Procedure : 2008/0098(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0343/2010

Ingediende teksten :

A7-0343/2010

Debatten :

PV 17/01/2011 - 12
CRE 17/01/2011 - 12

Stemmingen :

PV 18/01/2011 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0004

AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING     ***II
PDF 540kWORD 441k
29.11.2010
PE 448.894v03-00 A7-0343/2010

betreffende het standpunt, door de Raad in eerste lezing vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het in de handel brengen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad

(10753/3/2010 – C7‑0267/2010 – 2008/0098(COD))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur: Catherine Stihler

PR_COD_COD_2am

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het standpunt, door de Raad in eerste lezing vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het in de handel brengen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad

(10753/3/2010 – C7‑0267/2010 – 2008/0098(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (10753/3/2010 – C7‑0267/2010),

–   gezien zijn standpunt in eerste lezing(1) over het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2008)0311),

–   gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie (COM(2009)0579),

–   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor de lopende interinstitutionele besluitvormingsprocedures (COM(2009)0665),

–   gelet op artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gelet op artikel 66 van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A7‑0343/2010),

1.  stelt onderstaand standpunt in tweede lezing vast;

2.  hecht zijn goedkeuring aan de verklaring die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Standpunt van de Raad

Overweging 1

Standpunt van de Raad

Amendement

(1) De regelgeving van de lidstaten schrijft voor dat bouwwerken zo moeten zijn ontworpen en uitgevoerd dat zij de veiligheid van personen, huisdieren of goederen niet in gevaar brengen.

(1) De regelgeving van de lidstaten schrijft voor dat bouwwerken zo moeten zijn ontworpen en uitgevoerd dat zij de veiligheid van personen, huisdieren of goederen niet in gevaar brengen en geen schade toebrengen aan het milieu.

(Herhaling van de inhoud van amendement 1 dat tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werd aangenomen)

Amendement  2

Standpunt van de Raad

Overweging 5

Standpunt van de Raad

Amendement

(5) Indien van toepassing, worden de essentiële kenmerken waarvan de prestaties dienen ten worden aangegeven, vastgesteld door middel van de bepalingen voor een beoogd gebruik van een bouwproduct in een lidstaat die gelden ter naleving van de fundamentele eisen voor bouwwerken.

(5) Indien van toepassing, worden de essentiële kenmerken waarvan de prestaties dienen ten worden aangegeven, vastgesteld door middel van de bepalingen voor een of meerdere beoogde gebruiksvormen van een bouwproduct in een lidstaat die gelden ter naleving van de fundamentele eisen voor bouwwerken. Om een lege prestatieverklaring te vermijden, moeten de essentiële kenmerken van het bouwproduct die relevant zijn voor het aangegeven gebruik worden aangegeven.

Amendement 3

Standpunt van de Raad

Overweging 8 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(8 bis) De werkzaamheden van aannemers dienen niet onder de onderhavige verordening te vallen. Het optrekken van bouwwerken is een vorm van dienstverlening, en niet het op de markt brengen van een product door een fabrikant. Tot de activiteiten van een bouwonderneming behoort in sommige gevallen ook het afzonderlijk of als maatwerk vervaardigen van onderdelen van het bouwwerk, die vervolgens door de aannemer in het bouwwerk geïnstalleerd worden.

Motivering

Met de nieuwe verordening moet duidelijk worden gemaakt dat aannemers die op of buiten het bouwterrein afzonderlijke bouwelementen prefabriceren, niet onder de verordening vallen. De verordening bepaalt de voorwaarden voor het in de handel brengen of aanbieden van bouwproducten. Het inbouwen van bouwproducten valt niet onder de verordening.

Amendement  4

Standpunt van de Raad

Overweging 14 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(14 bis) Bij de beoordeling van de prestaties van een bouwproduct moet eveneens rekening worden gehouden met de gezondheids- en veiligheidsaspecten van het gebruik van het product tijdens zijn volledige levenscyclus.

(Herhaling van de inhoud van amendement 2 dat tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werd aangenomen)

Amendement  5

Standpunt van de Raad

Overweging 15

Standpunt van de Raad

Amendement

(15) De drempelniveaus die de Commissie overeenkomstig deze verordening vaststelt, moeten voor de essentiële kenmerken van het betrokken bouwproduct algemeen erkende waarden zijn ten aanzien van de bepalingen in de lidstaten.

(15) De drempelniveaus die de Commissie overeenkomstig deze verordening voor de essentiële kenmerken van het betrokken bouwproduct vaststelt, moeten een hoog beschermingsniveau in de zin van artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) waarborgen.

Motivering

Drempelwaarden kunnen om technische of regelgevende redenen worden vastgesteld (zie overweging 16). Geschiedt dit om regelgevingsredenen, dan is het doel de bescherming van de in artikel 114 VWEU genoemde algemene belangen gezondheid, veiligheid, milieubescherming en bescherming van de consument. De basis is daarom niet een "algemene erkenning", maar het in artikel 114 vermelde streven naar een hoog beschermingsniveau.

Amendement  6

Standpunt van de Raad

Overweging 17

Standpunt van de Raad

Amendement

(17) Het Europees Comité voor normalisatie (CEN) en het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie (CENELEC) worden erkend als de instanties die bevoegd zijn om geharmoniseerde normen vast te stellen overeenkomstig de op 28 maart 2003 ondertekende algemene richtsnoeren voor samenwerking tussen de Commissie en deze twee instanties. Fabrikanten moeten deze geharmoniseerde normen gebruiken zodra hun referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt en wel overeenkomstig Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij1 vastgestelde criteria.

(17) Het Europees Comité voor normalisatie (CEN) en het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie (CENELEC) worden erkend als de instanties die bevoegd zijn om geharmoniseerde normen vast te stellen overeenkomstig de op 28 maart 2003 ondertekende algemene richtsnoeren voor samenwerking tussen de Commissie en deze twee instanties. Fabrikanten moeten deze geharmoniseerde normen gebruiken zodra hun referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt en wel overeenkomstig Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij1 vastgestelde criteria. Zodra een voldoende hoog niveau van technische en wetenschappelijke kennis van alle relevante aspecten bereikt is, moet het gebruik van geharmoniseerde normen voor wat betreft bouwproducten geïntensiveerd worden, onder meer door waar toepasselijk verplicht te stellen dat deze normen ontwikkeld worden op basis van bestaande Europese beoordelingsdocumenten.

(Herhaling van de inhoud van amendementen 5 en 120 die tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werden aangenomen)

Amendement  7

Standpunt van de Raad

Overweging 21

Standpunt van de Raad

Amendement

(21) De opstelling van ontwerpen van Europese beoordelingsdocumenten en het verstrekken van Europese technische beoordelingen zou moeten worden toevertrouwd aan technische beoordelingsinstanties (hierna "TBI's" te noemen) die door de lidstaten zijn aangewezen. Om ervoor te zorgen dat de TBI's de nodige bekwaamheid hebben om die taken uit te voeren, moeten de eisen voor de aanwijzing ervan op uniaal niveau worden vastgesteld.

(21) De opstelling van ontwerpen van Europese beoordelingsdocumenten en het verstrekken van Europese technische beoordelingen zou moeten worden toevertrouwd aan technische beoordelingsinstanties (hierna "TBI's" te noemen) die door de lidstaten zijn aangewezen. Om ervoor te zorgen dat de TBI's de nodige bekwaamheid hebben om die taken uit te voeren, moeten de eisen voor de aanwijzing ervan op uniaal niveau worden vastgesteld. De aangewezen TBI's moeten voorzover mogelijk financieel zelfstandig zijn.

Amendement  8

Standpunt van de Raad

Overweging 22

Standpunt van de Raad

Amendement

(22) De TBI's moeten een organisatie (hierna "organisatie van TBI's" genoemd) opzetten, indien van toepassing, door de Unie financieel gesteund, om de procedures voor de opstelling van ontwerpen van Europese beoordelingsdocumenten en voor het verstrekken van de Europese technische beoordelingen te coördineren.

(22) De TBI's moeten een organisatie (hierna "organisatie van TBI's" genoemd) opzetten, indien van toepassing, door de Unie financieel gesteund, om de procedures voor de opstelling van ontwerpen van Europese beoordelingsdocumenten en voor het verstrekken van de Europese technische beoordelingen te coördineren, zodat de transparantie en de noodzakelijke vertrouwelijkheid van deze procedures gegarandeerd worden.

(Herhaling van de inhoud van amendement 11 dat tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werd aangenomen)

Amendement  9

Standpunt van de Raad

Overweging 24

Standpunt van de Raad

Amendement

(24) Het zou nuttig zijn als de prestatieverklaring informatie bevatte over aanwezige gevaarlijke stoffen met als doel de kansen voor duurzame bouwwerken te vergroten en de ontwikkeling van milieuvriendelijke producten te faciliteren. Deze verordening doet geen afbreuk aan de rechten en plichten die de lidstaten hebben op grond van andere instrumenten van het Unierecht die betrekking kunnen hebben op gevaarlijke stoffen, in het bijzonder Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden1, Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid2, Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen3, Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen4 en Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels5.

