VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren

    6.12.2010 - (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD)) - ***I

    Commissie juridische zaken
    Rapporteur: József Szájer


    Procedure : 2010/0051(COD)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A7-0355/2010
    Ingediende teksten :
    A7-0355/2010
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren

    (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD))

    (Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0083),

    –   gelet op artikel 294, lid 2, en artikel 291, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0073/2010),

    –   gelet op artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

    –   gelet op artikel 55 van zijn Reglement,

    –   gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken, de Commissie ontwikkelingssamenwerking, de Commissie internationale handel, de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie vervoer en toerisme, de Commissie regionale ontwikkeling, de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de Commissie visserij, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie constitutionele zaken (A7-0355/2010),

    1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

    2   verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

    3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie.

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 1 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (1 bis) Het is aan de wetgever om, met volledige eerbiediging van de criteria zoals neergelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, in elk basisbesluit te besluiten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie over te dragen overeenkomstig artikel 291, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 5 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (5 bis) In voorkomend geval moet de controleregeling tevens de verwijzing naar een comité van beroep op het juiste niveau omvatten.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 8

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (8) Er dienen criteria te worden vastgesteld om de procedure te bepalen die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen. Om een grotere samenhang tot stand te brengen en ervoor te zorgen dat de procedurele voorschriften in verhouding staan tot de aard van de vast te stellen uitvoeringshandelingen, moeten die criteria bindend zijn.

    (8) Er dienen criteria te worden vastgesteld om de procedure te bepalen die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen. Om een grotere samenhang tot stand te brengen, moeten de procedurele voorschriften in verhouding staan tot de aard en de gevolgen van de vast te stellen uitvoeringshandelingen.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (9) De onderzoeksprocedure dient alleen te worden toegepast voor de vaststelling van maatregelen met algemene strekking die tot doel hebben basisbesluiten ten uitvoer te leggen en van specifieke maatregelen met potentieel significante gevolgen. Die procedure moet voorzien in een zodanige controle door de lidstaten dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerp-maatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    (9) De onderzoeksprocedure dient met name te worden toegepast voor de vaststelling van maatregelen met algemene strekking die tot doel hebben basisbesluiten ten uitvoer te leggen en van specifieke maatregelen met potentieel significante gevolgen. Die procedure moet voorzien in een zodanige controle door de lidstaten dat handelingen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn handelingen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerphandelingen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    (NB: De gehele tekst moet worden aangepast aan de term "uitvoeringshandelingen".)

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 9 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (9 bis) Indien bij het basisbesluit uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden overgedragen met betrekking tot programma's die aanzienlijke implicaties voor de begroting hebben of die voor derde landen bedoeld zijn, dient de onderzoeksprocedure te worden toegepast.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 9 ter (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (9 ter) De voorzitter van het betrokken comité streeft ernaar oplossingen te vinden die in het comité of het comité van beroep de ruimst mogelijke steun genieten, en zet uiteen op welke manier rekening is gehouden met de gevoerde besprekingen en voorgestelde wijzigingen. Daartoe schenkt de Commissie bijzondere aandacht aan de standpunten die het comité of het comité van beroep naar voren zijn gebracht ten aanzien van voorgestelde definitieve antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen.

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 9 quater (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (9 quater) Wanneer de Commissie overweegt uitvoeringshandelingen vast te stellen op bijzonder gevoelige terreinen zoals belastingheffing, gezondheid van de consument, voedselveiligheid en milieubescherming, handelt zij, omwille van een evenwichtige oplossing, zoveel mogelijk zodanig dat voorkomen wordt dat wordt ingegaan tegen een eventueel afwijzend meerderheidsstandpunt binnen het comité van beroep.

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 10

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (10) In alle andere gevallen alsook wanneer zij het meest geschikt wordt geacht, wordt de raadplegingsprocedure gebruikt.

    (10) In alle andere gevallen alsook wanneer zij het meest geschikt wordt geacht, wordt in de regel de raadplegingsprocedure gebruikt.

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 12

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (12) Het Europees Parlement en de Raad moeten op gezette tijden in kennis worden gesteld van de werkzaamheden van de comités.

    (12) Het Europees Parlement en de Raad moeten op gezette tijden terstond in kennis worden gesteld van de werkzaamheden van de comités.

    Amendement  10

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 12 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (12 bis) Het Europees Parlement c.q. de Raad moet op elk gewenst moment aan de Commissie kenbaar kunnen maken dat een ontwerpuitvoeringshandeling zijns inziens de bij het basisbesluit verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt, gelet op hun rechten bij de toetsing van de wettigheid van handelingen van de Unie.

    Amendement  11

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 13

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (13) Openbaarheid van informatie met betrekking tot de werkzaamheden van de comités moet worden gegarandeerd.

    (13) Openbaarheid van informatie met betrekking tot de werkzaamheden van de comités moet worden gegarandeerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie1.

     

    _______________________

    1 PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.

    Amendement  12

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 13 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (13 bis) De Commissie moet een register bijhouden met informatie over de werkzaamheden van de comités. De regels waaraan de Commissie met betrekking tot de bescherming van geheime en vertrouwelijke documenten onderworpen is, zijn tevens van toepassing op het gebruik van het register.

    Amendement  13

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 14

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (14) Besluit 1999/468/EG dient te worden ingetrokken. Om de overgang tot stand te brengen tussen de regeling van Besluit 1999/468/EG en deze verordening moet elke verwijzing in bestaande wetgeving naar procedures uit dat besluit - met uitzondering van de in artikel 5 bis van dat besluit bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing worden beschouwd als een verwijzing naar de overeenkomstige procedures in deze verordening. De gevolgen van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG moeten worden gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten die naar dat artikel verwijzen.

    (14) Besluit 1999/468/EG dient te worden ingetrokken. Om de overgang tot stand te brengen tussen de regeling van Besluit 1999/468/EG en deze verordening moet elke verwijzing in bestaande wetgeving naar procedures uit dat besluit - met uitzondering van de in artikel 5 bis van dat besluit bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing worden beschouwd als een verwijzing naar de overeenkomstige procedures in deze verordening. De gevolgen van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG moeten vooralsnog worden gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten die naar dat artikel verwijzen.

    Amendement  14

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij het op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) vereist is dat de vaststelling van bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna een "basisbesluit" genoemd) uniforme uitvoeringsvoorwaarden noodzakelijk blijken en derhalve vereist is dat de vaststelling van uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten onderworpen is.

    Amendement  15

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. Overeenkomstig de aard van de desbetreffende uitvoeringsmaatregelen, kan een basisbesluit voorzien in de toepassing van de onderzoeksprocedure of de raadplegingsprocedure.

    1. Gelet op de aard of de rechtsgevolgen van de vereiste uitvoeringshandelingen, kan een basisbesluit voorzien in de toepassing van de raadplegingsprocedure of de onderzoeksprocedure.

    2. De onderzoeksprocedure is alleen van toepassing voor de vaststelling van:

    2. De onderzoeksprocedure is met name van toepassing voor de vaststelling van:

    (a) uitvoeringsmaatregelen met algemene strekking;

    (a) uitvoeringshandelingen met algemene strekking;

    (b) andere uitvoeringsmaatregelen met betrekking tot:

    (b) andere uitvoeringshandelingen met betrekking tot:

     

    -i) programma's die aanzienlijke implicaties hebben;

    i) het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid;

    i) het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid;

    ii) het milieu, de beveiliging en veiligheid of bescherming van de gezondheid of de veiligheid van mensen, dieren of planten;

    ii) het milieu, de beveiliging en veiligheid of bescherming van de gezondheid of de veiligheid van mensen, dieren of planten;

    iii) de gemeenschappelijke handelspolitiek.

    iii) common commercial policy;

     

    iii bis) de belastingheffing.

    3. Voor alle andere uitvoeringsmaatregelen en voor de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen waar dit wenselijk wordt geacht, is de raadplegingsprocedure van toepassing.

    3. De raadplegingsprocedure is in de regel van toepassing voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen die niet onder lid 2 vallen, maar kan om gegronde redenen ook van toepassing zijn voor de vaststelling van in dat lid bedoelde uitvoeringshandelingen.

    Amendement  16

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. Indien een basisbesluit voorziet in de toepassing van de in de artikelen 4, 5 en 6 bedoelde procedures, zijn de bepalingen van de leden 2 tot en met 6 van dit artikel van toepassing.

    1. Indien een basishandeling voorziet in de toepassing van de in de artikelen 4 tot en met 6 vastgelegde procedures, zijn de leden 2 tot en met 7 van dit artikel van toepassing.

    2. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie.

    2. De Commissie wordt bijgestaan door een comité bestaande uit vertegenwoordigers van lidstaten. Het comité wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

    3. De voorzitter legt het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor.

    3. De voorzitter legt het comité een ontwerp van de vast te stellen handelingen voor.

     

    Behoudens om gegronde redenen wordt het comité door de voorzitter bijeengeroepen ten minste 14 dagen nadat de ontwerphandelingen en de ontwerpagenda aan het comité zijn voorgelegd. Het comité brengt advies over het ontwerp uit binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. De termijn staat in verhouding tot het vereiste dat de vertegenwoordigers van de lidstaten snel en daadwerkelijk de ontwerphandelingen kunnen onderzoeken en hun standpunt kenbaar kunnen maken.

    4. Het comité onderzoekt de ontwerp-maatregelen. Tot een advies is uitgebracht, kan de voorzitter gewijzigde versies van de ontwerp-maatregelen voorstellen om rekening te houden met het overleg binnen het comité. Hiertoe kan de voorzitter verscheidene vergaderingen van het comité bijeenroepen. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter naargelang van de urgentie van de materie kan vaststellen, zijn advies over het ontwerp uit.

    4. Zolang het comité geen advies heeft uitgebracht, kan elk lid van het comité wijzigingen voorstellen en kan de voorzitter het comité een gewijzigde versie van de ontwerphandelingen voorleggen.

     

    De voorzitter streeft ernaar oplossingen te vinden die in het comité de ruimst mogelijke steun genieten. De voorzitter deelt het comité mede op welke manier rekening is gehouden met de gevoerde besprekingen en voorgestelde wijzigingen, met name die welke ruime steun in het comité genieten.

    5. De voorzitter kan het advies van het comité via een schriftelijke procedure verkrijgen. De voorzitter stuurt de ontwerp-maatregelen waarover het advies van het comité wordt gevraagd toe aan de leden van het comité en legt naargelang van de urgentie van de materie een termijn vast. Elk lid van het comité dat niet binnen de vastgestelde termijn heeft laten weten uitdrukkelijk bezwaar te hebben tegen of geen standpunt te willen innemen inzake de ontwerp-maatregelen, wordt geacht ermee in te stemmen.

    5. De voorzitter kan, mits zulks terdege wordt gemotiveerd, het advies van het comité via een schriftelijke procedure verkrijgen. De voorzitter stuurt de ontwerphandelingen toe aan de leden van het comité en legt naargelang van de urgentie van de materie een termijn vast. Elk lid van het comité dat niet voor het verstrijken van deze termijn heeft laten weten uitdrukkelijk bezwaar te hebben tegen of geen standpunt te willen innemen inzake de ontwerphandelingen, wordt geacht ermee in te stemmen.

    Binnen de overeenkomstig de vorige alinea vastgestelde termijn kan elk lid van het Comité verzoeken om de schriftelijke procedure af te sluiten en de ontwerp-maatregelen op een vergadering van het comité te behandelen. De voorzitter kan besluiten de schriftelijke procedure te handhaven of de schriftelijke procedure zonder verder gevolg af te sluiten. In dit laatste geval wordt het comité zo snel mogelijk bijeengeroepen.

    Behoudens andersluidende bepaling in het basisbesluit wordt de schriftelijke procedure zonder gevolg afgesloten, indien daar binnen de in de eerste alinea bedoelde termijn door de voorzitter toe wordt beslist of door een lid van het comité om wordt verzocht. De voorzitter roept dan binnen een redelijke termijn het comité bijeen.

    6. Het advies van het comité wordt in de notulen opgenomen. Iedere lidstaat heeft het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen.

    6. Het advies van het comité wordt in de notulen opgenomen. Elk lid van het comité heeft het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen. De notulen worden door de Commissie onverwijld aan de leden van het comité toegezonden.

     

    6 bis. De controleregeling omvat in voorkomend geval tevens de verwijzing naar een comité van beroep.

     

    Het comité van beroep stelt op voorstel van de Commissie bij gewone meerderheid van stemmen zijn reglement van orde vast.

     

    Het comité van beroep komt niet eerder dan 14 dagen en niet later dan zes weken na de verwijzingsdatum bijeen, uitgezonderd in terdege gemotiveerde gevallen. Onverminderd het bepaalde in lid 3 brengt het comité van beroep uiterlijk twee maanden na de verwijzingsdatum zijn advies uit.

     

    De vergaderingen van het comité van beroep worden voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie.

     

    De voorzitter stelt de vergaderdatum in nauwe samenspraak met de leden van het comité vast, ten einde de lidstaten en de Commissie in staat te stellen vertegenwoordigers van het juiste niveau af te vaardigen. De Commissie roept het comité van beroep uiterlijk één maand na de inwerkingtreding van deze verordening voor de eerste keer bijeen om het reglement van orde vast te stellen.

    Amendement  17

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 4

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. Het comité brengt advies uit, zo nodig door middel van een stemming. Indien het comité zich door middel van een stemming uitspreekt, wordt het advies uitgebracht met de meerderheid van stemmen die in artikel 238, lid 1, van het Verdrag is voorgeschreven.

    1. Wanneer de raadplegingsprocedure van toepassing is, brengt het comité advies uit, zo nodig door middel van een stemming. Indien het comité zich door middel van een stemming uitspreekt, wordt het advies uitgebracht bij gewone meerderheid van stemmen van de leden.

    2. De Commissie spreekt zich dan uit over de te nemen maatregelen, waarbij zij zoveel mogelijk rekening houdt met de conclusies van de besprekingen binnen het comité en met het uitgebrachte advies. Zij stelt het comité in kennis van de wijze waarop zij met het advies rekening heeft gehouden.

    2. De Commissie spreekt zich dan uit over de vast te stellen handelingen, waarbij zij zoveel mogelijk rekening houdt met de conclusies van de besprekingen binnen het comité en met het uitgebrachte advies.

    Amendement  18

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 5

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. Het comité brengt zijn advies uit bij gekwalificeerde meerderheid zoals bedoeld in artikel 16, leden 4 en 5, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

    1. Wanneer de onderzoeksprocedure van toepassing is, brengt het comité zijn advies uit met de meerderheid van stemmen die is voorgeschreven in artikel 16, leden 4 en 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en, indien van toepassing, artikel 138, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, voor handelingen die op voorstel van de Commissie worden vastgesteld. Bij de stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten overeenkomstig genoemde artikelen gewogen.

    2. Indien de ontwerp-maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het comité, stelt de Commissie deze maatregelen vast, tenzij er zich uitzonderlijke omstandigheden hebben voorgedaan of nieuwe elementen aan de orde zijn op basis waarvan het gerechtvaardigd zou zijn om de maatregelen niet vast te stellen. In dergelijke gevallen kan de voorzitter het comité een nieuw ontwerp van de te nemen maatregelen voorleggen.

    2. Indien het advies positief is, stelt de Commissie de handelingen vast.

    3. Wanneer de ontwerp-maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité, worden die maatregelen door de Commissie niet vastgesteld. De voorzitter kan de ontwerp-maatregelen ter verdere bespreking voorleggen of een gewijzigde versie van de ontwerp-maatregelen indienen.

    3. Indien het advies negatief is, worden de handelingen, onverminderd artikel 5 ter, door de Commissie niet vastgesteld. Wanneer uitvoeringshandelingen noodzakelijk worden geacht, kan de voorzitter de ontwerphandelingen binnen een maand ter verdere bespreking aan het comité van beroep voorleggen of binnen twee maanden een gewijzigde versie van de ontwerphandelingen bij het comité indienen.

    4. Wanneer geen advies is uitgebracht, kan de Commissie de ontwerp-maatregelen vaststellen. Wanneer de Commissie de ontwerp-maatregelen niet vaststelt, kan de voorzitter een gewijzigde versie van de ontwerp-maatregelen aan het comité voorleggen.

    4. Indien geen advies is uitgebracht, kan de Commissie, behoudens in het in de volgende alinea bedoelde geval, de handelingen vaststellen. Wanneer de Commissie de handelingen niet vaststelt, kan de voorzitter een gewijzigde versie van de ontwerphandelingen aan het comité voorleggen.

     

    Onverminderd artikel 5 ter, worden de handelingen door de Commissie niet vastgesteld indien:

     

    - de maatregelen betrekking hebben op belastingheffing, financiële diensten, gezondheid of veiligheid van mensen, dieren of planten of definitieve multilaterale vrijwaringsmaatregelen, of

     

    - indien het basisbesluit hierin voorziet, of

     

    - een gewone meerderheid van de leden van het comité ertegen gekant is.

     

    In elk van de in de tweede alinea genoemde gevallen kan de voorzitter, wanneer uitvoeringshandelingen noodzakelijk worden geacht, de ontwerphandelingen binnen een maand ter verdere bespreking aan het comité van beroep voorleggen of binnen twee maanden een gewijzigde versie van de ontwerphandelingen bij het comité indienen.

    5. In afwijking van lid 3 kan de Commissie ontwerp-maatregelen vaststellen die niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité indien het niet vaststellen van de ontwerp-maatregelen binnen een dwingende termijn zou resulteren in een aanzienlijke verstoring van de markten of een risico voor de beveiliging of veiligheid van mensen of voor de financiële belangen van de Unie zou veroorzaken.

    5. In afwijking van lid 4 is de onderstaande procedure van toepassing voor de vaststelling van definitieve antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen ingeval er door het comité van onderzoek geen advies is uitgebracht en een gewone meerderheid van de leden tegenstander van de ontwerphandeling is.

    In een dergelijk geval stelt de Commissie het comité onverwijld in kennis van de redenen waarom zij de maatregelen heeft vastgesteld en kan zij die maatregelen voor een tweede beraadslaging van het comité indienen. Indien de vastgestelde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het tweede advies van het comité of indien de maatregelen niet binnen een maand na hun vaststelling voor een tweede beraadslaging zijn ingediend, trekt de Commissie de maatregelen op staande voet in. Indien de maatregelen in overeenstemming zijn met het tweede advies van het comité, of indien geen advies wordt uitgebracht, blijven die maatregelen van kracht.

    De Commissie voert overleg met de lidstaten. Niet eerder dan 14 dagen en niet later dan een maand na de vergadering van het comité stelt de Commissie de leden van het comité in kennis van het resultaat van dat overleg en legt zij een ontwerphandeling aan het comité van beroep voor. In afwijking van artikel 3, lid 6 bis, komt het comité van beroep niet eerder dan 14 dagen en niet later dan een maand na de voorlegging van de ontwerphandeling bijeen. Het comité van beroep brengt zijn advies overeenkomstig artikel 5 bis uit. De in dit lid genoemde termijnen laten de noodzaak van naleving van de in het desbetreffende basisbesluit vastgelegde termijnen onverlet.

    Amendement  19

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 5 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 5 bis

     

    Verwijzing naar het comité van beroep

     

    1. Het comité brengt advies uit bij de meerderheid die bepaald is in artikel 5, lid 1.

     

    2. Zolang er geen advies is uitgebracht, kan elk lid van het comité van beroep wijzigingen in de ontwerphandelingen voorstellen. De Commissie kan de ontwerphandelingen aanpassen.

     

    De voorzitter streeft ernaar oplossingen te vinden die de ruimst mogelijke steun genieten.

     

    De voorzitter deelt het comité van beroep mede op welke manier rekening is gehouden met de gevoerde besprekingen en voorgestelde wijzigingen, met name de voorgestelde wijzigingen welke ruime steun in het comité van beroep genieten.

