AANBEVELING betreffende het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 2006

    18.7.2011 - (05812/2011 – C7‑0061/2011 – 2006/0263(NLE)) - ***

    Commissie internationale handel
    Rapporteur: Vital Moreira
    PR_NLE-AP_art90

    Procedure : 2006/0263(NLE)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A7-0280/2011
    Ingediende teksten :
    A7-0280/2011
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    betreffende het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 2006

    (05812/2011 – C7-0061/2011 – 2006/0263(NLE))

    (Goedkeuring)

    Het Europees Parlement,

    –   gezien het ontwerpbesluit van de Raad (05812/2011),

    –   gezien de ontwerptekst van de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 2006 (11964/2007),

    –   gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens de artikelen 192 en 207 en artikel 218, lid 6, tweede alinea, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C7‑0061/2011),

    –   gezien artikel 81 en artikel 90, lid 8, van zijn Reglement,

    –   gezien de aanbeveling van de Commissie internationale handel (A7-0280/2011),

    1.  hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;

    2.  verzoekt de Commissie om, wanneer het Parlement daarom verzoekt, alle relevante informatie te verstrekken over de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, te weten actieplannen en -programma's, alsmede de besluiten die worden genomen door de bij de overeenkomst ingestelde organen;

    3.  verzoekt de Commissie, tijdens het laatste jaar van de geldigheid en vóór de opening van de onderhandelingen over de verlenging van de overeenkomst, bij het Parlement en de Raad een verslag in te dienen over de uitvoering ervan, met name vergeleken met de eigen instrumenten van de Unie voor wetshandhaving, beleidsvorming en handel in de bosbouwsector;

    4.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Internationale Organisatie voor tropisch hout.

    TOELICHTING

    Het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de ondertekening namens de Europese Gemeenschap en de voorlopige toepassing van de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 2006 (ITTA 2006) is een hernieuwde raadpleging inzake een procedure die reeds in 2007 aan het Parlement was voorgelegd. Op 24 september 2008 heeft het Parlement een resolutie aangenomen die was ingediend door de Commissie internationale handel (P6_TA(2008)0454) en waarin wordt uiteengezet waarom het Parlement ervoor heeft gekozen het ontwerpverslag (A6-0313/2008) over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de ITTA van 2006 (11964/2007 – C6-0326/2007 – 2006/0263(CNS)) niet aan te nemen. De nieuwe verwijzing komt tegemoet aan de oorspronkelijke eisen van het Parlement om het recht te krijgen een overeenkomst goed te keuren of te verwerpen, overeenkomstig de artikelen 207 en 218, lid 6, onder a), VWEU.

    De Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 2006 en de Internationale Organisatie voor tropisch hout

    Op 27 januari 2006 heeft de onderhandelingsconferentie, die onder auspiciën van de Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling is ingesteld, de tekst van de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 2006 goedgekeurd. Deze Overeenkomst van 2006 vervangt de verlengde Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 1994, die tot de inwerkingtreding van de Overeenkomst van 2006 van kracht zal blijven. Alle EU-lidstaten hebben het voornemen te kennen gegeven de Overeenkomst van 2006 te ondertekenen en passende medewerking te verlenen aan de voorlopige toepassing ervan.

    De Overeenkomst van 2006, die tussen producenten en consumenten van houtproducten is gesloten, is een tienjarige overeenkomst die om de vijf jaar wordt herzien. De overeenkomst van 2006 heeft onder andere tot doel de uitbreiding en diversificatie van de internationale handel in tropisch hout uit duurzaam beheerde en legaal geëxploiteerde bossen te bevorderen en het duurzame beheer van houtproducerende tropische bossen te stimuleren door het bieden van een doeltreffend kader voor overleg, internationale samenwerking en beleidsontwikkeling tussen alle leden ten aanzien van alle van belang zijnde aspecten van de mondiale houteconomie.

    In de overeenkomst worden manieren afgebakend om voor een betrouwbaar vergunningssysteem te zorgen, opdat enkel legaal geproduceerde houtproducten op de markt komen[1], en hiermee worden het bestaan en de werkingsmechanismen bekrachtigd van de Internationale Organisatie voor tropisch hout (ITTO), opgericht door de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 1983. Meer dan 80% van de producenten en importeurs van tropische houtproducten zijn lid van de organisatie en verdragsluitende partij bij de ITTA[2].

