Procedure : 2010/0062(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0370/2010

Ingediende teksten :

A7-0370/2010

Debatten :

PV 17/01/2011 - 14
PV 17/01/2011 - 16
CRE 17/01/2011 - 14
CRE 17/01/2011 - 16

Stemmingen :

PV 19/01/2011 - 6.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0010

AANBEVELING     ***
PDF 177kWORD 94k
9.12.2010
PE 450.728v02-00 A7-0370/2010

over het ontwerp van besluit van de Raad inzake de sluiting van een vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Congo inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van hout en houtproducten in de Europese Unie (FLEGT)

(0028/2010 – C7‑0170/2010 – 2010/0062(NLE))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Yannick Jadot

PR_NLE-AP_art90

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad inzake de sluiting van een vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Congo inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van hout en houtproducten in de Europese Unie (FLEGT)

(0028/2010 – C7‑0170/2010 – 2010/0062(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–   gezien het ontwerp van besluit van de Raad (0028/2010),

–   gezien het ontwerp van vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Congo inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van hout en houtproducten in de Europese Unie (FLEGT) (07636/2010),

–   gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 207, lid 3, en de eerste alinea van artikel 207, lid 4, artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), onder v) en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7‑0170/2010),

–   gelet op artikel 81 en artikel 90, lid 8, van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A7‑0370/2010),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Republiek Congo.


TOELICHTING

Met de vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Congo ("VPO Congo-EU") wordt beoogd een wettelijk kader te scheppen om (i) de traceerbaarheid van houtproducten te waarborgen, (ii) procedures in te voeren voor overheidscontrole en onafhankelijke controle om te waarborgen dat al het hout uit Congo dat naar de Europese markt wordt uitgevoerd op legale wijze verworven, gekapt, vervoerd en uitgevoerd is teneinde in Congo tot bosbeheer en -exploitatie op legale grondslag te komen, en (iii) de toepassing van de regelgeving en governance te versterken.

De overeenkomst tussen Congo en de EU is op 9 mei 2009 gesloten na betrekkelijk korte onderhandelingen. De overeenkomst sluit aan bij het EU-actieplan voor wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (FLEGT).

Aan de meeste criteria uit hoofde van de definities van de VPO is kennelijk voldaan, met name wat betreft het onderhandelingsproces, dat in een overeenkomst van nieuwe snit is uitgemond; er wordt mee beoogd doeltreffend op te treden tegen ondeugdelijke governance als grondslag voor illegale houthandel en corruptie; voorts moet er een doeltreffend en transparant controlesysteem komen om na te gaan of het hout en de houtproducten op legale wijze verkregen zijn.

Congo exporteert voor ruim 250 miljoen euro per jaar aan hout en houtproducten, waarvan de helft naar de Europese Unie gaat(1). Uit onderzoek van ngo's blijkt dat thans 20% van het Congolese hout dat op de Europese markt komt op illegale wijze geproduceerd, verkocht, verwerkt of geëxporteerd is. Door de oorlogen van 1993 en 1999 zijn de zaken er niet beter op geworden en is de corruptie in de hand gewerkt. Maatregelen om de illegale houthandel te bestrijden en de veelal complexe handelsstromen in kaart te brengen en in het oog te houden zijn daarom geboden.

De vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen Congo en de EU, die met inachtneming van de WTO-regels gesloten is, omvat een aantal hervormingen op politiek en regelgevingsgebied, waardoor de Congolese bosbouw tot een betere governance en meer transparantie kan komen. De VPO voorziet in een nieuwe aanpak van fraude en illegale houthandel: een definitie van legale houthandel, een controlesysteem om het legale karakter te verifiëren en onafhankelijke audits van het gehele systeem met het oog op duurzame houthandel(2).

