Procedure : 2008/0249(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0028/2011

Ingediende teksten :

A7-0028/2011

Debatten :

PV 04/04/2011 - 15
CRE 04/04/2011 - 15

Stemmingen :

PV 05/04/2011 - 4.6
CRE 05/04/2011 - 4.6
Stemverklaringen
PV 27/09/2011 - 8.11
CRE 27/09/2011 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0125
P7_TA(2011)0406

VERSLAG     ***I
PDF 735kWORD 553k
7.2.2011
PE 443.007v05-00 A7-0028/2011

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1334/2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik

(COM(2008)0854 – C7‑0062/2010 – 2008/0249(COD))

Commissie internationale handel

Rapporteur: Jörg Leichtfried

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1334/2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik

(COM(2008)0854 – C7‑0062/2010 – 2008/0249(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2008)0854),

–   gelet op artikel 133 van het EG-Verdrag,

–   gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad getiteld "Gevolgen van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon voor de lopende interinstitutionele besluitvormingsprocedures" (COM(2009)0665),

–   gelet op artikel 294, lid 3, en artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0062/2010),

–   gelet op artikel 27 van Verordening (EG) nr. 428/2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking), op grond waarvan Verordening (EG) nr. 1334/2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik met ingang van 27 augustus 2009 is ingetrokken,

–   gelet op artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie buitenlandse zaken (A7-0028/2011),

1.  neemt het onderstaande standpunt in eerste lezing aan;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1334/2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik

Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 428/2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking)

Motivering

This amendment clarifies that the three institutions agree to amend the latest version of the Regulation. On 17 December 2008, the Commission submitted a proposal to amend Regulation No. 1334/2000 to the Council. Regulation No. 1334/2000 was replaced by a new Dual-Use-Regulation (Recast) No 428/2009 and entered into force on 27 August 2009. The European Parliament received the formal referral on the proposal for the Regulation to amend Regulation No 1334/2000 via the so-called Omnibus Communication of 2 December 2009, through a letter of the Commission's Secretary General of 1 March 2010. The Rapporteur therefore suggests to apply subsequent amendments to the most recent and valid legal act in order not to delay the addition of the proposed new export authorisations.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Krachtens Verordening (EG) nr. 1334/2000 van de Raad van 22 juni 2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik dienen producten voor tweeërlei gebruik (inclusief programmatuur en technologie) bij uitvoer uit de Gemeenschap aan een doeltreffende controle te worden onderworpen.

(1) Krachtens Verordening (EG) nr. 1334/2000 van 22 juni 2000, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik dienen producten voor tweeërlei gebruik (inclusief programmatuur en technologie) bij uitvoer uit of doorvoer door de Unie of bij levering aan een derde land na tussenhandeldiensten door een tussenhandelaar die in de Unie woonachtig of gevestigd is, aan een doeltreffende controle te worden onderworpen.

Motivering

Dit amendement verduidelijkt dat de drie instellingen overeen zijn gekomen de laatste versie van de verordening tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik te wijzigen.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) Het is wenselijk te komen tot een uniforme en consistente toepassing van de controles in de hele Gemeenschap om oneerlijke concurrentie tussen communautaire exporteurs te vermijden en de doeltreffendheid van de veiligheidscontroles in de Gemeenschap te garanderen.

(2) Het is wenselijk te komen tot een uniforme en consistente toepassing van de controles in de hele Unie om oneerlijke concurrentie tussen exporteurs uit de Unie te vermijden, het toepassingsgebied van de algemene uitvoervergunningen en de gebruiksvoorwaarden ervan te harmoniseren en de doeltreffendheid van de veiligheidscontroles in de Unie te garanderen.

Motivering

Dit amendement heeft ten doel de globale regeling in een duidelijk perspectief te plaatsen van internationale handel als een exclusieve bevoegdheid van de Unie. De "finalité politique" van dit instrument moet een volledige harmonisatie van het toepassingsgebied en de gebruiksvoorwaarden van de algemene uitvoervergunningen zijn.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) In haar mededeling van 18 december 2006 heeft de Commissie het idee geopperd om nieuwe communautaire algemene uitvoervergunningen in te stellen in een poging om het huidige rechtsstelsel te vereenvoudigen, het concurrentievermogen van de industrie te vergroten en gelijke spelregels tot stand te brengen voor alle communautaire exporteurs wanneer zij bepaalde producten naar bepaalde bestemmingen uitvoeren.

(3) In haar mededeling van 18 december 2006 heeft de Commissie het idee geopperd om nieuwe algemene uitvoervergunningen van de Unie in te stellen in een poging om het huidige rechtsstelsel te vereenvoudigen, het concurrentievermogen van de industrie te vergroten en gelijke spelregels tot stand te brengen voor alle exporteurs in de Unie wanneer zij bepaalde producten naar bepaalde landen van bestemming uitvoeren.

Motivering

Aanpassing van de formulering aan het Verdrag van Lissabon.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Op 5 mei 2009 heeft de Raad Verordening (EG) nr. 428/2009 vastgesteld. Verordening (EG) nr. 1334/2000 is dienovereenkomstig met ingang van 27 augustus 2009 ingetrokken. De relevante bepalingen van Verordening (EG) nr. 1334/2000 blijven slechts van toepassing op aanvragen voor uitvoervergunningen die vóór 27 augustus 2009 zijn ingediend.

Motivering

Dit amendement is bedoeld als een duidelijke verwijzing naar de intrekking van Verordening 1334/2000 als gevolg van Verordening 428/2009.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) Voor het instellen van nieuwe communautaire algemene uitvoervergunningen voor de uitvoer van bepaalde niet-gevoelige producten voor tweeërlei gebruik naar bepaalde niet-gevoelige landen is het nodig dat de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 1334/2000 worden gewijzigd door de toevoeging van nieuwe bijlagen.

(4) Voor het instellen van nieuwe algemene uitvoervergunningen van de Unie voor de uitvoer van bepaalde specifieke producten voor tweeërlei gebruik naar bepaalde specifieke landen is het nodig dat de desbetreffende bepalingen van Verordening (EG) nr. 428/2009 worden gewijzigd door de toevoeging van nieuwe bijlagen.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) De bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de exporteur gevestigd is, moeten over de mogelijkheid beschikken om het gebruik van de communautaire algemene uitvoervergunningen waarin deze verordening voorziet, niet toe te staan indien de exporteur zich schuldig heeft gemaakt aan een exportgerelateerde overtreding die wordt bestraft met de intrekking van het recht op het gebruik van deze vergunningen.

(5) De bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de exporteur gevestigd is, moeten over de mogelijkheid beschikken om het gebruik van de algemene uitvoervergunningen van de Unie waarin deze verordening voorziet, niet toe te staan indien de exporteur zich schuldig heeft gemaakt aan een exportgerelateerde overtreding die wordt bestraft met de intrekking van het recht op het gebruik van deze vergunningen.

Motivering

Aanpassing van de formulering aan het Verdrag van Lissabon.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5 bis) Met het oog op transparantie, democratie en de doeltreffende tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 428/2009, moet deze verordening voorzien in een mechanisme dat belanghebbenden zoals mensenrechten- en vredesorganisaties en vakbonden inspraak geeft in het besluitvormingsproces voor de aanpassing van de landen van bestemming en van de goederen die voor tweeërlei gebruik worden aangemerkt.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Verordening (EG) nr. 1334/2000 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

(6) Verordening (EG) nr. 428/2009 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

Motivering

Verduidelijking aangaande de verordening waarop deze verordening tot wijziging betrekking heeft.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 2 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 428/2009

Artikel 13 – lid 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Niet van toepassing op de Nederlandse versie

 

 

Amendement  11

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 2 ter (nieuw)

Verordening (EG) nr. 428/2009

Artikel 19 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter) Artikel 19, lid 4, wordt vervangen door het volgende:

 

4. De Commissie brengt, in overleg met de op grond van artikel 23 opgerichte coördinatiegroep tweeërlei gebruik een beveiligd en versleuteld systeem voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en in voorkomend geval de Commissie tot stand. Het Europees Parlement wordt geïnformeerd over het budget, de ontwikkeling, de voorlopige en definitieve opzet en functionering, en de netwerkkosten van het systeem.

Motivering

Dit amendement beoogt de Commissie te verplichten een beveiligd systeem op te zetten voor de verzameling, verzending en opslag van kennisgevingen. Voorts stelt de rapporteur voor een paragraaf op te nemen die de Commissie verplicht het Europees Parlement te informeren aangaande de totstandbrenging en functionering van het systeem. Vooralsnog is dit systeem slechts een in de verordening van 2009 geïntroduceerde mogelijkheid. Het systeem zou online toegang moeten bieden tot een databank met informatie over bijvoorbeeld weigeringen van uitvoervergunningen.

Amendement 12

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 2 quater (nieuw)

Verordening (EG) nr. 428/2009

Artikel 23

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 quater) Artikel 23 wordt vervangen door:

 

"Artikel 23

 

1. Er wordt een coördinatiegroep tweeërlei gebruik  ingesteld waarvan het voorzitterschap door een vertegenwoordiger van de Commissie wordt bekleed. Elke lidstaat wijst in deze groep een vertegenwoordiger aan.

 

De groep heeft tot taak elk vraagstuk in verband met de toepassing van deze verordening te onderzoeken dat door de voorzitter of door een vertegenwoordiger van een lidstaat aan de orde wordt gesteld.

 

2. De voorzitter van de coördinatiegroep tweeërlei gebruik of de coördinatiegroep zelf raadpleegt telkens wanneer hij of zij dit nodig acht de bij deze verordening betrokken exporteurs, tussenhandelaars en andere relevante belanghebbenden.

 

3. De voorzitter van de coördinatiegroep tweeërlei gebruik brengt jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement over haar activiteiten, onderzochte kwesties en raadplegingen en overlegt tevens een lijst van exporteurs, tussenhandelaars en belanghebbenden die zijn geraadpleegd. "

Motivering

Dit amendement heeft ten doel de coördinatiegroep tweeërlei gebruik te verplichten jaarlijks verslag uit te brengen aan het Europees Parlement zodat laatstgenoemde zijn controlerende taken ten aanzien van de Commissie kan vervullen.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 2 quinquies (nieuw)

Verordening (EG) nr. 428/2009

Artikel 25

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2 quinquies) Artikel 25 wordt vervangen door:

 

"Artikel 25

 

Toetsing en verslaglegging

 

1. Elke lidstaat stelt de Commissie in kennis van de voor de uitvoering van deze verordening vastgestelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, met inbegrip van de in artikel 24 bedoelde maatregelen. De Commissie deelt deze inlichtingen aan de andere lidstaten mee.

 

2. Om de drie jaar beoordeelt de Commissie de tenuitvoerlegging van deze verordening en legt zij het Europees Parlement en de Raad een uitgebreid uitvoerings- en effectbeoordelingsverslag voor over de toepassing ervan, waarin voorstellen tot wijziging ervan kunnen worden opgenomen. De lidstaten verstrekken de Commissie alle dienstige informatie die zij voor de opstelling van dit verslag behoeft.