     

    3. Indien het advies van het comité van beroep positief is, stelt de Commissie de handelingen vast.

     

    Indien geen advies is uitgebracht, kan de Commissie de handelingen vaststellen.

     

    Indien het advies van het comité van beroep negatief is, stelt de Commissie de handelingen niet vast.

     

    4. In het geval van definitieve multilaterale vrijwaringsmaatregelen stelt de Commissie in afwijking van lid 3 de handelingen niet vast wanneer er niet bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen een positief advies is uitgebracht.

     

    5. In geval van definitieve antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen brengt het comité van beroep in afwijking van lid 1 gedurende 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening zijn advies bij gewone meerderheid van zijn leden uit.

    Amendement  20

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 5 ter (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 5 ter

     

    Vaststelling van handelingen in uitzonderlijke gevallen

     

    In afwijking van artikel 5, lid 3, en artikel 5, lid 4, tweede alinea, kan de Commissie de handelingen vaststellen indien ze onverwijld moeten worden vastgesteld om een aanzienlijke verstoring van de landbouwmarkten of een risico voor de financiële belangen van de Unie zoals bedoeld in artikel 325 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie te vermijden.

     

    In die gevallen legt de Commissie de vastgestelde handelingen onverwijld aan het comité van beroep voor. Indien het comité van beroep een negatief advies over de vastgestelde handelingen uitbrengt, trekt de Commissie deze onmiddellijk in. Indien het comité van beroep een positief advies uitbrengt of geen advies uitbrengt, blijven de handelingen van kracht.

    Amendement  21

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 6

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. In afwijking van de artikelen 4 en 5 kan in een basisbesluit worden vastgesteld dat om dwingende urgente redenen de bepalingen van de leden 2 tot en met 5 van dit artikel van toepassing zijn.

    1. In afwijking van de artikelen 4 en 5 kan in een basisbesluit worden vastgesteld dat, om dwingende en gegronde redenen van urgentie de bepalingen van de leden 2 tot en met 5 van dit artikel van toepassing zijn.

    2. De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn.

    2. De Commissie stelt handelingen vast die onmiddellijk van toepassing zijn en gedurende ten hoogste zes maanden van kracht blijven, behoudens andersluidende bepaling in het basisbesluit.

    3. De voorzitter legt onverwijld de in lid 2 bedoelde maatregelen aan het desbetreffende comité voor om diens advies te verkrijgen overeenkomstig de in het basisbesluit vastgestelde procedure.

    3. De voorzitter legt de in lid 2 bedoelde handelingen uiterlijk 14 dagen nadat ze zijn vastgesteld, aan het desbetreffende comité voor om diens advies te verkrijgen.

    4. In het kader van een onderzoeksprocedure waarbij de maatregelen overeenkomstig artikel 5, lid 3, niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité, trekt de Commissie de overeenkomstig lid 2 vastgestelde maatregelen in.

    4. Indien het comité tijdens de onderzoeksprocedure een negatief advies uitbrengt, trekt de Commissie de overeenkomstig lid 2 vastgestelde handelingen onverwijld in.

    5. In afwijking van lid 4 kan de Commissie de geldende maatregelen handhaven om redenen die verband houden met de bescherming van het milieu of van de gezondheid of veiligheid van mensen, dieren of planten, met het behoud van maritieme rijkdommen, omwille van de veiligheid en de beveiliging of om te voorkomen dat de markten worden verstoord of dreigen verstoord te worden. In die gevallen dient de voorzitter onverwijld dezelfde maatregelen voor een tweede beraadslaging bij het comité in of dient hij een gewijzigde versie van de maatregelen in.

    5. Voor de vaststelling van voorlopige antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen door de Commissie is de procedure van dit artikel van toepassing. De Commissie neemt voorlopige maatregelen na overleg met de lidstaten of, in bijzonder dringende omstandigheden, na de lidstaten te hebben ingelicht. In dat geval geschiedt dit overleg uiterlijk tien dagen na de datum waarop de lidstaten van de door de Commissie genomen maatregelen in kennis zijn gesteld.

    De in lid 2 bedoelde maatregelen blijven van kracht totdat zij zijn ingetrokken of door een ander uitvoeringsbesluit zijn vervangen.

     

    Amendement  22

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 7

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. Elk comité stelt op voorstel van zijn voorzitter bij meerderheid van stemmen van zijn leden zijn reglement van orde vast op basis van een standaardreglement dat in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt gepubliceerd.

    1. Elk comité stelt op voorstel van zijn voorzitter bij meerderheid van stemmen van de leden zijn reglement van orde vast op basis van een standaardreglement dat door de Commissie na overleg met de lidstaten wordt opgesteld. Het standaardreglement wordt door de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd.

    Bestaande comités passen, voor zover nodig, hun reglement van orde aan het standaardreglement aan.

    Bestaande comités passen, voor zover nodig, hun reglement van orde aan het standaardreglement aan.

    2. De voor de Commissie geldende beginselen en voorwaarden inzake de toegang van het publiek tot documenten en gegevensbescherming gelden ook voor documenten van de comités.

    2. De voor de Commissie geldende beginselen en voorwaarden inzake de toegang van het publiek tot documenten en de regels inzake gegevensbescherming gelden ook voor documenten van de comités.

    Amendement  23

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. De Commissie houdt een register bij van de werkzaamheden van het comité waarin volgende gegevens zijn opgenomen:

    1. De Commissie houdt een register bij van de werkzaamheden van het comité waarin volgende gegevens zijn opgenomen:

     

    -a bis) een lijst van de comités,

    a) de agenda's van de bijeenkomsten van het comité,

    a) de agenda's van de bijeenkomsten van het comité,

    b) de beknopte verslagen, samen met de lijsten van de autoriteiten en organisaties waarvan de personen die door de lidstaten zijn aangewezen om hen te vertegenwoordigen deel uitmaken,

    b) de beknopte verslagen, samen met de lijsten van de autoriteiten en organisaties waarvan de personen die door de lidstaten zijn aangewezen om hen te vertegenwoordigen deel uitmaken,

    c) de ontwerp-maatregelen waarover de comités worden verzocht een advies uit te brengen,

    c) de ontwerphandelingen waarover de comités worden verzocht een advies uit te brengen,

    d) de resultaten van de stemming,

    d) de uitslagen van de stemmingen,

    e) de definitieve versie van de ontwerp-maatregelen nadat het advies van de comités is uitgebracht,

    e) the final draft acts following the opinion of the committees,

    f) de gegevens betreffende de definitieve vaststelling van de maatregelen door de Commissie, en

    f) gegevens betreffende de definitieve vaststelling van de handelingen door de Commissie, en

    g) statistische gegevens over de werkzaamheden van de comités.

    g) statistische gegevens over de werkzaamheden van de comités.

     

    1bis. De Commissie publiceert jaarlijks een verslag over de werkzaamheden van de comités.

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben overeenkomstig de toepasselijke voorschriften toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

     

    2bis. Wanneer de in lid 1, onder a), c) en e), bedoelde documenten aan de leden van het comité worden toegezonden, stelt de Commissie ze gelijktijdig aan het Europees Parlement en de Raad ter beschikking en stelt zij deze instellingen daarvan in kennis.

    3. De gegevens van alle in de punten a) tot en met f) van lid 1 bedoelde documenten alsook de in punt g) van lid 1 bedoelde informatie wordt in het register bekendgemaakt.

    3. De gegevens van alle in de punten a) tot en met f) van lid 1 bedoelde documenten alsook de in punt g) van lid 1 bedoelde informatie wordt in het register bekendgemaakt.

    Amendement  24

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 8 bis

     

    Toetsingsrecht voor het Europees Parlement en de Raad

     

    Indien het basisbesluit volgens de gewone wetgevingsprocedure wordt vastgesteld, kunnen het Europees Parlement en de Raad de Commissie op elk gewenst moment te kennen geven dat zij van mening zijn dat een ontwerpuitvoeringshandeling de bij het basisbesluit verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt. In een dergelijk geval onderwerpt de Commissie de desbetreffende ontwerpmaatregel aan een hernieuwd onderzoek, waarbij zij met de naar voren gebrachte standpunten rekening houdt, en deelt zij het Europees Parlement en de Raad mede of zij voornemens is de ontwerpuitvoeringshandeling te handhaven, te wijzigen of in te trekken.

    Amendement  25

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Besluit 1999/468/EG wordt ingetrokken.

    Besluit 1999/468/EG wordt ingetrokken.

    De gevolgen van artikel 5 bis van het ingetrokken besluit blijven gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten waarin naar dat artikel wordt verwezen.

    De gevolgen van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG blijven gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten waarin naar dat artikel wordt verwezen.

    Amendement  26

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 10

    Artikel 10

    Aanpassing van bestaande basisbesluiten

    Overgangsbepalingen: aanpassing van bestaande basisbesluiten

    1. Wanneer vóór de inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde basisbesluiten voorzien in de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig Besluit 1999/468/EG zijn de volgende regels van toepassing:

    1. Wanneer vóór de inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde basisbesluiten voorzien in de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig Besluit 1999/468/EG zijn de volgende regels van toepassing:

    a) verwijzingen naar artikel 3 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 4 van deze verordening;

    a) wanneer het basisbesluit verwijst naar artikel 3 van Besluit 1999/468/EG, is de in artikel 4 van deze verordening genoemde raadplegingsprocedure van toepassing;

    b) verwijzingen naar de artikelen 4 en 5 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 5 van deze verordening;

    b) wanneer het basisbesluit verwijst naar de artikelen 4 en 5 van Besluit 1999/468/EG, is de in artikel 5 van deze verordening genoemde onderzoeksprocedure van toepassing;

     

    b bis) wanneer het basisbesluit verwijst naar artikel 4 van Besluit 1999/468/EG, is artikel 5, lid 4, tweede en derde alinea, van deze verordening niet van toepassing;

     

    b ter) wanneer het basisbesluit verwijst naar artikel 5 van Besluit 1999/468/EG, wordt dat basisbesluit beschouwd als het basisbesluit in de zin van artikel 5, lid 4, tweede alinea, tweede streepje;

    c) verwijzingen naar artikel 6 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 6 van deze verordening;

    c) wanneer het basisbesluit verwijst naar artikel 6 van Besluit 1999/468/EG, is artikel 6 van deze verordening van toepassing;

    d) verwijzingen naar de artikelen 7 en 8 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 8 van deze verordening.

    d) wanneer het basisbesluit verwijst naar de artikelen 7 en 8 van Besluit 1999/468/EG, zijn de artikelen 8 en 8 bis van deze verordening van toepassing.

    2. De artikelen 3 en 7 van deze verordening zijn van toepassing op alle bestaande comités.

    2. Voor de toepassing van lid 1 zijn de artikelen 3 en 7 van deze verordening van toepassing op alle bestaande comités.

     

    2bis. Artikel 5 ter van deze verordening is louter van toepassing op de bestaande procedures waarin verwezen wordt naar artikel 4 van Besluit 1999/468/EG.

     

    2ter. De overgangsbepalingen van dit artikel zijn niet van invloed op de aard van de betrokken handelingen.

    Amendement  27

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 11 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 11 bis

     

    Evaluatieclausule

     

    Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de tenuitvoerlegging van deze verordening, dat zo nodig vergezeld gaat van passende wetgevingsvoorstellen.

    Amendement  28

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 12

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2010.

    Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2011.

    Artikel 10 is van toepassing met ingang van 1 december 2010.

     

    Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

    Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

    ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (23.6.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD))

    Rapporteur voor advies: Gabriele Albertini

    BEKNOPTE MOTIVERING

    Artikel 291 van het WEU-Verdrag bepaalt dat, wanneer juridisch bindende handelingen van de Unie volgens eenvormige voorwaarden moeten worden uitgevoerd en er uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend, de controle op de uitoefening van die uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie alleen bij de lidstaten ligt. Daartoe leggen het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure in een verordening vooraf de voorschriften en algemene beginselen vast die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten die controle uitoefenen. Artikel 291 van het WEU-Verdrag is duidelijk: de controle op de uitoefening van uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie moet uitsluitend in handen van de lidstaten liggen. Dat betekent niet dat het Parlement op geen enkele wijze kan ingrijpen, mocht de uitoefening van uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie haaks staan op de intentie van de wetgever. Het Parlement behoudt namelijk de mogelijkheid om op elk moment tijdens de procedure voorafgaand aan de goedkeuring van uitvoeringsmaatregelen – en ook na afloop daarvan – opmerkingen aan de Commissie toe te zenden, en het kan ook in elke fase een resolutie aannemen om de Commissie te wijzen op mogelijke problemen rond ontwerpuitvoeringsmaatregelen, ondanks het feit dat de tekst van het Commissievoorstel geen uitdrukkelijke verwijzing bevat. Tevens kan het Parlement, blijkens het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-403/05[1], in gevallen waarin de Commissie niet naar behoren rekening houdt met de opmerkingen en zorgen van het Parlement, altijd bij het Hof een beroep tot nietigverklaring instellen als het van mening is dat de Commissie haar bevoegdheden heeft overschreden. Daarmee blijven de prerogatieven van het Parlement als medewetgever volledig intact. Wil het Parlement evenwel ten volle en tijdig gebruik kunnen maken van zijn prerogatieven, is het van het grootste belang dat de Commissie het Parlement actief op de hoogte houdt van alle ontwerpmaatregelen, gewijzigde ontwerpmaatregelen en definitieve ontwerpmaatregelen die zij uit hoofde van artikel 291 van het WEU-Verdrag wil goedkeuren. Daarom zou de Commissie zulke ontwerpmaatregelen, gewijzigde ontwerpmaatregelen en definitieve ontwerpmaatregelen, zodra zij beschikbaar komen, formeel aan het Europees Parlement moeten toezenden. Deze toezending moet een aanvulling zijn op de verplichting die voor de Commissie geldt met betrekking tot de verstrekking van informatie via het comitologieregister. Tenslotte moet het Parlement, gezien de specificiteit en de politieke gevoeligheid van uitvoeringshandelingen die in het kader van de instrumenten voor externe financiële steun moeten worden goedgekeurd, in de gelegenheid worden gesteld om, de praktijk volgend die met de dialoog over democratische controle is ontstaan, een bijdrage te leveren in het proces voorafgaande aan de inhoudelijke invulling van de ontwerpuitvoeringshandelingen in het kader van de instrumenten voor externe financiële steun.

    AMENDEMENTEN

    De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 11 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (11 bis) Nadat het betrokken comité advies heeft uitgebracht, dient de Commissie de ontwerpmaatregelen, eventuele gewijzigde versies van die ontwerpmaatregelen en de definitieve ontwerpmaatregelen formeel aan het Europees Parlement toe te zenden, zodra zij beschikbaar komen.

    Motivering

    Het is van fundamenteel belang dat de Commissie het Parlement actief op de hoogte houdt van alle ontwerpmaatregelen, gewijzigde ontwerpmaatregelen en definitieve ontwerpmaatregelen die zij uit hoofde van artikel 291 van het WEU-Verdrag wil goedkeuren.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 11 ter (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (11 ter) Met betrekking tot uitvoeringshandelingen in het kader van de instrumenten voor externe financiële steun dient het Europees Parlement door de Commissie te worden geraadpleegd in de periode voorafgaande aan de indiening van ontwerpen van dergelijke handelingen of eventuele gewijzigde versies van zulke handelingen.

    Motivering

    Gezien de specificiteit en de politieke gevoeligheid van uitvoeringshandelingen die in het kader van de instrumenten voor externe financiële steun moeten worden goedgekeurd, dient de Commissie, de praktijk volgend die met de dialoog over democratische controle is ontstaan, het Parlement te raadplegen in de periode voorafgaande aan de indiening van ontwerpuitvoeringshandelingen in het kader van de instrumenten voor externe financiële steun.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 12 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (12 bis) Het Europees Parlement en de Raad kunnen naar eigen inzicht en onafhankelijk van elkaar de Commissie in elk stadium van de procedure opmerkingen doen toekomen over de ontwerpmaatregelen, eventuele gewijzigde versies van die ontwerpmaatregelen en de definitieve ontwerpmaatregelen, nadat het betrokken comité advies heeft uitgebracht.

    Motivering

    Voor de duidelijkheid moet er nog eens op worden gewezen dat Parlement en Raad als medewetgevers onafhankelijk van elkaar altijd de mogelijkheid hebben om op elk moment in de procedure voorafgaande aan de goedkeuring van uitvoeringsmaatregelen opmerkingen aan de Commissie toe te zenden als zij dat passend achten.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 12 ter (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (12 ter) Het Europees Parlement en de Raad kunnen onafhankelijk van elkaar op elk moment na de goedkeuring van de uitvoeringsmaatregelen opmerkingen over die maatregelen aan de Commissie doen toekomen.

    Motivering

    Voor de duidelijkheid moet er nog eens op worden gewezen dat Parlement en Raad als medewetgevers onafhankelijk van elkaar altijd de mogelijkheid hebben om opmerkingen aan de Commissie toe te zenden, zelfs nadat de uitvoeringsmaatregelen zijn goedgekeurd.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 7 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 7 bis

    Uitvoeringshandelingen in het kader van de instrumenten voor externe financiële steun

    Wanneer de Commissie uitvoeringshandelingen in het kader van de instrumenten voor externe financiële steun goedkeurt, raadpleegt zij het Europees Parlement in de periode voorafgaande aan de indiening van ontwerpen van dergelijke handelingen of eventuele gewijzigde versies van zulke handelingen, zodat zij aan het relevante comité worden voorgelegd voor advies uit hoofde van artikel 4 of artikel 5.

    Motivering

    Gezien de specificiteit en de politieke gevoeligheid van uitvoeringshandelingen die in het kader van de instrumenten voor externe financiële steun moeten worden goedgekeurd, moet het Parlement in de gelegenheid worden gesteld om, de praktijk volgend die met de dialoog over democratische controle is ontstaan, een bijdrage te leveren in het proces van inhoudelijke invulling van ontwerpuitvoeringshandelingen in het kader van de instrumenten voor externe financiële steun.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid -1 (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    -1. Nadat het betrokken comité uit hoofde van artikel 4 of artikel 5 advies heeft uitgebracht, zendt de Commissie de ontwerpmaatregelen, eventuele gewijzigde versies van die ontwerpmaatregelen en de definitieve ontwerpmaatregelen formeel aan het Europees Parlement toe, zodra zij beschikbaar komen.

    Motivering

    Het is van fundamenteel belang dat de Commissie het Parlement actief op de hoogte houdt van alle ontwerpmaatregelen, gewijzigde ontwerpmaatregelen en definitieve ontwerpmaatregelen die zij uit hoofde van artikel 291 van het WEU-Verdrag wil goedkeuren. Deze informatieplicht is een aanvulling op de verplichting die voor de Commissie geldt met betrekking tot de verstrekking van informatie via het comitologieregister.

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – inleidende formule

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. De Commissie houdt een register bij van de werkzaamheden van het comité waarin volgende gegevens zijn opgenomen:

    1. Naast het nakomen van de in lid -1 bedoelde informatieplicht houdt de Commissie een register bij van de werkzaamheden van het comité waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:

    Motivering

    Het is van fundamenteel belang dat de Commissie het Parlement actief op de hoogte houdt van alle ontwerpmaatregelen, gewijzigde ontwerpmaatregelen en definitieve ontwerpmaatregelen die zij uit hoofde van artikel 291 van het WEU-Verdrag wil goedkeuren. Deze informatieplicht dient in elk geval een aanvulling te vormen op de verplichting die voor de Commissie geldt met betrekking tot de verstrekking van informatie via het comitologieregister.

    Amendement 8

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    e bis) de standpunten van de vertegenwoordigers van de lidstaten, en de overwegingen die aan die standpunten ten grondslag liggen,

    Motivering

    De standpunten van de vertegenwoordigers van de lidstaten moeten toegankelijk zijn voor het Europees Parlement (waarvan alle zittingen en commissievergaderingen openbaar zijn).