(24) Indien toepasselijk moet de prestatieverklaring vergezeld gaan van informatie over in het bouwproduct aanwezige gevaarlijke stoffen met als doel de kansen voor duurzame bouwwerken te vergroten en de ontwikkeling van milieuvriendelijke producten te faciliteren. Deze informatie dient te worden verstrekt onverminderd de verplichtingen, met name op het gebied van etikettering, op grond van andere instrumenten van EU-recht inzake gevaarlijke stoffen en dient terzelfder tijd en in dezelfde vorm te worden verstrekt als de prestatieverklaring, teneinde alle potentiële gebruikers van bouwproducten te bereiken. Informatie over aanwezige gevaarlijke stoffen dient in eerste instantie beperkt te blijven tot de stoffen als bedoeld in artikel 31 en artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) en tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen. De specifieke behoefte aan informatie over de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in bouwproducten dient evenwel nader te worden onderzocht, zodat de lijst met stoffen die als gevaarlijk worden aangemerkt kan worden aangevuld om ervoor te zorgen dat personen die met bouwproducten werken en degenen die de bouwwerken benutten een hoog beschermingsniveau genieten, onder meer door vereisten te stellen aan gerecyclede of hergebruikte onderdelen of materialen. Deze verordening doet geen afbreuk aan de rechten en plichten die de lidstaten hebben op grond van andere instrumenten van het Unierecht die betrekking kunnen hebben op gevaarlijke stoffen, in het bijzonder Richtlijn 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden1, Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid2, Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen3, Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen4 en Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels5.

Amendement  10

Standpunt van de Raad

Overweging 24 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(24 bis) De prestatieverklaring kan worden genummerd in overeenstemming met het referentienummer voor het type product.

(Herhaling van de inhoud van amendementen 49 en 101 die tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werden aangenomen)

Amendement 11

Standpunt van de Raad

Overweging 34

Standpunt van de Raad

Amendement

(34) Fabrikanten kunnen gebruik maken van vereenvoudigde procedures door middel van documentatie in een formaat van hun keuze, overeenkomstig de voorwaarden van de betrokken geharmoniseerde norm.

(34) Er moeten voorwaarden worden vastgelegd voor het gebruik van vereenvoudigde procedures voor de beoordeling van de prestaties van bouwproducten, met als doel de kosten voor het op de markt brengen van deze producten zoveel mogelijk te verlagen zonder dat het veiligheidsniveau daalt. Fabrikanten die dergelijke vereenvoudigde procedures gebruiken, moeten afdoende aantonen dat aan deze voorwaarden voldaan is.

(Nieuw amendement van het EP overeenkomstig artikel 66, lid 2, onder b, en artikel 66, lid 3)

Amendement  12

Standpunt van de Raad

Overweging 34 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(34 bis) Om de impact van markttoezichtmaatregelen te vergroten, mogen alle vereenvoudigde procedures die in deze verordening voorzien worden voor de beoordeling van de prestaties van bouwproducten, uitsluitend van toepassing zijn op natuurlijke personen of rechtspersonen die de producten die zij op de markt brengen, zelf vervaardigen.

(Herhaling van de inhoud van amendement 18 dat tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werd aangenomen)

Amendement  13

Standpunt van de Raad

Overweging 36 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(36 bis) De interpretatieve definitie van "niet in serie gemaakte producten" voor de verschillende onder deze verordening vallende bouwproducten moet worden gegeven door de desbetreffende technische comités van de CEN.

Amendement  14

Standpunt van de Raad

Overweging 37

Standpunt van de Raad

Amendement

(37) Alle marktdeelnemers die een rol vervullen in de toeleverings- en distributieketen moeten passende maatregelen nemen om te waarborgen dat zij uitsluitend bouwproducten op de markt aanbieden die aan de voorschriften van deze verordening voldoen, met als doel de prestaties van bouwproducten te garanderen en de fundamentele eisen voor bouwwerken na te leven. In het bijzonder dienen importeurs en distributeurs van bouwproducten op de hoogte te zijn van de essentiële kenmerken waarvoor op de uniale markt bepalingen gelden, alsmede van de specifieke voorschriften in de lidstaten ten aanzien van de fundamentele eisen voor bouwwerken, en dienen zij deze kennis in hun handelstransacties te gebruiken.

(37) Alle marktdeelnemers die een rol vervullen in de toeleverings- en distributieketen moeten passende maatregelen nemen om te waarborgen dat zij uitsluitend bouwproducten op de markt aanbieden die aan de voorschriften van deze verordening voldoen, met als doel de prestaties van bouwproducten te garanderen en de fundamentele eisen voor bouwwerken na te leven. In het bijzonder dienen importeurs en distributeurs van bouwproducten op de hoogte te zijn van de essentiële kenmerken waarvoor op de uniale markt bepalingen gelden, alsmede van de specifieke voorschriften in de lidstaten ten aanzien van de fundamentele eisen voor bouwwerken, en dienen zij deze kennis in hun handelstransacties te gebruiken, zodat onbedoelde niet-conformiteit van bouwproducten met de prestatieverklaring zo weinig mogelijk voorkomt en materiële verliezen tot een minimum beperkt blijven.

Motivering

Deze bepaling noodt tot preventieve maatregelen van de zijde van de marktdeelnemers om gevallen van normafwijking te voorkomen, alsmede tot maatregelen van de zijde van de markttoezichthouders. In hun hoedanigheid van verantwoordelijke rechtspersonen zullen de marktdeelnemers verliezen of schade bij hun handelstransacties willen voorkomen, waardoor met name kmo's worden geholpen aan vereisten te voldoen en waarde voor hun geld te krijgen.

Amendement  15

Standpunt van de Raad

Overweging 39

Standpunt van de Raad

Amendement

(39) Om het vrije goederenverkeer te vergemakkelijken, moeten de productcontactpunten gratis informatie verstrekken over bepalingen die ertoe strekken dat op het grondgebied van de betrokken lidstaat wordt voldaan aan de fundamentele eisen voor bouwwerken die gelden voor het beoogde gebruik van elk bouwproduct. De productcontactpunten kunnen de marktdeelnemer tevens bijkomende informatie of commentaar verstrekken. Voor deze bijkomende informatie mogen de productcontactpunten tarieven aanrekenen in verhouding tot de kosten van dergelijke informatie of commentaar.

(39) Om het vrije goederenverkeer te vergemakkelijken, moeten de productcontactpunten gratis informatie verstrekken over bepalingen die ertoe strekken dat op het grondgebied van de betrokken lidstaat wordt voldaan aan de fundamentele eisen voor bouwwerken die gelden voor het beoogde gebruik van elk bouwproduct. De productcontactpunten kunnen de marktdeelnemer tevens bijkomende informatie of commentaar verstrekken. Voor deze bijkomende informatie mogen de productcontactpunten tarieven aanrekenen in verhouding tot de kosten van dergelijke informatie of commentaar. De lidstaten moeten er bovendien voor zorgen dat de productcontactpunten voldoende middelen worden toegekend.

Amendement  16

Standpunt van de Raad

Overweging 40 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(40 bis) De productcontactpunten moeten hun taken op zodanige wijze kunnen uitoefenen dat belangenconflicten worden voorkomen, met name waar het gaat om de procedures ter verkrijging van de CE-markering.

(Herhaling van de inhoud van amendement 58 dat tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werd aangenomen)

Amendement  17

Standpunt van de Raad

Overweging 46 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(46 bis) In dit verband moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin de voorwaarden worden geregeld voor het gebruik van websites waarop prestatieverklaringen ter beschikking kunnen worden gesteld. Totdat dergelijke gedelegeerde handelingen zijn vastgesteld, blijft het gebruik van websites volgens de huidige praktijk toegestaan.

Amendement  18

Standpunt van de Raad

Overweging 49 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(49 bis) Het behoud van materialen na de sloop in de materiaalcyclus door hergebruik of recycling is van essentieel belang voor de realisering van de klimaatdoelstellingen van de Unie, en iedere lidstaat moet met een actieplan komen waarin nader aangegeven wordt hoe het hergebruik of recycling in de bouwindustrie kan worden aangemoedigd.

Amendement  19

Standpunt van de Raad

Overweging 50 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(50 bis) Waar mogelijk dienen uniforme Europese regelingen te worden opgesteld die voorschrijven hoe moet worden aangetoond dat aan de fundamentele eisen van Bijlage I is voldaan.

Motivering

De voorgestelde aanvulling wordt ingegeven door de overweging dat harmonisering het algemene doel is van de beoogde verordening. Deze is noodzakelijk om het gevaar van een "deharmonisering" af te wenden.

Amendement  20

Standpunt van de Raad

Overweging 51 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

(51 bis) Er zijn maatregelen nodig om de goedkeuring van Europese normen en de vertaling van deze normen in alle officiële talen van de Unie te bespoedigen. Een evenwichtige vertegenwoordiging van de belanghebbenden in de technische comités en werkgroepen van de Europese normalisatie-instellingen is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat geen enkele categorie van belanghebbenden over- of ondervertegenwoordigd is. Belangenconflicten tussen de belanghebbenden moeten worden voorkomen.

(Herhaling van de inhoud van amendementen 22 en 118 die tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werden aangenomen)

Amendement  21

Standpunt van de Raad

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. "bouwproduct": elk product of kit dat wordt vervaardigd en in de handel wordt gebracht om blijvend te worden verwerkt in bouwwerken of delen ervan, zodat de verwijdering van het product de prestaties van het bouwwerk wijzigt ten opzichte van de fundamentele eisen voor bouwwerken;

1. "bouwproduct": elk product of kit dat wordt vervaardigd en in de handel wordt gebracht om blijvend te worden verwerkt in bouwwerken of delen ervan, zodat de prestatie van het product de prestaties van het bouwwerk wijzigt ten opzichte van de fundamentele eisen voor bouwwerken;

Motivering

Taalkundige wijziging.

Amendement  22

Standpunt van de Raad

Artikel 4 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. Indien een bouwproduct onder een geharmoniseerde norm valt of daarvoor een Europese technische beoordeling is verstrekt, stelt de fabrikant een prestatieverklaring op wanneer een dergelijk product in de handel wordt gebracht.

1. Indien een bouwproduct valt onder of voldoet aan een geharmoniseerde norm of daarvoor een Europese technische beoordeling of een Europees beoordelingsdocument is verstrekt, stelt de fabrikant een prestatieverklaring op wanneer een dergelijk product in de handel wordt gebracht.

