Procedure : 2008/0247(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0162/2010

Ingediende teksten :

A7-0162/2010

Debatten :

PV 14/06/2010 - 20
CRE 14/06/2010 - 20

Stemmingen :

PV 15/06/2010 - 7.8
CRE 15/06/2010 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0203

AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING     ***II
PDF 557kWORD 427k
17.5.2010
PE 439.390v03-00 A7-0162/2010

betreffende het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europese spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer

(11069/5/2009 – C7‑0043/2010 – 2008/0247(COD))

Commissie vervoer en toerisme

Rapporteur: Marian-Jean Marinescu

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het standpunt van de Raad in eerste lezing met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europese spoorwegnet voor concurrerend goederen¬vervoer

(11069/5/2009 – C7‑0043/2010 – 2008/0247(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (11069/5/2009 – C7‑0043/2010),

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2008)0852),

–   gelet op artikel 251, lid 2, en artikel 71, lid 1, van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0509/2008),

–   gezien zijn standpunt in eerste lezing(1),

–   gelet op artikel 294, lid 7, en artikel 91, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité(2),

–   gezien het advies van het Comité van de Regio’s(3),

–   gelet op artikel 66 van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme (A7‑0162/2010),

1.  stelt onderstaand standpunt in tweede lezing vast;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Standpunt van de Raad

Overweging 4

Standpunt van de Raad

Amendement

(4) Dankzij de openstelling van de markt voor goederenvervoer per spoor konden nieuwe ondernemingen toegang krijgen tot het spoorwegnet. Voor een optimale benutting van het net en ter wille van de betrouwbaarheid ervan, is het gewenst te voorzien in aanvullende procedures ter intensivering van de samenwerking tussen infrastructuurbeheerders bij de toewijzing van internationale treinpaden voor goederentreinen.

(4) Dankzij de openstelling van de markt voor goederenvervoer per spoor konden weliswaar nieuwe ondernemingen toegang krijgen tot het spoorwegnet, maar de marktmechanismen waren en zijn nog steeds ontoereikend om dit verkeer te organiseren, te reguleren en te beveiligen. Voor een optimale benutting van het net en ter wille van de betrouwbaarheid ervan, is het gewenst te voorzien in aanvullende procedures ter intensivering van de samenwerking tussen infrastructuurbeheerders bij de toewijzing van internationale treinpaden voor goederentreinen.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  2

Standpunt van de Raad

Overweging 5

Standpunt van de Raad

Amendement

(5) De Raad heeft tijdens zijn zitting van 7 en 8 april 2008 geconcludeerd dat een efficiënte benutting van infrastructuur moet worden bevorderd en dat de capaciteit van de spoorweginfrastructuur waar nodig moet worden uitgebreid door maatregelen op Europees en nationaal niveau,en met name via wetsbesluiten.

Schrappen

Amendement  3

Standpunt van de Raad

Overweging 8

Standpunt van de Raad

Amendement

(8) Deze verordening mag geen afbreuk doen aan de rechten en verplichtingen van infrastructuurbeheerders vermeld in Richtlijn 91/440/EEG en Richtlijn 2001/14/EG, alsmede, waar van toepassing, de in artikel 14, lid 2, van Richtlijn 2001/14/EG bedoelde toewijzende instanties. Deze regelgeving blijft van kracht, ook met betrekking tot bepalingen die van toepassing zijn op goederencorridors, en in het bijzonder met betrekking tot het recht van infrastructuurbeheerders om aanvragen voor capaciteit van andere juridische entiteiten dan spoorwegondernemingen te weigeren of te aanvaarden.

Schrappen

Motivering

Deze overweging is overbodig voor wat betreft de geldigheid van eerdere richtlijnen. Bovendien zorgt dit voor verwarring met de aanvraagmogelijkheid van andere aanvragers dan spoorwegondernemingen.

Amendement  4

Standpunt van de Raad

Overweging 8 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(8 bis) Bij de totstandbrenging van een goederencorridor moet in voorkomend geval rekening worden gehouden met de behoefte aan betere verbindingen met de spoorinfrastructuur van derde landen.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  5

Standpunt van de Raad

Overweging 8 ter (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(8 ter) Bij het ontwerp van goederencorridors moet naar interne continuïteit worden gestreefd door de nodige verbindingen tussen de verschillende bestaande spoorwegweginfrastructuren mogelijk te maken en door op het gehele traject van de goederencorridor de nodige capaciteit toe te wijzen.

Motivering

Het is belangrijk dat voor interne continuïteit wordt gezorgd door de nodige verbindingen tussen de verschillende bestaande spoorwegweginfrastructuren mogelijk te maken en op het gehele traject van de goederencorridor de nodige capaciteit toe te wijzen.

Amendement  6

Standpunt van de Raad

Overweging 9

Standpunt van de Raad

Amendement

(9) De internationale spoorwegcorridors voor een Europees spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer moeten worden opgezet op een wijze die aansluit bij de corridors van het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-V) en/of het European Rail Traffic Management System (ERTMS). Daartoe is de gecoördineerde ontwikkeling van de netten noodzakelijk, en in het bijzonder met betrekking tot de integratie van de internationale corridors voor het vervoer van goederen per spoor in de bestaande TEN-V- en ERTMS-corridors. Bovendien moeten op het niveau van de Unie harmoniseringsregels worden vastgesteld voor deze goederencorridors. Indien nodig moet de totstandbrenging van die corridors financieel worden gesteund in het kader van de TEN-V-, onderzoeks- en Marco Polo-programma’s, alsmede via andere beleidsvormen en fondsen van de Unie, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling of het Cohesiefonds.

(9) De totstandbrenging van goederencorridors die een Europees spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer vormen, moet geschieden op een wijze die aansluit bij de corridors van het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-V) en/of het European Rail Traffic Management System (ERTMS). Daartoe is de gecoördineerde ontwikkeling van de netten noodzakelijk, en in het bijzonder met betrekking tot de integratie van de internationale corridors voor het vervoer van goederen per spoor in de bestaande TEN-V- en ERTMS-corridors. Bovendien moeten op het niveau van de Unie harmoniseringsregels worden vastgesteld voor deze goederencorridors en moeten projecten voor stille vrachttreinen worden bevorderd. Indien nodig moet de totstandbrenging van die corridors financieel worden gesteund in het kader van de TEN-V-, onderzoeks- en Marco Polo-programma’s, alsmede via andere beleidsvormen en fondsen van de Unie, zoals de Europese Investeringsbank, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling of het Cohesiefonds.

Amendement 7

Standpunt van de Raad

Overweging 12

Standpunt van de Raad

Amendement

(12) Om de coördinatie tussen de lidstaten en de infrastructuurbeheerders te bevorderen, moet voor elke goederencorridor een passende bestuursstructuur worden ingesteld, rekening houdend met de noodzaak doublures met reeds bestaande bestuursstructuren te voorkomen.

(12) Om de coördinatie tussen de lidstaten, de infrastructuurbeheerders en de spoorwegondernemingen te bevorderen en voor continuïteit op de corridor te zorgen, moet voor elke goederencorridor een passende bestuursstructuur worden ingesteld, rekening houdend met de noodzaak doublures met reeds bestaande bestuursstructuren te voorkomen.

Amendement 8

Standpunt van de Raad

Overweging 15

Standpunt van de Raad

Amendement

(15) Om de samenhang en de continuïteit van de infrastructuurcapaciteit die beschikbaar is op de goederencorridor te waarborgen, moeten de investeringen in de goederencorridor worden gecoördineerd tussen de lidstaten en de betrokken infrastructuurbeheerders en worden afgestemd op de behoeften van de goederencorridor. Het programma voor de uitvoering van deze investeringen moet worden gepubliceerd om er voor te zorgen dat de aanvragers die op de corridor kunnen opereren goed zijn geïnformeerd. De investeringen moeten ook betrekking hebben op de ontwikkeling van interoperabele systemen en de capaciteitsverhoging van de treinen.

(15) Om de samenhang en de continuïteit van de infrastructuurcapaciteit die beschikbaar is op de goederencorridor te waarborgen, moeten de investeringen in de goederencorridor worden gecoördineerd tussen de lidstaten en de betrokken infrastructuurbeheerders, alsmede, indien van toepassing, tussen de lidstaten en derde landen, en worden afgestemd op de behoeften van de goederencorridor. Het programma voor de uitvoering van deze investeringen moet worden gepubliceerd om er voor te zorgen dat de spoorwegondernemingen die op de corridor kunnen opereren goed zijn geïnformeerd. De investeringen moeten ook betrekking hebben op de ontwikkeling van interoperabele systemen en de capaciteitsverhoging van de treinen.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement 9

Standpunt van de Raad

Overweging 21 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(21 bis) Met het oog op meer concurrentie tussen aanbieders van goederenvervoersdiensten per spoor op de goederencorridor moeten andere aanvragers dan spoorwegondernemingen of hun samenwerkingsverbanden infrastructuurcapaciteit kunnen aanvragen, waarbij echter voorrang wordt gegeven aan spoorwegondernemingen of hun samenwerkingsverbanden.

Motivering

Het is belangrijk dat voorrang wordt gegeven aan spoorwegondernemingen of hun samenwerkingsverbanden om te zorgen voor continuïteit op het gehele traject van de goederencorridor.

