VERSLAG over de vorderingen bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling: tussentijdse herziening ter voorbereiding op de VN-bijeenkomst op hoog niveau in september 2010

19.5.2010 - (2010/2037(INI))

Commissie ontwikkelingssamenwerking
Rapporteur: Michael Cashman


Procedure : 2010/2037(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A7-0165/2010

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de vorderingen bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling: tussentijdse herziening ter voorbereiding op de VN-bijeenkomst op hoog niveau in september 2010

(2010/2037(INI))

Het Europees Parlement,

–       gezien de Millenniumverklaring van de Verenigde Naties van 8 september 2000,

–       gezien de bijeenkomst van de Europese Raad van 17 en 18 juni 2010 die zich op de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MDG's) richt,

–       gezien de verplichtingen inzake de omvang van hulp, de hulp aan Afrika bezuiden de Sahara en de kwaliteit van de hulp die de G8 zichzelf op de top van 2005 in Gleneagles en alle daaropvolgende G8- en G20-bijeenkomsten heeft opgelegd,

–       gezien de G20-top in Pittsburgh op 24 en 25 september 2009 en de G20-top in Londen op 2 april 2009,

–       gezien de G8-top in L'Aquila (Italië) van 8 tot en met 10 juli 2009,

–       gezien de Europese Consensus inzake ontwikkeling[1] en de EU-Gedragscode over complementariteit en arbeidsverdeling in het ontwikkelingsbeleid[2],

–       gezien de Consensus van Monterrey, aangenomen tijdens de Internationale Conferentie over ontwikkelingsfinanciering in Monterrey, Mexico, van 18 tot en met 22 maart 2002,

–       gezien de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp en de Actieagenda van Accra,

–       gezien de Oproep van Addis Abeba tot dringend handelen ten behoeve van de gezondheid van moeders, de Oproep van Berlijn tot handelen en de Strategische opties voor NGO's waarbij beide laatstgenoemde documenten zijn gepubliceerd ter gelegenheid van de 15de verjaardag van de internationale Conferentie over bevolking en ontwikkeling (ICPD/15),

–       gelet op artikel 208 van het Verdrag betreffende de werking van de EU, waarin wordt bepaald dat "de Unie bij de uitvoering van beleid dat gevolgen kan hebben voor de ontwikkelingslanden rekening [houdt] met de doelstellingen van de ontwikkelingssamenwerking",

–       gezien de mededeling van de Commissie van 12 april 2005 over samenhang in het ontwikkelingsbeleid[3],

–       gezien Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking[4] (het "Development Cooperation Instrument" (DCI)),

–       gelet op artikel 7 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Verdrag van Lissabon), waarin andermaal is vastgelegd dat de EU toeziet op de samenhang tussen haar beleidsmaatregelen en optredens, rekening houdend met het geheel van haar doelstellingen,

–       gezien de IAO-agenda voor waardig werk en het wereldwerkgelegenheidspact van de IAO, dat op 19 juni 2009 tijdens de Internationale Arbeidsconferentie met algemene instemming werd goedgekeurd,

–       gezien het rapport van juli 2009 van de Secretaris-generaal van de VN over de implementatie van de Millenniumverklaring,

–       gezien het UNDP-rapport getiteld "Beyond the Midpoint - Achieving the Millennium Development Goals" van januari 2010,

–       gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de regio's getiteld "EU‑twaalfpuntenplan ter ondersteuning van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling"[5],

–       gezien de conclusies van de Raad over de vooruitgang die geboekt is met het Europees actieprogramma voor externe maatregelen tegen HIV/AIDS, malaria en tuberculose (2007-2011),

–       gezien het arrest van het Hof van Justitie van 6 november 2008 inzake leningen van de Europese Investeringsbank (EIB) voor projecten buiten de Gemeenschap[6],

–       onder verwijzing naar zijn resolutie van 6 april 2006 over de doeltreffendheid van hulp en de corruptie in ontwikkelingslanden[7],

–       onder verwijzing naar zijn resolutie van 20 juni 2007 over de millenniumdoelstellingen - halverwege[8],

–       onder verwijzing naar zijn resoluties van 4 september 2008 over moedersterfte[9], van 24 maart 2009 over MDG-contracten[10] en van 25 maart 2010 over de gevolgen van de mondiale financiële en economische crisis voor de ontwikkelingslanden en de ontwikkelingssamenwerking[11],

–       gelet op artikel 48 van zijn Reglement,

–       gezien het verslag van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en het advies van de Commissie Internationale handel (A7-0165/2010),

A.     overwegende dat de bestrijding en het uitbannen van armoede overeenkomstig het Verdrag van Lissabon het hoofddoel van het ontwikkelingsbeleid van de EU vormt, en dat dit ook een morele verplichting is die de eigen belangen van de EU op de lange termijn dient,

B.     overwegende dat de EU, als 's werelds grootste donor, en haar lidstaten een voortrekkersrol moeten vervullen tijdens de MDG-bijeenkomst in september en een ambitieus, eensluidend standpunt moeten innemen dat kan werken als een drijvende kracht met het oog op de tijdige verwezenlijking van de MDG's,

C.     overwegende dat de EU momenteel circa 20 miljard euro op de door haar toegezegde MDG-uitgaven achterloopt,

D.     overwegende dat bepaalde EU-lidstaten hun begroting voor hulp inkrimpen,

E.     overwegende dat de rijke landen hun banken onlangs met biljoenen dollars hebben gered en overwegende dat de financiële sector nog niet heeft geboet voor de gevolgen van de ongekende crisis die hij heeft veroorzaakt,

F.     overwegende dat de waarde van de mondiale financiële transacties nu 70 maal het wereld-BNI bedraagt,

G.     overwegende dat onvoorspelbare hulp de ontvangende landen schade kan berokkenen en overwegende dat hulp van betere kwaliteit een extra 3 miljard euro per jaar voor de ontwikkelingsbudgetten van de EU en haar lidstaten kan vrijmaken[12],

H.     overwegende dat 82% van de nieuwe leningen van het IMF naar landen in het Europese gebied gaat terwijl de minst ontwikkelde landen (MOL's) er profijt van zouden hebben als zij een groter bedrag aan nieuwe leningen van het IMF zouden ontvangen,

I.      overwegende dat de VN het meest omvattende forum blijft voor de aanpak van mondiale governance-kwesties, al is de G20 representatiever dan de G8,

J.      overwegende dat gebrek aan samenhang in het EU-beleid het effect van de ontwikkelingsfinanciering niet mag ondermijnen,

K.     overwegende dat overmakingen door migranten jaarlijks voor ten minste 300 miljard Amerikaanse dollar tot de economie van ontwikkelingslanden bijdragen[13],

L.     overwegende dat, hoewel er op het vlak van sommige MDG's bemoedigende vorderingen zijn gemaakt, alle acht MDG's momenteel op hun schema achterlopen en overwegende dat de MDG's alleen met vastberaden politieke wil in de 5 jaar voor het verstrijken van de termijn in 2015 verwezenlijkt kunnen worden,

M.    overwegende dat sommige MOL's op een schema liggen waarbij niet één MDG wordt gehaald,

N.     overwegende dat de recente voedsel- en brandstofcrises, samen met de wereldwijde economische neergang en de klimaatverandering, hebben geleid tot een terugval in de vooruitgang die in de afgelopen tien jaar op het vlak van de armoedebestrijding is geboekt,

O.     overwegende dat grondbezit individuen, gezinnen en gemeenschappen stimuleert om hun ontwikkeling in eigen hand te nemen en te zorgen voor voedselzekerheid op plaatselijk niveau,

P.     overwegende dat de leniging van de klimaatverandering in de ontwikkelingslanden tegen 2020 circa 100 miljard Amerikaanse dollar per jaar kan gaan kosten[14] en de economische neergang minstens nog eens datzelfde bedrag[15],

Q.     overwegende dat de situatie in ontwikkelingslanden met een "modaal inkomen" bij de herziening van de MDG's niet over het hoofd mag worden gezien, aangezien zij steun blijven behoeven om hun volledig ontwikkelingspotentieel te kunnen ontplooien,

R.     overwegende dat met name de geïndustrialiseerde landen voor de klimaatverandering en de financiële en economische crisis verantwoordelijk zijn,

S.     overwegende dat het aantal werkende armen en mensen met kwetsbare banen stijgt,

T.     overwegende dat een gebrek aan vrede en veiligheid, democratie en politieke stabiliteit vaak verhindert dat arme landen hun volledige ontwikkelingspotentieel bereiken,

U.     overwegende dat corruptie de productiviteit vernietigt, instabiliteit veroorzaakt en buitenlandse investeringen ontmoedigt,

