VERSLAG over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2009/021 IE/SR Technics, Ierland)

    28.10.2010 - (COM(2010)0489 – C7‑0280/2010 – 2010/2214(BUD))

    Begrotingscommissie
    Rapporteur: Barbara Matera

    Procedure : 2010/2214(BUD)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A7-0297/2010
    Ingediende teksten :
    A7-0297/2010
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2009/021 IE/SR Technics, Ierland)

    (COM(2010)0489 – C7‑0280/2010 – 2010/2214(BUD))

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0489 – C7-0280/2010),

    –   gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer[1] (IIA van 17 mei 2006), en met name punt 28 hiervan,

    –   gezien Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering[2] (EFG-verordening),

    –   gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

    –   gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7-0297/2010),

    A. overwegende dat de Europese Unie passende wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, teneinde hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt,

    B.  overwegende dat het EFG sinds 1 mei 2009 ook is opengesteld voor aanvragen om bijstand voor werknemers die zijn ontslagen als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis,

    C. overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd op het overleg van 17 juli 2008, en met eerbiediging van het IIA van 17 mei 2006 wat betreft het nemen van besluiten om gebruik te maken van het EFG,

    D. overwegende dat Ierland om steun heeft verzocht in verband met 850 gedwongen ontslagen bij het bedrijf SR Technics Ireland Ltd, dat werkzaam is in de sector luchtvervoer in de NUTS III-regio Dublin,

    E.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit van de EFG‑verordening,

    1.  verzoekt de betrokken instellingen zich de nodige inspanningen te getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen;

    2.  brengt in herinnering dat de instellingen zich ertoe verbonden hebben een probleemloze en snelle procedure te garanderen voor de goedkeuring van de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, met als doel tijdelijk en eenmalig individuele steun te verlenen aan werknemers die als gevolg van de globalisering en de financiële en economische crisis werkloos geworden zijn; benadrukt de rol die het EFG kan vervullen om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

    3.  beklemtoont dat het EFG overeenkomstig artikel 6 van de EFG-verordening moet bijdragen tot de re-integratie van elke afzonderlijke ontslagen werknemer; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen ter herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken;

    4.  wijst erop dat de informatie die is ontvangen over het gecoördineerde pakket met op het individu afgestemde diensten die door het EFG moeten worden gefinancierd, gedetailleerde gegevens bevat over de complementariteit met acties die worden gefinancierd uit de structuurfondsen; herhaalt zijn oproep om in zijn jaarverslagen ook een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen;

    5.  begroet het feit dat de Commissie, in het kader van de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, een alternatieve bron van betalingskredieten naast niet-bestede middelen uit het Europees sociaal fonds voorstelt, nadat het Europees Parlement er herhaaldelijk op had gewezen dat het EFG is opgericht als een op zichzelf staand specifiek instrument met eigen doelstellingen en termijnen en dat daarom begrotingslijnen aangewezen moeten worden die geschikt zijn voor overschrijvingen;

    6.  wijst er evenwel op dat, om voor dit dossier middelen uit het EFG beschikbaar te kunnen stellen, betalingskredieten zullen worden overgeschreven van een begrotingslijn die bestemd is voor steun aan kmo's en innovatie; betreurt de ernstige tekortkomingen van de Commissie bij de implementatie van de programma's voor concurrentievermogen en innovatie, in het bijzonder gedurende een economische crisis die de behoefte aan dergelijke steun aanmerkelijk moet vergroten;

    7.  herinnert eraan dat de werking en de toegevoegde waarde van het EFG moeten worden beoordeeld in de context van de algemene evaluatie van de op basis van het IIA van 17 mei 2006 ingevoerde programma's en diverse andere instrumenten, en wel bij de tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2007-2013;

    8.  is ingenomen met de nieuwe vormgeving van het Commissievoorstel, met name de toelichting, waarin heldere en gedetailleerde informatie wordt gegeven over de toepassing, met een analyse van de subsidiabiliteitscriteria en een uitleg van de redenen voor het verlenen van goedkeuring, hetgeen overeenstemt met de wensen van het Parlement;