 

3. In specifieke delen van het verslag worden de volgende zaken behandeld:

 

a) de coördinatiegroep tweeërlei gebruik met inbegrip van haar activiteiten, onderzochte kwesties, en raadplegingen, alsmede een lijst van exporteurs, tussenhandelaars en belanghebbenden die zijn geraadpleegd;

 

b) de tenuitvoerlegging van artikel 19, lid 4, en verslaglegging met betrekking tot het stadium waarin de totstandbrenging van een beveiligd en versleuteld systeem voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie zich bevindt;

 

c) de implementatie van artikel 15, lid 1, waarin staat dat de lijst van producten voor tweeërlei gebruik in bijlage I wordt bijgewerkt overeenkomstig de desbetreffende verplichtingen en verbintenissen en alle wijzigingen daarin waarmee de lidstaten hebben ingestemd als partij bij de internationale regelingen inzake non-proliferatie en uitvoercontrole of door de bekrachtiging van desbetreffende internationale verdragen, met inbegrip van de Australiëgroep, het Controleregime voor de uitvoer van rakettechnologie en -onderdelen (MTCR), de Groep van Nucleaire Exportlanden (NSG), de overeenkomst van Wassenaar en het Verdrag inzake chemische wapens (CWC);

 

d) de tenuitvoerlegging van artikel 15, lid 2, waarin staat dat bijlage IV, die een onderdeel is van bijlage I, wordt bijgewerkt in het licht van artikel 36 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de openbare-orde- en openbareveiligheidsbelangen van de lidstaten.

 

Een afzonderlijke onderdeel van het verslag omvat voorts uitgebreid bewijsmateriaal inzake sancties, met inbegrip van strafrechtelijke sancties voor ernstige inbreuken op de bepalingen van deze verordening, zoals opzettelijke uitvoer bestemd voor gebruik in het kader van een programma voor de ontwikkeling of de vervaardiging van chemische, biologische of nucleaire wapens of van raketten die dergelijke wapens naar hun doel kunnen voeren, zonder de bij deze verordening voorgeschreven vergunning, of vervalsing of weglating van informatie met het doel een vergunning te verkrijgen die anders zou zijn geweigerd.

 

4. Het Europees Parlement of de Raad kan de Commissie uitnodigen voor een ad-hocvergadering van de bevoegde commissie van het Europees Parlement respectievelijk van de Raad om alle aspecten met betrekking tot de toepassing van deze verordening uiteen te zetten en toe te lichten.

Motivering

Dit amendement verplicht de Commissie om verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging en toepassing van de verordening, alsmede om hiervan een uitgebreide effectbeoordeling te overleggen. Het verslag dient informatie te bevatten over de coördinatiegroep tweeërlei gebruik, de tenuitvoerlegging van artikel 19, lid 4, en artikel 15 van de verordening, en over de door lidstaten opgelegde sancties wegens ernstige inbreuken op de bepalingen van deze verordening.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 2 sexies (nieuw)

Verordening (EG) nr. 428/2009

Artikel 25 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 sexies) Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel 25 bis

 

Internationale samenwerking

 

Onverminderd de bepalingen van tussen de Unie en derde landen gesloten overeenkomsten of protocollen inzake wederzijdse administratieve bijstand op douanegebied kan de Commissie met derde landen onderhandelen over overeenkomsten die voorzien in de wederzijdse erkenning van controles op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik waarop deze verordening betrekking heeft, die met name tot doel hebben vergunningsvoorschriften voor wederuitvoer binnen het grondgebied van de Unie af te schaffen. Deze onderhandelingen worden, naar gelang het geval, gevoerd overeenkomstig de procedures die zijn neergelegd in artikel 207, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en in de toepasselijke bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

 

Waar nodig en wanneer door de Unie gefinancierde projecten in het geding zijn, kan de Commissie, binnen het kader van de relevante wetgevingsprocedures van de Unie of van de overeenkomsten met derde landen, voorstellen doen voor de oprichting van een ad hoc-comité waar alle competente autoriteiten bij worden betrokken en dat wordt gemachtigd om te beslissen over de verlening van de noodzakelijke uitvoervergunningen, teneinde een goed verloop te waarborgen van de projecten die producten of technologieën voor tweeërlei gebruik involveren.

Motivering

Amendement 15 beoogt een juridische basis te creëren voor internationale samenwerking om bij te dragen aan het verhelpen van bestaande situaties waarbij, bijvoorbeeld, exporteurs in derde landen en in de EU verplicht zijn controles toe te passen op overbrengingen van producten voor tweeërlei gebruik in de interne markt (wanneer de wetgeving van derde landen voorschriften inzake wederuitvoer binnen de interne markt van ingevoerde producten voor tweeërlei gebruik oplegt), teneinde wederzijdse erkenning van uitvoervergunningen mogelijk te maken en op die manier bij te dragen aan de aanzienlijke bevordering van gezamenlijke industriële projecten of onderzoeksprojecten, met name met derde landen die lid zijn van internationale regelingen voor uitvoercontrole of in de huidige communautaire algemene uitvoervergunning zijn opgenomen, en het mogelijk te maken om in de hele EU geldende specifieke voorschriften inzake uitvoercontrole vast te stellen die van toepassing zouden zijn op technologieën die in de EU zijn ontwikkeld in het kader van door de EU gefinancierde internationale programma’s waarbij derde landen betrokken zijn, en ook betrekking zouden hebben op de toegang tot die technologieën via immateriële middelen.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II b

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5. In het kader van deze vergunning wordt onder "zending van geringe waarde" verstaan de producten die in één exportorder begrepen zijn en door een exporteur in een of meer zendingen waarvan de totale waarde maximaal 5 000 euro bedraagt, worden verzonden naar een met naam genoemde ontvanger. In dit verband wordt onder "waarde" verstaan de aan de ontvanger gefactureerde prijs; als er geen ontvanger is of geen prijs kan worden bepaald, wordt de statistische waarde bedoeld.

5. In het kader van deze vergunning wordt onder "zending van geringe waarde" verstaan de producten die in één exportorder begrepen zijn en door een exporteur in een of meer zendingen waarvan de totale waarde maximaal 5 000 euro bedraagt, worden verzonden naar een met naam genoemde ontvanger. Indien een transactie of handeling deel uitmaakt van een en dezelfde economische operatie, wordt de waarde van de volledige operatie als grondslag genomen bij de berekening van de waarde van deze vergunning. In dit verband wordt onder "waarde" verstaan de aan de ontvanger gefactureerde prijs; als er geen ontvanger is of geen prijs kan worden bepaald, wordt de statistische waarde bedoeld. Voor de bepaling van de statistische waarde zijn de artikelen 28 tot en met 36 van titel II, hoofdstuk 3, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van toepassing. Als de waarde niet kan worden vastgesteld, wordt de vergunning niet verleend.

 

Bijkomende kosten voor bijvoorbeeld verpakking en transport mogen bij de berekening uitsluitend buiten beschouwing worden gelaten indien:

 

a) ze apart op de rekening worden vermeld; en

 

b) ze geen elementen omvatten die de waarde van de goederen kunnen beïnvloeden.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II b

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 5 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis. Het in euro luidende bedrag genoemd in artikel 5 wordt jaarlijks en voor de eerste maal op 31 oktober 2012 aangepast aan de veranderingen in het door de Europese Commissie (Eurostat) bekendgemaakte Europese indexcijfer van de consumentenprijzen dat alle lidstaten bestrijkt. Het bedrag wordt automatisch aangepast door het basisbedrag in euro te verhogen met de procentuele wijziging van het indexcijfer gedurende de periode tussen 31 december 2010 en de actualiseringsdatum.

De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad jaarlijks in kennis van de actualisering, alsmede van de aangepaste bedragen, zoals vermeld in lid 1.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II c

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 1 – Producten

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1-1) Deze algemene uitvoervergunning overeenkomstig artikel 6, lid 1, betreft de volgende producten:

1-1) Deze algemene uitvoervergunning overeenkomstig artikel 9, lid 1, betreft de volgende producten:

alle in de lijst van bijlage I vermelde producten voor tweeërlei gebruik, met uitzondering van die in punt 1-2) hierna:

alle in de lijst van bijlage I vermelde producten voor tweeërlei gebruik, met uitzondering van die in punt 1-2) hierna:

a. indien de producten op het grondgebied van de Europese Gemeenschap werden ingevoerd voor onderhoud of reparatie en naar het land van verzending worden uitgevoerd zonder dat de oorspronkelijke kenmerken ervan zijn gewijzigd; of

a. indien de producten in het douanegebied van de Unie werden heringevoerd voor onderhoud, reparatie of vervanging, en naar het land van verzending worden uitgevoerd of heruitgevoerd zonder dat de oorspronkelijke kenmerken ervan zijn gewijzigd binnen een periode van vijf jaar na de datum waarop de oorspronkelijke uitvoervergunning werd verstrekt; of

b. indien de producten naar het land van verzending worden uitgevoerd in ruil voor producten van dezelfde kwaliteit en in dezelfde hoeveelheid die op het grondgebied van de Europese Gemeenschap werden wederingevoerd voor reparatie of vervanging onder garantie.

b. indien de producten naar het land van verzending worden uitgevoerd in ruil voor producten van dezelfde kwaliteit en in dezelfde hoeveelheid die in het douanegebied van de Unie werden wederingevoerd voor onderhoud, reparatie of vervanging binnen een periode van vijf jaar na de datum waarop de oorspronkelijke uitvoervergunning werd verstrekt.

Motivering

Redactioneel amendement om Deel 1 in overeenstemming te brengen met het Verdrag van Lissabon en Verordening (EG) nr. 428/2009.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II c

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 2 – Landen van bestemming

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Algerije, Andorra, Antigua en Barbuda, Argentinië, Aruba, Bahama's, Bahrein, Bangladesh, Barbados, Belize, Benin, Bhutan, Bolivia, Botswana, Brazilië, Britse Maagdeneilanden, Brunei, Kameroen, Kaapverdië, Chili, China, Comoren, Costa Rica, Djibouti, Dominica, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Egypte, El Salvador, Equatoriaal-Guinea, Falklandeilanden, Faeröer, Fiji, Frans-Guyana, Franse OG, Gabon, Gambia, Gibraltar, Groenland, Grenada, Guadeloupe, Guam, Guatemala, Ghana, Guinee-Bissau, Guyana, Honduras, Speciale Administratieve Regio Hongkong, IJsland, India, Indonesië, Israël, Jordanië, Koeweit, Lesotho, Liechtenstein, Macau, Madagaskar, Malawi, Maleisië, Maldiven, Mali, Martinique, Mauritius, Mexico, Monaco, Montserrat, Marokko, Namibië, Nederlandse Antillen, Nieuw-Caledonië, Nicaragua, Niger, Nigeria, Oman, Panama, Papoea-Nieuw-Guinea, Peru, Filipijnen, Porto Rico, Qatar, Rusland, Samoa, San Marino, Sao Tomé en Principe, Saudi-Arabië, Senegal, Seychellen, Singapore, Salomonseilanden, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Sri Lanka, Sint-Helena, Saint Kitts en Nevis, Saint Vincent, Suriname, Swaziland, Taiwan, Thailand, Togo, Trinidad en Tobago, Tunesië, Turkije, Turks- en Caicoseilanden, Verenigde Arabische Emiraten, Uruguay, Amerikaanse Maagdeneilanden, Vanuatu, Venezuela.

