Procedure : 2010/2243(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0336/2010

Ingediende teksten :

A7-0336/2010

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/12/2010 - 9.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0455

VERSLAG     
PDF 160kWORD 91k
22.11.2010
PE 450.959v02-00 A7-0336/2010

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer

(COM(2010)0582 – C7‑0334/2010 – 2010/2243(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur voor advies: Barbara Matera

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer

(COM(2010)0582 – C7‑0334/2010 – 2010/2243(BUD))

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0582 – C7‑0334/2010),

–   gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1), en met name punt 28 hiervan,

–   gelet op Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(2),

–   gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–   gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7‑0336/2010),

A. overwegende dat de Europese Unie passende wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, teneinde hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt,

B.  overwegende dat het EFG sinds 1 mei 2009 ook is opengesteld voor aanvragen om bijstand voor werknemers die zijn ontslagen als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis,

C. overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel zou moeten zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking zou moeten worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd op de bemiddelingsvergadering van 17 juli 2008, en met eerbiediging van het IIA van 17 mei 2006 wat betreft het nemen van besluiten om gebruik te maken van het EFG,

D. overwegende dat Slovenië om steun heeft aangevraagd in verband met 2554 gedwongen ontslagen in de onderneming Mura, European Fashion Design, die actief is in de sector vervaardiging van kleding,

E.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit die zijn vastgelegd in de EFG-verordening,

1.  verzoekt de betrokken instellingen zich de nodige inspanningen te getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen;

2.  brengt in herinnering dat de instellingen zich ertoe verbonden hebben een probleemloze en snelle procedure te garanderen voor de goedkeuring van de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, met als doel tijdelijk en eenmalig individuele steun te verlenen aan werknemers die als gevolg van de globalisering en de financiële en economische crisis werkloos geworden zijn; benadrukt de rol die het EFG kan vervullen om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

3.  beklemtoont dat het EFG overeenkomstig artikel 6 van de EFG-verordening moet bijdragen tot de re-integratie van elke afzonderlijke ontslagen werknemer; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen ter herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken;

4.  wijst erop dat de informatie die is ontvangen over het gecoördineerde pakket met op het individu afgestemde diensten die door het EFG moeten worden gefinancierd, gedetailleerde gegevens bevat over de complementariteit met acties die worden gefinancierd uit de structuurfondsen; herhaalt zijn oproep om in zijn jaarverslagen ook een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen, waaronder een beoordeling van het effect van deze tijdelijke en op het individu afgestemde diensten op de re-integratie van de ontslagen werknemers op de arbeidsmarkt op lange termijn;

5.  begroet het feit dat de Commissie, in het kader van de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, een alternatieve bron van betalingskredieten naast niet-bestede middelen uit het Europees sociaal fonds voorstelt, nadat het Europees Parlement er herhaaldelijk op had gewezen dat het EFG is opgericht als een op zichzelf staand specifiek instrument met eigen doelstellingen en termijnen en dat daarom begrotingslijnen aangewezen moeten worden die geschikt zijn voor overschrijvingen;

6.  wijst erop dat, om voor dit dossier middelen uit het EFG beschikbaar te kunnen stellen, betalingskredieten zullen worden overgeschreven van een begrotingslijn die bestemd is voor steun aan kmo's en innovatie; betreurt de ernstige tekortkomingen van de Commissie bij de implementatie van kaderprogramma's voor concurrentievermogen en innovatie, in het bijzonder gedurende een economische crisis die de behoefte aan dergelijke steun aanmerkelijk moet vergroten;

7.  herinnert eraan dat de werking en de toegevoegde waarde van het EFG moeten worden beoordeeld in de context van de algemene evaluatie van de op basis van het IIA van 17 mei 2006 ingevoerde programma's en diverse andere instrumenten, en wel bij gelegenheid van de tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2007-2013;

8.  is ingenomen met de nieuwe vormgeving van het Commissievoorstel, met name de toelichting, waarin heldere en gedetailleerde informatie wordt gegeven over de toepassing, met een analyse van de subsidiabiliteitscriteria en een uitleg van de redenen voor het verlenen van goedkeuring, hetgeen overeenstemt met de wensen van het Parlement;

9.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

10. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.

