Procedure : 2011/2148(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0431/2011

Ingediende teksten :

A7-0431/2011

Debatten :

PV 19/01/2012 - 4
CRE 19/01/2012 - 4

Stemmingen :

PV 19/01/2012 - 10.12
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0013

VERSLAG     
PDF 196kWORD 140k
30.11.2011
PE 467.225v03-00 A7-0431/2011

naar een ruimtevaartstrategie van de Europese Unie ten dienste van de burger

(2011/2148(INI))

Commissie industrie, onderzoek en energie

Rapporteur: Aldo Patriciello

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 BEKNOPTE MOTIVERING
 ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
 ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over een ruimtevaartstrategie van de Europese Unie ten dienste van de burger

(2011/2148(INI))

Het Europees Parlement,

–   gezien titel XIX, artikel 189 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, artikel 189, over het beleid inzake onderzoek en technologische ontwikkeling en het ruimtevaartbeleid waarin in het bijzonder de ontwikkeling van een Europees ruimtevaartbeleid wordt genoemd ter bevordering van de wetenschappelijke en technische vooruitgang, het industriële concurrentievermogen en de uitvoering van het beleid van de Unie,

–   gezien de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010, met als titel "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

–   gezien zijn resolutie van 16 juni 2010 over EU 2020(1),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 28 oktober 2010 met als titel "Een geïntegreerd industriebeleid in een tijd van mondialisering – Concurrentievermogen en duurzaamheid centraal stellen" (COM(2010)0614),

–   gezien zijn resolutie van 9 maart 2011 over een industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering(2),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 4 april 2011 met als titel "Naar een ruimtevaartstrategie van de Europese Unie ten dienste van de burger" (COM(2011)0152),

–    gezien de conclusies van de Raad van 31 mei 2011 met als titel "Naar een ruimtevaartstrategie van de Europese Unie ten dienste van de Europese burger",

–   gezien het witboek van de Commissie van 11 november 2003 met als titel "De ruimtevaart, een nieuwe Europese grens voor een uitbreidende Unie - Een actieplan voor de uitvoering van het Europese ruimtevaartbeleid" (COM(2003)0673),

–   gezien Beschikking 2004/578/EG van 29 april 2004 betreffende het sluiten van de Kaderovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Europees Ruimteagentschap(3),

–   gezien het verslag van de Commissie met als titel "Tussentijdse evaluatie van de Europese programma's voor radionavigatie per satelliet" (COM(2011)0005),

–   gezien zijn resolutie van 8 juni 2011 over de tussentijdse evaluatie van de Europese satellietnavigatieprogramma's: beoordeling van de uitvoering, toekomstige uitdagingen en financiële vooruitzichten(4),

–   gezien zijn resolutie van 20 juni 2007 over de financiering van het Europees programma voor satellietradionavigatie (Galileo) overeenkomstig het interinstitutioneel akkoord van 17 mei 2006 en het meerjarig financieel kader 2007-2013(5),

–   gezien de mededeling van de Commissie van 29 juni 2011 met als titel "Een begroting voor Europa 2020" (COM(2011)0500),

–   gezien Verordening (EG) nr. 683/2008 betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma's voor navigatie per satelliet (EGNOS en Galileo)(6),

–   gezien de mededeling van de Commissie met als titel "Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES): voor een veiliger planeet (COM(2008)0748),

–   gezien de mededeling van de Commissie met als titel "Wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES): uitdagingen en volgende stappen voor de ruimtecomponent" (COM(2009)0589),

–   gezien Verordening (EU) nr. 911/2010 van 22 september 2010 inzake het Europees programma voor monitoring van de aarde (GMES) en zijn initiële operationele diensten (2011-2013)(7),

–   gezien Verordening (EU) nr. 912/2010 tot oprichting van het Europese GNSS-Agentschap(8),

–   gezien de mededeling van de Commissie met als titel "Actieplan inzake toepassingen van het wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GNSS)" (COM(2010)0308),

–   gezien artikel 48 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en de Commissie vervoer en toerisme (A7-0431/2011),

A. overwegende dat de Europese Unie op grond van artikel 189 van het VWEU een expliciete rol speelt bij de ontwikkeling van een ruimtevaartbeleid ter bevordering van de wetenschappelijke en technische vooruitgang, het industriële concurrentievermogen en de uitvoering van haar beleid;

B.  overwegende dat het ruimtevaartbeleid een essentieel onderdeel is van de Europa 2020-strategie en onlosmakelijk met het kerninitiatief voor het industriebeleid is verbonden;

C. overwegende dat satellietcommunicatiediensten al ter beschikking staan van de EU-regeringen en -burgers;

D. overwegende dat dit beleid bijdraagt tot de verwezenlijking van een slimme, duurzame en inclusieve economie door de schepping van hooggekwalificeerde banen en nieuwe mogelijkheden op de markt, de bevordering van innovatie en de verbetering van het welzijn en de veiligheid van de burgers;

E.  overwegende dat de ruimtevaart van strategisch belang is voor Europa en een sleutelelement vormt voor de onafhankelijke besluitvorming en het onafhankelijke optreden van Europa;

F.  overwegende dat de Europese ruimtevaartindustrie een geconsolideerde omzet van 5,4 miljard euro vertegenwoordigt en meer dan 31 000 hooggeschoolde mensen in dienst heeft;

G. overwegende dat de Europese satellietcommunicatiesector een sleutelelement vormt voor het behoud van een gezonde Europese ruimtevaartindustrie, aangezien ruim de helft van de omzet in deze sector afkomstig is van de productie of lancering van telecommunicatiesatellieten;

H. overwegende dat het Europees Parlement altijd zijn volle steun heeft verleend aan het Europese GNSS, geïmplementeerd door middel van de programma's Galileo en EGNOS, die zijn gericht op de verbetering van het dagelijks leven van Europese burgers, een waarborg bieden voor de autonomie en onafhankelijkheid van Europa en een belangrijk aandeel nemen in de wereldwijde hightechmarkt die afhankelijk is van satellietnavigatie;

I.   overwegende dat de EU momenteel afhankelijk is van het Amerikaanse Global Positioning System (GPS), en dat activiteiten met een waarde van ruwweg 7% van het BBP op dit systeem zijn gebaseerd, en overwegende dat Galileo naar verwachting duidelijke voordelen zal bieden ten opzichte van het Amerikaanse GPS-systeem, zoals grotere nauwkeurigheid, globale integriteit, authentificatie en servicegarantie, en dat het daarnaast de Europese Unie strategische autonomie zal geven; neemt kennis van de belangrijke rol die Galileo kan spelen bij de verbetering van mededingingsvermogen en kwaliteit van talrijke diensten in Europa;

J.   overwegende dat de toenemende kosten van het programma, die mede het gevolg zijn van onnauwkeurige kostenprognoses en inadequate strategieën voor kostenbeheer, betekenen dat er binnen het huidige budget alleen ruimte is voor het inzetten van de operationele startcapaciteit (IOC);

K. overwegende dat de Commissie een voorstel heeft ingediend voor de financiering van Galileo overeenkomstig het meerjarig financieel kader 2014-2020, maar dat het kader niet voorziet in de financiering van het GMES-programma, waardoor de toekomst van dat programma ernstig in het gedrang komt;

L.  overwegende dat de Commissie, voordat er een besluit wordt genomen over nieuwe financiële vastleggingen uit de begroting van de Unie in het volgende meerjarig financieel kader, een duidelijke en gedetailleerde beoordeling moet overleggen van alle mogelijke technische opties en van de bijbehorende kosten en voordelen van zowel Galileo als het GMES-programma;

