Procedure : 2010/2085(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0033/2011

Ingediende teksten :

A7-0033/2011

Debatten :

PV 07/03/2011 - 22
CRE 07/03/2011 - 22

Stemmingen :

PV 08/03/2011 - 9.2
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0076

VERSLAG     
PDF 200kWORD 129k
24.2.2011
PE 452.795v02-00 A7-0033/2011

over de herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid en markttoezicht

(2010/2085(INI))

Commissie interne markt en consumentenbescherming

Rapporteur voor advies: Christel Schaldemose

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES van de Commissie internationale handel
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid en markttoezicht

2010/2085(INI)

Het Europees Parlement,

–   gezien Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid(1),

–   gezien Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93(2),

–   gezien Besluit Nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad(3),

–   gezien het besluit van de Commissie van 16 december 2009 tot vaststelling van richtsnoeren voor het beheer van het communautaire systeem voor snelle uitwisseling van informatie (RAPEX) uit hoofde van artikel 12 en van de kennisgevingsprocedure uit hoofde van artikel 11 van Richtlijn 2001/95/EG (richtlijn inzake algemene productveiligheid) (2010/15/EG)(4),

–   gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (COM(2008)0905),

–   gezien het werkdocument van de Commissie met als titel "Herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid: Overzicht geplande acties", DG Gezondheid en Consumenten, 18 mei 2010,

–   gezien de routekaart voor "Aanpassing aan het nieuwe wetgevingskader (Beschikking 768/2008)", DG Ondernemingen en Industrie, 15 april 2010,

–   gezien de routekaart voor "Herziening van Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid (RAPV)", DG Gezondheid en consumenten, 25 maart 2010,

–   gezien het werkdocument van de Commissie over de relatie tussen de richtlijn inzake algemene productveiligheid (Richtlijn 2001/95/EG) en de bepalingen inzake markttoezicht van Verordening (EG) nr. 765/2008, DG Gezondheid en Consumenten, 2 maart 2010,

–   gezien het werkdocument van de Commissie getiteld "Herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid: Overzicht geplande acties", DG Gezondheid en Consumenten, 15 september 2009,

–   gezien het in opdracht van de Commissie IMCO opgestelde en in oktober 2009 gepubliceerde briefingdocument betreffende het markttoezicht in de lidstaten,

–   gezien het in opdracht van de Commissie IMCO opgestelde en in september 2010 gepubliceerde briefingdocument over de herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid (RAPV) en markttoezicht,

–   gezien de op 30 september 2010 gehouden workshop over de herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid en markttoezicht,

–   gezien de trilaterale topconferentie EU-VS-China, die op 25-26 oktober 2010 in Shanghai heeft plaatsgevonden,

–   gelet op artikel 48 van het Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de adviezen van de Commissie internationale handel en de Commissie industrie, onderzoek en energie (A7-0033/2011),

A. overwegende dat het van essentieel belang is erop toe te zien dat alle producten die in de EU op de markt worden gebracht veilig zijn, zodat een hoog niveau van bescherming voor onder meer consumenten kan worden gewaarborgd,

B.  overwegende dat het nieuwe wetgevingskader (hierna NWK genoemd) in juli 2008 is goedgekeurd en dat Verordening (EG) nr. 765/2008 betreffende markttoezicht per 1 januari 2010 in werking is getreden,

C. overwegende dat Richtlijn 2001/95/EG inzake algemene productveiligheid (hierna RAPV genoemd), waarbij op het niveau van de Unie algemene veiligheidseisen voor consumentenproducten zijn vastgesteld, moet worden herzien en geïntegreerd in het NWK om haar daarmee, en met name met de verordening betreffende markttoezicht, in overeenstemming te brengen,

D. overwegende dat het wetgevingskader inzake productveiligheid en markttoezicht uit een drielagige structuur van wetgevingshandelingen bestaat (RAPV, NWK en sectorspecifieke harmonisatierichtlijnen), die tot onduidelijkheden en verwarring op de interne markt leiden,

E.  overwegende dat het niveau van markttoezicht van lidstaat tot lidstaat aanzienlijk verschilt en dat een aantal lidstaten niet de voor een effectief markttoezicht benodigde middelen ter beschikking stellen en het begrip "producten die ernstige risico's opleveren" verschillend interpreteren, wat tot belemmeringen voor het vrije verkeer van goederen kan leiden, de concurrentie kan verstoren en de veiligheid van de consumenten binnen de interne markt in gevaar kan brengen,

F.  overwegende dat samenwerking tussen markttoezichtinstanties en het opzetten van gezamenlijke markttoezichtoperaties van essentieel belang zijn, dat deze daarom verder moeten worden geïntensiveerd en dat daarvoor de nodige middelen moeten worden uitgetrokken,

G. overwegende dat – zoals overigens ook wordt aangegeven in het verslag-Monti – verordeningen ten opzichte van richtlijnen het voordeel bieden van duidelijkheid, voorspelbaarheid en effectiviteit,

Markttoezicht

Inleiding

1.  is van mening dat het bestaande wetgevingskader voor markttoezicht niet coherent genoeg is en derhalve moet worden herzien en nauwer moet worden gecoördineerd;

2.  pleit bij de Commissie voor de instelling van een gemeenschappelijk Europees systeem voor markttoezicht dat van toepassing is op alle producten die op de interne markt worden aangeboden of de interne markt binnenkomen; roept de Commissie ertoe op om een actievere rol te vervullen in de coördinatie tussen Europese markttoezichtinstanties, douaneautoriteiten en bevoegde autoriteiten van de lidstaten;