Amendement 10

Standpunt van de Raad

Overweging 25

Standpunt van de Raad

Amendement

(25) Aangezien het doel van deze verordening, namelijk het tot stand brengen van een Europees spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer met een aantal goederencorridors, onvoldoende door de lidstaten alleen kan worden verwezenlijkt en dus, gezien de omvang en effecten ervan, beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen in overeenstemming met het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie.)

Amendement11

Standpunt van de Raad

Overweging 27 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(27 bis) Deze verordening heeft tot doel de efficiency van het goederenvervoer per spoor ten opzichte van andere vervoerswijzen te verbeteren. Er moet worden gezorgd voor coördinatie tussen de lidstaten en de infrastructuurbeheerders om de meest efficiënte werking van de goederencorridors te waarborgen. Daartoe moeten operationele maatregelen worden genomen en moet tegelijk worden geïnvesteerd in infrastructuur en technische uitrusting zoals ERTMS, die erop gericht moet zijn de capaciteit en efficiency van het goederenvervoer te vergroten.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement 12

Standpunt van de Raad

Overweging 29

Standpunt van de Raad

Amendement

(29) Daarenboven dient de Commissie bevoegd te zijn om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Unie gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de aanpassing van bijlage II. Het is van bijzonder groot belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden deskundigen raadpleegt overeenkomstig de toezeggingen die zij heeft gedaan in haar Mededeling van 9 december 2009 betreffende de tenuitvoerlegging van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

(29) Daarenboven dient de Commissie bevoegd te zijn om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Unie gedelegeerde handelingen vast te stellen. Het is van bijzonder groot belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden deskundigen raadpleegt overeenkomstig de toezeggingen die zij heeft gedaan in haar Mededeling van 9 december 2009 betreffende de tenuitvoerlegging van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Amendement 13

Standpunt van de Raad

Artikel 1 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. In deze verordening worden de regels vastgesteld voor de totstandbrenging en de organisatie van internationale spoorwegcorridors voor een Europees spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer. De verordening bevat regels voor de selectie, de organisatie en het beheer van goederencorridors.

1. In deze verordening worden de regels vastgesteld voor de totstandbrenging en de organisatie van internationale spoorwegcorridors voor concurrerend goederenvervoer (hierna “goederencorridors” genoemd) met het oog op de ontwikkeling van een Europees spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer. De verordening bevat regels voor de selectie, de organisatie, het beheer en de investeringsplannen van goederencorridors.

Amendement  14

Standpunt van de Raad

Artikel 1 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. De verordening is van toepassing op het beheer en het gebruik van spoorweginfrastructuur in goederencorridors.

2. De verordening is van toepassing op het beheer en het gebruik van spoorweginfrastructuur die zich bevindt in goederencorridors.

Amendement  15

Standpunt van de Raad

Artikel 2 – lid 2 – letter a

Standpunt van de Raad

Amendement

a) “goederencorridor”: het geheel van aangewezen spoorlijnen in lidstaten en, in voorkomend geval, in Europese derde landen, die terminals langs het hoofdtraject van de goederencorridor verbinden, met inbegrip van de spoorweginfrastructuur en de uitrusting daarvan, de rangeer- en vormingsstations en, in voorkomend geval, alternatieve trajecten;

a) “goederencorridor”: het geheel van aangewezen spoorlijnen, met inbegrip van spoorponten, op het grondgebeid van of tussen lidstaten en, in voorkomend geval, Europese derde landen, die twee of meer terminals langs het hoofdtraject van de goederencorridor verbinden en, in voorkomend geval, alternatieve trajecten en segmenten die deze met elkaar verbinden, met inbegrip van de spoorweginfrastructuur en de uitrusting daarvan overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 2001/14/EG;

Amendement  16

Standpunt van de Raad

Artikel 2 – lid 2 – letter c bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

c bis) “één loket”: de door de beheersraad van elke goederencorridor opgerichte gemeenschappelijke instantie die aanvragers in staat stelt op één plaats en in één verrichting een treinpad aan te vragen voor een traject dat minimaal één grens overschrijdt;

Amendement 17

Standpunt van de Raad

Artikel 3 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. De in bijlage I vermelde lidstaten brengen uiterlijk op [drie jaar] na de inwerkingtreding van deze verordening de goederencorridors langs de in bijlage I vermelde hoofdtrajecten tot stand. De betrokken lidstaten stellen de Commissie van de totstandbrenging van de goederencorridors in kennis.

1. De in bijlage I vermelde lidstaten maken uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening de goederencorridors langs de in bijlage I vermelde hoofdtrajecten operationeel. De betrokken lidstaten stellen de Commissie van de totstandbrenging van de goederencorridors in kennis.

Amendement18

Standpunt van de Raad

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

1 bis. De in bijlage I vermelde lidstaten stellen uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening het uitvoeringsplan voor de in bijlage I vermelde goederencorridors op overeenkomstig artikel 8 van deze verordening. Het door de beheersraad opgestelde uitvoeringsplan omvat ook de vaststelling van het tracé van de corridor overeenkomstig artikel 2, lid 2, onder a), na raadpleging van de in artikel 7, leden 6 en 6 bis, bedoelde adviesgroepen.

Amendement  19

Standpunt van de Raad

Artikel 3 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. In afwijking van lid 1 worden de goederencorridors langs de in de punten 3, 5 en 8 van bijlage I vermelde hoofdtrajecten uiterlijk op [vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] tot stand gebracht.

Schrappen

Amendement  20

Standpunt van de Raad

Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

2 bis. Na de kennisgeving van de totstandbrenging van goederencorridors door de lidstaten stelt de Commissie, door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig de artikelen 20, 21 en 22, uiterlijk zes maanden na de totstandbrenging van de in lid 1 bedoelde goederencorridors een besluit vast betreffende een eerste netwerk van goederencorridors, met inbegrip van de in bijlage I goedgekeurde goederencorridors.

Amendement  21

Standpunt van de Raad

Artikel 3 – lid 2 ter (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

2 ter. Het in lid 2 bis bedoelde netwerk van goederencorridors wordt stapsgewijs aangepast en aangevuld op basis van voorstellen voor de totstandbrenging of wijziging van goederencorridors, en nadat de Commissie een besluit heeft vastgesteld door middel van gedelegeerde handelingen overeenkomstig de artikelen 20, 21 en 22. De voorstellen van de lidstaten worden rekening houdend met de in artikel 4, lid 1, vermelde criteria onderzocht.

Amendement  22

Standpunt van de Raad

Artikel 4

Standpunt van de Raad

Amendement

1. Elke lidstaat die met een andere lidstaat een grensspoorlijn deelt, participeert in de totstandbrenging van ten minste één goederencorridor, tenzij reeds op grond van artikel 3 aan deze verplichting is voldaan.

1. Bij de selectie en wijziging van goederencorridors wordt rekening gehouden met de volgende criteria:

2. Onverminderd lid 1 participeren lidstaten op verzoek van een lidstaat in de totstandbrenging van de goederencorridor bedoeld in dat lid of in de verlenging van een bestaande corridor, om een naburige lidstaat in staat te stellen aan zijn verplichting uit hoofde van dat lid te voldoen.

a) de goederencorridor doorkruist het grondgebied van ten minste drie lidstaten, of ten minste twee lidstaten indien de afstand tussen de spoorwegterminals die aan de voorgestelde goederencorridor liggen meer dan 500 kilometer bedraagt;

3. Onverminderd de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van artikel 7 van Richtlijn 91/440/EG is een lidstaat die van oordeel is dat de totstandbrenging van een goederencorridor niet in het belang zou zijn van de aanvragers die waarschijnlijk van de goederencorridor gebruik zullen maken, of geen aanzienlijke sociaaleconomische voordelen zou opleveren of buitensporige lasten zou impliceren, niet verplicht overeenkomstig leden 1 en 2 van dit artikel te participeren, onder voorbehoud van een besluit van de Commissie die handelt overeenkomstig de in artikel 19, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure.

b) de samenhang van de goederencorridor met het TEN-V, de ERTMS-corridors en/of de corridors die door RailNetEurope zijn vastgesteld;

4. Een lidstaat is niet verplicht overeenkomstig leden 1 en 2 te participeren indien de spoorbreedte van zijn net verschilt van die van het hoofdspoornet in de Unie.

c) de integratie van prioritaire TEN-V-projecten in de goederencorridor;

5. Om aan hun verplichtingen uit hoofde van leden 1 en 2 te voldoen, doen de betrokken lidstaten, na raadpleging van de betrokken infrastructuurbeheerders en aanvragers, en uiterlijk op ..., aan de Commissie een gezamenlijk voorstel toekomen betreffende de totstandbrenging van goederencorridors met inachtneming van de criteria van bijlage II.

d) een analyse die het evenwicht tussen de sociaaleconomische kosten en baten van de totstandbrenging van de goederencorridor aantoont;

6. De Commissie onderzoekt de in lid 5 bedoelde voorstellen betreffende de totstandbrenging van een of meer goederencorridors en besluit, volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure, uiterlijk negen maanden na de toezending van het voorstel of het in overeenstemming is met het onderhavige artikel.

e) het bestaan van een uitvoeringsplan;

7. De betrokken lidstaten brengen de goederencorridor uiterlijk drie jaar na het in lid 6 bedoelde besluit van de Commissie tot stand.

f) de samenhang tussen alle door de lidstaten voorgestelde goederencorridors om tot een Europees spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer te komen;

8. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gedelegeerde handelingen te stellen met betrekking tot aanpassingen van bijlage II. Bij de voorbereiding van de in dit lid bedoelde gedelegeerde handelingen houdt de Commissie de hand aan de bepalingen van de Richtlijnen 2001/14/EG en 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (herschikking) en houdt zij in het bijzonder rekening met de invoeringsplannen van interoperabele systemen, de evolutie van het spoorwegsysteem en de TEN-T, en inzonderheid met de tenuitvoerlegging van de ERTMS, alsook met de ontwikkeling op de markt van het goederenvervoer, met inbegrip van de interactie met andere vervoerswijzen.

g) de ontwikkeling van het goederenvervoer per spoor en grote handels- en goederenverkeersstromen op de corridor;

Op deze gelegeerde handelingen zijn de artikelen 20 tot en met 22 van toepassing.

h) in voorkomend geval, betere verbindingen tussen lidstaten en aangrenzende derde landen;

 

i) het belang van de aanvragers bij de goederencorridor;

 

j) het bestaan van een goede verbindingen met andere vervoersmodi, met name dankzij een adequaat net van terminals, onder meer bij zee- en binnenhavens;

 

2. In de goederencorridor kunnen delen van spoorwegnetten van Europese derde landen worden opgenomen. In voorkomend geval moeten die delen in overeenstemming zijn met het TEN-V-beleid.

