Procedure : 2010/0097(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0057/2011

Ingediende teksten :

A7-0057/2011

Debatten :

PV 05/04/2011 - 15
CRE 05/04/2011 - 15

Stemmingen :

PV 06/04/2011 - 8.8
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2011)0135

VERSLAG     *
PDF 292kWORD 113k
17.3.2011
PE 443.062v03-00 A7-0057/2011

over het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van voorschriften voor de invoer in de Europese Unie van visserijproducten, levende tweekleppige weekdieren, stekelhuidigen, manteldieren, mariene buikpotigen en bijproducten daarvan uit Groenland

(COM(2010)0176 – C7‑0136/2010 – 2010/0097(CNS))

Commissie visserij

Rapporteur Carmen Fraga Estévez

PR_COD_1amCom

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGRONDSLAG
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van voorschriften voor de invoer in de Europese Unie van visserijproducten, levende tweekleppige weekdieren, stekelhuidigen, manteldieren, mariene buikpotigen en bijproducten daarvan uit Groenland

(COM(2010)0176 – C7‑0136/2010 – 2010/0097(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2010)0176),

–   gelet op artikel 203 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7-0136/2010),

–   gelet op de artikel 43, lid 2 en artikel 204 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gelet op het enig artikel van protocol (nr. 34) betreffende de bijzondere regeling van toepassing op Groenland, dat aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehecht is,

- gezien het advies van de Commissie juridische zaken over de voorgestelde rechtsgrondslag(1),

- gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van protocol (nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid werd ingediend door de Italiaanse senaat, en waarin het ontwerpwetgevingsbesluit in strijd met het subsidiariteitsbeginsel werd geacht,

–   gelet op de artikelen 55 en 37 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie visserij (A7‑0057/2011),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie en aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een verordening

Titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van voorschriften voor de invoer in de Europese Unie van visserijproducten, levende tweekleppige weekdieren, stekelhuidigen, manteldieren, mariene buikpotigen en bijproducten daarvan uit Groenland

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor de invoer in de Europese Unie van visserijproducten, levende tweekleppige weekdieren, stekelhuidigen, manteldieren, mariene buikpotigen en bijproducten daarvan uit Groenland

Motivering

Aangezien de voorgestelde rechtshandeling algemeen toepasselijke maatregelen vastlegt die in al hun onderdelen verbindend en rechtstreeks toepasselijk moeten zijn in alle lidstaten, moet de rechtshandeling de vorm krijgen van een verordening eerder dan een gewoon besluit. De titel van dit voorstel moet dan ook worden veranderd van "besluit van de Raad" in "Verordening van het Europees Parlement en de Raad".

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Visum 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 203,

Gelet op het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 43, lid 2, en artikel 204,

Motivering

Overeenkomstig het advies waar de Commissie juridische zaken overeenkomstig artikel 37 van het EP-reglement om is verzocht, meent de rapporteur dat de relevante rechtsgrond artikel 43, lid 2 en artikel 204 van het VWEU en het enig artikel van protocol( nr. 34) is.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Visum 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Gelet op het enig artikel van protocol (nr. 34) betreffende de bijzondere regeling van toepassing op Groenland, dat aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehecht is,

Motivering

Overeenkomstig het advies waar de Commissie juridische zaken overeenkomstig artikel 37 van het EP-reglement om is verzocht, meent de rapporteur dat de relevante rechtsgrond artikel 43, lid 2 en artikel 204 van het VWEU en het enig artikel van protocol (nr. 34) is.

(1)

Het advies werd met eenparigheid van stemmen goedgekeurd op 28 oktober 2010.


TOELICHTING

De uitvoer van visserijproducten van Groenland, zowat 82% van zijn totale uitvoer, bedroeg in het totaal 1,9 miljard Deense kronen (255 miljoen euro) in 2007, waarvan het grootste deel (87%) naar de EU ging, met name naar Denemarken(97%). De belangrijkste visserijproducten die uit Groenland worden geëxporteerd zijn garnaal (59%), zwarte heilbot (23%), kabeljauw (9,5%) krab (1,9%), Sint-Jakobsschelp (1,4%) en pootvis (1,3%).

