VERSLAG over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie

28.3.2012 - (COM(2010)0774 – C7‑0010/2011 – 2010/0374(COD)) - ***I

Commissie economische en monetaire zaken
Rapporteur: Sharon Bowles
PR_COD_1amCom


Procedure : 2010/0374(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
A7-0076/2012
Ingediende teksten :
A7-0076/2012
Aangenomen teksten :

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie

(COM(2010)0774 – C7‑0010/2011 – 2010/0374(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2010)0774),

–   gezien artikel 294, lid 2, en artikel 338, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C7‑0010/2011),

–   gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–   gezien het advies van de Europese Centrale Bank van 19 mei 2011[1],

–   gezien artikel 55 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie regionale ontwikkeling (A7-0076/2012),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Voor het toezicht op de economieën van de lidstaten en op de economische en monetaire unie (EMU) bestaat behoefte aan vergelijkbare, actuele en betrouwbare informatie over de structuur en de ontwikkeling van de economische situatie in iedere lidstaat of regio.

(1) Voor de beleidsvorming in de Unie en het toezicht op de economieën van de lidstaten en op de economische en monetaire unie (EMU) bestaat behoefte aan vergelijkbare, actuele en betrouwbare informatie over de structuur en de ontwikkeling van de economische situatie in iedere lidstaat of regio.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3) De burgers van de Unie hebben economische rekeningen nodig als basisinstrument voor de analyse van de economische situatie van een lidstaat of regio. Ter wille van de vergelijkbaarheid moeten die rekeningen worden opgesteld op basis van dezelfde, niet voor verschillende uitleg vatbare beginselen.

(3) De burgers van de Unie hebben economische rekeningen nodig als basisinstrument voor de analyse van de economische situatie van een lidstaat of regio. Ter wille van de vergelijkbaarheid moeten die rekeningen worden opgesteld op basis van dezelfde, niet voor verschillende uitleg vatbare beginselen. De verstrekte informatie moet zo nauwkeurig, volledig en tijdig mogelijk zijn om ​​maximale transparantie te waarborgen, met name wat betreft de overheidssector.

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4) De Commissie dient aggregaten van de nationale rekeningen te gebruiken voor administratieve doeleinden van de Unie en met name voor budgettaire berekeningen.

(4) De Commissie dient aggregaten van de nationale en regionale rekeningen te gebruiken voor administratieve doeleinden van de Unie en met name voor budgettaire berekeningen.

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis) Voor het opstellen van milieu-economische rekeningen bij wijze van satellietrekeningen bij het ESR wordt in Verordening (EU) nr. 691/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2011 inzake Europese milieu-economische rekeningen1 een gemeenschappelijk kader voor het verzamelen, samenstellen, toezenden en evalueren van Europese milieu-economische rekeningen vastgesteld.

 

________________

 

1 PB L 192 van 22.7.2011, blz. 1.

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9) Wat de sociale en de milieurekeningen betreft, moet rekening worden gehouden met de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 20 augustus 2009 met als titel "Het bbp en verder – Meting van de vooruitgang in een veranderende wereld". Er kunnen dan ook verdere methodologische studies en gegevenstests nodig zijn.

(9) Wat de sociale en de milieurekeningen betreft, moet ten volle rekening worden gehouden met de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 20 augustus 2009 met als titel "Het bbp en verder – Meting van de vooruitgang in een veranderende wereld". Er zijn verdere methodologische studies en gegevenstests nodig, met name om beter rekening te houden met de veranderingen in de productiviteit in de openbare sector, om de milieurekeningen in de economische boekhouding op te nemen en deze uit te breiden met rekeningen op sociaal gebied. Er is echter genoegzaam bewijs dat de tekortkomingen van het bbp-concept snel moeten worden verholpen en daartoe zijn er ook instrumenten voorhanden. De Commissie moet het Europees Parlement en de Raad tegen juli 2013 een geactualiseerde mededeling over "Het bbp en verder" voorleggen, vergezeld van een actieplan met concrete wetgevingsvoorstellen die tegen juli 2014 moeten worden ingediend.

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis) Het gebruik van nieuwe, geautomatiseerde en realtimeverzamelingsmethoden moet worden onderzocht.

Amendement 7

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Het bij deze verordening vastgestelde herziene Europese rekeningenstelsel (ESR 2010) bevat een methodologie en een indieningsprogramma (waarin de rekeningen en tabellen worden gespecificeerd die alle lidstaten binnen de voorgeschreven termijnen moeten indienen). De Commissie moet die rekeningen en tabellen op vaste tijdstippen ter beschikking van de gebruikers stellen, met name met het oog op het toezicht op de economische convergentie en een goede coördinatie van het economische beleid van de lidstaten.

(10) Het bij deze verordening vastgestelde herziene Europese rekeningenstelsel (ESR 2010) bevat een methodologie en een indieningsprogramma (waarin de rekeningen en tabellen worden gespecificeerd die alle lidstaten binnen de voorgeschreven termijnen moeten indienen). De Commissie moet die rekeningen en tabellen op vaste tijdstippen ter beschikking van de gebruikers stellen, met name met het oog op het toezicht op de economische convergentie en een goede coördinatie van het economische beleid van de lidstaten. Het Europees Parlement moet regelmatig op de hoogte worden gehouden omtrent het gehele toezichtproces met betrekking tot het ESR 2010.

Amendement  8

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10 bis) Bij de publicatie van gegevens moet een gebruikersvriendelijke benadering worden gevolgd, door de burgers van de Unie en de belanghebbenden van toegankelijke en bruikbare informatie te voorzien.