M. overwegende dat GMES eveneens een door Europa aangevoerd kernprogramma is dat in dienst staat van de Europese burgers door overheidsinstellingen geografische informatie te leveren om hen te helpen hun beleid op het vlak van onder meer milieubeheer, risicobeheer en burgerbescherming uit te voeren; overwegende dat het GMES-programma moet zorgen voor ononderbroken toegang tot informatie over het milieu en de veiligheid, op basis van blijvende ruimteobservatie- en in-situ-infrastructuur, waardoor optimaal gebruik wordt gemaakt van de in Europa beschikbare middelen;

N. overwegende dat een geslaagd ruimtevaartbeleid in eerste instantie gekenmerkt wordt door het duurzame concurrentievermogen van de technisch geavanceerde ruimtevaartindustrie, ondersteund door een omvangrijk O&O-programma en bijkomende activiteiten zoals ruimteverkenning, beveiliging van de ruimtevaartinfrastructuur en internationale samenwerking;

O. overwegende dat de onafhankelijke toegang tot de ruimte gewaarborgd moet zijn om de doelen van het Europees ruimtebeleid te kunnen verwezenlijken, zoals ook de Europese Commissie beklemtoont;

P.  overwegende dat de industriële knowhow in Europa van doorslaggevend belang is voor het welslagen van het ruimtebeleid en de belangrijke bijdrage die de grote Europese programma’s leveren tot Europese eenwording en mededingingsvermogen;

Doelen van de Europese ruimtevaartstrategie

1.  is verheugd over de mededeling van de Commissie met de titel “Naar een ruimtevaartstrategie van de Europese Unie ten dienste van de Europese burger” als eerste stap in de richting van een algemeen en op de gebruiker gericht ruimtevaartbeleid van de Europese Unie ten dienste van haar burgers, beleid en diplomatie; gelooft dat de Europese Unie haar inspanningen moet toespitsen op de ontwikkeling van ruimtediensten op een lager niveau die voordelen opleveren voor de burgers en erop gericht zijn de beleidsvorming en -uitvoering te verbeteren; is van mening dat adequaat gebruik van ruimteprogramma’s zoals Galileo en GMES zou leiden tot aanzienlijke besparingen in de betrokken sectoren en tot voordelen verderop in het proces voor regio's en de lokale gemeenschappen;

2.  benadrukt dat het ruimtevaartbeleid een realistisch beleid moet zijn met als doel het dagelijks leven van de Europese burgers te verbeteren, nieuwe economische groei mogelijk te maken, innovatiemogelijkheden te ontsluiten en wetenschappelijke vooruitgang van uitmuntende kwaliteit te ondersteunen; benadrukt dat ruimtevaartoplossingen gebaseerd op ultramoderne technologieën en een competitieve Europese industrie van wezenlijk belang zijn voor het aanpakken van de grote uitdagingen in onze hedendaagse samenleving, zoals natuurrampen, het beheer van natuurlijke hulpmiddelen en klimaattoezicht, de ontwikkeling van de telecommunicatiesector en het aanmoedigen van ter zake dienende toepassingen op het gebied van het beleid inzake klimaatverandering, ruimtelijke ordening, milieubeheer, landbouw, maritieme veiligheid, visserij en vervoer;

3.  wijst op de belangrijke rol van satellietnetwerken voor de invoering van breedbandinternet in de hele EU uiterlijk in 2013 en bijgevolg de verwezenlijking van de doelen die zijn opgenomen in de digitale agenda van de EU;

4.  is verheugd over het voornemen van de Commissie om een industrieel ruimtevaartbeleid vast te stellen dat op de specifieke behoeften van elke subsector toegesneden is; wijst er wel op dat dit beleid niet alleen met het ESA en de lidstaten maar ook met het Europees Parlement moet worden afgestemd;

5.  is van mening dat de Europese Unie verantwoordelijk is voor de coördinatie en de consolidatie van nationaal ruimtevaartbeleid en nationale ruimtevaartprogramma's met het oog op de ontwikkeling van een samenhangende Europese aanpak in samenwerking met alle relevante belanghebbenden; wijst erop dat deze benadering gericht moet zijn op ondersteuning van een stevige, mededingingskrachtige en onafhankelijke Europese industriële grondslag en op consolidatie van een industriebeleid dat in staat is op middellange en lange termijn ruimtevaartsystemen te ontwerpen, ontwikkelen, op gang brengen, in bedrijf houden en uitbaten, met inbegrip van financiële en wetgevende mechanismen;

6.  is verheugd dat de strategie als doel heeft de ruimtevaartinfrastructuur van Europa uit te breiden en het onderzoek sterker te ondersteunen om de technologische onafhankelijkheid van de Europese industriebasis te doen toenemen, de kruisbestuiving tussen de ruimtevaartsector en andere industriële sectoren aan te moedigen en innovatie te bevorderen als aandrijvende kracht van het Europees concurrentievermogen;

7.  merkt echter op dat in de mededeling van de Commissie weliswaar prioritaire acties worden genoemd, maar dat deze gedeeltelijk enigszins onduidelijk blijven; benadrukt dat deze acties duidelijker moeten worden omschreven en dat een beoordeling moet worden gegeven van alle technische opties en de bijbehorende kosten, gevaren en voordelen, en van de maatschappelijke gevolgen, o.m. van alle mogelijke gevolgen voor de Europese industriebasis en het Europees industriebeleid; is van mening dat met name een Europees ruimteprogramma zich moet toespitsen op domeinen met een toegevoegde waarde voor Europa, en versnippering van inspanningen alsook overlappingen met activiteiten van het ESA moet vermijden;

8.  benadrukt de noodzaak van duidelijke beheersstructuren in verband met ruimtevaartbeleid, met optimale gebruikmaking van de in Europa beschikbare competenties, met doeltreffende mechanismen voor toezicht en coördinatie, met als doel de prioriteiten op elkaar af te stemmen en ervoor te zorgen dat de middelen uit nationale en Europese-Uniefondsen, van het ESA en andere Europese agentschappen die zich met de ruimte bezig houden en voor de EU relevant zijn, verantwoord worden beheerd;

9.  wijst erop dat tijdens de zeven bijeenkomsten van de Raad "Ruimtevaart" tot dusver slechts éénmaal zijdelings is verwezen naar het vervoer in Europa en dat de betekenis van een ruimtevaartbeleid dat ten goede komt aan het vervoer niet in bijzonderheden is behandeld tijdens de beraadslagingen van de Raad "Ruimtevaart" zoals die tot uitdrukking komen in het resultaat van de besprekingen;

10. onderstreept dat er meer besef moet komen van het feit dat essentiële sectoren afhankelijk zijn van de ruimte, en moedigt de lidstaten en de Commissie meer aandacht te schenken aan de betekenis van de ruimte;

11. herinnert eraan dat de vervoerssector een sleutelrol moet vervullen bij de verwezenlijking van de EU 20-20-20-doelen voor wat betreft CO2-emissies en energieverbruik en van de doelen van de Europa 2020-strategie, en dat er geen duurzame groei mogelijk is zonder een efficiënte vervoerssector;

12. is van mening dat er een ruimtevaartstrategie voor de Europese Unie nodig is om te waarborgen dat ruimtetechnologie ten volle bijdraagt tot veiliger en efficiënter beheer en sturing van het verkeer in alle vervoerssectoren;

13. is het met de Commissie eens dat Europa onafhankelijke toegang tot de ruimte moet blijven houden om de doelen van zijn ruimtebeleid te kunnen verwezenlijken en te kunnen blijven profiteren van de neveneffecten van de ruimtevaarttoepassingen; spoort de Commissie dan ook aan om concrete voorstellen te doen op het strategische gebied van de draagraketten en hieraan in het kader van het industriebeleid voor de ruimtevaart bijzondere aandacht te besteden;

