Procedure : 2010/2241(BUD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0337/2010

Ingediende teksten :

A7-0337/2010

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/12/2010 - 9.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2010)0456

VERSLAG     
PDF 160kWORD 89k
22.11.2010
PE 450.929v02-00 A7-0337/2010

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer

(COM(2010)0568 – C7‑0332/2010 – 2010/2241(BUD))

Begrotingscommissie

Rapporteur: Barbara Matera

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
 TOELICHTING
 BIJLAGE:BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer

(COM(2010)0568 – C7‑0332/2010 – 2010/2241(BUD))

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0568 – C7‑0332/2010),

–   gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1), en met name punt 28 hiervan,

–   gelet op Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(2),

–   gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,

–   gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A7‑0337/2010),

A. overwegende dat de Europese Unie passende wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden, teneinde hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt,

B.  overwegende dat het EFG sinds 1 mei 2009 ook is opengesteld voor aanvragen om bijstand voor werknemers die zijn ontslagen als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis,

C. overwegende dat financiële steun van de Unie aan ontslagen werknemers flexibel zou moeten zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking zou moeten worden gesteld, overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die is goedgekeurd op de bemiddelingsvergadering van 17 juli 2008, en met eerbiediging van het IIA van 17 mei 2006 wat betreft het nemen van besluiten om gebruik te maken van het EFG,

D. overwegende dat Duitsland om steun heeft verzocht voor 1181 gedwongen ontslagen in de vier productielocaties van de onderneming Heidelberger Druckmaschinen in Baden-Württemberg, die machines voor drukkerijen vervaardigt,

E.  overwegende dat de aanvraag voldoet aan de criteria voor subsidiabiliteit die zijn vastgelegd in de EFG-verordening,

1.  verzoekt de betrokken instellingen zich de nodige inspanningen te getroosten om de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te bespoedigen;

2.  brengt in herinnering dat de instellingen zich ertoe verbonden hebben een probleemloze en snelle procedure te garanderen voor de goedkeuring van de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, met als doel tijdelijk en eenmalig individuele steun te verlenen aan werknemers die als gevolg van de globalisering en de financiële en economische crisis werkloos geworden zijn; benadrukt de rol die het EFG kan vervullen om ontslagen werknemers te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt;

3.  beklemtoont dat het EFG overeenkomstig artikel 6 van de EFG-verordening moet bijdragen tot de re-integratie van elke afzonderlijke ontslagen werknemer; herhaalt dat uit het EFG afkomstige steun niet in de plaats mag komen van maatregelen waartoe bedrijven verplicht zijn krachtens hun nationale wetgeving of collectieve overeenkomsten, of van maatregelen ter herstructurering van bedrijven of bedrijfstakken;

4.  wijst erop dat de informatie die is ontvangen over het gecoördineerde pakket met op het individu afgestemde diensten die door het EFG moeten worden gefinancierd, gedetailleerde gegevens bevat over de complementariteit met acties die worden gefinancierd uit de structuurfondsen; herhaalt zijn oproep om in zijn jaarverslagen ook een vergelijkende evaluatie van deze gegevens op te nemen, waaronder een beoordeling van het effect van deze tijdelijke en op het individu afgestemde diensten op de re-integratie van de ontslagen werknemers op de arbeidsmarkt op lange termijn;

5.  begroet het feit dat de Commissie, in het kader van de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG, een alternatieve bron van betalingskredieten naast niet-bestede middelen uit het Europees sociaal fonds voorstelt, nadat het Europees Parlement er herhaaldelijk op had gewezen dat het EFG is opgericht als een op zichzelf staand specifiek instrument met eigen doelstellingen en termijnen en dat daarom begrotingslijnen aangewezen moeten worden die geschikt zijn voor overschrijvingen;

6.  wijst erop dat, om voor dit dossier middelen uit het EFG beschikbaar te kunnen stellen, betalingskredieten zullen worden overgeschreven van een begrotingslijn die bestemd is voor steun aan kmo's en innovatie; betreurt de ernstige tekortkomingen van de Commissie bij de implementatie van kaderprogramma's voor concurrentievermogen en innovatie, in het bijzonder gedurende een economische crisis die de behoefte aan dergelijke steun aanmerkelijk moet vergroten;

7.  herinnert eraan dat de werking en de toegevoegde waarde van het EFG moeten worden beoordeeld in de context van de algemene evaluatie van de op basis van het IIA van 17 mei 2006 ingevoerde programma's en diverse andere instrumenten, en wel bij gelegenheid van de tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2007-2013;

8.  is ingenomen met de nieuwe vormgeving van het Commissievoorstel, met name de toelichting, waarin heldere en gedetailleerde informatie wordt gegeven over de toepassing, met een analyse van de subsidiabiliteitscriteria en een uitleg van de redenen voor het verlenen van goedkeuring, hetgeen overeenstemt met de wensen van het Parlement;

9.  hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;

10. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.