3.  verzoekt de lidstaten en de Commissie adequate financiële en personele middelen voor een efficiënt markttoezicht beschikbaar te stellen; wijst er met nadruk op dat falende systemen voor markttoezicht de concurrentie kunnen verstoren, de veiligheid van de consument in gevaar kunnen brengen en het vertrouwen van de burger in de interne markt kunnen ondermijnen; wijst erop dat de beveiliging van de buitengrenzen van de interne markt, met name in de grote zeehavens, van belang is en vraagt de Commissie en de lidstaten om tegen illegale producten uit derde landen op te treden; stelt voor dat de Commissie een volledige evaluatie verricht van de punten van binnenkomst via welke producten de EU-markt binnenkomen, waaronder een beoordeling van de middelen die nodig zijn om een adequate controle te garanderen;

4.  verzoekt de lidstaten om op gecoördineerde wijze afschrikkende sancties, met inbegrip van hoge boetes, in te voeren voor marktdeelnemers die opzettelijk gevaarlijke of niet-conforme producten op de interne markt brengen; stelt voor om gevallen waarin producten worden verboden, zoveel mogelijk bekend te maken om meer zichtbaarheid te geven aan grenscontroles en markttoezicht en criminele marktdeelnemers af te schrikken;

5.  roept de Commissie ertoe op om met de deelneming van zowel de nationale markttoezichtinstanties als de douaneautoriteiten meer markttoezichtoperaties te financieren;

6.  onderstreept de noodzaak om optimale praktijken tussen de lidstaten uit te wisselen; roept op tot onderlinge samenwerking, bundeling van knowhow en uitwisseling van optimale praktijken tussen de autoriteiten voor markttoezicht; wijst eens te meer op het belang van samenwerking tussen douane-instanties en markttoezichtautoriteiten aan de buitengrenzen, zodat adequate controles kunnen worden uitgevoerd op producten die de Unie binnenkomen; erkent de belangrijke bijdrage die PROSAFE thans levert aan de coördinatie van gemeenschappelijke acties op het gebied van markttoezicht en aan de uitwisseling van beproefde praktijken in het kader van de RAPV; vraagt de Commissie daarom erover na te denken onder welke omstandigheden PROSAFE kan dienen als platform voor een uitgebreide coördinatie tussen de lidstaten voor geharmoniseerde en niet-geharmoniseerde producten; acht het noodzakelijk om voor PROSAFE een rechtsgrondslag te scheppen en om voldoende middelen toe te wijzen teneinde deze taak uit te voeren; wijst erop dat de coördinatie door PROSAFE thans vanwege beperkte middelen en op grond van de informele structuur ervan aan beperkingen onderhevig is;

7.  roept de lidstaten op onderzoeks- en studiegegevens op het gebied van productveiligheid met andere lidstaten uit te wisselen; is van mening dat de referentienummers van de betrokken producten daarin moeten worden opgenomen om de productidentificatie door andere autoriteiten te vergemakkelijken, die profijt zouden kunnen hebben van vertaling en gebruik van de in de studies verstrekte informatie; verzoekt de lidstaten hun bevoegde autoriteiten de mogelijkheid te geven markttoezichtmaatregelen te treffen op basis van testresultaten of studies die door andere lidstaten zijn verstrekt, teneinde dubbel werk te voorkomen;

8.  pleit voor de instelling van bureaus voor educatie over productveiligheid, die bij voorbeeld kunnen worden geïntegreerd in het netwerk van productcontactpunten, zodat het verstrekken van opleidingen en de overdracht van informatie tussen bedrijven kan worden gefaciliteerd;

9.  dringt bij de Commissie aan op de instelling van een publiek toegankelijke databank met informatie over de veiligheid van consumentenproducten, die o.a. moet fungeren als een platform voor de indiening van klachten, zo mogelijk gebaseerd op reeds in de lidstaten bestaande regionale en nationale systemen; is van oordeel dat dit het grensoverschrijdend risicobesef omtrent gevaarlijke producten binnen de interne markt zal verhogen en consumenten de mogelijkheid biedt om langs elektronische weg gevaarlijke producten te melden bij de bevoegde autoriteiten; meent dat de databank kan worden samengesteld door de ontwikkeling van bestaande databanken als het informatie- en communicatiesysteem voor markttoezicht (ICSMS) of de Letseldatabank (IDB); onderstreept dat de databank een rechtsgrondslag moet hebben en dat rapportage door de lidstaten verplicht moet zijn; pleit voor de instelling van een op deze databank gebaseerd systeem voor het bijhouden van ongevalstatistieken, dat als kanaal moet fungeren voor de verplichte publicatie van jaarverslagen; wenst dat de databank voor het publiek toegankelijk is, terwijl de noodzakelijke vertrouwelijkheid voor het bedrijfsleven gewaarborgd is;

10. wijst erop dat de mondialisering, de toenemende outsourcing en de groeiende internationale handel ervoor zorgen dat meer producten op markten in de hele wereld worden verhandeld; is van mening dat nauwe samenwerking tussen de mondiale regelgevers en andere belanghebbenden op het gebied van de veiligheid van consumentenproducten essentieel is om de uitdagingen aan te pakken die de complexe aanvoerketens en de grotere omvang van het handelsverkeer met zich brengen;

11. verzoekt de Commissie de internationale samenwerking op het gebied van de International Consumer Product Safety Caucus te verdiepen ten einde goede praktijken uit te wisselen en de productie van gevaarlijke, voor de uitvoer naar de EU bestemde goederen in derde landen gemeenschappelijk aan banden te leggen;

Herziening van de RAPV

Onderlinge afstemming van de RAPV en het NWK - een nieuwe algemene verordening inzake productveiligheid en markttoezicht