V.     overwegende dat de illegale kapitaalstromen uit de ontwikkelingslanden naar schatting 641 à 941 miljard Amerikaanse dollar bedragen en overwegende dat deze uitstroom ondermijnend is voor de capaciteit van de ontwikkelingslanden om hun eigen middelen te genereren en meer geld uit te trekken voor de terugdringing van de armoede[16],

W.    overwegende dat, hoewel er belangrijke vorderingen zijn geboekt met de verwezenlijking van een aantal MDG's op gezondheidsgebied van de gezondheidszorg, de drie MDG's op gezondheidsgebied van de gezondheidszorg, met name de moedersterfte, het verst op hun schema achterlopen,

X.     overwegende dat 13% van de gevallen van moedersterfte in ontwikkelingslanden het gevolg is van onveilige abortussen en overwegende dat dit percentage in Afrika nog veel hoger ligt[17],

Y.     overwegende dat de financiering van gezinsplanning per vrouw de afgelopen tien jaar is gekelderd,

Z.     overwegende dat er, zelfs als we alle MDG's verwezenlijken, in de arme landen sprake blijft van door armoede veroorzaakte problemen en leed,

AA.  overwegende dat het niet nakomen van onze MDG-beloften voortzetting van het lijden van miljoenen armen betekent en het vertrouwen tussen noord en zuid ernstig schaadt,

I. Financiering

1.      verwacht dat de Europese Raad van juni 2010 instemt met een ambitieus en eendrachtig EU-standpunt in aanloop naar de MDG-bijeenkomst van de VN in september en komt tot nieuwe, resultaatgerichte, aanvullende, transparante en meetbare verbintenissen;

2.      verzoekt de lidstaten aan hun verplichtingen te voldoen zoals vastgelegd in het kader van de Europese consensus over ontwikkeling;

3.      wijst erop dat het verwezenlijken van de MDG's een kerndoelstelling voor de Europese Unie moet blijven; onderstreept dat de terugdringing van armoede via de verwezenlijking van de MDG's ondubbelzinnig moet worden erkend als overkoepelend kader voor het EU-beleid en dat dit duidelijk moet zijn terug te vinden in alle relevante beleids- en wetgevingsvoorstellen, met inbegrip van het handelsbeleid; is van oordeel dat de MDG's niet mogen worden beschouwd als een technische kwestie die gewoon kan worden opgelost door meer geld of meer handelsmogelijkheden te bieden zonder de onderliggende oorzaken van armoede te identificeren en aan te pakken;

4.      onderstreept dat de cijfers in het recente VN-rapport "Rethinking Poverty" niet alleen alarmerend zijn, maar duidelijk aangeven dat het gevaar dat de MDG's niet worden gehaald, reëel is;

5.      roept alle lidstaten op hun belofte van 0,7% steun uiterlijk in 2015 na te komen;

6.      doet een beroep op alle lidstaten om maatregelen voor ontwikkelingshulp vast te stellen en meerjarige tijdschema's voor de verwezenlijking van de MDG's op te stellen; verzoekt de Commissie volledige transparantie te betrachten op het gebied van officiële ontwikkelingshulp (ODA) en verzoekt haar in dit verband de bedragen die door de lidstaten aan ODA worden besteed te publiceren;

7.      verzoekt de EU en de OESO de definitie van ODA niet te verruimen en schuldenkwijtschelding of andere financiële niet-ODA-stromen niet als hulp aan te merken;

8.      roept de EU op tot eenzijdige invoering van een belasting op valuta- en derivatentransacties ter financiering van mondiale collectieve goederen, met inbegrip van MDG's;

9.      roept alle lidstaten op tot actieve uitbanning van belastingparadijzen, belastingontduiking en illegale kapitaalstromen, binnen het G20- en VN-kader, en tot bevordering van meer transparantie, met inbegrip van automatische openbaarmaking van gemaakte winsten en betaalde belasting, alsmede een rapportagesysteem per land om ontwikkelingslanden in staat te stellen hun eigen middelen te houden voor hun eigen ontwikkeling;

10.    verzoekt de EIB zijn beleid inzake offshore financiële centra te herzien volgens stringentere criteria dan de lijst van verboden of onder toezicht gestelde jurisdicties van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), en te zorgen voor de uitvoering hiervan en jaarlijkse verslagen over de vorderingen op te stellen;

11.    verzoekt alle lidstaten en de internationale gemeenschap om maatregelen te treffen om overmakingen door migranten goedkoper te maken;

12.    verzoekt alle lidstaten om VN-initiatieven te steunen en maatregelen te nemen om de verantwoordelijkheid van leningverstrekker en lener in het kader van transacties met staatsschulden te vergroten;

13.    roept alle lidstaten, de Commissie en de internationale gemeenschap op hernieuwde inspanningen te doen met het oog op de kwijtschelding van de schulden van de MOL's en een beleid te volgen van verlichting van de schuldenlast voor de ontwikkelingslanden, met inbegrip van een rentevrij schuldmoratorium voor de schuldaflossing door ontwikkelingslanden tot 2015;

14.    roept de EU op tot het verstrekken van aanzienlijke middelen om de arme landen te helpen bij de bestrijding van de gevolgen van de klimaatverandering en de economische crisis; dringt erop aan dat deze middelen daadwerkelijk een aanvulling vormen op de bestaande steunverbintenissen;

15.    roept alle lidstaten zich ertoe te verbinden om in het kader van de volgende financiële vooruitzichten en het Europees Ontwikkelingsfonds aanzienlijk meer middelen aan ontwikkelingssamenwerking en noodhulp toe te kennen;

16.    verzoekt de Europese Commissie gebruik te maken van haar bestaande instrumenten voor samenwerking met ontwikkelingslanden, waaronder de actieplannen van het ENB, het Oostelijk partnerschap, SAP en SAP+, en om praktische maatregelen uit te werken en toe te passen, die zijn bedoeld om de verwezenlijking van de MDG's te vergemakkelijken;

17.    roept alle lidstaten op tot een aanzienlijke verhoging van het bedrag voor hulp uit de begrotingssteun, met name in de vorm van MDG-contracten, maar dringt aan op naleving van de criteria met betrekking tot democratie, mensenrechten, bestuur en andere essentiële zaken en op meer en betere controles en audits;

18.    verzoekt alle lidstaten ervoor te zorgen dat de EU zich blijft inzetten via een breed scala van bestaande financiële instrumenten op mondiaal en nationaal niveau naast begrotingssteun, met inbegrip van het Wereldfonds voor de bestrijding van HIV/AIDS, tuberculose en malaria, en andere relevante organisaties en mechanismes, in het bijzonder maatschappelijke organisaties en gemeenschappen;

19.    roept alle lidstaten op tot verdere verbetering van hun donorcoördinatie door hun steun te bundelen, overeenkomstig de Verklaringen van Parijs en Accra, waardoor de grote versnippering van het budget voor ontwikkelingshulp wordt verminderd, hetgeen voor de samenhang en de ontkoppeling van de steun absoluut noodzakelijk is; erkent tevens dat de verschillende lidstaten deskundigheid kunnen inbrengen met betrekking tot diverse geografische regio's en ontwikkelingssectoren;

II. Samenhang in ontwikkelingsbeleid

20.    roept de Europese Commissie en de lidstaten op ervoor te zorgen dat het programmeren van de ontwikkelingsgelden en het vaststellen van de prioriteiten in het nieuwe institutionele bestel van de EU de hoofdverantwoordelijkheid van de commissaris voor ontwikkeling blijft;

21.    verzoekt de EU concrete actie te ondernemen tegen armoede middels een samenhangend beleid dat handel, ontwikkelingssamenwerking en haar gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid omvat, om te voorkomen om directe en indirecte negatieve gevolgen voor de economie van de ontwikkelingslanden te voorkomen;

22.    doet een beroep op de EU om zo snel mogelijk een einde te maken aan de exportsubsidies voor landbouwproducten en aan andere schadelijke aspecten van ons landbouwbeleid, om op te komen voor het beginsel van de voedselzekerheid in de ontwikkelingslanden en om bij alle betrokkenen aan te dringen op de naleving van dit beginsel tijdens de lopende WTO-onderhandelingen;

23.    meent dat voor de verwezenlijking van de MDG's in de eerste plaats een radicale beleidsverandering in de geïndustrialiseerde en ontwikkelingslanden nodig is om billijke en eerlijke regels voor de wereldhandel in te voeren, alsmede een eerlijke verdeling van de rijkdom, maatregelen om de toegang tot land, water en de bronnen van biodiversiteit te bevorderen, en maatregelen ter bevordering van een beleid van plaatselijke steun voor duurzame kleinschalige landbouw;

