Procedure : 2011/0058(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0080/2012

Ingediende teksten :

A7-0080/2012

Debatten :

PV 18/04/2012 - 16
CRE 18/04/2012 - 16

Stemmingen :

PV 19/04/2012 - 6.6
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2012)0135

VERSLAG     *
PDF 299kWORD 490k
28.3.2012
PE 475.870v02-00 A7-0080/2012

over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB)

(COM(2011)0121 – C7‑0092/2011 – 2011/0058(CNS))

Commissie economische en monetaire zaken

Rapporteur: Marianne Thyssen

PR_CNS_art55am

AMENDEMENTEN
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGRONDSLAG
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 PROCEDURE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB)

(COM(2011)0121 – C7‑0092/2011 – 2011/0058(CNS))

(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)

Het Europees Parlement,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2011)0121),

–   gezien artikel 115 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C7‑0092/2011),

–   gezien het advies van de Commissie juridische zaken inzake de voorgestelde rechtsgrond,

–   gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door het Bulgaarse parlement, de Ierse Kamer van Volksvertegenwoordigers, het Maltese parlement, de Nederlandse Tweede Kamer, de Poolse Nationale Vergadering, de Roemeense Kamer van Afgevaardigden, het Slowaakse parlement, de Zweedse Rijksdag en het Lagerhuis van het Verenigd Koninkrijk, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,

–   gezien de artikelen 55 en 37 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken en het advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A7‑0080/2012),

1.  hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.  verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;

3.  verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.  wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Bedrijven die binnen de Unie over de grenzen heen actief willen zijn, worden geconfronteerd met grote obstakels en marktverstoringen die het gevolg zijn van het naast elkaar bestaan van 27 verschillende stelsels van vennootschapsbelasting. Deze obstakels en verstoringen belemmeren de goede werking van de interne markt. Zij hebben een ontmoedigingseffect op investeringen in de Unie en staan op gespannen voet met de prioriteiten van de door de Commissie op 3 maart 2010 aangenomen mededeling "Europa 2020 – Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei". Zij druisen ook in tegen de vereisten van een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen.

(1) Bedrijven die binnen de Unie over de grenzen heen actief willen zijn, worden geconfronteerd met grote obstakels en marktverstoringen die het gevolg zijn van het naast elkaar bestaan van 27 verschillende stelsels van vennootschapsbelasting. Deze obstakels en verstoringen belemmeren de goede werking van de interne markt. Zij hebben een ontmoedigingseffect op investeringen in de Unie en staan op gespannen voet met de prioriteiten van de door de Commissie op 3 maart 2010 aangenomen mededeling "Europa 2020 - Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei", met het Euro Plus-pact en met de economische, budgettaire en fiscale integratie die nodig is voor het realiseren van een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen.

Motivering

Actualisering.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter) Meer samenwerking tussen belastingdiensten kan tot significant lagere kosten en significant minder administratieve lasten leiden voor bedrijven die binnen de Unie over de grenzen heen actief zijn.

Amendement  3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2) De fiscale obstakels voor grensoverschrijdende bedrijvigheid wegen bijzonder zwaar op midden- en kleinbedrijven, die gewoonlijk niet over de middelen beschikken om marktinefficiënties op te lossen.

(2) De fiscale obstakels kunnen bijzonder zwaar wegen op midden- en kleinbedrijven die grensoverschrijdend actief zijn, omdat zij gewoonlijk niet over de middelen beschikken om marktinefficiënties op te lossen.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis) Eerlijke belastingconcurrentie moet worden aangemoedigd op het niveau van de lidstaten en ook op regionaal niveau voor regio's met fiscale en wetgevende bevoegdheden.

Amendement 5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) Verbetering van de internemarktcondities is de voornaamste factor voor het stimuleren van groei en werkgelegenheid. De invoering van een CCCTB zou bevorderlijk moeten zijn voor groei en zou tot meer banen in de Unie moeten leiden door vermindering van administratieve kosten en bureaucratische rompslomp voor ondernemingen, met name voor kleine bedrijven die in verschillende lidstaten actief zijn.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) Aangezien de interne markt alle lidstaten omvat, dient de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) in alle lidstaten te worden geïntroduceerd. Indien de Raad er evenwel niet in slaagt een unaniem besluit te nemen over het voorstel betreffende de invoering van een CCCTB dient zo spoedig mogelijk een begin te worden gemaakt met de procedure voor een besluit van de Raad houdende goedkeuring voor versterkte samenwerking op het vlak van de CCCTB. Deze versterkte samenwerking dient te worden gestart door de lidstaten die de euro als munteenheid hebben, maar dient te allen tijd open te staan voor andere lidstaten overeenkomstig het bepaalde in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter) Overwegende dat bepaalde vormen van belastingconcurrentie, belastingoptimalisering en belastingarbitrage de inkomsten van sommige lidstaten zouden kunnen ondermijnen en tot verstoring zouden kunnen leiden wat betreft de belasting op kapitaal, dat mobiel is, en arbeid, die minder mobiel is. Het versterkte groei- en stabiliteitspact en het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en governance in de Economische en Monetaire Unie vereisen dat lidstaten, in het bijzonder de lidstaten waarvan de euro de munteenheid is, een strenge begrotingsdiscipline respecteren, en tegelijkertijd de uitgaven onder controle houden en voldoende belastinginkomsten genereren. Om deze reden en omdat het door de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone besloten Euro-Plus Pact bepaalt dat de ontwikkeling van een CCCTB een inkomstenneutrale manier kan zijn om te zorgen voor consistentie tussen de nationale belastingstelsels, met inachtneming van de nationale belastingstrategieën, en om een bijdrage te leveren aan fiscale houdbaarheid en het concurrentievermogen van het Europese bedrijfsleven, is het van vitaal belang dat lidstaten waarvan de euro de munteenheid is in staat zijn zich aan hun begrotingsverplichtingen te houden, teneinde de stabiliteit van de eurozone als geheel te waarborgen, en is het wenselijk dat de CCCTB zo spoedig mogelijk op zo veel mogelijk ondernemingen wordt toegepast.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 quater) In het licht van de vitale rol die kleine en middelgrote ondernemingen in de interne markt spelen, dient de Commissie voor kleine en middelgrote ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn een instrument te ontwikkelen en aan hen ter beschikking te stellen dat de administratieve lasten en kosten verlaagt en dat hen derhalve in staat stelt vrijwillig voor deelname aan het CCCTB-systeem te kiezen.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Aangezien verschillen in belastingtarieven niet dezelfde hindernissen creëren, hoeft de CCCTB (gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting) niet te raken aan de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten ter zake van hun nationale vennootschapsbelastingtarief (‑tarieven).

(5) Aangezien verschillen in belastingtarieven niet dezelfde hindernissen creëren, hoeft de CCCTB (gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting) niet te raken aan de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten ter zake van hun nationale vennootschapsbelastingtarief (‑tarieven). De lidstaten dienen derhalve ook de mogelijkheid te bewaren bepaalde incentives voor ondernemingen te hanteren, in het bijzonder in de vorm van een belastingkrediet.

Motivering

Spreekt voor zich.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5 bis) Deze richtlijn behelst niet een harmonisatie van de vennootschapsbelastingtarieven van de lidstaten. Indien evenwel blijkt dat de economische efficiëntie, de doeltreffendheid en de rechtvaardigheid van de vennootschapsbelasting beter gediend zouden zijn met een invoering van minimumtarieven dient de Commissie in het kader van de beoordeling van de toepassing van deze richtlijn te overwegen of een dergelijke harmonisatie geëigend is. Dit is des te belangrijker aangezien de ontwikkeling van de vennootschapsbelastingtarieven in de lidstaten duidelijk maakt dat belastingconcurrentie in de interne markt wel degelijk van invloed is. Het is derhalve nuttig, in de geest van het verslag over een nieuwe strategie voor de interne markt (het verslag-Monti), te onderzoeken of de invloed van belastingconcurrentie gunstig of ongunstig is voor een belastingcultuur die past bij de interne markt van de 21e eeuw. In het bijzonder moet worden bekeken of het elimineren van de onderliggende spanning tussen marktintegratie en belastingsoevereiniteit een manier is om de markt en de sociale dimensie van de interne markt met elkaar te verzoenen.

Motivering

Hoewel de harmonisatie van de belastingtarieven nu niet aan de orde is, moeten we ze niet volledig uitsluiten voor de toekomst.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6) Consolidatie is een wezenlijk onderdeel van een dergelijke regeling, omdat de belangrijkste fiscale problemen waar bedrijven in de Unie tegen aanlopen, slechts op die manier kunnen worden aangepakt. Consolidatie maakt een einde aan verrekenprijsformaliteiten en dubbele belasting binnen een groep. Voorts worden verliezen van belastingplichtigen automatisch verrekend met winsten behaald door andere groepsmaatschappijen.

(6) Consolidatie is een wezenlijk onderdeel van een dergelijke regeling, omdat de belangrijkste fiscale problemen waar bedrijven van dezelfde groep die in de Unie grensoverschrijdend actief zijn, tegen aanlopen, slechts op die manier kunnen worden aangepakt. Consolidatie maakt een einde aan verrekenprijsformaliteiten en dubbele belasting binnen een groep. Voorts worden verliezen van belastingplichtigen automatisch verrekend met winsten behaald door andere groepsmaatschappijen.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6 bis) De brede belastingrondslag, de consolidatie en de discretionaire bevoegdheden van de lidstaten inzake hun nationale vennootschapsbelastingtarieven zorgen ervoor dat de CCCTB een belastingneutrale operatie is.

Motivering

Spreekt voor zich.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6 ter) Voor zover het gebruik van de CCCTB invloed zou hebben op de belastinginkomsten van regionale of lokale autoriteiten, kunnen de lidstaten vrij overeenkomstig hun grondwettelijk stelsel en op een wijze die in overeenstemming met deze richtlijn is, maatregelen nemen die dit verhelpen.

Motivering

Het regionaal feit in sommige lidstaten is geen hinderpaal voor de invoering van de CCCTB.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8) Aangezien een dergelijke regeling er hoofdzakelijk toe strekt om tegemoet te komen aan de behoeften van bedrijven die grensoverschrijdend actief zijn, moet zij optioneel zijn, dat wil zeggen naast de bestaande nationale vennootschapsbelastingstelsels staan.