(2)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van xxx

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2010/014 SI/Mura, Slovenië)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1), met name punt 28,

gelet op Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(2), en met name artikel 12, lid 3,

gezien het voorstel van de Europese Commissie,

overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

(2)      Het EFG staat sinds 1 mei 2009 ook open voor aanvragen om steun voor werknemers die worden ontslagen als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis.

(3)      Het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 staat uitgaven uit het EFG toe binnen een jaarlijks maximum van 500 miljoen euro.

(4)      Op 28 april 2010 heeft Slovenië een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen in verband met gedwongen ontslagen bij het bedrijf Mura; aan die aanvraag werd aanvullende informatie tot en met 24 juni 2010 toegevoegd. Deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006. Bijgevolg stelt de Commissie voor om een bedrag van 2 247 940 EUR beschikbaar te stellen.

(5)      Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage te leveren voor de door Slovenië ingediende aanvraag.

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010 wordt een bedrag van 2 247 940 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De Voorzitter                                                De Voorzitter

(1)

              PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.

(2)

              PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1) en van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1927/2006(2), moeten de uitgaven van het EFG binnen een jaarlijks maximum van 500 miljoen euro blijven, welk geld afkomstig is uit marges onder het totale uitgavenmaximum van het voorgaande jaar en/of uit geannuleerde vastleggingskredieten van de voorgaande twee jaren, met uitzondering van de kredieten voor rubriek 1b. De benodigde bedragen worden als voorziening in de begroting opgenomen zodra er voldoende begrotingsruimte en/of geannuleerde vastleggingen zijn vastgesteld.

De procedure om het EFG te activeren verloopt als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een daarmee overeenkomstig overschrijvingsverzoek. Parallel kan een trialoog plaatsvinden om tot overeenstemming te komen over het gebruik van het EFG en de vereiste bedragen. Een trialoog in vereenvoudigde vorm is mogelijk.

II. Stand van zaken: het voorstel van de Commissie

Op 19 oktober 2010 nam de Commissie een nieuw voorstel voor een besluit aan betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering aan Slovenië om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis werkloos zijn geworden.

De aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaal bedrag van 2 247 940 EUR uit het EFG voor Slovenië is de vijfentwintigste die in het kader van de begroting 2010 wordt behandeld. De aanvraag heeft betrekking op 2554 gedwongen ontslagen in de onderneming Mura, European Fashion Design, die actief is in de sector vervaardiging van kleding, binnen de referentieperiode van vier maanden van 21 oktober 2009 tot 20 februari 2010.

De aanvraag, zaak EGF/2010/014 SI/Mura, is bij de Commissie op 28 april 2010 ingediend en is tot en met 24 juni 2010 met bijkomende informatie aangevuld. De aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening in artikel 2, onder a), van de EFG-verordening, namelijk ten minste 500 gedwongen ontslagen binnen een periode van vier maanden bij een onderneming - met inbegrip van ontslagen bij (toe)leveranciers - en de aanvraag is ingediend binnen de termijn van 10 weken (artikel 5 van de verordening)..

Bij haar beoordeling heeft de Commissie rekening gehouden met de volgende elementen: het verband tussen de gedwongen ontslagen en grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de financiële crisis, de vraag of de ontslagen al dan niet konden worden voorzien, bewijs voor het aantal ontslagen in kwestie, naleving van de criteria van artikel 2, onder a), toelichting van de onvoorziene aard van de gedwongen ontslagen, de vraag welke bedrijven werknemers ontslaan en welke werknemers in aanmerking komen voor steun, de betrokken regio en de autoriteiten van en belanghebbenden in deze regio, de gevolgen van de ontslagen voor de plaatselijke, regionale of nationale werkgelegenheid, het te financieren gecoördineerde pakket met op het individu afgestemde diensten en de compatibiliteit van dit pakket met uit de structuurfondsen gefinancierde acties, de data waarop de op het individu afgestemde diensten ten behoeve van ontslagen werknemers van start zijn gegaan of de geplande begindata ervan, de procedures voor de raadpleging van de sociale partners, en de beheer- en controlesystemen.