Het is zaak ervoor te zorgen dat alle hout en houtproducten uit Congo die in Europa op de markt komen op legale wijze geproduceerd zijn en dat de hervormingen op politiek en regelgevingsgebied bijdragen tot terugdringing van armoede, concrete stijging van de levensstandaard van de bevolking, milieubehoud en met name het tegengaan van klimaatverandering en achteruitgang van biodiversiteit, en eerbiediging van de rechten van plaatselijke en inheemse gemeenschappen. Met de hervormingen op politiek en regelgevingsgebied wordt voorts beoogd tot meer transparantie, verantwoordelijkheidsbesef en integriteit in de bosbouw te komen, doeltreffend op te treden tegen corruptie, de civil society ter plaatse en de eerbiediging van de mensenrechten te ondersteunen en de handelsbetrekkingen met Congo te saneren.

De overeenkomst zal vruchten gaan afwerpen zodra de toegezegde wetswijzigingen hun beslag hebben gekregen en het controlesysteem geïmplementeerd is. De eerste FLEGT-vergunningen, die slechts voor exporthout met bestemming EU zullen worden afgegeven, worden in 2011 verwacht.

Uit de respectvolle wijze waarop de onderhandelingen gevoerd zijn en de betrokkenheid van de vertegenwoordigers van de lokale civil society blijkt dat de Republiek Congo, de belanghebbenden en de EU op voorbeeldige wijze tot een VPO wilden komen.

Dat de VPO een succes is blijkt ook uit het feit dat Congo niet alleen de uitvoer naar de EU maar ook al het andere hout, voor binnenlands gebruik of voor uitvoer naar derde landen, onder de overeenkomst wil laten vallen.

De rapporteur stelt dan ook voor het standpunt van de Raad te onderschrijven, zij het dat de tenuitvoerlegging nog aanleiding is voor enige bezorgdheid. Daarom formuleert hij onderstaande aanbevelingen voor de tenuitvoerleggingsfase.

1. De rapporteur wijst op het belang van een helder juridisch kader als grondslag voor de VPO. Het is zaak dat de Commissie haar volle aandacht op de structuur en invulling daarvan richt.

2. De rapporteur wijst erop dat industriële bosexploitatie op megaschaal tot achteruitgang van de bossen en ontbossing en verwoesting van het mondiale milieu kan bijdragen.

3. De rapporteur dringt er dan ook op aan dat vast wordt gehouden aan de milieudoelstellingen van de VPO's en dat erop wordt toegezien dat de hervormingen op politiek en regelgevingsgebied in het kader van de partnerschapsovereenkomst daadwerkelijk bijdragen tot de internationale verplichtingen van de EU en Congo op het vlak van milieubehoud en duurzame ontwikkeling, en met name de instandhouding en een duurzaam beheer van de biodiversiteit en het tegengaan van klimaatverandering en ontbossing en achteruitgang van bossen. In dat verband verzoekt hij de Commissie er met name op toe te zien dat de VPO geen stimulans vormt voor uitbreiding van de industriële bosexploitatie in intacte bosgebieden met een hoog koolstoffixatiepotentieel of andere bossen met een grote instandhoudingswaarde op het punt van biodiversiteit.

4. De rapporteur verlangt voorts dat de EU als aanvulling op de VPO extra maatregelen neemt om ontbossing en achteruitgang van intacte bossen tegen te gaan teneinde deze te beschermen. Als de invoer van houtproducten uit dat soort gebieden wordt bevorderd, opereert de EU wellicht in tegenspraak met haar doelstellingen op het vlak van klimaatverandering en biodiversiteit.

5. De rapporteur verlangt dat de Commissie en de Raad met het oog op de tenuitvoerlegging van de overeenkomst een onafhankelijke beoordeling van de eerbiediging van de mensenrechten in de Republiek Congo geven(3). Alleen als alle partijen die bij de bosbouw betrokken zijn zich vrijelijk kunnen uiten en toegang tot informatie hebben kan er sprake zijn van een acceptabele tenuitvoerlegging van de VPO. De Commissie wordt verzocht hiervoor een onafhankelijk beoordelings- en toezichtssysteem op te zetten.