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    2. Het Europees Parlement, de Raad en de nationale parlementen hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    Motivering

    Vloeit voort uit de amendementen 6 en 7. Het is van fundamenteel belang dat de Commissie het Parlement actief op de hoogte houdt van alle ontwerpmaatregelen, gewijzigde ontwerpmaatregelen en definitieve ontwerpmaatregelen die zij uit hoofde van artikel 291 van het WEU-Verdrag wil goedkeuren. Deze informatieplicht dient in elk geval een aanvulling te vormen op de verplichting die voor de Commissie geldt met betrekking tot de verstrekking van informatie via het comitologieregister.

    PROCEDURE

    Titel

    Controle door de lidstaten op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051(COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

           Datum bekendmaking

    AFET

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur voor advies

           Datum benoeming

    Gabriele Albertini

    14.4.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    22.6.2010

     

     

     

    Datum goedkeuring

    22.6.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    53

    1

    1

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Gabriele Albertini, Sir Robert Atkins, Arnaud Danjean, Mário David, Marietta Giannakou, Ana Gomes, Andrzej Grzyb, Takis Hadjigeorgiou, Richard Howitt, Anna Ibrisagic, Anneli Jäätteenmäki, Jelko Kacin, Nicole Kiil-Nielsen, Maria Eleni Koppa, Andrey Kovatchev, Vytautas Landsbergis, Ryszard Antoni Legutko, Krzysztof Lisek, Sabine Lösing, Barry Madlener, Mario Mauro, Willy Meyer, Francisco José Millán Mon, Annemie Neyts-Uyttebroeck, Norica Nicolai, Kristiina Ojuland, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Vincent Peillon, Alojz Peterle, Bernd Posselt, Cristian Dan Preda, Libor Rouček, Werner Schulz, Marek Siwiec, Ernst Strasser, Charles Tannock, Zoran Thaler, Inese Vaidere, Geoffrey Van Orden, Kristian Vigenin, Graham Watson, Boris Zala

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Nikolaos Chountis, Véronique De Keyser, Liisa Jaakonsaari, Evgeni Kirilov, Doris Pack, Teresa Riera Madurell, Tokia Saïfi, Marietje Schaake, György Schöpflin, Indrek Tarand, Traian Ungureanu, Luis Yáñez-Barnuevo García

    • [1]  PB C 315 van 22.12.2007, blz. 8.

    ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (3.6.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD))

    Rapporteur voor advies: Gay Mitchell

    BEKNOPTE MOTIVERING

    Ontwikkelingssamenwerking omvat een aanzienlijk aantal besluiten van de Europese Unie (financieringsbesluiten) die worden vastgesteld volgens het comitologiebesluit: De jaarlijkse verslagen van de secretaris-generaal van de Commissie laten zien dat de Commissie de afgelopen drie jaar (2006-2008) op dit gebied 795 uitvoeringsmaatregelen heeft vastgesteld.

    Deze maatregelen zijn in de meeste gevallen vastgesteld volgens de "beheersprocedure" zoals vastgelegd in artikel 4 van Besluit 1999/468/EG van de Raad (comitologie).

    De Commissie ontwikkelingssamenwerking is van mening dat deze procedure niet bevredigend was: daarom waren onder het oude Verdrag reeds veranderingen voorgesteld ter introductie van de regelgevingsprocedure met toetsing voor besluiten in het kader van het instrument voor externe betrekkingen.

    Nu het Verdrag van Lissabon in werking is getreden, moeten de bestaande comitologiebepalingen worden vervangen door gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen overeenkomstig de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    Op dit moment worden moeizame onderhandelingen gevoerd met de Commissie en de medewetgever, waarbij de Commissie ontwikkelingssamenwerking de nadrukkelijke doelstelling heeft geformuleerd de verdragsbepaling betreffende gedelegeerde handelingen (artikel 290) toe te passen op de financieringsinstrumenten voor externe betrekkingen.

    Voor de Commissie ontwikkelingssamenwerking is de automatische omzetting van de huidige "beheersprocedure" in de "onderzoeksprocedure" derhalve onaanvaardbaar.

    Het is van groot belang in herinnering te brengen dat de gewone wetgevingsprocedure van toepassing is op het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking, hetgeen betekent dat het Europees Parlement en de Raad op voet van gelijkheid optreden als medewetgevers. Om die reden dient het Europees Parlement alle verwante controlebevoegdheden uit te oefenen met betrekking tot gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen. Het Parlement moet met name zijn bestaande rechten (recht van controle, democratisch toezicht, toegang tot informatie) en de mogelijkheid deze te versterken na inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon behouden.

    Om te waarborgen dat het Europees Parlement op voet van gelijkheid wordt behandeld kan de mogelijkheid worden overwogen vertegenwoordigers van het Europees Parlement toegang te verschaffen tot de bijeenkomsten van de "comités van vertegenwoordigers van de lidstaten".

    Tot slot dienen zowel het Europees Parlement als de Raad over de mogelijkheid te beschikken bezwaar te maken tegen een ontwerpuitvoeringsmaatregel indien deze in strijd is met een besluit van de Unie.

    AMENDEMENTEN

    De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Titel

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren

    Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

    Motivering

    De voorgestelde verordening heeft betrekking op alle elementen van de uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en niet alleen op de controle daarop. Daarnaast moet het Europees Parlement, als medewetgever, op voet van gelijkheid worden geplaatst met de Raad.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen het Europees Parlement en de Raad nu de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen het Europees Parlement en de Raad nu de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie.

    Motivering

    Zie de motivering bij amendement 1.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 4

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor een dergelijke controle duidelijk en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures de institutionele vereisten van het Verdrag alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG tot uiting komen.

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor controle duidelijk en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures de institutionele vereisten van het Verdrag, de gelijkwaardigheid van de rol van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van alle handelingen die volgens de gewone wetgevingsprocedure worden vastgesteld, alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG tot uiting komen.

    Motivering

    Verduidelijking.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 8

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (8) Er dienen criteria te worden vastgesteld om de procedure te bepalen die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen. Om een grotere samenhang tot stand te brengen en ervoor te zorgen dat de procedurele voorschriften in verhouding staan tot de aard van de vast te stellen uitvoeringshandelingen, moeten die criteria bindend zijn.

    (8) Onverminderd de procedure die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen, die in de basisbesluiten wordt vastgesteld, moet de onderzoeksprocedure in beginsel worden gebruikt voor de vaststelling van algemene uitvoeringsmaatregelen, waar uniformiteit nodig is.

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (9) De onderzoeksprocedure dient alleen te worden toegepast voor de vaststelling van maatregelen met algemene strekking die tot doel hebben basisbesluiten ten uitvoer te leggen en van specifieke maatregelen met potentieel significante gevolgen. Die procedure moet voorzien in een zodanige controle door de lidstaten dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerp-maatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    (9) De onderzoeksprocedure moet voorzien in een zodanige controle dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerpmaatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 10

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (10) In alle andere gevallen alsook wanneer zij het meest geschikt wordt geacht, wordt de raadplegingsprocedure gebruikt.

    Schrappen

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij het op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) vereist is dat de vaststelling van bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) uniforme uitvoeringsvoorwaarden vereist zijn en waarin is bepaald dat de vaststelling van uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Motivering

    Verduidelijking.

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. De onderzoeksprocedure is alleen van toepassing voor de vaststelling van:

    2. De onderzoeksprocedure is in beginsel van toepassing voor de vaststelling van algemene uitvoeringsmaatregelen, waarbij uniformiteit nodig is.

    a) uitvoeringsmaatregelen met algemene strekking;

     

    b) andere uitvoeringsmaatregelen met betrekking tot:

     

    i) het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid;

     

    ii) het milieu, de beveiliging en veiligheid of bescherming van de gezondheid of de veiligheid van mensen, dieren of planten;

     

    iii) de gemeenschappelijke handelspolitiek.

     

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    3. Voor alle andere uitvoeringsmaatregelen en voor de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen waar dit wenselijk wordt geacht, is de raadplegingsprocedure van toepassing.

    Schrappen

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  10

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 6 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 6 bis

     

    Bezwaren tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen

     

    Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaren kenbaar maken tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen waarvan de goedkeuring wordt overwogen en die overeenkomstig een krachtens artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgesteld basisbesluit aan een comité zijn voorgelegd, omdat zij menen dat die maatregelen het basisbesluit niet eerbiedigen, neemt de Commissie die ontwerpmaatregelen in heroverweging.

     

    De Commissie kan de ontwerpuitvoeringsmaatregelen waartegen het Europees Parlement of de Raad bezwaar heeft gemaakt, intrekken of een nieuwe ontwerpmaatregel voorstellen waarin rekening wordt gehouden met het commentaar van het Europees Parlement en de Raad.

    Motivering

    Het huidige recht van controle van het Europees Parlement moet worden gehandhaafd. Artikel 8 van Besluit 99/468 moet derhalve in de verordening worden opgenomen.

    Amendement  11

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    e bis) de standpunten, en de overwegingen die aan die standpunten ten grondslag liggen, van de vertegenwoordigers van de lidstaten;

    Motivering

    De standpunten van de vertegenwoordigers van de lidstaten moeten toegankelijk zijn voor het Europees Parlement (waarvan alle zittingen en commissievergaderingen openbaar zijn).

    Amendement  12

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    2. Het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten hebben in gelijke mate toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens. Daartoe ontvangen het Europees Parlement en de Raad, op hetzelfde moment als de leden van de comités en op dezelfde voorwaarden, alle in lid 1 bedoelde informatie.

    Motivering

    Het amendement verduidelijkt de modaliteiten voor de terbeschikkingstelling van informatie door de relevante bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord van 3 juni 2008 over te nemen.

    Amendement  13

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2 bis. Vertegenwoordigers van het Europees Parlement hebben als waarnemer toegang tot de comitévergaderingen.

    Motivering

    De comitévergaderingen moeten toegankelijk zijn voor waarnemers van het Europees Parlement (waarvan alle zittingen en commissievergaderingen openbaar zijn).

    Amendement  14

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 9

    Intrekking van Besluit 1999/468/EG

    Schrappen

    Besluit 1999/468/EG wordt ingetrokken.

    De gevolgen van artikel 5 bis van het ingetrokken besluit blijven gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten waarin naar dat artikel wordt verwezen.

     

    Motivering

    In afwachting van het besluit met betrekking tot de toepassing van artikel 290 (gedelegeerde handelingen) op de financieringsinstrumenten voor externe betrekkingen, zal het comitologiebesluit op dit gebied beperkt van toepassing blijven.

    Amendement  15

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. Wanneer vóór de inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde basisbesluiten voorzien in de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig Besluit 1999/468/EG zijn de volgende regels van toepassing:

    Schrappen

    a) verwijzingen naar artikel 3 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 4 van deze verordening;

     

    b) verwijzingen naar de artikelen 4 en 5 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 5 van deze verordening;

     

    c) verwijzingen naar artikel 6 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 6 van deze verordening;

     

    d) verwijzingen naar de artikelen 7 en 8 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 8 van deze verordening.

     

    2. De artikelen 3 en 7 van deze verordening zijn van toepassing op alle bestaande comités.

     

    Motivering

    Een automatische omzetting, zoals voorgesteld door de Commissie, zou de bevoegdheden van het Europees Parlement ondermijnen. Een dergelijke omzetting kan worden goedgekeurd nadat overeenstemming is bereikt over de toepassing van artikel 290 (gedelegeerde handelingen) op de instrumenten voor externe relaties.

    Amendement  16

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 10 bis

     

    Aanpassing van bestaande besluiten

     

    Vóór 31 december 2010 onderzoekt de Commissie de vigerende wetgeving van de Unie en doet zij de nodige wetgevingsvoorstellen om deze wetgeving in overeenstemming te brengen met de bepalingen van het Verdrag van Lissabon, in het bijzonder aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    Motivering

    Een automatische omzetting, zoals voorgesteld door de Commissie, zou de bevoegdheden van het Europees Parlement ondermijnen. Een dergelijke omzetting kan worden goedgekeurd nadat overeenstemming is bereikt over de toepassing van artikel 290 (gedelegeerde handelingen) op de instrumenten voor externe relaties.

    Amendement  17

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 ter (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 10 ter

     

    Beperking van de omzetting

     

    Artikel 10 van deze verordening is niet van toepassing op:

     

    Verordening (EG) nr. 1905/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking1;

     

    Verordening (EG) nr. 1638/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 houdende algemene bepalingen tot invoering van een Europees nabuurschaps- en partnerschapsinstrument2;

     

    Verordening (EG) nr. 1717/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 tot invoering van een stabiliteitsinstrument3;

     

    Verordening (EG) nr. 1889/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot instelling van een financieringsinstrument voor de bevordering van democratie en mensenrechten in de wereld4;

     

    Verordening (Euratom) nr. 300/2007 van de Raad van 19 februari 2007 tot invoering van een instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid5;

     

    Verordening (EG) nr. 1934/2006 van de Raad van 21 december 2006 tot vaststelling van een financieringsinstrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen en andere landen en gebieden met een hoog inkomen6;

     

    Verordening (EG) nr. 1085/2006 van de Raad van 17 juli 2006 tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA)7;

     

    Verordening (EG) nr. 1337/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot vaststelling van een snelleresponsfaciliteit voor maatregelen tegen de scherpe stijging van de voedselprijzen in de ontwikkelingslanden8;

     

    Besluit van de Raad 2006/526/EG van 17 juli 2006 inzake de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en Groenland en het Koninkrijk Denemarken, anderzijds9;

     

    Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp10.

     

    _____________________

    1 PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41.

    2 PB L 310 van 9.11.2006, blz. 1.

    3 PB L 327 van 24.11.2006, blz. 1.

    4 PB L 386 van 29.12.2006, blz. 1.

    5 PB L 81 van 22.3.2007, blz. 1.

    6 PB L 405 van 30.12.2006, blz. 41.

    7 PB L 210 van 31.7.2006, blz. 82.

    8 PB L 354 van 31.12.2008, blz. 62.

    9 PB L 208 van 29.7.2006, blz. 28.

    10 PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1.

    Motivering

    Een automatische horizontale omzetting, zoals voorgesteld door de Commissie, voordat een besluit is genomen inzake de toepassing van artikel 290 (gedelegeerde handelingen) op de instrumenten voor externe relaties, veroorzaakt een leemte in de wetgeving. Niets in de voorgestelde verordening duidt erop dat de Commissie een onderzoek zal voorstellen met het oog op de introductie van gedelegeerde handelingen. Indien de artikelen 9 en 10 van de voorgestelde verordening worden gehandhaafd, waarmee de nu bindende comitologieprocedure wordt geschrapt, verschaft het onderhavige amendement het Europees Parlement daarom de vereiste juridische basis om bezwaar te maken tegen maatregelen die indruisen tegen besluiten met betrekking tot externe relaties.

    Indien de amendementen 14 en 15 daarentegen worden aangenomen, zodat de huidige comitologieprocedure gehandhaafd blijft, komen de amendementen 17 en 18 te vervallen.

    Amendement  18

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 12 – alinea 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 10 van deze verordening is van toepassing met ingang van 1 december 2010.

    Schrappen

    Motivering

    Vloeit voort uit de schrapping van artikel 10.

    PROCEDURE

    Titel

    Controle door de lidstaten op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051(COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

           Datum bekendmaking

    DEVE

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur voor advies

           Datum benoeming

    Gay Mitchell

    4.5.2010

     

     

    Datum goedkeuring

    2.6.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    26

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Thijs Berman, Michael Cashman, Corina Creţu, Nirj Deva, Charles Goerens, Catherine Grèze, Enrique Guerrero Salom, András Gyürk, Eva Joly, Filip Kaczmarek, Franziska Keller, Gay Mitchell, Bill Newton Dunn, Maurice Ponga, David-Maria Sassoli, Birgit Schnieber-Jastram, Michèle Striffler, Alf Svensson, Eleni Theocharous, Anna Záborská, Iva Zanicchi, Gabriele Zimmer

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Fiona Hall, Wolf Klinz, Miguel Angel Martínez Martínez, Patrizia Toia

    ADVIES van de Commissie internationale handel (1.6.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD))

    Rapporteur: Vital Moreira

    BEKNOPTE MOTIVERING

    Nu het Verdrag van Lissabon in werking is getreden, moeten de bestaande comitologiebepalingen worden vervangen door gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen overeenkomstig de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    Deze aanpassing van de bestaande wetgeving aan de bepalingen van het Verdrag van Lissabon is met name van groot belang voor de beleidsterreinen (zoals de gemeenschappelijke handelspolitiek) waar de medebeslissingsprocedure niet van toepassing was en waar dus na 2006 geen aanpassing aan de versterkte parlementaire controle via de regelgevingsprocedure met toetsing heeft plaatsgevonden.

    Vanwege het grote aantal van dit soort handelingen en het vaak ingewikkelde proces van het aanbrengen van een onderscheid tussen gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen, verwacht de Commissie internationale handel moeizame onderhandelingen met de Commissie en de medewetgever, op basis van een gevalsgewijze benadering.

    Door de gewone wetgevingsprocedure op de gemeenschappelijke handelspolitiek van toepassing te verklaren, plaatst het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie het Europees Parlement en de Raad als medewetgevers in een gelijke positie. Het Parlement moet er derhalve naar streven ook op gelijke voet te worden behandeld in het geval van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen. Met name moeten ten minste zijn bestaande rechten worden gehandhaafd ten aanzien van de "comitologie"-besluiten die voortvloeien uit volgens de medebeslissingsprocedure aangenomen basiswetgeving (recht van toetsing, vetorecht, toegang tot informatie, enz.). Daarnaast moeten vertegenwoordigers van het Europees Parlement toegang krijgen tot bijeenkomsten van de Commissie met "vertegenwoordigers van de lidstaten".

    Tenslotte moeten zowel het Europees Parlement als de Raad zich kunnen verzetten tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen die haaks staan op de bedoeling van de medewetgever.

    AMENDEMENTEN

    De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar ontwerpverslag op te nemen:

    Amendement 1

    Voorstel voor een verordening

    Titel

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren

    Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

    Motivering

    De voorgestelde verordening heeft betrekking op alle elementen van de uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en niet alleen op de controle daarop. Daarnaast moet het EP, als medewetgever, op voet van gelijkheid worden geplaatst met de Raad.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen het Europees Parlement en de Raad nu de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen het Europees Parlement en de Raad nu de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie.

    Motivering

    Zie motivering bij amendement 1.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 4

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor een dergelijke controle duidelijk en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures de institutionele vereisten van het Verdrag alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG tot uiting komen.

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor controle duidelijk en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures de institutionele vereisten van het Verdrag, de gelijke positie van het Europees Parlement ten opzichte van de Raad ten aanzien van alle handelingen die volgens de gewone wetgevingsprocedure worden vastgesteld, alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG tot uiting komen.

    Motivering

    Verduidelijking in het licht van artikel 291 VWEU.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 8

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (8) Er dienen criteria te worden vastgesteld om de procedure te bepalen die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen. Om een grotere samenhang tot stand te brengen en ervoor te zorgen dat de procedurele voorschriften in verhouding staan tot de aard van de vast te stellen uitvoeringshandelingen, moeten die criteria bindend zijn.

    (8) Onverminderd de procedure die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen, en die in de basishandeling is bepaald, moet de onderzoeksprocedure in beginsel worden gebruikt voor de vaststelling van algemene uitvoeringsmaatregelen, waar eenvormige voorwaarden nodig zijn.

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (9) De onderzoeksprocedure dient alleen te worden toegepast voor de vaststelling van maatregelen met algemene strekking die tot doel hebben basisbesluiten ten uitvoer te leggen en van specifieke maatregelen met potentieel significante gevolgen. Die procedure moet voorzien in een zodanige controle door de lidstaten dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerp-maatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    (9) De onderzoeksprocedure moet voorzien in een zodanige controle dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerpmaatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 10

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (10) In alle andere gevallen alsook wanneer zij het meest geschikt wordt geacht, wordt de raadplegingsprocedure gebruikt.