12. steunt de herziening van de RAPV en van Verordening 765/2008/EG met betrekking tot de gehanteerde definities en de verplichtingen voor marktdeelnemers zoals bedoeld in Besluit 768/2008/EG, terwijl daarbij het ontstaan van onnodige administratieve lasten, vooral voor MKB's, moet worden voorkomen; is van oordeel dat de samenvoeging tot één verordening de voorwaarde is voor een uniform toezichtsysteem voor alle producten; dringt daarom bij de Commissie aan op invoering van een toezichtsysteem voor de interne markt voor alle producten op basis van één wetgevingsbesluit dat zowel de RAPV als Verordening (EG) nr. 765/2008 bestrijkt; is van oordeel dat met dit nieuwe wetgevingsbesluit een hoog niveau van productveiligheid en markttoezicht moet worden gecreëerd, met een verduidelijking van de rechtsgrondslag en rekening houdend met de bepalingen die in de twee wetgevingsbesluiten vollediger worden uitgewerkt;

13. dringt aan op afstemming tussen de in de RAPV en het NWK opgenomen traceerbaarheidsvoorschriften teneinde de consistente toepassing van het vigerende traceringssysteem te kunnen waarborgen en nieuwe bureaucratische rompslomp te voorkomen;

14. verzoekt de Commissie te overwegen exactere criteria te ontwikkelen voor veiligheids- en risicobeoordeling als producten niet aan de EU-wetgeving voldoen;

Aanvullende specifieke aanpassingen in de RAPV

15. acht het problematisch dat producten waarvan dienstverleners zich bedienen niet onder de toepassing van de bestaande RAPV vallen, m.a.w. dat er algemene veiligheidseisen gelden wanneer een product door een consument wordt gebruikt in het bedrijfspand van de dienstverlener, maar niet wanneer hetzelfde product door de dienstverlener zelf wordt gebruikt; onderstreept dat deze maas in de regelgeving moet worden gerectificeerd;

16. dringt aan op vereenvoudiging van de Europese wetgeving inzake productveiligheid, met name in verband met de doelstellingen van de Europese Commissie "De wetgeving verbeteren" en "Think small first", zoals deze in de mededeling van de Commissie "Naar een Single Market Act" zijn geformuleerd, en pleit ervoor de bepalingen inzake imitatievoedselproducten in het herziene voorstel op te nemen;

17. dringt ter waarborging van de veiligheid van een zo breed mogelijk scala van kwetsbare gebruikers aan op opneming in de regelgeving van een verwijzing naar "mensen met een handicap" (naast de reeds aanwezige verwijzingen naar "kinderen" en "bejaarden");

18. dringt er bij de Commissie op aan, in de regelgeving ook de verplichting voor fabrikanten op te nemen tot het verrichten van risicoanalyses in de ontwerpfase van producten; dringt er tevens op aan dat eventueel geconstateerde risico's in de productdocumentatie dienen te worden vermeld en aan de publieke autoriteiten moeten worden meegedeeld;

Spoedmaatregelen van de EU

19. onderstreept de noodzaak tot invoering van een doeltreffender regelgevingskader dat voorziet in de mogelijkheid tot snelle interventies en betrouwbare langetermijnoplossingen, zonder dat politieke beslissingen zonder welomschreven reeks essentiële beleidsvoorschriften aan de betrokken normalisatie-instanties of de Commissie worden gedelegeerd, zoals dat bij geharmoniseerde wetgeving het geval is;

Traceerbaarheid

20. benadrukt dat producten die ernstige risico's opleveren zo snel mogelijk definitief uit de handel moeten worden genomen of moeten worden teruggeroepen en dat de traceerbaarheid van producten in alle stadia van de logistieke keten moet worden gewaarborgd, zodat de markttoezichtautoriteiten over voldoende personele middelen moeten beschikken;

21. onderstreept hoe belangrijk het is ervoor te zorgen dat er een betrouwbare traceerbaarheid bestaat in alle stadia van de levenscyclus van een product, waarbij moet worden gewaarborgd dat dit niet leidt tot meer administratieve rompslomp;

22. onderstreept het belang van producttraceerbaarheid en van etiketten waarmee het land van oorsprong van het product en de verantwoordelijke producent kunnen worden getraceerd;

23. dringt aan op daadwerkelijke handhaving van reeds ingevoerde identificatieprocedures; spoort de Commissie aan tot het opmaken van evaluaties en beoordelingen omtrent het gebruik van nieuwe technologieën, maar is van mening dat het gebruik van nieuwe technologieën niet ten koste mag gaan van de privacy, veiligheid en bescherming van de consument;

24. benadrukt evenwel dat op de EU-markt niet één enkele technische oplossing als officieel traceerbaarheidssysteem of officiële traceerbaarheidsmethode verplicht dient te worden gesteld; en pleit ervoor dat in alle opzichten rekening wordt gehouden met het evenredigheidsbeginsel;

25. wijst er met nadruk op dat het noodzakelijk is de uitwisseling van RAPEX-informatie over gevaarlijke producten uit derde landen (zoals China en India) te verbeteren en te versterken en de laatste studies van dit systeem in ogenschouw te nemen;

RAPEX

26. erkent dat RAPEX een nuttig en doeltreffend instrument is om tussen de lidstaten informatie uit te wisselen over de maatregelen die worden genomen met betrekking tot gevaarlijke producten, maar dat dit instrument nog voor verdere verbetering vatbaar is;

27. dringt er bij de Commissie op aan productveiligheidsdeskundigen, producenten, handels- en consumentenorganisaties en nationale autoriteiten toegang te verlenen tot alle relevante informatie, onder waarborging van de nodige vertrouwelijkheid; dringt er bij de Commissie op aan de bekendheid met RAPEX en de EU-systemen voor het terugroepen van producten buiten de EU te verhogen;