6. Als de in de VPO voorziene instanties en ontwikkelingsfasen hun beslag hebben gekregen, moet de Commissie erop toezien dat bij de tenuitvoerlegging dezelfde waarborgen blijven gelden en dat daarbij de doelstellingen van het actieplan FLEGT en de doelstellingen en inhoud van internationale overeenkomsten in acht worden genomen. Voor de onafhankelijke civil society in Congo en externe waarnemers is een essentiële rol weggelegd bij het toezicht op een goede uitvoering van de overeenkomst en de eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie over bosbouw en de daarmee gegenereerde inkomsten, wil de governance in deze sector werkelijk verbeterd worden en de corruptie aanzienlijk worden teruggedrongen. Op middellange termijn is het aan de lokale civil society om onafhankelijk toezicht uit te oefenen op de wetshandhaving.

7. De rapporteur is verheugd over de toezeggingen wat betreft verbetering van de wetgeving. De bereidheid om wetsteksten aan te passen omwille van sociale gerechtigheid en eerbiediging van de rechten van de inheemse en lokale gemeenschappen, met aanhoudende aandacht voor participatie en transparantie, is van wezenlijk belang. Zoals aangegeven in de tekst van de overeenkomst moeten deze verbeteringen in de wetgeving hun beslag hebben gekregen voordat de FLEGT-vergunningen worden afgegeven. De beide partijen moeten tijdens de tenuitvoerlegging van de overeenkomst toezien op de naleving van deze toezeggingen.

8. De ngo's vrezen dat de jonge civil society in Congo nog niet over de nodige politieke speelruimte beschikt om tegenwicht te bieden tegen de machtige bosbouwindustrie. Volgens sommige waarnemers is deze VPO tot stand gekomen met een zekere inbreng van niet-overheidsactoren en vertegenwoordigers van ngo's en inheemse volkeren, hetgeen bemoedigend is.

9. De rapporteur verlangt dat de Commissie uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van elke VPO, inclusief die tussen de EU en Congo, een verslag over de genomen maatregelen uitbrengt, zodat de dialoog tussen de belanghebbenden en de civil society, met inbegrip van de inheemse en lokale bevolkingsgroepen, die tijdens de onderhandelingen op gang is gebracht, ook in de tenuitvoerleggingsfase wordt voortgezet. In dat verslag moet tevens worden geëvalueerd wat de gevolgen en reële bijdragen van de VPO zijn vanuit het oogpunt van de internationale verplichtingen van de EU en het partnerland wat betreft milieu en duurzame ontwikkeling, en met name de instandhouding en een duurzaam beheer van de biodiversiteit en het tegengaan van klimaatverandering en ontbossing en achteruitgang van bossen.

10. De Commissie moet erop toezien dat de rechten van de inheemse en lokale gemeenschappen, die veelal als eersten te lijden hebben van klimaat- en milieuverstoringen, geëerbiedigd worden en dat zij een directe inbreng hebben in de formulering van nieuwe regelingen en bij de uitvoering van de overeenkomst. De rapporteur is er verheugd over dat de wetgevingsschema's rekening moeten houden met de rechten van de inheemse en lokale gemeenschappen. In de preambule van de overeenkomst wordt verwezen naar de verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volken (UNDRIP), en de Congolese regering heeft zich er via de VPO toe verbonden een wetsvoorstel ten behoeve van de inheemse bevolkingsgroepen en hun rechten op te stellen(4) alsmede regelingen uit te vaardigen waarin de rechten en inbreng van de inheemse en lokale gemeenschappen in de bosbouw worden vastgelegd.

11. Om de corruptie te doen verminderen moeten maatregelen worden aangemoedigd en ondersteund gericht op onafhankelijkheid van de plaatselijke rechtspraak, invoering van nieuwe gerechtelijke procedures, erkenning van procesbevoegdheid voor individuele burgers, of in ieder geval voor maatschappelijke organisaties in gevallen van klaarblijkelijke corruptie of onwettigheid, en eerbiediging en bescherming van de rechten van degenen die een klacht indienen. Voorts moet de mogelijkheid van dwangmaatregelen en rechterlijke sancties overwogen worden. Het toezicht op een en ander moet plaatsvinden in combinatie met onafhankelijke audits. De jonge civil society moet zich met deze zaken bezighouden.