(8) Aangezien deze richtlijn hoofdzakelijk bedoeld is voor bedrijven die grensoverschrijdend actief zijn, zonder evenwel andere bedrijven uit te sluiten, is gekozen voor een optioneel systeem, dat alle in aanmerking komende bedrijven in staat stelt mee te doen. Europese vennootschappen en Europese coöperatieve verenigingen, die per definitie een grensoverschrijdend karakter hebben, worden geacht voor deelname aan het in deze richtlijn bedoelde systeem te hebben gekozen vanaf twee jaar na de datum waarop de lidstaten de bepalingen van deze richtlijn toepassen. Alle overige bedrijven die onder deze richtlijn in aanmerking komen, met uitzondering van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen zoals bedoeld in Aanbeveling 2003/361/EG1 van de Commissie, dienen deze richtlijn ook toe te passen ten laatste aan het eind van het vijfde jaar waarin de lidstaten deze richtlijn toepassen. Bij het beoordelen van de impact van de CCCTB dient de Commissie ook te bekijken of deze een verplicht karakter moet krijgen.

 

____________

 

1 PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) De regeling moet een algemene antimisbruikbepaling bevatten, aangevuld met maatregelen die ertoe strekken specifieke vormen van misbruikpraktijken aan banden te leggen. Deze maatregelen moeten onder meer voorzien in een beperking van de aftrekbaarheid van rente betaald aan gelieerde ondernemingen die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd in een laagbelastend land buiten de Unie dat geen inlichtingen uitwisselt met de lidstaat van de uitbetaler op basis van een overeenkomst die vergelijkbaar is met Richtlijn 2011/16/EU van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies, alsook in cfc-regels (controlled foreign companies).

(20) De regeling moet een doeltreffende antimisbruikbepaling bevatten, aangevuld met maatregelen die ertoe strekken specifieke vormen van misbruikpraktijken aan banden te leggen. Deze maatregelen moeten onder meer voorzien in een beperking van de aftrekbaarheid van rente betaald aan gelieerde ondernemingen die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd in een laagbelastend land buiten de Unie dat geen inlichtingen uitwisselt met de lidstaat van de uitbetaler op basis van een overeenkomst die vergelijkbaar is met Richtlijn 2011/16/EU van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies, alsook in cfc-regels (controlled foreign companies). De lidstaten mag niet worden belet extra maatregelen in te voeren en onderling te coördineren om de negatieve effecten van laagbelastende landen buiten de Unie die geen noodzakelijke belastinginlichtingen uitwisselen, te verminderen.

Amendement 16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) De toerekeningsformule voor de geconsolideerde belastinggrondslag moet drie gelijk gewogen factoren (arbeid, activa en omzet) omvatten. De factor arbeid moet worden berekend op basis van de loonkosten en het aantal werknemers (waarbij elk element voor de helft telt). De factor activa moet alle materiële vaste activa omvatten. Immateriële en financiële activa moeten buiten de formule blijven omdat zij mobiel zijn en het gevaar bestaat dat de regeling wordt omzeild. Door het gebruik van deze factoren worden de belangen van de lidstaat van oorsprong op passende wijze meegewogen. Tot slot moet rekening worden gehouden met de omzet zodat ook de lidstaat van bestemming een billijk deel heeft in de grondslag. Deze factoren en gewichten moeten garanderen dat winsten worden belast waar zij worden behaald. Als uitzondering op het algemene beginsel voorziet een vrijwaringsclausule in een alternatieve methode wanneer het resultaat van de toerekening geen billijke weerspiegeling vormt van de omvang van de bedrijfsactiviteiten.

(21) De toerekeningsformule voor de geconsolideerde belastinggrondslag moet drie factoren (arbeid, activa en omzet) omvatten. Terwijl de factoren arbeid en activa elk een gewicht van 45% moeten hebben, heeft de factor omzet een gewicht van 10%. De factor arbeid moet worden berekend op basis van de loonkosten en het aantal werknemers (waarbij elk element voor de helft telt). De factor activa moet alle materiële vaste activa omvatten. Immateriële en financiële activa moeten buiten de formule blijven omdat zij mobiel zijn en het gevaar bestaat dat de regeling wordt omzeild. Door het gebruik van deze factoren worden de belangen van de lidstaat van oorsprong op passende wijze meegewogen. Tot slot moet rekening worden gehouden met de omzet zodat ook de lidstaat van bestemming een billijk deel heeft in de grondslag. Deze factoren en gewichten moeten garanderen dat winsten worden belast waar zij worden behaald. Als uitzondering op het algemene beginsel voorziet een vrijwaringsclausule in een alternatieve methode wanneer het resultaat van de toerekening geen billijke weerspiegeling vormt van de omvang van de bedrijfsactiviteiten.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis) De gemeenschappelijke regels voor de berekening van de CCCTB mogen niet leiden tot onevenredig hoge administratieve kosten voor de ondernemingen om te voorkomen dat hun concurrentievermogen wordt aangetast.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23) Groepen moeten hun zaken kunnen regelen met één enkele belastingdienst ("hoofdbelastingautoriteit"), die de belastingdienst moet zijn van de lidstaat waar de moedermaatschappij van de groep ("hoofdbelastingplichtige") voor belastingdoeleinden is gevestigd. In deze richtlijn moeten ook procedureregels voor het beheer van de regeling worden vastgesteld. Tevens moet een mechanisme voor voorafgaande rulings worden ingesteld. Controles moeten worden geïnitieerd en gecoördineerd door de hoofdbelastingautoriteit, maar de autoriteiten van een lidstaat waar een groepsmaatschappij onderworpen is aan belasting, kunnen ook de inleiding van een controle vragen. De bevoegde autoriteit van een lidstaat waarvan een groepsmaatschappij inwoner is, kan een beslissing van de hoofdbelastingautoriteit betreffende de opt in-kennisgeving of een gewijzigde aanslag aanvechten bij de rechterlijke instanties van de lidstaat van de hoofdbelastingautoriteit. Geschillen tussen belastingplichtigen en belastingdiensten moeten worden geregeld door een bestuurlijk lichaam dat bevoegd is om beroep in eerste aanleg te horen overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van de hoofdbelastingautoriteit.

(23) Groepen moeten hun zaken kunnen regelen met één enkele belastingdienst ("hoofdbelastingautoriteit"), die een autoriteit moet zijn van de lidstaat waar de moedermaatschappij van de groep ("hoofdbelastingplichtige") voor belastingdoeleinden is gevestigd. In deze richtlijn moeten ook procedureregels voor het beheer van de regeling worden vastgesteld. Tevens moet een mechanisme voor voorafgaande rulings worden ingesteld. Controles moeten worden geïnitieerd en gecoördineerd door de hoofdbelastingautoriteit, maar de autoriteiten van een lidstaat waar een groepsmaatschappij onderworpen is aan belasting, kunnen ook de inleiding van een controle vragen. De bevoegde autoriteit van een lidstaat waarvan een groepsmaatschappij inwoner is, kan een beslissing van de hoofdbelastingautoriteit betreffende de opt in-kennisgeving of een gewijzigde aanslag aanvechten bij de rechterlijke instanties van de lidstaat van de hoofdbelastingautoriteit. Geschillen tussen belastingplichtigen en belastingdiensten moeten worden geregeld door een bestuurlijk lichaam dat bevoegd is om beroep in eerste aanleg te horen overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van de hoofdbelastingautoriteit.

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis) De Commissie moet een nieuw CCCTB-forum in het leven roepen, naar analogie met het Gemeenschappelijk EU-forum Verrekenprijzen, waartoe bedrijven en lidstaten zich kunnen wenden in verband met problemen en geschillen betreffende de CCCTB. Dat forum moet bedrijven en lidstaten advies kunnen verstrekken.

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis) Deze richtlijn bevat een radicaal nieuwe aanpak van een essentieel onderdeel van de vennootschapsbelasting. De Commissie dient derhalve zo snel als dit op zinvolle wijze mogelijk is een gedegen analyse en een onafhankelijke beoordeling uitvoeren. Vanwege het ritme dat inherent is aan de toepassing en de uitvoering van de vennootschapsbelasting, dient een serieuze analyse en evaluatie niet te worden gemaakt voor het eind van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn. De analyse en beoordeling van de Commissie moeten betrekking hebben op de onderstaande punten: het optionele karakter van de CCCTB, de beperking van de harmonisatie tot de belastinggrondslag, de verdelingsformule en de bruikbaarheid voor KMO's, en de impact op de belastinginkomsten van de lidstaten.

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 bis

 

Europese vennootschappen en Europese coöperatieve verenigingen

 

Vanaf ... * worden in aanmerking komende Europese vennootschappen en Europese coöperatieve verenigingen zoals bedoeld in de punten (a) en (b) van bijlage I beschouwd als ondernemingen die ervoor gekozen hebben het in deze richtlijn bedoelde systeem toe te passen vanaf ...*.

 

_________________

 

*PB: Gelieve als datum op te nemen de eerste dag van de maand volgend op twee jaar na de datum van toepassing van deze richtlijn.

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 6 ter

 

Kleine en middelgrote ondernemingen

 

Vanaf ... * passen in aanmerking komende ondernemingen andere dan kleine, middelgrote en micro-ondérnemingen zoals bedoeld in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie deze richtlijn (kleine en middelgrote ondernemingen) toe.

 

_____________

 

*PB: Gelieve als datum op te nemen de eerste dag van de maand volgend op vijf jaar na de datum van toepassing van deze richtlijn.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De aftrekbare kosten omvatten alle kosten die betrekking hebben op de omzet alsook alle uitgaven, exclusief aftrekbare btw, die bij de belastingplichtige zijn opgekomen ter verwerving of zekerstelling van inkomen, inclusief kosten van onderzoek en ontwikkeling alsook van het bijeenbrengen van eigen of vreemd vermogen voor zakelijke doeleinden.