24.    verzoekt de EU haar visserijafspraken "ontwikkelingsvast" te maken, zodat deze optimaal rekening houden met de sociale en economische gevolgen voor plaatselijke gemeenschappen, met name door middel van langdurige sectorale EU-steun en een mechanisme waarmee scheepseigenaars een billijk aandeel in de kosten van toegang voor de EU-vloot betalen;

25.    roept de EU op om arme landen niet met haar handelsbeleid tot het openstellen van kwetsbare marktsectoren te dwingen wanneer zij vanwege hun ontwikkelingsniveau niet eerlijk op de wereldmarkt kunnen concurreren, en tegelijk het EU-beleid betreffende hulp voor handel nog meer op de armen te richten;

26.    verzoekt de EU te strijden voor een tijdige, op de ontwikkeling gerichte afsluiting van de Doha-ronde van de WTO;

27.    dringt erop aan de beoordeling van de risico's van klimaatverandering systematisch op te nemen in alle aspecten van de beleidsplanning en besluitvorming met betrekking tot handel, landbouw en voedselzekerheid; eist dat de resultaten van deze beoordeling worden gebruikt voor het formuleren van duidelijke richtsnoeren voor een beleid inzake duurzame ontwikkelingssamenwerking;

28.    benadrukt dat er een effectieve mondiale oplossing moet komen voor het probleem van de klimaatverandering, waarbij de geïndustrialiseerde landen hun verantwoordelijkheid op zich nemen en een voortrekkersrol vervullen in de bestrijding van de effecten van broeikasgassen, die de MDG's ondermijnen als zij niet worden aangepakt ;

29.    verzoekt de EU en de lidstaten, die partij zijn bij het Protocol betreffende strategische milieueffectrapportage bij het Verdrag van Espoo, volledig te voldoen aan de bepalingen van het protocol bij het helpen ontwikkelen van programma's en overheidsprojecten in ontwikkelingslanden;

30.    is ervan overtuigd dat handel een krachtige aanjager van economische groei kan zijn, maar dat handel alleen de ontwikkelingsproblemen niet kan oplossen; is van oordeel dat de trage voortgang van de Doha-onderhandelingsronde een belemmering vormt voor de bijdrage van het internationale handelsstelsel aan de verwezenlijking van de MDG's; benadrukt dat een positieve afsluiting van de Doha-ronde zou kunnen bijdragen aan een wereldwijd economisch stimuleringspakket; wijst erop dat uit studies van de UNCTAD en andere organisaties blijkt dat de verregaande liberalisering van de handel in de MOL's zelden heeft geleid tot een duurzame en substantiële terugdringing van de armoede en heeft bijgedragen aan een verslechtering van de handelsbalans van de ontwikkelingslanden, met name de Afrikaanse landen;

31.    onderstreept het belang van de inspanningen om de integratie van ontwikkelingslanden in de wereldeconomie te vergemakkelijken; herhaalt dat toegang tot handel en steun voor aanbodcapaciteit belangrijke elementen zijn in elke coherente ontwikkelingsstrategie en dat initiatieven voor handelsgerelateerde technische bijstand een bijkomend instrument vormen om armoede uit te roeien en onderontwikkeling aan te pakken;

32.    herinnert eraan dat de verbetering van de handelscapaciteit van de ontwikkelingslanden en minst ontwikkelde landen hen zou kunnen helpen de handelsgerelateerde vaardigheden en infrastructuur te verwerven die noodzakelijk zijn om WTO-overeenkomsten te implementeren en daarvan profijt te trekken, hun handel uit te breiden, nieuwe en bestaande handelsmogelijkheden te benutten, nieuwe overeenkomsten te implementeren en zich aan te passen aan een veranderend extern handelsklimaat;

33.    is ingenomen met de op EU- en WTO-niveau bestaande initiatieven inzake handel met de ontwikkelingslanden, met name het "Alles behalve wapens"-initiatief, SAP en SAP+, alsook het beginsel van asymmetrie en de overgangsperioden die in alle bestaande economische partnerschapsovereenkomsten zijn overeengekomen, en verzoekt de Commissie deze beleidsstrategie te consolideren; wijst erop dat het SAP-stelsel zijn gebruikers meer stabiliteit, voorspelbaarheid en handelsmogelijkheden biedt; merkt op dat (via het SAP-stelsel) aanvullende preferenties worden toegekend aan landen die belangrijke internationale verdragen over duurzame ontwikkeling, sociale rechten en goed bestuur hebben geratificeerd;

34.    verzoekt de Commissie de ontwikkelingsinhoud van de huidige onderhandelingen in het kader van de WTO en bilaterale vrijhandelsovereenkomsten te verbeteren;

35.    herinnert eraan dat de steun-voor-handelstrategie tot doel heeft arme en kwetsbare landen te ondersteunen bij het ontwikkelen van de economische basisinfrastructuur en de instrumenten die ze nodig hebben om handel te gebruiken als een motor voor economische groei en ontwikkeling; is ingenomen met de verklaringen van de Commissie dat de EU reeds haar toegezegde streefbedrag van 2 miljard euro voor handelsgerelateerde bijstand tegen 2010 heeft gehaald, aangezien de totale steun voor handelsgerelateerde bijstand van de EU en haar lidstaten in 2008 2,15 miljard euro bedroeg (1,14 miljard euro van de lidstaten en 1,01 miljard euro van de EU), en wijst erop dat er ook inzake de ruimere steun-voor-handelsagenda belangrijke resultaten zijn geboekt, onder meer op het vlak van vervoer en energie, de productiesectoren en handelsgerelateerde aanpassingen; verzoekt de Commissie desondanks gedetailleerde informatie (en cijfers) te verstrekken over de begrotingslijnen die worden gebruikt voor de financiering van handelsgerelateerde bijstand en steun voor handel;

36.    dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan meer aandacht en steun te geven aan de MOL's, ten einde de totale EU-financiering voor steun-voor-handel te verhogen, die de laatste tijd niet wezenlijk is toegenomen; is van oordeel dat, aangezien regionale integratie steeds belangrijker wordt in het kader van de steun-voor-handelsagenda van de EU, er meer inspanningen moeten worden geleverd om de regionale steun-voor-handelspakketten met ACS-landen te voltooien; is van mening dat de efficiëntie van de steun kan worden verbeterd door meer gezamenlijke analyses, meer gezamenlijke responsstrategieën en meer gezamenlijke uitvoering van steun-voor-handel maatregelen;

37.    is van mening dat de zuid-zuid-dimensie een snel groeiend onderdeel van de wereldhandel aan het worden is, steeds belangrijker zou kunnen worden als basis voor de ontwikkeling van de armste landen en aangemoedigd en ondersteund zou moeten worden;

III. Belangrijkste MDG's

38.    verzoekt de EU een geïntegreerde en omvattende benadering ten aanzien van de MDG's te blijven volgen, met als uitgangspunt dat alle afzonderlijke doelstellingen en streefdoelen met elkaar samenhangen en minimumvoorwaarden vormen voor de uitbanning van de armoede.

Gezondheidszorg en onderwijs

39.    roept alle lidstaten en de Commissie op ten minste 20% van alle ontwikkelingsgelden toe te kennen aan basiszorg en -onderwijs, hun bijdragen aan het Wereldfonds voor de bestrijding van HIV/AIDS, malaria en tuberculose te verhogen en hun middelen voor andere programma's ter schraging van de gezondheidsstelsels te verhogen, alsmede de gezondheid van moeders en de strijd tegen kindersterfte voorop te stellen;

40.    roept de ontwikkelingslanden op om ten minste 15% van hun nationale begroting aan de gezondheidszorg uit te geven en hun systemen voor gezondheidszorg te versterken;

41.    roept de EU en de ontwikkelingslanden op tot bevordering van de vrije toegang tot gezondheidszorg en onderwijs;

42.    verzoekt alle lidstaten en de Commissie om de zorgwekkende neergang in de financiering van seksuele en reproductieve gezondheidszorg en de rechten op dat vlak in de ontwikkelingslanden te keren, en om beleid inzake vrijwillige gezinsplanning, veilige abortus, de behandeling van seksueel overdraagbare infecties en de verstrekking van producten voor reproductieve gezondheid zoals levensreddende geneesmiddelen en anticonceptiemiddelen, waaronder condooms, te steunen;

43.    verzoekt de Commissie, de lidstaten en de ontwikkelingslanden om MDG 5 (inzake de verbetering van de gezondheid van moeders), MDG 4 (inzake kindersterfte) en MDG 6 (inzake HIV/AIDS, malaria en tuberculose) op een samenhangende en holistische wijze aan te pakken, samen met MDG 3 (inzake gendergelijkheid en de zelfbeschikking van vrouwen);