 

3. De totstandbrenging of wijziging van een goederencorridor wordt voorgesteld door de betrokken lidstaten. Daartoe zenden zij de Commissie een intentieverklaring met een voorstel dat is opgesteld na raadpleging van de betrokken infrastructuurbeheerders en aanvragers, rekening houdend met de in lid 1 vermelde criteria.

 

4. Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening participeert elke lidstaat die met een andere lidstaat een grensspoorlijn deelt, in de totstandbrenging van ten minste één goederencorridor, tenzij reeds op grond van artikel 3 aan deze verplichting is voldaan..

 

5. De Commissie wordt gemachtigd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gedelegeerde handelingen te stellen betreffende de totstandbrenging of wijziging van de in lid 3 bedoelde goederencorridor(s).

6. De Commissie onderzoekt de in lid 3 bedoelde voorstellen betreffende de totstandbrenging van een of meer goederencorridors en besluit, overeenkomstig de in de artikelen 20, 21 en 22 bedoelde gedelegeerde handelingen, uiterlijk zes maanden na toezending van de voorstellen of deze in overeenstemming zijn met het onderhavige artikel.

 

7. De betrokken lidstaten maken de goederencorridor uiterlijk twee jaar na het in lid 6 bedoelde besluit van de Commissie operationeel.

 

8. Onverminderd lid 4 participeren lidstaten op verzoek van een lidstaat in de totstandbrenging van de goederencorridor bedoeld in lid 4 of in de verlenging van de bestaande corridor, om een naburige lidstaat in staat te stellen aan zijn verplichting uit hoofde van dat lid te voldoen.

 

9. Onverminderd de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van artikel 7 van Richtlijn 91/440/EG is een lidstaat die na voorlegging van een sociaaleconomische analyse van oordeel is dat de totstandbrenging van een goederencorridor niet in het belang zou zijn van de aanvragers die waarschijnlijk van de goederencorridor gebruik zullen maken, of geen aanzienlijke sociaaleconomische voordelen zou opleveren of buitensporige lasten zou impliceren, niet verplicht overeenkomstig leden 4 en 6 van dit artikel te participeren, onder voorbehoud van een besluit van de Commissie overeenkomstig de in artikel 20, lid 21, bedoelde gedelegeerde handelingen.

 

10. Wanneer twee of meer van de betrokken lidstaten het niet eens worden over de totstandbrenging of wijziging van een goederencorridor die betrekking heeft op de op hun grondgebied gelegen spoorweginfrastructuur, raadpleegt de Commissie, op verzoek van een van de betrokken lidstaten, het in artikel 19 bedoelde comité over deze aangelegenheid. Het advies van de Commissie wordt ter kennis van de betrokken lidstaten gebracht. De betrokken lidstaten nemen dit advies in aanmerking om een oplossing te vinden en nemen in onderlinge overeenstemming een besluit.

Amendement  23

Standpunt van de Raad

Artikel 5

Standpunt van de Raad

Amendement

Artikel 5

 

Wijziging van de goederencorridors

Schrappen

1. De in de artikelen 3 en 4 bedoelde goederencorridors kunnen worden gewijzigd op grond van een gezamenlijk voorstel dat de betrokken lidstaten, na raadpleging van de betrokken infrastructuurbeheerders en aanvragers, aan de Commissie zenden.

 

2. De Commissie neemt volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure een besluit over het voorstel met inachtneming van de criteria van bijlage II.

 

Amendement  24

Standpunt van de Raad

Artikel 6

Standpunt van de Raad

Amendement

Artikel 6

 

Bemiddeling

Schrappen

Wanneer twee of meer van de betrokken lidstaten het niet eens worden over de totstandbrenging of wijziging van een goederencorridor die betrekking heeft op de op hun grondgebied gelegen spoorweginfrastructuur, raadpleegt de Commissie, op verzoek van een van de betrokken lidstaten, het in artikel 19 bedoelde comité over deze aangelegenheid. Het advies van de Commissie wordt ter kennis van de betrokken lidstaten gebracht. De betrokken lidstaten nemen dit advies in aanmerking om een oplossing te vinden en nemen in onderlinge overeenstemming een besluit.

 

Amendement 25

Standpunt van de Raad

Artikel 7 – lid -1 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(1 bis) De lidstaten en de infrastructuurbeheerders die bij een goederencorridor betrokken zijn, werken in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde raden samen met het oog op de ontwikkeling van de goederencorridor overeenkomstig het uitvoeringsplan.

Amendement 26

Standpunt van de Raad

Artikel 7 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. Per goederencorridor stellen de betrokken lidstaten een raad van bestuur in die verantwoordelijk is voor het bepalen van de algemene doelstellingen van de goederencorridor, het houden van toezicht en het nemen van de maatregelen waarin uitdrukkelijk wordt voorzien bij de artikelen 8, 10 en 20. De raad van bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van de autoriteiten van de betrokken lidstaten.

1. Per goederencorridor stellen de betrokken lidstaten een raad van bestuur in die verantwoordelijk is voor het bepalen van de algemene doelstellingen van de goederencorridor, het houden van toezicht en het nemen van de maatregelen waarin uitdrukkelijk wordt voorzien bij de artikelen 8 en 10. De raad van bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van de autoriteiten van de betrokken lidstaten.

Motivering

Niet alle besluiten van de beheersraad betreffen de lidstaten (met name de besluiten over interne operationele verbeteringen). In de zin van Richtlijn 2001/14/EG moeten de infrastructuurbeheerders een zekere ondernemersvrijheid behouden.

Amendement  27

Standpunt van de Raad

Artikel 7 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. Per goederencorridor stellen de betrokken infrastructuurbeheerders en, in voorkomend geval, de toewijzende instanties als bedoeld in artikel 14, lid 2, van Richtlijn 2001/14/EG een beheersraad in dat verantwoordelijk is voor het nemen van de maatregelen waarin uitdrukkelijk wordt voorzien bij lid 6 en bij artikel 8, artikel 10, artikel 12, lid 1, artikel 13, leden 2, 5 en 6, artikel 15, lid 1, artikel 16 en artikel 17, leden 2 en 3 van deze verordening. De beheersraad bestaat uit vertegenwoordigers van de infrastructuurbeheerders.

2. Per goederencorridor stellen de betrokken infrastructuurbeheerders en, in voorkomend geval, de toewijzende instanties als bedoeld in artikel 14, lid 2, van Richtlijn 2001/14/EG een beheersraad in dat verantwoordelijk is voor het nemen van de maatregelen waarin uitdrukkelijk wordt voorzien bij de leden 6 en 7 van dit artikel en bij de artikelen 8 tot en met 16 van deze verordening.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement 28

Standpunt van de Raad

Artikel 7 – lid 4

Standpunt van de Raad

Amendement

4. De beheersraad neemt zijn besluiten, waaronder de besluiten betreffende zijn rechtspositie, middelen en personeel, op basis van de onderlinge overeenstemming van de betrokken infrastructuurbeheerders.

4. De beheersraad neemt zijn besluiten, waaronder de besluiten betreffende zijn rechtspositie, de vaststelling van zijn organisatiestructuur, zijn middelen en zijn personeel, op basis van de onderlinge overeenstemming van de betrokken infrastructuurbeheerders. De beheersraad is een onafhankelijke juridische entiteit. Hij kan worden opgericht in de vorm van een Europees economisch samenwerkingsverband in de zin van Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (EESV).

Amendement 29

Standpunt van de Raad

Artikel 7 – lid 6

Standpunt van de Raad

Amendement

6. De beheersraad stelt een adviesgroep in die bestaat uit beheerders en eigenaars van de terminals van de goederencorridor. Die adviesgroep kan advies uitbrengen over elk voorstel van de beheersraad dat rechtstreekse gevolgen heeft voor de investeringen in en het beheer van de terminals. Zij kan ook op eigen initiatief adviezen verstrekken. De beheersraad neemt elk advies in aanmerking.

