Procedure : 2011/0801(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0048/2011

Ingediende teksten :

A7-0048/2011

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/03/2011 - 9.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0078

VERSLAG     
PDF 163kWORD 102k
3.3.2011
PE 456.892v04-00 A7-0048/2011

over de voordracht van Harald Wögerbauer voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C7‑0029/2011 – 2011/0801(NLE))

Commissie begrotingscontrole

Rapporteur: Inés Ayala Sender

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Harald Wögerbauer
 BIJLAGE 2: anTWOORDEN VAN Harald Wögerbauer OP DE VRAGENLIJST
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de voordracht van Harald Wögerbauer voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C7‑0029/2011 – 2011/0801(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–   gelet op artikel 286, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de EU, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7‑0029/2011),

–   gezien het feit dat de Commissie begrotingscontrole op haar vergadering van 3 maart 2011 de kandidaat die de Raad heeft voorgedragen voor benoeming tot lid van de Rekenkamer, heeft gehoord,

–   gelet op artikel 108 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0048/2011),

A. overwegende dat Harald Wögerbauer voldoet aan de in artikel 286, lid 1, VWEU gestelde voorwaarden,

1.  brengt positief advies uit over de voordracht van de Raad voor de benoeming van Harald Wögerbauer tot lid van de Rekenkamer;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Rekenkamer, alsmede aan de overige instellingen van de Europese Unie en de controle-instellingen van de lidstaten.


BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Harald Wögerbauer

MR/PR Mag.Dr.Harald Wögerbauer

Stadiongasse 5/1

1010 Wenen

E-mail: harald.woegerbauer@oevpklub.at

Telefoonnummer: +431/40110/4403

Persoonsgegevens:

Geboren: 27 juli 1953 te Wenen,

gehuwd, twee kinderen

Opleiding:

1959 – 1963: Basisschool in Wenen

1963 – 1971: Gymnasium (Stiftung Theresianische Akademie) in Wenen

1971: Eindexamen

1971 – 1972: Militaire dienst bij de Oostenrijkse strijdkrachten

1971 – 1974: Studie rechten en economie

1974: Magister in de rechten en doctor in de politieke wetenschappen in Frankrijk

1975 – 1976:   Examen voor de Rechtskundiger Dienst van Oostenrijk en examen voor de hogere controledienst

Beroepsleven:

Vanaf 1974: lid van de Oostenrijkse rekenkamer

1974 – 1979: inspecteur van de Oostenrijkse rekenkamer – verantwoordelijk voor de controle van de Oostenrijkse socialeverzekeringsinstellingen

Vanaf 1979: Gedetacheerd bij het Oostenrijkse parlement en in verband daarmee bij de Parlamentsklub van de Österreichische Volkspartei (ÖVP) – verantwoordelijk voor o.a. de volgende commissies: rekenkamer – werkgelegenheid en sociale zaken – gezondheid – buitenlands beleid – wetenschappen – economische zaken – constitutionele zaken – industriebeleid en ombudsman

Vanaf 1992: Politiek directeur van de ÖVP-Parlamentsklub

Vanaf 1995: Referendaris bij de Oostenrijkse rekenkamer en

Vanaf 1999: Referendaris bij het Bureau van het Oostenrijkse parlement

Andere functies:

Ø Voorzitter van de Oostenrijkse raad voor de gegevensbescherming

Ø Lid van de regionale en kabelomroepautoriteit en de particuliere omroepautoriteit

Ø Lid van de commissie grondwethervorming

Ø Lid van het federale verkiezingsorgaan

Talenkennis:

Duits (moedertaal) – Frans (uitstekend) – Engels (uitstekend) – Russisch (basiskennis)


BIJLAGE 2: anTWOORDEN VAN Harald Wögerbauer OP DE VRAGENLIJST

Vragenlijst voor de kandidaat-leden van de Rekenkamer

Beroepservaring

1. Voornaamste aspecten van uw beroepservaring in overheidsfinanciën, management of toezicht op management.

Na mijn studie rechten (en tweede studie economie) werd ik werkzaam bij de Oostenrijkse rekenkamer. In de periode van 1974 tot 1979 was ik als inspecteur verantwoordelijk voor de controle van de Oostenrijkse socialeverzekeringsinstellingen. In 1979 werd ik als medewerker van de Parlamentsklub van de ÖVP werkzaam bij het parlement, maar tot op heden ben ik lid gebleven van de Oostenrijkse rekenkamer. In de functie voor het parlement was ik onder meer verantwoordelijk voor de volgende commissies: rekenkamer (inhoudelijke (wetgevende) en politieke kant) – werkgelegenheid en sociale zaken – gezondheid – buitenlands beleid – wetenschappen – economische zaken – constitutionele zaken – industriebeleid en ombudsman.