44.    dringt erop aan dat in nationale en regionale strategiedocumenten de nadruk wordt gelegd op de noodzaak van wetgeving ter bestrijding van geweld en discriminatie jegens vrouwen, de participatie van vrouwen in het besluitvormingsproces wordt gestimuleerd en de noodzaak van genderbewust beleid wordt onderstreept;

45.    herhaalt dat de EU de ontwikkelingslanden zou moeten ondersteunen die gebruik maken van de zogenaamde flexibiliteiten die zijn ingebouwd in de TRIPS-overeenkomst om in staat te zijn tegen betaalbare prijzen geneesmiddelen te verstrekken in het kader van hun binnenlandse volksgezondheidsprogramma’s; benadrukt dat deze overeenkomsten die toegang tot generieke geneesmiddelen waarborgen, niet mogen worden ondermijnd door vrijhandelsovereenkomsten;

Kwetsbare groepen

46.    verzoekt de EU ten minste de helft van haar steun aan de MOL's uit te geven en zich daarbij te richten op de meest hulpbehoevenden in deze landen, met name vrouwen, kinderen en gehandicapten, en de belangen van kwetsbare groepen doeltreffender in haar ontwikkelingsstrategieën te integreren;

47.    roept de EU en de ontwikkelingslanden op om in het bijzonder aandacht te schenken aan de rechten van minderheden, en dringt erop aan dat de EU absoluut geldende mensenrechten- en non-discriminatiebepalingen in haar internationale overeenkomsten opneemt, onder meer met betrekking tot discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of levensovertuiging, handicap, leeftijd, seksuele geaardheid en ten aanzien van mensen met HIV/AIDS;

Vrijwaring van honger

48.    verzoekt de EU en partnerregeringen om hun investeringen in de landbouw en de voedselzekerheid te verhogen tot een niveau dat alle mensen vrijwaart van honger en daarbij speciaal aandacht te besteden aan programma's voor hongersnood, kleinschalige landbouw en sociale bescherming;

49.    verzoekt de Commissie landbezit te bevorderen als instrument in de armoedebestrijding en als waarborg voor voedselzekerheid, door versterking van de eigendomsrechten en vergemakkelijking van de toegang tot leningen voor boeren, kleine bedrijfjes en plaatselijke gemeenschappen;

Waardig werk

50.    uit zijn diepe bezorgdheid over de aankoop van landbouwgrond (in het bijzonder in Afrika) door buitenlandse investeerders, met steun van de overheid, die de lokale voedselzekerheid dreigt te ondermijnen en ernstige en verstrekkende gevolgen voor de ontwikkelingslanden kan hebben; dringt er bij de VN en de EU op aan de negatieve effecten van aankoop van landbouwgrond (zoals onteigening van kleine boeren en niet-duurzaam gebruik van grond en water) aan te pakken door de erkenning van het recht van de bevolking controle uit te oefenen over landbouwgrond en andere essentiële natuurlijke hulpbronnen

51.    verzoekt de lidstaten en de Commissie hun inspanningen ter bestrijding van kinderarbeid te intensiveren zowel middels steun aan specifieke programma's als middels richtsnoeren inzake ontwikkelingsbeleid en internationale handel;

52.    dringt er bij de EU en de regeringen van de ontwikkelingslanden op aan het wereldwerkgelegenheidspact van de IAO te steunen en alle elementen van de agenda voor waardig werk doeltreffend toe te passen;

53.    verzoekt de Commissie om controle uit te oefenen op de sociale bescherming van werknemers, de sociale dialoog en de belangrijkste arbeidsnormen in de ontwikkelingslanden en deze, zo nodig, door middel van handelsovereenkomsten en andere beschikbare instrumenten te stimuleren of sanctioneren;

IV. Governance

54.    roept de Wereldbank en het IMF op een eerlijker deel van de stemrechten aan ondervertegenwoordigde landen toe te kennen en ervoor te zorgen dat leners en leningverstrekkers gelijke stemrechten hebben op de korte termijn, en dat leningen niet de in Parijs en Accra vastgelegde beginselen met betrekking tot ownership ondermijnen;

55.    verzoekt het IMF de toegang voor de lageinkomenslanden tot zijn concessionele faciliteiten te verruimen en de bijzondere trekkingsrechten voor deze landen te verhogen naar gelang van hun behoeften;

56.    is voornemens bij de medebeslissing over de aanstaande herziening van het externe mandaat van de Europese Investeringsbank, ervoor te zorgen dat de ontwikkelingsverplichtingen van de bank worden nagekomen en de middelen van de EIB meer worden afgestemd op de behoeften van de ontwikkelingslanden, met inbegrip van wederzijds doeltreffende financieringsfaciliteiten ten gunste van de armen;

57.    roept alle lidstaten en de internationale gemeenschap op ervoor te zorgen dat de VN het forum bij uitstek blijft voor de aanpak van wereldwijde kwesties in verband met governance en armoede;

58.    verzoekt de autoriteiten van de EU en de AU om hernieuwde politieke wil te investeren in het strategisch partnerschap van Afrika en de EU en om specifiek die middelen in te zetten waardoor dit volledig tot bloei kan komen;

59.    verzoekt de EU en de internationale gemeenschap om democratie, vrede, rechtsorde en corruptieloos bestuur in de ontwikkelingslanden te bevorderen en steunen;

60.    doet een beroep op de EU en de internationale gemeenschap om zich buitengewone inspanningen te getroosten om het overheidsbestuur in de ontwikkelingslanden te steunen, speciaal ter bestrijding van de corruptie en ter instelling van een bestuursmilieu dat transparant, onpartijdig en rechtvaardig is, waarbij ook de fundamentele rol van niet-overheidsactoren en het maatschappelijk middenveld moet worden erkend;

61.    roept alle ontwikkelingslanden dringend op het VN-Verdrag tegen corruptie te ondertekenen, praktische stappen te nemen om de bepalingen ervan doeltreffend uit te voeren en mechanismen te introduceren om de voortgang in het oog te houden;

62.    onderkent dat voor ontwikkelingslanden een verbetering van de internationale boekhoudnormen nodig is om belastingontwijking en belastingontduiking te voorkomen, en zo een betere fiscale governance op wereldniveau te bereiken;

63.    verzoekt de ontwikkelingslanden om hun parlementen, plaatselijke overheid, maatschappelijke organisaties en andere niet-overheidsactoren bij alle stadia van de beleidsvorming en de uitvoering van beleid te betrekken;

64.    verzoekt de ontwikkelingslanden, met name zij die de meeste EU-steun krijgen, hun goed bestuur in alle overheidsaangelegenheden te versterken, in het bijzonder het beheer van de ontvangen steun, en dringt er bij de Commissie op aan alle noodzakelijke stappen te ondernemen om te zorgen voor een transparante en doeltreffende tenuitvoerlegging van de steun;

65.    onderkent het cruciale verband tussen veiligheid en ontwikkeling en is verontrust over het gebrek aan vooruitgang bij het vinden van een vreedzame oplossing in vastgelopen conflicten in de regio rond de EU en verder weg, en dringt er bij de EU op aan haar inspanningen op dit gebied op te voeren;

66.    verzoekt de EU om een ambitieuze en constructieve dialoog met alle traditionele en opkomende donoren aan te gaan en zo te zorgen dat de MDG's worden gehaald en de armoedebestrijding boven aan de mondiale agenda blijft staan;

67.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

  • [1]  PB C 46 van 24.2.2006, blz. 1.
  • [2]  Conclusies van de Raad 9558/07 van 15 mei 2007.
  • [3]  COM(2005) 0134 final.
  • [4]  PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41.
  • [5]  COM(2010)0159 def.
  • [6]  Zaak C-155/07, Europees Parlement tegen Raad van de Europese Unie, PB C 327 van 20.12.2008, blz. 2.
  • [7]  PB C 293 E van 2.12.2006, blz. 316.
  • [8]  PB C 146 E van 12.6.2008, blz. 232.
  • [9]  PB C 295 E van 4.12.2009, blz. 62.
  • [10]  PB C 117 E van 6.5.2010, blz. 15.
  • [11]  Aangenomen teksten, P7_TA(2010)0089.
  • [12]  "Aid Effectiveness Agenda: Benefits of a European Approach", Europese Commissie, oktober 2009.
  • [13]  "Migration and Remittance Trends 2009", Wereldbank, november 2009.
  • [14]  Meer internationale middelen om de strijd tegen klimaatverandering te financieren: Een Europese blauwdruk voor de overeenkomst van Kopenhagen" (COM(2009)0475),
  • [15]  "Swimming against the Tide: How Developing Countries Are Coping with the Global Crisis" Wereldbank, maart 2009.
  • [16]  Professor Guttorm Schjelderup, Hoorzitting Europees Parlement, 10 november 2010.
  • [17]  "Facts on induced abortion worldwide", Wereldgezondheidsorganisatie en Guttmacher Institute, 2007.