6. De beheersraad stelt een adviesgroep in die bestaat uit beheerders en eigenaars van de terminals, met inbegrip van zee- en binnenhavens, van de goederencorridor. Die adviesgroep kan advies uitbrengen over elk voorstel van de beheersraad dat rechtstreekse gevolgen heeft voor de investeringen in en het beheer van de terminals. Zij kan ook op eigen initiatief adviezen verstrekken. De beheersraad neemt elk advies in aanmerking. Het definitieve besluit wordt echter door de beheersraad genomen. Als de beheersraad en de adviesgroep van mening verschillen, kan laatstgenoemde zich wenden tot de raad van bestuur. De raad van bestuur treedt op als bemiddelaar en deelt de betrokkenen tijdig zijn standpunt mee.

Amendement  30

Standpunt van de Raad

Artikel 7 – lid 6 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

6 bis. De beheersraad stelt een adviesgroep in die bestaat uit spoorwegondernemingen die belangstelling hebben om de goederencorridor te gebruiken. De adviesgroep kan advies uitbrengen over elk voorstel van de beheersraad dat gevolgen heeft voor deze ondernemingen. De adviesgroep kan ook op eigen initiatief adviezen verstrekken. De beheersraad neemt elk advies in aanmerking. Het definitieve besluit wordt echter door de beheersraad genomen. Als de beheersraad en de adviesgroep van mening verschillen, kan laatstgenoemde zich wenden tot de raad van bestuur. De raad van bestuur treedt op als bemiddelaar en deelt de betrokkenen tijdig zijn standpunt mee.

Amendement  31

Standpunt van de Raad

Artikel 7 – lid 6 ter (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

6 ter. De beheersraad verplicht de bij de goederencorridor betrokken infrastructuurbeheerders ertoe gebruik te maken van interoperabele IT-toepassingen of in de toekomst beschikbare alternatieve oplossingen voor de behandeling van aanvragen voor internationale rijpaden en de exploitatie van het internationale vervoer in de corridor.

Motivering

Om de samenwerking van de infrastructuurbeheerders, zowel op het vlak van de programmering van de dienstregelingen als ook in het kader van het verkeersbeheer te verbeteren, verplicht de beheersraad de betrokken infrastructuurbeheerders ertoe gebruik te maken van technische oplossingen.

Amendement  32

Standpunt van de Raad

Artikel 8 – punt 1 – letter b

Standpunt van de Raad

Amendement

b) de essentiële elementen van de in lid 3 bedoelde vervoers- en verkeersstudie;

b) de essentiële elementen van de in lid 3 bedoelde studie;

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  33

Standpunt van de Raad

Artikel 8 – lid 3

Standpunt van de Raad

Amendement

3. De beheersraad verricht periodiek een vervoers- en verkeersstudie betreffende de geconstateerde en verwachte veranderingen in de verschillende soorten verkeer op de goederencorridor, met betrekking tot zowel het goederenvervoer als het personenvervoer.

3. De beheersraad verricht een vervoersmarktstudie betreffende de geconstateerde en verwachte veranderingen in de verschillende soorten verkeer op de goederencorridor ten gevolge van de totstandbrenging van de goederencorridor, met betrekking tot zowel het goederenvervoer als het personenvervoer, en actualiseert deze studie periodiek.

 

 

In deze studie worden ook de sociaaleconomische kosten en baten van de totstandbrenging van de goederencorridor bekeken.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  34

Standpunt van de Raad

Artikel 8 – lid 3 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

3 bis. Er wordt een programma opgesteld om de prestaties van de goederencorridor te definiëren en te verbeteren. Dit programma omvat met name de gemeenschappelijke doelstellingen, de technische keuzes en het tijdschema van de voor de spoorweginfrastructuur en de uitrusting daarvan noodzakelijke acties ter uitvoering van alle in de artikelen 10 tot en met 17 bedoelde maatregelen, die een eventuele beperking van de capaciteit van de spoorwegen moeten voorkomen of tot een minimum beperken.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement 35

Standpunt van de Raad

Artikel 8 – lid 4

Standpunt van de Raad

Amendement

4. Het uitvoeringsplan houdt rekening met de ontwikkeling van terminals om te voldoen aan de behoeften van het goederenverkeer per spoor dat op de goederencorridor rijdt.

4. Het uitvoeringsplan houdt rekening met de ontwikkeling van terminals om te voldoen aan de behoeften van het goederenverkeer per spoor dat op de goederencorridor rijdt, met name als intermodale knooppunten op de goederencorridors. Begrepen hierin is samenwerking met regionale en lokale overheden. Ook moet de toepassing van passende veiligheidsmaatregelen voor het vervoer per spoor van gevaarlijke goederen in aanmerking worden genomen.

Motivering

Amendement  36

Standpunt van de Raad

Artikel 9

Standpunt van de Raad

Amendement

De beheersraad stelt raadplegingsregelingen in met het oog op een juiste deelname van de aanvragers die waarschijnlijk van de goederencorridor gebruik zullen maken. Het zorgt er in het bijzonder voor dat de aanvragers worden geraadpleegd voordat het in artikel 8 bedoelde uitvoeringsplan aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.

De beheersraad stelt raadplegingsregelingen in met het oog op een juiste deelname van de aanvragers die waarschijnlijk van de goederencorridor gebruik zullen maken. Hij zorgt er in het bijzonder voor dat de aanvragers en de organisaties die hen vertegenwoordigen, worden geraadpleegd voordat het in artikel 8 bedoelde uitvoeringsplan aan de raad van bestuur wordt voorgelegd.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  37

Standpunt van de Raad

Artikel 9 – nieuw lid

Standpunt van de Raad

Amendement

 

Wanneer de beheersraad en de aanvragers geen overeenstemming bereiken, kunnen laatstgenoemden zich wenden tot de toezichthoudende instanties als bedoeld in artikel 18.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  38

Standpunt van de Raad

Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule

Standpunt van de Raad

Amendement

1. De beheersraad stelt een investeringsplan op, dat periodiek wordt getoetst. Het wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur. Dit plan omvat:

1. De beheersraad stelt een investeringsplan op, dat periodiek wordt getoetst. Het omvat de indicatieve investeringen in infrastructuur in de goederencorridor op middellange en lange termijn en wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur. Dit plan omvat:

Amendement  39

Standpunt van de Raad

Artikel 10 – lid 1 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

1 bis. De in lid 1 bedoelde investeringsplannen bevatten een strategie voor de capaciteitsverhoging van goederentreinen die op de goederencorridor kunnen rijden, en wel voor de verwijdering van de vastgestelde knelpunten, de verbetering van de bestaande infrastructuur en de bouw van nieuwe infrastructuur. De strategie kan maatregelen omvatten voor een toename van de lengte, de spoorwijdte, het laadprofiel, het snelheidsbeheer, de vervoerde lading of de asbelasting voor treinen die op de goederencorridor rijden.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  40

Standpunt van de Raad

Artikel 10 – lid 1 ter (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

1 ter. De in lid 1 bedoelde investeringsplannen worden bekendgemaakt in het in artikel 16 bedoelde document en worden regelmatig geactualiseerd. Zij maken deel uit van het uitvoeringsplan van de goederencorridor.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  41

Standpunt van de Raad

Artikel 11

Standpunt van de Raad

Amendement

De betrokken infrastructuurbeheerders coördineren en publiceren, op passende wijze en volgens een passend tijdschema, hun programma voor de uitvoering van alle werkzaamheden aan de infrastructuur en de uitrusting ervan die de beschikbare capaciteit van de goederencorridor zouden beperken.

De beheersraad coördineert en publiceert, op passende wijze, volgens een passend tijdschema en in overeenstemming met Richtlijn 2001/14/EG, zijn programma voor de uitvoering van alle werkzaamheden aan de infrastructuur en de uitrusting ervan die de beschikbare capaciteit van de goederencorridor zouden beperken.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  42

Standpunt van de Raad

Artikel 12 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. Door de beheersraad van een goederencorridor wordt een gemeenschappelijke instantie en/of een informatiesysteem via samenwerking tussen infrastructuurbeheerders (“enig loket”) aangewezen of ingesteld die/dat aanvragers de mogelijkheid biedt op één enkele plaats en in één enkele handeling infrastructuurcapaciteit aan te vragen voor goederentreinen die ten minste één grens overschrijdt via de goederencorridor.

1. Door de beheersraad van een goederencorridor wordt een gemeenschappelijke instantie en/of een informatiesysteem via samenwerking tussen infrastructuurbeheerders (“één loket”) aangewezen of ingesteld die/dat aanvragers de mogelijkheid biedt op één enkele plaats en in één enkele handeling aanvragen in te dienen en antwoorden te ontvangen betreffende infrastructuurcapaciteit voor goederentreinen die ten minste één grens overschrijdt via de goederencorridor.

Amendement 43

Standpunt van de Raad

Artikel 12 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. Het enig loket verstrekt ook de basisinformatie betreffende de toewijzing van infrastructuurcapaciteit, waaronder de in artikel 16 bedoelde informatie.

2. Het ene loket toont de infrastructuurcapaciteit die op het moment van de aanvraag beschikbaar is, alsook de kenmerken ervan volgens vooraf vastgestelde parameters, zoals de lengte, het laadprofiel of de asbelasting die zijn toegestaan voor treinen die op de goederencorridor rijden.

Amendement 44

Standpunt van de Raad

Artikel 12 – lid 2 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

2 bis. Het ene loket neemt een besluit betreffende de aanvragen van gefaciliteerde goederentreinpaden als bedoeld in artikel 13, lid 3, en reservecapaciteit als bedoeld in artikel 13, lid 5. Het stelt de bevoegde infrastructuurbeheerders onverwijld in kennis van deze aanvragen en het desbetreffende besluit.

