VERSLAG over werkgelegenheid en sociale aspecten in de jaarlijkse groeianalyse 2012

    31.1.2012 - (2011/2320(INI))

    Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
    Rapporteur: Marije Cornelissen

    Procedure : 2011/2320(INI)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    A7-0021/2012
    Ingediende teksten :
    A7-0021/2012
    Aangenomen teksten :

    ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

    over werkgelegenheid en sociale aspecten in de jaarlijkse groeianalyse 2012

    (2011/2320(INI))

    Het Europees Parlement,

    –       gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

    –       gezien artikel 9 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

    –       gezien de artikelen 145, 148, 152 en artikel 153, lid 5, van het VWEU,

    –       gezien artikel 28 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

    –       gezien het Europees pact voor gendergelijkheid (2011-2020), dat op 7 maart 2011 door de Raad is goedgekeurd,

    –       gezien de mededeling van de Commissie van 23 november 2011 over de jaarlijkse groeianalyse 2012 (COM(2011)0815) en het ontwerp van het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid dat als bijlage is bijgevoegd,

    –       gezien zijn resolutie van 1 december 2011 over het Europees semester voor economische beleidscoördinatie[1],

    –       gezien de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010 getiteld "Europa 2020: een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei" (COM(2010)2020),

    –       gezien zijn wetgevingsresolutie van 8 september 2010 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten: Deel II van de geïntegreerde richtsnoeren van Europa 2020[2],

    –       gezien Besluit 2010/707/EU van de Raad van 21 oktober 2010 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten[3],

    –       gezien de mededeling van de Commissie van 23 november 2010 getiteld "Een agenda voor nieuwe vaardigheden en banen: een Europese bijdrage aan volledige werkgelegenheid" (COM(2010)0682),

    –       gezien zijn resolutie van 26 oktober 2011 over de agenda voor nieuwe vaardigheden en banen[4],

    –       gezien de mededeling van de Commissie van 16 december 2010 getiteld "Het Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting: een Europees kader voor sociale en territoriale samenhang" (COM(2010)0758),

    –       gezien zijn resolutie van 15 november 2011 over het Europees platform tegen armoede en sociale uitsluiting[5],

    –       gezien Aanbeveling 2008/867/EG van de Commissie van 3 oktober 2008 over de actieve inclusie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2008) 5737)[6] en zijn resolutie van 6 mei 2009 over dit onderwerp[7],

    –       gezien het advies en het verslag van het Comité voor sociale bescherming over de sociale dimensie van de Europa 2020-strategie (SPC/2010/10/7 def.),

    –       gezien de mededeling van de Commissie van 5 april 2011 over "Een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020" (COM(2011)0173),

    –       gezien zijn resolutie van 9 maart 2011 over den EU-strategie voor de integratie van de Roma[8],

    –       gezien de mededeling van de Commissie van 15 september 2010, getiteld "Jeugd in beweging" - een initiatief om jongeren ten volle te betrekken bij het realiseren van slimme, duurzame en inclusieve groei in de Europese Unie (COM(2010)0477),

    –       gezien zijn resolutie van 12 mei 2011 over Jeugd in beweging - een kaderinitiatief voor verbetering van de onderwijs- en opleidingsstelsels in Europa[9],,

    –       gezien zijn resolutie van 6 juli 2010 over het bevorderen van de toegang van jongeren tot de arbeidsmarkt en het versterken van de positie van stagiair en leerling[10],

    –       gezien zijn resolutie van 7 september 2010 over de ontwikkeling van het werkgelegenheidspotentieel van een nieuwe duurzame economie[11],

    –       gezien Richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd[12],

    –       gezien Richtlijn 97/81/EG van de Raad van 15 december 1997 betreffende de door de Unice, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid[13],

    –       gezien Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep[14],

    –       gezien artikel 48 van zijn Reglement,

    –       gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A7-0021/2012),

    A.     overwegende dat de crisis verstrekkende sociale gevolgen heeft, die momenteel nog worden verergerd door de impact van bezuinigingsmaatregelen die in bepaalde landen naar aanleiding van de staatsschuldencrisis zijn genomen: het schrappen van banen, zowel in de particuliere als de overheidssector, het reduceren van sociale uitkeringen en openbare diensten en daarmee een verslechtering van de situatie op het gebied van armoede in de EU;

    B.     overwegende dat het werkloosheidscijfer in de EU sinds 2008 aanzienlijk is gestegen en inmiddels 23 miljoen bedraagt, wat overeenkomt met 10% van de beroepsbevolking; overwegende dat de EU, om haar werkgelegenheidsdoelstelling te bereiken, tot 2020 17,6 miljoen extra mensen aan het werk moet helpen;

    C.     overwegende dat de situatie op de arbeidsmarkt met name kritiek is voor jongeren, ongeacht hun opleidingsniveau, en dat zij vaak in onzekere dienstverbanden en onbetaalde stages terechtkomen; overwegende dat de moeilijke situatie voor jongeren voor een deel te wijten is aan de discrepanties tussen de verworven vaardigheden en de vraag op de arbeidsmarkt;

    D.     overwegende dat mensen die de pensioengerechtigde leeftijd naderen, langdurig werklozen, burgers van derde landen en laagopgeleide arbeiders eveneens zwaar door de crisis worden getroffen;