TOELICHTING

A. Tien jaar op het MDG-pad

Op de millenniumtop van 2000 hebben de rijke landen, waaronder de EU-lidstaten, een reeks beloften aan de armen in de wereld gedaan. Deze beloften hielden een hernieuwde verplichting in om de armoede te bestrijden en zich te houden aan specifieke, tijdgebonden doelen om de honger in de ontwikkelingslanden te verminderen, het onderwijs en de gezondheidszorg daar te verbeteren en het milieu daar te beschermen.

Bijna tien jaar later — en nog maar vijf jaar verwijderd van 2015, de tijdslimiet — houdt de VN in september een bijeenkomst op hoog niveau ter beoordeling van de vorderingen die we gemaakt hebben, en om vast te stellen op welke punten we alle zeilen moeten bijzetten. Europa moet, als 's werelds grootste ontwikkelingshulpverlener, een voortrekkersrol vervullen.

Op de EU-top in juni moet er een gezamenlijke, ambitieuze strategie worden vastgesteld ter verwezenlijking van de MDG's. Het Parlement zal een resolutie goedkeuren waarin het zijn standpunt in aanloop naar de top uiteenzet.

1. Vorderingen

Hebben we resultaat geboekt bij het uitbannen van de armoede? Hebben de inspanningen van de donoren enig verschil gemaakt?

Het staat buiten kijf dat meer ontwikkelingshulp, voor zover doeltreffend toegepast, de armoede en het leed van miljoenen mensen in de ontwikkelingslanden heeft verlicht. De extreme armoede is van 1,8 miljard gedaald naar 1,4 miljard. Bijna 90% van de arme kinderen gaat nu naar school. Er is in de strijd tegen malaria en TBC veel winst geboekt. De kindersterfte neemt snel af.

Dus ja, we zouden kunnen zeggen dat de hulp effect heeft. Maar er valt nog veel meer te doen. We kunnen niet achterover leunen als nog altijd één op de twee kinderen in armoede leeft. We mogen niet voldaan zijn als aids dit jaar nog altijd twee miljoen levens eist. We kunnen niet werkloos toekijken als een miljard mensen nog altijd dagelijks honger lijden.

We lopen, in feite, bij alle acht MDG's achter op schema. De recente voedsel- en brandstofcrisis heeft ons zelfs nog verder achterop gezet. En nu maakt de mondiale economische neergang heel veel van onze in de afgelopen tien jaar geboekte vooruitgang weer ongedaan. Bepaalde EU-lidstaten verlagen omwille van hun eigen kwakkelende economie zelfs hun steunbudget.

Maar we mogen niet over de rug van zieken en stervenden besparingen doorvoeren. Europa moet leiding geven aan een wereldwijde, gezamenlijke inspanning om aan de MDG's vast te houden en onze beloften aan de armsten op aarde na te komen. De verwezenlijking van de MDG's is niet het gunstige scenario, maar slechts het minste wat we kunnen doen. De tijd dringt. Het is al bijna 2015. We mogen niet falen.

2. Waarom dit document?

Dit document is bedoeld om kort de stand van zaken betreffende de acht MDG's uiteen te zetten, de kernpunten aan te wijzen waarop de EU en de internationale gemeenschap de komende vijf jaar hun aandacht moeten richten, andere factoren te onderzoeken die de kansen op succes met betrekking tot de MDG's kunnen vergroten of verkleinen en om vervolgens de financieringsproblemen aan te pakken.

B. De stand van zaken met betrekking tot de MDG's

1) Extreme armoede en honger

De armoede onder USD 1,25/dag is, hoofdzakelijk dankzij de sterke groei in China, aanzienlijk verminderd (42%-25%) maar in Afrika bezuiden de Sahara is die armoede nog altijd ruim 50%. De neergang dreigt deze vooruitgang teniet te doen, waardoor wel 100 miljoen mensen weer in extreme armoede kunnen vervallen. De crisis heeft ook geleid tot een toename in het aantal werkende armen en mensen met kwetsbare banen. De geringe vorderingen in de bestrijding van de ondervoeding, ook bij kinderen, zijn in de nasleep van de voedselprijzencrisis van 2008 tot stilstand gekomen.

2) Universeel basisonderwijs

De inschrijving op basisscholen steeg van 83% in 2000 naar 88% in 2007, maar het aantal uitvallers daalt slechts langzaam. Meisjes en etnische minderheden kampen met meer discriminatie.

3) Gendergelijkheid

Het doel om de verschillen tussen jongens en meisjes in het basis- en voortgezet onderwijs in 2005 uit te bannen is niet gehaald, hoewel er wel enige vooruitgang is geboekt. Er werken meer vrouwen, maar het merendeel heeft een kwetsbare baan. Het aantal vrouwelijk parlementsleden is de afgelopen tien jaar met meer dan de helft toegenomen... maar is nog steeds niet hoger dan 17%.

4) Kindersterfte

Het aantal sterfgevallen van kinderen onder de vijf jaar is van ruim 12 miljoen in 1990 gedaald naar ongeveer negen miljoen nu. Vooral op het vlak van de mazelen is veel vooruitgang geboekt. Het millenniumdoel is echter nog lang niet gehaald.

5) Moedersterfte

Moedersterfte kost jaarlijks het leven van ruim een half miljoen vrouwen en er is, met name in Afrika bezuiden de Sahara, slechts een verwaarloosbaar kleine vooruitgang geboekt. Tienerzwangerschappen komen nog altijd veel te vaak voor, terwijl voorbehoedsmiddelen en gezinsplanning slechts iets toegankelijker zijn geworden.

6) Aids, malaria, TBC

Het aantal aidsgerelateerde sterfgevallen en nieuwe hiv-infecties heeft zich gestabiliseerd en neemt zelfs af, maar is nog altijd angstwekkend hoog. We winnen de strijd tegen malaria en ook het aantal TBC-gevallen daalt gestaag. Een grote, continue toename van de financiering blijft echter van cruciaal belang.

7) Milieuduurzaamheid

De CO2-uitstoot in de ontwikkelingslanden is aanmerkelijk toegenomen. Het percentage overbeviste vissoorten is gestegen naar 80%. De ontbossing gaat in hoog tempo door. Aan de andere kant ligt het millenniumdoel met betrekking tot het drinkwater binnen handbereik en zijn we met betrekking tot de toegang tot sanitaire voorzieningen halverwege. In vergelijking met 20 jaar geleden, leven er nu een paar honderd miljoen minder mensen in krottenwijken.

8) Mondiaal partnerschap voor ontwikkeling

Ondanks herhaalde beloften om meer hulp te bieden, schommelt de mondiale ODA rond de 0,3%/BNI. De EU zit met 0,4% zelfs nog ver onder haar tussendoel van 0,56% in 2010. Vanwege de crisis hebben bepaalde EU-landen hun steunbudgetten ingekrompen. Wat de toegang tot nieuwe technologie betreft, neemt het gebruik van mobiele telefoons in de ontwikkelinglanden hand over hand toe maar blijft de toegang tot internet laag.

C. Financieringsproblemen

Ontwikkelingssamenwerking is niet alleen een kwestie van geld geven om problemen op te lossen. Toen we tot de MDG8 besloten, hebben we ons verbonden tot een mondiaal partnerschap voor ontwikkeling. Dat houdt meer en betere hulp in. Het betekent dat we de middelen moeten leveren die al onze ambities haalbaar maken, want zonder die middelen zijn de millenniumdoelstellingen uitsluitend loze beloften.

1. ODA

Ten eerste moeten we ons aan onze ODA-beloften houden. De MDG's kampen momenteel met een financieringstekort van ruim USD 300 miljard tussen nu en 2015 — en dan zijn de extra uitgaven voor de klimaat- en economische crisis niet eens meegerekend.

De EU heeft zich samen met andere donoren het doel van 0,7% in 2015 gesteld en zij heeft dat doel ook regelmatig herbevestigd. Maar hoewel zij op de andere donoren voorloopt, ziet het er nu al naar uit dat de EU ten aanzien van het tussendoel voor 2010 ruim 20 miljard euro te kort komt. Sommige lidstaten zitten mijlenver van hun doel af en andere krimpen hun steun zelfs in.

De EU als geheel moet haar ODA verhogen. Zij moet een nieuw tussendoel voor haar ontwikkelingshulp vaststellen van 0,63% in 2012 en zich daaraan houden. Nog belangrijker is het dat er voor de meer voorspelbare hulp juridisch bindende, meerjarige tijdschema's in de nationale begrotingen worden opgenomen.