Argentinië, Albanië, Bosnië en Herzegovina, Brazilië, Chili, China (inclusief Hongkong en Macau), Kroatië, Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Franse Overzeese Gebieden, IJsland, India, Israël, Kazachstan, Republiek Korea, Mexico, Montenegro, Marokko, Rusland, Servië, Singapore, Zuid-Afrika, Tunesië, Turkije, Oekraïne, Verenigde Arabische Emiraten.

Motivering

Onder vergunning EU003 vallende producten mogen alleen worden uitgevoerd naar bestemmingen waarover de lidstaten het in onderling overleg eens zijn geworden.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II c

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Deze algemene vergunning kan alleen worden gebruikt als de oorspronkelijke uitvoer op grond van een communautaire algemene uitvoervergunning heeft plaatsgevonden of door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de oorspronkelijke exporteur gevestigd was, een oorspronkelijke uitvoervergunning is verleend voor de uitvoer van de producten die later in het douanegebied van de Gemeenschap zijn wederingevoerd voor reparatie of vervanging onder garantie, zoals hierna gedefinieerd.

1. Deze vergunning kan alleen worden gebruikt als de oorspronkelijke uitvoer op grond van een algemene uitvoervergunning van de Unie heeft plaatsgevonden of door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de oorspronkelijke exporteur gevestigd was, een oorspronkelijke uitvoervergunning is verleend voor de uitvoer van de producten die later in het douanegebied van de Unie zijn wederingevoerd voor onderhoud, reparatie of vervanging. Deze algemene vergunning is alleen geldig voor uitvoer naar de oorspronkelijke eindgebruiker.

Motivering

Redactioneel amendement om Deel 1 in overeenstemming te brengen met het Verdrag van Lissabon en Verordening (EG) nr. 428/2009.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II c

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 2 – sub 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4) voor een in wezen identieke transactie indien de oorspronkelijke vergunning is ingetrokken.

4) indien de oorspronkelijke vergunning is geannuleerd, opgeschort, gewijzigd of ingetrokken.

Motivering

Dit amendement beoogt de voorwaarden onder Deel 3 - punt 2 te vervolledigen.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II c

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 2 – sub 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis) wanneer het eindgebruik van de bewuste producten afwijkt van de in de oorspronkelijke exportvergunning vermelde bestemming.

Motivering

De voorgestelde formulering beoogt het voorgestelde vergunningsbereik strikter te beperken.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II c

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 3 – sub 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2) de douaneambtenaren desgevraagd bewijsstukken verstrekken betreffende de datum van de invoer van de goederen in de Europese Gemeenschap, eventuele in de Europese Gemeenschap uitgevoerde reparaties aan de goederen en het feit dat de producten worden teruggezonden naar de persoon en het land vanwaar zij in de Europese Gemeenschap werden ingevoerd.

2) de douaneambtenaren desgevraagd bewijsstukken verstrekken betreffende de datum van de invoer van de goederen in de Unie, eventuele in de Unie uitgevoerde reparaties aan de goederen en het feit dat de producten worden teruggezonden naar de eindgebruiker en het land vanwaar zij in de Unie werden ingevoerd.

Motivering

De voorgestelde formulering beoogt het voorgestelde vergunningsbereik strikter te beperken.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II c

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De exporteurs die deze vergunning gebruiken, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6), binnen dertig dagen na de datum waarop de eerste uitvoer plaatsvindt in kennis stellen van het eerste gebruik van de vergunning.

4. De exporteurs die deze algemene vergunning gebruiken, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6) en de Commissie vóór de datum waarop de eerste uitvoer plaatsvindt in kennis stellen van het eerste gebruik van deze vergunning.

 

De aan het gebruik van deze vergunning verbonden meldingseisen en de aanvullende informatie over krachtens deze vergunning uitgevoerde producten welke de lidstaat van waaruit de export plaatsvindt verlangt, worden door de lidstaten bepaald.

 

De bewuste lidstaat schrijft voor dat de aldaar gevestigde exporteur zich laat registreren alvorens voor het eerst van deze vergunning gebruik wordt gemaakt. De registratie geschiedt automatisch en wordt onverwijld, en in elk geval binnen 10 werkdagen na ontvangst van de registratieaanvraag door de bevoegde autoriteiten aan de exporteur bevestigd.

 

In voorkomend geval worden de in de tweede en derde alinea geformuleerde eisen gebaseerd op de eisen voor het gebruik van nationale algemene uitvoervergunningen die worden verleend door de lidstaten waar dergelijke vergunningen bestaan.

 

Een exporteur die gebruik maakt van deze algemene vergunning stelt de ter zake bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat waar hij is gevestigd en de Commissie om de zes maanden in kennis van de hoeveelheid, de waarde en het land van bestemming van elk geëxporteerd product. Deze informatie omvat een beschrijving van de geëxporteerde producten en van de desbetreffende referentie op de controlelijst als bedoeld in bijlage 1 van deze verordening.

 

De lidstaten stellen de Commissie op de hoogte van het voor deze algemene uitvoervergunning gekozen kennisgevingsmechanisme. De Commissie maakt deze informatie openbaar in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Dit amendement strekt tot invoering van een verplichting tot voorafgaande kennisgeving en registratie bij de lidstaten en de Commissie, hetgeen de transparantie ten goede komt.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II d

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 2 – Landen van bestemming

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Argentinië, Bahrein, Bolivia, Brazilië, Brunei, Chili, China, Ecuador, Egypte, Speciale Administratieve Regio Hongkong, IJsland, Jordanië, Koeweit, Maleisië, Mauritius, Mexico, Marokko, Oman, Filipijnen, Qatar, Rusland, Saudi-Arabië, Singapore, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Tunesië, Turkije, Oekraïne

Argentinië, Albanië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Brazilië, Chili, China (inclusief Hongkong en Macau), Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Franse Overzeese Gebieden, Republiek Korea, IJsland, India, Israël, Kazachstan, Mexico, Montenegro, Marokko, Rusland, Servië, Singapore, Zuid-Afrika, Tunesië, Turkije, Oekraïne, Verenigde Arabische Emiraten.

Motivering

Producten mogen alleen worden uitgevoerd naar bestemmingen waarover de lidstaten het in onderling overleg eens zijn geworden.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II d

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1 bis. Deze algemene vergunning houdt in dat toestemming wordt verleend voor de export van in deel 1 vermelde producten, op voorwaarde dat het daarbij gaat om tijdelijke uitvoer voor tentoonstellingen of beurzen en dat de producten binnen een termijn van 120 dagen na de eerste export weer compleet en zonder te zijn aangepast worden wederingevoerd in het douanegebied van de Unie.

Motivering

Dit amendement introduceert een nieuwe conditie, in die zin dat er een bepaalde termijn wordt vastgesteld waarbinnen de bewuste producten moeten worden wederingevoerd.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II d

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis) indien de wederinvoer van deze producten in hun oorspronkelijke staat – en zonder dat daarvan enige component of software is verwijderd, gekopieerd of verspreid – door de exporteur niet kan worden gegarandeerd, of wanneer de presentatie van het product met overdracht van technologie gepaard gaat;

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  27

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II d

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 4 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 ter) indien de producten in kwestie worden uitgevoerd met het oog op een besloten presentatie of demonstratie (bijvoorbeeld in niet-publieke toonzalen);

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II d

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 4 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 quater) wanneer het de bedoeling is de bewuste producten deel te laten uitmaken van een productieproces;

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II d

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 4 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 quinquies) wanneer het de bedoeling is de bewuste producten voor hun beoogde bestemming te gebruiken, tenzij zulks slechts het geval is in een voor effectieve demonstratiedoeleinden vereiste minimale mate en de daarbij verkregen specifieke testresultaten niet aan derden beschikbaar worden gesteld;

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II d

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 4 sexies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 sexies) wanneer de export het gevolg zou zijn van een handelstransactie, in het bijzonder met het oog op de verkoop, de verhuur of het leasen van de bewuste producten;

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II d

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 4 septies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 septies) wanneer het de bedoeling is de bewuste producten uitsluitend voor verkoop-, verhuur- of leasedoeleinden op te slaan op een tentoonstelling of beurs, zonder dat zij worden gepresenteerd of gedemonstreerd;

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  32

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II d

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 4 octies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4 octies) wanneer de exporteur enigerlei regeling treft waardoor de bewuste producten niet tijdens de gehele duur van de tijdelijke export onder zijn toezicht zouden staan.

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  33

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II d

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De exporteurs die deze algemene vergunning gebruiken, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6), binnen dertig dagen na de datum waarop de eerste uitvoer plaatsvindt in kennis stellen van het eerste gebruik van deze vergunning.

3. De exporteurs die deze algemene vergunning gebruiken, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6) en de Commissie vóór de datum waarop de eerste uitvoer plaatsvindt in kennis stellen van het eerste gebruik van deze vergunning.

 

De aan het gebruik van deze vergunning verbonden meldingseisen en de aanvullende informatie over krachtens deze vergunning uitgevoerde producten welke de lidstaat van waaruit de export plaatsvindt verlangt worden door de lidstaten bepaald.

 

De bewuste lidstaat schrijft voor dat de aldaar gevestigde exporteurs zich laten registreren alvorens voor het eerst van deze vergunning gebruik wordt gemaakt. De registratie geschiedt automatisch en wordt onverwijld, en in elk geval binnen 10 werkdagen na ontvangst van de registratieaanvraag door de bevoegde autoriteiten aan de exporteur bevestigd.

 

In voorkomend geval worden de in de tweede en derde alinea geformuleerde eisen gebaseerd op de eisen voor het gebruik van nationale algemene uitvoervergunningen die worden verleend door de lidstaten waar dergelijke vergunningen bestaan.

 

Een exporteur die gebruik maakt van deze algemene vergunning stelt de ter zake bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat waar hij is gevestigd en de Commissie om de zes maanden in kennis van de hoeveelheid, de waarde en het land van bestemming van elk geëxporteerd product. Deze informatie omvat een beschrijving van de geëxporteerde producten en van de desbetreffende referentie op de controlelijst als bedoeld in bijlage 1 van deze verordening.

 

De lidstaten stellen de Commissie op de hoogte van het voor deze algemene uitvoervergunning gekozen kennisgevingsmechanisme. De Commissie maakt deze informatie openbaar in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Dit amendement strekt tot invoering van een verplichting tot voorafgaande kennisgeving en registratie bij de lidstaten en de Commissie, hetgeen de transparantie ten goede komt.

Amendement  34

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II d

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. In het kader van deze vergunning wordt onder "tentoonstelling" verstaan elke tentoonstelling, elke beurs of elk soortgelijk openbaar evenement met een commercieel of industrieel karakter die/dat niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten wordt gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht blijven.

4. In het kader van deze vergunning wordt onder "tentoonstelling of beurs" verstaan elk commercieel evenement van een bepaalde duur waar verschillende exposanten hun producten voorstellen aan bezoekende handelaren of aan het grote publiek.