    E.     overwegende dat de genderdimensie cruciaal is om de kerndoelstellingen van de EU 2020-strategie te halen, omdat vrouwen de grootste nog onbenutte arbeidsreserve vormen en de meerderheid van de mensen in de EU die in armoede leven uit vrouwen bestaat; overwegende dat daarom tijdens het gehele Europees semester specifieke aandacht besteed moet worden aan zowel gendermainstreaming als op vrouwen gericht beleid;

    F.     overwegende dat armoede onder werkenden en onzekere dienstverbanden in de EU toenemen, naast de toename van het aantal werklozen en van de gemiddelde duur van de werkloosheid; overwegende dat er door de crisis nieuwe categorieën mensen zijn ontstaan die het risico lopen tot armoede te vervallen; overwegende dat het Comité voor sociale bescherming ervoor waarschuwt dat steeds meer mensen worden geconfronteerd met het risico op inkomensarmoede, kinderarmoede, ernstige materiële ontberingen en sociale uitsluiting als gevolg van de impact van slecht afgestemde en regressieve begrotingsconsolidatiemaatregelen op de stelsels van sociale bescherming, en dat de uitvoering van geïntegreerde strategieën voor actieve inclusie een cruciaal bestanddeel moet vormen van sociaalbeleidsagenda's op Europees en nationaal niveau;

    G.     overwegende dat de bezuinigingen en de maatregelen die gericht zijn op begrotingsconsolidatie een disproportioneel negatief effect op de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt zouden kunnen hebben, alsook op de armoede onder vrouwen, bijvoorbeeld vanwege bezuinigingen in de overheidssector die gevolgen hebben voor vrouwen of vanwege de beperking van de belastingvoordelen voor kinderopvang;

    H.     overwegende dat, ondanks het urgente karakter van de situatie, de vooruitgang in de lidstaten bij het halen van de Europa 2020-doelstellingen bij de verwachting achterblijft; overwegende dat de toezeggingen in de nationale hervormingsprogramma's ontoereikend zijn om de meeste EU-doelstellingen te halen;

    I.      overwegende dat de sociale en werkgelegenheidsaspecten bij slechts één van de vijf prioriteiten van de groeianalyse zijn ingedeeld, terwijl ze drie van de vijf kerndoelstellingen van de Europa 2020-strategie vertegenwoordigen;

    Kernboodschappen met het oog op de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad

    1.      verzoekt de Europese Raad de volgende boodschappen in zijn beleidsrichtsnoeren voor het Europees semester 2012 te verwerken en machtigt zijn Voorzitter dit standpunt tijdens de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad (1-2 maart 2012) te verdedigen;

    I.      Het waarborgen van coherentie en het vergroten van de ambitie voor het halen van de Europa 2020-doelstellingen

    2.      verzoekt de Europese Raad ervoor te zorgen dat de jaarlijkse beleidsrichtsnoeren die zijn vastgesteld aan de hand van de groeianalyse volledig gericht zijn op de verwezenlijking van alle doelstellingen in de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei;

    3.      verzoekt de Europese Raad te zorgen voor coherentie tussen de verschillende prioriteiten in zijn beleidsrichtsnoeren, zodat de richtsnoeren voor begrotingsconsolidatie gebaseerd zijn op sociale rechtvaardigheid, de armoede niet in de hand werken en de inspanningen om de werkloosheid aan te pakken niet in de weg staan, en de sociale gevolgen van de crisis temperen; is sterk van mening dat de aandacht in de eerste plaats uit moet gaan naar geïntegreerde hervormingsmaatregelen die groei op de korte termijn, maar ook op de middellange en lange termijn bevorderen; benadrukt daarom dat begrotings-, groei- en werkgelegenheidsmaatregelen samen moeten worden genomen omdat ze allemaal van elkaar afhankelijk zijn en samen de noodzakelijke voorwaarden voor herstel vormen;

    4.      verzoekt de Europese Raad er in zijn beleidsrichtsnoeren voor te zorgen dat EU-fondsen bestemd worden om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te halen;

    5.      maakt zich grote zorgen over het feit dat de huidige nationale doelstellingen niet voldoende zijn om de kerndoelstellingen van de Europa 2020-strategie op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en armoedebestrijding te halen; dringt er bij de Europese Raad op aan ervoor te zorgen dat de lidstaten actiever gaan werken aan hun nationale doelstellingen en dat deze worden vergezeld van concrete en realistische routekaarten voor de tenuitvoerlegging en worden getoetst met behulp van duidelijke en consistente indicatoren op basis van het overeengekomen gezamenlijk evaluatiekader, zodat de EU op een duidelijk en haalbaar spoor wordt gezet om alle Europa 2020-doelstellingen te halen en zodat vooruitgang transparant kan worden gemeten;

    II.     Steun voor het creëren van duurzame werkgelegenheid door middel van investeringen en belastinghervormingen

    6.      verzoekt de Europese Raad de nodige begrotingsruimte en stimulansen te bieden voor investeringen in het creëren van duurzame, fatsoenlijke banen in uiteenlopende bedrijfstakken, alsook in scholing van werknemers en werklozen en het terugdringen van armoede; verzoekt de lidstaten met een begrotingsoverschot bij te dragen aan de terugdringing van macro-economische onevenwichtigheden door de interne vraag te laten stijgen teneinde een neerwaartse recessiespiraal te voorkomen die nadelig is voor het creëren van banen in de EU;

