Procedure : 2006/0252(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0013/2011

Ingediende teksten :

A7-0013/2011

Debatten :

Stemmingen :

PV 15/02/2011 - 9.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0048

AANBEVELING     ***
PDF 149kWORD 63k
1.2.2011
PE 452.676v02-00 A7-0013/2011

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van een Protocol tussen de Europese Unie, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

(06242/2010 – C7‑0140/2010 – 2006/0252(NLE))

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Rapporteur: Monika Hohlmeier

PR_NLE-AP_art90

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van een Protocol tussen de Europese Unie, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend

(06242/2010 – C7‑0140/2010 – 2006/0252(NLE))

(Goedkeuring)

Het Europees Parlement,

–   gezien het ontwerp van besluit van de Raad (06242/2010),

–   gezien het Ontwerprotocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (16470/06),

–   gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 78, lid 2, onder e) en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7‑0140/2010),

–   gezien zijn standpunt van 8 juli 2008(1) inzake het voorstel van de Commissie (COM(2006)0754),

–   gelet op artikel 81 en artikel 90, lid 8, van zijn Reglement,

–   gezien de aanbeveling van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A7‑0013/2011),

1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van het Protocol;

2.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en Zwitserland en het Vorstendom Liechtenstein.

(1)

PB C 294 E van 3.12.2009, blz. 100.


TOELICHTING

De met de Zwitserse Bondsstaat gesloten overeenkomst van 26 oktober 2004 inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend (hierna de "Dublin-overeenkomst met Zwitserland" genoemd) voorziet in de mogelijkheid dat Liechtenstein per protocol aan het Dublin-acquis deelneemt.

Omdat er tussen Liechtenstein en Zwitserland reeds sinds decennia vrij verkeer van personen bestaat gaf Liechtenstein in 2001 te kennen er belangstelling voor te hebben zich bij de Dublin-overeenkomst met Zwitserland aan te sluiten. Liechtenstein werd echter niet betrokken bij de onderhandelingen met Zwitserland omdat er tussen de Europese Gemeenschap en Liechtenstein geen overeenkomst bestond betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden.

Met de sluiting en inwerkingtreding van een dergelijke overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Liechtenstein bevestigde Liechtenstein op 10 juni 2005 bij het Dublin-acquis betrokken te willen worden.

De Raad machtigde de Commissie op 27 februari 2006 tot het voeren van onderhandelingen met Liechtenstein en Zwitserland. Op 21 juni 2006 werden deze onderhandelingen afgerond, waarna het ontwerpprotocol betreffende de toetreding van Liechtenstein tot de Dublin-overeenkomst met Zwitserland werd geparafeerd.

De werkzaamheden van het Parlement

Het voorstel van de Commissie van 4 december 2006 voor een protocol over de deelneming van Liechtenstein had als rechtsgrondslag artikel 300, lid 3, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de oprichting van de Europese Gemeenschap, dat voorzag in raadpleging van het Europees Parlement.

Het Europees Parlement verzocht in zijn advies van 8 juli 2008 inzake het Commissievoorstel echter om wijziging van de rechtsgrondslag voor het besluit van de Raad. Volgens het Parlement zou het Raadsbesluit op artikel 300, lid 3, tweede alinea, moeten stoelen, dat bepaalde dat het Parlement om instemming moest worden verzocht, en niet dat het uitsluitend moest worden geraadpleegd.

Ongeacht de ondertekening onder voorbehoud van het protocol door de Raad op 28 februari 2008 werd het protocol wegens het verschil van inzicht met betrekking tot de rechtsgrondslag in eerste instantie niet gesloten.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 trad de Europese Unie in de plaats van de Europese Gemeenschap en bovendien ondergingen de procedures voor de sluiting van associatieovereenkomsten wijzigingen.

Overeenkomstig artikel 218, lid 6, tweede alinea, letter a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is thans voor de sluiting van associatieovereenkomsten altijd de instemming van het Europees Parlement vereist. In de zin van deze regeling behandelt het Europees Parlement nu opnieuw het voorstel voor een besluit van de Raad over de sluiting van een protocol betreffende de toetreding van Liechtenstein tot de Dublin-overeenkomst met Zwitserland.

Standpunt van uw rapporteur

De rapporteur is er verheugd over dat het ontwerp van een besluit van de Raad opnieuw aan het Europees Parlement wordt voorgelegd en dat daarmee de onderhandelingen over de toetreding van Liechtenstein tot de Dublin-overeenkomst met Zwitserland worden voortgezet. Zoals het Parlement al in eerste lezing heeft gevraagd, moet het Europees Parlement met de sluiting van dit protocol met Liechtenstein instemmen.

De rapporteur steunt de sluiting van dit protocol. Gezien de geslaagde onderhandelingen met Liechtenstein en de thans gewijzigde rechtsgrondslag beveelt de rapporteur het Parlement aan zijn instemming te betuigen.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.1.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

42

4

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Sonia Alfano, Roberta Angelilli, Rita Borsellino, Emine Bozkurt, Simon Busuttil, Philip Claeys, Carlos Coelho, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Cornelia Ernst, Tanja Fajon, Kinga Göncz, Nathalie Griesbeck, Sylvie Guillaume, Ágnes Hankiss, Anna Hedh, Salvatore Iacolino, Sophia in ‘t Veld, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Timothy Kirkhope, Juan Fernando López Aguilar, Clemente Mastella, Véronique Mathieu, Louis Michel, Claude Moraes, Antigoni Papadopoulou, Georgios Papanikolaou, Carmen Romero López, Judith Sargentini, Birgit Sippel, Csaba Sógor, Renate Sommer, Rui Tavares, Wim van de Camp, Daniël van der Stoep, Axel Voss, Renate Weber, Tatjana Ždanoka

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Edit Bauer, Ioan Enciu, Monika Hohlmeier, Stanimir Ilchev, Ádám Kósa, Wolfgang Kreissl-Dörfler, Jean Lambert, Petru Constantin Luhan, Norica Nicolai, Raül Romeva i Rueda, Ernst Strasser, Marie-Christine Vergiat

Juridische mededeling - Privacybeleid