De werkzaamheden voor de controlecommissies maakten tevens een belangrijk deel uit van mijn functie. Aangezien vraagstukken ten aanzien van een correct financieel beheer, en het strafrecht, vanwege hun aard het leeuwendeel uitmaken van het werk in een dergelijke commissie, kon ik hier de bij de Oostenrijkse rekenkamer verworven ervaring ten volle ontplooien en verder ontwikkelen.

N

aast mijn functie bij het parlement was ik ook op actief op andere constitutionele en bestuurlijke terreinen. Ik was jarenlang lid van de commissie grondwethervorming, de regionale- en kabelomroepautoriteit, de particuliere omroepautoriteit en het federale verkiezingsorgaan, en tevens was ik jarenlang voorzitter van de raad voor de gegevensbescherming.

Verder was ik als politiek directeur van de ÖVP-fractie verantwoordelijk voor de coördinatie tussen de ÖVP-Parlamentsklub, de federale regering, het federale bestuur van de partij, de ÖVP-Landtagsklub en de ÖVP-afdelingen van de deelstaten. Daarnaast vielen ook de politieke planning en analyse binnen mijn werkterrein en was ik ook verantwoordelijk voor de communicatie met de media. Ook was ik sinds de deelname van de ÖVP aan de regering in 1986 betrokken bij alle onderhandelingen over het regeringsprogramma van de coalitie en speelde ik een niet onbeduidende rol in dit overleg op het gebied van werkgelegenheid, sociale zaken en gezondheid. Verder leverde ik een medebepalende inbreng in het opstellen van de werkprogramma’s voor deze terreinen.

Een van de voornaamste doelstellingen van mijn werk tot dusver was een bijdrage leveren aan hervormingen op alle terreinen waar ik mijn invloed kon doen gelden en die krachtens de Oostenrijkse grondwet behoren tot de doelstellingen van goed financieel beheer: rechtmatigheid, efficiency, doelmatigheid en zuinigheid.

2. Wat zijn de drie belangrijkste beslissingen waarbij u tijdens uw carrière betrokken bent geweest?

Door mijn functie als inspecteur van de rekenkamer op het gebied van het zelfbeheer van de Oostenrijkse socialeverzekeringsinstellingen kreeg ik grondig inzicht in de problemen van deze instellingen op administratief en materieelrechtelijk vlak, met name van de pensioen- en ziektekostenverzekeringen, maar ook van de ongevallenverzekeringen.

Door mijn functie in het ambtelijk en ook politiek apparaat van het Oostenrijkse parlement en als drager van een ambtelijke en politieke verantwoordelijkheid van de commissies van het nationale parlement en de Bondsraad kon ik mijn steentje bijdragen aan inhoudelijke en organisatorische vraagstukken in het kader van toekomstgerichte hervormingsmaatregelen. Zo had ik een medebepalende inbreng in alle pensioenhervormingen sinds 1986, met name in de twee laatste grote hervormingen. Hierdoor werd de financiering van het Oostenrijkse pensioenstelsel op de lange termijn veiliggesteld en kon de harmonisatie van alle pensioenstelsels, waarnaar al tientallen jaren werd gestreefd, met succes worden verwezenlijkt. Verder werd na jarenlange discussies bereikt dat de pensioenfondsen voor de werknemers in het kader van een integrale structuurhervorming tot één fonds werden samengevoegd, hetgeen niet alleen een groot aantal synergie-effecten, maar ook aanzienlijke bezuinigingen opleverde. Ook was ik actief betrokken bij de besluitvorming voor de gelijke behandeling van arbeiders en employés op tal van arbeidsrechtelijke gebieden, waarnaar tevens jarenlang was gestreefd.