Motivering

De voorgestelde wijziging beoogt een grotere transparantie van de technische regeling en een verbetering van een technische uitvoerbaarheid.

Amendement  23

Standpunt van de Raad

Artikel 4 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. Indien een bouwproduct onder een geharmoniseerde norm valt of daarvoor een Europese technische beoordeling is verstrekt, wordt elke vorm van informatie over de prestaties met betrekking tot de essentiële kenmerken, vastgelegd in de toepasselijke geharmoniseerde technische specificatie, slechts ter beschikking gesteld indien zij in de prestatieverklaring is vermeld en gespecificeerd.

2. Indien een bouwproduct valt onder of voldoet aan een geharmoniseerde norm of daarvoor een Europese technische beoordeling of een Europees beoordelingsdocument is verstrekt, mag elke vorm van informatie over de prestaties met betrekking tot de essentiële kenmerken, vastgelegd in de toepasselijke geharmoniseerde technische specificatie, slechts ter beschikking worden gesteld indien zij in de prestatieverklaring is vermeld en gespecificeerd.

Amendement  24

Standpunt van de Raad

Artikel 5 – alinea 1 – inleidende formule

Standpunt van de Raad

Amendement

Indien uniale of nationale bepalingen er niet toe verplichten de essentiële kenmerken aan te geven in de markt -waar een fabrikant zijn product in de handel wil brengen, kan een fabrikant in afwijking van artikel 4, lid 1, bij het in de handel brengen van een onder een geharmoniseerde norm vallend bouwproduct afzien van de opstelling van een prestatieverklaring wanneer:

Indien uniale of nationale bepalingen er niet toe verplichten de essentiële kenmerken aan te geven in de markt – waar de producten zullen worden gebruikt – kan een fabrikant in afwijking van artikel 4, lid 1, bij het in de handel brengen van een onder een geharmoniseerde norm vallend bouwproduct afzien van de opstelling van een prestatieverklaring wanneer:

Amendement  25

Standpunt van de Raad

Artikel 5 – alinea 1 – letter a

Standpunt van de Raad

Amendement

a) het bouwproduct afzonderlijk of als maatwerk is vervaardigd in een niet-seriematig productieproces in antwoord op een specifieke bestelling en in één enkel geïdentificeerd bouwwerk is geïnstalleerd door een fabrikant die verantwoordelijk is voor de veilige verwerking van het product in de bouwwerken, overeenkomstig de toepasselijke nationale regels en onder de verantwoordelijkheid van diegenen die conform die regels als verantwoordelijken voor de veilige uitvoering van de werken zijn aangewezen;

a) de beoordeling en de verificatie van de bestendigheid van de prestaties geschiedt op basis van systeem 3 of 4 en het bouwproduct afzonderlijk of als maatwerk is vervaardigd in een niet-seriematig productieproces in antwoord op een specifieke bestelling van één enkel geïdentificeerd bouwwerk;

Motivering

Hier is sprake van een fout in de formulering. Firma's die producten in bouwwerken inbouwen, zijn nooit fabrikanten, maar altijd aannemers. Aannemers vallen niet onder de verordening en voor hen behoeft dus niet in artikel 5 een uitzondering te worden gemaakt. De verordening is voor fabrikanten geschreven en bepaalt de voorwaarden voor het in de handel brengen of aanbieden van bouwproducten. De formulering van de Raad leidt tot onjuiste interpretaties over de toepassingssfeer van de verordening.

Amendement  26

Standpunt van de Raad

Artikel 5 – alinea 1 – letter c

Standpunt van de Raad

Amendement

c) het bouwproduct op een traditionele manier in een niet-industrieel proces is vervaardigd voor de deugdelijke renovatie van bouwwerken die, overeenkomstig de toepasselijke nationale regels, als onderdeel van een geklasseerd gebied of vanwege hun bijzondere architecturale of historische waarde, officieel beschermd zijn.

c) het bouwproduct op een traditionele manier of met inachtneming van de monumentenzorgvoorschriften in een niet-industrieel proces is vervaardigd, met name voor de deugdelijke renovatie van bouwwerken die, overeenkomstig de toepasselijke nationale regels, als onderdeel van een geklasseerd gebied of vanwege hun bijzondere architecturale of historische waarde, officieel beschermd zijn.

Motivering

Het doorslaggevende is, dat men in de zin van de monumentenzorg correct handelt. Vooral bij gebouwen van moderne bouwmeesters die onder monumentenzorg staan is de beperking tot "traditionele"methoden verwarrend en onjuist.

Amendement  27

Standpunt van de Raad

Artikel 6 – lid 2 – letter c

Standpunt van de Raad

Amendement

c) het referentienummer en de datum van afgifte van de geharmoniseerde norm of het Europees beoordelingsdocument waarvan gebruik is gemaakt voor de beoordeling van elk essentieel kenmerk;

c) het referentienummer, de titel en de datum van afgifte van de geharmoniseerde norm of het Europees beoordelingsdocument waarvan gebruik is gemaakt voor de beoordeling van elk essentieel kenmerk;

Amendement  28

Standpunt van de Raad

Artikel 6 – lid 3 – letter c

Standpunt van de Raad

Amendement

c) de prestaties van minstens één essentieel kenmerk van het bouwproduct dat relevant is voor het(de) aangegeven beoogde gebruik(en);

c) de prestaties van die essentiële kenmerken van het bouwproduct die relevant zijn voor het(de) aangegeven beoogde gebruik(en);

Amendement  29

Standpunt van de Raad

Artikel 6 – lid 3 – letter d

Standpunt van de Raad

Amendement

d) in voorkomend geval, de prestaties van het bouwproduct in niveaus of klassen of in een beschrijving, met betrekking tot de essentiële kenmerken, die overeenkomstig artikel 3, lid 3, zijn bepaald;

d) in voorkomend geval, de prestaties van het bouwproduct in niveaus of klassen of in een beschrijving dan wel op grond van een berekening, met betrekking tot de essentiële kenmerken, die overeenkomstig artikel 3, lid 3, zijn bepaald;

Motivering

De prestaties van producten kunnen in bepaalde gevallen ook door middel van berekeningen worden vastgesteld.

Amendement  30

Standpunt van de Raad

Artikel 6 – lid 3 – letter e

Standpunt van de Raad

Amendement

e) indien van toepassing, de prestaties van het bouwproduct in niveaus of klassen of in een beschrijving, met betrekking tot alle essentiële kenmerken waarvoor betreffende het(de) aangegeven beoogde gebruik(en) op de plaats waar de fabrikant het bouwproduct in de handel wil brengen, bepalingen bestaan;

e) indien van toepassing, de prestaties van het bouwproduct in niveaus of klassen of in een beschrijving, of aan de hand van een berekening, met betrekking tot essentiële kenmerken betreffende het(de) aangegeven beoogde gebruik(en);

Amendement  31

Standpunt van de Raad

Artikel 6 – lid 4 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

4 bis. De informatie als bedoeld in artikel 31 of in voorkomend geval in artikel 33 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 wordt verstrekt samen met de prestatieverklaring.

Amendement  32

Standpunt van de Raad

Artikel 7 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. Bij elk product dat op de markt wordt aangeboden, wordt een kopie van de prestatieverklaring verstrekt.

1. Bij elk product dat op de markt wordt aangeboden, wordt in elektronische vorm een kopie van de prestatieverklaring verstrekt.

 

De fabrikant verstrekt uitsluitend een papieren versie van de prestatieverklaring indien de afnemer hierom vraagt.

Indien echter een partij van hetzelfde product aan een enkele gebruiker wordt geleverd, mag deze vergezeld gaan van één enkele kopie van de prestatieverklaring.

 

Amendement  33

Standpunt van de Raad

Artikel 7 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. De kopie van de prestatieverklaring mag alleen met de uitdrukkelijke toestemming van de ontvanger in elektronische vorm worden verstrekt.

Schrappen

(Herhaling van de inhoud van amendement 51 dat tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werd aangenomen)

Amendement  34

Standpunt van de Raad

Artikel 7 – lid 3

Standpunt van de Raad

Amendement

3. In afwijking van de leden 1 en 2 mag de inhoud van de prestatieverklaring onder de door de Commissie bij gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 60 vast te stellen voorwaarden op een website ter beschikking worden gesteld.

3. In afwijking van de leden 1 en 2 mag de kopie van de prestatieverklaring onder de door de Commissie bij gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 60 vast te stellen voorwaarden op een website ter beschikking worden gesteld. Deze voorwaarden garanderen onder meer dat de prestatieverklaring te allen tijde toegankelijk is.

Amendement   35

Standpunt van de Raad

Artikel 8 – lid 2 – alinea's 1 en 2

Standpunt van de Raad

Amendement

De CE-markering wordt aangebracht op bouwproducten waarvoor de fabrikant een prestatieverklaring overeenkomstig de artikelen 4, 6 en 7 heeft opgesteld.

De CE-markering wordt aangebracht op bouwproducten waarvoor de fabrikant een prestatieverklaring overeenkomstig de artikelen 4 en 6 heeft opgesteld.

Als een prestatieverklaring door de fabrikant niet overeenkomstig de artikelen 4, 6 en 7 is opgesteld, mag de CE-markering niet worden aangebracht.

Als een prestatieverklaring door de fabrikant niet overeenkomstig de artikelen 4 en 6 is opgesteld, mag de CE-markering niet worden aangebracht.

Amendement  36

Standpunt van de Raad

Artikel 9 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. De CE-markering wordt gevolgd door de laatste twee cijfers van het jaar waarin zij het eerst werd aangebracht, de naam of het identificatiemerk en het geregistreerde adres van de fabrikant, de unieke identificatiecode van het producttype, het referentienummer van de prestatieverklaring, de daarin in niveau of klasse aangegeven prestatie, de verwijzing naar de toegepaste geharmoniseerde technische specificatie, het identificatienummer van de aangemelde instantie, indien van toepassing, en het beoogde gebruik dat is vastgesteld in de toepasselijke geharmoniseerde technische specificatie.

