VERSLAG over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de totstandbrenging van nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed

6.12.2010 - (COM(2010)0105 – C7‑0315/2010 – 2010/0067(CNS)) - *

Commissie juridische zaken
Rapporteur: Tadeusz Zwiefka
PR_CNS_art55am


Procedure : 2010/0067(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A7-0360/2010
Ingediende teksten :
A7-0360/2010
Debatten :
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de totstandbrenging van nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed

(COM(2010)0105 – C7‑0102/2010 – 2010/0067(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging – )

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2010)0105),

–   gelet op artikel 81, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7‑0102/2010),

–   gezien zijn standpunt van 16 juni 2010[1], op grond waarvan het zijn goedkeuring gaf aan het ontwerpbesluit van de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed,

-   gezien Besluit 2010/405/EU van de Raad van 12 juli 2010[2] houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed,

–   gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 juli 2010,

–   gelet op artikel 55 en artikel 74 octies, lid 3, van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A7‑0360/2010),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het ontwerp van de Raad, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de EU dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Commissie, voor de toegezegde algemene herziening van deze verordening, zo spoedig mogelijk een voorstel tot wijziging van Verordening(EG) nr. 2201/2003 in te dienen dat uitsluitend de toevoeging van een clausule over het forum necessitatis behelst;

4.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

5.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in zijn ontwerp;

6.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Visum 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gelet op Besluit […] van de Raad van […] houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed7,

Gelet op Besluit 2010/405/EU van 12 juli 2010 van de Raad houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed1,

____________________

7PB L […] van […], blz. […].

____________________

1 PB L 189 van 22.7.2010, blz. 12.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) De Unie heeft zich ten doel gesteld een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te handhaven en te ontwikkelen, waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. Met het oog op de geleidelijke totstandbrenging van die ruimte moet de Unie maatregelen nemen op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen.

(1) De Unie heeft zich ten doel gesteld een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te handhaven en te ontwikkelen, waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. Met het oog op de geleidelijke totstandbrenging van die ruimte dient de Unie maatregelen te nemen op het gebied van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen, met name voorzover dit nodig is voor de goede werking van de interne markt.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Overeenkomstig artikel 81, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie stelt de Raad maatregelen vast betreffende het familierecht met grensoverschrijdende gevolgen.

(2) Overeenkomstig artikel 81 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden hiermee onder meer maatregelen bedoeld die de verenigbaarheid van de in de lidstaten geldende collisieregels beogen.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Bulgarije, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Hongarije, Oostenrijk, Roemenië en Slovenië hebben later bij de Commissie een verzoek ingediend waarin zij het voornemen te kennen gaven om onderling een nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van het toepasselijke recht in huwelijkszaken, en hebben de Commissie verzocht bij de Raad een voorstel in die zin in te dienen.

(6) België, Bulgarije, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Letland, Luxemburg, Malta, Hongarije, Oostenrijk, Portugal, Roemenië en Slovenië dienden vervolgens bij de Commissie een verzoek in waarin zij het voornemen te kennen gaven om onderling een nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van het toepasselijke recht in huwelijkszaken. Griekenland trok op 3 maart 2010 zijn verzoek in.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Op […] heeft de Raad Besluit […] houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed vastgesteld.

(7) Op 12 juli 2010 heeft de Raad Besluit 2010/405/EU houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed vastgesteld.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Luidens artikel 328, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie staat nauwere samenwerking open voor alle lidstaten op het moment waarop zij wordt aangegaan, mits de deelnemingsvoorwaarden worden nageleefd die eventueel zijn vastgesteld bij het besluit waarbij toestemming wordt verleend. Deelneming op een later tijdstip blijft steeds mogelijk, mits, naast de genoemde voorwaarden, de in dit kader reeds vastgestelde handelingen worden nageleefd.

(8) Luidens artikel 328, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie staat nauwere samenwerking open voor alle lidstaten op het moment waarop zij wordt aangegaan, mits de deelnemingsvoorwaarden worden nageleefd die eventueel zijn vastgesteld bij het besluit waarbij toestemming wordt verleend. Deelneming op een later tijdstip blijft steeds mogelijk, mits, naast de genoemde voorwaarden, de in dit kader reeds vastgestelde handelingen worden nageleefd. De Commissie en de aan een nauwere samenwerking deelnemende lidstaten dienen erop toe te zien dat de deelneming van zoveel mogelijk lidstaten wordt bevorderd. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is overeenkomstig de Verdragen rechtstreeks toepasselijk in elke deelnemende lidstaat.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) Het materiële toepassingsgebied en de uitvoeringsbepalingen van deze verordening moeten in overeenstemming zijn met Verordening (EG) nr. 2201/2003. Zij dient echter niet van toepassing te zijn op de nietigverklaring van een huwelijk. Deze verordening dient alleen te gelden voor de ontbinding of versoepeling van de huwelijksband. Het door de collisieregels van deze verordening aangewezen recht moet gelden voor de gronden voor echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Prejudiciële beslissingen over kwesties als de wettelijke bevoegdheid en de geldigheid van een huwelijk, en over kwesties als de gevolgen van echtscheiding of scheiding van tafel en bed voor het vermogen, de naam, de ouderlijke verantwoordelijkheid, onderhoudsverplichtingen of andere bijkomende maatregelen, moeten worden vastgesteld op grond van de collisieregels die in de desbetreffende deelnemende lidstaat van toepassing zijn.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Het territoriale toepassingsgebied van deze verordening wordt bepaald door aanwijzing van de lidstaten die aan de nauwere samenwerking deelnemen.

(10) Het territoriale toepassingsgebied van deze verordening wordt omschreven door te bepalen welke lidstaten aan de nauwere samenwerking deelnemen, overeenkomstig artikel 1, lid 2.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis) Deze verording dient een universeel karakter te hebben, d.w.z. dat de uniforme collisieregels die erin vervat zijn, zonder onderscheid het recht kunnen aanwijzen van een deelnemende lidstaat, van een niet-deelnemende lidstaat of van een staat die geen lid is van de Europese Unie.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) Deze verordening is van toepassing ongeacht de aard van het gerecht waarbij de zaak aanhangig wordt gemaakt.

(11) Deze verordening is van toepassing ongeacht de aard van het gerecht waarbij de zaak aanhangig wordt gemaakt. In voorkomend geval moet het gerecht worden geacht in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 2201/2003 te zijn geadieerd.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Wil men bereiken dat de echtgenoten de vrijheid hebben een toepasselijk recht te kiezen waarmee zij nauwe banden hebben, en dat, ook bij gebreke van een keuze, een dergelijk recht hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst, dan moet dat recht worden toegepast, ook wanneer het niet dat van een deelnemende lidstaat is. Wanneer het recht van een andere lidstaat wordt aangewezen, kan het netwerk dat is opgericht bij Besluit 2001/470/EG van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de oprichting van een Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken10 de rechterlijke instanties informatie verstrekken over de inhoud van het buitenlandse recht.

(12) Wil men bereiken dat de echtgenoten de vrijheid hebben een toepasselijk recht te kiezen waarmee zij nauwe banden hebben, en dat, ook bij gebreke van een keuze, een dergelijk recht hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst, dan moet dat recht tevens van toepassing zijn als het niet het recht van een deelnemende lidstaat is. Indien het recht van een andere lidstaat wordt aangewezen, kan het netwerk dat is bedoeld in Beschikking 2001/470/EG van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de oprichting van een Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken1, zoals gewijzigd bij Beschikking 568/2009/EG van 18 juni 20092, de rechterlijke instanties informatie verstrekken over de inhoud van het buitenlandse recht.

____________________

10 PB L 174, 27 juni 2001, blz. 25.

____________________

1 PB L 174 van 27.6.2001, blz. 25.

2 PB L 168 van 30.6.2009, blz. 35.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) De mobiliteit van de burgers verhogen vereist enerzijds meer flexibiliteit en anderzijds grotere rechtszekerheid. Om dat doel te bereiken moet deze verordening aan de partijen in een procedure van echtscheiding of scheiding van tafel en bed een grotere autonomie geven door hen tot op zekere hoogte de mogelijkheid te bieden het recht te kiezen dat hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst. Die mogelijkheid mag echter niet worden gegeven voor de nietigverklaring van een huwelijk, aangezien die nauw samenhangt met de voorwaarden voor de geldigheid van het huwelijk en beter niet aan de partijautonomie wordt overgelaten.

(13) De mobiliteit van de burgers verhogen vereist enerzijds meer flexibiliteit en anderzijds grotere rechtszekerheid. Om dat doel te bereiken moet deze verordening aan de partijen in een procedure van echtscheiding of scheiding van tafel en bed een grotere autonomie geven door hen tot op zekere hoogte de mogelijkheid te bieden het recht te kiezen dat hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) De echtgenoten moeten kunnen kiezen voor het recht van een land waarmee zij bijzondere banden hebben of voor het recht van de staat waar de zaak aanhangig is als recht dat van toepassing is op hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed. Het door de echtgenoten gekozen recht moet in overeenstemming zijn met de grondrechten zoals die zijn neergelegd in de Verdragen en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De mogelijkheid om het op echtscheiding en scheiding van tafel en bed toepasselijke recht te kiezen mag geen afbreuk doen aan het hogere belang van de kinderen.

(14) De echtgenoten moeten kunnen kiezen voor het recht van een land waarmee zij bijzondere banden hebben of voor het recht van de staat van de rechter als recht dat van toepassing is op hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed. Het door de echtgenoten gekozen recht moet in overeenstemming zijn met de grondrechten zoals die zijn erkend in de Verdragen en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Het is belangrijk dat de echtgenoten, voordat zij het toepasselijke recht kiezen, actuele informatie kunnen krijgen over de belangrijkste aspecten van het nationale recht, van het recht van de Unie en van de procedures van echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Om te garanderen dat zij relevante informatie van goede kwaliteit kunnen krijgen, werkt de Commissie deze informatie voortdurend bij in het publiek toegankelijke informatiesysteem op internetbasis, dat bij Beschikking 2001/470/EG van de Raad is opgericht.

