VERSLAG over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een samenwerkingsprogramma met vakmensen uit derde landen op audiovisueel gebied MEDIA Mundus
8.4.2009 - (COM(2008)0892 – C6-0011/2009 – 2008/0258(COD)) - ***I
Commissie cultuur en onderwijs
Rapporteur: Ruth Hieronymi
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een samenwerkingsprogramma met vakmensen uit derde landen op audiovisueel gebied MEDIA Mundus
(COM(2008)0892 – C6-0011/2009 – 2008/0258(COD))
(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement,
– gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2008)0892),
– gelet op artikel 251, lid 2, en de artikelen 150, lid 4, en 157, lid 3, van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6‑0011/2009),
– gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
– gezien het verslag van de Commissie cultuur en onderwijs (A6-0260/2009),
1. hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;
2. verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;
3. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.
Amendement 1 Voorstel voor een besluit Overweging 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(2) Het Europees Parlement heeft consequent benadrukt dat de audiovisuele sector een belangrijke bijdrage levert aan de Europese creatieve en kenniseconomie en een centrale rol speelt bij het bevorderen van culturele diversiteit en pluralisme. |
(2) Het Europees Parlement heeft consequent benadrukt dat de audiovisuele sector een belangrijke bijdrage levert aan de Europese creatieve en kenniseconomie en een centrale rol speelt bij het bevorderen van culturele diversiteit en pluralisme, en een belangrijk platform is voor de vrijheid van meningsuiting. |
Amendement 2 Voorstel voor een besluit Overweging 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(4) In zijn Resolutie 2007/C 287 van 16 november 2007 over een Europese Agenda voor Cultuur was de Raad van oordeel dat cultuur een cruciaal aspect vormt van de internationale betrekkingen en werd onderstreept dat cultuur een grotere rol moet krijgen in de externe betrekkingen van de EU en het ontwikkelingsbeleid. |
(4) In zijn Resolutie 2007/C 287 van 16 november 2007 over een Europese Agenda voor Cultuur was de Raad van oordeel dat cultuur een cruciaal aspect vormt van de internationale betrekkingen en werd onderstreept dat cultuur een grotere rol moet krijgen in de externe betrekkingen van de EU en het ontwikkelingsbeleid. In zijn resolutie van 10 april 2008 over een Europese agenda voor cultuur in het licht van de mondialisering1 heeft het Europees Parlement met betrekking tot het UNESCO-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen ook onderstreept dat de culturele dimensie geïntegreerd moet worden in alle beleidsmaatregelen en programma's, met inbegrip van het buitenlands en ontwikkelingsbeleid. |
|
|
___________ |
Amendement 3 Voorstel voor een besluit Overweging 7 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(7) Communautaire steun voor de audiovisuele sector houdt rekening met artikel 151 van het Verdrag, waarin wordt verklaard dat de Gemeenschap en de lidstaten samenwerking met derde landen en de bevoegde internationale organisaties op het gebied van cultuur zullen bevorderen. |
(7) Communautaire steun voor de audiovisuele sector houdt rekening met artikel 151 van het Verdrag, waarin wordt verklaard dat de Gemeenschap en de lidstaten samenwerking met derde landen en de bevoegde internationale organisaties op het gebied van cultuur zullen bevorderen, terwijl tegelijkertijd wordt benadrukt dat de verschillende culturele aspecten moeten worden gerespecteerd, met name om hun verscheidenheid te bevorderen. |
Amendement 4 Voorstel voor een besluit Overweging 10 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(10) Het internationale audiovisuele landschap is de afgelopen twee decennia aanzienlijk veranderd, met name als gevolg van technologische ontwikkelingen zoals digitale filmprojectie, video-on-demand of digitale meerkanaalstelevisie. Dit heeft sterke economische groei en veelbelovende investeringen op gang gebracht en hieruit voortvloeiend een sterke en toenemende vraag naar meer audiovisuele inhoud, hetgeen ondernemingen talrijke mogelijkheden biedt. Dienovereenkomstig is er sterke en toenemende belangstelling voor het ontwikkelen van projecten die betrekking hebben op de verschillende analoge toepassingen. Daarnaast is er een sterk verband tussen internationale samenwerking bij projecten en ons vermogen het Europese regelgevingsmodel voor audiovisuele kwesties in de wereld en samenhang tussen audiovisuele en elektronische communicatie te bevorderen. |