Op 26 april 2010 werd het Parlement door de Raad over dit voorstel geraadpleegd in het kader van de raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 203 van het VWEU. De Commissie visserij en de Juridische Dienst van het Europees Parlement hadden ernstige twijfels over de keuze van de rechtsgrondslag van de Commissie, namelijk artikel 203 VWEU, en stelde als correcte rechtsgrondslag artikel 43, lid 2, en artikel 204 van het VWEU en het enig artikel van protocol (nr. 34) betreffende de bijzondere regeling van toepassing op Groenland.

De Commissie visserij verzocht derhalve de Commissie juridische zaken om een advies inzake de voorgestelde rechtsgrond. Op haar vergadering van 28 oktober 2010 hechtte de Commissie juridische zaken met eenparigheid van stemmen haar goedkeuring aan een advies ter ondersteuning van het verzoek om artikel 43, lid 2, en artikel 204 van het VWEU en het enig artikel van protocol( nr. 34) betreffende de bijzondere regeling van toepassing op Groenland als rechtsgrondslag te nemen voor de voorgestelde rechtshandeling.

Deze ontwerpwetgevingsresolutie brengt de desbetreffende wijzigingen aan in het voorstel van de Commissie en stelt voor dat het Parlement dit in eerste lezing goedkeurt op basis van de gewone wetgevingsprocedure.


ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGRONDSLAG

Mevrouw Carmen Fraga Estévez

Voorzitter

Commissie visserij

BRUSSEL

Betreft:            Advies inzake de rechtsgrond van het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van voorschriften voor de invoer in de Europese Unie van visserijproducten, levende tweekleppige weekdieren, stekelhuidigen, manteldieren, mariene buikpotigen en bijproducten daarvan uit Groenland (COM(2010)0176 – C7‑0136/2010 – 2010/0097(CNS))

Geachte mevrouw Fraga Estévez,

Op 26 april 2010 werd het Parlement door de Raad over bovengenoemd voorstel geraadpleegd in het kader van de raadplegingsprocedure als bedoeld in artikel 203 van het VWEU. Het voorstel wordt momenteel behandeld door de Commissie visserij en u, de voorzitter van deze commissie, werd tot rapporteur benoemd.

Op 6 oktober 2010 werd de Commissie juridische zaken overeenkomstig artikel 37, lid 2, van het Reglement van het Europees Parlement om advies verzocht over de rechtsgrond van het voorstel. Uw commissie stelt dat het betreffende besluit volgens de gewone wetgevingsprocedure moet worden vastgesteld en stelt als rechtsgrond voor de artikelen 43, lid 2 en 204 van het VWEU en het enige artikel van het protocol (nr. 34) betreffende de bijzondere regeling van toepassing op Groenland.

I. Achtergrond

Groenland, een voormalige Deense kolonie, werd een deel van de Europese Economische Gemeenschap toen Denemarken in 1973 toetrad tot de EEG. Als gevolg van de snel toenemende modernisering van de Groenlandse samenleving en het streven naar grotere economische en politieke onafhankelijkheid van Denemarken heeft Groenland zich in 1985 echter officieel uit de EEG teruggetrokken.

Groenland bleef evenwel geassocieerd met de Europese Unie als een van de landen en gebieden overzee (LGO) en derhalve waren de oude artikelen 131 tot en met 136 van het Verdrag tot oprichting van de EEG (thans de artikelen 198 tot en met 203 van het VWEU) van toepassing. Bij het Verdrag inzake de terugtrekking van Groenland uit de Gemeenschap werd een speciale regeling ingesteld voor een visserijovereenkomst waarbij de Europese Unie haar visserijrechten en Groenland zijn financiële steun behield. Protocol nr. 34 betreffende de bijzondere regeling van toepassing op Groenland werd ook aan het EEG-Verdrag gehecht om te voorzien in een regeling voor de invoer in de Unie van onder de gemeenschappelijke marktordening in de sector visserijproducten vallende producten van oorsprong uit Groenland.