(2)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.


BIJLAGE: BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van xxx

betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering, overeenkomstig punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2010/018 DE/Heidelberger Druckmaschinen, Duitsland)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1), met name punt 28,

gelet op Verordening (EG) nr. 1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot oprichting van een Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering(2), en met name artikel 12, lid 3,

gezien het voorstel van de Europese Commissie,

overwegende hetgeen volgt:

(1)      Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te verlenen aan werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om hen te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt.

(2)      Het EFG staat sinds 1 mei 2009 ook open voor aanvragen om steun voor werknemers die worden ontslagen als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis.

(3)      Het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 staat uitgaven uit het EFG toe binnen een jaarlijks maximum van 500 miljoen euro.

(4)      Op 27 mei 2010 heeft Duitsland een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen in verband met gedwongen ontslagen bij het bedrijf Heidelberger Druckmaschinen; aan de aanvraag werd aanvullende informatie tot en met 1 juli 2010 toegevoegd. Deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1927/2006. Bijgevolg stelt de Commissie voor om een bedrag van 8 308 555 EUR beschikbaar te stellen.

(5)      Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage te leveren voor de door Duitsland ingediende aanvraag.

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Ten laste van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010 wordt een bedrag van 8 308 555 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering.

Artikel 2

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De Voorzitter                                                De Voorzitter

(1)

              PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.

(2)

              PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.


TOELICHTING

I. Achtergrond

Het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om extra steun te geven aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ondervinden.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(1) en van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1927/2006(2), moeten de uitgaven van het EFG binnen een jaarlijks maximum van 500 miljoen euro blijven, welk geld afkomstig is uit marges onder het totale uitgavenmaximum van het voorgaande jaar en/of uit geannuleerde vastleggingskredieten van de voorgaande twee jaren, met uitzondering van de kredieten voor rubriek 1b. De benodigde bedragen worden als voorziening in de begroting opgenomen zodra er voldoende begrotingsruimte en/of geannuleerde vastleggingen zijn vastgesteld.

De procedure om het EFG te activeren verloopt als volgt: na een positieve beoordeling van een aanvraag legt de Commissie een voorstel tot beschikbaarstelling van middelen uit het fonds aan de begrotingsautoriteit voor, samen met een daarmee overeenkomstig overschrijvingsverzoek. Parallel kan een trialoog plaatsvinden om tot overeenstemming te komen over het gebruik van het EFG en de vereiste bedragen. Een trialoog in vereenvoudigde vorm is mogelijk.

II. Stand van zaken: het voorstel van de Commissie

Op 15 oktober 2010 nam de Commissie een nieuw voorstel voor een besluit aan betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering aan Duitsland om de terugkeer naar de arbeidsmarkt te steunen van werknemers die als gevolg van de wereldwijde financiële en economische crisis werkloos zijn geworden.

De aanvraag voor de beschikbaarstelling van een totaal bedrag van 8 308 555 EUR uit het EFG voor Duitsland is de vierentwintigste die in het kader van de begroting 2010 wordt behandeld. De aanvraag heeft betrekking op 1181 gedwongen ontslagen in de vier productielocaties van de onderneming Heidelberger Druckmaschinen in Baden-Württemberg, die machines voor drukkerijen vervaardigt, binnen de referentieperiode van vier maanden van 26 januari tot 26 mei 2010.

De aanvraag, zaak EGF/2010/018 DE/Heidelberger Druckmaschinen , is bij de Commissie op 27 mei 2010 ingediend en is tot en met 1 juli 2010 met bijkomende informatie aangevuld. De aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening in artikel 2, onder a), van de EFG-verordening, namelijk ten minste 500 gedwongen ontslagen binnen een periode van vier maanden bij een onderneming - met inbegrip van ontslagen bij (toe)leveranciers - en de aanvraag is ingediend binnen de termijn van 10 weken (artikel 5 van de verordening)..

