VERSLAG over de voordracht van Henrik Otbo voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

25.11.2011 - (C7‑0345/2011 – 2011/0810(NLE))

Commissie begrotingscontrole
Rapporteur: Inés Ayala Sender

Procedure : 2011/0810(NLE)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A7-0416/2011
Ingediende teksten :
A7-0416/2011
Debatten :
Aangenomen teksten :

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over de voordracht van Henrik Otbo voor de benoeming tot lid van de Rekenkamer

(C7‑0345/2011 – 2011/0810(NLE))

(Raadpleging)

Het Europees Parlement,

–   gezien artikel 286, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7‑0345/2011),

–   gezien het feit dat de Commissie begrotingscontrole op haar vergadering van 23 november 2011 de kandidaat heeft gehoord die de Raad heeft voorgedragen voor benoeming tot lid van de Rekenkamer,

–   gezien artikel 108 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A7-0416/2011),

A. overwegende dat Henrik Otbo voldoet aan de in artikel 286, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gestelde voorwaarden;

1.  brengt positief advies uit over de voordracht van de Raad voor de benoeming van Henrik Otbo tot lid van de Rekenkamer;

2.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en, ter informatie, aan de Rekenkamer, alsmede aan de overige instellingen van de Europese Unie en de controle-instellingen van de lidstaten.

BIJLAGE 1: CURRICULUM VITAE VAN Henrik Otbo

Naam: Henrik Otbo

Geboortedatum en -plaats: 14 november 1949, Kopenhagen

Nationaliteit: Deen

Huidige functie: President van de Deense Nationale Rekenkamer

Opleiding: Masterdiploma economie, 1976, Universiteit Kopenhagen

Loopbaan:

1995 - :     President van de Deense Nationale Rekenkamer

1991-1995:     Docent maatschappijleer, Handelshogeschool Kopenhagen

1989-1995:     Directeur, Deense Nationale Rekenkamer

1988-1991:     Docent theoretische statistiek, Handelshogeschool Kopenhagen

1988-1989:     Afdelingshoofd, Deense Nationale Rekenkamer

1985-1988:     Kabinetschef van het Deense lid van de Europese Rekenkamer

1984-1985:     Attaché van het Deense lid van de Europese Rekenkamer

1980-1983:     Docent maatschappijleer en in 1983 tevens docent theoretische statistiek, Handelshogeschool Kopenhagen

1976-1984:     Afdelingshoofd, Deense Nationale Rekenkamer

Voorzitter van de beroepsnormencommissie (Professional Standards Committee - PSC) van INTOSAI sinds 2004. INTOSAI (International Organisation of Supreme Audit Institutions) is de internationale organisatie van hoge controle-instanties. De beroepsnormencommissie is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van beroepscontrolenormen voor de hoge controle-instanties.

Talenkennis: Deens, Engels, Frans en Duits.

BIJLAGE 2: ANTWOORDEN VAN Henrik Otbo OP DE VRAGENLIJST

Beroepservaring

1. Kunt u de belangrijkste aspecten van uw beroepservaring op het gebied van overheidsfinanciën, management of management auditing toelichten?

Mijn basisopleiding is een masterdiploma economie. De rode draad in mijn loopbaan is financiële controle van de overheid. In mijn jonge jaren trad ik in dienst bij de Deense Nationale Rekenkamer. Daarnaast doceerde ik vele jaren statistiek en maatschappijleer aan de Handelshogeschool en de Universiteit van Kopenhagen.

Van 1984 tot 1988 had ik het geluk gedetacheerd te worden naar Luxemburg om er te werken op het kabinet van het Deense lid van de Europese Rekenkamer. Daar leerde ik het EU-systeem van binnenin kennen. Tevens ervoer ik het belang van internationale samenwerking.

Na mijn terugkeer naar de Deense Nationale Rekenkamer en mijn bevordering tot directeur bestond een van mijn belangrijkste taken uit de controle van EU-middelen. Mijn eenheid stelde meerdere speciale verslagen op over de Deense besteding van EU-middelen.