Amendement  35

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II e

Verordening (EG) nr. 428/2009

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

BIJLAGE II e

schrappen

COMMUNAUTAIRE ALGEMENE UITVOERVERGUNNING Nr. EU005

 

Computers en aanverwante apparatuur

 

Afgevende instantie: Europese Gemeenschap

 

Deel 1

 

Deze algemene uitvoervergunning overeenkomstig artikel 6, lid 1, betreft de volgende producten in bijlage I:

 

1. digitale computers als bedoeld in 4A003a of 4A003b waarvan het aangepast piekvermogen ("Adjusted Peak Performance", APP) maximaal 0,8 gewogen TeraFLOPS (WT) bedraagt;

 

2. samenstellingen als bedoeld in 4A003c, speciaal ontworpen of aangepast voor verhoging van de prestaties door samenvoeging van processors zodat het aangepast piekvermogen ("Adjusted Peak Performance", APP) van de samengevoegde processors maximaal 0,8 gewogen TeraFLOPS (WT) bedraagt;

 

3. reserveonderdelen, inclusief microprocessors voor de bovenvermelde apparatuur, die uitsluitend in 4A003a, 4A003b of 4A003c zijn bedoeld en de prestaties van de apparatuur niet verhogen tot een aangepast piekvermogen ("Adjusted Peak Performance", APP) van meer dan 0,8 gewogen TeraFLOPS (WT);

 

4. de in 3A001.a.5, 4A003.e en 4A003.g beschreven producten.

 

Deel 2 – Landen van bestemming

 

De uitvoervergunning is in de hele Gemeenschap geldig voor uitvoer naar de volgende bestemmingen:

 

Algerije, Andorra, Antigua en Barbuda, Argentinië, Aruba, Bahama's, Bahrein, Barbados, Belize, Benin, Bhutan, Bolivia, Botswana, Brazilië, Britse Maagdeneilanden, Brunei, Kameroen, Kaapverdië, Chili, Comoren, Costa Rica, Kroatië, Djibouti, Dominica, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Egypte, El Salvador, Equatoriaal-Guinea, Falklandeilanden, Faeröer, Fiji, Frans-Guyana, Franse OG, Gabon, Gambia, Gibraltar, Groenland, Grenada, Guadeloupe, Guam, Guatemala, Ghana, Guinee-Bissau, Guyana, Honduras, Speciale Administratieve Regio Hongkong, IJsland, India, Jordanië, Koeweit, Lesotho, Liechtenstein, Madagaskar, Malawi, Maleisië, Maldiven, Mali, Martinique, Mauritius, Mexico, Moldavië, Monaco, Mongolië, Montserrat, Marokko, Namibië, Nederlandse Antillen, Nieuw-Caledonië, Nicaragua, Niger, Oman, Panama, Papoea-Nieuw-Guinea, Peru, Filipijnen, Porto Rico, Qatar, Rusland, Samoa, San Marino, Sao Tomé en Principe, Saudi-Arabië, Senegal, Seychellen, Singapore, Salomonseilanden, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Sint-Helena, Saint Kitts en Nevis, Saint Vincent, Suriname, Swaziland, Togo, Trinidad en Tobago, Tunesië, Turkije, Turks- en Caicoseilanden, Verenigde Arabische Emiraten, Oekraïne, Uruguay, Amerikaanse Maagdeneilanden, Vanuatu.

Deel 3 – Voorwaarden en eisen voor het gebruik van deze vergunning

 

1. Deze vergunning geldt niet voor de uitvoer van producten:

 

(1) indien de exporteur door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar hij gevestigd is, ervan in kennis is gesteld dat zij geheel of gedeeltelijk bestemd zijn of kunnen zijn:

 

(a) voor gebruik in verband met de ontwikkeling, de productie, de behandeling, de bediening, het onderhoud, de opslag, de opsporing, de herkenning of de verspreiding van chemische, biologische of nucleaire wapens of andere nucleaire explosiemiddelen, of voor de ontwikkeling, de productie, het onderhoud of de opslag van raketten die dergelijke wapens naar hun doel kunnen voeren;

 

(b) voor militair eindgebruik indien op het kopende land of het land van bestemming een wapenembargo rust waartoe besloten is in een door de Raad van de Europese Unie aangenomen gemeenschappelijk standpunt of gemeenschappelijk optreden of een besluit van de OVSE, dan wel een wapenembargo uit hoofde van een bindende resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties; of

 

(c) voor gebruik als onderdelen of componenten van militaire producten die op de nationale militaire lijst voorkomen en die vanaf het grondgebied van de betrokken lidstaat zijn uitgevoerd zonder vergunning of met schending van de in de nationale wetgeving van die lidstaat voorgeschreven vergunning;

 

(2) indien de exporteur er kennis van draagt dat de producten in kwestie geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in artikel 4, leden 1 en 2, bedoelde doeleinden;

 

(3) indien de producten in kwestie worden uitgevoerd naar een douanevrije zone of een vrij entrepot op een plaats van bestemming die onder deze vergunning valt.

 

2. De exporteurs die deze vergunning gebruiken moeten:

 

(1) de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6), binnen dertig dagen na de datum van de eerste uitvoer in kennis stellen van het eerste gebruik van de vergunning;

 

(2) de buitenlandse koper vóór de uitvoer meedelen dat de producten die hij voornemens is op grond van deze vergunning uit te voeren, niet opnieuw mogen worden uitgevoerd naar een eindbestemming in een land dat geen lidstaat van de Europese Gemeenschap of geen Franse overzeese gemeenschap is en niet in deel 2 van deze vergunning is vermeld.

 

Motivering

De rapporteur voor advies beschouwt computers en aanverwante apparatuur als gevoelige producten, die derhalve niet mogen worden opgenomen in de algemene uitvoervergunningen van de EU.

Amendement 36

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II f – Deel 1 – punt 3 en 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. producten, inclusief daarvoor speciaal ontworpen of ontwikkelde onderdelen en toebehoren, als bedoeld in categorie 5, deel 2, A tot en met D (Informatiebeveiliging), als volgt:

schrappen

(a) producten als bedoeld in de volgende punten, tenzij de cryptografische functies ervan zijn ontworpen of aangepast voor eindgebruikers bij de overheid in de Europese Gemeenschap:

 

– 5A002a1;

programmatuur in punt 5D002c1 die de kenmerken heeft of de functies uitoefent of simuleert van de apparatuur in punt 5A002a1;

 

(b) apparatuur als bedoeld in 5B002 voor onder a) vermelde producten;

 

(c) programmatuur als onderdeel van apparatuur waarvan de kenmerken of functies onder b) zijn gespecificeerd;

 

4. technologie voor het gebruik van de in punt 3, onder a), b) en c), bedoelde goederen.

 

Amendement  37

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II f

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 2 – Landen van bestemming

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Argentinië, Kroatië, Rusland, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Turkije, Oekraïne

Argentinië, China (inclusief Hongkong en Macau), Kroatië, IJsland, India, Israël, Republiek Korea, Rusland, Zuid-Afrika, Turkije, Oekraïne

Amendement  38

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II f

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 1 – letter c bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c bis) voor het ontketenen van cyberaanvallen, of van andere vormen van politiek gemotiveerd hacken met het oogmerk van sabotage of spionage, beschadiging van internetpagina´s, of het gebruik van "denial of service"-aanvallen om internetpagina´s uit de lucht te halen,

Motivering

Dit amendement beoogt de instelling van een verbod op de verlening van uitvoervergunningen voor producten die kunnen worden gebruikt voor het ontketenen van cyberaanvallen, of van andere vormen van politiek gemotiveerd hacken met het oogmerk van sabotage of spionage, beschadiging van internetpagina´s, of het gebruik van "denial of service"-aanvallen (aanvallen die weigering van dienstverlening behelzen) om internetpagina´s uit de lucht te halen.

Amendement  39

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II f

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 1 – letter c ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c ter) voor doeleinden die verband houden met schendingen van de mensenrechten, de democratische beginselen of de vrijheid van meningsuiting, zoals gedefinieerd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, waar artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie naar verwijst, waarbij gebruik wordt gemaakt van onderscheppingstechnieken en digitale gegevenstransferapparatuur voor het afluisteren van mobiele telefoons en het meelezen van tekstboodschappen en van gerichte bewaking van het internetgebruik (bijvoorbeeld met behulp van controlecentra en legale interceptiegateways);

Motivering

Algemene uitvoervergunningen mogen niet worden verleend voor producten die door regeringen of bedrijven kunnen worden gebruikt om inbreuk te plegen op de fundamentele mensenrechten zoals gedefinieerd in het Europees Sociaal Handvest dat op 18 oktober 1961 in Turijn werd getekend, in het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden van 1989, en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie dat op 12 december 2007 door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie werd afgekondigd en waarnaar artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie verwijst.

Amendement  40

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II f

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2) indien de exporteur er kennis van draagt dat de producten in kwestie geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in artikel 4, leden 1 en 2, bedoelde doeleinden.

2) indien de exporteur er kennis van draagt dat de producten in kwestie geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in sub 1) bedoelde doeleinden;

Motivering

Dit amendement heeft ten doel de voorwaarden voor verlening van uitvoervergunningen ruimer te formuleren dan is omschreven in artikel 4, leden 1 en 2.

Amendement 41

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II f

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis) indien de exporteur er kennis van draagt dat de producten zullen worden heruitgevoerd naar eventuele andere landen van bestemming dan die welke zijn vermeld in deel 2 van deze vergunning, in deel 2 van vergunning EU 001 of naar de lidstaten.

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement 42

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II f

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 3 – sub 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6), binnen dertig dagen na de datum van de eerste uitvoer in kennis stellen van het eerste gebruik van de vergunning;

1. de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6) en de Commissie vóór de datum van de eerste uitvoer in kennis stellen van het eerste gebruik van deze vergunning.

 

De aan het gebruik van deze vergunning verbonden meldingseisen en de aanvullende informatie over krachtens deze vergunning uitgevoerde producten welke de lidstaat van waaruit de export plaatsvindt verlangt worden door de lidstaten bepaald.

 

De bewuste lidstaat schrijft voor dat de aldaar gevestigde exporteurs zich laten registreren alvorens voor het eerst van deze vergunning gebruik wordt gemaakt. De registratie geschiedt automatisch en wordt onverwijld, en in elk geval binnen 10 werkdagen na ontvangst van de registratieaanvraag door de bevoegde autoriteiten aan de exporteur bevestigd.

 

In voorkomend geval worden de in de tweede en derde alinea geformuleerde eisen gebaseerd op de eisen voor het gebruik van nationale algemene uitvoervergunningen die worden verleend door de lidstaten waar dergelijke vergunningen bestaan.

 

Een exporteur die gebruik maakt van deze algemene vergunning stelt de ter zake bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat waar hij is gevestigd en de Commissie om de zes maanden in kennis van de hoeveelheid, de waarde en het land van bestemming van elk geëxporteerd product. Deze informatie omvat een beschrijving van de geëxporteerde producten en van de desbetreffende referentie op de controlelijst als bedoeld in bijlage 1 van deze verordening.

