VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid

29.4.2011 - (COM(2010)0526 – C7‑0300/2010 – 2010/0280(COD)) - ***I

Commissie economische en monetaire zaken
Rapporteur: Corien Wortmann-Kool
PR_COD_1consamCom


ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid

(COM(2010)0526 – C7‑0300/2010 – 2010/0280(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0526),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 121, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0300/2010),

–   gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 16 februari 2011[1],

–   gezien de artikelen 55 en 37 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A7‑0178/2011),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

STANDPUNT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

IN EERSTE LEZING[2]*

---------------------------------------------------------

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 6,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het voorstel voor een wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)      De coördinatie van het economische beleid van de lidstaten binnen de Unie zoals voorgeschreven door het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) dient de inachtneming van de volgende grondbeginselen in te houden: stabiele prijzen, gezonde overheidsfinanciën en monetaire voorwaarden en een houdbare betalingsbalans.

(2)      Het stabiliteits- en groeipact bestond aanvankelijk uit Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid, Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten en de resolutie van de Europese Raad van 17 juni 1997 betreffende het stabiliteits- en groeipact. De Verordeningen (EG) nr. 1466/97 en (EG) nr. 1467/97 zijn in 2005 gewijzigd bij respectievelijk Verordeningen (EG) nr. 1055/2005 en (EG) nr. 1056/2005. Daarnaast is het verslag van de Raad van 20 maart 2005 met als titel "De uitvoering van het stabiliteits- en groeipact verbeteren" goedgekeurd.

(3)      Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel ter versterking van de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een sterke duurzame groei die berust op financiële stabiliteit en bevorderlijk is voor de werkgelegenheidsschepping, en waarbij ook de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie voor duurzame groei en werkgelegenheid wordt ondersteund.

(4)      Het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact vereist dat lidstaten een budgettaire middellangetermijndoelstelling verwezenlijken en handhaven en daartoe stabiliteits- en convergentieprogramma's indienen.

(4 bis) Het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact zou baat hebben bij striktere toezichtsvormen om de samenhang met en de naleving door de lidstaten van het budgettaire coördinatiekader van de Unie te waarborgen.

(5)      De inhoud van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s, alsook de procedure voor de toetsing ervan dienen zowel op nationaal als op EU‑niveau verder te worden ontwikkeld in het licht van de ervaring die met de tenuitvoerlegging van het stabiliteits- en groeipact is opgedaan.

(5 bis) De begrotingsdoelstellingen in de stabiliteits- en convergentieprogramma's moeten expliciet rekening houden met de maatregelen die zijn goedgekeurd in overeenstemming met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid, de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten en de Unie, en in het algemeen met de nationale hervormingsprogramma's.

(5 ter) De Commissie moet in de procedure voor scherper toezicht een krachtiger en onafhankelijker rol spelen met betrekking tot beoordelingen van afzonderlijke lidstaten, monitoring, inspectiebezoeken, aanbevelingen en waarschuwingen. Bovendien moet de rol van de Raad bij de stappen die leiden tot mogelijke sancties kleiner worden en moet er overeenkomstig het VWEU in de Raad zoveel mogelijk worden gestemd met omgekeerd gekwalificeerde meerderheid.

(5 quater)       Uit de ervaringen en fouten van tijdens de eerste tien jaar van de Economische en Monetaire Unie blijkt dat er in de Unie duidelijk behoefte is aan een beter economisch bestuur, dat berust op een sterkere nationale toe-eigening van gezamenlijk aanvaarde regels en beleidsmaatregelen en op een robuuster kader voor EU‑toezicht op het economische beleid van de lidstaten.

(5 quinquies) Het verbeterde kader voor economisch bestuur moet berusten op verschillende met elkaar verbonden beleidsmaatregelen voor duurzame groei en werkgelegenheid, die onderling samenhang moeten vertonen, in het bijzonder een EU‑strategie voor groei en arbeidsplaatsen, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling en bevordering van de interne markt, het bevorderen van internationale handelsbetrekkingen en concurrentievermogen, een effectief kader voor het voorkomen en corrigeren van buitensporige begrotingssituaties (het stabiliteits- en groeipact), een robuust kader voor het voorkomen en corrigeren van macro‑economische onevenwichtigheden, minimumeisen voor nationale begrotingskaders, meer regulering van en controle op de financiële markten (waaronder macroprudentieel toezicht door het Europees Comité voor systeemrisico's) en een geloofwaardig permanent mechanisme voor de oplossing van crises.

(5 sexies)        Het stabiliteits- en groeipact en het volledige kader voor het economisch bestuur moeten een aanvulling zijn op en verenigbaar zijn met de EU‑strategie voor groei en banen. Deze onderlinge verbondenheid mag er evenwel niet toe leiden dat uitzonderingen op de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact worden toegestaan.

(5 septies)       De versterking van het economisch bestuur moet gepaard gaan met een versterking van de democratische legitimiteit van het bestuur van de Europese Unie, die bereikt moet worden door het Europees Parlement en de nationale parlementen nauwer en eerder te betrekken bij alle procedures ter coördinatie van het economisch beleid.

(5 octies)        Het Europees semester voor economische beleidscoördinatie (het Semester) moet een vitale rol spelen bij de uitvoering van de bepaling in artikel 121, lid 1, VWEU dat de lidstaten hun economisch beleid als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang beschouwen en het dienovereenkomstig coördineren. Transparantie, verantwoordingsplicht en onafhankelijk toezicht zijn integrale onderdelen van een verbeterd economisch bestuur. De Raad en de Commissie moeten hun standpunten en besluiten in alle passende stadia van de procedures ter coördinatie van het economisch beleid openbaar maken en uiteenzetten.

(5 nonies)       Instrumenten op basis van het Verdrag voor coördinatie van en toezicht op het economisch beleid moeten worden versterkt door het opstellen van een gemeenschappelijk kader voor het overleggen, bewaken en uitvoeren van nationale hervormingsprogramma’s die het concurrentievermogen vergroten en bevorderlijk zijn voor duurzame groei en werkgelegenheid als integraal onderdeel van een Europese groeistrategie.

(5 decies)        Ten einde de nationale eigen verantwoordelijkheid voor het stabiliteits- en groeipact te versterken, moeten de nationale begrotingskaders volledig in overeenstemming zijn met de doelstellingen van multilateraal toezicht in de Unie, en met name met het Semester, in de context waarvan de nationale parlementen en alle overige relevante belanghebbenden, in het bijzonder de sociale partners, tijdig op de hoogte worden gesteld en er op gepaste wijze bij worden betrokken.

(5 undecies)   De relevante belanghebbenden, met name de sociale partners en het Europees platform tegen armoede en voor sociale inclusie, moeten in het kader van het Semester worden geraadpleegd over de belangrijkste beleidsmaatregelen waarover door de instellingen van de Unie wordt beraadslaagd.

(5 duodecies) In artikel 3 van Protocol nr. 12 bij de Verdragen betreffende de procedure bij buitensporige tekorten is bepaald dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat hun nationale begrotingsprocedures hen in staat stellen aan de uit de Verdragen voortvloeiende verplichtingen op dit gebied te voldoen. De lidstaten met de euro als munt moeten de doelstellingen van het budgettaire kader van de Unie daarom in hun nationale wetgeving vastleggen, en zorgen voor adequate begrotingsprocedures om die doelstellingen te verwezenlijken.

(6)      Het handhaven van de budgettaire middellangetermijndoelstelling voor de begrotingssituaties dient de lidstaten in staat te stellen een veiligheidsmarge ten opzichte van de referentiewaarde van 3% van het bbp in acht te nemen om houdbare overheidsfinanciën te waarborgen of snel vooruitgang in de richting van een houdbare begrotingssituatie te kunnen boeken, waarbij er budgettaire manoeuvreerruimte blijft en in het bijzonder rekening wordt gehouden met de behoefte aan overheidsinvesteringen die leiden tot de verwezenlijking van de groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen van de Unie.

(6 bis) De lidstaten moeten in het kader van het nationale begrotingsrecht voor drie jaar doelstellingen voor tekorten en overschotten vaststellen, die gericht zijn op evenwicht in de overheidsfinanciën op de middellange termijn.

(7)      Aan de verplichting om de budgettaire middellangetermijndoelstelling te bereiken en te handhaven, dient te worden voldaan door middel van een nauwkeurige omschrijving van de beginselen voor het aanpassingstraject in de richting van de middellangetermijndoelstelling.

(7 bis) Bij de bepaling van het vereiste aanpassingstempo in de stabiliteits- en convergentieprogramma's in de richting van de lidstaatspecifieke begrotingsdoelstellingen voor de middellange termijn moet meer rekening worden gehouden met de evaluatie van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, met inbegrip van het schuldniveau, het schuldprofiel (inclusief vervaldata), kosten van de vergrijzing en de schulddynamiek.

(8)      De verplichting tot het verwezenlijken en handhaven van de middellangetermijndoelstelling dient zowel voor deelnemende lidstaten als voor lidstaten met een derogatie te gelden.

(9)      Of met betrekking tot de budgettaire middellangetermijndoelstelling voldoende vooruitgang is geboekt, wordt beoordeeld in het kader van een algehele evaluatie met het structurele saldo als referentie; deze evaluatie omvat een analyse van de uitgaven ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde. In dit verband zou, zolang de budgettaire middellangetermijndoelstelling niet is verwezenlijkt, het groeipercentage van de overheidsuitgaven normaliter niet hoger mogen liggen dan een middellangetermijnreferentiepercentage voor de potentiële groei van het bbp, waarbij een overschrijding van die norm wordt opgevangen door discretionaire verhogingen van de overheidsontvangsten, en discretionaire verminderingen van de ontvangsten worden gecompenseerd door uitgavenreducties. Voor het berekenen van het middellangetermijnreferentiepercentage voor de potentiële groei van het bbp wordt gezamenlijk een methode overeengekomen die door de lidstaten wordt gevalideerd.

(10)    Een tijdelijke afwijking van het aanpassingstraject ter verwezenlijking van de middellangetermijndoelstelling kan uitzonderlijk worden toegestaan wanneer deze het gevolg is van een ongewone gebeurtenis die buiten de macht van de betrokken lidstaat valt en een aanzienlijk effect heeft op de structurele balans van de algemene overheidsfinanciën van ten minste 0,5% van het bbp in één jaar of, in geval van een ernstige economische neergang in de eurozone of in de EU als geheel, om het economisch herstel te bevorderen, op voorwaarde dat de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt.

(11)    Wanneer aanzienlijk van het aanpassingstraject ter verwezenlijking van de middellangetermijndoelstelling wordt afgeweken, moet de Commissie een waarschuwing richten tot de betrokken lidstaat, waarna de Raad binnen een maand een aanbeveling moet doen waarin een termijn van ten hoogste vijf maanden wordt vastgesteld voor het nemen van de nodige corrigerende maatregelen. Indien de betrokken lidstaat binnen de door de Raad vastgestelde termijn geen passend gevolg geeft aan de waarschuwing, dan moet de Commissie de Raad aanbevelen om vast te stellen dat er geen passend gevolg is gegeven. Het besluit wordt geacht door de Raad te zijn vastgesteld tenzij hij, binnen tien dagen na de aanneming van het voorstel door de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid besluit het te verwerpen. Tegelijkertijd moet de Raad, op voorstel van de Commissie, een verslag voorleggen aan de Europese Raad. De Commissie kan, in verbinding met de ECB voor de lidstaten van de eurozone en voor lidstaten die deel uitmaken van WKM2, een controlemissie uitvoeren. De Commissie moet aan de Raad verslag uitbrengen over het resultaat van de missie en haar bevindingen binnen een maand openbaar maken.

(11 bis)           De Raad en de Commissie moeten hun standpunten en besluiten openbaar maken in de passende stadia van de procedures ter coördinatie van het economisch beleid teneinde een doeltreffende collegiale pressie te verzekeren. De Commissie moet de aan een lidstaat aanbevolen preventieve en corrigerende maatregelen aan het Europees Parlement en de bevoegde commissie van het Parlement voorleggen en toelichten. Het Europees Parlement kan de betrokken lidstaat verzoeken om zijn besluiten en zijn beleid in de bevoegde commissie van het Parlement toe te lichten.

(12)    Om de inachtneming door de deelnemende lidstaten van het EU-kader voor begrotingstoezicht te waarborgen, dient op grond van artikel 136 van het Verdrag een specifiek handhavingsmechanisme te worden ingesteld voor gevallen waarin van een aanhoudende en aanzienlijke afwijking van het aanpassingstraject ter verwezenlijking van de middellangetermijndoelstelling, een gebrek aan corrigerende actie of onbereidheid tot samenwerking sprake is.

(12 bis)           Deze verordening moet zo spoedig mogelijk na de aanneming ervan in werking treden. Bij het formuleren van voorstellen voor maatregelen ter uitvoering van deze verordening moet de Commissie rekening houden met de economische en begrotingssituatie van de betrokken lidstaat waarvoor een EU/IMF-aanpassingsprogramma geldt.

(13)    Bij de verwijzingen in Verordening (EG) nr. 1466/97 dient rekening te worden gehouden met de nieuwe artikelnummering van het VWEU.

(14)    Verordening (EG) nr. 1466/97 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1466/97 wordt als volgt gewijzigd:

-1.       Artikel 1 komt als volgt te luiden:

"Artikel 1

In deze verordening worden de regels vastgesteld betreffende de inhoud, de indiening, de bestudering en de bewaking van de uitvoering van de stabiliteitsprogramma's en convergentieprogramma's, als onderdeel van het multilaterale toezicht door de Raad en de Commissie, teneinde in een vroeg stadium te voorkomen dat zich buitensporige algemene-overheidstekorten en -schulden voordoen, het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid te bevorderen en tegelijkertijd de verwezenlijking te ondersteunen van de EU‑doelstellingen voor groei en werkgelegenheid.

Deze verordening stelt als algemene regel dat de begroting van de lidstaten gedurende de conjunctuurcyclus in evenwicht moet zijn om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te waarborgen."

1.        Artikel 2 komt als volgt te luiden:

"Artikel 2

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) "deelnemende lidstaten": de lidstaten die de euro als munt hebben;

b) "lidstaten met een derogatie": de andere lidstaten dan die welke de euro als munt hebben."

1 bis.  De volgende afdeling wordt ingevoegd:

"AFDELING 1 BIS

EUROPEES SEMESTER VOOR ECONOMISCHE BELEIDSCOÖRDINATIE

Artikel 2 bis

1. Om nauwere coördinatie van het economisch beleid en duurzame convergentie van de economische prestaties van de lidstaat te waarborgen, oefent de Raad het multilaterale toezicht als bedoeld in artikel 121, lid 3, VWEU uit als integraal onderdeel van het Europees semester voor economische beleidscoördinatie ("het Semester") overeenkomstig de doelstellingen en bepalingen van het VWEU.

2. Het Semester omvat onder meer:

a) multilateraal toezicht op de stabiliteits- en convergentieprogramma's in het kader van deze verordening;

b) multilateraal toezicht op de nationale hervormingsprogramma's als bedoeld in artikel 2 quinquies;

c) de opstelling en uitvoering van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en van de Unie (globale richtsnoeren voor het economisch beleid) overeenkomstig artikel 121, lid 2, VWEU, en van de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid waar de lidstaten rekening mee moeten houden overeenkomstig artikel 148, lid 2, VWEU (werkgelegenheidsrichtsnoeren);

d) de uitvoering van de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden krachtens Verordening (EU) nr. .../2011;

e) de uitvoering van de procedure bij buitensporige tekorten krachtens Verordening (EG) nr. 1467/97.

3. Elk voorstel van de Commissie aan de gehele Unie in het kader van het Semester omvat een effectbeoordeling van de voorgestelde beleidsmaatregelen overeenkomstig artikel 9 VWEU.

4. Het Europees Parlement en de nationale parlementen worden op gepaste wijze betrokken bij het Semester om de transparantie, de eigen verantwoordelijkheid en de verantwoordingsplicht van de genomen besluiten te versterken. Om ervoor te zorgen dat het Europees Parlement op gepaste wijze bij dit proces wordt betrokken, wordt vóór 31 december 2011 een interinstitutioneel akkoord gesloten tussen het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Commissie. Dit interinstitutioneel akkoord wordt om de drie jaar herzien en zo nodig gewijzigd.

Artikel 2 ter

Het Economisch en financieel comité dat is opgericht overeenkomstig artikel 134 van het VWEU, het Comité voor de werkgelegenheid dat is opgericht overeenkomstig artikel 150 van het VWEU en het Comité voor sociale bescherming dat is opgericht overeenkomstig artikel 160 van het VWEU worden indien nodig in het kader van het Semester geraadpleegd.

De relevante belanghebbenden, met name de sociale partners, worden in het kader van het Semester geraadpleegd over de belangrijkste beleidsmaatregelen waarover door de instellingen van de Unie wordt beraadslaagd."