2. Nieuwe fondsen

Niettemin staat het vast dat we dit tekort van vele miljoenen nooit alleen met de ODA kunnen compenseren. We moeten op zoek naar aanvullende innovatieve financieringsmethoden:

i)  Een belasting op financiële transacties van 0,05% kan jaarlijks 10 miljard euro voor mondiale collectieve goederen opleveren. De belasting ontmoedigt crimineel onverantwoorde speculatie die het hele financiële stelsel laat wankelen (N.B. de financiële sector heeft nog niet geboet voor de gevolgen van de ongekende crisis die hij heeft veroorzaakt, terwijl hij wel heeft geprofiteerd van de gigantische staatssteun en de financiële transacties nu 70 maal het wereld-BNI bedragen). Een eenzijdig initiatief in de eurozone kan als katalysator voor de hele wereld dienen.

ii)  Illegale geldstromen beroven de arme landen jaarlijks van circa een biljoen dollar, d.w.z. tienmaal de ODA. De G20 moet de uitbanning van belastingparadijzen en het bankgeheim op zijn agenda zetten en de verslaglegging per land bevorderen.

iii)  De overmakingen door migranten zijn ook een veelvoud van de ODA waard. De EU moet die overmakingen eenvoudiger en goedkoper maken.

iv)  Accijns op transportbrandstof en een aandeel in de winst uit CO2-emissieveilingen zouden de ontwikkelingslanden bij hun omgang met de klimaatverandering kunnen helpen.

v)  Ondersteuning van microfinanciering, bankieren via de mobiele telefoon, KMO's en spaarbanken, alsmede het uitbreiden van eigendomsrechten van onteigenden bieden toegang tot financiering en dragen bij aan de opbouw van rijkdom in arme gemeenschappen.

3. Schuld

Er is een gerede kans dat de economische neergang de ontwikkelingslanden in een nieuwe schuldencrisis stort. De EU moet het voortouw nemen en een rentevrij moratorium op de schuldaflossing tot en met 2015 instellen plus de schulden van de MOL's kwijtschelden. De kwijtschelding van schulden en financiële niet-ODA stromen mogen in het kader van de realisatie van de hulpdoelstellingen niet worden meegeteld.

4. Begrotingssteun

Sectorspecifieke begrotingssteun, en dan met name MDG-contracten, kunnen bijdragen aan het boeken van voorspelbare, prestatiegerichte resultaten op het vlak van bijvoorbeeld de gezondheidszorg en het onderwijs. De EU moet zich ten doel stellen om de helft van haar hulp via begrotingssteun te leveren. De ontvangende autoriteiten moeten zich op de eerste plaats verplichten tot het bestrijden van de armoede, het geven van rekenschap, behoorlijk bestuur en het eerbiedigen van de mensenrechten.

5. Betere steun

Ondermaatse hulp kost jaarlijks meer dan 3 miljard euro. Alle donoren moeten zich houden aan de "aid effectiveness agenda", met name wat betreft het voorspelbaar maken van de ODA, het ontbinden van de hulp en het de ontvangende autoriteiten toestaan om hun eigen ontwikkelingsstrategieën vast te stellen. Ook de taakverdeling is van essentieel belang, maar de donoren mogen op het vlak van de hulp geen "stiefkindjes" creëren.

6. Mondiaal bestuur

De mondiale instellingen moeten de ontwikkelingslanden een grotere stem en de armsten meer geld geven. De EU kan daarbij helpen door in de Wereldbank en het IMF stemrechten aan ondervertegenwoordigde landen over te dragen.

Europa moet zorgen dat de MOL's meer concessionele financiering van de IFI's en een hoger percentage van de na de G20 van Londen ingestelde bijzondere trekkingsrechten ontvangen. Het Parlement en de Raad moeten optimaal gebruik maken van de kans die zich binnenkort voordoet, om de aandacht van de EIB meer op de armoedebestrijding te richten.

En hoewel de G20 ten opzichte van de G8 een stap in de goede richting is, is het nog altijd een club van rijke landen. De VN blijft het meest omvattende forum voor mondiale bestuurlijke kwesties.

D. Speciale aandacht

Alle MDG's zijn even belangrijk, maar sommige lopen verder op hun schema achter dan andere en vereisen de komende vijf jaar speciale aandacht. We moeten vooral op de volgende gebieden actie ondernemen:

1)  de gezondheidszorg, inclusief de zorg voor moeders en de reproductieve gezondheid,

2)  de minst ontwikkelde landen, met name in Afrika,

3)  vrouwen,

4)  waardig werk en openbare diensten.

1. Gezondheidszorg

De drie MDG's met betrekking tot de gezondheid liggen het verst op hun schema achter en moeten de hoogste prioriteit krijgen. Er zijn vorderingen gemaakt, maar de dodelijkste ziekten — aids, malaria en TBC — eisen nog altijd meer dan vier miljoen levens per jaar. De EU moet haar bijdrage aan het Global Health Fund verhogen en MDG's 4-6 integraal gaan aanpakken. Meer geld kan veel verschil maken. Zo heeft meer geld voor bijvoorbeeld met insecticide behandelde klamboes het aantal malaria-infecties met 50% teruggedrongen. En dankzij de vaccins, die slechts één dollar per stuk kosten, bezwijken er een half miljoen minder Afrikaanse kinderen aan de mazelen.

Wij moeten ons gratis gezondheidszorg voor iedereen tot doel stellen. We moeten ons houden aan onze belofte om 20% van het DCI-geld uit te geven aan basiszorg en -onderwijs. Die norm zouden we voor alle ontwikkelingsuitgaven moeten hanteren. We moeten er bij de Afrikaanse landen op aandringen dat zij zich houden aan hun belofte van 2001 in Abuja om 15% van hun nationale begroting toe te kennen aan de gezondheidszorg en we moeten andere ontwikkelingslanden daar eveneens toe aanmoedigen.

Vorig jaar had ruim twee derde van de hiv-patiënten geen toegang tot de noodzakelijke behandeling. Ons beleid moet de toegang tot betaalbare geneesmiddelen verzekeren. Dat betekent dat we de TRIPS moeten herzien, generieke geneesmiddelen moeten heroverwegen en het onderzoek een nieuwe weg moeten laten inslaan (momenteel richt 90% van de middelen zich op de behoeften van slechts 10% van de wereldbevolking).

Daarnaast moeten we geld vrijmaken voor meer technische ondersteuning, infrastructuur en capaciteitsopbouw in de gezondheidszorg, en moeten we door middel van salarisondersteuning en beperking van de "brain drain" het enorme tekort aan zorgverleners aanpakken. We moeten gezondheidseducatie, met inbegrip van seksuele voorlichting en een bewustzijnsverhoging ten aanzien van hiv, hoger op onze agenda zetten.

We lijken onze MDG met betrekking tot de moedersterfte niet te gaan halen en daarom moeten er specifieke aanvullende maatregelen worden getroffen. We mogen niet toestaan dat culturele en religieuze normen en waarden de rechten op het vlak van de seksuele en reproductieve gezondheid in de weg staan. We moeten progressief beleid steunen, ook wat betreft gezinsplanning, abortus (30% van de moedersterfte in Afrika is te wijten aan onveilige abortussen), de behandeling van seksueel overdraagbare aandoeningen en de beschikbaarstelling van condooms. De afgelopen tiental jaren is de financiering van de gezinsplanning per vrouw gekelderd. We moeten dat proces keren.

2. De armsten van de armen

Hoeveel vorderingen we ook met de MDG's maken, het is vrij duidelijk dat de 49 minst ontwikkelde landen van de wereld — en met name die in Afrika bezuiden de Sahara — vergeten worden.

Afrika telt bezuiden de Sahara momenteel 100 miljoen meer extreem arme mensen dan twintig jaar geleden. Het armoedepercentage blijft hoger dan 50% en bijna twee derde van de stadsbevolking woont in krottenwijken. Afrika is verantwoordelijk voor de helft van de moedersterfte en de helft van de kinderen die niet naar school gaan. In Afrika valt 95% van alle malariadoden. Het werelddeel heeft de hoogste aids- en laagste contraceptiecijfers ter wereld. Het is de enige plek op aarde waar men de strijd tegen TBC en kindersterfte aan het verliezen is. Veel Afrikaanse landen lijken niet één van de MDG's te gaan verwezenlijken.

In 2005 hebben de donoren beloofd dat hun hulp aan Afrika in 2010 verdubbeld zou zijn. Dat is niet genoeg. We moeten onze ODA aan de MOL's dringend van een derde van alle hulpstromen verhogen naar de helft.

