Procedure : 2010/0059(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0009/2011

Ingediende teksten :

A7-0009/2011

Debatten :

PV 03/02/2011 - 4
CRE 03/02/2011 - 4

Stemmingen :

PV 03/02/2011 - 8.2
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0030

AANBEVELING VOOR DE TWEEDE LEZING     ***II
PDF 391kWORD 133k
27.1.2011
PE 456.653v01-00 A7-0009/2011

betreffende het standpunt, door de Raad in eerste lezing vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1905/2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking

(16447/1/2010 – C7‑0424/2010 – 2010/0059(COD))

Commissie ontwikkelingssamenwerking

Rapporteur: Charles Goerens

PR_COD_2consam

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het standpunt, door de Raad in eerste lezing vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1905/2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking

(16447/1/2010 – C7‑0424/2010 – 2010/0059(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het standpunt van de Raad in eerste lezing (16447/1/2010 – C7‑0424/2010),

–   gezien de bijdragen die de nationale parlementen hebben ingediend over het ontwerp van wetgevingshandeling,

–   gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0102),

–   gelet op artikel 294, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gelet op artikel 66 van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie ontwikkelingssamenwerking (A7‑0009/2011),

1.  stelt onderstaand standpunt in tweede lezing vast;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

STANDPUNT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

IN TWEEDE LEZING(2)*

---------------------------------------------------------

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1905/2006 tot invoering van een financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 209, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)         Het beleid van de Unie op gebied van ontwikkelingssamenwerking heeft de vermindering en uiteindelijk de uitbanning van de armoede tot doel.

(2)         De Unie heeft zich als lid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) ertoe verbonden de handel te integreren in ontwikkelingsstrategieën en het internationale handelsverkeer te stimuleren om ontwikkeling te bevorderen en armoede wereldwijd terug te dringen en uiteindelijk uit te bannen.

(3)         De Unie steunt de groep landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-landen) bij hun inspanningen voor armoedebestrijding en duurzame economische en sociale ontwikkeling en erkent het belang van hun basisproducten.

(4)         De Unie heeft zich verbonden tot het verlenen van steun voor de vlotte en geleidelijke integratie van de ontwikkelingslanden in de wereldeconomie met het oog op duurzame ontwikkeling. De belangrijkste bananenuitvoerende ACS-landen kunnen wellicht met problemen worden geconfronteerd, door de veranderende handelsvoorwaarden, met name de liberalisering van het tarief van Most Favoured Nation in het kader van de WTO en de bestaande of toekomstige bilaterale of regionale overeenkomsten tussen de Unie en landen in Latijns-Amerika. Daarom moet Verordening (EG) nr. 1905/2006(4) worden aangevuld met een programma van begeleidende maatregelen voor de ACS-bananensector ("het programma").

(5)         De financiële steunmaatregelen die in het kader van het programma zullen worden vastgesteld, zullen tot doel hebben de levensstandaard en de leefomstandigheden van de bevolking in bananenproducerende gebieden en in de bananenwaardeketens, in het bijzonder kleine telers en kleine bedrijfseenheden, te verbeteren en te zorgen voor de naleving van de arbeidsnormen en van de normen inzake gezondheid en veiligheid op het werk, alsmede van milieunormen, op het punt van met name gebruik van en blootstelling aan pesticiden. De maatregelen moeten daarom de aanpassing ondersteunen en, voorzover relevant, de reorganisatie omvatten van gebieden die afhankelijk zijn van de bananenuitvoer. Dat zal gebeuren in de vorm van begrotingssteun voor specifieke sectoren of maatregelen voor specifieke projecten. De maatregelen moeten gericht zijn op de totstandbrenging van een beleid voor sociale flexibiliteit, economische diversificatie of investeringen ter verbetering van het concurrentievermogen wanneer dat haalbaar is. Daarbij moet rekening worden gehouden met de resultaten van en de ervaring met de bijzondere regeling voor bijstand aan traditionele ACS-leveranciers van bananen vastgesteld volgens Verordening (EG) nr. 2686/94(5) van de Raad, en de bijzondere kaderregeling voor bijstand ten behoeve van de traditionele ACS-leveranciers van bananen vastgesteld volgens Verordening (EG) nr. 856/1999(6) van de Raad en Verordening (EG) nr. 1609/1999(7) van de Commissie. De Unie erkent dat bevordering van een eerlijker verdeling van bananenopbrengsten belangrijk is.