1 ter.  De volgende afdeling wordt ingevoegd:

"AFDELING 1 TER

ECONOMISCHE DIALOOG

Artikel 2 quater

Om de dialoog tussen de instellingen van de Unie, in het bijzonder het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, enerzijds en de nationale parlementen, de regeringen en andere betrokken organen van de lidstaten anderzijds, te bevorderen en te zorgen voor meer transparantie en afleggen van verantwoording, kan de bevoegde commissie van het Europees Parlement hoorzittingen houden en openbare debatten organiseren over het macro-economisch en budgettair toezicht door de Raad en de Commissie."

1 quater.        De volgende afdeling wordt ingevoegd:

"AFDELING 1 QUATER

NATIONALE HERVORMINGSPROGRAMMA’S

Artikel 2 quinquies

1. De lidstaten stellen een nationaal hervormingsprogramma op om hun economisch beleid uit te voeren met het doel een bijdrage te leveren aan het verwezenlijken van de EU‑doelstellingen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het VWEU en met inachtneming van hun verplichting om hun economisch beleid te beschouwen als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang overeenkomstig artikel 121, lid 2, VWEU.

2. De nationale hervormingsprogramma's van de lidstaten ondersteunen de strategie van de Unie voor groei en werkgelegenheid en omvatten concrete beleidsdoelstellingen, desbetreffende hervormingen, openbare en particuliere investeringen en andere beleidsmaatregelen, en worden vastgesteld overeenkomstig:

a) de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de werkgelegenheidsrichtsnoeren;

b) de jaarlijkse beleidsrichtsnoeren en bijkomende toezeggingen van de Europese Raad;

c) adviezen van de Raad of aanbevelingen of waarschuwingen van de Commissie aan de betrokken lidstaat overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het VWEU.

3. Alle lidstaten overleggen hun nationaal hervormingsprogramma jaarlijks vóór 30 april aan de Raad en de Commissie ten behoeve van het multilaterale toezicht krachtens artikel 121, lid 3, VWEU.

4. Alle lidstaten maken hun nationaal hervormingsprogramma openbaar nadat zij het nationale parlement er op gepaste wijze bij hebben betrokken en na raadpleging van de nationale belanghebbenden, met inbegrip van de sociale partners.

5. De Raad controleert op grond van beoordelingen door de Commissie en als onderdeel van het multilateraal toezicht krachtens artikel 121 van het VWEU de uitvoering van de nationale hervormingsprogramma’s van de lidstaten overeenkomstig de in lid 2 bedoelde beleidsdoelstellingen, toezeggingen, aanbevelingen en waarschuwingen.

6. Bij deze beoordelingen houdt de Commissie rekening met de door de lidstaten, in het bijzonder die in de eurozone, aan elkaar en de Commissie verstrekte informatie inzake geplande besluiten over het economisch beleid die naar verwachting een belangrijk doorwerkingseffect hebben dat de soepele werking van de interne markt en van de Economische en Monetaire Unie in gevaar kan brengen.

7. De Raad beoordeelt op grond van een aanbeveling van de Commissie of de geplande beleidsacties en de economische aannames waarop de nationale hervormingsprogramma's gebaseerd zijn, realistisch zijn.

8. De Raad geeft op voorstel van de Commissie een advies over elk nationaal hervormingsprogramma af. Indien de Raad van mening is dat de doelstellingen en inhoud van een programma versterkt moeten worden, verzoekt de Raad de betrokken lidstaat in zijn advies om binnen 2 maanden een aangepaste versie van de voorgestelde beleidsmaatregel in het kader van de nationale hervorming over te leggen. Het aangepaste programma wordt door de Raad en de Commissie overeenkomstig de daartoe in dit artikel uiteengezette procedure getoetst.

9. Indien er sprake is van een aanzienlijke afwijking van de beleidsdoelstellingen in het advies als bedoeld in lid 8, richt de Commissie een waarschuwing tot de lidstaat. Deze waarschuwing wordt openbaar gemaakt. De Raad kan op voorstel van de Commissie eveneens een aanbeveling tot de betrokken lidstaat richten om de nodige aanpassingsmaatregelen te nemen.

10. De voorzitter van de Raad en de voorzitter van de Commissie brengen jaarlijks aan het Europees Parlement en de Europese Raad verslag uit over de resultaten van het multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121, lid 5, van het VWEU. Indien de Raad ernstig bezorgd is over de vorderingen van een lidstaat, kan de Raad op voorstel van de Commissie een verslag aan het Europees Parlement en de Europese Raad overleggen.

11. In het in lid 9 en 10 genoemde geval kan het Europees Parlement de betrokken lidstaat verzoeken zijn beleid in de bevoegde commissie van het Parlement toe te lichten."

1 quinquies.   Artikel 2 bis komt als volgt te luiden:

"Elke lidstaat heeft een gedifferentieerde middellangetermijndoelstelling voor zijn begrotingssituatie. Deze budgettaire middellangetermijndoelstellingen per lidstaat kunnen afwijken van het vereiste van een begrotingssituatie die vrijwel in evenwicht is of een overschot vertoont, waarbij een veiligheidsmarge ten opzichte van de referentiewaarde voor het overheidstekort van 3% van het bbp wordt geboden. Elke budgettaire middellangetermijndoelstelling garandeert de houdbaarheid van de overheidsfinanciën of snelle vorderingen op weg naar dergelijke houdbaarheid, waarbij ruimte wordt gelaten voor budgettaire armslag, in het bijzonder gelet op de behoefte aan openbare investeringen.

Met inachtneming van deze factoren worden voor de lidstaten die tot de eurozone en voor de lidstaten die tot WKM2 behoren, budgettaire middellangetermijndoelstellingen per land bepaald binnen een vastgestelde marge tussen -1% van het bbp en evenwicht of overschot, na correctie voor conjunctuurschommelingen en ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen.

De budgettaire middellangetermijndoelstelling wordt om de drie jaar herzien en, indien nodig, vaker wanneer er een grote structurele hervorming plaatsvindt.

De budgettaire middellangetermijndoelstelling maakt integraal deel uit van de nationale begrotingskaders voor de middellange termijn krachtens onderhavige verordening en Richtlijn 2011/.../EU van de Raad tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten."

1 sexies.         De volgende afdeling wordt ingevoegd:

"AFDELING 1 TER

NATIONALE TOE-EIGENING

Artikel 2 ter

1. Elke deelnemende lidstaat neemt de doelstellingen van het stabiliteits- en groeipact en de uit het VWEU voortvloeiende verplichtingen op het gebied van het begrotingsbeleid in zijn nationale wetgeving op.

De deelnemende lidstaten stellen een begrotingskader voor de middellange termijn vast dat voorziet in een planningshorizon van ten minste vier jaar voor de begroting, teneinde een gefundeerde doelstelling op de middellange termijn vast te stellen.

2. Voor de deelnemende lidstaten zorgen onafhankelijke organen of instellingen die op het gebied van het begrotingsbeleid actief zijn voor een onderbouwd nationaal debat over de huidige structurele begrotingssituaties en over de doelstelling voor de middellange termijn zoals in onderhavige verordening is omschreven.

3. De deelnemende lidstaten stellen cijfermatige begrotingsregels vast die de nakoming van hun respectieve uit het VWEU voortvloeiende verplichtingen op het gebied van het begrotingsbeleid doeltreffend bevorderen. Deze nationale cijfermatige begrotingsregels zijn volledig in overeenstemming met de doelstelling voor de middellange termijn en vullen deze tevens aan.

4. De deelnemende lidstaten stellen een nationaal begrotingskader vast dat de naleving van de doelstellingen van het stabiliteits- en groeipact garandeert. De nationale begrotingskaders kunnen worden opgesteld via de nationale wetgeving of via een politiek akkoord op nationaal niveau. Bij de opstelling van het nationale begrotingskader gaat elke deelnemende lidstaat indien nodig verder dan de minimumeisen die zijn vastgelegd in Richtlijn 2011/.../EU van de Raad tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten.

Elke deelnemende lidstaat probeert parlementaire goedkeuring voor zijn stabiliteitsprogramma te verkrijgen. Indien geen parlementaire goedkeuring werd verkregen, wordt dit uitdrukkelijk in het stabiliteitsprogramma vermeld.

5. De lidstaten houden rekening met de richtsnoeren en aanbevelingen van de Raad en de Commissie, met name bij de opstelling van hun begroting, en zij betrekken het nationale parlement naar behoren bij de procedures ter coördinatie van het economisch beleid. Bij de indiening van de ontwerpbegroting in het nationaal parlement leggen de lidstaten tevens de eventuele adviezen van de Raad of de Commissie inzake het stabiliteitsprogramma over alsook, in geval van een aanzienlijke afwijking van het aanpassingsproject ter verwezenlijking van de budgettaire middellangetermijndoelstelling als bedoeld in artikel 5, lid 1, derde alinea, van deze verordening, de aanbeveling van de Commissie, vergezeld van een toelichting hoe met deze adviezen en aanbevelingen rekening is gehouden.

6. De lidstaten waarborgen de professionele onafhankelijkheid van de nationale statistische instanties, die in overeenstemming moet zijn met de praktijkcode Europese statistieken als vastgesteld in Verordening (EG) nr. 223/2009, en van de nationale rekenkamers. Dit vereist ten minste:

a) transparante aanwervings- en ontslagprocedures die onafhankelijk zijn van de uitslag van politieke verkiezingen;

b) dat de begrotingstoewijzingen jaarlijks plaatsvinden;

c) dat de datum van bekendmaking van statistische informatie ten minste een jaar vooraf wordt vastgesteld."

1 septies.        De volgende afdeling wordt ingevoegd:

"AFDELING 1 QUATER

HOORZITTING MET DE VOORZITTER VAN DE EUROGROEP

Artikel 2 quater

De voorzitter van de Eurogroep kan op verzoek van het Europees Parlement of op eigen initiatief worden gehoord door de bevoegde commissies van het Europees Parlement, met name in verband met het werkprogramma van de Eurogroep, de economische situatie in de eurozone, de ontwikkeling van macro‑economische onevenwichtigheden in de eurozone, het concurrentievermogen in de deelnemende lidstaten en de werkelijke convergentie van hun economieën, de houdbaarheid van de begrotingssituaties van de deelnemende lidstaten en de verwezenlijking van hun stabiliteitsprogramma's en hun nationale hervormingsplannen, en de ontwikkeling van macro-economische onevenwichtigheden binnen de Unie."

2.          Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)        lid 1 komt als volgt te luiden:

"1. Elke deelnemende lidstaat verstrekt aan de Raad en de Commissie met het oog op het regelmatige multilaterale toezicht krachtens artikel 121 van het VWEU de nodige informatie in de vorm van een stabiliteitsprogramma, dat een essentiële basis verschaft voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën die bevorderlijk is voor prijsstabiliteit, een sterke duurzame groei en het scheppen van werkgelegenheid."

b)        lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)       punt a) komt als volgt te luiden:

"a) de budgettaire middellangetermijndoelstelling en het aanpassingstraject met het oog op het bereiken van deze doelstelling voor de overschot/tekortquote van de overheid, de verwachte ontwikkeling van de schuldquote van de overheid, het geplande groeipad van de overheidsuitgaven, met inbegrip van de overeenkomstige toewijzing voor bruto-investeringen in vaste activa, in het bijzonder gezien de voorwaarden en criteria voor de vaststelling van de uitgavengroei als bedoeld in artikel 5, lid 1, het geplande groeipad van de overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid en een kwantificering van de geplande discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde;"

i bis)   het volgende punt wordt ingevoegd:

"a bis) de verwachte ontwikkeling van de schuldquote van de overheid, evenals informatie over impliciete en voorwaardelijke verplichtingen, zoals de verwachte begrotingskosten voor de vergrijzing en overheidsgaranties, waarbij de exacte aard van deze informatie wordt omschreven in een door de Commissie vast te stellen geharmoniseerd kader;"

i ter)   het volgende punt wordt ingevoegd:

"a ter) informatie over de consistentie van het stabiliteitsprogramma met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en het nationaal hervormingsprogramma;"

ii)         punt c) komt als volgt te luiden:

"c) een kwantitatieve beoordeling van de budgettaire en andere economische beleidsmaatregelen die worden genomen of voorgesteld om de doelstellingen van het programma te bereiken, inclusief een uitgebreide kosten-batenanalyse van grote structurele hervormingen met rechtstreekse positieve effecten voor de begroting op de lange termijn, mede door verhoging van de duurzame potentiële groei;"

b bis) het volgende lid wordt ingevoegd:

"2 bis. Het stabiliteitsprogramma is gebaseerd op realistische en voorzichtige macro-economische en budgettaire prognoses die van de meest actuele informatie gebruikmaken. De begrotingsplanning is gebaseerd op het meest waarschijnlijke macrobudgettaire scenario of op een meer prudent scenario waarin de afwijkingen van het meest waarschijnlijke macrobudgettaire scenario gedetailleerd worden belicht. De macro‑economische en budgettaire prognoses worden in voorkomend geval opgesteld met inachtneming van de prognoses van de Commissie en die van andere onafhankelijke instanties. Aanzienlijke afwijkingen tussen het gekozen macrobudgettaire scenario en de Commissieprognoses worden in het stabiliteitsprogramma uitgelegd."

c)      lid 3 komt als volgt te luiden:

"3. De gegevens over de ontwikkelingen van de overschot/tekortquote en de schuldquote van de overheid, de groei van de overheidsuitgaven, het geplande groeipad van de overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid, de geplande, behoorlijk gekwantificeerde discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde en de belangrijkste economische aannames als bedoeld in lid 2, onder a), a bis), a ter) en b), worden op jaarbasis verstrekt en hebben betrekking op het voorafgaande jaar, het lopende jaar en ten minste de drie volgende jaren."

3.          Artikel 4 komt als volgt te luiden:

"Artikel 4

1. De stabiliteitsprogramma's worden jaarlijks tussen 1 en 30 april ingediend. Een lidstaat die de euro aanneemt, dient binnen zes maanden na het besluit van de Raad betreffende zijn deelneming aan de euro een stabiliteitsprogramma in.

2. De lidstaten maken hun stabiliteitsprogramma's openbaar."

4.          Artikel 5 komt als volgt te luiden:

"Artikel 5

1. Op basis van beoordelingen door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité toetst de Raad in het kader van het multilaterale toezicht op grond van artikel 121 van het VWEU de door de betrokken lidstaten in hun stabiliteitsprogramma gepresenteerde budgettaire middellangetermijndoelstellingen, beoordeelt hij of de economische veronderstellingen waarop het programma is gebaseerd, realistisch zijn, of het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling, met inbegrip van het begeleidingstraject voor de schuldquote, passend is en of de met het oog op de inachtneming van het aanpassingstraject genomen of voorgenomen maatregelen afdoende zijn om de budgettaire middellangetermijndoelstelling gedurende de cyclus te halen.

Bij de beoordeling van het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling onderzoeken de Raad en de Commissie of de betrokken lidstaat de jaarlijkse verbetering van zijn conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, die nodig is om zijn budgettaire middellangetermijndoelstelling te bereiken, nastreeft, met 0,5% van het bbp als benchmark. Voor lidstaten die een overheidsschuld van meer dan 60% van het bbp hebben of duidelijke risico's lopen wat de algemene houdbaarheid van de schuldpositie betreft, onderzoeken de Raad en de Commissie of de jaarlijkse verbetering van het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, aanzienlijk groter is dan 0,5% van het bbp. De Raad en de Commissie nemen in aanmerking of in economisch goede tijden een grotere aanpassing wordt nagestreefd, terwijl in economisch slechte tijden een minder zware inspanning toelaatbaar is.

Of met betrekking tot de budgettaire middellangetermijndoelstelling voldoende vooruitgang is geboekt, wordt beoordeeld in het kader van een algehele evaluatie met het structurele saldo als referentie; deze evaluatie omvat een analyse van de uitgaven ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde. Hiertoe beoordelen de Raad en de Commissie of het groeipad van de overheidsuitgaven, gezien in samenhang met het effect van de genomen of geplande maatregelen aan de ontvangstenzijde, aan de volgende voorwaarden voldoet:

a) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een referentiepercentage van potentiële bbp‑groei op middellange termijn, tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd;

b) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling nog niet hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een percentage beneden een referentiepercentage van potentiële bbp‑groei op middellange termijn, tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd. Het verschil tussen het groeitempo van de overheidsuitgaven en een referentiepercentage van potentiële bbp‑groei op middellange termijn wordt op zodanige wijze bepaald dat een deugdelijke aanpassing richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling wordt gewaarborgd;

c) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling nog niet hebben verwezenlijkt, worden discretionaire verminderingen van overheidsontvangsten door uitgavenreducties, door discretionaire verhogingen van andere overheidsontvangsten of door beide gecompenseerd.

In de totale uitgaven wordt geen rekening gehouden met de rente-uitgaven, de uitgaven in het kader van EU‑programma's die volledig met inkomsten uit EU‑fondsen worden gefinancierd en niet‑discretionaire veranderingen in de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen.

