Procedure : 2011/2266(REG)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0039/2012

Ingediende teksten :

A7-0039/2012

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0111

VERSLAG     
PDF 161kWORD 169k
1.3.2012
PE 478.365v02-00 A7-0039/2012

tot wijziging van het Reglement in verband met de gewijzigde betrekkingen tussen het Europees Parlement en de instellingen die de nationale regeringen vertegenwoordigen na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon

(2011/2266(REG))

Commissie constitutionele zaken

Rapporteur: Alain Lamassoure

AMENDEMENTEN
ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPBESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT

tot wijziging van het Reglement in verband met de gewijzigde betrekkingen tussen het Europees Parlement en de instellingen die de nationale regeringen vertegenwoordigen na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon

(2011/2266(REG))

Het Europees Parlement,

–   gezien de brief van zijn Voorzitter d.d. 4 maart 2011,

–   gezien de artikelen 211 en 212 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A7‑0039/2012),

1.  besluit onderstaande wijzigingen in zijn Reglement op te nemen;

2.  wijst erop dat deze wijzigingen op de eerste dag van de eerstvolgende vergaderperiode in werking treden;

3.  verzoekt zijn Voorzitter dit besluit ter informatie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie

Amendement  1

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 116 – lid 1

Bestaande tekst

Amendement

1. Tijdens elke vergaderperiode wordt een vragenuur met de Raad en de Commissie gehouden, en wel op door het Parlement op voorstel van de Commissie van voorzitters vastgestelde tijdstippen.

1. Tijdens elke vergaderperiode wordt een vragenuur met de Commissie gehouden, en wel op door het Parlement op voorstel van de Commissie van voorzitters vastgestelde tijdstippen.

Motivering

In de gewone wetgevingsprocedure en de begrotingsprocedure zijn de bevoegdheden van het Parlement gelijk aan die van de Raad. In het licht van het nieuwe institutionele evenwicht valt het niet meer te rechtvaardigen het vragenuur voor vragen aan de Raad in zijn huidige vorm op de agenda te handhaven.

Amendement  2

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 116 – lid 2

Bestaande tekst

Amendement

2. Per vergaderperiode mag een lid de Raad en de Commissie elk één vraag stellen.

2. Per vergaderperiode mag een lid de Commissie slechts één vraag stellen.

Motivering

In de gewone wetgevingsprocedure en de begrotingsprocedure zijn de bevoegdheden van het Parlement gelijk aan die van de Raad. In het licht van het nieuwe institutionele evenwicht valt het niet meer te rechtvaardigen het vragenuur voor vragen aan de Raad in zijn huidige vorm op de agenda te handhaven.

Amendement  3

Reglement van het Europees Parlement

Artikel 116 – lid 5

Bestaande tekst

Amendement

5. Overeenkomstig de door de Conferentie van voorzitters vastgestelde richtsnoeren kunnen specifieke vragenuren met de voorzitter van de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de voorzitter van de Eurogroep worden gehouden.

5. Overeenkomstig de door de Conferentie van voorzitters vastgestelde richtsnoeren kunnen specifieke vragenuren met de Raad, de voorzitter van de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de voorzitter van de Eurogroep worden gehouden.

Motivering

Gezien de andere bevoegdheden van de Raad, in het bijzonder zijn taken van bepaling, coördinatie en uitvoering van het beleid, moet worden voorzien in de mogelijkheid om een specifiek vragenuur te houden voor vragen aan deze instelling.

Amendement  4

Reglement van het Europees Parlement

Bijlage II – deel A – punt 1 – streepje 2

Bestaande tekst

Amendement

– onder de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de Commissie en de Raad vallen en van algemeen belang zijn;

onder de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de adressaat vallen en van algemeen belang zijn;

Amendement  5

Reglement van het Europees Parlement

Bijlage II – deel A – punt 1 – streepje 2 bis (nieuw)

Bestaande tekst

Amendement

 

- in geval van specifieke vragen aan de Raad, betrekking hebben op met name de uitoefening van zijn taken op het vlak van de vaststelling, coördinatie of tenuitvoerlegging van het beleid van de Unie, of op zijn bevoegdheden in het kader van benoemingsprocedures of ten aanzien van de werking van de instellingen, organen en instanties van de Unie of Verdragsherziening,

Amendement  6

Reglement van het Europees Parlement

Bijlage II – deel A – punt 2

Bestaande tekst

Amendement

2. Een vraag is niet ontvankelijk wanneer zij betrekking heeft op een onderwerp dat reeds op de agenda staat voor behandeling met de betrokken instelling.

2. Een vraag is niet ontvankelijk wanneer zij betrekking heeft op een onderwerp dat reeds op de agenda staat voor behandeling met de betrokken instelling, of betrekking heeft op de uitoefening van de wetgevings- en begrotingstaken van de Raad zoals bedoeld in artikel 16, lid 1, eerste zin, van het Verdrag betreffende de Europese Unie.


TOELICHTING

De Voorzitter van het Parlement had bij schrijven van 4 maart 2011 de commissie institutionele zaken om advies verzocht over een eventuele aanpassing van het Reglement naar aanleiding van de beraadslagingen van de Conferentie van voorzitters van 17 februari 2011.

