VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1541/98 van de Raad betreffende de bewijsstukken inzake de oorsprong van bepaalde, in de Gemeenschap in het vrije verkeer gebrachte textielproducten van afdeling XI van de gecombineerde nomenclatuur en betreffende de voorwaarden waaronder die bewijsstukken kunnen worden aanvaard en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3030/93 van de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen

    18.4.2011 - (COM(2010)0544 – C7‑0316/2010 – 2010/0272(COD)) - ***I

    Commissie internationale handel
    Rapporteur: Jan Zahradil

    Procedure : 2010/0272(COD)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A7-0156/2011
    Ingediende teksten :
    A7-0156/2011
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1541/98 van de Raad betreffende de bewijsstukken inzake de oorsprong van bepaalde, in de Gemeenschap in het vrije verkeer gebrachte textielproducten van afdeling XI van de gecombineerde nomenclatuur en betreffende de voorwaarden waaronder die bewijsstukken kunnen worden aanvaard en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3030/93 van de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen

    (COM(2010)0544 – C7‑0316/2010 – 2010/0272(COD))

    (Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0544),

    –   gelet op artikel 294, lid 2, en artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7-0316/2010),

    –   gelet op artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

    –   gelet op artikel 55 van het Reglement,

    –   gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A7-0156/2011),

    1.  stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en neemt het voorstel van de Commissie over;

    2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

    3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de nationale parlementen.

    TOELICHTING

    Het voorstel van de Commissie om Verordening (EG) nr. 1541/98[1] van de Raad in te trekken en Verordening (EEG) nr. 3030/93[2] van de Raad, als ingediend bij het Europees Parlement en de Raad, volgens de normale wetgevingsprocedure te wijzigen, wordt ingegeven door de beleidsdoelstelling van de Europese Unie om de geldende wetgeving te vereenvoudigen met het oog op een beter en duidelijker wetgevingsklimaat voor bedrijven, met name met betrekking tot de vereenvoudiging van de douaneformaliteiten bij invoer van bepaalde, in de Gemeenschap in het vrije verkeer gebrachte textielproducten van afdeling XI van de gecombineerde nomenclatuur[3], zoals genoemd in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 3030/93 van de Raad. Bovendien is het doel van de Commissie om de uniformiteit van de regelgeving op het gebied van invoer te versterken door de regelgeving op het gebied van de invoer van textielproducten af te stemmen op die van industrieproducten, waardoor de algemene samenhang van het wetgevingsklimaat op dit gebied zou moeten verbeteren.

    Werkingssfeer van Verordening (EG) nr. 1541/98 van de Raad

    Het rechtsinstrument dat moet worden ingetrokken heeft betrekking op de voorwaarden waarop oorsprongsbewijzen kunnen worden aanvaard voor bepaalde textielproducten uit derde landen die zijn ingedeeld onder afdeling XI van de gecombineerde nomenclatuur: zijde; wol, fijn haar en grof haar; garens en weefsels van paardenhaar (crin); katoen; andere plantaardige textielvezels, papiergarens; synthetische filamenten, strippen en dergelijke van synthetische textiele materialen; synthetische stapelvezels; watten, vilt en gebonden textielvlies; speciale garens; bindgaren, touw en kabel, alsmede werken daarvan; tapijten; speciale weefsels; getufte textielstoffen; kant; tapisserieën; passementwerk; borduurwerk; weefsels, geïmpregneerd, bekleed, bedekt of met inlagen; technische artikelen van textielstoffen; brei- en haakwerk aan het stuk; kleding en kledingtoebehoren, van brei- of haakwerk; kleding en kledingtoebehoren, andere dan van brei- of haakwerk; andere textielartikelen, setjes, gedragen kleding en gedragen textielartikelen, vodden, als vermeld in bijlage I van Verordening (EEG) nr. 3030/93 van de Raad.

    Reden van de intrekking

    1) Wijzigingen in het regelgevend kader

    De Europese Unie heeft aanvankelijk Verordening (EEG) nr. 1541/98 van de Raad vastgesteld om verplicht te stellen dat er oorsprongsbewijzen worden overgelegd voor bovengenoemde textielproducten afkomstig uit derde landen waarvoor de kwantitatieve beperkingen gelden. Doel was voornamelijk een instrument te creëren voor de implementatie van handelspolitieke maatregelen om marktverstoring te voorkomen die veroorzaakt wordt door stijgende invoer uit derde landen zoals de Volksrepubliek China.

    Vervolgens vervielen de kwantitatieve beperkingen ten aanzien van de invoer uit landen die lid zijn van de WTO in 2005 bij het aflopen van de WTO-overeenkomst inzake textiel en kleding. De bijzondere vrijwaringsbepalingen voor de invoer van textiel en kledingproducten uit de Volksrepubliek China die onder de Overeenkomst inzake textiel en kleding vielen liepen vervolgens ook op 31 december 2008 af en de dubbele controle bij de invoer van bepaalde categorieën goederen uit de Volksrepubliek China kwam te vervallen.

    De rapporteur deelt het standpunt van de Commissie dat, gezien het voorgaande, de zeer beperkte handelspolitieke maatregelen van de Unie in de textielsector kunnen worden beheerd zonder de buitensporige last van het overleggen van oorsprongsbewijzen voor alle ingevoerde producten.