(6)         Het programma moet voorzien in begeleidende maatregelen bij het aanpassingsproces in ACS-landen die in de afgelopen jaren aanzienlijke hoeveelheden bananen naar de Unie hebben uitgevoerd en die zullen worden getroffen door de liberalisering in het kader van de Overeenkomst van Genève inzake de handel in bananen(8) of als gevolg van bestaande of toekomstige bilaterale of regionale overeenkomsten tussen de Unie en bepaalde landen in Latijns-Amerika. Het programma bouwt voort op de bijzondere kaderregeling voor bijstand aan de traditionele ACS-leveranciers van bananen. Het is in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de Unie in het kader van de WTO en is gericht op herstructurering en verbetering van het concurrentievermogen. Het heeft dus een tijdelijk karakter, met een duur van vier jaar (2010-2013).

(7)         Volgens de conclusies van de mededeling van de Commissie van 17 maart 2010 met als titel "Tweejaarlijks verslag over de bijzondere kaderregeling voor bijstand ten behoeve van de traditionele ACS-leveranciers van bananen", hebben de vorige bijstandsprogramma's aanzienlijk bijgedragen aan een verbeterde capaciteit voor succesvolle economische diversificatie, ofschoon het precieze effect nog niet kan worden gekwantificeerd, en blijft de duurzaamheid van de bananenexport uit de ACS-landen nog kwetsbaar.

(8)         De Commissie heeft een evaluatie verricht van de bijzondere kaderregeling voor bijstand, en heeft geen effectbeoordeling uitgevoerd van de begeleidende maatregelen voor de bananensector.

(9)         De Commissie moet toezien op de daadwerkelijke coördinatie van dit programma met de regionale en nationale indicatieve programma's in de begunstigde landen, met name inzake de verwezenlijking van de doelstellingen op economisch, sociaal, landbouw- en milieugebied.

(10)       Bijna 2% van de wereldhandel in bananen wordt gecertificeerd door organisaties van "fair trade"-producenten. De minimumprijzen worden bij "fair trade" berekend aan de hand van de "duurzame productiekosten" die in overleg met de betrokken partijen worden vastgesteld, zodat de kosten voor naleving van behoorlijke sociale en ecologische normen in de kostprijs worden verwerkt, en een redelijke winst kan worden behaald, die de producenten in staat stelt te investeren in de stabiliteit van hun activiteit op langere termijn.

(11)       Om uitbuiting van plaatselijke arbeidskrachten te vermijden dienen de actoren van de productieketen in de bananensector tot een overeenstemming te komen over een eerlijke verdeling van de inkomsten die deze sector genereert.

(12)       De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot geografische strategiedocumenten, indicatieve meerjarenprogramma's, en strategiedocumenten voor thematische programma's en begeleidende maatregelen, aangezien deze Verordening (EG) nr. 1905/2006 aanvullen en van algemene toepassing zijn. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij de voorbereiding advies inwint, onder meer van deskundigen,

(13)       Verordening (EG) nr. 1905/2006 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1905/2006 wordt als volgt gewijzigd:

(1)         artikel 4 wordt vervangen door:

"Artikel 4Verlening van EU-bijstand

In overeenstemming met het algemene doel en de werkingssfeer, de doelstellingen en de algemene beginselen van deze verordening wordt de EU-bijstand verleend door middel van de geografische en thematische programma's, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 16 en de programma's, bedoeld in de artikelen 17 en 17 bis.";

(2)         het volgende artikel 17 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 17 bis