Volgens de beoordeling van de Commissie voldoet de aanvraag aan de in de EFG-verordening vastgelegde subsidiabiliteitscriteria. Er wordt bijgevolg aanbevolen dat de begrotingsautoriteit de aanvraag goedkeurt.

Om middelen uit het EFG te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek (DEC 37/2010) doen toekomen voor een totaal bedrag van 2 247 940 EUR aan vastleggingskredieten uit de EFG-reserve (40 02 43) en aan betalingskredieten uit de begrotingslijn "Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie - Programma voor ondernemerschap en innovatie" (01 04 04), voor overschrijving naar de EFG-begrotingslijnen (04 05 01).

De rapporteur stelt met instemming vast dat de Commissie een alternatieve bron van betalingskredieten naast niet-bestede ESF-middelen heeft aangegeven, nadat het Europees Parlement daar herhaaldelijk om had verzocht.

Ze is echter van mening dat de in dit geval gemaakte keuze (begrotingslijn ter ondersteuning van ondernemerschap en innovatie) onbevredigend is gezien de ernstige tekortkomingen waar de Commissie mee te maken krijgt bij de uitvoering van de programma's op het gebied van concurrentievermogen en innovatie. In een periode van economische crisis moeten deze kredieten juist worden verhoogd. Ze verzoekt de Commissie daarom door te gaan met het zoeken naar geschiktere begrotingslijnen voor toekomstige betalingen.

Het Interinstitutioneel Akkoord staat uitgaven uit het EFG toe tot een jaarlijks maximum van 500 miljoen euro.

In 2010 heeft de begrotingsautoriteit reeds vijftien voorstellen voor beschikbaarstelling van middelen uit het fonds en een overmaking voor technische bijstand goedgekeurd, voor een totaal bedrag van 47 432 497 EUR, waarna rekening houdend met het bijkomende bedrag van 28 502 666 EUR voor de andere voorstellen die momenteel worden behandeld (waaronder het onderhavige), tot eind 2010 nog een bedrag van 424 064 837 EUR beschikbaar is.

III. Procedure

De Commissie heeft een verzoek om overschrijving(3) ingediend om overeenkomstig de bepalingen van punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 specifieke vastleggings- en betalingskredieten in de begroting 2010 op te nemen.

De trialoog over het voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG kan plaatsvinden in een vereenvoudigde vorm (een briefwisseling), zoals voorzien in artikel 12, lid 5, van de rechtsgrondslag, tenzij het Parlement en de Raad niet tot overeenstemming kunnen komen.

Conform een interne afspraak wordt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) bij dit proces betrokken, opdat ze op constructieve wijze kan bijdragen tot de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

Na evaluatie heeft de Commissie EMPL van het Europees Parlement haar standpunt over de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te kennen gegeven, zoals blijkt uit het bij dit verslag gevoegde advies.

Met de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die tijdens het overleg van 17 juli 2008 werd goedgekeurd, werd het belang bekrachtigd van een snelle procedure voor de goedkeuring van besluiten tot beschikbaarstelling van de middelen van het EFG, met inachtneming van het Interinstitutioneel Akkoord.

(1)

PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.

(2)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(3)

DEC 37/2010 van 19 oktober 2010.


BIJLAGE: BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ES/jm

D(2010)55373

Dhr. Alain Lamassoure

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 13E158

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2010/014 SI/Mura (COM(2010)582 def.)

Geachte heer Lamassoure,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2010/014 SI/Mura onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De commissie en de werkgroep EFG zijn vóór de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG voor de aanvraag in kwestie. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling op de helling te willen zetten.