    De aanvullende maatregelen van de EU om illegale houtkap tegen te gaan

    Om het groeiende probleem van illegale houtkap aan te pakken introduceerde de EU in 2003 een Actieplan voor wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (FLEGT). De actieplannen van FLEGT omvatten maatregelen om illegale houtkap tegen te gaan en maatregelen om multilaterale partnerschappen te ontwikkelen om de bewustwording van de negatieve effecten van illegale houtkap te vergroten. De hoeksteen en het gezicht van FLEGT worden gevormd door de vrijwillige partnerschapsovereenkomst (VPA), een bilaterale overeenkomst die na onderhandelingen van de EU met individuele houtexporterende landen tot stand komt. De ondertekenende partijen van de VPA's verbinden zich ertoe beter bestuur en traceerbaarheidsmechanismen gedurende de distributieketen te bevorderen. In het kader van de VPA worden houtcontrolemechanismen geïntroduceerd om de legaliteit van het naar de EU geëxporteerde hout te verifiëren. Tot op heden heeft de EU VPA´s ondertekend met Kameroen, Congo (Brazzaville) en Ghana[3]. Momenteel vinden onderhandelingen met de Centraal-Afrikaanse Republiek, de Democratische Republiek Congo, Gabon, Indonesië, Liberia, Maleisië en Vietnam plaats.

    Op 20 oktober 2010 hebben het Europees Parlement en de Raad Verordening (EU) nr. 995/2010 aangenomen waarin de verplichtingen van marktdeelnemers die hout en houtproducten op de markt brengen zijn vastgelegd[4]. Zij voorziet in een verbod op het op de interne markt brengen van illegaal gekapt hout of producten van dergelijk hout. Handelaren moeten in elk stadium van de distributieketen kunnen aangeven welke marktdeelnemers of handelaren het hout en de houtproducten geleverd hebben en, indien van toepassing, aan welke handelaren zijzelf het hout en de houtproducten hebben geleverd. Bovendien introduceert de verordening een stelsel van zorgvuldigheidseisen dat van marktdeelnemers die voor de eerste keer hout of houtproducten op de interne markt brengen, verlangt dat zij de nodige zorgvuldigheid betrachten door middel van een stelsel dat bestaat uit drie elementen die inherent zijn aan risicobeheer (toegang tot informatie - risicobeoordelingsprocedures - vermindering van het onderkende risico met daarbij behorende maatregelen en procedures).

    Ten aanzien van sancties stellen de EU-lidstaten de regels inzake sancties vast die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en treffen zij alle maatregelen die nodig zijn om de daadwerkelijke toepassing van die sancties te garanderen. De sancties dienen doeltreffen, evenredig en afschrikkend te zijn en kunnen de vorm aannemen van boetes die evenredig zijn aan de milieuschade, de waarde van het betrokken hout of de betrokken houtproducten en de belastingderving en economische schade die het gevolg zijn van de inbreuk; de inbeslagname van het betrokken hout en de betrokken houtproducten; of de onmiddellijke schorsing van de vergunning tot uitoefening van commerciële activiteiten.

    Conclusie

    Volgens schattingen van de OESO gaat er elk jaar een gebied aan oerbos verloren zo groot als Griekenland, waardoor onvervangbare biodiversiteit met uitsterven wordt bedreigd en het risico van opwarming van de aarde wordt vergroot. Hoewel het meer dan 20 jaar geleden is dat de eerste Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout werd gesloten, is er nog alom sprake van overexploitatie en illegale houtkap. Bijna de helft van alle houtkap in regio's zoals het Amazonegebied, het Congobekken, Zuidoost-Azië en Rusland is illegaal.

    De Raad van de EU en de Europese Commissie ondersteunen de ITTA van 2006, waarin huns inziens de dringendste kwesties van de houtindustrie aan bod komen. De ITTO zet haar werkzaamheden voort betreffende zaken zoals ontbossing en illegale houtkap, maar er kan meer gedaan worden om de wetshandhaving in de bosbouw te versterken, zoals bovengenoemde door de EU aangenomen maatregelen duidelijk maken.

    Ondertussen juicht jullie rapporteur deze overeenkomst toe en stelt hij voor dat het Parlement zijn goedkeuring verleent.