Belangrijkste leveranciers van ACS-bananen

1.     Ten behoeve van de in bijlage III bis genoemde ACS-leveranciers van bananen worden begeleidende maatregelen voor de bananensector vastgesteld. De bijstand van de Unie aan deze landen heeft tot doel steun te verlenen voor hun aanpassingsproces als gevolg van de liberalisering van de markt van de Unie voor bananen in het kader van de WTO. De bijstand van de Unie zal met name worden aangewend ter bestrijding van armoede, door verbetering van de levensstandaard en de leefomstandigheden van de betrokken telers en andere personen, zo nodig in kleine bedrijfseenheden, zoals door toe te zien op naleving van arbeids- en veiligheidsnormen, alsook van milieunormen, zoals op het punt van gebruik van en blootstelling aan pesticiden. In de bijstand van de Unie wordt rekening gehouden met de beleidslijnen en aanpassingsstrategieën van de landen en hun regionale omgeving (in termen van nabuurschap aan ultraperifere gebieden van de Unie en overzeese landen en gebiedsdelen) en wordt bijzondere aandacht besteed aan de volgende samenwerkingsterreinen:

(a)    verbetering van het concurrentievermogen van de bananensector wanneer dit haalbaar is, rekening houdend met de situatie van de verschillende belanghebbenden in de keten;

(b)    bevordering van de economische diversificatie van gebieden die afhankelijk zijn van bananen, wanneer dat een haalbare strategie is;

(c)    aanpak van de bredere gevolgen van het aanpassingsproces, onder meer op het gebied van werkgelegenheid en sociale dienstverlening, grondgebruik en milieuherstel alsook macro-economische stabiliteit.

2.     Binnen het in bijlage IV genoemde bedrag stelt de Commissie aan de hand van de volgende objectieve en gewogen indicatoren het maximumbedrag vast dat voor elke in lid 1 van dit artikel bedoelde leverancier van ACS-bananen beschikbaar wordt gesteld:

(a)    de bananenhandel met de Unie;

(b)    het belang van de bananenuitvoer voor de economie van het betrokken ACS-land samen met het ontwikkelingspeil van het land.

De toewijzingscriteria worden vastgesteld aan de hand van representatieve gegevens van vóór 2010, die betrekking hebben op een periode van maximaal vijf jaar en op grond van een beoordeling van de Commissie van de gevolgen voor de ACS-landen van de in het kader van de WTO gesloten overeenkomst en van de bestaande of toekomstige bilaterale of regionale overeenkomsten tussen de Europese Unie en bepaalde landen in Latijns-Amerika, die de belangrijkste bananenuitvoerende landen zijn.

3.     Naar analogie met artikel 19 en overeenkomstig artikel 21 keurt de Commissie meerjarige steunstrategieën goed. De Commissie zorgt ervoor dat die strategieën een aanvulling vormen op de geografische strategiedocumenten van de betrokken landen en dat de begeleidende maatregelen voor de bananensector een tijdelijk karakter hebben.

De meerjarige steunstrategieën voor de begeleidende maatregelen in de bananensector omvatten de volgende elementen:

(a)    een bijgewerkt milieuprofiel waarin terdege rekening wordt gehouden met de bananensector van het land, met aandacht voor onder meer pesticiden;

(b)    informatie over de resultaten van eerdere steunprogramma's voor de bananensector;

(c)    indicatoren om de voortgang inzake de betalingen te beoordelen, indien begrotingssteun als financieringsvorm wordt gekozen;

(d)    de verwachte resultaten van de steun;

(e)    een tijdschema van de steunactiviteiten en van de verwachte betalingen voor elk steunontvangend land;

(f)     de wijze waarop voortgang bij de naleving van internationaal overeengekomen elementaire arbeidsnormen van de IAO en passende overeenkomsten inzake veiligheid en gezondheid op het werk, alsook internationaal overeengekomen elementaire milieunormen zal worden verwezenlijkt en hoe daarop wordt toegezien.