Bij haar beoordeling heeft de Commissie rekening gehouden met de volgende elementen: het verband tussen de gedwongen ontslagen en grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de financiële crisis, de vraag of de ontslagen al dan niet konden worden voorzien, bewijs voor het aantal ontslagen in kwestie, naleving van de criteria van artikel 2, onder a), toelichting van de onvoorziene aard van de gedwongen ontslagen, de vraag welke bedrijven werknemers ontslaan en welke werknemers in aanmerking komen voor steun, de betrokken regio en de autoriteiten van en belanghebbenden in deze regio, de gevolgen van de ontslagen voor de plaatselijke, regionale of nationale werkgelegenheid, het te financieren gecoördineerde pakket met op het individu afgestemde diensten en de compatibiliteit van dit pakket met uit de structuurfondsen gefinancierde acties, de data waarop de op het individu afgestemde diensten ten behoeve van ontslagen werknemers van start zijn gegaan of de geplande begindata ervan, de procedures voor de raadpleging van de sociale partners, en de beheer- en controlesystemen.

Volgens de beoordeling van de Commissie voldoet de aanvraag aan de in de EFG-verordening vastgelegde subsidiabiliteitscriteria. Er wordt bijgevolg aanbevolen dat de begrotingsautoriteit de aanvraag goedkeurt.

Om middelen uit het EFG te kunnen inzetten, heeft de Commissie de begrotingsautoriteit een overschrijvingsverzoek (DEC 38/2010) doen toekomen voor een totaal bedrag van 8 308 555 EUR aan vastleggingskredieten uit de EFG-reserve (40 02 43) en aan betalingskredieten uit de begrotingslijn "Kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie - Programma voor ondernemerschap en innovatie" (01 04 04), voor overschrijving naar de EFG-begrotingslijnen (04 05 01).

De rapporteur stelt met instemming vast dat de Commissie een alternatieve bron van betalingskredieten naast niet-bestede ESF-middelen heeft aangegeven, nadat het Europees Parlement daar herhaaldelijk om had verzocht.

Ze is echter van mening dat de in dit geval gemaakte keuze (begrotingslijn ter ondersteuning van ondernemerschap en innovatie) onbevredigend is gezien de ernstige tekortkomingen waar de Commissie mee te maken krijgt bij de uitvoering van de programma's op het gebied van concurrentievermogen en innovatie. In een periode van economische crisis moeten deze kredieten juist worden verhoogd. Ze verzoekt de Commissie daarom door te gaan met het zoeken naar geschiktere begrotingslijnen voor toekomstige betalingen.

Het Interinstitutioneel Akkoord staat uitgaven uit het EFG toe tot een jaarlijks maximum van 500 miljoen euro.

In 2010 heeft de begrotingsautoriteit reeds vijftien voorstellen voor beschikbaarstelling van middelen uit het fonds en een overmaking voor technische bijstand goedgekeurd, voor een totaal bedrag van 47 432 497 EUR, waarna rekening houdend met het bijkomende bedrag van 26 254 726 EUR voor de andere voorstellen die momenteel worden behandeld (waaronder het onderhavige), tot eind 2010 nog een bedrag van 426 312 777 EUR beschikbaar is.

III. Procedure

De Commissie heeft een verzoek om overschrijving(3) ingediend om overeenkomstig de bepalingen van punt 28 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 specifieke vastleggings- en betalingskredieten in de begroting 2010 op te nemen.

De trialoog over het voorstel van de Commissie voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG kan plaatsvinden in een vereenvoudigde vorm (een briefwisseling), zoals voorzien in artikel 12, lid 5, van de rechtsgrondslag, tenzij het Parlement en de Raad niet tot overeenstemming kunnen komen.

Conform een interne afspraak wordt de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) bij dit proces betrokken, opdat ze op constructieve wijze kan bijdragen tot de beoordeling van de aanvragen voor steun uit het EFG.

Na evaluatie heeft de Commissie EMPL van het Europees Parlement haar standpunt over de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG te kennen gegeven, zoals blijkt uit het bij dit verslag gevoegde advies.

Met de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die tijdens het overleg van 17 juli 2008 werd goedgekeurd, werd het belang bekrachtigd van een snelle procedure voor de goedkeuring van besluiten tot beschikbaarstelling van de middelen van het EFG, met inachtneming van het Interinstitutioneel Akkoord.