De aftrekbare kosten omvatten alle kosten die betrekking hebben op de omzet alsook alle uitgaven, exclusief aftrekbare btw, die bij de belastingplichtige zijn opgekomen ter verwerving of zekerstelling van inkomen, inclusief kosten van onderzoek en ontwikkeling alsook van het bijeenbrengen van eigen of vreemd vermogen voor zakelijke doeleinden. Terugkerende kosten voor milieubescherming of terugdringing van broeikasgasemissies worden eveneens als aftrekbare kosten beschouwd.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 1 – letter j

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

j) de in bijlage III genoemde belastingen, met uitzondering van accijnzen op energieproducten, alcohol en alcoholhoudende dranken, en tabaksfabrikaten.

j) de in bijlage III genoemde belastingen.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 30 – alinea 1 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c) de technische voorzieningen van verzekeringsondernemingen die zijn gevormd in overeenstemming met Richtlijn 91/674/EEG, zijn aftrekbaar, met uitzondering van egalisatievoorzieningen. Een lidstaat kan bepalen dat egalisatievoorzieningen aftrekbaar zijn. In het geval van een groep wordt een dergelijke aftrek van egalisatievoorzieningen toegepast op het toegewezen deel van de groepsmaatschappijen die inwoner zijn van of gelegen zijn in die lidstaat. Afgetrokken bedragen worden herzien en gecorrigeerd aan het einde van elk belastingjaar. Bij de berekening van de belastinggrondslag in latere jaren wordt rekening gehouden met reeds afgetrokken bedragen.

c) de technische voorzieningen van verzekeringsondernemingen die zijn gevormd in overeenstemming met Richtlijn 91/674/EEG, zijn aftrekbaar, met uitzondering van egalisatievoorzieningen. Een lidstaat die op grond van artikel 62 van Richtlijn 91/674/EEG voor de juridische optie van egalisatievoorzieningen heeft gekozen, moet ook toestaan dat deze fiscaal aftrekbaar zijn. In het geval van een groep wordt een dergelijke aftrek van egalisatievoorzieningen toegepast op het toegewezen deel van de groepsmaatschappijen die inwoner zijn van of gelegen zijn in die lidstaat. Afgetrokken bedragen worden herzien en gecorrigeerd aan het einde van elk belastingjaar. Bij de berekening van de belastinggrondslag in latere jaren wordt rekening gehouden met reeds afgetrokken bedragen.

Motivering

Lidstaten die op grond van artikel 62 van Richtlijn 91/674/EEG de handelsrechtelijke verplichting tot egalisatievoorzieningen hebben ingevoerd moeten deze met het oog op de CCCTB ook fiscaal aftrekbaar maken. Zonder een fiscaalrechtelijke aftrekbaarheid is de handelsrechtelijke verplichting tot de opbouw van egalisatievoorzieningen onhaalbaar. De egalisatievoorziening is echter een beproefd instrument voor de aanpak van calamiteiten.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 48

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer een belastingplichtige voordat hij voor de bij deze richtlijn ingestelde regeling heeft gekozen, verliezen heeft geleden die krachtens het toepasselijke nationale recht kunnen worden voortgewenteld maar die nog niet met belastbare winsten zijn verrekend, kunnen deze verliezen van de belastinggrondslag worden afgetrokken tot het plafond waarin het nationale recht voorziet.

Wanneer een belastingplichtige voordat hij voor de bij deze richtlijn ingestelde regeling heeft gekozen, verliezen heeft geleden die krachtens het toepasselijke nationale recht kunnen worden voortgewenteld maar die nog niet met belastbare winsten zijn verrekend, kunnen deze verliezen worden afgetrokken van het deel van de belastinggrondslag waarover in de lidstaat van de voorgaande toepasselijke nationale wetgeving tot het plafond waarin het nationale recht voorziet.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 73 – alinea 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a) ofwel een belasting naar de winst, overeenkomstig de algemene regeling in dat derde land, tegen een wettelijk vennootschapsbelastingtarief dat lager is dan 40% van het gemiddelde wettelijke vennootschapsbelastingtarief dat van toepassing is in de lidstaten;

a) ofwel een belasting naar de winst, overeenkomstig de algemene regeling in dat derde land, tegen een wettelijk vennootschapsbelastingtarief dat lager is dan 70% van het gemiddelde wettelijke vennootschapsbelastingtarief dat van toepassing is in de lidstaten;

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 80 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kunstmatige transacties die louter het ontgaan van belasting tot doel hebben, blijven buiten aanmerking bij de berekening van de belastinggrondslag.

Kunstmatige transacties die voornamelijk het ontgaan van belasting tot doel hebben, blijven buiten aanmerking bij de berekening van de belastinggrondslag.

Motivering

In de algemene anti-misbruikregel worden terecht zowel de feitelijke kant als de kant van het opzet in aanmerking genomen. Uw rapporteur is evenwel van mening dat het in geval van kunstmatige transacties (feitelijke kant) moet volstaan dat er kennelijk de bedoeling is belastingen te ontduiken.

Amendement  29

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 82 – lid 1 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b) overeenkomstig de algemene regeling in het derde land zijn winsten belastbaar tegen een wettelijk vennootschapsbelastingtarief dat lager is dan 40% van het gemiddelde wettelijke vennootschapsbelastingtarief dat van toepassing is in de lidstaten, of de entiteit is onderworpen aan een bijzondere regeling die voorziet in een significant lager belastingniveau dan dat uit hoofde van de algemene regeling;

b) overeenkomstig de algemene regeling in het derde land zijn winsten belastbaar tegen een wettelijk vennootschapsbelastingtarief dat lager is dan 70% van het gemiddelde wettelijke vennootschapsbelastingtarief dat van toepassing is in de lidstaten, of de entiteit is onderworpen aan een bijzondere regeling die voorziet in een significant lager belastingniveau dan dat uit hoofde van de algemene regeling;

Amendement  30

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 86 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De geconsolideerde belastinggrondslag wordt ieder belastingjaar verdeeld over de groepsmaatschappijen op basis van een toewijzingsformule. Om het toegewezen deel van een groepsmaatschappij A te berekenen, wordt onderstaande formule gebruikt, waarbij de factoren omzet, arbeid en activa een gelijk gewicht hebben:

1. De geconsolideerde belastinggrondslag wordt ieder belastingjaar verdeeld over de groepsmaatschappijen op basis van een toewijzingsformule. Om het toegewezen deel van een groepsmaatschappij A te berekenen, wordt onderstaande formule gebruikt, waarbij de factoren omzet, arbeid en activa in aanmerking worden genomen:

Amendement  31

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 86 – lid 1 – formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

 

Amendement

 

Motivering

Een formule waarbij omzet, loonkosten en activa een gewicht hebben van 10 %, 45 % en 45%, zou in twee opzichten een zinvollere oplossing zijn. Ze zou verzekeren dat de CCCTB-regeling niet al te veel afwijkt van het internationaal aanvaarde beginsel dat de uiteindelijke heffingsrechten aan het land van oorsprong toekomen. Ze zou er ook voor zorgen dat kleine en middelgrote lidstaten met beperkte nationale markten niet onevenredig worden benadeeld bij de verdeling van de belastinggrondslag.

Amendement 32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 110 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis. Het format voor de uniforme belastingaangifte moet door de Commissie worden ontworpen in samenwerking met de belastingdiensten van de lidstaten.

Amendement  33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 122 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De hoofdbelastingautoriteit kan controles van groepsmaatschappijen initiëren en coördineren. Een controle kan ook worden geïnitieerd op verzoek van een bevoegde autoriteit.

De hoofdbelastingautoriteit kan controles van groepsmaatschappijen initiëren en coördineren. Een controle kan ook worden geïnitieerd op verzoek van een bevoegde autoriteit in de lidstaat waarvan de groepsmaatschappij gevestigd is.

Amendement  34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 123 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 123 bis

 

CCCTB-forum

 

De Commissie roept een nieuw CCCTB-forum in het leven, naar analogie met het Gemeenschappelijk EU-forum Verrekenprijzen, waartoe bedrijven en lidstaten zich kunnen wenden in verband met problemen en geschillen betreffende de CCCTB en dat advies verstrekt.

Amendement  35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 130 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie stelt het Europees Parlement in kennis van de door haar vastgestelde gedelegeerde handelingen, de mogelijke bezwaren die daartegen worden gemaakt of de intrekking van de bevoegdheidsdelegatie door de Raad.

De Commissie stelt het Europees Parlement in kennis van de door haar vastgestelde gedelegeerde handelingen, de mogelijke bezwaren die daartegen worden gemaakt of de intrekking van de bevoegdheidsdelegatie door de Raad. Elke eventuele toekomstige beoordeling van het instrument dient te worden medegedeeld aan de leden van de bevoegde commissie van het Europees Parlement.

Motivering

self-explanatory

Amendement  36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 132 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 132 bis

 

Grensoverschrijdende kleine en middelgrote ondernemingen

 

Ten laatste op ... * stelt de Commissie een instrument ter beschikking die kleine en middelgrote ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn in staat stelt op vrijwilige basis te kiezen voor deelname aan de CCCTB-regeling.

 

______________

 

*PB: Gelieve een dag op te nemen na de eerste dag van de maand volgend op twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 133

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 133

Artikel 133

Herziening

Herziening

De Commissie verricht, vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn, een evaluatie van de toepassing ervan en brengt verslag uit bij de Raad over de werking ervan. In dit verslag zal met name een analyse worden verricht van het effect van het in hoofdstuk XVI van deze richtlijn opgezette mechanisme op de verdeling van de belastinggrondslagen over de lidstaten.

De Commissie verricht, vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn, een evaluatie van de toepassing ervan en brengt verslag uit bij het Europees Parlement en de Raad over de werking ervan. In dit verslag zal onder andereeen analyse worden verricht, op basis van een onafhankelijke beoordeling, van

 

(a) het effect van het in hoofdstuk XVI van deze richtlijn opgezette mechanisme op de verdeling van de belastinggrondslagen over de lidstaten en van de invloed op hun belastinginkomsten;

 

(b) het gebruik door en het nut van deze richtlijn voor kleine en middelgrote ondernemingen;

 

(c) de voor- en nadelen van het verplicht stellen van het systeem voor kleine en middelgrote ondernemingen;

 

(d) de sociaal-economissche gevolgen van deze richtlijn, inclusief de impact op de mondiale activiteiten van ondernemingen en op het concurrentievermogen van in aanmerking en niet in aanmerking komende bedrijven;

 

(e) de invloed op een billijke en rechtvaardige belastinginning in de lidstaten;

(f) de voor- en nadelen van het invoeren van minimumbelastingtarieven.

 

Indien van toepassing doet de Commissie een voorstel voor het wijzigen van deze richtlijn ten laatste in 2020. Uiterlijk op ...* legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de mogelijke gevolgen van de richtlijn voor de interne markt en in het bijzonder over de mogelijke verstoringen van de concurrentie tussen de vennootschappen die zijn onderworpen aan de in de richtlijn opgenomen regeling en de vennootschappen die niet aan de criteria voor de toepassing van de consolidatie voldoen.

 

________________

 

*PB datum invoegen: twee jaar na inwerkingtreding van deze richtlijn.