Uiterlijk achttien maanden voor het verstrijken van de looptijd van het programma van begeleidende maatregelen voor de bananensector vindt een evaluatie van het programma en van de vooruitgang van de betrokken landen plaats waarin aanbevelingen worden opgenomen omtrent de eventueel te ondernemen acties en de aard daarvan.";

(3)         artikel 21 wordt vervangen door:

"Artikel 21Goedkeuring van strategiedocumenten en indicatieve meerjarenprogramma's

De in de artikelen 19 en 20 bedoelde strategiedocumenten en indicatieve meerjarenprogramma's en de evaluaties daarvan, bedoeld in artikel 19, lid 2, en artikel 20, lid 1, alsmede de begeleidende maatregelen, bedoeld in respectievelijk de artikelen 17 en 17 bis, worden door de Commissie bij gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 35, en met inachtneming van de in de artikelen 35 bis en 35 ter vermelde voorwaarden, vastgesteld.";

(4)       artikel 22, lid 3, wordt vervangen door:

"3.   De jaarlijkse actieprogramma's worden door de Commissie vastgesteld, rekening houdend met de adviezen van het Europees Parlement en de Raad.";

(5)       in artikel 23 worden de leden 3 en 4 vervangen door:

"3.    Bijzondere maatregelen van meer dan 10 miljoen EUR worden door de Commissie goedgekeurd, rekening houdend met de adviezen van het Europees Parlement en de Raad. Bijzondere maatregelen waarvan de kosten minder dan 10 miljoen EUR bedragen, worden door de Commissie binnen één maand na de goedkeuring ter kennis van het Europees Parlement en de Raad gebracht.

4.      Wijzigingen op bijzondere maatregelen, zoals technische aanpassingen, verlenging van de uitvoeringstermijn, herallocatie van de kredieten binnen de geraamde begroting of verhoging of verlaging van de begroting met minder dan 20 % van de aanvankelijke begroting, mits deze wijzigingen geen afbreuk doen aan de aanvankelijke doelstellingen zoals genoemd in het besluit van de Commissie, worden binnen een maand aan het Europees Parlement en de Raad meegedeeld.";

(6)         Artikel 25, lid 2, wordt vervangen door:

"2.    Steun van de Unie wordt in beginsel niet aangewend voor het betalen van belastingen, heffingen of rechten in de begunstigde landen.";

(7)         artikel 29, lid 1, wordt vervangen door:

1.     De begrotingsvastleggingen vinden plaats op basis van de besluiten die de Commissie neemt krachtens artikel 17 bis, lid 3, artikel 22, lid 1, artikel 23, lid 1, en artikel 26, lid 1.";

(8)         artikel 31, lid 1, derde alinea, komt als volgt te luiden:

"De procedure voor overheidsopdrachten en subsidieovereenkomsten die worden gefinancierd op grond van een thematisch programma in de zin van de artikelen 11 tot en met 16, en van de programma's, bedoeld in de artikelen 17 en 17 bis, staat open voor natuurlijke personen die onderdaan zijn van en rechtspersonen die gevestigd zijn in een ontwikkelingsland, zoals bepaald door de OESO/DAC en in bijlage II, naast de natuurlijke of rechtspersonen die overeenkomstig het thematische programma of de programma's, bedoeld in de artikelen 17 en 17 bis, in aanmerking komen. De Commissie publiceert en actualiseert bijlage II in overeenstemming met de herzieningen waaraan de OESO/DAC de lijst van landen die financiële steun ontvangen, regelmatig onderwerpt, en stelt de Raad daarvan in kennis.";

(9)       artikel 33, lid 2, wordt vervangen door:

"2.    De Commissie zendt de beoordelingsverslagen ter informatie toe aan het Europees Parlement en de Raad. De uitkomst hiervan wordt verwerkt in de opzet van de programma's en de toewijzing van middelen.";

(10)     artikel 35 wordt vervangen door:

"Artikel 35

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.      De bevoegdheid om de in artikel 17, lid 2, artikel 17 bis en artikel 21 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend voor de toepassingsduur van deze verordening.

2.      Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, stelt zij het Europees Parlement en de Raad daarvan gelijktijdig in kennis.

3.      De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie verleend onder de voorwaarden van de artikelen 35 bis en 35 ter.

Artikel 35 bis

Intrekking van de delegatie

1.      De in artikel 17, lid 2, artikel 17 bis en artikel 21 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan op elk ogenblik door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken.

2.      De instelling die een interne procedure over een besluit tot intrekking van de bevoegdheidsdelegatie is begonnen, streeft ernaar de andere instelling en de Commissie binnen een redelijke termijn voordat het definitieve besluit wordt genomen, hiervan op de hoogte te brengen onder vermelding van de gedelegeerde bevoegdheden die mogelijk worden ingetrokken en de eventuele redenen daarvoor.