 

De lidstaten stellen de Commissie op de hoogte van het voor deze algemene uitvoervergunning gekozen kennisgevingsmechanisme. De Commissie maakt deze informatie openbaar in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Dit amendement strekt tot invoering van een verplichting tot voorafgaande kennisgeving en registratie bij de lidstaten en de Commissie, hetgeen de transparantie ten goede komt.

Amendement  43

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II g – Deel 2 – Landen van bestemming

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Argentinië, Bangladesh, Belize, Benin, Bolivia, Brazilië, Kameroen, Chili, Cookeilanden, Costa Rica, Dominica, Ecuador, El Salvador, Fiji, Georgië, Guatemala, Guyana, India, Lesotho, Maldiven, Mauritius, Mexico, Namibië, Nicaragua, Oman, Panama, Paraguay, Rusland, St Lucia, Seychellen, Peru, Sri Lanka, Zuid-Afrika, Swaziland, Turkije, Uruguay, Oekraïne, Republiek Korea.

Argentinië

Kroatië

IJsland

Zuid-Korea

Turkije

Oekraïne.

Motivering

Onder vergunning EU007 vallende producten mogen alleen worden uitgevoerd naar bestemmingen waarover de lidstaten het in onderling overleg eens zijn geworden.

Amendement  44

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II g – Deel 3 – punt 1 – sub 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2) indien de exporteur er kennis van draagt dat de producten in kwestie geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in artikel 4, leden 1 en 2, bedoelde doeleinden.

2) indien de producten in kwestie geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in artikel 4, leden 1 en 2, bedoelde doeleinden.

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement 45

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II g

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 1 – sub 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis) indien de exporteur er kennis van draagt dat de producten zullen worden heruitgevoerd naar eventuele andere landen van bestemming dan die welke zijn vermeld in deel 2 van deze vergunning, in deel 2 van vergunning EU 001 of de lidstaten.

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement 46

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage II g

Verordening (EG) nr. 428/2009

Deel 3 – punt 4 – sub 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1) de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6), binnen dertig dagen na de datum van de eerste uitvoer in kennis stellen van het eerste gebruik van de vergunning;

1) de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6) en de Commissie vóór de datum van de eerste uitvoer in kennis stellen van het eerste gebruik van deze vergunning.

 

De aan het gebruik van deze vergunning verbonden meldingseisen en de aanvullende informatie over krachtens deze vergunning uitgevoerde producten welke de lidstaat van waaruit de export plaatsvindt verlangt worden door de lidstaten bepaald.

 

De bewuste lidstaat schrijft voor dat de aldaar gevestigde exporteurs zich laten registreren alvorens voor het eerst van deze vergunning gebruik wordt gemaakt. De registratie geschiedt automatisch en wordt onverwijld, en in elk geval binnen 10 werkdagen na ontvangst van de registratieaanvraag door de bevoegde autoriteiten aan de exporteur bevestigd.

 

In voorkomend geval worden de in de tweede en derde alinea van dit lid geformuleerde eisen gebaseerd op de eisen voor het gebruik van nationale algemene uitvoervergunningen die worden verleend door de lidstaten waar dergelijke vergunningen bestaan.

 

Een exporteur die gebruik maakt van deze algemene vergunning stelt de ter zake bevoegde nationale autoriteit van de lidstaat waar hij is gevestigd en de Commissie om de zes maanden in kennis van de hoeveelheid, de waarde en het land van bestemming van elk geëxporteerd product. Deze informatie omvat een beschrijving van de geëxporteerde producten en van de desbetreffende referentie op de controlelijst als bedoeld in bijlage 1 van deze verordening.

 

De lidstaten stellen de Commissie op de hoogte van het voor deze algemene uitvoervergunning gekozen kennisgevingsmechanisme. De Commissie maakt deze informatie openbaar in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Dit amendement strekt tot invoering van een verplichting tot voorafgaande kennisgeving en registratie bij de lidstaten en de Commissie, hetgeen de transparantie ten goede komt.


TOELICHTING

Inleiding

Gedurende circa 15 jaar wordt op EU-niveau opgetreden met betrekking tot controle op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik, dat wil zeggen goederen die zowel voor civiele als voor militaire doeleinden kunnen worden aangewend. Controle op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik is cruciaal voor de non-proliferatie van wapens, met inbegrip van massavernietigingswapens (MVW). Gezien de omvang van het grensoverschrijdende handelsverkeer van de Europese Unie (EU) berust de verscherping van de EU-controles op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik op preventieve maatregelen zoals de instelling van voorschriften voor de verlening van uitvoervergunningen en registratieprocedures bij de douane. Exportcontroles zijn van grote invloed op het handelsbeleid van de EU, aangezien zij meer dan 10% van alle EU-uitvoer kunnen treffen. Het voornaamste exportcontrole-instrument van de EU is Verordening (EG) nr. 428/2009 van 5 mei 2009 ("verordening goederen voor tweeërlei gebruik") die op 27 augustus 2009 in werking is getreden. Deze nieuwe verordening heeft een aantal belangrijke wijzigingen aangebracht in het toepassingsbereik van de controles in de Europese Unie op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik. Deze wijzigingen betreffen onder meer de invoering van controles op tussenhandelactiviteiten met betrekking tot en doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik. Verordening (EG) nr. 428/2009 bevat geregeld geactualiseerde lijsten van aan controle onderworpen producten voor tweeërlei gebruik, die een afspiegeling vormen van de lijsten die in de voornaamste internationale exportcontroleregelingen worden gehanteerd. Om de controle zo doeltreffend mogelijk te maken en met de multilaterale verplichtingen van de lidstaten in overeenstemming te brengen, bepaalt Verordening (EG) nr. 428/2009 dat voor de uitvoer van in bijlage I opgenomen producten voor tweeërlei gebruik een vergunning vereist is. Er bestaan vier soorten uitvoervergunningen:

· Communautaire algemene uitvoervergunningen

· Nationale algemene uitvoervergunningen (vastgesteld door de lidstaten)

· Globale uitvoervergunningen (afgegeven aan één specifieke exporteur voor uitvoer van een soort of categorie producten voor tweeërlei gebruik aan nader gespecificeerde eindgebruikers in één of meer landen)

· Individuele uitvoervergunningen (afgegeven aan één specifieke exporteur, voor één eindgebruiker en met betrekking tot één of meer producten)

Alle uitvoervergunningen en vergunningen voor tussenhandel zijn in de gehele EU van kracht.

Betreffende de aard en het karakter van de voorgestelde verordening

De Commissie heeft op 17 december 2008 het voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1334/2000 bij de Raad ingediend. Het voornaamste doel van het voorstel betrof de toevoeging aan Verordening (EG) nr. 1334/2000 van zes nieuwe bijlagen met betrekking tot de zogeheten communautaire algemene uitvoervergunningen voor bepaalde niet-gevoelige producten voor tweeërlei gebruik naar bepaalde niet-gevoelige landen, en de dienovereenkomstige wijziging van de artikelen 6 en 7 van deze verordening. Toen dit voorstel werd ingediend, was het Verdrag van Lissabon nog niet in werking getreden. Bijgevolg - de juridische basis voor de ontwerpverordening was artikel 133 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap - werd het voorstel niet aan het Europees Parlement toegezonden en de Raad nam de uitwerking ter hand en besliste daarbij zonder inmenging van derden.

Intussen werd Verordening (EG) nr. 1334/2000 vervangen door een nieuwe verordening inzake goederen voor tweeërlei gebruik, Verordening nr. (EG) 428/2009 (herschikking), die op 27 augustus 2009 in werking is getreden. Deze verordening is gebaseerd op het voorstel van de Commissie van 18 december 2006 ((COM(2006) 829 final - 2006/0266 (ACC)). Het betreft een herschikking van Verordening (EG) nr. 1334/2000. Bepaalde wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1334/2000 behelzen duidelijk meer dan een zuivere technische herziening en actualisering van de desbetreffende verordening: de uitbreiding van het toepassingsgebied van de controles op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik zodat ook controle op doorvoer en/of tussenhandel hierbij wordt inbegrepen, en de bestraffing van illegale tussenhandel van producten voor tweeërlei gebruik die verband houden met een programma voor massavernietigingswapens; de vervanging van de verplichte vergunning voor de overbrenging, binnen de interne markt, van op de lijst in de herschikte bijlage V voorkomende producten door een procedure van “voorafgaande kennisgeving”, met de bedoeling de handel binnen de interne markt te vergemakkelijken zonder veiligheidsbelangen in gevaar te brengen; de invoeging van een bepaling op grond waarvan de lidstaten strafrechtelijke sancties dienen op te leggen, ten minste voor schendingen van de verordening; en een overweging om te verduidelijken dat de verordening voorziet in een alomvattend juridisch kader voor de uitvoer van producten, technologie en daaraan gerelateerde diensten voor tweeërlei gebruik.

Toen het Europees Parlement, via een officiële brief van de secretaris-generaal van de Commissie van 1 maart 2010, de officiële raadpleging ontving met betrekking tot het voorstel voor een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1334/2000 door middel van de zogenoemde Omnibusmededeling van 2 december 2009, besprak de Raad - binnen zijn werkgroep tweeërlei gebruik - derhalve de voorgestelde toevoegingen van nieuwe algemene uitvoervergunningen op basis van Verordening (EG) nr. 428/2009. Op 6 juli 2010 informeerde het voorzitterschap van de Raad de rapporteur over de "Informele resultaten van de werkbijeenkomst tweeërlei gebruik van 6 juli 2010 in verband met de ontwerpverordening (EU nr. …/2010 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) 428/2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik", er aldus van uitgaande dat de instellingen zijn overeengekomen er stilzwijgend in toe te stemmen Verordening (EG) nr. 428/2009 als basis te nemen voor de onderhandelingen over de op 17 december 2008 door de Commissie voorgestelde wijzigingen met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1334/2009.

De rapporteur stelt voor de methode van de Raad te volgen en wijzigingen op de verordening inzake goederen voor tweeërlei gebruik aan te brengen op het meest recente en vigerende wetgevingsbesluit, teneinde de toevoeging van de voorgestelde nieuwe algemene uitvoervergunningen niet te vertragen. De amendementen 1, 2, 5, 6 en 8 beogen derhalve te verduidelijken dat de drie instellingen overeen zijn gekomen de laatste versie van de verordening tot instelling van een EU-regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik te wijzigen.

Versterking van democratische controle en transparantie

In ruil hiervoor zouden de Raad en de Commissie moeten instemmen met enige aanvullende amendementen op Verordening (EG) nr. 428/2009 die er toe bijdragen de EU-regeling voor producten voor tweeërlei gebruik democratischer en transparanter te maken.

De amendementen 11 en 12 hebben derhalve ten doel de Commissie en de lidstaten te verplichten een beveiligd systeem op te zetten voor de verzameling, verzending en opslag van kennisgevingen, en de Commissie te verplichten het Europees Parlement te informeren aangaande de functionering van het systeem. Vooralsnog is dit systeem slechts een in de verordening van 2009 geïntroduceerde optie. Het systeem zou on-line toegang moeten bieden tot een databank met informatie over bijvoorbeeld weigeringen van uitvoervergunningen.

