VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt

30.9.2010 - (COM(2009)0151 – C7‑0009/2009 – 2009/0051(COD)) - ***I

Commissie visserij
Rapporteur: Carmen Fraga Estévez
PR_CNS_COD_1consam


Procedure : 2009/0051(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A7-0260/2010
Ingediende teksten :
A7-0260/2010
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt

(COM(2009)0151 – C7‑0009/2009 – 2009/0051(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2009)0151),

–   gelet op artikel 37 van het EG­Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7‑0009/2009),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor de lopende interinstitutionele besluitvormingsprocedures (COM(2009)0665),

–   gelet op artikel 294, lid 3, en artikel 43, lid 2, van het WEU-Verdrag,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 maart 2010[1],

–   gelet op artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie visserij (A7‑0260/2010),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke verklaringen van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie zijn gevoegd;

3.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

STANDPUNT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

IN EERSTE LEZING[2]*

---------------------------------------------------------

op het voorstel van de Commissie voor een

VERORDENING (EU) Nr. …/2010

VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 43, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[3],

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure[4],

Overwegende hetgeen volgt:

(1)    Het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, hierna "NEAFC-verdrag" genoemd, is door de Raad bij Besluit 81/608/EEG[5] goedgekeurd en is op 17 maart 1982 in werking getreden.

(2)    Het NEAFC-verdrag biedt een passend kader voor multilaterale samenwerking inzake rationele instandhouding en beheer van visbestanden in het in het verdrag vastgestelde gebied.

(3)    De visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan heeft tijdens haar jaarlijkse vergadering op 15 november 2006 een aanbeveling goedgekeurd ter invoering van een controle- en handhavingsregeling (hierna "de regeling" genoemd) die van toepassing is op vissersvaartuigen die actief zijn in gebieden buiten de nationale jurisdictie van de verdragsluitende partijen binnen het verdragsgebied. De regeling is op de jaarlijkse vergaderingen in november 2007 en 2008 gewijzigd bij verscheidene aanbevelingen.

(4)    Overeenkomstig de artikelen 12 en 15 van het NEAFC-verdrag zijn deze aanbevelingen in werking getreden op respectievelijk 1 mei 2007, 9 februari 2008 en 6 en 8 januari 2009.

(5)    De regeling omvat controlemaatregelen voor in het NEAFC-gebied vissende vaartuigen die de vlag van een verdragsluitende partij voeren, alsook een regeling voor inspectie op zee die onder meer voorziet in door de verdragsluitende partijen te volgen inspectie-, toezicht- en inbreukprocedures.

(6)    De regeling voorziet in een nieuw systeem voor havenstaatcontrole dat de Europese havens effectief gesloten houdt voor de aanvoer en de overlading van bevroren vis die door de vlaggenstaat van vissersvaartuigen die onder de vlag van een andere verdragsluitende partij varen, niet wettelijk is bevonden.

(7)    Een aantal maatregelen van de NEAFC is in Gemeenschapsrecht omgezet bij de jaarlijkse TAC- en quotaverordeningen, het laatst nog bij Verordening (EG) nr. 43/2009 van de Raad tot vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn[6]. Met het oog op de juridische duidelijkheid moeten deze bepalingen die niet van tijdelijke aard zijn, in een nieuwe afzonderlijke verordening worden ondergebracht.

(8)    Met het oog op de volledige naleving van de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de NEAFC omvat de regeling tevens bepalingen ter bevordering van de naleving van de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen door vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen. De NEAFC heeft een aanbeveling goedgekeurd om een aantal vaartuigen op te nemen in de lijst van vaartuigen waarvan is aangetoond dat zij illegale, ongemelde en ongereglementeerde visvangst hebben bedreven. Deze aanbevelingen moeten in Gemeenschapsrecht worden omgezet.

(9)    Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen[7], bepaalt dat de lidstaten controle uitoefenen op de toegang tot de wateren en de hulpbronnen, alsmede de activiteiten buiten de communautaire wateren van vissersvaartuigen die hun vlag voeren. Bijgevolg moet worden bepaald dat de lidstaten waarvan de vaartuigen gemachtigd zijn om in het gereglementeerde NEAFC-gebied te vissen, voor de toepassing van de regeling inspecteurs aanstellen om de controle- en toezichtwerkzaamheden te verrichten en toereikende inspectiemiddelen toewijzen.

(10)  Ten behoeve van de controle van de visserijactiviteiten in het NEAFC-gebied, is het noodzakelijk dat de lidstaten onderling en met de Commissie en het door haar aangewezen orgaan samenwerken bij de toepassing van de regeling.

(11)  De lidstaten dienen erop toe te zien dat hun inspecteurs de inspectieprocedures van de NEAFC naleven.

(12)  De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot specifieke bepalingen inzake de lijst van mee te delen bestanden, kennisgevings- en annuleringsprocedures voor voorafgaande melding van het binnenvaren van een haven en toestemming om vis aan te voeren of over te laden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt, ook op deskundigenniveau.

(13)  De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld middels uitvoeringshandelingen overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag. Krachtens dit artikel moeten de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren, vooraf bij verordening volgens de gewone wetgevingsprocedure worden vastgesteld. In afwachting van de vaststelling van die nieuwe verordening blijft Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[8] van toepassing, met uitzondering van de regelgevingsprocedure met toetsing, die niet van toepassing is.

(13 bis)      De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de opneming in het EU-recht van toekomstige wijzigingen in de maatregelen van de controle- en handhavingsregeling van de NEAFC, die het voorwerp zijn van een aantal uitdrukkelijk als niet-essentiële elementen van deze verordening aangemerkte bepalingen, die bindend worden voor de Europese Unie in overeenstemming met het bepaalde in het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC-verdrag). Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt, ook op deskundigenniveau.

(14)  Aangezien deze verordening nieuwe regels voor controle en handhaving in het NEAFC-verdragsgebied vaststelt, moet Verordening (EG) nr. 2791/1999 van 16 december 1999 tot vaststelling van controlemaatregelen voor het gebied waarop het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan van toepassing is, worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening stelt de algemene regels en voorwaarden vast voor de toepassing door de Unie van de controle- en handhavingsregeling (hierna "de regeling" genoemd) die door de visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan is goedgekeurd.

Artikel 2

Toepassingsgebied

Tenzij anders bepaald is deze verordening van toepassing op alle vaartuigen uit de EU die gebruikt worden of bedoeld zijn om gebruikt te worden voor visserijactiviteiten met betrekking tot de visbestanden in het gereglementeerd gebied van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)    "verdrag": het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, als gewijzigd.

(2)    "verdragsgebied": de wateren van het verdragsgebied als bedoeld in artikel 1, lid 1, van het verdrag;

(3)    "gereglementeerd gebied": de wateren van het verdragsgebied die buiten de wateren liggen waarin de verdragsluitende partijen jurisdictie over de visserij uitoefenen;

(4)    "verdragsluitende partijen": de partijen bij het verdrag;

(5)    "NEAFC": de visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan;

(6)    "visserijactiviteiten": de visvangst, met inbegrip van gezamenlijke visserijactiviteiten, het be- en verwerken van vis, het overladen of aanvoeren van vis of van producten op basis van vis en alle andere commerciële activiteiten met het oog op het beoefenen van of in verband met de visvangst;

(7)    "visbestanden": de bestanden bedoeld in artikel 1, lid 2, van het verdrag;

(8)    "gereglementeerde bestanden": de visbestanden ten aanzien waarvan op grond van het verdrag gedane aanbevelingen gelden en die voorkomen op de in de bijlage opgenomen lijst;

(9)    "vissersvaartuig": elk vaartuig dat wordt ingezet of is bedoeld om te worden ingezet voor de commerciële exploitatie van visbestanden, inclusief vaartuigen voor visverwerking en overlading;

(10)  "vaartuig van een niet-verdragsluitende partij": vissersvaartuig dat niet onder de vlag van een verdragsluitende partij van de NEAFC vaart, met inbegrip van vaartuigen ten aanzien waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat zij in geen enkel land zijn geregistreerd;

(11)  "gezamenlijke visserijactiviteit": door twee of meer vaartuigen gezamenlijk uitgevoerde activiteit waarbij de vangst van het vistuig van het ene vissersvaartuig naar het andere wordt overgebracht;

(12)  "overlading": het lossen van alle visserijproducten aan boord van een vissersvaartuig of een gedeelte daarvan in een ander vissersvaartuig;

(13)  "haven": een plaats voor aanvoer of een plaats dichtbij de wal die door een verdragsluitende partij is aangewezen voor de overlading van vis;

Artikel 4

Contactpunten

1.      De lidstaten wijzen de bevoegde instantie aan die als contactpunt optreedt voor het ontvangen van toezicht- en inspectieverslagen overeenkomstig de artikelen 12, 19, 20 en 27 en voor het ontvangen van meldingen en de afgifte van vergunningen overeenkomstig de artikelen 24 en 25.

2.      De contactpunten voor de ontvangst van meldingen en de afgifte van vergunningen overeenkomstig de artikelen 24 en 25 dienen 24 uur per dag beschikbaar te zijn.

3.      De lidstaten bezorgen de Commissie of een door haar aangewezen orgaan en het secretariaat van de NEAFC het telefoonnummer, e-mailadres en faxnummer van het aangewezen contactpunt.

4.      Wijzigingen van de informatie betreffende de in de leden 1 en 3 bedoelde contactpunten dienen ten minste vijftien dagen vóór de wijziging van kracht wordt, te worden meegedeeld aan de Commissie of een door haar aangewezen orgaan en aan het secretariaat van de NEAFC.

5       De vorm van de in de leden 1 tot en met 3 bedoelde rapportage wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2.

HOOFDSTUK II

Controlemaatregelen

Artikel 5

Deelneming van de Unie

1.      De lidstaten delen de Commissie in elektronische vorm de lijst mee, en alle wijzigingen daarvan, van alle hun vlag voerende en in de Unie geregistreerde vaartuigen die gemachtigd zijn om in het gereglementeerde gebied te vissen, en met name de vaartuigen die gemachtigd zijn om gericht te vissen op een of meerdere gereglementeerde bestanden. Deze mededeling vindt plaats uiterlijk op 15 december van elk jaar, of ten laatste 5 dagen vóór een vaartuig het gereglementeerde gebied binnenvaart. De Commissie stuurt de gegevens onverwijld door naar het NEAFC-secretariaat.