Een overschrijding van de middellangetermijnreferentie voor de uitgavengroei wordt niet als een afwijking van de benchmark aangemerkt indien deze overschrijding volledig wordt gecompenseerd door bij wet geregelde stijgingen van de inkomsten.

Het referentiepercentage van potentiële bbp-groei op middellange termijn wordt beoordeeld aan de hand van extrapolerende prognoses, of ook aan de hand van retropolatie als deze methode niet tot een tragere aanpassing richting de middellangetermijndoelstelling leidt. De prognoses worden regelmatig geactualiseerd. De Commissie publiceert een transparante, onafhankelijke en met redenen omklede beoordeling van de bij deze prognoses gehanteerde methode.

Bij de bepaling van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijndoelstelling voor de lidstaten die dit doel nog niet hebben bereikt, en bij het toestaan van een tijdelijke afwijking van deze doelstelling voor lidstaten die de doelstelling wel hebben bereikt, met dien verstande dat er een passende veiligheidsmarge voor de inachtneming van de tekortreferentiewaarde gewaarborgd moet zijn, en dat een terugkeer naar de budgettaire middellangetermijndoelstelling binnen de programmaperiode wordt verwacht, houden de Raad en de Commissie rekening met de uitvoering van grote structurele hervormingen die op de lange termijn positieve effecten voor de begroting hebben, mede doordat zij de potentiële duurzame groei verhogen, en bijgevolg een verifieerbare positieve invloed op de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn hebben.

Bijzondere aandacht wordt besteed aan pensioenhervormingen die gepaard gaan met de invoering van een meerpijlerstelsel dat een verplichte pijler met volledige kapitaaldekking omvat. De lidstaten die dergelijke hervormingen doorvoeren, wordt toegestaan van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijndoelstelling of van de doelstelling zelf af te wijken, met dien verstande dat de afwijking de nettokosten van de hervorming van de openbaar beheerde pijler moet weerspiegelen en een tijdelijk karakter draagt, en dat een passende veiligheidsmarge ten opzichte van de tekortreferentiewaarde wordt aangehouden.

De Raad en de Commissie onderzoeken voorts of de inhoud van het stabiliteitsprogramma het verwezenlijken van duurzame en reële convergentie binnen het eurogebied en de nauwere coördinatie van het economisch beleid bevordert en of het economisch beleid van de betrokken lidstaat strookt met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en met de werkgelegenheidsrichtsnoeren van de lidstaten en de Europese Unie.

Bij een ongewone gebeurtenis die buiten de macht van de betrokken lidstaat valt en een aanzienlijk effect heeft op de structurele balans van de algemene overheidsfinanciën van ten minste 0,5% van het bbp in één jaar of in perioden van ernstige economische neergang in de eurozone of in de EU als geheel, kan de lidstaten worden toegestaan tijdelijk af te wijken van het aanpassingstraject richting middellangetermijndoelstelling als bedoeld in de derde alinea, op voorwaarde dat de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt.

2. De Commissie onderzoekt het stabiliteitsprogramma binnen ▌drie maanden na de indiening van het programma. Na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité beveelt de Commissie de Raad indien nodig aan advies uit te brengen over het programma. Het advies wordt geacht door de Raad te zijn goedgekeurd, tenzij hij binnen tien dagen met gekwalificeerde meerderheid besluit het te verwerpen. Indien de ▌doelstellingen en inhoud van het programma moeten worden aangescherpt met een bijzondere verwijzing naar het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling, wordt de betrokken lidstaat in het advies verzocht zijn programma aan te passen."

5.          Artikel 6 komt als volgt te luiden:

"Artikel 6

1. Als onderdeel van het multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121, lid 3, van het VWEU, volgen de Raad en de Commissie, op basis van de door de deelnemende lidstaten verstrekte gegevens en de door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité verrichte evaluatie, de uitvoering van de stabiliteitsprogramma's, met name om vast te stellen of de feitelijke of verwachte begrotingssituatie aanzienlijk afwijkt van de budgettaire middellangetermijndoelstelling, of van het passende aanpassingstraject in de richting van die doelstelling ▐.

2. Ingeval er van een aanzienlijke afwijking van het aanpassingstraject richting de middellangetermijndoelstelling als bedoeld in artikel 5, lid 1, derde alinea, van deze verordening sprake is, en ter voorkoming van een buitensporig tekort, richt de Commissie overeenkomstig artikel 121, lid 4, van het VWEU een waarschuwing tot de betrokken lidstaat ▐. Een dergelijke waarschuwing wordt openbaar gemaakt. Het Europees Parlement kan de betrokken lidstaat verzoeken om zijn beleid in de bevoegde commissie van het Parlement toe te lichten. Ingeval van een dergelijke aanzienlijke afwijking kan de Commissie de betrokken lidstaat om bijkomende rapportering verzoeken.

De Raad neemt binnen een maand na de constatering van een aanzienlijke afwijking als bedoeld in de eerste alinea een aanbeveling voor beleidsmaatregelen aan, met vaststelling van een termijn van uiterlijk vijf maanden om de afwijking aan te pakken, op basis van een aanbeveling van de Commissie. In geval van een bijzonder aanzienlijke afwijking of een bijzonder ernstige situatie bedraagt deze uiterste termijn ten hoogste drie maanden. Op voorstel van de Commissie maakt de Raad de aanbeveling openbaar.

De Commissie houdt toezicht op de in de aanbeveling vervatte maatregelen door middel van controlebezoeken in overeenstemming met artikel 11 van deze verordening, en stelt een verslag op voor de Raad. Dit verslag wordt binnen een maand openbaar gemaakt.

Indien de betrokken lidstaat binnen de in de aanbeveling van de Raad vastgestelde termijn als bedoeld in de tweede alinea hieraan geen passend gevolg geeft, beveelt de Commissie de Raad onmiddellijk aan om vast te stellen dat er geen passend gevolg is gegeven. Het besluit wordt geacht door de Raad te zijn vastgesteld tenzij hij, binnen tien dagen na de aanneming van de aanbeveling door de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid besluit de aanbeveling te verwerpen. Tegelijkertijd legt de Raad, op voorstel van de Commissie, een formeel verslag voor aan de Europese Raad.

Het proces vanaf de aanbeveling van de Raad als bedoeld in de tweede alinea tot de definitieve aanbeveling van de Raad en het verslag aan de Europese Raad als bedoeld in de vierde alinea mag ten hoogste zes maanden duren.

Een afwijking van de budgettaire middellangetermijndoelstelling of van het passende aanpassingstraject ter verwezenlijking ervan wordt beoordeeld op grond van een algehele evaluatie met het structurele saldo als referentie; deze evaluatie omvat een analyse van de uitgaven ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde als omschreven in artikel 5, lid 1.

Bij de beoordeling of een afwijking als aanzienlijk moet worden beschouwd, wordt met name rekening gehouden met de volgende criteria:

Voor een lidstaat die de budgettaire middellangetermijndoelstelling niet heeft bereikt: bij de beoordeling van de verandering van het structurele saldo, of de afwijking ten minste 0,5% van het bbp in een enkel jaar of van gemiddeld ten minste 0,25% van het bbp per jaar in twee opeenvolgende jaren bedraagt; bij de beoordeling van de ontwikkeling van de uitgaven, ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde: of de afwijking een totale weerslag heeft op het overheidssaldo ter grootte van ten minste 0,5% van het bbp in een enkel jaar of een cumulatieve weerslag van die grootte binnen twee opeenvolgende jaren.

De afwijking wordt buiten beschouwing gelaten indien de betrokken lidstaat de budgettaire middellangetermijndoelstelling ruimschoots heeft verwezenlijkt, rekening houdend met de aanwezigheid van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden, en indien de begrotingsplannen van het stabiliteitsprogramma deze doelstelling tijdens de programmaperiode niet in gevaar brengen.

De afwijking kan eveneens buiten beschouwing worden gelaten wanneer deze het gevolg is van een ongewone gebeurtenis die buiten de macht van de betrokken lidstaat valt en een aanzienlijk effect heeft op de structurele balans van de overheid van ten minste 0,5% van het bbp in een enkel jaar of, in geval van een ernstige economische neergang van algemene aard, op voorwaarde dat de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt.

3. Ingeval de aanzienlijke afwijking van het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling aanhoudt of bijzonder ernstig is, richt de Commissie een aanbeveling tot de betrokken lidstaat om de nodige aanpassingsmaatregelen te nemen. De Raad kan deze aanbeveling van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid verwerpen. ▌De Raad maakt de aanbeveling openbaar. Het Europees Parlement kan de betrokken lidstaat verzoeken om zijn beleid in de bevoegde commissie van het Parlement toe te lichten."

6.          Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)      lid 1 komt als volgt te luiden:

"1. Elke lidstaat met een derogatie verstrekt aan de Raad en de Commissie met het oog op het regelmatige multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121 van het VWEU de nodige informatie in de vorm van een convergentieprogramma, dat een essentiële basis verschaft voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën die bevorderlijk is voor prijsstabiliteit, een sterke duurzame groei en het scheppen van werkgelegenheid."

b)     lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)       punt a) komt als volgt te luiden:

"a) de budgettaire middellangetermijndoelstelling en het aanpassingstraject met het oog op het bereiken van deze doelstelling voor de overschot/tekortquote van de overheid, de verwachte ontwikkeling van de schuldquote van de overheid, het geplande groeipad van de overheidsuitgaven, met inbegrip van de overeenkomstige toewijzing voor bruto-investeringen in vaste activa, in het bijzonder gezien de voorwaarden en criteria voor de vaststelling van de uitgavengroei als bedoeld in artikel 9, lid 1, het geplande groeipad van de overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid en een kwantificering van de geplande discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, de middellangetermijndoelstellingen voor het monetaire beleid, de relatie tussen deze doelstellingen en de prijs- en wisselkoersstabiliteit en het verwezenlijken van duurzame convergentie;"

i bis)   het volgende punt wordt ingevoegd:

"a bis) de verwachte ontwikkeling van de schuldquote van de overheid, evenals informatie over impliciete en voorwaardelijke verplichtingen, zoals de verwachte begrotingskosten voor de vergrijzing en overheidsgaranties, waarbij de exacte aard van deze informatie wordt omschreven in een door de Commissie vast te stellen geharmoniseerd kader;"

i ter)   het volgende punt wordt ingevoegd:

"a ter) informatie over de consistentie van het stabiliteitsprogramma met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid, de werkgelegenheidsrichtsnoeren en het nationaal hervormingsprogramma;"

i quater)    punt b) komt als volgt te luiden:

"b) de voornaamste veronderstellingen over verwachte economische ontwikkelingen en belangrijke economische variabelen die voor de uitvoering van het convergentieprogramma van belang zijn, zoals de investeringsuitgaven van de overheid, de reële groei van het bbp, de werkgelegenheid en de inflatie;"

ii)         punt c) komt als volgt te luiden:

"c) een kwantitatieve beoordeling van de budgettaire en andere economische beleidsmaatregelen die worden genomen of voorgesteld om de doelstellingen van het programma te bereiken, inclusief een kosten-batenanalyse van grote structurele hervormingen met rechtstreekse positieve effecten voor de begroting op de lange termijn, mede door verhoging van de duurzame potentiële groei;"

b bis) het volgende lid wordt ingevoegd:

"2 bis. Het convergentieprogramma is gebaseerd op realistische en voorzichtige macro‑economische en budgettaire prognoses die van de meest actuele informatie gebruikmaken. De begrotingsplanning is gebaseerd op het meest waarschijnlijke macrobudgettaire scenario of op een meer prudent scenario waarin de afwijkingen van het meest waarschijnlijke macrobudgettaire scenario gedetailleerd worden belicht. De macro-economische en budgettaire prognoses worden in voorkomend geval opgesteld met inachtneming van de prognoses van de Commissie en die van andere onafhankelijke instanties. Aanzienlijke afwijkingen tussen het gekozen macrobudgettaire scenario en de Commissieprognoses worden in het convergentieprogramma uitgelegd."

c)      lid 3 komt als volgt te luiden:

"3. De gegevens over de ontwikkelingen van de overschot/tekortquote en de schuldquote van de overheid, de groei van de overheidsuitgaven, het geplande groeipad van de overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid, de geplande, behoorlijk gekwantificeerde discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde en de belangrijkste economische aannames als bedoeld in lid 2, onder a), a bis), a ter) en b), worden op jaarbasis verstrekt en hebben betrekking op het voorafgaande jaar, het lopende jaar en ten minste de drie volgende jaren."

7.          Artikel 8 komt als volgt te luiden:

"Artikel 8

1.      De convergentieprogramma's worden jaarlijks tussen 1 en 30 april ingediend.

1 bis. Lidstaten wier begrotingsjaar niet met het kalenderjaar samenvalt, leggen het convergentieprogramma na indiening van de begroting bij het nationale parlement en zo snel mogelijk na publicatie ervan voor.

2.      De lidstaten maken hun convergentieprogramma's openbaar."

8.          Artikel 9 komt als volgt te luiden:

"Artikel 9

1. Op basis van beoordelingen door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité toetst de Raad in het kader van het multilaterale toezicht op grond van artikel 121 van het VWEU de door de betrokken lidstaten in hun convergentieprogramma gepresenteerde budgettaire middellangetermijndoelstellingen, beoordeelt hij of de economische veronderstellingen waarop het programma is gebaseerd, realistisch zijn, of het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling, met inbegrip van het begeleidingstraject voor de schuldquote, passend is en of de met het oog op de inachtneming van het aanpassingstraject genomen of voorgenomen maatregelen afdoende zijn om de budgettaire middellangetermijndoelstelling gedurende de cyclus te halen en om duurzame convergentie te bereiken.

Bij de beoordeling van het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling nemen de Raad en de Commissie in aanmerking of in economisch goede tijden een grotere aanpassing wordt nagestreefd, terwijl in economisch slechte tijden een minder zware inspanning toelaatbaar is. Voor lidstaten die een overheidsschuld van meer dan 60% van het bbp hebben of duidelijke risico's lopen wat de algemene houdbaarheid van de schuldpositie betreft, onderzoeken de Raad en de Commissie of de jaarlijkse verbetering van het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, aanzienlijk groter is dan 0,5% van het bbp. Voor WKM2-lidstaten onderzoeken de Raad en de Commissie of de betrokken lidstaat de jaarlijkse verbetering van zijn conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, die nodig is om zijn budgettaire middellangetermijndoelstelling te bereiken, nastreeft, met 0,5% van het bbp als benchmark.

Of met betrekking tot de budgettaire middellangetermijndoelstelling voldoende vooruitgang is geboekt, wordt beoordeeld in het kader van een algehele evaluatie met het structurele saldo als referentie; deze evaluatie omvat een analyse van de uitgaven ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde. Hiertoe beoordelen de Raad en de Commissie of het groeipad van de overheidsuitgaven, gezien in samenhang met het effect van de genomen of geplande maatregelen aan de ontvangstenzijde, aan de volgende voorwaarden voldoet:

a) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een referentiepercentage van potentiële bbp‑groei op middellange termijn, tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd;

b) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling nog niet hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een percentage beneden een referentiepercentage van potentiële bbp‑groei op middellange termijn, tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd. Het verschil tussen het groeitempo van de overheidsuitgaven en een referentiepercentage van potentiële bbp‑groei op middellange termijn wordt op zodanige wijze bepaald dat een deugdelijke aanpassing richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling wordt gewaarborgd;

c) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling nog niet hebben verwezenlijkt, worden discretionaire verminderingen van overheidsontvangsten door uitgavenreducties, door discretionaire verhogingen van andere overheidsontvangsten of door beide gecompenseerd.

In de totale uitgaven wordt geen rekening gehouden met de rente-uitgaven, de uitgaven in het kader van EU‑programma's die volledig met inkomsten uit EU‑fondsen worden gefinancierd en niet‑discretionaire veranderingen in de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen.

Een overschrijding van de middellangetermijnreferenties voor de uitgavengroei wordt niet als een afwijking van de benchmark aangemerkt indien deze overschrijding volledig wordt gecompenseerd door bij wet geregelde stijgingen van de inkomsten.

Het referentiepercentage van potentiële bbp-groei op middellange termijn wordt beoordeeld aan de hand van extrapolerende prognoses, of ook aan de hand van retropolatie als deze methode niet tot een tragere aanpassing richting de middellangetermijndoelstelling leidt. De prognoses worden regelmatig geactualiseerd. De Commissie publiceert een transparante, onafhankelijke en met redenen omklede beoordeling van de bij deze prognoses gehanteerde methode.