    7.      dringt bij de Europese Raad aan op bekrachtiging van het beleidsrichtsnoer om de belastingdruk als deel van de indirecte arbeidskosten te verlagen en tegelijkertijd de bedrijven die profiteren van deze vrijstellingen/kortingen aan te sporen om in ruil daarvoor fatsoenlijke lonen aan te bieden; is van oordeel dat het aannemen en behouden van werknemers daardoor aantrekkelijker wordt en de algehele toestand op de arbeidsmarkt, in het bijzonder voor kwetsbare groepen, daardoor beter wordt; verzoekt de Europese Raad conform het subsidiariteitsbeginsel de richtsnoeren voor een stijging van inkomsten te bekrachtigen door eerlijke, progressieve, herverdelende, doeltreffende en efficiënte belastingheffing en betere fiscale coördinatie om belastingontduiking tegen te gaan teneinde de eerlijkheid van het systeem te waarborgen en de sociale cohesie te behouden;

    III.   Het verbeteren van de kwaliteit van de werkgelegenheid en de voorwaarden voor een hogere arbeidsparticipatie

    8.      betreurt het dat in het beleidsrichtsnoer dat erop gericht is om werk aantrekkelijker te maken, de kwaliteit van banen niet aan de orde wordt gesteld, en dat er te weinig aandacht wordt besteed aan de verwezenlijking van de nodige voorwaarden voor een toename van de arbeidsparticipatie, vooral van vrouwen, mensen met een handicap en de meest behoeftigen zoals langdurig werklozen; verzoekt de Europese Raad een richtsnoer op te nemen inzake fatsoenlijk werk en inzake inspanningen ter ondersteuning van het combineren van werk met gezins- en privéleven, door middel van betaalbare zorg en kinderopvangfaciliteiten, gezinsgerelateerd verlof en regelingen voor flexibel werken;

    9.      waarschuwt ervoor dat bezuinigingen en vermindering van administratieve lasten de normen op het gebied van sociale bescherming, gezondheid en veiligheid niet in gevaar mogen brengen en niet mogen resulteren in minder strenge voorwaarden of ontheffingen van EU-voorschriften;

    IV.   Het aanpakken van jeugdwerkloosheid

    10.    benadrukt dat het belangrijk is het potentieel van de jonge generatie niet te verliezen en verzoekt de Europese Raad om het aanpakken van de jeugdwerkloosheid tot prioriteit te maken; verzoekt de lidstaten alomvattende strategieën te ontwikkelen voor jongeren die geen baan hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, waaronder een gericht actief arbeidsmarktbeleid, het aanpakken van het probleem van discrepanties tussen verworven vaardigheden en de vraag op de arbeidsmarkt, bevordering van ondernemerschap onder jongeren en kaders voor de overgang van onderwijs naar arbeidsmarkt zoals "duale beroepsopleiding"; verzoekt de lidstaten, in nauwe samenwerking met de sociale partners, een jeugdgarantie in te voeren om het recht van elke jongere in de EU zeker te stellen om na maximaal vier maanden werkloosheid een baan, een stageplaats, een aanvullende opleiding of een combinatie van werk en opleiding aangeboden te krijgen; benadrukt het belang van het terugdringen van onzekere dienstverbanden voor jongeren, zoals tijdelijke contracten, deeltijdwerk en onbetaalde stages, voor zover ongewenst;

    V.     Het aanpakken van armoede en sociale uitsluiting, met de nadruk op groepen met geen of beperkte aansluiting op de arbeidsmarkt

    11.    is verheugd over het feit dat de groeianalyse voor het eerst een richtsnoer op het gebied van armoede en sociale uitsluiting omvat, en verzoekt de Europese Raad dit richtsnoer met prioriteit te bekrachtigen, maar er tegelijkertijd voor te zorgen dat de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting verder gaat dan maatregelen die erop gericht zijn mensen te integreren in de arbeidsmarkt door de nadruk te leggen op sociale bescherming en actieve integratie van kwetsbare groepen met geen of beperkte aansluiting op de arbeidsmarkt;

    12.    onderstreept dat artikel 9 VWEU moet worden geïntegreerd in de Europese semesters, met inbegrip van de landgebonden aanbevelingen die vergezeld moeten gaan van sociaaleffectbeoordelingen voor- en achteraf;

    VI.   Het bevorderen van democratische legitimiteit, verantwoording en eigen verantwoordelijkheid

    13.    roept in herinnering dat het grotere belang van de Europese dimensie van het economisch beleid van de lidstaten gepaard moet gaan met meer democratische legitimiteit en adequate verantwoording ten opzichte van het Europees Parlement en nationale parlementen; is van mening dat, bij gebrek aan een rechtsgrond voor de gewone wetgevingsprocedure die van toepassing is op de groeianalyse, de Europese Raad een bijzondere verantwoordelijkheid heeft om rekening te houden met opmerkingen van parlementen bij de bekrachtiging van de beleidsrichtsnoeren, teneinde deze democratische legitimiteit te geven, en dat het gevoel van urgentie bij het doorvoeren van bezuinigingen en begrotingsdiscipline onder geen beding kan prevaleren boven de behoefte aan een democratisch besluitvormingsproces;

    14.    verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat nationale en regionale parlementen, sociale partners, overheidsinstellingen en het maatschappelijk middenveld terdege betrokken worden bij de tenuitvoerlegging en bewaking van de beleidsrichtsnoeren in het kader van de Europa 2020-strategie teneinde een gevoel van verantwoordelijkheid te bewerkstelligen;