Amendement  9

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13) Er is een taskforce opgericht die de behandeling van indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) in de nationale rekeningen verder moet onderzoeken. Rekening houdend met de bevindingen van de taskforce kan het nodig zijn de methoden voor de berekening en de toerekening van IGDFI voor eind 2012 door middel van een gedelegeerde handeling te wijzigen teneinde betrouwbaardere resultaten te verkrijgen.

(13) Er is een taskforce opgericht die de behandeling van indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) in de nationale rekeningen verder moet onderzoeken. Rekening houdend met de bevindingen van de taskforce is het nodig de methoden voor de berekening en de toerekening van IGDFI voor eind 2012 door middel van een gedelegeerde handeling te wijzigen door opname van een voor risico gecorrigeerde methode die de verwachte toekomstige kosten van gerealiseerde risico's naar behoren weergeeft, teneinde betrouwbaardere resultaten te verkrijgen.

Motivering

Momenteel worden financiële instellingen verondersteld waarde te creëren door risicovolle activa aan te houden die een hogere return zullen opleveren. Deze inkomsten worden als toegevoegde waarde beschouwd, ook al vertegenwoordigen zij gewoon de verwachte toekomstige kosten van de risico's. Daarom is er behoefte aan een risicoweging op basis van de verwachte toekomstige kosten van GEREALISEERDE risico's om de REËLE directe bijdrage aan het bbp weer te geven.

Amendement  10

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14) De uitgaven voor speur- en ontwikkelingswerk hebben het karakter van investeringen en moeten daarom als investeringen in vaste activa worden geregistreerd. Het is echter nodig het formaat van de als investeringen in vaste activa te registreren gegevens door middel van een gedelegeerde handeling te specificeren wanneer in een test waarvoor aanvullende tabellen moeten worden ontwikkeld, wordt aangetoond dat de betrouwbaarheid van de gegevens groot genoeg is.

(14) De uitgaven voor speur- en ontwikkelingswerk zijn te beschouwen als een investering en moeten daarom als investeringen in vaste activa worden geregistreerd. Het is echter nodig het formaat van de als investeringen in vaste activa te registreren gegevens door middel van een gedelegeerde handeling te specificeren wanneer in een test waarvoor aanvullende tabellen moeten worden ontwikkeld, wordt aangetoond dat de betrouwbaarheid van de gegevens groot genoeg is.

Amendement 11

Voorstel voor een verordening

Overweging 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(14 bis) Overeenkomstig Richtlijn 2011/85/EU van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten1, die de publicatie voorschrijft van relevante informatie over voorwaardelijke verplichtingen met potentieel grote gevolgen voor de overheidsbegrotingen, met inbegrip van overheidsgaranties, moeten de lidstaten die informatie vanaf 2014 jaarlijks verstrekken, waarna ze door Eurostat moet worden gepubliceerd.

 

 

______________

 

1 PB L 306 van 23.11.2011, blz. 41.

Amendement  12

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15) Er zijn verdere studies en inspanningen nodig, met name ten aanzien van vraagstukken die verband houden met "Het bbp en verder" en "Europa 2020", met het doel een meetmethode voor welzijn en vooruitgang te ontwikkelen waarbij meer elementen in aanmerking worden genomen, teneinde de bevordering van een slimme, duurzame en inclusieve economie te ondersteunen. Deze studies en inspanningen zullen ertoe bijdragen om de beschikbaarheid, de indiening, de kwaliteit van de gegevens en de toegepaste methoden nog te verbeteren en aldus voorbereid te zijn op toekomstige ontwikkelingen.

(15) Er moeten studies worden verricht en er moet snel worden opgetreden, met name ten aanzien van vraagstukken die verband houden met "Het bbp en verder" en "Europa 2020", met het doel een meetmethode voor welzijn en vooruitgang te ontwikkelen waarbij meer elementen in aanmerking worden genomen, teneinde de bevordering van een slimme, duurzame en inclusieve economie te ondersteunen, ten volle rekening houdend met externe milieufactoren en sociale ongelijkheid, met het oog op het verhelpen daarvan. Deze studies en inspanningen zullen ertoe bijdragen om de beschikbaarheid, de indiening, de kwaliteit van de gegevens en de toegepaste methoden nog te verbeteren en aldus voorbereid te zijn op toekomstige ontwikkelingen. De gegevens over de nationale en regionale rekeningen moeten worden gezien als één element in de verwezenlijking van deze doelstellingen.

Amendement  13

Voorstel voor een verordening

Overweging 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(15 bis) Het belang van regionale rekeningen in lidstaten met autonome of regionale regeringen wordt als een gegevenheid beschouwd, evenals de noodzaak om de transparantie op regionaal niveau te vergroten. Eurostat dient bijzondere aandacht te besteden aan de regionale begrotingsgegevens van lidstaten met autonome regio's of regeringen.

Amendement  14

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om, overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen bij deze verordening te wijzigen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt en deskundigen raadpleegt.

(16) De bevoegdheid om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om de bijlagen bij deze verordening te wijzigen moet aan de Commissie worden gedelegeerd. Het is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens de voorbereidende werkzaamheden het nodige overleg pleegt en deskundigen raadpleegt. Overeenkomstig de artikelen 127 en 282 van het VWEU moet de Europese Centrale Bank (ECB) in voorkomend geval ook worden geraadpleegd. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen zorgen voor gelijktijdige, snelle en adequate toezending van de desbetreffende documenten aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement  15

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17) Daar de tenuitvoerlegging van deze verordening ingrijpende aanpassingen van de nationale statistische systemen kan vergen, kan de Commissie de lidstaten afwijkingen toestaan.