    9.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

    10. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

    11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

    • [1]  PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.
    • [2]  PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

    BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

    van xxx

    betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2009/021 IE/SR Technics, Ierland)

    HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

    Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

    Gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer[1], en met name op punt 28,

    Gelet op Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering[2], en met name artikel 12, lid 3,

    Gezien het voorstel van de Commissie[3],

    Overwegende hetgeen volgt:

    (1)      Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

    (2)      Het EFG staat sinds 1 mei 2009 ook open voor aanvragen om steun voor werknemers die zijn ontslagen als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis.

    (3)      Het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 staat uitgaven uit het EFG toe binnen een jaarlijks maximum van 500 miljoen euro.

    (4)      Ierland heeft op 9 oktober 2009 een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen voor ontslagen bij SR Technics, en heeft aanvullende informatie tot en met 18 mei 2010 verstrekt. Deze aanvraag voldoet aan de voorschriften voor de bepaling van de financiële bijdragen, zoals vastgesteld in artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006. Bijgevolg stelt de Commissie voor om een bedrag van 7.445.863 euro beschikbaar te stellen.

    (5)      Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage te leveren voor de door Ierland ingediende aanvraag,

    HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

    Artikel 1

    Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010 wordt een bedrag van 7.445.863 euro aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG).

    Artikel 2

    Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

    Gedaan te

    Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

    De Voorzitter                                                De Voorzitter

    • [1]               PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.
    • [2]               PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.
    • [3]               PB C [...] van [...], blz. [...].

    TOELICHTING

    I. Achtergrond

    Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

    Overeenkomstig de bepalingen van punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer[1] en van artikel 12 van Verordening (EG) nr.1927/2006[2], mag het EFG jaarlijks maximaal 500 miljoen euro bevatten, afkomstig uit marges onder het totale uitgavenmaximum van het voorgaande jaar en/of uit geannuleerde vastleggingskredieten van de voorgaande twee jaren, met uitzondering van de kredieten voor rubriek 1b. De benodigde bedragen worden als voorziening in de begroting opgenomen zodra er voldoende begrotingsruimte en/of geannuleerde vastleggingen zijn vastgesteld.

    De procedure om het EFG te activeren verloopt als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een daarmee overeenkomstig overschrijvingsverzoek. Parallel kan een trialoog plaatsvinden om tot overeenstemming te komen over het gebruik van het EFG en de vereiste bedragen. Een trialoog in vereenvoudigde vorm is mogelijk.

    II. Stand van zaken: het voorstel van de Commissie

    Op 21 september 2010 nam de Commissie een nieuw voorstel voor een besluit aan betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering aan Ierland om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis werkloos zijn geworden.

    De aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaal bedrag van 7.445.863 euro uit het EFG voor Ierland is de zeventiende die in het kader van de begroting 2010 wordt behandeld. De aanvraag betreft 1135 gedwongen ontslagen (waarvan 850 waarvoor om steun wordt gevraagd) bij het bedrijf SR Technics Ireland Ltd, dat werkzaam is in de sector luchtvervoer in de NUTS III-regio Dublin, in de referentieperiode van vier maanden van 3 april tot 2 augustus 2009.

    De aanvraag onder nummer EGF/2009/021 IE/SR Technics is bij de Commissie ingediend op 9 oktober 2009 en is tot en met 18 mei 2010 met bijkomende informatie aangevuld. De aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening in artikel 2, onder a), van de EFG-verordening, namelijk ten minste 500 gedwongen ontslagen binnen een periode van vier maanden bij een onderneming - met inbegrip van ontslagen bij (toe)leveranciers - en de aanvraag is ingediend binnen de termijn van 10 weken (artikel 5 van de verordening).