(1)

PB C 139 van 14.6.2006, blz. 1.

(2)

PB L 406 van 30.12.2006, blz. 1.

(3)

DEC 38/2010 van 15 oktober 2010


BIJLAGE:BRIEF VAN DE COMMISSIE WERKGELEGENHEID EN SOCIALE ZAKEN

ES/jm

D(2010)54536

Dhr. Alain Lamassoure

Voorzitter van de Begrotingscommissie

ASP 13E158

Betreft: Advies inzake de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) in dossier EGF/2010/018 DE/Heidelberger Druckmaschinen (COM(2010)568 definitief)

Geachte heer Lamassoure,

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (EMPL) en haar werkgroep EFG hebben de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in dossier EGF/2010/018 DE/Heidelberger Druckmaschinen onderzocht en het volgende advies goedgekeurd.

De commissie en de werkgroep EFG zijn vóór de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG voor de aanvraag in kwestie. De commissie formuleert in dit verband een aantal opmerkingen, zonder evenwel de betaling op de helling te willen zetten.

Het advies van de commissie is gebaseerd op de volgende overwegingen:

A)  overwegende dat deze aanvraag is gebaseerd op artikel 2, onder a), van de EFG-verordening en betrekking heeft op 1 263 gedwongen ontslagen tijdens de referentieperiode van 4 maanden tussen 26 januari en 26 mei 2010 in verschillende vestigingen in Duitsland van een onderneming die machines voor drukkerijen vervaardigt;

B)  overwegende dat 1 800 werknemers van Heidelberger Druckmaschinen in Duitsland en 1 140 werknemers in het buitenland op basis van de sociale plannen zijn ontslagen nog vóór aanvang van de referentieperiode voor de toepassing van het EFG;

C)  overwegende dat deze sector zwaar en rechtstreeks is getroffen door de financiële en economische crisis, aansluitend bij de algemene trend in de sector machinebouw, wat in april 2009 een daling van opdrachten in Duitsland met 52,6% ten opzichte van april 2008 tot gevolg had; overwegende dat de totale verkoop van Heidelberger Druckmaschinen AG in het tweede kwartaal van 2009 met 22% afnam ten opzichte van dezelfde periode in 2008 en met 33% ten opzichte van dezelfde periode in 2007;

D)  overwegende dat de financiële en economische crisis ook indirecte negatieve gevolgen had door een verlaging van de uitgaven voor reclamemateriaal in Europa met meer dan 9% ten opzichte van dezelfde periode in 2008; voor de drukkerijsector had deze afname tot gevolg dat de capaciteit in geringere mate benut werd en dat de machines langer stilstonden; de drukkerijsector reageerde hierop met ingrijpende bezuinigingen op de kapitaaluitgaven, waarvan de producenten van drukapparatuur weer de gevolgen hebben ondervonden;

E)  overwegende dat "Heidelberger Druckmaschinen AG" poogde de crisis op te vangen met twee aanpassingsprogramma's, in eerste instantie met een kostenverlaging van 100 miljoen EUR per jaar en vervolgens met aanvullende kostenbesparende maatregelen van 200 miljoen EUR per jaar;

F)  overwegende dat de meeste ontslagen plaatsvonden in Baden-Württemberg (870 gedwongen ontslagen, oftewel 70% van alle ontslagen werknemers) en een kleiner aantal in andere productielocaties in Brandenburg en Nordrhein-Westfalen; overwegende dat de 870 ontslagen een afname vertegenwoordigen met 7% van alle werknemers die in het gebied rondom Heidelberg betrokken zijn bij de productie van drukapparatuur en socialezekerheidsbijdragen betalen, en dat de ontslagen bijdragen aan een aanzienlijk hogere werkloosheid in dit deel van Baden-Württemberg dan gedurende dezelfde periode in Duitsland als geheel;

G)  overwegende dat in overweging 4 van de EFG-verordening wordt bepaald dat ervoor moet worden gezorgd dat "de financiële bijdrage uit het EFG bij de werknemers uit de zwaarst getroffen regio's en sectoren van de Gemeenschap terechtkomt";

H)  overwegende dat 86,6% van de ontslagen werknemers mannen zijn en dat bijna 81,9% van hen tussen 25 en 54 jaar oud zijn;