(15) Het is belangrijk dat de echtgenoten, voordat zij het toepasselijke recht kiezen, actuele informatie kunnen krijgen over de belangrijkste aspecten van het nationale recht, van het recht van de Unie en van de procedures van echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Om te garanderen dat zij relevante informatie van goede kwaliteit kunnen krijgen, werkt de Commissie deze informatie voortdurend bij in het openbare informatiesysteem op internetbasis, dat is opgericht bij Beschikking 2001/470/EG van de Raad, zoals gewijzigd bij Beschikking 568/2009/EG van 18 juni 2009.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis) Indien de echtgenoten het niet eens kunnen worden over het toepasselijke recht, dienen zij een bemiddelingsprocedure, die ten minste één consultatie van een erkend bemiddelaar omvat, te doorlopen.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Dat beide echtgenoten een geïnformeerde keuze kunnen maken, is voor deze verordening van wezenlijk belang. Elke echtgenoot moet precies weten wat de juridische en sociale consequenties van de keuze van het toepasselijke recht zijn. De mogelijkheid om in onderling overleg het toepasselijke recht te kiezen moet de rechten van beide echtgenoten en hun gelijke kansen onverlet laten. In dit verband moeten de nationale rechters zich ervan bewust zijn hoe belangrijk het is dat beide echtgenoten met betrekking tot de juridische consequenties van de gesloten overeenkomst een geïnformeerde keuze kunnen maken.

(16) Dat de echtgenoten een geïnformeerde keuze kunnen maken, is in deze verordening van wezenlijk belang. Elke echtgenoot moet precies weten wat de juridische en sociale consequenties van de keuze van het toepasselijke recht zijn. De mogelijkheid om in onderling overleg het toepasselijke recht te kiezen moet de rechten van de echtgenoten en hun gelijke kansen onverlet laten. In dit verband moeten de rechters in de deelnemende lidstaten zich ervan bewust zijn hoe belangrijk het is dat de echtgenoten met betrekking tot de juridische consequenties van de gesloten overeenkomst een geïnformeerde keuze kunnen maken.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) Er moet in bepaalde garanties worden voorzien om te waarborgen dat de echtgenoten zich bewust zijn van de consequenties van hun keuze. De overeenkomst over de keuze van het toepasselijke recht moet minstens schriftelijk worden vastgelegd, gedateerd zijn en door beide partijen worden ondertekend. Indien het recht van de deelnemende lidstaat waar de beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben evenwel voorziet in bijkomende formele voorschriften, moeten die in acht worden genomen. Dergelijke bijkomende formele voorschriften kunnen bijvoorbeeld bestaan in de eis dat de overeenkomst wordt opgenomen in een huwelijkscontract.

(17) Regels inzake de materiële en formele geldigheid moeten zo worden geformuleerd dat de geïnformeerde keuze van de echtgenoten gemakkelijker wordt en dat hun instemming wordt geëerbiedigd om te zorgen voor rechtszekerheid en betere toegang tot de rechter. Wat de formele geldigheid betreft, moet in bepaalde garanties worden voorzien om te waarborgen dat de echtgenoten zich bewust zijn van de consequenties van hun keuze. De overeenkomst over de keuze van het toepasselijke recht moet minstens schriftelijk worden vastgelegd, gedateerd zijn en door beide partijen worden ondertekend. Indien het recht van de deelnemende lidstaat waar de beide echtgenoten, op het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, hun gewone verblijfplaats hebben evenwel voorziet in bijkomende formele voorschriften, dienen die in acht te worden genomen. Dergelijke bijkomende formele voorschriften kunnen bijvoorbeeld bestaan in de eis dat de overeenkomst wordt opgenomen in een huwelijkscontract. Wanneer de echtgenoten, op het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, hun gewone verblijfplaats echter in verschillende deelnemende lidstaten hebben die verschillende formele voorschriften hebben vastgelegd, is het voldoende als aan de formele voorschriften van een van die staten wordt voldaan. Wanneer op het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, slechts één van de echtgenoten zijn gewone verblijfplaats in een deelnemende lidstaat heeft die aanvullende formele voorschriften heeft vastgelegd, moet aan deze voorschriften worden voldaan.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18) Een overeenkomst tot aanwijzing van het toepasselijke recht moet kunnen worden gesloten en gewijzigd tot uiterlijk het ogenblik waarop de zaak aanhangig wordt gemaakt, en zelfs tijdens de procedure, indien het recht van de staat waar de zaak aanhangig is dit toestaat. In dat geval moet het voldoende zijn dat de rechter akte neemt van de rechtskeuze conform het recht van de staat waar de zaak aanhangig is.

(18) Een overeenkomst tot aanwijzing van het toepasselijke recht moet kunnen worden gesloten en gewijzigd tot uiterlijk het ogenblik waarop de zaak aanhangig wordt gemaakt, en zelfs tijdens de procedure, indien het recht van de staat van de rechter dit toestaat. In dat geval moet het voldoende zijn dat de rechter akte neemt van de rechtskeuze conform het recht van de staat van de rechter.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Voor het geval geen rechtskeuze werd gemaakt, moet deze verordening voorzien in geharmoniseerde collisieregels, met een reeks opeenvolgende aanknopingspunten die gebaseerd zijn op het bestaan van een nauwe band tussen de echtgenoten en het betrokken rechtsstelsel, om de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid te waarborgen en om situaties te voorkomen waarin de ene echtgenoot de andere vóór tracht te zijn met het aanvragen van de echtscheiding om ervoor te zorgen dat de procedure wordt beheerst door een bepaald rechtsstelsel, dat deze echtgenoot gunstiger acht voor de verdediging van zijn belangen. Deze aanknopingspunten zijn gekozen opdat de procedure van echtscheiding en scheiding van tafel en bed wordt beheerst door het recht van een land waarmee de echtgenoten nauwe banden hebben, en verwijzen in eerste instantie naar het recht van de gewone verblijfplaats van de echtgenoten.

(19) Voor het geval geen rechtskeuze werd gemaakt, moet deze verordening voorzien in geharmoniseerde collisieregels, met een reeks opeenvolgende aanknopingspunten die gebaseerd zijn op het bestaan van een nauwe band tussen de echtgenoten en het betrokken rechtsstelsel, om de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid te waarborgen en om situaties te voorkomen waarin de ene echtgenoot de andere vóór tracht te zijn met het aanvragen van de echtscheiding om ervoor te zorgen dat de procedure wordt beheerst door een bepaald rechtsstelsel, dat deze echtgenoot gunstiger acht voor de verdediging van zijn belangen. Dergelijke aanknopingspunten moeten ook worden gekozen om te waarborgen dat procedures betreffende echtscheiding of scheiding van tafel en bed worden beheerst door een rechtsstelsel waarmee de echtgenoten een nauwe band hebben.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Overweging 19 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 bis) In de gevallen waarin deze verordening nationaliteit als aanknopingspunt voor de toepassing van het recht van een bepaalde lidstaat hanteert, wordt de vraag, hoe in gevallen van meervoudige nationaliteit moet worden gehandeld, overeenkomstig het nationale recht geregeld, met dien verstande dat de algemene beginselen van de Europese Unie ten volle moeten worden geëerbiedigd.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Overweging 19 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(19 ter) Wanneer de omzetting van een scheiding van tafel en bed in een echtscheiding aanhangig wordt gemaakt bij de rechter en de partijen geen keuze hebben gemaakt met betrekking tot het toepasbare recht, is de wet die werd toegepast op de scheiding van tafel en bed ook van toepassing op de echtscheiding. Een dergelijke continuïteit is bevorderlijk voor de voorspelbaarheid voor de partijen en vergroot de rechtszekerheid. Wanneer de wet die van toepassing is op de scheiding van tafel en bed echter niet voorziet in omzetting van de scheiding van tafel en bed in een echtscheiding, gelden de collisieregels die van toepassing zijn als de partijen geen keuze hebben gemaakt. De echtgenoten mogen niet worden gehinderd om naar een echtscheiding op grond van andere regelingen van deze verordening te streven.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) In bepaalde omstandigheden, meer bepaald wanneer het toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of aan een van beide echtgenoten op grond van diens sekse geen gelijke toegang tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed verleent, dient evenwel het recht van de staat waar de zaak aanhangig is te worden toegepast.

(20) In bepaalde omstandigheden, meer bepaald wanneer het toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of aan een van beide echtgenoten op grond van diens sekse geen gelijke toegang tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed verleent, dient evenwel het recht van de staat waar de zaak aanhangig is te worden toegepast. Dit moet echter onverlet laten dat een lidstaat zich op de openbare orde kan beroepen.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Met het oog op het algemeen belang moeten de rechterlijke instanties van de deelnemende lidstaten in uitzonderlijke omstandigheden de mogelijkheid hebben om buitenlands recht niet toe te passen wanneer dat in een bepaalde zaak kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van het land van de rechter. De rechterlijke instanties mogen zich echter niet op de exceptie van de openbare orde kunnen beroepen om het recht van een andere lidstaat terzijde te schuiven wanneer zulks strijdig zou zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name artikel 21 daarvan, dat elke vorm van discriminatie verbiedt.

(21) Met het oog op het algemeen belang moeten de rechterlijke instanties van de deelnemende lidstaten in uitzonderlijke omstandigheden de mogelijkheid hebben om een bepaling van buitenlands recht niet toe te passen indien dit in een bepaalde zaak kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van het land van de rechter. De rechterlijke instanties mogen zich echter niet op de exceptie van de openbare orde kunnen beroepen om een bepaling van het recht van een andere staat terzijde te schuiven wanneer zulks strijdig zou zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name artikel 21 daarvan, dat elke vorm van discriminatie verbiedt.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis) Indien in de verordening gewag wordt gemaakt van het feit dat het recht van een deelnemende staat, waar de zaak aanhangig is gemaakt, niet in echtscheiding voorziet, moet daaraan de uitleg worden gegeven dat het toepasselijke recht van die lidstaat het begrip echtscheiding niet kent. In dat geval mag de rechtbank niet worden verplicht om op grond van deze verordening een echtscheiding uit te spreken. Indien in de verordening gewag wordt gemaakt van het feit dat het recht van een deelnemende staat, waar de zaak aanhangig is gemaakt, het huwelijk in kwestie niet geldig acht voor de toepassing van een echtscheidingsprocedure, moet daaraan onder meer de uitleg worden gegeven dat een dergelijk huwelijk krachtens het recht van de lidstaat niet bestaat. In dat geval mag de rechtbank niet worden verplicht om op grond van deze verordening een echtscheiding uit te spreken of een scheiding van tafel en bed op te leggen.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22) Aangezien er staten en deelnemende lidstaten zijn waar twee of meer rechtsstelsels of gehelen van rechtsregels betreffende de door deze verordening geregelde aangelegenheden naast elkaar bestaan, moet worden bepaald in welke mate de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn in de verschillende territoriale eenheden van deze staten en deelnemende lidstaten.