2.      De vorm van de in lid 1 bedoelde lijst wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2.

Artikel 6

Merken van vistuig

1.      De lidstaten zorgen ervoor dat vistuig dat wordt gebruikt door hun vissersvaartuigen in het gereglementeerde gebied, wordt gemerkt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 356/2005 van 1 maart 2005 houdende uitvoeringsbepalingen voor het merken en identificeren van passief vistuig en boomkorren[9].

2.      De lidstaten mogen staand vistuig dat niet is gemerkt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 356/2005 of dat op een andere manier niet in overeenstemming is met de aanbevelingen van de NEAFC, alsmede vis die in het vistuig wordt gevonden, verwijderen en vernietigen.

Artikel 7

Terughalen van verloren vistuig

4.      De bevoegde instantie van de vlaggenlidstaat bezorgt onverwijld de overeenkomstig artikel 48, lid 3 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 meegedeelde informatie en de radioroepnaam van het vaartuig aan het NEAFC-secretariaat.

5.      De lidstaten ondernemen op regelmatige basis stappen om verloren vistuig van vaartuigen die onder hun vlag varen, terug te halen. ▌

Artikel 8

Melding van de vangsten

1.      Naast de in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van 12 oktober tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid[10] gespecificeerde informatie houden de kapiteins van vissersvaartuigen uit de Europese Unie ook een ingebonden gepagineerd visserijlogboek of een elektronisch logboek bij, waarin de volgende gegevens worden vermeld:

         (a)    elke keer dat het vaartuig het gereglementeerd gebied in- of uitvaart,

         (b)    op een dagelijkse basis en/of voor elke trek de geschatte cumulatieve vangst die zich aan boord bevindt sedert de laatste keer dat het gereglementeerd gebied werd binnengevaren,

         (c)    op een dagelijkse basis en/of voor elke trek de hoeveelheid vis die werd teruggeworpen,

         (c bis)        na elke aangifte overeenkomstig artikel 9 worden de volgende gegevens onmiddellijk in het logboek genoteerd:

                  -       de datum en tijd (UTC) van de toezending van de aangifte, tenzij dit elektronisch is vastgelegd;

                  -       bij radiotransmissie, de naam van het radiostation dat de aangifte verstuurt;

         (c ter)        de visdiepte (in voorkomend geval).

2.      De kapiteins van vissersvaartuigen uit de EU die visserijactiviteiten verrichten op gereglementeerde visbestanden en die hun vangst verwerken en/of invriezen, dienen:

         (a)    hun cumulatieve productie per soort en productvorm te registreren in een productielogboek, en

         (b)    alle verwerkte vangst zo in het ruim op te slaan dat de plaats van elke soort kan worden achterhaald aan de hand van een aan boord van het vissersvaartuig gehouden opslagschema.

3.      In afwijking van lid 1 kunnen de lidstaten een vaartuig dat overladingsactiviteiten verricht en vangsten van andere vaartuigen aan boord neemt, vrijstellen van het bijhouden van een visserijlogboek. Vaartuigen die een dergelijke vrijstelling krijgen, geven in een opslagschema de plaats van de in artikel 14, lid 1, bedoelde bevroren vis in het ruim aan en registreren de volgende elementen in een productielogboek:

         (a)    de datum en de tijd van de transmissie van een in artikel 9 bedoelde aangifte volgens de Universal Time Coordinated (UTC);

         (b)    bij radiotransmissie, de naam van het radiostation via hetwelk de aangifte wordt verstuurd;

         (c)    de datum en tijd (UTC) van de overlading;

         (d)    de plaats (lengte- en breedtegraad) van de overlading;

         (e)    de aan boord genomen hoeveelheden per soort;

         (f)     de naam en internationale radioroepnaam van het vissersvaartuig waaruit de vangst is overgeladen.

4.      De nadere voorschriften voor de uitvoering van dit artikel worden overeenkomstig de in artikel 47, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

Artikel 9

Aangifte van de vangsten van gereglementeerde bestanden

1.      De kapiteins van vissersvaartuigen uit de EU die visserijactiviteiten verrichten op gereglementeerde visbestanden bezorgen hun vangstaangiften via elektronische weg aan hun visserijcontrolecentrum. Deze gegevens zijn op verzoek voor de Commissie toegankelijk. De aangiften omvatten:

         (a)    de aan boord gehouden hoeveelheden bij het binnenvaren van het gereglementeerde gebied. Deze aangiften worden verstuurd ten vroegste 12 en ten laatste 2 uur vóór elke binnenvaart van het gereglementeerde gebied;

         (b)    de wekelijkse vangsten. Deze aangiften worden voor het eerst verstuurd uiterlijk aan het einde van de zevende dag na het binnenvaren van het gereglementeerde gebied of, als de visreis langer duurt dan zeven dagen, uiterlijk op maandagmiddag wat de hoeveelheden betreft die in de voorgaande week, eindigend op zondag om middernacht, in het gereglementeerde gebied zijn gevangen. In de aangifte wordt ook het aantal visdagen vermeld sinds het begin van de visserij of sinds de laatste vangstaangifte;

         (c)    de aan boord gehouden vangsten bij het verlaten van het gereglementeerde gebied. Deze aangiften worden verstuurd ten vroegste 8 en ten laatste 2 uur vóór elke buitenvaart van het gereglementeerde gebied. Zij bevatten in voorkomend geval een opgave van het aantal visdagen en van de hoeveelheden die in het gereglementeerde gebied zijn gevangen sinds het begin van de visserij of sinds de laatste vangstaangifte;

         (d)    de geladen en geloste hoeveelheden bij elke overlading van vis ▌tijdens de aanwezigheid van het vaartuig in het gereglementeerde gebied. Deze gegevens worden door het overladende vaartuig ten minste 24 uur vóór de overlading en door het ontvangende vaartuig uiterlijk 1 uur na de overlading meegedeeld. De aangifte bevat de datum, het tijdstip, de geografische positie tijdens de voorgenomen overlading, het totale afgeronde en in kilogram uitgedrukte gewicht per te lossen of geladen soort en het oproepnummer van de vaartuigen waarop c.q. waaruit wordt overgeladen. Onverminderd hoofdstuk IV meldt het ontvangende vaartuig uiterlijk 24 uur vóór aanvoer de totale vangst aan boord, het totale aan te voeren gewicht, de haven en de datum en het tijdstip van aanvoer.

2.      De in dit artikel bedoelde aangiften van de vangsten worden uitgedrukt in kilogram (afgerond op de dichtstbijzijnde 100 kg) totaal levend gewicht per soort aan de hand van de FAO-codes. Voor soorten waarvoor het totaal levend gewicht per soort minder dan één ton bedraagt, mag de totale hoeveelheid per soort worden vermeld onder de 3‑alpha code MZZ (zeevis niet nader gespecificeerd).

3.      De gegevens van de vangstaangifte worden door de lidstaten opgeslagen in het in artikel 109, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 bedoelde gegevensbestand.

4.      De bepalingen voor de uitvoering van dit artikel, en meer bepaald het formaat en de instructies voor de toezendingen, worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2.

Artikel 10

Melding van vangsten en visserijinspanningen

1.      De lidstaten brengen de Commissie vóór de vijftiende dag van elke maand langs elektronische weg op de hoogte van de hoeveelheden vis die door onder hun vlag varende vaartuigen in het gereglementeerde gebied zijn gevangen en die tijdens de voorgaande maand zijn aangevoerd of overgeladen.

2.      Onverminderd artikel 33, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 brengen de lidstaten de Commissie vóór de vijftiende dag van elke maand langs elektronische weg op de hoogte van de hoeveelheden gereglementeerde vis die door onder hun vlag varende vaartuigen in onder de nationale visserij-jurisdictie van derde landen vallende wateren of EU‑wateren in het gereglementeerde gebied zijn gevangen en die tijdens de voorgaande maand zijn aangevoerd of overgeladen.

3.      ▌Het formaat voor de mededeling van de gegevens overeenkomstig de leden 1 en 2 wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2.

         De in lid 1 bedoelde lijst van bestanden wordt vastgesteld overeenkomstig de procedure van de artikelen 46 tot 46 quater.

4.      De Commissie verzamelt de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens voor alle lidstaten en zendt deze door naar het NEAFC-secretariaat binnen 30 dagen na de kalendermaand waarin de vangsten zijn aangevoerd of overgeladen.

Artikel 11

Satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen

De lidstaten zorgen voor de automatische en elektronische transmissie aan het NEAFC-secretariaat van de via het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen (VMS) vergaarde informatie betreffende vaartuigen die onder hun vlag varen en in het gereglementeerde gebied vissen, in het formaat en overeenkomstig de specificaties die volgens de procedure van artikel 47, lid 2 zijn vastgesteld.

Artikel 12

Mededeling van informatie

1.      De lidstaten delen de in de artikelen 9 en 11 bedoelde aangiften en informatie onverwijld mee aan het NEAFC-secretariaat. In het geval van een technisch defect dienen de aangiften en de informatie aan het NEAFC-secretariaat te worden bezorgd binnen 24 uur na ontvangst. De lidstaten zorgen ervoor dat alle door hen verstuurde aangiften en berichten een volgnummer krijgen.

2.      De lidstaten zorgen ervoor dat de aan het NEAFC-secretariaat bezorgde aangiften en informatie in overeenstemming zijn met de formaten en protocollen voor gegevensuitwisseling die volgens de procedure van artikel 47, lid 2 zijn vastgesteld.

Artikel 13

Overlading en gezamenlijke visserijactiviteiten

1.      Vissersvaartuigen uit de EU mogen in het gereglementeerde gebied slechts tot overlading overgaan indien zij daartoe voorafgaandelijk toestemming hebben gekregen van de bevoegde instanties van de lidstaat waarvan zij de vlag voeren.