Bij de bepaling van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijndoelstelling voor de lidstaten die dit doel nog niet hebben bereikt, en bij het toestaan van een tijdelijke afwijking van deze doelstelling voor lidstaten die de doelstelling wel hebben bereikt, met dien verstande dat er een passende veiligheidsmarge voor de inachtneming van de tekortreferentiewaarde gewaarborgd moet zijn, en dat een terugkeer naar de budgettaire middellangetermijndoelstelling binnen de programmaperiode wordt verwacht, houden de Raad en de Commissie rekening met de uitvoering van grote structurele hervormingen die op de lange termijn positieve effecten voor de begroting hebben, mede doordat zij de potentiële duurzame groei verhogen, en bijgevolg een verifieerbare positieve invloed op de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn hebben.

Bijzondere aandacht wordt besteed aan pensioenhervormingen die gepaard gaan met de invoering van een meerpijlerstelsel dat een verplichte pijler met volledige kapitaaldekking omvat. De lidstaten die dergelijke hervormingen doorvoeren, wordt toegestaan van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijndoelstelling of van de doelstelling zelf af te wijken, met dien verstande dat de afwijking de nettokosten van de hervorming van de openbaar beheerde pijler moet weerspiegelen en een tijdelijk karakter draagt, en dat een passende veiligheidsmarge ten opzichte van de tekortreferentiewaarde wordt aangehouden.

De Raad en de Commissie onderzoeken voorts of de inhoud van het convergentieprogramma de nauwere coördinatie van het economisch beleid bevordert en of het economisch beleid van de betrokken lidstaat strookt met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de werkgelegenheidsrichtsnoeren van de lidstaten en de Europese Unie. Voorts onderzoeken de Raad en de Commissie voor de WKM2-lidstaten of de inhoud van het convergentieprogramma een probleemloze deelname aan het wisselkoersmechanisme waarborgt.

Bij een ongewone gebeurtenis die buiten de macht van de betrokken lidstaat valt en een aanzienlijk effect heeft op de structurele balans van de algemene overheidsfinanciën van ten minste 0,5% van het bbp in één jaar of in perioden van ernstige economische neergang in de eurozone of in de EU als geheel, kan de lidstaten uitzonderlijk worden toegestaan tijdelijk af te wijken van het aanpassingstraject richting middellangetermijndoelstelling als bedoeld in de derde alinea, op voorwaarde dat de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt.

2. De toetsing van het convergentieprogramma door de Raad vindt plaats binnen ten hoogste drie maanden na de indiening van het programma. Op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité brengt de Raad indien nodig advies uit over het programma. Indien de Raad overeenkomstig artikel 121 van het VWEU van mening is dat de doelstellingen en inhoud van het programma moeten worden aangescherpt met een bijzondere verwijzing naar het aanpassingstraject ter verwezenlijking van de middellangetermijndoelstelling, verzoekt de Raad in zijn advies de betrokken lidstaat zijn programma aan te passen."

9.          Artikel 10 komt als volgt te luiden:

"Artikel 10

1. Als onderdeel van het multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121, lid 3, van het VWEU, volgen de Raad en de Commissie, op basis van de door de lidstaten met een derogatie verstrekte gegevens en de door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité verrichte evaluatie, de uitvoering van de convergentieprogramma's, met name om vast te stellen of de feitelijke of verwachte begrotingssituatie aanzienlijk afwijkt van de budgettaire middellangetermijndoelstelling, of van het passende aanpassingstraject in de richting van die doelstelling, als gevolg van afwijkingen van een prudente budgettaire beleidsvorming.

Tevens volgen de Raad en de Commissie het economisch beleid van de lidstaten met een derogatie tegen de achtergrond van de doelstellingen van het convergentieprogramma, teneinde zich ervan te vergewissen dat hun beleid op stabiliteit is gericht, en aldus onjuiste wisselkoersenverhoudingen en buitensporige schommelingen van de nominale wisselkoersen te voorkomen.

2. Ingeval er van een aanzienlijke afwijking van het aanpassingstraject richting de middellangetermijndoelstelling als bedoeld in artikel 9, lid 1, derde alinea, van deze verordening sprake is, en ter voorkoming van een buitensporig tekort, richt de Commissie overeenkomstig artikel 121, lid 4 van het VWEU een waarschuwing tot de betrokken lidstaat ▐. Een dergelijke waarschuwing wordt openbaar gemaakt. Het Europees Parlement kan de betrokken lidstaat verzoeken om zijn beleid in de bevoegde commissie van het Parlement toe te lichten. In geval van een dergelijke aanzienlijke afwijking kan de Commissie de betrokken lidstaat om bijkomende rapportering verzoeken.

De Raad neemt binnen een maand na de constatering van een aanzienlijke afwijking als bedoeld in de eerste alinea een aanbeveling voor beleidsmaatregelen aan, met vaststelling van een termijn van uiterlijk vijf maanden om de afwijking aan te pakken, op basis van een aanbeveling van de Commissie. In geval van een bijzonder aanzienlijke afwijking of een bijzonder ernstige situatie bedraagt deze uiterste termijn ten hoogste drie maanden. Op voorstel van de Commissie maakt de Raad de aanbeveling openbaar.

De Commissie houdt toezicht op de in de aanbeveling vervatte maatregelen door middel van controlebezoeken in overeenstemming met artikel 11 van deze verordening, en stelt een verslag op voor de Raad. Dit verslag wordt binnen een maand openbaar gemaakt.

Indien de betrokken lidstaat binnen de in de aanbeveling van de Raad vastgestelde termijn als bedoeld in de tweede alinea hieraan geen passend gevolg geeft, beveelt de Commissie de Raad onmiddellijk aan om vast te stellen dat er geen passend gevolg is gegeven. Het besluit wordt geacht door de Raad te zijn vastgesteld tenzij hij, binnen tien dagen na de aanneming van de aanbeveling door de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid besluit de aanbeveling te verwerpen. Tegelijkertijd legt de Raad, op voorstel van de Commissie, een formeel verslag voor aan de Europese Raad.

Het proces vanaf de aanbeveling van de Raad als bedoeld in de tweede alinea tot de definitieve aanbeveling van de Raad en het verslag aan de Europese Raad als bedoeld in de vierde alinea mag ten hoogste zes maanden duren.

Een afwijking van de middellangetermijndoelstelling of van het passende aanpassingstraject ter verwezenlijking ervan wordt beoordeeld op grond van een algehele evaluatie met het structurele saldo als referentie; deze evaluatie omvat een analyse van de uitgaven ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde als omschreven in artikel 9, lid 1.

Bij de beoordeling of een afwijking als aanzienlijk moet worden beschouwd, wordt met name rekening gehouden met de volgende criteria:

Ingeval een lidstaat de budgettaire middellangetermijndoelstelling niet heeft bereikt, wordt, bij de beoordeling van de verandering van het structurele saldo, de afwijking als aanzienlijk beschouwd indien deze ten minste 0,5% van het bbp in een enkel jaar of van gemiddeld ten minste 0,25% van het bbp per jaar in twee opeenvolgende jaren bedraagt; bij de beoordeling van de ontwikkeling van de uitgaven, ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde: of de afwijking een totale weerslag heeft op het overheidssaldo ter grootte van ten minste 0,5% van het bbp in een enkel jaar of een cumulatieve weerslag van die grootte binnen twee opeenvolgende jaren.

De afwijking wordt buiten beschouwing gelaten indien de betrokken lidstaat de budgettaire middellangetermijndoelstelling ruimschoots heeft verwezenlijkt, rekening houdend met de aanwezigheid van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden, en indien de begrotingsplannen van het convergentieprogramma deze doelstelling tijdens de programmaperiode niet in gevaar brengen.

De afwijking kan eveneens buiten beschouwing worden gelaten wanneer deze het gevolg is van een ongewone gebeurtenis die buiten de macht van de betrokken lidstaat valt en een aanzienlijk effect heeft op de structurele balans van de overheid van ten minste 0,5% van het bbp in een enkel jaar of, in geval van een ernstige economische neergang van algemene aard, op voorwaarde dat de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt.

3. Ingeval de aanzienlijke afwijking van het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling aanhoudt of bijzonder ernstig is, richt de Commissie een aanbeveling tot de betrokken lidstaat om de nodige aanpassingsmaatregelen te nemen. ▌De Raad maakt de aanbeveling openbaar. Het Europees Parlement kan de betrokken lidstaat verzoeken om zijn beleid in de bevoegde commissie van het Parlement toe te lichten.

3 bis. Indien een vergadering van de bevoegde commissie van het Europees Parlement en een lidstaat wordt belegd om uitleg te geven over een standpunt, vereiste maatregelen of afwijking van de eisen daarbij, dan wordt de vergadering bijeengeroepen door:

a) het Europees Parlement;

b) het parlement van de betrokken lidstaat; of

c) het parlement van de lidstaat die het roterend voorzitterschap van de Raad bekleedt."

9 bis.     Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel -11

1. De Commissie onderhoudt conform de doelstellingen van deze verordening permanent contact met de autoriteiten van de lidstaten. Hiertoe legt de Commissie in alle lidstaten bezoeken af met het oog op een regelmatige dialoog die, wanneer dat wenselijk blijkt, gepaard gaat met controles.

De Commissie kan, indien zij dit gepast acht, vertegenwoordigers van de Europese Centrale Bank of van andere relevante instellingen uitnodigen om aan de dialoog en de controlebezoeken deel te nemen.

2. Bij het organiseren van dialoog- en controlebezoeken deelt de Commissie haar voorlopige bevindingen ter kennisgeving aan de betrokken lidstaten mee.

3. In het kader van de dialoogbezoeken beoordeelt de Commissie de reële economische situatie in de betrokken lidstaat en inventariseert zij mogelijke risico's of problemen bij de naleving van de doelstellingen van deze verordening.

4. In het kader van haar controlebezoeken volgt de Commissie nauwgezet de processen en verzekert zij zich ervan dat er maatregelen zijn genomen overeenkomstig de besluiten die de Raad of de Commissie genomen hebben met het oog op de doelstellingen van deze verordening. Controlebezoeken vinden alleen in uitzonderlijke gevallen plaats en uitsluitend wanneer er sprake is van aanwijsbare risico's of moeilijkheden bij het verwezenlijken van die doelstellingen.

5. De Commissie stelt het Economisch en Financieel Comité op de hoogte van de redenen voor een controlebezoek.

6. De lidstaten treffen de nodige voorzieningen om dialoog- en controlebezoeken te faciliteren. De lidstaten verlenen bij de voorbereiding op en uitvoering van dialoog- en controlebezoeken op verzoek van de Commissie assistentie via de ter zake bevoegde nationale instanties."

9 ter.     Artikel 11 komt als volgt te luiden:

"Artikel 11

Als onderdeel van het in deze verordening bedoelde multilaterale toezicht verrichten de Raad en de Commissie de in artikel 121, lid 3, van het VWEU bedoelde algehele evaluatie."

9 quater.        Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Het Europees Parlement en de Raad evalueren de toepassing van deze verordening op basis van een jaarverslag van de Commissie."

9 quinquies.   Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 12 bis

Herziening

1. In …* en daarna om de drie jaar publiceert de Commissie een verslag over de toepassing van deze verordening.

2. Het verslag en eventuele begeleidende voorstellen worden aan het Europees Parlement en de Raad voorgelegd.

3. Indien het verslag belemmeringen voor de goede werking van de bepalingen in de Verdragen inzake de Economische en monetaire unie vaststelt, dan doet het de nodige aanbevelingen aan de Europese Raad.

4. Het verslag bevat een voorstel voor uitbreiding van de stemming met omgekeerd gekwalificeerde meerderheid tot alle fasen van de in deze verordening bedoelde procedure.

5. Uiterlijk op ...* legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor, dat in voorkomend geval vergezeld gaat van wetgevingsvoorstellen om overeenkomstig de regelgeving van de Unie een stimuleringsmechanisme in te voeren om garanties te verlenen voor een reeks initiatieven voor obligaties van EU‑2020 projecten.

*PB datum invoegen: één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening."

10.        Alle verwijzingen naar "artikel 99" worden in de gehele verordening vervangen door verwijzingen naar "artikel 121".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement                                     Voor de Raad

De Voorzitter                                                         De Voorzitter

  • [1]  Nog niet in het Publicatieblad bekendgemaakt.
  • [2] * Amendementen: nieuwe of gewijzigde tekst staat in vet en cursief, schrappingen zijn met het symbool ▐ aangegeven.

ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGROND

Mevrouw Sharon Bowles

Voorzitter

Commissie economische en monetaire zaken

BRUSSEL

Betreft : Advies inzake de rechtsgrond van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (COM(2010)0526 – C7‑0300/2010 – 2010/0280(COD))

Geachte mevrouw Bowles,

Bij schrijven d.d. 4 maart 2011 heeft u de Commissie juridische zaken uit hoofde van artikel 37, lid 2, van het Reglement verzocht haar advies uit te brengen over de juiste rechtsgrond van diverse wetsvoorstellen waarop bij uw commissie als commissie ten principale en/of de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken amendementen zijn ingediend teneinde deze rechtsgrond te wijzigen.

De commissie behandelde dit punt op haar vergadering van 12 april 2011.

Het pakket inzake het economisch bestuur beoogt in te spelen op de behoefte aan een nauwere samenwerking en een scherper toezicht op de economische beleidsterreinen van de Economische en Monetaire Unie.

Dit pakket bestaat uit zes wetgevingsvoorstellen.

In de bijlage worden deze voorstellen afzonderlijk geanalyseerd. Gemakshalve worden de conclusies van de commissie over de juiste rechtsgrond van ieder voorstel hieronder opgesomd:

- Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden ((COM(2010)0527, 2010/0281(COD)).

Het enige doel van dit verordeningsvoorstel is de economische toezichtprocedure, zoals bedoeld in artikel 121, lid 6, VWEU, uit te breiden. Deze rechtsgrond lijkt derhalve de juiste te zijn.

- Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van voorschriften voor begrotingskaders van de lidstaten (COM(2010)0523, 2010/0277(NLE))

Het belangrijkste doel van dit voorstel is de budgettaire verantwoordelijkheid te bevorderen door minimumeisen voor nationale begrotingskaders vast te stellen en erop toe te zien dat de procedure bij buitensporige tekorten effectief is. Derhalve lijkt de door de Commissie voorgestelde rechtsgrond, namelijk artikel 126, lid 14, derde alinea, VWEU de juiste te zijn.

- Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid ((COM(2010)0526, 2010/0280(COD))

Dit voorstel beoogt de nauwere coördinatie tussen de economische beleidsterreinen van de lidstaten te waarborgen. Artikel 121 lid 6 VWEU lijkt derhalve de juiste rechtsgrond voor dit voorstel.

- Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (COM(2010)0522, 2010/0276(CNS))

Aangezien dit voorstel vooral beoogt gedetailleerde regels vast te stellen voor de toepassing van de procedure bij buitensporige tekorten, is artikel 126, lid 14, VWEU de enige juiste rechtsgrond.

- Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied (COM(2010)0524, 2010/0278(COD))

Artikel 121, lid 6, juncto artikel 136 VWEU wordt als de juiste rechtsgrond beschouwd.

- Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied (COM(2010)0525, 2010/0279(COD))

Gezien het doel van het voorstel dat de effectieve correctie van macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied nastreeft, vormt artikel 121, lid 6, juncto artikel 136 VWEU de juiste rechtsgrond.

In haar vergadering van 12 april 2011 heeft de Commissie juridische zaken bovengenoemde aanbevelingen met algemene stemmen goedgekeurd[1].

Met bijzondere hoogachting,

Klaus-Heiner Lehne

Bijlage

Onderwerp: Rechtsgrond van het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid ((COM(2010)0526, 2010/0280(COD)).

Door de economische en financiële crisis is duidelijk geworden dat het kader voor de Economische en Monetaire Unie (EMU moet worden herzien om de bestaande instrumenten te versterken en de procedures voor coördinatie en multilateraal toezicht uit te breiden. Zoals de Commissie in haar toelichting benadrukt moet het systeem worden versterkt om de "macro-economische stabiliteit en houdbare overheidsfinanciën, twee essentiële voorwaarden voor een duurzame groei van de productie en de werkgelegenheid, te waarborgen"[2].

Het pakket inzake het economisch bestuur bestaat uit zes voorstellen die als doel hebben de coördinatie van en het toezicht op het economisch beleid in de EMU te versterken in het kader van de Europa 2020-strategie en het Europees semester, een nieuwe toezichtscyclus waarin de bestaande procedures in het kader van het SGP (het stabiliteits- en groeipact[3]) en de brede richtsnoeren voor het economisch beleid samenkomen.

Twee van de voorstellen in kwestie hebben betrekking op de procedure bij buitensporige tekorten. Beide voorstellen zijn gebaseerd op artikel 126, lid 14, VWEU. De andere vier voorstellen hebben betrekking op de procedure voor multilateraal toezicht en zijn gebaseerd op artikel 121, lid 6; twee van deze voorstellen zijn gebaseerd op artikel 121, lid 6, juncto artikel 136 VWEU.

