VERSLAG over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten

    14.2.2011 - (COM(2011)0006 – C7‑0033/2011 – 2011/0007(CNS)) - *

    Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
    Rapporteur: Pervenche Berès
    PR_CNS_art55app

    Procedure : 2011/0007(CNS)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A7-0040/2011
    Ingediende teksten :
    A7-0040/2011
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten

    (COM(2011)0006 – C7‑0033/2011 – 2011/0007(CNS))

    (Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2011)0006),

    –   gelet op artikel 148, lid 2, van het VWEU, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0033/2011),

    –   gelet op artikel 55 van het Reglement,

    –   gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en het advies van de Commissie economische en monetaire zaken (A7-0040/2011),

    1.  hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;

    2.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

    3.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

    4.  herinnert eraan dat het er sinds jaar en dag bij de Commissie en de Raad op aandringt het Parlement de nodige tijd te geven, en in geen geval minder dan vijf maanden, om zijn mening te geven over de geïntegreerde richtsnoeren (Globale richtsnoeren voor het economisch beleid en werkgelegenheidsrichtsnoeren) in het kader van het Europees semester en om zijn raadgevende rol uit te oefenen, zoals omschreven in artikel 148, lid 2, van het Verdrag, tijdens de volledige herziening van de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid, die normaal gezien zal plaatsvinden eind 2014;

    5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

    TOELICHTING

    Na de beoordeling van de voorlopige nationale hervormingsprogramma's (NHP's) die de lidstaten hebben ingediend in het kader van de EU 2020-strategie, en tegelijkertijd met de presentatie van de eerste jaarlijkse groeianalyse (JGA), heeft de Commissie op 12 januari 2011 haar goedkeuring gehecht aan een besluit van de Raad om voor 2011 de geldigheid te handhaven van de geïntegreerde richtsnoeren voor het economisch beleid en het werkgelegenheidbeleid van de lidstaten die in 2010 waren goedgekeurd[1]. In dit voorstel wordt rekening gehouden met het feit dat de nieuwe geïntegreerde EU 2020-richtsnoeren volledig in beleidsmaatregelen moeten worden omgezet en dat in de definitieve NHP's in april 2011 moet worden aangegeven welke hervormingen de lidstaten gaan doorvoeren. Bovendien is het Commissievoorstel gebaseerd op de toezegging in de werkgelegenheidsrichtsnoeren van 2010 om de richtsnoeren, voor zover mogelijk, stabiel te houden tot 2014 zodat de lidstaten kunnen focussen op hun implementatie.

    Het voorstel voor een besluit van de Raad is gebaseerd op artikel 148 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) waarin bepaald wordt dat de Raad jaarlijks richtsnoeren moet opstellen voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten. Alvorens er een besluit over de richtsnoeren wordt vastgesteld, zo wordt in het VWEU bepaald, dient de Raad het Europees Parlement te raadplegen, alsmede het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité van de Regio's. De Raad heeft op 26 januari 2011 een verzoek om raadpleging gericht aan het Parlement.

    De geïntegreerde richtsnoeren voor het economisch en werkgelegenheidsbeleid als goedgekeurd in 2010 bestaan uit de globale richtsnoeren voor het economisch beleid, op grond van artikel 121, VWEU, en de werkgelegenheidsrichtsnoeren op grond van artikel 148, VWEU. Deze twee rechtshandelingen werden aangenomen als afzonderlijke maar toch met elkaar verband houdende instrumenten, die gezamenlijk een pakket geïntegreerde richtsnoeren vormen. Het Europees Parlement heeft gedebatteerd over het voorstel voor werkgelegenheidsrichtsnoeren en heeft op 8 september 2010 een wetgevingsresolutie aangenomen met een aantal amendementen (verslag-Öry).

    Uw rapporteur kan begrijpen waarom getracht wordt de werkgelegenheidsrichtsnoeren stabiel te houden tot de tussentijdse herziening van de Europa 2020-strategie. Uw rapporteur wil echter benadrukken dat het van belang is om bij de jaarlijkse herziening van de Europa 2020-strategie hoofdzakelijk te letten op de geïntegreerde richtsnoeren voor het economische beleid en het werkgelegenheidsbeleid. De Commissie en de Raad moeten ervoor zorgen dat de geïntegreerde richtsnoeren de rode draad vormen van het Europees semester. Mochten de belangrijkste signalen van de jaarlijkse groeianalyse afwijken van de inhoud van de richtsnoeren, dan moeten deze vervolgens worden gewijzigd omwille van de consistentie.

    Tenslotte herhaalt uw rapporteur dat het Parlement heeft aangedrongen op effectief toezicht op het werkgelegenheids- en sociaal beleid van de lidstaten, waarbij de betrokkenheid van de belanghebbenden moet worden gewaarborgd, met inbegrip van de sociale partners en parlementaire organen, zowel bij de opstelling, de implementatie, de monitoring als bij de evaluatie van de Nationale Hervormingsprogramma's (NHP's). Tevens wenst uw rapporteur in herinnering te brengen dat het er sinds jaar en dag bij de Commissie en de Raad op aandringt ervoor te zorgen dat het Parlement de nodige tijd krijgt, en in ieder geval ten minste vijf maanden, voor de uitoefening van zijn raadgevende rol bij de volgende volledige herziening van de werkgelegenheidsrichtsnoeren.