2.      Vissersvaartuigen uit de EU mogen slechts overladingsactiviteiten of gezamenlijke visserijactiviteiten uitvoeren met onder de vlag van verdragsluitende partijen varende vaartuigen en met vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen die van de NEAFC de status van samenwerkende niet-verdragsluitende partij hebben gekregen.

3.      Vissersvaartuigen uit de EU die door andere vaartuigen gevangen vis aan boord nemen, mogen tijdens dezelfde visreis geen andere - al dan niet gezamenlijke - visserijactiviteiten uitvoeren, met uitzondering van het be- en verwerken en het aanvoeren van vis.

Artikel 14

Gescheiden opslag

1.      Vissersvaartuigen uit de EU, die in het verdragsgebied door meer dan één vissersvaartuig gevangen bevroren vis aan boord hebben, mogen de vis van elk van die vaartuigen in meer dan één deel van het ruim opslaan, maar moeten die duidelijk gescheiden houden, met name door plastic, hout of netten, van de vis die door andere vaartuigen is gevangen.

2.      Alle vangsten die in het verdragsgebied zijn gedaan, moeten gescheiden van vangsten van buiten dit gebied worden opgeslagen.

Artikel 15

Etikettering van bevroren vis

Alle bevroren vis die wordt gevangen in het verdragsgebied wordt voorzien van een duidelijk leesbaar etiket of stempel. Op het etiket of het stempel, dat op het tijdstip van de opslag wordt aangebracht op elke doos of elk blok bevroren vis, worden de soort, de productiedatum, het ICES-deelgebied en de ICES-sector waar de vangst is gedaan en de naam van het vaartuig dat de vis heeft gevangen, vermeld.

HOOFDSTUK III

Inspecties op zee

Artikel 16

NEAFC-inspecteurs

1.      De lidstaten waarvan de vissersvaartuigen gemachtigd zijn om in het gereglementeerde gebied te vissen, stellen inspecteurs aan voor het verrichten van inspectie- en toezichtswerkzaamheden in het kader van de regeling.

2.      Iedere inspecteur ontvangt van de lidstaten een speciaal identiteitsdocument. De vorm van dit document wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2.

3.      De inspecteur dient dit speciale identiteitsdocument bij zich te hebben en te tonen wanneer hij aan boord van een vissersvaartuig gaat.

Artikel 17

Algemene bepalingen voor inspectie en toezicht

1. De Commissie of een door haar aangewezen orgaan zorgt voor de coördinatie van de toezichts- en inspectieactiviteiten voor de Unie, en stelt ieder jaar in overleg met de betrokken lidstaten een gezamenlijk inzetplan voor de participatie van de Unie in de regeling op voor het volgende jaar. Dit inzetplan bepaalt onder meer het aantal uit te voeren inspecties.

         Wanneer op een bepaald ogenblik meer dan 10 vissersvaartuigen uit de EU op gereglementeerde visbestanden in het gereglementeerde gebied aan het vissen zijn, zorgt de Commissie of een door haar aangewezen orgaan ervoor dat er op dat ogenblik een inspectievaartuig van een lidstaat in het gebied aanwezig is of dat er een inspectievaartuig aanwezig is op grond van een overeenkomst met een andere verdragsluitende partij.

2.      De lidstaten zorgen ervoor dat hun inspecteurs de inspecties uitvoeren op een niet-discriminerende manier en in overeenstemming met de regeling. Het aantal inspecties wordt bepaald op grond van de omvang van de ▌vloot, rekening houdend met de tijd die ▌vissersvaartuigen in het gereglementeerde gebied doorbrengen.

3.      De Commissie of een door haar aangewezen orgaan moet via een billijke spreiding van de inspecties streven naar een gelijke behandeling van alle verdragsluitende partijen met vissersvaartuigen die in het gereglementeerde gebied actief zijn.

5.      De lidstaten ondernemen stappen om ervoor te zorgen dat de NEAFC-inspecteurs van een andere verdragsluitende partij toelating krijgen om inspecties uit te voeren aan boord van vaartuigen die onder hun vlag varen.

6.      De inspecteurs vermijden het gebruik van geweld, tenzij in geval van wettige zelfverdediging. Bij het uitvoeren van inspecties aan boord van vissersvaartuigen dragen de inspecteurs geen vuurwapens. Deze maatregelen doen geen afbreuk aan nationale bepalingen inzake het verbod op het gebruik van geweld.

7.      De inspecteurs vermijden interferentie met of ongemak voor het vissersvaartuig, de activiteiten ervan en de aan boord gehouden vangst, tenzij en voor zover dat noodzakelijk is om hun opdracht uit te voeren.

Artikel 18

Inspectiemiddelen

1.      De lidstaten stellen hun inspecteurs toereikende middelen ter beschikking voor de vervulling van hun toezichts- en inspectietaken. Zo zetten zij voor de regeling inspectievaartuigen en -vliegtuigen in.

2.      De Commissie of een door haar aangewezen orgaan bezorgt het NEAFC-secretariaat vóór 1 januari van elk jaar de details van het plan, de namen van de NEAFC-inspecteurs en de speciale inspectievaartuigen, alsmede de types van de vliegtuigen en hun identificatiegegevens (registratienummer, naam, radioroepnaam), die de lidstaten dat jaar voor de regeling inzetten. In voorkomend geval wordt deze informatie geselecteerd uit de in artikel 79 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 bedoelde lijst. De lidstaten brengen de Commissie of een door haar aangewezen orgaan op de hoogte van wijzigingen van deze lijst, waarna die/dat de informatie één maand vóór de wijziging van kracht wordt doorstuurt naar het NEAFC-secretariaat en de andere lidstaten.

3.      Op elk voor de regeling ingezet vaartuig dat NEAFC-inspecteurs aan boord heeft, alsmede op de inspectiesloep van dat vaartuig dient het speciale NEAFC-inspectieteken te zijn aangebracht om aan te geven dat de inspecteurs aan boord inspectietaken mogen uitvoeren overeenkomstig de regeling. Op alle vliegtuigen die voor de regeling worden ingezet, moet de internationale radioroepnaam duidelijk zijn aangebracht. De vorm van dit speciale teken wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2.

4.      De Commissie of een door haar aangewezen orgaan houdt voor de ingezette inspectievaartuigen en -vliegtuigen van de Unie de datum en het uur bij van het begin en het einde van hun opdracht in het kader van de regeling, in de vorm als vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2. ▌

Artikel 19

Toezichtsprocedure

1.      Toezicht is gebaseerd op visuele waarnemingen van vissersvaartuigen door NEAFC-inspecteurs vanaf een voor de regeling ingezet vaartuig of vliegtuig. De NEAFC-inspecteurs bezorgen via elektronische weg onverwijld een exemplaar van elk waarnemingsverslag per vaartuig aan de vlaggenstaat van het betrokken vaartuig, aan de Commissie of een door haar aangewezen orgaan en aan het NEAFC-secretariaat, in de vorm als vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2. Een papieren versie van elk waarnemingsverslag en eventuele foto's worden op verzoek naar de vlaggenstaat van het betrokken vaartuig doorgestuurd.

2.      De NEAFC-inspecteurs registreren hun waarnemingen in een toezichtsverslag ▌in de vorm als vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2.

Artikel 20

Inspectieprocedure

1.      De inspecteurs gaan niet aan boord zonder eerst via radio het vissersvaartuig op de hoogte te brengen of zonder dat het vissersvaartuig het juiste sein uit het internationaal seinboek heeft gekregen, met inbegrip van de identiteit van het inspectieplatform, ongeacht of de ontvangst van een dergelijk bericht is bevestigd.

2.      De inspecteurs hebben de bevoegdheid om alle relevante plaatsen, dekken en ruimten van de vissersvaartuigen, (al dan niet verwerkte) vangst, netten of ander vistuig, materiaal en eventuele relevante documenten te onderzoeken die zij noodzakelijk achten om de naleving van de door de NEAFC getroffen maatregelen te controleren en de kapitein of een door hem aangewezen persoon te ondervragen.

3.      Het vaartuig aan boord waarvan de inspecteur zich wenst te begeven, mag niet worden verzocht te stoppen of te manoeuvreren tijdens het vissen, noch tijdens het uitzetten of binnenhalen van het vistuig. De inspecteurs kunnen eisen dat het binnenhalen van het vistuig wordt onderbroken of uitgesteld tot zij aan boord van het vissersvaartuig zijn gegaan, maar in elk geval niet meer dan 30 minuten na ontvangst van het in lid 1 bedoelde sein.

4.      De kapiteins van inspectieplatforms zorgen ervoor dat zij volgens de regels van de scheepvaart op een veilige afstand van de vissersvaartuigen manoeuvreren.

5.      De inspecteurs kunnen een vissersvaartuig opdragen het in- of uitvaren van het gereglementeerde gebied uit te stellen, tot 6 uren na het tijdstip van de transmissie door het vissersvaartuig van de in artikel 9, lid 1, onder a) en c) bedoelde aangiften.

6.      Een inspectie mag niet langer duren dan 4 uur of dan de tijd die nodig is om de netten binnen te halen en de netten en de vangst te inspecteren, naar gelang wat het langste duurt. Indien een inbreuk wordt geconstateerd mogen de inspecteurs aan boord blijven totdat de in artikel 29, lid 1, onder b), bedoelde maatregelen zijn getroffen.

7.      In speciale omstandigheden die betrekking hebben op de grootte van het vissersvaartuig en de hoeveelheden aan boord gehouden vis, mag de duur van de inspectie de in lid 6 bepaalde maximumtijd overschrijden. In dat geval mogen de inspecteurs in geen geval langer aan boord van het vissersvaartuig blijven dan de tijd die nodig is om de inspectie te voltooien. De redenen voor het overschrijden van de in lid 6 bepaalde maximumtijd worden in het in lid 9 bedoelde inspectieverslag vermeld.