Amendement  45

Standpunt van de Raad

Artikel 12 – lid 3

Standpunt van de Raad

Amendement

3. Het enig loket stuurt iedere aanvraag van infrastructuurcapaciteit onverwijld door naar de bevoegde infrastructuurbeheerders en, in voorkomend geval, de toewijzende instanties als bedoeld in artikel 14, lid 2, van Richtlijn 2001/14/EG, die over de aanvraag besluiten overeenkomstig artikel 13 en hoofdstuk III van die richtlijn.

3. Indien een aanvraag van infrastructuurcapaciteit niet overeenkomstig lid 2 bis kan worden ingewilligd, stuurt het ene loket de aanvraag van infrastructuurcapaciteit onverwijld door naar de bevoegde infrastructuurbeheerders en, in voorkomend geval, de toewijzende instanties als bedoeld in artikel 14, lid 2, van Richtlijn 2001/14/EG, die over de aanvraag besluiten overeenkomstig artikel 13 en hoofdstuk III van die richtlijn, en dit besluit voor verdere afhandeling aan het ene loket meedelen.

Amendement  46

Standpunt van de Raad

Artikel 12 – lid 4

Standpunt van de Raad

Amendement

4. De activiteiten van het enig loket worden op transparante en niet-discriminerende wijze uitgeoefend. Deze activiteiten staan onder controle van de toezichthoudende instanties overeenkomstig artikel 18.

4. De activiteiten van het ene loket worden op transparante wijze uitgeoefend. Daartoe wordt een register bijgehouden met vermelding van de datum van indiening van de aanvragen, de namen van de aanvragers, de documenten die zij hebben overgelegd en het gevolg dat aan de aanvragen is gegeven. Om discriminatie te voorkomen, mogen alle betrokken partijen dit register inkijken. Deze activiteiten staan onder controle van de toezichthoudende instanties overeenkomstig artikel 18.

Amendement  47

Standpunt van de Raad

Artikel 12 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

Artikel 12 bis

Standaardcategorieën van treinpaden in de goederencorridors

 

1. De beheersraad stelt standaardcategorieën van voor het goederenvervoer bestemde treinpaden vast, die over de hele goederencorridor gelden, en werkt deze periodiek bij. Ten minste één van die categorieën (“gefaciliteerd goederenvervoer”) omvat een treinpad met een efficiënte vervoerstijd en stiptheidsgarantie.

 

 

2. De criteria voor de vaststelling van de standaardcategorieën van goederenverkeer worden door de beheersraad vastgesteld na raadpleging van de aanvragers als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/14/EG die waarschijnlijk van de goederencorridor gebruik zullen maken.

Motivering

Amendement  48

Standpunt van de Raad

Artikel 13 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. De lidstaten werken onderling samen aan het kader voor de toewijzing van de infrastructuurcapaciteit in de goederencorridor overeenkomstig hun in artikel 14, lid 1, van Richtlijn 2001/14/EG vermelde bevoegdheden.

1. De beheersraad van de goederencorridor en de in artikel 7, lid 6, bedoelde adviesgroep voeren procedures in met het oog op een optimale coördinatie van de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en terminalcapaciteit.

Amendement  49

Standpunt van de Raad

Artikel 13 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. De beheersraad beoordeelt de behoefte aan toe te wijzen capaciteit voor goederentreinen die op de goederencorridor rijden aan de hand van de in artikel 8, lid 3, van deze verordening bedoelde vervoers- en verkeersstudie, de verzoeken om verwerking van aanvragen van infrastructuurcapaciteit in voormalige en vigerende dienstregelingen, en de kaderovereenkomsten.

2. De beheersraad beoordeelt de behoefte aan toe te wijzen capaciteit voor goederentreinen die op de goederencorridor rijden aan de hand van de in artikel 8, lid 3, van deze verordening bedoelde vervoersmarktstudie, de verzoeken om verwerking van aanvragen van infrastructuurcapaciteit in voormalige en vigerende dienstregelingen, en de kaderovereenkomsten.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  50

Standpunt van de Raad

Artikel 13 - lid 3

Standpunt van de Raad

Amendement

3. Uitgaande van de in lid 2 van dit artikel bedoelde beoordeling werken de infrastructuurbeheerders van de goederencorridor volgens de in artikel 15 van Richtlijn 2001/14/EG bedoelde procedures samen bij het bepalen en organiseren van tevoren geregelde internationale treinpaden voor goederentreinen, onder erkenning van de capaciteitsbehoefte van andere soorten vervoer, met inbegrip van personenvervoer. De publicatie van deze tevoren geregelde treinpaden geschiedt uiterlijk drie maanden vóór de uiterste datum voor het indienen van verzoeken om verwerking van capaciteitsaanvragen als bedoeld in bijlage III van Richtlijn 2001/14/EG. De infrastructuurbeheerders van verscheidene goederencorridors kunnen in voorkomend geval van tevoren geregelde internationale treinpaden die capaciteit bieden op de betrokken goederencorridors, coördineren.

3. Uitgaande van de in lid 2 van dit artikel bedoelde beoordeling werken de infrastructuurbeheerders van de goederencorridor volgens de in artikel 15 van Richtlijn 2001/14/EG bedoelde procedures samen bij het bepalen en organiseren van tevoren geregelde internationale treinpaden voor goederentreinen, onder erkenning van de capaciteitsbehoefte van andere soorten vervoer, met inbegrip van personenvervoer. Een aantal van deze van tevoren geregelde treinpaden zijn, naar gelang van de beschikbare capaciteit, treinpaden voor gefaciliteerd goederenvervoer. De publicatie van de tevoren geregelde treinpaden geschiedt uiterlijk drie maanden vóór de uiterste datum voor het indienen van verzoeken om verwerking van capaciteitsaanvragen als bedoeld in bijlage III van Richtlijn 2001/14/EG. De infrastructuurbeheerders van verscheidene goederencorridors kunnen in voorkomend geval van tevoren geregelde internationale treinpaden die capaciteit bieden op de betrokken goederencorridors, coördineren.

Amendement  51

Standpunt van de Raad

Artikel 13 – lid 5 – alinea 1

Standpunt van de Raad

Amendement

5. De infrastructuurbeheerders werken samen bij het bepalen van de reservecapaciteit voor internationale goederentreinen die op de goederencorridor rijden, indien de marktbehoefte en de in lid 2 van dit artikel bedoelde beoordeling dat rechtvaardigen; zij erkennen daarbij de capaciteitsbehoefte van andere soorten vervoer, met inbegrip van het personenvervoer, en houden deze reservecapaciteit binnen hun definitieve dienstregelingen beschikbaar om snel en adequaat te kunnen reageren op de in artikel 23 van Richtlijn 2001/14/EG bedoelde ad-hocaanvragen voor capaciteit. Deze capaciteit wordt in reserve gehouden tot de tijdlimiet vóór de geplande tijd ervan, als besloten door de beheersraad. Deze tijdlimiet mag niet langer zijn dan 90 dagen.

5. De infrastructuurbeheerders werken samen bij het bepalen van de reservecapaciteit voor internationale goederentreinen die op de goederencorridor rijden, indien de marktbehoefte en de in lid 2 van dit artikel bedoelde beoordeling dat rechtvaardigen; zij respecteren daarbij de capaciteitsbehoefte van andere soorten vervoer, met inbegrip van het personenvervoer, en houden deze reservecapaciteit binnen hun definitieve dienstregelingen beschikbaar om snel en adequaat te kunnen reageren op de in artikel 23 van Richtlijn 2001/14/EG bedoelde ad-hocaanvragen voor capaciteit. Deze capaciteit wordt in reserve gehouden tot de tijdlimiet vóór de geplande tijd ervan, als besloten door de beheersraad. Deze tijdlimiet mag niet langer zijn dan 30 dagen.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  52

Standpunt van de Raad

Artikel 13 – lid 5 – alinea 2

Standpunt van de Raad

Amendement

De reservecapaciteit wordt vastgesteld op basis van de in lid 2 bedoelde beoordeling. Deze reservecapaciteit wordt alleen beschikbaar gesteld als er een echte marktbehoefte bestaat.

Schrappen

Amendement  53

Standpunt van de Raad

Artikel 13 – lid 6 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

6 bis. De infrastructuurbeheerders nemen in hun gebruiksvoorwaarden een vergoeding op voor toegewezen maar uiteindelijk toch niet gebruikte treinpaden. De hoogte van deze vergoeding is adequaat, ontradend en doeltreffend.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  54

Standpunt van de Raad

Artikel 13 – lid 7

Standpunt van de Raad

Amendement

7. Behalve in geval van overmacht kan een krachtens dit artikel aan een goederenvervoersactiviteit toegewezen treinpad niet minder dan één maand voor de geplande tijd in de dienstregeling worden ingetrokken zonder instemming van de betrokken aanvrager. In een dergelijk geval tracht de betrokken infrastructuurbeheerder de aanvrager een treinpad van vergelijkbare kwaliteit en betrouwbaarheid aan te bieden, dat de aanvrager kan aanvaarden of weigeren. Deze bepaling doet geen afbreuk aan enig recht van de aanvrager uit hoofde van een overeenkomst als bedoeld in artikel 19, lid 1, van Richtlijn 2001/14/EG.