(17) Daar de tenuitvoerlegging van deze verordening ingrijpende aanpassingen van de nationale statistische systemen kan vergen, moet de Commissie de nodige middelen en deskundigheid verstrekken om lidstaten bij te staan die over onvoldoende middelen beschikken of belangrijke methodologische hinderpalen moeten overwinnen. De Commissie kan de lidstaten afwijkingen toestaan wanneer er sterke aanwijzingen zijn dat het verstrekken van de gegevens niet mogelijk is omdat er belangrijke methodologische obstakels moeten worden overwonnen. Deze afwijkingen moeten tijdelijk en voor herziening vatbaar zijn.

Amendement  16

Voorstel voor een verordening

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis) Verkorting van de indieningstermijn zou voor Europese ondernemingen en nationale bureaus voor de statistiek een veel zwaardere druk en extra kosten met zich meebrengen, met het risico dat de aangeleverde gegevens van lagere kwaliteit zouden zijn, en derhalve moet de indieningstermijn worden gehandhaafd op T plus drie maanden en negen dagen (3/9). Individuele lidstaten kunnen een eerdere datum invoeren wanneer na passende raadpleging en overleg blijkt dat de voordelen van vroegere rapportage voor aanmelding bij de centrale bank opwegen tegen de mogelijke nadelen. Voor de lidstaten die de euro als munt hebben, kan zo nodig bij meerderheid van de stemmen van die lidstaten tot invoering van een eerdere datum worden besloten.

Amendement  17

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3. Bij twijfel over de correcte toepassing van de registratieregels van het ESR 2010 verzoekt de betrokken lidstaat de Commissie (Eurostat) om verduidelijking. De Commissie (Eurostat) onderzoekt de kwestie onverwijld en stelt de betrokken lidstaat in kennis van haar besluit over de gevraagde verduidelijking.

3. Bij onzekerheid over de correcte toepassing van de registratieregels van het ESR 2010 verzoekt de betrokken lidstaat de Commissie (Eurostat) om verduidelijking. De Commissie (Eurostat) onderzoekt het verzoek onverwijld en stelt de betrokken lidstaat onverwijld in kennis van haar besluit over de gevraagde verduidelijking.

Amendement  18

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De lidstaten voeren de berekening en de toerekening van indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) in de nationale rekeningen uit volgens de in bijlage A beschreven methoden. De Commissie kan voor eind 2012 overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 9 door middel van gedelegeerde handelingen methoden voor de berekening en de toerekening van IGDFI vaststellen.

4. De lidstaten voeren de berekening en de toerekening van indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI) in de nationale rekeningen uit volgens de in bijlage A beschreven methoden. De Commissie stelt voor eind 2012 overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 9 door middel van gedelegeerde handelingen methoden voor de berekening en de toerekening van IGDFI vast, die een voor risico gecorrigeerde methode omvatten die de verwachte toekomstige kosten van gerealiseerde risico's naar behoren weergeeft.

Motivering

Momenteel worden financiële instellingen verondersteld waarde te creëren door risicovolle activa aan te houden die een hogere return zullen opleveren. Deze inkomsten worden als toegevoegde waarde beschouwd, ook al vertegenwoordigen zij gewoon de verwachte toekomstige kosten van de risico's. Daarom is er behoefte aan een risicoweging op basis van de verwachte toekomstige kosten van GEREALISEERDE risico's om de REËLE directe bijdrage aan het bbp weer te geven.

Amendement  19

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis. De lidstaten doen Eurostat tegen 2014 – en vervolgens elk jaar – de volgende informatie toekomen:

 

- de schuldpositie van hun overheidsbedrijven, zowel per categorie als per subsector,

 

- de omvang van de garanties die zij aan publiek- en privaatrechtelijke entiteiten hebben verstrekt, uitgesplitst per sector, en informatie met betrekking tot opgevraagde garanties,

 

- hun impliciete pensioenverplichtingen.

 

Eurostat publiceert deze gegevens jaarlijks.

 

Tegen 2014 publiceert Eurostat tevens een rapport dat voorziet in een materialiteitstest, in het bijzonder met het oog op de openbaarmaking van publiek-private partnerschappen en andere impliciete – waaronder ook voorwaardelijke – verplichtingen – die buiten de overheidssfeer zijn aangegaan.

 

Tegen 2017 publiceert Eurostat daarnaast ook nog een rapport waarin wordt geëvalueerd in hoeverre de publicatie van de in de eerste alinea bedoelde gegevens representatief is voor alle impliciete – inclusief voorwaardelijke – verplichtingen die buiten de overheidssfeer zijn aangegaan.

Amendement  20

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Zo nodig verstrekt de Commissie, om deze verordening te helpen naleven, de nodige middelen en deskundigheid om lidstaten bij te staan die belangrijke methodologische hinderpalen moeten overwinnen.

Amendement  21

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3 bis. Tegen ...* herziet de Commissie bijlage B en stelt zij overeenkomstig artikel 7 een gedelegeerde handeling vast om de datatransmissietabellen te organiseren en te stroomlijnen, zodat de duidelijkheid, de consistentie, de ondubbelzinnigheid en de transparantie van het datatransmissieprogramma kunnen worden gegarandeerd.

 

_____________

 

*PB datum invoegen: zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Amendement  22

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4. De Commissie (Eurostat) beoordeelt de kwaliteit van de ingediende gegevens.

4. De Commissie (Eurostat) beoordeelt de kwaliteit van de ingediende gegevens. De Commissie (Eurostat) brengt het Europees Parlement tegen ...*, en vervolgens om de twee jaar verslag uit over de kwaliteit van de nationale en regionale rekeninggegevens.

 

_____________

 

*PB datum invoegen: twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

Amendement  23

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. In zoverre voor de toepassing van deze verordening grote aanpassingen van het nationale statistische systeem nodig zijn, kan de Commissie de lidstaten overeenkomstig de in artikel 10 bedoelde procedure tot 1 januari 2020 afwijkingen van de toepassing van de verordening toestaan.