Daarnaast werd ik aangesteld als de Deense verbindingsfunctionaris met de EU en als de internationale contactpersoon van de Deense Nationale Rekenkamer voor INTOSAI (International Organisation of Supreme Audit Institutions) en EUROSAI (European Organisation of Supreme Audit Institutions). Deze ambten boden mij niet alleen een internationaal perspectief maar ook inspiratie voor de controlewerkzaamheden bij de Deense Nationale Rekenkamer.

In 1995 werd ik benoemd tot president van de Deense Nationale Rekenkamer, een ambt dat ik tot heden bekleed.

Als president heb ik mij met name ingezet voor de professionele ontwikkeling van de Deense Nationale Rekenkamer. Onder mijn presidentschap heeft de Deense Nationale Rekenkamer tijdig relevante, hoogwaardige financiële controles bezorgd aan de Deense commissie voor overheidsrekeningen, het Deense parlement en de overheid.

Ook heb ik goede arbeidsbetrekkingen opgebouwd met alle belanghebbenden van de Nationale Rekenkamer, waarbij zij haar onafhankelijkheid heeft behouden. Sinds 2004 fungeert Denemarken als voorzitter van de beroepsnormencommissie (Professional Standards Committee - PSC) van INTOSAI. Deze commissie telt 68 hoge controle-instanties als lid. Op het Congres van INTOSAI in 2010 (INCOSAI), heeft de commissie een volledige set beroepsnormen voorgesteld die alle hoge controle-instanties moeten toepassen.

2. Wat zijn de drie belangrijkste beslissingen waarbij u tijdens uw beroepsleven betrokken bent geweest?

Als president van de Deense Nationale Rekenkamer heb ik over het algemeen bijgedragen aan de ontwikkeling van de Deense samenleving door goede auditresultaten voor te leggen. Aangezien de Nationale Rekenkamer sectoroverschrijdende toegang heeft, was het voor mij ook belangrijk deze toegang te gebruiken om transparantie en verantwoording te waarborgen – en om goede praktijken te bevorderen – voor geheel de overheid.

Mijn focus om de juiste financiële controle op het juiste ogenblik af te leveren, heeft tot beslissingen op drie belangrijke gebieden geleid:

1.  De dialoog verbeteren:

· met de Deense commissie voor overheidsrekeningen, om ervoor te zorgen dat de Deense Nationale Rekenkamer voldoet aan de eisen en verwachtingen van de commissie voor overheidsrekeningen en hoogwaardige controles verricht. Ik heb dit gedaan door bijvoorbeeld een jaarlijks bezoek van de commissie aan de Rekenkamer te organiseren, door de controleplanning te delen en door memo's over lopende controles op te stellen.

· met de overheid, door kennis te delen, risicobeoordelingen te delen en aanbevelingen te verstrekken om ervoor te zorgen dat de controles voor de overheid een meerwaarde opleveren. Een voorbeeld hiervan is de organisatie door de Rekenkamer van nationale conferenties over overheidscontroles. Het thema van de laatste conferentie in oktober was hoe overheidscontroles meerwaarde opleveren.

2.  Vaardigheden en controlenormen voor overheidscontroleurs ontwikkelen – zowel op nationaal als op internationaal niveau. De Deense Nationale Rekenkamer heeft samen met andere overheidscontroleurs een certificeringsstelsel voor overheidscontroleurs opgesteld. Dit stelsel vormt een gemeenschappelijk kader voor alle overheidscontroleurs en legt de basis voor hoogwaardige controles. Eens te meer wil ik het voorzitterschap van de beroepsnormencommissie van INTOSAI vermelden. Dit werk heeft alle leden van INTOSAI een volledige set beroepsnormen voor met name overheidscontroleurs aangereikt.

3.  De Deense Nationale Rekenkamer onderwerpen aan een klantenbevraging in 1999, 2001 en 2009 en aan een collegiale toetsing in 2006 om ervoor te zorgen dat de Rekenkamer relevante controles aflevert.