14. wijst erop dat het vraagstuk van lanceerinstallaties binnen het ruimtebeleid een bijzonder belangrijke dimensie heeft en onderstreept de noodzaak van een nieuwe impuls voor het Europese beleid op dit gebied, gezien de huidige wereldwijde kritieke situatie ten aanzien van lanceerinstallaties;

De kernprojecten Galileo en GMES

15. is van mening dat Galileo een kernprogramma van de Europese Unie is, evenals het eerste satellietnavigatiesysteem ter wereld dat voor civiele doeleinden is ontworpen en de Unie onafhankelijkheid zou kunnen verlenen in een strategisch belangrijke sector;

16. verzoekt de Commissie om op gepaste wijze het wetgevings- en financieel kader te voltooien, in het bijzonder met het oog op het financieel kader 2014‑2020, de ontwikkeling van een doeltreffende beheersstructuur en de invoering van Galileo‑diensten en van voorschriften betreffende aansprakelijkheid; benadrukt dat in dit kader, om Galileo operationeel te maken en het programma volledig te kunnen gebruiken:

-          beginselen voor het beheer van de toekomstige activiteiten van Galileo moeten worden vastgesteld;

-          de organisatiestructuur van het programma globaal moet worden gestroomlijnd;

17. is van mening dat de initiële operationele capaciteit, waarmee de eerste diensten kunnen worden geleverd, uiterlijk in 2014 voltooid moet zijn, om ervoor te zorgen dat Galileo daadwerkelijk de tweede GNSS-referentieconstellatie wordt voor fabrikanten van ontvangers; is er verheugd over dat er op 21 oktober 2011 vanaf de Europese lanceerbasis Kourou twee operationele satellieten voor validatie in een baan om de aarde zijn gebracht;

18. is ervan overtuigd dat het doel van volledige operationele capaciteit, waarbij wordt uitgegaan van een constellatie van 27 satellieten plus een passend aantal reservesatellieten en adequate infrastructuur op de grond, een vereiste is om Galileo de meerwaarde te geven in termen van authentificatie, grote nauwkeurigheid en ononderbroken service en dus voor het binnenhalen van de economische en maatschappelijke voordelen; vreest dat de door Galileo opgebouwde voorsprong verloren gaat als het systeem niet op tijd wordt voltooid en als de diensten niet op de juiste wijze op de markt worden gebracht en worden geïnternationaliseerd; is van mening dat duidelijke en eenduidige steun van alle Europese instellingen voor het bereiken van de volledige operationele capaciteit (FOC) nodig is om gebruikers en investeerders te verzekeren van de betrokkenheid van de Europese Unie op lange termijn;

19. is van mening dat het toekomstig financieel plan voor Galileo waarborgen voor de lange termijn en continuïteit moet bieden, onder meer met het oog op de exploitatie- en onderhoudskosten en de kosten voor reserveonderdelen;

20. roept de Commissie en het GNSS-Agentschap van de EU dringend op om veel meer te doen voor de vergroting van de geïnformeerdheid over GNSS onder potentiële gebruikers en investeerders, om het gebruik van op GNSS gebaseerde diensten te bevorderen, en om de vraag naar deze diensten in Europa in kaart te brengen en te concentreren;

21. is er sterk van overtuigd dat aanvullende financiering voor GNSS alleen kan worden verzekerd als het bewustzijn van de economische en maatschappelijke voordelen die GNSS oplevert voor economie en maatschappij van de Unie aanzienlijk wordt versterkt bij besluitnemers en het burgers in het algemeen; juicht concrete initiatieven toe, zoals de ideeënwedstrijd Galileo Masters;

22. brengt in de herinnering dat het EGNOS‑programma werkelijkheid is geworden en reeds operationeel is; is ervan overtuigd dat dit programma volledig moet worden benut en dat op concrete wijze munt moet worden geslagen uit de toepassingen hiervan; wijst erop hoe belangrijk het is dat EGNOS voor de EU als geheel geldt, teneinde de interne luchtvaartmarkt te consolideren, en onderstreept de noodzaak om het systeem uit te breiden in het zuiden, oosten en zuidoosten van Europa, het Middellandse-Zeegebied, Afrika en het Noordpoolgebied;

23. onderstreept dat Galileo en EGNOS van essentieel belang zijn bij de totstandbrenging van een gemeenschappelijk Europees luchtruim en bij de verdere ontwikkeling van een veilig en rendabel luchtverkeersbeheer in Europa, en dringt daarom aan op de vaststelling van een ambitieus en bindend tijdschema, in combinatie met stabiele financiering van onderzoek en innovatie, die technologische vooruitgang en de groei van de industriële capaciteit zullen waarborgen, en tevens op het vergemakkelijken van de toegang van het MKB tot financiering, met als doel de uitvoering van deze twee programma's als voorwaarde voor een spoedige start van het gemeenschappelijke Europese luchtruim, daar dit een essentiële strategische stap vormt naar meer Europese integratie en een sterkere Europese interne markt;

24. is van mening dat bevordering van het gebruik van EGNOS en Galileo in de burgerluchtvaart een strategische vereiste is voor de toepassing van SESAR, vooral wat betreft het gebruik ervan bij landingsprocedures en op kleine luchthavens;

25. roept de lidstaten op opnieuw hun inzet te bekrachtigen voor ruimteprojecten van de EU zoals SESAR, die van vitaal belang zullen blijken voor toekomstige groei en werkgelegenheid in diverse sectoren;

26. verzoekt de Commissie en de lidstaten transparantie bij de financiering en samenwerking tussen militaire en civiele strategieën voor het gebruik van de ruimte te waarborgen;

27. onderstreept dat Galileo en EGNOS van vitaal belang zijn voor een efficiënt en in milieuopzicht duurzaam beheer van het wegverkeer, tolheffingssystemen, eCall en systemen voor plaatsbepaling zonder tijdsverschil, alsmede toekomstige digitale tachografen;

28. onderstreept dat toezicht op vervoer van gevaarlijke en verontreinigende stoffen een prioriteit zou moeten vormen bij satellietsystemen voor waarneming en navigatie;

29. is van mening dat GMES eveneens een kernprogramma van de Europese Unie is, dat een cruciale rol speelt bij het observeren van de aarde; onderstreept dat GMES een significante bijdrage kan leveren aan de verwezenlijking van de Europa 2020-doelstellingen doordat het informatie kan opleveren voor de bestrijding van de klimaatverandering en de ondersteuning van de groei en de groene economie, alsook van langetermijninvesteringen in technologie en infrastructuur; onderstreept nogmaals het belang van de GMES als wezenlijk wapen in de strijd tegen de klimaatverandering en de aantasting van het milieu; wijst erop dat de GMES, door het vergaren en bestuderen van informatie op nationale, regionale en wereldschaal, de mogelijkheid zal bieden nauwkeurige en nuttige gegevens te extrapoleren voor: de waarneming van lucht, zee en land, de civiele bescherming, risicopreventie, systemen voor vroegtijdige waarschuwing, rampenbeheersing en wederopbouwmaatregelen na milieu- en natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen, zee- en kustbewaking, landbouwontwikkeling, water- en bodembeheer en regionale planning, daarbij gebruik makend van innoverende technologieën voor milieubeoordeling en -rapportage die een combinatie van ruimteobservatie en in-situgegevens mogelijk maken;