12. Volgens artikel 15 van de VPO moeten er extra technische en financiële middelen worden toegewezen voor het opzetten van het systeem waarmee de wettigheid van hout zal worden gecontroleerd. Formeel heeft de overeenkomst echter geen financiële gevolgen voor de begroting van de Unie: voor de toekenning van extra middelen door Commissie of lidstaten gelden de gebruikelijke procedures die van toepassing zijn op de programmering van de steun. De Republiek Congo en de Europese Unie moeten dus voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst specifieke financiële bronnen aanboren en ondersteunende middelen en mankracht inzetten. Meer in het algemeen is het zaak dat de EU zich bezint op een strategie en op substantiële, op het belang en de ambities van deze samenwerking afgestemde financiële steun voor de uitvoering van deze en toekomstige overeenkomsten voor FLEGT-partnerschap. Daarom verzoekt de Commissie internationale handel de Commissie in het kader van de komende begrotingsprocedure na te gaan welk steunbedrag zij in totaal en voor elke van de VPO's afzonderlijk (inclusief die met Congo) voor de uitvoering nodig acht.

13. De rapporteur verlangt ten slotte dat er voor elke VPO een ombudsman en een beroeps- en bemiddelingsprocedure worden ingesteld. Met die procedure moet er een recht op beroep voor de civil society worden gecreëerd, waarvan gebruik kan worden gemaakt als een partij zich niet houdt aan het tijdschema en de regelingen van de overeenkomst.

14.  Op basis van een analyse van de nieuwe bevoegdheden die het Parlement dankzij het Verdrag van Lissabon op het gebied van de handelsakkoorden heeft verkregen, stelt de rapporteur dat het Parlement een grotere rol op dit punt moet spelen en verlangt hij dat de Commissie voor het Parlement verantwoording over de VPO's aflegt wat betreft de onderhandelings- en uitvoeringsfase.

15. Het Europees Parlement wenst via de Commissie internationale handel geïnformeerd te worden en tevens de voor de Raad bestemde documenten te ontvangen zoals de notulen van de vergaderingen van het "het gezamenlijke comité voor de tenuitvoerlegging", de besluitenlijsten en het jaarverslag van het "het gezamenlijke comité voor de tenuitvoerlegging"; de controlerapporten en de rapporten van de onafhankelijke auditeur; en de evaluatieverslagen over de tenuitvoerlegging van de overeenkomst, met inbegrip van de effectrapportages op sociaal, economisch en milieugebied.

16. Omwille van de transparantie en goede samenwerking moet een volledige lijst met de namen van de bedrijven (en aandeelhouders) waaraan concessies zijn toegewezen openbaar worden gemaakt en voor alle belanghebbenden beschikbaar zijn. De EU dient op haar beurt omwille van de transparantie de namen van de handelaren en importeurs aan Europese zijde te publiceren.

---------------------------------------------------------------------------------------------------

De rapporteur adviseert positief over de sluiting van de vrijwillige samenwerkingsovereenkomst met Congo (Brazzaville), ervan uitgaande dat alle genoemde problemen tijdig en op bevredigende wijze zullen worden aangepakt.

(1)

Europese Commissie.

(2)

Counter Brief Loggingoff : a civil society counter-brief on the Congo-EU VPA (March 2010)

(3)

US Department of State, Bureau of Democracy, Human Rights, and Labor, 2009 Country Reports on Human Rights Practices, March 11, 2010. Human Rights reports : Republic of the Congo.

(4)

                Artikel 17 van de VPO (Sociale waarborgen) is bedoeld om de negatieve effecten van de VPO op inheemse gemeenschappen zoveel mogelijk te beperken door "meer kennis te verzamelen over de levenswijze van de inheemse en lokale gemeenschappen die mogelijk worden getroffen" en "toezicht [te houden] op de gevolgen die deze overeenkomst heeft op deze gemeenschappen en [...] redelijke maatregelen [te treffen] om eventuele negatieve gevolgen te verzachten".