2. De CE-markering wordt gevolgd door de laatste twee cijfers van het jaar waarin zij het eerst werd aangebracht, de naam en het geregistreerde adres van de fabrikant of het identificatiemerk aan de hand waarvan de naam en het adres van de fabrikant zich gemakkelijk en eenduidig laten identificeren, de unieke identificatiecode van het producttype, het referentienummer van de prestatieverklaring, de daarin in niveau of klasse aangegeven prestatie, de verwijzing naar de toegepaste geharmoniseerde technische specificatie, het identificatienummer van de aangemelde instantie, indien van toepassing, en het beoogde gebruik dat is vastgesteld in de toepasselijke geharmoniseerde technische specificatie.

Motivering

De houtverwerkende industrie zou moeite hebben met de uitvoering van deze verordening zoals die nu luidt wegens praktische bezwaren in verband met de omvang en de aard van het product. Met dit amendement wordt nog steeds dezelfde informatie verlangd, maar op een manier die voor de bedrijfstak meer aanvaarbaar is.

Amendement  37

Standpunt van de Raad

Artikel 9 – lid 3 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

3 bis. De lidstaten bouwen voort op bestaande mechanismen om te zorgen voor een juiste toepassing van de voorschriften voor de CE-markering en nemen passende maatregelen tegen oneigenlijk gebruik van het merkteken. De lidstaten voorzien ook in sancties voor inbreuken, waaronder strafrechtelijke sancties voor ernstige inbreuken. Deze sancties zijn evenredig met de ernst van de overtreding en moeten een doeltreffend afschrikmiddel vormen tegen oneigenlijk gebruik.

(Herhaling van de inhoud van amendement 56 dat tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werd aangenomen. Afkomstig uit artikel R12 in besluit 768/2008)

Amendement  38

Standpunt van de Raad

Artikel 10 – lid 3

Standpunt van de Raad

Amendement

3. Wat de in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 764/2008 omschreven taken betreft, zorgt elke lidstaat ervoor dat de productcontactpunten voor de bouw informatie verschaffen over de bepalingen die ertoe strekken dat wordt voldaan aan de fundamentele eisen voor bouwwerken die op zijn grondgebied gelden voor het beoogde gebruik van elk bouwproduct, zoals is bepaald in artikel 6, lid 3, onder e), van deze verordening.

3. Wat de in artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 764/2008 omschreven taken betreft, zorgt elke lidstaat ervoor dat de productcontactpunten voor de bouw informatie verschaffen, in ondubbelzinnige en eenvoudig te begrijpen bewoordingen, over de bepalingen die ertoe strekken dat wordt voldaan aan de fundamentele eisen voor bouwwerken die op zijn grondgebied gelden voor het beoogde gebruik van elk bouwproduct, zoals is bepaald in artikel 6, lid 3, onder e), van deze verordening.

(Herhaling van de inhoud van amendement 57 dat tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werd aangenomen)

Amendement  39

Standpunt van de Raad

Artikel 10 – lid 3 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

3 bis. Productcontactpunten worden in staat gesteld hun taken op zodanige wijze uit te oefenen dat belangenconflicten worden voorkomen, met name waar het gaat om de procedures ter verkrijging van de CE-markering.

Amendement  40

Standpunt van de Raad

Artikel 11 – lid 1 – alinea 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. Fabrikanten stellen de prestatieverklaring op overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 7 en brengen de CE-markering aan overeenkomstig de artikelen 8 en 9.

1. Fabrikanten stellen de prestatieverklaring op overeenkomstig de artikelen 4 en 6 en brengen de CE-markering aan overeenkomstig de artikelen 8 en 9.

Amendement  41

Standpunt van de Raad

Artikel 11 – lid 8 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

8 bis. Bij de marktintroductie van een bouwproduct ziet de fabrikant erop toe, dat die producten zijn ontworpen en vervaardigd in overeenstemming met de voorschriften van deze verordening en conform de geldende fundamentele eisen voor bouwwerken en de elementaire kenmerken die voor de beoogde aanwending of aanwendingen van de bouwproducten van belang zijn.

Motivering

Bepaling overgenomen uit besluit 768/2008. Het voorstel herhaalt en benadrukt het voornaamste mechanisme van de verordening zoals in het eerste artikel ("onderwerp") genoemd. Wij vinden het belangrijk om de uit het nieuwe rechtskader overgenomen tekst aan te vullen met bijzondere elementen van deze verordening.

Amendement  42

Standpunt van de Raad

Artikel 13 – lid 2 – alinea 1

Standpunt van de Raad

Amendement

Alvorens een bouwproduct in de handel wordt gebracht, zorgen importeurs ervoor dat de beoordeling en verificatie van de bestendigheid van de prestaties door de fabrikant is uitgevoerd. Zij zorgen ervoor dat de fabrikant de in artikel 11, lid 1, tweede alinea, bedoelde technische documentatie heeft opgesteld, dat de prestatieverklaring conform de artikelen 4, 6 en 7 is, dat op het product indien vereist de CE-markering is aangebracht en dat het product vergezeld gaat van de vereiste documenten, en dat de fabrikant voldoet aan de voorschriften van artikel 11, leden 4 en 5.

Alvorens een bouwproduct in de handel wordt gebracht, zorgen importeurs ervoor dat de beoordeling en verificatie van de bestendigheid van de prestaties door de fabrikant is uitgevoerd, conform de geldende fundamentele eisen voor bouwwerken en de elementaire kenmerken die voor het beoogd gebruik van belang zijn. Zij zorgen ervoor dat de fabrikant de in artikel 11, lid 1, tweede alinea, bedoelde technische documentatie heeft opgesteld, dat de prestatieverklaring conform de artikelen 4 en 6 is, dat op het product indien vereist de CE-markering is aangebracht en dat het product vergezeld gaat van de vereiste documenten, en dat de fabrikant voldoet aan de voorschriften van artikel 11, leden 4 en 5.

Motivering

Het voorstel herhaalt en benadrukt het voornaamste mechanisme van de verordening zoals in het eerste artikel ("onderwerp") genoemd. Wij vinden het belangrijk om de uit het nieuwe rechtskader overgenomen tekst aan te vullen met bijzondere elementen van deze verordening.

Amendement  43

Standpunt van de Raad

Artikel 13 – lid 2 – alinea 2

Standpunt van de Raad

Amendement

Indien een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat het bouwproduct niet conform de prestatieverklaring is of aan andere toepasselijke voorschriften van deze verordening niet voldoet, mag hij het bouwproduct niet in de handel brengen zolang het niet in overeenstemming is met de bijgevoegde prestatieverklaring of aan andere toepasselijke voorschriften van deze verordening voldoet, of zolang de prestatieverklaring niet is gecorrigeerd. Indien het product een risico vertoont, brengt de importeur de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan op de hoogte.

Indien een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat het bouwproduct niet conform de prestatieverklaring is of aan andere toepasselijke voorschriften van deze verordening niet voldoet, met name de voorschriften inzake de essentiële kenmerken die van belang zijn voor het beoogde gebruik, mag hij het bouwproduct niet in de handel brengen zolang het niet in overeenstemming is met de bijgevoegde prestatieverklaring of aan andere toepasselijke voorschriften van deze verordening voldoet, of zolang de prestatieverklaring niet is gecorrigeerd. Indien het product een risico vertoont, brengt de importeur de fabrikant en de markttoezichtautoriteiten hiervan op de hoogte.

Motivering

Essentiële kenmerken moeten worden opgegeven, conform artikel 5, lid 3, en de importeurs moeten zich met name bewust zijn van deze taak.

Amendement  44

Standpunt van de Raad

Artikel 14 – lid 2 – alinea 2

Standpunt van de Raad

Amendement

Indien een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een bouwproduct niet in overeenstemming is met de prestatieverklaring of niet aan andere toepasselijke voorschriften van deze verordening voldoet, mag hij het product niet op de markt aanbieden zolang het niet conform de bijgevoegde prestatieverklaring is en aan de andere toepasselijke voorschriften van deze verordening voldoet of zolang de prestatieverklaring niet is gecorrigeerd. Indien het product een risico vertoont, brengt de distributeur de fabrikant of de importeur hiervan bovendien op de hoogte, evenals de markttoezichtautoriteiten.

Indien een distributeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een bouwproduct niet in overeenstemming is met de prestatieverklaring of niet aan andere toepasselijke voorschriften van deze verordening voldoet, met name de voorschriften inzake de essentiële kenmerken die van belang zijn voor het beoogde gebruik, mag hij het product niet op de markt aanbieden zolang het niet conform de bijgevoegde prestatieverklaring is en aan de andere toepasselijke voorschriften van deze verordening voldoet of zolang de prestatieverklaring niet is gecorrigeerd. Indien het product een risico vertoont, brengt de distributeur de fabrikant of de importeur hiervan bovendien op de hoogte, evenals de markttoezichtautoriteiten.

Motivering

Essentiële kenmerken moeten worden opgegeven, conform artikel 5, lid 3, en de importeurs moeten zich met name bewust zijn van deze taak.

Amendement  45

Standpunt van de Raad

Artikel 17 – lid 1 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

1 bis. Indien belanghebbenden betrokken zijn bij de ontwikkeling van geharmoniseerde normen in overeenstemming met dit artikel, moeten de Europese normalisatie-instellingen ervoor zorgen dat de verschillende categorieën belanghebbenden in alle instellingen op een eerlijke en evenwichtige manier vertegenwoordigd zijn.