Amendement  38

Voorstel voor een richtlijn

Bijlage 3 – regel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Versicherungsteuer

Schrappen

Motivering

Er wordt in de regel vanuit gegaan dat een vennootschapsbelasting of vergelijkbare belastingen niet als exploitatiekosten van de belastingen kunnen worden afgetrokken. Is dat wel het geval, verlaagt de belasting de eigen belastinggrondslag. Wat Duitsland betreft is bijvoorbeeld de verzekeringsbelasting (Versicherungsteuer), zijnde een overdrachtsbelasting, geenszins vergelijkbaar met inkomstenbelasting. De verzekeringsbelasting moet derhalve aftrekbaar worden gemaakt.


TOELICHTING

Met de richtlijn betreffende een gemeenschappelijk geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (verder : CCCTB) worden gemeenschappelijke regels ingesteld voor de berekening van de belastinggrondslag van vennootschappen die in de Europese Unie actief zijn.

Dit communautaire belastingkader omvat een volledig stel voorschriften om de individuele fiscale resultaten van elke vennootschap of bijkantoor te berekenen, die resultaten (winsten en verliezen) in groepsmaatschappelijk verband te consolideren en deze geconsolideerde belastinggrondslag, wanneer hij positief is, om te slaan over alle relevante lidstaten.

De verdeling van de geconsolideerde belastinggrondslag gebeurt op basis van een vaste toewijzingsformule die bestaat uit drie factoren waaraan een gelijk gewicht wordt toegekend : omzet, arbeid en activa.

Iedere lidstaat zal zijn eigen belastingtarief toepassen op het hem toegewezen aandeel in de belastinggrondslag. De harmonisatie is beperkt tot de berekening en de verdeling van de belastinggrondslag. De bepaling van de belastingtarieven blijft een zaak van de lidstaten.

De harmonisatie betreft evenmin de nationale voorschriften inzake financiële verslaglegging.

De Commissie stelt een CCCTB met optioneel karakter voor. Alle vennootschappen klein en groot, al dan niet grensoverschrijdend actief, zullen de CCCTB kunnen toepassen. Niemand wordt er evenwel toe verplicht. Een onderneming die voor de CCCTB opteert, maakt een keuze voor vijf jaar die behoudens opzegging drie maanden voor het verstrijken van de termijn, telkens met drie jaar verlengd wordt.

Verder zijn in het voorstel antimisbruikregels opgenomen en wordt voorgeschreven hoe de CCCTB door de lidstaten moet worden beheerd in het kader van een "one stop shop"-aanpak.

Op 4 vlakken geeft de richtlijn aan de Commissie voor onbepaalde tijd de bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen.

De richtlijn bevat een herzieningsclausule die met name expliciet de werking van de herverdelingsformule van de grondslag viseert.

Tenslotte moeten de lidstaten bij de omzetting van deze richtlijn naar hun nationaal recht, aan de Commissie een concordantietabel bezorgen.

Standpunt van uw rapporteur

Uw rapporteur is er van overtuigd dat de CCCTB een onmisbaar instrument is voor de voltooiing van de Europese interne markt enerzijds en voor de voor de stabiliteit van de Eurozone noodzakelijke Europese economische integratie anderzijds. De huidige crisis mag geen obstakel zijn, maar moet als katalysator werken om de CCCTB in te voeren.

Het verheugt uw rapporteur dan ook dat er in de conclusies van de Europese of Eurozonetoppen die aan het schrijven van dit rapport vooraf zijn gegaan, telkens expliciet over de CCCTB wordt gesproken. Zij wijst er ook op dat de Duitse Bondskanselier en de President van de Franse Republiek op 18 augustus 2011 in een gezamenlijke brief aan de Voorzitter van de Europese Raad aandringen op het finaliseren van de CCCTB-onderhandelingen voor eind 2012 en expliciet meedelen (als stok achter de deur?) bilateraal te werken aan een Frans-Duits intergouvernementeel initiatief.

Deze positieve aandacht voor de CCCTB moet bij het Europees Parlement als muziek in de oren klinken, temeer daar het Europees Parlement de voorbije jaren ook zelf herhaaldelijk op de invoering van een CCCTB heeft aangedrongen.

Daarom wil ik als rapporteur dit voorstel van richtlijn ten gronde steunen en wil ik de Raad vragen dit voorstel zonder aarzelen verder te bespreken en tot een positief besluit te komen.

Sommige nationale Parlementen hebben bezwaren geuit omwille van een vermeende schending door de Commissie van het subsidiariteitsbeginsel. Deze bezwaren overtuigen uw rapporteur niet. Diverse verstoringen op de interne markt kunnen immers alleen uit de wereld geholpen worden als er een gemeenschappelijk stelsel van voorschriften komt met gemeenschappelijke administratieve procedures en een one-stop-shop beheer. Uw rapporteur steunt daarom de Commissie in haar besluit haar voorstel van richtlijn niet in heroverweging te nemen.

Uw rapporteur onderstreept hierna de belangrijkste voordelen van het invoeren van de CCCTB :

· de grotere fiscale transparantie die de rechtvaardigheid en efficiëntie van het belastingstelsel ten goede komt;

· de vermindering van de nalevingskosten en de administratieve rompslomp, hetgeen de groeikracht van grensoverschrijdend werkende ondernemingen versterkt, de Europese Unie aantrekkelijker maakt voor buitenlandse investeerders en de toegankelijkheid van de interne markt bevordert voor het midden- en kleinbedrijf en voor ondernemingen die tot dusver niet grensoverschrijdend actief zijn;

· de verwachting dat allocatiebeslissingen op de interne markt meer dan nu genomen worden in functie van maatschappelijke en economische belastingneutrale overwegingen;

· het reduceren van belastingperikelen in tweeërlei opzicht : het verminderen van belastingontwijking en fraude enerzijds en het verminderen van dubbele belastingheffing anderzijds.

Hoe groter de deelname aan het CCCTB-stelsel, des te groter de gerealiseerde voordelen. Daarom stelt uw rapporteur een wegenkaart voor (stappenplan) om de CCCTB na een korte overgangsperiode verplicht te maken :

· in een eerste fase zal het CCCTB-regime van toepassing zijn op de Europese vennootschappen en de Europese coöperatieve verenigingen, die uit hun aard grensoverschrijdend zijn (na 2 jaar);

· na 5 jaar dient het CCCTB-regime verplicht te worden voor alle vennootschappen, behalve de KMO's. Om te bepalen wat een KMO is, wordt de definitie gehanteerd die vastgelegd is in aanbeveling 2003/361/EC van de Commissie;

· op het ogenblik dat de toepassing van de richtlijn door de Europese Commissie wordt geëvalueerd, moet worden bekeken of het wenselijk dan wel nuttig of noodzakelijk is het CCCTB-regime ook verplicht te maken voor KMO's en desgevallend een voorstel tot wijziging te formuleren.

Om de voordelen van de CCCTB te maximaliseren is het wenselijk ze in te voeren in de gehele Europese Unie. Indien de Raad er evenwel niet zou in slagen met alle lidstaten tot een deugdelijk akkoord te komen, is uw rapporteur er voorstander van om zonder verwijl de procedure voor nauwere samenwerking op te starten. In dit geval moet in een eerste fase gestreefd worden naar deelname van alle lidstaten die tot de eurozone behoren,en moet de procedure te allen tijde openstaan voor alle andere.

Een ander discussiepunt is de omvang van de harmonisatie. Uw rapporteur ziet enerzijds voordelen in het dichter bij elkaar brengen van de tarieven (minima of vork). Anderzijds erkent ze dat dit voor de goede werking van de interne markt niet echt noodzakelijk is en dat het in deze periode, waarin de meeste lidstaten worstelen met het gezondmaken of gezond houden van hun overheidsfinanciën, niet aangewezen is de harmonisering radicaal door te trekken. Indien evenwel na verloop van tijd blijkt dat de belastingconcurrentie tussen de lidstaten niet 'profijtelijk' is maar wel schadelijk, dient een bijkomende stap gezet worden. Hoewel deze richtlijn in geen enkel opzicht een voorafname is op het harmoniseren van de vennootschapsbelastingtarieven, stelt uw rapporteur wel voor de tarievenkwestie op te nemen in de herzieningsclausule.

Uw rapporteur is absoluut voorstander van het principe van de consolidatie en dit zowel omwille van de doeltreffendheid van de interne markt als omwille van de aantrekkingskracht van de CCCTB op ondernemingen. Temeer daar de belastinggrondslag in het CCCTB-stelsel breder is dan de gemiddelde nationale grondslagen en daar de tarieven door de lidstaten zelf bepaald worden, kan de consolidatie voor de lidstaten geen obstakel zijn.

De breedte van de grondslag, de tariefsoevereniteit van de lidstaten en de consolidatie laten samen toe dat de CCCTB "belastingneutraal" kan zijn en dit zowel naar het bedrijfsleven toe als naar de overheidsfinanciën.

De vaste verdelingsformule waarin de richtlijn voorziet, heeft geen invloed op de belastinggrondslag maar enkel op de verdeling ervan over de lidstaten. De verdeling moet rechtszeker, voorspelbaar, economisch relevant en fair gebeuren. De drie bepalende factoren in het voorstel zijn hiertoe goed gekozen : de gegevens zijn bekend en blijken uit de boekhouding, ze zijn moeilijk manipuleerbaar en ze zijn winstverklarend. De factor arbeid is terecht opgesplitst in loonkost en omvang personeelsbestand omdat hierdoor het effect van de verschillen in loonniveau tussen de lidstaten grotendeels wordt uitgevlakt. Om de uiteenlopende standpunten omtrent de factor 'omzet' te verzoenen, heeft uw rapporteur bij wijze van compromis het gewicht van deze factor in de verdelingsformule verlaagd maar niet geschrapt. Omwille van de hierboven genoemde redenen is het enerzijds wenselijk de drie factoren te bewaren. Anderzijds moet het relatief gewicht van de factoren nog eens goed bestudeerd worden met het oog op een economisch relevant en budgettair fair resultaat. Uw rapporteur steunt derhalve de verdelingsformule mits een beperkte wijziging, en is het met de Commissie er over eens dat het verstandig is deze formule op te nemen in de herzieningsclausule.

Vanzelfsprekend juicht uw rapporteur het one-stop-shop beginsel en een verhoogde samenwerking tussen de nationale belastingadministraties toe. Alleen vraagt ze zich af of het aanknopingspunt voor de hoofdbelastingautoriteit voldoende aansluit bij de economische realiteit en voldoende spreiding over de lidstaten garandeert.