ADVIES van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (26.10.2010)

aan de Commissie internationale handel

over het ontwerp van besluit van de Raad inzake de sluiting van een vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Congo inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van hout en houtproducten in de Europese Unie (FLEGT)

(10028/2010 – C7‑0170/2010 – 2010/0062(NLE))

Rapporteur voor advies: Eva Joly

BEKNOPTE MOTIVERING

De vrijwillige partnerschapsovereenkomst (VPO) tussen de EU en de Republiek Congo heeft tot doel de governance in de bosbouw te versterken, de positie van Congolese houtproducten te verbeteren en het land op de internationale markt concurrerender te maken.

Hoewel uit de overeenkomst gerechtvaardigde ambities spreken, wil de Commissie ontwikkelingssamenwerking er wel op wijzen dat van een succes kan worden gesproken als de FLEGT-doelstellingen worden gehaald en de in de overeenkomst vastgelegde verplichtingen worden nagekomen (versterking van de rechten van de gemeenschap op eigendom van en toegang tot grond, daadwerkelijke betrokkenheid van maatschappelijke organisaties – met name van inheemse volkeren – bij beleidsvorming over vraagstukken die verband houden met governance in de bosbouw, meer transparantie en minder corruptie).

In dit verband wil de Commissie ontwikkelingssamenwerking op ten minste twee punten wijzen: enerzijds is het van belang tot een zodanige betekenisvolle hervorming van de governance in de bosbouw te komen dat rekening wordt gehouden met de behoeften van inheemse volkeren en gemeenschappen die op het bos zijn aangewezen; daartoe moeten maatschappelijke organisaties worden betrokken bij de opstelling van wetgeving en het bosbeheer, teneinde de governance in de bosbouw, de handhavingsmechanismen en de corruptiebestrijding te verbeteren.

Anderzijds – en dit hangt samen met de eerder genoemde doelstellingen – moeten de overeenkomsten duidelijke regels bevatten over de rol en de verantwoordelijkheid van alle belanghebbenden tijdens de wetsherziening, het operationeel maken van het houtidentificatiesysteem, het opzetten van het institutionele kader en het bewust maken van de actoren en het vergroten van hun mogelijkheden.

Tot slot wil de Commissie ontwikkelingssamenwerking erop wijzen dat het zowel bij FLEGT als bij de REDD-programma’s (reductie van broeikasgasemissies ten gevolge van ontbossing en bosdegradatie) weliswaar om bosgebruik gaat, maar dat zij als aparte initiatieven worden beschouwd en in de partnerlanden onder verschillende ministers vallen. Onderstreept daarom dat er moet worden aangedrongen op goed bestuur en de erkenning van de rechten van lokale gemeenschappen en inheemse volkeren, omdat anders bij REDD-programma’s de overlegrondes (en, waar van toepassing, de governance- en wetshervormingen) die deel uitmaken van het FLEGT-proces, kunnen worden omzeild. Daarom moeten de REDD-programma’s volgens de FLEGT-overlegprocedure worden behandeld en zich richten op de diepere oorzaken van ontbossing en bosdegradatie.

******

De Commissie ontwikkelingssamenwerking verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel het Parlement voor te stellen zijn goedkeuring te geven.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.10.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Thijs Berman, Michael Cashman, Véronique De Keyser, Nirj Deva, Charles Goerens, Catherine Grèze, Enrique Guerrero Salom, András Gyürk, Eva Joly, Filip Kaczmarek, Franziska Keller, Gay Mitchell, Norbert Neuser, Bill Newton Dunn, Birgit Schnieber-Jastram

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Horst Schnellhardt, Bart Staes

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Eider Gardiazábal Rubial, Anna Ibrisagic, Miroslav Mikolášik


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.12.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

2

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, David Campbell Bannerman, Harlem Désir, Christofer Fjellner, Joe Higgins, Yannick Jadot, Metin Kazak, Bernd Lange, David Martin, Vital Moreira, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Niccolò Rinaldi, Tokia Saïfi, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Robert Sturdy, Keith Taylor, Paweł Zalewski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

George Sabin Cutaş, Małgorzata Handzlik, Salvatore Iacolino, Syed Kamall, Maria Eleni Koppa, Jörg Leichtfried, Michael Theurer, Jarosław Leszek Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Markus Pieper

Juridische mededeling - Privacybeleid