8.      Niet meer dan twee door de lidstaten aangewezen inspecteurs mogen aan boord gaan van een vissersvaartuig van een andere verdragsluitende partij. Bij het uitvoeren van hun inspectie mogen de inspecteurs de kapitein om eventuele assistentie verzoeken. Inspecteurs doen geen afbreuk aan het recht van de kapitein om tijdens het aan boord gaan en de inspectie te communiceren met de autoriteiten van de vlaggenstaat.

9.      Elke inspectie moet worden gedocumenteerd met een inspectieverslag in de vorm als vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2. Het inspectieverslag mag door de kapitein van opmerkingen worden voorzien en wordt ondertekend door de inspecteurs bij het einde van de inspectie. Een afschrift van het verslag wordt aan de kapitein van het vissersvaartuig overhandigd. Een exemplaar van elk inspectieverslag wordt onverwijld aan de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vaartuig en aan de Commissie of een door haar aangewezen orgaan bezorgd. De Commissie of een door haar aangewezen orgaan stuurt het onmiddellijk door ▌naar het NEAFC-secretariaat. Het origineel of een gewaarmerkt afschrift van elk inspectieverslag wordt aan de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vaartuig toegestuurd wanneer deze daarom verzoekt.

Artikel 21

Verplichtingen van de kapitein tijdens de inspectieprocedure

De kapitein van een vissersvaartuig dient:

(a)    het snel en veilig aan en van boord gaan te faciliteren volgens de specificaties die zijn vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 47, lid 2;

(b)    mee te werken aan de in het kader van deze verordening uitgevoerde inspectie van het vissersvaartuig, waarbij hij de inspecteurs niet mag tegenwerken, intimideren of hinderen en hij de veiligheid van de inspecteurs moet waarborgen;

(c)    de inspecteurs toe te laten met de instanties van de vlaggenstaat en van de inspecterende staat te communiceren;

(d)    toegang te verlenen tot de plaatsen, dekken en ruimten van de vissersvaartuigen, (al dan niet verwerkte) vangst, netten of ander vistuig, materiaal en eventuele relevante informatie of documenten die de inspecteur noodzakelijk acht overeenkomstig artikel 20, lid 2;

(e)    afschriften van documenten te verstrekken, als de inspecteur dat eist; en

(f)     de inspecteurs behoorlijke faciliteiten te verlenen, met inbegrip, in voorkomend geval, van voeding en onderdak, tijdens hun verblijf aan boord overeenkomstig artikel 32, lid 3.

HOOFDSTUK IV

Havenstaatcontrole van vissersvaartuigen die onder de vlag van een andere verdragsluitende partij varen

Artikel 22

Toepassingsgebied

Onverminderd Verordening (EG) nr. 1224/2009 en Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008, houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen[11] (de "IUU-verordening") zijn de in dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen van toepassing op de aanvoer of overlading in havens van lidstaten van vis die na de vangst in het verdragsgebied wordt ingevroren door vissersvaartuigen die onder de vlag van een andere verdragsluitende partij varen.

Artikel 23

Aangewezen havens

De lidstaten wijzen havens of plaatsen dicht bij de kust aan waar de aanvoer en overlading van vis die na de vangst in het verdragsgebied wordt ingevroren door vissersvaartuigen die onder de vlag van een andere verdragsluitende partij varen, zijn toegestaan De Commissie stelt het NEAFC-secretariaat in kennis van deze plaatsen en van wijzigingen aan de lijst met aangewezen havens, ten minste vijftien dagen vóór de inwerkingtreding van eventuele wijzigingen.

De aanvoer en de overlading van vis die wordt ingevroren na de vangst in het verdragsgebied door vissersvaartuigen die varen onder de vlag van een andere verdragsluitende partij, zijn slechts toegestaan in aangewezen havens.

Artikel 24

Voorafgaande melding van het binnenvaren van een haven

1.      Overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1005/2008 doet de kapitein van elk vissersvaartuig dat in artikel 22 bedoelde vis aan boord heeft en een haven wil aandoen voor aanvoer of overlading, of diens vertegenwoordiger, de bevoegde instanties van de lidstaat waarvan hij een haven wenst te gebruiken, daarvan ten minste drie werkdagen vóór zijn vermoedelijke aankomst melding.

         Niettemin mag een lidstaat voorzien in een andere meldingstermijn, met inachtneming van met name de afstand tussen de visgronden en zijn haven. In dat geval brengt de lidstaat onverwijld de Commissie of een door haar aangewezen orgaan en het NEAFC-secretariaat op de hoogte.

2.      De kapitein of diens vertegenwoordiger kan een eerder gedane melding intrekken door de bevoegde instanties van de haven die hij wil gebruiken, daarvan ten minste 24 uur vóór het vermoedelijke tijdstip van aankomst in de haven in kennis te stellen.

         Niettemin mag een lidstaat voorzien in een andere meldingstermijn voor annulering. In dat geval brengt de lidstaat onverwijld de Commissie of een door haar aangewezen orgaan en het NEAFC-secretariaat op de hoogte. De melding moet vergezeld gaan van een exemplaar van het originele meldingsformulier waarop het woord "CANCELLED" (“geannuleerd”) is aangebracht.

3.      De bevoegde instanties van de havenlidstaat zenden een afschrift van de in de leden 1 en 2 bedoelde melding onverwijld door naar de vlaggenstaat van het vissersvaartuig, alsmede naar de vlaggenlidstaat van de overladende vaartuigen wanneer het vissersvaartuig vis heeft overgeladen. Een exemplaar van de in lid 2 bedoelde melding dient ook te worden doorgestuurd ▌naar het NEAFC-secretariaat.

5.      ▌Het formaat en de instructies voor de melding worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2.

         Indien nodig worden nadere bepalingen betreffende de in dit artikel bedoelde kennisgevings- en annuleringsprocedures, met inbegrip van termijnen, vastgesteld overeenkomstig de procedure van de artikelen 46 tot 46 quater.

Artikel 25

Toestemming om vis aan te voeren of over te laden

1.      De vlaggenstaat van het vissersvaartuig dat wil aanvoeren of overladen, of de vlaggenstaat van overladende vaartuigen in het geval dat een vaartuig overladingsactiviteiten verricht buiten de wateren van de Unie, stuurt een afschrift van de in artikel 24 bedoelde voorafgaande melding terug aan de bevoegde autoriteiten in de havenlidstaat en bevestigt daarmee dat:

         (a)    het vissersvaartuig dat volgens de aangifte de vis heeft gevangen, over een toereikend quotum voor de aangegeven soort beschikte;

         (b)    de hoeveelheden aan boord gehouden vis naar behoren zijn aangegeven en zijn afgeboekt op de toepasselijke vangst- of inspanningsbeperkingen;

         (c)    het vaartuig dat volgens de aangifte de vis heeft gevangen, over een vergunning beschikte om in de opgegeven gebieden te vissen;

         (d)    de aanwezigheid van het vaartuig in het opgegeven vangstgebied met VMS-gegevens is gestaafd.

2.      Met de aanvoer- of overladingsverrichtingen mag slechts worden begonnen nadat de bevoegde instanties van de havenlidstaat daarvoor toestemming hebben gegeven. De toestemming wordt slechts verleend nadat de in lid 1 bedoelde bevestiging van de vlaggenstaat werd ontvangen.

3.      In afwijking van lid 2 mogen de bevoegde instanties van de havenlidstaat de aanvoer geheel of gedeeltelijk toestaan zonder de in lid 1 bedoelde bevestiging te hebben ontvangen, op voorwaarde dat de betrokken vis dan onder hun toezicht wordt opgeslagen. De vis zal slechts voor verkoop, overname of vervoer worden vrijgegeven nadat de in lid 1 bedoelde bevestiging is ontvangen. Wanneer 14 dagen na de aanvoer nog geen bevestiging is ontvangen, mogen de bevoegde instanties van de havenlidstaat de vis in beslag nemen en verwijderen overeenkomstig de geldende nationale bepalingen.

4.      De bevoegde instanties van de havenlidstaat brengen hun besluit om de aanvoer of de overlading al dan niet toe te staan onverwijld ter kennis van de kapitein en brengen ▌het NEAFC-secretariaat op de hoogte.

5.      De bepalingen betreffende de in dit artikel bedoelde toestemming om vis aan te voeren of over te laden worden vastgesteld volgens de procedure van de artikelen 46 tot 46 quater.

Artikel 26

Haveninspecties

1.      De lidstaten inspecteren tijdens elk rapportagejaar in hun havens ten minste 15% van de aanvoer of de overlading door vissersvaartuigen.

2.      De inspecties omvatten het uitoefenen van toezicht op de volledige los- of overladingsverrichtingen en een vergelijking van de naar soort in de voorafgaande melding opgegeven hoeveelheden met de daadwerkelijk aangevoerde of overgeladen hoeveelheden. Wanneer de aanvoer of de overlading is voltooid, controleert en registreert de inspecteur de hoeveelheden per soort vis die aan boord blijven.

3.      De nationale inspecteurs stellen alles in het werk om een vaartuig niet onnodig lang op te houden, de werkzaamheden van het vaartuig zo min mogelijk te verstoren en kwaliteitsverlies van de vis te vermijden.

4.      De havenlidstaat mag inspecteurs van andere verdragsluitende partijen verzoeken zijn eigen inspecteurs te begeleiden en toezicht te houden op de inspectie van de aanvoer- of overlading door vissersvaartuigen die varen onder de vlag van een andere verdragsluitende partij.

Artikel 27

Inspectieverslagen

1.      Elke inspectie moet worden gedocumenteerd met een inspectieverslag in de vorm als vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2.

2.      Het inspectieverslag mag door de kapitein van opmerkingen worden voorzien en wordt ondertekend door de inspecteur en de kapitein bij het einde van de inspectie. Een afschrift van het verslag wordt aan de kapitein van het vissersvaartuig overhandigd.

3.      Een exemplaar van elk inspectieverslag moet onverwijld worden bezorgd aan de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vissersvaartuig en aan de vlaggenstaat van overladende vaartuigen wanneer het vaartuig overladingsactiviteiten heeft verricht, aan de Commissie of een door haar aangewezen orgaan en aan het NEAFC-secretariaat. Het origineel of een gewaarmerkt afschrift van elk inspectieverslag wordt aan de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vaartuig toegestuurd wanneer deze daarom verzoekt.