7. Behalve in geval van overmacht, bij het uit veiligheidsoverwegingen afsluiten van een tracé en bij kortstondige werkzaamheden aan de spoorweginfrastructuur kan een krachtens dit artikel aan een gefaciliteerde goederenvervoersactiviteit toegewezen treinpad niet minder dan drie maanden voor de geplande tijd in de dienstregeling worden ingetrokken indien de betrokken aanvrager daar niet mee instemt. In een dergelijk geval tracht de betrokken infrastructuurbeheerder de aanvrager een treinpad van vergelijkbare kwaliteit en betrouwbaarheid aan te bieden, dat de aanvrager kan aanvaarden of weigeren. Deze bepaling doet geen afbreuk aan enig recht van de aanvrager uit hoofde van een overeenkomst als bedoeld in artikel 19, lid 1, van Richtlijn 2001/14/EG. De aanvrager kan de zaak in elk geval aanhangig maken bij de toezichthoudende instantie.

Amendement  55

Standpunt van de Raad

Artikel 13 – lid 8

Standpunt van de Raad

Amendement

8. De infrastructuurbeheerders van de goederencorridor en de in artikel 7, lid 6, bedoelde adviesgroep voeren procedures in om de toewijzing van capaciteit met betrekking tot zowel de in artikel 12, lid 1, bedoelde aanvragen als de door de betrokken infrastructuurbeheerders ontvangen aanvragen zo goed mogelijk tussen de infrastructuurbeheerders te coördineren. Hierbij wordt ook de toegang tot terminals in aanmerking genomen.

8. De beheersraad van de goederencorridor en de in artikel 7, leden 6 en 6 bis, bedoelde adviesgroepen voeren procedures in om de toewijzing van capaciteit met betrekking tot zowel de in artikel 12, lid 1, bedoelde aanvragen als de door de betrokken infrastructuurbeheerders ontvangen aanvragen zo goed mogelijk tussen de infrastructuurbeheerders te coördineren. Hierbij wordt ook de toegang tot terminals in aanmerking genomen.

Amendement  56

Standpunt van de Raad

Artikel 13 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

Artikel 13 bis

 

Gemachtigde aanvragers

 

In afwijking van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2001/14/EG kunnen andere aanvragers dan spoorwegondernemingen en hun internationale samenwerkingsverbanden treinpaden aanvragen voor het vervoer van goederen wanneer die betrekking hebben op verscheidene segmenten van de goederencorridor.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  57

Standpunt van de Raad

Artikel 14 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. De infrastructuurbeheerders van de goederencorridor voeren coördinatieprocedures in voor het beheer van het verkeer langs de goederencorridor en kunnen coördinatieprocedures invoeren voor het beheer van het verkeer langs verscheidene goederencorridors.

1. De beheersraad van de goederencorridor voert coördinatieprocedures in voor het beheer van het verkeer langs de goederencorridor.

Amendement  58

Standpunt van de Raad

Artikel 14 – lid 1 – nieuwe alinea

Standpunt van de Raad

Amendement

 

De beheersraden van verbonden goederencorridors voeren coördinatieprocedures in voor het verkeer langs verscheidene goederencorridors.

Amendement  59

Standpunt van de Raad

Artikel 15 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. De beheersraad stelt gemeenschappelijke streefdoelen vast voor stiptheid en/of gemeenschappelijke richtsnoeren voor het beheer van het verkeer bij verstoring van het treinverkeer op de goederencorridor.

1. De beheersraad stelt in de in artikel 3 en bijlage I van Richtlijn 2001/14/EG bedoelde netverklaring de voorrangsregels vast voor de verschillende soorten verkeer bij verstoring van het verkeer op de goederencorridor en maakt deze bekend.

Amendement  60

Standpunt van de Raad

Artikel 15 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. Iedere betrokken infrastructuurbeheerder stelt, conform de in lid 1 van dit artikel bedoelde gemeenschappelijke streefdoelen en/of richtsnoeren, voorrangsregels op voor het beheer van de verschillende soorten verkeer op de gedeelten van de goederencorridor die onder zijn bevoegdheid vallen. De voorrangsregels worden gepubliceerd in de in artikel 3 van Richtlijn 2001/14/EG bedoelde netverklaring.

Schrappen

Amendement  61

Standpunt van de Raad

Artikel 15 – lid 3

Standpunt van de Raad

Amendement

3. In de beginselen voor de vaststelling van de voorrangsregels wordt ten minste bepaald dat het in artikel 13, leden 3 en 5, bedoelde treinpad dat is toegewezen aan een goederentrein die de geplande tijd in de dienstregeling aanhoudt, zo veel als mogelijk is, ongewijzigd blijft. De beginselen voor de vaststelling van de voorrangsregels beogen de tijd die nodig is om de normale toestand op het gehele net te herstellen, rekening houdend met de behoeften van alle soorten vervoer, tot een minimum te beperken. Daartoe kunnen de infrastructuurbeheerders het beheer tussen de verschillende soorten vervoer langs verscheidene goederencorridors coördineren.

3. In de beginselen voor de vaststelling van de voorrangsregels wordt ten minste bepaald dat het in artikel 12 bis, lid 1, bedoelde treinpad dat is toegewezen aan een goederentrein die de geplande tijd in de dienstregeling aanhoudt, zo veel als mogelijk is, ongewijzigd blijft. De beginselen voor de vaststelling van de voorrangsregels beogen de tijd die nodig is om de normale toestand op het gehele net te herstellen, rekening houdend met de behoeften van alle soorten vervoer, tot een minimum te beperken. Daartoe kunnen de infrastructuurbeheerders het beheer tussen de verschillende soorten vervoer langs verscheidene goederencorridors coördineren.

Amendement  62

Standpunt van de Raad

Artikel 16 – letter c

Standpunt van de Raad

Amendement

c) de informatie betreffende de in artikel 13, lid 8, en artikel 14, lid 2, bedoelde procedures;

c) de informatie betreffende de in de artikelen 12, 13, 13 bis, 14 en 15, bedoelde procedures;

Amendement  63

Standpunt van de Raad

Artikel 17 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. De infrastructuurbeheerders van de goederencorridor bevorderen de verenigbaarheid van de in artikel 11 van Richtlijn 2001/14/EG bedoelde prestatieregelingen.

1. De beheersraad van de goederencorridor zorgt voor de samenhang tussen de in artikel 11 van Richtlijn 2001/14/EG bedoelde prestatieregelingen. Op deze samenhang wordt toezicht gehouden door de toezichthoudende instanties, die voor dit toezicht samenwerken overeenkomstig artikel 18, lid 1.

Amendement  64

Standpunt van de Raad

Artikel 17 – lid 1 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

1 bis. Om de kwaliteit van de dienstverlening en de capaciteit van de internationale en binnenlandse diensten voor goederenvervoer op de goederencorridor te meten, stellen de beheersraad en de in artikel 7, lid 6, bedoelde adviesgroep de prestatie-indicatoren voor de goederencorridor vast en maken zij deze ten minste één keer per jaar bekend. De uitvoeringsvoorschriften voor deze indicatoren worden in voorkomend geval vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure.

Amendement  65

Standpunt van de Raad

Artikel 18 – lid 1 – nieuwe alinea

Standpunt van de Raad

Amendement

 

De beheersraad en andere derden die bij de internationale capaciteitstoewijzing betrokken zijn, zijn verplicht de bevoegde toezichthoudende instanties onverwijld alle nodige informatie te verstrekken over de internationale treinpaden en capaciteit waarvoor zij verantwoordelijk zijn.

Amendement  66

Standpunt van de Raad

Artikel 18 – lid 1 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

1 bis. De in artikel 30 van Richtlijn 2001/14/EG bedoelde toezichthoudende instanties waarborgen een niet-discriminerende toegang tot de corridor en fungeren als de in artikel 30, lid 2, van die richtlijn bedoelde beroepsinstantie. Om vrije en eerlijke concurrentie op de markt voor het spoorwegvervoer in Europa te bevorderen, wordt in heel Europa een vergelijkbaar niveau van toezicht ingevoerd. De toezichthoudende instanties moeten voor de marktdeelnemers gemakkelijk toegankelijk zijn. Zij moeten hun besluiten onafhankelijk en effectief kunnen nemen. Zij moeten over voldoende financiële en competente personele middelen beschikken om alle klachten binnen twee maanden na ontvangst van alle relevante informatie te kunnen behandelen.

Motivering

Ongelijke normen voor toezicht werken oneerlijke concurrentie op de markt voor het spoorwegvervoer in de hand. Om een niet-discriminerende toegang tot de corridor te waarborgen, moet in alle lidstaten een vergelijkbaar niveau van toezicht worden ingevoerd.

Amendement  67

Standpunt van de Raad

Artikel 18 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. Bij een aan de toezichthoudende instantie gerichte klacht van een aanvrager betreffende internationale goederenvervoersdiensten per spoor of in het kader van een door een toezichthoudende instantie op eigen initiatief ingesteld onderzoek raadpleegt deze toezichthoudende instantie de toezichthoudende instanties van alle andere lidstaten op het grondgebied waarvan het betreffende internationale treinpad voor het goederenvervoer per spoor loopt en vraagt zij deze om alle noodzakelijke informatie alvorens een beslissing te nemen.