De EU-lidstaten moeten het gezamenlijk strategisch partnerschap van Afrika en de EU, dat tijdens de top van 2007 in Lissabon is overeengekomen, serieus gaan nemen. Het wordt tijd dat die strategie vruchten begint af te werpen. Dat vereist hernieuwde politieke wil van alle partners, maar ook een specifiek op het partnerschap met Afrika afgestemd, nieuw financieringsmechanisme.

3. Vrouwen

Vrouwen vormen de ruggengraat van veel ontwikkelingslanden, maar tegelijkertijd gaan zij het sterkst onder de armoede gebukt. Het ontwikkelingsbeleid van de EU moet zich richten op:

· gendergelijkheid in het onderwijs — ondanks enige vooruitgang, is hiervan nog slechts in één op de drie ontwikkelingslanden sprake;

· toegang tot waardig werk voor vrouwen — 70% van de werkneemsters heeft een kwetsbare baan, terwijl de participatiegraad voor vrouwen in Noord-Afrika en een groot deel van Azië 45% onder die voor mannen ligt;

· vertegenwoordiging van vrouwen in de politiek;

· seksespecifiek geweld.

4. Waardig werk

De strijd tegen de armoede is ook een strijd voor rechten, zoals het recht op voedsel, gezondheidszorg, onderwijs, water, universele openbare diensten en een bestaan zonder armoede. Daarbij hoort ook het recht op "waardig en productief werk in omstandigheden van vrijheid, billijkheid, veiligheid en menselijke waardigheid".

Zoals de leiders van de EU, Afrika en Amerika op recente topontmoetingen uitdrukkelijk hebben erkend, vormt waardig werk een "ontwikkelingspijler" en de zekerste manier om uit de armoede te raken.

De AIO-agenda voor waardig werk sluit aan op alle MDG's en zou een prominente plaats in al onze internationale overeenkomsten moeten innemen. De Commissie moet de sociale bescherming van werknemers, de sociale dialoog en de belangrijkste arbeidsnormen controleren en niet bang zijn om sancties op te leggen. Dat is vooral nu van vitaal belang, want het aantal werkende armen en mensen met kwetsbare banen stijgt, met name in de nasleep van de mondiale economische crisis.

E. Andere hoofdzaken

Naast bovengenoemde prioriteiten, moet de speciale aandacht van de EU uitgaan naar een aantal gebieden die ofwel als katalysator ofwel als struikelblok voor de MDG's kunnen fungeren.

1. Samenhang in ontwikkelingsbeleid

De EU is er nu verdragsmatig aan gehouden om bij de invoering van ander beleid dat de ontwikkelingslanden waarschijnlijk treft, rekening te houden met de armoedebestrijding. Dat betekent dat onze activiteiten op het gebied van de landbouw, visserij, handel en migratie ons ontwikkelingswerk niet mogen ondermijnen. Dat is momenteel niet het geval. Bijvoorbeeld:

· EU-subsidies voor de zuivelexport — gaat ten koste van lokale producenten;

· grootschalige liberalisering van de handel in de MOL's — leidt nauwelijks tot armoedebestrijding en verkleint zelfs het aandeel op mondiaal niveau van de MOL's;

· "landjepik" voor agrobrandstof;

· Het octrooibeleid van de EU — knijpt de toegang tot geneesmiddelen af;

· overbevissing — maakt lokale vissers werkloos;

· inconsequent immigratiebeleid;

· klimaatverandering — een veel te voorzichtige aanpak, terwijl de ontwikkelingslanden de tol betalen.

Het EP moet een vaste rapporteur benoemen voor "samenhang in ontwikkelingsbeleid", die de lidstaten en de Commissie voortdurend controleert.

Ons handelsbeleid is duidelijk van aanmerkelijke invloed op de ontwikkeling. Europa moet pleiten voor eerlijke mondialisering en een snelle, op de ontwikkeling gerichte afsluiting van de Doha-ronde. Handel is geen wondermiddel, maar billijke handel volgens bepaalde regels kan helpen de armoede te verlichten. Dat houdt in dat de EU meer steun moet bieden aan de handel en de capaciteitsopbouw en dat zij arme landen moet helpen om niet al te afhankelijk van niet duurzame grondstoffen te raken.

2. De aanpak van de klimaatverandering en de mondiale crisis

De rijke landen zijn schuldig aan de huidige financiële en economische crisis en aan de klimaatverandering. De arme landen worden het hardst getroffen. Het bestrijden van de klimaatverandering in het zuiden gaat ruim USD 100 miljard per jaar kosten en de economische neergang minstens nog eens datzelfde bedrag. We moeten dat financieringsgat op de een of andere manier dichten. Het zou een onaanvaardbare vergissing zijn om daarvoor fondsen te plunderen die reeds voor de armoedebestrijding zijn gereserveerd. Aanvullende middelen zijn de enige oplossing.

Daarnaast is de CO2-uitstoot in de ontwikkelingslanden de afgelopen 15 jaar verdubbeld. De EU kan door de overdracht van technologie, met schone energie en de creatie van "groene" banen als doel, tegelijkertijd bijdragen aan de bestrijding van de energiearmoede en de vervuiling.

3. Bestuur en rechten

Behoorlijk bestuur houdt een maatschappij in die de rechten en belangen van alle burgers eerbiedigt. Het houdt geen grotere conditionaliteit in en mag geen topdown proces zijn. De EU moet zich inzetten voor een aanpak op grond van rechten, waarbij de mens centraal staat. We moeten de discriminatie van minderheden, of dat nu gebeurt op grond van ras, geloof, taal of geslacht, van kinderen en van gehandicapten bestrijden en we mogen bij inbreuk op fundamentele mensenrechten, ongeacht waar deze plaatsvindt, niet terugdeinzen voor sancties.

Om een goede controle, verantwoording en democratie te garanderen, moeten we de ontwikkelingslanden aanmoedigen om hun parlement en maatschappij bij elke fase van de beleidsvorming en de uitvoering van dat beleid te betrekken.

4. Het recht op voedsel

Het recht op voedsel schraagt alle andere mensenrechten. Er is alarmerend weinig vooruitgang geboekt bij de aanpak van de ondervoeding, die door de voedselprijzencrisis afgelopen jaar zelfs weer is toegenomen, waardoor nu weer 100 miljoen mensen meer opnieuw honger lijden. De EU mag trots zijn op de "Voedselfaciliteit" van 2008, maar het is duidelijk niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat.

Europa moet de landbouw en voedselzekerheid in de ontwikkelingslanden politiek, financieel en technisch stimuleren. We moeten na jaren van verwaarlozing de agricultuur, voedselzekerheid en regionale zelfvoorziening weer op de agenda zetten. We mogen arme boeren niet langer ondermijnen met onze exportsubsidies, door het dumpen van onze producten of door hen te dwingen hun markten te ver en te snel open te stellen. Ja, we moeten onze eigen boeren beschermen, maar als er miljoenen hongerende kinderen in het spel zijn, ligt het morele dilemma voor de hand.

5. Ontwikkelingseducatie & het "egocentrische gen"

Gelukkig zijn negen op de tien Europeanen voorstander van ontwikkelingshulp en steunt een grote meerderheid een toename van de ODA. Niettemin moet het scepticisme constant worden teruggedrongen, zeker wanneer binnenlandse economieën kelderen. Europa moet zich dus meer inspanningen getroosten om haar burgers ervan te verzekeren dat het geld van de ODA goed wordt besteed, zowel vanuit moreel oogpunt als in ons eigen belang met betrekking tot de geopolitieke stabiliteit, illegale migratiestromen, betrouwbare toevoer van mineralen enz.

6. Onze donorpartners

De VS heeft een nieuwe regering. China laat steeds meer zijn spierballen zien en andere opkomende economieën betreden geleidelijk het toneel. We moeten onze trans-Atlantische dialoog over de ontwikkeling uitbreiden en met nieuwe donoren afspraken maken over meer ODA en meer samenhangende maatregelen, en we moeten zorgen dat de arme landen volledig inspraak in hun eigen ontwikkelingsstrategieën hebben.

F. Conclusie — onze dringende uitdaging

Het tegen de stroom in verwezenlijken van de MDG's vormt niet alleen een grote maar ook een dringende uitdaging. Lukt dit, dan betekent het een waardig bestaan voor honderden miljoenen mensen en het verschil tussen leven en dood voor nog eens miljoenen anderen. De EU moet in juni een moedig, samenhangend standpunt innemen en de wereldgemeenschap op de VN-evaluatietop, in de jaren tot en met 2015 en daarna, voorwaarts leiden.

De wereld heeft zichzelf in 2000 een belofte gedaan. We zijn moreel verplicht om die belofte waar te maken.