    Schrappen

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 15

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (15) Deze verordening laat de bevoegdheden van de Commissie, als vastgesteld door het Verdrag, met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de mededingingsregels, onverlet,

    (15) Deze verordening laat de bevoegdheden van de Commissie, als vastgesteld door het Verdrag, met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de mededingingsregels, alsmede de specifieke procedures voor de uitvoering van de gemeenschappelijke handelspolitiek die momenteel niet op Besluit 1999/468/EG zijn gebaseerd, onverlet. Die aspecten van de gemeenschappelijke handelspolitiek worden door de Raad en het Parlement per geval geregeld, telkens op basis van een wetgevingsvoorstel van de Commissie, ten einde de passende besluitvormingsmodaliteiten vast te stellen,

    Motivering

    De procedures die zijn ingesteld voor de uitvoering van het gemeenschappelijk handelsbeleid en die momenteel vrijgesteld zijn van Besluit 1999/468/EG, moeten dat blijven totdat Raad en Parlement in het kader van de binnenkort door de Commissie goed te keuren algemene handelswet per geval over de beste regeling hebben gesproken. Het moet aan de medewetgever worden overgelaten om de basishandelingen waar nodig aan te passen.

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij het op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) vereist is dat de vaststelling van bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) eenvormige uitvoeringsvoorwaarden vereist zijn en waarin is bepaald dat de vaststelling van bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Motivering

    Verduidelijking

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 - lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. De onderzoeksprocedure is alleen van toepassing voor de vaststelling van:

    2. De onderzoeksprocedure is in beginsel van toepassing voor de vaststelling van algemene uitvoeringsmaatregelen, waar eenvormige voorwaarden nodig zijn.

    a) uitvoeringsmaatregelen met algemene strekking;

     

    b) andere uitvoeringsmaatregelen met betrekking tot:

     

    i) het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid;

     

    ii) het milieu, de beveiliging en veiligheid of bescherming van de gezondheid of de veiligheid van mensen, dieren of planten;

     

    iii) de gemeenschappelijke handelspolitiek.

     

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten. Bovendien valt zeer te betwijfelen of de onderzoeksprocedure kan worden gebruikt voor beleidsterreinen die onder de uitsluitende bevoegdheid van de Unie vallen.

    Amendement  10

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 - lid 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    3. Voor alle andere uitvoeringsmaatregelen en voor de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen waar dit wenselijk wordt geacht, is de raadplegingsprocedure van toepassing.

    Schrappen

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  11

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 6 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 6 bis

     

    Bezwaren tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen

     

    Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaren kenbaar maakt tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen waarvan de goedkeuring wordt overwogen en die overeenkomstig een krachtens artikel 294 van het Verdrag aangenomen basisbesluit aan een comité zijn voorgelegd, omdat die maatregelen zouden indruisen tegen de intentie van de wetgever zoals tot uitdrukking gebracht in het basisbesluit, onderwerpt de Commissie die ontwerpmaatregelen aan een nieuw onderzoek.

     

    Rekening houdend met de redenen voor de bezwaren en binnen de termijnen van de lopende procedure kan de Commissie het comité nieuwe ontwerpmaatregelen voorleggen of bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel op basis van het Verdrag indienen.

     

    De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad en het comité in kennis van de actie die zij overweegt te ondernemen en van de redenen daarvoor.

    Motivering

    Het bestaande recht van controle van het EP moet worden gehandhaafd. Artikel 8 van Besluit 99/468 moet derhalve in de verordening worden opgenomen.

    Amendement  12

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    e bis) de standpunten en overwegingen van de vertegenwoordigers van de lidstaten,

    Motivering

    De standpunten van de vertegenwoordigers van de lidstaten zijn toegankelijk voor het Europees Parlement (waarvan alle zittingen en commissievergaderingen openbaar zijn).

    Amendement  13

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    2. Het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten hebben in gelijke mate toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens. Daartoe ontvangen het Europees Parlement en de Raad, op hetzelfde moment als de leden van de comités en op dezelfde voorwaarden, alle in lid 1 bedoelde informatie.

    Motivering

    Ter verduidelijking van de wijze waarop de informatie wordt doorgegeven, door overname van de desbetreffende bepalingen van het Akkoord (2008/C 143/01) tussen het Europees Parlement en de Commissie betreffende de wijze van toepassing van Besluit 1999/468/EG van de Raad tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden, zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG van 3 juni 2008.

    Amendement  14

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    2 bis. De Commissie draagt er zorg voor dat vertegenwoordigers van het Europees Parlement de vergaderingen van het comité als waarnemer kunnen bijwonen. Indien de Commissie besluit geen vertegenwoordigers van het Europees Parlement als waarnemer tot de vergaderingen van het comité toe te laten, licht zij haar besluit schriftelijk toe.

    Motivering

    De comitévergaderingen moeten toegankelijk zijn voor waarnemers van het Europees Parlement (waarvan alle zittingen en commissievergaderingen openbaar zijn).

    Amendement  15

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 10 bis

     

    Herzieningstermijn

     

    Vóór 31 december 2010 onderzoekt de Commissie de vigerende communautaire wetgeving en doet zij de nodige wetgevingsvoorstellen om deze wetgeving aan te passen aan de bepalingen van het Verdrag van Lissabon, in het bijzonder aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    Motivering

    Aanpassing van het acquis aan de huidige bepalingen betreffende gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen is van essentieel belang voor die beleidsterreinen waar de wetgeving vóór de inwerkingtreding niet op basis van COD-procedure werd aangenomen. Deze bepalingen moeten op zo kort mogelijke termijn van geval tot geval worden beoordeeld.

    PROCEDURE

    Titel

    Wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051 (COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

    Datum bekendmaking

    INTA

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur voor advies

    Datum benoeming

    Vital Moreira

    28.4.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    28.4.2010

     

     

     

    Datum goedkeuring

    1.6.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    24

    2

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    William (The Earl of) Dartmouth, Kader Arif, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Harlem Désir, Christofer Fjellner, Joe Higgins, Yannick Jadot, Metin Kazak, David Martin, Vital Moreira, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Niccolò Rinaldi, Tokia Saïfi, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Gianluca Susta, Iuliu Winkler, Jan Zahradil

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Josefa Andrés Barea, Catherine Bearder, George Sabin Cutaş, Mário David, Béla Glattfelder, Salvatore Iacolino, Syed Kamall, Georgios Papastamkos

    ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (15.6.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD))

    Rapporteur voor advies: Antolín Sánchez Presedo

    AMENDEMENTEN

    De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 1 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (1 bis) Uitvoeringsbevoegdheden omvatten het aanpassen en bijwerken van bepaalde niet‑essentiële onderdelen van een basisbesluit, maar kunnen niet worden uitgebreid tot het aanvullen of wijzigen van dergelijke onderdelen, aangezien in die gevallen artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.

    Amendment  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (2) In het kader van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap was de uitoefening van uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie geregeld bij Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999.

    (2) In het kader van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap was de uitoefening van uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie geregeld bij Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999. Deze regeling moet worden ingetrokken in het licht van de nieuwe voorschriften die voortvloeien uit de laatste herziening van de Verdragen.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen het Europees Parlement en de Raad nu de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen het Europees Parlement en de Raad nu de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren. Deze controle doet geen afbreuk aan de democratische controle overeenkomstig de bepalingen inzake de democratische beginselen, de werking van de instellingen en de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zoals onder meer vastgesteld in de artikelen 5, 10, 11 en 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en Protocol nr. 2 bij de Verdragen.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 4

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor een dergelijke controle duidelijk en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures de institutionele vereisten van het Verdrag alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG tot uiting komen.

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor controle duidelijk en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures de institutionele vereisten van het Verdrag, de gelijkwaardigheid van de rol van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van alle handelingen die volgens de gewone wetgevingsprocedure worden goedgekeurd, alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG tot uiting komen.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 5

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (5) Voor die basisbesluiten waarvoor de controle van de lidstaten op de vaststelling door de Commissie van uitvoeringshandelingen is vereist, is het wenselijk dat voor de uitvoering van een dergelijke controle comités worden opgericht die uit vertegenwoordigers van de lidstaten zijn samengesteld en door de Commissie worden voorgezeten.

    (5) Voor die basisbesluiten waarvoor de controle van de lidstaten op de vaststelling door de Commissie van uitvoeringshandelingen is vereist, is het wenselijk dat voor de uitvoering van een dergelijke controle comités worden opgericht die zijn samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en waarnemers van de Raad en het Europees Parlement, en die worden voorgezeten door de Commissie.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 12

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (12) Het Europees Parlement en de Raad moeten op gezette tijden in kennis worden gesteld van de werkzaamheden van de comités.

    (12) Om ervoor te zorgen dat de in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde bevoegdheden van het Europees Parlement en de Raad ten volle worden geëerbiedigd, moeten deze instellingen snel en volledig worden geïnformeerd over de werkzaamheden van de comités, lang genoeg vóór de goedkeuring van de betrokken maatregel.

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 14

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (14) Besluit 1999/468/EG dient te worden ingetrokken. Om de overgang tot stand te brengen tussen de regeling van Besluit 1999/468/EG en deze verordening moet elke verwijzing in bestaande wetgeving naar procedures uit dat besluit - met uitzondering van de in artikel 5 bis van dat besluit bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing worden beschouwd als een verwijzing naar de overeenkomstige procedures in deze verordening. De gevolgen van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG moeten worden gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten die naar dat artikel verwijzen.

    Schrappen

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij het op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) vereist is dat de vaststelling van bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) uniforme uitvoeringsvoorwaarden noodzakelijk blijken en vereist is dat de vaststelling of tenuitvoerlegging van uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 1 – lid 1 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Wanneer niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking nodig zijn om bepaalde niet-essentiële onderdelen van een basisbesluit aan te vullen of te wijzigen, is artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing.

    Amendement  10

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 2 – inleidende formule

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. De onderzoeksprocedure is alleen van toepassing voor de vaststelling van:

    2. De onderzoeksprocedure is van toepassing voor de vaststelling van:

    Amendement  11

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    3. Voor alle andere uitvoeringsmaatregelen en voor de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen waar dit wenselijk wordt geacht, is de raadplegingsprocedure van toepassing.

    3. Voor alle andere uitvoeringsmaatregelen en voor de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen waar dit wenselijk wordt geacht, kan de raadplegingsprocedure worden toegepast.

    Amendement  12

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 3 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie.

    2. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en waarnemers van de Raad en het Europees Parlement, en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie.

    Amendement  13

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 3 – lid 5 – alinea 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    5. De voorzitter kan het advies van het comité via een schriftelijke procedure verkrijgen. De voorzitter stuurt de ontwerpmaatregelen waarover het advies van het comité wordt gevraagd toe aan de leden van het comité en legt naargelang van de urgentie van de materie een termijn vast. Elk lid van het comité dat niet binnen de vastgestelde termijn heeft laten weten uitdrukkelijk bezwaar te hebben tegen of geen standpunt te willen innemen inzake de ontwerpmaatregelen, wordt geacht ermee in te stemmen.

    5. De voorzitter kan het advies van het comité via een schriftelijke procedure verkrijgen. De voorzitter stuurt de ontwerpmaatregelen waarover het advies van het comité wordt gevraagd toe aan de leden van het comité en de waarnemers, en legt naargelang van de urgentie van de materie een termijn vast. Elk lid van het comité dat niet binnen de vastgestelde termijn heeft laten weten uitdrukkelijk bezwaar te hebben tegen of geen standpunt te willen innemen inzake de ontwerpmaatregelen, wordt geacht ermee in te stemmen.

    Amendement  14

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 6 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 6 bis

    Bezwaren tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen

     

    1. Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaren kenbaar maken tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen waarvan de goedkeuring wordt overwogen en die overeenkomstig een krachtens artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goedgekeurd basisbesluit aan een comité zijn voorgelegd, omdat zij menen dat die maatregelen de bij het basisbesluit verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijden, onderwerpt de Commissie die ontwerpmaatregelen aan een nieuw onderzoek.

     

    2. Rekening houdend met de redenen voor de bezwaren en binnen de termijnen van de lopende procedure legt de Commissie het comité nieuwe ontwerpmaatregelen voor of dient bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel op basis van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in.

     

    3. De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad en het comité in kennis van de actie die zij overweegt te ondernemen en van de redenen daarvoor.

    Amendement  15

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    e bis) de gemotiveerde standpunten van de leden van het comité,

    Amendement  16

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben gelijke toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens. Daartoe ontvangen het Europees Parlement en de Raad, op hetzelfde moment als de leden van de comités en op dezelfde voorwaarden, alle in lid 1 bedoelde informatie.

    Amendement  17

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 8 bis

     

    Jaarverslag over de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden

     

    De Commissie legt de lidstaten jaarlijks een verslag voor over de uitoefening van de overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden. De lidstaten kunnen opmerkingen formuleren die als bijlage bij het verslag worden gevoegd.

     

    Het jaarlijks verslag en de bijlage worden voorgelegd aan het Europees Parlement, de nationale parlementen, de Europese Raad en de Raad, en worden tevens toegezonden aan het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

    Amendement  18

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 ter (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 8 ter

    Aanpassing aan het acquis

     

    Vóór [datum] evalueert de Commissie de basisbesluiten die zijn goedgekeurd vóór de inwerkingtreding van deze verordening teneinde deze besluiten aan te passen aan de nieuwe regels inzake gedelegeerde bevoegdheden en uitvoeringsbevoegdheden die zijn vastgesteld in de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De Commissie brengt regelmatig verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de vorderingen van deze evaluatie. De verslagen gaan zo nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen.

    Amendement  19

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 9

    Schrappen

    Intrekking van Besluit 1999/468/EG

     

    Besluit 1999/468/EG wordt ingetrokken.

     

    De gevolgen van artikel 5 bis van het ingetrokken besluit blijven gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten waarin naar dat artikel wordt verwezen.

     

    Amendement  20

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 10

    Schrappen

    Aanpassing van bestaande basisbesluiten

     

    1. Wanneer vóór de inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde basisbesluiten voorzien in de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig Besluit 1999/468/EG zijn de volgende regels van toepassing:

     

    a) verwijzingen naar artikel 3 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 4 van deze verordening;

     

    b) verwijzingen naar de artikelen 4 en 5 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 5 van deze verordening;

     

    c) verwijzingen naar artikel 6 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 6 van deze verordening;

     

    d) verwijzingen naar de artikelen 7 en 8 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 8 van deze verordening.

     

    2. De artikelen 3 en 7 van deze verordening zijn van toepassing op alle bestaande comités.

     

    Amendement  21

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 12 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 12 bis

     

    Herzieningsclausule

     

    Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening stelt de Commissie, rekening houdend met de opmerkingen van de lidstaten, een algemeen verslag op over de in deze verordening vastgestelde procedures, en dient zo nodig een nieuw wetgevingsvoorstel in.

    Amendement  22

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 12 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 10 is van toepassing met ingang van 1 december 2010.

    Schrappen

    PROCEDURE

    Titel

    Controle door de lidstaten op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051(COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

           Datum bekendmaking

    ECON

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur voor advies

           Datum benoeming

    Antolín Sánchez Presedo

    27.4.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    20.5.2010

    14.6.2010

     

     

    Datum goedkeuring

    14.6.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    38

    1

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Burkhard Balz, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Pascal Canfin, Nikolaos Chountis, George Sabin Cutaş, Leonardo Domenici, Diogo Feio, Markus Ferber, Elisa Ferreira, Vicky Ford, José Manuel García-Margallo y Marfil, Jean-Paul Gauzès, Sven Giegold, Sylvie Goulard, Enikő Győri, Liem Hoang Ngoc, Gunnar Hökmark, Othmar Karas, Wolf Klinz, Werner Langen, Hans-Peter Martin, Arlene McCarthy, Sławomir Witold Nitras, Ivari Padar, Anni Podimata, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Edward Scicluna, Peter Simon, Peter Skinner, Ivo Strejček, Kay Swinburne, Ramon Tremosa i Balcells, Corien Wortmann-Kool

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Marta Andreasen, Elena Băsescu, Lajos Bokros, Herbert Dorfmann, Sari Essayah, Philippe Lamberts, Gay Mitchell, Sirpa Pietikäinen

    ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (2.6.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD))

    Rapporteur voor advies: Jo Leinen

    BEKNOPTE MOTIVERING

    In artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is het raamwerk voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen neergelegd. Volgens artikel 291, lid 3, leggen het Europees Parlement en de Raad bij verordeningen de algemene voorschriften en beginselen vast die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

    In haar voorstel voor een verordening (COM(2010)0083) beoogt de Commissie aan dit vereiste te voldoen door invoering van een raadplegingsprocedure en een onderzoeksprocedure om de vaststelling van uitvoeringshandelingen te regelen.

    De nieuwe verordening moet duidelijk aangeven dat het Parlement en de Raad op voet van gelijkheid recht hebben op informatie over comitévergaderingen in het kader van de nieuwe procedures. Artikel 8 moet daarom worden aangescherpt door de expliciete vermelding dat Parlement en Raad gelijke toegang tot die informatie hebben, zodra die beschikbaar is.

    De automatische omzetting van de huidige raadplegings-, beheers- en regelgevingsprocedures (art. 3, 4 en 5 van het vigerende comitologiebesluit[1]) zonder herziening van het bestaande acquis is geen goede zaak. Het bestaande acquis moet grondig worden herzien, teneinde precies te bepalen welke maatregelen onder artikel 290 VWEU inzake gedelegeerde handelingen, en welke maatregelen onder artikel 291 VWEU inzake uitvoeringshandelingen vallen. Artikel 10 van de voorgestelde verordening dient dan ook te worden aangescherpt, waarbij van de Commissie moet worden verlangd dat zij een dergelijke herziening verricht en op grond daarvan een passend wetgevingsvoorstel indient.

    AMENDEMENTEN

    De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (9) De onderzoeksprocedure dient alleen te worden toegepast voor de vaststelling van maatregelen met algemene strekking die tot doel hebben basisbesluiten ten uitvoer te leggen en van specifieke maatregelen met potentieel significante gevolgen. Die procedure moet voorzien in een zodanige controle door de lidstaten dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerpmaatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    (9) Het basiswetgevingsbesluit moet aangeven voor welke maatregelen de onderzoeksprocedure en voor welke maatregelen de raadplegingsprocedure dient te worden toegepast. De onderzoeksprocedure dient alleen te worden toegepast voor de vaststelling van maatregelen met algemene strekking die tot doel hebben basisbesluiten ten uitvoer te leggen en van specifieke maatregelen met potentieel significante gevolgen. Die procedure moet voorzien in een zodanige controle door de lidstaten dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerpmaatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 12

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (12) Het Europees Parlement en de Raad moeten op gezette tijden in kennis worden gesteld van de werkzaamheden van de comités.

    (12) Het Europees Parlement en de Raad moeten onverwijld, ten volle en op voet van gelijkheid in kennis worden gesteld van de werkzaamheden van de comités zodra de relevante documenten beschikbaar zijn en moeten gelijke toegang tot informatie over die werkzaamheden hebben.

    Motivering

    Het volstaat niet het Parlement en de Raad "op gezette tijden" te informeren. Beide instellingen moeten "in reële tijd" worden geïnformeerd.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 5 – lid 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    3. Wanneer de ontwerpmaatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité, worden die maatregelen door de Commissie niet vastgesteld. De voorzitter kan de ontwerpmaatregelen ter verdere bespreking voorleggen of een gewijzigde versie van de ontwerpmaatregelen indienen.