1. In zoverre voor de toepassing van deze verordening grote aanpassingen van het nationale statistische systeem nodig zijn, kan de Commissie de lidstaten overeenkomstig de in artikel 10 bedoelde procedure tot 1 januari 2020 tijdelijke afwijkingen van de toepassing van de verordening toestaan.

Amendement  24

Voorstel voor een verordening

Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. De Commissie staat alleen een tijdelijke afwijking op grond van lid 1 toe in gevallen waarbij er duidelijk sprake is van belangrijke methodologische obstakels die de betrokken lidstaat verhinderen deze verordening toe te passen. Een afwijking wordt slechts toegestaan voor een periode die toereikend is om de lidstaat in staat te stellen zijn methodologische obstakels op te heffen. De Commissie verstrekt de nodige deskundigheid, en eventueel ook specifieke middelen, om de lidstaat bij te staan. De Commissie staat geen afwijking toe indien daarmee onevenredig afbreuk zou worden gedaan aan de nauwkeurigheid van de geaggregeerde gegevens. Het aandeel van de betrokken lidstaat in het bbp van de Unie of de eurozone mag geen motief zijn voor het toestaan van een afwijking.

Amendement  25

Voorstel voor een verordening

Artikel 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.

1. De bevoegdheid tot vaststelling van de in artikel 2, leden 2, 4 en 5, en artikel 3, lid 3, bedoelde gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie verleend voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie stelt uiterlijk zes maanden voor afloop van de periode van vijf jaar een verslag over de gedelegeerde bevoegdheden op. De delegatie van bevoegdheden wordt automatisch met perioden van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad de delegatie overeenkomstig artikel 8 intrekken.

2. De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen als bedoeld in de artikelen 2, lid 2, 4, lid 5, en 3, lid 3, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar te rekenen vanaf …*. Uiterlijk negen maanden vóór het verstrijken van de termijn van vijf jaar stelt de Commissie een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De delegatie van bevoegdheden zal stilzwijgend worden verlengd voor perioden van dezelfde duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke periode bezwaar maakt tegen een verlenging.

 

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, leden 2, 4 en 5, en artikel 3, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Dit treedt in werking op de dag na de publicatie van de beschikking in het Publicatieblad van de Europese Unie of een latere datum die daarin nader wordt bepaald. Het laat de geldigheid van alle reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

2. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij daar tegelijkertijd het Europees Parlement en de Raad van in kennis.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij daar tegelijkertijd het Europees Parlement en de Raad van in kennis.

3. De bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt de Commissie verleend onder de in de artikelen 8 en 9 gestelde voorwaarden.

5. Een overeenkomstig artikel 2, leden 2, 4 en 5, en artikel 3, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement of de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad kan deze termijn met drie maanden worden verlengd.

 

____________

 

* PB: Gelieve hier de datum van inwerkingtreding van deze verordening in te voegen.

Amendement  26

Voorstel voor een verordening

Artikel 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 8

Schrappen

Intrekking van de delegatie

 

1. De in artikel 2, leden 2, 4 en 5, en artikel 3, lid 3, bedoelde delegatie van bevoegdheden kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken.

 

2. De instelling die een interne procedure is begonnen om eventueel te besluiten de delegatie van bevoegdheden in te trekken, streeft ernaar de andere instelling en de Commissie hiervan in kennis te stellen binnen een redelijke termijn voordat het definitieve besluit wordt genomen, en geeft daarbij aan welke gedelegeerde bevoegdheden zij denkt in te trekken en wat daarvoor de mogelijke redenen zijn.

 

3. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheden. Het besluit treedt onmiddellijk of op een in dat besluit bepaalde latere datum in werking. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. Het wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

Amendement  27

Voorstel voor een verordening

Artikel 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 9

Schrappen

Bezwaar tegen gedelegeerde handelingen

 

1. Het Europees Parlement of de Raad kunnen binnen twee maanden na de datum van kennisgeving bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling.

 

Op initiatief van het Europees Parlement of de Raad wordt die termijn met twee maanden verlengd.

 

2. Indien noch het Europees Parlement, noch de Raad na verloop van de in lid 1 vermelde termijn tegen de gedelegeerde handeling bezwaar heeft gemaakt, wordt deze in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt en treedt zij in werking op de in de handeling vermelde datum.

 

De gedelegeerde handeling kan voor afloop van die termijn in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt en in werking treden indien zowel het Europees Parlement als de Raad de Commissie in kennis hebben gesteld van hun voornemen om geen bezwaar te maken.

 

3. Indien het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt tegen de vastgestelde gedelegeerde handeling, treedt deze niet in werking. De instelling die bezwaar maakt, motiveert haar bezwaar tegen de gedelegeerde handeling.

 

Amendement  28

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 9 bis

 

Informatie omtrent de toepassing van de procedure bij buitensporige tekorten of de procedures bij macro-economische onevenwichtigheden

 

Gedelegeerde handelingen mogen niet worden gebruikt met betrekking tot statistische gegevens die worden geproduceerd in verband met de toepassing van de procedure bij buitensporige tekorten of de procedures bij macro-economische onevenwichtigheden.