(10) Het internationale audiovisuele landschap is de afgelopen twee decennia aanzienlijk veranderd, en staat momenteel voor nieuwe uitdagingen, met name als gevolg van technologische ontwikkelingen zoals digitale filmprojectie, video-on-demand (VOD) of digitale meerkanaalstelevisie, Internet Protocol Television (IPTV) of Web TV. Dit heeft sterke economische groei en veelbelovende investeringen op gang gebracht en hieruit voortvloeiend een sterke en toenemende vraag naar meer audiovisuele inhoud, hetgeen ondernemingen talrijke mogelijkheden biedt Dienovereenkomstig is er sterke en toenemende belangstelling voor het ontwikkelen van projecten die betrekking hebben op de verschillende analoge toepassingen. Daarnaast is er een sterk verband tussen internationale samenwerking bij projecten en ons vermogen het Europese regelgevingsmodel voor audiovisuele kwesties in de wereld en samenhang tussen audiovisuele en elektronische communicatie te bevorderen. |
Amendement 5 Voorstel voor een besluit Overweging 16 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(16) De distributiesector bepaalt de diversiteit van audiovisuele werken en de consumentenkeuze. Europese distributeurs zijn kleine ondernemingen die als gevolg van de marktstructuur en de fragmentering van de markt, in tegenstelling tot hun grote verticaal geïntegreerde concurrenten, slecht uitgerust zijn om toegang te krijgen tot internationale markten. Voorts zijn er nieuwe actoren en distributieplatforms bijgekomen die meer audiovisuele inhoud stimuleren of nodig hebben. Het is dan ook passend maatregelen te nemen om de distributie, de verspreiding en het vertonen van audiovisuele werken te verbeteren. |
(16) De distributiesector bepaalt de diversiteit van audiovisuele werken en de consumentenkeuze. Europese distributeurs zijn kleine ondernemingen die als gevolg van de marktstructuur en de fragmentering van de markt, in tegenstelling tot hun grote verticaal geïntegreerde concurrenten, slecht uitgerust zijn om toegang te krijgen tot internationale markten. Voorts zijn er nieuwe actoren en distributieplatforms bijgekomen die meer audiovisuele inhoud stimuleren of nodig hebben. Het is dan ook passend maatregelen te nemen ter verbetering van de distributie, de verspreiding en het vertonen van Europese audiovisuele werken in derde landen en van werken uit die landen in Europa. |
Amendement 6 Voorstel voor een besluit Overweging 19 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(19) Passende maatregelen moeten worden uitgevoerd om onregelmatigheden en fraude te voorkomen en verloren gegane, ten onrechte betaalde of slecht bestede middelen terug te vorderen. |
(19) Passende maatregelen moeten worden opgesteld en uitgevoerd om onregelmatigheden en fraude te voorkomen en verloren gegane, ten onrechte betaalde of slecht bestede middelen terug te vorderen. |
Amendement 7 Voorstel voor een besluit Hoofdstuk 1 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
HOOFDSTUK 1: OPZET, TOEPASSINGSGEBIEDEN DOELSTELLLINGEN VAN HET PROGRAMMA |
HOOFDSTUK 1: OPZET, ALGEMENE DOELSTELLLINGEN EN REIKWIJDTE VAN HET PROGRAMMA |
Amendement 8 Voorstel voor een besluit Artikel 1 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
OPZET VAN HET PROGRAMMA |
OPZET EN ALGEMENE DOELSTELLINGEN VAN HET PROGRAMMA |
Amendement 9 Voorstel voor een besluit Artikel 1 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Het programma MEDIA Mundus (hierna "het programma" genoemd) wordt hierbij opgezet voor de financiering van projecten voor internationale samenwerking met vakmensen in derde landen in de audiovisuele sector. |
1. Krachtens dit besluit wordt het programma MEDIA Mundus (hierna "het programma" genoemd) opgezet voor de financiering van projecten voor internationale samenwerking met vakmensen in derde landen in de audiovisuele sector, voor een periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013. |
Amendement 10 Voorstel voor een besluit Artikel 1 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het programma zal worden uitgevoerd van 1 januari 2011 tot 31 december 2013. |
Schrappen. |
Amendement 11 Voorstel voor een besluit Artikel 1 – lid 2 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. De algemene doelstellingen van het programma zijn het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele industrie te versterken, Europa in staat te stellen zijn culturele en politieke rol in de wereld doelmatiger te spelen en de keuze voor de consument en de culturele diversiteit te vergroten. |
Motivering | |
Met het oog op een betere samenhang zijn de algemene doelstellingen van het programma van artikel 5 van het Commissievoorstel opgenomen in artikel 1. | |
Amendement 12 Voorstel voor een besluit Artikel 4 – lid 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Elk project heeft minimaal drie partners en beoogt een internationaal netwerkeffect te bevorderen. |
2. Elk project heeft minimaal drie partners en beoogt een internationaal netwerk te bevorderen. |