    Het Parlement en het onderhavige voorstel

    De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft het Parlement meer bevoegdheden toegekend ten aanzien van internationale handelsovereenkomsten. In artikel 19 van het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie[5] wordt het volgende bepaald: "Met betrekking tot internationale overeenkomsten, met inbegrip van handelsovereenkomsten, verstrekt de Commissie het Parlement vroegtijdig duidelijke informatie, zowel tijdens de voorbereiding van de overeenkomsten als tijdens het verloop en de afsluiting van internationale onderhandelingen. Deze informatie omvat de ontwerprichtsnoeren voor de onderhandelingen, de vastgestelde onderhandelingsrichtsnoeren, het onderhandelingsverloop en de afsluiting van de onderhandelingen". Bovenstaande informatie "wordt voldoende tijdig aan het Parlement verstrekt opdat het in voorkomend geval zijn standpunt kenbaar kan maken en de Commissie voor zover mogelijk rekening kan houden met het standpunt van het Parlement...". In artikel 218, lid 10 van het VWEU is vastgelegd dat "het Europees Parlement in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle geïnformeerd [wordt]". Deze bepaling moet derhalve volledig worden nageleefd, zoals het Parlement in paragraaf 3, onder h), van zijn resolutie van 9 februari 2010 over een herzien Kaderakkoord tussen het Europees Parlement en de Commissie voor de volgende zittingsperiode heeft gevraagd.

    De Commissie moet het Europees Parlement geregeld op de hoogte stellen van de toepassing van de ITTA van 2006. Daarbij moet zij de tenuitvoerlegging van de ITTA toetsen aan de eigen EU-instrumenten inzake wetshandhaving, bestuur en handel in de bosbouw.

    Overeenkomstig de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 24 september 2008[6] herinnert uw rapporteur eraan dat de Commissie bij het opstellen van het onderhandelingsmandaat voor de herziening van de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 2006 een herziening moet voorstellen van de huidige tekst waardoor de bescherming en het duurzame beheer van de tropische wouden en het herstel van in kwaliteit achteruitgegane bosgebieden de kern van de overeenkomst gaan vormen en waarmee het belang wordt onderstreept van educatief en voorlichtingsbeleid in de landen die onder het probleem van de ontbossing lijden om het publiek te doordringen van de nadelige gevolgen van de verkeerde exploitatie van de houtreserves. De handel in tropisch hout mag alleen worden aangemoedigd in de mate die strookt met deze prioritaire doelstellingen. In het kader van dit mandaat voor de herziening van de Internationale Overeenkomst inzake tropisch hout van 2006 moet met name een regeling voor het stemmen in de Internationale Raad voor tropisch hout worden voorgesteld die duidelijk het behoud en het duurzaam gebruik van tropische bossen beloont.

    • [1]  http://www.itto.int/about_itto/.
    • [2]  http://www.itto.int/about_itto/.
    • [3]  A. Attah/F. Ioras/I.V. Abrudan/J. Ratnasingam: "The Voluntary Partnership Agreement: the Ghanaian and Malaysian Experience", in: International Forestry Review, vol. 11, nr. 3, blz. 311-319; Chris Beeko/Camilla Adelle: "The Implementation of the EU’s Voluntary Partnership Agreement Initiative to Combat Illegal Logging: Reflections from The Supply Side", in: Studia Diplomatica, Vol. LXII: 2009, nr. 4, blz. 173.
    • [4]  PB L 295 van 12.11.2010, blz. 23.
    • [5]  PB C 117 E van 18.5.2006, blz. 123.
    • [6]  P6_TA-PROV(2008)0453.

    UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    13.7.2011

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    25

    0

    1

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    William (The Earl of) Dartmouth, Laima Liucija Andrikienė, Kader Arif, David Campbell Bannerman, Daniel Caspary, Marielle De Sarnez, Christofer Fjellner, Metin Kazak, David Martin, Vital Moreira, Paul Murphy, Cristiana Muscardini, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Niccolò Rinaldi, Helmut Scholz, Peter Šťastný, Keith Taylor, Paweł Zalewski

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Josefa Andrés Barea, George Sabin Cutaş, Norbert Glante, Syed Kamall, Elisabeth Köstinger

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

    Rosa Estaràs Ferragut, Vicky Ford