    3. Wanneer de ontwerpmaatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of wanneer het comité geen advies uitbrengt, worden die maatregelen door de Commissie niet vastgesteld en legt de Commissie het voorstel betreffende de te treffen maatregelen of een gewijzigde versie van de ontwerpmaatregelen ter verdere bespreking onverwijld voor aan de Raad. Zij brengt het Europees Parlement daarvan op de hoogte.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 5 – lid 5 – alinea -1 (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Ter fine van het conform artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) aan te nemen basisbesluit kan het Europees Parlement of de Raad bezwaar maken tegen de ontwerpmaatregelen, ongeacht het advies van het comité, met het argument dat de ontwerpmaatregelen indruisen tegen de intenties van de wetgever zoals die zijn geformuleerd in het basisbesluit.

     

    In dat geval worden de voorgestelde maatregelen niet vastgesteld. De Commissie kan het comité een herziening van de ontwerpmaatregelen voorleggen die rekening houdt met de redenen voor het bezwaar van het Europees Parlement of de Raad.

     

    De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad dan in kennis van de acties die zij van plan is te ondernemen.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 5 – lid 5 – alinea 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    In een dergelijk geval stelt de Commissie het comité onverwijld in kennis van de redenen waarom zij de maatregelen heeft vastgesteld en kan zij die maatregelen voor een tweede beraadslaging van het comité indienen. Indien de vastgestelde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het tweede advies van het comité of indien de maatregelen niet binnen een maand na hun vaststelling voor een tweede beraadslaging zijn ingediend, trekt de Commissie de maatregelen op staande voet in. Indien de maatregelen in overeenstemming zijn met het tweede advies van het comité, of indien geen advies wordt uitgebracht, blijven die maatregelen van kracht.

    In een dergelijk geval stelt de Commissie het comité, het Europees Parlement en de Raad onverwijld in kennis van de redenen waarom zij de maatregelen heeft vastgesteld en kan zij die maatregelen voor een tweede beraadslaging van het comité indienen. Indien de vastgestelde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het tweede advies van het comité, of indien geen advies is uitgebracht maar een meerderheid zoals bepaald in artikel 238, lid 1 VWEU ertegen bezwaar maakt, of indien de maatregelen niet binnen een maand na hun vaststelling voor een tweede beraadslaging zijn ingediend, trekt de Commissie de maatregelen op staande voet in. Indien de maatregelen in overeenstemming zijn met het tweede advies van het comité, of indien geen advies wordt uitgebracht en er geen meerderheid is zoals bepaald in artikel 238, lid 1 VWEU die ertegen bezwaar maakt, blijven die maatregelen van kracht.

    Motivering

    Indien er in de tweede ronde nog altijd een gewone meerderheid van de lidstaten is die bezwaar maakt tegen de maatregel, dan mag de Commissie niet het recht worden verleend de maatregel aan te nemen.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – letter d

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    d) de resultaten van de stemming,

    d) de resultaten van de stemming, inclusief het standpunt van elke lidstaat,

    Motivering

    Het is van belang niet alleen het eindresultaat van de stemming te kennen, maar ook te weten hoe elke lidstaat heeft gestemd.

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben gelijke toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens en ontvangen deze tegelijkertijd en onder dezelfde voorwaarden, zodra ze beschikbaar zijn.

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    2 bis. Vertegenwoordigers van het Europees Parlement hebben als waarnemers toegang tot de comitévergaderingen.

    Motivering

    Het Parlement moet eveneens het recht hebben de comitévergaderingen bij te wonen.

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 – lid 1 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    1 bis. De Commissie onderzoekt de van kracht zijnde EU-wetgeving en dient uiterlijk op 31 december 2011 een wetgevingsvoorstel in dat de bestaande EU-wetgeving in lijn brengt met de artikelen 290 en 291 VWEU, en dat met name bepaalt welke maatregelen onder de bepalingen inzake de in artikel 290 VWEU bedoelde gedelegeerde handelingen, en welke maatregelen onder de bepalingen inzake de in artikel 291 VWEU bedoelde uitvoeringshandelingen vallen.

    PROCEDURE

    Titel

    Controle door de lidstaten op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051(COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

           Datum bekendmaking

    ENVI

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur voor advies

           Datum benoeming

    Jo Leinen

    7.4.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    3.5.2010

     

     

     

    Datum goedkeuring

    2.6.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    52

    0

    5

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    János Áder, Elena Oana Antonescu, Kriton Arsenis, Pilar Ayuso, Paolo Bartolozzi, Sandrine Bélier, Martin Callanan, Nessa Childers, Chris Davies, Bairbre de Brún, Esther de Lange, Anne Delvaux, Bas Eickhout, Edite Estrela, Jill Evans, Karl-Heinz Florenz, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Julie Girling, Françoise Grossetête, Cristina Gutiérrez-Cortines, Dan Jørgensen, Karin Kadenbach, Christa Klaß, Holger Krahmer, Jo Leinen, Corinne Lepage, Peter Liese, Linda McAvan, Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė, Vladko Todorov Panayotov, Antonyia Parvanova, Mario Pirillo, Pavel Poc, Vittorio Prodi, Frédérique Ries, Daciana Octavia Sârbu, Carl Schlyter, Horst Schnellhardt, Theodoros Skylakakis, Bogusław Sonik, Catherine Soullie, Salvatore Tatarella, Anja Weisgerber, Glenis Willmott, Sabine Wils, Marina Yannakoudakis

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Judith A. Merkies, Miroslav Mikolášik, Rovana Plumb, Bart Staes, Kathleen Van Brempt, Anna Záborská

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

    Vicky Ford, Norbert Glante, Jan Kozłowski, Emma McClarkin

    • [1]  Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden, PB L 184, 17.7.1999, blz. 23.

    ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (3.6.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD))

    Rapporteur voor advies: Louis Grech

    BEKNOPTE MOTIVERING

    De mogelijkheid tot vaststelling van uitvoeringshandelingen is vastgelegd in artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie waarin wordt bepaald dat, indien het nodig is dat juridisch bindende handelingen van de Unie volgens eenvormige voorwaarden worden uitgevoerd, de wetgever uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie kan toekennen.

    Het Verdrag van Lissabon deelt het Parlement en de Raad een gelijkwaardige rol toe wanneer de gewone wetgevingsprocedure inter alia van toepassing is met betrekking tot de verlening van uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie. Het is derhalve van groot belang het recht van controle te handhaven dat momenteel op grond van artikel 8 van besluit 1999/468/EG van de Raad aan het Parlement wordt gegarandeerd, en ervoor te zorgen dat de medewetgevers de mogelijkheid hebben om bezwaar te maken tegen de ontwerpmaatregelen. Verder moet het Parlement toegang krijgen tot de bijeenkomsten van de comités en moet worden gezorgd voor bepaalde verbeteringen met betrekking tot de aan het Parlement en de Raad te verstrekken informatie (bijv. beschikbaarstelling van agenda's ruim van tevoren, notulen van de vergaderingen, gedetailleerde stemlijsten).

    AMENDEMENTEN

    De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen het Europees Parlement en de Raad nu de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen het Europees Parlement en de Raad nu vooraf de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

    Motivering

    Aanpassing aan de formulering van artikel 291 VWEU.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 4 bis (nieuw)

     

    Amendement

     

    (4 bis) Wanneer de gewone wetgevingsprocedure van toepassing is, vooral als het gaat om de toekenning van uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie, is het van belang ervoor te zorgen dat het Parlement op voet van gelijkheid staat met de Raad.

    Motivering

    Volgens het Verdrag van Lissabon is het van het allergrootste belang ervoor te zorgen dat het Parlement op voet van gelijkheid staat met de Raad als het gaat om de toekenning van uitvoeringsbevoegdheden in gevallen waarin het basisbesluit volgens de gewone wetgevingsprocedure is goedgekeurd.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 12

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (12) Het Europees Parlement en de Raad moeten op gezette tijden in kennis worden gesteld van de werkzaamheden van de comités.

    (12) Het Europees Parlement en de Raad moeten op gezette tijden volledig in kennis worden gesteld van de werkzaamheden van de comités. Indien dit nodig wordt geacht voor de uitoefening van zijn controlebevoegdheden, moet het Europees Parlement de mogelijkheid krijgen de bijeenkomsten van de comités bij te wonen, zonder dat het deelneemt aan de stemming over de ontwerpuitvoeringsmaatregelen.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 14

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (14) Besluit 1999/468/EG dient te worden ingetrokken. Om de overgang tot stand te brengen tussen de regeling van Besluit 1999/468/EG en deze verordening moet elke verwijzing in bestaande wetgeving naar procedures uit dat besluit - met uitzondering van de in artikel 5 bis van dat besluit bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing worden beschouwd als een verwijzing naar de overeenkomstige procedures in deze verordening. De gevolgen van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG moeten worden gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten die naar dat artikel verwijzen.

    (14) Besluit 1999/468/EG dient te worden ingetrokken. Verwijzingen in bestaande basisbesluiten naar de procedures uit dat besluit moeten zo spoedig mogelijk en in elk geval uiterlijk op …* worden aangepast aan de nieuwe regels inzake gedelegeerde bevoegdheden en uitvoeringsbevoegdheden die zijn vastgelegd in de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. In afwachting van deze aanpassing moeten, om de overgang tot stand te brengen tussen de regeling van Besluit 1999/468/EG en deze verordening, de in deze verordening bedoelde procedures voorlopig worden toegepast wanneer bestaande wetgeving verwijst naar procedures uit dat besluit - met uitzondering van de in artikel 5 bis van dat besluit bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, die voorlopig van toepassing moet blijven.

     

    _____________

    2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

    Motivering

    Het mechanisme van 'automatische aanpassing' waarin artikelen 9 en 10 voorzien, is kennelijk gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat alle uitvoeringsbevoegdheden die momenteel onder comitologieprocedures met uitzondering van de regelgevingsprocedure met toetsing (RPT) vallen, overeenkomstig het Verdrag van Lissabon moeten worden beschouwd als bevoegdheden voor het goedkeuren van uitvoeringshandelingen in de zin van artikel 291 VWEU. Daarmee wordt voorbijgegaan aan het feit dat er uitvoeringsbevoegdheden kunnen zijn die binnen de categorie van gedelegeerde handelingen (artikel 290 VWEU) vallen, zelfs als ze niet onder RPT vallen. Daarom dient elke aanpassing van bestaande wetgeving geval per geval te gebeuren.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij het op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) vereist is dat de vaststelling van bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij het op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) vereist is dat, indien het nodig is dat juridisch bindende handelingen van de Unie volgens eenvormige voorwaarden worden uitgevoerd, de vaststelling van dergelijke bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Motivering

    Aanpassing aan de formulering van artikel 291 VWEU.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 5 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Indien de ontwerpmaatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het comité, stelt de Commissie deze maatregelen vast, tenzij er zich uitzonderlijke omstandigheden hebben voorgedaan of nieuwe elementen aan de orde zijn op basis waarvan het gerechtvaardigd zou zijn om de maatregelen niet vast te stellen. In dergelijke gevallen kan de voorzitter het comité een nieuw ontwerp van de te nemen maatregelen voorleggen.

    2. Indien de ontwerpmaatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het comité, stelt de Commissie, onverminderd artikel 6 bis, deze maatregelen vast, tenzij er zich uitzonderlijke omstandigheden hebben voorgedaan of nieuwe elementen aan de orde zijn op basis waarvan het gerechtvaardigd zou zijn om de maatregelen niet vast te stellen. In dergelijke gevallen kan de voorzitter het comité een nieuw ontwerp van de te nemen maatregelen voorleggen.

    Motivering

    Aanpassing wegens invoering van een nieuw artikel 6 bis.

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 5 – lid 4

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    4. Wanneer geen advies is uitgebracht, kan de Commissie de ontwerpmaatregelen vaststellen. Wanneer de Commissie de ontwerpmaatregelen niet vaststelt, kan de voorzitter een gewijzigde versie van de ontwerpmaatregelen aan het comité voorleggen.

    4. Wanneer geen advies is uitgebracht, kan de Commissie onverminderd artikel 6 bis de ontwerpmaatregelen vaststellen. Wanneer de Commissie de ontwerpmaatregelen niet vaststelt, kan de voorzitter een gewijzigde versie van de ontwerpmaatregelen aan het comité voorleggen.

    Motivering

    Aanpassing wegens invoering van een nieuw artikel 6 bis.

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 5 – lid 5 – alinea 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    5. In afwijking van lid 3 kan de Commissie ontwerpmaatregelen vaststellen die niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité indien het niet vaststellen van de ontwerpmaatregelen binnen een dwingende termijn zou resulteren in een aanzienlijke verstoring van de markten of een risico voor de beveiliging of veiligheid van mensen of voor de financiële belangen van de Unie zou veroorzaken.

    5. In afwijking van lid 3 kan de Commissie onverminderd artikel 6 bis ontwerpmaatregelen vaststellen die niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité indien het niet vaststellen van de ontwerpmaatregelen binnen een dwingende termijn zou resulteren in een aanzienlijke verstoring van de markten of een risico voor de beveiliging of veiligheid van mensen of voor de financiële belangen van de Unie zou veroorzaken.

    Motivering

    Aanpassing wegens invoering van een nieuw artikel 6 bis.

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 6 – lid 4

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    4. In het kader van een onderzoeksprocedure waarbij de maatregelen overeenkomstig artikel 5, lid 3, niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité, trekt de Commissie de overeenkomstig lid 2 vastgestelde maatregelen in.

    4. In het kader van een onderzoeksprocedure waarbij de maatregelen overeenkomstig artikel 5, lid 3, niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité, trekt de Commissie de overeenkomstig lid 2 van dit artikel vastgestelde maatregelen in.

    Motivering

    De formulering wordt verbeterd en verwarring voorkomen.

    Amendement  10

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 6 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 6 bis

     

               Controle door het Europees Parlement en de Raad op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie

     

    Indien het Europees Parlement of de Raad van mening is dat de ontwerpmaatregelen, waarvan de goedkeuring wordt overwogen en die overeenkomstig een krachtens artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goedgekeurd basisbesluit aan een comité zijn voorgelegd, niet in overeenstemming zijn met het basisbesluit, maakt het Europees Parlement of de Raad zijn bezwaren ter zake kenbaar en neemt de Commissie die ontwerpmaatregelen opnieuw in overweging. Rekening houdend met de redenen voor de bezwaren en binnen de termijnen die gelden voor de lopende procedure kan de Commissie het comité een nieuwe ontwerpmaatregel voorleggen of bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel op basis van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie indienen.

     

    De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad en het comité in kennis van de actie die zij overweegt te ondernemen en van de redenen daarvoor.

    Motivering

    Het Parlement dient het recht van controle te behouden dat momenteel wordt gewaarborgd door artikel 8 van het comitologiebesluit (Besluit 1999/468/EG).

    Amendement  11

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – letter a

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    a) de agenda's van de bijeenkomsten van het comité,

    a) de agenda's van de bijeenkomsten van het comité die binnen een redelijke termijn vóór de bijeenkomsten beschikbaar moeten worden gesteld,

    Motivering

    De agenda's moeten ruim van tevoren beschikbaar zijn, zodat het Parlement zo spoedig mogelijk op de hoogte is van de op de bijeenkomst te behandelen ontwerpmaatregelen en aldus voorbereidingen kan treffen voor zijn toekomstige activiteiten.

    Amendement  12

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – letter b

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    b) de beknopte verslagen, samen met de lijsten van de autoriteiten en organisaties waarvan de personen die door de lidstaten zijn aangewezen om hen te vertegenwoordigen deel uitmaken,

    b) de beknopte verslagen, samen met de lijsten van de autoriteiten en organisaties waarvan de personen die door de lidstaten zijn aangewezen om hen te vertegenwoordigen deel uitmaken, en eventueel beschikbare notulen,

    Motivering

    Het moet mogelijk zijn niet alleen toegang te krijgen tot de beknopte verslagen, maar ook tot de notulen (de mogelijkheid van inzage in de notulen is vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement en de Commissie (2008/C 143/01)).

    Amendement  13

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – letter d

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    d) de resultaten van de stemming,

    d) de gedetailleerde resultaten van de stemming, met inbegrip van de stemverklaringen van de lidstaten,

    Motivering

    Het is van belang te weten wat de redenen zijn om tegen te stemmen of zich van stemming te onthouden, aangezien dit wellicht een goede indicatie is voor mogelijke problemen in verband met de ontwerpmaatregel.

    Amendement  14

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    2 bis. Het Europees Parlement heeft toegang tot de bijeenkomsten van de comités.

     

    Daartoe benoemt het Europees Parlement vertegenwoordigers die de bijeenkomsten zullen bijwonen en zo snel mogelijk verslag uitbrengen over de resultaten van de besprekingen aan de desbetreffende parlementaire commissie. De vertegenwoordigers van het Europees Parlement nemen niet deel aan de stemming over de ontwerpuitvoeringsmaatregelen.

    Motivering

    Het is belangrijk dat het Parlement de redenen kent die aan de basis liggen van de adviezen van de comités. Daarom is het beter indien het Europees Parlement direct informatie krijgt via zijn eigen vertegenwoordigers. Deze laatsten zijn vertegenwoordigers zonder meer en geen leden van het comité en ze nemen dan ook niet deel aan eventuele stemmingen.

    Amendement  15

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Besluit 1999/468/EG wordt ingetrokken.

    Besluit 1999/468/EG wordt ingetrokken met ingang van …*.

    De gevolgen van artikel 5 bis van het ingetrokken besluit blijven gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten waarin naar dat artikel wordt verwezen.

     

     

    _____________

    * 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

    Motivering

    Het mechanisme van 'automatische aanpassing' waarin artikelen 9 en 10 voorzien, is kennelijk gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat alle uitvoeringsbevoegdheden die momenteel onder comitologieprocedures met uitzondering van RPT vallen, overeenkomstig het Verdrag van Lissabon moeten worden beschouwd als bevoegdheden voor het goedkeuren van uitvoeringshandelingen in de zin van artikel 291 VWEU. Daarmee wordt voorbijgegaan aan het feit dat er uitvoeringsbevoegdheden kunnen zijn die binnen de categorie van gedelegeerde handelingen (artikel 290 VWEU) vallen, zelfs als ze niet onder RPT vallen. Daarom dient elke aanpassing van bestaande wetgeving geval per geval te gebeuren.

    Amendement  16

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 9 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 9 bis

    Aanpassing van bestaande handelingen

     

    9 bis. Vóór …* evalueert de Commissie de basisbesluiten die zijn goedgekeurd vóór de inwerkingtreding van deze verordening teneinde deze besluiten aan te passen aan de nieuwe regels inzake gedelegeerde bevoegdheden en uitvoeringsbevoegdheden die zijn vastgesteld in de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De Commissie brengt regelmatig verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de vorderingen van deze evaluatie. In voorkomend geval worden deze verslagen vergezeld van een wetgevingsvoorstel.

     

    _____________

    * 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

    Motivering

    Het mechanisme van 'automatische aanpassing' waarin artikelen 9 en 10 voorzien, is kennelijk gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat alle uitvoeringsbevoegdheden die momenteel onder comitologieprocedures met uitzondering van RPT vallen, overeenkomstig het Verdrag van Lissabon moeten worden beschouwd als bevoegdheden voor het goedkeuren van uitvoeringshandelingen in de zin van artikel 291 VWEU. Daarmee wordt voorbijgegaan aan het feit dat er uitvoeringsbevoegdheden kunnen zijn die binnen de categorie van gedelegeerde handelingen (artikel 290 VWEU) vallen, zelfs als ze niet onder RPT vallen. Daarom dient elke aanpassing van bestaande wetgeving geval per geval te gebeuren.

