit personeel nog meer bemoeilijken. En mocht zulks zich voordoen, dan worden in elk geval al het vaartuig, de eigenaar en de schipper gestraft. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 68 Voorstel voor een verordening Artikel 85 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. De lidstaten registreren alle door vaartuigen die hun vlag voeren, of door hun onderdanen begane inbreuken op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid in een nationaal gegevensbestand, inclusief de opgelopen sancties en het aantal toegekende strafpunten. Inbreuken van vaartuigen die hun vlag voeren of van hun onderdanen, ten aanzien waarvan vervolging is ingesteld in andere lidstaten, worden door de lidstaten eveneens opgenomen in hun nationale gegevensbestand voor inbreuken, na kennisgeving van de definitieve rechterlijke uitspraak door de lidstaat met rechtsbevoegdheid ter zake overeenkomstig artikel 82. |
1. De lidstaten registreren alle door de verantwoordelijken voor vaartuigen die hun vlag voeren, of door hun onderdanen begane inbreuken op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid in een nationaal gegevensbestand, inclusief de opgelopen sancties en het aantal toegekende strafpunten. Inbreuken van vaartuigen die hun vlag voeren of van hun onderdanen, ten aanzien waarvan vervolging is ingesteld in andere lidstaten, worden door de lidstaten eveneens opgenomen in hun nationale gegevensbestand voor inbreuken, na kennisgeving van de definitieve rechterlijke uitspraak door de lidstaat met rechtsbevoegdheid ter zake overeenkomstig artikel 82. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Schepen begaan geen overtredingen, degenen die verantwoordelijk zijn voor een schip wel. Dit evidente feit betekent dat het aansprakelijkheidsniveau van de betrokken natuurlijke of rechtspersonen, hetzij bij het opereren het vaartuig, hetzij in hun hoedanigheid van eigenaar of houder van de visserijvergunning, duidelijk moet worden bepaald. Een vaartuig heeft geen eigen wil of onafhankelijkheid, en het zou belachelijk zijn een vaartuig te bestraffen. Het aantal door een vaartuig begane overtredingen kan ingrijpend veranderen zodra het van bevelvoerder / eigenaar verandert. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 69 Voorstel voor een verordening Artikel 85 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. Wanneer een lidstaat verzoekt om gegevens van een andere lidstaat in verband met de vervolging van een inbreuk, verstrekt deze laatste de relevante gegevens over de betrokken vissersvaartuigen en personen. |
3. Wanneer een lidstaat verzoekt om gegevens van een andere lidstaat in verband met de vervolging van een inbreuk, verstrekt deze laatste onverwijld de relevante gegevens over de betrokken vissersvaartuigen en personen. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Een snelle informatie-uitwisseling is nodig om de door de Commissie voorgestelde benadering (“risicoanalyse”) behoorlijk te laten werken. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 70 Voorstel voor een verordening Artikel 85 – lid 3 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
3 bis. De gegevens over begane inbreuken waarvoor de betrokken vissersvaartuigen en personen zijn veroordeeld worden ter beschikking van het publiek gesteld via het openbare gedeelte van de in artikel 107 bedoelde website. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Vele lidstaten beperken de toegang tot gedetailleerde informatie over de omvang en de naam van IOO-visserij in hun wateren. Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31) bepaalt in overweging 34 “dat de lidstaten tevens gemachtigd moeten worden om op grond van een zwaarwegend algemeen belang van het verbod tot verwerking van categorieën gevoelige gegevens af te wijken op gebieden als de volksgezondheid en de sociale bescherming […]het wetenschappelijk onderzoek en de overheidsstatistieken.” Gezien de angstaanjagend snelle uitputting van de voorraden en het noodzakelijke beheer van de visstand, moeten gegevens over ernstige inbreuken in de visserijsector ter beschikking van het publiek worden gesteld, want het gaat om hulpbronnen van de algemeenheid, zodat er sprake is van een zwaarwegend algemeen belang. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 71 Voorstel voor een verordening Artikel 91 – lid 4 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
4. Functionarissen van de betrokken lidstaat krijgen de mogelijkheid om aanwezig te zijn tijdens de inspectie en staan de functionarissen van de Commissie, indien deze hierom verzoeken, bij in de uitvoering van hun taken. |
4. Functionarissen van de betrokken lidstaat dienen altijd aanwezig te zijn tijdens de inspectie en staan de functionarissen van de Commissie, indien deze hierom verzoeken, bij in de uitvoering van hun taken. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 72 Voorstel voor een verordening Artikel 95 – lid 1 – letter a) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
α) dat de bepalingen van deze verordening niet zijn nageleefd als gevolg van een rechtstreeks aan de betrokken lidstaat toe te schrijven handeling of verzuim, en |
Schrappen | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De schorsing of intrekking van de financiële bijstand is een bijzonder strenge maatregel die tal van problemen met zich brengt voor de ontwikkeling en verbetering van de visserijsector, met alle sociale, economische, ecologische en structurele gevolgen van dien. De toepassing van een dergelijke maatregel mag enkel worden overwogen indien er sprake is van een bijzonder ernstige bedreiging. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 73 Voorstel voor een verordening Artikel 96 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. Wanneer een lidstaat zijn verplichtingen voor de uitvoering van een meerjarenplan niet nakomt, en wanneer de Commissie redenen heeft om aan te nemen dat de niet-nakoming van deze verplichtingen bijzonder schadelijk is voor het betrokken bestand, kan de Commissie de door deze tekortkomingen getroffen visserij tijdelijk sluiten. |
1. Wanneer een lidstaat zijn verplichtingen voor de uitvoering van een meerjarenplan niet nakomt, en wanneer de Commissie beschikt over bewijzen dat de niet-nakoming van deze verplichtingen bijzonder schadelijk is voor het betrokken bestand, kan de Commissie de door deze tekortkomingen getroffen visserij tijdelijk sluiten. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De Commissie kan redenen hebben om vele dingen aan te nemen, maar dat is geen objectief criterium. Een visserij mag niet worden gesloten alleen maar op grond van een vermoeden. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 74 Voorstel voor een verordening Artikel 97 – lid 1 – inleidende formule | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. Wanneer de Commissie heeft vastgesteld dat een lidstaat zijn quotum, toewijzing of beschikbaar gedeelte van een bestand of groep bestanden heeft overschreden, past zij het volgende jaar of de volgende jaren kortingen toe op het quotum, de toewijzing of het beschikbare gedeelte waartoe de lidstaat die te veel heeft gevist, jaarlijks toegang heeft, door toepassing van een vermenigvuldigingsfactor volgens onderstaande tabel: |