30. verzoekt de Commissie met klem het wetgevingskader af te ronden en een voorstel voor daadwerkelijke sturing van de diverse niveaus van ontwikkeling en beheer van het programma in te dienen door gebruik te maken van de deskundige kennis waarover overheidsorganen in de EU, met inbegrip van EU-agentschappen en de particuliere sector beschikken, met het oog op ontwikkeling en coördinatie van op de gebruiker gerichte diensten; verzoekt de Commissie en de andere instellingen met klem de financiering van het GMES-programma op te nemen in het meerjarig financieel kader 2014-2020; herhaalt dat de integratie van de GMES in het Meerjarig Financieel Kader zou voorkomen dat de investeringen die in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek al zijn gedaan voor diensten en informatie verloren gaan; wijst erop dat de tot op heden gedane investeringen zonder financieel plan voor economische ondersteuning op de lange termijn geen vruchten zullen afwerpen; is van mening dat het verzoek aan de lidstaten de kosten van op gang brengen en het jaarlijkse onderhoud van het programma te blijven betalen ertoe zou kunnen leiden dat de kosten op lange termijn stijgen, dat de toegang tot de verkregen informatie en de voordelen niet voor alle burgers gelijk zijn, dat het programma zelf waarschijnlijk wordt stopgezet, dat bijgevolg de verspreiding van gegevens stilvalt en, tot slot, dat wij afhankelijk blijven van niet-Europese ruimte-infrastructuur, waardoor de ondernemingen van de sector in een economisch onzekere situatie worden gedrongen;

31. wijst erop dat de totale kosten van de GMES al tot 2013 zijn gedekt (in totaal 3 miljard euro, waarvan 2,3 miljard euro voor satellieten en 700 miljoen euro voor diensten) en dat de geraamde operationele kosten van het programma tussen 2014 en -2020 gemiddeld 850 miljoen euro belopen; verzoekt de Commissie publiek-private partnerschappen te bevorderen en meer particulier kapitaal aan te trekken;

32. verzoekt de Commissie een sturings- en financieringsprogramma voor de lange termijn voor te stellen dat gebaseerd is op het onderzoek van alle mogelijke alternatieven en een operationele organisatie op te zetten die zorgt voor het behoorlijke beheer en de verstrekking van gegevens vanuit de diensten om het succes voort te zetten dat het programma momenteel kent en om het doel te verwezenlijken met ingang van 2014 volledig operationeel te zijn; is van mening dat dit moet worden gekoppeld aan een gemeenschappelijk Europees gegevensbeleid om ervoor te zorgen dat bestaande gegevens daadwerkelijk vrij toegankelijk en beschikbaar zijn; is van mening dat moet worden vastgesteld welke overeenkomsten met de nationale agentschappen moeten worden gesloten voor een maximaal interoperabiliteitsniveau van het systeem en om de continuïteit en het beheer te optimaliseren; meent dat het noodzakelijk is onderscheid te maken tussen enerzijds wetenschappelijk en commercieel gebruik en anderzijds de ontwikkelingsactiviteiten door het ESA en de stationeringsactiviteiten, operaties en systeemontwikkeling waarvoor Europese structuren en specifieke competenties vereist zijn;

33. erkent de sociale voordelen van de diensten die de GMES levert aan de gebruikers, voor wie de continuïteit en de duurzaamheid van cruciaal belang zijn om optimaal gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden van de observatie-infrastructuur waarin het programma voorziet;

Een beveiligde ruimte ter verwezenlijking van de veiligheids- en defensiedoelstellingen

34. staat achter de ideeën van de Commissie over de versterking van het onderdeel veiligheid van het GMES-programma voor de bewaking van de grenzen, de ondersteuning van het externe optreden van de Unie, de maritieme surveillance, complexe noodgevallen, humanitaire hulp en civiele bescherming enz., waarbij rekening moet worden gehouden met de gevoeligheid van de verwerkte gegevens en met de noodzaak om de privacy en andere rechten van de burger te beschermen;

35. is van mening dat het ruimtevaartbeleid tevens het beleid inzake beveiliging van de kritische Europese ruimtevaartinfrastructuur en de veilige recycling van afgedankte installaties moet omvatten ; erkent dat de Europese economie, politiek en maatschappij steeds afhankelijker worden van ruimtevaartinfrastructuur en wijst erop dat deze kritische infrastructuur van wezenlijke betekenis is voor uitbreiding van de zelfbeschikking van de Europese besluitvorming; is van mening dat het opzetten van een Europees ruimtecontrolesysteem dat leidt tot situatiekennis in de ruimte ("space situational awareness") zou bijdragen tot de bescherming van belangrijke Europese ruimte-infrastructuur tegen het risico van botsingen tussen ruimtevaartuigen of met ruimteschroot of aardscheerders, en tegen de risico's in verband met ruimtemeteorologie; is van mening dat alle nieuwe Europese programma's moeten worden gebaseerd op de bestaande capaciteiten, competenties en infrastructuur, waarin alle lidstaten hebben moeten investeren, en dienen te leiden tot de ontwikkeling van thans ontbrekende capaciteiten;

36. is van mening dat een maximaal gebruik van satellietcommunicatiediensten het concurrentievermogen van de Europese productiebedrijven rechtstreeks zal steunen, de grondslag van de bedrijfstak in Europa zal aanmoedigen en een antwoord zal bieden op de volgende belangrijke beleidsdoelstellingen:

- de invoering van breedbandinternet in de hele EU, onder meer voor diensten van de volgende generatie, aangezien satellietnetwerken een essentieel onderdeel vormen van de combinatie van technieken die nodig is om de doelstellingen van de digitale agenda van de EU te verwezenlijken;

- de tenuitvoerlegging van duurzaam, veilig en intelligent vervoer te land, ter zee en in de lucht;

- de optimalisering van de bijdrage van de EU aan samenwerkingsprogramma's met ontwikkelingslanden en consolidering van de EU-bijdrage aan verwezenlijking van de millenniumontwikkelingsdoelstellingen;

de garantie van een gepast optreden van de EU bij toekomstige rampen binnen en buiten de EU;

Onderzoek en innovatie stimuleren

37. is van mening dat de Europese Unie, indien zij onafhankelijk moet optreden en moet beschikken over een mededingingskrachtige ruimtevaartindustrie die in staat is op eerlijke voorwaarden te concurreren met niet-Europese industrieën, een solide basis van kennis en technologie nodig heeft voor een optimaal gebruik van ruimtegerelateerde toepassingen in dienst van de burger; benadrukt dat een wetgevings-, administratief en financieel kader van wezenlijk belang zijn voor de investeringen van de industrie in onderzoek en innovatie; is van oordeel dat de EU investeringen moet doen om de toegang van Europa tot de ruimte en de infrastructuur die zich in een baan om de aarde bevindt te garanderen;

38. benadrukt het belang van een strategie voor onderzoek en innovatie op het gebied van het ruimtevaartbeleid waarmee de technologische vooruitgang, de industriële ontwikkeling en het concurrentievermogen van de EU worden gewaarborgd en in de EU werkgelegenheid wordt geschapen; is van mening dat een Europees O&O-beleid voor de ruimtevaart de beschikbaarheid van benodigde naar behoren uitgerijpte technologieën moet garanderen, met het vereiste niveau van onafhankelijkheid en op competitieve voorwaarden; verzoekt de Commissie een strategisch tijdschema op te stellen om ervoor te zorgen dat de inspanningen van de Europese Unie op het gebied van O&O een samenhangend geheel vormen met de inspanningen van het ESA en de lidstaten wat betreft alle benodigde technologieën, vaardigheden en double-sourcing om een sterke concurrentiepositie en onafhankelijkheid voor Europa te bereiken, toegang tot de internationale markten te verkrijgen en de risico's van de Europese programma's te verkleinen;

39. wijst op de noodzaak mechanismen en programma's te ontwikkelen om een impuls te geven aan de markt voor van Galileo, EGNOS en GMES afgeleide toepassingen en diensten, evenals voor de telecommunicatiesector en voor de diensten die medegebruik zullen maken van de verschillende ruimtediensten, waardoor op doeltreffende wijze op de behoeften van de burgers wordt ingespeeld;