Amendement  29

Voorstel voor een verordening

Bijlage A – hoofdstuk 1 – punt 1.18 – letter b – punt 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3 ter) regionale gegevens over de verhouding tussen overheids- en particulier kapitaal;

Amendement  30

Voorstel voor een verordening

Bijlage A – hoofdstuk 1 – punt 1.18 – letter d – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) analyse van de onderlinge afhankelijkheid van de economieën van de EU;

(2) analyse van de onderlinge afhankelijkheid van de economieën van de EU, met inaanmerkingneming van de lidstaten en hun regio's, met name indien die regio's over fiscale en wetgevende bevoegdheden beschikken;

Amendement  31

Voorstel voor een verordening

BIJLAGE A – hoofdstuk 2 – punt 2.21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.21 Een holding die alleen de activa van dochterondernemingen bezit, is een voorbeeld van een financiële instelling binnen concernverband. Andere eenheden die ook als financiële instelling binnen concernverband worden behandeld, zijn eenheden met de kenmerken van ESD's zoals hierboven beschreven, met inbegrip van beleggings- en pensioenfondsen en eenheden die worden gebruikt voor het in bezit hebben en beheren van het vermogen van particulieren of families, het in bezit hebben van activa voor securitisatie of het uitgeven van schuldbewijzen namens verbonden ondernemingen (een dergelijke onderneming kan een doorstroomlichaam worden genoemd), securitisatievehikels en het uitvoeren van andere financiële taken.

2.21 Een holding die alleen de activa van dochterondernemingen bezit, is een voorbeeld van een financiële instelling binnen concernverband. Andere eenheden die ook als financiële instelling binnen concernverband worden behandeld, zijn eenheden met de kenmerken van ESD's zoals hierboven beschreven, met inbegrip van beleggings- en pensioenfondsen en eenheden die worden gebruikt voor het in bezit hebben en beheren van het vermogen van particulieren of families, het uitgeven van schuldbewijzen namens verbonden ondernemingen (een dergelijke onderneming kan een doorstroomlichaam worden genoemd) en het uitvoeren van andere financiële taken.

Motivering

Amendement aangereikt door de ECB. Lege financiële instellingen die in enigerlei vorm securitisatietransacties verrichten, kunnen niet worden behandeld als financiële instellingen binnen concernverband — met name worden zij niet geconsolideerd met de initiator, ongeacht criteria van "onafhankelijkheid". Zij worden ingedeeld als overige financiële intermediairs (S.125). Zie artikel 1 van Verordening ECB/2008/30 van 19 december 2008 houdende statistieken betreffende de activa en passiva van lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten (2).

Amendement  32

Voorstel voor een verordening

BIJLAGE A – hoofdstuk 2 – punt 2.75

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.75 Definitie: De subsector deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank (S.122) bestaat uit alle financiële instellingen en quasivennootschappen, m.u.v. die welke in de subsectoren centrale bank en GMF's worden ingedeeld, die zich hoofdzakelijk bezighouden met financiële intermediatie en waarvan de activiteiten erin bestaan deposito's van institutionele eenheden in ontvangst te nemen en voor eigen rekening leningen toe te kennen en/of beleggingen in effecten te verrichten.

2.75 Definitie: De subsector deposito-instellingen m.u.v. de centrale bank (S.122) bestaat uit alle financiële instellingen en quasivennootschappen, m.u.v. die welke in de subsectoren centrale bank en GMF's worden ingedeeld, die zich hoofdzakelijk bezighouden met financiële intermediatie en waarvan de activiteiten erin bestaan deposito's of daarmee vergelijkbare financiële titels van andere institutionele eenheden dan MFI's in ontvangst te nemen en voor eigen rekening leningen toe te kennen en/of beleggingen in effecten te verrichten.

Motivering

Amendement aangereikt door de ECB. De tekst moet in overeenstemming worden gebracht met de definitie van "overige MFI's" in artikel 1 van Verordening ECB/2008/32 van 19 december 2008 betreffende de balans van de sector monetaire financiële instellingen (herschikking) (3). Deze formulering is ook opgenomen in het SNR 2008.

Amendement  33

Voorstel voor een verordening

BIJLAGE A – hoofdstuk 2 – punt 2.90

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.90 Definitie: Lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten (LFI's) zijn ondernemingen die securitisatietransacties tot stand brengen. LFI's die voldoen aan de criteria om als institutionele eenheid te worden beschouwd, worden in S.125 ingedeeld; zo niet, dan worden zij als integrerend deel van de moedermaatschappij behandeld.

2.90 Definitie: Lege financiële instellingen die securitisatietransacties verrichten (LFI's) zijn ondernemingen die securitisatietransacties tot stand brengen.

Motivering

Amendement aangereikt door de ECB. LFI's moeten worden behandeld als afzonderlijke institutionele eenheden, onafhankelijk van criteria zoals de 'mate van onafhankelijkheid van haar moedermaatschappij' (zie punt 2.22). Verwezen wordt naar artikel 1 van Verordening ECB/2008/30.

Amendement  34

Voorstel voor een verordening

BIJLAGE A – hoofdstuk 5 – punt 5.108

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.108 Het is van essentieel belang dat wordt vastgesteld of de bij de securitisatie van activa betrokken financiële instelling haar portefeuille actief beheert door de uitgifte van schuldbewijzen en het dragen van risico, en niet louter optreedt als trust die slechts passief activa beheert of schuldbewijzen aanhoudt. Wanneer de financiële instelling de juridische eigenaar van een activaportefeuille is, schuldbewijzen uitgeeft die een belang in die portefeuille vertegenwoordigen, over een volledige boekhouding beschikt en markt- en kredietrisico's draagt, treedt zij op als een financiële intermediair die bij de overige financiële intermediairs is ingedeeld. Financiële instellingen die bij de securitisatie van activa betrokken zijn, ook wel financiële vehikels genoemd, dragen gewoonlijk niet het markt- of kredietrisico, omdat elke aan deze risico's toe te schrijven wijziging in de waarde van de aangehouden activa volledig wordt gecompenseerd door een vermindering van de hoofdsom en/of rente die aan de houders van de door de activa gedekte effecten ("asset-backed securities", ABS) moet worden betaald. Ook dringen ratingbureaus erop aan dat securitisatievennootschappen volledig bestand zijn tegen insolventie. Financiële instellingen die zich met de securitisatie van activa bezighouden, worden onderscheiden van eenheden die uitsluitend worden opgericht om bepaalde portefeuilles financiële activa en passiva aan te houden. Deze eenheden worden gecombineerd met hun moederbedrijf als zij in hetzelfde land als het moederbedrijf zijn gevestigd. Als zij niet-ingezeten eenheden zijn, worden zij echter als afzonderlijke institutionele eenheden behandeld en als financiële instellingen binnen concernverband geclassificeerd.