Een van de voornaamste functies die ik in de afgelopen tientallen jaren vervulde, was die voor de Oostenrijkse raad voor de gegevensbescherming, een onafhankelijk adviesorgaan van de federale regering. Onder mijn jarenlange voorzitterschap werd onder meer bereikt dat er binnen het orgaan nauwelijks nog politieke discussies plaatsvonden, maar alle politieke partijen, belangenbehartigers en publiekrechtelijke lichamen gezamenlijke inspanningen leverden en vrijwel alle besluiten met eenparigheid van stemmen werden genomen. Op deze wijze kon ik voorkomen dat de gegevensbescherming in Oostenrijk tot een speelbal werd van politieke belangen en waren de besluiten van de raad voor de gegevensbescherming, ondanks de uiteenlopende maatschappelijke visies, voor iedereen aanvaardbaar. Hierdoor kreeg de gegevensbescherming en zodoende ook de raad voor de gegevensbescherming een groter maatschappelijk en politiek draagvlak en nam het belang hiervan voortdurend verder toe. Om deze reden werden aanbevelingen van de raad voor de gegevensbescherming in de afgelopen jaren steeds vaker direct overgenomen in de wetgeving van het nationale parlement en de Bondsraad.

Ook mijn werkzaamheden op het gebied van pers en publiciteit vormden een zwaartepunt in mijn beroepsleven tot dusver. Als lid van de destijds nog nieuwe regionale en kabelomroepautoriteit en van de particuliere omroepautoriteit was ik nauw betrokken bij een ontwikkeling die ook in Oostenrijk tot aan de oprichting van deze instanties eind jaren 1990 nog volstrekt nieuw was, althans uit juridisch oogpunt. Ik werkte in dit verband onder meer mee aan de liberalisering van de radiosector en de uitgifte van licenties en frequenties, eerst aan commerciële radiozenders, korte tijd later ook aan commerciële televisiekanalen. Voor mij persoonlijk was dit een mijlpaal in de liberalisering van de Oostenrijkse mediasector; het was niet alleen buitengewoon interessant, maar ook een persoonlijke uitdaging om hieraan in de voorste linies te mogen meewerken.

Onafhankelijkheid

3. Overeenkomstig het Verdrag moeten leden van de Rekenkamer "volledig onafhankelijk" hun ambt uitoefenen. Hoe denkt u deze verplichting toe te passen op uw toekomstige taken?

Deze verplichting is niet nieuw voor mij, aangezien ik ook als lid van de Oostenrijkse rekenkamer onafhankelijk diende te zijn. Bovendien was ik in leidinggevende functie werkzaam bij diverse instellingen, waarvoor een onafhankelijke uitoefening van het ambt eveneens van groot belang was.

Ik ben mij er terdege van bewust dat een duidelijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid en ook de geloofwaardigheid van de leden van een rekenkamer van doorslaggevend belang zijn voor de onderhandelingsmacht, de publieke erkenning en de geloofwaardigheid van deze instelling.

Het is vanzelfsprekend dat ik als lid van de Europese Rekenkamer de bepalingen van het Verdrag en de gedragscode voor leden van de Rekenkamer strikt zou eerbiedigen en mijn taken correct en zonder beïnvloeding van buitenaf zou vervullen.

4. Hebt u, indien een dergelijke procedure van toepassing is, kwijting ontvangen voor de beheerstaken die u voorheen hebt uitgeoefend?

De hierin genoemde procedure van kwijting is op mijn situatie niet van toepassing.

5. Hebt u zaken, financiële belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met uw toekomstige taken zou kunnen optreden? Bent u bereid al uw financiële belangen en andere verplichtingen kenbaar te maken aan de president van de Rekenkamer en deze openbaar te maken? Kunt u, indien u momenteel verwikkeld bent in rechtszaken, bijzonderheden verstrekken?

Ik heb geen zakelijke of financiële belangen of andere verplichtingen die een conflict met mijn taken als lid van de Rekenkamer zouden kunnen opleveren. Ik ben vanzelfsprekend bereid om al mijn financiële belangen en andere verplichtingen kenbaar te maken aan de president van de Rekenkamer en deze openbaar te maken. Ik ben momenteel niet verwikkeld in een rechtszaak.

6. Bent u bereid om een functie waarvoor u gekozen bent, of een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij op te geven na uw benoeming als lid van de Rekenkamer?

Ik heb al deze functies of verantwoordelijken reeds neergelegd.

7. Hoe zou u grootschalige onregelmatigheden of zelfs fraude en/of corruptie aanpakken waarbij actoren uit uw lidstaat van oorsprong betrokken waren?