Amendement 13 Voorstel voor een besluit Artikel 5 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De algemene doelstellingen van het programma zijn het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele industrie te versterken, Europa in staat te stellen zijn culturele en politieke rol in de wereld doelmatiger te spelen en de keuze voor de consument en de culturele diversiteit te vergroten. |
Schrappen |
|
2. De specifieke doelstellingen van het programma zijn: |
|
|
(a) de uitwisseling van informatie uitbreiden, met name door middel van opleidingsactiviteiten en beurzen, grensoverschrijdende netwerken bevorderen tussen vakmensen om de toegang tot markten van derde landen te verbeteren en vertrouwen kweken en commerciële betrekkingen op lange termijn opbouwen; |
|
|
(b) het concurrentievermogen en de grensoverschrijdende distributie van Europese audiovisuele werken wereldwijd verbeteren; |
|
|
(c) de verspreiding en het vertonen van audiovisuele werken wereldwijd vergroten en vraag van het publiek (met name jong publiek) creëren naar cultureel diverse audiovisuele inhoud. |
|
|
3. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan samenhang en complementariteit tussen het programma en ander relevant communautair beleid, instrumenten en maatregelen, met name coördinatie met en tenuitvoerlegging van het MEDIA 2007 programma en programma's voor externe samenwerking in de audiovisuele en culturele sector met derde landen. |
|
Motivering | |
Artikel 5 met betrekking tot de algemene en specifieke doelstellingen van het programma is geschrapt. Met het oog op een betere samenhang zijn de algemene doelstellingen opgenomen in artikel 1 (amendement 10) en de drie specifieke doelstellingen van het programma respectievelijk in artikel 6, artikel 7 en artikel 8 (Amendementen 15, 17 en 19). | |
Amendement 14 Voorstel voor een besluit Hoofdstuk 2 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
HOOFDSTUK 2: OPERATIONELE DOELSTELLINGEN VAN HET PROGRAMMA |
HOOFDSTUK 2: SPECIFIEKE DOELSTELLINGEN VAN HET PROGRAMMA |
Amendement 15 Voorstel voor een besluit Artikel 6 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Uitwisseling van informatie, opleiding en marktkennis |
Specifieke doelstelling 1: Uitwisseling van informatie, opleiding en marktkennis |
Amendement 16 Voorstel voor een besluit Artikel 6 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Op het gebied van de uitwisseling van informatie en opleiding zijn de operationele doelstellingen van het programma de volgende: |
Het programma beoogt de uitwisseling van informatie uit te breiden, met name door middel van opleidingsactiviteiten en beurzen, grensoverschrijdende netwerken te bevorderen tussen vakmensen om de toegang tot markten van derde landen te verbeteren, vertrouwen te kweken en commerciële betrekkingen op de lange termijn op te bouwen. Om deze specifieke doelstelling te verwezenlijken zijn de operationele doelstellingen van het programma de volgende: |
Motivering | |
Dezelfde motivering als bij amendement 12. | |
Amendement 17 Voorstel voor een besluit Artikel 6 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De vaardigheden van Europese vakmensen en andere vakmensen uit de in artikel 2, lid 4, bedoelde landen versterken om hen meer inzicht te verschaffen in met name de werkomstandigheden, rechtskaders, financieringsstelsels en mogelijkheden voor samenwerking van hun respectieve audiovisuele markten, met name door middel van beurzen, en zo netwerken te bevorderen en het ontstaan van duurzame commerciële betrekkingen en het informatieniveau en de kennis van audiovisuele markten verbeteren om te zorgen voor audiovisuele samenwerking tussen vakmensen en deze te bevorderen. |
1. De vaardigheden van Europese vakmensen en andere vakmensen uit de in artikel 2, lid 4, bedoelde landen versterken om hen meer inzicht te verschaffen in met name de werkomstandigheden, rechtskaders, met inbegrip van auteursrecht, financieringsstelsels en mogelijkheden voor samenwerking van hun respectieve audiovisuele markten, met name door middel van beurzen, en zo netwerken te bevorderen en het ontstaan van duurzame commerciële betrekkingen en het informatieniveau en de kennis van audiovisuele markten verbeteren om te zorgen voor audiovisuele samenwerking tussen vakmensen en deze te bevorderen. |
Amendement 18 Voorstel voor een besluit Artikel 7 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Concurrentievermogen en distributie |
Specifieke doelstelling 2: Concurrentievermogen en distributie |
Amendement 19 Voorstel voor een besluit Artikel 7 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wat de verbetering van het concurrentievermogen en de distributie van audiovisuele werken op buitenlandse markten betreft, zijn de operationele doelstellingen van het programma: |