(22) Aangezien er staten en deelnemende lidstaten zijn waar twee of meer rechtsstelsels of gehelen van rechtsregels betreffende de door deze verordening geregelde aangelegenheden naast elkaar bestaan, moet worden bepaald in welke mate de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn in de verschillende territoriale eenheden van deze staten en deelnemende lidstaten, of in welke mate de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn op verschillende categorieën personen van deze staten en deelnemende lidstaten.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22bis) Bij het ontbreken van voorschriften met betrekking tot de keuze van het toepasselijke recht, moeten de echtgenoten die het recht van een lidstaat kiezen waarvan een van hen de nationaliteit heeft, op hetzelfde moment het recht van de territoriale eenheid aangeven, dat zij hebben gekozen wanneer de staat waarvan zij het recht hebben gekozen, verschillende territoriale eenheden omvat die elk een eigen rechtsstelsel of eigen rechtsregels voor echtscheiding heeft.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en de beginselen die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name in artikel 21 daarvan, dat elke discriminatie met name op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuigingen, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele geaardheid verbiedt. Deze verordening moet door de rechterlijke instanties van de deelnemende lidstaten worden toegepast met eerbiediging van deze rechten en beginselen,

Niet van toepassing op de Nederlandse tekst

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Materieel toepassingsgebied

Werkingssfeer

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Deze verordening geldt niet voor de volgende kwesties, ook als deze uitsluitend de vorm aannemen van een prejudiciële beslissing in het kader van een procedure voor een echtscheiding of een scheiding van tafel en bed:

 

(a) de rechtsbekwaamheid van natuurlijke personen;

 

(b) het bestaan, de geldigheid of de erkenning van een huwelijk;

 

(c) de ontbinding van een huwelijk;

 

(d) de naam van de echtgenoten;

 

(e) de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk;

 

(f) de ouderlijke aansprakelijkheid;

 

(g) de onderhoudsverplichtingen;

 

(h) trusts en erfopvolging.

Motivering

De werkingssfeer van de verordening moet, in ieder geval voor de uitzonderingen, worden verduidelijkt, zowel in een overweging als in de uitvoeringsbepalingen.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "deelnemende lidstaat" een lidstaat verstaan die overeenkomstig Besluit [] van de Raad van [] houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed deelneemt aan de nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed.

2. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder "deelnemende lidstaat" een lidstaat verstaan die overeenkomstig Besluit 2010/405/EU van de Raad van 12 juli 2010 houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed, of krachtens een besluit dat de Commissie overeenkomstig artikel 331, lid 1, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld, deelneemt aan de nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 1 bis

Verband met Verordening (EG) nr. 2201/2003

 

Deze verordening laat de toepassing van Verordening (EG) nr. 2201/2003 onverlet.

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Article 1b

Definitie

 

In deze verordening wordt onder "gerecht" verstaan, alle autoriteiten in de deelnemende lidstaten die bevoegd zijn terzake van de aangelegenheden die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen.

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Universele toepassing

Niet van toepassing op de Nederlandse tekst

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Echtgenoten kunnen in onderling overleg het op echtscheiding en scheiding van tafel en bed toepasselijke recht aanwijzen mits dit recht in overeenstemming is met de grondrechten die zijn vastgesteld in de Verdragen en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met het beginsel van de openbare orde, waarbij zij de keuze hebben uit:

1. De echtgenoten kunnen overeenkomen het op de echtscheiding en de scheiding van tafel en bed toepasselijke recht aan te wijzen, mits dit een van de volgende rechtsstelsels is:

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) het recht van de staat waar de echtgenoten hun laatste gewone verblijfplaats hadden, mits een van beiden daar nog woont op het ogenblik waarop de overeenkomst wordt gesloten;

(b) het recht van de staat waar de echtgenoten laatstelijk hun gewone verblijfplaats hadden, mits een van beiden op het tijdstip van sluiting van de overeenkomst daar nog verblijft; of

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – punt 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) het recht van de staat waarvan een van de echtgenoten onderdaan is op het ogenblik waarop de overeenkomst wordt gesloten;

(c) het recht van de staat waarvan een van de echtgenoten op het tijdstip van sluiting van de overeenkomst de nationaliteit had; of

Amendement  37

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(d) het recht van de staat waar de zaak aanhangig wordt gemaakt.

(d) het recht van het land van de rechter.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Onverminderd het bepaalde in lid 4 kan een rechtskeuzeovereenkomst te allen tijde worden gesloten en gewijzigd, maar uiterlijk bij de aanhangigmaking van de zaak bij de rechter.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 3 kan een rechtskeuzeovereenkomst te allen tijde worden gesloten en gewijzigd, maar uiterlijk op het tijdstip van de aanhangigmaking van de zaak bij de rechter.

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in lid 2 bedoelde rechtskeuze geschiedt bij een schriftelijke overeenkomst, die wordt gedagtekend en ondertekend door beide echtgenoten. Als schriftelijk wordt aangemerkt elke elektronische mededeling waardoor de overeenkomst duurzaam wordt vastgelegd.

3. Indien de wet van het aangezochte gerecht hierin voorziet, kunnen de echtgenoten het toepasselijke recht in de loop van de procedure bepalen. Eveneens volgens het recht van deze staat neemt de rechter akte van de rechtskeuze.

Indien het recht van de deelnemende lidstaat waarin de beide echtgenoten bij het sluiten van de overeenkomst hun gewone verblijfplaats hebben evenwel voorziet in bijkomende formele voorschriften voor dit soort overeenkomst, moeten die voorschriften in acht worden genomen. Indien de echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben in verschillende deelnemende lidstaten en het recht van die lidstaten voorziet in verschillende formele voorschriften, is de overeenkomst naar de vorm geldig indien zij voldoet aan de voorwaarden die worden opgelegd door het recht van een van deze landen.

 

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Indien het recht van de staat waar de zaak aanhangig is die mogelijkheid biedt, kunnen de echtgenoten ook in de loop van de procedure nog een rechtskeuze maken. In dat geval neemt de rechter volgens zijn eigen recht akte van de rechtskeuze.

Schrappen

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 3 bis

Instemming en materiële geldigheid

 

1. Het bestaan en de geldigheid van een overeenkomst over de rechtskeuze of van een bepaling daarvan worden beheerst door het recht dat ingevolge deze verordening toepasselijk zou zijn, indien de overeenkomst of de bepaling geldig zou zijn.

 

2. Niettemin kan een echtgenoot zich, voor het bewijs dat hij of zij geen toestemming heeft verleend, beroepen op het recht van het land waar hij of zij zijn of haar gewone verblijfplaats heeft op het moment waarop het gerecht wordt aangezocht, indien uit de omstandigheden blijkt dat het niet redelijk zou zijn de gevolgen van zijn of haar gedrag te bepalen overeenkomstig het in het lid 1 bedoelde recht.

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 3 ter

Formele geldigheid van overeenkomsten

 

1. De in artikel 3, leden 1 en 2, bedoelde rechtskeuze geschiedt bij een schriftelijke overeenkomst, die door beide echtgenoten wordt gedagtekend en ondertekend. Als schriftelijk wordt aangemerkt elke elektronische mededeling waardoor de overeenkomst duurzaam wordt vastgelegd.

 

2. Indien echter volgens het recht van de deelnemende lidstaat waar de echtgenoten bij het sluiten van de overeenkomst hun gewone verblijfplaats hebben, de rechtskeuzeovereenkomst aan bijkomende formele voorschriften voor dit soort overeenkomsten is onderworpen, moeten deze voorschriften in acht worden genomen.

 

3. Indien de echtgenoten op het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten hun gewone verblijfplaats hebben in verschillende deelnemende lidstaten en het recht van die staten voorziet in verschillende formele voorschriften, is de overeenkomst naar de vorm geldig indien zij voldoet aan de voorwaarden die worden opgelegd door het recht van een van deze landen.

 

4. Wanneer slechts een van de echtgenoten, op het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, zijn of haar gewone verblijfplaats in een deelnemende lidstaat heeft en die lidstaat aanvullende formele voorschriften voor dit soort overeenkomst heeft vastgelegd, zijn deze voorwaarden van toepassing.

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 4 bis

Omzetting van scheiding van tafel en bed in echtscheiding

 

1. Wanneer een scheiding van tafel en bed wordt omgezet in een echtscheiding geldt het recht dat van toepassing was op de scheiding van tafel en bed ook voor de echtscheiding, tenzij de partijen anders hebben besloten, overeenkomstig artikel 3.

 

2. Wanneer het recht dat van toepassing is op de scheiding van tafel en bed niet voorziet in een omzetting van de scheiding van tafel en bed in een echtscheiding, is artikel 4 van toepassing, tenzij de partijen anders hebben besloten, overeenkomstig artikel 3.

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Toepassing van het recht van de staat waar de zaak aanhangig is

Toepassing van het recht van land van de rechter

Wanneer het krachtens artikel 3 of artikel 4 toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of aan een van beide echtgenoten op grond van diens sekse geen gelijke toegang tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed verleent, is het recht van de staat waar de zaak aanhangig is van toepassing.

Wanneer het krachtens artikel 3 of artikel 4 toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of aan een van beide echtgenoten op grond van diens sekse geen gelijke toegang tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed verleent, is het recht van het land van de rechter van toepassing.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 7 bis

 

Verschillen in nationaal recht

 

Deze verordening verplicht in geen enkel opzicht de gerechten van een deelnemende lidstaat waarvan het recht niet in echtscheiding voorziet of waar het huwelijk in kwestie niet geldig wordt geacht voor de toepassing van een echtscheidingsprocedure, om door toepassing van deze verordening een echtscheidingsbevel uit te spreken.

Amendement  46

Voorstel voor een verordening

Artikel 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Staten met meer dan één rechtsstelsel

Staten met twee of meer rechtsstelsels - territoriale eenheden

1. In het geval van een staat die meerdere territoriale eenheden telt welke elk hun eigen rechtsregels inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed hebben, wordt voor het bepalen van het overeenkomstig deze verordening toe te passen recht, elke territoriale eenheid als een staat beschouwd.

1. In het geval van een staat die meerdere territoriale eenheden telt welke elk hun eigen rechtsregels inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed hebben, wordt voor het bepalen van het overeenkomstig deze verordening toe te passen recht, elke territoriale eenheid als een staat beschouwd.

 

1 bis. Met betrekking tot dergelijke staten geldt het volgende:

 

a) een verwijzing naar de gewone verblijfplaats in die staat wordt uitgelegd als een verwijzing naar de gewone verblijfplaats in een territoriale eenheid van die staat;

 

b) elke verwijzing naar de nationaliteit wordt uitgelegd als een verwijzing naar de, door het recht van die staat aangewezen territoriale eenheid of, als dergelijke voorschriften ontbreken, de door de echtgenoten gekozen territoriale eenheid of, als een dergelijke keuze ontbreekt, de territoriale eenheid waarmee de echtgenoot/echtgenoten de nauwste banden heeft/hebben.