Tijdens dit beraad heeft de Conferentie erop gewezen dat na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, het Parlement medewetgever van de Europese Unie is geworden en voor de gewone wetgevingsprocedure en de begrotingsprocedure over gelijke bevoegdheden beschikt als de Raad. In het licht van dit nieuwe institutionele evenwicht was de Conferentie van mening dat het niet meer te rechtvaardigen valt het vragenuur voor vragen aan de Raad in zijn huidige vorm op de agenda van de plenaire vergadering te handhaven, d.w.z. tijdens elke vergaderperiode. De Conferentie vond wel dat de mogelijkheid behouden moet blijven om vragenuurtjes te organiseren niet alleen voor vragen aan de Voorzitter van de Commissie maar ook aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de voorzitter van de Eurogroep.

Om deze kwestie in een breder kader te plaatsen en rekening te houden met de constitutionele dimensie ervan, heeft de rapporteur ter attentie van de commissie AFCO een werkdocument opgesteld met een analyse van de ontwikkeling van de betrekkingen tussen het Parlement en de instellingen die de nationale regeringen vertegenwoordigen na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Dit document komt tot de volgende bevindingen: "De wetgevende rol van het Parlement is met het Verdrag van Lissabon aanzienlijk vergroot. Aan de kant van de regeringen zijn er tegelijk echter nieuwe instellingen opgericht: de Europese Raad en zijn permanente Voorzitter, de Hoge Vertegenwoordiger, de Eurogroep. De opeenvolgende crisissen van de afgelopen jaren hebben er bovendien toe geleid dat deze nieuwe instellingen de belangrijkste politieke beslissingen hebben genomen. Terwijl de Raad van ministers tegelijk de enige gesprekspartner van het Parlement is. Wanneer deze ontwikkeling zich doorzet, ontstaat het risico dat de politieke invloed van het Parlement afneemt precies op het moment waarop de Unie haar democratische transformatie zou moeten voltooien. »

Op 27 november jl., ter gelegenheid van de indiening van het werkdocument, had hierover in de commissie een gedachtewisseling plaats.

Uit de voorbereidende werkzaamheden en het debat is duidelijk geworden dat, om rekening te houden met de ontwikkeling van de institutionele relaties van de voorbije jaren, een herziening van het Reglement van het Parlement veel verder zal moeten gaan dan oorspronkelijk in het vooruitzicht was gesteld in de eerste tekst, die zich beperkte tot een wijziging van artikel 116. De rapporteur stelt echter voor het bij het ene vraagstuk te laten dat in het eerste verzoek om advies aan de orde is gesteld, namelijk dat van het vragenuur met vragen aan de Raad, met dien verstande dat achteraf nader kan worden ingegaan op de ontwikkeling van de relaties met de instellingen die de nationale regeringen vertegenwoordigen en de eventuele wijzigingen van het Reglement die daaruit zouden voortvloeien.

Wat het vragenuur met vragen aan de Raad betreft, is de conclusie van de Conferentie van voorzitters juist: in de eerste zin van artikel 16, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt bepaald dat de Raad samen met het Europees Parlement de wetgevingstaak en de begrotingstaak uitoefent. Op die twee gebieden zijn de functies van de twee instellingen gelijkwaardig. De Raad oefent echter nog andere dan de wetgevingstaak en de begrotingstaak uit. Volgens de tweede zin van dezelfde paragraaf oefent de Raad ook beleidsbepalende en coördinerende taken uit. Bovendien wordt in artikel 291, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bepaald dat, indien het nodig is dat juridisch bindende handelingen van de Unie volgende eenvormige voorwaarden worden uitgevoerd, bij die handelingen aan de Commissie, of in naar behoren gemotiveerde specifieke gevallen en in de bij de artikelen 24 en 26 van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalde gevallen, aan de Raad uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Tot slot vormen overeenkomstig artikel 299 de besluiten van de Raad die voor natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de staten, een geldelijke verplichting inhouden executoire titel.

De afschaffing van het vragenuur voor vragen aan de Raad in zijn huidige vorm weerspiegelt de verschuiving in het institutionele evenwicht waarop de Conferentie van voorzitters alludeert. Toch lijkt het om de hierboven uiteengezette redenen nuttig de mogelijkheid te behouden om in het kader van een specifiek vragenuur vragen te stellen aan de Raad over aangelegenheden die verband houden met bevoegdheden die buiten zijn wetgevingstaak en zijn begrotingstaak vallen.


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

28.2.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

20

1

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Alfredo Antoniozzi, Andrew Henry William Brons, Andrew Duff, Ashley Fox, Zita Gurmai, Gerald Häfner, Daniel Hannan, Stanimir Ilchev, Constance Le Grip, Jaime Mayor Oreja, Morten Messerschmidt, Paulo Rangel, Algirdas Saudargas, Søren Bo Søndergaard, Rafał Trzaskowski, Luis Yáñez-Barnuevo García

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

John Stuart Agnew, Alain Lamassoure, Vital Moreira, Evelyn Regner, György Schöpflin, Tadeusz Zwiefka

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Leonardo Domenici

Juridische mededeling - Privacybeleid