    15.    verzoekt de Commissie om de groeianalyse in 2013 om te vormen tot jaarlijkse richtsnoeren voor duurzame groei, deze te presenteren in een zodanige vorm dat het Parlement amendementen kan voorstellen, en ervoor te zorgen dat een transparant proces van interinstitutionele besluitvorming resulteert in gezamenlijk overeengekomen beleidsrichtsnoeren;

    Aanvullende inspanningen ten behoeve van werkgelegenheid en op sociaal gebied

    Meer mensen aan het werk en een betere kwaliteit van banen

    16.    verzoekt de lidstaten om initiatieven te steunen die de ontwikkeling van bedrijfstakken met het grootste arbeidspotentieel mogelijk maken, met name in de overschakeling op een duurzame economie (groene banen), gezondheids- en sociale voorzieningen (witte banen) en de digitale economie;

    17.    verzoekt de lidstaten het ondernemingsklimaat te verbeteren, met name voor het mkb, en in het bijzonder de oprichting van bedrijven te bevorderen en bestaande mkb-bedrijven te steunen in hun activiteiten waarbij banen worden gecreëerd;

    18.    verzoekt de Europese Raad om de inspanningen ter verbetering van de interne markt op te voeren, de digitale economie te versterken en zich te richten op intelligente regelgeving om onnodige bureaucratie terug te dringen;

    19.    verzoekt de lidstaten de reikwijdte en doeltreffendheid van de openbare arbeidsbemiddelingsdiensten te vergroten en in nauwe samenwerking met de sociale partners een doeltreffend beleid voor een actieve arbeidsmarkt uit te stippelen, met ondersteuning van activeringsprikkels als programma's om de overgang van sociale bijstand naar werk te vergemakkelijken, en adequate socialezekerheidsstelsels teneinde de inzetbaarheid voor de arbeidsmarkt in stand te houden, mensen te steunen om opnieuw aan het werk te kunnen en fatsoenlijke levensomstandigheden te waarborgen;

    20.    verzoekt de lidstaten voorwaarden te steunen en te ontwikkelen voor meer flexibele dienstverbanden, vooral voor oudere en jonge werknemers, en de mobiliteit van de werknemers te bevorderen; benadrukt het belang van een toename van de arbeidsproductiviteit en -efficiëntie in de gehele EU om het concurrentievermogen van Europa te herwinnen;

    21.    verzoekt de lidstaten de structuurfondsen volledig te benutten om de inzetbaarheid voor de arbeidsmarkt te vergroten en structurele en langdurige werkloosheid doeltreffend te bestrijden; is van mening dat de Commissie nadere hulp en begeleiding moet bieden aan de lidstaten om dit doel te bereiken, vooral in deze tijden van recessie en sociale uitdagingen;

    22.    is van mening dat de kerndoelstelling van Europa 2020 voor het percentage werkenden alleen kan worden gehaald als de arbeidsparticipatie van vrouwen significant wordt verhoogd; verzoekt de Commissie de lidstaten krachtiger sturing moet geven ter verwezenlijking van de nodige voorwaarden voor hogere arbeidsparticipatie bij vrouwen, zoals betaalbare zorg en kinderopvang, adequaat zwangerschaps-, vaderschaps- en ouderschapsverlof en flexibiliteit in werktijden en -plekken;

    23.    verzoekt de Europese Raad om de doeltreffendheid te toetsen van zijn beleidsaanbevelingen om de arbeidsparticipatie van alle volwassenen in elk huishouden te bevorderen, door het betalen van lonen om fatsoenlijk van te kunnen leven en door opwaartse mobiliteit mogelijk te maken voor degenen die gevangen zitten in slecht betaalde of onzekere banen, aangezien dit de drie mechanismen zijn waarmee armoede onder werkenden kan worden teruggedrongen; verzoekt de lidstaten armoede onder werkenden te bestrijden door een arbeidsmarktbeleid te voeren dat gericht is op het garanderen van een loon waarmee mensen met werk in hun levensonderhoud kunnen voorzien;

    24.    verzoekt de Commissie in haar voortgangsverslagen naar geslacht uitgesplitste cijfers te geven;

    25.    verzoekt de lidstaten te blijven erkennen dat oudere werknemers werkelijke toegevoegde waarde binnen hun onderneming vertegenwoordigen, en arbeidsvoorwaarden te creëren waarmee oudere mensen die dat willen, aan het arbeidsproces kunnen blijven deelnemen; verlangt dat de lidstaten dit aanpakken door op te treden tegen leeftijdsdiscriminatie, door stimulansen voor oudere werknemers om de arbeidsmarkt te verlaten te vervangen door stimulansen voor een inclusieve arbeidsmarkt en door de arbeidsvoorwaarden aan te passen aan de behoeften van oudere werknemers, zoals de invoering van het recht op flexibele werktijden en -plekken, het recht op training en het recht op flexibele pensionering, waarmee een adequate pensioenvoorziening voor iedereen wordt gegarandeerd; is van mening dat gezondheidsbevordering op het werk moet zorgen voor actief ouder worden tijdens en na het arbeidsleven;