    • [1]  Besluit 2010/707/EU van de Raad van 21 oktober 2010 (richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid) (PB L 308 van 24.11.2010, blz. 46).

    ADVIES van de Commissie economische en monetaire zaken (10.2.2011)

    aan de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken

    inzake het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten
    (COM(2011)0006 – C7‑0033/2011 – 2011/0007(CNS))

    Rapporteur voor advies: Sharon Bowles

    BEKNOPTE MOTIVERING

    De commissie ECON spreekt zijn steun uit voor een krachtige integratie van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de werkgelegenheidsrichtsnoeren van de lidstaten in het kader van het Europees semester, en is van mening dat er op moet worden gelet dat het belang van die richtsnoeren niet ondergesneeuwd raakt, een en ander in overeenstemming met de doelstelling van de Commissie en de Raad om de betrokkenheid en de democratische verantwoording te vergroten.

    AMENDEMENTEN

    De Commissie economische en monetaire zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie werkgelegenheid en sociale zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

    Amendement  1

    Voorstel voor een besluit

    Paragraaf 4

    Door de Commissie voorgestelde tekst

    Amendement

    4. herinnert eraan dat het er sinds jaar en dag bij de Commissie en de Raad op aandringt om het Parlement de nodige tijd te geven in geen geval minder dan vijf maanden voor de uitoefening van zijn raadgevende rol, zoals omschreven in artikel 148, lid 2, van het Verdrag, tijdens de volledige herziening van de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid, die normaal gezien zal plaatsvinden eind 2014;

    4. herinnert eraan dat het er sinds jaar en dag bij de Commissie en de Raad op aandringt om het Parlement de nodige tijd te geven in geen geval minder dan vijf maanden om zijn mening te geven over de geïntegreerde richtsnoeren (Globale richtsnoeren voor het economisch beleid en werkgelegenheidsrichtsnoeren) in het kader van het Europees semester en voor de uitoefening van zijn raadgevende rol, zoals omschreven in artikel 148, lid 2, van het Verdrag, tijdens de volledige herziening van de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid, die normaal gezien zal plaatsvinden eind 2014;

    PROCEDURE

    Titel

    Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten

    Document- en procedurenummers

    COM(2011)0006 – C7-0033/2011 – 2011/0007(CNS)

    Commissie ten principale

    EMPL

    Advies uitgebracht door

           Datum bekendmaking

    ECON

    3.2.2011

     

     

     

    Rapporteur voor advies

           Datum benoeming

    Sharon Bowles

    9.2.2011

     

     

    Datum goedkeuring

    10.2.2011

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    21

    2

    0

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Udo Bullmann, Nikolaos Chountis, George Sabin Cutaş, Leonardo Domenici, Diogo Feio, Elisa Ferreira, Ildikó Gáll-Pelcz, José Manuel García-Margallo y Marfil, Jean-Paul Gauzès, Liem Hoang Ngoc, Gunnar Hökmark, Wolf Klinz, Ivari Padar, Alfredo Pallone, Anni Podimata, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Edward Scicluna, Theodor Dumitru Stolojan, Kay Swinburne

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Elena Băsescu, Olle Ludvigsson, Miguel Portas

    PROCEDURE

    Titel

    Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten

    Document- en procedurenummers

    COM(2011)0006 – C7-0033/2011 – 2011/0007(CNS)

    Datum raadpleging EP

    26.1.2011

    Commissie ten principale

           Datum bekendmaking

    EMPL

    3.2.2011

    Medeadviserende commissie(s)

           Datum bekendmaking

    ECON

    3.2.2011

     

     

     

    Rapporteur(s)

           Datum benoeming

    Pervenche Berès

    20.1.2011

     

     

    Datum goedkeuring

    14.2.2011

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    41

    4

    2

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Regina Bastos, Edit Bauer, Jean-Luc Bennahmias, Pervenche Berès, Mara Bizzotto, Philippe Boulland, Milan Cabrnoch, David Casa, Alejandro Cercas, Ole Christensen, Derek Roland Clark, Sergio Gaetano Cofferati, Marije Cornelissen, Tadeusz Cymański, Karima Delli, Proinsias De Rossa, Frank Engel, Sari Essayah, Ilda Figueiredo, Thomas Händel, Marian Harkin, Roger Helmer, Liisa Jaakonsaari, Danuta Jazłowiecka, Martin Kastler, Ádám Kósa, Patrick Le Hyaric, Veronica Lope Fontagné, Olle Ludvigsson, Elizabeth Lynne, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Csaba Őry, Siiri Oviir, Rovana Plumb, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Licia Ronzulli, Elisabeth Schroedter, Joanna Katarzyna Skrzydlewska, Jutta Steinruck, Traian Ungureanu

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Raffaele Baldassarre, Jelko Kacin, Evelyn Regner, Emilie Turunen

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

    Catherine Bearder

    Datum indiening

    14.2.2011