2. Bij een klacht van een aanvrager over internationale goederenvervoersdiensten per spoor of in het kader van een ambtshalve ingesteld onderzoek raadpleegt de betrokken toezichthoudende instantie de toezichthoudende instantie van elke andere lidstaat op het grondgebied waarvan de betrokken goederencorridor loopt en vraagt zij deze om de nodige informatie alvorens een beslissing te nemen. De andere toezichthoudende instanties verstrekken alle informatie die zij zelf krachtens hun nationale wetgeving mogen vragen. In voorkomend geval doet de toezichthoudende instantie waarbij de klacht is ingediend of die het routineonderzoek heeft ingesteld, het dossier toekomen aan de bevoegde toezichthoudende instantie om deze in staat te stellen maatregelen te nemen ten aanzien van de betrokken partijen overeenkomstig de procedure van artikel 30, leden 5 en 6, van Richtlijn 2001/14/EG.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  68

Standpunt van de Raad

Artikel 20 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. De bevoegdheid om de in artikel 4, lid 8, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor het einde van de periode van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt automatisch verlengd met dezelfde periode, tenzij het Europees Parlement of de Raad de bevoegdheid intrekt overeenkomstig artikel 21.

1. De bevoegdheid om de in artikel 3, leden 2 bis en 2 ter, en artikel 4, leden 5, 6 en 9, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor het einde van de periode van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt automatisch verlengd met dezelfde periode, tenzij het Europees Parlement of de Raad de bevoegdheid intrekt overeenkomstig artikel 21.

Motivering

Door dit amendement sluit de formulering van de procedure voor gedelegeerde handelingen aan bij de formulering die door de instellingen in andere dossiers werd overeengekomen.

Amendement  69

Standpunt van de Raad

Artikel 21 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. De delegatie van de in artikel 20 bedoelde bevoegdheid kan door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken.

1. De delegatie van de in artikel 20 bedoelde bevoegdheid kan door het Europees Parlement of de Raad te allen tijde worden ingetrokken.

Motivering

Door dit amendement sluit de formulering van de procedure voor gedelegeerde handelingen aan bij de formulering die door de instellingen in andere dossiers werd overeengekomen.

Amendement  70

Standpunt van de Raad

Artikel 21 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. De instelling die een interne procedure is begonnen om te besluiten of zij de bevoegdheidsdelegatie wenst in te trekken, streeft na de andere instelling en de Commissie hiervan uiterlijk een maand voordat een definitief besluit wordt genomen, op de hoogte te stellen en geeft daarbij aan welke gedelegeerde bevoegdheden mogelijk worden ingetrokken en waarom.

2. De instelling die een interne procedure is begonnen om te besluiten of zij de bevoegdheidsdelegatie wenst in te trekken, streeft na de andere instelling en de Commissie hiervan binnen een redelijke termijn voordat een definitief besluit wordt genomen, op de hoogte te stellen en geeft daarbij aan welke gedelegeerde bevoegdheden mogelijk worden ingetrokken en waarom.

Motivering

Door dit amendement sluit de formulering van de procedure voor gedelegeerde handelingen aan bij de formulering die door de instellingen in andere dossiers werd overeengekomen.

Amendement  71

Standpunt van de Raad

Artikel 22 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. Het Europees Parlement of de Raad kunnen tegen de gedelegeerde handeling bezwaar maken binnen een periode van drie maanden na de datum van kennisgeving.

1. Het Europees Parlement of de Raad kunnen bezwaar aantekenen tegen de gedelegeerde handeling binnen twee maanden na de datum van kennisgeving.

Motivering

Door dit amendement sluit de formulering van de procedure voor gedelegeerde handelingen aan bij de formulering die door de instellingen in andere dossiers werd overeengekomen.

Amendement  72

Standpunt van de Raad

Artikel 22 – lid 1 – nieuwe alinea

Standpunt van de Raad

Amendement

 

Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met twee maanden verlengd.

Motivering

Door dit amendement sluit de formulering van de procedure voor gedelegeerde handelingen aan bij de formulering die door de instellingen in andere dossiers werd overeengekomen.

Amendement  73

Standpunt van de Raad

Artikel 22 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. Indien noch het Europees Parlement noch de Raad bij het verstrijken van deze termijn bezwaar hebben aangetekend tegen de gedelegeerde handeling, of indien het Europees Parlement en de Raad beide voor die datum aan de Commissie hebben laten weten dat zij geen bezwaar zullen aantekenen, treedt de gedelegeerde handeling in werking op de daarin bepaalde datum.

2. Indien noch het Europees Parlement noch de Raad bezwaar hebben aangetekend tegen de gedelegeerde handeling, wordt zij bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt zij in werking op de daarin bepaalde datum.

Motivering

Door dit amendement sluit de formulering van de procedure voor gedelegeerde handelingen aan bij de formulering die door de instellingen in andere dossiers werd overeengekomen.

Amendement  74

Standpunt van de Raad

Artikel 22 – lid 2 – nieuwe alinea

Standpunt van de Raad

Amendement

 

Indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie hebben meegedeeld dat zij voornemens zijn geen bezwaar aan te tekenen, kan de gedelegeerde handeling vóór het verstrijken van de termijn worden gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie en in werking treden.

Motivering

Door dit amendement sluit de formulering van de procedure voor gedelegeerde handelingen aan bij de formulering die door de instellingen in andere dossiers werd overeengekomen.

Amendement  75

Standpunt van de Raad

Artikel 24 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

Artikel 24 bis

 

Toetsing

 

Indien de Commissie in geval van herziening van de TEN-V-richtsnoeren, overeenkomstig de voorwaarden in artikel 21, lid 3, van Beschikking nr. 1692/96/EG, concludeert dat het dienstig is deze verordening aan te passen aan die richtsnoeren, dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in voor een dienovereenkomstige wijziging van deze verordening. Evenzo kunnen sommige besluiten in het kader van deze verordening nopen tot herziening van de TEN-V-richtsnoeren.

Motivering

Wederopneming van het standpunt van het Parlement in eerste lezing.

Amendement  76

Standpunt van de Raad

Bijlage I – punt 4

Standpunt van de Raad

Amendement

Sines-Lissabon/Leixões

Sines-Lissabon/Leixões

- Madrid-San Sebastian-Bordeaux-Parijs-Metz

- Madrid-Bilbao-San Sebastian-Bordeaux-Parijs-Le Havre/Metz

Sines-Elvas/Algeciras

Sines-Elvas/Algeciras

Motivering

Met het oog op het belang van de haven van Le Havre voor het containervervoer (63% van de in Franse havens behandelde containers) en het belang van een betere coördinatie tussen de drie grote havens op de Seine-as (Parijs-Rouen-Le Havre), maakt de opname van Le Havre het mogelijk de economische activiteiten op deze as op coherente wijze te ontwikkelen en het hinterland uit te breiden. Dit sluit aan bij amendement 16 van de rapporteur, het gemeenschappelijk standpunt van de Raad en de aanbevelingen van het Europees Parlement in zijn initiatiefverslag over de toekomst van het TEN-V-beleid.

Amendement  77

Standpunt van de Raad

Bijlage I – punt 5

Standpunt van de Raad

Amendement

Gdynia-Katowice-Ostrava/Zilina-Wenen-Triëst/Koper

Gdynia-Warschau-Katowice-Ostrava/Zilina-Bratislava/Wenen-Graz-Klagenfurt-Udine-Venetië/Triëst/Koper/Bologna/Ravenna

Motivering

Goederencorridor nr. 5 werd reeds in 2006 op ministersniveau vastgesteld, overeenkomstig de Oostzee-Adriacorridor, de pan-Europese corridor VI en TEN-V PP 23 en 25 (zie het bijgevoegde door de ministers ondertekende blijk van belangstelling). In bijlage I bij het standpunt van de Raad worden enkele belangrijke steden op de as Wenen-Triëst, die in het schrijven van de ministers reeds deel uitmaakten van de goederencorridor, niet genoemd.

Amendement  78

Standpunt van de Raad

Bijlage I – punt 6

Standpunt van de Raad

Amendement

Almería-Valencia/Madrid-Zaragoza/Barcelona Marseille-Lyon-Turijn-Udine-Triëst/Koper-Ljubljana-Boedapest-Zahony (Hongaars-Oekraïense grens)

Almería-Valencia/Madrid-Zaragoza/Barcelona-Marseille-Lyon-Turijn-Milaan-Verona-Padua/Venetië-Triëst/Koper-Ljubljana-Boedapest-Zahony (Hongaars-Oekraïense grens)

Motivering

In goederencorridor nr. 6, die gebaseerd is op TEN-V PP 6, ontbreken aansluitingen in het tracé tussen Turijn en Triëst; PP 6 heeft een nauwkeuriger dienstregeling.

Amendement  79

Standpunt van de Raad

Bijlage I – punt 8

Standpunt van de Raad

Amendement

DE, NL, BE, PL, LT Bremerhaven/Rotterdam/Antwerpen-Aken/Berlijn-Warschau-Terespol (Pools-Witrussische grens)/Kaunas

DE, NL, BE, PL, LT, LV, EST Bremerhaven/Rotterdam/Antwerpen-Aken/Berlijn-Warschau-Terespol (Pools-Belarussische grens)/Kaunas-Riga-Tallinn

Amendement  80

Standpunt van de Raad

Bijlage I – voetnoot 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1 “/” betekent alternatieve routes.