1. Wanneer de Commissie heeft vastgesteld dat een lidstaat zijn quotum, toewijzing of beschikbaar gedeelte van een bestand of groep bestanden heeft overschreden, past zij het volgende jaar kortingen toe op het quotum, de toewijzing of het beschikbare gedeelte waartoe de lidstaat die te veel heeft gevist, jaarlijks toegang heeft, door toepassing van een vermenigvuldigingsfactor volgens onderstaande tabel: | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Tot nu toe voorziet Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad alleen in sancties van het ene jaar op het andere via een verordening van de Commissie. Meerjarige sancties om overbevissing te compenseren dienen te worden geregeld via een verordening van de Raad. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 75 Voorstel voor een verordening Artikel 97 – lid 1 – tabel | |||||||||||||||||||||||||
Door de Commissie voorgestelde tekst | |||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Amendement | |||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De sancties die in de tabel in percentages zijn uitgedrukt vormen geen adequate weerspiegeling van de situatie van de overschrijdingen. Dit geldt met name voor diepzeesoorten, waarbij de quota voor sommige lidstaten beperkt zijn tot kleine hoeveelheden, soms minder dan 30-50 ton. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 76 Voorstel voor een verordening Artikel 97 – lid 1 bis (nieuw) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
|
1 bis. Indien het quotum, de toewijzing of het beschikbare gedeelte van een bestand of groep bestanden van een lidstaat niet meer dan 100 ton bedraagt, geschiedt de verlaging wegens overschrijding van het quotum op lineaire wijze in plaats van percentsgewijs, behalve in geval van soorten waarvoor een meerjarenplan geldt. In dit laatste geval is lid 1 van toepassing. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Indien voor een bepaalde soort maar over een relatief laag quotum wordt beschikt, kan de overschrijding van het quotum tijdens een heel beperkt aantal visreizen plaatsvinden of veroorzaakt worden door een heel klein aantal vaartuigen. De toepassing van een procentueel systeem zoals voorgesteld door de Commissie kan in dat geval leiden tot de onmiddellijke sluiting van de visserij, wat onherstelbare schade zou toebrengen aan de andere vaartuigen. Een lineair systeem zou in dat geval dan ook veel rechtvaardiger zijn. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 77 Voorstel voor een verordening Artikel 97 – lid 2 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
2. Wanneer een lidstaat zijn quotum, toewijzing of beschikbaar gedeelte van een bestand of groep bestanden in de afgelopen twee jaar herhaaldelijk heeft overschreden, wanneer de overschrijding bijzonder schadelijk is voor het betrokken bestand of wanneer voor het bestand een meerjarenplan geldt, wordt de in lid 1 bedoelde vermenigvuldigingsfactor verdubbeld. |
2. Wanneer een lidstaat zijn quotum, toewijzing of beschikbaar gedeelte van een bestand of groep bestanden die bijzonder gevoelig zijn voor overbevissing of waarvoor een meerjarenplan geldt, in de afgelopen twee jaar herhaaldelijk heeft overschreden, wordt de in lid 1 bedoelde vermenigvuldigingsfactor verdubbeld. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Een maatregel zoals de verdubbeling van de vermenigvuldigingsfactor mag alleen worden toegepast voor biologisch bedreigde soorten, soorten die bijzonder gevoelig zijn voor overbevissing of soorten waarvoor een meerjarenplan geldt. Men mag niet vergeten dat de quota niet verbonden zijn met de biologische situatie van een visserijtak, en dat vele lidstaten als gevolg van relatieve stabiliteit vangstquota krijgen toegewezen die zij niet gebruiken, zodat een overschrijding door een andere lidstaat niet noodzakelijk bijdraagt aan overbevissing van het bestand. Het is daarentegen wel logisch dat elke overschrijding van een quotum wordt bestraft, maar in die maatregel is al voorzien in lid 1. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 78 Voorstel voor een verordening Artikel 97 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. Wanneer een lidstaat een bestand bevist waarvoor een quotum geldt, doch waarvoor deze lidstaat geen quotum, toewijzing of beschikbaar gedeelte van een bestand of groep bestanden ter beschikking heeft, kan de Commissie het volgende jaar of de volgende jaren overeenkomstig lid 1 een korting toepassen op de quota voor andere bestanden of groepen bestanden van die lidstaat. |
Schrappen | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De nieuwe voorgestelde maatregelen zijn niet expliciet genoeg. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk of de teruggegooide hoeveelheden in de vangsten begrepen zijn, en op welke andere soorten de korting van toepassing is, en er worden geen criteria vastgesteld voor de toepassing van de korting over een of meerdere jaren. Vissen zonder over een quotum te beschikken is een van de ernstigste overtredingen die in het kader van het GVB kunnen worden begaan, en de lidstaat die zulks toestaat dient streng te worden gestraft, ook in het kader van Verordening 1005/2008, aangezien het daarbij gaat om illegale visserij. Het heeft evenwel geen zin andere, onschuldige vloten van dezelfde lidstaat te straffen. Om rechtvaardig te zijn moet de straf de overtreder en degene die de overtreding heeft toegestaan treffen, en niet onschuldige derden. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 79 Voorstel voor een verordening Artikel 98 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
Artikel 98 |
Schrappen | ||||||||||||||||||||||||
|
Korting op quota wegens niet-naleving van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid |
| ||||||||||||||||||||||||
|
1. Indien er aanwijzingen zijn dat niet wordt voldaan aan de regels inzake instandhouding, controle, inspectie of handhaving in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid en dat dit de instandhouding van de levende aquatische hulpbronnen ernstig in gevaar kan brengen of de doeltreffende werking van het communautaire controle- en handhavingssysteem in het gedrang kan brengen, kan de Commissie een korting op de jaarlijkse quota, toewijzingen of beschikbare gedeelten van een bestand of groep bestanden toepassen. |
| ||||||||||||||||||||||||
|
2. De Commissie stelt de betrokken lidstaat schriftelijk van haar bevindingen in kennis en geeft hem niet meer dan tien werkdagen de tijd om aan te tonen dat de betrokken visbestanden veilig kunnen worden geëxploiteerd. |
| ||||||||||||||||||||||||
|
3. De in lid 1 bedoelde maatregelen zijn slechts van toepassing wanneer de lidstaat niet binnen de in lid 2 gestelde termijn reageert op dit verzoek van de Commissie of indien het antwoord onbevredigend wordt geacht of duidelijk aangeeft dat de nodige maatregelen niet zijn uitgevoerd. |
| ||||||||||||||||||||||||
|
4. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel, met name betreffende de vaststelling van de betrokken hoeveelheden, worden vastgesteld volgens de in artikel 111 bedoelde procedure. |
| ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Om rechtvaardig te zijn moet de straf de overtreder en degene die de overtreding heeft toegestaan treffen, en niet onschuldige derden. De lidstaat dient te worden gestraft en er bestaan daarvoor diverse mogelijkheden, onder andere toepassing van artikel 95 van de onderhavige verordening. De Commissie mag evenwel noch de vissers straffen voor de slechte controlepraktijken van zijn vlaggenlidstaat, noch de relatieve stabiliteit van een lidstaat unilateraal verstoren. Een verlaging van de quota van een lidstaat op initiatief van de Commissie wanneer deze geen of geen bevredigend antwoord ontvangt van de lidstaat, mag alleen mogelijk zijn in terdege gerechtvaardigde en gemotiveerde gevallen, en via een besluit van de Raad. De voorwaarden voor de uitoefening van deze bevoegdheid worden in het voorstel onvoldoende gemotiveerd, waardoor een situatie van grote rechtsonzekerheid ontstaat. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 80 Voorstel voor een verordening Artikel 100 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
Artikel 100 |
Schrappen | ||||||||||||||||||||||||
|
Weigering van quotaruil |
| ||||||||||||||||||||||||
|
De Commissie kan de mogelijkheid om quota te ruilen overeenkomstig artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 uitsluiten wanneer: |
| ||||||||||||||||||||||||
|
a) het gaat om quota waarvoor in een van de twee voorgaande jaren het aan een van de betrokken lidstaten toegewezen quotum met meer dan 10 % is overschreden, of |
| ||||||||||||||||||||||||
|
b) de betrokken lidstaat geen passende maatregelen neemt om te zorgen voor een deugdelijk beheer van de vangstmogelijkheden voor de betrokken bestanden, met name door geen gebruik te maken van het geautomatiseerde valideringssysteem als bedoeld in artikel 102 of door onvoldoende gebruik te maken van de systemen die de gegevens voor dit valideringssysteem verschaffen. |
| ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
De Commissie mag zich niet verzetten tegen een quotaruil zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Dat een lidstaat wordt gestraft omdat hij de quota heeft overschreden wordt niet ter discussie gesteld. Een overschrijding met 10% is evenwel een duidelijk teken dat de lidstaat niet over een toereikend quotum beschikt, terwijl een andere lidstaat te veel is toegewezen, aangezien hij kan ruilen. Het heeft dan ook geen zin te straffen door een ruil te verbieden, omdat de tweede lidstaat dan ook gestraft wordt. Deze kwestie dient te worden geregeld in het kader van Verordening 2371/2002, waarbij tevens regels dienen te worden vastgesteld voor het gebruik van onderbenutte quota. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 81 Voorstel voor een verordening Artikel 101 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. Indien er, mede op basis van de resultaten van de door de Commissie verrichte steekproeven, bewijs is dat visserijactiviteiten en/of door een lidstaat of lidstaten vastgestelde maatregelen het gemeenschappelijk visserijbeleid ondermijnen of een bedreiging vormen voor het mariene ecosysteem, en indien hiervoor onmiddellijke actie vereist is, kan de Commissie, op gemotiveerd verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, noodmaatregelen vaststellen met een geldigheidsduur van ten hoogste één jaar. De Commissie kan besluiten de geldigheidsduur van de noodmaatregelen met maximaal zes maanden te verlengen. |
1. Indien er, mede op basis van de resultaten van de door de Commissie verrichte steekproeven, bewijs is dat visserijactiviteiten en/of door een lidstaat of lidstaten vastgestelde maatregelen het gemeenschappelijk visserijbeleid ondermijnen of een bedreiging vormen voor het mariene ecosysteem, en indien hiervoor onmiddellijke actie vereist is, kan de Commissie, op gemotiveerd verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, noodmaatregelen vaststellen met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden. De Commissie kan besluiten de geldigheidsduur van de noodmaatregelen met maximaal zes maanden te verlengen. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Gezien de ernst van de in lid 2 van dit artikel vastgestelde sancties lijkt een periode van een jaar overdreven. De lidstaat die de overtreding heeft begaan moet binnen zes maanden de nodige corrigerende maatregelen kunnen treffen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 82 Voorstel voor een verordening Artikel 101 – lid 2 – letter g) | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
g) verbod voor vaartuigen die de vlag van de betrokken lidstaat voeren, om te vissen in wateren onder de jurisdictie van andere lidstaten; |
g) verbod voor vaartuigen die de vlag van de betrokken lidstaat voeren, om te vissen in wateren onder de jurisdictie van andere lidstaten of van een derde land, of op volle zee; | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het is discriminerend om te verbieden dat vaartuigen in de wateren van andere lidstaten vissen, maar wel toe te staan dat zij buiten de EU vissen, want het zou ertoe leiden dat vaartuigen uit lidstaten die niet toezien op naleving van het GVB, buiten de EU mogen vissen of daartoe zelfs worden aangemoedigd. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 83 Voorstel voor een verordening Artikel 101 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. De lidstaat deelt het in lid 1 bedoelde verzoek terzelfder tijd mee aan de Commissie en de betrokken lidstaten. De andere lidstaten kunnen hun schriftelijke opmerkingen bij de Commissie indienen binnen vijf werkdagen nadat zij het verzoek hebben ontvangen. De Commissie neemt haar besluit binnen 15 dagen na de ontvangst van het verzoek. |
3. De lidstaat deelt het in lid 1 bedoelde verzoek terzelfder tijd mee aan de Commissie en de betrokken lidstaten. De andere lidstaten kunnen hun schriftelijke opmerkingen bij de Commissie indienen binnen vijftien werkdagen nadat zij het verzoek hebben ontvangen. De Commissie neemt haar besluit binnen 15 dagen na de ontvangst van het verzoek. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het lijkt niet passend dat de lidstaat slechts over vijf dagen beschikt om opmerkingen in te dienen, terwijl de Commissie vijftien dagen de tijd heeft om zich erover uit te spreken. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 84 Voorstel voor een verordening Artikel 101 – lid 5 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
5. De betrokken lidstaten kunnen het besluit van de Commissie binnen 10 werkdagen nadat zij de kennisgeving hebben ontvangen, voorleggen aan de Raad. |
5. De betrokken lidstaten kunnen het besluit van de Commissie binnen 15 werkdagen nadat zij de kennisgeving hebben ontvangen, voorleggen aan de Raad. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het gaat er hier zoals bij amendement 83 om de termijnen waarover de administraties en de diverse communautaire instellingen beschikken beter op elkaar af te stemmen. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 85 Voorstel voor een verordening Artikel 104 – lid 2 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