Amendement  47

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 bis

Staten met twee of meer rechtsstelsels - intermenselijke conflicten

 

Met betrekking tot een staat die twee of meer rechtsstelsels of verzamelingen rechtsregels heeft die van toepassing zijn op verschillende categorieën personen betreffende onderwerpen die door deze verordening worden geregeld, wordt elke verwijzing naar het recht van deze staat uitgelegd als een verwijzing naar het rechtsstelsel dat wordt bepaald door de vigerende rechtsregels in die staat. Bij gebreke van dergelijke regels, is het recht van toepassing het rechtsstelsel of de verzameling rechtsregels waarmee de echtgenoot/echtgenoten de nauwste band heeft/hebben.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 8 ter

Het niet toepassen van deze verordening op interne conflicten

 

Deelnemende lidstaten waar verschillende rechtsstelsels of verzamelingen rechtsregels voor de in deze verordening geregelde onderwerpen van toepassing zijn, zijn niet verplicht deze verordening toe te passen op wetsconflicten die alleen tussen dergelijke verschillende rechtsstelsels of verzamelingen rechtsregels optreden.

Amendement  49

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) de formele voorschriften die van toepassing zijn op rechtskeuzeovereenkomsten; en

(a) de formele vereisten die van toepassing zijn op rechtskeuzeovereenkomsten, overeenkomstig artikel 3 ter, leden 2 t/m 4; en

Amendement  50

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening is van toepassing op rechtszaken die worden ingeleid na de in artikel 13 vermelde datum waarop de verordening van toepassing wordt, en op overeenkomsten die na die datum op grond van artikel 3 worden gesloten.

Niet van toepassing op de Nederlandse tekst

Amendement  51

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een rechtskeuzeovereenkomst die vóór de datum van toepassing van deze verordening is gesloten overeenkomstig het recht van een deelnemende lidstaat, heeft echter eveneens uitwerking indien ze voldoet aan de voorwaarden van artikel 3, lid 3, eerste alinea.

Een rechtskeuzeovereenkomst die vóór de datum van toepassing van deze verordening is gesloten, heeft echter eveneens uitwerking indien ze strookt met de artikelen 3 bis en 3 ter.

Amendement  52

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De toepassing van bilaterale of multilaterale verdragen waarbij één of meer deelnemende lidstaten op het tijdstip van de vaststelling van deze verordening partij zijn en die betrekking hebben op de door deze verordening geregelde aangelegenheden, worden door deze verordening onverlet gelaten, onverminderd de verplichtingen van de deelnemende lidstaten uit hoofde van artikel 351 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

1. De toepassing van internationale verdragen waarbij een of meer deelnemende lidstaten op het tijdstip van de vaststelling van deze verordening of het in artikel 1, lid 2 bedoelde besluit partij zijn, en die collisieregels betreffende echtscheiding of scheiding van tafel en bed bevatten, worden door deze verordening onverlet gelaten.

Amendement  53

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 heeft deze verordening tussen de deelnemende lidstaten voorrang boven verdragen die betrekking hebben op de in deze verordening geregelde aangelegenheden en waarbij deelnemende lidstaten partij zijn.

2. Deze verordening heeft echter tussen de deelnemende lidstaten voorrang boven uitsluitend tussen twee of meer deelnemende lidstaten gesloten verdragen, voorzover deze betrekking hebben op de in deze verordening geregelde aangelegenheden.

Amendement  54

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk [vijf jaar na het van toepassing worden van deze verordening] dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening. Dat verslag gaat zo nodig vergezeld van voorstellen tot aanpassing.

1. Uiterlijk vijf jaar na het van toepassing worden van deze verordening en vervolgens om de vijf jaar dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag in over de toepassing van deze verordening. Dat verslag gaat zo nodig vergezeld van voorstellen tot wijziging van deze verordening.

Amendement  55

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De deelnemende lidstaten doen de Commissie derhalve alle relevante informatie over de toepassing van deze verordening door hun rechtbanken toekomen.

Amendement  56

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Voor lidstaten die deelnemen overeenkomstig een volgens de tweede en derde alinea van artikel 331, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aangenomen besluit, treedt deze verordening in werking met ingang van de in het desbetreffende besluit vermelde datum.

TOELICHTING

De rapporteur acht deze verordening noodzakelijk, al realiseert hij zich dat burgers en rechtspractici teleurgesteld zullen zijn over de beperkte werkingssfeer. Een van de redenen daarvoor is gelegen in de beperkingen als gevolg van het beroep op de procedure inzake betere samenwerking. De rapporteur vertrouwt erop dat andere lidstaten zullen volgen, zodra de verordening is goedgekeurd.

Over het algemeen is de rapporteur van mening dat de door de Raad besproken wijzigingen van het Commissievoorstel zinvol zijn en daarom heeft hij de meeste overgenomen, zij het met enkele wijzingen. Hij heeft eveneens zelf een aantal amendementen ingediend.

Ten eerste is hij van mening dat het ongewenst is als de reikwijdte feitelijk onbepaald blijft. Daarom heeft hij, zowel in een overweging als in een artikel, geschetst wat niet onder de verordening valt.

Ten tweede is hij van oordeel dat de geadieerde rechter zich ervan moet overtuigen dat de partijen behoorlijk juridisch advies hebben gehad, voordat deze besluiten een rechtskeuze te maken of af te zien van een rechtskeuze.

Ten derde is de rapporteur het ermee eens dat een lidstaat niet kan worden gedwongen om een handeling die door de wetgeving van de lidstaat niet als huwelijk wordt beschouwd, als dusdanig te erkennen, zij het alleen maar met het oog op de ontbinding ervan, en dat het eveneens zou indruisen tegen het subsidiariteitsbeginsel om de rechter van een lidstaat, waarvan de wetgeving de echtscheiding niet erkent, te verplichten de echtscheiding uit te spreken. Derhalve beveelt hij toevoeging van artikel 7bis door de Raad aan.

Anderzijds is het in artikel 7bis bepaalde, zonder een voorziening over het forum necessitatis (die onmogelijk in het kader van de verbeterde samenwerkingsprocedure in deze verordening kan worden opgenomen), op grond waarvan de verordening in geen enkel opzicht de gerechten van een deelnemende lidstaat waarvan het recht niet in echtscheiding voorziet of waar het huwelijk in kwestie niet geldig wordt geacht voor de toepassing van een echtscheidingsprocedure, de verplichting oplegt om door toepassing van deze verordening een echtscheiding uit te spreken, uitermate problematisch. Dat komt omdat de jurisdictie met betrekking tot echtscheiding en scheiding van tafel en bed in Verordening 2201/2003 dwingend is. De desbetreffende artikelen van deze verordening luiden als volgt:

AFDELING 1

Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en nietigverklaring van het huwelijk

Artikel 3

Algemene bevoegdheid

1. Ter zake van echtscheiding, scheiding van tafel en bed of nietigverklaring van het huwelijk zijn bevoegd de gerechten van de lidstaat:

(a) op het grondgebied waarvan:

de echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben; of

zich de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten bevindt, indien een van hen daar nog verblijft; of

de verweerder zijn gewone verblijfplaats heeft; of

in geval van een gemeenschappelijk verzoek, zich de gewone verblijfplaats van een van de echtgenoten bevindt; of

zich de gewone verblijfplaats van de verzoeker bevindt, indien hij daar sedert ten minste een jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek verblijft; of

zich de gewone verblijfplaats van de verzoeker bevindt, indien hij daar sedert ten minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek verblijft en hetzij onderdaan van de betrokken lidstaat is, hetzij, in het geval van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, daar zijn "domicile" (woonplaats) heeft;

(b) waarvan beide echtgenoten de nationaliteit bezitten of, in het geval van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, waar beide echtgenoten hun "domicile" (woonplaats) hebben.

2. In deze verordening heeft "woonplaats" dezelfde betekenis als volgens het recht van het Verenigd Koninkrijk of Ierland.

Artikel 4

Tegenvordering

….

Artikel 5

Omzetting van scheiding van tafel en bed in echtscheiding

Artikel 6

Exclusieve aard van de bevoegdheden op grond van de artikelen 3, 4 en 5

De echtgenoot die:

(a) zijn gewone verblijfplaats op het grondgebied van een lidstaat heeft; of

(b) onderdaan van een lidstaat is of, in het geval van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, zijn "domicile" (woonplaats) op het grondgebied van een van die lidstaten heeft,

kan slechts op grond van de artikelen 3, 4 en 5 voor de gerechten van een andere lidstaat worden gedaagd.

Artikel 7

Residuele bevoegdheid

….

Het probleem kan het beste worden geïllustreerd met een voorbeeld. De nieuwe verordening over het toepasbare recht is van kracht. A en B zijn onderdanen van verschillende lidstaten die een gelijkgeslachtelijk huwelijk hebben gesloten in een van de lidstaten die wetgeving hebben ingevoerd krachtens welke dergelijke huwelijken zijn toegestaan. Zij hebben drie jaar hun gewone verblijfplaats gehad in een lidstaat die gelijkgeslachtelijke huwelijken niet toestaat maar deelgenomen heeft aan de goedkeuring van de verordening over toepasbaar recht in het kader van de verbeterde samenwerkingsprocedure. A en B willen hun huwelijk ontbinden. Krachtens de regels van Verordening nr. 2201/2003 zijn de enige rechtbanken die onder deze omstandigheden bevoegd zijn de rechtbanken in de lidstaat waar zij hun gewone verblijfplaats hebben. Wanneer zij zich inzake een scheiding tot de plaatselijke rechtbank wenden, moet deze rechtbank de bevoegdheid aanvaarden. Artikel 7bis is echter van toepassing en er wordt geen scheiding uitgesproken. Er zij op gewezen dat in het geval van een echtscheiding Verordening nr. 2201/2003 niet voorziet in een verlenging van de bevoegdheid of voor overdracht van de zaak naar een rechtbank die beter gesitueerd is om de procedure te voeren.

Dat is duidelijk niet eerlijk voor het desbetreffende paar, dat verplicht is een aanzienlijk ongemak en tijdverlies voor lief te nemen om, in de zin van artikel 3, hun scheidingszaak onder de bevoegdheid van een andere rechtbank te brengen.

De beste manier om dit op te lossen zou de invoering van een forum necessitatis zijn. Dat is alleen mogelijk door een wijziging van Verordening nr. 2003/2001, gezien de beperkingen van de verbeterde samenwerkingsprocedure en het feit dat het hangende voorstel voor een verordening alleen betrekking heeft op de vaststelling van het toepasbare recht.

De wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 21 oktober 2008 over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2201/2003 wat de bevoegdheid betreft en tot invoeging van regels inzake toepasselijk recht in huwelijkszaken (COM(2006)0399 – C6-0305/2006 – 2006/0135(CNS)) behelst een voorstel voor een artikel over forum necessitas dat als volgt luidt:

Artikel 7 bis

               Forum necessitatis

Wanneer het bevoegde gerecht overeenkomstig deze verordening is gelegen in een lidstaat waarvan het recht niet voorziet in echtscheiding, of het bestaan dan wel de geldigheid van het betreffende huwelijk niet erkent, wordt de jurisdictie toegewezen aan:

              (a) de lidstaat van de nationaliteit van één van de echtgenoten; of

              (b) de lidstaat waar het huwelijk werd gesloten.

Aangezien de Commissie niet verplicht is Verordening nr. 2201/2003 voor 2012 te herzien en dat waarschijnlijk pas veel later zal doen, stelt de rapporteur voor om de Commissie, zonder te tornen aan haar recht van initiatief, onder druk te zetten om zo spoedig mogelijk een voorstel tot wijziging van die verordening voor te leggen met als enige doel de invoering van een clausule over forum necessitas.

ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (29.11.2010)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de totstandbrenging van nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed
(COM(2010)0105 – C7‑0315/2010 – 2010/0067(CNS))

Rapporteur voor advies: Evelyne Gebhardt

BEKNOPTE MOTIVERING

Het onderhavige voorstel voor een verordening heeft ten doel een duidelijk en volledig rechtskader tot stand te brengen met betrekking tot het toepasselijke recht, waarbij een zekere mate van partijautonomie wordt ingevoerd. Een "internationaal" echtpaar dat wil scheiden was tot dusverre onderworpen aan de bevoegdheidsregels van Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad ("Brussel II bis"), die de echtgenoten in staat stellen te kiezen tussen een aantal uiteenlopende bevoegdheidscriteria. Als een rechtbank in een lidstaat kennis neemt van een echtscheidingsprocedure wordt het toepasselijke recht bepaald overeenkomstig de collisieregels van de desbetreffende lidstaat. Deze regels kunnen van lidstaat tot lidstaat sterk verschillen. De verschillen tussen de collisieregels kunnen in geval van "internationale" echtscheidingen tot een aantal problemen leiden. Afgezien van het gebrek aan rechtszekerheid, dat voortvloeit uit de moeilijkheid voor de echtgenoten om te bepalen welk recht op hun geval van toepassing is, bestaat het door de Commissie reëel geachte gevaar van een "rush naar de rechter", waarmee een situatie wordt aangeduid waarin de best geïnformeerde echtgenoot zal proberen als eerste het gerecht in te schakelen waarvan het recht zijn of haar belangen het beste dient. Het voorstel van de Commissie strekt ertoe bovengenoemde gevaren en tekortkomingen te beperken en verhelpen, met name door invoering van de mogelijkheid voor partijen om in overleg het toepasselijke recht te kiezen, daarbij rekening houdend met de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 21 oktober 2008 over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2201/2003 wat de bevoegdheid betreft en tot invoeging van regels inzake toepasselijk recht in huwelijkszaken.

Artikel 3 is vernieuwend in die zin dat het de echtgenoten voor het eerst mogelijk maakt in onderling overleg het op hun echtscheiding van toepassing zijnde recht aan te wijzen. Het lijkt uw rapporteur zinvol te voorzien in de mogelijkheid om te kiezen voor het recht van de staat waar de echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben op het ogenblik waarop de overeenkomst wordt gesloten, alsmede voor het recht van de staat waar het huwelijk werd gesloten.

De regel over toepassing van de lex fori (het recht van de staat waar de zaak aanhangig is) wanneer het toepasselijke recht niet voorziet in echtscheiding of scheiding van tafel en bed, moet aangevuld worden met een forum necessitatis, dat in grensoverschrijdende gevallen onder bepaalde omstandigheden jurisdictie toewijst aan een rechtbank in een andere lidstaat.

Daarnaast moet ervoor worden gezorgd dat de door partijen gemaakte keuze een weloverwogen keuze is, dat wil zeggen dat beide echtgenoten naar behoren geïnformeerd moeten zijn over de concrete gevolgen van hun keuze. In dit verband moet worden nagedacht over de beste manier om ervoor te zorgen dat aan de ondertekenaars van de overeenkomst inzake de aanwijzing van het bevoegde gerecht vóór de ondertekening van de overeenkomst volledige en betrouwbare informatie wordt meegedeeld. Ook is het van belang dat toegang tot informatie wordt verschaft, ongeacht de financiële situatie van beide echtgenoten. Ook hier zij erop gewezen hoe belangrijk het is te zorgen voor een nauwkeurige en volledige informatieverstrekking aan beide echtgenoten voor wat betreft de gevolgen van hun keuze van het toepasselijke recht in geval van scheiding, temeer omdat de wetgeving van de lidstaten op een groot aantal punten sterk uiteenloopt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de redenen en vormen van scheiding, de voorwaarden voor toekenning ervan, de vereiste duur van scheiding van tafel en bed en andere aspecten die voor de procedure van doorslaggevend belang zijn. Bovendien is het recht voortdurend in beweging en het zou kunnen dat een op een gegeven moment ondertekende overeenkomst inzake de aanwijzing van het toepasselijke recht niet meer beantwoordt aan de gerechtvaardigde verwachtingen van partijen op het moment dat deze overeenkomst effect moet sorteren, aangezien de wetgeving van de desbetreffende staat intussen is gewijzigd. Uw rapporteur is daarom op dat punt ingenomen met het voorstel van de Commissie.

AMENDEMENTEN

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Deze verordening moet een duidelijk en allesomvattend rechtskader bieden voor het op echtscheiding en scheiding van tafel en bed toepasselijke recht in de deelnemende lidstaten en de burgers oplossingen aanreiken die rechtszekerheid, voorspelbaarheid en flexibiliteit waarborgen; tevens moet de verordening situaties voorkomen waarin de ene echtgenoot de andere vóór tracht te zijn met het aanvragen van de echtscheiding om te bereiken dat de procedure wordt beheerst door het recht van een bepaald land, dat deze echtgenoot gunstiger acht voor de verdediging van zijn belangen.

(9) Deze verordening moet een duidelijk en allesomvattend rechtskader bieden voor het op echtscheiding en scheiding van tafel en bed toepasselijke recht in de deelnemende lidstaten en de burgers oplossingen aanreiken die rechtszekerheid, voorspelbaarheid en flexibiliteit waarborgen; tevens moet de verordening situaties voorkomen waarin de ene echtgenoot of geregistreerde partner de andere tracht voor te zijn met het aanvragen van de echtscheiding om te bereiken dat de procedure wordt beheerst door het recht van een bepaald land, dat deze echtgenoot of geregistreerde partner gunstiger acht voor de verdediging van zijn belangen.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Wil men bereiken dat de echtgenoten de vrijheid hebben een toepasselijk recht te kiezen waarmee zij nauwe banden hebben, en dat, ook bij gebreke van een keuze, een dergelijk recht hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst, dan moet dat recht worden toegepast, ook wanneer het niet dat van een deelnemende lidstaat is. Wanneer het recht van een andere lidstaat wordt aangewezen, kan het netwerk dat is opgericht bij Besluit 2001/470/EG van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de oprichting van een Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken de rechterlijke instanties informatie verstrekken over de inhoud van het buitenlandse recht.

(12) Wil men bereiken dat de echtgenoten of geregistreerde partners de vrijheid hebben een toepasselijk recht te kiezen waarmee zij nauwe banden hebben, en dat, ook bij gebreke van een keuze, een dergelijk recht hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed dan wel de ontbinding van het geregistreerd partnerschap beheerst, dan moet dat recht worden toegepast, ook wanneer het niet dat van een deelnemende lidstaat is. Wanneer het recht van een andere lidstaat wordt aangewezen, kan het netwerk dat is opgericht bij Besluit 2001/470/EG van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de oprichting van een Europees justitieel netwerk in burgerlijke en handelszaken de rechterlijke instanties informatie verstrekken over de inhoud van het buitenlandse recht.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) De mobiliteit van de burgers verhogen vereist enerzijds meer flexibiliteit en anderzijds grotere rechtszekerheid. Om dat doel te bereiken moet deze verordening aan de partijen in een procedure van echtscheiding of scheiding van tafel en bed een grotere autonomie geven door hen tot op zekere hoogte de mogelijkheid te bieden het recht te kiezen dat hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst. Die mogelijkheid mag echter niet worden gegeven voor de nietigverklaring van een huwelijk, aangezien die nauw samenhangt met de voorwaarden voor de geldigheid van het huwelijk en beter niet aan de partijautonomie wordt overgelaten.

(13) De mobiliteit van de burgers verhogen vereist enerzijds meer flexibiliteit en anderzijds grotere rechtszekerheid. Om dat doel te bereiken moet deze verordening aan de partijen in een procedure van echtscheiding of scheiding van tafel en bed een grotere autonomie geven door hen tot op zekere hoogte de mogelijkheid te bieden het recht te kiezen dat hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst. Die mogelijkheid moet ook worden gegeven voor de nietigverklaring van een huwelijk en een geregistreerd partnerschap, om te voorkomen dat er discriminatie plaatsvindt tussen de verschillende manieren waarop het recht op bescherming van het privé- en gezinsleven wordt uitgeoefend.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) De echtgenoten moeten kunnen kiezen voor het recht van een land waarmee zij bijzondere banden hebben of voor het recht van de staat waar de zaak aanhangig is als recht dat van toepassing is op hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed. Het door de echtgenoten gekozen recht moet in overeenstemming zijn met de grondrechten zoals die zijn neergelegd in de Verdragen en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De mogelijkheid om het op echtscheiding en scheiding van tafel en bed toepasselijke recht te kiezen mag geen afbreuk doen aan het hogere belang van de kinderen.

(14) De echtgenoten of geregistreerde partners moeten kunnen kiezen voor het recht van een land waarmee zij bijzondere banden hebben of voor het recht van de staat waar de zaak aanhangig is als recht dat van toepassing is op hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed dan wel op de ontbinding van het geregistreerd partnerschap. Het door de echtgenoten of geregistreerde partners gekozen recht moet in overeenstemming zijn met de grondrechten zoals die zijn neergelegd in de Verdragen en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De mogelijkheid om te kiezen voor het op echtscheiding en scheiding van tafel en bed dan wel ontbinding van een geregistreerd partnerschap toepasselijk recht mag geen afbreuk doen aan het hogere belang van het kind. Wanneer bij de echtscheiding of scheiding van tafel en bed minderjarige kinderen van de echtgenoten betrokken zijn, kan het op de echtscheiding of scheiding van tafel en bed toepasselijk recht rekening houden met de beginselen die in artikel 24 van het Handvest neergelegd zijn, waarbij voorrang moet worden gegeven aan het hogere belang van de kinderen, hun recht gehoord te worden in aangelegenheden die hen betreffen en het recht op het onderhouden van regelmatige persoonlijke betrekkingen en rechtstreekse contacten met beide ouders, tenzij dit tegen hun belangen indruist.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Het is belangrijk dat de echtgenoten, voordat zij het toepasselijke recht kiezen, actuele informatie kunnen krijgen over de belangrijkste aspecten van het nationale recht, van het recht van de Unie en van de procedures van echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Om te garanderen dat zij relevante informatie van goede kwaliteit kunnen krijgen, werkt de Commissie deze informatie voortdurend bij in het publiek toegankelijke informatiesysteem op internetbasis, dat bij Beschikking 2001/470/EG van de Raad is opgericht.