1 “/” betekent alternatieve routes. In samenhang met de prioritaire TEN-V-projecten moeten de routes 4 en 6 in de toekomst worden aangevuld met het project nr. 16, de goederenlijn Sines/Algeciras-Madrid-Parijs, die de verbinding door het centrale deel van de Pyreneeën door een diepe tunnel omvat.

Amendement  81

Standpunt van de Raad

Bijlage II

Standpunt van de Raad

Amendement

 

Bijlage schrappen

(1)

Aangenomen teksten van 23.4.2009, P6_TA(2009)0285.

(2)

Advies van 15.7.20009.

(3)

Advies van 7.10.2009.


TOELICHTING

Het Europees vervoersbeleid werd het afgelopen decennium gekenmerkt door een toenemende liberalisering. Tegelijkertijd is de groei op vervoersgebied constant gebleven, vooral in de sector goederenvervoer. Ondanks het feit dat de Commissie in haar in 2001 gepubliceerde Witboek “Het Europees vervoersbeleid tot 2010: Tijd om te kiezen” de sleutelrol van het goederenverkeer in de Europese vervoersproblematiek erkent, is het marktaandeel van de spoorwegen in het goederenvervoer voortdurend afgenomen: in 2005 vertegenwoordigde het slechts 10% van het marktaandeel voor goederenvervoer in vergelijking met meer dan 20% in de jaren 1970. Deze problemen kunnen deels worden verklaard door de veranderende context in de vervoerssector in het afgelopen decennium, waarbij de nationale spoormarkten in toenemende mate zijn opengesteld door drie spoorwegpakketten die echter onvoldoende harmonisatie en synergie tussen de nationale spoorwegsystemen tot stand hebben gebracht. De markt voor goederenvervoer per spoor dient thans de uitdaging aan te gaan voor wat betreft de verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening, omdat een gebrek aan kwaliteit voor de spoorwegen een handicap vormt in hun concurrentie met andere vervoerswijzen in het goederenvervoer.

Het voorstel van de Commissie om Europese goederencorridors tot stand te brengen

Om deze uitdaging aan te gaan, heeft de Commissie het idee gepromoot om meer voorrang te geven aan het vervoer van goederen door in december 2008 een verordening voor te stellen voor de totstandbrenging van een concurrerend spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer. Het voorstel van de Commissie heeft tot doel internationale corridors voor het goederenvervoer per spoor vast te stellen en er regels voor te bepalen, met name wat betreft de selectie en de bestuurlijke opzet ervan. Het presenteerde de criteria voor de selectie van goederencorridors door de lidstaten en stelde hun bestuursorganen vast. Ten minste twee lidstaten worden met elkaar verbonden waarbij de corridor deel uitmaakt van het TEN-V. Deze corridors moeten op basis van een sociaaleconomische analyse de significante ontwikkeling mogelijk maken van het goederenvervoer per spoor.

Het voorstel pleitte eveneens voor het geharmoniseerde beheer tussen infrastructuurbeheerders betreffende de toewijzing van de rijpaden, het beheer van het verkeer en de investeringen op deze corridors. Het stelde de regels en instrumenten voor in verband met het beheer van de goederencorridor, zoals de totstandbrenging van één loket voor de aanvragen van treinpaden. Verder moet een speciale categorie “prioritair goederenvervoer” voor goederen waarvan het vervoer zeer tijdgevoelig is door het bestuursorgaan worden vastgesteld. De infrastructuurbeheerders stelden regels op voor het beheer van het verkeer, met name voorrangsregels voor het “prioritair goederenverkeer” bij stremming van het verkeer, en maakten deze bekend.

Het Europees Parlement stelde zijn standpunt betreffende dit voorstel in eerste lezing vast in april 2009 en steunde daarin grotendeels de doelstelling van de Commissie om een concurrerend spoorwegnet voor goederenvervoer tot stand te brengen door de totstandbrenging van corridors in de hele Europese Unie. De term “prioritair goederenverkeer” werd vervangen en er werd meer flexibiliteit ingevoerd in de werking van de voorrangsregels en de toewijzing van treinpaden voor een betere afstemming met de marktbehoeften en met de door het bestuursorgaan vastgestelde regelgevende beginselen. Het Parlement bracht ook enkele wijzigingen aan in de organisatie van de bestuursorganen van de corridors met de deelname van spoorwegondernemingen in een adviserende rol en de oprichting van een raad van bestuur met nationale leden.

Standpunt van de Raad in eerste lezing

In juni 2009 bereikte de Raad een politiek akkoord dat formeel werd aangenomen op 22 februari 2010. Bij de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moesten verscheidene bepalingen in de tekst worden aangepast betreffende de comitologie.

De belangrijkste wijziging aan de ontwerpverordening die in de Raad werd overeengekomen betreft de totstandbrenging van de eerste goederencorridors die in een nieuwe bijlage bij de tekst worden opgenomen uiterlijk drie of uitzonderlijk vijf jaar na de inwerkingtreding ervan. Er worden ook procedures voorgesteld voor de totstandbrenging van bijkomende corridors of voor de wijziging en verlenging van bestaande corridors.

Het standpunt van de Raad in eerste lezing poogt de capaciteitsreserveringen voor goederentreinen te verzoenen met het normale personenvervoer door de capaciteitsbehoefte van het personenvervoer te vermelden in een ontwerpverordening die over goederenvervoer handelt.

De tekst van de Raad schrapte het recht van andere aanvragers dan spoorwegondernemingen om treinpaden voor het goederenvervoer aan te vragen, en stond dit alleen toe als die paden zich bevinden in lidstaten waar de nationale wetgeving die aanvragen aanvaardt.

Wat de organisatie van de corridors betreft, stelde de Raad voor om het bestuursorgaan dat de corridor beheert op te delen in een beheersraad, gevormd door infrastructuurbeheerders, en een raad van bestuur bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten, met bijkomende bevoegdheden in vergelijking met het standpunt van het Parlement in eerste lezing. De bevoegdheden van het enige loket worden aanzienlijk ingeperkt waardoor dit enkel nog een informatieve rol speelt.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur stelt een aanbeveling voor met de intentie het standpunt van de Raad in eerste lezing te wijzigen door rekening te houden met het standpunt van het Parlement in eerste lezing. Sommige aspecten van het gemeenschappelijk standpunt zijn verenigbaar met het standpunt van het Parlement in eerste lezing, bijvoorbeeld de oprichting van een raad van bestuur die reeds door het Parlement was voorgesteld.

De rapporteur probeerde ook amendementen van het Parlement op het standpunt van de Raad in eerste lezing opnieuw op te nemen, met name betreffende de deelname van spoorwegondernemingen aan de beheersraad, de investeringsplannen en de toegang van gemachtigde aanvragers tot de corridors. Belangrijker is dat de rapporteur enkele verwijzingen naar de specifieke categorie van goederenvervoer (“gefaciliteerd goederenvervoer”) die door de Raad geschrapt was, opnieuw opnam, alsmede enkele amendementen van het Parlement betreffende de capaciteitstoewijzing van treinpaden, waarover moet worden beslist volgens een voorlopige evaluatie.

Tot slot stelde de rapporteur voor om het standpunt van de Raad in eerste lezing hier en daar te herformuleren:

- de rapporteur meent dat het ene loket een belangrijke bepaling in de verordening is en stelt een formulering voor die het gebruik ervan bij de toewijzingsprocedure van treinpaden versterkt;

- voor de selectie van corridors werden enkele aanpassingen aangebracht in de presentatie van de criteria die van bijlage II werden overgeheveld naar een nieuw artikel. De validering van de lijst met corridors en de selectie van aanvullende corridors moet gebeuren volgens een korter tijdschema dan datgene voorgesteld door de Raad om een snellere tenuitvoerlegging van de verordening mogelijk te maken;

- de ontwerpaanbeveling omvat eveneens een formulering die de vroegere comitéprocedures aanpast aan de gedelegeerde handelingen, zoals bepaald door het Verdrag van Lissabon.


PROCEDURE

Titel

Europees spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer (Voor de EER relevante tekst)

Document- en procedurenummers

11069/5/2009 – C7-0043/2010 – 2008/0247(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

23.4.2009                     T6-0285/2009

Voorstel van de Commissie

COM(2008)0852 - C6-0509/2008

Datum bekendmaking ontvangst gemeenschappelijk standpunt

25.2.2010

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

TRAN

25.2.2010

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Marian-Jean Marinescu

1.9.2009

 

 

Behandeling in de commissie

5.10.2009

1.3.2010

23.3.2010

3.5.2010

Datum goedkeuring

4.5.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

2

4

Bij de eindstemming aanwezige leden

Magdalena Alvarez, Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Antonio Cancian, Michael Cramer, Luis de Grandes Pascual, Saïd El Khadraoui, Ismail Ertug, Carlo Fidanza, Knut Fleckenstein, Mathieu Grosch, Juozas Imbrasas, Dieter-Lebrecht Koch, Georgios Koumoutsakos, Bogusław Liberadzki, Eva Lichtenberger, Marian-Jean Marinescu, Gesine Meissner, Hella Ranner, Vilja Savisaar, Brian Simpson, Silvia-Adriana Ţicău, Thomas Ulmer, Dominique Vlasto, Artur Zasada

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Philip Bradbourn, Spyros Danellis, Michel Dantin, Derk Jan Eppink, Nathalie Griesbeck, Dominique Riquet, Ramon Tremosa i Balcells, Corien Wortmann-Kool, Joachim Zeller, Janusz Władysław Zemke

Juridische mededeling - Privacybeleid