Schrappen

Motivering

Amendement aangereikt door de ECB. Dit punt dient te worden geschrapt vanwege inconsistentie met de definities en criteria die van toepassing zijn op securitisatievehikels. De toepassing ervan zou kunnen resulteren in een consolidatie van ingezeten instrumenten met ingezeten eenheden van de "moedermaatschappij", aangezien het voor securitisatievehikels kenmerkend is dat ze niet voldoen aan de voorgestelde criteria van het dragen van markt- en kredietrisico (zie ook amendement 17).

Amendement  35

Voorstel voor een verordening

Bijlage A – hoofdstuk 13 – punt 13.08

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De regionale rekeningen worden op basis van rechtstreeks verzamelde regionale gegevens en aan de hand van veronderstellingen gemaakte regionale uitsplitsingen van nationale gegevens opgesteld. Hoe vollediger de rechtstreeks verzamelde gegevens zijn, des te minder spelen veronderstellingen een rol. Wanneer de beschikbare informatie echter niet volledig, tijdig en betrouwbaar genoeg is, zijn er voor de opstelling van regionale rekeningen veronderstellingen nodig. Dit impliceert dat sommige verschillen tussen regio's niet tot uiting behoeven te komen in de regionale rekeningen.

De regionale rekeningen worden op basis van rechtstreeks verzamelde regionale gegevens en, ingeval er speciale vrijstellingen van toepassing zijn, aan de hand van veronderstellingen gemaakte regionale uitsplitsingen van nationale gegevens opgesteld. Hoe vollediger de rechtstreeks verzamelde gegevens zijn, des te minder spelen veronderstellingen een rol. Wanneer de beschikbare informatie echter niet volledig, tijdig en betrouwbaar genoeg is, zijn er voor de opstelling van regionale rekeningen veronderstellingen nodig. Dit impliceert dat sommige verschillen tussen regio's niet tot uiting behoeven te komen in de regionale rekeningen.

Amendement  36

Voorstel voor een verordening

BIJLAGE B – eerste tabel – segment 2, 801, 27 en 28

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

2

Belangrijkste aggregaten van de overheid – jaarlijks

3/9

Vanaf 1995

801

Niet-financiële rekeningen per sector – driemaandelijks

85 dagen

Vanaf 1999Q1

27

Financiële rekeningen van de overheid – driemaandelijks

85 dagen

Vanaf 1999Q1

28

Overheidsschuld – driemaandelijks

3

Vanaf 2000Q1

 

Amendement

2

Belangrijkste aggregaten van de overheid – jaarlijks

3/9

Vanaf 1995

801

Niet-financiële rekeningen per sector – driemaandelijks

3/9

Vanaf 1999Q1

27

Financiële rekeningen van de overheid – driemaandelijks

3/9

Vanaf 1999Q1

28

Overheidsschuld – driemaandelijks

3/9

Vanaf 2000Q1

___________________

 

Amendement            37

Voorstel voor een verordening

BIJLAGE B – Tabel 2 – laatste 2 segmenten

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

EDP_D.41

Rente met inbegrip van de rentestromen die voortvloeien uit swapovereenkomsten en termijncontracten met rentevaststelling na afloop ("forward rate agreements")(1)(4)

S.13, S.1311, S.1312, S.1313, S.1314

EDP_B.9

Vorderingenoverschot (+) c.q. -tekort (-) in het kader van de buitensporigetekortenprocedure (EDP)(4)

S.13, S.1311, S.1312, S.1313, S.1314

 

Amendement

D.41

Rente

S.13, S.1311, S.1312, S.1313, S.1314

B.9

Vorderingenoverschot (+) c.q. -tekort (-)

S.13, S.1311, S.1312, S.1313, S.1314

Motivering

Amendement aangereikt door de ECB. Deze technische aanpassing heeft ten doel ESR- en EDP-tekorten op één lijn te brengen.

Amendement  38

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – tabel 10 – punt 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Code

Variabelen

 

TE

6 bis. Totale overheidsuitgaven(4)

 

 

_____________

 

 

(4) voor op regionale basis geproduceerde rekeningen

Amendement  39

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – tabel 10 – punt 6 bis – streepje 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Code

Variabelen

 

P.51g

- Totale bruto-investeringen in vaste activa van de overheid(4)

 

 

_____________

 

 

(4) voor op regionale basis geproduceerde rekeningen

Amendement  40

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – tabel 10 – punt 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Code

Variabelen

 

D.92

6 ter. Investeringssubsidie van de overheid(4)

 

 

_____________

 

 

(4) voor op regionale basis geproduceerde rekeningen

Amendement  41

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – Tabel 11 – kolom 3 – segment 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(3)(7)

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(7)

Amendement  42

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – Tabel 11 – kolom 3 – segment 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(3)(7)

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(7)

Amendement  43

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – Tabel 11 – kolom 3 – segment 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(3)(7)

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(7)