De bestrijding van fraude en/of corruptie en ernstige onregelmatigheden in het financieel beheer van de EU is van essentieel belang voor het vertrouwen van de Europese burgers in de instellingen van de EU. Indien bij een onderzoek onder mijn leiding fraude of corruptie of een andere onwettige activiteit aan het licht komt, zou ik deze bevinding onmiddellijk doorgeven aan de president van de Rekenkamer en het Europees Bureau voor fraudebestrijding hierover in kennis stellen. Daarbij zou het voor mij geen verschil maken indien de betrokken actoren uit Oostenrijk afkomstig waren. Indien in het kader van de vervolging van deze zware vergrijpen ook maar de geringste schijn of het vermoeden bestaat dat ik vooringenomen ben, zou ik de vervolging van deze feiten overdragen en mijn eigen bevoegdheden niet langer uitoefenen.

Uitoefening van taken

8. Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken van een cultuur van gezond financieel beheer in eender welke openbare dienst?

Mijns inziens is het voornaamste kenmerk van een efficiënte openbare dienst vooral het bewustzijn van dergelijke lichamen dat zij rechtmatig en correct moeten optreden en dat zij er daarbij op toezien dat de beschikbare overheidsmiddelen verantwoord worden gebruikt. Alle bestuurlijke niveaus en alle openbare diensten moeten hiervan zijn doordrongen en ervoor zorgen dat het wordt nageleefd. Een gezond financieel beheer betekent dat wordt gehandeld naar de letter van de wet en dat de beschikbare middelen zuinig, efficiënt en doelmatig worden besteed. Om ervoor te zorgen dat deze beginselen zowel ex post als ex ante worden nageleefd, moet er een efficiënte en omvangrijke begrotingscontrole bestaan. Daarom en ook omwille van de efficiency van het financieel beheer zijn de taken van de Europese Rekenkamer van groot belang. Tegelijkertijd moet ervoor worden gezorgd dat de controlesystemen, dus zowel de interne als de externe, op alle niveaus correct functioneren. Het is tevens noodzakelijk dat uit de resultaten van de verslagen systemische of individuele consequenties worden getrokken. Voor de naleving van het beginsel van efficiency is het van essentieel belang dat er na de constatering van gebreken maatregelen worden ontwikkeld in samenwerking met de daarvoor verantwoordelijke instellingen, om deze gebreken uit de weg te ruimen en om te onderzoeken op welke andere terreinen dergelijke gebreken zich kunnen voordoen. Het is mijns inziens in dit verband ook van groot belang dat er een controle van de follow-up plaatsvindt nadat de geconstateerde tekortkomingen uit de weg zijn geruimd. De controle op het financieel beheer en de controle van de follow-up moeten door de externe en interne controle op elkaar worden afgestemd, en over de uitkomst van deze activiteiten moet verslag worden gedaan aan de politieke instelling die de gecontroleerde financiële middelen beschikbaar heeft gesteld.

9. Overeenkomstig het Verdrag staat de Rekenkamer het Parlement bij in de uitoefening van zijn bevoegdheid voor controle op de uitvoering van de begroting. Hoe ziet u uw taken met betrekking tot de rapportage aan het Europees Parlement en met name de Commissie begrotingscontrole?

Ik kom uit een land waar de rekenkamer als hoogste controle-instantie het nationale parlement en de parlementen van de deelstaten ondersteunt bij de controle op de uitvoering van de begrotingen. De kwijting van de regering door het federale jaarverslag van de rekenkamer is pas een feit wanneer is aangetoond dat de regering de middelen correct heeft besteed en het nationale parlement dit verslag heeft goedgekeurd. Als lid van de Oostenrijkse rekenkamer ben ik het gewend nauw samen te werken met de parlementaire instellingen. Ik ken echter ook de keerzijde van de medaille, de samenwerking tussen de parlementaire controlecommissies en de rekenkamer. In mijn dagelijkse werk als lid van de rekenkamer heb ik mij altijd ingezet voor een nauwe samenwerking met de parlementaire controleorganen.