Het programma beoogt het concurrentievermogen en de transnationale distributie van audiovisuele werken op buitenlandse markten te verbeteren. Om deze specifieke doelstelling te verwezenlijken zijn de operationele doelstellingen van het programma de volgende: |
Motivering | |
Dezelfde motivering als bij amendement 12. | |
Amendement 20 Voorstel voor een besluit Artikel 8 – titel | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Circulatie |
Specifieke doelstelling 3: Verspreiding |
Amendement 21 Voorstel voor een besluit Artikel 8 – inleidende formule | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Op het gebied van distributie en circulatie zijn de operationele doelstellingen: |
Het programma beoogt de verspreiding en vertoning van audiovisuele werken wereldwijd te verbeteren en de vraag van het publiek (met name jong publiek) naar cultureel diverse audiovisuele inhoud te vergroten. Om deze specifieke doelstelling te verwezenlijken zijn de operationele doelstellingen van het programma de volgende: |
Motivering | |
Dezelfde motivering als bij amendement 12. | |
Amendement 22 Voorstel voor een besluit Artikel 9 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie zal stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat de activiteiten waarvoor steun wordt verleend in het kader van de in de artikelen 6 tot en met 8 vermelde operationele doelstellingen elkaar aanvullen. |
Schrappen |
|
2. De in de artikelen 6 tot en met 8 vermelde maatregelen moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen in de bijlage. |
|
Motivering | |
Met het oog op de samenhang is artikel 9 over de "tenuitvoerlegging van de operationele doelstellingen" geschrapt en samengevoegd met artikel 11 over de tenuitvoerlegging van het besluit (am. 21). | |
Amendement 23 Voorstel voor een besluit Artikel 11 – lid 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma op de in de bijlage bepaalde wijze. |
1. De Commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma en de doelstellingen ervan in overeenstemming met de bepalingen in de bijlage. De Commissie neemt maatregelen om ervoor te zorgen dat de activiteiten waarvoor steun wordt verleend in het kader van de in de artikelen 6 tot en met 8 vermelde operationele doelstellingen elkaar aanvullen. |
Amendement 24 Voorstel voor een besluit Artikel 11 – lid 2 – letter d | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(d) de inhoud van de oproepen tot het indienen van voorstellen, de definitie van de criteria en de procedures voor de selectie van projecten; |
(d) de inhoud van de oproepen tot het indienen van voorstellen en de procedures voor de selectie van de projecten; |
Amendement 25 Voorstel voor een besluit Artikel 11 – lid 2 – letter e | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(e) selectie van voorstellen voor de toewijzing van communautaire fondsen van meer dan 400.000 euro per begunstigde en per jaar; |
(e) selectie van voorstellen voor de toewijzing van communautaire fondsen van meer dan: |
|
|
200.000 euro per begunstigde en per jaar, in geval van de specifieke doelstelling 1 als omschreven in artikel 6; |
|
|
300.000 euro per begunstigde en per jaar, in geval van de specifieke doelstelling 2 als omschreven in artikel 7; |
|
|
300.000 euro per begunstigde en per jaar, in geval van de specifieke doelstelling 3 als omschreven in artikel 8; |
Amendement 26 Voorstel voor een besluit Artikel 11 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De Commissie stelt andere maatregelen en besluiten vast over de toekenning van andere subsidies dan die welke zijn opgenomen in lid 2, onder e). De Commissie zal het comité en het Europees Parlement alle relevante informatie verstrekken met inbegrip van de selectiebesluiten die zijn genomen in overeenstemming met dit lid, uiterlijk twee werkdagen na de goedkeuring van deze besluiten. |
3. De Commissie neemt andere selectiebesluiten dan die welke zijn opgenomen in lid 2, onder e). De Commissie zal het comité en het Europees Parlement alle relevante informatie verstrekken met inbegrip van de selectiebesluiten die zijn genomen in overeenstemming met dit lid, uiterlijk twee werkdagen na de goedkeuring van deze besluiten. |
Amendement 27 Voorstel voor een besluit Artikel 13 bis (nieuw) | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 13 bis Samenhang en complementariteit |
|
|
Bij de tenuitvoerlegging van dit programma zorgt de Commissie in nauwe samenwerking met de lidstaten voor algemene samenhang en complementariteit tussen het programma en andere relevante communautaire beleidsmaatregelen, programma's en instrumenten, met name coördinatie met en tenuitvoerlegging van het MEDIA 2007 programma en programma's voor externe samenwerking in de audiovisuele en culturele sector met derde landen. |
Motivering | |
Met het oog op een betere samenhang is artikel 5, lid 3 over samenhang en complementariteit in een afzonderlijk lid opgenomen. | |