3.      Het besluit tot intrekking maakt een einde aan de delegatie van de bevoegdheden die in het besluit worden vermeld. Het besluit wordt onmiddellijk of op een in dat besluit bepaalde latere datum van kracht. Het laat de geldigheid van de reeds in werking zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. Het wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 35 ter

Bezwaar tegen gedelegeerde handelingen

1.      Het Europees Parlement en de Raad kunnen tegen een gedelegeerde handeling bezwaar maken binnen twee maanden na de datum van kennisgeving.

Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt deze termijn met twee maanden verlengd.

2.      Indien noch het Europees Parlement noch de Raad bij het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn bezwaar hebben aangetekend tegen de gedelegeerde handeling, wordt deze bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie en treedt zij in werking op de daarin vermelde datum.

De gedelegeerde handeling kan in het Publicatieblad van de Europese Unie worden gepubliceerd en in werking treden vóór het verstrijken van die periode als het Europees Parlement en de Raad beide de Commissie ervan op de hoogte hebben gesteld geen bezwaar te zullen maken.

3.      Indien het Europees Parlement of de Raad binnen de in lid 1 genoemde termijn bezwaar maakt tegen de gedelegeerde handeling, treedt deze niet in werking. De instelling die bezwaar maakt, motiveert haar bezwaar tegen de gedelegeerde handeling.";

(11)       in artikel 38 worden de leden 1 en 2 vervangen door:

"1.    Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van deze verordening over de periode 2007-2013 beloopt 17 087 miljoen EUR.

2.     De indicatieve bedragen die zijn toegewezen aan de in de artikelen 5 tot en met 10, 11 tot en met 16, 17 en 17 bis bedoelde programma's, zijn vermeld in bijlage IV. Deze bedragen zijn vastgesteld voor de periode 2007-2013.";

(12)       bijlage III bis, die is vervat in bijlage I bij deze verordening, wordt ingevoegd;

(13)       bijlage IV wordt vervangen door bijlage II bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement                      Voor de Raad

De Voorzitter                                                De voorzitter

BIJLAGE I

"BIJLAGE III bisBelangrijkste leveranciers van ACS-bananen

1. Belize

2. Kameroen

3. Ivoorkust

4. Dominica

5. Dominicaanse Republiek

6. Ghana

7. Jamaica

8. Saint Lucia

9. Saint Vincent en de Grenadines

10. Suriname"

BIJLAGE II

"BIJLAGE IVIndicatieve financiële toewijzingen voor de periode 2007-2013 (in miljoen EUR)

Totaal

17 087

Geografische programma's:

10 057

Latijns-Amerika

2 690

Azië

5 187

Centraal-Azië

719

Midden-Oosten

481

Zuid-Afrika

980

Thematische programma's:

5 596

Investeren in mensen

1 060

Milieu en duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen

804

Niet-overheidsactoren en plaatselijke overheden in het ontwikkelingsproces

1 639

Voedselzekerheid

1 709

Migratie en asiel

384

ACS-landen van het suikerprotocol

1 244

Belangrijkste leveranciers van ACS-bananen

190

(1)

Aangenomen teksten van 21.10.2010, P7_TA(2010)0382.

(2)

* Amendementen: nieuwe of vervangende tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

(3)

          Standpunt van het Europees Parlement van 21 oktober 2010 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt in eerste lezing van de Raad van 10 december 2010 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(4)

          PB L 378 van 27.12.2006, blz. 41.

(5)

          PB L 286 van 5.11.1994, blz. 1.

(6)

          PB L 108 van 27.4.1999, blz. 2.

(7)

          PB L 190 van 23.7.1999, blz. 14.

(8)

          PB L 141 van 9.6.2010, blz. 3.


TOELICHTING

Inhoudelijke kwesties betreffende de begeleidende maatregelen voor de bananensector

Het voorstel voor een verordening tot wijziging van het DCI heeft tot doel, de belangrijkste bananenexporterende landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) steun te bieden door middel van begeleidende maatregelen voor de bananensector (BMB's), die bedoeld zijn voor een periode van vier jaar (2010-2013).