    Amendement  17

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Aanpassing van bestaande basisbesluiten

    Overgangsmaatregelen

    1. Wanneer vóór de inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde basisbesluiten voorzien in de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig Besluit 1999/468/EG zijn de volgende regels van toepassing:

    1. In afwachting van de aanpassing overeenkomstig artikel 9 bis van vóór de inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde basisbesluiten die voorzien in de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig Besluit 1999/468/EG, zijn de volgende regels van toepassing:

    a) verwijzingen naar artikel 3 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 4 van deze verordening;

    a) wanneer het basisbesluit verwijst naar artikel 3 van Besluit 1999/468/EG, is de in artikel 4 van deze verordening genoemde raadplegingsprocedure van toepassing;

    b) verwijzingen naar de artikelen 4 en 5 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 5 van deze verordening;

    b) wanneer het basisbesluit verwijst naar de artikelen 4 en 5 van Besluit 1999/468/EG, is de in artikel 5 van deze verordening genoemde onderzoeksprocedure van toepassing;

    c) verwijzingen naar artikel 6 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 6 van deze verordening;

    c) wanneer het basisbesluit verwijst naar artikel 6 van Besluit 1999/468/EG, is artikel 6 van deze verordening van toepassing;

    d) verwijzingen naar de artikelen 7 en 8 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 8 van deze verordening.

    d) wanneer het basisbesluit verwijst naar artikel 7 van Besluit 1999/468/EG, is artikel 8 van deze verordening van toepassing;

     

    d bis) wanneer het basisbesluit verwijst naar artikel 8 van Besluit 1999/468/EG, is artikel 6 bis van deze verordening van toepassing.

    2. De artikelen 3 en 7 van deze verordening zijn van toepassing op alle bestaande comités.

    2. De artikelen 3 en 7 van deze verordening zijn van toepassing op alle bestaande comités in de zin van lid 1.

    Motivering

    Het mechanisme van 'automatische aanpassing' waarin artikelen 9 en 10 voorzien, is kennelijk gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat alle uitvoeringsbevoegdheden die momenteel onder comitologieprocedures met uitzondering van RPT vallen, overeenkomstig het Verdrag van Lissabon moeten worden beschouwd als bevoegdheden voor het goedkeuren van uitvoeringshandelingen in de zin van artikel 291 VWEU. Daarmee wordt voorbijgegaan aan het feit dat er uitvoeringsbevoegdheden kunnen zijn die binnen de categorie van gedelegeerde handelingen (artikel 290 VWEU) vallen, zelfs als ze niet onder RPT vallen. Daarom dient elke aanpassing van bestaande wetgeving geval per geval te gebeuren.

    PROCEDURE

    Titel

    Controle door de lidstaten op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051(COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

           Datum bekendmaking

    IMCO

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur voor advies

           Datum benoeming

    Louis Grech

    7.4.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    10.5.2010

     

     

     

    Datum goedkeuring

    3.6.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    36

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Pablo Arias Echeverría, Cristian Silviu Buşoi, Lara Comi, António Fernando Correia De Campos, Jürgen Creutzmann, Christian Engström, Evelyne Gebhardt, Małgorzata Handzlik, Malcolm Harbour, Philippe Juvin, Sandra Kalniete, Eija-Riitta Korhola, Kurt Lechner, Toine Manders, Hans-Peter Mayer, Mitro Repo, Robert Rochefort, Zuzana Roithová, Heide Rühle, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Catherine Stihler, Róża Gräfin Von Thun Und Hohenstein, Kyriacos Triantaphyllides, Emilie Turunen, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Ashley Fox, Anna Hedh, Constance Le Grip, Emma McClarkin, Morten Messerschmidt, María Muñiz De Urquiza, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Wim van de Camp

    ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (1.6.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – (2010/0051(COD))

    Rapporteur: Saïd El Khadraoui

    BEKNOPTE MOTIVERING

    In artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is het raamwerk voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen neergelegd. Volgens artikel 291, lid 3, leggen het Europees Parlement en de Raad aan de hand van verordeningen op voorhand de algemene voorschriften en beginselen vast die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

    De automatische aanpassing van de huidige raadplegings-, beheers- en regelgevingsprocedure (art. 3, 4 en 5 van het vigerende comitologiebesluit) is geen goede zaak. Er moet zorgvuldig worden nagegaan welke onderdelen van het bestaande acquis onder de in artikel 290 van het VWEU vermelde bepalingen inzake gedelegeerde handelingen vallen. De Commissie moet hiertoe passende wetgevingsvoorstellen indienen. Totdat dit grondige onderzoek heeft plaatsgevonden, moeten gepaste overgangsbepalingen de prerogatieven van de wetgevers veiligstellen.

    De kans om euvels in bestaande praktijken te verhelpen, moet worden benut. Het Parlement moet met name betere toegang krijgen tot informatie over uitvoeringswerkzaamheden. Artikel 8 van de voorgestelde verordening moet daarom worden aangescherpt.

    Momenteel omvatten uitvoeringswerkzaamheden niet alleen de opstelling van uitvoeringshandelingen. Er zijn ook gevallen waarin de wetgever op de hoogte zou moeten zijn van de omstandigheden van het ontbreken van een uitvoeringshandeling (bijvoorbeeld in de conformiteitscontroleprocedure van artikel 5 van verordening (EG) nr. 2099/2002, waarmee wordt beoordeeld of het noodzakelijk is IMO-regels om te zetten in EU-wetgeving).

    In bepaalde gevallen waarvoor het comitologiebesluit van toepassing was, kreeg het Parlement toegang tot informatie dankzij samenwerking tussen de instellingen waarbij de periode van een maand voor de uitoefening van het recht van controle een rol speelde (bijvoorbeeld bij vertrouwelijke werkzaamheden zoals die voor de opstelling van de zwarte lijst van luchtvaartmaatschappijen, waarvoor een op consensus berustende spoedprocedure toegepast wordt). De afschaffing van deze periode lijkt alleen aanvaardbaar als het Parlement de garantie heeft dat het tijdig en zonder beperkingen toegang krijgt tot informatie.

    AMENDEMENTEN

    De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 12

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (12) Het Europees Parlement en de Raad moeten op gezette tijden in kennis worden gesteld van de werkzaamheden van de comités.

    (12) Het Europees Parlement en de Raad moeten op hetzelfde moment als de leden van de comités volledig in kennis worden gesteld van de werkzaamheden van de comités.

    Motivering

    Het Parlement moet beter worden ingelicht.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 14 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (14 bis) Totdat het EU-acquis in dit opzicht is aangepast aan het Verdrag van Lissabon, moeten het Europees Parlement en de Raad door middel van overgangsvoorschriften in staat worden gesteld om per geval passende controle uit te oefenen op de bevoegdheden die aan de Commissie zijn toegekend uit hoofde van artikel 202 van het EG-Verdrag en die nu onder de in artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vermelde bevoegdheidsdelegatie vallen.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 3 - lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie.

    2. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie. Vertegenwoordigers van het Europees Parlement hebben het recht om als waarnemers aanwezig te zijn.

    Motivering

    Het Parlement moet beter worden ingelicht.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 - lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben op hetzelfde moment als de comités toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens en tot alle andere informatie die de comités tijdens hun werkzaamheden voorgelegd krijgen. Latere wijzigingen in documenten die aan het Europees Parlement en de Raad worden voorgelegd, moeten duidelijk geïdentificeerd worden, maar mogen de transparantie tussen de instellingen in geen geval verminderen.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 8 bis

    Kwesties die onderworpen worden aan de werkzaamheden van de comités

     

    Het Europees Parlement en de Raad mogen elke kwestie die aan de werkzaamheden van de comités onderworpen wordt, analyseren, bediscussiëren en becommentariëren.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 9 - lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. De gevolgen van artikel 5 bis van het ingetrokken besluit blijven gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten waarin naar dat artikel wordt verwezen.

    2. De gevolgen van artikel 5 bis, leden 3 en 4 uitgezonderd, van het ingetrokken besluit blijven gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten waarin naar dat artikel wordt verwezen. Artikel 10, lid 2 bis, van deze verordening is eveneens van toepassing.

    Motivering

    Van toepassing is de minimumperiode om bezwaar aan te tekenen tegen gedelegeerde handelingen die is vastgesteld in de resolutie van het Parlement van 5 mei 2010 over de bevoegdheidsdelegatie.

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 - Titel

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Aanpassing van bestaande basisbesluiten

    Overgangsbepalingen

    Motivering

    Er moet worden benadrukt dat het om tijdelijke bepalingen gaat, die niet meer zullen gelden zodra het hele acquis voor wat betreft gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen aan het Verdrag van Lissabon is aangepast.

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 – lid 2 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    2 bis. Onderstaande procedure is van toepassing op maatregelen van algemene strekking.

     

    a) Alvorens een maatregel goed te keuren, dient de Commissie een definitief ontwerp in bij het Europees Parlement en de Raad.

     

    b) Het Europees Parlement of de Raad kan binnen twee maanden na de datum van indiening bezwaar maken tegen de maatregel. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met twee maanden verlengd.

     

    c) Indien noch het Europees Parlement, noch de Raad bij het verstrijken van deze termijn bezwaar hebben gemaakt tegen de maatregel, keurt de Commissie deze goed. Indien het Europees Parlement en de Raad de Commissie allebei laten weten niet voornemens te zijn bezwaar te maken, kan de maatregel vóór het verstrijken van deze periode worden aangenomen en van kracht worden.

     

    d) Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt tegen een maatregel, wordt deze niet goedgekeurd. De instelling die bezwaar maakt tegen de maatregel, geeft aan waarom zij dit doet.

    Motivering

    Dit mechanisme waarborgt de prerogatieven van de wetgevers en is bedoeld voor gevallen waarin een regelgevings- of beheersprocedure voor de vaststelling van maatregelen van algemene strekking moet worden vervangen door een procedure voor gedelegeerde handelingen. De periode waarin bezwaar kan worden gemaakt, is de minimumperiode voor het aantekenen van bezwaar tegen gedelegeerde handelingen die is vastgesteld in de resolutie van het Parlement van 5 mei 2010 over de bevoegdheidsdelegatie.

    PROCEDURE

    Titel

    Wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051 (COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

    Datum bekendmaking

    TRAN

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur voor advies

    Datum benoeming

    Saïd El Khadraoui

    27.4.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    31.5.2010

     

     

     

    Datum goedkeuring

    1.6.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    39

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Antonio Cancian, Michael Cramer, Ryszard Czarnecki, Luis de Grandes Pascual, Christine De Veyrac, Saïd El Khadraoui, Ismail Ertug, Carlo Fidanza, Knut Fleckenstein, Mathieu Grosch, Ville Itälä, Dieter-Lebrecht Koch, Georgios Koumoutsakos, Werner Kuhn, Jörg Leichtfried, Eva Lichtenberger, Marian-Jean Marinescu, Gesine Meissner, Vilja Savisaar, Olga Sehnalová, Dirk Sterckx, Silvia-Adriana Ţicău, Thomas Ulmer, Dominique Vlasto, Roberts Zīle

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Jean-Paul Besset, Spyros Danellis, Tanja Fajon, Markus Ferber, Nathalie Griesbeck, Gilles Pargneaux, Dominique Riquet, Alfreds Rubiks, Salvatore Tatarella, Oldřich Vlasák, Sabine Wils

    ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling (23.6.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD))

    Rapporteur voor advies: Danuta Maria Hübner

    AMENDEMENTEN

    De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 4

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor een dergelijke controle duidelijk en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures de institutionele vereisten van het Verdrag alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG tot uiting komen.

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor een dergelijke controle duidelijk, transparant en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures het nieuwe institutionele kader en de nieuwe institutionele vereisten van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG terdege tot uiting komen.

    Motivering

    Verduidelijking in verband met het nieuwe institutionele kader dat is ingesteld door het Verdrag van Lissabon.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 4 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (4 bis) Het nieuwe institutionele kader versterkt de rol als medewetgever van het Europees Parlement, dat op voet van gelijkheid wordt geplaatst met de Raad in de context van de gewone wetgevingsprocedure. Het is in dit verband passend dat het Europees Parlement en de Raad de mogelijkheid krijgen dat met hun standpunten op voet van gelijkheid rekening wordt gehouden als een van beide van mening is dat een ontwerpmaatregel die aan een comité is voorgelegd de bij het basisbesluit aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt.

    Motivering

    Een verwijzing naar de grotere rol van het Europees Parlement als medewetgever in het nieuwe institutionele kader.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 4 ter (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (4 ter) Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie stelt de toekenning van uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie afhankelijk van de noodzaak de uitvoeringshandelingen op uniforme wij toe te passen, waarbij de controle van de lidstaten op de uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie moet beantwoorden aan criteria van doelmatigheid en samenhang.

    Motivering

    De noodzaak de uitvoeringshandelingen op uniforme wijze toe te passen is fundamenteel voor de toekenning van uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie. De controle door de lidstaten moet op doelmatige wijze geschieden om resultaat te behalen en moet op samenhangende wijze worden uitgevoerd om de voorspelbaarheid van de controle te verzekeren.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 5

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (5) Voor die basisbesluiten waarvoor de controle van de lidstaten op de vaststelling door de Commissie van uitvoeringshandelingen is vereist, is het wenselijk dat voor de uitvoering van een dergelijke controle comités worden opgericht die uit vertegenwoordigers van de lidstaten zijn samengesteld en door de Commissie worden voorgezeten.

    (5) Voor die basisbesluiten waarvoor de vaststelling door de Commissie van uitvoeringshandelingen is vereist, is het wenselijk dat voor de uitvoering van een controle door de lidstaten als voorzien in artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie comités worden opgericht die uit vertegenwoordigers van de lidstaten zijn samengesteld en door de Commissie worden voorgezeten.

    Motivering

    De vereiste van controle door de lidstaten vloeit voort uit het Verdrag en niet uit de basisbesluiten zelf.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 8

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (8) Er dienen criteria te worden vastgesteld om de procedure te bepalen die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen. Om een grotere samenhang tot stand te brengen en ervoor te zorgen dat de procedurele voorschriften in verhouding staan tot de aard van de vast te stellen uitvoeringshandelingen, moeten die criteria bindend zijn.

    (8) Er dienen criteria te worden vastgesteld om de procedure te bepalen die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen om een grotere samenhang en voorspelbaarheid omtrent de aard van de vast te stellen uitvoeringshandelingen tot stand te brengen. Die criteria moeten echter een niet-bindend karakter hebben en de procedure die gebruikt moet worden moet in elk basisbesluit worden bepaald.

    Motivering

    De keuze van de procedure moet van geval tot geval worden overgelaten aan de wetgever, zodat de wetgever voor elk afzonderlijk wetgevingsbesluit kan vaststellen wat de mogelijke gevolgen van de aard van de gekozen procedure zullen zijn.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (9) De onderzoeksprocedure dient alleen te worden toegepast voor de vaststelling van maatregelen met algemene strekking die tot doel hebben basisbesluiten ten uitvoer te leggen en van specifieke maatregelen met potentieel significante gevolgen. Die procedure moet voorzien in een zodanige controle door de lidstaten dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerp-maatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    (9) De onderzoeksprocedure dient, in voorkomend geval, te worden toegepast ten aanzien van maatregelen met algemene strekking die tot doel hebben basisbesluiten ten uitvoer te leggen en van specifieke maatregelen met aanzienlijke, ook budgettaire gevolgen. Die procedure moet voorzien in een zodanige controle door de lidstaten dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerp-maatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    Motivering

    Verduidelijking van het niet-bindende karakter van de procedures, waarbij de onderzoeksprocedure (die meer bevoegdheden toekent aan de lidstaten) wordt gereserveerd voor belangrijker maatregelen.

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 12

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (12) Het Europees Parlement en de Raad moeten op gezette tijden in kennis worden gesteld van de werkzaamheden van de comités.

    (12) Het Europees Parlement en de Raad moeten in kennis worden gesteld van alle werkzaamheden van de comités en de desbetreffende documentatie, en wel tegelijk met en op dezelfde voorwaarden als de comités.

    Motivering

    Het recht van het Parlement om tijdig en in de vereiste vorm in kennis gesteld te worden moet verzekerd zijn.

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 14

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (14) Besluit 1999/468/EG dient te worden ingetrokken. Om de overgang tot stand te brengen tussen de regeling van Besluit 1999/468/EG en deze verordening moet elke verwijzing in bestaande wetgeving naar procedures uit dat besluit - met uitzondering van de in artikel 5 bis van dat besluit bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing worden beschouwd als een verwijzing naar de overeenkomstige procedures in deze verordening. De gevolgen van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG moeten worden gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten die naar dat artikel verwijzen.

    (14) Besluit 1999/468/EG dient te worden ingetrokken. Om de overgang tot stand te brengen tussen de regeling van Besluit 1999/468/EG en deze verordening moet een overgangsregeling gelden waarbij elke verwijzing in bestaande wetgeving naar procedures uit dat besluit - met uitzondering van de in artikel 5 bis van dat besluit bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing wordt beschouwd als een verwijzing naar de overeenkomstige procedures in deze verordening. De gevolgen van artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG moeten worden gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten die naar dat artikel verwijzen. Deze overgangsregeling doet niets af aan het recht van de wetgever om te beslissen over de procedure die wordt gekozen voor alle toekomstige wetgevingsbesluiten.

    Motivering

    Afstemming moet altijd als overgangsmaatregel worden gezien en mag geen afbreuk doen aan het recht van de wetgever om te beslissen welke soorten besluiten en procedures in de toekomst zullen gelden.

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij het op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) vereist is dat de vaststelling van bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de controleprocedures en -regelingen die gelden in de gevallen waarbij op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend, waarbij uniforme voorwaarden voor de uitvoering van dat besluit nodig zijn.

    Motivering

    Aanpassing van de tekst aan artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    Amendement  10

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. De onderzoeksprocedure is alleen van toepassing voor de vaststelling van:

    a) uitvoeringsmaatregelen met algemene strekking;

    b) andere uitvoeringsmaatregelen met betrekking tot:

    2. Onverminderd lid 1 dient de onderzoeksprocedure, in voorkomend geval, van toepassing te zijn voor de vaststelling van uitvoeringsmaatregelen met algemene strekking en van specifieke maatregelen met aanzienlijke, ook budgettaire gevolgen.

    i) het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid;

     

    ii) het milieu, de beveiliging en veiligheid of bescherming van de gezondheid of de veiligheid van mensen, dieren of planten;

     

    iii) de gemeenschappelijke handelspolitiek.

     

    Amendement  11

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    3. Voor alle andere uitvoeringsmaatregelen en voor de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen waar dit wenselijk wordt geacht, is de raadplegingsprocedure van toepassing.

    3. Onverminderd lid 2 geldt de raadplegingsprocedure in alle gevallen waarin dit wenselijk wordt geacht.

    Amendement  12

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 3 – lid 6 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    6 bis. Wanneer in het comité wordt gestemd, stemt de voorzitter niet mee.

    Amendement  13

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    2. Het Europees Parlement en de Raad moeten in kennis worden gesteld van alle werkzaamheden van de comités en de in lid 1 bedoelde gegevens, en wel tegelijk met en op dezelfde voorwaarden als de comités.

    Amendement  14

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 8 bis

     

    Recht van het Europees Parlement en de Raad om controle uit te oefenen

     

    Indien het Europees Parlement of de Raad van oordeel is dat een ontwerpmaatregel die overeenkomstig een krachtens artikel 294 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goedgekeurd basisbesluit aan een comité is voorgelegd, de in het basisbesluit voorziene bevoegdheden overschrijdt, dan wordt dit medegedeeld aan de Commissie, die de ontwerpmaatregel vervolgens aan een nieuw onderzoek onderwerpt. Rekening houdend met het aangetekende bezwaar kan de Commissie binnen de termijnen van de lopende procedure het comité nieuwe ontwerpmaatregelen voorleggen, de procedure voortzetten of het Europees Parlement en de Raad een voorstel op basis van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voorleggen.

     

    De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad en het comité in kennis van de actie die zij overweegt te ondernemen in verband met het aangetekende bezwaar en van de redenen daarvoor.

    Motivering

    De wetgever moet het recht houden bezwaar aan te tekenen tegen maatregelen die zijn vastgesteld volgens het wetgevingsbesluit.