(Herhaling van de inhoud van amendement 118 dat tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werd aangenomen)

Amendement  46

Standpunt van de Raad

Artikel 18 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. Indien een lidstaat of de Commissie van mening is dat een geharmoniseerde norm niet geheel voldoet aan de in het desbetreffende mandaat beschreven eisen, legt de betrokken lidstaat of de Commissie de aangelegenheid met vermelding van argumenten voor aan het bij artikel 5 van Richtlijn 98/34/EG ingestelde comité. Dat comité brengt na overleg met de betrokken Europese normalisatie-instellingen en het Permanent comité voor de bouw onverwijld advies uit.

1. Indien een lidstaat of de Commissie van mening is dat een geharmoniseerde norm niet geheel voldoet aan de in het desbetreffende mandaat beschreven eisen, raadpleegt de betrokken lidstaat of de Commissie het Permanente comité voor de bouw en legt de lidstaat of de Commissie de aangelegenheid vervolgens met vermelding van argumenten voor aan het bij artikel 5 van Richtlijn 98/34/EG ingestelde comité. Dat comité brengt na overleg met de betrokken Europese normalisatie-instellingen onverwijld advies uit.

Amendement  47

Standpunt van de Raad

Artikel 19 – lid 3

Standpunt van de Raad

Amendement

3. De Commissie kan overeenkomstig artikel 60 gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage II aannemen en aanvullende procedureregels voor de ontwikkeling en vaststelling van een Europees beoordelingsdocument vaststellen.

Schrappen

Motivering

De mogelijkheid om aanvullende procedureregels binnen de comitéprocedure te scheppen, gaat te ver. Ook de eerste inleidende zin biedt in dit opzicht te veel speelruimte. Bijlage II geeft duidelijke regels voor het opstellen van het Europees beoordelingsdocument. Deze behoeven noch te worden uitgebreid, noch breder van opzet te worden gemaakt. Wanneer dit toch gebeurt, dan gaat het om essentiële kenmerken.

Amendement  48

Standpunt van de Raad

Artikel 19 – lid 3 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

3 bis. Waar toepasselijk neemt de Commissie bestaande Europese beoordelingsdocumenten als basis voor de overeenkomstig artikel 17, lid 1, te verstrekken mandaten, met als doel geharmoniseerde normen te ontwikkelen voor de producten waarnaar wordt verwezen in lid 1 van dit artikel.

(Herhaling van de inhoud van amendementen 120 en 5 die tijdens de eerste lezing op 24 april 2009 werden aangenomen)

Amendement  49

Standpunt van de Raad

Artikel 21 – titel

Standpunt van de Raad

Amendement

Verplichtingen van de verantwoordelijke TBI bij ontvangst van een verzoek tot Europese technische beoordeling

Verplichtingen van de TBI bij ontvangst van een verzoek tot Europese technische beoordeling

Amendement  50

Standpunt van de Raad

Artikel 21 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. De TBI die een verzoek tot Europese technische beoordeling ontvangt (hierna genoemd "de verantwoordelijke TBI"), deelt de fabrikant op de volgende wijze mee of het product geheel of gedeeltelijk onder een geharmoniseerde technische specificatie valt:

1. De TBI die een verzoek tot Europese technische beoordeling ontvangt, deelt de fabrikant op de volgende wijze mee of het bouwproduct geheel of gedeeltelijk onder een geharmoniseerde technische specificatie valt:

a) indien het product volledig onder een geharmoniseerde norm valt, deelt de verantwoordelijke TBI de fabrikant mee dat er overeenkomstig artikel 19, lid 1, geen Europese technische beoordeling kan worden verstrekt;

a) indien het product volledig onder een geharmoniseerde norm valt, deelt de TBI de fabrikant mee dat er overeenkomstig artikel 19, lid 1, geen Europese technische beoordeling kan worden verstrekt;

b) indien het product volledig onder een Europees beoordelingsdocument valt, deelt de verantwoordelijke TBI de fabrikant mee dat dit Europees beoordelingsdocument als basis voor de te verstrekken Europese technische beoordeling zal worden gebruikt;

b) indien het product volledig onder een Europees beoordelingsdocument valt, deelt de TBI de fabrikant mee dat dit Europees beoordelingsdocument als basis voor de te verstrekken Europese technische beoordeling zal worden gebruikt;

c) indien het product niet of niet volledig onder een geharmoniseerde technische specificatie valt, past de verantwoordelijke TBI de in bijlage II opgenomen of overeenkomstig artikel 19, lid 3, vastgestelde procedures toe.

c) indien het product niet of niet volledig onder een geharmoniseerde technische specificatie valt, past de TBI de in bijlage II opgenomen of overeenkomstig artikel 19, lid 3, vastgestelde procedures toe.

Amendement  51

Standpunt van de Raad

Artikel 21 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. In de in lid 1, onder b) en c), bedoelde gevallen, brengt de verantwoordelijke TBI de organisatie van TBI's en de Commissie op de hoogte van de inhoud van het verzoek en van het referentienummer van het besluit van de Commissie betreffende de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid, dat de verantwoordelijke TBI voor dat product wil toepassen, of van het ontbreken van een dergelijk besluit van de Commissie.

2. In de in lid 1, onder b) en c), bedoelde gevallen, brengt de TBI de organisatie van TBI's en de Commissie op de hoogte van de inhoud van het verzoek en van het referentienummer van het besluit van de Commissie betreffende de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid, dat de TBI voor dat product wil toepassen, of van het ontbreken van een dergelijk besluit van de Commissie.

Amendement  52

Standpunt van de Raad

Artikel 22

Standpunt van de Raad

Amendement

Europese beoordelingsdocumenten die door de organisatie van TBI's zijn vastgesteld, worden aan de Commissie toegezonden, die in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie een lijst met de referentienummers van de aangenomen Europese beoordelingsdocumenten bekendmaakt.

Europese beoordelingsdocumenten die door de organisatie van TBI's zijn vastgesteld, worden aan de Commissie toegezonden, die in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie een lijst met de referentienummers van de definitieve Europese beoordelingsdocumenten bekendmaakt.

De Commissie maakt alle bijwerkingen van die lijst bekend.

De Commissie maakt alle bijwerkingen van die lijst bekend.

Amendement  53

Standpunt van de Raad

Artikel 24 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. Een Europees beoordelingsdocument bevat ten minste een algemene beschrijving van het bouwproduct, de essentiële kenmerken en de methoden en criteria voor de beoordeling van de prestaties met betrekking tot de essentiële kenmerken van het bouwproduct, die verband houden met het gebruik als voorzien door de fabrikant. In het bijzonder bevat een Europees beoordelingsdocument de lijst van essentiële kenmerken met betrekking tot het beoogde gebruik van het product waarover de fabrikant en de organisatie van TBI's het eens zijn.

1. Een Europees beoordelingsdocument bevat ten minste een algemene beschrijving van het bouwproduct, een lijst met de essentiële kenmerken die relevant zijn voor het gebruik van het product zoals voorzien door de fabrikant, overeengekomen door de fabrikant en de organisatie van TBI's, alsook de methoden en criteria voor de beoordeling van de prestaties van het product die verband houden met deze essentiële kenmerken.

Amendement  54

Standpunt van de Raad

Artikel 29 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. De lidstaten kunnen op hun grondgebied TBI's (TBI's) aanwijzen voor met name een of meer in tabel 1 van bijlage IV genoemde productgebieden.

1. De lidstaten kunnen op hun grondgebied TBI's (TBI's) aanwijzen voor met name een of meer in tabel 1 van bijlage IV genoemde productgebieden.

Lidstaten die een TBI hebben aangewezen, delen de andere lidstaten en de Commissie de naam en het adres van die instantie mee en de productgebieden waarvoor zij is aangewezen.

Lidstaten die een TBI hebben aangewezen, delen de andere lidstaten en de Commissie de naam en het adres van die instantie mee en de productgebieden en/of bouwproducten waarvoor zij is aangewezen.

Horizontaal amendement: daarom moet "en/of bouwproducten" ingevoegd worden in artikel 30, lid 1, en lid 2, punt 2, van bijlage II en in tabel 2 van bijlage IV (in de eerste lijst met vereisten, punten b, c en e).

Amendement  55

Standpunt van de Raad

Artikel 29 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. De Commissie maakt de lijst van de TBI's langs elektronische weg bekend, met vermelding van de productgebieden en/of de bouwproducten waarvoor zij zijn aangewezen.

2. De Commissie maakt de lijst van de TBI's langs elektronische weg bekend, met vermelding van de productgebieden en/of de bouwproducten waarvoor zij zijn aangewezen, in haar streven om het hoogst mogelijke niveau van transparantie te bereiken.

De Commissie maakt alle bijwerkingen van die lijst openbaar.

De Commissie maakt alle bijwerkingen van die lijst openbaar.

(Herhaling van de inhoud van amendement 73 dat op 24 april 2009 is aangenomen)

Amendement  56

Standpunt van de Raad

Artikel 30 – lid 1 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

1 bis. De TBI's maken hun organigram en de namen van de leden van hun interne besluitvormingsinstanties bekend.

(Herhaling van de inhoud van amendement 73 dat op 24 april 2009 is aangenomen)

Amendement  57

Standpunt van de Raad

Artikel 31 – lid 4 – alinea 1 – letter a

Standpunt van de Raad

Amendement

a) de coördinatie van de TBI's organiseren en de samenwerking met andere belanghebbenden waarborgen;

a) de coördinatie van de TBI's organiseren en de samenwerking met en raadpleging van andere belanghebbenden waarborgen, indien nodig;

(Herhaling van de inhoud van amendement 73 dat op 24 april 2009 is aangenomen)

Amendement  58

Standpunt van de Raad

Artikel 31 – lid 4 – alinea 1 – letter a bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

a bis) ervoor zorgen dat de TBI's onderling voorbeelden van goede praktijken uitwisselen om efficiënter te werken en de bouwsector een betere dienstverlening te bieden;

(Herhaling van de inhoud van amendement 73 dat op 24 april 2009 is aangenomen)

Amendement  59

Standpunt van de Raad

Artikel 31 – lid 4 – alinea 1 – letter f bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

f bis) voor haar taakvervulling werkgroepen inzetten waarin alle belanghebbenden zijn vertegenwoordigd.