2. De namen van natuurlijke personen worden niet aan de Commissie of aan een andere lidstaat meegedeeld, behalve indien een dergelijke mededeling uitdrukkelijk in deze verordening wordt voorgeschreven of indien zulks noodzakelijk is met het oog op het voorkomen of vervolgen van inbreuken of met het oog op de verificatie van kennelijke inbreuken. De in lid 1 bedoelde gegevens worden niet doorgegeven, tenzij zij in een zodanige vorm met andere gegevens zijn samengevoegd dat het niet mogelijk is natuurlijke personen direct of indirect te identificeren. |
2. Persoonsgegevens worden niet aan de Commissie of aan een andere lidstaat meegedeeld, behalve indien een dergelijke mededeling uitdrukkelijk in deze verordening wordt voorgeschreven of indien zulks noodzakelijk is met het oog op het voorkomen of vervolgen van inbreuken of met het oog op de verificatie van kennelijke inbreuken. De in lid 1 bedoelde gegevens worden niet doorgegeven, tenzij zij in een zodanige vorm met andere gegevens zijn samengevoegd dat het niet mogelijk is natuurlijke personen direct of indirect te identificeren. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 86 Voorstel voor een verordening Artikel 105 – lid 1 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
1. De lidstaten en de Commissie nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in het kader van deze verordening verzamelde en ontvangen gegevens vertrouwelijk worden behandeld en dat alle voorschriften inzake beroeps- en handelsgeheim worden nageleefd. |
1. De lidstaten en de Commissie nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in het kader van deze verordening verzamelde en ontvangen gegevens vertrouwelijk worden behandeld en dat alle voorschriften inzake beroeps- en handelsgeheim worden nageleefd overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Richtlijn 95/46/EG. | ||||||||||||||||||||||||
Amendement 87 Voorstel voor een verordening Artikel 105 – lid 4 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
4. Gegevens die in het kader van deze verordening worden meegedeeld aan personen die werken voor bevoegde autoriteiten, gerechtshoven, andere overheidsinstanties en de Commissie of de door haar aangewezen instantie, en die |
Schrappen | ||||||||||||||||||||||||
|
a) de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de integriteit van het individu, in overeenstemming met de Gemeenschapswetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens, |
| ||||||||||||||||||||||||
|
b) de commerciële belangen van een natuurlijke of rechtspersoon, met inbegrip van de intellectuele eigendom, |
| ||||||||||||||||||||||||
|
c) gerechtelijke procedures en juridisch advies, of |
| ||||||||||||||||||||||||
|
d) het doel van controles en onderzoeken |
| ||||||||||||||||||||||||
|
zouden kunnen ondermijnen, mogen slechts worden bekendgemaakt voor zover dit noodzakelijk is om een inbreuk op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid te beëindigen of te verbieden en de instantie die de informatie meedeelt, instemt met de bekendmaking ervan. |
| ||||||||||||||||||||||||
Amendement 88 Voorstel voor een verordening Artikel 108 – lid 3 | |||||||||||||||||||||||||
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement | ||||||||||||||||||||||||
|
3. Elke lidstaat zorgt ervoor dat de Commissie en de door haar aangewezen instantie toegang hebben tot het beveiligde onderdeel van zijn website. De lidstaat verleent functionarissen van de Commissie toegang op basis van elektronische certificaten die worden aangemaakt door de Commissie of de door haar aangewezen instantie. |
3. Elke lidstaat zorgt ervoor dat de Commissie en de door haar aangewezen instantie toegang hebben tot het beveiligde onderdeel van zijn website. De lidstaat verleent functionarissen van de Commissie toegang op basis van elektronische certificaten die worden aangemaakt door de Commissie of de door haar aangewezen instantie. | ||||||||||||||||||||||||
|
|
Aan derde landen wordt voor communautaire vaartuigen die een visvergunning voor hun wateren aanvragen, de in lid 1, onder b), d) en f), bedoelde informatie verstrekt. De informatie wordt op verzoek van het derde land onverwijld verstrekt, op voorwaarde dat het derde land de vertrouwelijkheid van de informatie schriftelijk garandeert. De overdracht van persoonsgegevens uit hoofde van deze bepaling wordt geacht in overeenstemming te zijn met artikel 26, lid 1, letter d, van Richtlijn 95/46/EG. | ||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Wanneer EU-vaartuigen in het kader van partnerschapsovereenkomsten of eigen akkoorden een visvergunning voor een derde land aanvragen, moet de regering van dat derde land het recht hebben om kennis te nemen van bepaalde gegevens over die vaartuigen, mits zij instemt met de vertrouwelijkheid van de informatie. | |||||||||||||||||||||||||
Amendement 89 Voorstel voor een verordening Artikel 112 Verordening (EG) nr. 768/2005 Artikel 17 bis – lid 1 – inleidende formule | |||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||
Motivering | |||||||||||||||||||||||||
Het Bureau dient in de toekomst over zijn eigen middelen te beschikken, zoals goed uitgeruste vaartuigen, om de inspecties te kunnen verrichten waarvoor het conform de bepalingen van de verordening bevoegd is. | |||||||||||||||||||||||||
TOELICHTING
Een doeltreffende en niet-discriminerende toepassing van de regels moet een van de fundamentele pijlers van het gemeenschappelijk visserijbeleid zijn. Eerbiediging van de regels en een samenhangende uitvoering van de controle is de beste manier om de belangen van de visserijsector op de lange termijn te beschermen. Indien degenen die betrokken zijn bij de visserij, van de bemanning van de schepen tot de visboeren, de regels niet naleven, is het beleid gedoemd te mislukken. Dan zullen de visbestanden verdwijnen, samen met degenen die er afhankelijk van zijn.
Zowel de Commissie als het Europees Parlement hebben herhaaldelijk hun teleurstelling geuit over het gebrek aan naleving en opgeroepen tot betere controles door de lidstaten, geharmoniseerde inspectiecriteria en sancties, transparantie van de inspectieresultaten, versterking van het systeem van communautaire inspecties, enz.[1]
De regels zijn op EU niveau vastgesteld, maar de uitvoering en handhaving vallen onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten, zodat er verschillende mogelijke redenen zijn voor de gebrekkige toepassing. De eerste is juridisch van aard, in die zin dat de controleverordening en de daaraan verbonden instrumenten ontoereikend zijn, en de inspecteurs niet de juridische autoriteit verlenen die zij nodig hebben om hun taak uit te oefenen. Een andere is politiek van aard: voldoen de lidstaten aan hun juridische verplichtingen om de regels waarmee zij hebben ingestemd ten volle uit te voeren en maken zij hiervoor voldoende middelen vrij? Controleert de Commissie in voldoende mate wat de lidstaten op dit vlak doen? Er zij tevens op gewezen dat ook de Commissie nalatig is geweest op dit gebied, aangezien de huidige verordening ruim 20 uitvoeringsverordeningen voorschrijft, waarvan de Commissie er sinds 1993 nog maar een paar heeft voorgesteld.