    Amendement  15

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 - titel

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Aanpassing van bestaande basisbesluiten

    Overgangsbepalingen

    Amendement  16

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 – lid 1 – letter d

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    d) verwijzingen naar de artikelen 7 en 8 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 8 van deze verordening.

    d) verwijzingen naar de artikelen 7 en 8 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar respectievelijk de artikelen 8 en 8 bis van deze verordening.

    Amendement  17

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 – lid 1 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    1 bis. De in lid 1, letters a) t/m c), bedoelde overgangsregeling doet niets af aan het recht van de wetgever om te beslissen over de procedure die wordt toegepast in toekomstige basisbesluiten.

    PROCEDURE

    Titel

    Controle door de lidstaten op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051(COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

           Datum bekendmaking

    REGI

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur voor advies

           Datum benoeming

    Danuta Maria Hübner

    27.4.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    2.6.2010

     

     

     

    Datum goedkeuring

    21.6.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    40

    1

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Luís Paulo Alves, Charalampos Angourakis, Sophie Auconie, Catherine Bearder, Jean-Paul Besset, Victor Boştinaru, Zuzana Brzobohatá, John Bufton, Alain Cadec, Salvatore Caronna, Tamás Deutsch, Danuta Maria Hübner, Ian Hudghton, Evgeni Kirilov, Constanze Angela Krehl, Petru Constantin Luhan, Ramona Nicole Mănescu, Iosif Matula, Erminia Mazzoni, Miroslav Mikolášik, Franz Obermayr, Jan Olbrycht, Wojciech Michał Olejniczak, Markus Pieper, Tomasz Piotr Poręba, Monika Smolková, Georgios Stavrakakis, Nuno Teixeira, Lambert van Nistelrooij, Oldřich Vlasák, Kerstin Westphal, Joachim Zeller

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Jens Geier, Catherine Grèze, Andrey Kovatchev, Marie-Thérèse Sanchez-Schmid, Elisabeth Schroedter, Richard Seeber, Dimitar Stoyanov

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

    Marian Harkin, Stanimir Ilchev, Alexandra Thein

    ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (5.5.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD))

    Rapporteur: Paolo De Castro

    BEKNOPTE MOTIVERING

    In het huidige comitologiesysteem is het GLB het beleidsterrein met verreweg de meeste comitologiehandelingen: in 2006 hechtte de Commissie goedkeuring aan 1576 uitvoeringsmaatregelen (2007: 963 maatregelen; 2008: 439 maatregelen).

    In bijna alle gevallen betreft het een goedkeuring volgens de 'beheersprocedure' zoals bedoeld in artikel 4 van Besluit 1999/468/EG van de Raad.

    Nu het Verdrag van Lissabon in werking is getreden, moeten de bestaande comitologiebepalingen worden vervangen door gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen overeenkomstig de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    Deze aanpassing van de bestaande wetgeving aan de bepalingen van het Verdrag van Lissabon is met name van groot belang voor de beleidsterreinen die (zoals het landbouwbeleid) niet zijn goedgekeurd via de medebeslissingsprocedure en waarop dus vanaf 2006 geen versterkte parlementaire controle middels de regelgevingsprocedure met toezicht is uitgeoefend.

    Vanwege het grote aantal van dit soort handelingen en het vaak ingewikkelde proces van het aanbrengen van een onderscheid tussen gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen, verwacht de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling moeilijke onderhandelingen met de Commissie en de medewetgever, op basis van een gevalsgewijze benadering.

    Het is daarom in dit stadium voor de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling onaanvaardbaar om bestaande 'beheersprocedures' om te zetten in uitvoeringshandelingen ("onderzoek"), zonder van geval tot geval te bekijken of de maatregel voldoet aan de criteria voor een gedelegeerde handeling.

    De Commissie wordt derhalve gevraagd zonder vertraging de noodzakelijke wetgevingsvoorstellen voor de aanpassing van het acquis te presenteren.

    Door de gewone wetgevingsprocedure op het gemeenschappelijk landbouwbeleid toe te passen, plaatst het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie het Europees Parlement en de Raad op voet van gelijkheid als medewetgevers. Het Parlement moet er derhalve naar streven ook op gelijke voet te worden behandeld in het geval van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen. Met name moeten ten minste zijn bestaande rechten worden gehandhaafd ten aanzien van de "comitologie"-handelingen in verband met basisbesluiten die onder de medebeslissingsprocedure zijn goedgekeurd (recht van toezicht, toegang tot informatie, enz.). Daarnaast moeten vertegenwoordigers van het Europees Parlement toegang hebben tot vergaderingen van de "comités van vertegenwoordigers van de lidstaten".

    Tot slot moeten zowel het Europees Parlement, als de Raad zich kunnen verzetten tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen die haaks staan op de intentie van de medewetgevers.

    AMENDEMENTEN

    De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Titel

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren

    Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

    Motivering

    De voorgestelde verordening heeft betrekking op alle elementen van de uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en niet alleen op de controle daarop. Daarnaast moet het EP, als medewetgever, op voet van gelijkheid worden geplaatst met de Raad.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen het Europees Parlement en de Raad nu de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) dienen het Europees Parlement en de Raad nu de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie.

    Motivering

    Zie motivering bij amendement 1.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 4

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor een dergelijke controle duidelijk en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures de institutionele vereisten van het Verdrag alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG tot uiting komen.

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor controle duidelijk en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures de institutionele vereisten van het VWEU, de gelijkwaardigheid van de rol van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van alle handelingen die volgens de normale wetgevingsprocedure worden goedgekeurd, alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG tot uiting komen.

    Motivering

    Verduidelijking

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 8

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (8) Er dienen criteria te worden vastgesteld om de procedure te bepalen die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen. Om een grotere samenhang tot stand te brengen en ervoor te zorgen dat de procedurele voorschriften in verhouding staan tot de aard van de vast te stellen uitvoeringshandelingen, moeten die criteria bindend zijn.

    (8) Onverminderd de procedure die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen, die in de basisbesluiten wordt vastgesteld, moet de onderzoeksprocedure in beginsel worden gebruikt voor de goedkeuring van algemene uitvoeringsmaatregelen, waar uniformiteit nodig is.

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (9) De onderzoeksprocedure dient alleen te worden toegepast voor de vaststelling van maatregelen met algemene strekking die tot doel hebben basisbesluiten ten uitvoer te leggen en van specifieke maatregelen met potentieel significante gevolgen. Die procedure moet voorzien in een zodanige controle door de lidstaten dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerp-maatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    (9) De onderzoeksprocedure moet voorzien in een zodanige controle dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerpmaatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 10

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (10) In alle andere gevallen alsook wanneer zij het meest geschikt wordt geacht, wordt de raadplegingsprocedure gebruikt.

    Schrappen

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij het op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) vereist is dat de vaststelling van bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) uniforme uitvoeringsvoorwaarden vereist zijn en waarin is bepaald dat de vaststelling van dergelijke bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Motivering

    Verduidelijking

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. De onderzoeksprocedure is alleen van toepassing voor de vaststelling van:

    2. De onderzoeksprocedure is in beginsel van toepassing voor de vaststelling van algemene uitvoeringsmaatregelen, waar eenvormige voorwaarden nodig zijn.

    a) uitvoeringsmaatregelen met algemene strekking;

     

    b) andere uitvoeringsmaatregelen met betrekking tot:

     

    (i) het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid;

     

    (ii) het milieu, de beveiliging en veiligheid of bescherming van de gezondheid of de veiligheid van mensen, dieren of planten;

     

    (iii) de gemeenschappelijke handelspolitiek.

     

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    3. Voor alle andere uitvoeringsmaatregelen en voor de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen waar dit wenselijk wordt geacht, is de raadplegingsprocedure van toepassing.

    Schrappen

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  10

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 6 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 6 bis

     

    Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaren kenbaar maken tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen waarvan de goedkeuring wordt overwogen en die overeenkomstig een krachtens artikel 294 van het VWEU goedgekeurd basisbesluit aan een comité zijn voorgelegd, omdat zij menen dat die maatregelen indruisen tegen de intentie van de wetgever zoals tot uitdrukking gebracht in het basisbesluit, onderwerpt de Commissie die ontwerpmaatregelen aan een nieuw onderzoek.

     

    Rekening houdend met de redenen voor de bezwaren en binnen de termijnen van de lopende procedure kan de Commissie het comité nieuwe ontwerpmaatregelen voorleggen of bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel op basis van het VWEU indienen.

     

    De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad en het comité in kennis van de actie die zij overweegt te ondernemen en van de redenen daarvoor.

    Motivering

    Het bestaande recht van controle van het EP moet worden gehandhaafd. Artikel 8 van Besluit 99/468 moet derhalve in de verordening worden opgenomen en zodanig worden geherformuleerd dat het Europees Parlement en de Raad bezwaren kunnen kenbaar maken tegen maatregelen die in hun optiek indruisen tegen de intentie van de wetgever zoals tot uitdrukking gebracht in het basisbesluit.

    Amendement  11

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    e bis) de standpunten en overwegingen van de vertegenwoordigers van de lidstaten

    Motivering

    De standpunten van de vertegenwoordigers van de lidstaten zijn toegankelijk voor het Europees Parlement (waarvan alle zittingen en commissievergaderingen openbaar zijn).

    Amendement  12

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    2. Het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten hebben in gelijke mate toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens. Daartoe ontvangen het Europees Parlement en de Raad, op hetzelfde moment als de leden van de comités en op dezelfde voorwaarden, alle in lid 1 bedoelde informatie.

    Motivering

    Het amendement verduidelijkt de modaliteiten voor de terbeschikkingstelling van de informatie door het overnemen van de relevante bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord van 3 juni 2008.

    Amendement  13

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2 bis. Vertegenwoordigers van het Europees Parlement hebben als waarnemers toegang tot de comitévergaderingen.

    Motivering

    De comitévergaderingen zijn toegankelijk voor waarnemers van het Europees Parlement (waarvan alle zittingen en commissievergaderingen openbaar zijn).

    Amendement  14

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 9

    Intrekking van Besluit 1999/468/EG

    Schrappen

    Besluit 1999/468/EG wordt ingetrokken.

     

    De gevolgen van artikel 5 bis van het ingetrokken besluit blijven gehandhaafd voor de toepassing van de bestaande basisbesluiten waarin naar dat artikel wordt verwezen.

     

    Motivering

    Technisch en juridisch gevolg van de schrapping van artikel 10.

    Amendement  15

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 10

    Aanpassing van bestaande basisbesluiten

    1. Wanneer vóór de inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde basisbesluiten voorzien in de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig Besluit 1999/468/EG zijn de volgende regels van toepassing:

    Schrappen

    (a) verwijzingen naar artikel 3 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 4 van deze verordening;

     

    (b) verwijzingen naar de artikelen 4 en 5 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 5 van deze verordening;

     

    (c) verwijzingen naar artikel 6 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 6 van deze verordening;

     

    (d) verwijzingen naar de artikelen 7 en 8 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 8 van deze verordening.

     

    2. De artikelen 3 en 7 van deze verordening zijn van toepassing op alle bestaande comités.

     

    Motivering

    Aanpassing van het acquis aan de huidige bepalingen betreffende gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen is van essentieel belang voor die beleidsterreinen waar de wetgeving vóór de inwerkingtreding niet op basis van COD-procedure werd aangenomen. Deze bepalingen moeten op zo kort mogelijke termijn van geval tot geval worden beoordeeld. Een automatische aanpassing, zoals voorgesteld door de Commissie, zou de bevoegdheden van het Europees Parlement ondermijnen.

    Amendement  16

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 10 bis

     

    Aanpassing van bestaande wetgeving

     

    Vóór 31 december 2010 onderzoekt de Commissie de vigerende communautaire wetgeving en doet zij de nodige wetgevingsvoorstellen om deze wetgeving aan te passen aan de bepalingen van het Verdrag van Lissabon, in het bijzonder aan de artikelen 290 en 291 van het VWEU.

    Motivering

    Aanpassing van het acquis aan de huidige bepalingen betreffende gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen is van essentieel belang voor die beleidsterreinen waar de wetgeving vóór de inwerkingtreding niet op basis van COD-procedure werd aangenomen. Deze bepalingen moeten op zo kort mogelijke termijn van geval tot geval worden beoordeeld.

    Amendement  17

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 12 – alinea 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Artikel 10 is van toepassing met ingang van 1 december 2010.

    Schrappen

    Motivering

    Gevolg van de schrapping van artikel 10.

    PROCEDURE

    Titel

    De wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051 (COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

    Datum bekendmaking

    AGRI

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur

    Datum benoeming

    Paolo De Castro

    17.3.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    12.4.2010

     

     

     

    Datum goedkeuring

    4.5.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    32

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Liam Aylward, Christophe Béchu, José Bové, Luis Manuel Capoulas Santos, Vasilica Viorica Dăncilă, Michel Dantin, Paolo De Castro, Albert Deß, Herbert Dorfmann, Lorenzo Fontana, Béla Glattfelder, Martin Häusling, Esther Herranz García, Peter Jahr, Elisabeth Jeggle, Stéphane Le Foll, George Lyon, Gabriel Mato Adrover, Mairead McGuinness, Krisztina Morvai, James Nicholson, Rareş-Lucian Niculescu, Wojciech Michał Olejniczak, Georgios Papastamkos, Marit Paulsen, Britta Reimers, Ulrike Rodust, Giancarlo Scottà, Czesław Adam Siekierski, Csaba Sándor Tabajdi

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

    Spyros Danellis, Milan Zver

    ADVIES van de Commissie visserij (15.6.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD))

    Rapporteur voor advies: Werner Kuhn

    BEKNOPTE MOTIVERING

    Na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon moeten de bestaande comitologiebepalingen overeenkomstig de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden vervangen door gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen.

    Deze aanpassing van de bestaande wetgeving aan de bepalingen van het Verdrag van Lissabon is met name van groot belang voor de beleidsterreinen die (zoals het visserijbeleid) niet zijn goedgekeurd via de medebeslissingsprocedure en waarop dus vanaf 2006 geen versterkte parlementaire controle middels de regelgevingsprocedure met toezicht is uitgeoefend.

    Vanwege het grote aantal van dit soort handelingen en het vaak ingewikkelde proces van het aanbrengen van een onderscheid tussen gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen, verwacht de Commissie visserij moeilijke onderhandelingen met de Commissie en de medewetgever, op basis van een gevalsgewijze benadering.

    Door de gewone wetgevingsprocedure op het gemeenschappelijk visserijbeleid toe te passen, plaatst het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie het Europees Parlement en de Raad op voet van gelijkheid als medewetgevers. Het Parlement moet er derhalve naar streven ook op voet van gelijkheid te worden behandeld in het geval van gedelegeerde en uitvoeringshandelingen. Met name moeten ten minste zijn bestaande rechten worden gehandhaafd ten aanzien van de "comitologie"-handelingen in verband met basisbesluiten die onder de medebeslissingsprocedure zijn goedgekeurd (recht van controle, toegang tot informatie, enz.). Daarnaast moeten vertegenwoordigers van het Europees Parlement toegang hebben tot vergaderingen van de "comités van vertegenwoordigers van de lidstaten".

    Tot slot moeten zowel het Europees Parlement, als de Raad zich kunnen verzetten tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen die haaks staan op de intentie van de medewetgevers.

    AMENDEMENTEN

    De Commissie visserij verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Titel

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren

    Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

    Motivering

    De voorgestelde verordening heeft betrekking op alle elementen van de uitvoeringsbevoegdheden overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en niet alleen op de controle daarop. Daarnaast moet het EP, als medewetgever, op voet van gelijkheid worden geplaatst met de Raad.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen het Europees Parlement en de Raad nu de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren.

    (3) Volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienen het Europees Parlement en de Raad nu de algemene voorschriften en beginselen vast te stellen die van toepassing zijn op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie.

    Motivering

    Zie motivering bij amendement 1.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 4

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor een dergelijke controle duidelijk en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures de institutionele vereisten van het Verdrag alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG tot uiting komen.

    (4) Het is noodzakelijk ervoor te zorgen dat de procedures voor controle duidelijk en doeltreffend zijn en in verhouding staan tot de aard van de uitvoeringshandelingen en dat in die procedures de institutionele vereisten van het Verdrag, de gelijkwaardigheid van de rol van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van alle handelingen die volgens de normale wetgevingsprocedure worden goedgekeurd, alsook de ervaring die is opgedaan bij en de gebruikelijke werkmethoden die voortvloeiden uit de toepassing van Besluit 1999/468/EG tot uiting komen.

    Motivering

    Verduidelijking.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 8

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (8) Er dienen criteria te worden vastgesteld om de procedure te bepalen die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen. Om een grotere samenhang tot stand te brengen en ervoor te zorgen dat de procedurele voorschriften in verhouding staan tot de aard van de vast te stellen uitvoeringshandelingen, moeten die criteria bindend zijn.

    (8) Onverminderd de procedure die gebruikt moet worden voor de vaststelling van de uitvoeringshandelingen, die in de basisbesluiten wordt vastgesteld, moet de onderzoeksprocedure in beginsel worden gebruikt voor de goedkeuring van algemene uitvoeringsmaatregelen, waar uniformiteit nodig is.

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (9) De onderzoeksprocedure dient alleen te worden toegepast voor de vaststelling van maatregelen met algemene strekking die tot doel hebben basisbesluiten ten uitvoer te leggen en van specifieke maatregelen met potentieel significante gevolgen. Die procedure moet voorzien in een zodanige controle door de lidstaten dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerpmaatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    (9) De onderzoeksprocedure moet voorzien in een zodanige controle dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerpmaatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 10

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (10) In alle andere gevallen alsook wanneer zij het meest geschikt wordt geacht, wordt de raadplegingsprocedure gebruikt.

    Schrappen

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij het op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) vereist is dat de vaststelling van bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) uniforme uitvoeringsvoorwaarden vereist zijn en waarin is bepaald dat de vaststelling van dergelijke bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Motivering

    Verduidelijking.

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. De onderzoeksprocedure is alleen van toepassing voor de vaststelling van:

    2. De onderzoeksprocedure is in beginsel van toepassing voor de vaststelling van algemene uitvoeringsmaatregelen, waar uniformiteit nodig is.

    a) uitvoeringsmaatregelen met algemene strekking;

     

    b) andere uitvoeringsmaatregelen met betrekking tot:

     

    i) het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid;

     

    ii) het milieu, de beveiliging en veiligheid of bescherming van de gezondheid of de veiligheid van mensen, dieren of planten;

     

    iii) de gemeenschappelijke handelspolitiek.

     

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    3. Voor alle andere uitvoeringsmaatregelen en voor de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen waar dit wenselijk wordt geacht, is de raadplegingsprocedure van toepassing.

    Schrappen

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure te gebruiken, die de Commissie meer bevoegdheden geeft, ofwel de onderzoeksprocedure, die de lidstaten meer bevoegdheden geeft, moet aan de medewetgever van het basisbesluit worden overgelaten.

    Amendement  10

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 6 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 6 bis

     

    Bezwaren tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen

     

    Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaren kenbaar maakt tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen waarvan de goedkeuring wordt overwogen en die overeenkomstig een krachtens artikel 294 van het Verdrag goedgekeurd basisbesluit aan een comité zijn voorgelegd, omdat zij menen dat die maatregelen indruisen tegen de intentie van de wetgever zoals tot uitdrukking gebracht in het basisbesluit, onderwerpt de Commissie die ontwerpmaatregelen aan een nieuw onderzoek.

     

    Rekening houdend met de redenen voor de bezwaren en binnen de termijnen van de lopende procedure kan de Commissie het comité nieuwe ontwerpmaatregelen voorleggen of bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel op basis van het Verdrag indienen.

     

    De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad en het comité in kennis van de actie die zij overweegt te ondernemen en van de redenen daarvoor.