Het is mij bekend dat de juridische situatie van deze twee instellingen in de EU onderling verschilt. Maar ook in de EU moeten het Parlement en de Europese Rekenkamer er samen voor zorgen dat de belastinggelden van de EU-burgers correct, zorgvuldig en efficiënt worden besteed. Het is een uitermate belangrijke taak van deze twee instellingen om hiervoor te zorgen en de EU-burgers hierover op de hoogte te houden, want alleen zo kan de acceptatie van de EU in de lidstaten worden gewaarborgd. De Rekenkamer ondersteunt het Parlement en de Raad bij de controle op de uitvoering van de begroting. Verder moet het Parlement, op advies van de Raad, kwijting verlenen aan de Commissie voor deze uitvoering. Daarbij kunnen het Parlement en de Raad zich bij hun rol als kwijtingsorgaan met name beroepen op het jaarverslag van de Europese Rekenkamer over de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen. Gezien de vele gemeenschappelijke belangen die het Parlement en de Rekenkamer hebben en de in de Europese rechtsorde voorgeschreven verplichting tot nauwe samenwerking tussen deze beide instellingen, is het ook in het eigen belang van alle betrokkenen om ervoor te zorgen dat de samenwerking zo goed mogelijk verloopt en – indien mogelijk – verder wordt verbeterd. Ik kan uit volle overtuiging zeggen dat ik met niet-nalatende ijver alles in het werk zal stellen om het gemeenschappelijke werk van de Europese Rekenkamer en het Europees Parlement effectief en duurzaam te bevorderen en te ondersteunen.

De Europ

ese Rekenkamer ondersteunt de begrotingautoriteit bij de controle op de uitvoering van de begroting. Dit gebeurt onder meer door toezending van de jaarverslagen aan het Parlement (jaarverslag, betrouwbaarheidsverklaring en speciale verslagen) en advisering, in de eerste plaats in de Commissie begrotingscontrole. De verslagen moeten exact en betrouwbaar zijn om de toets der kritiek van de gecontroleerde diensten te kunnen doorstaan. Tegelijkertijd moeten ze zo recent mogelijk zijn, zodat zij niet alleen interessant zijn voor de Commissie begrotingscontrole – en haar in staat stellen snel conclusies te trekken uit deze verslagen, om te voorkomen dat eventueel nog meer schade ontstaat of om snel verbeteringen te kunnen invoeren – maar ook om het publiek zo snel mogelijk op de hoogte te kunnen stellen. Ook is het mijns inziens noodzakelijk om de onderzoeksfunctie op het gebied van financieel beheer en prestatie en doelmatigheidscontroles te verbeteren. De Rekenkamer dient de door het Europees Parlement naar aanleiding van de verslagen van de Rekenkamer opgestelde commentaren grondig te evalueren om er voor te zorgen dat de besluiten van het Parlement worden uitgevoerd, hetgeen wederom de aanleiding kan zijn voor nieuwe audits. Ook in het kader van de jaarlijkse werkprogramma’s is een productieve samenwerking met het Parlement van groot belang, waarbij de onafhankelijkheid van de Rekenkamer niet in het geding mag komen.

10. Wat is volgens u de toegevoegde waarde van doelmatigheidscontroles en hoe moeten de bevindingen worden geïntegreerd in het beheer?