Amendement 28 Voorstel voor een besluit Artikel 13 – lid 3 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. het publiek meer bewust te maken van het belang van culturele diversiteit en multiculturalisme in de wereld; |
3. het publiek meer bewust te maken van het belang van culturele diversiteit, gemeenschappelijke waarden, interculturele uitwisseling en multilinguïsme in de wereld; |
Amendement 29 Voorstel voor een besluit Artikel 14 – lid 3 – letter a | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
(a) een mededeling over de voortzetting van het programma tegen uiterlijk 30 juni 2012; |
(a) een mededeling over de voortzetting van het programma op uiterlijk 31 januari 2012; |
Amendement 30 Voorstel voor een besluit Bijlage – deel 1 – punt 1 – alinea 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De vaardigheden van vakmensen in Europa en in derde landen verbeteren om hen meer inzicht te verschaffen in de bedrijfsomstandigheden, het rechtskader, financieringsstelsels, samenwerkingsmogelijkheden van hun respectieve audiovisuele markten en zo de totstandkoming van netwerken vergemakkelijken en het ontstaan van duurzame commerciële betrekkingen. Het niveau van voorlichting en de kennis van audiovisuele markten verbeteren om de samenwerking tussen vakmensen uit Europa en uit derde landen op audiovisueel gebied veilig te stellen en te vergemakkelijken. |
De vaardigheden van vakmensen in Europa en in derde landen verbeteren om hen meer inzicht te verschaffen in de bedrijfsomstandigheden, het rechtskader, met inbegrip van auteursrecht, financieringsstelsels, samenwerkingsmogelijkheden van hun respectieve audiovisuele markten en zo de totstandkoming van netwerken vergemakkelijken en het ontstaan van duurzame commerciële betrekkingen. Het niveau van voorlichting en de kennis van audiovisuele markten verbeteren om de samenwerking tussen vakmensen uit Europa en uit derde landen op audiovisueel gebied veilig te stellen en te vergemakkelijken. |
Amendement 31 Voorstel voor een besluit Bijlage – deel 1 – punt 1 – streepje 1 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
- Steun voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van opleidingsmodules met inbegrip van cursisten en opleiders uit Europese en derde landen, |
- Steun voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van opleidingsmodules met inbegrip van cursisten en opleiders uit Europese en derde landen: |
|
waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de voorwaarden in verband met de productie, coproductie, distributie, het vertonen en de verspreiding van audiovisuele werken in de relevante internationale markten. |
(a) waarbij de nadruk ligt op de voorwaarden in verband met de productie, coproductie, distributie, het vertonen en de verspreiding van audiovisuele werken in de relevante internationale markten; |
|
|
(b) waarbij de nadruk ligt op de opneming van nieuwe technologieën voor productie, postproductie, distributie (met inbegrip van nieuwe distributieplatforms zoals VOD, IPTV, Web TV) het op de markt brengen en archiveren van audiovisuele werken. |
Amendement 32 Voorstel voor een besluit Bijlage – deel 1 – punt 1 – streepje 2 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
- Steun voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van opleidingsmodules met inbegrip van cursisten en opleiders uit Europese en derde landen, over de opneming van nieuwe technologieën voor productie, postproductie, distributie (met inbegrip van nieuwe distributieplatforms zoals VOD, IPTV, Web TV) het op de markt brengen en archiveren van audiovisuele werken. |
Schrappen. |
Amendement 33 Voorstel voor een besluit Bijlage – deel 1 – punt 1 – streepje 4 | |
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
– Bijdragen aan opleiding voor opleiders. |
– Bijdragen aan opleiding voor opleiders door ontwikkeling van meer inzicht in de bedrijfsvoorwaarden, het rechtskader, systemen voor financiering van de audiovisuele markten in alle deelnemende landen, bijvoorbeeld door cursussen of gezamenlijke opleidingsinitiatieven. |
Motivering | |
Voorbeelden van opleiding voor opleiders, ter verduidelijking. | |
TOELICHTING
Het internationale audiovisuele landschap heeft de afgelopen twintig jaar een totale verandering ondergaan, vooral onder invloed van de technologische ontwikkelingen zoals digitale meerkanaalstelevisie, IPTV en Web TV, digitale filmprojectie of video-on-demand (VOD). Op sommige buitenlandse markten heeft dit geleid tot een sterke economische groei, veelbelovende investeringen, en een toenemende vraag naar meer audiovisuele inhoud. De structurele tekortkomingen in de verspreiding van Europese werken op markten van derde landen en de inadequate financiering van de Europese audiovisuele bedrijven verhinderen echter dat deze bedrijfstak optimaal kan profiteren van deze nieuwe mondiale mogelijkheden.