    2) Huidige controle-instrumenten voor de invoer van textielproducten

    Om de ingevoerde textielproducten waarvoor nog steeds kwantitatieve beperkingen gelden en die afkomstig zijn uit Wit-Rusland en Noord-Korea, die nog geen lid zijn van de WTO, te blijven controleren, hanteert de EU nu een systeem van invoervergunningen. Dit draagt ertoe bij dat voorkomen wordt dat de markt verstoord wordt door een stijging van de invoer van bepaalde textielproducten op de EU-markt, als de toegestane quota niet worden gerespecteerd.

    Bovendien wordt er voor productcategorieën die onder afdeling XI van de gecombineerde nomenclatuur vallen en waarvoor geen kwantitatieve beperkingen gelden en die worden vrijgegeven voor het vrije verkeer in de EU, een systeem van statistische controle ex post toegepast om hun impact op de EU-markt nauwlettend te volgen. Dit systeem wordt beheerd overeenkomstig artikel 308, letter d) van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie tot vaststelling van het communautair douanewetboek[4].

    Ten slotte moet overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie het land van oorsprong worden aangegeven in vak 34 van het enig document dat invoerders moeten invullen om de goederen vrij te geven voor het vrije verkeer van goederen. Deze vermelding wordt gecontroleerd door de douaneautoriteiten, die ook de mogelijkheid hebben, indien zij dit nodig achten, per geval aanvullend bewijsmateriaal te eisen.

    Betere informatie voor consumenten

    Verder wil de rapporteur eraan herinneren dat in aanvulling op de bovengenoemde controlemechanismen voor de invoer van textielproducten naar de EU, het Europees Parlement vorig jaar in eerste lezing zijn goedkeuring heeft gehecht aan het verslag van mevrouw Cristiana Muscardini, lid van het EP[5], betreffende de aanduiding van het land van oorsprong op bepaalde producten uit derde landen (made in), dat ook betrekking heeft op textielproducten en kleding. Hoewel er met het verslag-Muscardini geen nieuw controlemechanisme wordt geïntroduceerd, bevat het een voorstel voor een verordening inzake de aanduiding van het land van oorsprong. Wanneer deze verordening eenmaal in werking is getreden, zullen de Europese consumenten worden voorzien van de nodige informatie over de oorsprong van diverse goederen, waaronder begrepen textiel en kleding.

    • [1]  Verordening (EG) nr. 1541/98 van de Raad van 13 juli 1998 betreffende de bewijsstukken inzake de oorsprong van bepaalde, in de Gemeenschap in het vrije verkeer gebrachte textielproducten van afdeling XI van de gecombineerde nomenclatuur en betreffende de voorwaarden waaronder die bewijsstukken kunnen worden aanvaard.
    • [2]  Verordening (EEG) nr. 3030/93 van de Raad van 12 oktober 1993 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen.
    • [3]  De gecombineerde nomenclatuur (GN) is de gemeenschappelijke nomenclatuur van de EU. De nomenclatuur behelst 8-cijferige subrubrieken die gehanteerd worden in uitvoeraangiftes en in statistische aangiftes over interne handel om de verschillende categorieën goederen aan te geven. De GN wordt jaarlijks bijgewerkt en de nieuwe versie die in werking treedt aan het begin van het volgende jaar wordt jaarlijks in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd, uiterlijk eind oktober.
    • [4]  In Verordening (EEG) nr. 2454/93 van 2 juli 1993 van de Commissie wordt bepaald hoe uitvoering gegeven moet worden aan Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek.
    • [5]  Het verslag-Muscardini werd aangenomen in de Commissie internationale handel op 29 september 2010 (19 stemmen vóór en 2 tegen); het Europees Parlement keurde het in eerste lezing goed op 21 oktober 2010 (525 stemmen vóór, 49 tegen bij 44 onthoudingen). Het voorstel voor een verordening inzake "made in" moet nu nog worden goedgekeurd door de Raad.

    PROCEDURE

    Titel

    Intrekking van Verordening (EG) nr. 1541/98 van de Raad betreffende de bewijsstukken inzake de oorsprong van bepaalde textielproducten

    Document- en procedurenummers

    COM(2010)0544 – C7-0316/2010 – 2010/0272(COD)

    Datum indiening bij EP

    6.10.2010

    Commissie ten principale

           Datum bekendmaking

    INTA

    19.10.2010

    Rapporteur(s)

           Datum benoeming

    Jan Zahradil

    26.10.2010

     

     

    Behandeling in de commissie

    26.1.2011

    15.3.2011

     

     

    Datum goedkeuring

    13.4.2011

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    22

    0

    3

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, Kader Arif, David Campbell Bannerman, Marielle De Sarnez, Christofer Fjellner, Metin Kazak, Bernd Lange, David Martin, Emilio Menéndez del Valle, Paul Murphy, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Helmut Scholz, Robert Sturdy, Gianluca Susta, Keith Taylor, Iuliu Winkler, Jan Zahradil, Pablo Zalba Bidegain, Paweł Zalewski

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Catherine Bearder, George Sabin Cutaş, Jörg Leichtfried, Georgios Papastamkos, Carl Schlyter

    Datum indiening

    18.4.2011