II. Voorgestelde rechtsgrond

Artikel 203 VWEU(1)

De Raad stelt op basis van de in het kader van de associatie van de landen en gebieden met de Unie bereikte resultaten en van de in de Verdragen neergelegde beginselen met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie de bepalingen vast betreffende de wijze van toepassing en de procedure van de associatie van de landen en gebieden met de Unie. Wanneer de bepalingen door de Raad volgens een bijzondere wetgevingsprocedure worden vastgesteld, besluit hij met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement.

Artikel 204 VWEU

Het bepaalde in de artikelen 198 tot en met 203 is op Groenland van toepassing behoudens de voor Groenland geldende bijzondere bepalingen omschreven in het Protocol betreffende de bijzondere regeling van toepassing op Groenland, dat aan de Verdragen is gehecht.

PROTOCOL (Nr. 34)

BETREFFENDE DE BIJZONDERE REGELING VAN TOEPASSING OP GROENLAND

Enig artikel

1. De behandeling bij invoer in de Unie van onder de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten vallende producten van oorsprong uit Groenland, geschiedt, met inachtneming van de mechanismen van de gemeenschappelijke ordening der markten, met vrijstelling van douanerechten en heffingen van gelijke werking, indien de mogelijkheden van toegang tot de Groenlandse visserijzones die voor de Unie zijn geopend krachtens een overeenkomst tussen de Unie en de voor Groenland bevoegde autoriteit bevredigend zijn voor de Unie.

2. Maatregelen betreffende de invoerregeling voor genoemde producten, met inbegrip van de bepalingen inzake de aanneming van die maatregelen, worden getroffen volgens de procedure van artikel 43 van het Verdrag betreffende [de werking van] de Europese Unie.

Artikel 43 VWEU

1. ...

2. Het Europees Parlement en de Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité de in artikel 40, lid 1, bedoelde gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten in en stellen de overige bepalingen vast die nodig zijn om de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid na te streven.

3. De Raad stelt op voorstel van de Commissie de maatregelen vast voor de prijsbepaling, de heffingen, de steun en de kwantitatieve beperkingen, alsook voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

4. ...

5. ...

III. Jurisprudentie over de rechtsgrond

Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie moet de keuze van de rechtsgrondslag van een EU-maatregel gebaseerd zijn op objectieve gegevens die voor rechterlijke toetsing vatbaar zijn, waartoe met name het doel en de inhoud van de maatregel behoren (2). De keuze van een onjuiste rechtsgrond kan dan ook aanleiding vormen tot de nietigverklaring van het desbetreffende besluit.

IV. Doel en inhoud van het voorstel

De overwegingen 2, 3 en 7 van het voorstel voor een besluit luiden als volgt:

(2) Denemarken en Groenland hebben een verzoek ingediend om het handelsverkeer tussen de Unie en Groenland in visserijproducten, tweekleppige weekdieren, stekelhuidigen, manteldieren, mariene buikpotigen en bijproducten daarvan die afkomstig zijn uit Groenland overeenkomstig bijlage III bij Besluit 2001/822/EG van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Gemeenschap toe te staan in overeenstemming met de voorschriften inzake het handelsverkeer binnen de Unie.

(3) Bij dergelijk handelsverkeer moeten de voorschriften van de Unie inzake diergezondheid en voedselveiligheid, als vastgesteld in de wetgeving van de Unie, worden nageleefd, evenals de voorschriften betreffende de gemeenschappelijke ordening van de markt voor visserijproducten.

(7) De invoer in de Europese Unie van producten uit Groenland in overeenstemming met de voorschriften van de wetgeving van de Unie inzake het handelsverkeer binnen de Unie is alleen toegestaan als Denemarken en Groenland garanderen de relevante bepalingen in Groenland om te zetten en toe te passen vóór de datum waarop dit besluit wordt vastgesteld.

Denemarken en Groenland moeten garanderen dat de invoer in Groenland van de betrokken producten uit derde landen beantwoordt aan de voorschriften van de Unie inzake diergezondheid en voedselveiligheid. [...]