28. is ingenomen met de nieuwe RAPEX-richtsnoeren, die het functioneren van RAPEX ten goede komen; verzoekt de Commissie de nieuwe risicobeoordelingsmethode in overeenstemming te brengen met de reeds voor producten geharmoniseerde methoden, teneinde de markttoezichtautoriteiten bij hun werkzaamheden te ondersteunen;

29. verzoekt de Commissie voor duidelijkheid te zorgen over de beoordeling in het kader van RAPEX-meldingen van producten die een "ernstig gevaar" inhouden;

30. stelt vast dat de consumentenproducten die op de Europese interne markt worden gebracht in toenemende mate uit derde landen komen; constateert met grote bezorgdheid dat het aantal RAPEX-kennisgevingen met betrekking tot producten van Chinese oorsprong – die meer dan de helft van de RAPEX-kennisgevingen uitmaken – van jaar tot jaar toeneemt en dat de fabrikanten van dergelijke producten in 20 procent van de gevallen niet kunnen worden opgespoord; dringt er derhalve op aan dat hiervan in internationaal verband meer werk wordt gemaakt, en is ingenomen met de samenwerking tussen de EU, China en de VS bij de ontwikkeling van traceerbaarheidsstrategieën; verwelkomt alle vormen van ondersteuning, opleiding en seminars die door de EU- en de Chinese autoriteiten ter verbetering van de productveiligheid worden ontwikkeld; onderstreept dat meerjarige programma's nodig zijn om deze uitdagingen het hoofd te kunnen bieden;

31. vraagt de Commissie te overwegen of het nuttig is een soortgelijk systeem als RAPEX-China op te zetten voor andere handelspartners, met name degene waarvan producten gemeld zijn via het RAPEX-systeem;

32. wenst dat de Commissie in RAPEX, of een ander geschikt systeem op EU-niveau, sancties opneemt voor overtredingen door de lidstaten, zodat voor alle betrokkenen prikkels worden gecreëerd;

Online verkoop en douanetoezicht

33. is bezorgd over de problemen waarmee markttoezichtinstanties worden geconfronteerd wanneer zij maatregelen willen treffen ter bestrijding van de onlineverkoop van gevaarlijke producten;

34. is ingenomen met het C2013-project dat de Commissie op het gebied van productveiligheid heeft uitgewerkt tot vaststelling van richtsnoeren voor douanecontroles in de EU; roept haar ertoe op de douane-instanties van concrete instrumenten te voorzien om adequate controles op ingevoerde producten te kunnen uitvoeren; roept op tot nauwere samenwerking tussen de betrokken handhavingsautoriteiten;

35. erkent de toename van het aantal producten uit derde landen dat consumenten via internet kopen en die niet aan de Europese normen voldoen, hetgeen een gevaar vormt voor de veiligheid en de gezondheid van de consumenten; vraagt de Commissie de douanecontroles op via internet gekochte producten te verscherpen en te standaardiseren en markttoezicht uit te oefenen, met speciale aandacht voor producten die de consument directe schade kunnen toebrengen, zoals farmaceutische producten en levensmiddelen; dringt er bij de Commissie op aan mogelijke oplossingen voor dat probleem te onderzoeken om het vertrouwen van de consumenten in e-commerce te vergroten;

36. dringt er bij de Commissie en de autoriteiten van de lidstaten op aan te zorgen voor een gedegen opleiding van douanebeambten, zodat producten waaraan risico's zijn verbonden in de toekomst beter kunnen worden opgespoord; dringt aan op betere samenwerking tussen douane- en markttoezichtautoriteiten alvorens producten in de handel mogen worden gebracht, en acht ook in dit verband meerjarige programma's noodzakelijk;

37. verzoekt de Commissie en de nationale bevoegde autoriteiten verder te werken aan de ontwikkeling van bewustmakingscampagnes die consumenten inlichten over het risico dat zij namaakproducten kopen, vooral online;

Normalisatie

38. onderstreept de noodzaak de markttoezichtinstanties systematisch bij de ontwikkeling van veiligheidsgerelateerde normen te betrekken, aangezien dit een goede manier is om hun kennis in het normalisatieproces in te brengen en om een beter inzicht in normen te geven en er zo voor te zorgen dat de vrijwillige toepassing van normen bijdraagt aan de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de consument en aan de rechtszekerheid, doordat een correcte interpretatie en toepassing van de Europese normen door de autoriteiten van de lidstaten in de hand wordt gewerkt;

39. verzoekt de Commissie meer helderheid te verschaffen over de mandaten voor normen en andere, evolutionaire manieren te overwegen om nationale en Europese normalisatiesystemen in het niet-geharmoniseerde gebied te integreren, met de nadruk op deelneming van kleine en middelgrote bedrijven, en daarbij toch vast te houden aan de voornaamste elementen van de huidige structuur;

40. dringt aan op verbetering van de thans geldende procedures van de Commissie voor de vaststelling van mandaten voor de ontwikkeling van Europese normen, zodat tijdig en effectiever kan worden ingespeeld op nieuwe of opduikende risico's; benadrukt echter dat nieuw te ontwikkelen of te wijzigen procedures ook moeten worden onderworpen aan toetsing door het Parlement; onderstreept dat het Parlement ook het recht moet hebben de procedures voor overname, respectievelijk toepassing van internationale, niet-Europese en andere normen te toetsen;

41. verzoekt de Europese normalisatie-instellingen en de Commissie om, onder waarborging van de participatie van alle relevante stakeholders, alle systemen te onderzoeken die het proces van normontwikkeling zouden kunnen bespoedigen, zoals de invoering van een versnelde procedure of door te voorzien in de mogelijkheid dat de Commissie, bij wijze van overgangsmaatregel totdat een definitieve oplossing is gevonden, verwijzingen naar bestaande Europese of ISO-normen publiceert die zonder mandaat van de Commissie zijn ontwikkeld, indien dergelijke normen geacht worden een hoog niveau van consumentenbescherming te bieden of geschikt zijn om een specifiek risico af te wenden;