    26.    verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat mensen met tijdelijke of parttimecontracten een gelijke behandeling krijgen, onder meer wat betreft ontslag en beloning overeenkomstig het primaire en afgeleide EU-recht, en dat deze mensen en zelfstandigen de juiste sociale bescherming en toegang tot scholing en levenslang leren krijgen, en dat de raamvoorwaarden zodanig worden vastgesteld dat zij carrière kunnen maken; verzoekt de lidstaten om raamovereenkomsten voor parttimewerk en tijdelijke arbeid te implementeren en de Richtlijn tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep daadwerkelijk te doen naleven;

    27.    is van mening dat de nodige hervormingen op de arbeidsmarkt ‑ gericht op toename van productiviteit en concurrentievermogen ‑ moeten worden uitgevoerd op een dusdanige manier dat sociale rechtvaardigheid wordt gewaarborgd en de kwaliteit van banen wordt bevorderd, waarbij de nationale tradities op het gebied van de sociale dialoog worden geëerbiedigd;

    28.    verzoekt de lidstaten actie te ondernemen om de mobiliteit op en tussen arbeidsmarkten te bevorderen en alle bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke belemmeringen op te heffen die het vrij verkeer van werknemers binnen de Europese Unie in de weg staan;

    29.    verzoekt de Europese Raad een belasting op financiële transacties in te voeren teneinde meer duurzame banen te creëren;

    30.    betreurt de ontoereikende inspanningen om gendermainstreaming bij de prioriteiten van de jaarlijkse groeianalyse op te nemen, ondanks het feit dat de Commissie in het Europees pact voor gendergelijkheid (2011-2020) wordt verzocht om het perspectief van gendergelijkheid in de jaarlijkse groeianalyse te integreren; verzoekt de Europese Raad ervoor te zorgen dat in de beleidsrichtsnoeren genderongelijkheden worden aangepakt; roept de lidstaten op gendermainstreaming op te nemen in het ontwerp van de nationale hervormingsprogramma's; verzoekt de Commissie landgebonden aanbevelingen te doen als lidstaten de genderdimensie veronachtzamen;

    Investeren in onderwijs en scholing

    31.    verzoekt de lidstaten de investeringen in onderwijs, scholing, bevordering van ondernemerscapaciteiten en levenslang leren voor alle leeftijdsklassen aan te passen en uit te breiden, niet alleen via formeel leren, maar ook via de ontwikkeling van niet-formele en informele vormen van leren, die resulteren in een hoger groeipotentieel, en waarschuwt voor de sociale en economische kosten op de lange termijn van bezuinigingen op het onderwijs;

    32.    verzoekt de EU en de lidstaten iets te doen aan niet op de vraag afgestemde en ontbrekende vaardigheden en de synergieën tussen universiteiten, opleidingsinstituten, jeugdorganisaties en ondernemingen te intensiveren, onderwijs en scholing aan te passen aan de behoeften van de arbeidsmarkt en het werknemersbestand nieuwe vaardigheden bij te brengen om de structurele werkloosheid te bestrijden en het werknemersbestand voor te bereiden op de overgang naar een slimme, duurzame en inclusieve economie;

    33.    dringt er bij de lidstaten op aan niet toe te staan dat bezuinigingsmaatregelen groeibevorderend beleid in gevaar brengen, en prioriteit te geven aan groeibevorderende uitgaven, zoals onderwijs, levenslang leren, onderzoek en innovatie, waarbij zij tegelijkertijd de efficiëntie van deze uitgaven moeten waarborgen;

    34.    herinnert eraan dat de Commissie in haar vlaggenschipinitiatief "Jeugd in beweging" heeft beloofd om een kwaliteitskader voor stages voor te stellen, en roept haar op onverwijld een dergelijk kader in te dienen;

    35.    moedigt de krachtige uitvoering aan van het nationaal kwalificatiekader als instrument om de ontwikkeling van levenslang leren te bevorderen;

    36.    spoort de Commissie, de lidstaten en de werkgevers aan meer kansen voor vrouwen te creëren in sectoren met nieuwe technologieën om op die manier de high-techsector in overeenstemming met de Europa 2020-doelstellingen te versterken;

    Het bestrijden van armoede, het bevorderen van sociale insluiting en de kwaliteit van overheidsdiensten

    37.    beklemtoont dat 49% van de Europeanen volgens de Eurobarometer van november 2011 de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting als een beleidsprioriteit ziet waarvoor het Europese Parlement zich sterk moet maken, en dit punt in de rangorde vóór de coördinatie van het economisch en begrotingsbeleid plaatst;

    38.    verzoekt de lidstaten de adequaatheid en doeltreffendheid van de socialebeschermingsstelsels en de toegang tot pensioenstelsels te verbeteren, met bijzondere aandacht voor gendergelijkheid, en ervoor te zorgen dat deze blijven optreden als buffers tegen armoede en sociale uitsluiting;

    39.    verzoekt de lidstaten strategieën voor actieve integratie en adequate en betaalbare hoogwaardige diensten, adequate steun aan minima en trajectbenaderingen van kwaliteitswerk uit te voeren om marginalisering van mensen met een laag inkomen en kwetsbare groepen tegen te gaan;

    40.    verzoekt de Commissie en de lidstaten om gehoor te geven aan de oproep van het Comité voor sociale bescherming dat de nationale hervormingsprogramma's moeten worden geschraagd door participatieve nationale sociale verslagen, op grond van de sociale OCM (gemeenschappelijke doelstellingen) en multidimensionale oplossingen moeten worden aangedragen voor armoede, waarbij toegang tot rechten, hulpbronnen en diensten wordt bevorderd;