Amendement  44

Voorstel voor een verordening

BIJLAGE B – Tabel 801 – laatste 2 segmenten

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Aanvullende informatie betreffende de overheid

sectoren

 

 

S.1

S.11

S.12

S.13

S.1M

S.1N

S.2

OTE

Totaal overheidsuitgaven

 

 

 

x

 

 

 

OTR

Totaal overheidsinkomsten

 

 

 

x

 

 

 

 

Amendement

 

Aanvullende informatie betreffende de overheid

sectoren

 

 

S.1

S.11

S.12

S.13

S.1M

S.1N

S.2

OTE

Totaal overheidsuitgaven

 

 

 

x

 

 

 

OTR

Totaal overheidsinkomsten

 

 

 

x

 

 

 

EMH

Aantal contractuele werkuren

 

 

 

x

 

 

 

EMP

Werkzame personen

 

 

 

x

 

 

 

Motivering

Amendement aangereikt door de ECB. Om te kunnen voorzien in de publieke en beleidsmatige gegevens voor het berekenen van de loonsom per werknemer en per uur in de overheidssector in het algemeen, moet het transmissieprogramma (tabel 801) worden aangevuld met gegevens over het aantal werknemers en het aantal gewerkte uren in de overheidssector per kwartaal.

  • [1]  PB C 203 van 9.7.2011, blz. 3.

TOELICHTING

Deze verordening strekt tot vaststelling van de regels voor de samenstelling en publicatie van de essentiële macro-economische gegevens voor de EU. In de praktijk is het Commissievoorstel een uitgebreide herziening van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen (het Europees systeem van rekeningen - ESR), dat voortbouwt op de laatste versie van het Systeem van nationale rekeningen van de Verenigde Naties (het SNA, dat in 2008 is ingevoerd) en meer in detail is uitgewerkt.

Statistieken zijn uitgegroeid tot een centraal thema in het publieke debat: onafhankelijke, betrouwbare, vergelijkbare en actuele gegevens zijn voor beleidsmakers en economische actoren en burgers onontbeerlijk om de economische realiteit en de economische ontwikkelingen te kunnen meten, evalueren en controleren. Alles moet in het werk worden gesteld om ervoor te zorgen dat het herziene ESR de EU-burgers voorziet van macro-economische statistieken van de hoogste kwaliteit, die gebaseerd zijn op degelijke methodieken en volgens een nauwgezet tijdschema worden aangeleverd.

De lidstaten hebben hun bezorgdheid kenbaar gemaakt omtrent de administratieve lasten die hiermee gepaard gaan, en daarom wordt in dit verslag voorgesteld om zoveel mogelijk gebruik te maken van geautomatiseerde en realtimesystemen voor gegevensverzameling.

Daarnaast wordt in het verslag voorgesteld het Commissievoorstel als volgt aan te scherpen:

· de verstrekte gegevens moeten zo volledig mogelijk zijn om ​​maximale transparantie te waarborgen, vooral wat betreft de publieke sector, en bij de productie en publicatie van de gegevens moet gebruikersgericht te werk worden gegaan;

· de gegevens moeten methodologisch nader worden uitgewerkt om een completer beeld te krijgen van milieuaspecten, huishoudelijke activiteiten en de overheidssector;

· afwijkingen moeten tot het strikte minimum worden beperkt om een duidelijk en volledig beeld te krijgen; uit de recente gebeurtenissen is gebleken dat zelfs landen waarvan het bbp slechts een kleine fractie van dat van de EU bedraagt systemische effecten kunnen teweegbrengen; genoegen nemen met onvolledige informatie over kleine landen is dus geen optie;

· de Commissie wordt ertoe opgeroepen het datatransmissieprogramma volledig om te werken; het in bijlage B gepresenteerde programma schept namelijk verwarring en biedt geen volledig inzicht in de inhoud en frequentie van en de termijnen voor de door de lidstaten te publiceren statistieken;

· er wordt op aangedrongen dat de Commissie het Europees Parlement om de twee jaar voorziet van kwalitatief verantwoorde rapporten omtrent de nationale rekeningen;

· het Parlement moet meer tijd krijgen om zich over gedelegeerde handelingen te beraden.

ADVIES van de Commissie regionale ontwikkeling (13.4.2011)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie
(COM(2010)0774 – C7‑0010/2011 – 2010/0374(COD))

Rapporteur voor advies: Danuta Maria Hübner

BEKNOPTE MOTIVERING

In het voorstel voor het nieuwe ESA-95 transmissieprogramma wordt de tweecijferige COFOG-classificatie niet verplicht gesteld. Dit maakt het voor de Commissie en belanghebbende partijen in het algemeen zeer veel moeilijker om de patronen van overheidsuitgaven en de functionele onderverdeling ervan te analyseren.

Daarnaast is er geen vooruitgang te zien wat betreft het verzamelen van gegevens over overheidsuitgaven op NUTS II-niveau, ondanks de samenwerking en onderhandelingen met Eurostat in de afgelopen vier jaar. Uiteraard vormt dit een belemmering voor de Commissie en andere belanghebbenden bij het uitvoeren van een grondige en betrouwbare analyse van nationale beleidsmaatregelen, en met name van de patronen en trends in overheidsuitgaven en overheidsinvesteringen op regionaal niveau.