Amendement 13 beoogt de coördinatiegroep tweeërlei gebruik te verplichten jaarlijks verslag uit te brengen aan het Europees Parlement zodat laatstgenoemde zijn controlerende taken ten aanzien van de Commissie kan vervullen.

Amendement 14 verplicht de Commissie om verslag uit te brengen over de tenuitvoerlegging en toepassing van de verordening, alsmede om hiervan een uitgebreide effectbeoordeling te overleggen. Het verslag dient informatie te bevatten over de coördinatiegroep tweeërlei gebruik, de tenuitvoerlegging van artikel 19, lid 4, en artikel 15 van de verordening, en over de door lidstaten opgelegde sancties wegens ernstige inbreuken op de bepalingen van deze verordening. Dit laatste onderdeel van het verslag zou de wetgever en de Commissie moeten helpen bij het besluit om al dan geen duidelijke bepaling op te nemen op grond waarvan lidstaten strafrechtelijke sancties dienen op te leggen, ten minste voor schendingen van de verordening.

Versterking van het gezicht van de EU en de vertegenwoordiging in internationale exportcontroleregelingen

Er bestaat behoefte aan versterking van het EU-gezicht en de vertegenwoordiging in internationale exportcontroleregelingen, die de EU-wetgeving op het gebied van exportcontroles en praktische tenuitvoerlegging hiervan voor een belangrijk deel vormgeven. De in Verordening (EG) nr. 428/2009 vervatte functionering van de EU-regeling voor controle op de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik, heeft sterke invloed ondervonden van de verplichtingen die in het kader van de vier internationale uitvoercontroleregelingen zijn aangegaan:

· De Australiëgroep (voor biologische en chemische producten) waarvan de Commissie een volwaardig lid is en waaraan alle 27 lidstaten deelnemen, tezamen met diverse andere landen waaronder de VS, Canada, Japan, Zuid-Korea en Australië.

· De Groep van Nucleaire Exportlanden (voor civiele nucleaire producten) waarvan de Commissie waarnemer is, terwijl alle 27 EU-lidstaten deelnemen als volwaardig lid, tezamen met diverse andere landen waaronder de VS en Rusland.

· De overeenkomst van Wassenaar (voor militaire en hoogtechnologische producten voor tweeërlei gebruik) waarbinnen de Commissie geen status heeft, terwijl 26 EU-lidstaten (alle behalve Cyprus) deelnemen als volwaardig lid, tezamen met diverse andere landen waaronder de VS, Rusland en Turkije.

· Het Controleregime voor de uitvoer van rakettechnologie en -onderdelen (producten voor tweeërlei gebruik die geschikt zijn voor ontwikkelingsprogramma´s van raket- of overbrengingssystemen) waarin de Commissie geen status heeft, terwijl 19 EU-lidstaten deelnemen als volwaardig lid, tezamen met diverse andere landen waaronder de VS en Rusland.

De voornaamste taak van deze internationale uitvoercontroleregelingen bestaat uit de actualisering van de lijsten van te controleren goederen: tot op heden worden deze lijsten vrijwel automatisch omgezet in EU-wetgeving zonder enige of slechts minieme betrokkenheid van het Europees Parlement. Om de controlerende en medewetgevende rol van het Parlement op dit beleidsterrein te vergemakkelijken beoogt amendement 15 een juridische basis te creëren voor internationale samenwerking om bij te dragen aan het verhelpen van bestaande situaties waarbij, bijvoorbeeld, exporteurs in derde landen en in de EU verplicht zijn controles toe te passen op overbrengingen van producten voor tweeërlei gebruik in de interne markt (wanneer de wetgeving van derde landen voorschriften inzake wederuitvoer binnen de interne markt van ingevoerde producten voor tweeërlei gebruik oplegt), teneinde wederzijdse erkenning van uitvoervergunningen mogelijk te maken en op die manier bij te dragen aan de aanzienlijke bevordering van gezamenlijke industriële projecten of onderzoeksprojecten, met name met derde landen die lid zijn van internationale regelingen voor uitvoercontrole of in de huidige communautaire algemene uitvoervergunning zijn opgenomen, en het mogelijk te maken om in de hele EU geldende specifieke voorschriften inzake uitvoercontrole vast te stellen die van toepassing zouden zijn op technologieën die in de EU zijn ontwikkeld in het kader van door de EU gefinancierde internationale programma’s waarbij derde landen betrokken zijn, en ook betrekking zouden hebben op de toegang tot die technologieën via immateriële middelen.

Amendementen op de bijlagen

De amendementen 16 tot en met 45 hebben ten doel bij te dragen aan de formulering van de voorgestelde nieuwe algemene uitvoervergunningen. Zij beogen de bescherming die wordt geboden door de definitie van zendingen van geringe waarde te vergroten en te voorkomen dat de verkoopprijs kunstmatig wordt verlaagd om in aanmerking te komen voor een uitvoervergunning voor 'zendingen van geringe waarde' (am. 17), een verplichting in te voeren tot voorafgaande kennisgeving en registratie bij de lidstaten en de Commissie, hetgeen de transparantie ten goede komt (am. 24, 34, 42 en 45), bijkomende waarborgen in te voeren voor de verlening van exportvergunningen (am. 26 tot en met 33, 41 en 44) met betrekking tot de bijlagen II d (Tijdelijke uitvoer voor tentoonstelling of beurs), II f (Telecommunicatie), en II g (Chemicaliën), een verbod in te stellen op de verlening van uitvoervergunningen voor producten die kunnen worden gebruikt voor het ontketenen van cyberaanvallen, of van andere vormen van politiek gemotiveerd hacken met het oogmerk van sabotage of spionage, beschadiging van internetpagina´s, of het gebruik van "denial of service"-aanvallen om internetpagina´s uit de lucht te halen (am. 38) en een verbod in te stellen voor producten die door regeringen of bedrijven kunnen worden gebruikt om inbreuk te plegen op de fundamentele mensenrechten zoals gedefinieerd in het Europees Sociaal Handvest dat op 18 oktober 1961 in Turijn werd getekend, in het Gemeenschapshandvest van de sociale grondrechten van de werkenden van 1989, en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie dat op 12 december 2007 door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie werd afgekondigd en waarnaar artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie verwijst (am. 39).

Conclusie

De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon en de verduidelijking in dit verdrag ten aanzien van de bevoegdheden van de EU op het terrein van internationale handel, bieden een goede gelegenheid om de rol van de EU binnen deze structuren te herbevestigen, evenals de rol, de bevoegdheden en de verantwoordelijkheid van het Europees Parlement binnen het institutionele besluitvormingskader van de EU. De EU-regeling met betrekking tot producten voor tweeërlei gebruik dient op een transparantere en democratischer wijze georganiseerd te worden. Voor de verwezenlijking van deze doelstelling zijn de volledige betrokkenheid van het Europees Parlement, door middel van de toepassing van de uit het Verdrag van Lissabon voortvloeiende verplichtingen en de gemeenschappelijke interpretatie van dit verdrag die het Europees Parlement en de Commissie in het nieuwe kaderakkoord overeen zijn gekomen, van cruciaal belang.


ADVIES van de Commissie buitenlandse zaken (16.7.2010)

aan de Commissie internationale handel

inzake het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging en tot bijwerking van Verordening (EG) nr. 1334/2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik

(COM(2008)0854 – C7‑0062/2010 – 2008/0249(COD))

Rapporteur voor advies: Reinhard Bütikofer

BEKNOPTE MOTIVERING

De Commissie heeft het EP en de Raad een voorstel voorgelegd tot wijziging en bijwerking van de EU-regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik. Volgens de Commissie betreft het ontwerpvoorstel zes nieuwe communautaire algemene uitvoervergunningen voor bepaalde niet-gevoelige producten voor tweeërlei gebruik naar bepaalde niet-gevoelige landen.

Producten voor tweeërlei gebruik (met inbegrip van programmatuur en technologie) zijn civiele producten die voor militaire doeleinden kunnen worden gebruikt en zijn onderworpen aan controle bij export vanuit de EU. Deze controle is met name bedoeld om de proliferatie van massavernietigingswapens te voorkomen.

Om deze controle zo doeltreffend mogelijk te maken en met de multilaterale verplichtingen van de lidstaten in overeenstemming te brengen, bepaalt artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1334/2000 dat voor de uitvoer van in bijlage I opgenomen producten voor tweeërlei gebruik een vergunning vereist is.

Overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1334/2000 zijn er vier soorten uitvoervergunningen.

Communautaire algemene uitvoervergunning nr. EU001, zoals bedoeld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 1334/2000, geldt voor het grootste deel van de onder de controleregeling vallende exportproducten voor uitvoer naar zeven landen (Verenigde Staten van Amerika, Canada, Japan, Australië, Nieuw-Zeeland, Zwitserland en Noorwegen).

Voor alle andere exportproducten waarvoor krachtens de verordening een vergunning vereist is, beslissen uiteindelijk de nationale autoriteiten of er een nationale algemene, een mondiale dan wel een individuele uitvoervergunning wordt verleend (artikel 6, lid 2).

Het onderhavige advies concentreert zich uitsluitend op het Commissievoorstel uit 2008, en het wordt aan de commissie ten principale overgelaten om het definitieve standpunt van het Europees Parlement in overeenstemming te brengen met de herschikte versie van de verordening van 2009(1).

Het advies sluit in grote lijnen aan bij het voorstel van de Commissie tot verbetering van de transparantie en de controle op de uitvoering van de bestaande regels, alsook van het gezamenlijk gebruik van dezelfde normen.

De Commissie buitenlandse zaken is het echter niet eens met het oordeel van de Commissie dat het belang van de EU als geheel niet optimaal gediend zou zijn met de toepassing van afwijkende regelgevingen voor bepaalde exportproducten in de EU-lidstaten afzonderlijk.

Het is namelijk zo dat bepaalde lidstaten voor de uitvoer van producten voor tweeërlei gebruik strengere exportcontroles hanteren dan andere. Om de internationale veiligheid conform haar non-proliferatiebeleid en in overeenstemming met het stabiliteitsinstrument en het gemeenschappelijk standpunt inzake wapenuitvoercontroles te kunnen verbeteren, moet de EU voor elk van de bewuste producten streven naar zo streng mogelijke exportregelingen, die voor al haar lidstaten moeten gelden.

De Commissie buitenlandse zaken is evenals de Raad van de EU ernstig bezorgd over de potentieel negatieve gevolgen van het voorstel voor de interne en externe veiligheidsbelangen van de Unie. Daarom vertrekt het advies van de Commissie buitenlandse zaken vanuit een op zijn minst even stringente benadering als die van de EU-lidstaten met de strengste exportcontroleregelgeving.

De Commissie buitenlandse zaken is van mening dat de EU er, gezien het ontbreken van geloofwaardige gegevens omtrent de eindbestemming van uit de Unie geëxporteerde producten voor tweeërlei gebruik, goed aan zou doen een omzichtige en logisch beredeneerde strategie te volgen.

Daarom verzoekt de Commissie buitenlandse zaken de Commissie en de Raad de relevante gegevens bij de terzake bevoegde douane- en andere autoriteiten te betrekken.