In zijn Speciaal Verslag van 2007[2] behandelt de Rekenkamer de tenuitvoerlegging van een aspect van het gemeenschappelijk visserijbeleid (de voorschriften in verband met de instandhouding van de communautaire visbestanden) en stelt vast dat er ernstige problemen bestaan:
125. Over het geheel genomen wijzen de werkzaamheden van de Rekenkamer uit dat de controle-, inspectie- en sanctiemiddelen - recente verbeteringen ten spijt - geen daadwerkelijke aanpassing kunnen waarborgen van de regels voor het beheer van het visbestand, en met name van de regeling van de TAC's en quota.
De Rekenkamer heeft een groot aantal aanbevelingen gedaan om de situatie te verbeteren en de Commissie heeft een even groot aantal beloftes gedaan om het probleem aan te pakken in de herschikte controleverordening. Het voorstel voor die verordening vormt het onderwerp van dit verslag.
De nieuwe verordening moet de laatste zijn van de drie verordeningen die de controleregeling vormen, na de vaststelling van de IOO-verordening[3] en de verordening betreffende machtigingen tot vissen[4]. Het is van wezenlijk belang dat de maatregelen in het voorstel niet alleen alle relevante aspecten omvatten van de huidige controleverordening, alsmede de aanbevelingen van de Rekenkamer, maar dat zij ook in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze twee andere verordeningen.
Het waarschijnlijk belangrijkste kenmerk van een controleregeling die van toepassing is op 27 lidstaten is dat iedereen gelijk wordt behandeld en dat iedereen die deel uitmaakt van de productieketen - vissers, verwerkers, kopers en anderen - het gevoel heeft dat hij niet wordt gediscrimineerd en zijn eigen verantwoordelijkheid draagt. Het zogeheten "level playing field" moet in de gehele Gemeenschap worden verwezenlijkt langs de gehele "chain of custody". Het voorstel omvat een aantal aspecten die een belangrijke stap in de goede richting zouden betekenen, en die dan ook moeten worden verwelkomd. Er is dit verband met name een belangrijke rol weggelegd voor het Communautair Bureau voor visserijcontrole, gezien zijn communautaire aard en opdracht tot onpartijdigheid.
In algemene zin moet de Commissie erop toezien dat alle regels praktisch, toepasbaar en efficiënt zijn, aangezien het stelsel van controles in de EU steeds gecompliceerder wordt. Er moet een aantal "test cases" worden onderzocht aan de hand van concrete case studies op basis van feitelijke voorbeelden van controles om de doeltreffendheid van de voorgestelde maatregelen te testen. Dit moet plaatsvinden voordat de controleverordening door de Raad wordt goedgekeurd en moet de Commissie tot leidraad dienen wanneer zij de uitvoeringsverordeningen voorstelt die nodig zijn voor de drie onderdelen van de controleregeling. Bij dit onderzoek moeten de eventuele problemen aan het licht komen die moeten worden opgelost voordat deze wetgevingsonderdelen worden goedgekeurd.
Een groot deel van het voorstel omvat maatregelen die reeds jaren deel uitmaken van de verordening, maar er zijn ook bepaalde nieuwe elementen die aandacht verdienen.
Recreatievisserij - Dit krijgt in de media uitermate veel aandacht en beheerst alle discussies over het voorstel. Wat de Commissie precies voorstelt blijkt niet duidelijk uit de tekst. Het is duidelijk dat in bepaalde gevallen de recreatievisserij grote en aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de visbestanden. Zo wordt bijvoorbeeld volgens gegevens van de lidstaten door Franse sportvissers 5000 ton zeebaars gevangen en wordt door Duitse recreatievissers in de Oostzee in totaal 5200 ton kabeljauw gevangen. De recreationele vangst van blauwvintonijn is zo omvangrijk dat de International Commission for the Conservation of Atlantic Tuna (ICCAT) beheersmaatregelen heeft vastgesteld om deze vangst te reguleren. Is het ten opzichte van commerciële vissers eerlijk om de recreatievisserij zonder enige controle toe te laten? Er wordt een amendement voorgesteld om het toepassingsbereik van de verordening te beperken tot niet-commerciële visserij vanaf schepen (d.w.z. niet vanaf de wal) in mariene wateren (d.w.z. niet in binnenwateren). De lidstaten hebben voldoende tijd om de gevolgen van een dergelijke vorm van visserij op de visbestanden te evalueren en, in gevallen waar de gevolgen aanzienlijk zijn, controlemaatregelen voor te stellen. Omdat het discriminerend is om commerciële vissers vangst- en andere beperkingen op te leggen maar niet-commerciële vissers onbeperkt hun gang te laten gaan, moeten alle vangsten uiteindelijk onder de nationale quota vallen.
Communautair Bureau voor visserijcontrole - Het Bureau is nog maar een paar jaar werkzaam, maar heeft zijn waarde reeds bewezen doordat de coördinatie van controles op zee tussen de lidstaten is verbeterd met de verschillende gezamenlijke inzetplannen. The Commission proposes increasing the role of the Agency in various areas, such as developing core curricula for training programmes, assisting to develop common inspection procedures, improving communication and information exchange among Member States, etc. The Agency has a crucial role to play in reducing and, hopefully, eliminating the conviction on the part of many that they are controlled more strictly than their neighbours. Het verbrede mandaat van het Bureau is een belangrijk element van een verbeterde controleregeling. In het verslag-Attwooll van 2005[5] wordt de oprichting van het Bureau verwelkomd, en ook toen al werd aangedrongen op een grotere rol voor het Bureau.
Risicoanalyse - Een belangrijke aanbeveling van de Rekenkamer was dat lidstaten "een controlestrategie formuleren op basis van een risicoanalyse" teneinde deze op te nemen in de controleverordening[6]. De Raad was van oordeel dat:
75. Een goede kennis van de verschillende visserijactiviteiten, de betrokken actoren, de in het verleden geconstateerde overtredingen en opgelegde sancties, is onontbeerlijk voor het opstellen van een goede risicoanalyse, een geschikte controlestrategie en een relevante programmering.