    Bij haar beoordeling heeft de Commissie rekening gehouden met de volgende elementen: het verband tussen de gedwongen ontslagen en grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de financiële crisis, de vraag of de ontslagen al dan niet konden worden voorzien, bewijs voor het aantal ontslagen in kwestie, naleving van de criteria van artikel 2, onder a), toelichting van de onvoorziene aard van de gedwongen ontslagen, de vraag welke bedrijven werknemers ontslaan en welke werknemers in aanmerking komen voor steun, de betrokken regio en de autoriteiten van en belanghebbenden in deze regio, de gevolgen van de ontslagen voor de plaatselijke, regionale of nationale werkgelegenheid, het te financieren gecoördineerde pakket met op het individu afgestemde diensten en de compatibiliteit van dit pakket met uit de structuurfondsen gefinancierde acties, de data waarop de op het individu afgestemde diensten ten behoeve van ontslagen werknemers van start zijn gegaan of de geplande begindata ervan, de procedures voor de raadpleging van de sociale partners, en de beheer- en controlesystemen.

    Volgens de beoordeling van de Commissie voldoet de aanvraag aan de in de EFG-verordening vastgelegde subsidiabiliteitscriteria. Er wordt bijgevolg aanbevolen dat de begrotingsautoriteit de aanvraag goedkeurt.

    Om middelen uit het EFG te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek (DEC 28/2010) doen toekomen voor een totaal bedrag van 7.445.863 euro aan vastleggingskredieten uit de EFG-reserve (40 02 43) en aan betalingskredieten uit de begrotingslijn "Afronding van het programma voor ondernemingen: verbetering van het financiële klimaat voor het midden- en kleinbedrijf (MKB)" (01 04 05), voor overschrijving naar de EFG-begrotingslijnen (04 05 01).

    De rapporteur stelt met tevredenheid vast dat de Commissie voor het eerst een alternatieve bron van betalingskredieten naast niet-bestede ESF-middelen heeft aangegeven, nadat het Europees Parlement daar herhaaldelijk om had verzocht.

    Zij is evenwel van mening dat de in dit dossier gemaakte keuze (begrotingslijn bestemd voor steun aan kmo's en innovatie) niet bevredigend is gezien de ernstige tekortkomingen van de Commissie bij de implementatie van programma's voor concurrentievermogen en innovatie. In tijden van economische crisis zouden deze kredieten immers eerder moeten worden verhoogd. Bijgevolg verzoekt zij de Commissie haar inspanningen voort te zetten om in de toekomst meer geschikte begrotingslijnen voor betalingskredieten aan te wijzen.

    Het Interinstitutioneel Akkoord staat uitgaven uit het EFG toe tot een jaarlijks maximum van 500 miljoen euro.

    In 2010 heeft de begrotingsautoriteit reeds elf voorstellen voor beschikbaarstelling van het fonds en een overmaking voor technische bijstand goedgekeurd, voor een totaal bedrag van 32.943.098 euro, waarna rekening houdend met het bijkomende bedrag van 14.489.399 euro voor de andere voorstellen die momenteel worden onderzocht, tot eind 2010 nog een bedrag van 452.567.503 euro beschikbaar is.

    III. Procedure

    De Commissie heeft een verzoek om overschrijving[3] ingediend om overeenkomstig de bepalingen van punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 specifieke vastleggings- en betalingskredieten in de begroting 2010 op te nemen.

    De trialoog over het voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG kan plaatsvinden in een vereenvoudigde vorm (een briefwisseling), zoals voorzien in artikel 12, lid 5, van de rechtsgrondslag, tenzij het Parlement en de Raad niet tot overeenstemming kunnen komen.

    Conform een interne afspraak wordt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) bij dit proces betrokken, opdat ze op constructieve wijze kan bijdragen tot de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

    Na evaluatie heeft de Commissie EMPL van het Europees Parlement haar standpunt over de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te kennen gegeven, zoals blijkt uit het bij dit verslag gevoegde advies.

    Met de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die tijdens het overleg van 17 juli 2008 werd goedgekeurd, werd het belang bekrachtigd van een snelle procedure voor de goedkeuring van besluiten tot beschikbaarstelling van de middelen van het EFG, met inachtneming van het Interinstitutioneel Akkoord.