AMENDEMENTEN

De Commissie buitenlandse zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

"BIJLAGE II b

COMMUNAUTAIRE ALGEMENE UITVOERVERGUNNING Nr. EU002

Zendingen van geringe waarde

Bijlage II b schrappen

Motivering

De Commissie buitenlandse zaken is van mening dat de indeling van deze producten in de niet-gevoelige categorie onterecht is, en dat zij dus niet onder de communautaire algemene uitvoervergunningen kunnen vallen.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II c – Deel 2 – Landen van bestemming

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Algerije, Andorra, Antigua en Barbuda, Argentinië, Aruba, Bahama's, Bahrein, Bangladesh, Barbados, Belize, Benin, Bhutan, Bolivia, Botswana, Brazilië, Britse Maagdeneilanden, Brunei, Kameroen, Kaapverdië, Chili, China, Comoren, Costa Rica, Djibouti, Dominica, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Egypte, El Salvador, Equatoriaal-Guinea, Falklandeilanden, Faeröer, Fiji, Frans-Guyana, Franse OG, Gabon, Gambia, Gibraltar, Groenland, Grenada, Guadeloupe, Guam, Guatemala, Ghana, Guinee-Bissau, Guyana, Honduras, Speciale Administratieve Regio Hongkong, IJsland, India, Indonesië, Israël, Jordanië, Koeweit, Lesotho, Liechtenstein, Macau, Madagaskar, Malawi, Maleisië, Maldiven, Mali, Martinique, Mauritius, Mexico, Monaco, Montserrat, Marokko, Namibië, Nederlandse Antillen, Nieuw-Caledonië, Nicaragua, Niger, Nigeria, Oman, Panama, Papoea-Nieuw-Guinea, Peru, Filipijnen, Porto Rico, Qatar, Rusland, Samoa, San Marino, Sao Tomé en Principe, Saudi-Arabië, Senegal, Seychellen, Singapore, Salomonseilanden, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Sri Lanka, Sint-Helena, Saint Kitts en Nevis, Saint Vincent, Suriname, Swaziland, Taiwan, Thailand, Togo, Trinidad en Tobago, Tunesië, Turkije, Turks- en Caicoseilanden, Verenigde Arabische Emiraten, Uruguay, Amerikaanse Maagdeneilanden, Vanuatu, Venezuela.

Argentinië, Bosnië en Herzegovina, Brazilië, Chili, China, Kroatië, Franse Overzeese Gebieden, Speciale Administratieve Regio Hongkong, IJsland, Kazachstan, voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Speciale Administratieve Regio Macau, Mexico, Montenegro, Marokko, Rusland, Servië, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Tunesië, Turkije, Oekraïne, Verenigde Arabische Emiraten.

Motivering

Onder vergunning EU003 vallende producten mogen alleen worden uitgevoerd naar bestemmingen waarover de lidstaten het in onderling overleg eens zijn geworden.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II c – Deel 3 – lid 2 – punt 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4) voor een in wezen identieke transactie indien de oorspronkelijke vergunning is ingetrokken.

4) indien de oorspronkelijke vergunning is geannuleerd, opgeschort, gewijzigd of ingetrokken.

Motivering

De voorgestelde formulering is breder van opzet.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II c – Deel 3 – lid 2 – punt 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis) wanneer het eindgebruik van de bewuste producten afwijkt van de in de oorspronkelijke exportvergunning vermelde bestemming.

Motivering

De nieuwe formulering beoogt het voorgestelde vergunningsbereik strikter te beperken.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II c – Deel 3 – lid 3 – punt 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2) de douaneambtenaren desgevraagd bewijsstukken verstrekken betreffende de datum van de invoer van de goederen in de Europese Gemeenschap, eventuele in de Europese Gemeenschap uitgevoerde reparaties aan de goederen en het feit dat de producten worden teruggezonden naar de persoon en het land vanwaar zij in de Europese Gemeenschap werden ingevoerd.

2) de douaneambtenaren desgevraagd bewijsstukken verstrekken betreffende de datum van de invoer van de goederen in de Europese Gemeenschap, eventuele in de Europese Gemeenschap uitgevoerde reparaties aan de goederen en het feit dat de producten worden teruggezonden naar de eindgebruiker en het land vanwaar zij in de Europese Gemeenschap werden ingevoerd.

Motivering

Het voorstel van de Commissie buitenlandse zaken is specifieker geformuleerd.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II c – Deel 3 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De exporteurs die deze vergunning gebruiken, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6), binnen dertig dagen na de datum waarop de eerste uitvoer plaatsvindt in kennis stellen van het eerste gebruik van de vergunning.

4. De exporteurs die deze algemene vergunning gebruiken, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6) en de Commissie vóór de datum waarop de eerste uitvoer plaatsvindt in kennis stellen van het eerste gebruik van deze vergunning.

 

De aan het gebruik van deze vergunning verbonden meldingseisen en de aanvullende informatie over krachtens deze vergunning uitgevoerde producten welke de lidstaat van waaruit de export plaatsvindt verlangt worden door de lidstaten bepaald.

 

De bewuste lidstaat schrijft voor dat de aldaar gevestigde exporteurs zich laten registreren alvorens voor het eerst van deze vergunning gebruik wordt gemaakt. De registratie geschiedt automatisch en wordt onverwijld, en in elk geval binnen de 10 werkdagen na ontvangst van de vergunningsaanvraag door de bevoegde autoriteiten aan de exporteur bevestigd.

 

In voorkomend geval worden de in de tweede en derde alinea van dit lid geformuleerde eisen gebaseerd op de eisen voor het gebruik van nationale algemene uitvoervergunningen die worden verleend door de lidstaten waar dergelijke vergunningen bestaan.

 

De lidstaten stellen de Commissie jaarlijks in kennis van de gegevens omtrent de mate waarin van deze algemene uitvoervergunning gebruik is gemaakt. De Commissie maakt deze informatie bekend in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Dit amendement strekt tot invoering van een verplichting tot voorafgaande kennisgeving en registratie bij de lidstaten en de Commissie, hetgeen de transparantie duidelijk ten goede komt.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II d – Deel 2 – Landen van bestemming

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Argentinië, Bahrein, Bolivia, Brazilië, Brunei, Chile, China, Ecuador, Egypte, Speciale Administratieve Regio Hongkong, IJsland, Jordanië, Koeweit, Maleisië, Mauritius, Mexico, Marokko, Oman, Filipijnen, Qatar, Rusland, Saudi-Arabië, Singapore, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Tunesië, Turkije, Oekraïne.

Argentinië, Bosnië en Herzegovina, Brazilië, Chili, China, Kroatië, Franse Overzeese Gebieden, Speciale Administratieve Regio Hongkong, IJsland, Kazachstan, voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Speciale Administratieve Regio Macau, Mexico, Montenegro, Marokko, Rusland, Servië, Singapore, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Tunesië, Turkije, Oekraïne, Verenigde Arabische Emiraten.

Motivering

Onder vergunning EU004 vallende producten mogen alleen worden uitgevoerd naar bestemmingen waarover de lidstaten het in onderling overleg eens zijn geworden.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II c – Deel 3 – lid -1 (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

-1. Deze algemene vergunning houdt in dat toestemming wordt verleend voor de export van in deel 1 vermelde producten, op voorwaarde dat het daarbij gaat om tijdelijke uitvoer voor een tentoonstelling of beurs en dat de producten binnen een termijn van 120 dagen na de eerste export weer compleet en zonder te zijn aangepast worden geherimporteerd in het douanegebied van de Europese Unie.

Motivering

Dit amendement introduceert een nieuwe conditie, in die zin dat er een bepaalde termijn wordt vastgesteld waarbinnen de bewuste producten moeten worden geherimporteerd.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II d – Deel 3 – lid 1 – punt 4 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis) indien de herinvoer van deze producten in hun oorspronkelijke staat – en zonder dat daarvan enige component of software is verwijderd, gekopieerd of verspreid – door de exporteur niet kan worden gegarandeerd, of wanneer de presentatie van het product met overdracht van technologie gepaard gaat;

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II d – Deel 3 – lid 1 – punt 4 ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter) wanneer het de bedoeling is de bewuste producten voor hun beoogde bestemming te gebruiken, tenzij zulks slechts het geval is in een voor effectieve demonstratiedoeleinden vereiste minimale mate, doch zonder dat de daarbij verkregen specifieke testresultaten voor derden toegankelijk mogen zijn;

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  11

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II d – Deel 3 – lid 1 – punt 4 quater (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quater) wanneer de export het gevolg zou zijn van een handelstransactie, inzonderheid met het oog op de verkoop, de verhuur of het leasen van de bewuste producten;

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II d – Deel 3 – lid 1 – punt 4 quinquies (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quinquies) wanneer de exporteur enigerlei regeling treft waardoor de bewuste producten niet tijdens de gehele duur van de tijdelijke export onder zijn toezicht zouden staan.

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement 13

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II c – Deel 3 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. De exporteurs die deze algemene vergunning gebruiken, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6), binnen dertig dagen na de datum waarop de eerste uitvoer plaatsvindt in kennis stellen van het eerste gebruik van deze vergunning.

3. De exporteurs die deze algemene vergunning gebruiken, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6) en de Commissie vóór de datum waarop de eerste uitvoer plaatsvindt in kennis stellen van het eerste gebruik van deze vergunning.

 

De aan het gebruik van deze vergunning verbonden meldingseisen en de aanvullende informatie over krachtens deze vergunning uitgevoerde producten welke de lidstaat van waaruit de export plaatsvindt verlangt worden door de lidstaten bepaald.

 

De bewuste lidstaat schrijft voor dat de aldaar gevestigde exporteurs zich laten registreren alvorens voor het eerst van deze vergunning gebruik wordt gemaakt. De registratie geschiedt automatisch en wordt onverwijld, en in elk geval binnen de 10 werkdagen na ontvangst van de vergunningsaanvraag door de bevoegde autoriteiten aan de exporteur bevestigd.

 

In voorkomend geval worden de in de tweede en derde alinea van dit lid geformuleerde eisen gebaseerd op de eisen voor het gebruik van nationale algemene uitvoervergunningen die worden verleend door de lidstaten waar dergelijke vergunningen bestaan.

 

De lidstaten stellen de Commissie jaarlijks in kennis van de gegevens omtrent de mate waarin van deze algemene uitvoervergunning gebruik is gemaakt.

Motivering

Dit amendement strekt tot invoering van een verplichting tot voorafgaande kennisgeving en registratie bij de lidstaten en de Commissie, hetgeen de transparantie duidelijk ten goede komt.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II c – Deel 3 – lid 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. In het kader van deze vergunning wordt onder "tentoonstelling" verstaan elke tentoonstelling, elke beurs of elk soortgelijk openbaar evenement met een commercieel of industrieel karakter die/dat niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten wordt gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht blijven.

4. In het kader van deze vergunning wordt onder "tentoonstelling of beurs" verstaan elke tentoonstelling, elke beurs of elk soortgelijk openbaar evenement met een commercieel of industrieel karakter die/dat niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten wordt gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht blijven.