De voorstellen volgen op twee mededelingen[4] van de Commissie en een overeenkomst van de Europese Raad van juni 2010 over de noodzaak om de coördinatie van het economische beleid van de lidstaten te versterken. Het pakket inzake het economisch bestuur is op 29 september 2010 ingediend.

Het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid (hierna: het voorstel) is ter eerste lezing ingediend bij de ten principale benoemde Commissie economische en monetaire zaken (ECON). Corien Wortmann-Kool is rapporteur. De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken heeft een advies uitgebracht (rapporteur: Pervenche Berès).

Bij schrijven van 4 maart 2011 heeft de Commissie economische en monetaire zaken de Commissie juridische zaken om een advies over de rechtsgrond verzocht, overeenkomstig artikel 37, lid 2, van het Reglement. Er zijn amendementen ingediend tot wijziging van de rechtsgrond van uitsluitend artikel 126, lid 6, in meerdere rechtsgronden, namelijk artikel 126, lid 6, juncto artikel 148, lid 3 en 4, of artikel 121, lid 6, juncto artikel 136 VWEU.

Achtergrond

Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad, het zogenaamde preventieve deel van het SGP, is in 2005 gewijzigd bij de Verordening (EG) nr. 1055/2005 en aangevuld met het verslag van de Raad van 20 maart 2005 met de titel "De uitvoering van het stabiliteits- en groeipact verbeteren". Het voorstel dat op dit moment wordt bestudeerd heeft als doel deze verordening verder te wijzigen.

Op grond van Verordening nr. 1466/97 moeten de lidstaten een prudent begrotingsbeleid voeren en houdbaarheid van de overheidsfinanciën nastreven.

Om deze doelstellingen te bereiken stelt de verordening de lidstaten verplicht een budgettaire middellangetermijndoelstelling (MTD) te verwezenlijken en te handhaven en daartoe stabiliteits- en convergentieprogramma's in te dienen (overweging 4). MTD's worden uitgedrukt in een bbp-percentage en hangen af van de desbetreffende lidstaat maar liggen rond begrotingsevenwicht. Van de lidstaten die hun MTD niet hebben gehaald, wordt een jaarlijkse stap richting de MTD verwacht.

Ondanks dit nauwkeurige kader maakt de huidige economische context duidelijk dat over het algemeen onvoldoende vooruitgang is geboekt bij de verwezenlijking van de MTD's. Bovendien is het structurele saldo in de praktijk een ontoereikende graadmeter voor de onderliggende begrotingssituatie van een land gebleken.

Volgens de toelichting[5] is een hervorming van preventieve deel van het SGP noodzakelijk om deze tekortkomingen weg te nemen. In het voorstel worden dan ook de volgende maatregelen genoemd:

- De huidige MTD's en de jaarlijkse convergentie-eis van 0,5% van het bbp worden voortaan gekoppeld aan een nieuw principe, namelijk dat van een prudente budgettaire beleidsvorming. Dit houdt in dat de jaarlijkse uitgaven niet mogen uitstijgen boven een voorzichtige raming van de middellangetermijngroei van het bbp.

    De Raad moet verplicht worden gesteld toezicht te houden op "de door de betrokken lidstaten gepresenteerde budgettaire middellangetermijndoelstellingen" (artikelen 9 en 10).

- Lidstaten die zich niet aan deze bepalingen houden riskeren een waarschuwing van de Commissie (artikel 6).

- Blijft de lidstaat hardnekkig of ernstig in gebreke, dan kan de Raad een aanbeveling om corrigerende maatregelen te treffen tot de betrokken lidstaat richten op grond van artikel 121 van het Verdrag. Deze aanbeveling kan openbaar worden gemaakt (artikel 6).

Uit het voorgaande blijkt dat de voorgestelde verordening in uitvoerige regels voorziet om de coördinatie van het economisch beleid en de economische prestaties van de lidstaten te waarborgen.

Voorgestelde rechtsgronden

Artikel 121, lid 6

6. Het Europees Parlement en de Raad kunnen volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen nadere bepalingen vaststellen voor de in de leden 3 en 4 bedoelde multilaterale toezichtprocedure.[6]

Artikel 136

1. Om bij te dragen aan de goede werking van de economische en monetaire unie, en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Verdragen stelt de Raad, overeenkomstig de procedure van artikel 121 of van artikel 126, al naar het geval, met uitzondering van de procedure van artikel 126, lid 14, maatregelen vast voor de lidstaten die de euro als munt hebben:

a)     ter versterking van de coördinatie en de bewaking van hun begrotingsdiscipline;

b)     houdende bepaling van de richtsnoeren voor hun economisch beleid, met dien verstande dat deze verenigbaar moeten zijn met de richtsnoeren welke voor de gehele Unie zijn vastgesteld, en met het oog op de bewaking ervan.

2.        Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde maatregelen hebben alleen leden van de Raad die lidstaten vertegenwoordigen welke de euro als munt hebben, stemrecht.

De gekwalificeerde meerderheid van deze leden wordt bepaald overeenkomstig artikel 238, lid 3, onder a).

Artikel 148, lid 3 en 4

3. Elke lidstaat legt jaarlijks aan de Raad en aan de Commissie een verslag voor over de belangrijkste maatregelen welke genomen zijn om zijn werkgelegenheidsbeleid ten uitvoer te leggen in het licht van de in lid 2 bedoelde richtsnoeren inzake werkgelegenheid.

4. Op basis van de in lid 3 bedoelde verslagen en na ontvangst van de adviezen van het Raadgevend Comité voor de werkgelegenheid verricht de Raad jaarlijks een onderzoek naar de tenuitvoerlegging van het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten in het licht van de richtsnoeren inzake werkgelegenheid. De Raad kan, op aanbeveling van de Commissie, aanbevelingen tot de lidstaten richten indien hij zulks in het licht van dat onderzoek dienstig acht.

Zienswijze van het Hof van Justitie

Het is vaste rechtspraak dat in beginsel een maatregel op slechts op één rechtsgrond wordt gebaseerd. Indien na bestudering van het doel en de inhoud van een maatregel van de Unie blijkt dat deze een tweeledig doel dient of uit twee componenten bestaat, die onder verschillende rechtsgronden vallen, en indien het ene als hoofddoel of als voornaamste component wordt opgevat en het andere slechts van bijkomstig belang is, moet de maatregel worden gebaseerd op slechts één enkele rechtsgrond, namelijk die welke voor het hoofddoel of het hoofdelement is vereist[7].

Uitsluitend indien bij wijze van uitzondering wordt vastgesteld dat met de maatregel tegelijkertijd meerdere doelen worden nagestreefd of dat deze uit verschillende componenten bestaat die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden zonder ten opzichte van elkaar bijkomstig of indirect te zijn, moet deze maatregel op de verschillende dienovereenkomstige rechtsgronden worden gebaseerd[8].

Analyse van de voorgestelde rechtsgronden

Overeenkomstig overweging 4 is het hoofddoel van de voorgestelde verordening te waarborgen dat de lidstaten "een budgettaire middellangetermijndoelstelling verwezenlijken en handhaven en daartoe stabiliteits- en convergentieprogramma's indienen". Het is dan ook duidelijk dat het voorstel als doel heeft een strikte coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten te waarborgen.

Een nadere bestudering van het voorstel leidt tot dezelfde conclusie. Artikel 5 voorziet in uitgebreide regels betreffende het principe van prudente budgettaire beleidsvorming, artikel 6 verplicht de Raad toezicht op de uitvoering van de stabiliteitsprogramma's te houden en de artikelen 7 t/m 10 voorzien in regels voor het geval dat vrijstellingen aan lidstaten worden verleend.

Bovengenoemde maatregelen lijken uit uitgebreide regels te bestaan voor een meer geïntegreerde multilaterale toezichtprocedure, op grond van artikel 121, lid 6, VWEU.

Artikel 121, lid 6, VWEU is dan ook de juiste rechtsgrond voor dit voorstel.

Voor de verdere analyse moet worden vastgesteld of de doelstellingen van het onderhavige voorstel verschillende rechtsgronden rechtvaardigen. Uit bovenstaande blijkt dat het Hof op dit gebied een strikte aanpak volgt.

Allereerst moet worden opgemerkt dat artikel 148 deel uitmaakt van Titel IX, Werkgelegenheid. Deze bepaling stelt de Raad in staat om op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement richtsnoeren vast te stellen waarmee de lidstaten in hun werkgelegenheidsbeleid rekening moeten houden.

Op grond van artikel 148, lid 3 en 4, kan de Raad een onderzoek verrichten naar "de tenuitvoerlegging van het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten in het licht van de richtsnoeren inzake werkgelegenheid" en aanbevelingen aan de lidstaten doen. Het artikel vormt geen rechtsgrond voor de goedkeuring van wetgeving stricto senso.

Gezien het bovenstaande vormt artikel 148 niet de juiste rechtsgrond.

In de tweede plaats kan de vraag of artikel 136 VWEU de juiste rechtsgrond kan zijn kort worden beantwoord. Aangezien de voorgestelde maatregel op alle lidstaten van toepassing zal zijn, is artikel 136 niet de juiste rechtsgrond omdat dit artikel uitsluitend van toepassing is op de landen die deel uitmaken van de eurozone.

Conclusie en aanbeveling

Gezien bovenstaande overwegingen lijkt artikel 121, lid 6, VWEU de juiste rechtsgrond voor dit voorstel te zijn.

  • [1]  Bij de eindstemming waren aanwezig: Klaus-Heiner Lehne (voorzitter), Evelyn Regner (ondervoorzitter), Piotr Borys, Sergio Gaetano Cofferati, Christian Engström, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sajjad Karim, Kurt Lechner, Eva Lichtenberger, Antonio López-Istúriz White, Arlene McCarthy, Antonio Masip Hidalgo, Alajos Mészáros, Angelika Niebler, Bernhard Rapkay, Alexandra Thein, Diana Wallis, Rainer Wieland, Cecilia Wikström, Tadeusz Zwiefka
  • [2]  Voorstel voor een verordening (EU) van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten, toelichting.
  • [3] Het Stabiliteits- en groeipact bestaat uit Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid, Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten en de resolutie van de Europese Raad van 17 juni 1997 betreffende het stabiliteits- en groeipact.
  • [4]  "Naar een intensivering van de economische beleidscoördinatie" van 12 mei 2010; "Naar een intensivering van de economische beleidscoördinatie ten behoeve van stabiliteit, groei en werkgelegenheid – Instrumenten voor een krachtigere economische governance van de EU" van 30 juni 2010.
  • [5]  Zie noot 1, toelichting.
  • [6]  Artikel 121 VWEU.
    3. Teneinde een nauwere coördinatie van het economisch beleid en een aanhoudende convergentie van de economische prestaties van de lidstaten te verzekeren, ziet de Raad aan de hand van door de Commissie ingediende rapporten toe op de economische ontwikkelingen in elke lidstaat en in de Unie, alsmede op de overeenstemming van het economisch beleid met de in lid 2 bedoelde globale richtsnoeren en verricht hij regelmatig een algehele evaluatie. Met het oog op dit multilaterale toezicht verstrekken de lidstaten de Commissie informatie over de belangrijke maatregelen die zij in het kader van hun economisch beleid hebben genomen en alle andere informatie die zij nodig achten.
    4. Wanneer in het kader van de procedure van lid 3 blijkt dat het economisch beleid van een lidstaat niet overeenkomt met de in lid 2 bedoelde globale richtsnoeren of de goede werking van de economische en monetaire unie in gevaar dreigt te brengen, kan de Commissie een waarschuwing tot de betrokken lidstaat richten. De Raad kan op aanbeveling van de Commissie de nodige aanbevelingen tot de lidstaat richten. De Raad kan op voorstel van de Commissie besluiten zijn aanbevelingen openbaar te maken.
    In het kader van dit lid besluit de Raad zonder rekening te houden met de stem van het lid van de Raad dat de betrokken lidstaat vertegenwoordigt.
    De gekwalificeerde meerderheid van de overige leden van de Raad wordt bepaald overeenkomstig artikel 238, lid 3, onder a).
  • [7]  Zaak 91/05, Commissie/Raad, Jur. 2008, blz. I- 3651.
  • [8]  Zaak C-338/01, Commissie/Raad, Jur. 2004, blz. I- 4829.

ADVIES van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (18.3.2011)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid
(COM(2010)0526 – C7‑0300/2010 – 2010/0280(COD))

Rapporteur: Pervenche Berès

BEKNOPTE MOTIVERING

Achtergrond

Op 29 september 2010 heeft de Commissie een wetgevingspakket ingediend dat gericht is op versterking van het economisch bestuur in de EU en de eurozone. Dit pakket bestaat uit zes voorstellen: vier hebben betrekking op budgettaire aspecten, waaronder de hervorming van het stabiliteits- en groeipact (SGP), terwijl twee nieuwe verordeningen gericht zijn op het opsporen en aanpakken van beginnende macro-economische onevenwichtigheden in de EU en de eurozone.

De Commissie stelt voor dat de lidstaten het SGP beter gaan naleven en dat de budgettaire beleidscoördinatie wordt geïntensiveerd. Binnen de zogenoemde preventieve tak van het SGP wordt de bestaande Verordening 1466/97 over "versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid" gewijzigd met als doel te garanderen dat de lidstaten in goede tijden een "prudent" begrotingsbeleid hanteren en zo de nodige reserves opbouwen voor slechtere tijden. Binnen het zogenaamde corrigerende deel worden wijzigingen aan Verordening 1467/97 betreffende "de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten" voorgesteld, om ervoor te zorgen dat schuldontwikkelingen nauwlettender gevolgd worden en op gelijke voet worden geplaatst met tekortontwikkelingen.

Bovendien wordt een richtlijn voorgesteld waarin eisen voor de begrotingskaders van de lidstaten worden ingevoerd om de budgettaire verantwoordelijkheid aan te moedigen door minimumeisen vast te leggen voor nationale begrotingskaders en ervoor te zorgen dat zij in overeenstemming zijn met de verplichtingen krachtens het Verdrag. Om de veranderingen binnen het preventieve en het corrigerende deel van het SGP te ondersteunen, stelt de Commissie eveneens voor om de handhavingsmechanismen voor de lidstaten van de eurozone te versterken.

Opmerkingen

Dit ontwerpadvies heeft betrekking op het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over "versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid". Uw rapporteur is het ermee eens dat het SGP, zowel in het preventieve deel als het corrigerende deel, tekort heeft geschoten en moet worden hervormd. Bij de hervorming moet lering getrokken worden uit de ervaring die is opgedaan gedurende het bestaan van het SGP, inclusief de huidige economische en sociale crises. Uw rapporteur is echter van mening dat het Commissievoorstel voor de hervorming van het preventieve deel van het SGP in verschillende opzichten tekortschiet, en stelt derhalve amendementen voor om de belangrijkste punten te verbeteren:

- Het EU-kader voor het budgettaire toezicht en voor het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid moet worden verruimd zodat ook werkgelegenheid en sociale aspecten eronder vallen. Om die reden moet artikel 148 van het Verdrag worden opgenomen als rechtsgrondslag in het preventieve deel van het toezichtkader.

- In verband met het bovenstaande moeten de instrumenten die gebaseerd zijn op artikel 148 van het Verdrag, met name de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, door de lidstaten in acht worden genomen wanneer zij hun respectieve stabiliteits- en convergentieprogramma's presenteren, alsmede bij de toetsing van die programma's. Het comité voor de werkgelegenheid (EMCO) en het comité voor sociale bescherming (SPC) moeten derhalve actief worden betrokken bij alle relevante toezichtprocedures.

- Het multilaterale toezicht op de stabiliteits- en convergentieprogramma's moet worden uitgevoerd als onderdeel van het Europese semester wat in de verordening moet worden opgenomen, en moet worden uitgevoerd in combinatie met het toezicht op de macro-economische en sociale onevenwichtigheden en de toetsing van de implementatie van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid.

- De stabiliteits- en convergentieprogramma's van de lidstaten moeten informatie bevatten over de consistentie van de budgettaire doelstellingen van de lidstaten met de EU-strategie inzake groei en werkgelegenheid, zoals de Europa 2020-strategie, en met name met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid en de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid.

- Een tijdelijke afwijking van het begrotingsbeleid - dat de rapporteur liever zou willen kwalificeren als 'efficiënt' dan als 'prudent' omdat dat in het geheel niet gedefinieerd wordt - als gedefinieerd in de verordening moet worden toegestaan, niet alleen bij ernstige economische maar ook bij sociale tegenslag.

- Lidstaten die structurele hervormingen doorvoeren zouden mogen afwijken van hun respectieve budgettaire middellangetermijndoelstellingen, echter niet in combinatie met pensioenhervormingen die gericht zijn op het bevorderen van bepaalde modellen. Deze mogelijkheid moet echter wel geboden worden aan lidstaten die structurele hervormingen doorvoeren waarmee wordt bijgedragen aan het behoud of de schepping van banen en aan de vermindering van armoede.