42. dringt erop aan de door de Commissie verleende normalisatiemandaten te verbeteren om de Europese normalisatie-instellingen in staat te stellen Europese normen te ontwikkelen die aan de technische eisen voldoen waarvoor de naleving van een politiek besluit wordt bewerkstelligd of beoordeeld; is in dit verband van oordeel dat meer betrokkenheid van en samenwerking tussen de Europese Commissie en de normalisatie-instellingen bij de opstelling van normen noodzakelijk is; is, gezien het feit dat deze instellingen op basis van consensus werken, van mening dat het voor het functioneren van het systeem van cruciaal belang is dat politieke aangelegenheden op beleidsniveau worden behandeld en niet aan de Commissie, de normalisatie-instanties of handhavingsinstanties worden gedelegeerd;

43. pleit voor opneming in de RAPV van een procedure voor het indienen van een formeel bezwaar tegen een norm, zoals die van Besluit 768/2008/EG; is van oordeel dat het gebruik van deze procedure zelfs mogelijk moet zijn voordat een norm in het Publicatieblad van de EU is vermeld, maar niet in de plaats mag treden van een aanzienlijk sterkere betrokkenheid van de markttoezichtautoriteiten van de lidstaten bij het normalisatiesysteem;

44. verzoekt de Commissie en alle belanghebbenden ervoor te zorgen dat het Europees normalisatiestelsel financieel houdbaar is, onder meer via publiek-private partnerschappen en via meerjarige financiële programmering, wat essentieel is om de efficiëntie en doeltreffendheid ervan te waarborgen;

45. verzoekt de Commissie om in samenhang met het nieuwe wetgevingskader nadere stappen te ondernemen, zodat werk kan worden gemaakt van de noodzakelijke herzieningen;

-o0o-

46. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

 PB L 11 van 15.1.2002, blz. 4.

(2)

 PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30.

(3)

 PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82.

(4)

 PB L 22 van 26.1.2010, blz. 1.


TOELICHTING

Inleiding

Van een goed functionerende interne markt mag worden verwacht dat zij ook garant kan staan voor veilige producten en vertrouwen van de zijde van de consument. In ons streven naar vrij verkeer en een nog breder scala aan producten op de markt, mogen wij de veiligheid van de consument vooral niet uit het oog verliezen.

Op het gebied van productveiligheid kan meer in het algemeen worden geconcludeerd dat er in het afgelopen decennium in de EU duidelijk vooruitgang is geboekt. Zowel de overheid als het bedrijfsleven zijn ervoor verantwoordelijk dat de productveiligheid erop vooruitgaat, en dankzij de regelgeving op EU-niveau is er een gemeenschappelijk beleid ontwikkeld met betrekking tot productvereisten, dat de productveiligheid binnen de interne markt in haar algemeenheid ten goede is gekomen.

Hoewel er onmiskenbaar vooruitgang wordt geboekt, is er nog ruimte voor verbetering, en deze moet dan ook worden aangegrepen, aangezien lacunes op dit gebied de veiligheid van de consument in gevaar zouden kunnen brengen of soms zelfs fataal kunnen zijn.

Elk jaar doen er zich dodelijke ongevallen voor wanneer bijvoorbeeld kinderen omgaan met producten die constructiefouten of veiligheidsgebreken vertonen. Een van de meest recente voorbeelden betreft gordijnen, waarbij kinderen verstikt zijn in de gordijnsnoeren die bedoeld zijn om het gordijn op te trekken en neer te laten. Binnen de bestaande wetgevingsstructuur kunnen dergelijke producten niet snel worden tegengehouden en aangepast, ook al vallen de vigerende bepalingen onder de RAPV. Om productaanpassingen te kunnen doorvoeren is een normatieve regeling vereist en de procedure voor de opstelling van dergelijke normen is bij de huidige stand van de wetgeving te tijdrovend. Een en ander brengt met zich mee dat dergelijke gordijnen op een volstrekt legale manier in de handel kunnen worden gebracht en dat de consument ze in heel Europa in tal van winkels te koop aangeboden krijgt.

De rapporteur vindt dan ook dat de bestaande Europese regelgeving inzake productveiligheid dringend aan een herziening toe is, zodat onveilige producten kunnen worden getraceerd en tegengehouden.

Het is nu al bijna 10 jaar geleden dat de Europese Richtlijn inzake algemene productveiligheid 2001/95/EG (RAPV), waarin de algemene veiligheidseisen voor producten zijn vastgelegd, is aangenomen, en zij is dan ook duidelijk aan herziening toe.

De herziening van de RAPV is tevens noodzakelijk om deze in overeenstemming te brengen met het nieuwe wetgevingskader (NWK) dat dateert van juli 2008, teneinde te voorkomen dat het gestelde doel – de verwezenlijking van een coherente interne markt voor zowel geharmoniseerde als niet-geharmoniseerde producten en algehele bescherming van consumentenbelangen – in het gedrang zou kunnen komen.

Het is namelijk zo dat het NWK en de RAPV elkaar momenteel qua werkingssfeer ten dele overlappen. Bekeken moet worden hoe consistentie tussen geharmoniseerde en niet-geharmoniseerde producten kan worden bewerkstelligd, ten einde optimale consumentenbescherming en volledige transparantie voor de betrokken producenten te kunnen waarborgen. Daarom moet er een einde worden gemaakt aan de situatie waarbij er twee verschillende reguleringen voor markttoezicht op geharmoniseerde goederen bestaan die elkaar overlappen, al naargelang het al dan niet consumentenproducten betreft. Voorts omvatten zowel het NWK als de RAPV horizontale bepalingen die bij wijze van "lex specialis" naast de sectorspecifieke harmonisatierichtlijnen van toepassing zijn. Als wetgevingskader fungeren in dat geval alle drie de componenten, namelijk het NWK, de RAPV en de sectorale harmonisatierichtlijnen. Deze ingewikkelde situatie moet worden rechtgezet en gestroomlijnd.