HOOFDSTUK V

Inbreuken

Artikel 28

Toepassingsgebied

Onverminderd Verordening (EG) nr. 1224/2009 en Verordening (EG) nr. 1005/2008 zijn de in dit hoofdstuk vastgestelde bepalingen van toepassing op vissersvaartuigen van de Unie en op vissersvaartuigen die onder de vlag van een andere verdragsluitende partij varen en die gebruikt worden of bedoeld zijn om gebruikt te worden voor visserijactiviteiten met betrekking tot visbestanden in het gereglementeerde gebied.

Artikel 29

Inbreukprocedures

1.      Indien een inspecteur ernstige redenen heeft om te geloven dat een vissersvaartuig een activiteit heeft verricht die in strijd is met de instandhoudingsmaatregelen van de NEAFC:

         (a)    registreert hij de inbreuk in het in artikel 19, lid 2, artikel 20, lid 8, of artikel 27 bedoelde verslag;

         (b)    doet hij het nodige om het bewijsmateriaal te beveiligen en het behoud ervan te waarborgen. Op elk deel van het vistuig dat volgens de inspecteur waarschijnlijk bij de overtreding van de toepasselijke maatregelen is gebruikt, kan op stevige wijze een merkteken worden aangebracht;

         (c)    tracht hij zich onmiddellijk in verbinding te stellen met een inspecteur of met de aangewezen instantie van de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vissersvaartuig;

         (d)    stuurt hij het inspectieverslag onmiddellijk naar de Commissie of een door haar aangewezen orgaan.

2.      De lidstaat die de inspectie uitvoert, deelt schriftelijk de details van de inbreuk mee aan de aangewezen instanties van de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vaartuig en aan de Commissie of een door haar aangewezen orgaan, indien mogelijk tijdens de werkdag die volgt na het begin van de inspectie.

3.      De lidstaat die de inspectie uitvoert, stuurt onverwijld het origineel van het toezichts- of inspectieverslag met eventuele ondersteunende documenten naar de bevoegde instanties van de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vissersvaartuig, alsmede een exemplaar naar de Commissie of een door haar aangewezen orgaan, die/dat een exemplaar doorstuurt naar het NEAFC-secretariaat.

Artikel 30

Follow-up van inbreuken

1.      Indien een lidstaat door een andere verdragsluitende partij of een andere lidstaat op de hoogte wordt gebracht van een inbreuk door een vissersvaartuig dat onder zijn vlag vaart, onderneemt hij onmiddellijk actie overeenkomstig zijn nationale wetgeving om het bewijsmateriaal van de inbreuk te ontvangen en te onderzoeken, en eventueel verder onderzoek te doen dat noodzakelijk is voor de follow-up van de inbreuk en, indien mogelijk, om het betrokken vissersvaartuig te inspecteren.

2.      De lidstaten wijzen de instanties aan die bevoegd zijn om het bewijsmateriaal met betrekking tot inbreuken te ontvangen en delen de adresgegevens van deze instanties en eventuele wijzigingen van deze informatie mee aan de Commissie of een door haar aangewezen orgaan. De Commissie of een door haar aangewezen orgaan stuurt daarop de informatie door naar het NEAFC-secretariaat.

Artikel 31

Ernstige inbreuken

Voor de toepassing van deze verordening worden de volgende inbreuken als ernstig beschouwd:

(a)    vissen zonder geldige vergunning van de vlaggenstaat,

(b)    vissen zonder quotum of na volledige benutting van het quotum;

(c)    gebruik van verboden vistuig;

(d)    verstrekken van apert onjuiste vangstgegevens,

(e)    herhaalde niet-naleving van de artikelen 9 en 11;

(f)     aanvoer of overlading in een haven die niet overeenkomstig artikel 23 is aangewezen;

(g)    niet-naleving van artikel 24;

(h)    aanvoer of overlading zonder toestemming van de havenstaat als bedoeld in artikel 25;

(i)     het beletten van de uitvoering van de taken van een inspecteur;

(j)     het gericht vissen op een bestand waarvoor een moratorium of een visverbod geldt;

(k)    het vervalsen of verbergen van de kentekens, de identiteit of het inschrijvingsnummer van een vissersvaartuig;

(l)     het achterhouden, vervalsen of laten verdwijnen van bewijsmateriaal dat van belang is voor een onderzoek;

(m)   het begaan van meerdere overtredingen die tezamen een ernstige schending van de instandhoudings- en beheersmaatregelen vormen;

(n)    het uitvoeren van overladings- of gezamenlijke visserijactiviteiten met vaartuigen van een niet-verdragsluitende partij die niet de status van samenwerkende niet-verdragsluitende partij van de NEAFC heeft gekregen;

(o)    het verstrekken van voorzieningen, brandstof of andere diensten aan vaartuigen die op de in artikel 44 bedoelde lijsten zijn geplaatst.

Artikel 32

Follow-up van ernstige inbreuken

1.      Indien een inspecteur ernstige redenen heeft om te geloven dat een vissersvaartuig een ernstige inbreuk in het kader van artikel 31 heeft gepleegd, brengt hij die inbreuk onmiddellijk ter kennis van de Commissie of een door haar aangewezen orgaan, van de bevoegde instanties van de vlaggenstaat van het geïnspecteerde vissersvaartuig en van de vlaggenstaat van overladende vaartuigen wanneer het geïnspecteerde vaartuig overladingsactiviteiten heeft verricht overeenkomstig artikel 29, lid 3, en stuurt een exemplaar naar het NEAFC-secretariaat.

2.      De inspecteur neemt alle nodige maatregelen om het bewijsmateriaal te beveiligen en het behoud ervan te waarborgen, en zorgt er daarbij voor dat de werking van het vaartuig zo min mogelijk wordt gehinderd en gestoord.

3.      De inspecteur heeft het recht om aan boord van het vissersvaartuig te blijven zo lang dat noodzakelijk is om informatie over de inbreuk te bezorgen aan de in artikel 33 bedoelde naar behoren gemachtigde inspecteur, of tot hij een antwoord ontvangt van de vlaggenstaat waarin de inspecteur wordt verzocht het vissersvaartuig te verlaten.

Artikel 33

Follow-up van ernstige inbreuken door een vissersvaartuig uit de EU

1.      De vlaggenlidstaat antwoordt onverwijld op de in artikel 32, lid 1, bedoelde melding en zorgt ervoor dat het betrokken vissersvaartuig binnen 72 uren wordt geïnspecteerd door een inspecteur die naar behoren gemachtigd is om op te treden met betrekking tot de inbreuk. De naar behoren gemachtigde inspecteur gaat aan boord van het betrokken vissersvaartuig, onderzoekt het door de NEAFC-inspecteur vastgestelde bewijsmateriaal van de vermoedelijke inbreuk en deelt de resultaten van het onderzoek zo snel mogelijk mee aan de bevoegde instantie van de vlaggenlidstaat en aan de Commissie of een door haar aangewezen orgaan.

2.      Na kennisgeving van de resultaten eist de vlaggenlidstaat, indien het bewijsmateriaal zulks rechtvaardigt, dat het vissersvaartuig zich onmiddellijk en in elk geval binnen 24 uren begeeft naar een door die vlaggenlidstaat aangewezen haven voor een grondige inspectie onder zijn gezag.

3.      De vlaggenlidstaat kan de inspecterende staat toestemming geven om het vissersvaartuig onverwijld naar een door de vlaggenlidstaat aangewezen haven te brengen.

4.      Indien het vissersvaartuig niet wordt verzocht zich naar een haven te begeven, moet de vlaggenlidstaat tijdig een degelijke motivering daarvoor naar de Commissie of een door haar aangewezen orgaan en naar de inspecterende staat sturen. De Commissie of een door haar aangewezen orgaan stuurt die motivering door naar het NEAFC-secretariaat.

5.      Wanneer een vissersvaartuig zich voor een grondige inspectie overeenkomstig de leden 2 of 3 naar een haven dient te begeven, mag een NEAFC-inspecteur van een andere verdragsluitende partij, met toestemming van de vlaggenlidstaat van het vissersvaartuig, aan boord van het vissersvaartuig gaan en blijven terwijl het zich naar de haven begeeft, en mag hij aanwezig zijn bij de inspectie van het vissersvaartuig in de haven.

6.      De vlaggenlidstaat brengt de Commissie of een door haar aangewezen orgaan onmiddellijk op de hoogte van het resultaat van de grondige inspectie en van de maatregelen die hij heeft genomen met betrekking tot de inbreuk.

7.      De bepalingen voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2.

Artikel 34

Verslaglegging en follow-up van inbreuken

1.      De lidstaten brengen de Commissie of een door haar aangewezen orgaan tegen 15 februari van elk jaar op de hoogte van de stand van zaken van de werkzaamheden betreffende inbreuken op NEAFC-maatregelen tijdens het vorige kalenderjaar. De inbreuken worden vermeld in elk volgend verslag totdat de procedure is afgesloten overeenkomstig de relevante bepalingen van de nationale wetgeving. De Commissie of een door haar aangewezen orgaan stuurt de verslagen vóór 1 maart door naar het NEAFC-secretariaat.

2.      Het in lid 1 vereiste verslag geeft de huidige stand van zaken van de werkzaamheden aan en met name of de zaak hangende is, in beroep wordt behandeld of nog wordt onderzocht. In het verslag wordt in specifieke termen melding gemaakt van eventuele opgelegde sancties, in het bijzonder de omvang van de boetes, de waarde van de in beslag genomen vangsten en/of vistuigen, of een schriftelijke waarschuwing is gegeven, en verstrekt toelichtingen indien geen maatregelen zijn genomen.

Artikel 35

Behandeling van de inspectieverslagen

Onverminderd het bepaalde in artikel 77 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 werken de lidstaten samen met elkaar en met andere ▌verdragsluitende partijen om gerechtelijke of andere procedures te faciliteren die resulteren uit een door een inspecteur in het kader van de regeling opgesteld verslag, overeenkomstig de nationale juridische of andere voorschriften inzake de ontvankelijkheid van bewijsstukken.