Tenslotte acht uw rapporteur het uiterst belangrijk dat versterking van het economisch bestuur samengaat met versterking van de democratische legitimiteit van het Europees bestuur. In dit opzicht moet de rol van het Europees Parlement in de gehele toezichtsprocedure worden versterkt. Daarnaast zijn regelmatige raadpleging van de sociale partners en een grotere betrokkenheid van de parlementen van de lidstaten noodzakelijke voorwaarden voor een geloofwaardig en transparant toezichtskader.

AMENDEMENTEN

De Commissie werkgelegenheid en sociale zaken verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Visum 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

– Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 6,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 6, in samenhang met artikel 148, leden 3 en 4,

Amendement  2

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis) Met het oog op de ontwikkeling van een gecoördineerde strategie voor werkgelegenheid, als bepaald in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), moeten de lidstaten en de Unie zich houden aan de richtsnoeren om de scholing, de opleiding en het aanpassingsvermogen van de werknemers te bevorderen en arbeidsmarkten die soepel reageren op economische veranderingen.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter) De maatregelen die in het kader van deze verordening worden goedgekeurd moeten geheel in overeenstemming zijn met de horizontale bepalingen van het VWEU, te weten de artikelen 7, 8, 9, 10 en 11, VWEU, met artikel 153, lid 5, VWEU, alsmede met Protocol 26 betreffende de diensten van algemeen belang bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en bij het VWEU.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1 quater) In het VWEU wordt bepaald dat de Unie bij de bepaling en de uitvoering van haar beleid en optreden rekening houden met de eisen in verband met de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming en de bestrijding van sociale uitsluiting.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel ter versterking van de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een sterke duurzame groei die berust op financiële stabiliteit en bevorderlijk is voor de werkgelegenheidsschepping.

(3) Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel ter versterking van de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een sterke duurzame groei die berust op financiële stabiliteit en bevorderlijk is voor de werkgelegenheidsschepping en moet derhalve langetermijninvesteringen stimuleren voor slimme, duurzame en inclusieve groei.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) De inhoud van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s, alsook de criteria voor de toetsing ervan dienen verder te worden aangepast in het licht van de ervaring die met de tenuitvoerlegging van het stabiliteits- en groeipact is opgedaan.

(5) De inhoud van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s, alsook de procedure en de criteria voor de toetsing ervan dienen verder te worden ontwikkeld en besproken, zowel op nationaal als Unieniveau, in het licht van de ervaring die met de tenuitvoerlegging van het stabiliteits- en groeipact is opgedaan, met name met betrekking tot zijn bijdrage aan groei en werkgelegenheid en aan het concurrentievermogen en de convergentie van de Unie.

Amendement  7

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5 bis) Versterking van het economisch bestuur moet gepaard gaan met versterking van de democratische legitimiteit van het Europees bestuur, hetgeen tot stand moet worden gebracht door het Europees Parlement en de nationale parlementen in een eerder stadium en nauwer te betrekken bij de gehele procedure van de coördinatie van het economisch beleid, volledig gebruikmakend van het instrumentarium dat het VWEU biedt, met name de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Unie en de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Het handhaven van de budgettaire middellangetermijndoelstelling voor de begrotingssituaties dient de lidstaten in staat te stellen een veiligheidsmarge ten opzichte van de referentiewaarde van 3% van het bbp in acht te nemen om snel vooruitgang in de richting van een houdbare begrotingssituatie te kunnen boeken en om voor budgettaire manoeuvreerruimte te zorgen, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de behoefte aan overheidsinvesteringen.

(6) Het handhaven van de budgettaire middellangetermijndoelstelling voor de begrotingssituaties dient de lidstaten in staat te stellen een veiligheidsmarge ten opzichte van de referentiewaarde van 3% van het bbp in acht te nemen omwille van houdbare overheidsfinanciën en om snel vooruitgang in de richting van houdbaarheid te kunnen boeken, waarbij gezorgd moet worden voor budgettaire manoeuvreerruimte en in het bijzonder rekening gehouden moet worden met de behoefte aan overheidsinvesteringen die bevorderlijk zijn voor de verwezenlijking van de groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen van de Unie en voor de verbetering van het concurrentievermogen en de convergentie van de lidstaten.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6 bis) De Raad moet bij zijn toetsing van en controle op de stabiliteits- en convergentieprogramma’s en met name hun begrotingsdoelstellingen op de middellange termijn of de beoogde aanpassingstrajecten in de richting van deze doelstellingen rekening houden met de relevante conjuncturele en structurele kenmerken van de economie van elke lidstaat en de doorwerkingseffecten daarvan op de economie van andere lidstaten.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7) Aan de verplichting om de budgettaire middellangetermijndoelstelling te bereiken en te handhaven, dient te worden voldaan door middel van een nauwkeurige omschrijving van de beginselen van prudente budgettaire beleidsvorming.

Schrappen

Amendement  11

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7 bis) Er moet worden gestreefd naar een symmetrische aanpak van efficiënte budgettaire beleidvorming gedurende de gehele cyclus door een sterkere begrotingsdiscipline in economisch goede tijden, ten einde contracyclisch beleid toe te staan en de budgettaire middellangetermijndoelstelling geleidelijk te bereiken. Verwezenlijking van die budgettaire middellangetermijndoelstelling zou de lidstaten in staat moeten stellen normale conjunctuurschommelingen te ondervangen zonder dat hun overheidstekort de referentiewaarde van 3% van het bbp overschrijdt, en zou snelle vorderingen op weg naar budgettaire duurzaamheid moeten garanderen. Hiermee rekening houdend, moet de begrotingsdoelstelling voor de middellange termijn budgettaire manoeuvreerruimte bieden, in het bijzonder voor overheidsinvesteringen die bevorderlijk zijn voor de verwezenlijking van de EU-doelstellingen voor groei en werkgelegenheid.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis) Ten einde de nationale eigen verantwoordelijkheid voor het stabiliteits- en groeipact te versterken, dienen nationale begrotingskaders volledig in overeenstemming te zijn met de doelstellingen van multilateraal toezicht in de Unie, en met name met het Europees semester voor beleidscoördinatie, in de context waarvan de nationale parlementen en alle overige relevante belanghebbenden, in het bijzonder de sociale partners, tijdig op de hoogte worden gesteld en er op gepaste wijze bij worden betrokken.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Prudente budgettaire beleidsvorming houdt in dat het groeitempo van de overheidsuitgaven gewoonlijk niet hoger ligt dan een prudent bbp-groeitempo op middellange termijn, dat een overschrijding van die norm door discretionaire verhogingen van de overheidsontvangsten wordt opgevangen, en dat discretionaire verminderingen van de ontvangsten door uitgavenreducties worden gecompenseerd.

(9) Efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming houdt naleving in van een aantal regels aan ontvangsten- en uitgavenzijde waarbij de groei van de structurele budgettaire ontvangsten, met uitzondering van maatregelen op grond van meevallers en door de conjunctuur ingegeven of eenmalige maatregelen, in de conjunctuurcyclus gewoonlijk niet achter mag blijven bij het bbp-groeitempo op middellange termijn. Het groeitempo van de overheidsuitgaven ligt in de conjunctuurcyclus gewoonlijk niet hoger dan een bbp-groeitempo op middellange termijn, waarbij een overschrijding van die norm door discretionaire verhogingen van de uitgaven of discretionaire verminderingen van de belastinginkomsten worden gecompenseerd door begeleidende andere discretionaire maatregelen aan uitgaven- en/of belastinginkomstenzijde. Houdbare budgettaire beleidsvorming houdt in dat er als verzwarende of verzachtende omstandigheden in de zin van Verordening (EG) nr. 1467/97 voldoende en expliciet rekening wordt gehouden met langetermijnfactoren die bepalend zijn voor de economische duurzaamheid zoals sociale insluiting, milieueffecten, voornamelijk klimaatverandering, en de kosten die verband houden met de doorberekening van andere negatieve externe effecten die een last voor toekomstige generaties vormen.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) In geval van een ernstige economische neergang van algemene aard dient een tijdelijke afwijking van de prudente budgettaire beleidsvorming te worden toegestaan om het economisch herstel te bevorderen.

(10) In geval van een ernstige economische neergang of een ernstige stijging van de werkloosheid, met inbegrip van de periode waarin de economie onder haar normale mogelijkheden presteert, dient bij wijze van uitzondering een tijdelijke afwijking van de efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming te worden toegestaan om een volledig economisch herstel te bevorderen.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11) In geval van een aanzienlijke afwijking van de prudente budgettaire beleidsvorming dient een waarschuwing tot de betrokken lidstaat te worden gericht en ingeval de aanzienlijke afwijking aanhoudt of bijzonder ernstig is, dient tot de betrokken lidstaat een aanbeveling te worden gericht om de nodige corrigerende maatregelen te nemen.

(11) In geval van een aanzienlijke afwijking van de efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming dient een waarschuwing tot de betrokken lidstaat te worden gericht en ingeval de aanzienlijke afwijking aanhoudt of bijzonder ernstig is, dient tot de betrokken lidstaat een aanbeveling te worden gericht om de nodige corrigerende maatregelen te nemen.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12) Om de inachtneming door de deelnemende lidstaten van het EU-kader voor begrotingstoezicht te waarborgen, dient op grond van artikel 136 van het Verdrag een specifiek handhavingsmechanisme te worden ingesteld voor gevallen waarin van een aanhoudende en aanzienlijke afwijking van de prudente budgettaire beleidsvorming sprake is.

(12) Om de inachtneming door de deelnemende lidstaten van het EU-kader voor begrotingstoezicht te waarborgen, dient op grond van artikel 136 van het VWEU een specifiek handhavingsmechanisme te worden ingesteld voor gevallen waarin van een aanhoudende en aanzienlijke afwijking van de efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming, gebrek aan actie of onwil tot samenwerking sprake is.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 1 bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel -2 bis (nieuw) (voor Afdeling 1A)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Het volgende artikel wordt ingevoegd:

 

"Artikel -2 bis

 

Multilateraal toezicht door de Raad zal worden uitgeoefend als onderdeel van het Europees semester voor beleidscoördinatie (semester) overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en de vereiste dat de lidstaten het economisch beleid beschouwen en de werkgelegenheid stimuleren als een zaak van gemeenschappelijk belang en dat zij hun beleid en hun optreden in dit opzicht binnen de Raad coördineren in overeenstemming met de doelstellingen van de artikelen 120 en 146, VWEU.

 

Het semester bestaat o.a. uit multilateraal toezicht op de stabiliteits- en convergentieprogramma's in het kader van deze verordening, de preventie en correctie van macro-economische en sociale onevenwichtigheden krachtens Verordening (EU) nr. .../2011, de procedure bij buitensporige tekorten krachtens Verordening (EG) nr. 1467/97, de opstelling van de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en van de Unie, overeenkomstig artikel 212, lid 2, VWEU, en de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid waar de lidstaten rekening mee moeten houden overeenkomstig artikel 148, lid 2, VWEU, de uitvoering van die richtsnoeren, en de jaarlijkse beleidsrichtsnoeren die worden vastgesteld op de jaarlijkse economische en sociale top in het kader van de strategie die de Unie bepaalt.

 

Het Europees Parlement en de nationale parlementen worden op gepaste wijze betrokken bij het semester om de transparantie, de eigen verantwoordelijkheid en de verantwoordingsplicht van de genomen besluiten te versterken. Om ervoor te zorgen dat het Europees Parlement op gepaste wijze bij dit proces wordt betrokken wordt vóór 31 december 2011 een interinstitutioneel akkoord gesloten tussen het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Commissie. Dat procedurele akkoord wordt om de drie jaar herzien en zo nodig gewijzigd.

 

Het Economisch en Financieel Comité dat is opgericht overeenkomstig artikel 134, VWEU, het comité voor de werkgelegenheid dat is opgericht overeenkomstig artikel 150, VWEU en het comité voor sociale bescherming dat is opgericht overeenkomstig artikel 160, VWEU worden indien nodig geraadpleegd.

 

De relevante belanghebbenden, met name de sociale partners, worden in het kader van het semester geraadpleegd over alle belangrijke beleidsformuleringen waarover door de instellingen van de Unie wordt beraadslaagd."

Amendement  18

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 2 – letter a

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 3 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Elke deelnemende lidstaat verstrekt aan de Raad en de Commissie met het oog op het regelmatige multilaterale toezicht krachtens artikel 121 van het Verdrag de nodige informatie in de vorm van een stabiliteitsprogramma, dat een essentiële basis verschaft voor prijsstabiliteit en voor een sterke duurzame groei die bevorderlijk is voor het scheppen van werkgelegenheid."

1. Elke deelnemende lidstaat verstrekt aan de Raad en de Commissie met het oog op het regelmatige multilaterale toezicht krachtens artikel 121 van het Verdrag de nodige informatie in de vorm van een stabiliteitsprogramma, dat een essentiële basis verschaft voor prijsstabiliteit, concurrentievermogen en convergentie en voor een sterke duurzame groei die bevorderlijk is voor het scheppen van werkgelegenheid.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 2 – letter b – punt i bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 3 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i bis) het volgende punt wordt ingevoegd:

 

"a bis) informatie over de consistentie van de budgettaire middellangetermijndoelstelling met de groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen van de Unie, de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en van de Unie en de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten;"

Amendement  20

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 2 – letter b – punt ii

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 3 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) een kwantitatieve beoordeling van de budgettaire en andere economische beleidsmaatregelen die worden genomen of voorgesteld om de doelstellingen van het programma te bereiken, inclusief een kosten-batenanalyse van grote structurele hervormingen met rechtstreekse kostenbesparende effecten op de lange termijn, mede door verhoging van de potentiële groei;

c) een kwantitatieve beoordeling van de budgettaire en andere economische beleidsmaatregelen die worden genomen of voorgesteld om de doelstellingen van het programma te bereiken, inclusief een kosten-batenanalyse van grote structurele hervormingen die bevorderlijk zijn voor de verwezenlijking van de groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen van de Unie;

Amendement  21

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 2 – letter c

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 3 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

'3. De gegevens over de ontwikkelingen van de overschot/tekortquote en de schuldquote van de overheid, de groei van de overheidsuitgaven, het geplande groeipad van de overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid, de geplande discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde en de belangrijkste economische aannames als bedoeld in lid 2, onder a) en b), worden op jaarbasis verstrekt en hebben betrekking op het voorafgaande jaar, het lopende jaar en ten minste de drie volgende jaren."

3. De gegevens over de ontwikkelingen van de overschot/tekortquote en de schuldquote van de overheid, de groei van de uitgaven van de overheid en haar bijdrage aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie inzake het creëren van banen en groei, het geplande groeipad van de overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid, de geplande discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, het groeipad van en de indicatoren voor het concurrentievermogen en de convergentie van de economie en de belangrijkste economische aannames als bedoeld in lid 2, onder a), a bis) en b), worden op jaarbasis verstrekt en hebben betrekking op het voorafgaande jaar, het lopende jaar en ten minste de drie volgende jaren.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Op basis van beoordelingen door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité toetst de Raad in het kader van het multilaterale toezicht op grond van artikel 121 van het Verdrag de door de betrokken lidstaten gepresenteerde budgettaire middellangetermijndoelstellingen, beoordeelt hij of de economische veronderstellingen waarop het programma is gebaseerd, realistisch zijn, of het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling passend is en of de met het oog op de inachtneming van het aanpassingstraject genomen of voorgenomen maatregelen afdoende zijn om de budgettaire middellangetermijndoelstelling gedurende de cyclus te halen.

1. Op basis van beoordelingen door de Commissie, het Economisch en Financieel Comité, het comité voor de werkgelegenheid en het comité voor sociale bescherming, toetst de Raad in het kader van het multilaterale toezicht op grond van artikel 121, VWEU en in het kader van het onderzoek naar de tenuitvoerlegging van het werkgelegenheidsbeleid op grond van artikel 148, VWEU de door de betrokken lidstaten in hun stabiliteitsprogramma's gepresenteerde budgettaire middellangetermijndoelstellingen en het verwachte groeipad van de algemene schuldquote, beoordeelt hij of de economische veronderstellingen waarop het programma is gebaseerd, realistisch zijn, of het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling passend is en of de met het oog op de inachtneming van het aanpassingstraject genomen of voorgenomen maatregelen afdoende zijn om de budgettaire middellangetermijndoelstelling gedurende de cyclus te halen.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In geval van plotselinge externe schokken die door de Commissie worden waargenomen mag de budgettaire middellangetermijndoelstelling op verzoek van de betrokken lidstaat of op voorstel van de Commissie door de Raad worden gewijzigd.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de beoordeling van het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling onderzoekt de Raad of de betrokken lidstaat de jaarlijkse verbetering van zijn conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, die nodig is om zijn budgettaire middellangetermijndoelstelling te bereiken, nastreeft, met 0,5% van het bbp als benchmark. Voor lidstaten met een hoge schuld, buitensporige macro-economische onevenwichtigheden of beide onderzoekt de Raad of de jaarlijkse verbetering van het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, groter is dan 0,5% van het bbp. De Raad neemt in aanmerking of in economisch goede tijden een grotere aanpassing wordt nagestreefd, terwijl in economisch slechte tijden een minder zware inspanning toelaatbaar is.