Onafhankelijkheid

3. Overeenkomstig het Verdrag moeten leden van de Rekenkamer "volledig onafhankelijk" hun ambt uitoefenen. Hoe denkt u deze verplichting toe te passen op uw toekomstige taken?

De bepalingen van het Verdrag inzake onafhankelijkheid zijn te vergelijken met die voor mijn ambt als president van de Deense Nationale Rekenkamer, dus ben ik het gewoon dergelijke bepalingen toe te passen.

Ten eerste is het zo dat in Denemarken enkel de Deense commissie voor overheidsrekeningen het recht heeft de president te vragen controles te verrichten. De ervaring van de afgelopen 16 jaar in mijn huidig ambt heeft me evenwel geleerd dat veel andere belanghebbenden ook goede ideeën hebben over de werkplannen van de Rekenkamer.

Ten tweede vertonen de media steeds meer belangstelling voor financiële controles. Het is bijgevolg een hele evenwichtsoefening om open te zijn naar de pers toe, maar er tegelijkertijd voor te zorgen dat de controleurs ongestoord hun werk kunnen doen.

Ten derde is het mijn ervaring dat kritische prestatiecontroles van fundamentele punten kunnen leiden tot hevige discussies met en kritische antwoorden van de betrokken instellingen.

Ik denk dat deze drie dilemma's moeten blijven bestaan en dat het erop aankomt in elke situatie het juiste evenwicht te vinden.

Om volledige onafhankelijkheid te waarborgen zal ik uiteraard geen instructies vragen aan of aanvaarden van derden, ongeacht het feit of het een overheids- of ander orgaan betreft. Ik zal controledossiers op professionele wijze behandelen overeenkomstig internationale controlenormen. Daarnaast zal ik de bepalingen van het Verdrag naleven evenals het intern reglement, de gedragscode en de ethische richtsnoeren van de Europese Rekenkamer.

Onafhankelijk zijn zal me evenwel niet beletten een dialoog aan te gaan met relevante belanghebbenden van de Rekenkamer. De Rekenkamer heeft immers een belangrijke rol te vervullen inzake de verstrekking van relevante controleresultaten en een duidelijke communicatie hierover.

4. Is u, indien een dergelijke procedure van toepassing is, kwijting verleend voor de beheerstaken die u voorheen uitoefende?

Een dergelijke procedure is in Denemarken niet van toepassing.

5. Heeft u zakelijke belangen of andere verplichtingen waardoor een conflict met uw toekomstige beroepstaken zou kunnen optreden? Bent u bereid al uw financiële belangen en andere verplichtingen kenbaar te maken aan de president van de Rekenkamer en deze openbaar te maken? Bent u momenteel bij een gerechtelijke procedure betrokken, en zo ja, kunt u daar gedetailleerde uitleg over verschaffen?

Ik heb geen zakelijke belangen waardoor een conflict met mijn beroepstaken zou kunnen optreden. Ik ben bereid al mijn financiële belangen en andere verplichtingen aan de president van de Rekenkamer te onthullen en ze openbaar te maken. Ik ben momenteel niet bij enige gerechtelijke procedure betrokken.

6. Bent u bereid om een functie waarvoor u gekozen bent, of een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij op te geven na uw benoeming als lid van de Rekenkamer?

Ik bekleed geen functie waarvoor ik gekozen ben noch een actieve functie met verantwoordelijkheden in een politieke partij.

7. Hoe zou u optreden bij een grote onregelmatigheid of zelfs een geval van fraude en/of corruptie, waarbij actoren in uw lidstaat van herkomst betrokken zijn?

In dergelijke gevallen zou ik de procedures van de Rekenkamer betreffende dit soort gevallen toepassen. Dit zou waarborgen dat dergelijke gevallen gelijk en correct worden behandeld, ongeacht de herkomst van de betrokkenen. Indien er een vermoeden of aanwijzing van fraude en/of corruptie bestaat, is men verplicht de zaak in handen van OLAF te geven.