De afgelopen jaren zijn voor de Europese audiovisuele sector een periode van groei en verbetering geweest, maar ook van vele nieuwe uitdagingen en veranderingen in verband met de opkomst van de digitale omgeving. De verspreiding van Europese audiovisuele producties is echter beperkt gebleven. Uitgezonderd de producties van de studio's in Hollywood, hebben audiovisuele producties uit derde landen te maken met hetzelfde probleem van een beperkte verspreiding op de Europese markten, hoewel er vraag is naar een grotere diversiteit in de audiovisuele inhoud.
Het is duidelijk dat de prioriteit gelegd moet worden bij vergroting van het concurrentievermogen van de audiovisuele sector van de EU op de wereldmarkt en bij vergroting van de keuze voor de consument en van de culturele diversiteit op de Europese en internationale markten, vooral nu er nieuwe, schijnbaar onbeperkte mogelijkheden worden geboden door de digitale en on line technologieën.
MEDIA 2007
Evenals de voorgaande generatie van MEDIA-programma's is het MEDIA-programma 2007 gericht op preproductie en postproductieactiviteiten, in het bijzonder distributie en promotie. Met een budget van 755 miljoen € over zeven jaar (2007-2013) beoogt dit programma de Europese audiovisuele sector te steunen bij de aanpassing aan nieuwe uitdagingen. Daarom is het MEDIA 2007-programma aangepast aan de laatste ontwikkelingen op technologisch gebied en op de EU-markt ten gevolge van de digitale revolutie en de uitbreidingen van de EU; het programma weerspiegelt daarmee de gevolgen van de digitalisering en reageert op specifieke problemen van de audiovisuele sector in de nieuwe lidstaten.
De doelstellingen van het programma, namelijk behoud van de Europese culturele diversiteit en het cultureel erfgoed, een grotere verspreiding van Europese audiovisuele producties en versterking van het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele sector, worden verwezenlijkt en door het programma gesteunde films hebben een opmerkelijk succes gekend[1]. De internationale dimensie van de steun aan de distributie van audiovisuele producties was echter niet in de doelstellingen van het programma opgenomen.
Gezien de nieuwe problemen en uitdagingen voor de Europese audiovisuele sector, als gevolg van de internationalisering van de markten, heeft het Europees Parlement op 13 december 2007 in de begroting voor 2008 een voorbereidende actie MEDIA International goedgekeurd, die erop gericht is de betrekkingen van de Europese Unie met audiovisuele markten van derde landen te ontwikkelen om te voldoen aan de onmiddellijke behoeften van derde landen en de algemene doeltreffendheid van MEDIA 2007 te verbeteren. Dit was noodzakelijk omdat de rechtsgrondslag van MEDIA 2007 niet voorzag in de mogelijkheid acties in samenwerking met derde landen uit te voeren.