40. meent eveneens dat de onafhankelijke toegang tot de ruimte, om Europese onafhaankelijkheid en concurrentievermogen te consolideren, op betaalbare voorwaarden behouden moet blijven, door het gebruik van Europese draagraketten te bevorderen en de relevantie van de operationele en industriële organisatie te onderzoeken ten opzichte van de gemeenschappelijke eisen, en spoort de Commissie daarom aan concrete voorstellen te doen ten behoeve van de strategische subsector draagraketten en daaraan in het kader van het ruimtevaartindustriebeleid bijzondere aandacht te schenken;

41. verzoekt de Commissie de financiële en praktische eisen op gepaste wijze in de toekomstige kaderprogramma's voor onderzoek aan te pakken; is met name van mening dat het onderzoek naar en de ontwikkeling van ruimtegerelateerde toepassingen moeten worden opgenomen als essentiële ondersteunende technologieën voor een aantal sectorale onderzoeksgebieden, zoals klimaatverandering, milieu, vervoer, landbouw enz. en niet als het afzonderlijke onderwerp ruimte;

42. verzoekt de Commissie om in samenwerking met het ESA de alternatieven voor ruimteverkenning te bestuderen, met inbegrip van de mogelijke kosten en voordelen ervan; is in dit verband van mening dat een gemeenschappelijke strategie met de internationale partners moet worden ontwikkeld door middel van een samenwerkingsovereenkomst die gebaseerd is op algemene consensus van alle belanghebbende partijen en op redelijke bijdragen van de Europese Unie;

Internationale samenwerking

43. herhaalt dat internationale samenwerking met vredelievende doeleinden een van de fundamentele waarden van de Europese Unie vormt en ten grondslag ligt aan haar beleid; is van mening dat Europese kennis van techniek, infrastructuren en diensten, geavanceerde wetenschappelijke, technische en industriële kennis, zo goed mogelijke toegang tot gegevens voor Europese gebruikers, delen van kennis en interoperabele ontwikkeling van toepassingen die nuttig zijn voor het aanpakken van de omvangrijke maatschapplijke problemen waarmee Europa en de wereld momenteel worden geconfronteerd, door internationale samenwerking moeten worden bevorderd; wijst erop dat de Europese Unie op ruimtevaartgebied voorop moet lopen en mondiaal gezien een wezenlijke strategische rol moet blijven spelen, met name bij de internationale onderhandelingen over een systeem voor "space situational awareness" en verkenning van de ruimte; benadrukt dat de werkzaamheden in het kader van het ruimtebeleid op doeltreffender wijze kunnen worden volbracht door middel van industriële samenwerkingsverbanden en de verdeling van de investeringen over de grote programma's, zoals het Internationaal Ruimtestation ;

44. beklemtoont dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de EU bij toekomstige rampen binnen en buiten de EU op gepaste wijze kan optreden;

45. verzoekt de Commissie om in overleg met de lidstaten en het ESA een internationale samenwerkingsstrategie te ontwikkelen om de dialoog op het gebied van het ruimtevaartbeleid met de strategische partners (Verenigde Staten, de Russische Federatie en Japan) te versterken en te onderzoeken of een soortgelijke dialoog met andere opkomende machten zoals China, India en Brazilië op gang kan worden gebracht;

46. herinnert de beleidsmakers van de Europese Unie eraan dat het merendeel van de institutionele markten in de wereld helaas niet openstaat voor internationale concurrentie en dat de beoogde internationale samenwerking moet stoelen op voorwaarden die faire uitwisseling mogelijk maken;

47. beklemtoont dat internationale samenwerking, met name op het gebied van research, alleen wenselijk is als er sprake is van wederkerigheid en wederzijds voordeel; betreurt dat de institutionele markten van onze voornaamste concurrenten niet toegankelijk zijn voor ondernemingen uit het buitenland en dus ook uit Europa;

Betrekkingen tussen de Europese Unie en het ESA

48. herinnert eraan dat krachtens artikel 189 VWEU, de Europese Unie elke nuttige relatie met het ESA aangaat met het oog op de vaststelling van de wederzijdse verantwoordelijkheden zonder overlappingen wat betreft taken en investeringen;

49. is van mening dat de betrekkingen tussen de Unie en het ESA en de nationale agentschappen vanwege de sterkere betrokkenheid van de Unie bij de sector ruimtevaart, opnieuw moeten worden omschreven, waarbij rekening moet worden gehouden met het feit dat de technische expertise en kennis op het gebied van programmering van het ESA en de nationale agentschappen van wezenlijk belang zijn voor het behoud van de technologische capaciteiten en het concurrentievermogen van de Europese industrie en dat de Europese Unie zich zou kunnen concentreren op de operaties, de ontwikkelingen en de continuïteit van de ruimtesystemen die voor de EU noodzakelijk zijn en op de internationale expansie van de markten en de vraag van gebruikers;

50. spoort de Commissie aan haar rol als politiek aansturings- en controleorgaan te vervullen tegenover organisaties die in opdracht van haar werken;

51. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1)

P7_TA(2010)0224.

(2)

P7_TA(2011)0093.

(3)

PB L 261 van 6.8.2004, blz. 63.

(4)

P7_TA(2011)0265.

(5)

PB C 146 E van 12.6.2008, blz. 226.

(6)

PB L 196 van 24.7.2008, blz. 1.

(7)

PB L 276 van 20.10.2010, blz. 1.

(8)

PB L 176 van 20.10.2010, blz. 11.


BEKNOPTE MOTIVERING

1. Inleiding

Krachtens artikel 189 van het Verdrag van Lissabon speelt de Europese Unie een expliciete rol bij de ontwikkeling van een beleid voor de verkenning en het gebruik van de ruimte, ter bevordering van de wetenschappelijke en technische vooruitgang, het industriële concurrentievermogen en de uitvoering van haar beleid. Het ruimtevaartbeleid is een essentieel onderdeel van de Europa 2020-strategie en maakt een wezenlijk deel uit van het kerninitiatief voor het industriebeleid. Dit beleid draagt bij aan de verwezenlijking van een slimme, duurzame en inclusieve economie door de schepping van hooggekwalificeerde banen en nieuwe mogelijkheden op de markt, de bevordering van innovatie en de verbetering van het welzijn en de veiligheid van de burgers.

De voorstellen van de Commissie in document COM(2011)0152 vormen een eerste stap in de richting van een algemeen ruimtevaartbeleid van de Europese Unie. In samenwerking met de industrie moet echter een samenhangende Europese aanpak worden ontwikkeld en op middellange en lange termijn moeten financiële en wetgevingsmechanismen worden ingevoerd om de Europese industrie te stimuleren en te zorgen voor de nodige continuïteit bij de ondersteuning van ambitieuze en concurrerende projecten in internationaal verband.

In de strategie van de Commissie worden de prioritaire acties van de strategie genoemd, maar deze blijven gedeeltelijk onduidelijk. Deze acties moeten duidelijker worden omschreven en een beoordeling moet worden gegeven van alle technische opties en de bijbehorende kosten en voordelen. Bovendien moeten duidelijke beheersstructuren voor het ruimtevaartbeleid worden ontwikkeld, met doeltreffende mechanismen voor toezicht en coördinatie, met als doel de prioriteiten en de middelen uit nationale en Europese fondsen, fondsen van het ESA en van het EDA op elkaar af te stemmen.

2. De kernprojecten Galileo en GMES

a) Galileo

Het Galileo-programma is het Europese initiatief voor een globaal satellietnavigatiesysteem van de nieuwste generatie, dat een zeer nauwkeurige, gewaarborgde globale positioneringsdienst verleent onder civiele controle. Aan het einde van de jaren negentig zijn de eerste gesprekken over een Europees systeem gevoerd en in 1999 heeft de Raad de Commissie verzocht een wereldwijd systeem beheerd door de civiele overheid, te ontwikkelen(1). Nadat de onderhandelingen over een publiek-privaat partnerschap waren mislukt, hebben het Parlement en de Raad in 2008 besloten de constellatie met EU-gelden te voltooien(2).