ADVIES van de Commissie internationale handel (4.5.2010)

aan de Commissie ontwikkelingssamenwerking

over vorderingen bij de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling: tussentijdse herziening ter voorbereiding op de VN-bijeenkomst op hoog niveau in september 2010
(2010/2037(INI))

Rapporteur: Laima Liucija Andrikienė

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie ontwikkelingssamenwerking onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.   wijst erop dat het verwezenlijken van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen (MOD) een kerndoelstelling voor de Europese Unie moet blijven; benadrukt dat de bestrijding van armoede via de verwezenlijking van de MOD ondubbelzinnig moet worden erkend als overkoepelend kader voor het EU-beleid en dat dit duidelijk terug te vinden moet zijn in alle relevante beleidsvormen, met inbegrip van het handelsbeleid, en wetgevingsvoorstellen; is van oordeel dat de MOD niet mogen worden beschouwd als een technische kwestie die gewoon kan worden opgelost door meer geld of meer handelsmogelijkheden te bieden zonder de onderliggende oorzaken van armoede te identificeren en aan te pakken;

2.  benadrukt dat de cijfers in het recente VN-rapport 'Rethinking Poverty' niet alleen alarmerend zijn, maar duidelijk aangeven dat het gevaar dat de MOD niet worden gehaald reëel is;

3.   is ervan overtuigd dat handel een krachtige aanjager van economische groei zou kunnen zijn, maar dat handel alleen de ontwikkelingsproblemen niet kan oplossen; gelooft dat de trage voortgang van de Doha-onderhandelingsronde een belemmering vormt voor de bijdrage van het internationale handelsstelsel aan de verwezenlijking van de MOD; benadrukt dat een positieve afsluiting van de Doha-ronde zou kunnen bijdragen aan een wereldwijd economisch stimuleringspakket; wijst erop dat uit een groot aantal studies van de UNCTAD en andere organisaties blijkt dat de verregaande liberalisering van de handel in de MOL zelden heeft geleid tot een duurzame en substantiële terugdringing van de armoede en heeft bijgedragen aan een verslechtering van de handelsbalans van de ontwikkelingslanden, met name de Afrikaanse landen;

4.   benadrukt het belang van de inspanningen om de integratie van ontwikkelingslanden in de wereldeconomie te vergemakkelijken; herhaalt dat toegang tot handel en steun voor aanbodcapaciteit belangrijke elementen zijn in elke coherente ontwikkelingsstrategie en dat initiatieven voor handelsgerelateerde technische bijstand een bijkomend instrument vormen om armoede uit te roeien en onderontwikkeling aan te pakken;

5.   herinnert eraan dat verbetering van de handelscapaciteit van ontwikkelingslanden en de minst ontwikkelde landen hen zou kunnen helpen de handelsgerelateerde vaardigheden en infrastructuur te ontwikkelen die noodzakelijk zijn om WTO-overeenkomsten te implementeren en daarvan profijt te trekken, de handel uit te breiden, nieuwe en bestaande handelsmogelijkheden te benutten, nieuwe overeenkomsten te implementeren en zich aan te passen aan een veranderend extern handelsklimaat;

6.   is ingenomen met de op EU- en WTO-niveau bestaande initiatieven inzake handel met de ontwikkelingslanden, met name het "Alles behalve wapens"-initiatief, SAP en SAP+, alsook het beginsel van asymmetrie en de overgangsperioden waarover in alle bestaande economische partnerschapsovereenkomsten is onderhandeld, en verzoekt de Commissie deze beleidsstrategie te consolideren; wijst erop dat het SAP-stelsel zijn gebruikers meer stabiliteit, voorspelbaarheid en handelsmogelijkheden biedt; merkt op dat aanvullende preferenties worden toegekend aan landen die belangrijke internationale verdragen over duurzame ontwikkeling, sociale rechten en goed bestuur hebben geratificeerd en op doeltreffende wijze hebben geïmplementeerd (via het SAP-stelsel);

7.   verzoekt de Commissie erop toe te zien dat de economische partnerschapsovereenkomsten met ACS-partners instrumenten zijn voor de ontwikkeling van de ACS-landen en voor de uitroeiing van armoede, onder meer via voortzetting van niet-wederzijdse markttoegang, prioriteit voor voedselzekerheid, evenals verhoging van de bestaande regionale integratie-inspanningen;

8.   verzoekt de Commissie de ontwikkelingsinhoud van de huidige onderhandelingen in het kader van de WTO en bilaterale vrijhandelsovereenkomsten te verbeteren;

9.   herinnert eraan dat de steun-voor-handelstrategie tot doel heeft arme en kwetsbare landen te ondersteunen bij het ontwikkelen van de economische basisinfrastructuur en de instrumenten die ze nodig hebben om handel te gebruiken als een motor voor economische groei en ontwikkeling; is ingenomen met de verklaringen van de Commissie dat de EU reeds de toegezegde doelstelling van 2 miljard euro voor handelsgerelateerde bijstand tegen 2010 heeft gehaald, aangezien de totale steun voor handelsgerelateerde bijstand van de EU en haar lidstaten in 2008 2,15 miljard euro bedroeg (1,14 miljard euro van de lidstaten en 1,01 miljard euro van de EU) en er ook inzake de ruimere steun-voor-handel agenda belangrijke resultaten zijn geboekt, onder meer op het vlak van vervoer en energie, de productiesectoren en handelsgerelateerde aanpassingen; verzoekt de Commissie desondanks gedetailleerde informatie (en cijfers) te verstrekken over de begrotingslijnen die worden gebruikt voor de financiering van handelsgerelateerde bijstand en steun voor handel;

10. dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan meer aandacht en steun te geven aan de MOL, ten einde de totale EU-financiering voor steun-voor-handel te verhogen, die de laatste tijd niet wezenlijk is toegenomen; is van oordeel dat, aangezien regionale integratie steeds belangrijker wordt in de steun-voor-handel agenda van de EU, er meer inspanningen moeten worden geleverd om de regionale steun-voor-handel pakketten met ACS-landen te voltooien; is van mening dat de efficiëntie van de steun kan worden verbeterd door meer gezamenlijke analyses, meer gezamenlijke responsstrategieën en meer gezamenlijke uitvoering van steun-voor-handel maatregelen;

11. is van mening dat de zuid-zuid-dimensie een snel groeiend onderdeel van de wereldhandel aan het worden is, steeds belangrijker zou kunnen worden als basis voor de ontwikkeling van de armste landen en aangemoedigd en ondersteund zou moeten worden;

12. verzoekt de ontwikkelingslanden, met name zij die de meeste EU-steun krijgen, hun goed bestuur in alle publieke aangelegenheden te versterken, in het bijzonder bij het beheer van de ontvangen steun, en dringt er bij de Commissie op aan alle noodzakelijke stappen te ondernemen om te zorgen voor een transparante en doeltreffende tenuitvoerlegging van de steun;

13. herhaalt dat de EU de ontwikkelingslanden zou moeten ondersteunen die gebruik maken van de zogenaamde flexibiliteiten die zijn ingebouwd in de TRIPS-overeenkomst om in staat te zijn tegen betaalbare prijzen geneesmiddelen te verstrekken in het kader van hun binnenlandse volksgezondheidsprogramma’s; benadrukt dat deze overeenkomsten die toegang tot generieke geneesmiddelen waarborgen, niet mogen worden ondermijnd door vrijhandelsovereenkomsten;

14. verzoekt de Commissie de mogelijkheid te onderzoeken van een wereldwijde belasting op financiële transacties en na te gaan op welke manieren dit kan bijdragen aan de verwezenlijking van de MOD.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

28.4.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Laima Liucija Andrikienė, Kader Arif, Daniel Caspary, Joe Higgins, Yannick Jadot, Metin Kazak, Bernd Lange, David Martin, Emilio Menéndez del Valle, Vital Moreira, Niccolò Rinaldi, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Gianluca Susta, Jan Zahradil, Pablo Zalba Bidegain, Paweł Zalewski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Josefa Andrés Barea, George Sabin Cutaş, Albert Deß, Béla Glattfelder, Elisabeth Köstinger, Georgios Papastamkos, Jarosław Leszek Wałęsa

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

10.5.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

8

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Thijs Berman, Michael Cashman, Nirj Deva, Leonidas Donskis, Charles Goerens, Catherine Grèze, Enrique Guerrero Salom, Eva Joly, Franziska Keller, Gay Mitchell, Norbert Neuser, Maurice Ponga, Michèle Striffler, Ivo Vajgl, Anna Záborská, Iva Zanicchi

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Kriton Arsenis, Krzysztof Lisek, Miguel Angel Martínez Martínez, Emma McClarkin, Cristian Dan Preda

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Sylvie Guillaume, Jolanta Emilia Hibner, Anna Ibrisagic, Derek Vaughan, Marie-Christine Vergiat