Artikel 36

Verslagen over toezichts- en inspectieactiviteiten

1.      De lidstaten brengen de Commissie of een door haar aangewezen orgaan elk jaar tegen 15 februari met betrekking tot het vorige kalenderjaar op de hoogte van:

         (a)    het aantal inspecties dat werd uitgevoerd in het kader van de artikelen 19, 20 en 26, met vermelding van het aantal inspecties van vaartuigen van elke verdragsluitende partij en, indien een inbreuk is begaan, van de datum en de plaats van de inspectie van het betrokken vaartuig en de aard van de inbreuk;

         (b)    het aantal vlieguren en het aantal dagen op zee voor NEAFC-patrouilles, het aantal waarnemingen, zowel van vaartuigen van verdragsluitende partijen als van niet-verdragsluitende partijen, en de lijst van individuele vaartuigen waarvoor een toezichtsverslag is voltooid.

2.      De Commissie of een door haar aangewezen orgaan stelt op grond van de verslagen van de lidstaten een communautair verslag op. Uiterlijk op 1 maart van elk jaar zendt zij dit communautaire verslag toe aan het NEAFC-secretariaat.

HOOFDSTUK VI

Maatregelen ter bevordering van de naleving van de maatregelen door vissersvaartuigen van niet-verdragsluitende partijen

Artikel 37

Toepassingsgebied

1.      Dit hoofdstuk is van toepassing op vissersvaartuigen van niet‑verdragsluitende partijen die gebruikt worden of bedoeld zijn om gebruikt te worden voor visserijactiviteiten met betrekking tot visbestanden in het verdragsgebied.

2.      Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan Verordening (EG) nr. 1224/2009 en Verordening (EG) nr. 1005/2008.

Artikel 38

Waarnemingen en identificatie van vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen

1.      De lidstaten bezorgen de Commissie of een door haar aangewezen orgaan onverwijld alle informatie betreffende vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen of vaartuigen waarvan via waarnemingen of op een andere manier is vastgesteld dat ze visserijactiviteiten uitvoeren in het verdragsgebied. De Commissie of een door haar aangewezen orgaan brengt onmiddellijk het NEAFC-secretariaat en alle lidstaten op de hoogte van de waarnemingsverslagen die zij ontvangt.

2.      Een lidstaat die een vaartuig van een niet-verdragsluitende partij waarneemt, moet trachten het vaartuig ervan in kennis te stellen dat via waarnemingen of op een andere manier is vastgesteld dat het visserijactiviteiten uitvoert in het verdragsgebied en dat het bijgevolg wordt verdacht van niet-naleving van de NEAFC-aanbevelingen in het kader van het verdrag, tenzij de vlaggenstaat van het vaartuig van de NEAFC de status heeft gekregen van samenwerkende niet-verdragsluitende partij.

3.      Wanneer met betrekking tot een vaartuig van een niet-verdragsluitende partij via waarnemingen of op een andere manier is vastgesteld dat het overladingsactiviteiten uitvoert, geldt het vermoeden van niet-naleving van instandhoudings- en rechtshandhavingsmaatregelen voor elk ander vaartuig van een niet-verdragsluitende partij waarvan is vastgesteld dat het in dergelijke activiteiten met dat vaartuig is betrokken.

Artikel 39

Inspecties op zee

1.      De NEAFC-inspecteurs verzoeken om toestemming om aan boord te gaan van vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen waarvan via waarnemingen of op een andere manier is vastgesteld dat ze visserijactiviteiten uitvoeren in het verdragsgebied, en om deze te inspecteren. Indien het vaartuig toestemming verleent om aan boord te gaan, wordt de inspectie gedocumenteerd met een inspectieverslag als bedoeld in artikel 20, lid 9.

2.      De NEAFC-inspecteurs bezorgen onverwijld een exemplaar van het inspectieverslag aan de Commissie of een door haar aangewezen orgaan, aan het NEAFC-secretariaat en aan de kapitein van het vaartuig van de niet-verdragsluitende partij. Indien het bewijsmateriaal dat rechtvaardigt, kan een lidstaat de nodige actie ondernemen overeenkomstig de internationale wetgeving. De lidstaten worden ertoe aangemoedigd te onderzoeken in hoeverre binnenlandse maatregelen geschikt zijn om jurisdictie over dergelijke vaartuigen uit te oefenen.

3.      Indien de kapitein geen toestemming geeft voor het aan boord gaan en inspecteren van zijn vaartuig of niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 21, leden 1 tot en met 4, wordt het vaartuig verondersteld betrokken te zijn in IUU-activiteiten. De NEAFC-inspecteur brengt dit onverwijld ter kennis van de Commissie of een door haar aangewezen orgaan, die/dat onmiddellijk het NEAFC-secretariaat op de hoogte brengt.

Artikel 40

Binnenvaren van de haven

1.      De kapitein van een vissersvaartuig van een niet-verdragsluitende partij mag alleen een overeenkomstig artikel 23 aangewezen haven aandoen. Een kapitein die een haven van een lidstaat wenst aan te doen, dient de bevoegde instanties van de havenlidstaat overeenkomstig artikel 24 op de hoogte te brengen. De betrokken havenlidstaat bezorgt deze informatie onverwijld aan de vlaggenstaat van het vaartuig en aan de Commissie of een door haar aangewezen orgaan, die/dat deze informatie doorstuurt naar het NEAFC-secretariaat.

2.      De havenlidstaat ontzegt de toegang tot zijn havens aan vaartuigen die niet de vereiste voorafgaande melding van het binnenvaren van een haven hebben gedaan als bedoeld in artikel 24.

Artikel 41

Haveninspecties

1.      De lidstaten zorgen ervoor dat alle vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen die een van hun havens aandoen, worden geïnspecteerd. Het vaartuig mag geen vis aanvoeren of overladen totdat de inspectie is voltooid. Elke inspectie wordt gedocumenteerd met een inspectieverslag als bedoeld in artikel 27. Indien de kapitein van het vaartuig niet voldoet aan een van de in artikel 21, leden 1 tot en met 4 bepaalde verplichtingen, wordt het vaartuig verondersteld betrokken te zijn in IUU-activiteiten.

2.      De informatie over de resultaten van alle inspecties van vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen in de havens van de lidstaten, en over de verdere acties, wordt onmiddellijk bezorgd aan de Commissie of een door haar aangewezen orgaan, die/dat de informatie doorstuurt naar het NEAFC-secretariaat.

Artikel 42

Aanvoer en overlading ▌

1.      Met de aanvoer of overlading mag slechts worden begonnen nadat de bevoegde instanties van de havenstaat daarvoor toestemming hebben gegeven.

2.      De aanvoer en overlading van visproducten door een vaartuig van een niet-verdragsluitende partij dat overeenkomstig artikel 41 is geïnspecteerd, zijn verboden in de havens en de wateren van alle lidstaten, indien de inspectie aantoont dat het vaartuig soorten aan boord heeft die het voorwerp uitmaken van aanbevelingen in het kader van het verdrag, tenzij de kapitein van het vaartuig aan de bevoegde instanties voldoende aantoont dat de vis buiten het gereglementeerde gebied werd gevangen of in overeenstemming met alle relevante aanbevelingen in het kader van het verdrag.

3.      Het vaartuig mag niet overgaan tot aanvoer- of overladingsactiviteiten als de vlaggenstaat van het vaartuig, of de vlaggenstaat van overladende vaartuigen wanneer het vaartuig overladingsactiviteiten heeft verricht, niet de in artikel 25 bedoelde bevestiging heeft gekregen.

4.      Daarnaast zijn aanvoer- en overladingsactiviteiten verboden indien de kapitein van het vaartuig niet voldoet aan de verplichtingen van artikel 21, leden 1 tot en met 4.

Artikel 43

Verslagen over de activiteiten van niet-verdragsluitende partijen

1.      De lidstaten brengen de Commissie of een door haar aangewezen orgaan elk jaar tegen 15 februari met betrekking tot het vorige kalenderjaar op de hoogte van:

         (a)    het aantal inspecties van vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen die op zee of in hun havens werden uitgevoerd in het kader van de regeling, de namen van de geïnspecteerde vaartuigen en hun respectieve vlaggenstaat, de data en, indien aangewezen, de havens van inspectie, en de resultaten van de inspecties; en

         (b)    wanneer vis is aangevoerd of overgeladen na een inspectie overeenkomstig de regeling, het bewijsmateriaal dat overeenkomstig artikel 42 wordt voorgelegd.

2.      Naast het toezichtsverslag en informatie over de inspecties mogen de lidstaten op elk ogenblik aan de Commissie of een door haar aangewezen orgaan aanvullende informatie voorleggen die relevant kan zijn voor de identificatie van vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen die eventueel IUU-visserijactiviteiten uitvoeren in het verdragsgebied.

3.      Op grond van deze informatie stuurt de Commissie of een door haar aangewezen orgaan elk jaar tegen 1 maart een omvattend verslag over de activiteiten van niet-verdragsluitende partijen naar het NEAFC-secretariaat.

Artikel 44

Vaartuigen die betrokken zijn in illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten

1.      De lidstaten zorgen ervoor dat vaartuigen die op de voorlopige lijst van IUU-vaartuigen van de NEAFC staan (de "A"-lijst):

         (a)    bij het binnenvaren van hun havens geïnspecteerd worden overeenkomstig artikel 41;

         (b)    geen toestemming krijgen om in hun havens of in de wateren onder hun jurisdictie aanvoer- of overladingsactiviteiten te verrichten;

         (c)    geen bijstand krijgen van vissersvaartuigen, ondersteuningsvaartuigen, bunkerschepen, moederschepen en vrachtvaartuigen die onder hun vlag varen, noch deelnemen aan overladingen of gezamenlijke visserijactiviteiten met die vaartuigen;

         (d)    geen voorzieningen, brandstof of andere diensten ontvangen.