Amendement  60

Standpunt van de Raad

Artikel 34 – lid 2

Standpunt van de Raad

Amendement

2. De Commissie beoordeelt de relevantie van de in artikel 31, lid 4, bedoelde taken die een uniale financiering genieten, in het licht van de behoeften van het beleid en de wetgeving van de Unie, en stelt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk 1 januari 2017 en daarna elke vijf jaar van de resultaten van deze beoordeling in kennis.

2. De Commissie beoordeelt de relevantie van de in artikel 31, lid 4, bedoelde taken die een uniale financiering genieten, in het licht van de behoeften van het beleid en de wetgeving van de Unie, en stelt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk 1 januari 2017 en daarna elke vier jaar van de resultaten van deze beoordeling in kennis.

(Nieuw amendement in overeenstemming met artikel 66, lid 3)

Amendement  61

Standpunt van de Raad

Artikel 36 – lid 1 – letter c

Standpunt van de Raad

Amendement

c) het bouwproduct dat onder een geharmoniseerde technische specificatie valt en dat de fabrikant in de handel brengt, een samenstel is van componenten die de fabrikant naar behoren samenvoegt volgens nauwkeurige instructies van de leverancier van dat samenstel of component ervan, die dat samenstel of die component al overeenkomstig de relevante geharmoniseerde technische specificatie op een of meer essentiële kenmerken heeft getest. Wanneer deze voorwaarden zijn vervuld, heeft de fabrikant het recht de prestaties aan te geven op basis van alle of een deel van de hem verstrekte testresultaten voor het samenstel of de component. De fabrikant kan de door een andere fabrikant of leverancier van het samenstel verkregen testresultaten pas gebruiken als hij daarvoor van die andere fabrikant of leverancier van het samenstel de toestemming heeft gekregen; deze laatste blijft verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en bestendigheid van die testresultaten.

c) het bouwproduct dat onder een geharmoniseerde norm valt en dat de fabrikant in de handel brengt, een samenstel is van componenten die de fabrikant naar behoren samenvoegt volgens nauwkeurige instructies van de leverancier van dat samenstel of component ervan, die dat samenstel of die component al overeenkomstig de relevante geharmoniseerde norm op een of meer essentiële kenmerken heeft getest. Wanneer deze voorwaarden zijn vervuld, heeft de fabrikant het recht de prestaties aan te geven op basis van alle of een deel van de hem verstrekte testresultaten voor het samenstel of de component. De fabrikant kan de door een andere fabrikant of leverancier van het samenstel verkregen testresultaten pas gebruiken als hij daarvoor van die andere fabrikant of leverancier van het samenstel de toestemming heeft gekregen; deze laatste blijft verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en bestendigheid van die testresultaten.

Amendement  62

Standpunt van de Raad

Artikel 37

Standpunt van de Raad

Amendement

Micro-ondernemingen die een bouwproduct vervaardigen dat onder een geharmoniseerde norm valt, kunnen de bepaling van het producttype op basis van een typeonderzoek volgens de systemen 3 en 4 van bijlage V, vervangen door methoden die verschillen van die in de toepasselijke geharmoniseerde norm. Die fabrikanten kunnen ook bouwproducten waarop systeem 3 van toepassing is, behandelen overeenkomstig de bepalingen die gelden voor systeem 4. Indien een fabrikant deze vereenvoudigde procedures toepast, dient hij met specifieke technische documentatie aan te tonen dat het bouwproduct voldoet aan de toepasselijke voorschriften.

Micro-ondernemingen die een bouwproduct vervaardigen dat onder een geharmoniseerde norm valt, kunnen de bepaling van het producttype op basis van een typeonderzoek volgens de systemen 3 en 4 van bijlage V, vervangen door methoden die verschillen van de methoden in de toepasselijke geharmoniseerde norm, en wel onder de daar vastgestelde voorwaarden. Die fabrikanten kunnen ook bouwproducten waarop systeem 3 van toepassing is, behandelen overeenkomstig de bepalingen die gelden voor systeem 4. Indien een fabrikant deze vereenvoudigde procedures toepast, dient hij met specifieke technische documentatie aan te tonen dat het bouwproduct voldoet aan de toepasselijke voorschriften en dat de toegepaste methoden gelijkwaardig zijn aan de methoden waarin de geharmoniseerde technische specificaties voorzien.

Motivering

De Commissie heeft in haar advies over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad terecht gewezen op een bepaalde incoherentie bij de opstelling van de specifieke technische documentatie. Deze incoherentie moet met dit amendement uit de wereld worden geholpen en tevens moet worden gegarandeerd dat de met behulp van een specifieke technische documentatie gedeclareerde producten gelijkwaardig aan de anders van de CE-aanduiding voorziene producten zijn.

Amendement  63

Standpunt van de Raad

Artikel 38 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. In verband met bouwproducten die onder een geharmoniseerde norm vallen en die afzonderlijk of als maatwerk worden vervaardigd in een niet-seriematig productieproces in antwoord op een specifieke bestelling en in één enkel geïdentificeerd bouwwerk worden geïnstalleerd, kan de fabrikant de in bijlage V bedoelde prestatiebeoordeling van het toepasselijke systeem vervangen door specifieke technische documentatie waaruit blijkt dat het product aan de toepasselijke voorschriften voldoet.

1. In verband met bouwproducten die onder een geharmoniseerde norm vallen en die afzonderlijk of als maatwerk worden vervaardigd in een niet-seriematig productieproces in antwoord op een specifieke bestelling en in één enkel geïdentificeerd bouwwerk worden geïnstalleerd, kan de fabrikant de in bijlage V bedoelde prestatiebeoordeling van het toepasselijke systeem vervangen door specifieke technische documentatie waaruit blijkt dat het product aan de toepasselijke voorschriften voldoet en dat de toegepaste methoden gelijkwaardig zijn aan de methoden waarin de geharmoniseerde technische specificaties voorzien.

Motivering

De Commissie heeft in haar advies over het gemeenschappelijk standpunt van de Raad terecht gewezen op een bepaalde incoherentie bij de opstelling van de specifieke technische documentatie. Deze incoherentie moet met dit amendement uit de wereld worden geholpen en tevens moet worden gegarandeerd dat de met behulp van een specifieke technische documentatie gedeclareerde producten gelijkwaardig aan de anders van de CE-aanduiding voorziene producten zijn.

Amendement  64

Standpunt van de Raad

Artikel 43 – lid 5

Standpunt van de Raad

Amendement

5. Een aangemelde instantie en haar personeel voeren de taken van derden bij de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied en zij zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun beoordelings- en/of verificatieactiviteiten kunnen beïnvloeden, inzonderheid van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.

5. Een aangemelde instantie en haar personeel voeren de taken van derden bij de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid uit op een ten aanzien van de fabrikant transparante wijze, met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied en zij zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun beoordelings- en/of verificatieactiviteiten kunnen beïnvloeden, inzonderheid van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van deze activiteiten.

(Herhaling van de inhoud van amendement 86 dat op 24 april 2004 is aangenomen)

Amendement  65

Standpunt van de Raad

Artikel 60 – alinea 1 – letter a

Standpunt van de Raad

Amendement

a) de vaststelling, waar passend, van de essentiële kenmerken of drempelniveaus van specifieke families van bouwproducten waarvan de fabrikant overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 6 voor het product dat hij in de handel brengt, een prestatie in niveaus of klassen, of in een beschrijving, voor het beoogde gebruik moet aangeven;

a) de vaststelling van de essentiële kenmerken of drempelniveaus van specifieke families van bouwproducten waarvan de fabrikant overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 6 voor het product dat hij in de handel brengt, een prestatie in niveaus of klassen, of in een beschrijving, voor het beoogde gebruik moet aangeven;

Amendement  66

Standpunt van de Raad

Artikel 61 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. De bevoegdheid om de in artikel 60 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor een periode van vijf jaar vanaf …*. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor het einde van de periode van vijf jaar een verslag over de bevoegdheidsdelegatie op. De bevoegdheidsdelegatie wordt automatisch verlengd met dezelfde periode, tenzij het Europees Parlement of de Raad de bevoegdheid intrekt overeenkomstig artikel 62.

1. De bevoegdheid om de in artikel 60 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor een periode van vijf jaar vanaf …*. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor het einde van de periode van vijf jaar een verslag over de bevoegdheidsdelegatie op. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend verlengd met dezelfde periode, tenzij het Europees Parlement of de Raad de bevoegdheid intrekt overeenkomstig artikel 62.

Amendement  67

Standpunt van de Raad

Artikel 63 – lid 1

Standpunt van de Raad

Amendement

1. Het Europees Parlement en de Raad kunnen tegen een gedelegeerde handeling bezwaar maken binnen twee maanden na de datum van kennisgeving.

1. Het Europees Parlement en de Raad kunnen tegen een gedelegeerde handeling bezwaar maken binnen drie maanden na de datum van kennisgeving.

Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn eventueel met twee maanden verlengd.

Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn eventueel met drie maanden verlengd.

(Nieuw amendement in overeenstemming met artikel 66, lid 2, letter d)

Amendement  68

Standpunt van de Raad

Artikel 64 – lid 2 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

2 bis. De lidstaten zorgen ervoor dat de leden van het in lid 1 bedoelde comité onafhankelijk zijn van de partijen die betrokken zijn bij de beoordeling en de verificatie van de prestatiebestendigheid in verband met de essentiële kenmerken van de bouwproducten.