    41.    verzoekt de lidstaten en de Commissie om doeltreffende antidiscriminatiemaatregelen te treffen, uit te voeren en te handhaven; verzoekt de Commissie het gebrek aan vooruitgang bij de uitvoering en handhaving van antidiscriminatiemaatregelen in de landgebonden aanbevelingen te behandelen;

    42.    verzoekt de lidstaten in hun nationale hervormingsprogramma's te specificeren hoe EU-middelen zullen worden besteed om de nationale armoededoelstellingen en andere doelstellingen op het gebied van sociale zaken, werkgelegenheid en onderwijs te steunen waarmee de Europa 2020-doelstellingen worden gehaald;

    43.    wijst erop dat de in de jaarlijkse groeianalyse aangemoedigde pensioenhervormingen niet beperkt mogen blijven tot een verhoging van de pensioenleeftijd als tegenwicht tegen tekorten, maar juist het aantal gewerkte jaren moeten omvatten, en een degelijke universele dekking moeten bieden, zodat armoede onder ouderen wordt teruggedrongen en overheidspensioenstelsels niet in gevaar worden gebracht;

    44.    verzoekt de EU en de lidstaten ervoor te zorgen dat alle eventuele hervormingen in de zorgstelsels gericht zijn op het verbeteren van de kwaliteit en het waarborgen van adequaatheid, betaalbaarheid en toegang voor iedereen;

    45.    is bezorgd over de sociale impact van de crisis op armoede onder vrouwen; roept de lidstaten en de Commissie op ervoor te zorgen dat de begrotingsconsolidatie verenigbaar is met de sociale dimensie van de Europa 2020-strategie en de werkgelegenheidsrichtsnoeren; verzoekt de Commissie tevens te bepalen wat de gevolgen van de bezuinigingsmaatregelen zijn voor gendergelijkheid en de arbeidsparticipatie van vrouwen;

    46.    verzoekt de Commissie genderanalyses en mainstreaming te ontwikkelen met betrekking tot de impact van pensioenhervormingen op het leven van vrouwen in de EU met als doelstelling het individualiseren van pensioenrechten en socialezekerheids- en belastingstelsels;

    Er zijn verdere inspanningen nodig ter bevordering van governance, toewijding en democratische legitimiteit

    47.    is bezorgd over het feit dat het Europees Parlement en nationale parlementen een beperkte rol blijven spelen in het Europees semester; betreurt dat beleidsrichtsnoeren in de groeianalyse die zijn voorgesteld door de Commissie en moeten worden bekrachtigd door de Europese Raad, parlementaire betrokkenheid en daardoor democratische legitimiteit ontberen;

    48.    merkt op dat vijf lidstaten die op dit moment een memorandum van overeenstemming met de Commissie, het IMF en de ECB hebben, in juli 2011 geen landgebonden aanbevelingen hebben ontvangen; verzoekt de Commissie te garanderen dat de tenuitvoerlegging van het memorandum van overeenstemming geheel en al strookt met het halen van de Europa 2020-doelstellingen voor stijging van de werkgelegenheid en daling van de armoede; wijst er andermaal op dat de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) moet worden betrokken bij de financiële bijstandsprogramma's van Commissie, IMF en ECB; verzoekt de Europese Raad de betrokken lidstaten de nodige stimulansen te geven voor investeringen in het creëren van duurzame banen, onderwijs en scholing en armoedebestrijding om ze te helpen de kerndoelstellingen van de EU op deze terreinen te realiseren;

    49.    roept de lidstaten op, gezien het feit dat dit de ergste economische crisis in de geschiedenis van de Europese Unie is, onverwijld de nodige nationale hervormingsprogramma's uit te voeren

    50.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, en aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

    TOELICHTING

    Context van het verslag

    Op 23 november 2011 presenteerde de Commissie haar jaarlijkse groeianalyse voor 2012 (COM(2011/815) waarmee het begin werd ingeluid van het tweede Europees semester van economische governance. In de groeianalyse worden de volgens de Commissie belangrijkste EU-prioriteiten voor de komende twaalf maanden vastgelegd voor het begrotings-, economische, werkgelegenheids- en sociale beleid en de hervorming daarvan. In dit kader roept de groeianalyse ertoe op dat nationale en EU-inspanningen zich concentreren op vijf prioriteiten op de terreinen fiscaal beleid, stabilisatie van de financiële sector, groei en concurrentievermogen, werkgelegenheid en de sociale gevolgen van de crisis, en de overheid.

    De analyse en belangrijkste boodschappen van de groeianalyse worden onderbouwd door vier bijlagen: (1) een voortgangsverslag over Europa 2020, (2) een macro-economisch verslag, (3) een verslag over werkgelegenheid en (4) een verslag over het belastingbeleid.

    De Commissie EMPL heeft besloten toestemming te vragen voor het opstellen van een initiatiefverslag om in te gaan op de werkgelegenheids- en sociale aspecten in de groeianalyse. Met behulp van het verslag kan het Parlement zijn mening geven over de werkgelegenheids- en sociale situatie in de EU, over de vooruitgang die is geboekt met de werkgelegenheids- en sociale doelstellingen van Europa 2020, en over de daaraan gekoppelde prioriteiten die worden genoemd in het pakket van de Commissie.