Het gebruik maken van risicoanalyses bij de planning zou helpen om prioriteiten voor de inspectie vast te stellen en de middelen toe te wijzen, waardoor de controleactiviteiten doeltreffender zouden worden. De Commissie heeft deze aanbeveling ter harte genomen en heeft een aantal maatregelen voorgesteld om lidstaten de nodige structuren te bieden, waaronder databanken voor vangsten, inspecties en andere informatie, procedures voor de verificatie van gegevens, enz.
Een aantal daarvan kan worden gedeeld door de lidstaten, teneinde een soepele informatie-uitwisseling te bevorderen, zodat er een gezamenlijke basis voor risicoanalyses kan worden verwezenlijkt. De mate waarin informatie over onderwerpen als lopende onderzoeken naar overtredingen wordt uitgewisseld moet zorgvuldig worden overwogen, met het oog op de vertrouwelijkheid en het recht op privacy. Niettemin hebben lidstaten op een gemeenschappelijk beleidsterrein zoals de visserij, dat vaartuigen in staat stelt in alle wateren van de Gemeenschap te vissen, duidelijk behoefte aan toegang tot relevante informatie, om hun controleprogramma's zo doeltreffend en efficiënt mogelijk te maken. Het Bureau kan een rol spelen bij het structureren en organiseren van de analyse en de uitwisseling van informatie, met inbegrip van de vraag hoe lang dergelijke informatie beschikbaar moet blijven.
Kosten en administratieve last - Veel lidstaten zijn bezorgd dat het voorstel de kosten van hun controleprogramma's zal doen stijgen en ze zal verplichten tot het opzetten van gecompliceerde nieuwe administratieve systemen. Volgens gegevens van de Commissie kost een inspectie op zee meer dan 10 keer zoveel als op land (€ 7552 op zee, € 306 op land en € 541 op de markt). Deze gegevens tonen aan dat de controles zo gericht mogelijk moeten zijn. Inspecties op zee blijven een fundamenteel element van de controleregeling, omdat de enige manier om er achter te komen wat er op zee gebeurt is om ter plaatse te gaan kijken. Het gebruik van risicoanalyses als in het voorstel zou echter de lidstaten in staat stellen hun inspecties op zee te verminderen en ze tegelijkertijd gerichter en doeltreffender te maken. Het voorstel omvat een groot aantal moderne technologieën die een aanzienlijke kostenverlaging mogelijk maken, zoals elektronische systemen voor een snelle en eenvoudige kruiscontrole van gegevens, waardoor handmatige vergelijkingen onnodig worden.
Inspecties op zee - Het voorstel verbreedt de mogelijkheid van lidstaten om inspecties in elkaars wateren uit te voeren. Dergelijke procedures voor wederzijdse inspecties bestaan reeds in enkele regionale organisaties voor visserijbeheer waar de Gemeenschap lid van is. De capaciteit van de Commissie om haar eigen onderzoeken uit te voeren moet ook toenemen. Dit voorstel had al veel eerder moeten worden ingediend, om het idee van discriminatie uit te bannen en een "level playing field" te verwezenlijken. Als vissersvloten vrij in de wateren van de Gemeenschap mogen varen, moeten inspectievaartuigen dat ook kunnen. Eén van de amendementen heeft betrekking op achtervolgingen. Het voorstel stelt dat indien een inspectievaartuig van een lidstaat een vaartuig achtervolgt dat de wateren van een andere lidstaat betreedt, dat inspectievaartuig de kustlidstaat toestemming moet vragen om de inspectie uit te voeren. Omdat deze procedure een achtervolging tamelijk nutteloos zou maken, wordt voorgesteld dat het voldoende is indien de inspecterende lidstaat de kustlidstaat op de hoogte stelt alvorens de betreffende wateren te betreden.
Sancties - De Commissie wil opnieuw de sancties voor ernstige overtredingen harmoniseren. Dit idee is al eerder ter sprake gekomen, in het kader van het verslag-Aubert over de IOO-verordening[7]. Op dat moment was het Parlement het eens met de Commissie dat de maximale administratieve sancties moesten worden geharmoniseerd. Nu stelt de Commissie zowel minimale (op zijn minst € 5000) als maximale (op zijn minst € 300 000) administratieve sancties voor.
Tevens voert zij het vernieuwende idee in van een systeem van "strafpunten" die worden uitgedeeld aan vaartuigen en kapiteins die overtredingen begaan. Indien overtredingen herhaaldelijk worden begaan worden meer punten uitgedeeld, en wanneer een bepaalde drempel wordt bereikt wordt de vismachtiging tijdelijk opgeschort of ingenomen. Als er geen verdere overtredingen meer worden begaan, komen de punten na een bepaalde tijd te vervallen. Dit systeem kan de lidstaten aanzienlijk helpen om overtredingen op samenhangender wijze aan te pakken, en het verwezenlijken van een "level playing field" vergemakkelijken. Er wordt tevens een amendement voorgesteld om ook scheepseigenaren op te nemen, omdat zij de eindverantwoordelijkheid dragen voor het vaartuig.
Conclusies - Het voorstel van de Commissie is een belangrijke stap op weg naar de ontwikkeling van een "nalevingscultuur" in de EU en naar een vermindering van het idee dat bij velen leeft dat zij streng worden gecontroleerd terwijl hun buren hun gang mogen gaan. Iedereen die te maken heeft met het gemeenschappelijk visserijbeleid moet de regeling zien als een eerlijke regeling, om welke reden een niet-discriminerende controleregeling van wezenlijk belang om de toekomst van de visserijsector veilig te stellen.
- [1] Bijvoorbeeld in de resoluties van het EP van 06.09.2006 (A6-0228/2006, Morillon), van 23.10.2003 (A5-0331/2003, Figueiredo), van 04.07.2002 (A5-0228/2002,Attwooll), van 17.01.2002 (A5-0470/2001, Miguelez Ramos) en van 06.11.1997 (A4-0298/1997, Fraga Estevez).
- [2] Speciaal verslag 7/2007 over de controle-, inspectie- en sanctiesystemen betreffende de voorschriften in verband met de instandhouding van de communautaire visbestanden
- [3] Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen.
- [4] Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van 29 september 2008 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren.
- [5] Verslag-Attwooll A6-0022/2005 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot oprichting van een Communautair Bureau voor visserijcontrole, resolutie van het EP van 23.02.2005.
- [6] Speciaal verslag 7/2007 van de Rekenkamer, paragrafen 129 en 130.
- [7] Verslag-Aubert A6-0193/2008 over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen.