    Motivering

    Het bestaande recht van controle van het EP moet worden gehandhaafd. Vandaar dat artikel 8 van besluit 99/468 in de verordening moet worden opgenomen.

    Amendement  11

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – letter e bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    e bis) de standpunten en redenen van de vertegenwoordigers van de lidstaten

    Motivering

    De standpunten van de vertegenwoordigers van de lidstaten zijn toegankelijk voor het Europees Parlement (waarvan alle zittingen en commissievergaderingen openbaar zijn).

    Amendement  12

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    2. Het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten hebben in gelijke mate toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens. Daartoe ontvangen het Europees Parlement en de Raad, op hetzelfde moment als de leden van de comités en op dezelfde voorwaarden, alle in lid 1 bedoelde informatie.

    Motivering

    Het amendement verduidelijkt de modaliteiten voor de terbeschikkingstelling van de informatie door het overnemen van de relevante bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord van 3 juni 2008.

    Amendement  13

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2 bis. Vertegenwoordigers van het Europees Parlement hebben als waarnemers toegang tot de comitévergaderingen.

    Motivering

    De comitévergaderingen zijn toegankelijk voor waarnemers van het Europees Parlement (waarvan alle zittingen en commissievergaderingen openbaar zijn).

    Amendement  14

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 10 bis

     

    Herzieningstermijn

     

    Vóór 31 december 2011 onderzoekt de Commissie de vigerende wetgeving van de Unie en doet zij de nodige wetgevingsvoorstellen om deze wetgeving aan te passen aan de bepalingen van het Verdrag van Lissabon, in het bijzonder aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

    Motivering

    Aanpassing van het acquis aan de huidige bepalingen betreffende gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen is van essentieel belang voor die beleidsterreinen die vóór de inwerkingtreding niet op basis van de COD-procedure zijn goedgekeurd. Deze bepalingen moeten op zo kort mogelijke termijn van geval tot geval worden beoordeeld.

    PROCEDURE

    Titel

    Controle door de lidstaten op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051(COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

           Datum bekendmaking

    PECH

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur voor advies

           Datum benoeming

    Werner Kuhn

    7.4.2010

     

     

    Datum goedkeuring

    2.6.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    18

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Josefa Andrés Barea, Kriton Arsenis, Alain Cadec, Carmen Fraga Estévez, Pat the Cope Gallagher, Carl Haglund, Werner Kuhn, Isabella Lövin, Maria do Céu Patrão Neves, Britta Reimers, Crescenzio Rivellini, Ulrike Rodust, Struan Stevenson, Jarosław Leszek Wałęsa

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Estelle Grelier, Raül Romeva i Rueda, Antolín Sánchez Presedo, Ioannis A. Tsoukalas

    ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (24.6.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7‑0073/2010 – 2010/0051(COD))

    Rapporteur voor advies: Juan Fernando López Aguilar

    AMENDEMENTEN

    De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 3 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (3 bis) Overeenkomstig artikel 52, lid 1 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie kan geen enkele uitvoeringsmaatregel de uitoefening van de in het handvest erkende rechten en vrijheden beperken indien deze beperkingen niet bij wet zijn gesteld en de wezenlijke inhoud van die rechten en vrijheden eerbiedigen.

    Motivering

    Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en het EU-Handvest wordt de regel dat grondrechten uitsluitend bij wet mogen worden beperkt, zoals reeds was bepaald in het Europees verdrag voor de rechten van de mens, bekrachtigd in artikel 52 van het Europees Handvest. Het Europees Parlement heeft het probleem van het niet eerbiedigen van de mensenrechten bij maatregelen die uit hoofde van de zogeheten comitologieprocedures worden goedgekeurd al herhaaldelijk aan de orde gesteld (zie de kwesties van de veiligehavenbeginselen, de beschikking van de Commissie inzake passende bescherming van persoonsgegevens in het kader van de overeenkomst tussen de EU en de VS inzake PNR en, meer recentelijk, de uitvoeringsbepalingen van de Schengengrenscode waarin het mandaat van FRONTEX wordt vastgelegd.

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 2 – letter b – punt iii bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    iii bis) de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid.

    Motivering

    De onderzoeksprocedure is per definitie de procedure die een belangrijke plaats toekent aan de controle door de lidstaten op de Commissie bij de uitoefening van de aan haar verleende uitvoeringsbevoegdheden en deze versterkt. Verbeterde controle door de lidstaten dient te worden ingevoerd, rekening houdend met het bijzondere belang van de relatie tussen de Europese en de nationale rechtsstelsels, als bedoeld in artikel 67, lid 1 van het VWEU en gezien het belang en de gevoeligheid van het beleid inzake vrijheid, veiligheid en recht . ("1. De Unie is een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, waarin de grondrechten en de verschillende rechtsstelsels en -tradities van de lidstaten worden geëerbiedigd.")

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    3. De gegevens van alle in lid 1, punten a) tot en met f), bedoelde documenten, alsmede de in lid 1, punt g), bedoelde informatie worden in het register bekendgemaakt.

    3. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie1 worden de gegevens en de tekst van alle in de punten a) tot en met f) van lid 1 bedoelde documenten alsook de in punt g) van lid 1 bedoelde informatie in het register bekendgemaakt.

     

    1 PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.

    Motivering

    Verordening 1049/2001 is reeds van toepassing op de tekst die verband houdt met de besluitvormingsprocedure voor comitologie. Alleen voor zover voorbereidende teksten direct beschikbaar zijn voor de buitenwereld kunnen alle belanghebbenden de aandacht van de instellingen, met name het Europees Parlement, vragen wanneer een ontwerpmaatregel als ongepast zou kunnen worden beschouwd. Door te zorgen voor voldoende transparantie in de voorbereidende fase van de uitvoeringsmaatregelen, dient de Europese Unie niet alleen het recht van haar burgers op transparantie maar ook de doelmatigheid van haar eigen besluitvormingsproces.

    PROCEDURE

    Titel

    Toezicht door de lidstaten op de uitoefening door de Commissie van haar uitvoeringsbevoegdheden

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051(COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

    Datum bekendmaking

    LIBE

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur voor advies

    Datum benoeming

    Juan Fernando López Aguilar

    10.5.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    23.6.2010

     

     

     

    Datum goedkeuring

    23.6.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    42

    2

    1

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Roberta Angelilli, Gerard Batten, Mario Borghezio, Emine Bozkurt, Simon Busuttil, Carlos Coelho, Cornelis de Jong, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Tanja Fajon, Kinga Gál, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Ágnes Hankiss, Anna Hedh, Salvatore Iacolino, Sophia in ‘t Veld, Lívia Járóka, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Timothy Kirkhope, Juan Fernando López Aguilar, Clemente Mastella, Louis Michel, Claude Moraes, Georgios Papanikolaou, Carmen Romero López, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Renate Sommer, Rui Tavares, Wim van de Camp, Axel Voss, Manfred Weber, Tatjana Ždanoka

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Alexander Alvaro, Edit Bauer, Andrew Henry William Brons, Anna Maria Corazza Bildt, Ioan Enciu, Nadja Hirsch, Ramón Jáuregui Atondo, Franziska Keller, Petru Constantin Luhan, Mariya Nedelcheva, Kyriacos Triantaphyllides

    ADVIES van de Commissie constitutionele zaken (15.6.2010)

    aan de Commissie juridische zaken

    over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
    (COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051(COD))

    Rapporteur: Ashley Fox

    AMENDEMENTEN

    De Commissie constitutionele zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een verordening

    Titel

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren

    Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

    Amendement  2

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 9

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (9) De onderzoeksprocedure dient alleen te worden toegepast voor de vaststelling van maatregelen met algemene strekking die tot doel hebben basisbesluiten ten uitvoer te leggen en van specifieke maatregelen met potentieel significante gevolgen. Die procedure moet voorzien in een zodanige controle door de lidstaten dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, tenzij in zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin de Commissie ondanks een negatief advies voor een beperkte termijn maatregelen moet kunnen vaststellen en toepassen. De Commissie moet ontwerpmaatregelen kunnen herzien indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    (9) De onderzoeksprocedure dient te voorzien in een methode voor controle die de lidstaten in staat stelt ervoor te zorgen dat maatregelen niet kunnen worden vastgesteld indien zij indruisen tegen het advies van het comité, of wanneer het comité geen advies geeft. De Commissie moet desalniettemin in zeer uitzonderlijke, in het basisbesluit vast te stellen omstandigheden maatregelen kunnen vaststellen en toepassen voor een beperkte termijn, waarbinnen zij de maatregelen ter controle aan de lidstaten voorlegt. De Commissie moet ontwerpmaatregelen kunnen herzien, rekening houdend met de standpunten die binnen het comité zijn ingenomen.

    Motivering

    Het besluit om ofwel de adviesprocedure ofwel de onderzoeksprocedure te gebruiken, moet aan de wetgever worden overgelaten in het basisbesluit. Wanneer er geen advies is of in het geval van een negatief advies moet de Commissie alleen voor een beperkte termijn maatregelen kunnen vaststellen, waarmee het de tijd krijgt haar oorspronkelijke voorstel te wijzigen.

    Amendement  3

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 10

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (10) In alle andere gevallen alsook wanneer zij het meest geschikt wordt geacht, wordt de raadplegingsprocedure gebruikt.

    (10) In gevallen waar de onderzoeksprocedure niet van toepassing is, wordt de raadplegingsprocedure gebruikt.

    Amendement  4

    Voorstel voor een verordening

    Overweging 12 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    (12 bis) Het Europees Parlement of de Raad kan de Commissie op elk moment te kennen geven dat een ontwerpuitvoeringshandeling de bij het basiswetgevingsbesluit verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt. In een dergelijk geval onderwerpt de Commissie de desbetreffende ontwerpmaatregel aan een hernieuwd onderzoek en brengt zij het Europees Parlement en de Raad op de hoogte van de actie die zij overweegt te ondernemen en van de redenen daarvoor.

    Motivering

    Een recht van controle, zoals voorheen voorzien in artikel 8 van het comitologiebesluit, is voor iedere medewetgever noodzakelijk om aan de Commissie kenbaar te kunnen maken dat hij van mening is dat een ontwerpuitvoeringsmaatregel de bij het basiswetgevingsbesluit verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt.

    Amendement  5

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij het op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) vereist is dat de vaststelling van bindende uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van lidstaten is onderworpen.

    Bij deze verordening worden de algemene voorschriften en beginselen vastgesteld die van toepassing zijn op de regelingen die gelden in de gevallen waarbij op grond van een juridisch bindende handeling van de Unie (hierna "basisbesluit" genoemd) uniforme uitvoeringsvoorwaarden noodzakelijk blijken en vereist is dat de vaststelling van uitvoeringshandelingen door de Commissie aan de controle van de lidstaten wordt onderworpen.

    Motivering

    Het moet duidelijk tot uiting komen dat artikel 291 VWEU het aan het Parlement en de Raad overlaat om vast te stellen in welke situaties uniforme voorwaarden noodzakelijk zijn voor de uitvoering van handelingen die in het kader van de gewone wetgevingsprocedure zijn vastgesteld en waarin dus uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie moeten worden overgedragen, en om te bepalen welke controles door de lidstaten van toepassing zijn op de uitoefening van dergelijke uitvoeringsbevoegdheden.

    Amendement  6

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 2 – lid 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. Overeenkomstig de aard van de desbetreffende uitvoeringsmaatregelen, kan een basisbesluit voorzien in de toepassing van de onderzoeksprocedure of de raadplegingsprocedure.

    1. Een basisbesluit kan voorzien in de toepassing van de onderzoeksprocedure of de raadplegingsprocedure, met inachtneming van de aard en de gevolgen van de desbetreffende uitvoeringsmaatregelen.

    Amendement  7

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 5 – lid 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    3. Wanneer de ontwerpmaatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité, worden die maatregelen door de Commissie niet vastgesteld. De voorzitter kan de ontwerpmaatregelen ter verdere bespreking voorleggen of een gewijzigde versie van de ontwerpmaatregelen indienen.

    3. Wanneer de ontwerpmaatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité, of wanneer het comité geen advies geeft, worden die maatregelen door de Commissie niet vastgesteld. De voorzitter kan de ontwerpmaatregelen ter verdere bespreking voorleggen of een gewijzigde versie van de ontwerpmaatregelen indienen.

    Motivering

    Een negatief advies en het ontbreken van een advies moeten dezelfde gevolgen hebben en leiden tot verdere besprekingen binnen het comité voordat de maatregelen eventueel worden vastgesteld.

    Amendement  8

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 5 – lid 4

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    4. Wanneer geen advies is uitgebracht, kan de Commissie de ontwerpmaatregelen vaststellen. Wanneer de Commissie de ontwerpmaatregelen niet vaststelt, kan de voorzitter een gewijzigde versie van de ontwerpmaatregelen aan het comité voorleggen.

    Schrappen

    Motivering

    Houdt verband met het amendement op artikel 5, lid 3.

    Amendement  9

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 6 – lid 3

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    3. De voorzitter legt onverwijld de in lid 2 bedoelde maatregelen aan het desbetreffende comité voor om diens advies te verkrijgen overeenkomstig de in het basisbesluit vastgestelde procedure.

    3. De voorzitter legt de in lid 2 bedoelde maatregelen onmiddellijk aan het desbetreffende comité voor om binnen één maand zijn advies te verkrijgen overeenkomstig de in het basisbesluit vastgestelde procedure.

    Amendement  10

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 6 bis (nieuw)

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

     

    Artikel 6 bis

     

    Bezwaren tegen ontwerpuitvoeringsmaatregelen

     

    Het Europees Parlement of de Raad mag op ieder moment aan de Commissie kenbaar maken dat een ontwerpuitvoeringsmaatregel de bij het basisbesluit verleende uitvoeringsbevoegdheden zijns inziens overschrijdt.

     

    Rekening houdend met de redenen voor de bezwaren en binnen de voor de lopende procedure geldende termijnen kan de Commissie het comité nieuwe ontwerpmaatregelen voorleggen of bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel op basis van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie indienen.

    Motivering

    Het bestaande recht van controle van het EP moet worden gehandhaafd.

    Amendement  11

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 1 – letter b

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    (b) de beknopte verslagen, samen met de lijsten van de autoriteiten en organisaties waarvan de personen die door de lidstaten zijn aangewezen om hen te vertegenwoordigen deel uitmaken,

    (b) de verslagen, samen met de lijsten van de autoriteiten en organisaties waarvan de personen die door de lidstaten zijn aangewezen om hen te vertegenwoordigen deel uitmaken,

    Amendement  12

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 8 – lid 2

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    2. Het Europees Parlement en de Raad hebben toegang tot de in lid 1 bedoelde gegevens.

    2. Het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten hebben in gelijke mate toegang tot de gegevens. Zij ontvangen alle in lid 1 bedoelde gegevens op hetzelfde tijdstip en onder dezelfde voorwaarden als de comités.

    Motivering

    Verduidelijking van de modaliteiten voor het doorgeven van gegevens, in overeenstemming met het interinstitutioneel akkoord van 3 juni 2008.

    Amendement  13

    Voorstel voor een verordening

    Artikel 10 – lid 1

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    1. Wanneer vóór de inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde basisbesluiten voorzien in de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig Besluit 1999/468/EG zijn de volgende regels van toepassing:

    1. In afwachting van de aanpassing van vóór de inwerkingtreding van deze verordening vastgestelde basisbesluiten die voorzien in de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie overeenkomstig Besluit 1999/468/EG, zijn de volgende regels van toepassing:

    a) verwijzingen naar artikel 3 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 4 van deze verordening;

    a) wanneer het basisbesluit verwijst naar artikel 3 van Besluit 1999/468/EG, is de in artikel 4 van deze verordening genoemde raadplegingsprocedure van toepassing;

    b) verwijzingen naar de artikelen 4 en 5 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 5 van deze verordening;

    b) wanneer het basisbesluit verwijst naar de artikelen 4 en 5 van Besluit 1999/468/EG, is de in artikel 5 van deze verordening genoemde onderzoeksprocedure van toepassing;

    c) verwijzingen naar artikel 6 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 6 van deze verordening;

    c) wanneer het basisbesluit verwijst naar artikel 6 van Besluit 1999/468/EG, is artikel 6 van deze verordening van toepassing;

    d) verwijzingen naar de artikelen 7 en 8 van Besluit 1999/468/EG gelden als verwijzingen naar artikel 8 van deze verordening.

    d) wanneer het basisbesluit verwijst naar de artikelen 7 en 8 van Besluit 1999/468/EG, is artikel 8 van deze verordening van toepassing;

    Motivering

    Er moet duidelijk worden gemaakt dat de overgangsregeling als bedoeld in artikel 10 van het voorstel slechts een technische oplossing is die geen afbreuk doet aan de noodzakelijke aanpassing van het acquis per geval.

    PROCEDURE

    Titel

    Controle door de lidstaten op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051(COD)

    Commissie ten principale

    JURI

    Advies uitgebracht door

           Datum bekendmaking

    AFCO

    24.3.2010

     

     

     

    Rapporteur voor advies

           Datum benoeming

    Ashley Fox

    3.5.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    17.5.2010

     

     

     

    Datum goedkeuring

    14.6.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    20

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Andrew Henry William Brons, Carlo Casini, Ashley Fox, Matthias Groote, Roberto Gualtieri, Zita Gurmai, Gerald Häfner, Ramón Jáuregui Atondo, Syed Kamall, Constance Le Grip, David Martin, Morten Messerschmidt, Paulo Rangel, Indrek Tarand, Rafał Trzaskowski

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Marietta Giannakou, Enrique Guerrero Salom, Alain Lamassoure, Íñigo Méndez de Vigo, Vital Moreira, Helmut Scholz

    PROCEDURE

    Titel

    Controle door de lidstaten op de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0083 – C7-0073/2010 – 2010/0051(COD)

    Datum indiening bij EP

    9.3.2010

    Commissie ten principale

           Datum bekendmaking

    JURI

    24.3.2010

    Medeadviserende commissie(s)

           Datum bekendmaking

    AFET

    24.3.2010

    DEVE

    24.3.2010

    INTA

    24.3.2010

    BUDG

    24.3.2010

     

    CONT

    24.3.2010

    ECON

    24.3.2010

    EMPL

    24.3.2010

    ENVI

    24.3.2010

     

    ITRE

    24.3.2010

    IMCO

    24.3.2010

    TRAN

    24.3.2010

    REGI

    24.3.2010

     

    AGRI

    24.3.2010

    PECH

    24.3.2010

    CULT

    24.3.2010

    LIBE

    24.3.2010

     

    AFCO

    24.3.2010

    FEMM

    24.3.2010

    PETI

    24.3.2010

     

    Geen advies

           Datum besluit

    BUDG

    2.6.2010

    CONT

    23.3.2010

    EMPL

    21.4.2010

    ITRE

    7.4.2010

     

    CULT

    22.3.2010

    FEMM

    20.4.2010

    PETI

    30.3.2010

     

    Rapporteur(s)

           Datum benoeming

    József Szájer

    23.3.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    28.4.2010

    31.5.2010

    23.6.2010

    5.7.2010

     

    2.9.2010

    22.11.2010

     

     

    Datum goedkeuring

    1.12.2010

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    23

    0

    1

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Raffaele Baldassarre, Luigi Berlinguer, Sebastian Valentin Bodu, Christian Engström, Marielle Gallo, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Klaus-Heiner Lehne, Antonio Masip Hidalgo, Jiří Maštálka, Alajos Mészáros, Evelyn Regner, Francesco Enrico Speroni, Dimitar Stoyanov, Alexandra Thein, Diana Wallis, Tadeusz Zwiefka

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Jan Philipp Albrecht, Sergio Gaetano Cofferati, Sajjad Karim, Kurt Lechner, Eva Lichtenberger, Toine Manders, Arlene McCarthy, Angelika Niebler, József Szájer

    Datum indiening

    6.12.2010