Het Parlement heeft via zijn Commissie ontwikkelingssamenwerking in een vroeg stadium een aantal bezwaren kenbaar gemaakt tegen het Commissievoorstel. Onze commissie heeft er met name op gewezen dat erop moet worden toegezien dat de BMB's zijn toegesneden op de centrale doelstellingen ontwikkeling en uitbanning van armoede, dat de milieu-, gezondheids- en arbeidsnormen in aanmerking worden genomen en dat er specifieke criteria worden opgesteld voor de toewijzing van de middelen.

Geholpen door de Commissie, is het Parlement snel in constructieve onderhandelingen met de Raad getreden over alle inhoudelijke vraagstukken, en al gauw kon een akkoord tussen de medewetgevers worden bereikt.

Overeenkomstig dit politieke akkoord heeft de Raad in zijn standpunt in eerste lezing alle 15 inhoudelijke amendementen uit het standpunt van het Parlement in eerste lezing overgenomen. Het gaat daarbij om de amendementen 1, 2, 3, 4 (met een technische aanpassing), 25, 6, 7, 8, 9, 10, 12, 13, 14, 26 en 17. Naar de mening van uw rapporteur kan het Parlement, wat de inhoudelijke kwesties betreft, tevreden zijn met de inhoud van de ontwerpverordening, zoals voorgesteld door de Raad.

De rapporteur beveelt slechts één kleine wijziging aan in de door de Raad voorgestelde formulering van overweging 5 (uitgaande van amendement 4 van het Parlement uit eerste lezing) om de technische aanpassing door de Raad te verbeteren en dichter bij de overeengekomen oorspronkelijke formulering te blijven.

De medewetgevers konden het echter niet eens worden over de horizontale kwestie van toepassing van de procedure van gedelegeerde handelingen (artikel 290 van het VWEU) op het DCI, die ook zou gelden voor de strategische programmeringsdocumenten inzake de BMB's. Alleen vanwege dit controversiële, maar zeer belangrijke punt, waarop hieronder nader wordt ingegaan, kon de wetgevingsprocedure over de BMB's niet in eerste lezing worden afgerond.

Financiële kwesties

De rapporteur merkt op dat Parlement en Raad overeenstemming hebben bereikt over de financiering van de begeleidende maatregelen voor de bananensector (BMB's) voor 2010 en 2011.

De rapporteur wil evenwel benadrukken dat de in eerste lezing kenbaar gemaakte bezwaren inzake de financieringsmodaliteiten van de BMB's nog overeind staan en dat er geen overeenstemming is bereikt over de financiering voor 2012 en 2013.

Het voorstel voor een verordening laat onvoldoende manoeuvreerruimte over om adequaat te reageren op mogelijke crisissituaties, doordat de marge onder het plafond van rubriek 4 van het meerjarig financieel kader 2007-2013 (MFK) aanzienlijk wordt teruggebracht. Principieel moet een nieuw instrument niet door middel van herschikking van middelen worden gefinancierd omdat daardoor bestaande prioriteiten in gevaar komen, maar moeten er daarentegen additionele middelen worden gemobiliseerd.

Daarom heeft het Parlement aangedrongen op herziening van het MFK, gebruikmakend van alle middelen waarin de punten 21 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 over de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer voorzien, of van andere middelen, bijvoorbeeld als bedoeld in de punten 25 en 27.

Deze wensen moeten in aanmerking worden genomen wanneer er een besluit wordt genomen over de financiering van de BMB's voor de komende jaren.

Resterend thema voor de tweede lezing: procedures voor democratische controle

Context: wat staat er op het spel?

De wetgevingsaanbeveling die de rapporteur voor de tweede lezing voorstelt, heeft als voornaamste doel de democratische prerogatieven die het Verdrag van Lissabon aan het Parlement toekent, te beschermen. Als medewetgever moet het Parlement namelijk op voet van gelijkheid met de Raad controle kunnen uitoefenen als er strategische besluiten worden genomen over de vraag waar en hoe geld voor ontwikkelingshulp wordt besteed.