MINDERHEIDSSTANDPUNT
op grond van artikel 48, lid 3 van het Reglement,
Hélène Goudin
Het voorstel van de Commissie, dat nu tevens is goedgekeurd door de Commissie visserij van het Europees Parlement, heeft tot doel om de recreatievisserij op communautair niveau wettelijk te regelen. Deze doelstelling komt tot uitdrukking in artikel 47 van het voorstel van de Commissie. Ik heb in de commissie een amendement ingediend dat ertoe strekte artikel 47 volledig te schrappen. Aangezien mijn amendement door de commissie werd verworpen heb ik tegen het verslag gestemd.
Recreatie- en sportvisserij dienen in geen geval op Europees niveau geregeld te worden. Besluiten op deze gebieden moeten worden overgelaten aan nationale, regionale en lokale instanties, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel.
ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (18.2.2009)
aan de Commissie visserij
inzake het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen
(COM(2008)0721 – C6‑0510/2008 – 2008/0216(CNS))
Rapporteur: Roberto Musacchio
BEKNOPTE MOTIVERING
Een van de hoofddoelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) is de vaststelling van instandhoudingsmaatregelen met het oog op een duurzame exploitatie van de visbestanden. De huidige situatie van de visbestanden in de communautaire wateren toont inderdaad aan dat het niveau van exploitatie te hoog ligt. Voor dertig procent van de vastgestelde bestanden worden de veilige biologische grenzen momenteel overschreden en 88% wordt zo intens bevist dat de opbrengst verminderd is. Wetenschappers waarschuwen ervoor dat de hoeveelheid volwassen vis lager ligt dan wat nodig is voor de duurzaamheid op lange termijn van commercieel geëxploiteerde visbestanden, wat ten koste gaat van de duurzaamheid van de visserijactiviteiten op lange termijn en het evenwicht van het mariene ecosysteem.
Een van de redenen van de mislukking van het GVB is dat de lidstaten niet voldoende gecontroleerd hebben hoeveel vis elk jaar uit de zee wordt gehaald en er geen efficiënt controlesysteem is ingesteld voor de overlading van visbestanden. Bovendien is het niveau van de boetes in de EU doorgaans zo laag dat zij de mensen niet weerhouden van illegale visserijpraktijken. Daardoor kunnen de visserijbedrijven de opgelegde boetes beschouwen als een loutere exploitatiekost van hun werkzaamheden, waardoor echte stimulansen om de GVB-voorschriften na te leven, wegvallen. Inbreuken op de toepasselijke regels zouden moeten leiden tot afschrikkende sancties. Maar aan lidstaten die wel een efficiënt controlesysteem hebben, zou preferentiële toegang tot communautaire middelen kunnen worden verleend en de EG zou passende financiële stimuleringsmaatregelen moeten vaststellen op basis van een beloningssysteem.
Als het hoofddoel van het GVB het duurzaam gebruik van visserijbestanden is, dan moeten de huidige controle-, inspectie- en sanctiesystemen aanzienlijk worden versterkt. Het uiteindelijke doel van controle en handhaving is ervoor te zorgen dat de visserijactiviteiten daadwerkelijk duurzaam zijn en dat de exploitanten de mariene ecosystemen niet beschadigen door overbevissing. Zonder effectieve controle is het onmogelijk betrouwbare cijfers te hebben voor vangsten en aanlandingen. Accurate cijfers verzamelen is essentieel om een beoordeling te geven van wetenschappelijk advies inzake de hoeveelheid vis die veilig kan worden gevangen in de toekomst, en om tegelijk de gezondheid van onze levende rijkdommen van de zee te verzekeren alsook een duurzaam en economisch levensvatbaar inkomen voor de visserijgemeenschappen die anders weinig alternatieven zouden hebben om in hun eigen behoeften te voorzien.
AMENDEMENTEN
De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie visserij onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:
Amendement 1 Voorstel voor een verordening Overweging 18 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
(18 bis) De Commissie moet in 2010 bindende wetgevingsmaatregelen voorstellen voor de vermindering van de communautaire vangstcapaciteit. |
Motivering | |
Een van de belangrijkste oorzaken van de huidige overbevissing is de enorme overcapaciteit van de Europese vloot. In feite is er volgens de laatste schattingen van de Commissie meer dan 40% overcapaciteit in de vloot. Zolang er geen efficiënte programma's voor capaciteitsvermindering worden uitgevoerd zal geen enkel controlesysteem, hoe streng ook, erin slagen fraude uit te bannen. De Europese Commissie moet dan ook absoluut het probleem van de overmatige visserijcapaciteit aanpakken als essentiële voorwaarde om een efficiënt controlesysteem op te zetten. | |
Amendement 2 Voorstel voor een verordening Artikel 9 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Vissersvaartuigen met een lengte van meer dan 10 meter over alles hebben een volledig functionerend toestel aan boord waarmee zij automatisch door het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen kunnen worden gelokaliseerd en geïdentificeerd aan de hand van periodiek doorgestuurde positiegegevens. Voorts biedt dit toestel het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat de mogelijkheid de vissersvaartuigen te bevragen. Voor vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 10 meter, maar niet meer dan 15 meter geldt dit lid met ingang van 1 januari 2012. |
2. Vissersvaartuigen met een lengte van meer dan 10 meter over alles hebben een volledig functionerend toestel aan boord waarmee zij automatisch door het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen kunnen worden gelokaliseerd en geïdentificeerd aan de hand van periodiek doorgestuurde positiegegevens. Voorts biedt dit toestel het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat de mogelijkheid de vissersvaartuigen te bevragen. Voor vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 10 meter, maar niet meer dan 15 meter geldt dit lid met ingang van 1 januari 2010. |
Motivering | |
Deze verplichting moet in overeenstemming zijn met de inwerkingtreding op 1 januari 2010 van de Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, met name voor wat betreft de bepalingen van artikel 3, lid 1, letters b, c en k die stellen dat registratie- en vangstgegevens en controle op de visserijactiviteiten in gebieden waar beperkingen gelden, met het satellietvolgsysteem beoordeeld moeten worden. | |
Amendement 3 Voorstel voor een verordening Artikel 15 – lid 2 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Lid 1 geldt met ingang van 1 juli 2011 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter, maar niet meer dan 24 meter en met ingang van 1 januari 2012 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 10 meter, maar niet meer dan 15 meter. Communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van niet meer dan 15 meter kunnen van lid 1 worden vrijgesteld als zij: |
