AANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

    27.1.2011 - (13988/2010 – C7‑0335/2010 – 2009/0115(NLE)) - ***

    Commissie vervoer en toerisme
    Rapporteur: Silvia-Adriana Ţicău
    PR_NLE-AP_art90

    Procedure : 2009/0115(NLE)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A7-0004/2011
    Ingediende teksten :
    A7-0004/2011
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het ontwerp van besluit van de Raad inzake de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten

    (13988/2010 – C7‑0335/2010 – 2009/0115(NLE))

    (Goedkeuring)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het ontwerp van besluit van de Raad (13988/2010),

    –   gezien de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Federale Republiek Brazilië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten (12922/2009),

    –   gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 100, lid 2, artikel 218, lid 8, eerste alinea en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7‑0335/2010),

    –   gelet op artikel 81 en artikel 90, lid 8, van zijn Reglement,

    –   gezien de aanbeveling van de Commissie vervoer en toerisme (A7‑0004/2011),

    1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

    2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Federale Republiek Brazilië.

    TOELICHTING

    Inleiding

    Volgens een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie beschikt de Unie over uitsluitende bevoegdheid met betrekking tot een aantal aspecten van externe luchtdiensten die van oudsher geregeld waren bij bilaterale overeenkomsten inzake luchtdiensten tussen lidstaten en derde landen.

    De Raad heeft de Commissie op 5 juni 2003 dan ook gemachtigd onderhandelingen te openen met derde landen om een aantal bepalingen in bestaande bilaterale overeenkomsten te vervangen door EU-overeenkomsten.

    Daarop heeft de Commissie met de Federale Republiek Brazilië onderhandeld over een overeenkomst die een aantal bepalingen van de 12 bilaterale overeenkomsten inzake luchtdiensten die gesloten zijn tussen de lidstaten van de EU en de Federale Republiek Brazilië vervangt. De overeenkomst werd getekend op 14 juli 2010.

    Het Verdrag van Lissabon

    Het Parlement werd geraadpleegd over internationale luchtvaartovereenkomsten op grond van het tijdens de onderhandelingen geldende Verdrag van Nice. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 werd het aantal gevallen uitgebreid waarvoor de goedkeuring van het Parlement vereist is bij het sluiten van internationale overeenkomsten. Overeenkomsten inzake luchtdiensten vallen nu onder deze categorie aangezien ze een terrein bestrijken waarop de gewone wetgevingsprocedure van toepassing is[1]. De lopende voorstellen waarop deze veranderingen betrekking hadden, zijn formeel door de Commissie gewijzigd in een op 2 december 2009 bekendgemaakte mededeling, met als titel "Gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor de lopende interinstitutionele besluitvormingsprocedures"[2].

    De overeenkomstig het nieuwe Verdrag uitgebreide rol van het Parlement omvat een bredere verantwoordelijkheid om nauwgezetter toe te zien op de onderhandelingen door de in artikel 90 van het Reglement van het Europees Parlement voorziene mogelijkheden volledig te benutten. Het is uiteraard gunstig voor alle partijen dat kwesties die voldoende belangrijk zijn om de bereidheid van het Parlement om goedkering te verlenen in twijfel te kunnen trekken, eerder in een vroeg stadium dan na het afronden van de onderhandelingen worden geïdentificeerd en aangepakt.

    Doelstellingen van de overeenkomst

    Artikel 2 (Aanwijzing door een lidstaat)

    Om discriminatie tussen luchtvaartondernemingen uit de EU te voorkomen worden de gebruikelijke aanwijzingsclausules die verwijzen naar luchtvaartondernemingen uit de lidstaten die partij zijn bij de bilaterale overeenkomst, vervangen door een aanwijzingsclausule van de EU die verwijst naar alle luchtvaartondernemingen uit de EU.

    Artikel 3 (Veiligheid)

    Deze bepaling verzekert dat de veiligheidsvoorschriften in de bilaterale overeenkomsten van toepassing zijn op situaties waarin het wettelijk toezicht op een luchtvaartmaatschappij wordt uitgeoefend door een andere lidstaat dan de lidstaat die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen.

    Artikel 4 (Belasting op vliegtuigbrandstof)

    Terwijl vliegtuigbrandstof volgens de gebruikelijke bilaterale overeenkomsten vaak wordt vrijgesteld van belasting, is deze belasting overeenkomstig Richtlijn 2003/96/EG van de Raad inzake de herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit toegestaan voor operaties op het grondgebied van de Europese Unie.

    Artikel 5 (Verenigbaarheid met mededingingsregels)

    Dit artikel verbiedt concurrentiebeperkende praktijken.

    Conclusies

    De horizontale overeenkomst met Brazilië zal een degelijke rechtsgrond vormen voor de luchtvaartrelaties van de EU met Brazilië. Dit is een belangrijke eerste stap in de versterking van de luchtvaartrelaties tussen de EU en Brazilië die het voor de EU en Brazilië mogelijk maakt hun samenwerking inzake luchtvaart verder te bevorderen en tot de onderhandeling over een algemene luchtvaartovereenkomst tussen Brazilië en de EU te komen.

    Op vraag van de Europese Commissie heeft de Raad Vervoer van de EU de Europese Commissie op 15 oktober 2010 een mandaat verleend om over een algemene luchtdienstenovereenkomst met Brazilië te onderhandelen gebaseerd op een combinatie van geleidelijke openstelling van de binnenlandse markt en samenwerking en convergentie op regelgevingsgebied.

    Een dergelijke overeenkomst kan naar verwachting een consumentensurplus (voordelen in termen van lagere tarieven) tot 460 miljoen € genereren. Zij zal een positief effect hebben op werkgelegenheid en er wordt verwacht dat zij aanzienlijke nieuwe zakelijke mogelijkheden voor EU-luchtvaartmaatschappijen zal bieden en bovendien voordelen zal hebben voor de reizigers.

    In het licht van het bovenstaande, stelt de rapporteur voor dat het Parlement de sluiting van de overeenkomst goedkeurt. Aangezien de overeenkomst pas in werking kan treden nadat ze wordt gesloten, is het zeer wenselijk dat de Raad na de beslissing van het Parlement de procedures zo snel mogelijk afrondt.

    • [1]  Artikel 218, lid 6, onder a), punt v), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
    • [2]  COM (2009)0665.

    UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    25.1.2011

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    38

    0

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Antonio Cancian, Michael Cramer, Christine De Veyrac, Saïd El Khadraoui, Ismail Ertug, Carlo Fidanza, Jacqueline Foster, Mathieu Grosch, Jim Higgins, Juozas Imbrasas, Ville Itälä, Dieter-Lebrecht Koch, Georgios Koumoutsakos, Werner Kuhn, Eva Lichtenberger, Marian-Jean Marinescu, Gesine Meissner, Hella Ranner, Vilja Savisaar-Toomast, Olga Sehnalová, Brian Simpson, Keith Taylor, Silvia-Adriana Ţicău, Giommaria Uggias, Thomas Ulmer, Peter van Dalen, Dominique Vlasto, Artur Zasada

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Philip Bradbourn, Spyros Danellis, Anne E. Jensen, Petra Kammerevert, Bogdan Kazimierz Marcinkiewicz, Guido Milana, Janusz Władysław Zemke