Technisch gezien voldoet een aantal besluiten, die normaal door de Commissie worden genomen ter uitvoering van het basisbesluit, aan de criteria voor "gedelegeerde handelingen" (artikel 290 van het VWEU). Invoering van de procedure van gedelegeerde handelingen zou de twee takken van de wetgevingsautoriteit de mogelijkheid bieden om bezwaar aan te tekenen tegen bepaalde ontwerpbesluiten die de Commissie voorstelt, of de delegatie zelfs in te trekken. Uw rapporteur is ervan overtuigd dat dit voor de Commissie een sterke prikkel zou zijn om bij de programmering van de EU-steun in termen van toewijzing van middelen en sectorale prioriteiten terdege rekening te houden met de voorstellen van het Parlement. Als aan het Europees Parlement werkelijke toetsings- en controlebevoegdheden worden toegekend, hetgeen duidelijk de bedoeling is van het Verdrag van Lissabon, zou dit sterk bijdragen tot verkleining van het democratisch tekort in de besluitvorming van de Europese Unie.

Daarom is er met diverse procedurele amendementen in eerste lezing naar gestreefd dat de procedure voor gedelegeerde handelingen adequaat wordt opgenomen in de DCI-verordening, volgens de letter en de geest van het Verdrag van Lissabon. Dezelfde amendementen zijn ook ingediend in het verslag van collega Gay Mitchell over de halftijdse evaluatie van het DCI (A7- 0078/2009).

Daar de procedure voor gedelegeerde handelingen ook geldt voor de programmering van andere financieringsinstrumenten op het gebied van het externe optreden die momenteel opnieuw worden bekeken - het stabiliteitsinstrument , het instrument voor democratie en mensenrechten en het instrument voor samenwerking met geïndustrialiseerde landen -, hebben de parlementaire commissies die verantwoordelijk zijn voor deze instrumenten (AFET en INTA) vergelijkbare amendementen ingediend voor de eerste lezing van het Parlement.

Het standpunt van onze commissies inzake gedelegeerde handelingen strookt met de analyse van de Juridische Dienst en met het politieke standpunt van het Parlement, zoals door de Conferentie van voorzitters verwoord op 9 september 2010: "De onderhandelaars van het Parlement moeten altijd aandringen op de opneming van gedelegeerde handelingen in alle besluiten die voldoen aan de criteria van artikel 290 VWEU – met name ten aanzien van doelstellingen, keuze van prioriteiten, verwachte resultaten en financiële toewijzingen in het algemeen - zodat de prerogatieven van het Parlement op deze terreinen onverlet blijven".

Uw rapporteur wijst erop dat de voorwaarden van artikel 290 verplicht zijn, wat impliceert dat als eraan is voldaan, zoals in het geval van de externe financieringsinstrumenten, hierover geen politieke afspraken kunnen worden gemaakt of "speciale regelingen" getroffen, daar dit in strijd met het Verdrag zou zijn.

Bij de interinstitutionele onderhandelingen over de externe financieringsinstrumenten gaat het het Parlement dan ook niet alleen om daadwerkelijke parlementaire en dus democratische controle op de tenuitvoerlegging van de EU-wetgeving. Het gaat in wezen ook om de naleving van het Verdrag door alle instellingen. Waarbij tevens bedacht moet worden dat het resultaat van de onderhandelingen over het gebruik van gedelegeerde handelingen voor de uitvoering van de financieringsinstrumenten op het gebied van de externe betrekkingen een zwaar precedent zal scheppen voor toekomstige wetgevingsonderhandelingen over alle financieringsinstrumenten. Als wij deze strijd verliezen, dan moeten wij misschien wachten tot er een nieuw Verdrag komt om eindelijk de bevoegdheden te verkrijgen die het Verdrag van Lissabon ons nu toekent.

De procedure

Na de formele goedkeuring in DEVE van het standpunt in eerste lezing is in februari 2010 een begin gemaakt met de interinstitutionele onderhandelingen over de horizontale kwestie van gedelegeerde handelingen in verband met de externe financieringsinstrumenten. Omdat de Raad ronduit weigerde om het Parlement bij de werking van de financieringsinstrumenten de rol te laten spelen die het op grond van artikel 290 VWEU toekomt, zonder alternatieve voorstellen te doen om tegemoet te komen aan de legitieme aspiratie van het Parlement om te zorgen voor gedegen democratisch toezicht bij de uitvoering van de instrumenten, is er geen compromis bereikt.