In Denemarken heb ik slechts met een beperkt aantal fraudegevallen te maken gehad. Telkens heeft de Deense Nationale Rekenkamer dit zeer ernstig genomen en nauw samengewerkt met de betrokken instanties.

Voor mij is het van kapitaal belang dat het werk van de Europese Rekenkamer bijdraagt aan een transparante Europese Unie die verantwoording aflegt. Door nauw met OLAF samen te werken op het gebied van preventie van onregelmatigheden en fraude helpt de Europese Rekenkamer de aandacht vestigen op het goed financieel beheer van EU-middelen.

Uitoefening van taken

8. Wat zijn volgens u de belangrijkste kenmerken van een cultuur van goed financieel beheer in eender welke openbare dienst?

Goed financieel beheer is gebaseerd op de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid. Dit betekent dat de instellingen doelstellingen moeten vaststellen, relevante prestatie-indicatoren moeten gebruiken en passende interne controle- en auditsystemen moeten invoeren om dit alles in hoge mate te vervullen en na te leven. In een cultuur van goed financieel beheer is het van essentieel belang dat het topmanagement zich concentreert op het beheer en de follow-up van de doelstellingen.

Instellingen met een cultuur van goed financieel beheer worden als verantwoordelijk en transparant beschouwd, waarbij ze hun doeltreffendheid duidelijk aan hun "eigenaars" en het Europees publiek in het algemeen tonen.

9. Overeenkomstig het Verdrag staat de Europese Rekenkamer het Parlement bij in de uitoefening van zijn bevoegdheid voor controle op de uitvoering van de begroting. Hoe zou u uw taken op het vlak van de verslaglegging aan het Europees Parlement en meer bepaald aan de Commissie begrotingscontrole omschrijven?

Het is van essentieel belang dat het Parlement toeziet op de uitvoering van de begroting door de Commissie.

Dit waarborgt de burgers van de Unie dat hun geld verstandig, aan de doelen waarvoor het bestemd is, legaal, overeenkomstig de regels en zo doeltreffend mogelijk wordt besteed. Dit proces versterkt volgens mij de democratische dialoog en draagt op de lange termijn ook bij aan een groter vertrouwen van de burgers en bijgevolg aan meer samenhang in de Unie.

De Europese Rekenkamer vervult hierbij een belangrijke rol omdat zij een van de belangrijkste verstrekkers van informatie is over hoe de intenties van de begrotingsautoriteiten worden uitgevoerd. Deze informatie wordt meegedeeld in het jaarverslag, dat vooral de financiële en nalevingscontroles behandelt, en in de speciale verslagen, die hoofdzakelijk de prestatiecontroles behandelen. De verantwoordelijkheid van de Rekenkamer gaat evenwel verder dan het toezenden van de verslagen aan het Parlement, aangezien zij de plicht heeft waar mogelijk de Commissie begrotingscontrole bij te staan.

Ik ben van mening dat het Parlement, en met name de Commissie begrotingscontrole, de eerste klant van de Rekenkamer is en dat de Commissie begrotingscontrole en de Rekenkamer bijgevolg nauwe betrekkingen moeten onderhouden opdat het Parlement zo doeltreffend mogelijk kan toezien op de financiën van de EU. De Rekenkamer en de Commissie begrotingscontrole moeten een permanente en doeltreffende dialoog met elkaar onderhouden, en de Rekenkamer moet aandacht hebben voor de wensen en verwachtingen van het Parlement, waarbij haar eigen onafhankelijkheid gewaarborgd moet blijven.

10. Wat is volgens u de meerwaarde van prestatiecontroles en hoe moeten de bevindingen worden geïntegreerd in het beheer?

Ik ben ervan overtuigd dat zowel financiële controles als prestatiecontroles een meerwaarde moeten opleveren voor de overheid.

Prestatiecontroles moeten evenwel zorgen voor waarde voor geld en moeten in de EU-context het financieel beheer van de EU verbeteren. Prestatiecontroles moeten waarborgen dat de begroting wordt uitgevoerd volgens de beginselen van zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid. Een degelijke besteding van de EU-middelen belangt alle EU-burgers aan en daarom moet de Rekenkamer een belangrijke rol vervullen bij de verstrekking van relevante prestatiecontroles van de EU-middelen.

