AANBEVELING over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen over aanvullende handelspreferenties voor landbouwproducten op grond van artikel 19 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
15.7.2011 - (14206/2010 – C7‑0101/2011 – 2010/0243(NLE)) - ***
Commissie internationale handel
Rapporteur: Helmut Scholz
PR_NLE-AP_art90
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen over aanvullende handelspreferenties voor landbouwproducten op grond van artikel 19 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
(14206/2010 – C7‑0101/2011 – 2010/0243(NLE))
(Goedkeuring)
Het Europees Parlement,
– gezien het ontwerp van besluit van de Raad (14206/2010),
– gezien de sluiting van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen over aanvullende handelspreferenties voor landbouwproducten op grond van artikel 19 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (14372/2010),
– gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 207, lid 4, eerste alinea en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7‑0101/2011),
– gezien artikel 81 en artikel 90, lid 8, van zijn Reglement,
– gezien de aanbeveling van de Commissie internationale handel en het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A7-0276/2011),
1. hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;
2. verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en van het Koninkrijk Noorwegen.
TOELICHTING
Als lid van de Europese Economische Ruimte (EER) profiteert Noorwegen van de interne markt, maar landbouw en visserij zijn uitgesloten van het vrije verkeer in de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 1992. Daarentegen wordt in artikel 19 bepaald dat er een progressieve liberalisering van de landbouwproductie zal plaatsvinden door de voorwaarden voor de handel in landbouwproducten om de twee jaar te herzien en dat er op preferentiële, bilaterale of multilaterale basis, op grondslag van wederkerigheid en wederzijds voordeel een besluit zal worden genomen over een verdere verlaging van andere soorten handelsbarrières in de landbouwsector.
De laatste overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie op grond van artikel 19 van de EER-overeenkomst is in juli 2003 in werking getreden. Deze omvatte een regeling voor de onderlinge handel in kaas en wederzijdse concessies voor allerlei landbouwproducten, inclusief tariefcontingenten.
Vanaf maart 2008 tot en met januari 2010 hebben er nieuwe onderhandelingen plaatsgevonden die geleid hebben tot de huidige ontwerpovereenkomst met de volgende bepalingen.
Concessies van Noorwegen aan de EU:
Aanvullende volledige liberalisering van ruwweg 20% van de EU-uitvoer naar Noorwegen, of €250 miljoen. In totaal zal ongeveer 60% (in handelswaarde) van de handel in landbouwproducten tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie volledig vrij worden.
Voor gevoeliger producten als vlees, zuivel, groenten en fruit en sierplanten, zal Noorwegen tariefcontingenten of tariefverlagingen verlenen:
· Nieuwe tariefcontingenten, in de vleessector (600 ton voor varkensvlees, 800 ton voor pluimveevlees en 900 ton voor rundvlees) op voorwaarde dat deze hoeveelheden worden omgezet in WTO MFN-contingenten zodra een nieuwe WTO-overeenkomst wordt uitgevoerd. kleine contingenten worden aangeboden voor speciale vleesproducten;
· Aanvullende tariefcontingenten voor kaas (2700 ton), granen (durum tarwe 5000 ton, maïs 10 000 ton, rogge 1000 ton), groenten en fruit (aardbeien 300 ton, aardappelen 3000 ton, sla 400 ton), vleesproducten (worst 200 ton, ham 200 ton, "bacon crisp" 100 ton) en sappen (appel 1000 ton, bosbessen 200 ton, zwarte aalbessen 150 ton). De handelswaarde wordt geschat op ca. €50 miljoen. Het kaascontingent van 2700 ton zal worden toegevoegd aan het bestaande contingent van 4500 ton, wat leidt tot een totaal contingent voor kaas van 7200 ton hetgeen overeenkomt met de huidige handel tussen EU en Noorwegen, ofwel 8-10% van de huidige Noorse kaasmarkt. De voorwaarden met betrekking tot het soort kaas worden opgeheven;
· Tariefverlagingen voor bepaalde sierplanten en bloemen, met name begonia's, rozen, tulpen en lelies. De handel die met deze concessies is gemoeid bedraagt €3,5 miljoen.
Concessies van de EU aan Noorwegen:
Volledige liberalisering van producten waarvoor Noorwegen volledige liberalisering aanbiedt, en aanvullende tariefverlagingen voor kaas (3 200 ton), verse frambozen (400 ton), aardappelchips (200 ton) en dierenvoer (13 000 ton).
In de Overeenkomst in kwestie wordt rekening gehouden met de gevoeligheid van bepaalde producten die van belang zijn voor de landbouwproductie in zowel de EU als in Noorwegen en wordt voorzien in passende regelingen voor tariefcontingenten en tariefverlagingen; die ook een rol moeten spelen met het oog op de middellange en lange termijn voor de landbouwproductie onder de voorwaarden van de ingrijpende hervormingen van het GLB na 2013.