Verder luiden de artikelen 1 en 3 van het voorstel als volgt:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Dit besluit is van toepassing op visserijproducten, tweekleppige weekdieren, stekelhuidigen, manteldieren, mariene buikpotigen en bijproducten daarvan ("de producten"), van oorsprong uit Groenland of die in Groenland worden binnengebracht en daarna in de Europese Unie worden binnengebracht.

Artikel 3

Algemene voorschriften inzake het handelsverkeer tussen de Europese Unie en Groenland in visserijproducten, levende tweekleppige weekdieren, stekelhuidigen, manteldieren, mariene buikpotigen en bijproducten daarvan

1. De lidstaten staan de invoer in de Europese Unie van de uit Groenland afkomstige producten toe overeenkomstig de wetgeving van de Unie inzake het handelsverkeer binnen de Unie.

2. De invoer van de producten in de Unie is onderworpen aan de volgende voorwaarden:

a) de doeltreffende omzetting en uitvoering in Groenland van de geldende voorschriften van de wetgeving van de Unie inzake diergezondheid, voedselveiligheid en de gemeenschappelijke ordening van de markt voor visserijproducten die op de producten betrekking hebben;

(b) ...

(c) de conformiteit van zendingen producten die uit Groenland naar de Europese Unie worden verzonden, met de geldende voorschriften van de wetgeving van de Unie inzake diergezondheid, voedselveiligheid en de gemeenschappelijke ordening van de markt voor visserijproducten;

(d) de correcte toepassing van de voorschriften van de wetgeving van de Unie inzake diergezondheid, voedselveiligheid en de gemeenschappelijke ordening van de markt voor visserijproducten ten aanzien van het binnenbrengen van de producten in Groenland.

Het voorstel heeft derhalve tot doel de toepassing van de voorschriften inzake het handelsverkeer binnen de Unie uit te breiden tot de invoer van visserijproducten van oorsprong uit Groenland of die in Groenland en daarna in de Europese Unie worden binnengebracht. Bij een dergelijke uitbreiding moeten echter de EU-voorschriften inzake diergezondheid en voedselveiligheid en de voorschriften betreffende de gemeenschappelijke ordening van de markt voor visserijproducten worden nageleefd.

Artikel 2 van het voorstel bevat definities, artikel 4 gaat over plannen voor toezicht, artikel 5 regelt de vereiste controles van producten die uit derde landen in Groenland worden ingevoerd, de artikelen 6 en 7 hebben betrekking op informatiesystemen en identificatiemerken bij de handel in de producten en artikel 8 gaat over bevestiging van de naleving van de voorwaarden van het besluit, artikel 9 gaat over uitvoeringsmaatregelen, artikel 10 bevat een comitéprocedure en artikel 11 heeft betrekking op de inwerkingtreding en toepassing.

V. Vaststelling van de juiste rechtsgrond

Volgens artikel 204 van het VWEU is het bepaalde in de artikelen 198 tot en met 203 van het VWEU over landen en gebieden overzee niet van toepassing op Groenland, nu protocol nr. 34 bijzondere bepalingen voor Groenland bevat. Sinds Groenland zich uit de EEG heeft teruggetrokken, voorzien de bijzondere bepalingen en procedures van protocol nr. 34 namelijk in een invoerregeling voor producten die onder de gemeenschappelijke marktordening in de sector visserijproducten vallen. Deze producten zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur(3), en de producten die het onderwerp vormen van het voorstel voor een besluit zijn hierin opgenomen.

Artikel 203 van het VWEU kan derhalve niet de rechtsgrond vormen voor een besluit waarin voorschriften worden vastgesteld voor de invoer in de EU van visserijproducten uit Groenland. Eenvoudige toepassing van het beginsel lex specialis derogat legi generali leidt tot de conclusie dat bij de vaststelling van een dergelijk besluit de meer specifieke bepalingen van protocol nr. 34 moeten worden toegepast in plaats van het meer algemene artikel 203 van het VWEU dat enkel betrekking heeft op de associatie van de landen en gebieden met de Unie in zijn algemeenheid.

In het tweede lid van het enige artikel van dit protocol wordt bepaald dat maatregelen betreffende de invoerregeling voor visserijproducten worden getroffen volgens de procedure van artikel 43 van het VWEU.