(Herhaling van de inhoud van amendement 88 dat op 24 april 2009 is aangenomen)

Amendement  69

Standpunt van de Raad

Artikel 67 – alinea 1 bis (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

In dat verslag wordt eveneens ingegaan op de uitvoering van artikel 37, met onder meer de vraag of dit artikel kan worden uitgebreid tot andere ondernemingen, of het moet worden aangepast aan de productie in kleine series, dan wel of het moet worden ingetrokken.

(Herhaling van de inhoud van amendement 112 dat op 24 april 2009 is aangenomen)

Amendement  70

Standpunt van de Raad

Artikel 67 – alinea l ter (nieuw)

Standpunt van de Raad

Amendement

 

Uiterlijk ...*, onderzoekt de Commissie de specifieke behoefte aan informatie over de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in bouwproducten, met het oog op een mogelijke uitbreiding van de informatieverplichting als bedoeld in artikel 6, lid 4, letter a, tot andere stoffen, en brengt daarover verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad. Bij dit onderzoek houdt de Commissie rekening met onder meer de noodzaak om ervoor te zorgen dat personen die met bouwproducten werken en degenen die de bouwwerken benutten een hoog beschermingsniveau genieten, onder meer door vereisten te stellen aan gerecyclede of hergebruikte onderdelen of materialen. Het verslag gaat eventueel vergezeld van passende wetgevingsvoorstellen.

 

*PB: gelieve de datum 5 jaar na inwerkingtreding van deze verordening in te vullen

Amendement  71

Standpunt van de Raad

Bijlage I – inleidende formule

Standpunt van de Raad

Amendement

Het bouwwerk als geheel en ook de afzonderlijke delen ervan moeten geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Bij normaal onderhoud moeten bouwproducten gedurende een economisch redelijke levensduur aan onderhavige fundamentele eisen voor bouwwerken voldoen.

Het bouwwerk als geheel en ook de afzonderlijke delen ervan moeten geschikt zijn voor het beoogde gebruik, in het bijzonder rekening houdend met de gezondheid en de veiligheid van de personen die er tijdens de hele duur van de werkzaamheden bij betrokken zijn. Bij normaal onderhoud moeten bouwproducten gedurende een economisch redelijke levensduur aan onderhavige fundamentele eisen voor bouwwerken voldoen.

(Herhaling van de inhoud van amendement 90 dat op 24 april 2009 is aangenomen)

Amendement  72

Standpunt van de Raad

Bijlage I – deel 3 – alinea 1 – inleidende formule

Standpunt van de Raad

Amendement

Het bouwwerk moet zodanig worden ontworpen en uitgevoerd dat het geen risico vormt voor de hygiëne of gezondheid van haar bewoners en omwonenden, en dat het tijdens zijn volledige levensduur geen buitengewoon grote invloed uitoefent op de milieukwaliteit of op het klimaat, noch tijdens de bouw, noch tijdens het gebruik en de sloop ervan, in het bijzonder als gevolg van:

Het bouwwerk moet zodanig worden ontworpen en uitgevoerd dat het gedurende zijn volledige levensduur geen risico vormt voor de hygiëne, gezondheid en veiligheid van arbeiders, bewoners en omwonenden, en dat het tijdens zijn volledige levensduur geen buitengewoon grote invloed uitoefent op de milieukwaliteit of op het klimaat, noch tijdens de bouw, het gebruik of de sloop ervan, in het bijzonder als gevolg van:

(Herhaling van de inhoud van amendement 91 dat op 24 april 2009 is aangenomen)

Amendement  73

Standpunt van de Raad

Bijlage I – deel 3 – alinea 1 – letter d

Standpunt van de Raad

Amendement

d) het vrijkomen van gevaarlijke stoffen in grondwater, zeewater of in de bodem;

d) het vrijkomen van gevaarlijke stoffen in grondwater, zeewater, meren, rivierstelsels of in de bodem;

Amendement  74

Standpunt van de Raad

Bijlage I – deel 6

Standpunt van de Raad

Amendement

Het bouwwerk en de verwarmings-, koel-, verlichtings- en ventilatie-installaties ervan moeten zodanig worden ontworpen en uitgevoerd dat, rekening gehouden met de gebruikers en de lokale klimaatomstandigheden, een gering energieverbruik voldoende is.

Het bouwwerk en de verwarmings-, koel-, verlichtings- en ventilatie-installaties ervan moeten zodanig worden ontworpen en uitgevoerd dat, rekening gehouden met de gebruikers en de lokale klimaatomstandigheden, een gering energieverbruik voldoende is. Bouwwerkzaamheden moeten voorts op energie-efficiënte wijze gebeuren en tijdens de volledige duur ervan moet zo weinig mogelijk energie worden gebruikt.

(Herhaling van de inhoud van amendement 92 dat op 24 april 2009 is aangenomen)

Amendement  75

Standpunt van de Raad

Bijlage I – deel 7 – kopje

Standpunt van de Raad

Amendement

7. Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen

7. Duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen in bouwwerken

Motivering

Om misverstand te voorkomen is het belangrijk dat in de titel aan de bouwwereld wordt gerefereerd.

Amendement  76

Standpunt van de Raad

Bijlage I – deel 7 – alinea 1 – inleidende formule

Standpunt van de Raad

Amendement

Het bouwwerk moet zodanig worden ontworpen, uitgevoerd en gesloopt dat duurzaam gebruik wordt gemaakt van natuurlijke hulpbronnen en het volgende wordt gewaarborgd:

Het bouwwerk moet zodanig worden ontworpen, uitgevoerd en gesloopt dat duurzaam gebruik wordt gemaakt van natuurlijke hulpbronnen en met name het volgende wordt gewaarborgd:

Amendement  77

Standpunt van de Raad

Bijlage I – deel 7 – alinea 1 – letter a

Standpunt van de Raad

Amendement

a) de recycleerbaarheid van het bouwwerk en de materialen en delen ervan na de sloop;

a) de geschiktheid voor hergebruik of recyclage van het bouwwerk en de materialen en delen ervan na de sloop;

Amendement  78

Standpunt van de Raad

Bijlage II – deel 1

Standpunt van de Raad

Amendement

Indien een fabrikant een TBI een verzoek om een Europese technische beoordeling van een bouwproduct voorlegt, legt hij, nadat de fabrikant en de TBI een overeenkomst inzake bescherming van het beroepsgeheim en de vertrouwelijkheid hebben ondertekend, de verantwoordelijke TBI een technisch dossier voor met een beschrijving van het product, het gebruik ervan als door de fabrikant voorzien, en nadere gegevens over de productiecontrole in de fabriek die hij voornemens is uit te voeren.

Indien een fabrikant een TBI een verzoek om een Europese technische beoordeling van een bouwproduct voorlegt, legt hij, nadat de fabrikant en de TBI, indien de fabrikant hierom vraagt, een overeenkomst inzake bescherming van het beroepsgeheim en de vertrouwelijkheid hebben ondertekend, de TBI (hierna "de verantwoordelijke TBI" genoemd) een technisch dossier voor met een beschrijving van het product, het gebruik ervan als door de fabrikant voorzien, en nadere gegevens over de productiecontrole in de fabriek die hij voornemens is uit te voeren.

Amendement  79

Standpunt van de Raad

Bijlage II – deel 5 – titel

Standpunt van de Raad

Amendement

5. Deelname van de Commissie

5. Deelname van de Commissie en van de fabrikant

Motivering

Ook de fabrikanten moeten kunnen deelnemen.

Amendement  80

Standpunt van de Raad

Bijlage II – deel 5 – alinea 1

Standpunt van de Raad

Amendement

Een vertegenwoordiger van de Commissie mag als waarnemer aan de uitvoering van alle onderdelen van het werkprogramma deelnemen.

Een vertegenwoordiger van de Commissie en een vertegenwoordiger van de fabrikant kunnen als waarnemer aan de uitvoering van alle onderdelen van het werkprogramma deelnemen.

Motivering

Ook de fabrikanten moeten kunnen deelnemen.

Amendement  81

Standpunt van de Raad

Bijlage II – deel 7 – alinea 1 – letter c

Standpunt van de Raad

Amendement

c) zendt zij de Commissie daarvan een afschrift toe.

c) zendt zij de Commissie daarvan een afschrift toe, na raadpleging van het in artikel 64 bedoelde Comité.

Amendement  82

Standpunt van de Raad

Bijlage II – deel 7 – alinea 2

Standpunt van de Raad

Amendement

Als de Commissie de organisatie van TBI's binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van dat exemplaar haar opmerkingen over het concept Europees beoordelingsdocument meedeelt, wijzigt de organisatie van TBI's het concept dienovereenkomstig en zendt die organisatie een afschrift van het vastgestelde Europees beoordelingsdocument aan de fabrikant en de Commissie.

Als de Commissie de organisatie van TBI's binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van dat exemplaar haar opmerkingen over het afschrift van het Europees beoordelingsdocument meedeelt, onderzoekt de organisatie van TBI's de opmerkingen dienovereenkomstig en zendt die organisatie een afschrift van het dan gewijzigde of onveranderd gelaten Europese beoordelingsdocument aan de fabrikant en de Commissie.

Motivering

De formulering is verwarrend, aangezien het concept reeds met"b)" is aangenomen en het daarom niet meer om een ontwerp gaat. Bovendien is de invloed van de Commissie, die blijkbaar steeds tot een herziening moet leiden, in deze vorm niet aanvaardbaar.

Amendement  83

Standpunt van de Raad

Bijlage III – titel

Standpunt van de Raad

Amendement

Prestatieverklaring Nr ......................