Het in het kader van het Galileo-programma ontwikkelde systeem verschaft autonome navigatie- en positioneringsdiensten en zal tegelijkertijd interoperabel zijn met GPS en GLONASS, de twee andere wereldwijde satellietnavigatiesystemen. Het volledig ontwikkelde systeem zal bestaan uit 30 satellieten en de daarbij behorende grondinfrastructuur.

Uitgaande van de gunning van de contracten voor de eerste order voor satellieten, het uitvoeren van lanceringen, de systeemondersteunende diensten en de operaties, heeft de Europese Commissie aangekondigd dat drie eerste diensten vanaf 2014 zullen worden geleverd: een eerste open dienst (OS), een eerste publiek gereguleerde dienst (PRS) en een eerste opsporings- en reddingsdienst (SAR). De dienst beveiliging van levens (SoL) en de commerciële dienst (CS) zullen vanaf 2014 worden getest en zullen naar verwachting worden geleverd zodra het systeem de volledige operationele capaciteit zal hebben bereikt.

De rapporteur verzoekt de Commissie om op gepaste wijze het wetgevings- en financieel kader te voltooien vóór eind 2011, in het bijzonder met het oog op het financieel kader 2014-2020. Hij vreest dat de totale kosten van dit project tot een verhoging zullen leiden van het voorstel van de Commissie ter waarde van 7 miljard euro(3) op basis van de berekeningen die zijn uitgevoerd in het kader van de tussentijdse evaluatie van de programma's voor radionavigatie per satelliet(4).

b) GMES

In 2001 is de EU het GMES-programma begonnen. Het zal aardobservatiegegevens verschaffen voor de monitoring van klimaatsverandering en ter verhoging van de veiligheid in de wereld door middel van de "Schildwacht"-satellieten. Toepassingen voor aardobservatie dienen ter verwezenlijking van verschillende doelstellingen op gebieden als het beheer van natuurlijke hulpbronnen, energie, landmonitoring, milieu, cartografie, preventie van natuurrampen, landbouw en voedselveiligheid, meteorologie en binnenlandse veiligheid.

De rapporteur verzoekt de Commissie het wetgevingskader te voltooien en duidelijkheid te verschaffen over de ontwikkeling van een doeltreffende beheersstructuur. Hij betreurt dat de Commissie niet heeft voorgesteld de financiering van het GMES-programma op te nemen in het meerjarig financieel kader 2014-2020. Hij vreest dat zonder financieel plan voor economische ondersteuning de tot op heden gedane investeringen geen vruchten zouden kunnen afwerpen.

3. Internationale samenwerking

Met de lancering van de eerste Chinese Compass-satelliet in 2007 zullen we snel een nieuw satellietnavigatiesysteem in een baan om de aarde hebben (het vierde wereldwijde systeem na GPS, Glonass en Galileo). India is bezig met de ontwikkeling van een eigen regionaal systeem (IRNSS – Indian Regional Navigation Satellite System) en Japan ontwikkelt het Quasi-Zenith systeem (QZSS). Onze concurrenten zijn sterker geworden en we mogen aannemen dat zij voortvarend te werk gaan. Om te zorgen dat Galileo het tweede GNSS-referentiesysteem wordt voor chipfabrikanten, is het van cruciaal belang om de eerste fase van dienstverlening zo snel mogelijk beschikbaar te maken en om voor de toekomstige financiering van Galileo een verbintenis aan te gaan voor de lange termijn.

Voor de internationale activiteiten van de GNSS-programma's geldt een aantal belangrijke uitdagingen: het verzekeren van de compatibiliteit en de interoperabiliteit met Galileo; het krijgen van toegang tot wereldwijde, aan GNSS gerelateerde middelen; het vaststellen van wereldwijde standaarden; het verzekeren van de veiligheid van het netwerk van grondstations en het deel in de ruimte en daarnaast het garanderen van een strengere controle op gevoelige, met EU-geld gefinancierde GNSS-technologieën; het werken in internationaal verband aan innovatieve toepassingen met een supraregionaal belang. Een belangrijk doel zal zijn om marktkansen te scheppen voor de Europese industrie van GNSS-technologie en -toepassingen.

De rapporteur verzoekt de Commissie om in nauw overleg met de lidstaten en na raadpleging van het ESA een internationale samenwerkingsstrategie te ontwikkelen om de dialoog op het gebied van het ruimtevaartbeleid met de strategische partners (Verenigde Staten en Russische Federatie) te versterken en te onderzoeken of een soortgelijke dialoog met andere bestaande en opkomende machten zoals China, Japan, de Republiek Korea, Brazilië, India en de Republiek Zuid-Afrika op gang kan worden gebracht.

4. Het economische belang van de Europese ruimtevaartindustrie

De Europese ruimtevaartindustrie vertegenwoordigt een geconsolideerde omzet van 5,4 miljard euro en heeft meer dan 31 000 hooggeschoolde mensen in dienst. De 11 belangrijkste satellietexploitanten in Europa beheren 153 communicatiesatellieten, hebben 6 000 mensen in dienst en behalen een jaarlijkse omzet van 6 miljard euro; hun activiteiten zijn bovendien van indirecte invloed op 30 000 banen. Volgens schattingen is vandaag de dag reeds 6 à 7% van het BBP van de westerse landen, hetgeen overeenkomt met 800 miljard euro in de EU, afhankelijk van satellietradionavigatie.

De markten voor ruimtediensten maken een snelle groei door. Zo zal de jaarlijkse wereldwijde omzet van GNSS-toepassingen in 2020 circa 240 miljard euro bedragen. Dankzij hun voordelen ten opzichte van de andere concurrerende systemen zullen Galileo en Egnos de komende 20 jaar economische en sociale voordelen genereren in de orde van grootte van 60 à 90 miljard euro.

Volgens de OESO kan de wereldwijde markt voor door middel van aardobservatie verkregen commerciële gegevens, die in 2007 735 miljoen dollar vertegenwoordigde, in 2017 tot ongeveer 3 miljard euro stijgen.

Door middel van het SSA-bewakingssysteem (Space Situational Awareness) zouden de geschatte meetbare verliezen kunnen worden verminderd die, voor de Europese ruimtesystemen, worden veroorzaakt door de botsing met ruimteschroot en door slechte weersomstandigheden in de ruimte en die, op basis van de beschikbare gegevens, een gemiddeld jaarlijks bedrag van ongeveer 332 miljoen euro vertegenwoordigen.

Het is vrijwel zeker dat deze kosten slechts een klein gedeelte uitmaken van de niet in cijfers vertaalde gevolgen en kosten waartoe het ontbreken van een Europees ruimtecontrolesysteem voor situatiekennis in de ruimte, kan leiden. Zo kan in een noodsituatie het verlies van een satelliet leiden tot het verlies van een kritische capaciteit in de vorm van satellietcommunicatie, dat vervolgens kan leiden tot het verlies van mensenlevens. De vernietiging of het volledig uitvallen van een satelliet kan leiden tot een ernstige verstoring van de economische activiteit (de banksector is steeds sterker afhankelijk van satellietcommunicaties) en kan zo, vanwege dit uitvallen van diensten, gevolgen hebben voor de activiteiten van klanten. Momenteel zijn er geen betrouwbare cijfers aan de hand waarvan de waarde van deze verliezen kan worden geschat. Bovendien is het onmogelijk om de gevolgen van de val en de inslag van aardscheerders in cijfers te vertalen.

(1)

Resolutie van de Raad van 19 juli 1999 inzake de rol van Europa bij de ontwikkeling van een nieuwe generatie van satellietnavigatiediensten - Galileo - Ontwerpfase, PB C221 van 3.8.1999.