2. Met ingang van 1 januari 2010 geldt hetzelfde voor communautaire vissersvaartuigen met een totale lengte van meer dan 10 meter. Communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van niet meer dan 15 meter kunnen van lid 1 worden vrijgesteld als zij: |
Motivering | |
Deze verplichting moet in overeenstemming zijn met de inwerkingtreding op 1 januari 2010 van de Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, met name voor wat betreft de bepalingen van artikel 3, lid 1, letter b waar gesteld wordt dat registratie- en vangstgegevens beschikbaar moeten zijn en via satelliet moeten worden doorgestuurd. | |
Amendement 4 Voorstel voor een verordening Artikel 21 – lid 4 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Lid 2 geldt met ingang van 1 juli 2011 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter, maar niet meer dan 24 meter en met ingang van 1 januari 2012 voor communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 10 meter, maar niet meer dan 15 meter. Communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van niet meer dan 15 meter kunnen van de toepassing van lid 2 worden vrijgesteld als zij: |
4. Met ingang van 1 januari 2010 geldt hetzelfde voor communautaire vissersvaartuigen met een totale lengte van meer dan 10 meter. Communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles van niet meer dan 15 meter kunnen van de toepassing van lid 2 worden vrijgesteld als zij: |
Motivering | |
In overeenstemming met de inwerkingtreding op 1 januari 2010 van de Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, alsook met de bepalingen van onderhavige verordening met betrekking tot artikel 9 en 15 aangaande de verplichting tot de overdracht van de vangstgegevens. | |
Amendement 5 Voorstel voor een verordening Artikel 82 – lid 6 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
6 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitanten die schuldig worden bevonden aan inbreuken op de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid, niet in aanmerking komen voor steun uit het Europees Visserijfonds, partnerschapovereenkomsten inzake visserij of andere overheidssteun. De in dit hoofdstuk bedoelde sancties kunnen gepaard gaan met andere sancties of maatregelen, en met name het terugbetalen van overheidssteun of subsidies die door IOO-vaartuigen zijn ontvangen tijdens de financieringsperiode. |
Motivering | |
Overeenkomstig artikel 45, lid 7, van Verordening 1005/2008 van de Raad, dat voorziet in een tijdelijke of permanente ontzegging van toegang tot overheidssteun of -subsidies als een mogelijke sanctie, zal het feit dat naleving een voorwaarde wordt voor overheidssteun een aansporing zijn voor de exploitanten om de regels van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid na te leven en zal dit ertoe bijdragen dat gelijke concurrentievoorwaarden gecreëerd worden en dat overheidssteun niet naar illegale activiteiten gaat. IOO-vaartuigen mogen geen geld van belastingbetalers ontvangen en vaartuigen die geld van belastingbetalers hebben ontvangen tijdens het operationeel programma, moeten dat geld terugbetalen. | |
Amendement 6 Voorstel voor een verordening Artikel 85 – lid 3 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Informatie over de vissersvaartuigen en personen in kwestie wordt ter beschikking van het publiek gesteld. |
Motivering | |
Vele lidstaten geven slechts beperkte informatie over de omvang en de naam van IOO-visserij in hun water. | |
Amendement 7 Voorstel voor een verordening Artikel 87 – lid 1 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. De Commissie stelt prestatie-indicatoren op en creëert financiële stimulansen als basis voor een beloningssysteem voor de lidstaten die de regels inzake instandhouding, controle en handhaving in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid ten volle naleven. |
Motivering | |
Er kunnen maatregelen worden vastgesteld om de lidstaten met efficiënte controlesystemen te belonen door hun preferentiële toegang tot visbestanden te verstrekken. De communautaire financiële bijdrage die gaat naar de programma's voor visserijcontrole van de lidstaten, zou kunnen gebruikt worden om lidstaten met efficiënte controlesystemen te belonen. | |
PROCEDURE
|
Titel |
Communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen |
|||||||
|
Verwijzingen |
COM(2008)0721 – C6-0510/2008 – 2008/0216(CNS) |
|||||||
|
Commissie ten principale |
PECH |
|||||||
|
Advies uitgebracht door Datum bekendmaking |
ENVI 18.12.2008 |
|
|
|
||||
|
Rapporteur voor advies Datum benoeming |
Roberto Musacchio 10.12.2008 |
|
|
|||||
|
Behandeling in de commissie |
22.1.2009 |
|
|
|
||||
|
Datum goedkeuring |
17.2.2009 |
|
|
|
||||
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
45 2 1 |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Adamos Adamou, Margrete Auken, Liam Aylward, Irena Belohorská, Maria Berger, John Bowis, Hiltrud Breyer, Martin Callanan, Dorette Corbey, Magor Imre Csibi, Avril Doyle, Mojca Drčar Murko, Jill Evans, Elisabetta Gardini, Matthias Groote, Satu Hassi, Christa Klaß, Holger Krahmer, Urszula Krupa, Peter Liese, Marios Matsakis, Linda McAvan, Roberto Musacchio, Miroslav Ouzký, Vladko Todorov Panayotov, Vittorio Prodi, Frédérique Ries, Dagmar Roth-Behrendt, Guido Sacconi, Daciana Octavia Sârbu, Richard Seeber, María Sornosa Martínez, Salvatore Tatarella, Thomas Ulmer, Anja Weisgerber, Åsa Westlund, Anders Wijkman, Glenis Willmott |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Kathalijne Maria Buitenweg, Philip Bushill-Matthews, Christofer Fjellner, Jutta Haug, Johannes Lebech, Caroline Lucas, Hartmut Nassauer, Justas Vincas Paleckis, Alojz Peterle, Lambert van Nistelrooij |
|||||||
PROCEDURE
|
Titel |
Communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen |
|||||||
|
Verwijzingen |
COM(2008)0721 – C6-0510/2008 – 2008/0216(CNS) |
|||||||
|
Datum raadpleging EP |
15.12.2008 |
|||||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
PECH 18.12.2008 |
|||||||
|
Medeadviserende commissie(s) Datum bekendmaking |
ENVI 18.12.2008 |
|
|
|
||||
|
Rapporteur(s) Datum benoeming |
Raül Romeva i Rueda 10.11.2008 |
|
|
|||||
|
Datum goedkeuring |
31.3.2009 |
|
|
|
||||
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
19 5 1 |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Stavros Arnaoutakis, Elspeth Attwooll, Iles Braghetto, Niels Busk, Paulo Casaca, Zdzisław Kazimierz Chmielewski, Avril Doyle, Emanuel Jardim Fernandes, Carmen Fraga Estévez, Ioannis Gklavakis, Hélène Goudin, Pedro Guerreiro, Daniel Hannan, Ian Hudghton, Heinz Kindermann, Rosa Miguélez Ramos, Philippe Morillon, Ulrike Rodust, Struan Stevenson, Catherine Stihler, Margie Sudre, Cornelis Visser |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2) |
Ole Christensen, Constantin Dumitriu, Nigel Farage, Raül Romeva i Rueda, Thomas Wise |
|||||||
|
Datum indiening |
6.4.2009 |
|||||||