Voorbereidende actie MEDIA International
Met een budget van 2 miljoen € voor acties in 2008 is MEDIA International gepland voor een periode van drie jaar, met als doel te verkennen hoe de betrekkingen en netwerken tussen vakmensen in de audiovisuele sector in de Europese Unie en in derde landen opgebouwd en versterkt kunnen worden, ten behoeve van zowel de Europese industrie als de betrokken derde landen. Deze voorbereidende actie valt onder het UNESCO-Verdrag over culturele diversiteit, het MEDIA 2007-programma en de bepalingen over culturele samenwerking in de vrijhandelsovereenkomsten en andere bestaande overeenkomsten en overeenkomsten die in onderhandeling zijn. De geplande, op basis van wederkerigheid functionerende, acties voor de bevordering van internationale samenwerking in de audiovisuele sector omvatten permanente opleiding, promotie van cinematografische werken door bevordering van wederkerige verspreiding van cinematografische werken en ondersteuning van internationale cinemanetwerken.
De eerste oproep tot het indienen van projecten is gelanceerd in het voorjaar 2008. Achttien projecten zijn geselecteerd. Onder deze geselecteerde projecten waren het "Cartoon Connection" project, voor de organisatie van gezamenlijke opleiding voor vakmensen uit de EU, Latijns-Amerika en Canada in de ontwikkeling en financiering van internationale coproducties van cartoons, en de European Producers' Club" die de promotie en distributie van audiovisuele producties steunt, door bedrijven te helpen bij het zoeken van buitenlandse financiering.
Op 18 december 2008 heeft het Europees Parlement een budget van 5 miljoen € goedgekeurd voor het tweede jaar van de voorbereidende actie MEDIA International (2009). Oproepen voor het indienen van projecten die zijn gelanceerd in februari 2009 hebben betrekking op verschillende soorten activiteiten ter ondersteuning van opleiding, promotie, en distributie van cinematografische werken, via een samenwerking op de lange termijn tussen Europese en niet-Europese vakmensen, vertoning van cinematografische werken in bioscopen en vergroting van het potentiële publiek van audiovisuele/cinematografische producties.
Deze voorbereidende actie heeft de weg geëffend voor een breder ondersteuningsprogramma van de EU voor wereldwijde samenwerking in de audiovisuele sector; dientengevolge heeft de Commissie in januari 2009 een voorstel goedgekeurd voor invoering van het MEDIA Mundus-programma. Uit het oorspronkelijke succes van de voorbereidende actie MEDIA International is namelijk gebleken hoe belangrijk de grote, wereldwijde vraag naar samenwerking met de Europese filmindustrie is. De structuur van het voorgestelde programma lijkt erg op dat van de voorbereidende actie.
Het voorstel over de invoering van het MEDIA Mundus programma
Met de mondialisering van de audiovisuele diensten krijgt de externe dimensie van het audiovisueel beleid steeds meer gewicht. Het Commissievoorstel over de invoering van het Media Mundus programma betekent dan ook een werkelijke inzet om een effectieve multilaterale benadering in de audiovisuele sector tot stand te brengen en vakmensen in de EU te laten samenwerken met internationale partners, in het wederzijdse voordeel van de audiovisuele sectoren. Een intensievere uitwisseling en samenwerking met niet-Europese landen zal het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele sector versterken en een verdere toegevoegde waarde creëren op het gebied van promotie, markttoegang, distributie, verspreiding en vertoning van Europese producties in derde landen. Dit voorstel betekent ook een belangrijke stap in het kader van het UNESCO-Verdrag over culturele diversiteit, aangezien het het eerste programma op internationaal niveau is dat rechtstreeks uitvoering geeft aan het Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen.
Met een begroting van 15 miljoen € voor de periode 2011-2013 voor projecten die zijn ingediend door vakmensen uit de audiovisuele sector in Europa en derde landen, biedt het programma nieuwe kansen voor internationale samenwerking in de audiovisuele industrie en meer keuze voor de consument, door bevordering van een grotere culturele diversiteit op de Europese en internationale markten. Samenwerking met derde landen kan met name uitkomst bieden voor industrieën en vakmensen in de culturele sector in ontwikkelingslanden die moeite hebben hun kennis en infrastructuur te verbeteren op het gebied van distributie, marketing, promotie en vertoningsfaciliteiten, terwijl de beperkte verspreiding van culturele producten en diensten de ontwikkeling van markten voor culturele diensten in deze landen in de weg staat.
Het programma staat open voor projecten op basis van partnerschappen van minimaal drie partners, waarbij elk partnerschap gecoördineerd wordt door een Europese vakman/vrouw en ten minste één partner uit een derde land omvat (artikel 2 t/m artikel 4). Het programma beoogt het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele industrie te vergroten, de keuze voor de consument en de culturele diversiteit te verruimen, en Europa in staat te stellen zijn culturele en politieke rol in de wereld doelmatiger te spelen (artikel 5). Met het oog hierop beschrijft het voorstel drie specifieke doelstellingen voor het programma, namelijk uitbreiding van uitwisseling van informatie, opleiding en marktkennis, verbetering van het concurrentievermogen en de distributie enerzijds en de verspreiding en vertoning anderzijds. Deze drie doelstellingen worden ondersteund door operationele doelstellingen omschreven in artikel 6 t/m 8) en uit te voeren acties (bijlage).