Bij de beoordeling van het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling onderzoekt de Raad of de betrokken lidstaat de jaarlijkse verbetering van zijn conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, die nodig is om zijn budgettaire middellangetermijndoelstelling te bereiken, nastreeft, met 0,5% van het bbp als benchmark. Voor lidstaten met een hoge schuld, buitensporige macro-economische en sociale onevenwichtigheden of beide onderzoekt de Raad of de jaarlijkse verbetering van het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo, ongerekend eenmalige en andere tijdelijke maatregelen, ten minste 0,5% van het bbp is. De Raad neemt in aanmerking of in economisch goede tijden een grotere aanpassing wordt nagestreefd, terwijl in economisch slechte tijden een minder zware inspanning toelaatbaar is.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om te waarborgen dat de budgettaire middellangetermijndoelstelling effectief wordt verwezenlijkt en gehandhaafd, gaat de Raad na of het groeipad van de overheidsuitgaven, gezien in samenhang met het effect van de genomen of geplande maatregelen aan de ontvangstenzijde, strookt met een prudente budgettaire beleidsvorming.

Om te waarborgen dat de budgettaire middellangetermijndoelstelling effectief wordt verwezenlijkt en gehandhaafd, gaat de Raad na of het groeipad van de overheidsuitgaven, gezien in samenhang met het effect van de genomen of geplande maatregelen aan de ontvangstenzijde, strookt met een efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming en de groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen van de Unie.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 4 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Budgettaire beleidsvorming wordt als prudent beschouwd en dus als bevorderlijk voor de verwezenlijking van de budgettaire middellangetermijndoelstelling en voor de handhaving daarvan in de tijd, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Budgettaire beleidsvorming wordt als efficiënt en houdbaar beschouwd en dus als bevorderlijk voor de verwezenlijking van de budgettaire middellangetermijndoelstelling en voor de handhaving daarvan in de tijd, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Amendement  27

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 4 – letter a)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een prudent bbp-groeipercentage op middellange termijn, tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd;

a) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan het geraamde efficiënte en houdbare bbp-groeipercentage op middellange termijn, terwijl de groei van de belastinginkomsten niet bij de groei van de overheidsontvangsten achterblijft, tenzij de overschrijdingen of tekorten door discretionaire maatregelen aan de ontvangsten- en/of uitgavenzijde worden gecompenseerd;

Motivering

Zie amendement 1 van het EVV. Bovendien is het argument dat overheden wel de uitgaven en niet de ontvangsten in de hand hebben onjuist. Zowel uitgaven als ontvangsten hebben een sterke interactie met de conjunctuurcyclus, waarbij een neergang de belastinginkomsten op dezelfde manier vernietigt als zij de overheidsuitgaven opstuwt.

Amendement  28

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 4 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling nog niet hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een percentage beneden een prudent bbp-groeipercentage op middellange termijn, tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd. Het verschil tussen het groeitempo van de overheidsuitgaven en een prudent bbp-groeipercentage op middellange termijn wordt op zodanige wijze bepaald dat een deugdelijke aanpassing richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling wordt gewaarborgd;

b) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan het efficiënt en houdbaar bbp-groeipercentage op middellange termijn, tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd; Het verschil tussen het groeitempo van de overheidsuitgaven en een efficiënt en houdbaar bbp-groeipercentage op middellange termijn wordt op zodanige wijze bepaald dat een deugdelijke aanpassing richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling wordt gewaarborgd;

Amendement  29

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het prudente groeipercentage op middellange termijn dient te worden beoordeeld aan de hand van prognoses over een tijdshorizon van tien jaar die regelmatig worden geactualiseerd.

Het efficiënte en houdbare groeipercentage op middellange termijn dient te worden beoordeeld aan de hand van prognoses over een tijdshorizon van tien jaar die regelmatig worden geactualiseerd.

Amendement  30

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 6

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de bepaling van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijndoelstelling voor de lidstaten die dit doel nog niet hebben bereikt, en bij het toestaan van een tijdelijke afwijking van deze doelstelling voor lidstaten die de doelstelling wel hebben bereikt, met dien verstande dat er een passende veiligheidsmarge voor de inachtneming van de tekortreferentiewaarde gewaarborgd moet zijn, en dat een terugkeer naar de budgettaire middellangetermijndoelstelling binnen de programmaperiode wordt verwacht, houdt de Raad rekening met de uitvoering van grote structurele hervormingen die op de lange termijn rechtstreekse kostenbesparende effecten hebben, mede doordat zij de potentiële groei verhogen, en bijgevolg een verifieerbare positieve invloed op de houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn hebben.

Bij de bepaling van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijndoelstelling voor de lidstaten die dit doel nog niet hebben bereikt, en bij het toestaan van een tijdelijke afwijking van deze doelstelling voor lidstaten die de doelstelling wel hebben bereikt, met dien verstande dat er een passende veiligheidsmarge voor de inachtneming van de tekortreferentiewaarde gewaarborgd moet zijn, en dat een terugkeer naar de budgettaire middellangetermijndoelstelling binnen de programmaperiode wordt verwacht, houdt de Raad rekening met de uitvoering van structurele hervormingen die gericht zijn op een efficiënter gebruik van overheidsmiddelen waardoor onnodige uitgaven worden tegengegaan en die bevorderlijk zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie met betrekking tot groei, werkgelegenheid en sociale en regionale cohesie.

Amendement  31

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bijzondere aandacht wordt besteed aan pensioenhervormingen die gepaard gaan met de invoering van een meerpijlerstelsel dat een verplichte pijler met volledige kapitaaldekking omvat. De lidstaten die dergelijke hervormingen doorvoeren, wordt toegestaan van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijndoelstelling of van de doelstelling zelf af te wijken, met dien verstande dat de afwijking de nettokosten van de hervorming van de openbaar beheerde pijler moet weerspiegelen en een tijdelijk karakter draagt, en dat een passende veiligheidsmarge ten opzichte van de tekortreferentiewaarde wordt aangehouden.

Bij deze hervormingen wordt bijzondere aandacht besteed aan de houdbaarheid van pensioenstelsels. De lidstaten die dergelijke hervormingen doorvoeren, wordt toegestaan van het aanpassingstraject richting middellangetermijnbegrotingsdoelstelling of van de doelstelling zelf af te wijken, met dien verstande dat de afwijking een tijdelijk karakter draagt, en dat een passende veiligheidsmarge ten opzichte van de referentiewaarde voor het tekort wordt aangehouden".

Amendement  32

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Raad onderzoekt voorts of de inhoud van het stabiliteitsprogramma het verwezenlijken van duurzame convergentie binnen het eurogebied en de nauwere coördinatie van het economisch beleid bevordert en of het economisch beleid van de betrokken lidstaat strookt met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie.

De Raad onderzoekt voorts of de inhoud van het stabiliteitsprogramma het verwezenlijken van duurzame convergentie binnen het eurogebied en de nauwere coördinatie van het economisch beleid bevordert en of het economisch beleid van de betrokken lidstaat strookt met artikel 9 VWEU, met name ten aanzien van de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming en de bestrijding van sociale uitsluiting, de groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen van de Unie, de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie en de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten.

Amendement  33

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 1 – alinea 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In perioden van ernstige economische neergang van algemene aard kan de lidstaten worden toegestaan tijdelijk af te wijken van het aanpassingstraject dat de in de vierde alinea bedoelde prudente budgettaire beleidsvorming impliceert.

Alleen in perioden van ernstige economische neergang of ernstige stijging van de werkloosheid, met inbegrip van de nasleep en de periode waarin de economie nog altijd onder haar mogelijkheden presteert, wordt de lidstaten toegestaan tijdelijk af te wijken van het aanpassingstraject dat de in de vierde alinea bedoelde efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming impliceert om economisch herstel te stimuleren.

Amendement  34

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 4

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 5 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De toetsing van het stabiliteitsprogramma door de Raad vindt plaats binnen ten hoogste drie maanden na de indiening van het programma. Op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité brengt de Raad indien nodig advies uit over het programma. Indien de Raad overeenkomstig artikel 121 van het Verdrag van mening is dat doelstellingen en inhoud van het programma moeten worden aangescherpt met een bijzondere verwijzing naar prudente budgettaire beleidsvorming, verzoekt de Raad in zijn advies de betrokken lidstaat zijn programma aan te passen."

2. De toetsing van het stabiliteitsprogramma door de Raad vindt plaats binnen ten hoogste drie maanden na de indiening van het programma. Op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité, het comité voor de werkgelegenheid en het comité voor sociale bescherming brengt de Raad indien nodig advies uit over het programma. Indien de Raad overeenkomstig de artikelen 9 en 121, VWEU van mening is dat doelstellingen en inhoud van het programma moeten worden aangescherpt met een bijzondere verwijzing naar efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming, verzoekt de Raad in zijn advies de betrokken lidstaat zijn programma aan te passen."

Amendement  35

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 6 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Als onderdeel van het multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121, lid 3, van het Verdrag, volgt de Raad, op basis van de door de deelnemende lidstaten verstrekte gegevens en de door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité verrichte evaluatie, de uitvoering van de stabiliteitsprogramma's, met name om vast te stellen of de feitelijke of verwachte begrotingssituatie aanzienlijk afwijkt van de budgettaire middellangetermijndoelstelling, of van het passende aanpassingstraject in de richting van die doelstelling, als gevolg van afwijkingen van een prudente budgettaire beleidsvorming.

1. Als onderdeel van het multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121, lid 3 VWEU, volgt de Raad, op basis van de door de deelnemende lidstaten verstrekte gegevens en de door de Commissie, het Economisch en Financieel Comité, het comité voor de werkgelegenheid en het comité voor sociale bescherming verrichte evaluatie, de uitvoering van de stabiliteitsprogramma's, met name om vast te stellen of de feitelijke of verwachte begrotingssituatie aanzienlijk afwijkt van de budgettaire middellangetermijndoelstelling, of van het passende aanpassingstraject in de richting van die doelstelling, als gevolg van afwijkingen van een efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming.

Amendement  36

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 6 – lid 2 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Ingeval er van een aanzienlijke afwijking van de prudente budgettaire beleidsvorming als bedoeld in artikel 5, lid 1, vierde alinea, van deze verordening sprake is, en ter voorkoming van een buitensporig tekort, kan de Commissie overeenkomstig artikel 121, lid 4, van het Verdrag een waarschuwing tot de betrokken lidstaat richten.

2. Ingeval er van een aanzienlijke afwijking van de efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming als bedoeld in artikel 5, lid 1, vierde alinea, van deze verordening sprake is, en ter voorkoming van een buitensporig tekort, kan de Commissie overeenkomstig artikel 121, lid 4, van het Verdrag een waarschuwing tot de betrokken lidstaat richten.

Amendement  37

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 6 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een afwijking van de prudente budgettaire beleidsvorming wordt als aanzienlijk beschouwd als de volgende omstandigheden zich voordoen: een overschrijding van de met een prudente budgettaire beleidsvorming overeenstemmende uitgavengroei welke niet door discretionaire ontvangstenverhogende maatregelen wordt gecompenseerd; of discretionaire ontvangstenverlagende maatregelen die niet door uitgavenreducties worden gecompenseerd; en de afwijking heeft een totale weerslag op het overheidssaldo ter grootte van ten minste 0,5% van het bbp in een enkel jaar of van gemiddeld ten minste 0,25% van het bbp per jaar in twee opeenvolgende jaren.

Een afwijking van de efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming wordt als aanzienlijk beschouwd als de volgende omstandigheden zich voordoen: een overschrijding van de met een efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming overeenstemmende uitgavengroei welke niet door discretionaire ontvangstenverhogende maatregelen wordt gecompenseerd; of discretionaire ontvangstenverlagende maatregelen die niet door uitgavenreducties worden gecompenseerd; en de afwijking heeft een totale weerslag op het overheidssaldo ter grootte van ten minste 0,5% van het bbp in een enkel jaar of van gemiddeld ten minste 0,25% van het bbp per jaar in twee opeenvolgende jaren.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 6 – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De afwijking wordt buiten beschouwing gelaten indien de betrokken lidstaat de budgettaire middellangetermijndoelstelling ruimschoots heeft verwezenlijkt, rekening houdend met de aanwezigheid van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden, en indien de begrotingsplannen van het convergentieprogramma deze doelstelling tijdens de programmaperiode niet in gevaar brengen.

De afwijking wordt buiten beschouwing gelaten indien de betrokken lidstaat de budgettaire middellangetermijndoelstelling heeft verwezenlijkt, rekening houdend met de aanwezigheid van buitensporige macro-economische en sociale onevenwichtigheden, en indien de begrotingsplannen van het convergentieprogramma deze doelstelling tijdens de programmaperiode niet in gevaar brengen.

Amendement  39

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 6 – lid 2 – alinea 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De afwijking kan eveneens buiten beschouwing worden gelaten in geval van een ernstige economische neergang van algemene aard.

De afwijking kan eveneens buiten beschouwing worden gelaten in geval van een ernstige economische neergang of een ernstige stijging van de werkloosheid.

Amendement  40

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 5

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 6 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Ingeval de aanzienlijke afwijking van een prudente budgettaire beleidsvorming aanhoudt of bijzonder ernstig is, richt de Raad, op aanbeveling van de Commissie, een aanbeveling tot de betrokken lidstaat om de nodige aanpassingsmaatregelen te nemen. Op voorstel van de Commissie maakt de Raad de aanbeveling openbaar.

3. Ingeval de aanzienlijke afwijking van een efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming aanhoudt of bijzonder ernstig is, richt de Raad, op aanbeveling van de Commissie, een aanbeveling tot de betrokken lidstaat om de nodige aanpassingsmaatregelen te nemen. Op voorstel van de Commissie maakt de Raad de aanbeveling openbaar.

Amendement  41

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 6 – letter a

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 7 – lid 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Elke lidstaat met een derogatie verstrekt aan de Raad en de Commissie met het oog op het regelmatige multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121 van het Verdrag de nodige informatie in de vorm van een convergentieprogramma, dat een essentiële basis verschaft voor prijsstabiliteit en voor een sterke duurzame groei die bevorderlijk is voor het scheppen van werkgelegenheid.

1. Elke deelnemende lidstaat verstrekt aan de Raad en de Commissie met het oog op het regelmatige multilaterale toezicht krachtens artikel 121 van het Verdrag de nodige informatie in de vorm van een stabiliteitsprogramma, dat een essentiële basis verschaft voor prijsstabiliteit, concurrentievermogen en convergentie en voor een sterke duurzame groei die bevorderlijk is voor het scheppen van werkgelegenheid.

Amendement  42

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 6 – letter b – punt i bis (nieuw)

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 7 – lid 2 – letter a bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(i bis) het volgende punt wordt ingevoegd:

 

"a bis) informatie over de consistentie van de budgettaire middellangetermijndoelstelling met de groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen van de Unie, de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en van de Unie en de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten;"

Amendement  43

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 6 – letter b – punt ii

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 7 – lid 2 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c) een kwantitatieve beoordeling van de budgettaire en andere economische beleidsmaatregelen die worden genomen of voorgesteld om de doelstellingen van het programma te bereiken, inclusief een kosten-batenanalyse van grote structurele hervormingen met rechtstreekse kostenbesparende effecten op de lange termijn, mede door verhoging van de potentiële groei;

c) een kwantitatieve beoordeling van de budgettaire en andere economische beleidsmaatregelen die worden genomen of voorgesteld om de doelstellingen van het programma te bereiken, inclusief een kosten-batenanalyse van grote structurele hervormingen die bevorderlijk zijn voor de verwezenlijking van de groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen van de Unie;

Amendement  44

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – lid 6 – letter c

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 7 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

'3. De gegevens over de ontwikkelingen van de overschot/tekortquote en de schuldquote van de overheid, de groei van de overheidsuitgaven, het geplande groeipad van de overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid, de geplande discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde en de belangrijkste economische aannames als bedoeld in lid 2, onder a) en b), worden op jaarbasis verstrekt en hebben betrekking op het voorafgaande jaar, het lopende jaar en ten minste de drie volgende jaren."

3. De gegevens over de ontwikkelingen van de overschot/tekortquote en de schuldquote van de overheid, de groei van de uitgaven van de overheid en haar bijdrage aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie inzake het creëren van banen en groei, het geplande groeipad van de overheidsontvangsten bij ongewijzigd beleid, de geplande discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, het groeipad van en de indicatoren voor het concurrentievermogen en de convergentie van de economie en de belangrijkste economische aannames als bedoeld in lid 2, onder a), a bis) en b), worden op jaarbasis verstrekt en hebben betrekking op het voorafgaande jaar, het lopende jaar en ten minste de drie volgende jaren.