    Verder fungeert dit verslag als follow-up van een van de toezeggingen die het Parlement heeft gedaan in zijn verslag over het Europees semester voor coördinatie van het economische beleid, dat was opgesteld door de Commissie economische en monetaire zaken (rapporteur: Pervenche Berès), in samenwerking met de Commissie voor werkgelegenheid en sociale zaken als medeverantwoordelijke commissie (rapporteur voor advies: Olle Ludvigsson), en dat is aangenomen op 1 december 2011. Zoals beoogd in het verslag-Berès, zal het Parlement met het nieuwe verslag de mogelijkheid hebben om actief bij te dragen aan de uitvoering van de werkgelegenheids- en sociale aspecten van de Europa 2020-strategie, en aan het Europees semester met het oog op de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad.

    Gezien de relatief geringe rol van het Parlement in het proces van het Europees semester, met als enige recht op grond van de Verdragen om advies te geven over de jaarlijkse Commissievoorstellen voor werkgelegenheidsrichtsnoeren, en gezien het belang dat het Parlement herhaaldelijk heeft gehecht aan het verbeteren van de legitimiteit, de democratische verantwoordingsplicht en de zeggenschap over het proces, moet dit verslag dan ook worden gezien tegen de achtergrond van de actieve rol die het Parlement op zich neemt in het proces van het Europees semester. De Europese Raad en verschillende formaties van de Raad moeten de conclusies van het verslag in overweging nemen bij de beleidsrichtsnoeren omwille van de democratische legitimiteit.

    Rekening houdend met de zeer volle agenda, wil de rapporteur tevens benadrukken dat het nodig is te focussen, met prioriteit de belangrijkste boodschappen over te brengen en voort te bouwen op de structuur als geschetst in het verslag-Berès met betrekking tot de rol van het Europees Parlement bij het Europees semester. Om herhaling te vermijden, zal dit verslag zich concentreren op de inhoud van de beleidsrichtsnoeren voor de sociale en werkgelegenheidsaspecten van de jaarlijkse groeianalyse en niet zozeer op het proces van het Europees semester.

    De rapporteur wil graag benadrukken dat binnen de huidige interinstitutionele procedure en de huidige vorm van de jaarlijkse groeianalyse het Parlement niet in de gelegenheid wordt gesteld concrete amendementen voor te stellen op de beleidsrichtsnoeren in de mededeling van de Commissie en de bijlagen daarvan. Dit is een enorme tekortkoming zowel in democratisch opzicht als vanuit het oogpunt van transparantie. De rapporteur stelt daarom voor om de Commissie te vragen de beleidsrichtsnoeren voor volgend jaar te presenteren op een manier die het Parlement in staat stelt de tekst voorafgaand aan bekrachtiging door de Europese Raad te amenderen.

    Beoordeling van de groeianalyse voor 2012

    De financiële crisis die werd gevolgd door een staatsschuldencrisis en een sociale crisis in de Europese Unie, maakte het zeer duidelijk dat de EU krachtiger Europees economisch bestuur nodig heeft om te voorkomen dat grote begrotingstekorten en macro-economische onevenwichtigheden een bedreiging vormen voor de euro en de Europese economie. De coördinatie van het economische beleid in het Europees semester behelst de controle op de vooruitgang in de EU 2020-doelstellingen en de coördinatie door middel van het herziene proces van economisch toezicht van het "sixpack" dat is afgerond in september 2011. Dit vormt een belangrijk instrument om een aantal van de structurele oorzaken van de huidige crisis aan te pakken en om vooruitgang op weg naar slimme, duurzame en inclusieve ontwikkeling in Europa te waarborgen.

    Vanwege de schuldencrisis heeft begrotingsconsolidatie absolute prioriteit gekregen in het eerste Europees semester. Dit was een belangrijk onderdeel aan het begin van de jaarlijkse groeianalyse 2011 en bij de landgebonden aanbevelingen aan het eind van het semester. De beleidsrichtsnoeren in het Europees semester dekten de hele reeks kerndoelstellingen van EU 2020 niet volledig. De grote nadruk op bezuinigingen heeft geleid tot een incoherente benadering waarbij begrotings- en macro-economische stabiliteit werd nagestreefd zonder terdege stil te staan bij de kerndoelstellingen van de EU 2020-strategie op het gebied van sociale zaken, werkgelegenheid en onderwijs. Bovendien werd het gebrek aan ambitie in de nationale plannen om de EU2020-doelstellingen te bereiken, die tot uitdrukking kwamen in nationale hervormingsprogramma's, niet adequaat aangepakt en gecorrigeerd door de Commissie. Dientengevolge bevindt de EU zich in een situatie waarin nationale toezeggingen zelfs in theorie niet het benodigde niveau bereiken om EU2020 te verwezenlijken.

    Ondanks wijdverbreide kritiek op de benadering van de Commissie in het eerste Europees semester, geeft de jaarlijkse groeianalyse van dit jaar opnieuw prioriteiten aan die niet op evenwichtige wijze bijdragen aan het halen van de EU2020-doelstellingen op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken. De rapporteur schat deze benadering in als een bedreiging voor een duurzaam herstel van de crisis en voor solide vooruitgang op weg naar een slimme, duurzame en inclusieve Europese Unie.