Het opstellen van een jaarlijkse betrouwbaarheidsverklaring voor het Parlement en de Raad over de betrouwbaarheid en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen is een belangrijke taak van de Rekenkamer, maar vergt veel personele middelen, hetgeen ten koste gaat van de capaciteiten voor onderzoek en doelmatigheidscontroles. Tegen deze achtergrond heeft de Rekenkamer zich ten doel gesteld de personele middelen ten behoeve van de betrouwbaarheidsverklaring te verminderen, ten faveure van het onderzoek en de doelmatigheidscontroles. Ik ben van mening dat de efficiency van de besteding van de EU-middelen duidelijk verbeterd kan worden door het onderzoek en de doelmatigheidscontroles te intensiveren. Hierbij zou nog meer aandacht moeten worden besteed aan de doelmatigheid van de begrotingsuitvoering. Door uitgebreide controle op een bepaald terrein, maar ook door inspecties ter plaatse kunnen eventuele gebreken worden vastgesteld. Met de hierop gebaseerde adviezen kunnen deze tekortkomingen uit de weg worden geruimd of worden voorkomen en kunnen de financiële middelen van de EU doelmatiger worden besteed. Daarbij zijn doelmatigheidscontroles van groot belang, niet alleen voor de naleving van de beginselen van goed financieel beheer, maar ook om te komen tot een jaarlijkse vermindering van het foutenrisico op de afzonderlijke beleidsvelden en ervoor te zorgen dat de middelen doelmatiger worden besteed. Deze doelmatigheidscontroles kunnen zowel intern als extern van aard zijn. Een externe controle heeft de volgende toegevoegde waarde: de externe autoriteit is onafhankelijk en de uitkomsten zijn niet alleen bestemd voor deze autoriteit maar ook voor het Parlement, dat vervolgens zelf conclusies kan trekken uit de adviezen. Het is conclusies uit een doelmatigheidscontrole eigen dat ze niet altijd op dezelfde wijze omgezet kunnen worden. Dit probleem kan worden opgelost door in het kader van een loyale en productieve samenwerking tussen inspecteurs en de betreffende dienst het nut van het nemen van de door de inspecteur voorgestelde maatregelen (directe omzetting) duidelijk te maken. Een andere mogelijkheid is dat de instelling waartoe de gecontroleerde dienst behoort, de adviezen en conclusies van de Rekenkamer opvolgt en binnen haar organisatie in praktijk brengt. Op dit punt speelt ook het Europees Parlement een voorname rol, aangezien hij, als hij dit nodig acht, besluiten kan nemen naar aanleiding van de adviezen van de Rekenkamer. Het is tevens van essentieel belang om in het kader van doelmatigheidscontroles de follow-up naar aanleiding van de door de Rekenkamer gepresenteerde resultaten en adviezen duurzaam en regelmatig te controleren.

11. Hoe kan de samenwerking tussen de Rekenkamer, de nationale controle-instanties en het Europees Parlement (Commissie begrotingscontrole) worden verbeterd bij de financiële controle van de EU-begroting?

De nationale controle-instanties controleren regelmatig de financiële verrichtingen in het kader van het gedeeld beheer. De verslagen hierover worden toegezonden aan de instellingen van de EU. Bij zijn onderzoek en controles werkt de Europese Rekenkamer nauw samen met de nationale rekenkamers, zonder dat de respectieve onafhankelijkheid in het geding komt. In dit verband zouden de nationale controle-instanties aangemoedigd moeten worden het onderzoek en de controle door de nationale rekenkamer in eigen land te begeleiden. De Europese Rekenkamer en de presidenten van de nationale rekenkamers komen jaarlijks bijeen in het contactcomité, om de samenwerking te verbeteren. Een van de actuele problemen is de harmonisatie van de auditnormen in de EU. Ook zou de Europese Rekenkamer meer rekening moeten houden met de resultaten van de nationale controles. Voorts zouden de controle-instanties gevoeliger moeten worden voor controlevraagstukken betreffende de regelmatigheid en de kwaliteit van financiële verrichtingen die van belang zijn voor het Parlement, met name de Commissie begrotingscontrole. Juist op dit punt zou de Rekenkamer enorm baat hebben bij de conclusies van de nationale rekenkamers.

Het is duidelijk dat de samenwerking tussen de nationale rekenkamers en de Europese Rekenkamer verder verbeterd kan worden en daarom zou het wellicht beter zijn dat de presidenten van de rekenkamers vaker dan eenmaal per jaar in het contactcomité bijeenkomen, zodat de problemen waarover overleg wordt gevoerd, nog enigszins actueel zijn.

Andere vragen

Zou u zich als kandidaat terugtrekken als het oordeel van het Parlement over uw benoeming tot lid van de Rekenkamer ongunstig uitviel?

Ja. Aangezien de samenwerking tussen de Rekenkamer en het Parlement voor elk lid van de Europese Rekenkamer van essentieel belang is, zou de productieve vertrouwensbasis tussen deze twee instellingen aangetast worden, hetgeen wederom niet bevorderlijk zou zijn voor deze samenwerking.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

3.3.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

13

4

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Andrea Češková, Jorgo Chatzimarkakis, Luigi de Magistris, Martin Ehrenhauser, Jens Geier, Gerben-Jan Gerbrandy, Ville Itälä, Iliana Ivanova, Elisabeth Köstinger, Monica Luisa Macovei, Christel Schaldemose, Bart Staes, Georgios Stavrakakis

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Zuzana Brzobohatá, Derk Jan Eppink, Christofer Fjellner, Monika Hohlmeier, Ivailo Kalfin, Marian-Jean Marinescu, Véronique Mathieu, Barbara Weiler

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Adam Gierek

Juridische mededeling - Privacybeleid