2.      De bepalingen van lid 1, onder b) en d), zijn niet van toepassing op vaartuigen die op de A‑lijst staan, indien de NEAFC is aanbevolen de betrokken vaartuigen van de A­lijst te schrappen.

HOOFDSTUK VII

Slotbepalingen

Artikel 45

Vertrouwelijkheid

1.      Naast de verplichtingen die krachtens de artikelen 112 en 113 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 op hen rusten, verzekeren de lidstaten de vertrouwelijke behandeling van elektronische aangiften en berichten die overeenkomstig artikel 9, lid 2, artikel 11, artikel 12 en artikel 19, lid 1 aan het NEAFC-secretariaat worden toegestuurd of van hen worden ontvangen.

2.      De bepalingen voor de uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 47, lid 2.

Artikel 46

Delegatie van bevoegdheden

1.      De Commissie kan middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 46 bis en onder de in de artikelen 46 ter en 46 quater bedoelde voorwaarden nadere bepalingen vaststellen voor de toepassing van artikel 25, alsook de in artikel 10, lid 1, bedoelde lijst en nadere bepalingen betreffende de in artikel 24, lid 5, tweede alinea bedoelde kennisgevings- en annuleringsprocedures, met inbegrip van termijnen.

2.      De Commissie handelt bij het goedkeuren van dergelijke gedelegeerde handelingen volgens de bepalingen van deze verordening.

Artikel 46 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.      De bevoegdheid om de in artikel 46 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de periode van drie jaar een verslag over de gedelegeerde bevoegdheden op. De delegatie van bevoegdheden wordt automatisch verlengd voor termijnen van een gelijke duur, tenzij het Europees Parlement en de Raad deze intrekken in overeenstemming met artikel 46 ter.

2.      Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

3.      De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend onder de voorwaarden van de artikelen 46 ter en 46 quater.

Artikel 46 ter

Intrekking van de bevoegdheidsdelegatie

1.      De in artikel 46 bedoelde delegatie van bevoegdheid kan te allen tijde door het Europees Parlement of door de Raad worden ingetrokken.

2.      De instelling die een interne procedure is begonnen om te besluiten of zij de bevoegdheidsdelegatie wenst in te trekken, tracht de andere instelling en de Commissie hiervan binnen een redelijke termijn voordat een definitief besluit wordt genomen, op de hoogte te brengen en geeft daarbij aan welke gedelegeerde bevoegdheden mogelijk worden ingetrokken en wat daarvoor de redenen kunnen zijn.

3.      Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheden. Het besluit treedt onmiddellijk of op een latere datum die in het besluit wordt vermeld in werking. Het laat de geldigheid van de reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. Het besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 46 quater

Bezwaren tegen gedelegeerde handelingen

1.      Het Europees Parlement of de Raad kunnen bezwaar aantekenen tegen een gedelegeerde handeling binnen twee maanden na de datum van kennisgeving.

         Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze periode met twee maanden worden verlengd.

2.      Indien bij het verstrijken van deze termijn het Europees Parlement noch de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de gedelegeerde handeling, wordt deze bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt zij in werking op de daarin vermelde datum.

         Indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie hebben meegedeeld dat zij voornemens zijn geen bezwaar te maken, kan de gedelegeerde handeling vóór het verstrijken van die termijn worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en in werking treden.

3.      Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaar aantekent tegen een gedelegeerde handeling, treedt deze niet in werking. De instelling die bezwaar maakt, motiveert haar bezwaar tegen de gedelegeerde handeling.

Artikel 47

Uitvoering

1.      De Commissie wordt bijgestaan door een comité van beheer voor visserij en aquacultuur, hierna "het comité" genoemd.

2.      Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing. De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

Artikel 48

Procedure in geval van wijzigingen

Indien dit noodzakelijk is om wijzigingen in voor de Unie bindende bepalingen van de regeling om te zetten in EU-recht, kan de Commissie de bepalingen van deze verordening wijzigen middels gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 46 bis en onder de in de artikelen 46 ter en 46 quater bedoelde voorwaarden, met betrekking tot:

-       deelneming van verdragsluitende partijen aan visserij in het gereglementeerde gebied als bedoeld in artikel 5;

-       verwijdering en vernietiging van vast vistuig en het terughalen van verloren vistuig als bedoeld in de artikelen 6 en 7;

-       het gebruik van VMS als bedoeld in artikel 11;

-       samenwerking met en mededeling van informatie aan het NEAFC-secretariaat als bedoeld in artikel 12;

-       de voorwaarden voor gescheiden opslag en de etikettering van bevroren vis als bedoeld in de artikelen 14 en 15;

-       de aanstelling van NEAFC-inspecteurs als bedoeld in artikel 16;

-       maatregelen ter bevordering van de naleving van de maatregelen door vissersvaartuigen van niet-verdragsluitende partijen als bedoeld in Hoofdstuk VI;

-       de lijst van gereglementeerde visbestanden in de bijlage.

De Commissie handelt bij het goedkeuren van dergelijke gedelegeerde handelingen volgens de bepalingen van deze verordening.

Artikel 49

Intrekking

Verordening (EG) nr. 2791/1999 wordt ingetrokken.

Artikel 50

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement                                                       Voor de Raad

De Voorzitter                                                                     De Voorzitter

BIJLAGE

Gereglementeerde visbestanden

A)     Pelagische en oceaansoorten

Bestand (gangbare naam)

FAO-code

Wetenschappelijke naam

ICES-deelgebieden en -sectoren

Roodbaars

REB

Sebastes mentella

I, II, V, XII, XIV

Noorse lentepaaiende haring (Atlantisch-Scandinavische)

HER

Clupea harengus

I, II

Blauwe wijting

WHB

Micromesistius poutassou

IIa, IVa, Vb, VI, VII, XII, XIV

Makreel

MAC

Scomber scombrus

IIa, IV, V, VI, VII, XII

Schelvis

HAD

Melanogrammus aeglefinus

VIb

B)     Diepzeesoorten

Bestand (gangbare naam)

FAO-code

Wetenschappelijke naam

ICES-deelgebieden

Glijkop

ALC

Alepocehalus bairdii

I tot XIV

Risso's smoothhead

PHO

Alepocephalus rostratus

I tot XIV

Blauwe diepzeekabeljauw

ANT

Antimora rostrata

I tot XIV

Zwarte haarstaartvis

BSF

Aphanopus carbo

I tot XIV

IJslandse hondshaai

API

Apristuris spp.

I tot XIV

Grote zilvervis

ARG

Argentina silus

I tot XIV

Bericyden

ALF

Beryx spp.

I tot XIV

Torsk

USK

Brosme brosme

I tot XIV

Ruwe doornhaai

GUP

Centrophorus granulosus

I tot XIV

Donkere doornhaai

GUQ

Centrophorus squamosus

I tot XIV

Doornhaai

CFB

Centroscyllium fabricii

I tot XIV

Portugese hondshaai

CYO

Centroscymnus coelolepis

I tot XIV

Langsnuitdoornhaai

CYP

Centroscymnus crepidater

I tot XIV

Rode diepzeekrab

KEF

Chaceon (Geryon) affinis

I tot XIV

Draakvis

CMO

Chimaera monstrosa

I tot XIV

Franjehaai

HXC

Chlamydoselachus anguineus

I tot XIV

Kongeraal

COE

Conger conger

I tot XIV

Grenadiersvis

RNG

Coryphaenoides rupestris

I tot XIV

Zwarte haai

SCK

Dalatias licha

I tot XIV

Spitssnuitsnavelhaai

DCA

Deania calceus

I tot XIV

Zwarte kardinaalvis

EPI

Epigonus telescopus

I tot XIV

Grote lantaarnhaai

SHL

Etmopterus princeps

I tot XIV

Zwarte doornhaai

SHL

Etmopterus spinax

I tot XIV

Spaanse hondshaai

SHO

Galeus melastomus

I tot XIV

Bestand (gangbare naam)

FAO-code

Wetenschappelijke naam

ICES-deelgebieden

Muiskathaai

GAM

Galeus murinus

I tot XIV

Blauwkeeltje

BRF

Helicolenus dactylopterus

I tot XIV

Stompsnuitzeskieuwshaai

SBL

Hexanchus griseus

I tot XIV

Atlantische slijmkop

ORY

Hoplostethus atlanticus

I tot XIV

Middellandse-Zeeslijmkop

HPR

Hoplostethus mediterraneus

I tot XIV

Large- eyed rabbit fish (Ratfish)

CYH

Hydrolagus mirabilis

I tot XIV

Kousebandvis

SFS

Lepidopus caudatus

I tot XIV

Puitaal

ELP

Lycodes esmarkii

I tot XIV

Zaagvingrenadier

RHG

Marcrourus berglax

I tot XIV

Blauwe leng

BLI

Molva dypterigia

I tot XIV

Leng

LIN

Molva molva

I tot XIV

Mora moro

RIB

Mora moro

I tot XIV

Grootvindoornhaai

OXN

Oxynotus paradoxus

I tot XIV

Rode zeebrasem

SBR

Pagellus bogaraveo

I tot XIV

Gaffelkabeljauwen

GFB

Phycis spp.

I tot XIV

Atlantische wrakbaars

WRF

Polyprion americanus

I tot XIV

Fylla's rog

RJY

Raja fyllae

I tot XIV

Arctische rog

RJG

Raja hyperborea

I tot XIV

Noorse rog

JAD

Raja nidarosiensus

I tot XIV

Zwarte heilbot

GHL

Rheinhardtius hippoglossoides

I tot XIV

Straightnose rabbitfish

RCT

Rhinochimaera atlantica

I tot XIV

Mestandijshaai

SYR

Scymnodon ringens

I tot XIV

Kleine roodbaars

SFV

Sebastes viviparus

I tot XIV

Groenlandse haai

GSK

Somniosus microcephalus

I tot XIV

Spiny (Deep-sea) Scorpionfish

TJX

Trachyscorpia cristulata

I tot XIV

Aanhangsel

Verklaringen betreffende artikel 48

"Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie verklaren dat alle niet-essentiële onderdelen van het basiswetsbesluit, die nu zijn opgenomen in artikel 48 van de verordening (bevoegdheidsdelegatie), in de toekomst te allen tijde vanuit politiek oogpunt essentiële onderdelen van de bestaande NEAFC-controleregeling kunnen worden. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie herinneren eraan dat beide wetgevers, de Raad en het Europees Parlement onmiddellijk gebruik kunnen maken van hun recht om bezwaar aan te tekenen tegen een ontwerp van gedelegeerde handeling van de Commissie of van hun recht om de bevoegdheidsdelegatie in te trekken, als bepaald in de artikelen 46 ter en 46 quater van de verordening."