(15) Het is belangrijk dat de echtgenoten of geregistreerde partners, voordat zij het toepasselijke recht kiezen, actuele informatie kunnen krijgen over de belangrijkste aspecten van het nationale recht, van het recht van de Unie en van de procedures van echtscheiding en scheiding van tafel en bed en van ontbinding van een geregistreerd partnerschap, met inbegrip van de mogelijkheid om zich tot een bemiddelaar te wenden. Echtgenoten moeten op de hoogte worden gebracht van de verschillende vormen van echtscheiding en de voorwaarden voor toekenning ervan in de verschillende betrokken lidstaten. Om te garanderen dat zij relevante informatie van goede kwaliteit kunnen krijgen, werkt de Commissie deze informatie voortdurend bij in het publiek toegankelijke informatiesysteem op internetbasis, dat bij Beschikking 2001/470/EG van de Raad is opgericht, terwijl de lidstaat waar de echtscheidingsprocedure plaatsvindt aan de echtgenoten alle benodigde informatie beschikbaar moet stellen.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Dat beide echtgenoten een geïnformeerde keuze kunnen maken, is voor deze verordening van wezenlijk belang. Elke echtgenoot moet precies weten wat de juridische en sociale consequenties van de keuze van het toepasselijke recht zijn. De mogelijkheid om in onderling overleg het toepasselijke recht te kiezen moet de rechten van beide echtgenoten en hun gelijke kansen onverlet laten. In dit verband moeten de nationale rechters zich ervan bewust zijn hoe belangrijk het is dat beide echtgenoten met betrekking tot de juridische consequenties van de gesloten overeenkomst een geïnformeerde keuze kunnen maken.

(16) Dat beide echtgenoten of geregistreerde partners een geïnformeerde keuze kunnen maken, is voor deze verordening van wezenlijk belang. Elke echtgenoot/geregistreerde partner moet precies weten wat de juridische en sociale consequenties van de keuze van het toepasselijke recht zijn. De mogelijkheid om in onderling overleg het toepasselijke recht te kiezen moet de rechten van beide echtgenoten of geregistreerde partners en hun gelijke kansen onverlet laten. In dit verband moeten de nationale rechters zich ervan bewust zijn hoe belangrijk het is dat beide echtgenoten/geregistreerde partners met betrekking tot de juridische consequenties van de gesloten overeenkomst een geïnformeerde keuze kunnen maken.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) Er moet in bepaalde garanties worden voorzien om te waarborgen dat de echtgenoten zich bewust zijn van de consequenties van hun keuze. De overeenkomst over de keuze van het toepasselijke recht moet minstens schriftelijk worden vastgelegd, gedateerd zijn en door beide partijen worden ondertekend. Indien het recht van de deelnemende lidstaat waar de beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben evenwel voorziet in bijkomende formele voorschriften, moeten die in acht worden genomen. Dergelijke bijkomende formele voorschriften kunnen bijvoorbeeld bestaan in de eis dat de overeenkomst wordt opgenomen in een huwelijkscontract.

(17) Er moet in bepaalde garanties worden voorzien om te waarborgen dat de echtgenoten of geregistreerde partners zich bewust zijn van de consequenties van hun keuze. De overeenkomst over de keuze van het toepasselijke recht moet minstens schriftelijk worden vastgelegd, gedateerd zijn en door beide partijen worden ondertekend. Indien het recht van de deelnemende lidstaat waar de beide echtgenoten/geregistreerde partners hun gewone verblijfplaats hebben evenwel voorziet in bijkomende formele voorschriften, moeten die in acht worden genomen. Dergelijke bijkomende formele voorschriften kunnen bijvoorbeeld bestaan in de eis dat de overeenkomst wordt opgenomen in een huwelijkscontract.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19) Voor het geval geen rechtskeuze werd gemaakt, moet deze verordening voorzien in geharmoniseerde collisieregels, met een reeks opeenvolgende aanknopingspunten die gebaseerd zijn op het bestaan van een nauwe band tussen de echtgenoten en het betrokken rechtsstelsel, om de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid te waarborgen en om situaties te voorkomen waarin de ene echtgenoot de andere vóór tracht te zijn met het aanvragen van de echtscheiding om ervoor te zorgen dat de procedure wordt beheerst door een bepaald rechtsstelsel, dat deze echtgenoot gunstiger acht voor de verdediging van zijn belangen. Deze aanknopingspunten zijn gekozen opdat de procedure van echtscheiding en scheiding van tafel en bed wordt beheerst door het recht van een land waarmee de echtgenoten nauwe banden hebben, en verwijzen in eerste instantie naar het recht van de gewone verblijfplaats van de echtgenoten.

(19) Voor het geval geen rechtskeuze werd gemaakt, moet deze verordening voorzien in geharmoniseerde collisieregels, met een reeks opeenvolgende aanknopingspunten die gebaseerd zijn op het bestaan van een nauwe band tussen de echtgenoten/geregistreerde partners en het betrokken rechtsstelsel, om de rechtszekerheid en de voorspelbaarheid te waarborgen en om situaties te voorkomen waarin de ene echtgenoot of geregistreerde partner de andere vóór tracht te zijn met het aanvragen van de echtscheiding of scheiding van tafel en bed dan wel de ontbinding van het geregistreerd partnerschap om ervoor te zorgen dat de procedure wordt beheerst door een bepaald rechtsstelsel, dat deze echtgenoot of geregistreerde partner gunstiger acht voor de verdediging van zijn belangen. Deze aanknopingspunten zijn gekozen opdat de procedure van echtscheiding en scheiding van tafel en bed dan wel van de ontbinding van een geregistreerd partnerschap wordt beheerst door het recht van een land waarmee de echtgenoten/geregistreerde partners nauwe banden hebben, en verwijzen in eerste instantie naar het recht van de gewone verblijfplaats van de echtgenoten/geregistreerde partners.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) In bepaalde omstandigheden, meer bepaald wanneer het toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of aan een van beide echtgenoten op grond van diens sekse geen gelijke toegang tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed verleent, dient evenwel het recht van de staat waar de zaak aanhangig is te worden toegepast.

(20) In bepaalde omstandigheden, meer bepaald wanneer het toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of scheiding van tafel en bed dan wel ontbinding van een geregistreerd partnerschap, of aan een van beide echtgenoten/geregistreerde partners op gronden die niet toegelaten zijn door artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, geen gelijke toegang tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed dan wel ontbinding van een geregistreerd partnerschap verleent, dient evenwel het recht van de staat waar de zaak aanhangig is te worden toegepast.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis) De term "gewone verblijfplaats" moet in overeenstemming met de doelstellingen van deze verordening worden uitgelegd. De betekenis ervan dient per geval op feitelijke basis door de rechter te worden vastgesteld. De term verwijst niet naar een begrip uit het nationale recht, maar veeleer naar een autonoom begrip uit het recht van de Unie.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening is van toepassing op situaties waarin zich wetsconflicten voordoen met betrekking tot echtscheiding en scheiding van tafel en bed.

1. Deze verordening is van toepassing op internationale situaties waarin zich wetsconflicten voordoen met betrekking tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed, nietigverklaring van een huwelijk of de ontbinding van een geregistreerd partnerschap.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Echtgenoten kunnen in onderling overleg het op echtscheiding en scheiding van tafel en bed toepasselijke recht aanwijzen mits dit recht in overeenstemming is met de grondrechten die zijn vastgesteld in de Verdragen en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met het beginsel van de openbare orde, waarbij zij de keuze hebben uit:

1. Echtgenoten of geregistreerde partners kunnen in onderling overleg het op echtscheiding en scheiding van tafel en bed dan wel op de ontbinding van een geregistreerd partnerschap toepasselijke recht aanwijzen mits dit recht in overeenstemming is met de grondrechten zoals die neergelegd zijn in de Verdragen en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en met het beginsel van de openbare orde, waarbij zij de keuze hebben uit:

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) het recht van de staat waar de echtgenoten hun laatste gewone verblijfplaats hadden, mits een van beiden daar nog woont op het ogenblik waarop de overeenkomst wordt gesloten;

b) het recht van de staat waar de echtgenoten/geregistreerde partners hun laatste gewone verblijfplaats hadden, mits een van beiden daar nog woont op het ogenblik waarop de overeenkomst wordt gesloten, en mits de toepassing van dat recht niet nadelig is voor de zwakste echtgenoot of partner;

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – letter d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d) het recht van de staat waar de zaak aanhangig wordt gemaakt.

d) het recht van de staat waar het huwelijk of geregistreerd partnerschap werd gesloten.

Motivering

Het lijkt logisch dit criterium aan de andere criteria voor de keuze van het toepasselijke recht toe te voegen en het criterium van het recht van de staat waar de zaak aanhangig is te laten vervallen om de zwakste echtgenoot beter te beschermen.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. "Gewone verblijfplaats" houdt in: de plaats waar een persoon gewoonlijk verblijft.

Motivering

Een definitie van "gewone verblijfplaats" is noodzakelijk om willekeurige uitlegging van de term zoveel mogelijk te voorkomen. Het gerecht dient uiteraard alle relevante feiten te onderzoeken alvorens de definitie toe te passen.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Onverminderd het bepaalde in lid 4 kan een rechtskeuzeovereenkomst te allen tijde worden gesloten en gewijzigd, maar uiterlijk bij de aanhangigmaking van de zaak bij de rechter.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 4 kan een rechtskeuzeovereenkomst te allen tijde worden gesloten en gewijzigd, maar uiterlijk bij de aanhangigmaking van de zaak bij de rechter. In de overeenkomst wordt verwezen naar de mogelijkheid een bemiddelaar in de arm te nemen om eventuele geschillen over de echtscheiding of scheiding van tafel en bed te beslechten.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien het recht van de deelnemende lidstaat waarin de beide echtgenoten bij het sluiten van de overeenkomst hun gewone verblijfplaats hebben evenwel voorziet in bijkomende formele voorschriften voor dit soort overeenkomst, moeten die voorschriften in acht worden genomen. Indien de echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben in verschillende deelnemende lidstaten en het recht van die lidstaten voorziet in verschillende formele voorschriften, is de overeenkomst naar de vorm geldig indien zij voldoet aan de voorwaarden die worden opgelegd door het recht van een van deze landen.