Uw rapporteur heeft er ten slotte geen bezwaar tegen dat de CCCTB losstaat van de boekhoudregels. Het alternatief zou een op de IFRS geënt stelsel zijn. In dat geval zou men indirect de bepaling van de belastingrondslag hebben uitbesteed aan de private sector en zou men tot een stelsel komen dat allicht niet geschikt is voor de kleine en middelgrote ondernemingen.


ADVIES VAN DE COMMISSIE JURIDISCHE ZAKEN INZAKE DE RECHTSGRONDSLAG

Mevrouw Sharon Bowles

Voorzitter

Commissie economische en monetaire zaken

BRUSSEL

Betreft:            Advies inzake de rechtsgrondslag van het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) (COM(2011)0121 – C7 0092/2011 – 2011/0058(CNS))

Geachte mevrouw Bowles,

Bij schrijven van 12 januari 2012 hebt u de Commissie juridische zaken overeenkomstig artikel 37 van het Reglement om advies verzocht inzake de juiste rechtsgrondslag voor de vaststelling van het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB).

De Commissie heeft het voorstel op grond van artikel 115 VWEU ingediend. In uw verzoek gaat het om de vraag of ook artikel 136 VWEU als rechtsgrondslag kan worden genomen.

Bij schrijven van 23 januari 2012 heeft de Juridische Dienst van het Parlement een analyse gegeven van de zaak en geconcludeerd dat toevoeging vans artikel 136 VWEU als rechtsgrondslag niet terecht was en dat artikel 115 VWEU de juiste rechtsgrondslag was.

Achtergrond

I. Het voorstel

Met het voorstel wordt verlaging van de nalevingskosten voor vennootschappen op de interne markt beoogd door de instelling van een regeling voor een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting. Meer in het bijzonder wordt voorgesteld een CCCTB in te stellen als een geheel van gemeenschappelijke regels voor de berekening van de belastinggrondslag van vennootschappen die fiscaal inwoner zijn van een EU-lidstaat, en van in de EU gelegen bijkantoren van vennootschappen uit derde landen. Alle vennootschappen, ongeacht hun omvang, zullen de CCCTB kunnen toepassen. Met de CCCTB zullen groepen overal in de Unie eenzelfde reeks belastingvoorschriften kunnen toepassen en slechts met één belastingdienst (onestopshop) te maken hebben. Dit voorstel omvat een volledig stel voorschriften voor de belasting van vennootschappen. Een vennootschap die voor de CCCTB kiest, valt niet langer onder het nationale vennootschapsbelastingsregime voor alle aangelegenheden die in de gemeenschappelijke voorschriften zijn geregeld.

II. De rechtsgrondslagen in kwestie

1. Rechtsgrondslag van het Commissievoorstel

De Commissie baseert haar voorstel op artikel 115 VWEU dat luidt als volgt:

"Artikel 115

Onverminderd artikel 114 stelt de Raad na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité met eenparigheid van stemmen, volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, richtlijnen vast voor de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten welke rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de interne markt.

De Commissie motiveerde deze keuze in de toelichting bij het voorstel als volgt:

Wetgeving op het gebied van de directe belastingen valt binnen het toepassingsgebied van artikel 115 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Hierin is bepaald dat wettelijke maatregelen inzake onderlinge aanpassing op grond van dit artikel in de vorm van een richtlijn moeten worden aangenomen.

2. Voorgestelde wijziging van de rechtsgrondslag

U hebt namens de Commissie ECON de Commissie juridische zaken om advies verzocht inzake toevoeging van artikel 136 VWEU als rechtsgrondslag op basis van het volgende argument: Wanneer een voor alle 27 EU-lidstaten verplichte toepassing niet mogelijk is, zijn er twee opties om met een kleiner aantal lidstaten aan de slag te gaan:

- de gewone versterkte samenwerkingsprocedure overeenkomstig het VWEU, of

- specifieke maatregelen voor de lidstaten die de euro als munt hebben, op grond van artikel 136 VWEU:

In de Commissie ECON is een amendement (amendement 15) ingediend tot dienovereenkomstige wijziging van de rechtsgrondslag met deze motivering.

Artikel 136 luidt als volgt:

"Artikel 136

1. Om bij te dragen aan de goede werking van de economische en monetaire unie, en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Verdragen stelt de Raad, overeenkomstig de procedure van artikel 121 of van artikel 126, al naar het geval, met uitzondering van de procedure van artikel 126, lid 14, maatregelen vast voor de lidstaten die de euro als munt hebben:

a) ter versterking van de coördinatie en de bewaking van hun begrotingsdiscipline;

b) houdende bepaling van de richtsnoeren voor hun economisch beleid, met dien verstande dat deze verenigbaar moeten zijn met de richtsnoeren welke voor de gehele Unie zijn vastgesteld, en met het oog op de bewaking ervan.

2. Met betrekking tot de in lid 1 bedoelde maatregelen hebben alleen leden van de Raad die lidstaten vertegenwoordigen welke de euro als munt hebben, stemrecht.

De gekwalificeerde meerderheid van deze leden wordt bepaald overeenkomstig artikel 238, lid 3, onder a).

Artikel 121 VWEU bevat bepalingen voor wat betreft de coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten en artikel 126 bepaalt welke procedure moet worden gevolgd bij buitensporige overheidstekorten.

III. Analyse

Sommige beginselen vloeien voort uit de vaste rechtspraak van het Hof voor wat betreft de keuze van de rechtsgrondslag. Allereerst is de keuze van de juiste rechtsgrondslag gezien de gevolgen van de rechtsgrondslag voor de fundamentele bevoegdheden en de procedure van constitutioneel belang(1) Ten tweede handelt iedere instelling volgens artikel 13, lid 2, van het VEU binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar volgens de Verdragen zijn toegedeeld(2). Ten derde moet volgens de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie "de keuze van de rechtsgrondslag van een gemeenschapshandeling berusten op objectieve gegevens die voor rechterlijke toetsing vatbaar zijn. Tot die gegevens behoren met name het doel en de inhoud van de handeling(3)". Tot slot, in geval van cumulatie van rechtsgrondslagen, wanneer een handeling tegelijkertijd meerdere doelstellingen of componenten heeft die onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn, zonder dat de ene secundair en indirect is ten opzichte van de andere, dient de handeling op de verschillende desbetreffende bepalingen van het Verdrag te worden gebaseerd(4). Het gebruik van een dubbele rechtsgrondslag is evenwel uitgesloten, wanneer de procedures die voor beide rechtsgrondslagen zijn voorgeschreven onverenigbaar zijn en/of de cumulatie van rechtsgrondslagen de rechten van het Parlement aantast(5).

Met het voorstel in kwestie wordt beoogd "enkele grote fiscale obstakels op te heffen die de groei op de interne markt in de weg staan(6)". Het toepassingsgebied ervan wordt in artikel 1 als volgt gedefinieerd: Bij deze richtlijn wordt een regeling voor een gemeenschappelijke grondslag voor de belasting van bepaalde vennootschappen en groepen ingesteld en worden voorschriften voor de berekening en het gebruik van die grondslag vastgesteld.

Het VWEU heeft twee rechtsgrondslagen voor de "onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen" van de lidstaten in het kader van de interne markt: Artikel 114 VWEU is van toepassing, wanneer het gaat om de doelstelling van "de instelling en werking van de interne markt" en artikel 115 is van toepassing, wanneer de maatregelen in kwestie "rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de interne markt". Krachtens artikel 114, lid 1, van het VWEU worden "de maatregelen" door de Raad en het Europees Parlement vastgesteld volgens de gewone wetgevingsprocedure, hetgeen een gekwalificeerde meerderheid in de Raad vereist; krachtens artikel 115 van het VWEU stelt de Raad na raadpleging van het Europees Parlement met eenparigheid van stemmen richtlijnen vast. In de praktijk is artikel 115 met name relevant voor de gebieden die uit hoofde van artikel 114, lid 2, niet onder de toepassing van artikel 114, lid 1, vallen, zoals "fiscale bepalingen". Dit betekent dat artikel 115 de juiste keuze is voor wat betreft de rechtsgrondslag voor de voorgestelde maatregel.

Ten aanzien van de vraag of artikel 136 van het VWEU als rechtsgrondslag in aanmerking kan worden genomen, dienen de criteria voor meerdere rechtsgrondslagen te worden toegepast, i.e. een tweede doelstelling dan wel component in het kader van artikel 136 van het VWEU die onverbrekelijk met de eerste verbonden is en waarvan de identieke waarde kan worden aangetoond. Het voorstel voorziet niet in maatregelen die specifiek zijn voor de lidstaten die de euro als munt hebben ten einde bij te dragen aan de goede werking van de economische en monetaire unie. Voorts zijn de procedures in het kader van de artikelen 121 en 126 van het VWEU totaal verschillend en dus onverenigbaar met de raadplegingsprocedure, volgens welke de handeling in kwestie werd voorgesteld.

De Commissie juridische zaken behandelde de zaak in kwestie in haar vergadering van 26 januari 2012. In die vergadering besloot zij met 22 stemmen vóór bij 1 onthouding(7),de aanbeveling te doen dat de juiste rechtsgrondslag voor het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting artikel 115 van het VWEU is en dat artikel 136 van het VWEU niet als rechtsgrondslag in aanmerking komt.

Hoogachtend,

Klaus-Heiner Lehne

(1)

Advies 2/00 Protocol van Carthagena, Jurispr. 2001 blz. I-9713, punt. 5; Zaak C-370/07, Commissie versus Raad, punten 46-49; advies 1/08, Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten, Jurispr. 2009 blz. I-11129, punt 110.

(2)

Zaak C-403/05, Parlement versus. Commissie, Jurispr. 2007 blz. I-9045, punt 49, en de daarin aangehaalde jurisprudentie.

(3)

Zie meest recentelijk Zaak C-411/06 Commissie versus Europees Parlement en Raad, Jurispr. 2009, blz I-7585.

(4)

Zaak C-165/87, Commissie versus Raadl Jurisprudentie 1988, blz. 5545, punt. 11; Zaak C-178/03 Commissie versus Europees Parlement en Raadl Jurisprudentie 2006 blz. I-107, punten 43-56.

(5)

Zaak C-178/03 Commissie versus Europees Parlement en Raad, Jurisprudentie 2006 blz. I-207, punt 57.

(6)

Toelichting, punt 1.