Door tijdig relevante, hoogwaardige prestatiecontroles te verstrekken, concentreert de Rekenkamer zich op het goed financieel beheer van EU-middelen. Uiteraard streven deze controles naar betere resultaten voor hetzelfde geld. Helaas beschikken niet alle activiteiten van de Unie over passende doelstellingen en over de vereiste indicatoren waarmee de Rekenkamer de behaalde doeltreffendheid zou kunnen controleren. In dergelijke gevallen zou de Rekenkamer de systemen voor financieel beheer kunnen controleren, in combinatie met voorbeelden waarbij vragen kunnen worden gesteld bij de efficiëntie en de doeltreffendheid.

Zowel de financiële controles als de prestatiecontroles van de Rekenkamer zouden het Parlement een goede basis moeten bieden voor toekomstige besluiten van het Parlement over de besteding van EU-middelen.

11. Hoe kan de samenwerking tussen de Europese Rekenkamer, de nationale controle-instanties en het Europees Parlement (Commissie begrotingscontrole) worden verbeterd op het punt van de controle van de EU-begroting?

Uit mijn ervaring met de betrekkingen met de Deense commissie voor overheidsrekeningen heb ik geleerd hoe belangrijk een permanente dialoog is om aan de verwachtingen tegemoet te komen. Daarom zal ik mijn uiterste best doen om de dialoog tussen de Commissie begrotingscontrole en de Rekenkamer te steunen en te verbeteren.

De Rekenkamer en de hoge controle-instanties van de EU werken al jaren goed samen. We werken met wederzijds respect en op gelijke voet samen. Niettemin moet deze samenwerking zowel inzake financiële controles als prestatiecontroles verder worden ontwikkeld.

Als de Rekenkamer haar werkzaamheden meer zou baseren op de controleresultaten van de nationale hoge controle-instanties, dan zou zij middelen kunnen vrijmaken voor andere relevante controles.

Volgens mij is deze ontwikkeling noodzakelijk. De komende jaren zal het immers nog belangrijker zijn dat de Rekenkamer voor meerwaarde zorgt door duidelijke controleresultaten te leveren die een stevige basis vormen voor de Europese besluitvormers. De lidstaten van de EU – zowel in als buiten de eurozone – worstelen met een ernstige financiële crisis. De Rekenkamer en de nationale hoge controle-instanties moeten deze gelegenheid aangrijpen om hun controlekrachten te bundelen. Daarom ben ik verheugd dat op de recente bijeenkomst van het EU-contactcomité overeengekomen is nauwer samen te werken en zo onze bijdrage te leveren om de crisis te boven te komen.

Volgens mij heeft de Rekenkamer een belangrijke rol te vervullen bij deze samenwerking en is de Rekenkamer de logische schakel tussen de hoge controle-instanties van de EU en het Europees Parlement.

Andere vragen

Zou u uw kandidatuur intrekken indien het Parlement een ongunstig advies uitbrengt over uw benoeming als lid van de Rekenkamer?

Ja, ik zie immers niet in hoe ik het Parlement daadwerkelijk zou kunnen bijstaan zonder zijn vertrouwen te genieten.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.11.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

22

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean-Pierre Audy, Inés Ayala Sender, Andrea Cozzolino, Tamás Deutsch, Jens Geier, Ingeborg Gräßle, Iliana Ivanova, Monica Luisa Macovei, Jan Mulder, Jan Olbrycht, Crescenzio Rivellini, Georgios Stavrakakis, Søren Bo Søndergaard

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Zuzana Brzobohatá, Edit Herczog, Sidonia Elżbieta Jędrzejewska, Czesław Adam Siekierski, Derek Vaughan

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

George Sabin Cutaş, Leonidas Donskis, Pat the Cope Gallagher, Cristina Gutiérrez-Cortines, Marian Harkin, Sampo Terho