Markttoezicht is nauw verweven met productveiligheid, aangezien het een essentiële voorwaarde is om te garanderen dat de bewuste producten voldoen aan alle in de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de EU vastgestelde eisen en dat zij in geen enkel opzicht een bedreiging vormen voor het algemeen belang. Kennelijk is uitoefening van markttoezicht voor een aantal lidstaten een problematische aangelegenheid, aangezien zij er niet in slagen de voor een efficiënt markttoezicht benodigde middelen toe te wijzen. Dit is een zeer bedenkelijke ontwikkeling, die het streven naar een betere productveiligheid niet ten goede komt.

Belangrijkste aandachtspunten voor de rapporteur

Herziening van de RAPV en afstemming op het NWK

De rapporteur wijst nadrukkelijk op de noodzaak tot herziening van de RAPV teneinde de algemene regels inzake productveiligheidseisen te kunnen actualiseren en de regelgeving aan te passen aan het NWK. De rapporteur onderkent de wetgevingsverschillen tussen de RAPV en het NWK, maar tekent daarbij aan dat er ook gebieden zijn die niet door de beide regelgevingen worden bestreken, alsook gebieden waar zij elkaar overlappen. Een en ander noopt tot een aanpassing, zodat er geen twijfels rijzen omtrent de vraag welke markttoezichtinstanties in de respectieve gevallen bevoegd zijn.

Strenger markttoezicht

De noodzaak tot verscherping van het markttoezicht wordt ook onderkend door de rapporteur, die aandringt op strengere en betere handhaving van de bestaande reguleringen. Ook is er behoefte aan intensievere uitwisseling van kennis en ervaring tussen de lidstaten, zodat optimale praktijken voor markttoezicht overal in de EU ingang krijgen. Een en ander zal resulteren in een markt waar consumenten zich veilig kunnen voelen en zal voor het bedrijfsleven meer duidelijkheid creëren omtrent de regels die voor heel Europa gelden. Derhalve wordt de lidstaten dringend verzocht te zorgen voor voldoende middelen om het nodige markttoezicht te kunnen uitoefenen.

Daarnaast gaat de aandacht van de rapporteur met name ook uit naar de invoering van een verordening inzake algemene productveiligheid en markttoezicht, die zich middels één enkele wetgevingshandeling moet uitstrekken tot geharmoniseerde én niet-geharmoniseerde producten, teneinde de veiligheid van de producten die in de handel worden gebracht te waarborgen, zodat overal in de Unie een uniform veiligheidsniveau van toepassing is en het markttoezicht kan worden verscherpt.

Traceerbaarheid

Bij wijze van specifieke aanpassingen in de RAPV stelt de rapporteur een aantal concrete initiatieven voor ter verbetering van de traceerbaarheid van producten. Wanneer er in Europa ergens onveilige producten opduiken, moeten de bevoegde instanties het in de handel brengen daarvan kunnen doen stopzetten en moeten zij de betrokken bedrijven kunnen dwingen de bewuste producten terug te roepen of ze van de Europese markt te verwijderen. Dit zal het vertrouwen van de consument bij de aanschaf van producten op de Europese markt beslist ten goede komen. Daarnaast wordt voorgesteld een databank met informatie over de veiligheid van consumentenproducten in te stellen, zodat de Europese consumenten en bedrijven informatie en ervaringen over onveilige producten kunnen uitwisselen en er statistieken kunnen worden opgemaakt over de categorieën producten die de meeste ongevallen veroorzaken.

De rapporteur verwelkomt nieuwe initiatieven en technologieën om producten op te sporen. Hierdoor kunnen overheden, bedrijven en consumenten producten traceren waarvan, nadat zij op de Europese markt zijn verschenen, blijkt dat zij onveilig zijn. Tegelijkertijd wil de rapporteur ook onderstrepen dat de traceerbaarheid van producten niet ten koste mag gaan van de persoonlijke privacy. Ter verbetering van de samenwerking op het gebied van traceerbaarheid pleit de rapporteur ervoor om, naast de algemene gegevensuitwisseling via de hierboven vermelde databank, voor veiligheidsdeskundigen, consumentenorganisaties en nationale overheden betere toegangsmogelijkheden te creëren tot de in het RAPEX-systeem opgeslagen informatie.

Kwetsbare consumenten moeten worden ontzien

De rapporteur stelt tevens voor speciale aandacht te besteden aan de meest kwetsbare consumenten op de interne markt, met name kinderen, ouderen en mensen met een handicap. De Europese Unie heeft – ook wat betreft productveiligheid – een speciale verantwoordelijkheid ten aanzien van deze bevolkingsgroepen.

Voor kinderen aantrekkelijke producten

In het kader van de verscherping van zowel productveiligheidsvoorschriften als markttoezicht wenst de rapporteur met name de aandacht te vestigen op de bescherming van kinderen. Haar aandacht gaat daarbij vooral uit naar voor kinderen bestemde en voor hen aantrekkelijke producten.

Meer aandacht voor productveiligheid in een vroeg stadium

Om het risico voor het in de handel brengen van onveilige producten tot een minimum te beperken, pleit de rapporteur ervoor fabrikanten al in de ontwerpfase van een product tot uitvoering van een risicoanalyse te verplichten. Aldus kan worden gewaarborgd dat al in de vroege stadia van productontwikkeling meer specifiek aandacht wordt besteed aan productveiligheid en kunnen veel van de tragische ongevallen die zich nog steeds voordoen, worden voorkomen. In de opvatting van de rapporteur kan via een herziene RAPV worden bewerkstelligd dat fabrikanten hun aandacht van ingrijpen achteraf en beperking van de schade op het moment dat ongevallen zich voordoen verleggen naar waakzaamheid in een vroegtijdiger stadium en het anticiperen van risicovolle situaties, hetgeen zowel producenten als consumenten ten goede zou komen.