"De Raad en het Parlement verklaren dat de opneming van een bepaling van de Verordening betreffende de NEAFC-controleregeling in de lijst van niet-essentiële elementen van artikel 48 niet per se inhoudt dat deze bepaling door de wetgevers in de toekomst ook in andere dan de onderhavige verordening als niet-essentieel element zal worden beschouwd."

"Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie verklaren dat de bepalingen van deze verordening geen afbreuk doen aan enig toekomstig standpunt van de instellingen betreffende de uitvoering van artikel 290 VWEU of van individuele wetgevingshandelingen die dergelijke bepalingen bevatten."

  • [1]  Nog niet in het Publicatieblad verschenen.
  • [2] * Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.
  • [3]        Advies van 17 maart 2010 (nog niet in het Publicatieblad verschenen).
  • [4]        Standpunt van het Europees Parlement van ... oktober 2010.
  • [5]        PB L 227 van 12.8.1981, blz. 21.
  • [6]        PB L 22 van 26.1.2009, blz. 1.
  • [7]        PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.
  • [8]        PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
  • [9]        PB L 56 van 2.3.2005, blz. 8.
  • [10]        PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1.
  • [11]       PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1.

TOELICHTING

1.        Achtergrond

Het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, waarbij de EU verdragsluitende partij is, is door de Raad bij Besluit 81/608/EEG goedgekeurd en op 17 maart 1982 in werking getreden.

Voor het toezicht op de naleving van dit verdrag en van de aanbevelingen van de Visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (hierna NEAFC genoemd) kunnen controle- en handhavingsmaatregelen worden genomen, die van toepassing zijn op alle vissersvaartuigen die gebruikt worden of bestemd zijn voor visserijactiviteiten met betrekking tot visbestanden in het verdragsgebied.

Dit voorstel beoogt de actualisering van de EU-regelgeving tot omzetting van de controle- en handhavingsregeling van de NEAFC. Met het oog op de tenuitvoerlegging van de nieuwe NEAFC-regeling voorziet het voorstel daarom in de intrekking van verordening (EG) nr. 2791/1999 van de Raad van 16 december 1999, waarbij de in 1998 door de NEAFC vastgestelde eerste regeling werd omgezet.

Tijdens haar 25e jaarlijkse vergadering in 2006 keurde de NEAFC een nieuwe regeling goed om de controle en de handhaving van haar aanbevelingen te verbeteren. De belangrijkste verandering is een samensmelting van de vorige regeling en het programma ter bevordering van de naleving van de maatregelen door vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen. De andere wijziging bestaat uit de integratie van een nieuw systeem voor havenstaatcontrole, dat de Europese havens effectief gesloten houdt voor de aanvoer van bevroren vis die door de vlaggenstaat van het buitenlandse vaartuig niet wettelijk is bevonden. Er worden nieuwe maatregelen ingevoerd betreffende de controle van vaartuigen die betrokken zijn bij illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IUU). De regeling is door de NEAFC op zijn jaarlijkse vergaderingen in 2007, 2008 en 2009 verder gewijzigd via verschillende aanbevelingen.

Deze aanbevelingen zijn respectievelijk op 1 mei 2007, 9 februari 2008, 6 en 8 januari 2009 en 6 februari 2010 in werking getreden. Zij zijn bindend voor de verdragsluitende partijen volgens het NEAFC-verdrag. De Gemeenschap moet ze daarom als verdragsluitende partij toepassen.

Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen (de "IUU-verordening") is in werking getreden op 1 januari 2010. Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren stelt een verplichting in voor vissersvaartuigen uit de EU om over een visvergunning te beschikken voor visserijactiviteiten buiten de wateren van de EU. Op 20 november 2009 werd voorts Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad goedgekeurd tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen.

Ingevolge de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) op 1 december 2009 valt dit voorstel nu onder de gewone wetgevingsprocedure. Daarom moest het Commissievoorstel worden gewijzigd, onder meer door de comitologiebepalingen aan te passen aan de bepalingen van de artikelen 290 en 291 van het VWEU, die respectievelijk betrekking hebben op gedelegeerde bevoegdheden en uitvoeringsbevoegdheden.

Een aantal maatregelen van de NEAFC is in EU‑recht omgezet bij de jaarlijkse TAC- en quotaverordeningen. Met het oog op de juridische duidelijkheid moeten deze bepalingen die niet van tijdelijke aard zijn, in een nieuwe afzonderlijke verordening worden ondergebracht.

2.        Standpunt van de rapporteur

De aanbevelingen werden in de NEAFC goedgekeurd met de volledige steun van de EU. Het Europees Parlement heeft herhaaldelijk onderstreept dat de hoogste prioriteit moet worden gegeven aan de maatregelen ter bestrijding van IUU-visserij die ten uitvoer worden gelegd door de regionale visserijorganisaties (RVO's). De rapporteur meent dan ook dat de door de NEAFC vastgestelde controle- en handhavingsregeling zo spoedig mogelijk in het EU‑recht moet worden omgezet.

De rapporteur merkt hierbij op dat zij het niet eens is met de methode die in het verleden herhaaldelijk door de Commissie is gebruikt en die erin bestaat de aanbevelingen van de RVO's om te zetten in de verordeningen betreffende TAC's en quota. Bovendien kan deze wetgevingsmethode onder het VWEU niet als zodanig worden voortgezet, aangezien maatregelen die verband houden met het nastreven van de doelstellingen van het GVB overeenkomstig artikel 43, lid 2, van het VWEU onder de gezamenlijke bevoegdheid van beide wetgevers vallen.

In dit geval werden de maatregelen in 2006 door de NEAFC goedgekeurd. Het argument van de Commissie dat deze vertraging te wijten is aan een gebrek aan personele middelen houdt geen steek. De omzetting van de aanbevelingen van de RVO's is een cruciaal instrument, zowel in de strijd tegen de illegale visserij als om rechtsonzekerheid voor de EU‑vloot te voorkomen. Ondanks de voorlopige omzetting van deze aanbevelingen via andere verordeningen, leiden deze vertragingen tot onduidelijkheid in de wetgeving en brengen zij schade toe aan de geloofwaardigheid van de EU.

De Commissie moet dan ook zo spoedig mogelijk de nodige middelen beschikbaar stellen voor de werkzaamheden in verband met de RVO's.

Een bijkomende reden voor de vertraging is dat het Commissievoorstel na de inwerkingtreding van het nieuwe Verdrag werd ingediend, maar nog steeds volgens de raadplegingsprocedure, en daarom moest worden aangepast. De onderhandelingen werden bemoeilijkt door het feit dat het voorstel talrijke bepalingen inzake de comitologieprocedure bevat, alsook een bepaling over de omzetting – via de genoemde procedure – van alle toekomstige NEAFC-aanbevelingen in de EU‑wetgeving.

Het geconsolideerde amendement dat in de Commissie visserij in stemming werd gebracht weerspiegelt het compromis dat tijdens de triloog van 15 september 2010 werd bereikt met het oog op een akkoord in eerste lezing.

De rapporteur meent dat de overeengekomen tekst de nieuwe prerogatieven van het Parlement in het kader van de gewone wetgevingsprocedure eerbiedigt, en constateert dat de tekst de nodige aanpassingen bevat uit hoofde van de artikelen 290 en 291 van het VWEU betreffende gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen, alsook een aantal technische amendementen die het Commissievoorstel moeten actualiseren en verduidelijken.

Wat de omzetting van toekomstige wijzigingen van de controle- en handhavingsregeling van de NEAFC in het EU‑recht betreft, moeten de compromisoplossingen waarvoor nu is gekozen worden getoetst aan de praktische vereisten van de omzettingsprocedure. Eventuele wijzigingen kunnen worden aangebracht indien zij noodzakelijk worden geacht en op grond van het Verdrag toegestaan zijn.

De rapporteur onderstreept eens te meer dat het Parlement volledig en tijdig op de hoogte moet worden gebracht van alle fasen van de onderhandelingsprocedure met betrekking tot de besluiten van de regionale visserijorganisaties (met inbegrip van de vaststelling van het onderhandelingsmandaat), en dat vertegenwoordigers van het Parlement als waarnemers bij deze onderhandelingen moeten worden betrokken. Dit is een noodzakelijke voorwaarde voor een snelle en efficiënte omzetting van deze aanbevelingen in EU‑recht, met eerbiediging van de in het Verdrag neergelegde bevoegdheden van beide wetgevers en het institutionele evenwicht.

PROCEDURE

Titel

Controle- en handhavingsregeling voor het gebied dat onder het verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan valt

Document- en procedurenummers

COM(2009)0151 – C7-0009/2009 – 2009/0051(COD)

Datum indiening bij EP

2.4.2009

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

PECH

14.7.2009

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Carmen Fraga Estévez

1.9.2009

 

 

Behandeling in de commissie

21.7.2009

1.9.2009

3.11.2009

1.12.2009

Datum goedkeuring

29.9.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Antonello Antinoro, Kriton Arsenis, Alain Cadec, Marek Józef Gróbarczyk, Iliana Malinova Iotova, Isabella Lövin, Guido Milana, Maria do Céu Patrão Neves, Britta Reimers, Crescenzio Rivellini, Ulrike Rodust, Struan Stevenson, Catherine Trautmann, Jarosław Leszek Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Jean-Paul Besset, Ole Christensen, Chris Davies

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Pilar Ayuso, Elisabetta Gardini, Potito Salatto

Datum indiening

30.9.2010