Amendement  45

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Op basis van beoordelingen door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité toetst de Raad in het kader van het multilaterale toezicht op grond van artikel 121 van het Verdrag de door de betrokken lidstaten gepresenteerde budgettaire middellangetermijndoelstellingen, beoordeelt hij of de economische veronderstellingen waarop het programma is gebaseerd, realistisch zijn, of het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling passend is en of de met het oog op de inachtneming van het aanpassingstraject genomen of voorgenomen maatregelen afdoende zijn om de budgettaire middellangetermijndoelstelling gedurende de cyclus te halen en om duurzame convergentie te bereiken.

1. Op basis van beoordelingen door de Commissie, het Economisch en Financieel Comité, het comité voor de werkgelegenheid en het comité voor sociale bescherming, toetst de Raad in het kader van het multilaterale toezicht op grond van artikel 121, VWEU en in het kader van het onderzoek naar de tenuitvoerlegging van het werkgelegenheidsbeleid op grond van artikel 148, VWEU de door de betrokken lidstaten in hun convergentieprogramma's gepresenteerde budgettaire middellangetermijndoelstellingen en het verwachte groeipad van de algemene schuldquote, beoordeelt hij of de economische veronderstellingen waarop het programma is gebaseerd, realistisch zijn, of het aanpassingstraject richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling passend is en of de met het oog op de inachtneming van het aanpassingstraject genomen of voorgenomen maatregelen afdoende zijn om de budgettaire middellangetermijndoelstelling gedurende de cyclus te halen.

Amendement  46

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In geval van plotselinge externe schokken die door de Commissie worden waargenomen mag de budgettaire middellangetermijndoelstelling op verzoek van de betrokken lidstaat of op voorstel van de Commissie door de Raad worden gewijzigd.

Amendement  47

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 1 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om te waarborgen dat de budgettaire middellangetermijndoelstelling effectief wordt verwezenlijkt en gehandhaafd, gaat de Raad na of het groeipad van de overheidsuitgaven, gezien in samenhang met het effect van de genomen of geplande maatregelen aan de ontvangstenzijde, strookt met een prudente budgettaire beleidsvorming.

Om te waarborgen dat de budgettaire middellangetermijndoelstelling effectief wordt verwezenlijkt en gehandhaafd, gaat de Raad na of het groeipad van de overheidsuitgaven, gezien in samenhang met het effect van de genomen of voorgestelde maatregelen aan de ontvangstenzijde, strookt met een efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming en de groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen van de Unie.

Amendement  48

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 1 – alinea 4 – inleidende formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Budgettaire beleidsvorming wordt als prudent beschouwd en dus als bevorderlijk voor de verwezenlijking van de budgettaire middellangetermijndoelstelling en voor de handhaving daarvan in de tijd, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Budgettaire beleidsvorming wordt als efficiënt en houdbaar beschouwd en dus als bevorderlijk voor de verwezenlijking van de budgettaire middellangetermijndoelstelling en voor de handhaving daarvan in de tijd, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Amendement  49

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 1 – alinea 4 – letter a

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een prudent bbp-groeipercentage op middellange termijn, tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd;

a) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een efficiënt en houdbaar bbp-groeipercentage op middellange termijn, tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd;

Amendement  50

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 1 – alinea 4 – letter b

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling nog niet hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan een percentage beneden een prudent bbp-groeipercentage op middellange termijn, tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd. Het verschil tussen het groeitempo van de overheidsuitgaven en een prudent bbp-groeipercentage op middellange termijn wordt op zodanige wijze bepaald dat een deugdelijke aanpassing richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling wordt gewaarborgd; c)

b) voor lidstaten die de budgettaire middellangetermijndoelstelling hebben verwezenlijkt, ligt de jaarlijkse uitgavengroei niet hoger dan het efficiënt en houdbaar bbp-groeipercentage op middellange termijn, tenzij de overschrijding door discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde wordt gecompenseerd; Het verschil tussen het groeitempo van de overheidsuitgaven en een efficiënt en houdbaar bbp-groeipercentage op middellange termijn wordt op zodanige wijze bepaald dat een deugdelijke aanpassing richting de budgettaire middellangetermijndoelstelling wordt gewaarborgd;

Amendement  51

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 1 – alinea 4 – letter c

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) discretionaire verminderingen van overheidsontvangsten worden door uitgavenreducties, door discretionaire verhogingen van andere overheidsontvangsten of door beide gecompenseerd.

c) discretionaire verminderingen van overheidsontvangsten worden door uitgavenreducties, door discretionaire verhogingen van andere overheidsontvangsten of door beide gecompenseerd voor lidstaten die hun budgettaire middellangetermijndoelstellingen niet hebben gehaald.

Amendement  52

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 1 – alinea 5

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het prudente groeipercentage op middellange termijn dient te worden beoordeeld aan de hand van prognoses over een tijdshorizon van tien jaar die regelmatig worden geactualiseerd.

Het efficiënte en houdbare groeipercentage op middellange termijn dient te worden beoordeeld aan de hand van prognoses over een tijdshorizon van tien jaar die regelmatig worden geactualiseerd.

Amendement  53

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 1 – alinea 7

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bijzondere aandacht wordt besteed aan pensioenhervormingen die gepaard gaan met de invoering van een meerpijlerstelsel dat een verplichte pijler met volledige kapitaaldekking omvat. De lidstaten die dergelijke hervormingen doorvoeren, wordt toegestaan van het aanpassingstraject richting budgettaire middellangetermijndoelstelling of van de doelstelling zelf af te wijken, met dien verstande dat de afwijking de nettokosten van de hervorming van de openbaar beheerde pijler moet weerspiegelen en een tijdelijk karakter draagt, en dat een passende veiligheidsmarge ten opzichte van de tekortreferentiewaarde wordt aangehouden.

Bij deze hervormingen wordt bijzondere aandacht besteed aan de houdbaarheid van pensioenstelsels. De lidstaten die dergelijke hervormingen doorvoeren, wordt toegestaan van het aanpassingstraject richting middellangetermijnbegrotingsdoelstelling of van de doelstelling zelf af te wijken, met dien verstande dat de afwijking een tijdelijk karakter draagt, en dat een passende veiligheidsmarge ten opzichte van de referentiewaarde voor het tekort wordt aangehouden".

Amendement  54

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 1 – alinea 8

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Raad onderzoekt voorts of de inhoud van het convergentieprogramma de nauwere coördinatie van het economisch beleid bevordert en of het economisch beleid van de betrokken lidstaat strookt met de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie. Voorts onderzoekt de Raad voor de WKM2-lidstaten of de inhoud van het convergentieprogramma een probleemloze deelname aan het wisselkoersmechanisme waarborgt.

De Raad onderzoekt voorts of de inhoud van het convergentieprogramma de nauwere coördinatie van het economisch beleid bevordert en of het economisch beleid van de betrokken lidstaat strookt met artikel 9 VWEU, met name ten aanzien van de bevordering van een hoog niveau van werkgelegenheid, de waarborging van een adequate sociale bescherming en de bestrijding van sociale uitsluiting, de groei- en werkgelegenheidsdoelstellingen van de Unie, de globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten en de Europese Unie en de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten. Voorts onderzoekt de Raad voor de WKM2-lidstaten of de inhoud van het convergentieprogramma een probleemloze deelname aan het wisselkoersmechanisme waarborgt.

Amendement  55

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 1 – alinea 9

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In perioden van ernstige economische neergang van algemene aard kan de lidstaten worden toegestaan tijdelijk af te wijken van het aanpassingstraject dat de in de vierde alinea bedoelde prudente budgettaire beleidsvorming impliceert.

Alleen in perioden van ernstige economische neergang of ernstige stijging van de werkloosheid, met inbegrip van de nasleep en de periode waarin de economie nog altijd onder haar mogelijkheden presteert, wordt de lidstaten toegestaan tijdelijk af te wijken van het aanpassingstraject dat de in de vierde alinea bedoelde efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming impliceert.

Amendement  56

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 8

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 9 – lid 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. De toetsing van het convergentieprogramma door de Raad vindt plaats binnen ten hoogste drie maanden na de indiening van het programma. Op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité brengt de Raad indien nodig advies uit over het programma. Indien de Raad overeenkomstig artikel 121 van het Verdrag van mening is dat doelstellingen en inhoud van het programma moeten worden aangescherpt met een bijzondere verwijzing naar prudente budgettaire beleidsvorming, verzoekt de Raad in zijn advies de betrokken lidstaat zijn programma aan te passen."

2. De toetsing van het convergentieprogramma door de Raad vindt plaats binnen ten hoogste drie maanden na de indiening van het programma. Op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité, het comité voor de werkgelegenheid en het comité voor sociale bescherming brengt de Raad indien nodig advies uit over het programma. Indien de Raad overeenkomstig de artikelen 9 en 121, VWEU van mening is dat doelstellingen en inhoud van het programma moeten worden aangescherpt met een bijzondere verwijzing naar efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming, verzoekt de Raad in zijn advies de betrokken lidstaat zijn programma aan te passen."

Amendement  57

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 9

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 10 – lid 1 – alinea 1

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Als onderdeel van het multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121, lid 3, van het Verdrag, volgt de Raad, op basis van de door de lidstaten met een derogatie verstrekte gegevens en de door de Commissie en het Economisch en Financieel Comité verrichte evaluatie, de uitvoering van de convergentieprogramma's, met name om vast te stellen of de feitelijke of verwachte begrotingssituatie aanzienlijk afwijkt van de budgettaire middellangetermijndoelstelling, of van het passende aanpassingstraject in de richting van die doelstelling, als gevolg van afwijkingen van een prudente budgettaire beleidsvorming.

1. Als onderdeel van het multilaterale toezicht overeenkomstig artikel 121, lid 3, VWEU, volgt de Raad, op basis van de door de deelnemende lidstaten met een derogatie verstrekte gegevens en de door de Commissie, het Economisch en Financieel Comité, het comité voor de werkgelegenheid en het comité voor sociale bescherming verrichte evaluatie, de uitvoering van de convergentieprogramma's, met name om vast te stellen of de feitelijke of verwachte begrotingssituatie aanzienlijk afwijkt van de budgettaire middellangetermijndoelstelling, of van het passende aanpassingstraject in de richting van die doelstelling, als gevolg van afwijkingen van een efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming.

Amendement  58

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 9

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 10 – lid 2 – alinea 2

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een afwijking van de prudente budgettaire beleidsvorming wordt als aanzienlijk beschouwd als de volgende omstandigheden zich voordoen: een overschrijding van de met een prudente budgettaire beleidsvorming overeenstemmende uitgavengroei welke niet door discretionaire ontvangstenverhogende maatregelen wordt gecompenseerd; of discretionaire ontvangstenverlagende maatregelen die niet door uitgavenreducties worden gecompenseerd; en de afwijking heeft een totale weerslag op het overheidssaldo ter grootte van ten minste 0,5% van het bbp in een enkel jaar of van gemiddeld ten minste 0,25% van het bbp per jaar in twee opeenvolgende jaren.

Een afwijking van de efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming wordt als aanzienlijk beschouwd als de volgende omstandigheden zich voordoen: een overschrijding van de met een efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming overeenstemmende uitgavengroei welke niet door discretionaire ontvangstenverhogende maatregelen wordt gecompenseerd; of discretionaire ontvangstenverlagende maatregelen die niet door uitgavenreducties worden gecompenseerd; en de afwijking heeft een totale weerslag op het overheidssaldo ter grootte van ten minste 0,5% van het bbp in een enkel jaar of van gemiddeld ten minste 0,25% van het bbp per jaar in twee opeenvolgende jaren.

Amendement  59

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 9

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 10 – lid 2 – alinea 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De afwijking wordt buiten beschouwing gelaten indien de betrokken lidstaat de budgettaire middellangetermijndoelstelling ruimschoots heeft verwezenlijkt, rekening houdend met de aanwezigheid van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden, en indien de begrotingsplannen van het convergentieprogramma deze doelstelling tijdens de programmaperiode niet in gevaar brengen.

De afwijking wordt buiten beschouwing gelaten indien de betrokken lidstaat de budgettaire middellangetermijndoelstelling heeft verwezenlijkt, rekening houdend met de aanwezigheid van buitensporige macro-economische of sociale onevenwichtigheden, en indien de begrotingsplannen van het convergentieprogramma deze doelstelling tijdens de programmaperiode niet in gevaar brengen.

Amendement  60

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 9

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 10 – lid 2 – alinea 4

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De afwijking kan eveneens buiten beschouwing worden gelaten in geval van een ernstige economische neergang van algemene aard.

De afwijking kan eveneens buiten beschouwing worden gelaten in geval van een ernstige economische neergang of een ernstige stijging van de werkloosheid.

Amendement  61

Voorstel voor een verordening - wijzigingsbesluit

Artikel 1 – punt 9

Verordening (EG) nr. 1466/97

Artikel 10 – lid 3

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Ingeval de aanzienlijke afwijking van een prudente budgettaire beleidsvorming aanhoudt of bijzonder ernstig is, richt de Raad, op aanbeveling van de Commissie, een aanbeveling tot de betrokken lidstaat om de nodige aanpassingsmaatregelen te nemen. Op voorstel van de Commissie maakt de Raad de aanbeveling openbaar."

3. Ingeval de aanzienlijke afwijking van een efficiënte en houdbare budgettaire beleidsvorming aanhoudt of bijzonder ernstig is, richt de Raad, op aanbeveling van de Commissie, een aanbeveling tot de betrokken lidstaat om de nodige aanpassingsmaatregelen te nemen. Op voorstel van de Commissie maakt de Raad de aanbeveling openbaar."

PROCEDURE

Titel

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid

Document- en procedurenummers

COM(2010)0526 – C7-0300/2010 – 2010/0280 (COD)

Commissie ten principale

ECON

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

EMPL

21.10.2010

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Pervenche Berès

21.10.2010

 

 

Behandeling in de commissie

1.12.2010

25.1.2011

 

 

Datum goedkeuring

16.3.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

2

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Regina Bastos, Edit Bauer, Jean-Luc Bennahmias, Mara Bizzotto, Philippe Boulland, David Casa, Alejandro Cercas, Marije Cornelissen, Frédéric Daerden, Karima Delli, Proinsias De Rossa, Frank Engel, Sari Essayah, Richard Falbr, Ilda Figueiredo, Thomas Händel, Nadja Hirsch, Stephen Hughes, Liisa Jaakonsaari, Danuta Jazłowiecka, Martin Kastler, Ádám Kósa, Patrick Le Hyaric, Veronica Lope Fontagné, Olle Ludvigsson, Elizabeth Lynne, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Csaba Őry, Rovana Plumb, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Elisabeth Schroedter, Jutta Steinruck, Traian Ungureanu

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Georges Bach, Raffaele Baldassarre, Sven Giegold, Antigoni Papadopoulou, Evelyn Regner

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Liam Aylward, Fiona Hall, Janusz Wojciechowski

PROCEDURE

Titel

Wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid

Document- en procedurenummers

COM(2010)0526 – C7-0300/2010 – 2010/0280(COD)

Datum indiening bij EP

29.9.2010

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

21.10.2010

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

BUDG

21.10.2010

EMPL

21.10.2010

 

 

Geen advies

       Datum besluit

BUDG

20.10.2010

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Corien Wortmann-Kool

21.9.2010

 

 

Betwisting rechtsgrondslag

       Datum JURI-advies

JURI

12.4.2011

 

 

 

Behandeling in de commissie

26.10.2010

24.1.2011

22.3.2011

 

Datum goedkeuring

19.4.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

27

18

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Udo Bullmann, Nikolaos Chountis, George Sabin Cutaş, Rachida Dati, Leonardo Domenici, Derk Jan Eppink, Diogo Feio, Markus Ferber, Elisa Ferreira, Vicky Ford, Ildikó Gáll-Pelcz, José Manuel García-Margallo y Marfil, Jean-Paul Gauzès, Sven Giegold, Sylvie Goulard, Liem Hoang Ngoc, Wolf Klinz, Jürgen Klute, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Philippe Lamberts, Astrid Lulling, Arlene McCarthy, Íñigo Méndez de Vigo, Sławomir Witold Nitras, Ivari Padar, Alfredo Pallone, Anni Podimata, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Edward Scicluna, Peter Simon, Theodor Dumitru Stolojan, Ivo Strejček, Kay Swinburne, Marianne Thyssen, Ramon Tremosa i Balcells, Corien Wortmann-Kool

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Marta Andreasen, Robert Goebbels, Carl Haglund, Krišjānis Kariņš, Barry Madlener, Thomas Mann, Claudio Morganti

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Karima Delli

Datum indiening

29.4.2011