Motivering

Ter wille van de consistentie met de formulering van de door de Commissie voor de ontwerpbijlage voorgestelde titel.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II e

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Bijlage II e schrappen

Motivering

De Commissie buitenlandse zaken beschouwt computers en aanverwante apparatuur als gevoelige producten, die derhalve niet mogen worden opgenomen in de algemene communautaire uitvoervergunningen.

Amendement 16

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II f – Deel 1 – leden 3 en 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. producten, inclusief daarvoor speciaal ontworpen of ontwikkelde onderdelen en toebehoren, als bedoeld in categorie 5, deel 2, A tot en met D (Informatiebeveiliging), als volgt:

Schrappen

a) producten als bedoeld in de volgende punten, tenzij de cryptografische functies ervan zijn ontworpen of aangepast voor eindgebruikers bij de overheid in de Europese Gemeenschap:

 

- 5A002a1

- programmatuur in punt 5D002c1 die de kenmerken heeft of de functies uitoefent of simuleert van de apparatuur in punt 5A002a1;

 

b) apparatuur als bedoeld in 5B002 voor onder a) vermelde producten;

 

c) programmatuur als onderdeel van apparatuur waarvan de kenmerken of functies onder b) zijn gespecificeerd;

 

4. technologie voor het gebruik van de in punt 3, onder a), b) en c), bedoelde goederen.

 

Amendement  17

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II f – Deel 2 – Landen van bestemming

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Argentinië

Argentinië

 

China

Kroatië

Rusland

Zuid-Afrika

Zuid-Korea

Turkije

Oekraïne

Kroatië

Rusland

Zuid-Afrika

Zuid-Korea

Turkije

Oekraïne

Motivering

Onder vergunning EU006 vallende producten mogen alleen worden uitgevoerd naar bestemmingen waarover de lidstaten het in onderling overleg eens zijn geworden.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II f – Deel 3 – lid 1 – punt 1 – letter c bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis) voor het ontketenen van cyberaanvallen;

Motivering

Dit amendement beoogt de instelling van een verbod op de verlening van uitvoervergunningen voor producten die kunnen worden gebruikt voor het ontketenen van cyberaanvallen.

Amendement 19

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II f – Deel 3 – lid 1 – punt 1 – letter c ter (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c ter) voor doeleinden die te maken hebben met schendingen van de mensenrechten, de democratische beginselen of de vrijheid van meningsuiting, waarbij gebruik wordt gemaakt van onderscheppingstechnieken en digitale gegevenstransferapparatuur voor het afluisteren van mobiele telefoons en het meelezen van tekstboodschappen en van gerichte bewaking van het internetgebruik (bijvoorbeeld met behulp van controlecentra en legale interceptiegateways);

Motivering

Algemene uitvoervergunningen mogen niet worden verleend voor producten die door regeringen kunnen worden gebruikt om inbreuk te plegen op de mensenrechten of de vrijheid van meningsuiting.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II f – Deel 3 – lid 1 – punt 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) indien de exporteur er kennis van draagt dat de producten in kwestie geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in artikel 4, leden 1 en 2, bedoelde doeleinden.

(2) indien de exporteur er kennis van draagt dat de producten in kwestie geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in punt 1 bedoelde doeleinden;

Motivering

Dit amendement heeft ten doel de voorwaarden voor verlening van uitvoervergunningen ruimer te formuleren dan is omschreven in artikel 4, leden 1 en 2.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II f – Deel 3 – lid 1 – punt 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis) indien de producten zullen worden heruitgevoerd naar eventuele andere bestemmingen dan die welke zijn vermeld in deel 2 van deze vergunning, in deel 2 van bijlage II a of naar EU-lidstaten.

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II f – Deel 3 – lid 3 – punt 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6), binnen dertig dagen na de datum van de eerste uitvoer in kennis stellen van het eerste gebruik van de vergunning;

(1) de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6) en de Commissie vóór de datum van de eerste uitvoer in kennis stellen van het eerste gebruik van deze vergunning.

 

De aan het gebruik van deze vergunning verbonden meldingseisen en de aanvullende informatie over krachtens deze vergunning uitgevoerde producten welke de lidstaat van waaruit de export plaatsvindt verlangt worden door de lidstaten bepaald.

 

De bewuste lidstaat schrijft voor dat de aldaar gevestigde exporteurs zich laten registreren alvorens voor het eerst van deze vergunning gebruik wordt gemaakt. De registratie geschiedt automatisch en wordt onverwijld, en in elk geval binnen de 10 werkdagen na ontvangst van de vergunningsaanvraag door de bevoegde autoriteiten aan de exporteur bevestigd.

 

In voorkomend geval worden de in de tweede en derde alinea van dit lid geformuleerde eisen gebaseerd op de eisen voor het gebruik van nationale algemene uitvoervergunningen die worden verleend door de lidstaten waar dergelijke vergunningen bestaan.

 

De lidstaten stellen de Commissie jaarlijks in kennis van de gegevens omtrent de mate waarin van deze algemene uitvoervergunning gebruik is gemaakt.

 

De Commissie maakt deze informatie bekend in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Dit amendement strekt tot invoering van een verplichting tot voorafgaande kennisgeving en registratie bij de lidstaten en de Commissie, hetgeen de transparantie duidelijk ten goede komt.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II g – Deel 2 – Landen van bestemming

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Argentinië, Bangladesh, Belize, Benin, Bolivia, Brazilië, Kameroen, Chili, Cookeilanden, Costa Rica, Dominica, Ecuador, El Salvador, Fiji, Georgië, Guatemala, Guyana, India, Lesotho, Maldiven, Mauritius, Mexico, Namibië, Nicaragua, Oman, Panama, Paraguay, Rusland, St Lucia, Seychellen, Peru, Sri Lanka, Zuid-Afrika, Swaziland, Turkije, Uruguay, Oekraïne, Republiek Korea.

Argentinië

Kroatië

IJsland

Zuid-Korea

Turkije

Oekraïne.

Motivering

Onder vergunning EU007 vallende producten mogen alleen worden uitgevoerd naar bestemmingen waarover de lidstaten het in onderling overleg eens zijn geworden.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II g – Deel 3 – lid 1 – punt 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) indien de exporteur er kennis van draagt dat de producten in kwestie geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in artikel 4, leden 1 en 2, bedoelde doeleinden.

(2) indien de producten in kwestie geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor een van de in artikel 4, leden 1 en 2, bedoelde doeleinden.

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II g – Deel 3 – lid 1 – punt 2 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis) indien de producten zullen worden heruitgevoerd naar eventuele andere bestemmingen dan die welke zijn vermeld in deel 2 van deze vergunning, in deel 2 van bijlage II a of naar EU-lidstaten.

Motivering

Dit amendement introduceert een bijkomende waarborg bij de verlening van exportvergunningen.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening – wijzigingsbesluit

Bijlage

Verordening (EG) nr. 1334/2000

Bijlage II g – Deel 3 – lid 4 – punt 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6), binnen dertig dagen na de datum van de eerste uitvoer in kennis stellen van het eerste gebruik van de vergunning;

(1) de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij gevestigd zijn (zoals gedefinieerd in artikel 6, lid 6) en de Commissie vóór de datum van de eerste uitvoer in kennis stellen van het eerste gebruik van deze vergunning.

 

De aan het gebruik van deze vergunning verbonden meldingseisen en de aanvullende informatie over krachtens deze vergunning uitgevoerde producten welke de lidstaat van waaruit de export plaatsvindt verlangt worden door de lidstaten bepaald.

 

De bewuste lidstaat schrijft voor dat de aldaar gevestigde exporteurs zich laten registreren alvorens voor het eerst van deze vergunning gebruik wordt gemaakt. De registratie geschiedt automatisch en wordt onverwijld, en in elk geval binnen de 10 werkdagen na ontvangst van de vergunningsaanvraag door de bevoegde autoriteiten aan de exporteur bevestigd.

 

In voorkomend geval worden de in de tweede en derde alinea van dit lid geformuleerde eisen gebaseerd op de eisen voor het gebruik van nationale algemene uitvoervergunningen die worden verleend door de lidstaten waar dergelijke vergunningen bestaan.

 

De lidstaten stellen de Commissie jaarlijks in kennis van de gegevens omtrent de mate waarin van deze algemene uitvoervergunning gebruik is gemaakt.

De Commissie maakt deze informatie bekend in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Motivering

Dit amendement strekt tot invoering van een verplichting tot voorafgaande kennisgeving en registratie bij de lidstaten en de Commissie, hetgeen de transparantie duidelijk ten goede komt.

PROCEDURE

Titel

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1334/2000 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik

Document- en procedurenummers

COM(2008)0854 – C7-0062/2010 – 2008/0249(COD)

Commissie ten principale

INTA

Advies uitgebracht door

Datum bekendmaking

AFET

20.5.2010

 

 

 

Rapporteur voor advies

Datum benoeming

Reinhard Bütikofer

14.4.2010

 

 

Behandeling in de commissie

2.6.2010

12.7.2010

 

 

Datum goedkeuring

14.7.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

30

1

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Gabriele Albertini, Sir Robert Atkins, Andrzej Grzyb, Takis Hadjigeorgiou, Heidi Hautala, Anneli Jäätteenmäki, Jelko Kacin, Tunne Kelam, Nicole Kiil-Nielsen, Andrey Kovatchev, Wolfgang Kreissl-Dörfler, Eduard Kukan, Vytautas Landsbergis, Sabine Lösing, Barry Madlener, Mario Mauro, Willy Meyer, Francisco José Millán Mon, Pier Antonio Panzeri, Ioan Mircea Paşcu, Alojz Peterle, Hans-Gert Pöttering, Cristian Dan Preda, Werner Schulz, Marek Siwiec, Ernst Strasser, Charles Tannock, Zoran Thaler, Inese Vaidere, Geoffrey Van Orden

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Lorenzo Fontana, Barbara Lochbihler, Norbert Neuser, Janusz Władysław Zemke

(1)

Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking).


PROCEDURE

Titel

Communautaire regeling voor controle op de uitvoer van producten en technologie voor tweeërlei gebruik

Document- en procedurenummers

COM(2008)0854 – C7-0062/2010 – 2008/0249(COD)

Datum indiening bij EP

1.3.2010

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

INTA

11.3.2010

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

AFET

20.5.2010

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Jörg Leichtfried

17.3.2010

 

 

Behandeling in de commissie

19.4.2010

22.6.2010

28.9.2010

9.11.2010

Datum goedkeuring

26.1.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

21

0

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Kader Arif, Daniel Caspary, Christofer Fjellner, Yannick Jadot, Metin Kazak, Bernd Lange, David Martin, Emilio Menéndez del Valle, Vital Moreira, Cristiana Muscardini, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Niccolò Rinaldi, Tokia Saïfi, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Robert Sturdy, Gianluca Susta, Keith Taylor, Iuliu Winkler, Jan Zahradil, Pablo Zalba Bidegain, Paweł Zalewski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

George Sabin Cutaş, Mário David, Jörg Leichtfried, Miloslav Ransdorf, Michael Theurer

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Patrice Tirolien

Datum indiening

7.2.2011

Juridische mededeling - Privacybeleid