(7)

Bij de eindstemming waren aanwezig: Klaus-Heiner Lehne (voorzitter), Raffaele Baldassarre (ondervoorzitter), Evelyn Regner (ondervoorzitter), Sebastian Valentin Bodu, Marielle Gallo, Eva Ortiz Vilella, Tadeusz Zwiefka, Françoise Castex, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Antonio Masip Hidalgo, Bernhard Rapkay, Alexandra Thein, Diana Wallis, Cecilia Wikström, Jiří Maštálka, Francesco Enrico Speroni, Dimitar Stoyanov, Jean-Marie Cavada, Vytautas Landsbergis, Kurt Lechner, Dagmar Roth-Behrendt, Jan Philipp Albrecht, Eva Lichtenberger.


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (25.1.2012)

aan de Commissie economische en monetaire zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende een gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB)

(COM(2011)0121 – C7‑0092/2011 – 2011/0058(CNS))

Rapporteur voor advies: Olle Schmidt

BEKNOPTE MOTIVERING

De rapporteur steunt het voorstel van de Europese Commissie voor de invoering van een EU-brede vrijwillige gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) in de Unie.

De EU-landen houden er verschillende belastinggrondslagen op na, die in de praktijk uitpakken als handelsbelemmeringen voor groei en werkgelegenheid.

Het CCCTB-voorstel zou ingrijpende veranderingen in de vennootschapsbelasting in Europa tot gevolg hebben, en zou voor internationaal opererende bedrijven een aantal verbeteringen kunnen teweegbrengen doordat administratieve kosten kunnen worden gedrukt en bureaucratische rompslomp kan worden teruggedrongen. Een en ander zou resulteren in een efficiëntere interne markt, meer concurrentiecapaciteit voor Europese bedrijven en verbetering van de wereldwijde aantrekkingskracht van de EU-markt in vergelijking met andere grote markten zoals de VS en China.

Voor de rapporteur zijn vooral de volgende aspecten van belang:

De CCCTB moet voor bedrijven een facultatieve keuzemogelijkheid zijn. Een verplicht systeem zou voor met name mkb-bedrijven tot hogere kosten leiden, en zou derhalve op de Europese markt niet voor meer groei en concurrentiekracht zorgen. Ook het bestaan van concurrerende systemen en institutionele concurrentie biedt wel degelijk voordelen. Het is dan ook niet aan te bevelen om het systeem verplicht te stellen voordat er praktische ervaring mee is opgedaan en de effecten ervan bekend zijn.

1.  Het niveau van de toe te passen belastingtarieven moet door de nationale parlementen worden bepaald. Het doel bestaat erin het vennootschapsbelastingsysteem te verbeteren, en niet de belastingtarieven te harmoniseren.

2.  Obstakels voor het grensoverschrijdend verkeer moeten worden opgeheven. Daarom moet het systeem vanaf het begin de mogelijkheid bieden tot consolidatie van winsten en verliezen, zodat intensivering van grensoverschrijdende bedrijfsactiviteiten wordt gefaciliteerd.

3.  De CCCTB moet ruimte laten voor vereenvoudiging, zodat er conform de "onestopshop"-methode slechts één aangifte voor de hele groep hoeft te worden ingediend. Het terugdringen van administratieve lasten en bureaucratische rompslomp is voor het CCCTB-systeem van essentieel belang. Dit drukt niet alleen de nalevingskosten, maar brengt tevens het bereiken van een akkoord over een gemeenschappelijke fiscale behandeling dichterbij.

4.  Het systeem moet zo aantrekkelijk worden gemaakt dat bedrijven er vrijwillig voor kiezen aan de CCCTB deel te nemen, met alle reële voordelen van dien.

De rapporteur stelt de volgende wijzigingen voor:

Aanpassingen in de formule - niet meerekenen van de factor omzet: De toerekeningsformule voor de geconsolideerde belastinggrondslag moet op slechts twee factoren berusten: arbeid en activa.

Waardering van omzet op bestemmingsbasis zou een ingrijpende verschuiving teweegbrengen ten opzichte van het thans geldende beginsel waarbij de uiteindelijke heffingsbevoegdheid berust bij de bronstaat. Het bronbeginsel is bij de lidstaten van de EU begripsmatig diep verankerd en heeft voor de OESO lange tijd als leidraad gefungeerd bij aangelegenheden in de internationale belastingsfeer.

Ook zullen kleine en middelgrote lidstaten met een kleine thuismarkt met deze formule zwaar aan belastinginkomsten moeten inboeten.

Bovendien zou verrekening van de factor omzet op bestemmingsbasis vrij gemakkelijk te manipuleren zijn. Zo zou een onafhankelijke verkoopagent (die is gevestigd in een niet-CCCTB-land) namens de groep als tussenverkoper kunnen optreden op de relevante markt, zodat het keuzeland de verkoopbestemming wordt in plaats van de "beoogde" staat. Dergelijke fiscale planningsmogelijkheden zouden de legitimiteit van het gebruik van de omzetfactor ondermijnen en er zouden in dat geval wellicht ingewikkelde regels moeten worden bedacht om belastingontwijking tegen te gaan.

CCCTB-forum: Oprichting van een CCCTB-forum tussen de lidstaten voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting (aanpassingen in overweging 26 en artikel 123).

Snellere toetsing: De Commissie zou er goed aan doen al na drie jaar over te gaan tot een evaluatie van de effecten van de CCCTB in de zin van artikel 133.

Evaluatie van de effecten van de CCCTB in het kader van de herziening van de richtlijn: na drie jaar dient de Commissie zich te beraden over de voor- en nadelen van invoering van een verplicht systeem voor de instelling van één CCCTB in de EU.

Tevens maakt de Commissie een analyse op van de gevolgen van de richtlijn voor de belastinggrondslagen van de lidstaten op nationaal, regionaal en lokaal niveau, alsook van de sociaaleconomische effecten ervan voor de verplaatsing van economische activiteiten en banen binnen de EU.

Uitbreiding van de CCCTB tot andere entiteiten dan vennootschappen, zoals bv. partnerschappen, valt te overwegen: In sommige lidstaten nemen ondernemingen vaak de vorm aan van partnerschappen. De Commissie zou moeten onderzoeken of partnerschappen kunnen worden behandeld alsof het ondernemingen waren.

Het voltooiingspercentage in langetermijncontracten: Artikel 24 zou moeten worden geschrapt omdat ondernemingen niet mogen worden verplicht deze berekening alleen maar voor fiscale doeleinden uit te voeren. Het is geen gebruikelijk onderdeel van de boekhoudregimes van de lidstaten en maakt het systeem alleen maar ingewikkelder.

De CCCTB aantrekkelijker maken: de CCCTB-regeling moet voor bedrijven gunstiger uitpakken dan de bestaande nationale systemen.

De afschrijvingsregels voor ondernemingen moeten royaal zijn. In artikel 39 moet het af te schrijven bedrag worden opgetrokken van 25 tot 35 % van de waardevermindering van de activapool van de onderneming.

De in artikel 59 gestelde eis tot vastlegging van intragroepstransacties lijkt aanvechtbaar, aangezien dit zou leiden tot bijkomende administratieve lasten en kosten voor ondernemingen.

Verduidelijking van de voorschriften met betrekking tot controles: zie wat dat betreft artikel 122. Een situatie waarbij iedere bevoegde autoriteit, ongeacht de desbetreffende fiscale jurisdictie, een onderzoek naar een hele groep of een deel daarvan kan laten instellen, zou onacceptabele administratieve gevolgen met zich meebrengen.

Striktere antimisbruikregel: De bepaling in artikel 80 dat kunstmatige transacties die voornamelijk het ontgaan van belasting ten doel hebben, buiten aanmerking blijven bij de berekening van de belastinggrondslag moet worden aangepast.

AMENDEMENTEN

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie economische en monetaire zaken onderstaande amendementen in haar verslag op te nemen:

Amendement  1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1) Bedrijven die binnen de Unie over de grenzen heen actief willen zijn, worden geconfronteerd met grote obstakels en marktverstoringen die het gevolg zijn van het naast elkaar bestaan van 27 verschillende stelsels van vennootschapsbelasting. Deze obstakels en verstoringen belemmeren de goede werking van de interne markt. Zij hebben een ontmoedigingseffect op investeringen in de Unie en staan op gespannen voet met de prioriteiten van de door de Commissie op 3 maart 2010 aangenomen mededeling "Europa 2020 - Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei". Zij druisen ook in tegen de vereisten van een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen.

(1) Bedrijven die binnen de Unie over de grenzen heen actief willen zijn, worden geconfronteerd met grote obstakels en marktverstoringen die het gevolg zijn van het naast elkaar bestaan van 27 verschillende stelsels van vennootschapsbelasting. Deze obstakels en verstoringen belemmeren de goede werking van de interne markt. Zij hebben een ontmoedigingseffect op investeringen in de Unie en staan op gespannen voet met de prioriteiten van de door de Commissie op 3 maart 2010 aangenomen mededeling "Europa 2020 - Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei". Er is een verdere integratie van de heffingsgrondslag nodig ter versterking van een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen in de Unie.

Amendement  2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) De gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCCTB) moet uitmonden in een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor alle in aanmerking komende ondernemingen in de Unie. Deze richtlijn mag echter niet worden gezien als eerste stap in de richting van harmonisatie van de vennootschapsbelastingtarieven van de lidstaten.

Amendement 3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 ter) Verbetering van de internemarktcondities is de voornaamste factor voor het stimuleren van groei en werkgelegenheid. De invoering van een CCCTB zou bevorderlijk moeten zijn voor groei en zou tot meer banen in de Unie moeten leiden door vermindering van administratieve kosten en bureaucratische rompslomp voor ondernemingen, met name voor kleine bedrijven die in verschillende lidstaten actief zijn.

Amendement  4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5) Aangezien verschillen in belastingtarieven niet dezelfde hindernissen creëren, hoeft de CCCTB (gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting) niet te raken aan de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten ter zake van hun nationale vennootschapsbelastingtarief (-tarieven).

(5) Aangezien verschillen in belastingtarieven bijdragen aan het concurrentievermogen van de Unie in haar geheel, mag de CCCTB (gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting) niet raken aan de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten ter zake van hun nationale vennootschapsbelastingtarief (-tarieven). De lidstaten dienen derhalve ook de mogelijkheid te behouden om in de fiscale sfeer bepaalde incentives voor ondernemingen te hanteren.

Amendement  5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 bis) De werking van de CCCTB, overeenkomstig deze richtlijn, moet leiden tot een neutraal effect op de belastinginkomsten van de lidstaten.