    Ten eerste komt de eerste prioriteit om groeibevorderende begrotingsconsolidatie na te streven niet overeen met de kerndoelstelling om het werkgelegenheidsniveau omhoog te tillen. Ofschoon begrotingsconsolidatie in veel lidstaten noodzakelijk is, zijn de beleidsrichtsnoeren voor een algemene toename van bezuinigingsmaatregelen niet goed te rijmen met een herstel met veel banen in de EU. De rapporteur stelt voor de Europese Raad te vragen om ervoor te zorgen dat begrotingsruimte en aanmoediging voor investeringen in het creëren van duurzame banen worden geboden. Bij de lidstaten met een begrotingsoverschot moet erop worden aangedrongen dat ze bijdragen aan de terugdringing van macro-economische onevenwichtigheden door de interne vraag te laten stijgen teneinde een neerwaartse recessiespiraal te voorkomen die nadelig is voor de toename van banen en dus vooruitgang in de weg staat om de doelstelling van 75% arbeidsparticipatie voor vrouwen en mannen te bereiken.

    Ten tweede vormen verdere maatregelen voor begrotingsconsolidatie een bedreiging voor mensen die het risico lopen tot armoede en sociale uitsluiting te vervallen. Ofschoon in het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid terecht wordt benadrukt dat moet worden gegarandeerd dat de kwetsbaarste groepen en degenen die het hardst door de crisis worden getroffen, worden beschermd tegen de herverdelende effecten van de economische crisis en de plannen voor begrotingsconsolidatie, wordt deze boodschap niet weerspiegeld in de eerste prioriteit op het gebied van begrotingsconsolidatie in het hoofddocument over de jaarlijkse groeianalyse. De rapporteur stelt daarom voor te wijzen op het belang van artikel 9 VWEU en te vragen om adequate en doeltreffende stelsels voor sociale bescherming zodat automatische sociale stabilisatoren als buffers tegen armoede en sociale uitsluiting kunnen blijven fungeren. De rapporteur zou desondanks verheugd zijn als het aanpakken van de sociale gevolgen van de crisis deel zou uitmaken van de vijf prioriteiten van de groeianalyse, aangezien de beleidsrichtsnoeren voor de uitbanning van armoede en sociale uitsluiting geheel ontbraken in de mededeling van vorig jaar.

    Ten derde wil de rapporteur haar bezorgdheid uitdrukken over het feit dat de beleidsrichtsnoeren voor de aanpak van werkloosheid niet afgestemd zijn op de richtsnoeren voor het creëren van de voorwaarden voor een toename van de arbeidsparticipatie. Het aanpakken van het gebrek aan voldoende kwaliteitsbanen met een fatsoenlijk loon en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden moet deel uitmaken van de maatregelen om werkstimulansen te vermeerderen. De rapporteur benadrukt dat de genderdimensie cruciaal is om de kerndoelstellingen van de EU 2020-strategie te halen, aangezien vrouwen het grootste nog onbenutte arbeidspotentieel vormen en de personen die in de EU in armoede leven voor het merendeel vrouwen zijn. Maatregelen om te garanderen dat arbeid en zorg kunnen worden gecombineerd, moeten daarom een van de prioriteiten vormen van de beleidsrichtsnoeren voor het Europees semester 2012.

    Ten slotte heeft de crisis bijzonder dramatische gevolgen voor de situatie van jongeren die op zoek zijn naar een vaste baan. Jongeren kampen met een werkloosheidspercentage van meer dan 20%, en in sommige lidstaten zelfs meer dan 40%. Tussen 2008 en 2010 is het aantal jonge werklozen in de EU met een miljoen gestegen. Het percentage van jongeren tussen 15 en 24 jaar die geen baan hebben maar ook niet deelnemen aan onderwijs of scholing is in dezelfde periode met 2% gestegen. Ofschoon werkgelegenheid onder jongeren met recht een prioriteit vormt in de groeianalyse, is de rapporteur bezorgd over de kwaliteit van banen en stages die worden vermeld in de beleidsrichtsnoeren van de Commissie. De rapporteur wil de strijd tegen onzekere dienstverbanden onder jongeren tot een essentieel onderdeel maken van de beleidsrichtsnoeren voor werkgelegenheid voor jongeren. Ze stelt tevens voor te herinneren aan het vlaggenschipinitiatief van de Commissie "Jeugd in beweging" waarin de Commissie heeft beloofd een kwaliteitskader voor stages voor te stellen.

    UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

    Datum goedkeuring

    26.1.2012

     

     

     

    Uitslag eindstemming

    +:

    –:

    0:

    35

    2

    2

    Bij de eindstemming aanwezige leden

    Regina Bastos, Edit Bauer, Heinz K. Becker, Pervenche Berès, Vilija Blinkevičiūtė, Philippe Boulland, Alejandro Cercas, Ole Christensen, Marije Cornelissen, Frédéric Daerden, Karima Delli, Sari Essayah, Marian Harkin, Roger Helmer, Danuta Jazłowiecka, Martin Kastler, Jean Lambert, Patrick Le Hyaric, Veronica Lope Fontagné, Olle Ludvigsson, Elizabeth Lynne, Thomas Mann, Elisabeth Morin-Chartier, Csaba Őry, Siiri Oviir, Rovana Plumb, Konstantinos Poupakis, Sylvana Rapti, Licia Ronzulli, Elisabeth Schroedter, Joanna Katarzyna Skrzydlewska, Traian Ungureanu

    Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

    Georges Bach, Ramona Nicole Mănescu, Anthea McIntyre

    Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

    Thomas Händel, Kent Johansson, Gesine Meissner, Norbert Neuser