Schrappen

Motivering

Het is niet duidelijk waarom er nog een verder nummer naast de identificatiecode overeenkomstig lid 1 moet worden vermeld.

(1)

PB C 184 E van 8.7.2010, blz. 441.


TOELICHTING

Verordening inzake bouwproducten

Inleiding

"Good fences make good neighbours", uit het gedicht "Mending Wall" van Robert Frost

De EU telt nog altijd teveel "hekken" die de handel binnen de bouwsector belemmeren. "Goede buren" gebruiken jammer genoeg nog steeds nationale technische voorschriften om het vrije verkeer van goederen en diensten in de bouwsector te bemoeilijken. Zoals professor Monti opmerkte in zijn verslag "Een nieuwe strategie voor de interne markt" (gepubliceerd op 9 mei 2010), bevindt Europa zich nog steeds in een fase van marktopbouw waarin belemmeringen voor grensoverschrijdende activiteit moeten worden neergehaald, de overbodige ballast van nationale administratieve en technische hindernissen moet worden geëlimineerd en de weerstand van bedrijven moet worden overwonnen (blz. 37).

Gezien de grootte van de bouwsector is het van essentieel belang dat er actie wordt ondernomen met betrekking tot de marketing van bouwproducten. Volgens de Europese Commissie voor normalisatie (CEN) vormt de bouwsector één van Europa's grootste industriesectoren, goed voor 10% van het BBP en 50,5% van de bruto-investeringen in vaste activa. De sector stelt 12 miljoen EU-burgers tewerk en 26 miljoen werkers zijn indirect afhankelijk van de bouwsector. Bovendien maken kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) met minder dan 250 werknemers ongeveer 92% uit van de fabrikanten van bouwmateriaal, wat neerkomt op zo'n 65 000 bedrijven. Aangezien KMO's de ruggengraat van onze economie vormen, moeten hun rol en behoeften in dit voorstel erkend worden. In deze context moet eveneens erkend worden dat er hogere gezondheids- en veiligheidsnormen nodig zijn voor de werknemers in deze sector. Volgens cijfers van de Duitse gezondheids- en veiligheidsinstantie overlijdt in Duitsland alleen al 1 bouwarbeider op 5000 tijdens zijn professionele loopbaan als gevolg van een dodelijk ongeval.

De daling van de economie heeft de Europese bouwsector hard getroffen: in de hele EU gaan bouwondernemingen failliet en verliezen werknemers hun baan. Alle mogelijke maatregelen om de bouwsector te hulp te komen, zijn welkom. De herziening van de richtlijn inzake bouwproducten (89/106/EEG) komt in deze context meer dan gelegen: zij zou de sector nieuw leven moeten inblazen door handelsbelemmeringen voor fabrikanten weg te nemen en zou tegelijk bedrijven moeten helpen in de handel te blijven en werknemers moeten helpen hun baan te behouden.

Het voorstel voor een verordening inzake geharmoniseerde voorwaarden voor het in de handel brengen van bouwproducten (COM(2008)311) heeft tot doel de richtlijn inzake bouwproducten te updaten, vereenvoudigen en vervangen in het licht van de veranderende omstandigheden, zoals de situatie betreffende het markttoezicht en het nieuwe rechtskader (verordening nr. 765/2008/EG inzake markttoezicht en besluit nr. 768/2008/EG betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten).

Na goedkeuring van de eerste lezing in het Europees Parlement op 24 april 2009 is het standpunt in eerste lezing van de Raad aangenomen op 13 september 2010.

Prestatieverklaring (CE-markering)

In het standpunt van de Raad in eerste lezing zijn afwijkingen opgenomen van de verplichte opstelling van een prestatieverklaring en worden bijgevolg situaties voorzien waarin geen CE-markering moet worden toegevoegd aan een product (bijvoorbeeld in het geval van afzonderlijke en op maat vervaardigde producten in een niet-seriematig productieproces). De rapporteur heeft geprobeerd deze vrijstelling te limiteren door te benadrukken dat dit enkel mogelijk is voor producten in de systemen 3 en 4 (amendement 16). Zo worden eerlijke concurrentievoorwaarden gecreëerd waarbij kwaliteit essentieel is en de veiligheid gewaarborgd wordt.

Gevaarlijke stoffen

Het is van het allerhoogste belang dat gevaarlijke stoffen in producten kunnen worden getraceerd. Als we de exacte locatie van asbest in gebouwen kenden, zouden bij de bouw van gebouwen betrokken werkers en de inwoners van gebouwen geen mesotheliomen ontwikkeld hebben. De nadruk die het Parlement in eerste lezing gelegd had op de melding van gevaarlijke stoffen, werd in het standpunt van de Raad in eerste lezing geschrapt. De hernieuwde indiening van de amendementen over gevaarlijke stoffen (amendementen 7, 17 en 49) is belangrijk voor de toekomstige volksgezondheid en -veiligheid en voor de transparantie.

Productcontactpunten

Nationale productcontactpunten waar personen en bedrijven om onpartijdig advies kunnen vragen met betrekking tot een bepaald bouwproduct, zouden positief zijn voor de interne markt en in het bijzonder voor kleinere marktspelers die interesse hebben voor de ontwikkeling van innovatieve producten.

De IMCO-commissie was al op de hoogte van de druk die is uitgeoefend op SOLVIT-centra. Hieruit blijkt dat ondubbelzinnig moet worden vastgelegd dat de lidstaten de productcontactpunten financieren en dat deze contactpunten onpartijdig moeten zijn. Dat houdt onder meer in dat de productcontactpunten onafhankelijk moeten zijn van alle relevante instanties die betrokken zijn bij de procedure voor het verkrijgen van een CE-markering (amendementen 10, 11 en 22).

Transparantie

Onafhankelijkheid en transparantie zijn van cruciaal belang voor de technische beoordelingsinstanties. Daarom moet er een reeks minimumnormen inzake transparantie komen. TBI's moeten een lijst opstellen met de namen en functies van de leden van hun interne besluitvormingsinstanties. Er moet gezorgd worden voor een evenwichtige en eerlijke vertegenwoordiging van de belanghebbenden in de technische comités en werkgroepen van de Europese normalisatie-instellingen, en belangenconflicten moeten vermeden worden. De lidstaten moeten er voorts voor zorgen dat de leden van het Permanente comité voor de bouw onafhankelijk zijn van de relevante partijen bij de beoordeling en verificatie van de constantheid van de producten (amendementen 6, 14, 21, 25, 35, 36, 38, 43).

Recycling van bouwproducten

Zoals ook gebeurt in andere richtlijnen en verordeningen, heeft de rapporteur aandacht besteed aan de recycling van producten en de bevordering van het gebruik van gerecycleerde producten, wat noodzakelijk is opdat de EU haar klimaatdoelstellingen zou kunnen verwezenlijken (amendementen 1 en 13).

Gezondheid en veiligheid

Gezondheid en veiligheid binnen de bouwsector vereisen meer aandacht. De bouwsector blijft nog altijd een van de gevaarlijkste tewerkstellingssectoren, en eist teveel slachtoffers. In zijn verslag heeft de rapporteur daarom richtsnoeren opgenomen (amendementen 3, 45 en 46) waarin wordt benadrukt dat zowel bouwarbeiders als gebruikers van gebouwen een zo hoog mogelijk niveau van bescherming moeten krijgen.

Internetcommunicatie

Elektronische communicatie en het gebruik van nieuwe IT-methoden zullen in de toekomst belangrijk zijn om de interne markt in bouwproducten te verbeteren. De rapporteur zou graag hebben dat de bouwsector steun ontvangt om methodes te ontwikkelen voor een efficiëntere communicatie via het internet, ten koste van de communicatie op papier (amendement 18).

Gedelegeerde handelingen

Ten slotte zijn de amendementen met betrekking tot gedelegeerde handelingen opgesteld in overeenstemming met de huidige wetgeving (Verordening (EU) nr. 438/2010 betreffende gezelschapsdieren) en het standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing over het voorstel van de Commissie COM(2009)0491 tot wijziging van de prospectusrichtlijn(1), zodat de bevoegdheden van het Europees Parlement gevrijwaard worden (amendementen 12, 41 en 42).

(1)

P7_TA(2010)0227, 17 juni 2010.


PROCEDURE

Titel

Geharmoniseerde voorwaarden voor het in de handel brengen van bouwproducten

Document- en procedurenummers

10753/3/2010 – C7-0267/2010 – 2008/0098(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

24.4.2009                     T6-0320/2009

Voorstel van de Commissie

COM(2008)0311 - C6-0203/2008

Gewijzigd voorstel van de Commissie

COM(2009)0579

Datum bekendmaking ontvangst standpunt van de Raad in eerste lezing

23.9.2010

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

IMCO

23.9.2010

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Catherine Stihler

1.4.2010

 

 

Behandeling in de commissie

29.9.2010

5.10.2010

11.10.2010

 

Datum goedkeuring

22.11.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

36

1

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pablo Arias Echeverría, Cristian Silviu Buşoi, Anna Maria Corazza Bildt, António Fernando Correia De Campos, Jürgen Creutzmann, Christian Engström, Evelyne Gebhardt, Małgorzata Handzlik, Malcolm Harbour, Iliana Ivanova, Philippe Juvin, Sandra Kalniete, Edvard Kožušník, Kurt Lechner, Toine Manders, Hans-Peter Mayer, Mitro Repo, Robert Rochefort, Zuzana Roithová, Heide Rühle, Christel Schaldemose, Laurence J.A.J. Stassen, Catherine Stihler, Eva-Britt Svensson, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Kyriacos Triantaphyllides, Emilie Turunen, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Constance Le Grip, Emma McClarkin, Claude Moraes, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Marc Tarabella, Wim van de Camp, Anja Weisgerber

Datum indiening

30.11.2010

Juridische mededeling - Privacybeleid