Amendement  6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(6 ter) Voor zover het gebruik van de CCCTB invloed zou hebben op de belastinginkomsten van regionale of lokale autoriteiten, dient het de lidstaten vrij te staan overeenkomstig hun grondwettelijk stelsel en op een wijze die in overeenstemming met deze richtlijn is, maatregelen te nemen die dit verhelpen.

Amendement  7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16) Om na te gaan of bedrijven in aanmerking komen voor consolidatie (lidmaatschap van een groep), moet een dubbele toets worden verricht, namelijk van i) de zeggenschap (meer dan 50 % van de stemrechten) en ii) van het eigendom (meer dan 75 % van het vermogen) of de rechten op de winst (meer dan 75 % van de rechten die aanspraak geven op de winst). Een dergelijke toets garandeert dat de groepsmaatschappijen in sterke mate economisch geïntegreerd zijn, zoals blijkt uit een zeggenschapsrelatie en een hoge mate van deelneming. Aan deze twee drempels moet gedurende het volledige belastingjaar voldaan zijn; anders moet het bedrijf de groep onmiddellijk verlaten. Tevens moet een minimumduur van negen maanden gelden voor het lidmaatschap van een groep.

(16) Om na te gaan of bedrijven in aanmerking komen voor consolidatie (lidmaatschap van een groep), moet een dubbele toets worden verricht, namelijk van i) de zeggenschap (meer dan 50 % van de stemrechten) en ii) van het eigendom (meer dan 75 % van het vermogen) of de rechten op de winst (meer dan 75 % van de rechten die aanspraak geven op de winst). Een dergelijke toets garandeert dat de groepsmaatschappijen in sterke mate economisch geïntegreerd zijn, zoals blijkt uit een zeggenschapsrelatie en een hoge mate van deelneming. Aan deze twee drempels moet gedurende het volledige belastingjaar voldaan zijn; anders moet het bedrijf de groep onmiddellijk verlaten. Tevens moet een minimumduur van twaalf maanden gelden voor het lidmaatschap van een groep.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20) De regeling moet een algemene antimisbruikbepaling bevatten, aangevuld met maatregelen die ertoe strekken specifieke vormen van misbruikpraktijken aan banden te leggen. Deze maatregelen moeten onder meer voorzien in een beperking van de aftrekbaarheid van rente betaald aan gelieerde ondernemingen die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd in een laagbelastend land buiten de Unie dat geen inlichtingen uitwisselt met de lidstaat van de uitbetaler op basis van een overeenkomst die vergelijkbaar is met Richtlijn 2011/16/EU van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies, alsook in cfc-regels (controlled foreign companies).

(20) De regeling moet een doeltreffende algemene antimisbruikbepaling bevatten, aangevuld met maatregelen die ertoe strekken specifieke vormen van misbruikpraktijken aan banden te leggen. Deze maatregelen moeten onder meer voorzien in een beperking van de aftrekbaarheid van rente betaald aan gelieerde ondernemingen die voor belastingdoeleinden zijn gevestigd in een laagbelastend land buiten de Unie dat geen inlichtingen uitwisselt met de lidstaat van de uitbetaler op basis van een overeenkomst die vergelijkbaar is met Richtlijn 2011/16/EU van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen en heffingen op verzekeringspremies, alsook in cfc-regels (controlled foreign companies). De lidstaten mag niet worden belet extra maatregelen in te voeren en onderling te coördineren om de negatieve effecten van laagbelastende landen buiten de Unie die geen noodzakelijke belastinginlichtingen uitwisselen, te verminderen.

Amendement  9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21) De toerekeningsformule voor de geconsolideerde belastinggrondslag moet drie gelijk gewogen factoren (arbeid, activa en omzet) omvatten. De factor arbeid moet worden berekend op basis van de loonkosten en het aantal werknemers (waarbij elk element voor de helft telt). De factor activa moet alle materiële vaste activa omvatten. Immateriële en financiële activa moeten buiten de formule blijven omdat zij mobiel zijn en het gevaar bestaat dat de regeling wordt omzeild. Door het gebruik van deze factoren worden de belangen van de lidstaat van oorsprong op passende wijze meegewogen. Tot slot moet rekening worden gehouden met de omzet zodat ook de lidstaat van bestemming een billijk deel heeft in de grondslag. Deze factoren en gewichten moeten garanderen dat winsten worden belast waar zij worden behaald. Als uitzondering op het algemene beginsel voorziet een vrijwaringsclausule in een alternatieve methode wanneer het resultaat van de toerekening geen billijke weerspiegeling vormt van de omvang van de bedrijfsactiviteiten.

(21) De toerekeningsformule voor de geconsolideerde belastinggrondslag moet twee gelijk gewogen factoren (arbeid en activa) omvatten. De factor arbeid moet worden berekend op basis van de loonkosten en het aantal werknemers (waarbij elk element voor de helft telt). De factor activa moet alle materiële vaste activa omvatten. Immateriële en financiële activa moeten buiten de formule blijven omdat zij mobiel zijn en het gevaar bestaat dat de regeling wordt omzeild. Door het gebruik van deze factoren worden de belangen van de lidstaat van oorsprong op passende wijze meegewogen. Deze factoren en gewichten moeten garanderen dat winsten worden belast waar zij worden behaald. Als uitzondering op het algemene beginsel voorziet een vrijwaringsclausule in een alternatieve methode wanneer het resultaat van de toerekening geen billijke weerspiegeling vormt van de omvang van de bedrijfsactiviteiten.

Amendement  10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis) De gemeenschappelijke regels voor de berekening van de CCCTB mogen niet leiden tot onevenredig hoge administratieve kosten voor de ondernemingen om te voorkomen dat hun concurrentievermogen wordt aangetast.

Amendement  11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(23 bis) De Commissie moet een nieuw CCCTB-forum in het leven roepen, naar analogie met het Gemeenschappelijk EU-forum Verrekenprijzen, waartoe bedrijven en lidstaten zich kunnen wenden in verband met problemen en geschillen betreffende de CCCTB. Dat forum moet bedrijven en lidstaten advies kunnen verstrekken.

Amendement  12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(27 bis) In de analyse op grond van de herzieningsclausule dienen ook het optionele karakter van de CCCTB en de bruikbaarheid voor kmo's te worden meegenomen.

Amendement  13

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De aftrekbare kosten omvatten alle kosten die betrekking hebben op de omzet alsook alle uitgaven, exclusief aftrekbare btw, die bij de belastingplichtige zijn opgekomen ter verwerving of zekerstelling van inkomen, inclusief kosten van onderzoek en ontwikkeling alsook van het bijeenbrengen van eigen of vreemd vermogen voor zakelijke doeleinden.

De aftrekbare kosten omvatten alle kosten die betrekking hebben op de omzet alsook alle uitgaven, exclusief aftrekbare btw, die bij de belastingplichtige zijn opgekomen ter verwerving of zekerstelling van inkomen, inclusief kosten van onderzoek en ontwikkeling alsook van het bijeenbrengen van eigen of vreemd vermogen voor zakelijke doeleinden. Terugkerende kosten voor milieubescherming of terugdringing van broeikasgasemissies worden eveneens als aftrekbare kosten beschouwd.

Amendement  14

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 24

Schrappen

Langlopende overeenkomsten

 

1. Een langlopende overeenkomst is een overeenkomst die aan de volgende voorwaarden voldoet:

 

(a) zij is gesloten met het oog op de vervaardiging, constructie of montage dan wel het verrichten van diensten;

 

(b) haar looptijd bedraagt meer dan twaalf maanden of zal die termijn naar verwachting overschrijden.

 

2. Niettegenstaande artikel 18 worden opbrengsten die voortvloeien uit een langlopende overeenkomst, voor belastingdoeleinden opgenomen naar rato van het gedeelte van de overeenkomst dat is voltooid in het desbetreffende belastingjaar. Het voltooiingspercentage wordt bepaald op basis van de verhouding van de in dat jaar gemaakte kosten tot de geschatte totale kosten of op basis van een deskundigenrapport over de fase van voltooiing aan het einde van het belastingjaar.

 

3. Kosten die voortvloeien uit een langlopende overeenkomst, worden in aanmerking genomen in het belastingjaar waarin zij opkomen.

 

Amendement  15

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 39 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Andere dan de in de artikelen 36 en 40 bedoelde vaste activa worden gezamenlijk in één activapool afgeschreven tegen een jaarlijks tarief van 25 % van de afschrijvingsbasis.

1. Andere dan de in de artikelen 36 en 40 bedoelde vaste activa worden gezamenlijk in één activapool afgeschreven tegen een jaarlijks tarief van 35 % van de afschrijvingsbasis.

Amendement  16

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 58 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2. Niettegenstaande lid 1 treedt een belastingplichtige tot een groep toe op de datum waarop de drempels van artikel 54 worden bereikt. Aan de drempels moet gedurende ten minste negen opeenvolgende maanden voldaan worden, anders wordt een belastingplichtige behandeld alsof hij nooit tot de groep is toegetreden.

2. Niettegenstaande lid 1 treedt een belastingplichtige tot een groep toe op de datum waarop de drempels van artikel 54 worden bereikt. Aan de drempels moet gedurende ten minste twaalf opeenvolgende maanden voldaan worden, anders wordt een belastingplichtige behandeld alsof hij nooit tot de groep is toegetreden.

Amendement  17

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 80 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Kunstmatige transacties die louter het ontgaan van belasting tot doel hebben, blijven buiten aanmerking bij de berekening van de belastinggrondslag.

Kunstmatige transacties die voornamelijk het ontgaan van belasting tot doel hebben, blijven buiten aanmerking bij de berekening van de belastinggrondslag.

Amendement  18

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 86 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. De geconsolideerde belastinggrondslag wordt ieder belastingjaar verdeeld over de groepsmaatschappijen op basis van een toewijzingsformule. Om het toegewezen deel van een groepsmaatschappij A te berekenen, wordt onderstaande formule gebruikt, waarbij de factoren omzet, arbeid en activa een gelijk gewicht hebben:

1. De geconsolideerde belastinggrondslag wordt ieder belastingjaar verdeeld over de groepsmaatschappijen op basis van een toewijzingsformule. Om het toegewezen deel van een groepsmaatschappij A te berekenen, wordt onderstaande formule gebruikt, waarbij de factoren arbeid en activa een gelijk gewicht hebben:

Amendement  19

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 86 – lid 1 – formule

 

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Amendement

 

 

Amendement  20

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 95

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 95

Schrappen

Samenstelling van de factor omzet

 

1. De factor omzet bestaat uit de totale omzet van een groepsmaatschappij (daaronder begrepen een vaste inrichting die wordt geacht te bestaan uit hoofde van artikel 70, lid 2, tweede alinea) in de teller en de totale omzet van de groep in de noemer.