Het advies van de commissie is gebaseerd op de volgende overwegingen:

A)  overwegende dat deze aanvraag in overeenstemming is met artikel 2 bis van de EFG-verordening en betrekking heeft op 2 554 gedwongen ontslagen tijdens de referentieperiode van 21 oktober 2009 tot 20 februari 2010 in de NUTS III-regio Pomurje in Slovenië in de failliete Mura-groep, fabrikanten van textiel en kleding;

B)  overwegende dat de financiële en economische crisis ernstige tegenslagen met zich meebracht voor de Sloveense textielindustrie, vanwege de moeilijkheden waarmee een aantal "eindgebruikerssectoren van textiel" (d.w.z. de bouw, de automobielindustrie en de huizensector) geconfronteerd werden, in combinatie met stijgende productiekosten, resulterend in een daling van de productie met 23% in de textielindustrie en met 14% in de kledingsector ten opzichte van dezelfde periode in 2008, met als gevolg dat tussen juni 2008 en december 2009 in de sector vervaardiging van kleding 4 297 banen verloren gingen, d.w.z. 46% van alle arbeidsplaatsen in deze sector in juni 2008, en dat er in dezelfde sector in de textielproductie 2 030 banen verloren gingen, d.w.z. 27% van alle arbeidsplaatsen;

overwegende dat de Sloveense textielindustrie behoorlijk goed presteerde in de EU 27 en overwegende dat Mura de afgelopen jaren erin was geslaagd contracten af te sluiten met veeleisende zakenpartners door aan zeer hoge kwaliteitseisen te voldoen door middel van de productie van kleine series, flexibiliteit en door toepassing van het "just-in-time"-beginsel;

D)  overwegende dat sommige ondernemingen van de Mura-groep bleven draaien;

E)  overwegende dat 7% van alle werkzame personen in de regio Pomurje in dienst was bij Mura en overwegende dat deze regio reeds met 33% lager inkomen, 30% minder toegevoegde waarde en 20% lager loon per werknemer achterliep bij het Sloveense gemiddelde;

F)  overwegende dat de Sloveense autoriteiten aangeven dat de voorgestelde individuele dienstverlening het resultaat is van de ervaringen die het ministerie en de dienst voor de arbeidsvoorziening bij de werkzaamheden in verband met de ontslagen werknemers hebben opgedaan, en dat de vakbonden daarom niet actief betrokken waren bij de voorbereiding van de voorgestelde activiteiten; niettemin overwegende dat de vakbond van de Mura-groep vanaf het begin bij de faillisementsprocedure betrokken was en heeft meegewerkt aan de opstelling van de lijst van ontslagen werknemers en het regelen van de sociale steun ten behoeve van de werknemers;

G)  overwegende dat de Sloveense autoriteiten hebben bevestigd dat 1 932 van de 2 554 ontslagen werknemers die voor steun in aanmerking komen zullen deelnemen aan de maatregelen in het gecoördineerd pakket van individuele dienstverlening en dat de kosten voor al die maatregelen worden berekend op basis van dit verlaagde aantal;

H)  overwegende dat 78,4% van de ontslagen werknemers vrouwen zijn en dat bijna 96,1% van de werknemers tussen de 25 en 54 jaar oud zijn;

I)  overwegende dat 45,9% van de ontslagen werknemers kledingmakers en textielwerknemers zijn en overwegende dat van 43,1% van de ontslagen werknemers de beroepscategorie niet is aangegeven;

J)  overwegende dat 43,6% van de ontslagen werknemers de lagere school niet heeft afgemaakt en overwegende dat 43,7% van de werknemers hoger algemeen of technisch secundair onderwijs heeft gevolgd;

K)  overwegende dat 22,8% van de ontslagen werknemers een langdurig gezondheidsprobleem of handicap heeft, omdat de bedrijven van de Mura-groep een beleid voerden waarbij mensen met een handicap werden aangesteld en overwegende dat de zwaarste gevallen werden gesteund via maatregelen gefinancierd door de Sloveense autoriteiten op basis van een speciale wet, terwijl de werknemers met minder ernstige gezondheidsproblemen in aanmerking komen voor EFG-steun, maar zonder de speciale maatregelen die op hun behoeften zijn afgestemd;