(2)

Verordening (EG) nr. 683/2008 van 9 juli 2008 betreffende de voortzetting van de uitvoering van de Europese programma's voor navigatie per satelliet (Egnos en Galileo), PB L196 van 24.7.2008.

(3)

COM(2011)0500 def., deel I, blz. 29.

(4)

Resolutie van 8 juni 2011.


ADVIES van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (27.10.2011)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

naar een ruimtevaartstrategie van de Europese Unie ten dienste van de burger

(2011/2148(INI))

Rapporteur voor advies: Salvatore Tatarella

SUGGESTIES

De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  wijst erop dat met het Verdrag van Lissabon een nieuw artikel 189 in werking is getreden dat voorziet in het uitstippelen van een Europees ruimtevaartbeleid, met als doel door middel van activiteiten op het vlak van onderzoek, technologische ontwikkeling en verkenning van de ruimte de wetenschappelijke en technische vooruitgang en het industriële concurrentievermogen te bevorderen; is van mening dat het ruimtevaartbeleid van de Unie niet mag bijdragen aan de militarisering van de ruimte;

2.  is van mening dat optimale benutting van de ruimteprogramma's kan leiden tot een aanzienlijke vermindering van de kosten in de betrokken sectoren en tot voordelen verderop in het proces voor de regio's en de lokale bevolking;

3.  onderstreept het fundamentele belang van de ruimtevaartprogramma's Galileo en EGNOS voor het optimaliseren van het ruimtevaartbeleid ten dienste van de burgers; dringt aan op een prompte implementatie van deze programma's;

4.  onderstreept nogmaals het belang van de GMES, het operationele programma voor aardobservatie, als een wezenlijk wapen in de strijd tegen de klimaatverandering en de aantasting van het milieu; wijst erop dat de GMES, door het vergaren en bestuderen van informatie op nationale, regionale en wereldschaal, de mogelijkheid zal bieden nauwkeurige en nuttige gegevens te extrapoleren voor de waarneming van lucht, zee en land, de civiele bescherming, risicopreventie, alarmsystemen, rampenbeheersing en wederopbouwmaatregelen na milieu- en natuurrampen of door de mens veroorzaakte rampen, zee- en kustobservatie, landbouwontwikkeling, water- en bodembeheer en regionale planning, daarbij gebruik makend van innoverende technologieën voor milieubeoordeling en -rapportage die een combinatie van ruimteobservatie en in-situgegevens mogelijk maken; onderstreept dat de GMES een significante bijdrage kan leveren aan de verwezenlijking van de Europa 2020-doelstellingen en aan de ondersteuning van de groei en de groene economie, alsook van langetermijninvesteringen in technologie en infrastructuur, die van prioritair belang zijn voor de Europese Unie en alle lidstaten die zich daadkrachtig inzetten voor het milieubeleid;

5.  betreurt dat de GMES ten enenmale ontbreekt in het financiële voorstel van de Europese Commissie voor de periode 2014-2020 en is van mening dat van de lidstaten verwachten dat zij de kosten van de lancering en het jaarlijkse onderhoud van het programma blijven betalen ertoe zou kunnen leiden dat de kosten op lange termijn stijgen, dat de toegang tot de verkregen informatie en de voordelen niet voor alle burgers gelijk zijn, dat het programma zelf tijdelijk zou kunnen worden stopgezet, dat bijgevolg de verspreiding van gegevens stilvalt en, tot slot, dat wij afhankelijk blijven van niet-Europese ruimte-infrastructuur, waardoor de ondernemingen van de sector in een economisch onzekere situatie worden gedrongen;

6.  wijst erop dat de totale kosten van de GMES al tot 2013 zijn gedekt (in totaal 3 miljard euro, waarvan 2,3 miljard euro voor satellieten en 700 miljoen euro voor diensten) en dat de geraamde operationele kosten van het programma tussen 2014 en -2020 gemiddeld 850 miljoen euro belopen; verzoekt de Commissie publiek-private partnerschappen te bevorderen en meer particulier kapitaal aan te trekken;

7.  onderstreept bovendien dat de integratie van de GMES in het Meerjarig Financieel Kader 2014-2020 zou voorkomen dat de investeringen die al zijn gedaan voor diensten en informatie in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek verloren gaan;

8.  erkent de sociale voordelen van de diensten die de GMES levert aan de gebruikers, voor wie de continuïteit en de duurzaamheid van cruciaal belang zijn om optimaal gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden van de observatie-infrastructuur waarin het programma voorziet;

9.  herhaalt dat het GMES-programma een prioriteit van het Europese ruimtevaartbeleid is en daarom in de Europese begroting moet worden geïntegreerd, zodat Europa zijn verbintenis om de doelstellingen van "Europa 2020" te verwezenlijken kan nakomen en de strijd kan aanbinden met de klimaatverandering.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

26.10.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

57

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

János Áder, Elena Oana Antonescu, Kriton Arsenis, Sophie Auconie, Pilar Ayuso, Paolo Bartolozzi, Sergio Berlato, Martin Callanan, Nessa Childers, Chris Davies, Bairbre de Brún, Esther de Lange, Anne Delvaux, Bas Eickhout, Edite Estrela, Jill Evans, Karl-Heinz Florenz, Elisabetta Gardini, Gerben-Jan Gerbrandy, Françoise Grossetête, Satu Hassi, Jolanta Emilia Hibner, Dan Jørgensen, Karin Kadenbach, Christa Klaß, Holger Krahmer, Jo Leinen, Peter Liese, Linda McAvan, Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė, Miroslav Ouzký, Gilles Pargneaux, Antonyia Parvanova, Andres Perello Rodriguez, Mario Pirillo, Pavel Poc, Anna Rosbach, Oreste Rossi, Daciana Octavia Sârbu, Carl Schlyter, Horst Schnellhardt, Richard Seeber, Theodoros Skylakakis, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Salvatore Tatarella, Anja Weisgerber, Åsa Westlund, Glenis Willmott, Sabine Wils, Marina Yannakoudakis

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Inés Ayala Sender, Matthias Groote, Romana Jordan Cizelj, Philippe Juvin, Riikka Manner, Jiří Maštálka, Michail Tremopoulos, Andrea Zanoni

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Peter Šťastný


ADVIES van de Commissie vervoer en toerisme (13.10.2011)

aan de Commissie industrie, onderzoek en energie

naar een ruimtevaartstrategie van de Europese Unie ten dienste van de burger

(2011/2148(INI))

Rapporteur voor advies: Artur Zasada

SUGGESTIES

De Commissie vervoer en toerisme verzoekt de ten principale bevoegde Commissie industrie, onderzoek en energie onderstaande suggesties in haar ontwerpresolutie op te nemen:

1.  wijst erop dat tijdens de zeven bijeenkomsten van de Raad "Ruimtevaart" tot dusver slechts éénmaal zijdelings is verwezen naar het vervoer in Europa en dat de betekenis van een ruimtevaartbeleid dat ten goede komt aan het vervoer niet in bijzonderheden is behandeld in de beraadslagingen van de Raad "Ruimtevaart" zoals die tot uitdrukking komen in het resultaat van de besprekingen;

2.  onderstreept dat er meer besef moet komen van het feit dat essentiële sectoren afhankelijk zijn van de ruimte, en moedigt de lidstaten en de Commissie meer aandacht te schenken aan de betekenis van de ruimte;

3.  herinnert eraan dat de vervoerssector een sleutelrol moet vervullen bij de verwezenlijking van de EU 20-20-20-doelen voor wat betreft CO2-emissies en energieverbruik en van de doelen van de Europa 2020-strategie, en dat er geen duurzame groei mogelijk is zonder een efficiënte vervoerssector;