Overweging 3 van het voorstel van de Commissie voor een verordening luidt: "De burgers van de Unie hebben economische rekeningen nodig als basisinstrument voor de analyse van de economische situatie van een lidstaat of regio.". Overheidsfinanciën en beslissingen omtrent overheidsuitgaven zijn als gevolg van de economische crisis nu wellicht meer dan ooit bovenaan de beleidsagenda komen te staan. Het valt moeilijk te begrijpen dat de Europese statistieken niet worden aangepast aan deze nieuwe realiteit door aanvullende basisstatistieken te verstrekken die de situatie van overheidsfinanciën op regionaal niveau en de gevolgen van de crisis in dit verband helpen verklaren. We mogen niet vergeten dat meer dan een derde van de totale overheidsuitgaven in de EU op andere overheidsniveaus wordt beheerd dan het centrale niveau. In sommige lidstaten ligt dit aandeel zelfs ruim boven de 50%. Wat overheidsinvesteringen betreft wordt meer dan twee derde op regionaal en lokaal niveau uitgevoerd.

AMENDEMENTEN

De Commissie regionale ontwikkeling verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10) Het bij deze verordening vastgestelde herziene Europese rekeningenstelsel (ESR 2010) bevat een methodologie en een indieningsprogramma (waarin de rekeningen en tabellen worden gespecificeerd die alle lidstaten binnen de voorgeschreven termijnen moeten indienen). De Commissie moet die rekeningen en tabellen op vaste tijdstippen ter beschikking van de gebruikers stellen, met name met het oog op het toezicht op de economische convergentie en een goede coördinatie van het economische beleid van de lidstaten.

(10) Het bij deze verordening vastgestelde herziene Europese rekeningenstelsel (ESR 2010) bevat een methodologie en een indieningsprogramma (waarin de rekeningen en tabellen worden gespecificeerd die alle lidstaten binnen de voorgeschreven termijnen moeten indienen). De Commissie moet die rekeningen en tabellen op vaste tijdstippen ter beschikking van de gebruikers stellen, met name met het oog op het toezicht op de economische convergentie en een goede coördinatie van het economische beleid van de lidstaten. Het Europees Parlement moet regelmatig op de hoogte worden gehouden van het hele toezichtproces in verband met het Europese rekeningenstelsel.

Amendement  2

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – Tabel 10 – punt 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Code

Variabelen

 

TE

6 bis. Totale overheidsuitgaven

Amendement  3

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – Tabel 10 – punt 6 bis - streepje 1 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Code

Variabelen

 

P.51g

- Totale bruto-investeringen in vaste activa van de overheid

Amendement  4

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – Tabel 10 – punt 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Code

Variabelen

 

D.92

6 ter. Investeringssubsidie van de overheid

Amendement  5

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – Tabel 11 – derde kolom – segment 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(3)(7)

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(7)

Amendement  6

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – Tabel 11 – derde kolom – segment 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(3)(7)

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(7)

Amendement  7

Voorstel voor een verordening

Bijlage B – Tabel 11 – derde kolom – segment 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(3)(7)

COFOG-afdelingen COFOG-groepen(7)

PROCEDURE

Titel

Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie

Document- en procedurenummers

COM(2010)0774 – C7-0010/2011 – 2010/0374(COD)

Commissie ten principale

ECON

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

REGI

5.4.2011

 

 

 

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Danuta Maria Hübner

27.1.2011

 

 

Behandeling in de commissie

22.3.2011

 

 

 

Datum goedkeuring

12.4.2011

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

40

0

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

François Alfonsi, Luís Paulo Alves, Catherine Bearder, Jean-Paul Besset, Victor Boştinaru, Alain Cadec, Tamás Deutsch, Elie Hoarau, Danuta Maria Hübner, Juozas Imbrasas, María Irigoyen Pérez, Seán Kelly, Evgeni Kirilov, Constanze Angela Krehl, Jacek Olgierd Kurski, Petru Constantin Luhan, Ramona Nicole Mănescu, Riikka Manner, Iosif Matula, Erminia Mazzoni, Miroslav Mikolášik, Jan Olbrycht, Wojciech Michał Olejniczak, Markus Pieper, Monika Smolková, Georgios Stavrakakis, Nuno Teixeira, Lambert van Nistelrooij, Oldřich Vlasák, Kerstin Westphal, Hermann Winkler, Joachim Zeller, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Karima Delli, Richard Falbr, Marek Henryk Migalski, Elisabeth Schroedter, Czesław Adam Siekierski, Patrice Tirolien, Derek Vaughan, Sabine Verheyen

PROCEDURE

Titel

Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie

Document- en procedurenummers

COM(2010)0774 – C7-0010/2011 – 2010/0374(COD)

Datum indiening bij EP

20.12.2010

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

5.4.2011

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

EMPL

5.4.2011

REGI

5.4.2011

 

 

Geen advies

       Datum besluit

EMPL

17.2.2011

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Sharon Bowles

18.1.2011

 

 

 

Behandeling in de commissie

7.11.2011

19.12.2011

28.2.2012

 

Datum goedkeuring

21.3.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

41

1

2

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Elena Băsescu, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Pascal Canfin, Nikolaos Chountis, George Sabin Cutaş, Leonardo Domenici, Derk Jan Eppink, Diogo Feio, Markus Ferber, Ildikó Gáll-Pelcz, Jean-Paul Gauzès, Sven Giegold, Liem Hoang Ngoc, Gunnar Hökmark, Syed Kamall, Othmar Karas, Jürgen Klute, Philippe Lamberts, Werner Langen, Astrid Lulling, Sławomir Witold Nitras, Ivari Padar, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Edward Scicluna, Peter Simon, Peter Skinner, Theodor Dumitru Stolojan, Ivo Strejček, Kay Swinburne, Sampo Terho, Marianne Thyssen, Ramon Tremosa i Balcells, Corien Wortmann-Kool

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Pervenche Berès, Philippe De Backer, Herbert Dorfmann, Sari Essayah, Enrique Guerrero Salom, Thomas Mann, Mario Mauro, Sophia in ‘t Veld

Datum indiening

28.3.2012

 ·