Tevens stelt de rapporteur de oprichting voor van een educatiebureau dat in verbinding staat met de productcontactpunten in de lidstaten, conform het systeem dat in de Verenigde Staten wordt ingevoerd. Dit bureau is bedoeld ter facilitering van de opleiding en educatie van fabrikanten, overheden, consumenten etc. op het gebied van productveiligheid.

Productveiligheid vanuit mondiaal perspectief

Ook de globalisering is een van de aspecten die bij het verslag worden betrokken. In een sterker geglobaliseerde wereld waarin meer en meer producten uit het buitenland – met name uit China – afkomstig zijn, is internationale samenwerking op het punt van productveiligheid een verschijnsel dat door de rapporteur als positief wordt ervaren. Aldus wordt de EU er, in samenwerking met haar handelspartners, toe in staat gesteld zich effectief te concentreren op de veiligheid en traceerbaarheid van producten nog voordat deze op de Europese markt belanden.

Onlinehandel

Daarnaast wordt ook de nodige aandacht besteed aan producten die online worden verkocht. Steeds meer producten worden via het internet verhandeld en overschrijden zo de Europese grenzen. Om het consumentenvertrouwen te versterken en internethandel transparanter en voor bedrijven beter toegankelijk te maken, pleit de rapporteur voor de introductie van gemeenschappelijke veiligheidsregels voor online verkochte producten.

Normalisatie – betrokkenheid van fabrikanten

Ten slotte zouden de markttoezichtinstanties ter wille van de uitwisseling van optimale praktijken actief moeten worden betrokken bij het normeringsproces, aangezien dit een geschikte manier is om te waarborgen dat normen, van zodra zij in de lidstaten zijn ingevoerd, ook effectief worden gehandhaafd.


ADVIES van de Commissie internationale handel (3.12.2010)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake de herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid en markttoezicht

(2010/2085(INI))

Rapporteur voor advies: Małgorzata Handzlik

SUGGESTIES

De Commissie internationale handel verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  wijst erop dat de mondialisering, de toenemende outsourcing en de groeiende internationale handel ervoor zorgen dat meer producten op markten in de hele wereld worden verhandeld; is van mening dat nauwe samenwerking tussen de mondiale regelgevers en andere belanghebbenden op het gebied van de veiligheid van consumentenproducten essentieel is om de uitdagingen aan te pakken die de complexe aanvoerketens en de grotere omvang van het handelsverkeer met zich brengen;

2.  stelt vast dat de consumentenproducten die op de Europese interne markt worden gebracht in toenemende mate uit derde landen komen; benadrukt in dit verband het belang van internationale samenwerking op het gebied van productveiligheid, met name met onze voornaamste handelspartners; vraagt de Commissie de bestaande structuren voor bilaterale, trilaterale (EU-VS-China) en multilaterale samenwerking te versterken om de veiligheid van producten die op de Europese markt worden gebracht, te verbeteren;

3.  benadrukt dat één EU-controlesysteem voor alle producten belangrijk is voor onze handelspartners en producenten uit derde landen die hun producten op de EU-markt brengen; is van mening dat de Commissie bij de opstelling van een voorstel voor de herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid de markttoezichtbepalingen van die richtlijn in het nieuwe wetgevingskader moet opnemen;

4.  is verheugd over de instelling van het RAPEX-China-systeem, dat de Chinese autoriteiten informatie geeft over consumentenproducten uit China die op de Europese markt verboden worden of uit de handel worden genomen; is van mening dat het RAPEX-China-systeem verder moet worden ontwikkeld opdat meer gevallen worden onderzocht en meer van de verantwoordelijke producenten of exporteurs worden geïdentificeerd; wijst erop dat het merendeel van de via het RAPEX-systeem gemelde producten uit China afkomstig zijn;

5.  vraagt de Commissie te overwegen of het nuttig is een soortgelijk systeem als RAPEX-China op te zetten voor andere handelspartners, met name degene waarvan producten gemeld zijn via het RAPEX-systeem;

6.  onderstreept het belang van producttraceerbaarheid en van etiketten waarmee het land van oorsprong van het product en de verantwoordelijke producent kunnen worden getraceerd;

7.  erkent de toename van het aantal producten uit derde landen dat consumenten via internet kopen en die niet aan de Europese normen voldoen, hetgeen een gevaar vormt voor de veiligheid en de gezondheid van de consumenten; vraagt de Commissie de douanecontroles op via internet gekochte producten te verscherpen en te standaardiseren en markttoezicht uit te oefenen, met speciale aandacht voor producten die de consument directe schade kunnen toebrengen, zoals farmaceutische producten en levensmiddelen; dringt er bij de Commissie op aan mogelijke oplossingen voor dat probleem te onderzoeken om het vertrouwen van de consumenten in e-commerce te versterken.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.12.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

24

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, David Campbell Bannerman, Harlem Désir, Christofer Fjellner, Joe Higgins, Yannick Jadot, Metin Kazak, Bernd Lange, David Martin, Vital Moreira, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Tokia Saïfi, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Robert Sturdy, Keith Taylor, Paweł Zalewski

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

George Sabin Cutaş, Małgorzata Handzlik, Salvatore Iacolino, Syed Kamall, Maria Eleni Koppa, Jörg Leichtfried, Michael Theurer, Jarosław Leszek Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Markus Pieper, Giommaria Uggias