Standpunt van de rapporteur van het Europees Parlement
De rapporteur heeft steeds haar steun uitgesproken voor de uitvoering van een dergelijk programma en heeft zich ook steeds bereid verklaard om te zorgen voor structurele financiële middelen voor deze internationale samenwerking in de audiovisuele sector. Zij juicht derhalve het voorstel van de Commissie toe, omdat het een adequaat cultureel antwoord zou kunnen zijn op de specifieke behoeften van de audiovisuele sectoren, en op de mondiale technologische uitdagingen, terwijl het tegelijk de weg effent voor een effectievere uitvoering van het UNESCO-Verdrag over culturele diversiteit.
Een aantal punten moeten echter verder verhelderd worden. Om de samenhang en de consistentie van de tekst te verbeteren stelt de rapporteur een serie amendementen voor ter verbetering van de algehele structuur om het voorstel duidelijker en efficiënter te maken.
Zo is artikel 5 over de algemene en specifieke doelstellingen van het programma geschrapt. (am. 12). Met het oog op een betere samenhang zijn de algemene doelstellingen opgenomen in artikel 1 (amendement 10) en de drie specifieke doelstellingen van het programma respectievelijk in artikel 6, artikel 7 en artikel 8 (amendementen 15, 17 en 19).
Ook artikel 9 over de uitvoering van de operationele doelstellingen is geschrapt (am. 20) en samengevoegd met artikel 11 "tenuitvoerlegging van dit besluit" (am. 21) voor een betere samenhang.
Een aantal termen zijn gespecificeerd (am. 2) De rapporteur geeft de voorkeur aan "general objectives"* boven "global objectives", hetgeen relevanter is (am. 10), en het concept van "internaal netwerk" boven "internationaal netwerkeffect" (am. 11). (*Nederlandse vertaling van beide termen: "algemene doelstellingen")
De algemene richtsnoeren en de selectiecriteria van artikel 11, lid 2, punten c) en d), bedoeld om niet-essentiële onderdelen van dit besluit te wijzigen, moeten, indien niet verder toegelicht en gespecificeerd in het wetgevingsbesluit, worden aangenomen in overeenstemming met de regelgevingsprocedure met toetsing van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG (Amendementen 3, 4, 22, 23, 24 en 28).
- [1] Bijvoorbeeld "Entre Les Murs" en "Gomorra" hebben de Gouden Palm, respectievelijk de Grote Prijs gewonnen op het Filmfestival van Cannes 2008.
PROCEDURE
|
Titel |
Programma MEDIA Mundus voor samenwerking met vakmensen uit derde landen op audiovisueel gebied |
|||||||
|
Document- en procedurenummers |
COM(2008)0892 – C6-0011/2009 – 2008/0258(COD) |
|||||||
|
Datum indiening bij EP |
9.1.2009 |
|||||||
|
Commissie ten principale Datum bekendmaking |
CULT 15.1.2009 |
|||||||
|
Medeadviserende commissie(s) Datum bekendmaking |
AFET 15.1.2009 |
DEVE 15.1.2009 |
BUDG 15.1.2009 |
|
||||
|
Geen advies Datum besluit |
AFET 12.2.2009 |
DEVE 21.1.2009 |
BUDG 4.2.2009 |
|
||||
|
Rapporteur(s) Datum benoeming |
Ruth Hieronymi 21.1.2009 |
|
|
|||||
|
Behandeling in de commissie |
9.3.2009 |
|
|
|
||||
|
Datum goedkeuring |
2.4.2009 |
|
|
|
||||
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
13 1 0 |
||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
Věra Flasarová, Lissy Gröner, Ruth Hieronymi, Adrian Manole, Manolis Mavrommatis, Ljudmila Novak, Doris Pack, Zdzisław Zbigniew Podkański, Pál Schmitt, Hannu Takkula, Thomas Wise |
|||||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Erna Hennicot-Schoepges, Ewa Tomaszewska, Cornelis Visser |
|||||||
|
Datum indiening |
8.4.2009 |
|||||||