Indien het recht van de deelnemende lidstaat waarin de beide echtgenoten/geregistreerde partners bij het sluiten van de overeenkomst hun gewone verblijfplaats hebben evenwel voorziet in bijkomende formele voorschriften voor dit soort overeenkomst, moeten die voorschriften in acht worden genomen. Indien de echtgenoten/geregistreerde partners hun gewone verblijfplaats hebben in verschillende deelnemende lidstaten en het recht van die lidstaten voorziet in verschillende formele voorschriften voorziet, is de overeenkomst naar de vorm geldig indien zij voldoet aan de voorwaarden die worden opgelegd door het recht van een van deze landen.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Indien de overeenkomst deel uitmaakt van een huwelijkscontract, dient te worden voldaan aan de vormvereisten van het huwelijkscontract.

Motivering

Dit zorgt voor duidelijkheid in situaties waarin het recht van een lidstaat of het huwelijkscontract voorziet in strengere eisen.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. Indien het recht van de staat waar de zaak aanhangig is die mogelijkheid biedt, kunnen de echtgenoten ook in de loop van de procedure nog een rechtskeuze maken. In dat geval neemt de rechter volgens zijn eigen recht akte van de rechtskeuze.

4. Indien het recht van de staat waar de zaak aanhangig is die mogelijkheid biedt, kunnen de echtgenoten/geregistreerde partners ook in de loop van de procedure nog een rechtskeuze maken. In dat geval neemt de rechter volgens zijn eigen recht akte van de rechtskeuze.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer geen rechtskeuze in de zin van artikel 3 heeft plaatsgevonden, worden echtscheiding en scheiding van tafel en bed beheerst door het recht van de staat:

Indien geen rechtskeuze in de zin van artikel 3 heeft plaatsgevonden, worden echtscheiding en scheiding van tafel en bed, nietigverklaring van een huwelijk en ontbinding van een geregistreerd partnerschap beheerst door, in deze volgorde, het recht van de staat:

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) waar de echtgenoten op het ogenblik van de aanhangigmaking van de zaak hun gewone verblijfplaats hebben; of, bij gebreke daarvan,

a) waar de echtgenoten/geregistreerde partners op het tijdstip van aanhangigmaking van de zaak hun gewone verblijfplaats hebben; of, bij gebreke daarvan,

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) waar de echtgenoten hun laatste gewone verblijfplaats hadden, voor zover aan dat verblijf geen einde is gekomen meer dan een jaar vóór de aanhangigmaking van de zaak en mits een van de echtgenoten op het ogenblik van de aanhangigmaking van de zaak nog in die staat verblijft; of, bij gebreke daarvan,

b) waar de echtgenoten/geregistreerde partners hun laatste gewone verblijfplaats hadden, voor zover aan dat verblijf geen einde is gekomen meer dan een jaar vóór de aanhangigmaking van de zaak en mits een van de echtgenoten of partners op het ogenblik van de aanhangigmaking van de zaak nog in die staat verblijft; of, bij gebreke daarvan,

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) waarvan beide echtgenoten op het ogenblik van de aanhangigmaking van de zaak onderdaan waren; of, bij gebreke daarvan,

c) waarvan beide echtgenoten/geregistreerde partners op het ogenblik van de aanhangigmaking van de zaak onderdaan waren, mits de toepassing van dat recht niet nadelig is voor de zwakste echtgenoot of partner; of, bij gebreke daarvan,

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – letter c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis) waar het huwelijk of geregistreerd partnerschap werd gesloten; of, bij gebreke daarvan,

Motivering

Aangenomen kan worden dat als partijen ervoor kiezen hun huwelijk in een bepaald land te sluiten, zij ook het recht van dat land accepteren.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

"Gewone verblijfplaats" houdt in: de plaats waar een persoon gewoonlijk verblijft.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Toepassing van het recht van de staat waar de zaak aanhangig is

Toepassing van het recht van de staat waar de zaak aanhangig is en het beginsel van het forum necessitatis

Wanneer het krachtens artikel 3 of artikel 4 toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of aan een van beide echtgenoten op grond van diens sekse geen gelijke toegang tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed verleent, is het recht van de staat waar de zaak aanhangig is van toepassing.

1. Wanneer het krachtens artikel 3 of artikel 4 toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of scheiding van tafel en bed of ontbinding van een geregistreerd partnerschap, of wanneer de toegang tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed of ontbinding van een geregistreerd partnerschap discriminerend is voor een van beide echtgenoten of geregistreerde partners op gronden die niet toegelaten zijn door artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, is het recht van de staat waar de zaak aanhangig is van toepassing.

 

2. Wanneer het bevoegde gerecht is gelegen in een lidstaat waarvan het recht niet voorziet in echtscheiding of scheiding van tafel en bed, of in ontbinding van een geregistreerd partnerschap, wordt de jurisdictie toegewezen aan:

 

a) de lidstaat waarvan één van de echtgenoten of partners een onderdaan is; of

 

b) de lidstaat waar het huwelijk of geregistreerd partnerschap werd gesloten.

Motivering

In sommige gevallen kan toepassing van het nationale recht een belemmering vormen voor bepaalde in een lidstaat verblijvende personen die willen scheiden. Daarom dient het belang van individuele personen bij een scheiding of scheiding van tafel en bed - als uiting van de persoonlijke autonomie - voorrang te hebben boven de toepassing van het nationale recht op grond van de lex fori (het beginsel dat het recht van de staat waar de zaak aanhangig is van toepassing is). Als de bevoegde rechterlijke instantie echtscheiding of scheiding van tafel en bed uitsluit, kan de jurisdictie worden toegewezen aan een rechterlijke instantie in een andere lidstaat, mits aan bepaalde voorwaarden met betrekking tot grensoverschrijdende gevallen is voldaan.

PROCEDURE

Titel

Totstandbrenging van nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed

Document- en procedurenummers

COM(2010)0105 – C7-0315/2010 – 2010/0067(CNS)

Commissie ten principale

JURI

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

LIBE

7.10.2010

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Evelyne Gebhardt

10.5.2010

 

 

Behandeling in de commissie

23.6.2010

15.11.2010

25.11.2010

 

Datum goedkeuring

25.11.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

4

16

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jan Philipp Albrecht, Sonia Alfano, Roberta Angelilli, Rita Borsellino, Simon Busuttil, Carlos Coelho, Rosario Crocetta, Cornelis de Jong, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Tanja Fajon, Hélène Flautre, Kinga Göncz, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Ágnes Hankiss, Anna Hedh, Salvatore Iacolino, Sophia in ‘t Veld, Lívia Járóka, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Juan Fernando López Aguilar, Clemente Mastella, Véronique Mathieu, Louis Michel, Claude Moraes, Jan Mulder, Antigoni Papadopoulou, Georgios Papanikolaou, Carmen Romero López, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Renate Sommer, Wim van de Camp, Axel Voss, Manfred Weber, Renate Weber, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Edit Bauer, Anna Maria Corazza Bildt, Anne Delvaux, Ioan Enciu, Evelyne Gebhardt, Ana Gomes, Stanimir Ilchev, Ádám Kósa, Petru Constantin Luhan, Marie-Christine Vergiat, Cecilia Wikström

ADVIES van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (30.11.2010)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de totstandbrenging van nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed
(COM(2010)0105 – C7‑0315/2010 – 2010/0067(CNS))

Rapporteur voor advies: Angelika Niebler

BEKNOPTE MOTIVERING

Context:

Een van de prioritaire doelstellingen van de Europese Unie is de instandhouding en de verdere ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, waarbinnen het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. De bestaande Europese regelgeving inzake het toepasselijke recht op echtscheiding of scheiding van tafel en bed in geval van internationale huwelijken is momenteel bijzonder onoverzichtelijk. Daardoor komt het vaak tot een "rush naar de rechter", waarbij een van de echtgenoten eerst de echtscheiding aanvraagt om ervoor te zorgen dat de procedure door een bepaald rechtsstelsel wordt beheerst dat gunstiger is voor de verdediging van zijn belangen. Daarom heeft het voorstel voor een verordening tot doel rechtszekerheid te bieden aan de betrokken echtparen en voorspelbaarheid en flexibiliteit te garanderen.

Aangezien het familierecht een van de meest gevoelige gebieden van het nationale recht is, gaat het in het voorstel van de Commissie niet in de eerste plaats om de harmonisatie van het scheidingsrecht, laat staan het familierecht, maar om een gemeenschappelijke regeling op grond waarvan wordt bepaald welk recht toepasselijk is op de ontbinding van een internationaal huwelijk. Jaarlijks worden in de EU om en bij de 300.000 nieuwe internationale huwelijken gesloten; dit betekent dat er tot nu toe in totaal 16 miljoen van bestaan. Daarvan lopen er in de hele EU per jaar 140.000 à 170.000 uit op een scheiding. Deze cijfers, plus de sterk uiteenlopende materiële echtscheidingsrechten in de gehele Europese Unie maken duidelijk dat dringend werk moet worden gemaakt van een hoger niveau van rechtszekerheid in geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed.

Om dat doel te bereiken stelt de Commissie voor aan de partijen in een procedure van echtscheiding of scheiding van tafel en bed een grotere autonomie geven door hun binnen een bepaald kader de mogelijkheid te bieden het recht te kiezen dat hun echtscheiding of scheiding van tafel en bed beheerst. De echtgenoten moeten daarbij de mogelijkheid hebben het recht van een land te kiezen waarmee zij een nauwe band hebben, met dien verstande dat de keuze van het rechtsstelsel verenigbaar moet zijn met de gemeenschappelijke waarden van de Europese Unie.

Standpunt van de rapporteur

De rapporteur voor advies stemt principieel in met de inhoud van de voorgestelde regeling inzake het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed.

De amendementen die in dit advies worden voorgesteld hebben als doel het Commissievoorstel in zoverre aan te passen dat discriminatie op grond van geslacht voor eens en altijd uitgesloten wordt, garanties worden geboden voor gelijke kansen voor beide echtgenoten en de belangen van het kind centraal komen te staan.

Tot slot wijst de rapporteur voor advies er echter op dat het niet bij een voor heel Europa geldende gemeenschappelijke regeling inzake het toepasselijke recht inzake echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed mag blijven, maar dat in een tweede fase ook regels moeten worden uitgevaardigd voor de gevolgen van de scheiding (huwelijksvermogensrecht, alimentatie, pensioenrechten). De gevolgen van de scheiding komen in het oorspronkelijke voorstel niet aan bod.