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (9.12.2010)

aan de Commissie interne markt en consumentenbescherming

inzake de herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid en markttoezicht

(2010/2085(INI))

Rapporteur voor advies: Lara Comi

SUGGESTIES

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie interne markt en consumentenbescherming onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  vraagt de Commissie de invoering van een uniform markttoezichtsysteem te overwegen wanneer zij overgaat tot herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid en markttoezicht om meer harmonisatie van de interne markt te waarborgen en een coherente benadering in alle lidstaten van de EU te bevorderen;

2.  is ingenomen met het voornemen van de Commissie om een voorstel in te dienen tot herziening van Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid;

3.  dringt er daarom bij de Commissie op aan serieus de mogelijkheid te overwegen de bepalingen over het markttoezicht van de richtlijn inzake algemene productveiligheid en markttoezicht op één lijn met het nieuwe wetgevingskader te brengen;

4.  verzoekt de Commissie een doeltreffend regelgevingskader vast te stellen dat snelle marktinterventies en betrouwbare langetermijnoplossingen mogelijk maakt;

5.  onderstreept hoe belangrijk het is ervoor te zorgen dat er een betrouwbare traceerbaarheid bestaat in alle stadia van de levenscyclus van een product, waarbij moet worden gewaarborgd dat dit niet leidt tot meer administratieve rompslomp;

6.  verzoekt de Commissie, teneinde een betrouwbare traceerbaarheid te waarborgen en het gebruik van geharmoniseerde praktijken door het markttoezicht en de douaneautoriteiten te bevorderen, zich te informeren over en de effecten te beoordelen van een geschikt nieuw instrument voor een moderne, kosteneffectieve productidentificatie (dat schaalvoordelen biedt ten aanzien van de kosten van RFID- en ISO-chips, enz.) die machine-leesbare traceerbaarheidsgegevens kan bevatten en moeilijker is te vervalsen dan certificatie- en conformiteitsmerktekens;

7.  verzoekt de Commissie te overwegen exactere criteria te ontwikkelen voor veiligheids- en risicobeoordeling als producten niet aan de EU-wetgeving voldoen;

8.  benadrukt verder het belang van uniforme definities en evaluatiesystemen in de lidstaten voor producten die ernstige risico's opleveren ten einde het voor de gehele Unie geldende veiligheidsniveau in het gebruikte traceringssysteem te integreren;

9.  vraagt de Commissie RAPEX beter toegankelijk voor consumenten en kleine en middelgrote bedrijven te maken, bij voorbeeld om het deponeren van klachten te vergemakkelijken, door het instellen van helpdesks en door verdere toegangsbelemmeringen als gevolg van kosten of taalproblemen uit de weg te ruimen;

10. wenst dat de Commissie in RAPEX, of een ander geschikt systeem op EU-niveau, sancties opneemt voor overtredingen door de lidstaten, zodat voor alle betrokkenen prikkels worden gecreëerd;

11. verzoekt de Commissie meer helderheid te verschaffen over de mandaten voor standaards en andere, evolutionaire manieren te overwegen om nationale en Europese standaardisatiesystemen in het niet-geharmoniseerde gebied te integreren, met de nadruk op deelneming van kleine en middelgrote bedrijven, en daarbij toch vast te houden aan de voornaamste elementen van de huidige structuur;

12. verzoekt de Commissie en alle belanghebbenden ervoor te zorgen dat het Europees normalisatiestelsel financieel houdbaar is, onder meer via publiek-private partnerschappen en via meerjarige financiële programmering, wat essentieel is om de efficiëntie en doeltreffendheid ervan te waarborgen;

13. benadrukt dat er behoefte is aan stabiliteit en vereenvoudiging van de Europese normen en aan een kortere tijdsspanne om normen te ontwikkelen, en verzoekt de nationale en Europese normalisatie-instanties de normen te vereenvoudigen door minder referenties naar andere normen te gebruiken en door gebruiksvriendelijke richtsnoeren op te stellen.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

9.12.2010

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

38

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean-Pierre Audy, Bendt Bendtsen, Jorgo Chatzimarkakis, Pilar del Castillo Vera, Ioan Enciu, Adam Gierek, Norbert Glante, Edit Herczog, Arturs Krišjānis Kariņš, Lena Kolarska-Bobińska, Philippe Lamberts, Bogdan Kazimierz Marcinkiewicz, Judith A. Merkies, Jaroslav Paška, Miloslav Ransdorf, Herbert Reul, Jens Rohde, Paul Rübig, Amalia Sartori, Francisco Sosa Wagner, Konrad Szymański, Britta Thomsen, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Ioannis A. Tsoukalas, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Alejo Vidal-Quadras

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Maria Badia i Cutchet, Lara Comi, Francesco De Angelis, Françoise Grossetête, Gunnar Hökmark, Bernd Lange, Werner Langen, Marian-Jean Marinescu, Vladimír Remek, Silvia-Adriana Ţicău


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

1.2.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

36

0

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pablo Arias Echeverría, Adam Bielan, Cristian Silviu Buşoi, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, António Fernando Correia De Campos, Jürgen Creutzmann, Christian Engström, Evelyne Gebhardt, Louis Grech, Małgorzata Handzlik, Iliana Ivanova, Philippe Juvin, Sandra Kalniete, Edvard Kožušník, Kurt Lechner, Hans-Peter Mayer, Gianni Pittella, Mitro Repo, Robert Rochefort, Zuzana Roithová, Heide Rühle, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Kyriacos Triantaphyllides, Emilie Turunen, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Frank Engel, Ashley Fox, María Irigoyen Pérez, Constance Le Grip, Morten Messerschmidt, Catherine Soullie

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Claudio Morganti, Alexandra Thein

Juridische mededeling - Privacybeleid