Op 21 oktober 2010 heeft het Parlement zijn eerste lezing afgerond met de goedkeuring van wetgevingsresoluties over alle externe financieringsinstrumenten, waarbij een grote meerderheid zich uitsprak voor invoering van de procedure van gedelegeerde handelingen.

Op 10 december 2010 heeft de Raad zijn standpunt inzake drie van de vier instrumenten, waaronder het DCI, formeel goedgekeurd. Daarin wijst de Raad alle amendementen uit eerste lezing van de hand waarmee naar invoering van gedelegeerde handelingen in de instrumenten wordt gestreefd, zonder een alternatieve procedure voor te stellen.

De Raad heeft het Parlement verzocht het standpunt van de Raad vóór eind 2010 (d.w.z. zonder enige onderhandelingen) goed te keuren, terwijl dat – zoals de Raad zeer goed weet – niet mogelijk is zonder de interne procedures van het Parlement volstrekt te negeren. De Raad heeft ook geen overleg met het Parlement gehad om gezamenlijk het meest geschikte moment voor de toezending van zijn standpunt te bepalen, zoals wel had moeten gebeuren volgens artikel 20 van het akkoord over goede interinstitutionele samenwerking bij medebeslissing.

-o0o-

Aangezien alle pogingen om bij deze dossiers verder te komen tijdens trialogen en contacten op technisch niveau op niets zijn uitgelopen, is uw rapporteur van mening dat het Parlement zo snel mogelijk zijn standpunt inzake de gedelegeerde handelingen in tweede lezing moet goedkeuren en herhalen. Gezien het ontbreken van een alternatief voorstel van de medewetgever en de noodzaak van snel optreden in het belang van de begunstigden, dient het Parlement zijn standpunt uit eerste lezing met betrekking tot de juiste procedure voor democratische controle en de toepassing van gedelegeerde handelingen te bevestigen, zonder zich in dit stadium te begeven in een nieuw debat over afzonderlijke amendementen.

Tegelijkertijd moet er een beroep op de Raad worden gedaan om zo snel mogelijk te reageren op het standpunt van het Parlement in tweede lezing, zodat er een oplossing kan worden gevonden en de middelen zo spoedig mogelijk kunnen worden gedeblokkeerd.

Tot slot spreekt uw rapporteur, in het licht van de hierboven uiteengezette juridische en politieke argumenten, de aanbeveling uit om alle amendementen over gedelegeerde handelingen en democratische controle uit eerste lezing die niet door de Raad zijn aanvaard, opnieuw in de tekst op te nemen.


PROCEDURE

Titel

Financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking

Document- en procedurenummers

16447/1/2010 – C7-0424/2010 – 2010/0059(COD)

Datum eerste lezing EP – P-nummer

21.10.2010                     T7-0382/2010

Voorstel van de Commissie

COM(2010)0102 - C7-0079/2010

Datum bekendmaking ontvangst standpunt van de Raad in eerste lezing

16.12.2010

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

DEVE

16.12.2010

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Charles Goerens

25.1.2011

 

 

Behandeling in de commissie

25.1.2011

 

 

 

Datum goedkeuring

26.1.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

28

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Thijs Berman, Michael Cashman, Ricardo Cortés Lastra, Corina Creţu, Véronique De Keyser, Nirj Deva, Leonidas Donskis, Charles Goerens, Catherine Grèze, András Gyürk, Eva Joly, Filip Kaczmarek, Franziska Keller, Miguel Angel Martínez Martínez, Gay Mitchell, Norbert Neuser, Bill Newton Dunn, Maurice Ponga, Birgit Schnieber-Jastram, Michèle Striffler, Alf Svensson, Eleni Theocharous, Patrice Tirolien, Ivo Vajgl, Iva Zanicchi, Gabriele Zimmer

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Martin Kastler, Csaba Őry

Datum indiening

28.1.2011

Juridische mededeling - Privacybeleid