L)  overwegende dat de meeste werknemers nooit bij een bedrijf buiten de Mura-groep hebben gewerkt;

M)  overwegende dat de Sloveense autoriteiten melden dat sommige werknemers zeer tevreden zijn over de maatregelen in het gecoördineerde pakket van individuele dienstverlening en dat sommigen van hen reeds een nieuwe baan hebben gevonden;

Daarom verzoekt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Sloveense aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage op grond van de EFG-verordening;

2.  verzoekt om meer informatie over de werknemers die begin 2008 bij de Mura-groep werkzaam waren en waar de aanvraag geen betrekking op had;

3.  verwijst naar het advies van de commissie EMPL over de financiering en werking van het EFG, waarin de lidstaten worden verzocht ervoor te zorgen dat ondernemingsraden worden ingeschakeld nog voordat een programma van start gaat, om te garanderen dat de sociale partners een werkelijke bijdrage leveren aan het opstellen van omschakelingsplannen die beantwoorden aan de behoeften van de werknemers en niet aan die van de bedrijven; verzoekt de Commissie daarom de Sloveense autoriteiten aan te moedigen erop toe te zien dat de vakbonden op zijn minst deelnemen aan de uitvoeringsfase van de maatregelen;

4.  wijst erop dat de werknemers zullen deelnemen aan een aantal activiteiten om het zoeken naar werk aan te moedigen en effectiever te maken, waaronder begeleiding en het waarborgen van een actieve participatie van werknemers aan deze maatregelen;

5.  betreurt echter, gezien het hoge percentage vroegtijdige schoolverlaters onder de ontslagen werknemers, dat niet wordt voorgesteld de tijdens het werkzame leven verkregen vaardigheden en kwalificaties te erkennen, noch training aan te bieden om een diploma te verwerven voor een hogere opleiding; verzoekt de Commissie om samen met de Sloveense autoriteiten te onderzoeken hoe deze maatregelen kunnen worden aangeboden aan de ontslagen werknemers;

6.  verzoekt de Sloveense autoriteiten gedetailleerdere informatie te verstrekken over de mogelijk te nemen maatregelen voor de 583 werknemers met langdurige gezondheidsproblemen of handicaps; is van mening dat een pakket van individuele dienstverlening voor werknemers met gezondheidsproblemen of handicaps speciale maatregelen moet omvatten die zijn afgestemd op hun specifieke behoeften;

7.  neemt nota van de innovatieve maatregel waarbij workshops neurolinguïstisch programmeren worden georganiseerd om de minst gemotiveerde ontslagen werknemers de aan te zetten tot het aanleren en verwerven van nieuwe vaardigheden; betreurt echter dat de aanvraag geen aanwijzing bevat inzake de doelstellingen van deze trainingen en of ze gericht zijn op nieuwe sectoren van werk of op het stimuleren van mobiliteit naar andere regio's met meer kansen op werk;

8.  verzoekt de Commissie om verdere informatie te vragen over de sectoren die men voor de werknemers op het oog heeft voor wat betreft training of het oprichten van een eigen zaak; hiermee moet worden gewaarborgd dat de re-integratie van de werknemers op de arbeidsmarkt duurzaam is en daarmee goed gebruik wordt gemaakt van de EFG-middelen; een evaluatie van deze maatregelen moet plaatsvinden in het kader van de doelstellingen van de strategie EU 2020;

9. verzoekt de Commissie gedetailleerdere informatie te verstrekken over eventuele staatssteun of financiële steun van de Europese fondsen aan de Mura-groep, voor of na de toetreding van Slovenië tot de EU.

Hoogachtend,

Pervenche Berès


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

18.11.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

13

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Giovanni Collino, Jean-Luc Dehaene, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazábal Rubial, Ingeborg Gräßle, Carl Haglund, Lucas Hartong, Monika Hohlmeier, Alain Lamassoure, Giovanni La Via, Vladimír Maňka, Barbara Matera, László Surján, Derek Vaughan, Jacek Włosowicz

Juridische mededeling - Privacybeleid