Hoewel Noorwegen een positieve totale handelsbalans heeft met de EU, is de landbouwbalans in het voordeel van de EU. De EU-uitvoer van landbouwproducten is tussen 2000 en 2007 verdubbeld tot €1,6 miljard.
De Overeenkomst in kwestie zal budgettaire gevolgen hebben; het verlies aan douane-inkomsten wordt geraamd op ca. 4,96 miljoen euro (nettobedrag na aftrek van de inningskosten).
Uw rapporteur beveelt de Commissie internationale handel aan het Parlement voor te stellen zijn goedkeuring te geven aan de Overeenkomst.
ADVIES van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (25.5.2011)
aan de Commissie internationale handel
over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen over aanvullende handelspreferenties voor landbouwproducten op grond van artikel 19 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
(14206/2010 – C7‑0101/2011 – 2010/0243(NLE))
Rapporteur voor advies: Richard Ashworth
BEKNOPTE MOTIVERING
De laatste overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Unie (toen nog Europese Gemeenschap) en het Koninkrijk Noorwegen op grond van artikel 19 van de EER-overeenkomst is in juli 2003 in werking getreden. Deze omvatte een regeling voor de onderlinge handel in kaas en wederzijdse concessies voor allerlei landbouwproducten, inclusief tariefcontingenten.
In artikel 19 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER) is voorzien in de geleidelijke liberalisering van de handel in landbouwproducten tussen de overeenkomstsluitende partijen. Daartoe dienen de partijen om de twee jaar de voorwaarden voor de handel in landbouwproducten te herzien en in het kader van die overeenkomst op preferentiële, bilaterale of multilaterale basis, op grondslag van wederkerigheid en wederzijds voordeel een besluit te nemen over een verdere verlaging van alle soorten handelsbarrières in de landbouwsector.
Het onderhavige voorstel, dat de handel in landbouwproducten verder liberaliseert, is het resultaat van de tussen maart 2008 en januari 2010 gevoerde bilaterale handelsbesprekingen in de landbouwsector. De nieuwe handelspreferenties omvatten een aanvullende volledige liberalisering voor sommige gevoelige producten, waardoor ongeveer 60% van de handel in landbouwproducten tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Unie volledig vrij zal moeten worden. Voor gevoeliger producten als vlees, zuivel, groenten en fruit en sierplanten is overeenstemming bereikt over tariefcontingenten of tariefverlagingen. Voor het beheer van de tariefcontingenten voor kaas worden bijzondere bepalingen vastgesteld.
Gevolgen voor de begroting: Het verlies aan douane-inkomsten wordt geraamd op 4,96 miljoen euro (nettobedrag na aftrek van de inningskosten).
Op basis van bovenstaande is de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling van mening dat de overeenkomst die gesloten wordt op basis van onderhavig voorstel voor een besluit van de Raad in overeenstemming is met het streven naar een geleidelijke liberalisering van de handel in landbouwproducten tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Noorwegen. De commissie is verder van mening dat de overeenkomst voldoende rekening houdt met bovengenoemde gevoelige producten en voorziet in passende regelingen voor tariefcontingenten en tariefverlagingen.
******
De Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie internationale handel het Parlement voor te stellen zijn goedkeuring te geven.
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
|
Datum goedkeuring |
24.5.2011 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
35 1 2 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
John Stuart Agnew, Richard Ashworth, Liam Aylward, José Bové, Luis Manuel Capoulas Santos, Vasilica Viorica Dăncilă, Michel Dantin, Paolo De Castro, Albert Deß, Herbert Dorfmann, Hynek Fajmon, Lorenzo Fontana, Béla Glattfelder, Martin Häusling, Esther Herranz García, Peter Jahr, Elisabeth Jeggle, Jarosław Kalinowski, Elisabeth Köstinger, Agnès Le Brun, George Lyon, Mairead McGuinness, Krisztina Morvai, Mariya Nedelcheva, James Nicholson, Rareş-Lucian Niculescu, Wojciech Michał Olejniczak, Georgios Papastamkos, Marit Paulsen, Britta Reimers, Alfreds Rubiks, Giancarlo Scottà, Czesław Adam Siekierski, Sergio Paolo Francesco Silvestris, Csaba Sándor Tabajdi, Marc Tarabella |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Luís Paulo Alves, Salvatore Caronna, Esther de Lange |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2) |
Pablo Zalba Bidegain |
||||
UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE
|
Datum goedkeuring |
13.7.2011 |
|
|
|
|
|
Uitslag eindstemming |
+: –: 0: |
24 1 1 |
|||
|
Bij de eindstemming aanwezige leden |
William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, Kader Arif, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Marielle De Sarnez, Christofer Fjellner, Metin Kazak, David Martin, Vital Moreira, Paul Murphy, Cristiana Muscardini, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Niccolò Rinaldi, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Keith Taylor, Paweł Zalewski |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s) |
Josefa Andrés Barea, George Sabin Cutaş, Norbert Glante, Syed Kamall, Elisabeth Köstinger |
||||
|
Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2) |
Rosa Estaràs Ferragut, Vicky Ford |
||||