    • [1]  PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.
    • [2]  PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.
    • [3]  DEC 28/2010 van 1 september 2010

    BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

    ES/jm

    D(2010)49422

                                                                               De heer Alain Lamassoure

                                                                               Voorzitter van de Begrotingscommissie

                                                                               ASP 13E158

    Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering voor aanvraag EGF/2009/021 IE/SR Technics, Ierland

    Geachte heer Lamassoure,

    De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2009/021 IE/SR Technics onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

    De commissie en de werkgroep EFG zijn vóór de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG voor de aanvraag in kwestie. De commissie formuleert ter zake een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling op de helling te willen zetten.

    Het advies van de commissie is gebaseerd op de volgende overwegingen:

    A)  De aanvraag is bij de Commissie ingediend op 9 oktober 2009 en is tot en met 18 mei 2010 met bijkomende informatie aangevuld.

    B)  Volgens de Ierse regering en de Commissie houden de 1.135 gedwongen ontslagen, waarvan 800 tijdens de referentieperiode van 3 april tot 2 augustus 2009, verband met de verminderde activiteit in het luchtvervoer als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis.

    C)  De Ierse regering meent dat de ernst van de huidige wereldwijde economische en financiële crisis niet kon worden voorspeld, en dat het dan ook niet mogelijk was om volgens plan en geleidelijk te reageren.

    D)  Het aantal personen in het "Live Register" van de vier graafschappen die getroffen zijn door de gedwongen ontslagen bedraagt meer dan 20 %, en de ontslagen zullen indirect heel wat banen kosten doordat de koopkracht van de ontslagen werknemers daalt en SR Technics lokaal en regionaal geen goederen en diensten meer aankoopt.

    E)  Er is geen duidelijke informatie beschikbaar over het opleidingsniveau van de ontslagen werknemers.

    F)  93,8 % van de ontslagen werknemers zijn mannen en 95,1% van hen zijn tussen 25 en 54 jaar oud.

    G)  20,4 % van de werknemers bekleedden bij SR Technics een leidinggevende functie, 17,9 % waren technici en 47,3 % werkten in ambachtsberoepen of verwante beroepen.

    Daarom verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Ierse aanvraag op te nemen:

    1.  Is het met de Commissie eens dat deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor financiële steun uit hoofde van de EFG-verordening 1927/2006, als gewijzigd in 2009.

    2.  Verzoekt de Commissie nader toe te lichten waarom het zo lang (een jaar) heeft geduurd alvorens deze aanvraag, die in haar huidige vorm toch duidelijk en onproblematisch is, aan de begrotingsautoriteit werd voorgelegd.

    3.  Vraagt nadere informatie over de mogelijkheden die de ontslagen werknemers sinds hun ontslag in april 2009 (en daarvoor) zijn aangeboden.

    4.  Begroet de ruime waaier van maatregelen die ten gunste van de ontslagen werknemers zijn genomen, met inbegrip van beroepskeuzevoorlichting en opleidingen voor het verwerven van basisbekwaamheden, alternerende opleiding op en buiten de werkplek voor ontslagen leerlingen, beroepsonderwijs, steun voor ondernemerschap en hoger onderwijs.

    5.  Betreurt dat de vakbonden niet worden vermeld als (belangrijke) partner, en verzoekt de Ierse autoriteiten nader aan te geven hoe de sociale partners bij de aanvraag werden betrokken en hoe zij aan de tenuitvoerlegging van de maatregelen zullen deelnemen.

    Hoogachtend,

    Pervenche Berès

    UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    26.10.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    19

    0

    1

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Reimer Böge, Lajos Bokros, Giovanni Collino, Eider Gardiazábal Rubial, Salvador Garriga Polledo, Ivars Godmanis, Jutta Haug, Anne E. Jensen, Ivailo Kalfin, Alain Lamassoure, Giovanni La Via, Vladimír Maňka, Barbara Matera, Claudio Morganti, Dominique Riquet, László Surján, Angelika Werthmann, Jacek Włosowicz

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Paul Rübig

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

    Brian Crowley