AMENDEMENTEN

De Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement 1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) Overeenkomstig artikel 8 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie streeft de Europese Unie er bij elk optreden naar de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis) Indien de echtgenoten geen overeenstemming bereiken over het toepasselijke recht, zouden zij een bemiddelingsprocedure moeten doorlopen die ten minste een consultatie bij een erkend bemiddelaar omvat.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Dat beide echtgenoten een geïnformeerde keuze kunnen maken, is voor deze verordening van wezenlijk belang. Elke echtgenoot moet precies weten wat de juridische en sociale consequenties van de keuze van het toepasselijke recht zijn. De mogelijkheid om in onderling overleg het toepasselijke recht te kiezen moet de rechten van beide echtgenoten en hun gelijke kansen onverlet laten. In dit verband moeten de nationale rechters zich ervan bewust zijn hoe belangrijk het is dat beide echtgenoten met betrekking tot de juridische consequenties van de gesloten overeenkomst een geïnformeerde keuze kunnen maken.

(16) Dat beide echtgenoten een geïnformeerde keuze kunnen maken, is voor deze verordening van wezenlijk belang. Elke echtgenoot moet precies weten wat de juridische en sociale consequenties van de keuze van het toepasselijke recht zijn. De mogelijkheid om in onderling overleg het toepasselijke recht te kiezen moet de rechten van beide echtgenoten en hun gelijke kansen onverlet laten. In dit verband moeten de nationale rechters zich ervan bewust zijn hoe belangrijk het is dat beide echtgenoten met betrekking tot de juridische consequenties van de gesloten overeenkomst een geïnformeerde keuze kunnen maken. Bij de legalisering van de keuze van het toepasselijke recht wordt elke echtgenoot individueel geïnformeerd over de juridische consequenties van hun keuze. Ook zijn de nationale voorschriften die een van de echtgenoten rechtsbijstand toekennen van overeenkomstige toepassing.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) Er moet in bepaalde garanties worden voorzien om te waarborgen dat de echtgenoten zich bewust zijn van de consequenties van hun keuze. De overeenkomst over de keuze van het toepasselijke recht moet minstens schriftelijk worden vastgelegd, gedateerd zijn en door beide partijen worden ondertekend. Indien het recht van de deelnemende lidstaat waar de beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben evenwel voorziet in bijkomende formele voorschriften, moeten die in acht worden genomen. Dergelijke bijkomende formele voorschriften kunnen bijvoorbeeld bestaan in de eis dat de overeenkomst wordt opgenomen in een huwelijkscontract.

(17) Er moet in bepaalde garanties worden voorzien om te waarborgen dat de echtgenoten zich bewust zijn van de consequenties van hun keuze. De overeenkomst over de keuze van het toepasselijke recht moet minstens schriftelijk worden vastgelegd, gedateerd zijn, door beide partijen worden ondertekend en via een notariële akte worden gelegaliseerd. Indien het recht van de deelnemende lidstaat waar de beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats hebben evenwel voorziet in bijkomende formele voorschriften, moeten die in acht worden genomen. Dergelijke bijkomende formele voorschriften kunnen bijvoorbeeld bestaan in de eis dat de overeenkomst wordt opgenomen in een huwelijkscontract.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) In bepaalde omstandigheden, meer bepaald wanneer het toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of aan een van beide echtgenoten op grond van diens sekse geen gelijke toegang tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed verleent, dient evenwel het recht van de staat waar de zaak aanhangig is te worden toegepast.

(20) Wanneer het toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of scheiding van tafel en bed, of aan een van beide echtgenoten op grond van diens sekse geen gelijke toegang tot en gelijke behandeling met betrekking tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed verleent, dient het recht van de staat waar de zaak aanhangig is te worden toegepast.

Motivering

Om de fundamentele rechten van vrouwen en mannen te beschermen, moeten waarborgen worden gecreëerd voor gelijke toegang en gelijke behandeling in geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 20 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(20 bis) De lidstaten moeten de mogelijkheid overwegen om in geval van tegenstrijdige collisievoorschriften de bepalingen van de onderhavige verordening toe te passen op scheidingen in het kader van geregistreerde samenlevingscontracten zolang er geen specifieke regelingen voor dergelijke gevallen worden aangenomen; hierbij wordt rekening gehouden met de verschillende rechtsstelsels in de lidstaten. Dit veronderstelt geenszins een wettelijke verplichting om geregistreerde samenlevingscontracten te erkennen.

Motivering

De werkingssfeer van de verordening beperkt zich tot echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed; zij heeft geen betrekking op het ontbinden van geregistreerde samenlevingscontracten. Om discriminatie van andere samenlevingsvormen te vermijden, moet de werkingssfeer van de verordening worden uitgebreid.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) Met het oog op het algemeen belang moeten de rechterlijke instanties van de deelnemende lidstaten in uitzonderlijke omstandigheden de mogelijkheid hebben om buitenlands recht niet toe te passen wanneer dat in een bepaalde zaak kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van het land van de rechter. De rechterlijke instanties mogen zich echter niet op de exceptie van de openbare orde kunnen beroepen om het recht van een andere lidstaat terzijde te schuiven wanneer zulks strijdig zou zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name artikel 21 daarvan, dat elke vorm van discriminatie verbiedt.

(21) Met het oog op het algemeen belang moeten de rechterlijke instanties van de deelnemende lidstaten in uitzonderlijke omstandigheden de mogelijkheid hebben om buitenlands recht niet toe te passen wanneer dat in een bepaalde zaak kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van het land van de rechter. De rechterlijke instanties mogen zich echter niet op de exceptie van de openbare orde kunnen beroepen om het recht van een andere lidstaat terzijde te schuiven wanneer zulks strijdig zou zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name artikel 21 daarvan, dat elke vorm van discriminatie verbiedt en artikel 23, dat gelijke behandeling van vrouwen en mannen op alle gebieden waarborgt.

Motivering

Om de fundamentele rechten van de Europese burgers te garanderen, moet de exceptie van openbare orde worden beperkt.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze verordening is van toepassing in gevallen van wetsconflict met betrekking tot echtscheiding en scheiding van tafel en bed.

1. Deze verordening is van toepassing in gevallen waarin in diverse lidstaten verschillende collisienormen gelden met betrekking tot echtscheiding, scheiding van tafel en bed alsook de ontbinding van huwelijken.

Motivering

In bepaalde situaties is het voor de vrouw belangrijk dat zij nog niet gescheiden is. Daarom valt een uitbreiding van de werkingssfeer toe te juichen.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De in lid 2 bedoelde rechtskeuze geschiedt bij een schriftelijke overeenkomst, die wordt gedagtekend en ondertekend door beide echtgenoten. Als schriftelijk wordt aangemerkt elke elektronische mededeling waardoor de overeenkomst duurzaam wordt vastgelegd.

3. De in lid 2 bedoelde rechtskeuze geschiedt bij een schriftelijke overeenkomst, die wordt gedagtekend en ondertekend door beide echtgenoten, en via een notariële akte wordt gelegaliseerd.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer het krachtens artikel 3 of artikel 4 toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of aan een van beide echtgenoten op grond van diens sekse geen gelijke toegang tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed verleent, is het recht van de staat waar de zaak aanhangig is van toepassing.

Wanneer het krachtens artikel 3 of artikel 4 toepasselijke recht niet voorziet in de mogelijkheid van echtscheiding of scheiding van tafel en bed, of aan een van beide echtgenoten op grond van diens sekse geen gelijke toegang tot en gelijke behandeling met betrekking tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed verleent, is het recht van de staat waar de zaak aanhangig is van toepassing.

Motivering

Om de fundamentele rechten van vrouwen en mannen te beschermen, moeten waarborgen worden gecreëerd voor gelijke toegang en gelijke behandeling in geval van echtscheiding of scheiding van tafel en bed.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening

Artikel 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De toepassing van een bepaling van het door deze verordening aangewezen recht kan slechts terzijde worden gesteld, indien deze toepassing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van de staat waar de zaak aanhangig is.

De toepassing van een bepaling van het door deze verordening aangewezen recht kan slechts terzijde worden gesteld, indien deze toepassing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde van de staat waar de zaak aanhangig is. De rechterlijke instanties mogen zich echter niet op de exceptie van de openbare orde kunnen beroepen om het recht van een andere lidstaat terzijde te schuiven wanneer zulks strijdig zou zijn met het handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name artikel 21 daarvan, dat elke vorm van discriminatie verbiedt en artikel 23, dat gelijke behandeling van vrouwen en mannen op alle gebieden waarborgt.

Motivering

Om de fundamentele rechten van de Europese burgers te garanderen, moet de exceptie van openbare orde worden beperkt.

PROCEDURE

Titel

Totstandbrenging van nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed

Document- en procedurenummers

COM(2010)0105 – C7-0315/2010 – 2010/0067(CNS)

Commissie ten principale

JURI

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

FEMM

7.10.2010

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Angelika Niebler

4.5.2010

 

 

Behandeling in de commissie

28.10.2010

30.11.2010

 

 

Datum goedkeuring

30.11.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Andrea Češková, Marije Cornelissen, Tadeusz Cymański, Edite Estrela, Ilda Figueiredo, Iratxe García Pérez, Lívia Járóka, Philippe Juvin, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Astrid Lulling, Elisabeth Morin-Chartier, Siiri Oviir, Nicole Sinclaire, Joanna Katarzyna Skrzydlewska, Eva-Britt Svensson, Marc Tarabella, Britta Thomsen, Anna Záborská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Izaskun Bilbao Barandica, Vilija Blinkevičiūtė, Antigoni Papadopoulou, Sirpa Pietikäinen

PROCEDURE

Titel

Totstandbrenging van nauwere samenwerking op het gebied van het toepasselijke recht inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed

Document- en procedurenummers

COM(2010)0105 – C7-0315/2010 – 2010/0067(CNS)

Datum raadpleging EP

28.4.2010

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

JURI

7.10.2010

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

LIBE

7.10.2010

FEMM

7.10.2010

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Tadeusz Zwiefka

28.4.2010

 

 

Behandeling in de commissie

31.5.2010

23.6.2010

28.10.2010

 

Datum goedkeuring

2.12.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

17

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Raffaele Baldassarre, Sebastian Valentin Bodu, Marielle Gallo, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Klaus-Heiner Lehne, Antonio Masip Hidalgo, Jiří Maštálka, Alajos Mészáros, Evelyn Regner, Dimitar Stoyanov, Alexandra Thein, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Piotr Borys, Sergio Gaetano Cofferati, Luis de Grandes Pascual, Vytautas Landsbergis, Kurt Lechner, Angelika Niebler

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Oreste Rossi

Datum indiening

7.12.2010