Aangezien in de leden 2 en 3 van artikel 43 van het VWEU sprake is van twee verschillende procedures, moet de juiste rechtsgrond worden beperkt tot een van deze leden. Lid 2 beschrijft de procedure voor de vaststelling van de bepalingen die nodig zijn om de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid na te streven, terwijl lid 3 de procedure beschrijft voor de vaststelling van maatregelen voor de prijsbepaling, de heffingen, de steun, de kwantitatieve beperkingen en de verdeling van de vangstmogelijkheden.

Het voorstel voor een besluit heeft tot doel Groenland te verplichten tot omzetting van de EU‑gezondheidsvoorschriften als voorwaarde voor de toepassing van de EU‑regels van de interne markt voor de visserij op de invoer van visserijproducten van oorsprong uit Groenland, met name door ervoor te zorgen dat de voorschriften van de overeenkomst in overeenstemming zijn met de geldende voorschriften van de wetgeving van de Unie inzake diergezondheid, voedselveiligheid en de gemeenschappelijke ordening van de markt voor visserijproducten, als bedoeld in artikel 3 van het voorstel.

Het voorstel streeft derhalve de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid na in plaats van maatregelen als bedoeld in artikel 43, lid 3 van het VWEU vast te stellen, en daarom moet lid 2 van dit artikel als rechtsgrond voor het voorstel worden gebruikt.

VI. Conclusie en aanbeveling

Op haar vergadering van 28 oktober 2010 besloot de Commissie juridische zaken bijgevolg met algemene stemmen (4) u de volgende aanbeveling te doen: de artikelen 43, lid 2 en 204 van het VWEU en het enige artikel van het protocol (nr. 34) betreffende de bijzondere regeling van toepassing op Groenland dienen de rechtsgrond te vormen voor het voorstel voor een besluit.

Hoogachtend,

Klaus-Heiner Lehne

(1)

Onderstreping door de auteur.

(2)

Zaak C-45/86, Commissie/Raad (algemene tariefpreferenties) [1987] Jur 1439, par. 5; Zaak C-440/05 Commissie v. Raad [2007] Jur. I-9097; Zaak C-411/06 Commissie/Parlement en Raad (8 september 2009) (PB C 267 van 7.11.2009, blz..8).

(3)

PB L 17 van 21.1.2000, blz. 22.

(4)

Bij de eindstemming waren aanwezig: Raffaele Baldassarre (fungerend voorzitter), Sebastian Valentin Bodu (ondervoorzitter), Eva Lichtenberger (rapporteur), Françoise Castex, Marielle Gallo, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Daniel Hannan, Kurt Lechner, Bernhard Rapkay, Diana Wallis, Cecilia Wikström en Tadeusz Zwiefka.


PROCEDURE

Titel

Invoer van visserijproducten, levende tweekleppige weekdieren, stekelhuidigen, manteldieren en mariene buikpotigen

Document- en procedurenummers

COM(2010)0176 – C7-0136/2010 – 2010/0097(CNS)

Datum raadpleging EP

28.5.2010

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

PECH

15.6.2010

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

ENVI

15.6.2010

 

 

 

Geen advies

       Datum besluit

ENVI

3.6.2010

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Carmen Fraga Estévez

18.5.2010

 

 

Betwisting rechtsgrondslag

       Datum JURI-advies

JURI

28.10.2010

 

 

 

Behandeling in de commissie

14.7.2010

1.2.2011

 

 

Datum goedkeuring

15.3.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Josefa Andrés Barea, Kriton Arsenis, Alain Cadec, Carmen Fraga Estévez, Pat the Cope Gallagher, Marek Józef Gróbarczyk, Carl Haglund, Isabella Lövin, Gabriel Mato Adrover, Guido Milana, Maria do Céu Patrão Neves, Britta Reimers, Crescenzio Rivellini, Ulrike Rodust, Struan Stevenson, Jarosław Leszek Wałęsa

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Jean-Paul Besset, Luis Manuel Capoulas Santos, Ole Christensen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Esther Herranz García

Datum indiening

17.3.2011

Juridische mededeling - Privacybeleid