I)  overwegende dat 64,9% van de ontslagen werknemers bestaat uit bedieningspersoneel van machines en installaties en assembleurs, en dat 25% van de ontslagen werknemers bestaat uit administratief personeel, technici en lagere functies;

J)  overwegende dat in de aanvraag wordt gesteld dat de categorie industriële werknemers die het ernstigst getroffen is door de afvloeiingen over een goed kwalificatieniveau beschikt;

K)  overwegende dat de sollicitatietoelage een uitkering van korte duur is die slechts wordt toegekend voor perioden waarin de ontslagen werknemers deelnemen aan actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen die in het kader van het re-integratiebedrijf uitgevoerd worden;

L)  overwegende dat werknemers die op eigen initiatief maatregelen nemen ook in aanmerking komen voor de sollicitatietoelage/uitkering voor korte duur;

M)  overwegende dat de EFG-maatregelen qua inhoud en tijdsduur een aanvulling en uitbreiding vormen op de maatregelen uit hoofde van het ESF die afhankelijk zijn van medefinanciering door de onderneming waar de ontslagen zijn gevallen;

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt derhalve de ten principale bevoegde Begrotingscommissie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie over de Duitse aanvraag op te nemen:

1.  is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage op grond van de EFG-verordening;

2.  verwelkomt de snelle reactie van de sociale partners en de Duitse regering op de massale ontslagen, die het mogelijk maakt dat de aanvraag van EFG-steun circa 6 maanden na indiening daarvan door de begrotingsautoriteit kan worden goedgekeurd;

3.  verwelkomt de oprichting van een zogeheten re-integratiebedrijf dat, overeenkomstig het Duitse model, wordt ondersteund door de sociale partners en voor een groot deel wordt gefinancierd door het bedrijf waar de ontslagen vallen;

4.  vraagt zich af of de kostenverlagende maatregelen die "Heidelberger Druckmaschinen AG" voorafgaand aan de ontslagen doorvoerde reeds leidden tot ontslagen die niet in de aanvraag zijn opgenomen;

5.  verwelkomt de mogelijkheid voor werknemers om op eigen initiatief maatregelen te nemen; verzoekt Duitsland om meer informatie over de verhouding tussen deze maatregelen en de maatregelen die deel uitmaken van het gecoördineerd pakket van individuele dienstverlening;

6.  verwelkomt de maatregelen betreffende workshops/peer groups voor leerlingen, die daarbij praktische adviezen krijgen voor hun werkzame leven en de verdere ontwikkeling van hun beroepsperspectieven;

7.  stelt vast dat Duitsland ook activiteiten voorstelt voor de meer traditionele doelgroepen van werknemers van boven de 40 en 50 jaar; roept de Commissie in dit verband op de lidstaten aan te moedigen innovatieve maatregelen uit te werken en in te voeren om mensen langer aan het werk te houden en een bijdrage te leveren aan het bereiken van de doelstellingen van de strategie EU 2020;

8.  verwelkomt de maatregelen ter bevordering van de grensoverschrijdende mobiliteit; wijst echter op de verslechterde arbeidsmarkt in de drukkerijsector in Nederland (zie de EFG-aanvragen EGF/2009/24-30);

9.  verwelkomt de maatregelen om de periode van werkloosheid te benutten voor het actualiseren en consolideren van de beroepscompetenties;

10.  verzoekt de Commissie om verdere informatie te vragen over de sectoren die men voor de werknemers op het oog heeft voor wat betreft training of het oprichten van een eigen zaak; hiermee moet worden gewaarborgd dat de re-integratie van de werknemers op de arbeidsmarkt duurzaam is en daarmee goed gebruik wordt gemaakt van de EFG-middelen; een evaluatie van deze maatregelen moet plaatsvinden in het kader van de doelstellingen van de strategie EU 2020.

Hoogachtend,

Pervenche Berès


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

18.11.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

13

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Giovanni Collino, Jean-Luc Dehaene, José Manuel Fernandes, Eider Gardiazábal Rubial, Ingeborg Gräßle, Carl Haglund, Lucas Hartong, Monika Hohlmeier, Alain Lamassoure, Giovanni La Via, Vladimír Maňka, Barbara Matera, László Surján, Derek Vaughan, Jacek Włosowicz

Juridische mededeling - Privacybeleid