 

2. Onder omzet wordt verstaan alle inkomsten uit de verkoop van goederen en diensten na kortingen en retouren, exclusief btw, overige belastingen en heffingen. Vrijgestelde opbrengsten, rente, dividenden, royalty's en voordelen uit de vervreemding van vaste activa worden niet begrepen in de factor omzet, tenzij deze voortkomen uit de normale beroeps- of bedrijfsuitoefening. De verkoop van goederen en diensten binnen een groep blijft buiten aanmerking.

 

3. Omzet wordt gewaardeerd overeenkomstig artikel 22.

 

Amendement  21

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 96

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 96

Schrappen

Omzet op basis van bestemming

 

1. De verkoop van goederen wordt begrepen in de factor omzet van de groepsmaatschappij die zich bevindt in de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen naar de verkrijger eindigt. Indien deze plaats niet kan worden geïdentificeerd, wordt de verkoop toegerekend aan de groepsmaatschappij die zich bevindt in de lidstaat van de laatst identificeerbare locatie van de goederen.

 

2. De levering van diensten wordt begrepen in de factor omzet van de groepsmaatschappij die zich bevindt in de lidstaat waar de diensten daadwerkelijk worden verricht.

 

3. Wanneer vrijgestelde opbrengsten, rente, dividenden en royalty's en de voordelen uit de vervreemding van activa in de factor omzet worden begrepen, worden zij toegerekend aan de begunstigde.

 

4. Indien er geen groepsmaatschappij is in de lidstaat waar goederen worden geleverd of diensten worden verricht, of indien goederen worden geleverd of diensten worden verricht in een derde land, wordt de verkoop begrepen in de factor omzet van alle groepsmaatschappijen naar evenredigheid van hun factor arbeid en activa.

 

5. Indien er meer dan een groepsmaatschappij is in de lidstaat waar goederen worden geleverd of diensten worden verricht, wordt de verkoop begrepen in de factor omzet van alle groepsmaatschappijen die zich in die lidstaat bevinden naar evenredigheid van hun factor arbeid en activa.

 

Amendement  22

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 97

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie kan handelingen vaststellen houdende nadere voorschriften voor de berekening van de factoren arbeid, activa en omzet, de toerekening van werknemers en loonkosten, activa en omzet aan de respectieve factor en de waardering van activa. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 131, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

De Commissie kan handelingen vaststellen houdende nadere voorschriften voor de berekening van de factoren arbeid en activa, de toerekening van werknemers en loonkosten en activa aan de respectieve factor en de waardering van activa. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 131, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Amendement  23

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 105 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1. Na aanvaarding van de opt in-kennisgeving past de afzonderlijke belastingplichtige of de groep, naargelang het geval, de bij deze richtlijn ingestelde regeling toe gedurende vijf belastingjaren. Na afloop van deze initiële termijn past de afzonderlijke belastingplichtige of de groep de regeling verder toe gedurende opeenvolgende termijnen van drie belastingjaren, tenzij hij een kennisgeving van beëindiging doet. Een kennisgeving van beëindiging kan worden gedaan door een belastingplichtige aan zijn bevoegde autoriteit of, in het geval van een groep, door de hoofdbelastingplichtige aan de hoofdbelastingautoriteit in de drie maanden voorafgaande aan de afloop van de initiële termijn of van een daaropvolgende termijn.

1. Na aanvaarding van de opt in-kennisgeving past de afzonderlijke belastingplichtige of de groep, naargelang het geval, de bij deze richtlijn ingestelde regeling toe gedurende drie belastingjaren. Na afloop van deze initiële termijn past de afzonderlijke belastingplichtige of de groep de regeling verder toe gedurende opeenvolgende termijnen van drie belastingjaren, tenzij hij een kennisgeving van beëindiging doet. Een kennisgeving van beëindiging kan worden gedaan door een belastingplichtige aan zijn bevoegde autoriteit of, in het geval van een groep, door de hoofdbelastingplichtige aan de hoofdbelastingautoriteit in de drie maanden voorafgaande aan de afloop van de initiële termijn of van een daaropvolgende termijn.

Amendement  24

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 122 – lid 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De hoofdbelastingautoriteit kan controles van groepsmaatschappijen initiëren en coördineren. Een controle kan ook worden geïnitieerd op verzoek van een bevoegde autoriteit.

De hoofdbelastingautoriteit kan controles van groepsmaatschappijen initiëren en coördineren. Een controle kan ook worden geïnitieerd op verzoek van een bevoegde autoriteit in de lidstaat waarvan de groepsmaatschappij inwoner is.

Amendement  25

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 123 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 123 bis

 

CCCTB-forum - een orgaan voor geschillenbeslechting

 

De Commissie roept een nieuw CCCTB-forum in het leven, naar analogie met het Gemeenschappelijk EU-forum Verrekenprijzen, waartoe bedrijven en lidstaten zich kunnen wenden in verband met problemen en geschillen betreffende de CCCTB en dat advies verstrekt.

Amendement  26

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 130

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie stelt het Europees Parlement in kennis van de door haar vastgestelde gedelegeerde handelingen, de mogelijke bezwaren die daartegen worden gemaakt of de intrekking van de bevoegdheidsdelegatie door de Raad.

De Commissie stelt het Europees Parlement in kennis van de door haar vastgestelde gedelegeerde handelingen, de mogelijke bezwaren die daartegen worden gemaakt of de intrekking van de bevoegdheidsdelegatie door de Raad. Van elke toekomstige beoordeling van deze richtlijn wordt het Europees Parlement in kennis gesteld.

Amendement  27

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 133

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie verricht, vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn, een evaluatie van de toepassing ervan en brengt verslag uit bij de Raad over de werking ervan. In dit verslag zal met name een analyse worden verricht van het effect van het in hoofdstuk XVI van deze richtlijn opgezette mechanisme op de verdeling van de belastinggrondslagen over de lidstaten.

De Commissie verricht, vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn, een evaluatie van de toepassing ervan en brengt verslag uit bij het Europees Parlement en de Raad over de werking ervan. In dit verslag wordt een analyse verricht van het effect van deze richtlijn op de nationale economieën en de gevolgen voor de begroting van de nationale, regionale en lokale overheden, alsmede van de sociaaleconomische gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen.

 

Na de indiening van dat verslag voert de Commissie een effectbeoordeling en proefprojecten uit met het oog op de opstelling van een wetgevingsvoorstel waarmee de CCCTB in 2020 verplicht wordt gesteld voor alle in aanmerking komende ondernemingen, met uitzondering van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 20011. De Commissie bestudeert tevens de mogelijkheid om partnerschappen te belasten alsof het vennootschappen waren.

 

______________

 

1 PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36.

Amendement  28

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 133 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 133 bis

 

Vrijwaring in geval van verlies van belastinginkomsten

 

Brengt de in artikel 133 bedoelde effectbeoordeling van de Commissie in verscheidene lidstaten een aanzienlijk verlies aan belastinginkomsten aan het licht, mogen die lidstaten de CCCTB bepaald in de hoofdstukken IX tot XII en hoofdstuk XVI van deze richtlijn opschorten totdat die negatieve effecten over zijn.

PROCEDURE

Titel

Gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting(CCCTB)

Document- en procedurenummers

COM(2011)0121 – C7-0092/2011 – 2011/0058(CNS)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

7.4.2011

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

IMCO

7.4.2011

 

 

 

Behandeling in de commissie

5.12.2011

 

 

 

Datum goedkeuring

25.1.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

17

0

Bij de eindstemming aanwezige leden

Pablo Arias Echeverría, Adam Bielan, Cristian Silviu Buşoi, Sergio Gaetano Cofferati, Lara Comi, Anna Maria Corazza Bildt, Cornelis de Jong, Vicente Miguel Garcés Ramón, Evelyne Gebhardt, Małgorzata Handzlik, Iliana Ivanova, Philippe Juvin, Sandra Kalniete, Eija-Riitta Korhola, Edvard Kožušník, Kurt Lechner, Toine Manders, Hans-Peter Mayer, Phil Prendergast, Mitro Repo, Robert Rochefort, Zuzana Roithová, Heide Rühle, Christel Schaldemose, Andreas Schwab, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Bernadette Vergnaud, Barbara Weiler

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Frank Engel, Ildikó Gáll-Pelcz, Anna Hedh, Liem Hoang Ngoc, María Irigoyen Pérez, Emma McClarkin, Olle Schmidt, Kyriacos Triantaphyllides


PROCEDURE

Titel

Gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting(CCCTB)

Document- en procedurenummers

COM(2011)0121 – C7-0092/2011 – 2011/0058(CNS)

Datum raadpleging EP

6.4.2011

 

 

 

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

ECON

7.4.2011

 

 

 

Medeadviserende commissie(s)

       Datum bekendmaking

IMCO

7.4.2011

 

 

 

Rapporteur(s)

       Datum benoeming

Marianne Thyssen

10.5.2011

 

 

 

Betwisting rechtsgrondslag

       Datum JURI-advies

JURI

26.1.2012

 

 

 

Behandeling in de commissie

11.10.2011

29.11.2011

9.1.2012

 

Datum goedkeuring

21.3.2012

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

35

7

1

Bij de eindstemming aanwezige leden

Burkhard Balz, Elena Băsescu, Sharon Bowles, Udo Bullmann, Pascal Canfin, Nikolaos Chountis, George Sabin Cutaş, Leonardo Domenici, Derk Jan Eppink, Diogo Feio, Markus Ferber, Ildikó Gáll-Pelcz, Jean-Paul Gauzès, Sven Giegold, Liem Hoang Ngoc, Gunnar Hökmark, Syed Kamall, Othmar Karas, Jürgen Klute, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Philippe Lamberts, Astrid Lulling, Sławomir Witold Nitras, Ivari Padar, Antolín Sánchez Presedo, Olle Schmidt, Edward Scicluna, Peter Simon, Peter Skinner, Theodor Dumitru Stolojan, Ivo Strejček, Kay Swinburne, Sampo Terho, Marianne Thyssen, Ramon Tremosa i Balcells, Corien Wortmann-Kool

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Pervenche Berès, Philippe De Backer, Herbert Dorfmann, Enrique Guerrero Salom, Sophia in ‘t Veld, Thomas Mann, Mario Mauro

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 187, lid 2)

Veronica Lope Fontagné

Datum indiening

29.3.2012

Juridische mededeling - Privacybeleid