4.  is van mening dat er een ruimtevaartstrategie voor de Europese Unie nodig is om te waarborgen dat ruimtetechnologie ten volle bijdraagt tot veiliger en efficiënter beheer en sturing van het verkeer in alle vervoerssectoren;

5.  onderstreept dat Galileo en EGNOS van essentieel belang zijn bij de totstandbrenging van een gemeenschappelijk Europees luchtruim en bij de verdere ontwikkeling van een veilig en rendabel luchtverkeersbeheer in Europa, en dringt daarom aan op de vaststelling van een ambitieus en bindend tijdschema, in combinatie met stabiele financiering van onderzoek en innovatie, die technologische vooruitgang en de groei van de industriële capaciteit zullen waarborgen, en tevens op het vergemakkelijken van de toegang van het MKB tot financiering, met als doel de uitvoering van deze twee programma's als voorwaarde voor een spoedige start van het gemeenschappelijke Europese luchtruim, daar dit een essentiële strategische stap vormt naar meer Europese integratie en een sterkere Europese interne markt;

6.  wijst erop hoe belangrijk het is dat EGNOS voor de EU als geheel geldt, met name in gebieden van de EU waar het systeem momenteel niet adequaat werkt, ten einde de interne luchtvaartmarkt te ondersteunen, en onderstreept de noodzaak om het systeem uit te breiden in het zuiden, oosten en zuidoosten van Europa;

7.  is van mening dat bevordering van het gebruik van EGNOS en Galileo in de burgerluchtvaart een strategische vereiste is voor de toepassing van SESAR, vooral wat betreft het gebruik ervan bij landingsprocedures en op kleine luchthavens;

8.  roept de lidstaten op opnieuw hun inzet te bekrachtigen voor ruimteprojecten van de EU zoals SESAR, die van vitaal belang zullen blijken voor toekomstige groei en werkgelegenheid in diverse sectoren;

9.  verzoekt de Commissie en de lidstaten transparantie bij de financiering en samenwerking tussen militaire en civiele strategieën voor het gebruik van de ruimte te waarborgen;

10. onderstreept dat Galileo en EGNOS van vitaal belang zijn voor een efficiënt en in milieuopzicht duurzaam beheer van het wegverkeer, tolheffingssystemen, eCall en systemen voor plaatsbepaling zonder tijdsverschil, alsmede toekomstige digitale tachografen;

11. onderstreept dat toezicht op vervoer van gevaarlijke en verontreinigende stoffen een prioriteit zou moeten vormen bij satellietsystemen voor waarneming en navigatie;

12. herinnert aan de betekenis van het GMES-programma voor de duurzame ontwikkeling van vervoer en verkeersveiligheid, met name in de context van zeevervoer en toezicht op zee; is van mening dat de Europese Unie een actieve rol moet blijven spelen bij de financiering en ontwikkeling van het GMES-programma, en betreurt dan ook dat de financiering ervan niet wordt gehandhaafd in het volgende meerjarig financieel kader 2014-2020; verzoekt de Commissie en de Raad de financiële steun van de EU in het meerjarig financieel kader te handhaven en samen met de Raad en het Parlement innovatieve middelen te bepalen om het GMES-programma te financieren, o.m. het gebruik van projectobligaties;

13. dringt erop aan dat de financiering, ontwikkeling, uitvoering en levensvatbaarheid van innoverende, op ruimtetechnologie gebaseerde vervoerstoepassingen en –diensten worden gewaarborgd, ten einde maximaal profijt te trekken van de Europese investeringen in het technologische potentieel van de ruimte en in te spelen op de behoeften van gebruikers en samenleving;

14. onderstreept het belang van intensivering van de industriële samenwerking met derde landen op het gebied van het ruimtebeleid, met name met de VS, Japan, Rusland, China, India, Brazilië, Argentinië en Chili, alsmede met de landen in Afrika in het Midden-Oosten;

15. is van mening dat de EU zich in de voorhoede van de ruimtesector zou moeten bevinden en op het internationale toneel een strategische rol van betekenis moet blijven spelen, en dringt dan ook aan op ontwikkeling van haar coördinerende vermogen op het gebied van verkenning van de ruimte, en op extra steun voor onderzoek en de ontwikkeling van technologie, met het doel Europa in technologisch opzicht een onafhankelijkere positie te geven en te waarborgen dat de samenleving en andere sectoren van de economie dan de ruimtevaartindustrie delen in de positieve resultaten van innovatie op dit terrein;

16. is het eens met de Commissie dat Europa onafhankelijke toegang tot de ruimte moet blijven houden om de doelen van zijn ruimtebeleid te bereiken en in staat te zijn duurzaam profijt te trekken van ruimtevaarttoepassingen op gebieden als het vervoer; roept de Commissie dan ook op concrete voorstellen te doen voor de subsector strategische lanceringsinstallaties, die zich momenteel in een kritieke situatie bevindt, met name door hieraan in het kader van het voorgestelde beleid voor de ruimtevaartindustrie bijzondere aandacht te besteden;

17. onderstreept de betekenis van Europese participatie in het waarborgen van de veiligheid in de ruimte via het Europees systeem voor inzicht in de situatie in de ruimte, alsmede in de verkenning van de ruimte via het internationale ruimtestation ISS, aangezien in beide gevallen, zowel bij het beschermen van belangrijke Europese ruimte-infrastructuur tegen botsingen met ruimtevaartuigen of ruimteafval, als bij de technologie die voortkomt uit het verkennen van de ruimte, voordelen kunnen ontstaan voor de vervoerssector op aarde, en met name voor de luchtvaart.

UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

11.10.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

37

2

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Inés Ayala Sender, Georges Bach, Izaskun Bilbao Barandica, Antonio Cancian, Michael Cramer, Ryszard Czarnecki, Philippe De Backer, Luis de Grandes Pascual, Christine De Veyrac, Saïd El Khadraoui, Ismail Ertug, Carlo Fidanza, Knut Fleckenstein, Jacqueline Foster, Mathieu Grosch, Dieter-Lebrecht Koch, Jaromír Kohlíček, Georgios Koumoutsakos, Werner Kuhn, Jörg Leichtfried, Marian-Jean Marinescu, Gesine Meissner, Mike Nattrass, Hubert Pirker, David-Maria Sassoli, Vilja Savisaar-Toomast, Olga Sehnalová, Debora Serracchiani, Brian Simpson, Keith Taylor, Silvia-Adriana Ţicău, Georgios Toussas, Giommaria Uggias, Thomas Ulmer, Peter van Dalen, Artur Zasada, Roberts Zīle

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Dominique Riquet

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Margrete Auken


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

23.11.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

45

0

3

Bij de eindstemming aanwezige leden

Jean-Pierre Audy, Ivo Belet, Bendt Bendtsen, Jan Březina, Maria Da Graça Carvalho, Giles Chichester, Pilar del Castillo Vera, Vicky Ford, Adam Gierek, Norbert Glante, Robert Goebbels, Fiona Hall, Jacky Hénin, Edit Herczog, Kent Johansson, Romana Jordan Cizelj, Lena Kolarska-Bobińska, Béla Kovács, Philippe Lamberts, Angelika Niebler, Jaroslav Paška, Aldo Patriciello, Anni Podimata, Herbert Reul, Teresa Riera Madurell, Paul Rübig, Amalia Sartori, Francisco Sosa Wagner, Konrad Szymański, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Ioannis A. Tsoukalas, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Alejo Vidal-Quadras, Henri Weber

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Satu Hassi, Jolanta Emilia Hibner, Yannick Jadot, Ivailo Kalfin, Seán Kelly, Holger Krahmer, Werner Langen, Alajos Mészáros, Mario Pirillo, Vladimír Remek

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Cristian Silviu Buşoi, Anna Hedh

Juridische mededeling - Privacybeleid